logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
avatar_ab_12

The Jon Spencer Blues Explosion

Jon Spencer Blues Explosion - Grinderman: 2-1

Geschreven door

Na zes jaar heeft Jon Spencer zijn Blues Explosion weer samengeroepen. Terwijl Jon Spencer in die zes jaar met zijn rockabilly band Heavy Trash drie platen uitbracht en uitgebreid toerde, speelde Judah Bauer in de Dirty Delta Blues Band van Cat Power en remixte en producete Russell Simins onder meer Duran Duran, Yoko Ono, Fred Schneider en Asian Dub Foundation.

Het Depot was volledig uitverkocht voor het eerste concert van hun Europese tour. Een ouder publiek, met veel Franstaligen, liet de tapkranen van het Depot op volle toeren draaien. De dj van dienst had nog eens Public Enemy opgezet, en het viel op hoe slecht die band uit de tijd van Jon Spencer Blues Explosion verouderd was.
De vele rockers vroegen zich wellicht af waarom de dj het in zijn hoofd haalde om old school hiphop te draaien also opwarmer voor de garageblues van Blues Explosion, maar eigenlijk is dat vrij evident: JSBX heeft altijd geëxperimenteerd met hiphop beats, en werkte samen met onder meer Chuck D, Beck en Dan the Automator. Zo rond halftien betrad de band het podium: Spencer ziet er op zijn vijfenveertigste nog altijd even strak uit, de archetypische leren broek kon natuurlijk niet ontbreken, Judah Bauer had een vuile hangsnor gekweekt, terwijl Simins,  serieus in de breedte uitgezet, achter zijn laag drumstel plaatsnam.
Hoewel een deel van de band nog maar net uit New York City overgevlogen was, en dus met jetlag kampte, was dat er niet aan te merken: Jon Spencer schreeuwde, gromde, beatboxte en huilde als vanouds , zakte door de knieën als een jong veulen, om zijn micro dan van onderuit aan te vallen en de “Yeah”s, “Blues explosion ladies and gentleman” en ‘Ughs” vlogen als mantras om de oren. Misschien dat die constante kreten sommigen irriteren omdat ze als tics overkomen, maar Spencer gebruikt die kreten heel bewust, als een zuiderse predikant die reclameboodschappen tussen de nummers smijt, een beetje in de stijl van de “Come on”s van Flaming Lips voorman Wayne Coyne. Simins mepte er stevig maar rudimentair op los, de afgeleefde muurpanelen van het Depot trilden op het ritme van zijn basdrum terwijl Bauer een maximaal effect bereikte met zijn minimale blues riffs.
“Dang”, met Bauer op harmonica, was een eerste hoogtepunt. In het eerste deel van de set, speelde de band  rauwe bluesrockers, die elkaar in ware Ramonesstyle zonder stops opvolgden,  de bekende singles werden achterwege gelaten. Het viel op hoe veel invloeden er in de minimale sound van JSBX zitten, dit gaat veel verder dan de rauwe garagerock met bluesinvloeden van bands zoals White Stripes en Grinderman: de zanglijnen van Spencer stelen zowel van Elvis, James Brown als David Byrne, als van hiphop MCs, en stokoude blues wordt ongegeneerd vermengd met rauwe punk, soul en rudimentaire beats. De set groeide naar een hoogtepunt in de outro van “Magical Colours”, waar Spencer met de theremin aan de slag ging. Van dan af kregen we een rist oudjes geserveerd zoals “2kindsa love”, “ Afro”en” Bellbottoms”. In “Flavor” verkondigde Spencer: “Blues explosion is number one in Loevain” (iemand had de man moeten zeggen dat het (Luiveun( is) en daar konden we volmondig mee instemmen.

