logo_musiczine_nl

Trix, Antwerpen - events

Trix, Antwerpen - events - 01 april: Dirty sound magnet - 01 april: Minding dolls, Stryke, Gloom - 02 april: Nova Twins - 02 april: Hifive: Lefty Parker - 02 april: Spoor series: Caroline De Meyer, Dennis Tyfus - 03 april: Deathcrash - 04 + 05 april: Samhain…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
dEUS - 19/03/20...

Lisa Ekdhal

Give me that slow knowing smile

Geschreven door

De bevallige blonde Zweedse singer/songwritster Lisa Ekdahl is al vijftien jaar bezig en heeft al enkele Grammy’s op de schouw staan als één van de best debuterende artiesten in ’94. Ze bracht een paar jaar terug een mooie compilatie uit en slaagt er nog steeds in overtuigende platen te maken, waarvan ze het materiaal solo, met twee of met een kwartet brengt.
We horen op deze nieuwe plaat (slechts) negen sfeervolle, dromerige songs, gedragen door haar fragiele, hemelse stem en geruggensteund door een sobere begeleiding van akoestische gitaar, piano, toetsen en viool. De sensuele songs zijn subtiel uitgewerkt en liggen in een zelfde lijn. Haar Engelstalige songs refereren aan de muzikale aanpak van An Pierlé & White Velvet. Ze hebben een jazzy ondertoon en overtuigen door hun emotionele sterkte. Lisa Ekdahl heeft alvast haar steentje bijgedragen in de Zweedse female pop!

of Montreal

Skeletal lamping

Geschreven door

Een niet alledaags combo vormt Of Montréal uit Athens, Georgia. De groep romdom Kevin Banrnes is al bijna tien jaar bezig, is al toe aan hun negende plaat en blijft in het indie undergroundcicruit floreren. De groep brengt geen reguliere pop, zweeft (letterlijk) ergens tussen indie, neopsychedelica, glamrock en experimental r&b. Ze stralen sfeertjes uit van de oude Bowie en de huidige Scissor Sisters style.
We horen vijftien dromerige tracks vol muzikale ideetjes. De songs onderstrepen de gevarieerde en veelzijdige aanpak; keerzijde vormt de wisselvalligheid. Barnes en de zijnen verwachten soms ietwat teveel inspanning van hun luisteraars, door de onverwachtse wendingen en de dosis avontuur. De groep bewijst veel in huis te hebben met songs als “An elurdian instance” en “Gallery piece”, houden je in de ban met enkele uitgesponnen nummers “Nonpareil of wisdom” en “Plastis wafer” en laten je even op adem komen met enkele intermezzo’s om er dan opnieuw freewheeling tegenaan te gaan, luister maar naar “Wicked wisdom”, “For our elegant castle” en “Triphallus, to punctuatel”. In deze creatieve sound lijkt er voor elk wat wils. Maar het is geen evidentie om er van te houden …

We Were Promised Jetpacks

We Were Promised Jetpacks: band met toekomst!

Geschreven door

De Botanique komt aandraven met een heus najaarsprogramma. We Were Promised Jetpacks viel tussen de mazen van het net van de intense festivalzomer, ondanks het feit dat ze toe waren aan de laatste avond van hun tour. Ze konden nog nipt hun plaatsje bemachtigen om de clubconcerten in de Bota op gang te trekken.
En inderdaad 45 minuten lang konden we genieten van hun debuut ‘These four walls’, frisse, vitale en energieke postpunk in jachtige, stuwende ritmes, te horen in de snedige, pittige “Ships with holes will sink” en de single “Quiet little voices”. Het jonge kwartet, amper 21 jaar, was onder de indruk van de pittoreske Witloof Bar. Ze gingen er gretig tegenaan en maakten hoekige danspassen … “It’s going to be a party, we want to have some fun”, declameerde de charismatische zanger Adam Thompson vol overgave. Ze speelden ook enkele opbouwende songs als “It’s thunder & lightning” en “Roll up your sleeves”, die boeiende, verrassende wendingen ondergingen (door o.a. xylotunes); ook lieten ze ruimte voor gevoelige, broeierige popsongs, “Conductor” en “This is my house, this is my home”, waarop de licht zweverige stem incluis het Schotse accent van Thompson tot z’n recht kwam.

