logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Suede 12-03-26
Epica - 18/01/2...

Tera Melos

Patagonian Rats

Geschreven door
In de boeken van de underground kan je lezen dat dit trio uit Roseville, Californië bekend staat als een zooitje herriemakers die maar al te graag rock, jazz en experimentele ambient willen vermengen. Na jaren te hebben geploeterd op diverse piepkleine labeltjes waar talloze EP’s op uitgebracht werden, mochten ze onlangs op Sargent House hun debuut uitbrengen.

Meteen bij opener “So occult” dat welgeteld 35 seconden duurt hoor je meteen dat je hier te maken hebt met wat we op zijn minst zouden kunnen omschrijven als een niet alledaagse groep.
Ook al zijn de eerste nummers noisenummertjes met een psychedelische inslag wordt deze cd gaandeweg het midden een ware kakafonie waar fans van pakweg No Means No nog zoet met zullen blijven  maar waarbij andere muziekliefhebbers reeds lang zullen afgehaakt hebben.
Inderdaad, ‘Patagonian Rats’ is wat men in de wandelgangen wel eens een moeilijk plaatje durft te noemen maar moest Zappa ooit een noiseplaat uitgebracht hebben dan zou het waarschijnlijk als deze ‘Patagonian Rats’ geklonken hebben, en zoiets noemt men een compliment.

Kabanjak

Three of mystery

Geschreven door

Sinds de komst van de net is er op het dansfront wel een vrijheid ontstaan waarbij iedereen die gewapend is met een homecomputer overtuigd is dat hij dancenummers kan maken, maar dit heeft er ook voor gezorgd dat we in het genre met een oververzadigde stapel zitten waar geen mens nog de bomen van het bos kan onderscheiden.
Gelukkig drijft er af en toe zo’n cdtje naar boven die de grijze massa weet te ontvluchten en in het geval van deze Kabanjak hebben we meer dan beet.
Het hoesje mag dan wel lijken op één of andere folkcd maar toch is deze Kabanjak de maker van rustgevende dancemuziek wiens invloeden uit alle hoeken lijken te komen, inclusief zijn bewondering voor Jimi Hendrix.
Deze Kabanjak hoeft in het Duitse alternatieve milieu helemaal niet meer te bewijzen wat hij waard is want in het land van de Teutonen was hij eerder de helft van het DJ duo Ancient Astronauts en dat is een naam die ginder veel zegt.
’Three of mystery’ is een aangename luisterervaring geworden waar je van old school hip hop naar break beat en zelfs richting dub reggae geslingerd wordt en dan hebben we nog niet eens de helft van deze plaat belicht.

Thunderball

12 Mile High

Geschreven door

Sinds 1996 staat ESL in het alternatieve dansmilieu bekend als het label van Thievery Corporation en één van de eerste acts die je op dat label kon vinden was dit trio uit Washington. Ondertussen hebben zij door hun mix van Afro-dub, trip hop en loungemuziek hun eigen wereld gecreëerd waarbij ze zelfs voor hun in 2006 verschenen cd ‘Cinescope’ de hulp mochten inroepen van de legendarische Afrika Bambaataa.
Ook voor de nieuwste cd werden alle ingrediënten van de 70’s funk naar boven gehaald.
Langs de ene kant is het resultaat een weinig originele plaat geworden want alles werd ooit al eens eerder gedaan door funkgoden als Parliament of Funkadelic maar anderzijds is er geen mens die zich zal storen aan deze déjà-vu want deze cd swingt echt alle kanten uit.
Nu nog het geschikte afrokapsel bovenhalen en we kunnen ons terug inbeelden dat we ergens in 1974 aanbeland zijn.

