Botanique, Brussel - concertenreeks

Botanique, Brussel - concertenreeks 2026Stoned Jesus, Wheel, woensdag 1 april 2026, Orangerie, 20h Oliver Symons, zaterdag 4 april 2026, Witloof Bar, 20h Koma, woensdag 8 april 2026, Rotonde, 20h Son Little, vrijdag 10 april 2026, Orangerie, 20h Chalk,…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Epica - 18/01/2...
Deadletter-2026...

Band of Skulls

Band Of Skulls: rock’n’roll pur sang

Geschreven door

Trouwe Botaniquebezoekers weten het ondertussen reeds langer dan vandaag … een verstandig muziekfan is beter op tijd want meestal zijn de voorprogramma’s nieuwe ontdekkingen die wel eens groot zouden konden worden.
Gisteren konden we reeds het Ierse Sisters Lovers bewonderen bij Kate Nash maar vandaag koos de Botanique voor nieuw Belgisch (nu ja, half Italiaans) talent met de groep Romano Nervoso.
Meteen bleek dat de groep zijn naam niet gestolen heeft want vanaf de eerste momenten gedroeg zanger
Giacomo Panarisi zich als een Mike Patton in zijn jonge dagen. Al snel bleek het podium voor deze mens te klein en razend enthousiast liep hij doorheen de Rotonde op zoek naar vrouwelijk schoon, en vooral op zoek naar waar deze groep recht op heeft : een beetje erkenning.
Toegegeven, Waalse topbands zijn op je één hand te delen maar deze groep maakte een soort van aanstekelijke stonerock die verrijkt was met invloeden als de vroegere ZZ Top of Wolfmother, maar vooral door een waslijst van groepen die de jaren ’70 onveilig maakten (en dan grabbelen we terug in onze platenbakken om ergens uit te komen bij Thin Lizzy).
Giacomo is zonder twijfel één van de meest aangename podiumbeesten die ik gezien heb, zonder ooit zijn waardigheid te verliezen en natuurlijk kon deze grapjas het niet laten om naar de huidige Belgische politiek te verwijzen en in twee talen sprak onze vriend zijn wens uit dat België vooral België mocht blijven.  Om dit te staven kwam onze lolbroek op het einde van het optreden plots opdraven met een gemeentebord van La Louvière … neen, we zien niet alle dagen zo’n act maar dit waren geen amateurs, dit was Waalse klasserock die je een kans moet geven….

Klasserock was wel het minste wat je van de nieuwe belofte Band Of Skulls kan zeggen. Russell, Emma en Matt mogen dan wel Brits zijn tot op het bot, toch klinkt hun debuut ‘Baby Darling Doll Face Honey’ zeer Amerikaans en meteen denk je aan fantastische releases op Touch & Go Records, of zoiets als Subpop in de begindagen. Blijkbaar heeft ook het Belgische publiek dit begrepen want de Rotonde zat goed gevuld ook al was het niet zo lang geleden dat dit trio hun showcase gaf in de Witloofbar, en zanger Russell Marsden kon het dan ook niet laten om hier een grapje over te maken, “Last time we were here, we played in the basement”. Als er zoiets als een Botanique-hiërarchie bestaat, dan spelen deze Engelsen de volgende keer in de Orangerie want dit was één van de fijnste concerten die ik de laatste tijd mocht aanschouwen.

Het geluid van deze mensen is quasi perfect te noemen. Emma’s bass trilt zo hard dat je daadwerkelijk de Rotonde voelt trillen terwijl Russell over een ongelooflijk breed gamma van pedalen beschikt en die ook daadwerkelijk gebruikt. Trouwens zelden gezien maar bij bijna elk nummer kreeg Russel een andere gitaar toegediend wat Band Of Skulls deed aanvoelen als een groep die over oceanen van gitaargeluiden beschikt.
Soms is het psychedelisch, soms denk je aan Kings Of Leon, soms denk je aan Galaxie 500, soms aan de onderschatte Nikki Sudden, even zelfs aan Neil Young maar binnen een paar jaar zal je vooral aan Band Of Skulls denken want deze groep heeft alles in zich om zeer groots te worden.
Rock ’n’roll pur sang, maar zeker niet met het verstand op nul. Prachtconcert en meer moet je daar niet aan toevoegen.

