Botanique, Brussel - concertenreeks

Botanique, Brussel - concertenreeks 2026Stoned Jesus, Wheel, woensdag 1 april 2026, Orangerie, 20h Oliver Symons, zaterdag 4 april 2026, Witloof Bar, 20h Koma, woensdag 8 april 2026, Rotonde, 20h Son Little, vrijdag 10 april 2026, Orangerie, 20h Chalk,…

logo_musiczine_nl

Trix, Antwerpen - events

Trix, Antwerpen - events - 01 april: Dirty sound magnet - 01 april: Minding dolls, Stryke, Gloom - 02 april: Nova Twins - 02 april: Hifive: Lefty Parker - 02 april: Spoor series: Caroline De Meyer, Dennis Tyfus - 03 april: Deathcrash - 04 + 05 april: Samhain…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_05
Hooverphonic

Crossing Border Festival 2010 – Een vervaarlijke combinatie van literatuur, muziek en drank

Voor de finaledag van de tweede editie van het Belgische luik van het Crossing Border Festival diende de Antwerpse Arenbergschouwburg opnieuw als locatie en omkadering. Maar in tegenstelling tot vorig jaar hing nu geen bordje met opschrift ‘Uitverkocht’ aan de deur. Eén van de redenen is wellicht dat de organisatie dit jaar niet de grote muzikale hypes van het moment heeft kunnen strikken (in 2009 prijkten op de affiche onder meer Mumford & Sons die met hun ‘Little Lion Man’ op de radio brokken maakte en de alternatieve superformatie Monsters of Folk die een exclusief concert kwamen geven).

Maar om het op zijn Cruijffiaans uit te drukken: “Ieder nadeel heb zijn voordeel”. Aldus kon men gemakkelijker van de ene naar de andere zaal gaan zonder te moeten vrezen voor gesloten deuren te komen staan. Ook de rijen wachtende aan de bar of bij de eetkraampjes waren dit jaar opmerkelijk korter. En misschien nog het belangrijkste: zonder de nieuwste muzikale snoepjes van de maand te programmeren, was men er toch in geslaagd het publiek een bijzonder interessant programma voor te schotelen.

Dit jaar hadden de recensenten van Musiczine zich voorgenomen om eens wat meer tijd door te brengen bij de schrijvers, dichters en vertellers, alsook bij de minder gekende bands. Een literaire en muzikale ontdekkingstocht diende zich dus aan met alle risico’s van dien. Want zoals op een festival als Pukkelpop werd men vaak  verplicht te kiezen tussen een drietal optredens of interviews en was de kans niet ondenkbeeldig dat men nu net dé ontdekking van het festival misliep.

De avond begon voor ons in The Hideout, bij John Cooper Clarke (***). Deze punkpoëet uit Salford (Manchester) kwam aan het einde van de jaren ‘70 samen op met de punkbands uit die streek en deed met zijn spoken word performances dikwijls het voorprogramma van onder meer Buzzcocks, The Fall, Joy Division en Siouxsie & the Banshees. De man, 61 ondertussen, heeft nog altijd zijn vogelnestkapsel en brengt vandaag iets tussen poëzie en stand up comedy (“If Jesus was a Jew, how come he had a Spanish Name?”).
Clarke was niet altijd duidelijk te verstaan, vond zichzelf bijzonder grappig maar overtuigde toch door zijn performance en flow die wel iets van de Beat poets had. Afsluiten deed hij natuurlijk met ‘Evidently Chickentown’. Hierbij een fragmentje omdat het zo goed blijft:
“the bloody pies are bloody old
the bloody chips are bloody cold
the bloody beer is bloody flat
the bloody flats have bloody rats
the bloody clocks are bloody wrong
the bloody days are bloody long
it bloody gets you bloody down
evidently chicken town”.

Snel over naar de Zona Rosa, of de grote zaal, en naar Red Eyed Fly waar respectievelijk Villagers en Field Music acte de présence gaven.
Afgelopen zomer stond de Ierse band Villagers (****) ook op Pukkelpop maar daar hebben we ze jammer genoeg gemist. Villagers met als spilfiguur zanger-liedjesschrijver Conor O’Brien brachten dit jaar hun debuut ‘Becoming a Jackall’ uit en sleepten ook een nominatie in de wacht voor de Mercury Prize, en dit in het gezelschap van bands zoals The XX, Foals en Mumford & Sons. O’Brien vertoont een totaal gebrek aan rock ’n roll attitude (in plaats van leren jack of strakke pak staat hij gewoon in zijn doordeweekse pullover te rocken) maar deze man heeft dat ook niet nodig als je songs hebt zoals “Becoming a jackall” en een stem die lichtjes naar Feargal Sharkey neigt. De band van O’Brien was heel sterk en het publiek gaf dan ook een oververdiend luid applaus na de korte set van dit Ierse vijftal.

Field Music (***1/2) uit het Britse Sunderland bestaat onder meer uit de broertjes David en Peter Brewis (deze laatste nog ooit actief bij The Futureheads). Ligt het aan het amalgaam aan stijlen of het feit dat ze een echte radiohit ontberen, feit is dat op de meeste radiozenders deze groep links gelaten wordt (met uitzondering misschien van het bijzonder sporadisch gedraaide “Them That Do Nothing”). Volledig ten onrechte want hun recentste derde plaat (‘Field Music (Measure’) – een dubbelaar trouwens - is opnieuw bijzonder goed en bulkt van de inspiratievolle, gevarieerde songs. We waren dan ook bijzonder opgetogen dat we Field Music live aan het werk konden zien en ontgoochelen deden ze totaal niet.
Opener “Give It Lose It Take It” zette de toon voor de rest van de set: aan tempowisselingen geen gebrek. “Effortlessly” bevond zich in het straatje van The Posies om naar het einde toe stevig uit te halen. “See You Later” begon erg zachtjes met een piano-intro en een sloom gitaarlijntje om geleidelijk aan expressief uit te monden in een strak gebald progrocknummer. Hoogtepunten waren het reeds vermelde “Them That Do Nothing”, met een combinatie van pop en blues, en “Share The Words”.
Er waren nagenoeg geen bindteksten omdat de groep de voorziene speelduur van 45 minuten te kort vond en ze de muziek wilde laten primeren. Verstandige keuze en een mooi concert als resultaat.

Na een bezoekje aan de bar was het tijd voor DBC Pierre (****). Deze Australische schrijver vertelde hoe hij opgroeide in Mexico als rijkeluiszoontje die allerlei kattenkwaad uitstak maar aan lagerwal geraakte toen zijn vader ziek werd en de familie al hun geld verloor door een bankennationalisatie. Peter Finlay (Dirty but Clean Pierre is zijn schrijversnaam) vluchtte toen naar de USA met als enige bezit dollars die zijn meid in de zomen van zijn leren jekker ingenaaid had en verloor zich daar in drugs en gokverslaving. Al deze ervaringen gebruikt Pierre in zijn werk, want zegt hij: “Je schrijft best over wat je het best kent, ook al zijn mijn boeken niet autobiografisch”.
In 2003 werd zijn debuut ‘Vernon God Little’ bekroond met de Booker prize. ‘Vernon God Little’ gaat over een jonge knaap die ten onrechte van een school shooting à la Columbine beschuldigd wordt. Eigenlijk is dit boek een satire op de nefaste invloed van de massamedia en hoe ze buiten de rechtszaal het proces in de dorpstraat voeren.
Pierre’s nieuwste, ‘Lichten uit in wonderland’, heeft als hoofdpersonage een anti-globalist die met een zak cocaïne en het geld van zijn anti-globalistische actiegroep op een hedonistische tocht trekt over Japan en sterrenrestaurants naar Berlijn. Pierre vertelde zondagavond dat dit boek gaat over het failliet van alle ideologieen, het kapitalisme in het bijzonder.

In de grote zaal van de Arenbergschouwburg las op dat moment schrijver, (Gentse) (stads)dichter en theatermaker Peter Verhelst (****) voor uit eigen werk en toonde via rake, prachtig omschrijvende en tot de verbeelding sprekende passages moeiteloos aan dat het programmaboekje van Crossing Border geen woord verkeerd had geschreven door te stellen dat Verhelst vooral wordt geprezen om ‘zinnelijk, poëtisch taalgebruik en bijzonder gevoel voor ritme en klank’.