John Grant

Queen of Denmark

Geschreven door

De eindejaarslijstjes zitten er aan te komen en bij het Britse blad Mojo zijn ze wel heel voorbarig geweest. Hun januarinummer verschijnt al op 1 december en daarin staat natuurlijk de obligate album top 50 van het afgelopen jaar, kwestie van de anderen toch maar voor te zijn. Dat ze daarmee de platen die in december nog zullen verschijnen over het hoofd zien, is hoegenaamd geen bezwaar. Op nummer één van hun geforceerd lijstje zien we ene John Grant met ‘Queen of Denmark’. Weinig of nooit gehoord van deze songwriter, maar we zouden het niet op ons geweten willen hebben dat we een nieuw supertalent mislopen zijn, dus toch maar even met de nodige aandacht beluisteren, denken wij dan.
Hebben we gedaan, echt waar, maar we vinden er geen zak aan. Wij kunnen alleen maar vaststellen dat ze het bij Mojo niet allemaal meer op een rijtje hebben. Vreemd, want het is nochtans ons favoriete blad, laten we deze flater dus maar als een éénmalige dwaling beschouwen. Wat zij zo briljant vinden aan dit album ervaren wij als stoffige seventies soft pop zoals die terug te vinden is op mindere platen van pakweg Elton John of Neil Diamond. Met de beste moeite van de wereld hebben wij geen enkele song teruggevonden die ook maar een beetje blijft hangen.
John Grant, in een vorig leven frontman van het ook al weinig beduidend groepje The Czars, laat zich op ‘Queen of Denmark’ begeleiden door Midlake. Neem gerust van ons aan, als u Midlake in betere doen wil horen, wend u dan tot hun laatste werkstukje ‘The courage of others’ en vooral tot diens nog mooiere voorganger ‘The trials of Van Occupanther’. Wat de groep hier staat aan te modderen als begeleidingsbandje van dit halve songschrijverstalent is ons ook een raadsel.
En wat die gasten van Mojo bezielde om dit stuk verveling op nummer één te zetten, daar hebben we nog meer het gissen naar.

Gorillaz

Plastic Beach

Geschreven door

Wat Damon Albarn (Blur/ The Good, The Bad & The Queen) en z’n bemanning hebben afgeleverd met Gorillaz is om U tegen te zeggen. ‘Platic Beach’ is de derde plaat, die is uitgegroeid van een ambitieus nevenproject naar een fameus en majestueus totaalconcept. Albarn is de kapitein van dienst, heeft de heren Mick Jones en Paul Simenon (Good, Bad & Queen en Clashleden) als voorhoede en hij hoeft maar een seintje te geven en hij kan beroep doen op een bijzonder legertje gastmuzikanten. Hier werkten o.m. Snoop Dogg, Bobby Womack, Mos Def, Lou Reed, De La Soul, Mark E Smith, Little dragon en Rosie Wilson mee. De vorige cd’s ‘Gorillaz’ (2001) en ‘Demon days’ (2005) waren al goed voor 12 miljoen exemplaren.
De virtuele wereld van Gorillaz wordt enorm geapprecieerd door en breed publiek. Jong en oud is te vinden voor wat Damon Albarn en z’n striptekenende compagnon Jamie Hewlett verwezenlijken van strips, visuals, animaties en de muzikale omlijsting, een breed palet aan stijlen van rock, hiphop, soul, psychedelica, trippop, electro en Arabische sounds.
Het is een luisteralbum vol creativiteit en verrassende wendingen, zonder echt hitpotent en radiovriendelijk te zijn.
Het eerste deel van de cd is van een ongelofelijke sterke kwaliteit: de ontvankelijke opener “Welcome to the world …”, de Indiase swing op “White flag”, de retropsychedelica van “Rhinestone eyes” en het groovende “Stylo”. We zijn onder de indruk van de variëteit, de fijne geluidjes en van de doordachte subtiliteit die het album rijk is. Na de dromerige en sfeervolle “On melancholy hill”, “Broken” en een op de Streets gelinkte “Sweeptakes” zakt de cd wat in elkaar .
Oh ja, op het imaginaire eiland van ‘Plastic Beach’ wordt  een maatschappijkritisch statement aangehaald, een ‘making off’ documentaire die muziek en strips inhoudelijk vormt geeft. Puik werk!

