AB, Brussel programmatie + infootjes

AB, Brussel programmatie + infootjes Concerten 01-04-26 – Kofi Stone 01-04-26 – Klaas Delrue 50 01-04-26 - Nightlab 03-04 t-m 06-04-26 – BRDCST 2026 – jaarlijkse hoogmis voor muzikale avonturiers (curatoren: Keeley Forsyth, Ichiko Aoba, Stephen O’Malley)…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
dEUS - 19/03/20...

Kasabian

West Ryder Pauper Lunatic Asylum

Geschreven door

Het Britse Kasabian uit Leicester put rijkelijk uit de Britpop van de Stone Roses, Happy Mondays en de Indiase psychedelicasferen van Cornershop en Kula Shaker. Na hun puik debuut in 2005 en de tegenvallende tweede cd ‘Empire’ (te groots en te veel bombast) komen ze af met een evenwichtig derde plaat. Wat een titel hebben ze die gegeven.
De band rond zanger Tom Meighan tapt uit de vaatjes van de retrorock en de Britpop, zonder hun psychedelica en Indiase elementen uit het oog te verliezen. Ze vergalopperen zich niet en de beats klinken gelaagder. De klemtoon valt soms meer op die retro van Black Crowes en Kings Of Leon, o.a. opener “Underdog”, “Fast fuse” en “Vlad the impaler”. De wereldlijke psychedelica horen we dan in “Take Aim.
Het roer draaien ze om in enkele sfeervolle, dromerige (psychedelica) ‘60’s (Oasis) popsongs, “Thick as thieves”, “West Ryder silver bullet”, “Ladies & gentlemen, roll the dice” en afsluiter “Happiness”. De single “Fire” is het sterkste nummer van de cd door de broeierige opbouw en de spannende dreiging. Er valt dus voldoende afwisseling te noteren in hun muzikale aanpak, wat betekent dat Kasabian klaar is voor een definitieve doorbraak …

Eva De Roovere

Over & Weer

Geschreven door

Na haar vocale talenten bij de folkpop van Kadril en haar medewerking in andere projecten vond de Vlaamse Eva De Roovere het stilaan tijd zich toe te leggen op een solocarrière. In 2006 werd ze meteen enthousiast onthaald met het debuut ‘De jager’. Ze haalde troeven aan van een zelfverzekerde zangeres en het schrijven van aantrekkelijke en serieuze Nederlandstalige emotievolle popsongs. In haar sound zitten sensualiteit en nostalgie verborgen, gedragen door haar licht melancholische stem. Het maakte van haar tweede plaat ‘Over & Weer’ terug een overtuigende; ze beschikt over een standvastige band en ze levert goede nummers af van verschillende stemmingen, die de luisteraar een warm hart toedragen, waaronder “Orheus”, “Zoals in dat ene liedje”In bruikleen” en “Ingebeelde vriend”. Op de koop toe komt ze de hitparades ingetuimeld met “Fantastig toch (slaap lekker)”, die ze herwerkte met de Nederlandse rapper Diggy Dex.
Eva De Roovere geeft het juiste gevoel weer in een Nederlandstalige song, en krijgt nu de verdiende erkenning voor haar luistersongs …

The Lemonheads

Varshons

Geschreven door

Het zat er wel eens aan te komen dat Evan Dando een coverplaat zou uitbrengen. We hoorden er al verschillende in de twintigjarige carrière van deze Amerikaan, waarvan “Luka” en “Mrs Robinson” de meest bekende zijn. Platen als ‘It’s a shame about Ray’ en ‘Come on feel The Lemonheads’ kan hij spijtig genoeg niet meer maken. Of beter gezegd, op de daaropvolgende ‘Car button cloth’ en ‘The Lemonheads’ beklijven de nummers minder, ondanks de frisse retour!
De pittige herfstpop is opnieuw te horen op deze coverplaat ‘Varshons’. Hij maakt zich de elf songs eigen en doet er mooie dingen mee, gaande van een uiterst sfeervolle aanpak, “Fragile” van Wire!, “Yesterlove”, “Hey, that’s no way to say goodbye” (Cohen) en “Beautiful”. Hij gaat richting retrorock in de rauwe, snedige maar bloedmooie songs “I just can’t take it anymore” (opener) en “Waiting around to die” van z’n favorits Parsons en Van Zandt. Verder trekt hij die lijn met “The green fuz”, “Dandelion seeds” en “New Mexico”. Tot slot stoeit hij eens met elektronica; een groovende beat is er op het uiterst geslaagde “Dirty robot” van Arling en Cameron. Z’n muzes Kate Moss en Liv Tyler zorgen voor de vrouwelijke stem op twee songs.
Dando bevestigt zich als een ‘the king’ of covers met het uitbrengen van zo’n plaat …

