logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
Suede 12-03-26

The Black String Theory

The Black String Theory – EP

Geschreven door

We hebben het al vaker gehoord maar het is nu eenmaal zo dat je het boek niet op de kaft moet beoordelen, en dat is in het geval van deze bende uit Los Angeles nog maar eens uitvoerig bewezen. De treurige foto laat je één of ander intiem post-rockgeluid vermoeden maar eens het EPtje in de lader verdwijnt worden we overspoeld met pompeuze indierock die zijn roots vindt in het vroeger werk van Radiohead, Muse of mits wat goede wil Jeff Buckley.
Zanger en duiveltje doet het al, Scott Van Dort, brengt hier vier nieuwe nummers waarbij hij de intense droom heeft om zijn saai kantoorbaantje in te ruilen voor een leven vol rock ’n roll. Qua overgave kan het misschien tellen en al bij al valt deze EP enigszins mee, alleen vrezen we voor deze man dat dit soort muziek een beetje voorbijgestreefd is. Maar indien u maar niet genoeg kan krijgen van pompeuze indierock met pianomomenten in het genre van Keane, is The Black String Theory beslist uw ding.

Info www.theblackstringtheory.com

Various Artists

Flipper Psychout

Geschreven door

Het lijkt op een sprookje maar hoe zelden het ook gebeurt is dit leven soms een sprookje. Op een moment liep de platenbaas van Vampi Soul, een zekere mijnheer Alessandro Casella, op de rommelmarkt van Rome en vond hij een plaat op het Flipper-label. Het is eigenlijk een label dat in de geschiedenisboeken niet veel voorstelt maar het is wel de thuisbasis geweest voor vele componisten die muziek componeerden voor allerlei Italiaanse B-films. Alessandro werd een verwoed verzamelaar en uit zijn collectie koos hij het mooiste op deze verzamelaar. Het resultaat is een overheerlijke mix van zwoele cocktailmuziek waarbij de slechtste films ooit je ogen passeren maar waarvan de soundtracks meestal verloren pareltjes zijn.
We gaan jullie niet lastig vallen met een overbodige lijst van onbekende namen maar wie genoot van de cultsoundtrack van ‘Vampyros Lesbos’ zal hiervan ongetwijfeld smullen!

The Gurus

Closing Circles

Geschreven door

Alles klinkt op en top Amerikaans op deze cd maar The Gurus komen wel degelijk uit Barcelona en meteen kregen ze hun kans om hun werk uit te brengen op het bekende Rainbow Quartz-label dat bij de liefhebbers van moderne psychedelica zeker een belletje zal doen rinkelen.
Vijftien songs wordt je hier in een 60’s sfeer ondergedompeld dat braaf begint met enkel Beatlesachtige nummertjes maar hoe verder de plaat evolueert hoe meer je de invloeden van de psychedelica-powerpop van The Byrds begint te horen.
Als je dit bovendien weet te combineren met een hoog powerpopvolume zoals alleen The Replacements dat destijds konden, bekom je al vlug een geslaagde cd.
Iedere lezer die graag zijn hart ophaalt aan kwaliteitsmuziek uit de sixties moet beslist deze jonge helden eens een kans gunnen.

Info www.myspace.com/thegurusbcn

The Klaxons

Surfing The Void -2-

Geschreven door

Het Britse trio dat Klaxons vormt, brak door in 2007. Met zijn redelijk simpele songs, kregen ze heel wat airtime, en zo kennen we vandaag nog de evergreens “Golden Skans” en “Gravity’s Rainbow”. Voor ‘Surfing The Void’ hebben ze drie jaar op zich laten wachten, waardoor de verwachtingen torenhoog werden.
Helaas lossen ze deze verwachtingen niet in. De mix van indie, dance en shoegaze wordt op dit album ook nog doorgetrokken, maar de catchiness is minder aanwezig. Met “Echoes” begint de plaat nog veelbelovend en zien we ook een hit worden. Maar bij “The Same Space” loopt het al mis. Daar wordt voor het eerst de schim die ze zijn na hun debuut duidelijk. De titeltrack dan is hyperkinetisch. Het heeft zijn charme en doet je ook terugdenken aan rommelige songs van de eerste plaat zoals “The Four Horsemen”. In “Valley of the Calm Trees” en “Extra Astronomical” wordt er meer de psychedelische tour opgegaan en bij momenten klinkt ze geslaagd, maar ze kunnen het niveau niet het hele nummer behouden. Als we de moed opgaven, kwam er toch nog een verrassende “Flashover” uit de boxen gegalmd. Een mooi rauw geluid, en ook dit keer deed het ons sterk denken aan de eerste plaat.
Klaxons kan niet bevestigen met hun tweede plaat. Ze zijn nog een schim van wat ooit een baanbrekende band was. Met slechts een handjevol sterke nummers maakt men nog geen goede plaat. Jammer.