Hurts

Happiness

Geschreven door

Eén van de opkomende bandjes is het Engelse duo Hurts, die de sfeer van synthpop en onderkoelde electropop ademen met een vleugje bombast en kitsch. Op die manier zijn ze onmiskenbaar verbonden aan de ‘new romantics’, ‘the youngsters’ na de eerste wavegolf begin jaren ‘80. Invloeden van The Human League, Spandau Ballet, A flock of seagulls, Haircut 100 en Heaven 17, maar vooral ABC en de Pet Shop Boys halen we voor de geest. Stijlvol en – vast klinkt de muziek op hun debuut ‘Happiness’, die eigenlijk bol staat van weemoedige, donkere muziek, en af en toe een lichtpuntje biedt in een hoopvolle tunnel …
De zwaar georkestreerde partijen en de melodramatiek neigt naar een musicalfestijn ten tijde van Ultravox, Murry Head, Gazebo en Army of lovers, want beelden van getormenteerde ballerina’s flitsen ons voorbij.  … Typische eighties en lagen bombast ...
De diep, indringende zang van Theo Hutchcraft kan niet omheen Pet Shop Boy Neil Tennant, Brandon Flowers (The Killers) en (ex) Take That-er Robbie Williams.
Het duo slaagde er al in twee venijnige pakkende popsongs te schrijven, het sfeervol innemende “Wonderful life” en het emotievol dansbare “Better than love”. Centraal staat hun onderkoeld materiaal door de logge, slepende, soms diep dreunende elektronicabeats, de opbouwende gevoelige pianopartijen en pittige ‘discotheka’ muziek. Er valt nog goeds te rapen als “Silver lining, “Blood & tears” en “Devotion (confide in me)” met Kylie.
De cd in één1 stuk beluisteren kom je al gauw met woorden als melig, glamour en glitter, jawel, maar eentje met finesse, subtiliteit, schoonheid, uitermate gedistingeerd, en met een donker, elegant randje; het zorgt ervoor dat het soms ietwat teveel van hetzelfde wordt!
De ‘Hurts’ songs zijn de groepsnaam niet vreemd en zijn voor de enen heerlijk wegdromende muziek, voor de anderen gaat het over het randje van de goede smaak. 

Edwyn Collins

Edwyn Collins – Comeback buiten alle verwachting

Geschreven door

De naam van de Schotse muzikant en producer Edwyn Collins zal wellicht voor altijd verbonden blijven aan zijn ene wereldhit “A Girl Like You” uit 1994. Sindsdien heeft hij nog enkele soloalbums uitgebracht maar hij slaagde er niet in enig vervolg aan dat succes te breien. Aldus stond Collins zelf niet meer zo nadrukkelijk in de schijnwerpers en waren zijn nummers evenmin in de hitlijsten terug te vinden. Niet dat Collins dit nadrukkelijk opzocht maar enkele cruciale gezondheidsfactoren werkten een verdere muzikale opmars zeker niet in de hand.
In 2005 werd Collins namelijk - met een verschil van amper enkele dagen - het slachtoffer van een dubbele hersenbloeding. Hij overleefde een riskante operatie maar kreeg ook nog eens af te rekenen met de ziekenhuisbacterie zodat een nieuwe operatie zich opdrong. Het verdict na deze zware aanslag op zijn lichaam was keihard: het vermogen om te praten, lachen of staan was compleet weg. Een intensieve revalidatie drong zich op. Maar door een enorme wilskracht en doorzettingsvermogen in combinatie met de niet aflatende, liefdevolle steun van zijn vrouw/manager Grace Maxwell werd - gezien de omstandigheden - een grote progressie geboekt. In die mate zelfs dat hij in 2007 het album ‘Home Again’ uitbracht met songs weliswaar opgenomen voor zijn ziekte, maar nadien afgewerkt en gemixt. Collins vond zelfs nog de energie er een tournee aan te verbinden.
En dit jaar konden we zelfs getuige zijn van een nieuw huzarenstukje. Enigszins onverwacht bracht de inmiddels 51-jarige Collins enkele maanden terug het album ‘Losing Sleep’ met louter nieuwe songs uit. Door een verlamming aan de rechterkant behoort gitaarspelen voor Collins niet meer tot de mogelijkheden maar op zijn intussen zevende studioplaat was er aan hulp geen gebrek.