In diezelfde zaal zagen we aansluitend het Amerikaanse, uit Minnesota afkomstige Low (****) een van dé concerten van de namiddag en avond geven.
Opgericht in 1993 hebben ze zich via acht studioalbums opgewerkt tot een van de voornaamste groepen binnen de zogenaamde ‘slowcore’ scene (trage tempo’s in combinatie met minimalistische arrangementen). In afwachting van nieuw werk volgend jaar werd nu een eigenzinnige terugblik geboden op hun volledige carrière.
Het Mormoonse echtpaar Alan Sparhawk (zang en gitaar) en Mimi Parker (drums, pauken en zang) worden sinds twee jaar bijgestaan door bassist Steve Garrington die het vertrek van Matt Livingston opving.
Hoe traag de songs ook gespeeld werden, nooit sloeg de verveling toe. Integendeel, door de dreigende en opbouwende structuur hielden ze het publiek bij het nekvel vast. Mindere passages hebben we zondag niet gehoord maar onze top 3 was het onverwoestbare “Monkey”, “Canada” en de opener van de set “Lordy” dat door de soberheid op een meer pakkende wijze werd gebracht dan op de EP ‘In The Fishtank’ uit 2001 (een samenwerking overigens met Dirty Three). Ook de nummers waarop Parker meezong en secuur via pauken de nummers extra pakkend en dreigend maakte, zoals bijvoorbeeld tijdens “Silver Rider”, leidden tot kippenvelmomenten.
Wij zijn al jaren fan en dat kan ook gezegd worden van Robert Plant want op zijn meest recente soloplaat ‘Band Of Joy’ covert hij niet minder dan twee nummers van dit trio, namelijk de zonet vermelde “Silver Rider” en “Monkey”.

Nauwelijks bekomen, trokken we naar de reeds aangevangen set van het uit het Engelse Sussex afkomstige Smoke Fairies (****). In dit jonge groepje staan Katherine James en Jessica Davies centraal. Vooral hun prachtige samenzang in combinatie met een naar oude folk (en deels ook blues) verwijzende instrumentatie (door middel van onder meer drums, gitaar, bas en viool) werkt overtuigend en verklaart waarom zij over het kanaal omarmd worden door de muziekpers. Hun d
ebuutplaat ‘Through Low Light And Trees’ mag rekenen op erg positieve recensies en ook in Antwerpen konden nummers als “Erie Lackawanna”, “Summer Fades” en “Hotel Room” op algemene goedkeuring van het publiek rekenen. Etherische schoonheid maar met aardse voedingsbodem.

Ganglians (**), een viertal uit Sacramento, Californië, vallen te situeren tussen Vampire Weekend en Tame Impala, psychedelica met Afrikaanse invloeden en tonnen reverb. De songs konden ons niet volledig overtuigen. Ze kwamen nooit volledig van de grond en nodigen eerder uit tot rustig hoofdknikken. En dat verwacht men niet echt van een psychedelische band.

Kisses (***) betreft een trio uit Los Angeles maar kon perfect doorgaan voor een Scandinavische band à la Peter, Bjorn & John, We’re From Barcelona of The Whitest Boy Alive. Net als die bands koppelen ze perfecte popmelodieën aan vrolijke dancebeats. Vrolijk maar bij momenten ietwat te onschuldig.

De Nederlander Ronald Snijders (****) deed zijn naam als verspreider van het absurdisme alle eer aan en las bijzonder expressief en met een overvloed aan mimiek voor uit zijn eigen performance ‘Verkeerde Benen’. In een mum van tijd had hij het publiek op zijn hand en was de gepaste opwarming voor de Local Natives een feit.

Toen Musiczine enkele weken terug Local Natives (***1/2) aan het werk zag in Lille, werd er in de recensie genoteerd dat de eerste vier nummers te uptempo en te hard werden afgehaspeld en dat er werd gehoopt op een herkansing op Crossing Border. Welnu de set in Antwerpen bleek aan hetzelfde euvel te lijden. De jonge Amerikaanse groep uit LA heeft van samenzang in combinatie met hoekige gitaren en stevige, hyperactieve drumpartijen haar handelsmerk gemaakt – en een vergelijking met Fleet Fowes, Grizzly Bear of Vampire Weekend is nooit veraf – maar tijdens de eerste vier nummers klonk alles te luid en diende hun folkrock die terug te vinden is op hun debuut ‘Gorilla Manor’, aan verfijning in te boeten. Ook hun cover van Talking Heads’ “Warning Sign” gaf geen enkele meerwaarde.
Maar op het moment dat men het idee kreeg dat het een afknapper van jewelste zou worden, viel alles wel in de goede plooi. Er werd onderling vlekkeloos gewisseld van instrumenten en het ging het als een sneltrein richting zinderende finale via nummers als onder meer “Wide Eyes”, “Shape Shifter”, “Airplanes” en afsluiter “Sun Hands”. Aldus mocht het voorlaatste concert van hun uitputtende tournee toch nog als geslaagd beschouwd worden en kan Local Native nu alle aandacht richten op het opnemen van de tweede – moeilijke? – plaat.

Interviewen is een moeilijke stiel. Zelfs als je interessante vragen hebt, is men  afhankelijk van de nukken van de verteller.
Soms gaat dat heel vlot, zoals bij Miguel Syjuco (***), een Filippijnse expat die honderduit vertelde over zijn boek ‘Ilustrado’, over de Filippijnse upperclass, hoe hij valse berichten op Wikipedia plaatste voor zijn boek en hoe vuile moppen in de katholieke Filippijnen dienen als uitlaatklep.
Maar er zijn ook ogenblikken dat men echter een ‘interview from hell’ krijgt. Zo beleefde de interviewster van dienst haar ‘Iwein Segers moment’ bij Michael Madsen (****), de Hollywood-acteur die we onder meer kennen van ‘Reservoir Dogs’ (Mr. Blonde) en ‘Kill Bill 2’.
Met zijn platinablonde vrouw en getooid met een cowboyhoed, was Madsen naar Antwerpen gekomen om voor te lezen uit zijn gedichtenbundel ‘American Badass’. De interviewster probeerde betekenissen te vinden in Madsen’s gedichten die er niet waren en werd dan ook op Hollywoodiaanse wijze op haar plaats gezet: “Honey, don’t start about religion or politics”. Onbedoeld grappig, net zoals de afterparty met een Madsen die samen met Sam Cutler (zie hierna) een (of wellicht meerdere?) fles(sen) Slivovitz soldaat maakte en later op de nacht met vier gebroken ribben in het ziekenhuis belandde.
Veel gemoedelijker ging het er aan toe tijdens de babbel met Sam Cutler (***1/2) zelf. In een vorig leven heeft deze 67-jarige Engelsman nog samengewerkt met onder meer Pink Floyd, Alexis Korner, Eric Clapton en Blind Faith, maar het meest zal hij herinnerd worden als tourmanager van The Rolling Stones en de Grateful Dead. Hij heeft zijn memoires te boek gesteld onder de titel ‘You Can’t Always Get What You Want’. Daarin geeft hij onder meer een authentieke blik op de woelige jaren ’60 en wat er gebeurde tijdens het gratis concert dat de Stones gaven in het Amerikaanse Altamont; een concert dat een zwarte bladzijde zou worden in bestaan van de groep omdat een  fan neergestoken werd vlak voor het podium en daarbij het leven liet. Cutler liet de groep naar Engeland ‘vluchten’ en bleef zelf in de Verenigde Staten om de zaken af te handelen. Een aangepaste en beloofde vergoeding als dank kwam er nooit en Cutler bleef berooid achter. In tegenstelling tot de Stones zelf … 
Cutler bewees in Antwerpen nog steeds een onuitputtelijk vat vol anekdotes te zijn en moest er meermaals op gewezen worden dat zijn voorziene praattijd er op zat en de groep na hem stond te popelen om te soundchecken. Maar zijn verhalen over enkele beroemde drugsdoden als zijnde
Jimi Hendrix, Janis Joplin en Brian Jones, alsook de tips hoe men een junkie kan proberen te redden bij een overdosis, wekten zoveel aandacht op dat de niet mis te verstane wenken meermaals in de wind werden geslagen; Het spektakel diende uiteindelijk kordaat maar vriendelijk stilgelegd te worden.

