logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Hooverphonic

Joanna Newsom

Have one on me

Geschreven door

Het is alvast weinig artiesten gegeven om na twee platen ons nog zo te overdonderen met nieuw werk, ‘Have one on me’, een 3 dubbelaar, een Magnus Opus, telkens zes songs en twee uur luisterplezier, die linkt naar de sobere aanpak van het debuut ‘The milk-eyed mender’ (2004). We zitten aan onze stoel gekluisterd van het heerlijke, betoverende geluid en de verheven schoonheid op haar harp en piano, gedragen door een hemelse zang, die het nauwst leunt aan Kate Bush.
De lang uitgesponnen, zwaar aangezette partijen door strijkerarrangementen op de subtiel uitgewerkte songs van ‘Ys’, gekenmerkt door lappen tekst, zijn hier achterwege. En net zoals op de huidige tour krijgen de songs een minimale omlijsting van violen, trombone, gitaar en drums; door de spaarzame begeleiding heeft het materiaal een zalvende, helende werking en vormen ze de ideale onthaasting. Het is bovenal genieten, wegdromen op de klassieke leest van het sfeervolle materiaal, die refereren aan het klassieke ‘The Spirit of Eden’ van Mark Hollis’ Talk Talk. Beelden van een ‘Garden of Eden’ of van een ‘Ark van Noah’ halen we voor de geest. Ze laat ons meedrijven in de finesse en subtiliteit van haar elfenpop. Haar prachtige stem, haar kunde, de aanvulling van de band en de lieflijke uitstraling en spontaniteit doen sprookjesachtige taferelen opborrelen, luister maar eens naar “Easy”, “You & Me, Bess”, “In California”, “Soft as chalk”, “Esme”, “Autumn” en de titelsong. Kippenvelmomenten krijgen we van  ”81 en “Baby birch” … zij grijpen bij het nekvel …
’Have one on me’: Elegante Pracht en Schoonheid zijn woorden op hun plaats voor de talentrijke, charismatische, joviale jonge dame Joanna Newsom … Pop door haar hemels breekbare stem en het centraal plaatsen van harp en piano. De factor emotionaliteit verhoogt ze met een band die de arrangementen treffend, perfect en puur oprecht samenbrengt.

Beach House

Teen Dream

Geschreven door

Binnen de ganse rits indiepoprockende bands kunnen we momenteel niet omheen het NY-se duo Beach House. Inderdaad, Victoria Legrand (keyboards/backing vocals) en zanger/multi-instrumentalist Alex Scally staan er met de derde cd ‘Teen Dream’. Verdiend loon naar werk!, want de cd bevat dromerige, broeierige, toegankelijke indie.
Het is heerlijk vertoeven in de muzikale leefwereld van het duo die hun songs laten meedrijven op het pakkende, emotievolle gitaarspel, de bezwerende piano, toetsen en synths en zalvende drums, gedragen door de dromerig, soms hoog uithalende vocals. Ze zorgen voor een intens bedwelmende trip op de plaat, waarbij we praktisch geen zwak nummer terugvinden: van “Zebra”, “Silver soul”, “Norway”, “Walk in the park”, “Used to be” tot “10 Miles Stereo”, “Real love” en Take care” vinden we een ongelofelijke finessse en subtiliteit terug, die zich meester maakt van je gevoelswereld.
Het duo mag terecht gelinkt worden met de droompop van Mercury Rev , Grizzly Bear en My Morning Jacket en refereert aan oudjes Galaxie 500, Yo La Tengo en Mazzy Star door de heerlijke deels melancholische sound. Schitterend puik plaatje alvast!

Club 8

The people’s record

Geschreven door

De winterkou heeft lang genoeg aangesleept en dus is het hoog tijd geworden voor een lekker zwoel plaatje. Wat dacht je van Club 8?
Inderdaad, we hebben het over dit Zweeds duo dat ons reeds sinds 1995 aangenaam weet te verassen met hun zonnige indiepopdeuntjes en wiens eerste releases uitgebracht werden op het Spaanse cultlabel Siesta Records.
Ook al werden ze destijds vergeleken met namen als Camera Obscura, JJ of Kings Of Convenience gingen deze mensen toch meer en meer in de richting van de swingende bossa nova.  Na het succes van hun vorig album ‘The boy who couldn’t stop dreaming’ besloten Karolina Komstedt en Johan Angergärd om de valiezen te pakken en richting Brazilië te trekken om daar nog wat meer inspiratie op te doen.
Het resultaat kan je nu horen op deze heerlijke cd die geproduceerd werd door Jari Haapalainen en die is op zijn beurt bekend van zijn werk met Camera Obscura en The Concretes.
Het resultaat is werkelijk verbluffend en Club 8 brengt hier een album waarin melancholische melodiën verweven worden met een heerlijke salsasound. Als je benieuwd bent hoe Belle & Sebastian zou klinken indien ze geremixt zouden worden door Herb Albert, dan kan ‘The people’s record’ wellicht een antwoord op die vraag zijn.

