Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Gavin Friday - ...

Roosbeef

Ze willen wel je hond aaien maar niet met je praten

Geschreven door

De naam van de songschrijfster Roos Rebergen gonst al enkele jaren in de Nederlandse pop- en kunstwereld. Het jonge meisje met het rode piekhaar heeft met medewerking van Tom Pintens (ex Zita Swoon) en Tjeerd Bomhof (van Voicst) een puur, eerlijk, ontwapenend Nederlandstalig debuut uit. In haar dromerige, sfeervolle songs treedt ze in de voetsporen van ‘godfathers’ Spinvis, Robert Long en Boudewijn De Groot. Ze speelt met klanken en woorden. Ook schuilt de oude Zita Swoon stijl om de hoek.
Een beeldrijk, dromerig, filmisch sfeertje creëert ze door een (minimale) geluidskunst van gitaar, soundscapes, elektronica en blazers; ze stoeit, lacht, huilt met gevoelens en situaties. “Jongen gaat het leger in”, ”Boerderij” en “Buitenboord” biedt grootse kleinkunst, een broeierige opbouw  horen we op “Onder invloed”, “Volle magen” en “Alleen”; en “Te heet gewassen” en “Alles draait” gaat richting mainstreampop.
Roosbeef heeft een persoonlijke warme, kwetsbare en intieme plaat uit …

Handsome Furs

Face Control

Geschreven door

Wolf Parade – Handsome Furs, het zijn twee bands waarin zanger/gitarist Dan Boeckner een actieve rol opneemt. Wolf Parade deelt hij met toetsenist Spencer Krug; de band laveert ergens tussen Arcade Fire, Broken Social Scene, Postal Service, Fiery Furnaces, Spoon en Built to Spill.
Met z’n vrouw Alexei Perry deelt hij naast de lakens … Handsome Furs. Het duo brengt snedige, weerbarstige, strakke en hoekige rock’n’roll en pop, opgejaagd door een ‘80’s electro dreunende drumcomputer en gedragen door z’n declamerende zang (wat soms aan Dave Eugene Edwards doet denken). Door het rauwe rock’n’roll gehalte leunt het duo aan de Kills. Ze brengen een gevarieerd album uit van aanstekelijke, broeierige indierock … negen kernachtige songs en drie tussendoortjes. Het catchy “Evangeline” kan alvast de doorbraak betekenen naar een breder publiek, de rock’n’roller kan z’n hart ophalen met “Legal tender”, “Talking hotel arbat blues” en de electrofreaks zullen gewonnen zijn door “All we want, baby, is everything”,  “I’m confused” en “Nyet spasiba”..

Fagget Fairys

Feed the horse

Geschreven door

De Deense DJ Sensimilia en haar 10 jaar jongere geliefde, de in Bosnië geboren Ena vormen samen Fagget Fairys. Ze hebben met de titelsong van de cd “Feed the horse” - mjam mjam -, de zomerhit klaar. Voor een tongzoen meer of minder kijkt het koppel niet meer om; qua attitude doen de vrouwelijke DJ en MC denken aan het Russische deernes Tatu. Hun ‘hotte’ liefdesverklaringen zetten ze muzikaal om in een zwoele mix van electro, pop, dubstep, drum’n’bass, kitsch, disco en Balkan (door de blazers). Resultaat is een trippende, prikkelende en groovy vibesound die tot de verbeelding spreekt … de ultieme soundtrack voor wie ‘the bunny ranch’ series op tv volgt …
Het duo heeft een uiterst charmante, sensuele plaat uit die met songs als “Roll the dice”, “Oçi”, “Mary Jane” en de titelsong inwerkt op de dansspieren. Het afsluitende “This thing I do” verwijst naar de ‘80’s electrowave; de andere songs omvatten een vleugje neurotische electronicableeps. Cocorosie schuilt om de hoek.
Fagget Fairys is hot in de clubscene …

Folkdranouter 2009: zondag 9 augustus 2009

Geschreven door

De afsluitende dag op Dranouter lokte ruim 25000 bezoekers en kruiste de traditionele folk van Moving Hearts, ‘de godfathers’ van The Chieftains, de klezmer van Storsveit en het huidig patrimonium van de cuban/latin /hiphop van Orishas, de songwriterpop van Milow en het Vlaamse entertainment van Bart Peeters.

Het IJlandse collectief Storsveit nix noltes (Kayam) leek wel een handig alternatief om Zach Condons Beirut te begeleiden op een volgende plaat (zoals hij nu deed met de Jimenez band!). Wat ‘March of the Zapotec’ nog traditioneler zou doen klinken binnen het Balkan/klezmer concept. Hun instrumentale Balkan was net iets te hoog gegrepen om de ganse set te boeien.

De jonge folky singer/songwriter Mariee Sioux uit Nevada City, debuteerde vorig jaar op het Dominofestival en op enkele gigs in de Bota. In de voetsporen van een Alela Diane opereert zij op haar laatste tournee (terug) solo met innemende folky popsongs, ergens tussen droom en nostalgie, bepaald door haar broze, zweverige praatzang (Flamundo). De songs hadden een minimale inkleding van akoestisch gitaargetokkel en haar stem. Ze was onder de indruk van het aandachtige publiek,wat haar een zelfzekere plaats opleverde binnen de vernieuwende (free) folkscene. Ze liet ook haar Sioux’verbondenheid (van de oorspronkelijke bewoners van Nood-Amerika) horen.

Stevig, dynamisch en opwindend ging het er aan toe met Orishas uit Spanje (Kayam). De band heeft roots in Cuba en liet dit duidelijk horen in hun zomerse dansbare cocktail van latin, hiphop, pop en traditionele Cubaanse muziek van een BVSC, Afro Cuban all Stars en Portuondo on beats. Een frisse, aanstekelijke en stomende set was het resultaat. Overtuigend wat het kwartet wist af te leveren!

