logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_16
giaa_kavka_zapp...

Ben Alison

Ben Alison and Man Size Safe: down to Earth …

Geschreven door

In de schitterende Domzaal van de Vooruit in Gent maak ik voor een tweede keer kennis met de uitzonderlijke muzikale kwaliteiten van Ben Alison. Zijn vorige passage op het Kortrijkse Parkjazz in 2008 staat nog in het geheugen gegrift… (passage in Hasselt in februari geskipt! Snif)

Alison is een gezegende bassist. Punt. Alison is geboren in 1966 in New Haven, Connecticut, zijn parcours is ronduit indrukwekkend te noemen:Hij toert momenteel door Europa met zijn band Man Size Safe, een kwintet, die het experiment niet schuwt. Maar Alison blijft toegankelijk, met invloeden uit de pop-, rock- en wereldscene.
De set was grotendeels opgebouwd rond zijn ronduit schitterende nieuwe plaat ‘Think free’ (uitgebracht bij Palmetto Records). Het schitterende “Broker” en “Kramer vs Kramer”, groeien gegarandeerd uit tot standards in het genre, als het van mij afhangt. Ook “vs Godzilla” en “Green All” passeerden de revue. ‘Little things rule the World’, zijn vorige plaat, kwam wat minder aan bod, maar de instrumentale uitstapjes in de composities van deze plaat genieten toch mijn voorkeur. Het zal met de onbekendheid van de plaat te maken hebben.
Zijn muzikaliteit ligt niet zozeer in zijn individuele kwaliteiten, maar in het regisseren van zijn schitterend kwintet. De man is zo down to earth – wat niet van alle jazzmusici kan gezegd worden - , en straalt dit ook constant over op zijn band. Elk krijgt zijn ruimte, niet als het hem uitkomt, maar als het de muziek en de compositie uitkomt. ‘Kijk eens mama, zonder handen’ , staat dan als quote ook niet in zijn woordenboek.
Steve Cardenas op gitaar, Shane Endsly op trompet, Jenny scheinman op viool en Royston op drums.

Een schitterend concert op een schitterende locatie …

Organisatie: Vooruit, Gent

The Dodos

Time to die

Geschreven door

Het uit San Francisco afkomstige duo The Dodos, Meric Long (zang/gitaar)), Logan Kroeber (drums/zang), waren op hun vorige tournee van de cd ‘Visiter’ al aangevuld met een derde groepslid, Keaton Snyder op xylo/vibrafoon/klokkenspel en synths. Hun aanstekelijke melodieën klonken hierdoor warm en kleurrijk.
The Dodos vallen op met hun avontuurlijk geluid in een zompig, freakende oase van bluesrock, americana, folktronica en psychedelica onder de onvaste, licht doordrammende zang van Long. Het creatieve, intens aanstekelijke gitaargetokkel, het slagwerk en de subtiele synths en geluidjes maken die sound uniek. De songs zijn toegankelijker op de nieuwe cd en intrigeren door de brede broeierige, beheerste aanpak. Er is sprake van meer knappe overgangen, en fijnzinnige subtiliteit en minder tegendraadse ritmes en hectische bewegingen. Verslavende nummers horen we dus als “Small deaths”, “Longform”, “Fables”, “Two medicines” en de afsluitende titelsong “Time to die”. Puik plaatje opnieuw van het trio!

Girls (San Francisco)

Album

Geschreven door

We hoorden al Lovvers als groepsnaam, nu is er een ban die uit San Francisco Girls noemt. Een kwartet onder Christopher Owens en Liza Thorn. Het jonge bandje brengt twaalf emotievolle, licht melancholische indiegitaarpopnummers, waarin beheerste uitstapjes zijn naar de rock’n’roll, wave en shoegaze. De band heeft iets mee van een zeemzoeterig Jesus & Mary Chain. Ze trekken al meteen de aandacht met opener “Lust for life”, een overtuigende poprocker, die ongemeend verbonden is met Iggy. Verder zijn “Laura”, “Ghost mouth” en “God damned” broeierige popsongs in het verlengde van “Lust for life”. “Big bad mean Motherfucker” biedt een juiste dosis rock’n’roll. Het middendeel van de cd heeft een sobere, sfeervolle aanpak. “Headache” en “Summertime” hebben een minimale instrumentatie en zijn vocaal erg sterk. “Hellhole ratrace” is door de broeierige intensiteit en opbouw het kroonstuk van de cd. Tot slot vormen “Morning light” en “Darling” de link met de ‘80’s wave en shoegaze .
Het is allemaal goed uitgekiend en mooi verdeeld op de debuutcd, die zich onderscheidt met volgende kenmerken: Pop – Intimiteit – Dramatiek – Variatie - Hip