Collins heeft namelijk een niet onbelangrijk verleden als frontman van de eind jaren ’70 opgerichte post-punk formatie Orange Juice. Deze indiegroep avant la lettre kende slechts een korte levensduur en er werd met het fantastische ‘Rip It Up’ (1983) maar één enkel hitje gescoord, maar door het na verloop van tijd toevoegen van diverse muziekgenres als soul, funk en dub oefenden ze ook na hun bestaan heel wat invloed uit op andere artiesten. Het eerste werk van The Smiths is nauw verwant met het oeuvre van Orange Juice en ook jongere formaties als Belle And Sebastian, Franz Ferdinand en The Drums halen de groep meermaals als belangrijke inspiratiebron aan.
Het is dan ook treffend en mooi om te zien dat heel wat van die intussen bevriende artiesten niet te beroerd waren om wat span- en vriendendiensten te leveren op de nieuwe plaat van Collins. Het rijtje is niet min: The Drums, Ryan Jarman (The Cribs), Johnny Marr (ex-The Smiths), Romeo Stodart (Magic Numbers), Alex Kapranos en Nick McCarthy (Franz Ferdinand) en Roddy Frame (Aztec Camera). Allen hebben hun medewerking verleend.

Afgelopen maandagavond stond Collins op de planken van de AB Club ter promotie van ‘Losing Sleep’ én van ‘Coals From Newcastle’, een prachtige overzichtsbox van Orange Juice met op 6 cd’s en één dvd alles wat de groep ooit heeft uitgebracht, inclusief b-kantjes en radiosessies.
Vanzelfsprekend waren voormelde artiesten niet op het appèl maar Collins had toch een mooie begeleidingsband om zich heen verzameld: Tom Edwards (gitaar), Andy Hackett (ex-The Rockingbirds, gitaar), Carwyn Ellis (frontman van de psychfolkgroep Colorama, basgitaar), Boz Boorer (o.m. medeauteur van diverse nummers van Morrissey, keyboards en saxofoon,) en niet in het minst ook Paul Cook (ex-Sex Pistols, drums).
Ze omringden Collins op het podium niet alleen lichamelijk maar ook muzikaal op een gepaste en aanvullende manier.
Rechterarm verkrampt, wandelde Collins zelf het podium op en af met behulp van een wandelstok en nam nagenoeg het volledige concert plaats op een versterker, tekstenboek naast hem en een flesje water binnen handbereik.
Spreken bleek nog steeds erg moeilijk en langzaam te gaan. Dit kwam tot uiting bij het aankondigen van de nummers. Ook vergat hij af en toe heel even zijn teksten (bij “Consolation Prize”) en sommige rustige passages (zoals “Home Again” of “One Track Mind”) waren iets te hoog gegrepen omdat de spaarzame instrumentatie nog meer de aantasting van zijn stem blootlegde.
Maar voor het overige bleek mede door de passende instrumentatie dat zijn stem nog steeds even broos als energiek kan klinken, zij het dat het Collins de nodige moeite kostte.
Hoogtepunten waren “What’s My Role?” (waarin duidelijk de strakke invloed van The Cribs doorklonk), “Humble” (ondanks de problemen met de effectenpedalen bij Edwards), “Rip It Up” (voorzien van een mooi wahwahgitaartje en andere aanvullende effecten), het bluesrockgetinte “Do It Again” (met Edwards in de rol van Kaprano) en bovenal “Don’t Shilly Shally” (een eenzaam singeltje uit 1987). Vanzelfsprekend ontbrak ook het onvermijdelijke “A Girl Like You” (door Collins overigens rechtstaand vertolkt) niet.
Bij de toegiften verschenen aanvankelijk enkel Collins en Ellis (vergezeld van een akoestische gitaar) op het podium om sober en intiem onder meer “Searching For The Tuth” te vertolken. Collins voorzag dit nummer van extra inkleuring via mondharmonica. Uiteindelijk werd in voltallige bezetting afgesloten met een snedig “Blue Boy”. Daarbij getuigde Collins nog steeds over een grote dosis humor te beschikken want toen Hackett vooraf wat aan het worstelen was met (het stemmen van) zijn gitaar en dito pedalen, moest Collins er om lachen en voegde er zelfrelativerend aan toe dat dit blijkbaar de manier is hoe met een classic binnen het Orange Juice repertorium wordt omgesprongen.