Organisatie: Botanique, Brussel

Jamie Cullum

Jamie Cullum - Jazzy Jamie goes pop

Geschreven door

Jamie Cullum slaagde er misschien niet in Vorst Nationaal helemaal te vullen, maar zij die erbij waren in de ‘Club’ begin juni 2010 stroomden neuriënd buiten, vol- en aangestoken door de energieboost van de Engelse pianist-singer die steeds meer het jazzpad links laat liggen en zich tot een poppy entertainer ontwikkeld heeft.
The Pursuit’ (November 2009) heet – na ‘Twentysomething’ en ‘Catching Tales’ het meest experimentele van zijn drie full albums te zijn. In elk geval is het de plaat waar hij het langst over deed, zo’n kleine vier jaar toch. Zijn concerten blijven echter even experimenteel als gedegen en gedreven. Jazz, ja zeker, maar zo veel meer. Zo veel lekkers ook. En niet enkel voor de vrouwelijke fans onder ons.

Klokslag 21u – na de matige opwarmer van Lauren Pritchard – sneed de virtuoos een volle twee uur durende musiccake aan met zijn hit “I’m all over it”: stevig meteen maar het catchy refrein had weinig tijd om te blijven hangen, want er waren nog zo veel andere indrukken op komst. ”Just One Of Those Things” bijvoorbeeld, de opener van zijn laatste cd, volgde gedwee. Beetje speciaal qua zang, maar met een leuke jazzy groove en met een sax-moment om dan al u tegen te zeggen. Dat was één van de weinige momenten dat zijn band uit de schaduw mocht treden, want het was overduidelijk de Jamie Cullum show met de witte spot vooral op hem gericht. Even waren er wat probleempjes met het geluid, maar die werden snel – zij het niet onopvallend - recht gezet en aan Cullum zelf viel niets te merken.
Van romantisch over jazz naar uptempo terug nog offtempo, hij wist zich te ontpoppen tot een nog veelzijdiger muzikant in het bijzonder, artiest in het algemeen. En hij pikt en vervormt, maar met een duidelijke meerwaarde. “Don't Stop The Music” van Rihanna kreeg een experimenteel kleedje en het stond mooi. Echt en eerlijk, verrassend sexy incluis. “Twenty Something” liet hij door de contrabas sterk eindigen. De zaal ging even alleen door na de laatste haal en Mister Jamie pikte er gewiekst op in. “Photograph”  zette dan weer even zachtjes de drummer op de voorgrond en Cullum ging zichzelf samplend verder terwijl hij – zijn gekend en publiekopwindend trucje – zijn piano op een klopronde trakteerde. “These are the days” zorgde opnieuw voor lekkere ambi in Vorst en even zette hij bij “We run things” het feestje zelfs zonder micro voort. Bij ,Het eerste dat je ons ooit hoorde spelen’ ging de zaal weer zachtjes meewiegen: “What a difference a day makes”, een schitterend duel-duet met de sax trouwens! Zijn contrabas mocht dan weer intens “I get a kick out of you”  inzetten vooraleer hij Gene Kelly arm in arm liet dansen met Rihanna, natuurlijk al ‘zingend in de rain’ onder haar ‘umbrella’.
Had El Jamie het ooit gelezen van de schaal van Richter die Vorst op zijn kaart zette toen Faithless er passeerde? In elk geval was zijn “Let’s make this building shake” een vingerwijzing die insloeg. Met de nodige “ooo-ooo”-momenten lukte het wel. En dan was het plots 23 uur en zij waren af. Het publiek zong verder en de band keerde snel terug voor nog twee bissertjes. Eerst het enthousiaste “Wind cries merry” en daarna kuste Cullum helemaal alleen met het ingetogen “Grand Torino”, de titeltrack van de gelijknamige film van Clint Eastwood, zijn fans genacht.