De show van Spencer en kompanen is misschien niet zo luid en overrompelend als het geweld van Grinderman, maar qua rock ‘n roll gehalte moet JSBX niet onderdoen voor Cave & co. We kunnen ons best voorstellen dat Nick Cave na zijn show de pantoffels aanschiet en voor een boek in de sofa gaat zitten, om maar te zeggen dat dit soort rauwe bluespunk altijd een beetje toneel is, waarbij de artiest op podium een  rol speelt. De tijden dat er moordenaars zoals Robert Johnson op het podium stonden is lang voorbij, moordenaars zitten vandaag meestal ietsje verder op de Leuvense ring, in Leuven-Centraal, noch Cave noch Spencer zijn in het echte leven de podiumpsychopaten van hun shows. Qua podium presence houden Cave en Spencer het dus op een gelijkspel. De kwaliteit van de Blues Explosion songs (buiten “No Pussy Blues” blijven er weinig andere Grinderman songs hangen) en de keuze voor het experiment leveren in de negentigste minuut  de winning goal op voor het New Yorkse trio rond bakkebaard Spencer.

Organisatie: Depot, Leuven

Kate Nash

My best friend is you

Geschreven door

De Britse Kate Nash heeft na het debuut ‘Made of bricks’ een serieuze gedaantewisseling ondergaan; het jong charismatisch, verlegen meisje in het fleurig jurkje is volwassen geworden en heeft haar vrolijke, zwierige, swingende, frisse en indringende ‘60’s girl ‘bubblegum’ pop (ergens tussen Melanie, Lily Allen en The Pipettes) een verrassende wending gegeven naar girl ‘power’ rock, doordrongen van haar ervaring bij de punkband The Receeders, waar ze een flinke keel kon opzetten. Een ruwe bolster die de frustraties van haar afschreeuwt, maar nét niet uitspat! Van het zonnetje in huis en jeugdige onbezonnenheid is er geen sprake meer. Een predikende stijl, een rauwere sound, springerige ritmes, splinterbommetjes - vuurwerksongs, die richting The Breeders en Pixies durven gaan. De bredere orkestraties die te horen zijn, werken zalvend op het directe geluid.
De eerste acht songs zijn als een wervelwind; de opvallendste songs zijn “Paris”, “Kiss that grrrl”, “Don’t you want to share that guilt?”, “Do-wah-doo” en “Mansion song” hierin. Een jonge leeuwin met klauwen.
Na het ‘vinger in de lucht’ materiaal volgt een gematigder aanpak en horen we melodieuze poprock, die naar het einde van de cd, “You were so far away” en “I hate seagulls” een soberder geluid laten horen; akoestische gitaar, piano en een overwaaiende blazer bepalen hier de sound en laten een gevoelige Nash horen.
De onschuldige, leuke, fijne en groovy dansbare pop van het debuut is duidelijk op het achterplan geraakt.
De schreeuwerige vocals zijn op de plaat duidelijk gepolijst, neigen naar een Karen O en Nina Hagen. Live is het alvast anders … erg erbarmelijk, als een krolse kat die op haar honger zit.
Algemeen is het ontspannende, leuke karakter ruwer en grimmiger geworden. Afwachten hoe het verder zal evolueren …

Our Broken Garden

Golden sea

Geschreven door

’Cathedral Denmarkicism’ is alvast een mooie term om de sound te omschrijven van de bevallige Anna Bronsted, die ook deel uitmaakt van het gekende Efterklang.
Solo is ze toe aan een nieuwe plaat vol etherische, sfeervolle, dromerige, breekbare songs die bepaald worden door piano, synths, soundscapes en verder kunnen aangevuld door een traditioneel instrumentarium en een zalvende percussie. Ze klinken als frisse lentebloesems, hemels en donker filmisch. De toevoeging van strijkers, een kinderkoor en de vocale hoogstandjes bieden een meerwaarde aan het materiaal.
De eerste songs “The departure”, “In the lowlands” en “The feral” tekenen de rest van de plaat. Intiemer klinkt op songs als “Share”, “Warriors of love” en “The dark red roses”.
’Golden sea’ klinkt als knetterend haardvuur, charmante en elegante slowcore pop …