Moby

Wait For Me

Geschreven door

De veganist Moby (NY) vertoeft in verschillende vakjes op muzikaal vlak. Ambient, dance, trance, pop en natuurlijk ook techno, het genre waarmee hij naam en faam verwierf eind de jaren '90 van de vorige eeuw. De hoogdagen van Moby zijn alweer een decennium geleden, toen hij het album 'Play' uitbracht. Sindsdien ging het bergafwaarts, al was '18' best nog te pruimen.
'Wait For Me' is het negende album van de kale singer-songwriter annex dj. Voor deze plaat grijpt hij duidelijk terug naar z’n vroegere platen (zo staat op de hoes een cartoonfiguur die doet denken aan de videoclips van 'Play'). Hou dan enkel de ingetogen en meeslepende songs over, en je krijgt 'Wait For Me'. Waar zijn vorig album 'Last Night' nog bol stond van de dancenummers, is dit de tegengestelde wereld. Een keerpunt in de carrière van Moby zal dit niet worden, want daarvoor is 'Wait For Me' van een maar triestig en middelmatig kaliber. De synths brengen vooral weer de vioolsamples voort die we al zoveel keer gehoord hebben van Moby, samen met weer dezelfde opbouwen in de nummers en zachte beats. Luister maar naar “Division”, “Study War” en “A Seated Night” (die laatste is compleet met kerkkoor) en u zult wel snappen wat we bedoelen. Gelukkig sieren er wel enkele pareltjes het album. “Pale Horses”, “Shot In The Back Of The Head”, “Mistake” en de titeltrack. Zij hebben door de vocalen meer diepgang. Verder vinden we ook wat noise terug zoals “Stock Radio” en “JLTF-1” waar Moby duidelijk de experimentele toer opgaat. Hoezeer we Moby (né Richard Melville Hall) ook respecteren, in tegenstelling tot anderen, we moeten toegeven dat we teleurgesteld zijn. Om het met een nummer van de plaat te zeggen: “Hope Is Gone”?