Wie er nog mocht aan twijfelen: Jamie Cullum is niet langer dat jazzpianist-artiestje. Hij is een gefortuneerd entertainer die voor iedereen muziek wil maken. Noem het poppy, wij noemen het sterk.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation

Megadeth

Megadeth, RIP 1990 – 2010, … doet zijn naam alle eer aan

Geschreven door

Persoonlijk had ik Megadeth al veel eerder willen en moeten zien, maar op één of andere duistere reden was me dit nog niet gegund. Ik keek er dan ook naar uit de Amerikaanse thrash metal band rond Dave Mustaine op 8 juni in de Brusselse AB te aanschouwen.
Megadeth mag gerust gezien worden als één van de pioniers van de thrash metal. De band werd omstreeks 1983 opgericht in Los Angeles door gitarist en zanger Dave Mustaine, die het Metallica nest had moeten verlaten.
Binnen zijn eigen band kreeg hij de kans om zijn uniek stemgeluid en virtuoos gitaarwerk ten volle te brengen en dat zijn net de twee zaken zijn, die karakteristiek zijn voor het Megadeth oeuvre. De band kende door de jaren heen heel wat veranderingen in de line-up, maar behaalde desondanks ook heel wat successen met ondermeer ‘Rust in Peace’ (1990) en ‘Countdown to Extinction’ (1992). In 2002 was Dave Mustaine verplicht de nodige rust te nemen na ernstige zenuwbeschadiging in zijn linkerarm. Maar Megadeth en Mustaine herrezen in 2004 met ‘The System Has Failed’, gevolgd door ‘United Abominations’ in 2007. Het recentste wapenfeit van Megadeth stamt uit 2009 en werd ‘Endgame’ gedoopt. Deze tournee was echter aangekondigd als ‘Rust in Peace 1990 – 2010’, dus ik verwachtte weinig nieuw materiaal.

Vooraleer Megadeth, met bezetting Dave Mustaine, Chris Broderick David Ellefson en Shawn Drover, het podium betrad werd de AB opgewarmd door Halestorm. Een Amerikaanse rockband die al een hele tijd actief is en momenteel aan populariteit wint. Dat kan te maken hebben met de knappe verschijning van zangeres- gitariste Lzzy en mogelijk ook met het drumwerk van showman Arejay, die niet verlegen is een drumsolo met megasticks te verzorgen. De band speelt strakke maar niet zo opmerkelijke rock.

Omstreeks 21u was de zaal tot de nok gevuld met Megadethfans van alle leeftijden, die luidkeels juichten bij de eerste tonen van de intro – een eigen versie van de intro van Black Sabbath's “Black Sabbath” – en de band enthousiast onthaalden. Megadeth ging in één lijn verder met ondermeer recent werk “Dialectic Chaos” en “Headcrusher” van op ‘Endgame’ en klassiek werk “Wake up Dead” uit het schitterende ‘Peace Sells … But Who’s Buying’. Toen was al duidelijk dat dit niet het optreden zou worden waar ik op gehoopt had. De klank werd geheel overstemd door de bassdrum en de stem van Mustaine, … Hij had ze duidelijk thuis gelaten, of Dave had er gewoon geen zin in.
Met een kort “Here we go” werd “Rust in Peace” aangezet en werden de nummers “Holy Wars… The Punishment Due”, Hangar 18” tot “Rust in Peace… Polaris” zondermeer afgehandeld. De klank was toen al bijgeregeld en de band hield er een stevig tempo op na, wat door het publiek wel degelijk gesmaakt werd. Maar op het podium werd weinig van dat enthousiasme overgenomen. Het enige lichtpunt was het onnavolgbaar en strak gitaarwerk van Dave Mustaine, die de ene riff na de andere afvuurde. Dat kan hij nog steeds als de beste, maar zijn teksten wauwelen tijdens deze show jammer genoeg ook. Gelukkig werd hij geregeld overstemd door het publiek dat er wél zin in had.
Na integraal RIP gespeeld te hebben ging Megadeth verder met “A Tout Le Monde” en met de woorden “These are the last words I’ll ever speak” hoopte ik dat dit de realiteit zou worden. De show ging echter verder met “Trust” en “Sweating Bullets”. Vanaf hier leek Megadeth de drive terug gevonden te hebben, maar het was vooral het enthousiaste publiek dat – ondanks alles – deze show redde en de klassieker “Symphony of Destruction” en toegift “Peace Sells” luid meebrulde.

De show was voor mezelf al iets eerder afgelopen. In de foyer van de AB vond ik een fris pintje en gelijkgestemden die – replicerend op mijn Tshirt – de ‘20 Years Strong Tournee, River Runs Red Live in Europe’ van Life Of Agony veel beter vonden. Vesten werden ondertussen uit de garderobe gehaald, de uittocht was al begonnen. In de zaal waren er gelukkig wel enthousiastelingen voor de performance van Megadeth. Als fan kan ik alleen hopen om in de toekomst nog een goed optreden van hen mee te maken, maar van deze show kan ik enkel beklemtonen dat Megadeth zijn naam waar maakte, het optreden was megadoods.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Kate Nash

Kate Nash: ruwe bolster, maar blanke pit?!