Hindi Zahra

Handmade

Geschreven door

Vóór we de plaat beluisterden, zagen we de beloftevolle dame Hindi Zahra al aan het werk. Zij is afkomstig van het Berbervolk in Marokko. Ze heeft Toeareg-roots en een thuis in Parijs.
Muzikaal brengt ze een soort fusion van pop, folk, soul, blues, jazz en flamenco met Oosterse, Marokkaanse rootsmuziek, zonder echt wereldmuziek te zijn. In sommige nummers is er de link met de
hypnotiserende retro/world/woestijnblues van Tinariwen, ook Toeareg nomaden, maar dan van Mali.
Op haar manier verwerkt en vermengt ze de diverse stijlen en invloeden in een soort ‘handmade’ freefolk. Tja, niet voor niks noemt haar debuut ‘Handmade’, dat ze eigenhandig produceerde en dat verscheen op het Blue Note label.
In een artikel lazen we dat de albumtitel refereert naar l'artisanat, de handarbeid die Marokkanen verrichtten voor zowat alles dat zij produceren; ze wees hierbij naar de schatkist aan juwelen rond haar arm. Ook muzikanten zijn handarbeiders, wat verklaart dat de titel van de plaat vollédig van haar hand is.
Ze brengt een internationaal, toegankelijk, rijk geluid, van akoestische gitaren en handclaps, warme zalvende toetsen en bezwerende percussie, onder haar zachte, warme stem; als voorbeelden zangeressen haalt ze als Amália Rodrigues, Oum Kalthoum, Dimi Mint Abba, Django Rheunhardt en Yma Sumac aan, maar we durven ook denken aan Billie Holiday meets Patti Smith, Natacha Atlas en de zusjes Casady van Cocorosie.
“Fascination” en “Imik silik” zijn meeslepende, aanstekelijke heupwiegende poplounge met een exotisch tintje. Een ‘50’s vaudeville stijl haalt ze aan op “At the same time”.
De songs prikkelen door de intens bezwerende, broeierige opbouw en hebben een dromerig karakter. Trippende huppelende ritmes horen we op opener “Beautiful tango”, “Standup” en “Music”. We voelen de blakende zon en het woestijnzand opwaaien in “Kiss & thrills”, “Oursoul” en “Set me free”. Die gitaarslides, de percussie en de ‘70’s psychedelica toetsen geven een opzwepende groove.
Pure klasse van een jonge, talentvolle dame, een grootse dame- in-wording trouwens …

As Enemies Arise

Chapters

Geschreven door

As Enemies Arise is een metalcoreformatie uit het Nederlandse Brabant. Sinds 2008 timmeren ze keihard aan de -weg en speelden ze meer dan 100 shows in Europa. Vorig jaar debuteerden ze met de fel gesmaakte EP ‘Show me that Smile’ waarna ze de kans kregen om het voorprogramma te spelen van  acts als Avenged Sevenfold, Architects en Cancer Bats. De verwachtingen voor dit eerste full album waren dan ook enorm hooggespannen in de Nederlandse hardcorewereld.
Ook wij waren benieuwd naar deze eerste langspeler en onze interesse blijkt meer dan terecht!   Vergeet wat ons betreft mega-acts als het Australische Parkway Drive of het Amerikaanse Bring Me The Horizon want deze mannen zijn minstens even goed! 
Met “Closure” gooit men er meteen flink de beuk en horen we een snoeiharde combinatie van metal en hardcore met daarbij een hoofdrol voor  de intense stem van zanger Gideon. Het zet de toon voor de rest van de plaat waar As Enemies Arise een straffe portie metalcore in een modern en melodieus jasje serveert. Opvallend daarbij is de combinatie van logge riffs, tempoversnellingen, razend snelle drums en heerlijke  beat- en breakdowns. Enkele van onze hoogtepunten zijn het emotionele “Chapters”,  het complexe en gelaagde “The Acceptance” en “Piracy” dat voorzien is van een bijzondere intro.
‘Chapter’ is een verdomd straffe plaat waar Nederland best trots op mag zijn. Het album wordt officieel in januari 2011 gereleased waarna As Enemies Arise een uitgebreide tournee doorheen Europa plant.