We Were Promised Jetpacks is een band met potentieel, bewees dit op plaat en ook live waren ze niet van hun stuk te brengen. In een dosis emotionaliteit balden zij hun korte, krachtige en dynamisch sprankelende rocksongs samen. Kortom, band met toekomst!

Organisatie: Botanique, Brussel

The Dodos

The Dodos: heerlijk warme subtiliteit

Geschreven door

We waren We Were Promised Jetpacks dankbaar omdat ze net hun set afgewerkt hadden in de Witloof Bar tegen dat The Dodos aan hun gig begonnen in de Rotonde …Het uit San Francisco afkomstige duo The Dodos, Meric Long (zang/gitaar)), Logan Kroeber (drums/zang), is inmiddels aangevuld met een derde groepslid, Keaton Snyder op xylo/vibrafoon/klokkenspel en synths.
Ze speelden zich in de kijker op Pukkelpop vorig jaar en ook hun optreden in de VK was er eentje om van te snoepen. In afwachting van de nieuwe derde cd ‘Time to die’, die ‘Visiter’ opvolgde, konden we hen deze zomer nog zien op het Dourfestival. We hoorden een avontuurlijk warm geluid in een zompig, freakende oase van bluesrock, americana, folktronica en psychedelica onder de onvaste, licht doordrammende zang van Long. Ze stelden een pak nieuwe songs voor, die sfeervoller, breder, beheerster en toegankelijker klonken door het creatieve, intens aanstekelijke gitaargetokkel, het slagwerk en de subtiele geluidjes. Ook de bijdrages met strijkstok op de vibra, boden een meerwaarde! Deze lijn werd duidelijk behouden tijdens het clubconcert in een afgeladen volle Rotonde!

Het trio stak in hun melodieus rammenlende, verfijnde songs nogal wat vaart, en kon me niet van de indruk ontdoen alles snel af te gaspelen. Ondanks de knappe overgangen was er sprake van een onwennige zoektocht van de fijnzinnige subtiliteit van de nieuwtjes “Fabels”, “Small death”, “Two medicines”, “Troll night” en de rauwe aanpak van de ‘oudjes’ “Paint the rust”, “Fools” en “Jodi”. Het gedreven geluid van nerveuze, gejaagde, opzwepende ritmes en onverwachtse wendingen zijn geëvolueerd naar een meer lieflijke, meeslepende intimiteit. …meer richting Tunng en Bon Iver, iets wat bluesrockers Black Keys hen al voordeden.
In de bis hoorden we nog een snedige “Red & Purple”, die na een klein anderhalf uur keurig de broeierige set besloot. Telkens kon het trio rekenen op een sterke respons.

De stomende feestjes die ze vorig jaar o.a. in de VK afdwongen, waren nu niet aanwezig. De klemtoon kwam trouwens op een heerlijk warmer, sfeervoller geluid!

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Botanique, Brussel

Crammerock 2009: zaterdag 5 september 2009

Geschreven door

Na de bakken regen die op de eerste dag vielen (gelukkig gaat het festival door in een tent), was het zaterdag een prachtige, zonnige dag. Zaterdag stonden er vrijwel alleen groepen uit Nederlandstalig grondgebied. We kijken eerlijk gezegd al uit naar editie 2010, want dan blaast dit festival 20 kaarsjes uit. Misschien dan wel op een ander terrein, want met een uitverkocht festival kan je niet verder doorgroeien.

El Gusto?!
El Gusto?! is een heel jonge band die zichzelf omschrijft als stonerockers. Ze speelden een goede set met het meer zwaardere werk. De wake-up call van dag twee was geslaagd.

Selah Sue
Een stralende verschijning maakte het mooie weer. De twintigjarige Selah Sue (née Sanne Putseys) stond alleen op het podium met een akoestisch gitaar en een prachtige stem. Ze haalt soms invloeden uit de reggae, dancehall en dubstep voor haar zang. Tijdens het concert vroeg ze iedereen om te gaan zitten en te luisteren naar haar muziek en heel de tent ging uiteraard gaan zitten voor haar. Ze deed dit eerder al op Dour en Pukkelpop. Ze zei ook dat haar bindteksten op niets trokken, maar wij vinden het tegendeel. Het heeft een charmante meerwaarde aan het concert. Selah Sue is dé toekomst van de Belgische muziek.