Geschreven door

De besprekingen van de tweede cd ‘My best friend of you’ van Kate Nash, intussen 23 geworden, zeggen allemaal hetzelfde: het jong charismatisch, verlegen meisje in het fleurige jurkje is volwassen geworden en heeft haar vrolijke, zwierige, swingende, frisse en indringende ‘60’s girl ‘bubblegum’ pop (ergens tussen Melanie, Lily Allen en The Pipettes) een verrassende wending gegeven naar girl ‘power’ rock, doordrongen van haar ervaring bij de punkband The Receeders, waar ze een flinke keel kon opzetten. Een ruwe bolster die de frustraties van haar afschreeuwt, maar nét niet uitspat! Toegegeven, er staan zwakkere songs op de cd, die z’n weerslag live kunnen hebben; en na de liveset van vanavond zijn we terecht bezorgd en ongerust hoe de toekomst van deze lady er zal uitzien, want we zagen een zorgwekkende set.

Van het zonnetje in huis en jeugdige onbezonnenheid was er geen sprake meer. Muzikaal haspelde het kwintet nogal de nummers af, het feminisme werd torenhoog in het vaandel gehouden en onderhuids drong de gelatenheid en onverschilligheid door, die ze maar af en toe doorprikte met haar predikende stijl; van haar band slaagde de bassist erin drie/vierde van de set het publiek de rug toe te keren en de andere leden keken bijna niet op.
De onschuldige, leuke, fijne en groovy dansbare pop was duidelijk op het achterplan geraakt. Er werd maar matig geput uit het debuut ‘Made of bricks’ wat het jonge vrouwvolkje wel ontgoochelde; we hoorden het aanstekelijke en de inleidende ‘friday night feeling’ van “Mouthwash” in het begin, de betoverende “Merry happy” en “Foundations”, middenin de set en een straf snedige “Pumpkin soup” als enige bis. Basta, daarmee was het verleden afgesloten. Het hier & nu van de tweede cd ‘My best friend of you’, drie jaar na haar debuut, kwam centraal te staan.
Nash, de ogen fel zwart gemaskeerd, begon alvast poppy aan de set met een broeierige “Paris”, en de huppelende ritmes van de eerste single “Doo wah doo” en “Kiss that grrrl”. Vroeger hoorden we nog wat vervolgen ‘60’s Motown music, maar dat werd opzij gezet door een rauwere, punky sound, gedragen door haar schreeuwerige vocals, die refereerden aan Karen O (Yeah Yeah Yeahs) en Nina Hagen, “Take me to a higher place” en “Don’t want to share the guilt” waren de eerste songs in die richting. Ze had haar toetsen en piano ingeruild voor gitaarlicks. Het publiek liet de nieuwe songs wat aan zich voorbij gaan. Ze kreeg wel de volledige aandacht op het solo gespeelde akoestische, ingetogen “I hate seagulls”.
Vervolgens neigde Nash met haar band naar een wisselvallige The Breeders en gingen ze deels de mist in op “I’ve got a secret”. Net als op “Mansion song” en “Model behaviour”, die ondanks de onverwachtse wendingen en de experimentjes uiterst gewaagd waren, maar stuurloos en onbeholpen een vreemd allegaartje samenbrachten. “I just love you more” gaf meer soelaas, was overtuigender en bracht Iggy’s “I wanna be your dog” en “Tame” van de Pixies samen.

Ze liet haar fans verdwaasd achter met een concert van ups & downs. Een jonge leeuwin met klauwen is ze wél geworden en muzikaal klinkt het ontspannende, leuke karakter ruwer en grimmiger.

De support was Sisters Lovers uit Ierland, die een handvol potentiële pretentieloze, puike gitaarsongs speelden. Ze hielden van Camper Van Beethoven en lieten ergens een meer afgelijnde Pavement horen. De songs hadden een broeierige, dromerige opbouw. Spannend verhaal dus van een veelbelovend bandje.