Het Ierse Moving Hearts (Kayam) greep terug naar de wortels van de traditionele folk. De groep, opgericht in ’81, had heel wat folkgrootheden over de vloer, maar hield er onverwachts eind ’89 mee op. De reünie deed de muzikale microbe terug aan wakkeren. Hun overwegend instrumentale sound (af en toe werden ze wel bijgestaan door gastmuzikanten en een gastzanger) van pop, rock en psychedelica, refereerde in momenten aan de sfeervolle aanpak van (het onvolprezen) Afro Celt Sound System.

Eén van de meest gerespecteerde Vlaamse songschrijvers van dit moment is Jonathan Vandenbroeck aka Milow. Hij was erg blij dat hij er hier bij mocht zijn (Kayam). Z’n bescheidenheid sierde hem, want z’n twee platen haalde al hoge ogen in de nationale en internationale pers. Hij won in februari nog 5 MIA’s. Ooit gestart in 2004 als een Erkens, beschikt deze singer/songwriter over een heuse band en werd hij vocaal bijgestaan door Nina Babet. Z’n dromerige pop klinkt radiovriendelijk en krijgt door de rits muzikanten een voller geluid. We hoorden een intimistische, sfeervolle en luchtige set onder z’n zalvende stem en de warme vocals van Babet. Naast hapklare songs als “The ride”, “Out of my mind”, “Until morning comes” en “One of it”, kon hij uiterst sober het publiek voor zich winnen met “You don’t know” en “Ayo technology”. De refreinen werden moeiteloos meegezongen of er werden enkele obligate “heyoohs” geneuried. “Dreamers & renegades” was één van de afsluiters van de zorgvuldige, uitgekiende, melodieuze set van deze niet te onderschatten songwriter.

En dan komen we tot de finalereeks van The Chieftains vs Bart Peeters (Kayam).

Vijf jaar geleden sloot het Ierse The Chieftains Folkdranouter af. Ze hebben er al een gerespecteerde carrière van meer dan 40 jaar opzitten. Een klein anderhalf uur lang hoorden we sfeervolle Ierse folkmusic, bepaald door Paddy Moloney, spil van de Chieftains. De stepdancers gaven net als de Pipers & Drumband (in traditionele klederdracht!) uit Passendaele elan aan het geheel. The Chieftains lieten het totaalgeluid wat aan het toeval over, wat uiteindelijk toch een mooi samenspel en rondedansjes op het podium opleverde. The Chieftains kregen een verdiende, staande ovatie. Respect!

Bart Peeters is van alle markten thuis en beschikt over een grenzeloze creativiteit. De bijna dolle vijftiger onderscheidt zich als tv presentator, acteur, entertainer en zanger/multi-instrumentalist. Enkele jaren terug maakte hij er overdag een onvergetelijk Dranoutermoment van, nu kreeg hij iedereen mee om de 35ste editie te besluiten.
Peeters heeft er al een succesvolle club/theatertournee en een handvol festivals opzitten. Hij geeft persoonlijke indrukken weer, neemt de samenleving onder de loep, geeft kwinkslagen en maakte er een luchtige en integere cocktail van in z’n bindteksten (cfr. het sterrenmeisje en Natalia). Ongelofelijk tot wat hij als cabaretier en muzikant allemaal in staat is. Hij zet deze creativiteit met z’n begeleidingsband om in een subtiele mix van pop, folk, kleinkunst en chanson; een vleugje jazz, funk, afro, tango en hiphop zijn te horen, in een uitgebreid instrumentarium van gitaar, accordeon, viool, klokkenspel, derboeké (variant op de djembé ) en allerhande tierlantijntjes.
We hoorden een boeiende afwisseling in stijl en dynamiek. De recente derde cd ‘De hemel in het Klad’ stond in de spotlights. Peeters & Band wisten het publiek in hun greep te houden; het volksfeest en het meezinggehalte kon niet ontbreken, want we werden aangepord tot handjeszwaaien en –klappen op levendige songs “Er is geen één zoals jij”, “Denk je nog aan mij”, “Messias” en “Leve de deejays” (persiflage op Indeep’s “Last night a dj saved my life”). Intussen was er ook ruimte voor sfeervol, ingetogen werk … de intieme Bart als in “Zo van die zomeravonden”.
Op het meesterlijke “I’m into folk” en de closing act met de lepels in de bis (“Huisdier” (?), een uitnodiging tot ‘lepel’drums) mocht iedereen het podium op om het Folkdranouter feestje compleet te maken.
Ijzersterk live optreden. Folkdranouter werd ‘en verve’ besloten …

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto's

Organisatie: Folkdranouter, Dranouter

Folkdranouter 2009: zaterdag 8 augustus 2009

Geschreven door

Op de tweede dag van Folkdranouter trok de organisatie vooral de kaart van de (sfeervolle) gitaaraanpak van bands als Travis, Novastar, The Veils en het singer/songwriterschap van Venus In Flames, Bony King Of Nowhere en Jasper Erkens. Of hoe folk zich in allerlei bochten wringt …

Niet te onderschatten is onze Wigbert wel (Kayam), want hij is zowel solo artiest, producer als songleverancier. Hij levert sterk uitgewerkte composities af en geeft er een hoge emotionele waarde aan. Deze namiddag vervoegde Piet van den Heuvel en Raf Walschaerts (van Kommil Foo) Wigbert & Band. Kleurrijke dromerige kleinkunstpop door fijne songs als “Tennis”, “Joey (als Matahari)”, “Worsten” en niet te vergeten “Ebbenhout blues”.