Anderhalf uur zijn we getuige geweest van een muzikant die heeft leren leven met zijn beperkingen. Het concert betrof geen zielige vertoning noch een bikkelharde confrontatie met menselijk leed. Eerder straalde het positivisme en blijdschap uit en had het iets weg van een hartverwarmende vertoning binnen familiale sfeer. Getuige ook het feit dat achter de schermen de nauwlettende entourage – met Grace Maxwell op kop – bekommerd maar vooral trots en ontroerd toekeek naar het verloop en de manier waarop de aanwezigen enthousiast de nummers onthaalden.
Wat het publiek voorgeschoteld kreeg, was geen weergaloos concert maar wel een goede vertoning. Met een mix van nagelnieuwe nummers en een terugblik op het verleden was er voor elk wat wils. En niet te vergeten: we waren niet de enigen die stilletjes hoopten maar eigenlijk niet meer verwachtten om Collins ooit nog op een dusdanig waardige manier de schatkist van Orange Juice live te zien (en vooral horen) openen. De fans trakteerden op een groot applaus en respect.

En dit vormt zeker geen eindpunt. Collins heeft een nieuw platenlabel, ‘The Artisans’ (tevens een nummer van Orange Juice), opgericht en neemt daarbij ook productioneel enkele jongere groepen onder de arm. Een voorbeeld daarvan zijn de van origine Duits maar in Londen residerende The Kinbeats. Zij mochten trouwens in de AB Club het voorprogramma van Collins doen. Met hun samenzang en zeemzoete muziek brachten de drie broers Arthur, Patrick en Paul samen met hun neefje Bart een niet onaardige set maar nummers als “Luh Luh Love” (heel goed geluisterd naar de outro van “Hey Jude” van The Beatles), “You’re My Religion” (volgend jaar de eerste single), of “Sail Away” (zomers en refererend aan de indiepop van het gewezen groepje Dodgy) klonken zo vederlicht dat ze voorbij waaiden zonder de kans te krijgen om in het gehoor te blijven liggen. Enkel “We Don’t Wanna Wake Up” vertoonde wat eigenheid en was voorzien van weerhaakjes door de snedige gitaren.

Setlist Edwyn Collins
Loosing Sleep, Dying Day, What Presence, Make Me Feel Again, Wheels Of Love,, Consolation Prize, What Is My Role?, It Dawns On Me, Home Again, Humble, Falling And Laughing, Rip It Up, Do It Again, Don’t Shilly Shally, A Girl Like Yoo
Bis: Searching For The Truth, One Track Mind, In Your Eyes, Blue Boy