Hayden

In Field & Town

Geschreven door

Hayden Desser is een talentrijk singer/songwriter uit Toronto, Canada die airplay verkreeg met de cd ‘Elk-Lake Serenade’. De nieuwe cd onderstreept mans songwriterschap van sfeervolle, melodieus pakkende en lichtvoetige rootspop. Het overvolle deel van de cd is gekenmerkt door een sobere aanpak, waaronder “More than alive” en “Damn this feeling”; sfeermakers zijn het gitaargetokkel, een pianotoets, mondharmonica en een blazer. Ook vinden we enkele korte, maar compacte muzikale schetsen als “The van song”, “Weight of the world” en “The hardest part”. Hij refereert aan de sing/songwriterstijl van Dylan en Young. Het album vervalt niet totaal in het drama van de kleine alledaagse gebeurtenissen, want een handvol songs intrigeren door hun catchy karakter en de pittige opbouw, “Worthy of your esteem”, “Did I wake up beside you” en “Lonely security guard”. Soms zijn ze krachtiger door het elektrisch gitaarspel …
In ‘Field & Town’ is een boeiende plaat en zorgt na jaren voor een verdiende erkenning.

MSTRKRFT

Fist Of God

Geschreven door

Wie nog niet door MSTRKRFT (uitspraak: Masterkraft) werd geremixt, kan het wel schudden qua coolheidsfactor. Het Canadese duo is net zoals zovelen begonnen met remixen, maar brengen ook eigen werk uit. Deze 'Fist Of God' is al hun tweede album en staat garant voor enkele dancefloorfillers met stevige, underground electro. Ze wilden duidelijk een feestje bouwen met dit album. En het lukt hun met verve. Puchy baslijnen (het album heet 'Fist Of God' voor een reden), melodieuze breaks en af en toe een rapper die de boel wat komt opleuken. Onder meer John Legend, Ghostface Killah, E-40 en Freeway leverden hun bijdrage aan het album en zorgen in de nummers voor een duidelijke meerwaarde. Helaas lijken alle nummers nogal sterk op elkaar, waarbij we vooral de breaks bedoelen. Die lijken in elke nummer heel sterk op elkaar, maar dan met een ander melodietje. Ook de tijdsduur is met net geen 40 minuten aan de korte kant, maar maakt de nummers toch wat lichter om te verteren. Desalniettemin staan er wel een reeks topnummers op deze plaat. “It Ain’t Love”, “Bounce”, “Vuvuvu”, “Click Click” en titeltrack “Fist Of God”, allemaal zorgvuldig overlopend in elkaar. De nummers zullen enkele memorabele momenten opleveren tijdens feestjes.
Een stevige slag door de Canadezen van Markeerstift, maar geen mokerslag die je knock-out zal achterlaten.

Bob Dylan

Together through life

Geschreven door

De grootmeester trekt zich op ‘Together through life’ helemaal niets aan van de huidige nieuwe trends, wat vandaag in de muziekbusiness hip is zal hem worst wezen. Dit is een oerdegelijke plaat die zeer traditioneel en rootsy klinkt en die mooi aansluit bij de beresterke voorgangers ‘Modern Times’ (2006) en ‘Love and theft’ (2001), waar ze overigens niet moet voor onderdoen.
Dylan dompelt zich meermaals in de blues en doet dit meestal op een gezapige toon. Met zijn typische nasale stem schuifelt hij zich op zijn gemak doorheen de simpele maar sterke en goudeerlijke songs. De trekzak van David Hidalgo (u kent hem wel, die dikkerd van Los Lobos) is alom tegenwoordig en benadrukt nog wat meer het rootsy karakter van het album.
‘Together through life’ is misschien niet Dylan’s beste, maar wel een echte retro plaat met beide voeten in de rijke geschiedenis van de Amerikaanse muziek als country, folk, tex-mex, rock’n’roll en vooral de blues.
“It’s all good” luidt de laatste song, en hiermee heeft den Bob op een simpele en efficiënte manier zijn eigen plaatje besproken. Wij gaan het ding een plaatsje geven naast de laatste Ry Cooder ‘I, Flathead’, ook zo een roots album met de wortels op de juiste plaats.