Ons respect voor Frederik Sioen steken we niet onder stoelen of banken. Hij bouwde al een aardige reputatie op met onderschatte albums ‘See you naked’ en ‘Ease your mind’. Deze goedgemutste, optimistische jonge dertiger gooide het na de recente ‘A potion’ (’07) over een andere boeg. Hij ging in op de invitatie van ‘One day for another world (Oxfam)’ in Z-Afrika/Soweto en werkte ginder met enkele artiesten, wat het muzikale project ‘Calling up Soweto’ opleverde. Resultaat: een cultureel verrijkende aanpak van broeierige afro/worldpop en een Sioen als vanouds met sfeervol, ingetogen materiaal op piano/toetsen.
De songs kregen een funky groove, klonken aanstekelijk, dansbaar en hadden door de Afrikaanse backing vocalisten een ‘kerk’gospelgehalte (Kayam). Openers “Calling up Soweto” en “Mother please” zorgden meteen voor een feestelijke stemming. “Automatic” en “Robot” (met blazersectie) zetten de ‘positive vibe’ verder, refererend aan Zita Swoon en Paul Simon. Sioen porde het publiek aan tot dansen door de uiterst ritmische sound. Maar ook z’n vertrouwde geluid in nummers als “Ease your mind” en “People of the sun” kwam goed uit de verf in deze bezetting. “No conspiracy at all” groeide uit tot het hoogtepunt, dat het gehalte aangemeten kreeg van Live Aid’s ‘Feed the world’. Net als in de opbouwende songs “Wash away”, “Sailing a ship” en het afro “Umuntu …” was hier de factor gevoeligheid erg hoog. Tot slot bracht Sioen een schitterende finalereeks met een pittig gedreven “Son of a gun” en een  broeierige “Nowhere to go”. De samenwerking zinderde na en leverde een grootse respons op; de Afrikaanse artiesten zullen er een toffe herinnering aan overhouden, wat een onvergetelijke reis huiswaarts zal betekenen … Sioen had de lat hoog gelegd …

De wondere, muzikale sprookjes- droomwereld van het kunstminnende en cabareske CocoRosie, onder de zusjes Casady, was de vreemde eend in de bijt in de programmatie op zaterdag (en misschien wel van de 3daagse). Net als Flogging Molly stonden zij ook al lang op het lijstje van de organisatie. De zusjes waren in Dranouter met beatboxer Tez, een pianist en iemand op drums/xylo/vibrafoon (Kayam). Ook de harp ontbrak niet. “Today, we’ll make poetry” spraken ze uit. Hun kleurenpalet van knusse, -iets-niet-van-deze-wereld, freefolk/elektronica kreeg deze namiddag op die manier een ‘unplugged’ aanpak: een minimale, spaarzame begeleiding van subtiele sounds, allerhande geluidjes en beatboxing, gedragen door de haakse zang van de zusjes.
Eerst stelde dit weirde NY-se collectief enkele nieuwe songs voor van hun pas verschenen EP, om dan uit te halen met kippenvel versies van “Beautiful boyz”, “Werewolf” en “By your side”. Af en toe werd het tempo verhoogd en klonk het iets krachtiger, vooral door de beatbox. “Rainbow warriors” en “Japan” waren de hoogtepunten, frisse, speelse songs bij uitstek met ‘Wizard Of Oz’/ Familie Trapp’ wortels. Ongedefinieerde pracht voor de ene, geschifte psychedelica voor de andere ... CocoRosie is en blijft iets magisch en bijzonders bieden. Wordt vervolgd …

Joost Zweegers’ Novastar bracht vorig jaar de derde cd ’Almost bangor’ uit: puur oprechte, sobere singer/songwriterpop, die op de recente cd verbeten en krachtiger durft te klinken. Tijdens de live optredens en vooral op de festivals trekt Zweegers de lijn van een snedige aanpak door. Z’n vaste drummer werd vervangen door Isolde Lasoen, de bevallige drumster van Daan, die moeiteloos de songs kon drummen (Kayam). Met de broeierige rockers als “Weller weakness”, “Tunnelvision” en de titelsong “Almost bangor” kwam de klemtoon eerst op het nieuwe materiaal. Een hyperkinetische Zweegers zwierde z’n akoestische gitaar luchtig heen en weer en deed de snaren afzien. Het sfeervolle “Never back down” en het intense “The best is yet to come” waren bepalend voor de rest van het concert: aan de broeierige opbouw gaf hij een dynamische draai om het geheel uiterst opwindend te maken, zonder dat de lieflijkheid en emotionaliteit verloren ging. Z’n keuze van “Wrong”, “When the lights go down …”, “Because” (publiek entertainde Novastar!) , “Making waves” en “Caramia” boden net die evenwichtige aanpak van gevoel, finesse en rauw, sprankelend …

The Veils, onder zanger/pianist/gitarist Finn Andrews, pakten op hun beurt moeiteloos de Flamundo in. Ook zij houden van contrasten, van lieflijke, breekbare pop tot strakke weerbarstige americana; in hun broeierige rootsrock behielden ze een plaatsje voor melodrama, onder Andrews pakkende, doorleefde stem. De band was toe aan hun laatste optreden en wou wel eens wild om zich heen slaan, wat de nodige mokerslagen gaf in sommige nummers.  Ze wisselden het nieuwe werk van ‘Sun gangs’ (wat een sterke plaat) af met frisse, oudere songs. De recente “The house she lived in”, “Three sisters” en “Sit down by th fire klonken even indringend en bezwerend als “Advice for the young mothers to be” en “Jesus for the regular”. Het afsluitende mooi uitgesponnen “Larkspur” besloot overtuigend de set, die qua spanning en dreiging aardig in de buurt kwam van Woven Hand. De spontane charme van Andrews en z’n band was aardig meegenomen. Dit was een uurtje indringende, meeslepende americana/roots/poprock …

Tot slot bleef Folkdranouter maar rocken op deze tweede dag. Francis Healy en de zijnen Travis (Kayam) zijn gekend om hun bloedmooie, sfeervolle popsongs (net als Semisonic en Nada Surf) over hun tienjarige carrière. Deze Schotse band ging twee richtingen uit: ze vingen aan met een handvol strakke composities, waaronder “Chinese blues”, “Something anything”   en “J. Smith” uit de recente ‘Ode to J.Smith’ om dan langzaam het publiek in te palmen met de sfeervolle, dromerige songs “Selfish Jean”, “Closer”, “Driftwood” en “Turn”. Travis moet alvast Coldplay gevolgd hebben op hun livegigs, want net als hen stonden ze zij aan zij met een akoestische gitaar om “Flowers in the window” te zingen.
Kampvuurmoment: “Sing” en “Why does it always rain on me” (in de bis) hadden een meezinggehalte, waarbij de massa massaal mocht springen en met de handjes wuiven, wat respect en sympathie afdwong …temeer dat zij vol lof waren over de kennismaking met het  optreden van Novastar. Na vanavond hebben ze de ‘oude’ status van supportband kunnen afzweren …