“It’s Only Rock ’N  Roll (But We Liked It)”. Net als Spoon (***), die in de grote zaal met glans het einde van hun toernee afsloten. Deze Texaanse indieband heeft een heel kenmerkende metalige sound en klinkt ietwat tegendraads waarbij de zang van Britt Daniel voor het tegengif zorgt. Dat deze formatie niet op grote schaal doorbreekt, kunnen we deels begrijpen want het doorgronden van de weerbarstige songs kost heel wat moeite. Niettemin vormde hun concert een mooie afsluiter in La Zona Rosa.

Om het ogenblik dat Spoon in vol ornaat aan het concerteren was, stond Ed Harcourt (****) er in een kleine ruimte (The Hideout) helemaal alleen voor. Nu ja, dat laatste is relatief te noemen. Harcourt opende solo en pianogewijs met “Lustre”, het gelijknamige nummer van zijn zopas verschenen nieuwe (vijfde) album, en met “Black Dress” (uit ‘Strangers’, 2004). Maar nadien maakte hij gebruik van diverse instrumenten zoals een akoestische (“Church Of No Religion”) en een elektrische gitaar (“
Do As I Say Not As I Do”), een banjo en trombone (“I’ve Become Misguided”) of compileerde hij ter plaatse diverse geluiden via een loop machine zodat het leek alsof er een volledige begeleidingsgroep Harcourt kwam vervoegen. We zagen in het verleden creatievellingen als Joseph Arthur en Owen Pallet zich bedienen van deze trukendoos maar ook Harcourt bracht deze oefening tot een prachtig einde. Zo liet hij ook de toeschouwers bijdragen via wolvengehuil in “Heart Of A Wolf”.
Schitterende melodieën overheersten en qua genres en sfeer was er een grote variatie, zoals bijvoorbeeld “Haywired” en “Fears Of A Father” die mooi waren in alle eenvoud versus het losgeslagen, aan Eels verwante “Undertaker Strut” (‘From Every Sphere’, 2003).
Harcourt zocht regelmatig het onmiddellijke contact op met de aanwezigen. Tijdens “Killed By The Morning Sun” ging hij zonder gebruik te maken van enige microfoon vóór het podium postvatten en helemaal op het einde van zijn set slalomde hij rustig en zingend via een oude microfoon, tussen het overwegend zittend publiek.
Harcourt werd met zijn debuutplaat ‘Here Be Monsters’ (2001) genomineerd voor de Mercury Prize en de weg richting sterrendom leek helemaal open te liggen maar toch blijkt hij in onze contreien nog een nobele onbekende te zijn. Of een knap werkstuk als ‘Lustre’ daar veel verandering zal in brengen, betwijfelen we.
In ieder geval bezorgde hij - ondanks dat het kleine podium gerelateerd aan het aantal instrumenten (te) weinig bewegingsruimte verschafte, de aan- en afkondigingen enkele opvallende blunders of tekortkomingen bevatten en Harcourt ook nog eens diende op te boksen tegen verblindende lichten (en wanneer hij vroeg om deze wat te dempen, vervolgens in gehele duisternis werd gehuld) - de tweede editie van Crossing Border een fantastische en bijwijlen beklijvende finale.
We houden nu al rekening met enige marge in onze agenda voor de volgende editie van deze aanbevelingswaardige formule.
Setlist Ed Harcourt: Lustre, Black Dress, Church Of No Religion , Do As I Say Not As I Do, Haywired, God Protect Your Soul, I’ve Become Misguided, Killed By The Morning Sun, Lachrymosity, Heart Of A Wolf, Undertaker Strut, Shadowboxing, Fears Of A Father, This One's For You, Until Tomorrow Then

Organisatie: Crossing Border ism Arenbergschouwburg, Antwerpen

Jónsi

Jonsi - ‘4 seasons in one gig’

Geschreven door


Jonsi (Jon Por Birgisson), de spil van het IJslandse Sigur Ros, plaatste even de band op non actief, en gebruikte de klanktapijten en het toegankelijke, lieflijke popwerk in een elegant schoon solo album ‘Go’; subtiele kunst en sprookjespop omarmden Jonsi vs Sigur Ros. Over de collecte klankbehangetjes van het project Riceboy Sleeps spreken we niet meteen.

Op de plaat horen we de seizoenswisselingen, die een lente - en herfstgevoel ademen, fris, aanstekelijk, vrolijk als dromerig, ingehouden, weemoedig en bij het nekvel grijpend, gevoed door dartelende melodieën, brede arrangementen, piano, flutes, violen en vibrafoon, en gedragen door mans heldere, indringende engelenstem, Engelstalig én met een eigen woordkunst gezongen.
Ook de visuals, de knappe belichting en de klederdracht (Jonsi met indianen veren!) verdienen een ‘pluim’ … ‘4 seasons in one gig’, strevend voor het natuurbehoud en de dieren in een woudlandschap. Chique wat de ontwerper van de projecties verwezenlijkte: we zagen bloeddorstige wolven, jagende uilen, lieflijke kolibries en herten, en beelden van druilerig herfstweer, vallende bladeren, onweer, winterse buien als ontluikende bloemetjes en fluitende vogels …
Jonsi beschikte over een goed op elkaar ingespeelde band om het klankentapijt en de pop te optimaliseren. Na eerdere passages in de AB en op Pukkelpop konden we terecht voor een tweedaags onderonsje met Jonsi. Het eerste concert was heel snel uitverkocht, maar ook voor het tweede concert was het KC aardig goed gevuld. Een duidelijke prestatie voor de eerste solo uitstap. Trouwens, de live registraties zullen binnenkort verschijnen.
Jonsi opende de anderhalf uur durende set met “Stars on still water, solo ingezet op akoestische gitaar, adembenemend, ijzig als hemels. De daaropvolgende songs “Hengilas”, “Iclicle sleeves” en “Kolnidur” behielden die sfeerschepping door de spaarzame, doeltreffende begeleiding, de klankkleur, de grauwe, dreigende, donkere soundscapes en de roffelende drums. Wat me deed mijmeren aan de bosspelen ’s nachts tijdens m’n chirojeugd … “Tornado” bracht de ‘Spot on Iceland’ en intrigeerde door de aanzwellende partijen en de hoog uithalende vocals. De temperatuur daalde fors onder nul en een ijzige wind blies om de oren en striemde in het aangezicht. Indrukwekkend! De dromerige, rustige “Sinking friendschip” en “Saint naieve” dreef ons naar een zorgeloze wereld. De single “Go do” was de aanzet van het lente offensief, in een hogere versnelling, een ontluikende melodie, een frisse tinteling en een dansbare injectie. Het ontspannen karakter, de forsere grooves en een sprookjes entourage zetten ze door op “Boy likidoi” en “Animal aritmetic”, waarbij de percussie op gevatte wijze meer en meer de overhand nam, zonder in te boeten aan finesse en subtiliteit.
Er werd deftig van instrument gewisseld, wat de veelzijdigheid van Jonsi’s muzikanten onderstreepte. De intieme “Piano des” en de “New piano song” plaatsten Jonsi ’s pianospel voorop, omringd door gitaar - basloops, vibrafoon, zalvende percussie, pauken en rollende kettingen; ze bouwden voorzichtig op en klonken stapsgewijs krachtiger!, gedragen door het ‘arte’ stemgeluid van Jonsi.
Een expressieve finale zorgde voor de kers op de taart. De vier seizoen ‘in one gig’ vatten ze samen op het crescendo gaande “Around us”. Je voelde sprankelende spaborreltjes in een wijwatervat op je hand …
In de bis tooide Jónsi zich met indianenveren en ging hij extravert te werk; hij voerde een regendans uit en bracht ons in een bezwerende trance door prachtversies “Stick & Stones” en vooral “Grow Till Tall” die een geweldige climax hadden. Toen de plensbui op het scherm over was, was het ook over & out met Jonsi’s set.