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Simply Red

Simply Red: een stijlvol en waardig ‘Farewell’ afscheid

Geschreven door

Simply Red zet er nu definitief een punt achter … Vorig jaar werd het al eens aangekondigd met twee afscheidsconcerten, maar de succesvolle tour breidde er nog een jaartje aan. Mick Hucknall gaat zich ten volle concentreren op een solocarrière. Met een ‘Farewell’ tournee die hen de wereld rond brengt, wuift men de fans uit in stijl. Mick Hucknall moet zowat de bekendste roodharige zanger ter wereld zijn. Alom geprezen voor zijn unieke stemkwaliteit, had hij grote successen onder de naam Simply Red. Met goed gekozen bewerkingen van relatief onbekende nummers als “Money’s Too Tight (To mention)” (oorspronkelijk van The Valentine Brothers) en “If You Don’t Know Me By Now” (van Harold Melvin & The Blue Notes) manifesteerde hij zich binnen de kortste keren als een blijver. Het album ’Stars’ (91) was een schot in de roos. Het was gedurende zowat 2 jaar het best verkopende album in Groot Brittannië. Een prestatie die kan tellen.

De verwachtingen waren dan ook hoog gespannen voor dit unieke laatste afscheidsconcert. Als opwarmertje kregen we op de videowalls de gebeurtenissen van de laatste 25 jaar in clipvorm met daarbij horende Simply Red nummers. Er is heel wat gebeurd in die tijd van nieuwsfeiten en muzikale topics, maar de stem van de zanger klonk van bij het eerste nummer nog even indringend, helder en emotievol. De lantaarns met het rode licht op het podium gaven het juiste late-evening gevoel en brachten ons in de sfeer van een nachtclub. Andere showattributen heeft deze groep niet nodig.
Een uitstekende stem en dito band waren voldoende voor een heerlijke mengeling van pop, soul, jazz en reggae. Na een rustig begin kwam de hitmachine op gang. “For your babies”, “Holding back the years” en “Stars” waren de aanzet om het publiek voor de rest van het optreden recht te laten staan. Onverstoorbaar en steevast met zonnebril op zong Mick de ene hit na de andere, “It’s Only Love”, “Sunrise” en“The Right Thing”; het was duidelijk, hiervoor was het publiek gekomen. De band pakte het publiek moeiteloos in.

De onvermijdelijke bisnummers kwamen er vlugger aan dan gedacht. “
Money’s to Tight (To Mention )”, “Something got me Started” en met “If You Don’t Know Me By Know” besloten in schoonheid de ‘Farewell’ tour. Mick bedankte zichtbaar ontroerd het enthousiaste publiek voor deze avond en de voorbije 25 jaar.

Setlist
1 You Mirror 2 Thrill me 3 So Not Over you 4 Night Nurse 5 Enough 6 Say You Love me 7 For Your Babies 8 Holding Back The Years 9 Stars 10 It’s Only love 11 Sunrise 12 Fake 13 Come To My Aid 14 The Right Thing 15 Ain’t That A lot of Love 16 Fairground
Bis 17 Money’s to Tight (To Mention) 18 Something Got Me Started 19 If You Don’t Know Me By Know