Kings of Leon

Come Around Sundown

Geschreven door

Het zal Kings Of Leon worst wezen dat critici hun nieuwste cd maar niets vinden, het ding is het logische vervolg op ‘Only By The Night’ en zal bijgevolg wel een paar miljoen keer over de toonbank gaan. De groep heeft duidelijk gekozen voor de weg van de epische stadionrock met galmende gitaren en een sound die naar de sterren tracht te reiken. Het is hun volste recht, maar ‘t is niet echt ons ding. Wij blijven zweren bij de charmante rommeligheid van ‘Youth and young manhood’ van de tijd waarin het beloftevolle nieuwe bandje nog binnengehaald werd als de nieuwe Strokes. Ook ‘Aha shake heartbreak’ en ‘Because of the times’ hebben nog steeds een vooraanstaand plaatsje in onze collectie, maar vanaf ‘Only by the night’ begonnen wij al enige argwaan te krijgen, ook al stonden er een paar regelrechte krakers op dat album.
Aanvankelijk werkt de weidse aanpak wel. De band schiet verrassend goed uit de startblokken met het heerlijk voorbijglijdende “The end”. De inmiddels vertrouwd rollende single “Radioactive” trekt geslaagd de lijn door gevolgd door het frisse “Pyro”, het tintelende “Mary” en het verdomd pakkende en meeslepende “The face”. Maar dan is het definitief gedaan en vervalt de plaat in vervelend geneuzel en ondermaatse songs ontdaan van elke vorm van inspiratie of emotie. Als u niet wil in slaap vallen mag u de tracks 6 tot 12 overslaan en meteen skippen naar nummertje 13 “No Money”, een lekker stampende rocker die zo op één van de eerste twee platen had gekund.
6 op 13, da’s een buis wat ons betreft maar de charts zullen daar wel anders over oordelen.
Aan u de keuze.

Various Artists

The Widower – Soundtrack

Geschreven door

Punkicoon en politiek activist Jello Biaffra is niet de eerste de beste. Zijn muzikaal CV is er eentje om u tegen te zeggen, hij liet zich ook politiek niet onbetuigd  en was daarenboven te zien in verschillende films. Een van z’n meest besproken projecten was ongetwijfeld ‘The Widower’. Het betreft hier een surrealistische, donkere en romantische komedie van  regisseur Marcus Roger uit 1999 met in de hoofdrollen Jello Biaffra himself, D.O.A.’s ‘Shithead’ Keithley, Ani Kyd en Nardwuar The Human Serviette.
De DVD (of VHS)-versie van deze  prent was tot op heden nergens te koop en de film werd buiten de Canadese landgrenzen eigenlijk nergens vertoond. Met deze release komt daar eindelijk verandering in.
Samen met de DVD wordt tevens de nooit uitgebrachte soundtrack op de wereld losgelaten. Op de cd vinden we onder meer muziek van D.O.A. , The Smugglers, Chris Houston, The Astronuts, The Loudmouths, Coal, Three Goblins, Chris Houston, Huevos Rancheros en Elvis Love Child…
Heel wat onbekende bands dus die zorgen voor een zeer afwisselend schijfje met ondermeer ska, blues, rockabilly, funk, surf, country en punkrock waarbij het ene nummer ons al meer wist te bekoren dan het andere.
Goed om te weten is dat deze schijf niet afzonderlijk te koop is maar enkel meegeleverd wordt met de film of als digitale download te verkrijgen is.