Jasper Erkens
Nog een jonge artiest op de planken vandaag. De zestienjarige Jasper Erkens heeft dit jaar een fantastisch debuutjaar achter de rug. Vorig jaar (op zijn vijftiende dus) was hij nog tweede op Humo's Rock Rally. Toen maakte hij furore met de cover “Crazy” van Gnarls Barkley. Dit jaar scoorde hij hits met “Waiting Like A Dog” en “Staying Alive”. Andere nummers van hem zijn soms uptempo, al dan niet begeleid door een bandje. Maar de akoestische gitaar die Erkens bespeelt, blijft domineren. De band wordt duidelijk toch naar de achtergrond verdrongen op die manier. Tijdens het concert stonden er heel veel gillende meisjes vooraan voor het piepjonge popidool. Wij vonden het echter maar een matig concert. Jasper Erkens kwam niet echt over. Dat zal de gemiddelde Vlaamse tienermeisjes een worst wezen.

Absynthe Minded
Een vierde plaat voor de mannen van Absynthe Minded met als titel ... ‘Absynthe Minded’. Deze kwamen ze fier voorstellen op Crammerock. We waren alvast onder de indruk. De nieuwe nummers zijn wat trager van tempo. Nummers die zeker aanslaan waren “Papillon”, “Heaven Knows” en “Envoi”. Ze grepen weinig terug naar ouder werk. Doorbraaksingle “My Heroics, part 1” werd niet vergeten, net als “I Am A Fan”, “People Of The Pavement”, “Stuck In Reverse” en “Plane Song”. Absynthe Minded gaf een sterk optreden, maar ze blijven live sukkelen met hetzelfde euvel. De viool dat op plaat een extra dimensie geeft aan de muziek klinkt op de plaat altijd subliem, maar live is die nauwelijks te horen wat we een spijtige zaak vinden.

De Heideroosjes
De Heideroosjes bestaan dit jaar 20 jaar en dat verdient een tournee om dit te vieren. Voor het derde concert van hun tournee hielden de Nederlanders halt in Stekene en gaven een ‘old skool’ punkrockconcert om U tegen te zeggen. Veel moshpits, crowdsurfers en mensen die langs de palen omhoog klommen dus. “Scapegoat Revolution”, “Time Is Ticking Away”, “Nothing’s Wrong”, “Iedereen is gek, behalve jij”, “Ik wil niks”, “Johnny en Anita” en “Damclub Hooligan” staan nog steeds op hun setlist en zorgen steevast voor een feestje. De bindteksten van zanger Marco Roelofs zijn stuk voor stuk hilarisch, soms aangevuld met droge commentaar van gitarist Frank Kleuskens, en dragen bij tot een geslaagd optreden.

De Jeugd Van Tegenwoordig
Opnieuw een Nederlandse groep, en nog zo'n groep dat je deze zomer niet kunt gemist hebben: De Jeugd Van Tegenwoordig. Ze stonden zelfs op Werchter dit jaar. Puberaal gezwets waar wij Vlamingen geen snars van begrijpen, begeleid door zware beats en catchy geluiden, dat is De Jeugd in een notendop. Naar gewoonte maakten ze weer een dik feest. Wie ze voor het eerst zag, zal toch wel even de wenkbrauwen gefronst hebben bij de opkomst van de groep. “Waar zijn die sletten?” riepen ze. Al hun hits zoals “Watskeburt?”, “Deze donkere jongen”, “Holleleer” en “Wop Wop Wop” passeerden allemaal de revue.

Vive La Fête
Leve het f(b)eest, Vive La Fête! Zij zetten het feestje van De Jeugd Van Tegenwoordig moeiteloos voort met hun Franse elektropop/new wave, geïnspireerd door de jaren '80. Danny Mommens is helemaal terug na zijn ongeval deze zomer. Vele hits werden gespeeld, begeleid door de schrille, hoge en soms schreeuwerige stem van zangeres Els Pynoo. Hier zagen we heel wat dansende mensen staan mee te shaken op de muziek.