Pearl Jam

Backspacer

Geschreven door

Tot op heden hebben wij Pearl Jam er nog nooit op betrapt een mindere plaat te hebben gemaakt, laat staan een slechte. Ook ‘Backspacer’, hun negende studio-album in 18 jaar, is wat ons betreft alweer een voltreffer. Geen verrassingen, dat niet, daarvoor is Pearl Jam te veel hun eigenste zelf, en dat is maar goed ook. Wij kennen de band als een hecht groepje enthousiastelingen die willen rocken, en dat zonder franjes of opgepompte spektakels van live shows. Wie de groep heeft gezien bij hun laatste doortocht in het Sportpaleis weet waarover wij het hebben, een sobere podiumopstelling, geen pompeuze toestanden, gewoon rechtdoor muziek spelen. En zo klinkt ook deze ‘Backspacer’ die van bij het begin ontploft met vier korte gemene fistfuckers van rocksongs “Gonna see my friend”, “Got some”, “The fixer” en “Johnny Guitar” (ode aan Johnny Ramone ? of is het Johnny Thunders ?), allemaal snel, puntig en gloeiend heet. Kortom, vooruit met de geit.
Pas vanaf nummer 5, de onbeschaamd mooie ballad “Just breathe”, mag het gaspedaal wat worden ingehouden en laat Vedder zich van zijn meest intieme kant bewonderen. Ook in het bijzonder fraaie “Amongst the waves”, een typische Pearl Jam song ergens tussen ballad en rocker, treden de gedreven vocals van Vedder nadrukkelijk op de voorgrond. Een even knap “Unthought known” gaat quasi dezelfde weg op maar daarna wordt de stekker er terug ingeramd met  “Supersonic”, een uiterst potige rocker die even fel klinkt als zijn titel laat vermoeden. We krijgen vervolgens nog de goudeerlijke ballad “Speed of sound” en het met zijn lekkere drive naar The Who refererende “Force of nature” om uiteindelijk de opvallend korte plaat (na 36 minuten is het liedje al uit) af te sluiten met euh… “The End” (het zou inderdaad een beetje vreemd zijn moest de plaat ermee beginnen), weer zo een onvervalste mooie en tedere Eddie Vedder ballad.
Machtige rock met vuur en passie en ontdaan van alle overbodige snufjes of effectjes, ‘Backspacer’ heeft alles in zich wat Pearl Jam zo goed maakt. Maar kunnen we dat niet van bijna al hun albums zeggen ? Jawel, op huizenhoog niveau blijven presteren, noemen wij dat.
Daarom houden wij zo van Pearl Jam, jarenlang zonder veel show of overdreven media-aandacht de meest fantastische nieuwe plaatjes uitbrengen, dat in vergelijking met pakweg de omhooggevallen sterren van U2 die elke nieuwe plaat met veel toeters en bellen aankondigen maar eigenlijk al jaren losse flodders afvuren (ze mogen op vandaag dan al de meest indrukwekkende live act hebben, de laatste echt goeie U2 plaat ‘Zooropa’ dateert alweer van 1993, het jaar waarin ook “Vs.” verscheen, die tweede geweldige knaller van Pearl Jam maar hoegenaamd niet de laatste).
Vandaar, ‘Backspacer’ is beresterk, maar met minder zouden we niet content geweest zijn.

Future Of The Left

Future of the left: rauw, strak en krachtig voer zonder de melodie uit het oog te verliezen

Geschreven door

Noisepoptrio Future of the Left is afkomstig uit Wales en ontstond uit het fel onderschatte McCluskey; de voorbije zomer lieten ze op Pukkelpop al verschillende songs horen van de pas verschenen tweede cd ‘Travels with myself and another’, die het debuut ‘Curses’ van 2007 opvolgt. Het trio zweert aan de strakke, droge, hoekige ‘90’s noisepop van Pixies, Shellac, Barkmarket, Jesus Lizard en NoMeansNo, de crossover van Faith No More en Fugazi en tot slot grijpen ze zelfs terug naar de ‘80’s ‘experimental’ waverock van Virgin Prunes. Aan deze pittig gedreven geluid, voegen ze er bijwijlen gekruide psychedelica aan toe!

Een energieke sound, vunzige teksten, en een uitgelaten trio …één brok dynamiet, fel en messcherp … We hoorden een verbeten krachtig, venijnig gitaarspel, een dreunende, ronkende bas en een opzwepende percussie. Toegankelijkheid schuilt wat meer om de hoek en dat is soms nodig om even op adem te komen in hun allesomvattende noisepop!
Ze trokken meteen fel van leer met een vaardig en snel gespeelde “Arming eratrea” en “Chin music”. De schreeuwzang van Andrew Falkous kwam regelrecht van uit de onderbuik, tergde als een gekeeld varken en kon moeiteloos overstappen naar een meer toegankelijke zangpartij of zegzang, refererend aan Gavin Friday in z’n hoogdagen.
Ze wisselden het nieuwe met het oude werk af, want hierna volgenden “Wrigley Scott”, “Plague of ones” en “Manchasm”, die na twintig minuten een mooi hoogtepunt vormde in de set door de spannende, broeierige opbouw en de huppelende psychedelica, die dan noisy kon  ontaarden.
Bassist Kelson Mathias was het showbeest, deed z’n bas afzien, maakte allerlei hoekige danspassen en daagde graag, zonder bijbedoelingen, z’n publiek uit. Humor en sexuele uitspattingen …En artiesten als Sting, P. Collins en P. Swayze moesten eraan geloven! Op het eind dook hij zelfs met bas en al het publiek in, gaf z’n bas af aan een fan op de eerste rij, die rustig doordramde op het instrument en werd in de pittoreske Rotonde op handen gedragen! De band ging er gretig tegenaan, want ook de drums sloegen halverwege de set door; het probleem werd al gauw door de leden aangepakt en opgelost.
Op geen enkel moment vielen de duivelse bandleden uit hun rol, die achterna op gemoedelijke en rustige wijze een praatje sloegen. Op “God needs Satan more than he needs you” wisselden Falkous en Mathias van instrument. De synths zorgden voor een gepaste groove. De mate van toegankelijkheid hoorden we op “Stand by your Manatee” en “Land of my formers”.
Na een goed uur besloten ze op kruissnelheid met “My fingers became thumbs”, “Gymnastic past” en “Adeadenemysmellsalwaysgood”. De fuzz- en noiseadepeten hoorden we in een jam tussen één van de fans en Mathias die zich na z’n crowdsurf een weg gebaand had richting drumstel. Een ontregeld zootje dat op sterk gejuich werd onthaald …