Op plaat drong de muzikale creativiteit van Jonsi al voldoende door, live deed hij er een duidelijke schep bovenop. Jonsi is een groots artiest en heeft op muzikaal en artistiek vlak zijn (indianen) strepen ruim verdiend. En nu de oortjes & oogjes dicht …

Ook de support, het Canadese trio van sing/songwriter Taylor Kirk, Timbre Timber intrigeerde. Aangevuld met een steelpedal speler en een violiste, reed hij een beklemmende spookhuisrit, loom, slepend, donker en onheilspellend. Hier vielen de bladeren letterlijk van de bomen en werd je verdwaasd ’s nachts achtergelaten in een groot dierenrijkbos. Taylor, het gezicht verbogen achter een monnikscape, had een huiveringwekkende praatzang, die het nauwst aan Swans (Michael Gira) en Tindersticks (Stuart Staples) leunde. De songs droegen een soort ondraaglijke pijn en waren hartverscheurend, fijngevoelig en ontroerd. Een Spotlight on Canada was hier dan ook terecht!

Organisatie: Live Nation

Mercury Rev

Mercury Rev Clear Light Ensemble - Mercury Rev blaast en beukt tot rode ballon springt

Geschreven door

Mercury Rev Clear Light Ensemble -- Crossing Border 2010
Deze zomer zagen we Mercury Rev in de in de binnentuin van het M in Leuven, en de band paste wonderwel in die kunstzinnige omgeving. Hun laatste werk, ‘Snowflake Midnight’, dateert al weer van 2008, en het ziet er sterk naar uit dat Mercury Rev nooit meer de populariteit van ‘Deserter’s Songs’ of ‘All is dream’ zal bereiken. Waar Flaming Lips voluit de kaart van de spectaculaire en commerciële liveshows uitspeelt (wel in sterk contrast met hun compromisloze albums), kiest Mercury Rev voor de artistieke ontplooiing, weg van de pop en terug naar de psychedelica van hun eerste platen ‘Yerself is steam’.

We wisten niet wat we van het project waarmee Jonathan Donahue en co vanavond naar de Arenberg gekomen waren, Mercury Rev Clear Light Ensemble, moesten verwachten. Het zou een livebegeleiding worden bij een aantal avant-garde films, maar we hadden het raden naar hoe dat ingevuld zou worden. De naam Clear Light Ensemble, suggereerde een kamerorkest, maar wie met die verwachting naar de Arenberg gekomen was, kwam bedrogen uit: vanavond zou Mercury Rev een functionele set spelen, puur ter ondersteuning van de vier kortfilms die vanavond vertoond werden. Geen zang van Jonathan Donahue dus, geen bekende nummers van Mercury Rev, het viertal speelde de hele avond in het halfduister, met de rug naar het publiek, gericht op het filmscherm, om zo goed mogelijk te anticiperen op wat er op het witte doek gebeurde. De bezetting vanavond was er een zonder drums, maar wel met gitaren, keyboards en klarinet.

Als opwarmer kregen we abstracte beelden, de muziek die Mercury Rev speelde was elektronisch en donker, en deed ons op een bepaalde manier wel aan Wolfgang Voigt’s GAS denken, de producer en labelbaas van het Keulse Kompakt label.

Le Ballon rouge (1956) is een Franse kortfilm van Albert Lamorisse, over een jongetje (de zoon van de regisseur) die een rode ballon vindt. Als spelend ontdekt de jongen dat de ballon een eigen wil heeft, en hem volgt door de Parijse wijk Menilmontant. Als de jongen naar school moet, dan wacht de ballon geduldig aan de schoolpoort tot de les gedaan is. Er volgen grappige scènes met volwassenen die de ballon proberen te grijpen, en een poëtische ontmoeting met een meisje en een blauwe ballon. Uiteindelijk worden de jongen en de rode ballon achternagezeten door een bende boefjes, en wordt de rode ballon door een katapult stukgeschoten. Dit is echter niet het einde, want van overal in de stad komen gekleurde ballonnen naar het jongetje gevlogen, en stijgt de jongen de lucht in gedragen door een bos ballonnen. Het charmante aan deze film is dat hij een stukje Parijs uit de jaren vijftig toont, die voorgoed verloren gegaan is: je ziet mannen met alpinopetten, kinderen met gebreide broeken, de eerste versies van de legendarische 2 pk-tjes. Heel herkenbaar en nog altijd sprankelend, niet te verwonderen dat deze kortfilm met een Gouden Palm in Cannes onderscheiden werd.

Lucifer Rising (1972), is een kortfilm die wellicht interessanter is om wie er aan meegewerkt heeft of als tijdsdocument van de jaren zeventig dan om de inhoud van de film. Je moet al een volledig arsenaal aan hallucinogene middelen genomen hebben om iets van dit werkstuk te maken, en wellicht zat de regisseur en de volledige filmcrew ook aan de lsd of paddo’s. De film is een onsamenhangend geheel van vulkaanerupties, Egyptische goden, hier en daar een blote tiet, druïde Stonehenge referenties en satanische rituelen. Jimmy Page en Marianne Faithfull hebben een rolletje. De componist van de oorspronkelijke soundtrack, Bobby Beausoleil, maakte deel uit van de bende van Charly Manson, en zit een levenslange gevangenisstraf uit voor een moord die hij onder invloed van Manson pleegde.

Bij beide kortfilms bracht Mercury Rev een mengeling van elektronische beats, drones en psychelische gitaarstukken, waarbij de climax van de film en de muziek nauw bij mekaar aansloten. Bij momenten had het iets van Underworld, dan was het weer Pink Floyd, of Mercury Rev zoals we het van “Senses on fire” kennen. Luid was het zeker, niet iedereen in de grote zaal van de Arenberg kon die geluidsstorm appreciëren, maar ondergetekende lustte er wel pap van.

Nive Nielsen is de eerste Groenlandse eskimozangeres die ik ooit aan het werk zag, en ik zal wel niet de enige zijn. Geen folkoristische gezangen echter, en ook geen eigenzinnige rare folk zoals we die van IJslandse bands gewend zijn. Hier stond een uitgebreide folkrockband, qua instrumentatie ergens tussen Fleet Foxes en Arcade Fire, met sterke nummers, maar de zang van Nive was soms wat dun.

Organisatie: Crossing Border (ism Arenbergschouwburg, Antwerpen)

Zornik

Zornik speelt op veilig

Geschreven door

Het Zornik van Koen Buyse is tien jaar bezig. Ze kwamen toen in de Trix (Hof ter Lo) als groentje optreden op de Humo’s Rock Rally, maar hebben intussen een status opgebouwd in ons landje: Vier platen, tientallen radiohits en niet weg te slaan van de festivalzomers; ze tekenden al voor de grootste festivals, RW & Pukkelpop. Ze haalden talrijke awards binnen en hebben drie gouden platen verkregen.
Ze namen een break na de ‘Crosses’ cd van 2007, ondanks het feit dat deze vierde cd net de meligheid en bombast had weten op te vangen met frisse, aanstekelijke en energieke rocksongs. Intussen hadden we de electropoppende Nitebytes uitstap en heeft Buyse een vaste relatie met Hanne Troonbeeckx.

2010 - Zornik is helemaal terug als kwartet. Ze zijn toe aan de vijfde cd, ‘Satisfaction kills desire’. In het herkenbare rockconcept smeult ‘80s waverock. Je krijgt de indruk dat de elektronica op het achterplan is gedrukt, maar niets is minder waar want ook al zijn er geen synths op het podium, de elektro knalt wel uit de PA versterkers. Ok, dit namen we er live
bij …!
We hoorden tijdens de maar uur durende set een soort ‘Best of’, met een glimp naar de pas verschenen plaat. Als Belgische band mochten ze gerust langer gespeeld hebben om het nieuwe materiaal een kans te geven, naast de pak herkenbare songs.
Wel is het zo dat Zornik een breed publiek weet te bereiken, zo zagen we jonge gasten als dertiger en veertigers al of niet met hun zonen & dochters. Zornik speelde op veilig en liet een geoliede indruk na; de vocalen van Buyse zijn door de jaren wat beperkter geworden. Het decor op z’n beurt was om U tegen te zeggen. De versterkers leken gekluisterd aan roosters waardoor donkere spotlights floepten. Mooi gevonden en een mooi effect!
In het begin zorgden technische problemen voor roet in het eten. Zornik wist zich te herstellen na de matige start van “I want it all”. Een Scabs beeld drong zich eerder op in het poprockende concept van songs als “Believe in me” en “It’s so unreal”, die talrijke energiestootjes opgezadeld kregen en voor de eerste ambiance zorgden. Het opbouwende “Something in the way” klonk krachtiger. Het nieuwe werk piepte even met een puike “Babylon” versie en de single “Satisfaction kills desire”, die een kleurtje kreeg door de vooraf opgenomen synths en orkestraties. Buyse was op dreef gekomen, was stemvaster en ontpopte zich als een Billie Joe Armstrong van Green Day: letterlijk een duracell konijn, waarbij het podium bijna niet groot genoeg bleek voor al z’n looppassen. Net als je dacht hier krijgen we meer van het nieuwe materiaal, schakelde de band over op de ‘Best of’, kracht bijgezet door gitaren, opzwepende drums en vuurwerkbommetjes, namelijk “The backseat”, “Walk” en “Scared of yourself”, dat eerst solo werd ingezet om dan intenser, voller en harder te klinken. Het rijtje werd nog vervolledigd met “Destination zero”, “Black hope shot down” en de bruisende en huidige Afrekening hit “The enemy”; met een uitgesponnen “Goodbye” bereikten ze het hoogtepunt: een schitterende opbouw, gepaste gitaar - drum galm en een refrein dat luidkeels werd meegezongen.