Sarah Bettens
Geen K's Choice, maar nog steeds Sarah Bettens solo. Het is één van haar laatste concerten, want K's Choice komt terug in oktober. Bettens maakte er alvast promotie voor. Ze had er ook een dubbel gevoel bij. Enerzijds is ze blij dat ze terugkomt met haar oude band, anderzijds valt het afscheid met haar huidige band wat zwaar. Ze speelde met haar huidige band een verrassend goed concert op Crammerock. Zowel eigen werk als nummers van K's Choice werden gespeeld met als hoogtepunt “Not An Addict”, waar Bettens slecht twee woorden moest zingen en de rest van de tent moeiteloos volgde. We moeten toch nog even een vermelding geven voor de gitarist links van Sarah Bettens, want hij was overdreven energiek tijdens het concert.

Therapy?
De enige groep op zaterdag die niet uit de Lage Landen kwam was de Ierse punkrockband Therapy?. De groep draait ook al mee sinds begin jaren '90, maar klinken nog altijd fris. Zo speelden ze een harde versie van hun grootste hit “Diane” wat wel verrassend was. Ze brachten ook een ode aan Michael Jackson met “Die Laughing”. Therapy? was groots en een terechte headliner voor Crammerock.

Zita Swoon
Na al dat rockgeweld was het tijd voor iets rustiger. Iets te rustig dachten wij, en zo ook velen die tijdens het concert afdropten. De groep brengt vooral psychedelische songs maar werd niet echt gesmaakt. Ook stonden ze niet erg enthousiast op het podium. Daar brachten de hits weinig verandering in. Een gemiste kans.

Organisatie: Crammerock, Stekene

Crammerock 2009: vrijdag 4 september 2009

Geschreven door

Het was alweer de 19de editie van Crammerock. Dit jaar stonden heel wat topacts op het podium die vooral van eigen grondgebied waren. Het festival vindt plaats pal in het centrum van het Oost-Vlaamse Stekene. De podia staan ook in een leuk concept opgesteld. De twee hoofdpodia staan in één grote tent. Als er een concert gedaan is, kan je je gewoon 180 graden draaien en naar het volgende concert kijken. Enig nadeel: tijdens het soundchecken van het andere podium kan er wel eens een sfeerbreker zijn tijdens het andere concert. Ook staat er op het festivalterrein een andere tent waar er de hele middag door DJ's het beste van zichzelf staan te geven.

Een overzicht van de eerste dag vrijdag 4 september 2009

Lady Linn and Her Magnificent Seven
Wie deze zomer de Gentse schone Lady Linn nog niet gezien heeft, heeft gewoonweg geen festivals gedaan, want zo stond zowat overal op de planken met haar Magnificent Seven. Voor Crammerock zag ze het weer volledig zitten. “Het is niet omdat de tent niet volstaat, dat we geen feestje gaan bouwen”, sprak ze moedig. De jazz die ze brachten werd gesmaakt en bij aanvang van zowat elk nummer zagen we hier en daar mensen aan het swingen slaan. Hoogtepunt van haar concert waren de drie opeenvolgende nummers “Here We Go Again” (waar ze zelf achter de piano kroop), “Cool Down” en absolute meezinger “I Don't Wanna Dance”. De tent stond dus niet vol, en dat zorgde ervoor dat de sfeer een beetje ontbrak.

Clement Peerens Exposition
Moeten wij nog de mannen van over 't water nog aan u voorstellen? De groep die ooit als grap begon is uitgegroeid tot een waar fenomeen. Eén brok testosteron klom op het podium en speelde een geslaagd optreden dat ergens tussen heavy rock en stand-up comedy kan geklasseerd worden. Niet alleen de teksten die in een vet Antwerps dialect gezongen worden, maar ook de bindteksten zijn hilarisch. “Are you in form?”,“We love you all, especially the wifes” en “How is yous feelings tonight” om er maar enkele op te noemen. Ook de show in het algemeen is grappig door de outfits en de gimmicks die Sylvain opvoert. De muziek klonk zeer heavy. We zagen dat oudere nummers zoals “Foorwijf”, “Vinde gij mijn gat” en “Dikke Lu” het best scoorden bij de toeschouwers (vooral mannen aan het geroep te horen). Ook “The Architect” was een subliem live nummer.