Starfucker

For crying out LOUD

Geschreven door

Starfucker is een jong bandje van 2 meisjes (Marlies – Stefanie) – 2 jongens (Stijn & Mattias),  uit het Leuvense, die refereren naar de gloriedagen van de nineties van L7, Hole en in de platenbakken graaien van de rockgirls Suzi Quatro, Joan jett en Kim Wilde.
We horen lekker in het gehoor liggende, springerige, snedige uptempo rock als “Hotel New Jersey”, “Gimme break” en “Quit their band”. Op een paar songs gaan ze ziedend te werk, geven ze er nog een tandje bij en klinken ze explosief, “Going out alone”, “Boys will be boys”, “Better than that” en “All the way”. Niet onopgemerkt in deze compromisloze rechttoe-rechtaan geluid, is de krachtige, heldere stem van Marlies. Songs met ballen, waaraan jongens als Jane’s Detd en Nailpin een puntje mogen aan zuigen… Kijk, heel wat (retro) bands komen als een flash ons voor de ogen. Starfucker klinkt gevat en gemotiveerd. Door hun dynamische, vitale aanpak, de pittige gedrevenheid (“Sorrow”) en hun onbezonnenheid denken we ook de huidige rits Blood Red Shoes en Be your own pet. Op hun debuut horen we ook één rustige, zachte , intieme song, “Stories”, een aan Sarah Bettens neigende ballade.
Een leuk, overtuigend debuut.

Info op http://www.starfuckerband.com

Belgian Asociality

Kabaal

Geschreven door

”Wacco’s der aarde, na twee decennia en wel ter ere daarvan heeft Belgian Asociality de eer en het genoegen een hoop onzin in uw richting te stampen  in de vorm van een schijf met muziek” … Het Antwerpse kwartet vierden het met een nieuwe cd, een boreling die we al jarenlang verwachtten; op hun talrijke gigs kregen we er al en toe ééntje te horen.
Eenvoud siert is de doeltreffende formulering als je deze band aan het werk ziet. De ‘enfants terribles’ van de Vlaamstalige punkpop, rond Mark Vosté (zang) en Tom Lumbeek (bas) hebben twintig leuke punkrockers, prettig gestoorde, meezing-/brulbare, rammelende pretpunk (kort, rechttoe-rechtaan, opzwepend) met humoristische en cynische no-nonsens teksten uit. Belgian Asociality weet de (dolgedraaide) veertiger als onze jonge gasten te boeien.
”Lieve burgers, geniet en onderga hun kabaal” met songs als “Anti iedereen”, “De pit”, “Vanalles” en “Tip van de week”. Door de broeierige opbouw hebben “Twee”, “Achterklap” en deze met Luc Devos (niet toevallig “Tip van de Vos”) iets meer ‘song’. “Die van ons” lijkt het uitgangsbord. Een zomerse dubgroove horen we “Bampa punk 2.0” en verder kun je de keel schrapen op het “BA volkslied”, of een rondedansje wagen op de circuscarrousel van “1, 2, C4”.
De oudgediende punklegende van het Belgische front liet terug van zich horen. Oh ja, heb je er nog niet genoeg van? Er is ook nog een schijf met beeld …

Info op http://www.beginanasociality.be

Leffingeleuren 2009 vanuit de ogen van …

Geschreven door

De jongste editie van Leffingeleuren kan in alle opzichten geslaagd genoemd worden. Stralend weertje, vrijdag en zaterdag uitverkocht, zondag bijna en muzikaal viel er heel wat te beleven. LL blijft als vanouds hét festival waarop alle jongeren van de streek present geven maar dit jaar kon ik me niet van de indruk ontdoen dat er opnieuw meer ware (en oudere) muziekliefhebbers waren komen opdagen.Een gevarieerd programma dat beslist niet enkel op veilig speelde heeft zijn vruchten afgeworpen. Hoogtepunten genoeg waarbij ik u mijn persoonlijke top 5 niet wil onthouden!