Future of the Left hield het tempo hoog en was een muzikale wervelwind. Rauw, strak en krachtig voer zonder de melodie uit het oog te verliezen …

Organisatie: Botanique, Brussel

Reverend & The Makers

Reverend & The Makers: opwindend, fris, speels en ontspannend!

Geschreven door

Uit de Arctic Monkeys stad Sheffield komt er een volgend tof bandje aandraven, Reverend & The Makers. Spil is de imposante zanger Jon ‘The Reverend ‘McClure - goede vriend trouwens van Alex Turner -, een man met een typical Britpop uitstraling, maar eentje met het muzikaal hart op de juiste plaats. Samen met z’n band staat hij garant voor Britpop meets indie in een web van aanstekelijke, dansbare synths. Op die manier zijn ze te situeren ergens tussen Blur, Oasis en de psychedelica van Primal Scream.

Ze speelden een afwisselende set van hun twee cd’s ‘State of things’ en ‘A french kiss in the chaos’. We hoorden en zagen een frisse, beweeglijke band en een zanger/performer, die een resem opzwepende, groovy songs bracht, maar al te graag z’n publiek vermaakte en hen nauw betrok bij hun materiaal, wat een dolenthousiaste menigte opleverde, die genoot van de overtuigende set in de Rotonde. Het draaide ‘em rond energie en charme bij dit zestal. De maatschappijkritische, soms messcherpe, teksten van McClure kregen door de vrolijke tunes een luchtig karakter.
Het nieuwe “Silence is talking” trok meteen de aandacht, snel gevolgd door de hitsingle van twee jaar terug “Heavyweight champion of the world”, waarbij McClure zich een gewonnen bokser waande. De zalvende intrigerende synths, de toevoeging van trombone en de backing vocals en danspasjes van Laura Manuel (op keys) gaven elan aan de set, zoals op “Bandits”, “No wood…”, “Open your window”, en het sfeervol opbouwende “Hidden persuaders”. Ze trokken de lijn door van strakke, snedige nummers, huppelende, springerige ritmes en fors klinkende psychedelicasynths op “Miss Brown”, “He said he love me”, “The machine” en afsluiter “Armchair detective”. Compromisloze opzwepende indiepop dus. En tot slot intrigeerde “Manifesto/People Shapers” door de spannende dreiging, het avontuurlijke karakter en de onverwachtse wending, net als het intense “Hard time for dreamers” dat een krachtiger staartje meekreeg, wat duidelijk aantoonde dat deze Reverend & The Makers veel in hun mars had en een ietwat moeilijke tweede cd, live probleemloos kon ombuigen in heerlijke, vrolijke, ontspannen pop!
Reverend & The Makers profileerde zich als een grootse band, die kon rekenen op een dankbaar publiek, die hield van de bindteksten en de grappen en grollen van de zanger McClure. Op het eind nam hij alvast de herinnering mee om het handjesschuddende publiek op foto vast te leggen.
En of McClure van z’n publiek hield … want na de opwindende set in de Bota nam hij iedereen letterlijk onder de arm in de tuinen van de Bota (“You, and me , outside”, haalde hij aan) en breide er nog een aardig geslaagd vervolg aan. Enkel begeleid van akoestische gitaar en stem, bracht hij nog een paar eigen songs (waaronder “State of things” en “Long long time”) en enkele covers, met een obligaat eerbetoon aan The Beatles’ “Revolution”.