A Brand
Tijd dan voor de discorockers van A Brand. Met vijf staan ze op het podium, netjes in een wit kostuum, vier gitaristen en één drummer. En wat een concert speelden zij! Ze speelden de tent plat met hun hits zoals “Mad Love, Sweet Love”, “Time”, “Riding Your Ghost” en “Hammerhead”. Voor het podium stond een uitbundige menigte en de ambiance was ten top. Op de Lokerse Feesten speelden ze vrijwel dezelfde set, maar daar was de sfeer toch iets verder te zoeken dan hier. Zelf leken de mannen ook onder de indruk van de respons die ze kregen.

Joost Zweegers
Admiral Freebee stond normaal gezien gepland, maar Tom Van Laere lag met een keelontsteking te bed. Wij wensen de Admiraal alvast veel beterschap toe. Joost Zweegers werd dan maar opgetrommeld. Eigenlijk was het gewoon ‘Novastar: Greatest Hits & Unplugged’ te noemen. Zweegers trapte af met een cover van “Oh Darkness” zodat Admiral Freebee toch wat aanwezig was op Crammerock. Daarna volgde een hele resem hits van eigen hand zoals “Wrong”, “Never Back Down”, “Mars Needs Women”, “Because” en “Lost And Blown Away”. Er zat zelfs een cover tussen van “Can't Stand Losing You” van The Police. Joost Zweegers speelde afwisselend op piano en gitaar, soms aangevuld met mondharmonica. De sfeer tijdens dit concert was geweldig, met dank aan de vele hits die hij speelde. Jammer dat er soms wat problemen met het geluid waren en dat Zweegers de tijd niet helemaal volmaakte. Maar hij werd dan ook onverwacht opgetrommeld om in te vallen.

The Wailers
De legendarische begeleidingsband van Bob Marley kwam ook langs en bracht natuurlijk de muziek die we konden verwachten …reggae van de bovenste plank en natuurlijk de grootste hits van de grote meneer met wie ze jaren geleden samengewerkt hebben. Met negen mensen op de bühne brachten ze de klassiekers “Stir It Up”, “Jamming”, “I Shot The Sheriff”, “One Love” en het onmisbare “No Woman, No Cry”. Het was een rustig concert en hier en daar werden er wat roesmiddelen gebruikt.

Stereo MC's
Eerst Joost Zweegers met meeslepende pop, dan The Wailers met reggae en dan opeens Stereo MC's met hun hiphop en dancemuziek. Crammerock leek er nog niet klaar voor. De meesten waren zich al voor het andere podium aan het verdringen voor Milk Inc. die later op de avond volgden. En zo kon Stereo MC's niet op veel aandacht rekenen in Stekene. Ze speelden jammer genoeg ook maar een matig concert. “Step It Up” en “Connected” konden daar geen verandering in brengen. Doodzonde, want hier hadden we veel meer van verwacht.

Milk Inc.
De dansformatie rond Regi Penxten, Milk Inc stelden vele dansspieren op de proef. De groep rukte aan met een hele liveband, een heuse videowall en zelf wat vuurwerk. Kosten noch moeite gespaard dus. De hele tent zong uit volle borst mee met het grote repertoire aan hits die Regi en Linda rijk zijn. Het dak ging er af (figuurlijk bedoeld natuurlijk). Wij vonden dat, hoe sympathiek wij Regi ook vinden, hij op zeer ongepaste momenten in de liedjes tussenbeide kwam. Maar de handen gingen wel massaal de lucht in als hij het vroeg. Milk Inc was een echte topact, wij vonden het echter een beetje fout.

Organisatie: Crammerock, Stekene

Pukkelpop 2009 in de ogen van …

Geschreven door

Pukkelpop 2009 in de ogen van …

Samen met het Dour festival moet Pukkelpop zowat de hoogmis vormen van de alternatieve muziekscene op de Belgische zomerfestivalkalender. Tijdens een driedaagse marathon geven bijna 200 groepen en artiesten ter hoogte van het onooglijk kleine stukje Limburg genaamd Kiewit acte de présence op acht verschillende podia: zappen van noise naar beats, van hard naar zacht, van het mega gevoel van de Main Stage naar de intimiteit van de Chateau. Een goed voorbereid man is er dus twee waard, timing is of the essence wil je voldoende waar voor je geld. Ziehier de hoogst onbetrouwbare neerslag van mijn muzikaal parcours op Pukkelpop 2009...