1 Eilen Jewell
Een geluk bij een ongeluk : door het jammerlijke afzeggen van Joe Gideon & The Shark verhuisde Eilen Jewell van het café naar de zaal, die toch nog steeds iets comfortabeler is om een concert te volgen. Jewell, afkomstig uit Boise, Idaho, graait met stijl in genres als rockabilly, country, rock-'n-roll en folk. Je zou ze wel eens kunnen vergelijken met een Lucinda Williams of Gillian Welch, qua zang dan, maar op haar laatste plaat kwam er plots wat meer rock-'n-roll ingeslopen. Zo ook zaterdag op het podium en dat was vooral de verdienste van haar band die de sfeer van de vroege rock-'n-roll (eind jaren '50 - begin jaren '60) helemaal terug naar Leffinge bracht. "Wat braaf" hoorde ik iemand zeuren achteraf. Tja, maar de rock-'n-roll was natuurlijk nog braaf in die tijd. Wat gitarist Jerry Miller (niet diegene van Moby Grape) uit zijn snaren toverde was van een zelden gehoorde subtiliteit. Om duimen en vingers bij af te likken. Tijdens de prachtige Johnny Kidd & The Pirates-cover "Shakin' all over" trok hij alle registers open en hoorden we een indrukwekkende reeks citaten uit de rock-'n-roll geschiedenis en dat zonder ook maar één noot teveel te spelen. Duizelig werd ik ervan en dit keer kwam dat zeker niet door een teveel aan decibels. De set eindigde tenslotte veel te vroeg met een Bessie Smith-medley.

2  William Elliott Whitmore
Dit had ik eigenlijk evengoed op één kunnen zetten, want deze boerenzoon uit Iowa, die ooit begon als roadie van een hardcoreband, zette een zo goed als perfecte set neer. Afwisselend op gitaar en banjo en enkele nummers bijgestaan door een drummer, bracht hij erg melodieuze songs met wortels in de delta blues of de appalachian folk. Zijn laatste plaat ‘Animals in the dark’ is een parel en die wist hij ook live te verzilveren. De man beschikt over een fenomenale lage stem (vergelijkingen met Tom Waits of Captain Beefheart gaan eigenlijk niet echt op) en bleek bovendien een geboren performer. Handjes schudden vooraf en achteraf, het publiek op een grappige manier uitvoerig bedanken of een jonge kerel die op het podium sprong ,om tijdens "Mutiny" mee te zingen, beschermen tegen de security: het bleef allemaal even spontaan. We hebben er een nieuwe held bij!

3 Creature With The Atom Brain
Deze Antwerpse band van Aldo Struyf en Dave Schroyen (beiden ook Millionaire) heeft sinds hun ontstaan een hele metamorfose ondergaan. Met zijn vieren brengen ze tegenwoordig lome maar fascinerende gitaarsongs waarin je het zand tussen de snaren hoort knarsen. Als dit al stoner is klinkt het toch totaal anders dan wat een gemiddelde stonerband daaronder verstaat. Hier had ik eerder gitaarbands als Thin White Rope in gedachten en dat kan nooit slecht zijn. Het snuifje progrock dat er hier en daar aan toegevoegd werd was niet altijd even gepast, toch bleef dit optreden boeien tot de laatste seconde.