Reverend & The Makers: puike liveband, die aanstekelijkheid, speelsheid, groove en stijl onvoorwaardelijk samen bracht …

Organisatie: Botanique, Brussel

Klaus Schulze & Lisa Gerrard

Klaus Schulze & Lisa Gerrard: Elektronica van de bovenste plank met een kosmisch randje

Geschreven door

Klaus Schulze mocht in de Ancienne Belgique een uitverkochte zaal verwelkomen en dat is ergens toch wel verbazingwekkend. De fans van Krautrock zijn waarschijnlijk best wel talrijk, maar ze vallen niet bepaald op en kwamen dan voor deze gelegenheid talrijk uit hun coconnetjes. Het voordeel was natuurlijk dat door het duo-concert met Lisa Gerrard ook heel wat new-wave-fans de weg naar Brussel gevonden hadden, hoewel ik eerlijk gezegd wat meer vleermuizen verwacht had. Maar goed, de new wave ligt ook al weer ruim twintig jaar achter ons en je mag veronderstellen dat ze ondertussen ook al wel een beschaafd leven opgenomen hebben. In ieder was het op zich boeiend om het toch wel wat oudere publiek te observeren, en het waren in ieder geval muziekliefhebbers met een brede smaak en respect voor het monument dat Klaus Schulze toch is. Er werd geluisterd en ferm geapplaudisseerd wanneer het mocht. En daar was de man, blijkens zijn reactie, zelf erg verguld mee. Het was haast schattig om te zien hoe hij als een toffe opa Lisa Gerrard omhelsde. Als je zijn platen hoort denk je met een kluizenaar te maken te krijgen, zeker als je hem zo ziet zitten tussen zijn felgekleurde toren synthesizers, maar hij leek gewoon een hele aardige vent. Als hij nu nog wat aan zijn jasjes doet is het helemaal goed, maar kom, vergeleken met de vestimentaire gruwel waar hij in de jaren zeventig nog mee pronkte, is er toch wel vooruitgang.

Zo’n concert is op zich vrij moeilijk te recenseren omdat het om een soort uitgesponnen improvisatie gaat waar dan Lisa Gerrard haar Gregoriaanse zanglijnen boven uit doet komen. Het resultaat klinkt heel sacraal en het gaat traag, maar dat is eerder een compliment. Tijdens de beide helften van het concert begon Schulze zijn synth-lijnen te borduren, waarna Lisa Gerrard pas na een tijdje opkwam. Met name in het begin van het tweede deel begon hij behoorlijk zwaar te experimenteren met allerlei spacy geluidseffecten, waar hij wat mij betreft nog wat verder in had mogen gaan. Het deed bij momenten echt denken aan Gas, die in het begin van het jaar nog op Kulturama stonden, maar dan zonder dat alles door de dub-mangel gehaald was. Maar evengoed zat je op het tipje van je stoel, die ik niet had, bij de engelachtige vocale pirouettes die Lisa Gerrard daarna ten beste gaf. Je krijgt toch het gevoel dat dit binnen honderd jaar als de klassieke muziek van onze tijd zal worden beschouw, met toch zeker een grotere kans dan de Regi’s en Britneys dezer wereld. Knap, maar blijkbaar ook wel belastend voor de stembanden want een regelmatige pauze was blijkbaar vereist.

Volgens zijn bio heeft Schulze onderhand zo om en bij de vijftig platen gemaakt, en het is niet iedereen gegeven om die zo maar allemaal te kennen, maar dit concert smaakt zeker naar meer. Elektronica van de bovenste plank met een kosmisch randje.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