Organisatie: Botanique, Brussel

Delphic

Acolyte

Geschreven door

Delphic is een beloftevolle Britse band. Ze hebben op hun debuut aanstekelijke, dromerig en soms dansbare songs klaar. In de tien nummers brengen ze popelektronica, rock, punkfunk, postpunk en ‘80’s synthpop samen, en er flitsen beelden van Pet Shop Boys, Bloc Party, Hot Chip, The Klaxons, LCD Soundsystem en Friendly Fires voor de ogen. Inderdaad, ze creëren een mooie, broeierige muzikale formule die een hoge graad van hitpotentie heeft, waaronder songs als “Doubt” en “This momentary”. Ook de drie lange tracks op de cd, “Counterpoint”, “Remain” en de instrumentale titelsong hebben een variërende, intrigerende opbouw, betoverende, bezwerende ritmes en klinken uiterst boeiend door de rijke invloedssferen. De synths en soundeffects nemen een prominente plaats in. Knap, leuk en goed is het debuutalbum.

Paul Weller

Wake up the nation

Geschreven door

Weller, een klasbak van alle tijden en stijlen, heeft nog maar eens een puike plaat afgeleverd in de goeie ouwe traditie van wijlen The Jam, althans wat de duur van de nummers betreft, die zijn kort en spits. Niet dat we daarom het geluid van The Jam moeten verwachten -ook al mag bassist Bruxe Foxton een keertje meedoen op het fijne rockertje “Fast car, slow traffic”-, het is gewoon terug zo een typische Weller plaat die verschillende richtingen uit gaat maar nergens de weg kwijtraakt.
Veel variatie en verscheidenheid dus op dit album. Er is splijtende rock in “Moonshine”, knappe soul in “No tears left to cry” (waarin Weller wel heel dicht bij de betreurde Willy Deville aanleunt), onvervalste seventies funk in “Find the torch, burn the plans” (pure Curtis Mayfield), psychedelica in “7 & 3 is the strikers name” en stevige punkpop in “Two fat ladies”. In het buitenbeentje “Trees” zijn al die verschillende stijlen dan nog eens in één song gepropt, een mini rock-musical zeg maar (bij Pete Townshend op bezoek geweest, Paul ?).
Na de vette kluif die voorganger ’22 dreams’ toch wel was is dit alweer een boeiend en bruisend Weller album. Zo mag hij nog lang doorgaan.

The Dead Weather

Sea Of Cowards

Geschreven door

Je mag van Jack White denken wat je wil maar de man is een bezig bijtje want deze ‘Sea Of Cowards’ is ondertussen de tweede cd van zijn derde groep (naast White Stripes en The Raconteurs) geworden. Naast White vind je er ook schoon volk als Jack Lawrence (The Raconteurs), Dean Fertitia (Queens Of The Stone Age) en Alison Mosshart (The Kills). Met zulke line-up heb je alle redenen om terecht te kunnen spreken van een supergroep maar in plaats van de luisteraar te overdonderen met een over geproduceerde plaat krijg je hier wat je best kan omschrijven als een lekker vuil garagerockplaatje dat zijn ziel ontleed heeft aan de psychedelische rock van de jaren ’60.
Alle nummers klinken spontaan en stralen een sfeer uit die je tegenwoordig enkel nog terug vindt bij groepen als Grinderman en natuurlijk Jon Spencer Blues Explosion, of in een ietsje verder verleden The Make Up. Deze prachtplaat werd uitgebracht op Jack White’s eigen label Third Man Records en ondanks het feit dat je hier met leden zit van vier verschillende megagroepen is er geen enkel nummer op deze cd die ook maar een beetje refereert naar deze bands.  
Het is overduidelijk dat deze groep zich liet inspireren door groepen als Jefferson Airplane, MC5 of zelfs The Doors maar door rauw, vies en vooral vitaal te klinken is deze plaat één van de betere aanraders van deze maand.