Zornik bracht geen verrassingen, waren wel een hit - boliede en tekenden voor een leuk ontspannend avondje zonder al te veel moeilijke wendingen.

Het Britse vijftal Strange Death of Liberal England zal bij de doorsnee Zornik liefhebber niet veel lichtjes hebben doen branden; het gezelschap filterde hun vroeger rammelend folkrockende sound in een subtieler gepolijst geluid, kleurrijk ondersteund en gedragen door een puike, heldere, indringende samenzang richting Arcade Fire en The Decemberists, zonder echt de punkattitude te verliezen. Ergens te situeren tussen The Clash, The men they could’t hang en The Replacements.

Organisatie: Trix, Antwerpen

Kraakpand 2010 – Kraakpand 5.2. – Vijf bands – Vijf uiteenlopende genres met Broken Glass Heroes als afsluiter

Geschreven door

Kraakpand 2010 – Kraakpand 5.2. – Vijf bands – Vijf uiteenlopende genres met Broken Glass Heroes als afsluiter

Voor Kraakpand 5.2. trokken we opnieuw naar de Handelsbeurs tin Gent, waar Dirk Blanchart terug de host van de avond was. De ervaren rot in het vak nam ook deze keer ruim de tijd om tussen de optredens door luchtige mini interviews van de artiesten af te nemen. Ook deze keer was de affiche rijkgevuld met een diversiteit aan bands van erg uiteenlopende pluimage, zo gaven volgende bands kleur aan de avond: Tineke Postma (NL), Ernst Löw (NL) & de Bloedvogels, T. Nile (CAN), Lisbee Stainton en Broken Glass Heroes. Op de tonen van “A Man With Harmonica” ( Ennio Morricone) betraden de artiesten de zaal, helemaal klaar om het beste van zichzelf te geven.

De spits werd afgebeten door Tineke Postma, de Nederlandse deerne is een begrip in de internationale jazz wereld. Ze studeerde aan het conservatorium in Amsterdam waar ze een beurs kreeg om aan de Manhattan School For Music in New York te gaan studeren. Nadat ze afstudeerde aan het conservatorium in Amsterdam is ze daar les gaan geven. Tineke bracht een speelse set met moderne jazz naar het voorbeeld van haar idolen zoals: Wayne Shorter en Miles Davis. Wij stonden vooral versteld van de verscheidenheid aan klanken en melodieën die ze uit haar saxofoon toverde, het feit dat ze geruggensteund werd door Geri Allen op piano, Scott Colley op de bas en Terri Lyne Carrington op de drums maakten het geheel helemaal compleet. Tineke Postma is met haar jazz niet meteen mijn ding maar het was zeker eens de moeite waard om naar te gaan kijken.

Met Ernst Löw hadden ze een Nederlander in huis gehaald die we nog kennen van bij Tweetakt (“Koning en de nar”); de trouwe ‘Thuis’ kijkers kunnen hem dan weer kennen van zijn rol als Arno waar hij een piano leerlaar speelde. Ernst Löw en zijn Bloedvogels brachten Nederlandstalige popsongs waarbij nummers als “Jezus” en “Kristal” aangenaam verrasten … met “Jezus”vertelden ze een absurd verhaal over een jonge kerel die koste wat het kost Jezus wil zijn; vooral de zuivere en heldere stem van zangeres Nikkie van Lierop (voormalige frontzangeres van Praga Khan) blonk hier meer dan uit. Het beste hadden ze duidelijk bewaard voor op het einde want met een eigen interpretatie van “Down By The Water” (PJ Harvey) die ze omdoopten tot “Onder Het Water”, kregen we een mooie afsluiter.

De eerste singer/songwritster van de avond kregen we in de gedaante van Tamara Nile aka T. Nile; de banjospeelster groeide op midden in de wildernis van Canada tussen een hippiefamilie. Van kleins af aan trok ze samen met haar vader door heel Canada en de Verenigde Staten. Na het uitbrengen van haar debuut album ‘At My Table’ in 2006 ging het erg snel voor haar, dit album opende vele deuren van verschillende clubs en festivals door heel Canada. Het vele spelen doorheen het hele land resulteerde in een Folk Music Award als beste aankomende artieste als beloning. Europa leerde ze in 2009 kennen met haar eerste Europese tournee waar ze vergezeld werd door Joanna Chapman Smith.
Hier vanavond in de Handelsbeurs toonde ze hoe je folk met pop moet vermengen met een misschien niet alledaagse banjo als instrument. Nummer “Something Better”een vrolijk liefdeslied kon op heel wat bijval rekenen van een enthousiast publiek…

Met Lisbee Stainton stond er een 21jarige Britse singer/songwritster op de planken die in haar thuisland al heel wat van haar liet horen. Na haar debuut album ‘Firefly’ dat in 2006 verscheen werd ze ontdekt door Tom Robinson (
programmamaker voor de BBC).
Ze speelde een akoestische set boordevol gevoelige en kwetsbare songs, op een 8 string guitar. Met “Just Like Me” kregen we een nummer met een dromerige tekst over hoe en wie ze later wil zijn; dit nummer werd gedragen door een vloeiend gitaarspel en vrolijke melodieën. Andere pareltjes waren “Rainbow”, een heel swingend nummer en “Gril On An Unmade Bed” een sober en ingetogen nummer dat tevens de titeltrack is van haar laatst verschenen album. Met Lisbee Stainton zagen wij een jonge dame aan het werk die over heel wat kwaliteiten beschikt om het nog ver te schoppen.

Muzikale duizendpoten Pascal Deweze en Tim Vanhamel hoeven we allicht niet meer voor te stellen, deze heren hebben door de jaren heen al in heel wat bands en projecten gespeeld met Sukilove en Millionaire als meest bekendste. Toen ze door een productiehuis gevraagd werden om de soundtrack van het inmiddels populaire tv programma ‘Benidorm Bastards’ te maken, beviel dit hen zo erg dat ze maar besloten om een volledig album te maken en een nieuw project op te starten die de Broken Glass Heroes als naam meekreeg.
Hun debuutalbum kwam eind augustus uit, ‘Grandchildren Of The Revolution’. Met die Broken Glass Heroes keren ze terug naar de jaren zestig, een soort sixtiespop. Als inspiratie voor hun plaat moeten ze tussen het neuzen door in hun cd-collectie op The Beach Boys gestoten zijn want de gelijkenis en invloeden zijn overduidelijk. Vanaf opener “Poor Little Rich Girl” at het publiek uit hun hand, dit gevoel versterkten ze met “Baby Don’t Worry”een nummer waarbij er lustig meegezongen werd. Afsluiten deden ze met “Let’s Not Fall Apart” het nummer dat beter bekend is als de soundtrack van Benidorm Bastards.
Voor ons was het de 3de keer Broken Glass Heroes in evenveel maanden en voor de 3de keer op een rij slaagden ze er in om met hun vrolijke zomerse sixtiespop ons met een brede glimlach naar huis te laten keren …