The Jr. Walker All-Star Band

The Jr. Walker All-Star Band: 50 jaar Tamla Motown

Geschreven door

Tamla Motown, het legendarische platenlabel uit Detroit dat de zwarte muziek respectabel maakte en in de diverse hitparades bracht, bestaat 50 jaar. En dat hebben we vorige vrijdag gevierd.
In het begin van de sixties kwam uit de Tamla Motownstal een nieuw geluid aanwaaien. Het was het rauwe geluid van de tenorsax van Jr. Walker en zijn band The All-Stars. De sax, gecombineerd met het ongepolijste stemgeluid van Junior Walker ( echte naam: Autry DeWalt Mixon Jr.) was een echte sensatie. In die tijd was het bij ons iedere dag feest bij het afzoeken van de middengolf naar totaal nieuwe sounds, en bijvoorbeeld te belanden bij zeezenders als ‘Radio London’, een met Amerikaans geld opgericht radiostation dat ongekend goede muziek bracht die onmiddellijk door andere – al dan niet obscure zenders - werd overgenomen. Op deze manier werden de hits van Amerikaanse soullabels als STAX, Atlantic, Hotwax, Curtom en natuurlijk Tamla Motown, in gans Europa bekend.
Jr. Walker was één van de vele getalenteerde instrumentalisten van het bekende label uit Detroit. Hij werd op slag beroemd met “Shotgun” in 1965. De vocalist die ingehuurd was om het nummer te zingen kwam gewoon niet opdagen, zodat Jr. Walker zich genoodzaakt zag het nummer zelf in te zingen. Zijn rauwe stem paste wonderwel bij het geluid van zijn saxofoon en Motownpaus Berry Gordy besloot de plaat zo uit te brengen. Eens te meer bewees the boss echt visionair te zijn. Er volgde een gestage stroom hits tot 1972, waarna Jr. Walker andere paden ging bewandelen. Tien jaar later kende zijn carrière nog een korte opflakkering. In 1995 stierf hij aan kanker.
Maar zijn muziek leeft voort en wordt wereldwijd uitgevoerd door de Jr. Walker’s All-Star Band, een samenwerking tussen zeven zwarte muzikanten (waaronder nog twee oorspronkelijke leden) en The Ladeez, drie zwarte zangeressen die de stijl van de Motown meidengroepen levendig houden.

Een balorkest met een soort Tamla Motown Revival Show, zal je denken. Misschien wel, maar dan één met getalenteerde, echte Motownmuzikanten uit Detroit. Deze combinatie is in staat de meest diverse songs te brengen, van Jr. Walker’s hits tot Tina Turner en Michael Jackson! Het optreden in de Magdalenazaal in Brugge was zeer goed opgebouwd en deed het publiek, dat voornamelijk bestond uit jonge goden en deernen van rond de vijftig, serieus uit de bol gaan.
De zaal is zeer geschikt voor zo’n optreden en haast iedereen stond mee te dansen en in de handen te klappen. Vooral vlak voor het podium was de interactie met de muzikanten heel intens.
Door de keuze van “Get Ready” als openingssong, was de toon en de drive van in het begin gezet. Het gehele optreden was goed voorbereid en ingestudeerd en was ook visueel oogverblindend door de cyclaamkleurige ‘spaghetti-dresses’ en de bijhorende lichaamsbewegingen van The Ladeez.
Was alles dan perfect? Neen natuurlijk. The Ladeez waren schitterend als koortje, maar wogen individueel toch wat te licht om in de solozang Tina Turner of Diana Ross te evenaren. Een versterking met middelmatige galm zou beter geweest zijn voor deze zaal, de snaredrum (toch een belangrijk ingrediënt van de Motownsound) was te weinig prominent aanwezig en de kopersectie mocht uitgebreider geweest zijn (met trombone en/of trompet bijvoorbeeld). Eén saxofoon is wat weinig om een vol “soulgeluid” te geven.
Maar ondanks dat hebben we uitbundig genoten van dit optreden. En wat willen we eigenlijk nog meer?

Tot slot de samenstelling van de groep en de setlist:
Ronnie Nelson (drums), Ernest Atkins (keyboards), Tony Washington (drums), Robert Penn (gitaar), Charles Jackson (bas), Acklee King (percussie), Esther Todd (zang), Phyllis Parham (zang), Kimberly Smith (zang), Martinus Montgomery (saxofoon). Tony Washington en Acklee King zijn de enige overgebleven leden van de originele Jr. Walker All-Star Band.