The National

High Violet

Geschreven door

Zouden er nog mensen zijn op deze wereldbol die nog nooit van The National gehoord hebben? Of je het nu wou of niet, The National werd sinds ‘Boxer’ uit 2007 uitgeroepen als één van de belangrijkste groepen van dit decennium. Het ging zelfs zover dat Obama één van hun nummers gebruikte voor zijn verkiezingscampagne en iedere concertganger zal ondertussen wel weten hoe ‘gemakkelijk’ het was om een ticket te bemachtigen voor hun concert in de AB op 21 november.
Met al de superlatieven uit het verleden wordt natuurlijk verwacht dat deze ‘High Violet’ op zijn minst één van de hoogtepunten uit 2010 moet worden en zelfs de derde plaats in de Top 10 zal nog niet goed genoeg zijn…
’High Violet’ bespreken is eigenlijk een ongelukkige opgave gewoonweg omdat de muziek van The National tot uiting komt na tientallen beluisteringen en het zal eigenlijk alleen de toekomst zijn die kan uitwijzen of deze plaat ‘Boxer’ kan evenaren of niet. Als je de cd moet samenvatten dan is ‘prachtig’ het kernwoord, en dat ligt niet alleen aan Matt Berninger’s stem. Meteen bij opener “Terrible love”hoor je dat dit een plaat is die je 45 minuten aan je stoel zal gekluisterd houden.
Het is trouwens een plaat die als een perfecte balans van deze tijd aanvoelt want op bepaalde nummers berijdt deze groep uit Brooklyn dankbaar de wegen van de verrezen new wave-revival (“Anyone’s ghost” klinkt als Joy Division terwijl “Conversation 16” Editors met een engelkoor is) en op andere nummers verkiest men de route van de Americana weg (op afsluiter “Vanderlyle Crybaby geeks” kun je Bon Iver horen, terwijl “Runaway” enorm dicht bij Leonard Cohen ligt.).
Of dit nu een plaat is die binnen een paar jaar in de Tijdloze 100 zal prijken is moeilijk te zeggen, maar ik weet nu al heel zeker dat ‘High Violet’ de komende maanden dicht in de buurt van mijn cdspeler zal liggen.

Good Shoes

No Hope No Future

Geschreven door

Good Shoes is een beloftevol kwartet uit Londen die aan de tweede cd toe zijn. ‘No Hope No Future’ toont een sombere toekomst aan, die ze muzikaal omzetten in gave,gortdroge, puntige (Britpop) gitaarrock en postpunk. Het zijn catchy, frisse, hoekige, snedige en strak gespeelde songs die met een zekere swing worden gebracht; tav hun debuut ‘Think before you speak’ zijn enkele songs breder van opzet, in de zin van trager, slepender en die een meer desolate indruk nalaten.
De groep haalt invloeden van The Jam, The Buzzcocks en Wire aan en houden van de huppelende ritmes van The Gang Of Four; de nasale zang van Rhys Jones zweeft over de songs heen en gaat naar Mark E Smith van The Fall. De groep leunt aan geestesgenoten Futureheads, Maxïmo Park en Little Man Tate.
De single “Under control” lijkt wel de maatstaf van de cd en met het afsluitende “City by the sea” , dat leuk rammelt, helt het Londens kwartet over naar Pavement. Tof plaatje!

Band of Skulls

Baby darling doll face honey

Geschreven door

Het Britse Band Of Skulls uit Southampton van het trio Russell Marsden (zang/gitaar), bassiste Emma Richardson (bas/tweede zang) en drummer Matt Hayward plaatsen zich meteen in de spotlights met het overtuingende debuut ‘Baby darling doll face honey’. Ze brengen Led Zeppelin, The White Stripes, The Black Keys, The Kills, The Raconteurs, Black Mountain en het oude Smashing Pumpkins samen.
Toegankelijke en aanstekelijke garagerock’n’roll, rauwe en vunzige stonerblues en een stevige scheut alternatieve indierock. Ze behouden een subtiele melodielijn en verliezen zich niet in oeverloze soili. Allemaal gedoseerd en beheerst. De samenzang geeft kleur aan het materiaal.
De eerste songs “Death by diamonds & pearls” en “I know what I am” scherpen meteen de aandacht. Op de plaat vinden we ook enkele heerlijk ballads als “Honest”. Of je geraakt gefascineerd door Led Zeppelin op “Hollywood bowl”. De afsluitende songs “Blood”, “Dull gold heart” en “Cold fame” klinken uitermate doorleefd en durven refereren naar de begindagen van The Smashing Pumpkins van het oude ‘Gish’ door de sfeervolle, dromerige intensiteit, de variaties en de tempowisselingen.
Band Of Skulls zorgt voor schurende emotionaliteit en broeierige, bezwerende trips … straf, onweerstaanbaar en fraai …eerlijk, puur en oprecht …

Pagina 823 van 963