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto's

Organisatie: Folkdranouter, Dranouter

Folkdranouter 2009: vrijdag 7 augustus

Geschreven door

De nieuwe artistieke paden van Folkdranouter gaan in stijgende lijn. De organisatie evalueert steeds hun rijke en gevarieerde programmatie, onder het motto ‘the new tradition’. Met zo’n
83000 bezoekers waren er nog 6000 meer dan vorig jaar (29000 telkens op vrijdag en zaterdag en zo’n 25000 op zondag!). Ondanks de recordopkomst waren er nergens meldenswaardige veiligheids- en andere problemen geweest. Een succesvolle 35ste editie van Folkdranouter dus.
Folkdranouter wist een breed publiek aan te spreken, ten dele door de programmatie (folk, rock, kleinkunst, (jonge) talentrijke songwriters en (grote) gevestigde namen), maar ook de gezinsvriendelijke omkadering, het aanbod van straattheater, de kermisattracties, de kraampjes en de pleintjes in de boerenbuiten van de Westhoek, leverden een prachtig decor op en boden nu net een uiterst genietbaar festival met een leuke, ontspannende sfeer en gezelligheid. En niet te vergeten …het festival maakte zijn naam waar als het meest uitgesproken Groene Festival van ons landje.
Kijk, meer dan ooit traden de aspecten sfeerschepping en gemoedelijkheid op het voorplan.
Muzikale smaakmakers: K’s Choice, Flogging Molly, Richard Thompson, Yevgueni, Travis, Novastar, Sioen, Bart Peeters, The Chieftains, Milow en Moving Hearts. En … het weer was goed … heel goed zelfs …

dag 1: vrijdag 7 augustus 2009
De afwisselende programmatie in de diverse tenten en de alternatieve formule van de 4AD als ‘club in residence’ (Flamundo tent) konden rekenen op een positieve respons en lieten een opkomst van 29000 bezoekers na.

De eerste dag werd op gang getrokken door het beloftevolle Yevgueni (Kayam). In hun plaatselijk West-Vlaams hoorden we dat ze een thuismatch speelden. In de laatste Nekka nacht trok het charismatische gezelschap, onder Klaas Delrue, de aandacht naar zich toe. “We zijn hier nu dan toch” zongen ze … waarbij het publiek eerst luisterend oor was naar hun subtiel, fijnzinnige Nederlandstalige pop richting kleinkunst/chanson. Intimistische songs over de gewone dingen des levens, vriendjes en vriendinnetjes (“Sara”), verloren gegane café’s tot  simpelweg “Pannenkoeken”, wisselden ze af met de groovy en aanstekelijke, meezingbare refreinen van “Aan de arbeid”, “Als ze lacht” en “Nieuwe meisjes”, nu net hun sterkste songs. Ze palmden de tent in toen ze nog eens bovenop zeiden dat ze hier te maken hadden met het meest beschaafde festivalpubliek. Een wondermooi weemoedig slot was er nog met “Blijf”, een song met de (backing) vocals van Klaas’ zus Annelies. Yevgueni verzekerde de Nederlandstalige pop in de BeNE landen …

Het Rudy Trouvé Septet in de Flamundo was alvast andere koek.  Deze man-van-alle-kunstjes (werk met Dead Man Ray, dEUS, samenwerkingen met Mauro, muziektheaters helpen uitwerken en talrijke eigen projecten (Quintet, Sextet en Septet)), bracht met z’n band een avontuurlijke mix van grillige pop, jazz en chanson, ideaal binnen het 4AD concept. Een niet zo hapklare brok, ver buiten de wortels van het Dranouter recept, maar bemoedigend ontvangen door de 4AD zieltjes.

Richard Thompson, een Britse troubadour/folklegende, was een paar jaar terug nog als trio te zien op de Dranouter stage. Deze keer was de man solo op tournee om de nieuwe cd elan te geven. De zestigjarige begenadigde singer/songschrijver en getalenteerd gitarist, zorgde voor een intens beklijvende set (Kayam). Samen met een Billy Bragg en Tom Robinson bepaalt hij het unieke songwriterschap van rebelse, maatschappijkritische songs, die ontdaan zijn van enige franjes, en doorleefd, spannend en emotievol klinken door z’n meesterlijke gitaarspel en -getokkel …, waaronder songs als “I misunderstood” en “1952 Vincent Black Lightning”, beiden uit ‘Rumour & Sigh’ uit ’91. Een schitterende “Walking on a wire” speelde hij op het eind. Ondanks de bedrevenheid van deze bescheiden artiest, zagen we maar een halfvolle tent; hier hadden de doorwinterende folkie songwriterliefhebber post gevat …

Het Gentse Madensuyu intrigeerde ondertussen in de Flamundo met hun repetitieve gitaarstructuren, bezwerende en opzwepende percussie, elektronicableeps, (schreeuw)zang en opwindende kreten. Opnieuw zagen we een duo die een uitzinnige en strakke set speelde. De recente cd ‘D for Done’ stond voorop. Ook zij konden rekenen op meer dan herkenningsapplaus van de doorsnee Dranouter bezoeker.

Flip Kowlier en z’n band werden geruggensteund door de Harmonie Ypriana (Kayam). De songs kregen meer bombast door strijkers, blazers en ander instrumentarium. De geslaagde samenwerking werd in goede banen geleid door de dirigent van de harmonie en volksmenner Kowlier. “In de fik” en “Bijstje in m’n oaft” zaten al vroeg in de set, “De grotste lul van ’t stadt” en “Ne welgemeende fxx you” rockten stevig en klonken wat vreemd met een harmonie, maar gaven net die extra dimensie. “Zie je ’t ne bikkn zittn” vroeg Kowlier nog. Het publiek reageerde enthousiast en droeg hun ‘West-Vloaming’ op handen. Kowlier speelde een thuismatch, waarbij hij moeiteloos de tent inpalmde. Naast de ingetogen “Vredeslied” en “Geef mie e glas” kunnen we besluiten dat tristesse en vreugde dicht bij elkaar lagen … ”Donderdagnacht” en Min moaten” boden ‘ne boterham, enen mee koas en enen mee hesp’; de refreinen brulde iedereen luidkeels mee, wat de climax vormde van een toffe, leuke en emotievolle set van deze Gentse Izegemnaar en het Yperse orkest.