Various Artists

Terminal City Ricochet – Original Soundtrack

Geschreven door

Naast ‘The Widower’ wordt nog een tweede cultfilm waarin Jello Biafra de hoofdrol speelt opnieuw uitgebracht. ‘Terminal City Ricochet’ is een Canadese speelfilm uit 1990 van de hand van regisseur Zale Dalen. Deze prent bevat nogal wat zwarte humor en toont aan hoe de verschillende media gebruikt worden om de samenleving te controleren en te brainstormen.  De vergelijking met vandaag is zeker niet uit de lucht gegrepen en Jello Biafra riep zelf al in het verleden op om de film te tonen net voor een nieuwe verkiezing plaatsvindt.
Over naar de soundtrack en die is voor iedere Biafra- en punkrock-fan om van te smullen. We horen Biafra onder meer samen met D.O.A, Nomeansno en Keith Leblanc. Een ander opvallend nummer is van de hand van Gerry Hannah, voormalig bassist van the Subhumans. De man nam een volledig album op in de Canadese gevangenis (waarin hij verzeild was geraakt nadat hij een fabriek opblies waar nucleaire wapens werden vervaardigd).
In ieder geval is dit plaatje een must have voor de doorgewinterde punker!

Shantel

Shantel & Bucovina (Club) Orkestar - Shantel – zoek de zeven verschillen!

Geschreven door

Exact elf maanden en één dag nadat Shantel met zijn Bucovina (Club) Orkestar de Brusselse AB letterlijk plat speelde, mochten/wilden we in de Grand Mix in het Noord-Franse Tourcoing nog eens met de Balkangod feesten. En wat bleek? De Disko Partizani-show verschilde haast geen noot van het memorabele Brusselse concert. Dus maar even onze review kopiëren en plakken. En voor de fun staken we er zeven verschillen in. Maar daar moesten we zelf toch wel even naar zoeken. Vindt u ze?
28/10/2009 – AB Brussel
Iedereen die Musiczine bezoekt zal op een of andere manier al Disko Partizani of Bella Ciao al eens door zijn oor voelen lopen hebben. Twee hitjes Balkanmuziek van de hand en het opgefokte brein van de Duitser Shantel die naast zijn eigen platenlabel ook nog een ‘eigen’ amalgaam muzikanten onder de naam Bucovina (Club) Orkestar  in zijn tourbus propt. Wie Shantel live nog nooit aan het werk zag houdt hier beter op met lezen, want zijn gigs zijn amper te beschrijven. Wie de Balkanmuziekguru wél al bezig zag, was woensdag 28 oktober in de AB (of had een reden die enkel overmacht kan geweest zijn) en moet ook niet verder lezen: die weet al dat het één groot feest was.
We zagen Shantel als DJ en Bucovina (Club) Orkestar als band enkele jaren geleden al aan het werk op Dranouter en de man en zijn gezelschap zijn er niet minder psychiatriek op geworden. Onze fotograaf Wim Demortier sleurden we mee voor zijn Balkandoop. Al goed dat we zijn fotokanon hielpen vasthouden, of hij had enkel wat onscherpe beelden geschoten.
Hun passage in de AB kaderde in de voorstelling van hun jongste: Planet Paprika! Hun eerdere debuut 'Disko Partizani' (doorgebroken met de meezingers 'Disko Partizani' en 'Disko Boy') had Europa al bezwangerd met een nieuwe rage: Balkanpopbeat van hoogstdansbaar karaat. De Bucovinaroots  situeren we in Roemenië-Moldavië-Oekraïne en de folklore van heel Oost-(en Zuid-)Europa zit erin vervat.
Laat ons – als je toch verder gelezen hebt – dan maar het vat wodkasuperlatieven aanslaan.  Fiesta, zotte boel, uit de bol swingend, extatisch, uitzinnig, een muzikaal machinegeweer, excentriek en vooral veeeeeeeeel ritme.  De polonaise door de zaal tijdens het laatste nummer Opa Cupa was al een ode aan de Oostblokfestiviteiten.
Met zijn zevenen begonnen ze: twee strijkers,  één trombonist, één trompetter, een accordeonist, een drum en Shantel zelf aan…tja…zang, drum, gitaar, …. In de nieuwe line-up vervoegden ook twee zangeressen het geheel vanaf het vierde nummer.  De kleine, in het wit geklede Shantel  met bruine pet op, was omnipresent, maar van zijn gevolg moest niemand onderdoen. Ze stonden er met heel veel plezier en zin.
Maar Shantel, die stond echt overal. Tot zelfs IN het publiek. Hij troonde zich naar het midden van het opgezweepte publiek  en kreeg zijn fans allemaal op de grond. Shantel speelde de zaal letterlijk plat.
Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest.
Nazdrovie !