Protestant Work Ethic

The jar and the shock

Geschreven door

Het eerste wat je denkt eens als deze cd aan zijn einde komt, is dat deze release perfect zou passen in de cataloog van Bella Union gewoonweg omdat de muziek van Protestant Work Ethic sterk aanleunt bij nieuwe goden als John Grant. Maar dit klein meesterwerkje van Protestant Work Ethic is echter gewoonweg  uitgebracht op het kleine (maar prachtige) Valeot Records.
Volgens de wereld van Google word je bij het intikken van Protestant Work Ethic naar allerlei religieuze verenigingen verwezen maar in de muziekwereld staat deze naam bekend (nou ja) voor het project van de Oostenrijker Simon Usaty.
Op deze tweede cd liet Simon zich inspireren door zowel nieuwe als oude folk en met het gebruik van instrumenten als een ukelele, een banjo, een accordeon of zelfs een glockenspiel tovert Simon de mooiste folkstukjes uit zijn mouw die steeds voorzien zijn van een mooie evenwichtige rijke muzikale omkadering. Het is dan ook geen wonder dat meerdere mensen deze band wel eens vergelijken met Mumford And Sons.
Kenners hebben al begrepen dat dit een kleinnood is om de vingers van af te likken, u weet waar u het eerst gelezen hebt. In de gaten houden die band !

Chau Chat

Le Debut

Geschreven door

Naast de shoegazerevival is er naar verluidt ook een ware Britpoprevival op komst. Of er nu weldra een nieuwe Blur of een nieuwe Oasis op ons zal afkomen blijft natuurlijk de hamvraag maar wat ons betreft kan Chau Chat best zijn steentje bijdragen aan deze heropleving. Ondanks de Frans aandoende naam (vernoemd naar Madam Chauchat uit ‘De toverberg’ van Thomas Mann) blijkt dit duo echter uit Munchen afkomstig te zijn.
Is het dan zo dat de ultieme Britpopplaat van dit jaar van Duitse makelij kan zijn?
Een vraag die we moeten afwachten maar in plaats van een overbodige kopie van een reeds bestaande band te zijn,  werkt dit duo (bestaande uit Christian Illi en Ron Flieger) vanuit een andere invalshoek. Hun klassieke muziektraining zal er wel niet vreemd aan zijn, maar moest er zoiets bestaan als een mix van Tindersticks en Pulp dan zou Chau Chat best wel eens het antwoord kunnen zijn.
De perfecte balans tussen klassieke avant-garde en poppy indiemuziek wordt gedurende heel de cd aangehouden en mits wat airplay zou het radiovriendelijke “Konfusion-Stigmata” best een hitje kunnen worden.
Ergens hadden we nooit gedacht dat we dit ooit zouden neerschrijven maar de meest doordachte en originele Britpopplaat zou dit jaar wel eens uit Duitsland kunnen komen.