Organisatie: Handelsbeurs Gent

Einstürzende Neubauten

Einstürzende Neubauten – twee avonden - 3 decades – Wondermooi …

Einstürzende Neubauten bestaat dertig jaar. 3 decades, Zes uur over de twee avonden, Totaalspektakel, Uitverkocht; de die-hard fans kregen hiervoor een goedkoper combiticket, wat uitermate chique was! Blixa Bargeld en z’n kompanen onderstreepten de speciale band die ze, door de jaren heen, hadden met de AB en zetten dan ook hun beste beentje voor om de onlangs nieuw verschenen compilatie ‘Strategien against Architecture IV’ glans te geven.
Observatie van de twee avonden leerde ons het volgende:
“ Einstürzende Neubauten - een stevig en nog steeds actueel klinkend muziekspektakel in een industriële atmosfeer. Genieten van oerklanken, beats en een industrial setting : tonnen, pvc buizen, kortom een hele ijzerwinkel, creatief samengebracht tot één muzikaal geheel; explosief als intimistisch klinkend, impressief als expressief aanvoelend. Wat verwacht je anders van the older & new Blixa die de paradox niet schuwt, wiens muziekaffiniteit reikt van rock, avant garde tot werk van Sjostakovitsj. En wiens waardering uitgaat naar de klank, het geluid in z'n naakte schoonheid (of afstotelijkheid), alsook de stilte in al z'n erotiek (of ‘on’ erotiek) en het contrast (of net niet) tussen beide: sound / no sound ...” Indrukwekkend dus wat de vijftigers op gemoedelijke wijze wisten verwezenlijken …

De eerste avond was een short cut Einstürzende in de AB Box in drie stukken : ze gaven zichzelf vrij spel in een short performance en performances van de individuele EN - leden – ‘Die Körper Ohne Uns’ en ‘Beating the drums’.
The short performance was materiaal (maar vier nummers btw!) - dat ze nog maar bitter weinig op hun setlist hadden staan. Een uitzonderlijk parcours van een uur die alle elementen van hierboven samenbracht in uitmuntende, bezwerende versies voor oog en oor bestemd en vol verrassende wendingen: «Sonnenbarke» van ‘Silence is sexy’, «Seele brennt», van de collector item van ‘Yu-Gung’ medio de jaren ’80, plus de cover «Stranger in the sand» van Lee Hazlewood vulde aan. «Grundstuck», was het meest diverse en spectaculaire nummer, die ze al eens speelden tijdens hun 25st Anniversary Tour.
In dit concept koesteren we «Pelikanol» en « Perpetuum mobile», die we waarschijnlijk nooit live zullen horen …

‘Die Körper Ohne Uns’: Hier kon gitarist Jochen Arbeit even z’n ding doen met moderne dans, video, weirde knisperende elektronica, soundscapes en vervormde gitaarloops en – experimentjes. Boodschappen van treurnis & blijdschap, met een link naar de Residents was hier op z’n plaats met absurd theater!

Het derde stuk was het project van NU Unruh, ‘Beating the drums’’; overal op het podium en in de zaal werden tafels met drums en cymbalen geplaatst en iedereen werd uitgenodigd om eens lekker & naar hartelust met de gekregen drumsticks erop te slaan; chaos - uit de maat en op maat, door de tunes van enkele trance aanzwellende instrumentale soundscapes en electrobeats. Genot en frustratie kenden de vrije loop op de bezwerende ritmes. Een uurtje interactief spektakel op z’n Safri Duo’s “Played a live gogo”, z’n Liars’ “Let the drums speak” en het straatspektakel van Les Tambours du Bronx.

De tweede avond was een reguliere Einstürzende Neubauten show , nou ja ’t is te zien hoe je het wil interpreteren, maar hier heb je visueel spektakel gecombineerd met stahlwerk (staven, staalplaten, buizen, wielschijven), allerhande percussie materiaal (van plastic, pvc buizen, veren, tonnen, blikken, bekers, belletjes, glas, slangen van compressoren en andere ‘garbage materiaal) en de traditionele instrumenten, die wel uit de bocht gingen, gedragen door de Duits/Engelse fluister -, krijsende gil/ praatzang van Blixa.
Termen als chaos, melodie, kabaal, schoonheid, toegankelijkheid, experiment , creativiteit, spitsvondigheid en klasse zijn hier op hun plaats. Geluid, oerklanken, avantgarde, industrial, pop en rock die zalvend, zacht, sfeervol, gebald, krachtig, dansbaar en explosief klonken, gaan hier samen.
Daarnaast werd traditietrouw de gig opgenomen en kon je iets na het optreden de USB aankopen als herinnering van 30 jaar Neubauten.
Elke song had z’n eigen structuur en verhaal. Hoe ze het op het podium uitvoerden, was steevast de moeite. Duidelijk was dat de songs een intrigerende en mooie opbouw hadden, vervat van een dosis experiment. Verbluffend en indrukwekkend hoe de staalpercussionisten NU Unruh, Rudolf Moser, gitarist Jochen Arbeit, bassist Alexander Häcke en de toetsenist met de instrumenten konden omspringen. De (krijsende) zegzang, soms hoog uithalend, van Blixa gaf dan nog een extra tintje.

De klemtoon van de set focuste zich vanaf de cd ‘Tabula rasa’ (’93). De toegankelijke melodieën en zalvende beats puilden uit van creativiteit, avontuur, subtiliteit, finesse en de praatbabbels van Blixa. Al meteen kregen we enkele uitgebreide versies te horen van “Befindlichkeit des landes” (‘Silence is sexy’), “Die interimslieben” (‘Tabula rasa’) en uit de recente plaat ‘Alles wieder offen’ (uit 2007), “Von wegen” en “Unvollständigkeit”, die een closing final hadden door metalen buizen en glaswerk uit een laadbak te laten vallen. We kwamen even op adem en konden wegdromen op een ingetogen, donker, sfeervol pakkende “Nagorny karabach” van dezelfde plaat en “Dead friends around the corner” uit ‘Perpetuum mobile’.
We konden ons ‘nostalgisch’ hartje ophalen met oudjes “Installation” en “Jeder satz mit ihr halt nach (rampe)”; verbaasd en met wijdopen mond stonden we te genieten, te kijken en te luisteren naar de repeterende aanzwellende ritmes en de explosieve stootjes. Opnieuw werd recent materiaal aangehaald met “Ich hatte ein wort” en “Let’s do it dada”, die een zalvende melodie en industrial wave tint hadden, durfden te ontsporen, en waarop creatief omgegaan werd met staalpercussie en een vinylplaat. Verbluffend crimineel gedaan!
Een snedige “Haus der Luëge”, een gevoelige “Sabrina (I wish this could be your colour)” volgden. “Susej”, al van in de beginjaren ‘80 in de gedachtespinsels van Blixa, maar pas recent vaste vorm gekregen, besloot de set. Hier grapte hij over een jonge vs oude vs nieuwe Bargeld …. Na een kleine pauze volgde nog een uitgesponnen bis ronde van bijna een uur. De kers op de taart was een staalharde versie van “Headcleaner”, die ontaarde in noisegolven; een glansrol was weggelegd voor Häcke, die uit de kabel van z’n bas allerhande dreunende geluiden haalde, en daaropvolgende z’n bas pijnigde.
Tot slot hadden we nog het erotiserende “Silence is sexy”, met de niet weg-te-slane postcoïtale sigaret, die enkele vrouwen op de eerste rij naar een hoogtepunt bracht … Op de opbouwende songs “Youme & Meyou” en “redukt” vloeiden staalpercussie en orkestraties samen. En de link met klassiek schuilde om de hoek in het wonderschone “Total eclipse of the sun”, die na ruim 2 ½ uur de ‘last decade’ van Einstürzende Neubauten besloot.

Kijk, Einstürzende Neubauten is een invloedrijke band, is z’n naam meer dan waardig en is de band voor wie graag slalomt tussen avantgarde en toegankelijkheid, én geluid, lawaai tot schoonheid en kunst verheft …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Devildriver

Bevrijd van alle demonen na een krachtig exorcisme door DevilDriver

Geschreven door

De Vk* had vrijdag de eer om het Californische DevilDriver te verwelkomen. Ze stonden al enkele jaren op Graspop en nu was Sint-Jans Molenbeek aan de beurt om de groep rond Dez Fafara (ex-Coal Chamber) live aan het werk te zien. De avondklok werd ingesteld.