4 J. Tillman
De prijs van de sympathiekste artiest zal deze J. Tillman (tevens drummer bij Fleet Foxes) wel niet winnen. Hij liep er het ganse optreden op zijn minst gezegd nogal humeurig bij en toen enkelen ritmisch begonnen mee te klappen schoot hij zodanig in zijn wiek dat hij hen de zaal dreigde uit te schoppen. Maar voor de rest mocht hetgeen hij bracht zeker gehoord worden. Op plaat durft zijn muziek nogal eens saai overkomen en ik had zeker geen grote verwachtingen. Maar op de planken koos hij voor een veel forsere aanpak, wat een gouden zet bleek. Zijn band (met o.a. een pedal steel) mocht geregeld voluit gaan en gaven zijn ingetogen songs zo een wat rijper karakter. Moeilijk te plaatsen maar wel verrassend goed.

5 Seasick Steve
Ik vrees een beetje dat zijn immense populariteit stilaan in zijn nadeel zal spelen. Pas op, ik vind hem nog steeds meer dan ok maar hij weet verduiveld goed waar hij mee bezig is en gebruikt zowat alle trucs om het publiek uit zijn hand te laten eten. Zo moet hij intussen toch al genoeg verdiend hebben om zich een nieuwe plunje aan te schaffen maar hij treedt nog steeds op in een gelapte broek, een gescheurd hemd en een bijzonder groezelig marcelleke. Bijgestaan door een andere veteraan op drums gaf de 68-jarige Steve weer een demonstratie met zijn aparte verzameling instrumenten : de éénsnarige Diddley Bow, de three-string guitar of een gitaar gemaakt uit een sigarenkistje. Het bleef mooi en gedreven of zelfs ontroerend (die song waarbij hij een meisje vroeg om gewoon bij hem te komen zitten). Alleen tijdens de bis "Doghouse boogie" dat hij eindeloos uit rekte werd het net iets teveel voor me. Toch een waardige afsluiter.

Ook gezien
The Streets
Mike Skinner lijkt me een heel aardige mens, zo iemand waarmee je uren pinten kan drinken in het café om de hoek. Naar 't schijnt is hij ook echt zo. En op het podium deed hij het verre van onaardig. Van rap heb ik weinig kaas gegeten maar hij liet zich begeleiden door een echte (en goeie) groep en een heerlijke zanger. Mooi maar ongevaarlijk en toen hij met publiekspelletjes begon (publiek laten springen) ben ik vooraan de meute ontvlucht en met iemand anders in de pinten gesukkeld.

Sunset Rubdown
Een bijzonder gedreven band maar hun muziek leek me te beredeneerd om een gevoelsmens als ik te kunnen bekoren.

Blood Red Shoes
Jong Brits duo (meisje op gitaar, jongen op drums) bracht het soort luide indierock waar je je geen buil aan kon vallen. Inzet genoeg maar verder dan wat teenybopper kwamen ze niet.

Alela Diane
De nieuwe look van Alela Diane (Nevada City, Portland) staat haar beeldig. Maar we hadden het hier over de muziek zeker? Die is nog geen spat veranderd. Grootste troef blijft haar fantastische stem die dit keer geruggensteund werd door een volledige band (drums, bas, vader Tom Menig op gitaar en de nog steeds onbeweeglijke Alina Hardin als tweede zangeres). Soms steeg het suikergehalte zodanig dat het glazuur op mijn tanden dreigde te barsten maar bij deze Alela Diane heb ik daar geen problemen mee. Toch zou wat afwisseling beslist geen kwaad kunnen.

Dinosaur Jr.
Sommige van zijn platen blijf ik echt wel sterk vinden maar live zal ik het wel altijd moeilijk hebben met dit trio. Hun naam hebben ze alleszins niet gestolen: hun sound klinkt ronduit verpletterend maar tegelijkertijd ook een beetje lomp en soms wat richtingloos. Het blijft natuurlijk een mooi zicht : Jay Mascis met zijn lange grijze manen voor een muur van Marshall versterkers. Er werd ook wat strakker gespeeld dan enkele jaren geleden in de AB. Maar deze gitaarbrij bleek me toch net iets té dik om met smaak verorberd te kunnen worden. Ik hield er in ieder geval een kleine maagcrisis aan over of zou dat toch aan iets anders gelegen hebben?