Keane

Night Train EP

Geschreven door

Al op de vorige derde cd ‘Perfect Symmetry’ kreeg de elektronica meer armslag op het werk van het Britse Keane. De immer sympathieke band kroop na de tweede cd door een dal, o.m. door de verslavingsproblematiek van teddybeer/zanger Tom Chaplin. Op de EP die 7 nummers en een introotje bevat, houdt het intussen uitgegroeide kwartet het midden tussen de vertrouwde hartverwarmende,ontroerende, meeslepende droompop ( “Stop for a minute”, “Your love”, “Looking back” en “My shadow”) en de toegevoegde elektronica ( “Back in time”, “Clear skies” en “You’ve got to love yourself”). Constante blijven de emotievolle vocals van Chaplin, die zelfs een keer wordt ondersteund door z’n vaste kompaan, pianist Tim Rice-Oxley.
Het zijn sfeervolle songs, die wat meer aan U2 verknocht zijn. De grootste troef op de EP is het geflirt met sampling ( “Gonna fly now”, gekend van de film Rocky) en hiphop; de Somalische rapper K’Naan is te horen op “Stop for a minute” en “Looking back”, toevallig de meer puike nummers van de plaat. Het bewijs dat Keane andere stijlen durft te raken.
Het is een goede plaat, maar toch ontbreekt een ‘final touch’ aan het materiaal, gezien de songs minder blijven hangen.
Het is duidelijk dat ze hun debuut ‘Hopes and Fears’, ondanks de goede bedoelingen, niet meer kunnen evenaren.

And So I Watch You From Afar

And so I watch you from Afar

Geschreven door

Uit Belfast, Noord-Ierland rijst een nieuwe post/math rock band ten berge. Na enkele EP’s is de full cd uiteindelijk hier uit en het is een plaat om U tegen zeggen. Muzikale krachtpatserij en lieflijke zalving gaan hand in hand in hun instrumentale ‘soundtrack’ geluid, die zelfs niet vies is van wat speelse humor, zoals op “Don’t waste in time doing …” door de handclaps en het neurie gehalte.
De groep balanceert ergens tussen een 65daysofstatic, Explosions in the sky en Mogwai, maar ook van hardere staalwerkers als Mastodon. Jawel een geluid dat fors en krachtig, donker en dreigend, zwaar en loom kan zijn, maar door de variatie evenzeer houdt van een intense sfeervolle, broeierige spanning en repetitieve ritmes. “Set guitars to kill” klinkt snedig, wat verder wordt gezet op songs als “Clench fists, grit teeth … Go!”, “I capture castles”, “Tip of the hat, …” en “If it ain’t broke, break it”. “A little bit of solidarity …”, “The voiceless” zijn gematigder.
De songs behouden hun brede, gevarieerde opzet in dit concept. En verve sluiten ze de plaat af met het opbouwende “Eat the city, eat it whole”, wat onderstreept hoe sterk, spannend, meeslepend en bedreven de band is. Maw dit een plaat die nazindert …