Ben Harper

Live from The Montreal International

Geschreven door

Ben Harper heeft iets met live albums. Dit is inmiddels al zijn vijfde live registratie die op cd wordt geperst. Maar geen waarop hij meer briest, scheurt, knarst, bijt en gromt als deze hier. Met dank aan The Relentless 7, zijn nieuwe band waarmee hij in 2009 al het ziedende ‘White lies for dark times’ opnam en daarmee al onze twijfels wegnam na de daaraan voorafgaande middelmatige plaatjes. Quasi het volledige album is hier in deze live set opgenomen. Kan ook moeilijk anders, want dit was tot op heden nog maar de enige plaat die onder deze bezetting werd gemaakt. Wat we wel kunnen zeggen is dat de songs in een live kleedje nog een flinke brok gloeiender en scherper klinken, een stuk langer ook zoals in “Keep it together” waarin Harper zwaar aan het soleren gaat. Harpers gitaar klinkt overigens heter en gevaarlijker dan ooit, zijn Hendrix demonen zijn volledig losgeslagen en The Relentless 7 gaan geweldig tekeer.
Ook een paar interessante nieuwigheden zijn te vinden op dit live album. De bijzonder felle opener “Faster Slower dissapear come around” is een verdomd knappe en brute nieuwe song en Harper zet iets verder ook een vlijmscherpe versie van Hendrix’ “Red House” in de etalage.
Enkel de overbodige cover “Under pressure” (Queen en Bowie) staat hier een beetje onnozel te wezen en ook de ballad “Another lonely day”, de enige overblijver van The Innocent Criminals tijd, is nogal lauwtjes en past evenmin op dit bruisend live album.
Een live plaat die zeer in de smaak zal vallen bij Hendrix adepten, zoals Harper er natuurlijk zelf één is.

Golden Helmets

Transatlantic

Geschreven door

Sommige groepen verkiezen nog steeds het ouderwetse principe van de mond tot mondreclame en Golden Helmets uit Keulen zijn daar een mooi voorbeeld van. Je zal veel moeite moeten doen om iets van deze Duitsers op het net te vinden en toch zijn zij zoiets als een gevestigde waarde geworden in de Duitse garagerockscene. Tot nu toe mochten zij tot reeds complimenten van New Bomb Turks, The Fuzztones en onze eigenste Kids in ontvangst nemen.
Vanaf het moment dat je deze cd in je speler plaatst,  weet je ook meteen waar deze woorden vandaan komen want deze debuutplaat raast werkelijk als een trein over je heen. Ieder nummer bevat een maximum aan rock ’n roll terwijl er daar een lekker laagje soul wordt aan toegevoegd.
Laat Rocket From The Crypt een Motownplaat opnemen en het resultaat zou waarschijnlijk ergens in de buurt kunnen liggen van wat deze jongens hier brengen. Jammer genoeg duren rockplaten nooit echt lang en na 30 minuten is het rockplezier over en eigenlijk kun je alleen maar hopen dat deze Duitsers snel de richting van de Belgische podia zullen vinden.

Pavement

Standvastig Pavement behoudt jeugdige rommeligheid

Geschreven door

Het Amerikaanse kwintet Pavement is goed tien jaar na de laatste vijfde worp ‘Terror twilight’ terug bij elkaar voor enkele reünie concerten. Stephen Malkmus en de zijnen, waarvan we ook vooral Mark Ibold (ook nog een tijdje op tour met Sonic Youth) en Bob Nastanovich (multi-instrumentalist en tweede zang) onthouden, maakten zich in de jaren ‘90 populair met de ‘do it yourself’ gedachte van rammelende, soms opzwepende, lofi gitaarmuziek en opmerkelijke sfeervolle werkstukjes. Onderhuids behielden ze de melodieuze kracht, gedragen door de nasale, melancholische en onvaste zang van gitarist Stephen Malkmus. ‘Crooked rain, crooked rain’ en ‘Brighten the corners’ overtuigden een breder publiek, de andere cd’s beklemtoonden het vluchtige karakter en de ongekunstelde chaos! Indie nonchalance! Hun livegigs waren bijgevolg dan ook wisselend, desondanks kon de groep rekenen op een welverdiend respect.

’Welcome back’ prevelden ze … Een happy weerzin was het alvast, waarbij dertig - en veertigers en de nieuwsgierige (jonge) fan present waren op het heel snel uitverkochte concert in de AB. Pavement stelde bijna dertig songs voor, ruwer, rauwer of introspectief en ingetogen. Af en toe explodeerde het. Nastanovich was er deels verantwoordelijk voor door vocaal het voortouw te nemen en z’n teksten letterlijk uit te spuwen, wat de band een versnelling rapper deed gaan.
Malkmus was eerder speels, onbevangen en zelfrelativerend; hij liet alles wat meer z’n gang gaan, zwierde z’n gitaar wat heen en weer en gooide ze af en toe eens in de lucht.
Pavement wisselde sterke met minder boeiende songs af en speelde ook enkele lofi probeersels. In het eerste deel hadden we “Cut your hair”, “Elevate me later”, “Starlings”, “In the mouth a desert”, “The hexx” en “Triggercut”, die de tijd van toen deden herleven. In het tweede deel waren het “Grounded”, “Stereo”, “Summerbabe” en “Spit on a stranger”, die het vuur aanwakkerden. De lightshow, de spotlights en de versiering van witte lampjes waren uitermate leuk. “Range life” mocht na goed anderhalf uur besluiten, maar de band breidde er nog een uitgebreide bis aan; de klemtoon kwam op het materiaal van het succesvolle ‘Crooked rain, crooked rain’; de songs gingen op ontspannende wijze bijna in elkaar over, van “Silence kit”, “Stop breathin’” en “Gold soundz”. “Box elder” en “Shady lane” zaten ergens middenin.