Elvis Perkins In Dearland
Bende hippies uit New York rond Elvis Perkins, zoon van Anthony Perkins (de legendarische hoofdacteur uit Hitchcock's ‘Psycho’) en de fotografe Berry Berenson, die op één van de vliegtuigen zat die zich in de Twin Towers boorden. Freakfolk kenden we al, dit leek me eerder freakpop. Maar ondanks de verfrissende impuls van wat minder voor de hand liggende instrumenten (zoals trombone en harmonium) bleef dit eerder aan de zeurderige kant. Naar het einde toe kwam er toch wat beterschap en bleek ‘The Band’ plots niet meer heel veraf.

Dawn Landes
Wint de prijs voor de meest frisse verschijning en tevens voor het meest enthousiaste optreden van gans het weekend en dat uitgerekend in het café! Zelden iemand met zoveel plezier haar ding zien doen en dat was bovendien buiten alle verwachtingen bijzonder goed. Daar zaten de bassist en vooral de drummer die nog met tal van andere zaken bezig was, voor heel wat tussen. Maar Dawn kan natuurlijk ook wel een aardig mondje zingen. Of ze nu countrypop of sixtiespop bracht, het bleef allemaal even ontwapenend. Mooi moment : tijdens de Françoise Hardy-cover "Tous les garçons et les filles" bleek iemand in het publiek die tekst nog te kennen. Tamelijk overrompelend en net geen top 5.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Leffingeleuren 2009: zondag 20 september 2009

Geschreven door

Rootsrock! was de noemer op deze afsluitende succesvolle dag Leffingeleuren …Met 5000 bezoekers, 500 meer dan vorig jaar op deze derde dag, werd een recordopkomst van 17000 man genoteerd …

De vijf van Absynthe Minded (concerttent) kwamen hun vierde plaat presenteren tijdens hun reeds derde passage op Leffingeleuren. Het was – na Pukkelpop – de tweede keer dat we ze deze zwoele zomer op een podium zagen en dit nu als eerste groep op de laatste dag van de drieëndertigste editie van dit supersympathiek festival. Net als in Kiewit openden ze met “Plane song” en ook de rest van de set bleek overeen te stemmen met wat we enkele weken terug te horen kregen. Niet dat we daarom treurden, integendeel zelfs. De sfeer zat van begin tot eind goed, tijdens “Heaven knows” namen Bert Ostyn en twee van zijn kompanen bijvoorbeeld relaxed plaats op een barkruk, “I am a fan” klonk alsof enkele uitgelaten zigeurners een feestje kwamen bouwen en “People of the pavement” begon broeierig als Nick Cave om uiteindelijk te besluiten in een meer jazzy mood. We zagen mensen in de tentmasten klimmen om vol overgave de hit “My heroics (part one)” mee te zingen en op het einde toonden de bloedmooie Claus-hommage “Envoi”, “Dead on my feet” en “Stuck in reverse” dat het een deugd is dat België in 2005 het verbod op de verkoop van absint weer ingetrokken heeft want na een dergelijk concert wanen we ons meer dan ooit Absynthe Minded.

Elvis Perkins (concerttent) kende in Leffinge veel minder aanhangers dan zijn Belgische voorgangers maar ons inziens heeft hij er toch enkele kunnen bijwinnen. Hij begon solo aan het optreden en meteen bleek dat Bob Dylan een onbetwistbare invloed gehad heeft op de zoon van Anthony “Psycho” Perkins. Tijdens dat openingsnummer, “While you were sleeping”, vielen eerst de contrabas, later de drums en uiteindelijk de trombone in. Zijn goedgemutste bandleden hielpen al vlug om de nummers (en de pauzes ertussen) op te vrolijken waardoor de groep (want sedert zijn laatste CD presenteren ze zich als Elvis Perkins in Dearland) minuut per minuut meer mensen wist te overtuigen. Ook het feit dat men muzikaal niet steeds uit hetzelfde vaatje tapte, kon ons plezieren. Reeds in het derde nummer, “Chains, chains, chains”, kwam de percussionist van achter zijn drumstel vandaan om een grote trommel te beroeren, een instrument dat in “The night without love” trouwens een zeer prominente rol toebedeeld kreeg. De fans kregen met “Stay Zombie stay” een nieuw nummer  (van de in de loop van volgende week te verschijnen “Doomsday”-EP) te horen. Nadien kwamen er reggae-invloeden bovendrijven in het heerlijke “Shampoo”. Voorts hoorden we tijdens het optreden nu en dan een streepje gospel, folk en country. Meestal klonken deze New Yorkers echter alsof ze recht vanuit New Orleans op de luchthaven van Oostende geland waren.
Afsluiter “Doomsday” begon nogal zwaarmoedig middels saxofoon en trombone, niet veel later vielen de gitaar en de trommel stevig in waarna het initieel treurige lied uiteindelijk evolueerde naar  hoempapamuziek die in de tent zelfs verschillende mensen tot wilde groepsdansen bracht. Als deze kerels nog een tijdje hadden kunnen doorgaan, dan zou dit concert nog tot polonaise-toestanden geleid hebben. Elvis Perkins is dus het levende bewijs dat men ondanks grote tegenslagen (zo verloor hij zijn moeder op 9/11) troost en vaak zelfs vreugde kan vinden in de muziek.