The Hundred in the Hands

The Hundred In The Hands

Geschreven door

Eerder waren we sterk onder de indruk van de EP ‘This desert’ van het jonge duo Eleanore Everdell (zang/synths) – Jason Friedman (gitaar/backing vocals) uit Brooklyn NY, die intrigeerden door elektronische stuiterpop vs indierock, geïnjecteerd door aanstekelijke, dromerige en funkende ritmes en een dansbare beat. Het duo put uit de etherische ‘80’s pop van Cocteau Twins (remember Elisabeth Frazer) en Siouxie Sioux, integreert psychedelica en koppelt de ‘80’s wavepop en ‘pop noir’ van The xx en The Big Pink aan de melodieuze electrogroove van Crystal Castles en is samen met Lonelady en School of 7 bells de komende revelatie. Hun songs kregen een luchtige toon. De zes songs waren meer dan de moeite waard en deden veelbelovend uitkijken naar de full cd.
De nummers klinken gematigder, hebben een zalvende groove en fijnere subtiele basses. Het is en blijft heerlijke, lekkere, zweverige, sfeervolle electropop met een wavetoets, maar ze hebben een mindere krachtige beat. De songs overtuigen door de goede melodieuze opbouw maar ademen een sfeer van melancholische, mistroostige (trage) ‘80s new wave.
De nummers op de full cd liggen alllemaal wat in dezelfde lijn en zijn geleest op de openers “Young aren’t young”, “Lovesick (once again )” en “Killing it”. “Dressed in Dresden” en “Last city”, die op het eind van de plaat staan, zijn meer rock en klinken krachtiger. Het ingetogen ‘The beach’ besluit de cd, net alsof we op een zwoele zomeravond op een terrasje aan het strand rustig zaten te keuvelen.
Al bij al een goede full cd, maar fronst minder de wenkbrauwen en klinkt minder verkwikkend en beklijvend dan de EP … Afwachten hoe het verder evolueert …

Apocalyptica

Apocalyptica: IJzersterke cello reputatie!

Geschreven door

 

‘De ideale schoonzoons’, was het eerste waar ik aan dacht bij het aanschouwen van openingsband Livingston. Dat voorspelde al niet veel goeds... en die voorspelling werd ook bevestigd naarmate hun set vorderde. Het Londense 5-tal grossierde in een soort makke lauwe powerrock, net zoals die ons tien jaar terug ‘en masse’ voorgeschoteld werd door de toenmalige Nickelbacks en consoorten. Hooguit verdienstelijk te noemen, en hetgeen ze ons vanavond in de AB voorschotelden zou bij momenten inderdaad ook ons allerliefste schoonmama kunnen bekoren. Spannendste (lees ‘sympathiekste’) moment was toen Zanger Beukes Willemse - die qua look overigens niet zou misstaan hebben in om het even welke eighties boysband - het nodig achtte zijn Zuid Afrikaanse afkomst te etaleren door een woordje ‘Suid Afrikaans’ tot het (het moet gezegd) toch vrij enthousiaste publiek te richten. Leuk voor de Vlamingen, minder voor de Walen, maar onze ‘Suid Afrikaanse friend’ had blijkbaar geen notie van de communautaire kwestie in ons Belgenlandje.

Tijd voor de real stuff nu: exit Livingston, enter Apocalyptica ! Deze heerschappen zagen er beslist NIET uit als de ideale schoonzoons. Hun recept is stilaan gekend: loeiharde metal met 3 cello’s + drummer ! Sind ze in 1996 met hun debuut ‘Apocalyptica plays Metallica by four cello’s’ de wereld verblijdden in een verrassende combinatie van cello’s en metal is het hen gestaag voor de wind gegaan en zijn ze doorgeklommen tot de topregionen in metalland! En welverdiend, getuige hiervan hun recentste (7e) schijf ‘7th Symphony’ plus een ijzersterke live-reputatie, hetgeen ze andermaal kwamen bewijzen in een nokvolle, uitverkochte AB.