Dag 1, 20 augustus 2009

Vrij onverwacht begon onze muzikale rondreis met een valse noot van formaat in de bloedhete Shelter. De emocore van het Amerikaanse RIVAL SCHOOLS (**) wist acht jaar na hun triomfantelijke doortocht op Pukkelpop nu nog nauwelijks te boeien, en dit ondanks een uitgelezen selectie uit hun klassieke debuut ‘United by Fate’. Klassenummers als “High Acetate”, “Undercovers on” en “Used for Glue” werden door de weinig geïnspireerde frontman Walter Schreifels en zijn bijwijlen erg slordig musicerende band gewoon met te weinig pit en te routineus de tent ingestuurd. Omwille van hun status als één van de pioniers in het genre blijft de groep bij vele fans echter respect genieten, het wordt dus uitkijken naar het langverwachte tweede album, en vooral, de verhoopte herkansing in het Belgische clubcircuit.

Toegegeven, de loden hitte zat er zeker voor iets tussen toen we de schaduw van de immer donkere Chateau opzochten voor de set van SOAP & SKIN (****). We blijven de Limburgse middagzon echter eeuwig dankbaar, want zonder haar hadden we bijna één van dé ontdekkingen van Pukkelpop 2009 gemist! Achter dit éénmansproject gaat de frêle Oostenrijkse fee Anja Plaschg schuil die onlangs debuteerde met ‘Lovetune for Vacuum’. Vanachter haar zwarte grand piano declameerde dit 19-jarige natuurtalent een resem gitzwarte songs doorweven van tristesse, verder enkel begeleid door onheilspellende samples.  Hoogtepunten in overvloed, maar als we toch moeten kiezen: het autobiografische “Spiracle”.

Na de massale opkomst voor de (on)begrijpelijk populaire Dizzee ‘Bonkers’ Rascal had het overwegend jonge festivalvolkje weinig boodschap aan de knappe americana van WILCO (****) in de Marquee. Al hebben Jeff Tweedy & co met ‘Wilco (The Album)’ net een relatief poppy album afgeleverd, live trok de groep echter ongemeen stevig van leer. Naast de ongeschoren Tweedy blijkt vooral gitarist Nels Cline de absolute sterkhouder van de groep, zoals hij overvloedig bewees tijdens een heftig “Impossible Germany”. Als dit slechts een voorproefje was van wat de heren in petto hebben voor hun najaarstour zou ik wel weten wat gedaan op 6 november ter hoogte van de AB...

Na de naar verluid zeer makke vertoning van Razorlight deden DEFTONES (****) wat van hen verwacht werd: de lont aan het vuur steken en voor de eerste keer de Main Stage laten ontploffen. Het was al meteen goed raak met de furieuze opener “Feiticeira”, meteen gevolgd door publiekslieveling “My Own Summer (Shove it)”. De scherp ogende frontman Chino Moreno ging vervolgens ook even persoonlijk zijn fans begroeten, en weg waren we voor een memorabele set emometal van de bovenste plank. Moreno fluisterde, brulde en krijste zich een weg door de setlist, met als ultieme afsluiter het claustrofobische “Change (In the House of Flies)”.

Onder een onbehaaglijk ogende gitzwarte hemel dreven de (on)weer(s)goden ons vervolgens naar de Club alwaar het New Yorkse kwartet GRIZZLY BEAR (***) kwam bewijzen waarom er zoveel fuzz wordt gemaakt rond hun jongste worp ‘Veckatimest’. Hun barokke en bijzonder ingenieus in elkaar geknutselde meerstemmige huiskamerpop werd fel gesmaakt terwijl het buiten oude wijven regende. Net als op plaat behoorden “Cheerleader” en de instant classic “Two Weeks” tot de absolute hoogtepunten. Het lijkt wat vroeg op het jaar, maar noteer ‘Veckatimest’ alvast ergens in de bovenste regionen van jullie persoonlijke albumlijstjes.