Eerst kregen we nog 2 guests voorgeschoteld: het tevens uit Californië afkomstige Vengince bracht een experimentele mix van metal, hardcore en Bay Area thrash overgoten met een electronisch sausje, terwijl het vanuit Londen opererende maar oorspronkelijk vanuit Gibraltar afkomstige Breed 77 (dat we vroeger al eens mochten aanschouwen als support act voor Prong) nog een stapje verder gaat door nog vlagen flamenco aan hun alternatieve metal te durven toevoegen.
Beiden kregen een groot halfuur om het publiek op te warmen en aan de temperatuur van de – ook qua akoestiek schitterende – zaal te voelen, slaagden ze met glans.

Rond 22h00 was het de beurt aan support 36 Crazyfists om het kwik in de thermometer nog een beetje de hoogte in te jagen, wat voor deze Canadezen, afkomstig uit het berenkoude Alaska een welkome afwisseling was. Met al 6 albums achter de kiezen zijn de mannen van 36 Crazyfists reeds ouwe rotten in het vak. In 1994 opgericht brachten ze in hun begindagen een soort nu-metal in navolging van deze opgekomen muziekstroming in de VS. Later schakelden ze over op metalcore en post-hardcore. En het was in die stijl dat we van bij de start van de set rake klappen rond onze oren kregen.
Zanger Brock Lindow had zijn naam niet gestolen: één brok energie in de vorm van een reus van 2 meter (hetzelfde petje op als AC/DC-frontman Brian Johnson) die de longen uit zijn lijf schreeuwde en onophoudelijk alle hoeken van het podium opzocht. Ook het publiek was opgehitst en de eerste molenwiekende armen, gevolgd door kicks ter hoogte van het hoofd werden gesignaleerd in de moshpit. De agressie was af te lezen van de personen die zich in dit tumult durfden begeven en het overgrote deel van het publiek werd noodgedwongen richting zijkanten van de zaal gestuwd. Dat er geen gewonden vielen, blijft een raadsel. De Canadezen kregen een uur de tijd om het publiek op boiling point temperatuur te brengen en slaagden daar met verve in.

De exorcisten van DevilDriver namen om 23h15 het podium van de Vk* in beslag. Een directe kopstoot “I Could care less” zou het begin worden van een groot uur duiveluitdrijving. De groep ontstond in 2002, nadat Dez Fafara genoeg had van de ingeslagen weg met Coal Chamber en besloot om uit deze groep te stappen na een ontmoeting met de andere bandleden op één of andere typische Californische BBQ. En dat er een groep op het podium stond, was al van bij de aanvang van de set duidelijk: de twee gitaristen Mike Spreitzer en Jeff Kendrick pijnigden hun gitaren alsof het slachtoffers waren in Guantanamo Bay en de ritmesectie Jon Miller (bas) en John Boecklin (drums) waren één brok graniet die deze groove metal ondersteunden.
Dez Fafara ging tekeer alsof hij dringend zelf een duiveluitdrijving nodig had. Zijn lange haar vloog alle kanten op en nu en dan zagen we een staaltje windmilling of circle headbanging om U tegen te zeggen. Aan beweging op het podium geen gebrek en ook in het publiek was er geen seconde tijd om rustig dit tafereel te aanschouwen.
Tweede hoogtepunt was “Forgiveness is a 6 gun” dat met de snelheid en de kracht van een machinegeweer in het publiek werd afgeschoten. Fafara is de ideale frontman om er nog een schepje bovenop te doen en het publiek op te hitsen naar ongekende hoogtes. Geen ellenlange bindteksten maar kort en krachtige vragen aan het publiek of ze het naar hun zin hadden, etc. Hierdoor bleef de ganse set doordenderen als een ‘TGV on speed’, waarbij DevilDriver gretig putte uit hun 4 reeds uitgebrachte albums: ‘Devildriver’ (2003), ‘The Fury of our Maker’s hand’ (2005), ‘The last kind words’ (2007) en ‘Pray for the villains’ (2009). En die TGV nam bruusk halt kort na middernacht met de krachtige encore “These fighting words”.

De avondklokaan de Vk* kon opgegeven worden. De demonen waren uitgedreven en de kalmte keerde terug over het talrijk opgekomen publiek. Mission accomplished! Het is ongeduldig wachten op het nieuwe album ‘Beast’ waarvan de release voorzien is begin 2011. Dit wordt zeker terug een beestig album van het beestige Devildriver!

Setlist DevilDriver
[1] I could care less [2] Hold back the day [3] Pray for villains [4] Head intot headache (let ‘em rot [5] Clouds over California [6] Fate stepped in [7] Forgiveness is a 6 gun [8] Not all who wander are lost [9] It’s in the cards [10] Nothing’s wrong [11] Impending disaster [12] End of the line [13] Meet the wretched // [encore] These fighting words

Organisatie: Vk*, Sint-Jans Molenbeek

Anne Clark

Anne Clark geeft glans aan de vervlogen ‘80s wavegolf …

Geschreven door

Binnen de ‘80s wave en Belpop kunnen we niet omheen een Anne Clark en Luna Twist, iconen waar we al fan van waren in onze tienerjaren. De Amusez-Vous organisatie wist beiden te strikken op 1 avond … En met gerust hart kunnen we zeggen, na de twee concerten hadden we er een gevoel van overgehouden én blijven we fan!

De Belgische waverock van Luna Twist rond Alain Tant en Dirk Blanchart, heeft amper 2 jaar bestaan maar bracht enkele memorabele songs uit. Om 20h30 begonnen zij aan hun gig. Tja, Alain Tant heeft de oude trucs nog niet verleerd, want als een slangenmens bewoog hij zich op het podium. Blanchart en de drie andere muzikanten genoten zichtbaar van de respons, het was de kick voor een snedig setje … Ze gaven alvast het beste van zichzelf. We werden moeiteloos meegezogen in de muzikale golf van de bekende “Decent Life”, “Look out (you’re falling in love again)” en de classic ”African time”, die de set besloot. Ook de minder bekende songs als “Oh,Oh,Oh” , ”So danceable”, ”Backbeat” en “Life during wartime”, een cover van Talking Heads, werden gesmaakt. Het mocht zeker ‘meer van dat zijn’. De ouwe muzikale grijze ratten speelden een uur, maar waren lang nog niet versleten! 28 jaar was het geleden dat ze hier hadden geconcerteerd, maar ze bewezen op scherp te staan!

Voor de doorsnee wave liefhebber kwam om 22h00 hun Queen dichteres aandraven, Anne Clark. De reeds 50-jarige Anne zag er nog altijd heel bekoorlijk uit. Ze had zich omringd met 5 enthousiaste muzikanten (cellist, gitarist, drummer en 2 keyboardspelers). Ook zij heeft hier nog in een ver verleden opgetreden (27 jaar terug!).
Het concert begon een beetje in mineur met microproblemen tijdens het eerste nummer. Toen de problemen opgelost waren, hoorden we de fantastische stem van Anne die nog niets in kracht en timbre had ingeboet.
Ze betoverde de zaal met haar bezwerende, dikterende praatzang. Het rustige materiaal werd af en toe verstoord door het geroezemoes, alsof men aftelde naar haar grootste klassiekers. Toen ze echter afsloot met “Our Darkness” was alle aandacht er, en veranderde de zaal in één dansende, pogoënde massa. Toen “Sleeper in Metropolis” volgde in de bis, kon iedereen tevreden naar huis.
De bijna twee uur durende show was misschien iets teveel, toch overtuigde deze grootse, kleine dame met een zeer geslaagd (her) optreden in Gent

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Amusez-Vous 

Plan B

Plan B –wordt toegevoegd bij de huidige soulrage …

Geschreven door

Plan B is het alter ego van muzikant en acteur Benjamin Drew die eerder onopvallend in 2006 al een rapalbum maakte. De opvolger ‘The defamation of Strickland Banks’ haakt in op de huidige soulrage. De nieuwe Britse rapper/sing/songwriter brengt Motownsoul, sixtiesfunk, rock en hiphop samen, soms aangevuld met brede orkestraties en bepaald door een zoetgevooisde, zalvende zangstem en een rauw Brits ‘East-End’ accent, wat hem refereert aan Mike Skinner van The Streets. Hij debuteerde met de singles “She said” en “Prayer” en kreeg al hoge noteringen in de Engelse charts. Hij wordt nu ook met mondjesmaat binnengehaald in ons landje.
De muziek klinkt half zwart, half blank …‘Blue eyed soul’ noemt zoiets ... De plaat vertelt het fictieve verhaal van soulzanger Strickland Banks die, na aanvankelijk succes, ten onrechte in de bak belandt. Er komt hieromtrent nog een gelijknamige film.
Hartverscheurende en trefzekere soulpop met een voorliefde aan Smokey Robinson, Michael Jackson, Charles & Eddie, Terence Trent d’Arby, Eminen, The Streets en de huidige vrouwelijke soul van Amy Winehouse en Duffy.