‘Lead’ cellisten Eicca Toppinen (de blonde) en Perttu Kivilaakso (de zwarte) trokken samen met ‘bassist’ Paavo Lötjönen en drummer Mikko Siren weer stevig van leer, en serveerden ons een strakke en gevarieerde set, mooi uitgebalanceerd met nieuw & ouder werk. De Metallica invloeden van destijds werden niet vergeten, en voor een groot deel van het opgekomen publiek (een allegaartje van metalheads en ‘normale’ concertgangers) bleken “Master of puppets” en “Seek & destroy” de absolute hoogtepunten. Oo
k Sepultura’s “Refuse / Resist” (terug te vinden op hun 2e ‘CD ‘Inquisition Symphony’ uit ‘98) werd in al zijn brute kracht nog eens de AB in geslingerd!
Voor de rest allemaal eigen werk, met veel aandacht voor de nieuwe CD. Tal van hoogtepunten: voor niet ingewijden zijn titels zijn soms moeilijk te achterhalen, maar we herkenden alvast schitterende uitvoeringen van openers “On the rooftop with Quasimodo”, “2010” (beiden uit de nieuwe plaat) en “Last hope”.
Halverwege de set even wat gas terug voor “Beautiful” en “Sacra”, de rustpunten van de nieuwe CD, die hier schitterden in al hun soberheid. Voor die eerste wisselde drummer Mikko Sirén zijn drumsticks in voor een cello, en stonden er terug als vanouds 4 cello’s zonder drums op het podium (Sirén hield zich weliswaar wijselijk tot het mee tokkelen van het ritme).
Voor enkele van de songs waarvoor op de CD’s gastzangers van dienst zijn, werden ze op deze tournee vergezeld door Tipe Johnson, niet echt een topzanger! Trouwens, ... de muziek van Apocalyptica behoeft volgens mij absoluut geen vocals, integendeel, het geheel staat als een huis zonder! Toch onthouden we knappe versies van
“I don’t care”, “I’m not Jesus” en het nieuwe “End of me”.
Afgesloten werd er met een spetterend “Hall of the mountain king”, de overbekende, inmiddels 130 jaar (!) oude Edvard Grieg compositie, die ze zich stilaan eigen maakten. Een waardig slot voor een alweer memorabele avond!
Minpunten van de avond ... ? Eentje: een passender openingsband voor dergelijk spektakel ware wenselijk geweest! Want vrezen om van het podium gespeeld te worden door een openingsact? Daar hoeft Apocalyptica de komende 20 jaar alvast niet van wakker te liggen !

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

The Jim Jones Revue

Jim Jones Revue - Rock’n’roll spat uit alle lichaamsgaten

Geschreven door

Zoals Obelix bij zijn geboorte in een vat toverdrank is gevallen, zo is Jim Jones volgens ons in een ton kolkende rock’n’roll getuimeld. De man heeft rock’n’roll in zijn  tenen, zijn bloed en in al zijn aderen, en dat zullen we geweten hebben. Live is dit dan ook een wervelwind, denk hierbij gerust aan Jon Spencer, diezelfde gretigheid, diezelfde super-coole présence en attitude, de rock’n’roll die uit alle lichaamsgaten tegelijkertijd spat. Zet daarbij een band die speelt alsof een dolgedraaide stier hen constant op de hielen zit, en je hebt de perfecte rockshow.

Van de twee platen die The Jim Jones Revue nog maar op hun conto hebben, weten we dat alle wijzers geregeld in het rood gaan. Live is het niet anders. Dit is de meest gruizige, harde, explosieve en opgejaagde rock’n’roll die je dezer dagen op een podium kan horen. Smerig, snel, ranzig en uitermate fantastisch. Een gloeiende song als “Rock’n’roll psychosis” dekt volledig de lading, een betere omschrijving van hun sound kunnen we zelf niet bedenken.
Dit is de gekte van Jerry Lee Lewis, de punk attitude van Johnny Thunders, de onstuimigheid van The Gun Club, de vulkaankracht van MC 5 en de ranzigheid van The Stooges.
Jim Jones  richt zijn pijlen rechtstreeks naar onze onderbuik en naar onze trommelvliezen, want het is loud as hell.
The Jim Jones Revue vlammen en razen doorheen splijtende rockers als “Hey hey hey hey”, “Princess and the frog” , “Dishonest John” en gortige bluesbeesten als “Cement mixer”, “Big Len” en “Burning your house down”. De gitaren gaan over de rooie, de drums roffelen als bezeten, de piano gaat door het lint. Subtiel is het niet, subliem wel.

De eerder magere opkomst in de 4AD is helemaal geen domper op het feestje. Het kot bruist en kolkt  vanavond, de rock’n’roll duivel kotst zijn ziel eruit. Een betere Halloween kunnen wij ons niet voorstellen.
Muzikanten mogen technisch begaafd zijn al wat ze willen, niets is beter op een podium dan een portie vuile rock’n’roll die uit al zijn voegen barst, vooral dat is ons weer iets duidelijker  geworden vanavond.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Hurts

‘Hip’ en ‘Hurt’ songs – Hurt

Geschreven door

Eén van de opkomende bandjes is het Engelse duo Hurts, die de sfeer van synthpop en onderkoelde electropop ademen met een vleugje bombast en kitsch. Op die manier zijn ze onmiskenbaar verbonden aan de ‘new romantics’, ‘the youngsters’ na de eerste wavegolf begin jaren ‘80. Invloeden van The Human League, Spandau Ballet, A flock of seagulls, Haircut 100 en Heaven 17, maar vooral ABC en de Pet Shop Boys halen we voor de geest.