De tijd dat THE OFFSPRING (**) zich even de hipste punkrockers op deze planeet waanden ligt intussen ruim 15 jaar achter ons, maar toch konden ze Chokri & co overhalen om voor hen een plaats op de Main Stage warm te houden. De overigens pretentieloze muzikale formule van frontman Dexter Holland, gitarist Noodles en hun kornuiten is al jaren ongewijzigd maar lijkt wonderwel ook de nieuwe generatie festivalgangers aan te spreken. En de fans van het eerste uur, ach, die waren al gauw tevreden toen ze helemaal vooraan de set met “Come Out and Play” en “Bad Habit” twee klassieke meezingers uit de millionseller ‘Smash’ kregen voorgeschoteld.

Op Guns ‘n’ Roses na (headliner in 2002) was er nog nooit zoveel te doen rond de komst van een groep op Pukkelpop als de Surprise Act die donderdag na Wilco in de Marquee zou aantreden. De eerste geruchten bleken bewaarheid te zijn toen de leden van THEM CROOKED VULTURES (****) op het podium verschenen, oftewel de nieuwste supergroep in het alternatieve rocklandschap bestaande uit Josh Homme (Queens Of The Stone Age), Dave Grohl (Foo Fighters) en John Paul Jones (Led Zeppelin). Van een primeur gesproken: de één uur durende set op Pukkelpop was immers pas het derde officiële optreden sinds het oprichten van de groep, en bestond bovendien uit uitsluitend nieuwe nummers die nog geen hond ooit had gehoord. Maar ook zonder een feest der herkenning wisten de Stone Age Zeppelin Fighters (zoals ze inmiddels op diverse blogs worden omschreven) te imponeren met hun monumentale sound die naast de onvermijdelijke vergelijkingen met Queens Of The Stone Age en Led Zeppelin ook de geest van Cream, Mountain, Cactus en Masters of Reality ademde. Voor de afwezigen blijft het wonden likken en nagelbijten tot 23 oktober wanneer het debuut van Them Crooked Vultures, ‘Never Deserved the Future’, wereldkundig wordt gemaakt.

Ook de zanger van OPETH (***) bekende zonder schroom dat Them Crooked Vultures de lat wel heel erg hoog hadden gelegd voor hun eigen set in de Shelter. Tijdens de afgelopen twee decennia hebben deze sympathieke Zweden echter al voldoende credibility opgebouwd in het progressieve metalgenre, niet in het minst dankzij het fenomenale koppel stembanden van frontman Mikael Åkerfeldt. De ene keer klinkt hij even zoetgevooisd als een zondagse koorzanger, de volgende seconde als grafstem uit een slechte horrorfilm. Een gemiddeld Opeth nummer klokt gemakkelijk af op 10 minuten en lijkt wel een een mini-opera op zich volgestopt met onverwachte tempowisselingen en symfonische intermezzo’s. Tip: wie zich afvraagt hoe een muzikaal huwelijk tussen death metal, psychedelica en jazz klinkt slaat er best even hun vorig jaar verschenen ‘Watershed’ album op na.

LADYHAWKE (**) maakt onschuldige pop voor onschuldige meisjes. De Club was dan ook volgelopen met exemplaren van deze laatstgenoemde diersoort die met volle teugen genoten van catchy doch licht verteerbare 80s popdeuntjes. De groep had haar radiohits mooi opgespaard tot op het einde van de set: na een eerder mak “Back of the Van” en een strak “Paris is Burning” deed vooral de nieuwe single “My Delirium” de plankenvloer van de tent trillen van ... onschuldig genot?