Setlist: Get Ready, Shake & Finger Pop, How Sweet It Is, These Eyes, Cleo’s Back, Pucker Up Butter Cup, Roadrunner, Medley (met Walk The Dog, Mustang Sally en I’m Losing You), Way Back Home, Stop In The Name Of Love, Where Did Our Love Go, Mr. Postman, Dancin’ In The Street, I Heard It Through The Grapevine, I’ll Be There, Billy Jean, Ain’t To Proud To Beg, My Girl, Papa Was A Rolling Stone, Unchained Melody, What Does It Take, Proud Mary, Shotgun.

Organisatie: Cultuurcentrum, Brugge

 

Milk Inc

Belgisch dansformatie bij uitstek: Milc Inc. (Première concert!)

Geschreven door

25 september 2009, 20.30u … de populairste dance-formatie die ons land rijk is, begint aan de eerste van zes concerten in het Antwerpse Sportpaleis. Moet er nog zand zijn …we hebben het natuurlijk over Regi en Linda van Milk Inc.

In 2006 stond Milk Inc. voor het eerst in het Sportpaleis in het kader van hun 10 jarig bestaan. Sindsdien is de band met Antwerpen als maar nauwer geworden en vinden elk jaar meer en meer dance-liefhebbers de weg naar de Milk Inc-shows. Wat de vorige jaren ‘Supersized’ en ‘Milk Inc Forever’ heette werd nu gedoopt tot ‘Blackout’.

Een jaar lang werd er naartoe geleefd, zowel door het publiek als door de band zelf, en dan is het zover, iedereen gaat in een muzikaal coma, zoals Regi het zelf filosofisch verwoordde. Hoogtepunten volgden elkaar op met te beginnen, het doek die letter viel bij “Tonight”. Sjiek hé, voegde Regi eraan toe. En of het sjiek was! Een bijna 200 vierkante meter groot scherm kwam tevoorschijn en zorgde voor passende live-beelden en aanvullende achtergrondanimatie.
Dan de handschoentjes. Er werd in de aanloop van deze shows duidelijk op gehamerd om niet in het wit te komen. 12.000 handschoentjes zorgden in combinatie met de geplaatste blacklights voor een wit tapijt op de dansvloer. Over diezelfde dansvloer was het dat Linda zich begaf bij “Walk on Water”. De uitschuifbare brug die een afstand van 48m overbrugde en zo ‘Linda en Regi’ terug herenigde in het midden van de zaal. Op datzelfde podium was het dat jeugdidolen 2 Unlimited voor de verassing zorgden.”Jump for joy” werd zoals vanouds terug letterlijk opgenomen, en de massa ging uit z’n dak.
Ze waren zeker niet de enige gasten van de avond. Zo zorgden 50 dames van Scala voor een waar kippenvelmoment toen de tonen van “I Fail” door de boxen klonk. Ook boezemvriendin Silvy (Sylver) was van de partij en bracht met verve “I don’t care”. En niet te vergeten, Nelson die zich in ware Daniel Bovie -stijl volledig uitleefde bij de hit van het jaar “Love me”.

We kunnen er moeilijk om heen, het is van het beste wat ons land te bieden heeft. Milk Inc zorgde voor verassing, spektakel, afwisseling en vooral voor 150 minuten pure ambiance. Op 10 oktober vind al het laatste concert plaats, enkel voor de voorstelling van donderdag 1 oktober zijn er nog tickets. Als ook die de deur uit zijn gaat de droom van Regi in vervulling en die gaat over zo’n 100.000 fans. We noteren alvast enkele data van volgend jaar: 24 en 25 september 2010 want ook voor de editie van 2010 zijn nu al reeds tickets op de markt. Wees erbij! En laat de kritiek van in Werchter aan U voorbij gaan en geniet van de dance en beats van Milk Inc.

Setlist
I. Intro/Take Us, Back in time, No angel, Blackout, Tonight, Blind, Storms, Oceans, I Fail, Sleepwalker + Land of the living (met Scala), I don’t care, Medley, Sunrise
II. Never again, Race, Stop playing with me + Love me (met Nelson), The sun always shine on TV, Twilight zone, Jump for joy + No limit + Walk on water (met 2 Unlimited), Breathe without you, In my eyes, Insomnia (met Sylvie), Run, La Vache + Go to Hell
Bis: Blackout, Forever, Whisper

Organisatie: Sportpaleis, Antwerpen

Pagina 861 van 963