Admiral Freebee (concerttent) was de voorbije maanden nauwelijks op een podium terug te vinden dus velen keken uit naar wat hij in Leffinge ten berde zou brengen. Terwijl we persoonlijk verwacht hadden dat hij ‘solo & electric’ wat nieuw werk zou presenteren, had Tom Van Laere zelf eerder zin in een overzicht van het vele moois dat hij op zijn eerste drie platen geboekstaafd heeft. Een akoestisch “Ever Present” opende de set, gevolgd door “Faithful to the night” en “Lucky one”. Vanaf het vierde nummer laat ‘The Admiral’ de duivel in zichzelf los. Hij kakt (figuurlijk uiteraard) op het Idool-gebeuren en hangt de Jimmy Page op akoestische gitaar uit. Het tweetal “I’d much rather go out with the boys” en “Living for the weekend” beklemtoont dat het feestelijke weekend voor hem nog lang niet gedaan is. Vanaf “Oh darkness” wordt de klemtoon stevig op ‘electric’ gelegd, ook “Bad year for rock’n’roll” illustreert dat Admiral Freebee almaar beter met zijn elektrische gitaar uit de voeten kan. Een stevig nieuw nummer doet ons vermoeden dat hij op zijn volgende plaat (die hij volgend jaar belooft uit te brengen) het experiment niet zal schuwen. “Get out of town” brengt Admiral Freebee aan de piano om vervolgens het nummer af te sluiten op gitaar (met ‘pedal-loops’ maar zonder het karakteristieke geschreeuw op het einde, geschreeuw dat volgens ons terecht gepaard moet gaan met stevige percussie). “Recipe for disaster” en “Rags’n’run” zorgen voor een mooi orgelpunt van een aangenaam weerzien dat ons al hevig  doet verlangen naar volgend jaar.

Het enige concert dat op zondag in De Zwerver gegeven werd, was het café-concert van Dawn Landes. Grote honger en een massale opkomst zorgden ervoor dat we slechts tegen het einde van de set een blik konden werpen op deze ravissante verschijning. Wat we daar zagen en hoorden, beviel ons echter enorm. Nooit droomden we meer dat een lied over onszelf ging dan toen Dawn “My bodyguard” stond te zingen.