Pavement had nog niet veel ingeboet van hun jeugdige rommeligheid, maar was duidelijk standvastiger! … wat maakt dat in de evaluatie van de set er nog altijd twee kampen zullen zijn om te maken of dit een uiterst goed concert was. De band gaf de indruk er losjes over te gaan , maar hield de touwtjes goed in handen!

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Les Nuits Botanique 2010 - Jamie Lidell, Little dragon - onbegrensde muzikale genialiteit

Geschreven door

Na zijn eerdere doortochten in de Botanique, de AB en de Hallen van Schaarbeek heeft Jamie Lidell al lang geen kompas meer nodig om onze hoofdstad te vinden. De dag dat zijn nieuwe worp ‘Compass’ in ons land uitkomt, vond hij de tijd om deze voor te stellen in de Chapiteau op Les Nuit Botanique.
Jamie Lidell is sinds kort, om het met Sting z’n woorden te zeggen, ‘An Englishman in New York’ geworden. Mijmerend over zijn nieuwe leven, was het Beck die de aanzet gaf voor wat alweer de 4e plaat is van de ingenieuze geluidskunstenaar. Het was echter niet alleen muzikale bondgenoot Beck die meewerkte aan ‘Compass’, ook andere klinkende namen hadden een belangrijke bijdrage: Warp Records labelgenoot Leslle Feist (lyrics en inzingen van nummers), Chris Taylor van Grizzly Bear, Gonzales (piano) en Pat Sansone van Wilco (afwerking van de opnames) waren betrokken. ‘Muddlin Gear’ buiten beschouwing gelaten, zoekt ‘Compass’ de gulden middenweg tussen de experimentele elektronica van ‘Multiply’ en de soulpop van ‘Jim’. Het is een plaat geworden die overloopt van muzikaal geflirt, een vreemde rocksound en geflipte percussie. Dit alles overgoten met de prominent aanwezige soulstem van Lidell.

Jamie was behoorlijk in zijn sas en maakte met zijn nieuwe band meteen indruk door het enthousiasme waarmee hij zijn nieuwe nummers en aanstekelijke ‘feel good vibes’ de Chapiteau instuurde. Ondersteund door een liveband gaf kameleon Lidell blijk van zijn onbegrensde muzikale genialiteit, flirtend met diverse muziekgenres… electro, rock, soul, blues, pop,… al dan niet als cocktail in één en hetzelfde nummer. Halfweg de reguliere set gooide hij solo de toon en de limiet om door een elektronicaschokje uit te delen. Lidell op zijn best, al beatboxend zijn eigen stem bewerken en samplen op een kluwen van elektronische apparatuur. Vreemde danspassen, funky gebaren en gekke bekken trekkend… bijna loos gaan op zijn percussie of apparatuur: het zorgde voor een ongenaakbare podiumpres(en)tatie.
Naast de optimistische, heerlijk door het leven fluitende, pareltjes als “Another Day” (hoewel we deze versie net wat minder vonden) en “A Little Bit Of Feel Good” (een vette beatboxversie op het einde), gooide Jamie het publiek “Enough Is Enough” tussen de oren. Een typisch uptempo en speels Lidell-nummer dat schatplichtig is aan The Jackson Five. Het met dubbele drum voorziene “I Wanna Be Your Telephone”, (hallo Prince?) en het melancholische en feeëriek ingetogen gespeelde titelnummer “Compass” maakten grote indruk. Om maar te zwijgen van de subtiel gelaagde (piano, synths en blazers) single “The Ring”, waarmee hij zijn set begon. We werden blootgesteld aan verrassend hard gitaarwerk op “Completely Exposed” en “Gypsy Blood”, Jamie’s dedication aan de gypsies. De ingehouden zang van het nummer “Multiply” blijft het beste excuus voor een feestje. Jamie danste de gypsy-dance en ging prat op een fantastische soloversie van “A Little Bit More”. Bij het met een drumcomputer aangedreven “When I come back around” stuiterden en vlogen de verknipte vocalen op de meest onverwachte momenten als een volleerde springbal door de Kruidtuin. Maar er was meer… het aanstekelijke en door Beck geschreven “Coma Chameleon” bijvoorbeeld… of hoe beats uit de hiphop, blaasinstrumenten en gitaren met mekaar een uiterst interessante kruisbestuiving aangingen. Afsluiten deed Lidell met de bijzonder zoete ballade “She Needs Me” waar we een Prince-visioen kregen. Klasse!