De soul rockende sensatie Plan B houdt halt in de AB, maar moest het met een matige belangstelling doen in de Splendid in Lille.
Eerst werden we opgewarmd door een beatboxer die erin slaagde een resem instrumenten na te bootsen; opmerkelijk en intrigerend waren de vioolpartijen hierin; dan slingerden een paar explosievere klanken en beats van een paar clubdancehits ons om de oren. In geen mum van tijd had hij het publiek naar zijn hand …
Drew alias Plan B kwam, mooi uitgedost, met een heuse begeleidingsband van synths, gitaar, bas, drums en twee uit de kluiten gewassen zwarte ‘twin’ backing vocalistes het podium gewandeld.
Laat ons eerlijk zijn, niet elk nummer was boeiend, maar hij wist een klein uur lang overwegend aanstekelijke, smakelijke en gedegen soul en hiphop ineen te knutselen, en steeds waren er de overgangen van zang naar rap en weer terug. Hij schuifelde praktisch aanhoudend zijdelings op het podium.
Plan B ging van start met de sfeervolle “Writings on the wall” en “Free”, gekenmerkt van een lichte swing. Het frisse “Praying” volgde al snel en was het eerste uptempo nummer. Vóór het krachtiger klonk en de soulrock het voortouw nam, hadden we de loungy, dromerige, licht heupwiegende “Welcome 2 hell” en “Love goes down”, ideale candlelightsongs met Valentijn, die breder georkestreerd werden.
Onmiskenbaar kwam het rapverleden van de man naar boven op “The recluse”, “Every rule” en “Coming up easy”, die aan elkaar geregen waren.
Leuk allemaal, maar zoals eerder gezegd, wist niet elke song binnen de stijl te raken. De soulpopgroove intrigeerde op het afsluitende ”She said”, Plan B’s nummer one hit, die door vingertics en handclaps elan kreeg.
In de bis volgde een soulmedley van Bill Withers’ “Somebody to lean on” en “Ain’t no sunshine”, Ben E Kings “Stand by me” en “My girl” van The Temptations.
Het werd nog heter; een partycocktail volgde door beatbox, raps en gespeelde rhymes waaronder een “Alors on danse”. De leden ging zelf even uit hun dak, pogoëden en duwden tegen elkaar op een stampende “Stay too long” uit de eigen stal.

Plan B gaf een leuk concert, maar of het een blijvertje zal zijn, is een andere zaak … Intussen kan er nog een artiest worden toegevoegd bij de huidige soulrage …

Organisatie: Agauchedelalune, Lille (ikv Ground Zero Festival)

Monster Magnet

Monster Magnet: de terugkeer van het goddelijke monster

Geschreven door

Een mens heeft tegenwoordig mogelijkheden te over om zijn of haar geest te verruimen. Afgelopen woensdag kozen we eens niet voor een goed boek maar wel voor een avondje Monster Magnet. Wie zich verdiept in het oeuvre van deze Amerikaanse zware jongens komt immers al gauw op een andere planeet terecht waar niets is wat het lijkt en je van de ene in de andere hallucinatie verzeilt raakt. Bovendien lijkt de typische sound van de band wel voor eeuwig en altijd geassocieerd met de beruchte slik-, spuit- en snuifexploten van frontman en opper spacelord Dave Wyndorf die het aantal net-niet-fatale overdosissen en ‘near death experiences’ al lang niet meer op één hand kan tellen.
Ook op muzikaal gebied moet zoiets onvermijdelijk zijn tol gaan eisen. Terwijl hun live shows ongeëvenaard blijven hinkt Monster Magnet’s jongste album materiaal stevig achterop en zijn de memorabele stonerriffs van weleer toch wat ver te zoeken.
Na Wyndorf’s zoveelste afkickavontuur is er nu het nieuwe en verrassend sterke ‘Mastermind’ waarop de groep uit zijn eigen as verrezen lijkt. De groep kreeg dan ook moeiteloos de Gentse Handelsbeurs uitverkocht waar het anders zo nette stadspubliek plaats moest ruimen voor zwart leder, lang haar en sloten bier.

De bescheiden heropstanding van Monster Magnet was op de planken van de Handelsbeurs vooral te merken aan de kleine details. Wyndorf ziet er bij aanvang fris en monter uit, en neemt opvallend uitgebreid de tijd om zijn fans te begroeten alvorens de eerste noot gespeeld is. Terwijl een Monster Magnet optreden gewoontegetrouw start met een sonic bang van jewelste kondigt Wyndorf schijnbaar verontschuldigend aan dat het eerste nummer gewoon heel rustig zal beginnen om daarna alleen maar crescendo te gaan.
Met het bijna 20 jaar oude “Nod Scene” houdt de groep woord: een lichtvoetig psychedelisch nummer dat eindigt in een ongenadig gitaargevecht tussen Wyndorf en diens gitaristen Phil Caivano en Garrett Sweeny. Deze laatste is trouwens Monster Magnet’s jongste aanwinst nadat sterkhouder Ed Mundell vlak na de opnames van het nieuwe album plots zijn biezen pakte om een solo carrière te ambiëren.
Mundell wordt live echter niet gemist: het heerlijk brutale “Tractor” lonkt nog steeds naar het beste van Motörhead, en met “Dopes To Infinity” uit het gelijknamige doorbraakopus van midden jaren ’90 wordt al vroeg het kookpunt een eerste keer bereikt.
Met gepaste trots eiste Wyndorf ook wat aandacht op voor Monster Magnet’s jongste album. Veel drang om te vernieuwen valt er op deze nieuwe worp niet te bespeuren, gretigheid om hun vroegere niveau te benaderen des te meer. Met nieuwe nummers als de epische stonerrock sleper “Hallucination Bomb” en het lang uitgesponnen “Dig That Hole” vindt de groep dan ook moeiteloos aansluiting bij de topplaten ‘Superjudge’ (’93) en ‘Dopes To Infinity’ (’95). Uit die platen worden met respectievelijk “Dinosaur Vacuum” en “Look To Your Orb For The Warning” twee uit graniet opgetrokken spacerockers opgediept die het publiek langzaam maar zeker in ademnood brengen.
Wyndorf heeft van dat laatste alleszins geen last; als een onbezonnen jonkie met een nog intact paar trommelvliezen keert hij zijn versterker net niet binnenste buiten terwijl zijn makkers het strakke tempo erin houden. Met “Spacelord”, de enige Monster Magnet single die er ooit echt in slaagde om de mainstream te bereiken, gaat het dak van de Handelsbeurs er uiteindelijk volledig af. Alhoewel meer meezingpop dan stonerrock lijkt dit anthem niet kapot te krijgen, en is het voor de groep keer op keer zichtbaar genieten. Het optreden was toen eigenlijk al af, maar toch hoopte iedereen stiekem op meer.

Veel tijd om een jointje op te steken gunde Wyndorf zichzelf echter niet. Na een korte adempauze hadden hij en zijn kompanen nog een viertal uppercuts in petto met de huidige single “Gods And Punks” en het eveneens nieuwe “Bored With Sorcery” voorop. Met de snedige slotakkoorden “Crop Circle” en “Powertrip” ging de zaaltemperatuur nog één keer pijlsnel de hoogte in. Met deze anderhalf uur durende powertrip bewezen Wyndorf & co op verbluffende wijze dat het goddelijke monster in Monster Magnet eindelijk terug is van eventjes weggeweest. Of hoe lelijke muziek toch zo mooi kan zijn...

Organisatie: Democrazy,Gent (ism Handelsbeurs)

Pagina 796 van 963