Terug in de tent keken we – na ’s mans gewaardeerde passage in een hopeloos uitverkocht Koninklijk Circus – uit naar Ray Lamontagne, een Amerikaanse folksinger-songwriter begiftigd met een zeer hese, breekbare edoch prachtige stem. Wat meteen opviel, was dat Lamontagne zelf liever niet opvalt. Net als enkele maanden terug in Brussel verkoos hij om letterlijk zij aan zij met zijn muzikanten (en dus allesbehalve centraal) te staan, voorts was dit het enige optreden waarbij de persfotografen niet welkom waren in de frontstage. Het is best mogelijk dat hij zijn stevige baard laat staan om ook op die manier zo weinig mogelijk tot ‘een gezicht’ gereduceerd te worden. Alle aandacht moet uitgaan naar de muziek en van daaruit hebben we dan ook alle begrip voor zijn volgens anderen ‘arrogante artiestengedrag’ dat ons inziens meer een gevolg is van bescheidenheid. Zijn eerste twee platen, ‘Trouble’ en ‘Till the sun turns black’, waren in België geen commerciële hoogvliegers, maar vanaf ‘Gossip in the Grain’ en meerbepaald vanaf doorbraaksingle “You are the best thing”, doet Lamontagne bij almaar meer mensen een belletje rinkelen. De set werd geopend met ”Be here now” en “Empty”, de eerste twee nummers van “Till the sun turns black”. Daarna kregen we twee songs van ‘Trouble’ (“Shelter” en “Hold me in your arms”) en vervolgens nog “You can bring me flowers” en “Trouble” vooraleer hij met “Sarah” een eerste keer naar zijn laatste plaat greep, een album waaruit hij tijdens het ganse concert trouwens slechts vier songs presenteerde. Muzikaal werd er minder gevarieerd dan bijvoorbeeld de meer uitbundige bende van Elvis Perkins in Dearland deed. Enkel met de scheurende mondharmonica in “Henry nearly killed me (It’s a shame)” en het iets strakkere drumwerk in de ode aan “Meg White” kleurde men even buiten de misschien te slaafs gevolgde lijntjes. Dit alles in combinatie met het feit dat Lamontagne gewoontegetrouw allesbehalve communicatief was en naliet om zijn bekendste nummer (“You are the best thing”) te spelen, bracht ons tot de slotsom dat hij uiteindelijk misschien niet de meest geschikte artiest is om op het hoofdpodium van een festival te poneren. Niemand zal betwisten dat deze muziek het best tot zijn recht komt in een eerder intieme setting waar enkel de echt geïnteresseerden op afkomen. Anderzijds zouden velen het de organisatoren misschien kwalijk genomen hebben indien deze boeiende bard geprogrammeerd stond in een kleine en daarom dus ongetwijfeld volle zaal. Ons hoor je dus niet klagen, al hadden we gehoopt dat zowel de eigenzinnige Ray Lamontagne als een deel van publiek geprobeerd zouden hebben om wederzijds iets meer tegemoetkomend te zijn. Nu dit niet gebeurde, vrezen we dat te veel festivalgangers huiswaarts keerden zonder te beseffen welk een uitzonderlijk talent ze gepresenteerd kregen.

Wie weinig onder de indruk was van Lamontagne, zal ongetwijfeld wel genoten hebben van Seasick Steve (concerttent) die als afsluiter een grote stijlbreuk betekende met zijn voorganger. Samen met zijn uit de Muppetshow weggelopen drummer gaf hij er vanaf het eerste nummer, “Thunderbird”, een stevige lap op. Uit niets kon je afleiden dat deze mannen al lang op tram 6 zitten (Seasisck Steve zelf is ondertussen al 68 jaar!). De rauwe bluesrock die ze uit hun van alle franje (en soms zelfs van meerdere snaren) ontdane instrumentarium wrongen, maakte duidelijk dat deze krasse knarren een stevig orgelpunt aan de geslaagde driedaagse wilden breien. Qua entertainment was dit optreden niet te overtreffen. We trokken niet enkel onze ogen wijd open toen de heren het publiek dansend tegemoet traden, ook hetgeen Seasick Steve te voorschijn toverde uit zijn éénsnarige “Diddley Bow” ging vaak het bevattingsvermogen te boven. Het naar eigen zeggen “mysterieuze” nieuwe nummer dat middels dit instrument gebracht werd, zou in oktober moeten prijken op de opvolger van het geslaagde “I started out with nothin’ and still got most of it left” uit 2008.
Afsluiter “Doghouse blues” werd heerlijk lang gerekt en zelfs doorspekt met ‘handjes in de lucht’-momenten waar Regi van Milk Inc. jaloers op zou zijn. Het dolenthousiaste publiek kon er maar geen genoeg van krijgen hetgeen illustreert dat Seasick Steve een gouden zet van de programmator was. Een meer dan waardig ouder geworden afsluiter van een meer dan waardig volwassen geworden festival. 17.000 people can’t be wrong dus op naar de 18.000 volgend jaar?

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, leffinge

Pagina 862 van 963