Afgaand op dit concert wordt ‘Compass’ allicht één van soundtracks voor een drukkend hete zomer. Misschien maakte Lidell één van zijn beste platen tot dusver?! Jamie Lidell betoverde live alleszins met speelse improvisaties en experimenteel kattenkwaad. Dit was wederom een eigenzinnige en unieke liveshow met een hoge entertainmentwaarde en de zo typerende alomtegenwoordige souljams van Lidell. Ons hoofd eraf als deze plaat geen potten breekt… Jamie Lidell mag zich opmaken voor een verdere verovering van het soulpopheelal dat zich ergens situeert in het onverkend gebied tussen dansbare elektronica, funk en pure soul… “Aiming for the moon”… het zijn Jamie’s eigen woorden (in RifRaf, nvdr).
... Deze zomer alvast op het Cactusfestival in Brugge (zaterdag 10 juli! btw) te zien ... Check it up ...

Support Little Dragon is een Zweedse elektronicaband uit Göteborg met de Zweeds-Japanse zangeres Yukimi Nagano. De band is vooral bekend voor het nummer “Twice” dat zijn opwachting maakte in ‘Grey’s Anatomy’ en het feit dat ze mee op tour mochten met TV On The Radio. De bandleden zijn ook te horen op “Plastic Beach” van Gorillaz. Little Dragon slaagt erin om jazz, elektronica en pop met elkaar te verenigen. Een ideaal voorgerecht voor Jamie Lidell dus!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Phosphorescent

Phosphorescent – een lichtjec in de duisternis bij Bobbejaans heengaan

Geschreven door

Merkbaar nerveus opende Boston Tea Party de avond. Een gebroken snaar gooide onmiddellijk wat roet in het branievol geserveerde eten maar het werd snel duidelijk dat dergelijke pech hun jeugdig enthousiasme niet kon temperen. Het koppel maakt wat ze zelf ‘gestoorde noisepop’ plachten te noemen, een op zichzelf nietszeggende term die dus een heel brede lading kan dekken. Wat we zagen, waren een vinnige jongen op gitaar en een niet minder energieke meid die voor de percussie zorgde. Dit slagwerk werd voornamelijk beheerst door de zelfgemaakte ‘stompbox’, een instrument dat toelaat om een stevige beat te genereren maar na verloop van tijd te eentonig klinkt om te blijven boeien.
Met een beetje fantasie kan men dit tweetal koppelen aan o.a. The White Stripes (om evidente redenen), Anne Clarck (omwille van het krachtig declameren van bepaalde songteksten door de jongedame), Peaches (omwille van de flair en onverschrokkenheid waarmee diezelfde dame bepaalde liedjes durft te zingen) en The Stooges (omwille van de riffs die de gitarist door de boxen joeg). Ook Gossip en The B52’s zouden we als referentie durven vernoemen. Met “The Mercy Seat” brachten ze een Nick Cave-cover die alleszins een zeer eigen stempel kreeg. De jongedame verklaarde de keuze door met een flinke portie ironie te beweren dat dit lied zo dicht bij haar stem ligt. Voor het overige hoorden we een zestal uit hun debuutplaat (“Little trouble kids”) geputte songs waaronder hun eerste single (het eerder donkere “90’s Dream”) en het met een stevige “I wanna be your dog”-gitaarflard gelardeerde “Zero One”.
Afsluiten deden ze met “She made me dance”. We hadden graag hetzelfde beweerd maar dat zou overdreven zijn. Qua inzet krijgen ze minstens een acht op tien, maar hun ruwe rock en technische bagage behoeven progressie alvorens potten te kunnen breken. Het siert hen wel dat ze dit zelf ook inzien, de slotwoorden van de gitarist (die trouwens een ware recidivist bleek op het vlak van snarenvernieling) luidden immers: ‘Volgende keer doen we beter.’ We hopen het met hen. Dat ze weinig pretentie hebben is duidelijk, over hun potentie durven we echter nog geen finale uitspraken doen.