Playlist  1. Intro 2. Mahala 3. Macedonia 4. Yahari 5. Da Zna Zora 6. Sandala 7. Disko Partizani 8. Disko Boy 9. Usti 10. Fige 11. Ciganka 12. Bella Ciao 13. Opa Cupa
Bisnummers 14. Bucovina 15. Gadja Dilo 16. Bota 17. Disko Partizani

29/11/2010 –  Grand Mix Tourcoing
Iedereen die Musiczine bezoekt zal op een of andere manier al Disko Partizani of Bella Ciao al eens door zijn oor voelen lopen hebben. Twee hitjes balkanmuziek van de hand en het opgefokte brein van de Duitser Shantel die naast zijn eigen platenlabel ook nog een ‘eigen’ amalgaam muzikanten onder de naam Bucovina (Club) Orkestar  in zijn tourbus propt. Wie Shantel live nog nooit aan het werk zag houdt hier beter op met lezen, want zijn gigs zijn amper te beschrijven. Wie de Balkanmuziekguru wél al bezig zag, was maandag  29 november in de Grand Mix in Tourcoing (of had een reden die enkel overmacht kan geweest zijn) en moet ook niet verder lezen: die weet al dat het één groot feest was.
We zagen Shantel als DJ en Bucovina (Club) Orkestar als band enkele jaren geleden al aan het werk op Dranouter en de man en zijn gezelschap zijn er niet minder psychiatriek op geworden. Onze fotograaf Wim Demortier sleurden we mee voor zijn Balkanvervolg. Al goed dat we zijn fotokanon hielpen vasthouden, of hij had enkel wat onscherpe beelden geschoten.
Hun passage in de Grand Mix werd gekaderd als Disko Partizani-feest (hun debuut met de meezingers 'Disko Partizani' en 'Disko Boy') dat Europa bezwangerd had met een nieuwe rage: Balkanpopbeat van hoogstdansbaar karaat. De Bucovinaroots situeren we in Roemenië-Moldavië-Oekraïne en de folklore van heel Oost-(en Zuid-)Europa zit erin vervat.
Laat ons – als je toch verder gelezen hebt – dan maar het vat wodkasuperlatieven aanslaan.  Fiesta, zotte boel, uit de bol swingend, extatisch, uitzinnig, een muzikaal machinegeweer, excentriek en vooral veeeeeeeeel ritme.  De polonaise door de zaal tijdens na afloop was een ode aan de Oostblokfestiviteiten.
Met zijn achten begonnen ze: twee strijkers,  één trombonist, één trompetter, een accordeonist, een drum, een synthesizer en Shantel zelf aan…tja…zang, drum, gitaar, …. In de nieuwe line-up vervoegden ook twee zangeressen het geheel vanaf het vierde nummer. De kleine, in het wit geklede Shantel met zijn haar compleet recht alsof hij net uit zijn bed kwam, was omnipresent, maar van zijn gevolg moest niemand onderdoen. Ze stonden er met heel veel plezier en zin.
Maar Shantel, die stond echt overal. Tot zelfs IN het publiek. Hij troonde zich naar het midden van het opgezweepte publiek  en kreeg zijn fans allemaal op de grond. Shantel speelde de zaal letterlijk plat.
Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest.
Nazdrovie !