Eén van de headliners van het festival was K’s Choice, de band van Gert en Sarah Bettens, die na zes jaar hun comeback vierden (Kayam). Volgend jaar wordt er een vervolgverhaal gebreid met een nieuwe cd. Ze brachten in de jaren ’90 goed in het gehoor liggende poprock met een handvol hits. Broer en zus speelden met vier muzikanten en trokken de kaart van snedige, potige rock. Er was ruimte voor enkele spaarzaam begeleide ingetogen nummers. De vonk sloeg duidelijk over naar het publiek …Een enthousiast publiek en een sprakeloze Sarah… “Everything for free” opende de set, gevolgd door puike versies van “Another year” en “Cocoon crash”. W hoorden al enkele broeierige, sfeervolle songs van het ‘forthcoming’ album. Bettens had er voorbije winter nog maar een solo (theater) tournee opzitten, wat onder de aandacht kwam met “Daddy’s gun” en “My heart”. Op het voorplan traden broer – zus Bettens met “Breakfeast” en “God in my bed” (in de bis!). “Almost happy” en “Believe” klonken krachtiger en strakker. “Not an addict” was de meesterlijke afsluiter en had het meezinggehalte van Kowliers classic “Min moaten” in Dranouter. Sentiment! K’s Choice was terug van weggeweest en wakkerde een groepsgevoel aan. De K’s Choice microbe kan in 2010 z’n werk doen …

Eindelijk … eindelijk … eindelijk dus. Al lang stond het Amerikaanse Flogging Molly (met Ierse roots) op het verlanglijstje van de organisatie en ondergetekende. Het uitgebreide ensemble onder Dave King brengt punkfolk op leest van The Pogues, The Whiskey Priests en Dropkick Murphys en verwijzen naar de roots van The Chieftains en Dubliners. Na concerten in Werchter en op Pukkelpop kon de passage in Dranouter niet uitblijven. Ondanks het feit dat de recente cd’s minder bruisend en opwindend zijn, brachten ze een evenwichtige set en werden enkele FM classics niet vergeten, “Drunken lullabies”, “Rebels of the sacred heart”, “Selfish man”, “Paddy’s lament”, Devils dancefloor” en “The worst day since yesterday”. Speels allemaal door de combinatie viool, accordeon en tin whistle. Hun ‘lightning star’ was een hommage aan Johnny Cash, Bob Dylan en Joe Strummer. Onze eerste nacht besloten we met ne Welgemeende Santé op de Guinness en de Belgian beer ….

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto's

Organisatie: Folkdranouter, Dranouter

Lokerse Feesten 2009: DAG 10: The Hives, The Black Box Revelation en Ray Davies

Geschreven door

Met Ray Davies had men in Lokeren terug een grote naam geprogrammeerd. Toch kwam er, ondanks de ultieme stunt ‘1 ticket kopen is 1 gratis’, niet zoveel volk op af. Had men misschien The Kinks op de affiche kunnen zetten, dan had dit al heel wat aantrekkelijker geklonken. What’s in a name ? Davies had inderdaad The Kinks niet meegebracht (al had ie dat zeker zelf wel gewild, want de man is zo te horen zelf de grootste fan van zijn legendarische oorspronkelijke) maar wel een valies vol met Kinks songs. Back to the sixties dus, met aanstekelijke hits als ”Sunny afternoon”, “Tired of waiting for you”, “Dedicated follower of fashion” en natuurlijk de meester van alle meezingers “Lola”. Allemaal lekkere poppy nostalgie, maar dat was niet alles. Davies had achter zich een groep staan die ook een fel potje kon rocken, en dat deden ze ondermeer met de stomende knaller “20 th century man”, een bijzonder heftig “Low budget”, een uiterst krachtig “All day and all of the night” en het onvermijdelijke en immer fantastische “You really got me” dat op originele wijze werd ingezet met een onvervalste blues intro. Ray Davies zelf verkeerde in goede vorm en wist op een vermakelijke manier zijn publiek te entertainen. Hij refereerde meermaals naar zijn vroegere band zonder daarbij zijn huidige makkers te beledigen. De bandleden speelden strak, professioneel en met tonnen respect voor hun meester en diens onsterfelijke songs.
Een dijk van een optreden. En wij vragen ons nog altijd af waarom zo een grote naam de avond opent en niet afsluit.

Moet het nog gezegd, The Black Box Revelation is de beste Belgische live act van het moment. Punt. Ook in Lokeren was hun set retestrak, supercool en recht voor de raap. Rock’n’roll pur sang! Dit bezeten duo (die drummer al eens bezig gezien ?) mag van ons gerust de wereld veroveren en verpletteren. Jack White zou maar beter oppassen.

Om een avondje pure rock’n’roll te eindigen waren The Hives de juiste keuze. De kracht van dit bandje zit hem in de strakke sound,  in de korte compromisloze songs en vooral in de overtuigingskracht en podiumprésence van zanger Howlin’ Pelle Almqvist. Met zijn allen netjes in het wit gehuld speelden The Hives hun gebalde garage rock als een formule 1 bolide die geen behoefte heeft de pits in te rijden. Almqvist zelf wist wel raad met het publiek. Dit is het soort zanger die zijn fans danig weet op te zwepen en zo de sound van zijn band een belangrijke meerwaarde geeft, want wat deze gasten spelen is eigenlijk niks meer dan poepsimpele rock’n’roll, het is gewoon Howlin’ Pelle die telkens weer de lont aansteekt waardoor alles steeds even vurig blijft klinken. Dat is wat The Hives zo bijzonder maakt. Een leuk en entertainend slot van een geslaagd avondje rock’n’roll.