Organisatie: Live Nation

Little Annie & Baby Dee

Little Annie and Baby Dee - Cabaret met een lach en een traan

Geschreven door

Dat het leven niet altijd een rechtvaardig gegeven is, weten we al langer dan vandaag maar deze levensfilosofie etaleert zich bij de ene mens al wat beter dan bij de andere. Neem nu, Baby Dee bijvoorbeeld, die te gast was in de Gentse Charlatan.
Deze 57-jarige transseksueel mag tot haar vriendenkring mensen als Antony Hegarty, Dave Tibet of Marc Almond rekenen maar ondanks de vele superlatieven die de pers reeds jaren naar haar hoofd kegelt, ziet het er naar uit dat zij nooit tot dat groepje gelukkigen zal behoren die voor overvolle zalen haar levenslied mag verkondigen.
Was Baby Dee een viertal jaar geleden nog te gast bij Current 93 in het Antwerpse Luchtbaltheater of kon zij twee jaar geleden nog een AB-club doen vollopen dan moet zij anno 2010 genoegen nemen met een Charlatan die al gauw voor de helft leeg bleek te zijn. Misschien waren het wel de gevaarlijke wegen die verhinderden dat het een massatoeloop werd, maar aan Baby Dee zelf, zal het niet gelegen hebben ook al spraken haar eerste woorden als de legendarische boekdelen.
Zeg zelf, een introductie als “Hi I’m Dee and I’m an alcoholic” zegt meer dan genoeg.
Baby Dee is een transseksueel die alle glam uit haar leven gemist heeft, zowel letterlijk als figuurlijk want eigenlijk kan je deze travestiet nog het best vergelijken met een gezellige oma maar wel één die weet wat de precieze betekenis is van de heilige drievuldigheid: sex, drugs en rock ’n roll.
Deze multi-artiest die als geen ander de harp kan bespelen en daardoor in bepaalde kringen beroemd werd, verkoos voor deze avond echter het gezelschap van een eenzame piano waarbij een prentkaartje van een koe en een interactief publiek haar enige metgezellen in dit cynische tranendal waren.
Ook al werkten haar ervaringen uit haar New Yorkse nachtleven soms op de lachspieren, bezat het ook een hoge dosis tragiek waarbij je niet wist of je het nu moest uitschateren of de zakdoek moest gaan bovenhalen.
Ook al lijkt deze dame een geboren atheïst, kunnen we er toch niet omheen om te denken dat indien God ooit een mens zou geschapen hebben die het midden houdt tussen Marlene Dietrich en Tom Waits haar naam wel eens Baby Dee zou kunnen zijn.
Na een tiental cabaretachtige nummertjes kondigde Baby Dee die andere vreemde creatuur, Little Annie aan.

Little Annie is allesbehalve een nieuweling in de muziekscène want deze extravagante dame stond reeds drie decennia terug onder de naam van Annie Anxiety aan de wieg van wat ooit Crass was. Later ging ze met de noise-indus pioniers Coil in zee om zo nog later aan de zijde van Marc Almond in uitverkochte zalen te staan. Een carrière die gepaard ging met overdadig drankgebruik laat ook zijn sporen na en dat merkte je ook tijdens dit dronkemansonderonsje dat weliswaar grootse kippenvelmomenten kende.
Zoals het cliché het zegt, hadden de afwezigen terug ongelijk want meteen bracht je Annie’s doorrookte stem onder in de categorie van Marianne Faithfull, Edith Piaf en Nico en als je dit nog eens in een cabaretachtige sfeer weet om te kleden, heb je al gauw iets magisch.
Naast eigen nummers mochten we ook genieten van eigenzinnige maar bloedstollende versies van Tina Turner’s “Private Dancer” of Jacques Brel’s “Ne me quitte pas”.

Little Annie en Baby Dee slaagden er gisteren in om de kille Charlatan om te transformeren in een bruisende New Yorkse nachtclub waar het meer dan aangenaam vertoeven was. We konden twee uitzonderlijke talenten gadeslaan die ontheven zijn van veel aards geluk maar wiens soelaas de whiskyfles geworden is en daar een prachtige soundtrack voor hebben neergepend.

Organisatie: Democrazy, Gent 

Triggerfinger

De rock’n’roll trigger van Triggerfinger

Geschreven door

Ons eigen Triggerfinger weet als geen ander zichzelf uit te vinden, in die zin van dat de vingers letterlijk aan de trekkers (snaren) en de stokken (drumsticks) hangen en kleven. De charismatische band wist in geen tijd de twee AB concerten uit te verkopen. Een verlengd weekendje zat er aan te komen. En terecht, drie concerten op rij, die de pas verschenen derde cd ‘All this dancin’around’ ondersteunen en elan geven. Opgenomen in LA , onder de hand genomen van Greg Gordon, (van o.m. Wolfmother en Slayer ) en naar de studio trekken waar Nirvana al kwam.
Ze blijven gewoon zichzelf, de drie heren in maatpak en das, zonder scrupules, instrumenten inpluggen en ‘let it ride’ … Scherpe rock’n’ roll, retestrak, power, snoeihard, zompig, rauw, ruw, maar met een zacht zalvend randje, dat een broeierige, slepende intensiteit heeft. Triggerfinger vormde in het voorjaar nog een eenheid met de Black Box Revelation en Iggy in de Zénith, Lille, wat een avondje ‘extremely raw power …’ was. En nu staat de band erop voor drie MIA nominaties …