Phosphorescent presenteerde zich tot twee jaar terug voornamelijk als een solo-act. Zo zagen we Matthew Houck op het Domino-festival van april 2008 veelvuldig gebruik maken van loops om de meerstemmigheid van de gelaagde muziek uit het prachtige ‘Pride’ (2007) te kunnen vertalen naar het podium. Sedert de aan ‘To Willie’ (2009) gekoppelde tournee verkiest hij echter het gezelschap van een 5-koppige begeleidingsband. Muzikaal sluit zijn nieuwste CD, ‘Here’s to taking it easy’, trouwens erg aan bij hetgeen hij op dat eerbetoon aan Willie Nelson op plaat liet persen. Terwijl zijn eerste drie albums minder toegankelijk waren en vaak getuigden van een onbestemde en beklijvende sfeer, gooit Phosphorescent het sedert vorig jaar duidelijk over een vlottere countryrock-boeg.
Na een lange instrumentale intro hoort men in het STUK de eerste vier nummers van ‘Here’s to taking it easy’. Dit alles in identiek dezelfde volgorde als op plaat, het hoeft dus niet te verbazen dat Houck apetrots is op zijn laatste werkstuk. Zelf zijn we iets minder opgetogen want geluidstechnisch liep er het eerste kwartier aardig wat mis, pas vanaf “Mermaid Parade” horen we de nodige beterschap. Vervolgens krijgt het op “Pride” onbeschrijfelijk sterk klinkende “A Picture Of Torn Up Praise” een grondige herwerking die ons niet voor het laatst doet beseffen dat de winst aan (samen)speelplezier tot een verlies aan impact geleid heeft. Niet dat die klassesong plots middelmatig klinkt, maar we durven ons afvragen of Houck die nieuwe live-versie zelf beter vindt dan het door merg en been gaande origineel. Gelukkig doet “Tell Me Baby (Have You Had Enough)”ons toch nog verzoenen met de sound die zijn begeleiders creëren. Ook de samenzang in het uit
‘Aw Come Aw Wry’ (2005) stammende “Joe Tex, These Goddam Taming Blues (Are Killing Me)” vloeit mooi over in puike arrangementen.
De Willie Nelson-hattrick (“It’s not supposed to be that way”, “Too sick to pray” en “Reasons to quit”) doet Houck opmerken dat Phosphorescent ballen heeft want dat geleende materiaal is zodanig sterk dat - en we citeren -  ‘the Phosphy-songs will sound as shit’. Een bewering die hij stande pede ontkracht door twee andere hoogtepunten uit ‘Pride’ ten berde te brengen: “Wolves” komt mede door technische problemen wat moeizaam op gang maar vloeit uiteindelijk uit in de prachtige hymne die ons bij elke beluistering een krop in de keel bezorgt, “At Death, A Proclamation” kent evenmin een vlekkeloos verloop maar evolueert naar een verschroeiend slot dat terecht op luid applaus onthaald wordt.

In de bisronde grijpt Houck terug naar
“Aw Come Aw Wry”. Terwijl het solo gebrachte “Dead heart” de zaal muisstil krijgt, bevestigt “Endless” (vocaal begeleid door de gitarist) dat Phosphorescent op zijn best is in zijn meest breekbare versie. Geholpen door zijn hoorbaar vermoeide stembanden is Matthew Houck capabel om koude rillingen op te roepen in een nochtans meer dan voldoende verwarmde Labozaal. Het zou ons niet kunnen deren indien “Endless” zijn titel waarmaakte. Spijtig genoeg komt echter aan alle mooie liedjes een eind, zelfs Bobbejaan Schoepen moest dit dezelfde dag nog onder ogen. Een lang uitgesponnen versie van “Los Angeles” liet alle muzikanten nog eens het beste van zichzelf geven zodat we alsnog een positief eindoordeel kunnen vellen over deze passage van Matthew Houck en de zijnen. Bobbejaan weet zich alleszins verzekerd van een waardige opvolger…

Organisatie: Stuk, Leuven

Pagina 826 van 963