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Lokerse Feesten 2009: DAG 9: Simple Minds, Ultravox en Alain Clark

Geschreven door

Niet enkel de Lokerse Feesten verkeren in feeststemming. Ook twee groepen die afgelopen zaterdag op de affiche prijkten, hadden iets te vieren. Zo was het voor Ultravox 30 jaar geleden dat ze hun grote doorbraakhit “Vienna” neerpenden en ook Simple Minds brachten evenveel jaren terug hun debuutalbum ‘Life In A Day’ uit. Onafhankelijk van elkaar en voor de ene al wat onverwachter dan voor de andere besloten beide groepen dit heugelijke feit te vieren door er een tournee aan te koppelen. In dat kader maakten ze tevens een tussenstop op de voor de recensenten van Musiczine intussen erg vertrouwde Grote Kaai.

Opener van de avond, Alain Clark, heeft niet zo’n staat van dienst als de voormelde artiesten want de Nederlander is zelf nog maar pas dertig geworden. Bij onze noorderburen is hij intussen uitgegroeid tot een echte ster en ook over het kanaal begint het aardig te lukken sinds hij zijn Nederlandstalige liedjes achterwege liet om in 2007 het Engelstalige album ‘Live It Out’ uit te brengen. In ons land moet het nog allemaal echt beginnen voor Clark maar dit weerhield hem niet om op zijn eigen manier en begeleid door een omvangrijke groep muzikanten een vrolijke zomers aandoende set te brengen vol – voor ons bij momenten te - zoetgevooisde soul, funk en R&B. Ook zijn vader Dane kwam meezingen op het door hen samen opgenomen liedje “Father And Friend”.

Dat de Britse formatie Ultravox nog eens zou optreden in de voltallige bezetting als ten tijde van hun plaat ‘Vienna’, uitgebracht in 1980, was voor velen een complete verrassing. Midge Ure (zang en gitaar), Chris Cross (basgitaar), Billy Currie (keyboard en viool) en Warren Cann (drums) hadden namelijk sinds hun bijdrage aan Live Aid, en dat is ook al weer bijna een kwarteeuw geleden, niet meer officieel samen gespeeld. Maar kijk, ook zij zijn niet ongevoelig gebleven voor de talloze reanimatiepogingen die al een tijdje worden uitgevoerd bij artiesten uit de ‘80’s en aldus gaan ze sinds enkele maanden onder de benaming van de ‘Return To Eden’ tour de hort op. Het zou hierbij gaan om een eenmalig gebeuren en er zijn geen plannen om nieuwe songs te schrijven, laat staan op te nemen. Vandaar ook dat bij hun huidige concerten alles gericht is op het bieden van een terugblik op hun glorieperiode (1980-1984), meer bepaald toen Midge Ure als frontzanger de plaats had ingenomen van John Foxx en ze via hun combinatie van electropop en new wave uitgroeiden tot een van de vaandeldragers van de zogenaamde New Romantic beweging.
Toen Ultravox zaterdag op het podium verscheen, viel niet enkel de duisternis in maar werd ook de sfeer en de toon almaar donkerder. Dit had niet zozeer te maken met de setlist waarbij voor de hand liggende nummers als “Reaping The Wild Wind”, “Passing Strangers”, “Sleepwalk”, “One Small Day” en “All Stood Still” werden afgewisseld met voor de niet trouwe volgelingen, meer obscure fragmenten in de vorm van een minutenlange versie van het instrumentale “Astradyne” (opener van het concert), “Mr. X” (dat zo van de hand van Kraftwerk kon zijn) of “I Remember (Death In The Afternoon)”, maar wel met mankementen aan het geluid. Nagenoeg het volledige optreden was de zo typerende stem van de grijs geworden, kaalgeschoren Midge Ure onvoldoende duidelijk te horen en ook zijn gitaargeluid leek bij momenten ergens achteraan de mix te zijn blijven hangen. Dit ontnam heel wat kracht en directheid aan de gespeelde nummers.
Pas bij de klassieker “Vienna”, hét moment waarop veel toeschouwers stonden te wachten en meerdere kreten van herkenbaarheid werden geuit, zat alles wel goed qua klankkleur en kon dit met de expressie die het verdient, ook vertolkt en massaal nagezongen worden. Maar net toen we dachten dat ze voor de rest van de set eindelijk alles op het juiste spoor hadden gezet, verviel men in het andere uiterste en werden de vocalen van Midge Ure bij “Dancing With Tears In My Eyes” dan weer te nadrukkelijk naar voren gemixt. Ook afsluiter “Hymn” kon in tegenstelling tot de titel de meubelen niet meer redden.
Na exact één uur kwam er een einde aan de passage van Ultravox op Belgische bodem. De geplande bisnummers bleven uit omwille van – alsof dit niet duidelijk was – technische problemen. Geen “The Tin Wall” of “The Voice” dus en algemeen beschouwd ook niet de verhoopte herintrede waar programmator Peter Daeninck, de fans alsook de groep zelf ongetwijfeld hadden op gehoopt. Het verschil in gezichtsuitdrukking bij Midge Ure voor als na het concert sprak boekdelen. Hopelijk konden de vele handen die ze toch op elkaar kregen, de pijn verzachten.