Playlist  1. Intro 2. Mahala 3. Macedonia 4. Yahari 5. Da Zna Zora 6. Sandala 7. Disko Partizani 8. Disko Boy 9. Usti 10. Fige 11. Ciganka 12. Bella Ciao 13. Opa Cupa
Bisnummers 14. Bucovina 15. Gadja Dilo 16. Bota 17. Disko Partizani 18. Andante Levante

Oplossingen van de zeven verschillen:
1. De datum en de plaats
2. Het was niet meer de Balkandoop van onze fotograaf, maar het Balkanvervolg
3. Het was niet meer de voorstelling van Planet Paprika
4. De polonaise vond dit keer plaats NA het optreden
5. Ze waren met zijn achten, dus één meer dan vorig jaar
6. Shantel had deze keer geen bruine pet op
7. Ze speelden een extra bisnummer (Andante Levante)

Ps: Het voorprogramma in Tourcoing was VaFanFahre, ook een leuk zootje sterke (Vlaamse) muzikanten met een Marokkaans-Belgische zangeres en een iets rustigere en meer Arabische aanpak dan Shantel zelf. Ze ontmoetten Shantel ooit in Praag en dat was voldoende om de Balkanman te overtuigen. In elk geval de perfecte opwarmer in een ondergesneeuwd Tourcoing. Te volgen !

Ps: Shantel & The Bucovina (Club) Orkestar zijn nog te zien voor een volgend hartverwarmend feestje in de Zwerver, Leffinge op 10 december

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Suede

Suede als in de topdagen …

Geschreven door

Remember de nineties …Laat ons niet vergeten dat we in de eerste jaren van de nineties beheerst werden door het fenomeen Britpop. De ‘mania’ van Blur, Oasis blijft helder in het geheugen gegrift. Britse popmuziek was ‘hype’ & ‘hot. The Stone Roses, Radiohead, Manic Street Preachers, PJ Harvey en Garbage …Met een donker randje hadden Toni Halliday’s Curve en Suede onmiskenbaar een bepalende invloed. En op hun beurt lanceerden ze bands als Placebo en Elastica…En Ohja, laat ons de heropleving van de huidige waverock, nu hot topic, niet vergeten …
Suede draaide rond het duo Brett Anderson – Bernard Butler (nota bene in ’94 uit de band gezet!). Naar muziek, pose en uitstraling refereerden ze aan de ‘70’s opwindende poprock, gekruid van glam en wave. T-Rex, Echo & The Bunymen en The Smiths borrelden op en het Briticoon kreeg dan ook terecht de gelijkenis met David Bowie opgezadeld. De ‘Suedemania’ was een feit …
Suede werkte naar een uitgebalanceerde, fijnzinnige sound met orkestraties wat de sfeer geladener maakte in de zin van dramatiek, pathos en (pretentieuze) bombast.
Anderson hief de band op, ondanks de puike comeback cd ‘A new morning’; Vijf cd’s hadden ze in totaal uit, ze debuteerden zeventien jaar terug, en brachten de succesvolle drie-éénheid ‘Suede’, ‘Dog man star’ en ‘Coming up’ uit. De klemtoon kwam vanavond op dit werk. De daaropvolgende vierde ‘Head music’ (de minste!) en het vervolgverhaal ‘A new morning’ kenden de minste respons, en live werd er maar sporadisch uit geput.
The Tears van Anderson werd een misplaatst avontuur (ook al maakte gitarist Bernard Butler, Suede man van het eerste uur, deel uit van de band!).
Tot slot waagde hij zich solo. Hij presenteerde zich als een sing/songwriter die intieme liedjes met klassieke arrangementen van diepgang voorzag. Mooi alvast, een volgende stap in mans oeuvre, maar die het vuur misten van de Suede-nineties …Trouwens, hij was begin het jaar nog te zien met in de Trix, waarbij live de songs een stevige push hadden …
 