Stijlvol en – vast klinkt de muziek op hun debuut ‘Happiness’, die eigenlijk bol staat van weemoedige, donkere muziek, en af en toe een lichtpuntje biedt in een hoopvolle tunnel …
De zwaar georkestreerde partijen en de melodramatiek neigt naar een musicalfestijn ten tijde van Ultravox, Murry Head, Gazebo en Army of lovers, want beelden van getormenteerde ballerina’s flitsen ons voorbij.
De zang van Theo Hutchcraft kan niet omheen Pet Shop Boy Neil Tennant, Brandon Flowers (The Killers) en (ex) Take That-er Robbie Williams.
Het duo slaagde er al in twee venijnige pakkende popsongs te schrijven, het sfeervol innemende “Wonderful life” en het emotievol dansbare “Better than love”. Wat ervoor zorgde dat de ticketverkoop snel liep en het concert was uitverkocht. En met nog maar 1 plaat uit staan ze volgend jaar in de AB …
De heren waren netjes gecoiffeerd en stijlvol gekleed. We zagen een rits elektronica- apparatuur, een piano, drums, een stokstijf staande backing vocalist, die de dramatiek beklemtoonde, én Hutchcraft, in het begin van elke song netjes de knopen van z’n kostumm aan het dichtdoen en dan de handen gekruist, die over een diep indringende fluwelen stem beschikte.
Op Pukkelpop wisten ze ons nog niet meteen te raken, maar na vanavond kunnen we terecht zeggen dat het duo, live met vijf, er goed vanaf kwam en variatie trachtte te brengen in hun onderkoeld materiaal door de logge, slepende, soms diep dreunende elektronicabeats, de opbouwende gevoelige pianopartijen en pittige ‘discotheka’ muziek. Melig, glamour, glitter, jawel, maar eentje met finesse, subtiliteit, schoonheid, uitermate gedistingeerd, en met een donker, elegant randje. De eerste songs “Unspoken” en “Silver lining” waren de aanzet en vormden het toonbeeld, na een klassieke ‘ouverture’.
De rijen jonge dames vooraan hadden hier hun eerste schoolbal; ze hadden een aangepaste avondkledij of outfit aan voor deze Hurts gelegenheid. De huidige single “Wonderful life”, al vroeg in de set, werd warm onthaald, en kreeg naar het eind enkele krachtige exploderende beats. Plaats kwam vrij voor enkele ‘lovehurts’ hartbrekende songs waaronder het ingetogen “Blood, tears, & gold” en “Evelyn”, die aardig wat fijne geluidjes kregen en de glamourpastiche benadrukten. Op “Sunday” ging het er zwierig en dynamisch aan toe, wat ze herhaalden met de doorbraaksingle “Better than love”, die door de intrigerende beats en de flashy stroboscoops aanstekelijk inwerkte op de dansspieren. Tussen de twee songs hoorden we eerder verlatingssongs als het huiveringwekkende “Stay” en “Verona”, waarbij de backing vocalist klassiek hoog uithaalde, en het meeslepende “Devotion”, waarbij rozen werden uitgedeeld. Typische eighties en lagen bombast. “Confide in me”, op plaat met Kylie, en “Illuminated” droegen een mindere last op de schouders.

Op de tunes van 007 James Bond verlieten de heren één voor één de stage. Ze zullen evenveel fans als haters hebben … voor de enen heerlijk wegdromende synthpopsongs, voor de anderen gaat het over het randje van de goede smaak … Ondanks het knipogende plagiaat, was het duidelijk dat Hurts hip is en voor ‘Hurt’ songs stond …

Support was Grand Stereo, die zowel roots in Glasgow als in Brussel heeft. Het kwintet debuteert met vloeiende melodieuze poprock overgoten van een vleugje elektronica. Goed onderbouwde songs, die misschien niet direct verrassen; maar we hoorden een band, die live wel standvastig klonk en over twee vocalisten beschikte, die elkaar mooi aanvulden.

Organisatie: Botanique, Brussel

Pagina 800 van 963