Setlist: Astradyne, Reap The Wild Wind, Passing Strangers, Sleepwalk, Mr. X, I Remember (Death In The Afternoon), Rage In Eden, One Small Day, All Stood Still, Vienna, Dancing With Tears In My Eyes, Hymn

Aan de Simple Minds om wél uit te pakken met een spetterende show. En voor de paar enkelingen die hieraan zouden twijfelen, ze deden dit met verve. Reeds vanaf de zo herkenbare begintonen van “Waterfront” was het duidelijk dat de groep aan een show begonnen was waarbij ze iedereen op als rond het festivalterrein in vervoering zouden brengen.
Qua klank was bij hen wel alles prima afgesteld en frontman/zanger Jim Kerr was bijzonder goed bij stem en zag er erg fris uit, duidelijk verlost van de rugproblemen (opgelopen bij het poetsen van zijn tanden …) die hem - ondanks een flinke massage en inspuiting - te Tienen parten speelden. Ook gitarist - en groepslid van het eerste uur - Charlie Burchill, drummer Mel Gaynor, basgitarist Eddie Duffy en toetsenist Andy Gillespie stonden stuk voor stuk strak en goed te musiceren zodat het publiek hen meteen op handen droeg.
Het was een opeenstapeling van hits en mooie momenten, zoals een uitgesponnen “Mandela Day”, de Amerikaanse doorbraakhit “Don’t You Forget About Me” en het trio “Promised You A Miracle”, “Someone Somewhere In Summertime” en het met een extra Schots accent gezongen “New Gold Dream (81-82-83-84)”, alle drie afkomstig uit het gelijknamige meesterlijke album en voorzien van een extra (bas)gitaarbehandeling. Maar nog meer waren we onder de indruk van de uitvoeringen van oude juweeltjes als “Love Song” (uit het door ons grijsgedraaide en favoriete tweeluik ‘Sons And Fascination / Sister Feelings Call’, 1981) en zowaar “I Travel” (uit ‘Empires And Dance’, 1980) die in het kader van de ’30 Years Live Tour’ de ruimte kregen die ze verdienen.
Ook de nieuwe nummers van het recent verschenen, sterke zestiende studioalbum ‘Graffiti Soul’ konden overtuigen. Misschien heeft het feit dat de plaat werd opgenomen in de Rockfield Studio’s waar ook eerdere albums als ‘Real To Real Cacaphony’, ‘Empires And Dance’ en ‘New Gold Dream (81-82-83-84)’ tot stand kwamen, er iets mee te maken maar “Rockets”, “Stay Visible”, “See The Lights”, “Moscow Underground” en “Stars Will Lead The Way” klonken alsof ze al jaren tot het oeuvre van de Simple Minds behoren.
We hebben de Simple Minds reeds diverse malen aan het werk gezien, maar zelden zo meegemaakt dat groep en publiek één werden en als het ware met elkaar versmolten, en dit over diverse generaties heen. De spanning bij de groepsleden smolt met de minuut weg en maakte plaats voor lachende gezichten. Jim Kerr merkte dit ook op en als volleerde volksmenner ging hij meermaals door de knieën, wuifde hij naar het publiek en jutte hij alle aanwezigen op maar bovenal was hij onder de indruk hoeveel de liedjes lijken te betekenen voor de fans. Hij dankte iedereen uitvoerig voor de steun die ze aan de groep gedurende die 30 jaar hebben geleverd, ook op de momenten waarbij ze het moeilijk hadden.
Het enige minpuntje van de avond hadden Kerr & co. tot op het laatste gehouden. Na de eerste toegift “Home” werd “Ghostdancing” in een wat te hoog tempo afgewerkt en dat “Gloria” (een cover van Them) er doorheen geweven werd, kon hieraan niks veranderen. Voor het overige een straf concert.
De Simple Minds waren zaterdag pure verwennerij en het ideale ingrediënt voor een avondje wellness. En dan nog te bedenken dat ze fantastische songs als “Life In A Day”, “Chelsea Girl”, “Celebrate”, “In Trance At Mission”, “Sweat In Bullet”, “Seeing Out The Angel”, “The American” of het instrumentale monument “Theme From Great Cities” volledig links laten liggen. Deels bijzonder jammer maar anderzijds ook weer niet. Stel je voor welke verjongingskuur de aanwezigen dan zouden gekregen hebben!

Voor de liefhebbers die zaterdagmiddag geconfronteerd werden met de boodschap dat de voorlaatste avond van de Lokerse Feesten uitverkocht was en dus de Simple Minds moesten missen, is er een herkansing. Op 28 november 2009 geven ze namelijk present in Vorst Nationaal alwaar ze als speciale gast OMD (Orchestral Manoeuvres In The Dark) meebrengen, jawel nóg een icoon uit de jaren ‘80.

Setlist: Waterfront, Rockets, I Travel, Stay Visible, Love Song, See The Lights, Mandela Day, Moscow Underground, Stars Will Lead The Way, Don’t You Forget About Me, Promised You A Miracle, Someone Somewhere In Summertime, New Gold Dream , Alive And Kicking
Home, Ghostdancing / Gloria

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Lokerse Feesten 2009: DAG 8: Primal Scream, Cypress Hill, Arsenal en De Jeugd Van Tegenwoordig

Geschreven door

De Jeugd Van Tegenwoordig is uiteraard ideaal voor ‘de jeugd van tegenwoordig’: Slechts één beat en oeverloos gelul en gemix, demagogie en geforceerde ambiance troef. We mochten tot vervelends horen dat we in het heerlijke België toefden en dat ze zelf zo goed bezig waren. Kortom, beter dan K3, de ideale sfeer voor mijn flink puberende 14-jarige dochter, maar géén muziek.
Tenslotte valt het echt niet goed te keuren om voor zo’n jong publiek reclame te maken voor wiet en andere verboden vruchten. En het sommeren van alle alternatieve woorden voor vagina en penis kan me niet bekoren en heeft ook weinig te maken met de Lokerse Feesten (neen, mijn naam is niet kardinaal Danneels).

Bij Cypress Hill kregen we van hetzelfde laken een broek aangemeten. De aangepaste arafatsjaaltjes, de foute hoedjes en de vingertjes in de lucht waren alom aanwezig. Een waar ‘hiphop’-feest dat kan bekoren, maar helaas niet het niveau van  DJVT kon overstijgen. Let wel, de tent (nou ja) stond wel degelijk op stelten, maar ja, die rakkers hoeven enkel maar een scheet te laten om hun jonge publiek te overtuigen. Goede lichtshow, vloeistofdia’s in digitale versie incluis, goede sound, maar op “Insane” na nog steeds geen spoor van nummers en real stuff te bespeuren. Komt er nog een kentering?.