Een poos terug was er een éénmalige reünie. De vijf heren vonden elkaar wel en waren vertrokken om Suede opnieuw op te poetsen. Enthousiast, levendig, vurig, uitzinnig, krachtig, explosief, strak, losjes, pathetisch, hartverwarmend, hartbrekend en bij het nekvel grijpend werden woorden op hun plaats. Opvallend veel 90-kids generatie voor het optreden … Waar vroeger al eens sleet zat op de live formule, is de lont ontstoken voor een tweede leven. Anderson en co waren geweldig. Anderson zorgde ervoor dat de band tussen hem en z’n fans ‘close’ was, hij ging en huppelde van de ene naar de andere kant, schudde handjes en maakte verschillende knievallen om de sound elan, kleur en emotie te geven. Pittig, gedreven en gevoelig.

Na de matige set van Spirals, dertien-in-een-dozijn pop, werden we net vóór de gig van Suede opgehitst door “Bodies” van de Sex Pistols, die door de boxen knalde. Op de meeslepende opener “This Hollywood Life” kronkelde Anderson als vanouds rond z’n microstatief, zette allerlei sensuele pasjes en zwaaide met de armen; de lichaamstaal onderhield de band met z’n publiek. En dat was nu nét die gevatte pose en uitstraling die ‘em vroeger deed … en nu nog steeds … Vooraan probeerde men hun idool, hun halfgod te voelen, te ruiken en aan te raken. Qua vocals had hij niks ingeboet. De helder indringende vocals vormden de kapstok, zoals we al eerder hoorden op de Post-Suede projecten.
Een gemotiveerde band, een directe aanpak en een strak tempo dus, die we verder hoorden op “She”, “Trash” en “Filmstar”, die de T-Rex glamrock niet schuwde. Jawel, ze hielden er de vaart in op deze songs en op de classics “Animal nitrate” en “We are the pigs” deden ze hun instrumenten afzien. Halverwege de set hoorden we de fijne subtiliteit van “By the sea”, ingetogen, rustig en pakkend, bepaald door een pianotune. Een glimp naar het latere materiaal was er met “Can’t get enough” en “Everything will flow”, die een intens broeierige draai kregen. Ook de minder gekende “To the birds” en “Killing of a flashboy” ( beiden b-kantjes) waren boeiend.
Stemmingen werden afgewisseld, met de typische Suede kenmerken als weleer, intens opbouwende rock, een gepaste galm en pathos, een overtuigende, gepassioneerde stem en emotionaliteit uitstralen, zonder in bombast te vervallen; “The asphalt world”, “Metal Mickey”, “The wild ones” en “The new generation” volgden.
“Love comes over Brussels” prevelde Anderson, inderdaad, iedereen haalde z’n hartje op het besluitende “The beautiful ones”, waarvan het refrein luidkeels werd meegezongen.
”We don’t usually play encores”, maar met plezier maakten ze een uitzondering tijdens de reünie, het kitscherige, ingetogen “Saturday night” bracht de elementen samenhorigheid,
hart - breken & -verwarmen samen. Het publiek genoot ervan en kon een laatste maal de hand reiken aan hun halfgod van de ‘90s Brett Anderson.

Ok, Suede mocht nog een paar classics spelen hoor, als “The drowners”, “Electricity”, “She’s in fashion” en “Positivity”, maar tevreden keerden we alvast naar huis van een band die hier speelde als in de topdagen, die we op hun hoogtepunt zagen in de Hallen Van Schaarbeek en zagen afsluiten in de AB. Wat een time-out kan opleveren, nietwaar …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation 

Pagina 794 van 963