De tijden van optredens rond de kerktoren is definitief voorbij (remember 2005!). Al van de tweede cd lonkte het clubcircuit en met de derde plaat kan het niet anders dan dat de grotere capaciteitszalen lonken … Ruben Block (gitaar/zang), Mario Goossens (drums) en Monsieur Paul van Bruynstegem zijn een goed geoliede machine, hebben een tomeloze inzet en brengen een energieke, dynamische, emotievolle set. Chique! In strak pak en das stonden ze en genoten ze volop van de uitzinnige menigte in een nokvolle AB!
Zinderende garage retrorock’n’roll met stoner/bluesslides, met staaltjes prachtig gitaarwerk dito - soli, krachtige drums en bezwerende bas. De Led Zepps, B Sabbats, ZZ Tops, Masters Of Reality, QOSA en Grinderman’s vlogen om de oren in de anderhalf uur durende gig. De jonge wolven van de Black Box treden in de voetsporen van de afgelikte schoenen van het trio.
Op een Red Devil tune (remember this band!) kregen we meteen enkele knallers van de nieuwe cd, “I’m coming for you” en de titelsong en single van de derde cd. Onder de indruk waren we van het intens beheerste gitaarspel van Block.
Zijn smachtende interacties en droge humor tussenin pasten in een concept van de films van Quentin Tarantino. Een sensuele prikkeling. Goossens leefde zich ook al van in het begin uit en gaf een stampende drumsolo op “Shorttime memory love”.
Uitermate gedoseerd en geconcentreerd ging het trio te werk en hielden met “Lil’ teaser” het tempo hoog, strak en bedreven. Een op Cave- Ellis’ duivelse begeestering spietsten ze tussen de oren met “My baby’s got a gun”, een slepende, spannende opbouw, mooi uitgesponnen, die ging van een sobere naar een explosieve instrumentatie, ondersteund door huiveringwekkende vocals en een zwevende galmzang. Prachtig, heerlijk! “Camaro” leunde het dichtst bij de psychedelica Led Zepp’s van hun tijd en het rusteloze “Hunt you down” kon de pistoolschoten afvuren naar een knallende en slopende “First taste”, “Is it” en “On my knees”. De rock’n’ rollende halfgoden pijnigden hun gitaar, bas en drums en de versterkers stonden onder forse druk. Mokerslagen dus. Gewoonweg schitterend.
In de bis bleef de broeierige spanning maar aanhouden. Een sfeervol, wazig ‘filmische noir’ landschap trokken ze op in “All night long” (Ray Charles cover btw!) en “It hasn’t gone away”, die kippenvelmomenten opleverden en solliciteerden voor de bruine kroeg. Door de drive en de licks vlamden “Let it ride” en “Cherry”. Traditiegetrouw sloten ze af met CCR’s “Commotion” … rijk, hitsig, vinnig, venijnig, intens doorleefd, pakkend en bruisend door de wisselwerkingen en de soli!

Triggerfinger gaf een stomend straf, aangenaam concert … een  ruwe bolster in een blanke pit … moet er hier écht nog (meer) zand zijn?!

Support Poltrock Piano Explosion, het eenmansproject van David Poltrock gidste ons op z’n piano een aaneenrijgen van pop en rockclassics waaronder Survivor, Black Sabbath, Deep Purple, Led Zeppelin, QOSA en Abba. Hard, zacht en halfzacht. Knap en leuk. Herkenningstunes voor muziekquizers onder ons …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Pagina 793 van 963