And now, for something completely different: Primal Scream. Drummer Bobby Gillespie verlaat in 1984 The Jesus And Mary Chain om zelf met de Stone Roses gitarist Duffy de hort op te gaan. De rest is (wereld)geschiedenis. Wat kan je live verwachten van een groep die gospel, psychedelica, rock, R&B, funk, punk en electro speelt? Veel dus. En ze hebben met verve een mix van dit alles gebracht, met een opeenvolging van hoogtepunten. Beginnen met een stevige rocker gestoeld op het klassieke bluesschema, dan meteen “Lucifer” uit ‘Evil Heat’, vervolgens een zorgvuldig uitgekozen playlist uit hun complete repertoire afwerken. Wat mij opviel is dat nummers uit de laatste, toch iets mindere, ‘Beautifull Future’ live gerust naast nummers uit hun legendarische ‘Screamadelica’ (“Jailbird” en “Rocks”) kunnen staan. Tevens mochten we een ijzingwekkend goede rockversie horen van hun gospel klassieker  “Movin’ on Up”. Hun sound deed heel vaak aan the Stones denken, en daar is uiteraard niets verkeerd mee. Gitarist Young blijkt trouwens qua looks en stijl een kloon van Ronnie Wood te zijn.
Toch dit schoonheidsfoutje: De arrogantie en de stem van mijn held Bobby Gillespie liet hier en daar te wensen over. Toch een van dé hoogtepunten van de Lokerse Feesten..

Arsenal was zoals te verwachten prima en een zeer goede afsluiter. Vergelijk het gerust met hun passage in Werchter. Live behoort Arsenal al jaren tot het spannendste wat je in België op een podium kunt zien. Ze slagen erin verschillende invloeden tot een coherent geheel te versmelten met een eerder internationale sound. Zo start bijvoorbeeld “Estupendo” als een heerlijke popsong om dan door een strakke rockgitaar doorsneden te worden, “I’m not a Man” brengt u even naar de jaren tachtig, enz..: Jammer dat het tamme publiek deze verfrissende groep niet met de volle teugen heeft willen smaken.

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

 

Lokerse Feesten 2009: DAG 7: Etienne de Grécy en Orbital

Geschreven door

De Lokerse Feesten waren aan hun tweede dansavond toe, na de genoteerde puike sets van 2 Many DJ’s en Fatboy Slim. De Grote Kaai werd (opnieuw) omgetoverd in een elektronisch web van pulserende beats, ambiente soundscapes, trancegerichte softe beats en techno. Een zweverig, dromerig dansconcept werd afgeleverd door eerst de Fransman Etienne de Grécy, die ondanks alles nu in de voetsporen treedt van Justice en Daft Punk, en door de pioniers van de ambienttechno, Orbital, (btw bepaalden ze deze stijl samen met Meat Beat Manifesto!); Orbital, onder de broertjes Paul en Phil Hartnoll, vonden elkaar terug, vijf jaar na de release van ‘The blue album’, en konden op die manier hun twintigjarige carrière samen vieren.

Het dateert al van een tijdje dat Orbital nog in ons landje was te zien. Ik moest even diep nadenken om te weten dat ze eind de jaren ’90 één van de avonden op Pukkelpop besloten.
De broers verschenen met hun typische lasbril dito zoeklichtjes aan. Ze waren geflankeerd door een pak elektronica, synths, laptop en drumcomputer. Achter hen hingen een paar grootse panelen, waarop beelden, projecties en tekstvellen te zien waren. Ze slaagden erin, net als de huidige dance acts, het podium vol elektronica en visuals te stoppen.
Muzikaal zochten de broers het juiste evenwicht om het publiek in trance te werken. Ze refereerden als snel in de set aan het fel onderschatte Meat Beat Manifesto door een remix van hun “Mindstream”. Het zette de toon van opzwepende beats naar een technoconcept, waarin ze hemels sferische, trancy soundscapes verwerkten.
De groep greep terug naar z’n eerste twee ‘Orbital’ cd’s (begin ‘90er jaren) met een adembenemende, snedige versie van “Satan”, die zelfs wat meer rockte, “Belfast”, “Chime”, “Lush” (die de set opende) en “Halcyon + On + On”, (waarin de ‘80’s klassieker van Belinda Carlisle “Heaven is a place on earth” een frisse remix en aangepast dansconcept kreeg); de discotunes in deze remix mochten zelfs worden gelinkt aan de Pet Shop Boys!.
Ze palmden stelselmatig het publiek in met “One perfect sunrise”, “The box” en “Dr Who” (van hun doorbraak ‘In sides’) . Aanstekelijke danspasjes en handjeszwaaien zorgden voor de nodige pret en plezier. Er volgde een lange en uitbundige ovatie, wat de beide broers uiterst tevreden stemde.
Overduidelijk was dat het recenter materiaal van ‘Middle of nowhere’ en ‘The blue album’ zo goed als volledig links werd gelaten. Orbital speelde een sterke act en greep vooral terug naar z’n roemrijke roots en toonden hiermee aan hoe sterk hun invloed wel was op de huidige dance!

De Crécy was een ideale warming up. Hij stond aan z’n draaitafel en computer middenin een gigantische kubus, waarvan de raakvlakken steeds veranderen van kleur. De visual effects van lasers en stroboscoops versterkten het beeld van de kubus. Op het doek lazen we beats ‘n’cubes. Opvallend liet hij z’n songs onderdompelen in een Orbital sound, waardoor de discotunes van z’n ‘Superdiscounts’ eerder ondergeschikt waren. In het tweede deel van de set verhoogde het tempo door z’n opbouwende en opzwepende beats, wat sterk werd ontvangen door de horde jongeren vooraan. Ook deze veertiger slaagde erin z’n publiek in te palmen want net als bij Orbital gingen de armen in de lucht en werd er menig danspasjes gezet …

Iedereen kon nog rustig doorfuiven op de beats’s’pieces van de Digitalism DJ set, maar we waren toen al voldoende verzadigd …

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Pagina 866 van 963