Wie vooraf geld had gezet op FAITH NO MORE (*****) als één van de absolute toppers van Pukkelpop 2009 kwam niet bepaald berooid terug van zijn/haar weekendje Kiewit. Want geef toe, wie had zich kunnen indenken dat de terugkeer van een 90s icoon dat ruim 10 jaar geleden de handdoek in de ring gooide, en bovendien geen nieuw materiaal op stapel heeft staan, zou leiden tot een ronduit verbluffende performance op de Main Stage? De heren in wit maatpak openden de set met een zo mogelijk nog kleffere versie van “Reunited” dan de originele hit van Peaches & Herb, gevolgd door het manische “Land of Sunshine” uit hun doorbraakalbum ‘Angel Dust’. Dit straf staaltje zelfrelativering kon het schizofrene karakter die de groep altijd heeft getypeerd werkelijk niet beter demonstreren, balancerend tussen retestrakke crossover (“Epic”, “Midlife Crisis”) en zeemzoeterige ballads (“Evidence”, “I’m Easy”). Voeg daarbij nog de rekbare stembanden van podiumbeest Mike Patton, en je bekomt het perfecte recept voor een dik uur alternative adult entertainment. Ook op z’n 41ste lijkt Patton trouwens maar weinig wilde haren te zijn verloren: hij intimideert fans met een stalen blik, draait ze een tongzoen of spuwt in de camera als een onbezonnen tiener. Met de heftige toegift  “We Care a Lot” besloot Faith No More een fenomenaal best of feestje dat nog lang in ons muzikaal geheugen zal blijven nazinderen.

Wie om 1 uur ’s nachts nog voldoende wakker was en een portie oorverdovende dramatiek wel kan smaken moest uiteraard van de partij zijn in de Marquee voor MY BLOODY VALENTINE (***). Net als Faith No More heeft deze legendarische, van oorsprong Ierse indieband rond opper-shoegazer Kevin Shields na jaren van afwezigheid opnieuw de rangen gesloten, maar is het onduidelijk of er ook nog nieuw werk aankomt. Phil Spector vond ooit de wall of sound uit, The Jesus And Mary Chain gooiden daar fuzz gitaren bovenop, maar het was My Bloody Valentine die in de allesovertreffende trap dit alles nog eens drapeert met een dissonante noisebrij en atmosferische soundscapes. Echte songs waren in de Marquee dan ook ver te zoeken, maar decibels waren er des te meer in overvloed. Gezien hun legendarische status in het indielandschap is dit een band die je één keer moet gezien hebben, maar mijn trommelvliezen smeken mij om het bij deze ene keer te houden.

Dag 2, 21 augustus 2009

Nu een heropstanding van New Order na de zoveelste egoclash weinig waarschijnlijk is ligt de weg wijd open voor mogelijke troonopvolgers. In de Marquee toonde het Britse viertal DELPHIC (***), toevallig of niet tevens afkomstig uit Manchester, dat het zeker kan meedingen naar die titel. Met lange, soms freaky nummers opgebouwd rond electronische bliepjes en glasheldere gitaarlijntjes lijken deze Mancunians intussen al het juiste geluid gevonden te hebben, nu nog de wereldsongs.

Het Canadese METRIC (***) timmert intussen ruim 10 jaar aan de weg, maar heeft pas dit voorjaar enige naambekendheid verworven aan de andere kant van de grote plas met de radiohit “Help I’m Alive”. Een lang uitgesponnen versie van dit nummer stak helemaal voorin hun set op de Main Stage, maar de groep bewees over genoeg andere troeven te beschikken om niet de geschiedenis in te gaan als one-hit wonder. We onthouden hierbij vooral de niet onaardige frontvrouw Emily Haines die nu en dan de show kwam stelen door lekker loos te gaan op haar knetterend orgeltje, maar zich tijdens het afsluitende ‘Stadium Love” toch wel lichtjes vergaloppeerde als volksmenner.

Op basis van hun muzikale bio, waarin wordt gerefereerd naar schoon volk als The Band, My Morning Jacket en The Black Crowes, klonk het optreden van ALBERTA CROSS (**) in de Marquee veelbelovend. Helaas verloren deze naar New York uitgeweken Londenaren zichzelf al te veel in oeverloze jamsessies, en waren beklijvende songs waar hun grote voorbeelden garant voor staan meestal ver te zoeken.

Het optreden van A PLACE TO BURY STRANGERS (***) in de Shelter hadden we vooraf in het programmaboekje aangeduid met drie uitroeptekens. Dit New Yorks drietal is met name één van dé vaandeldragers van de nieuwe lichting noise-adepten die de eerste platen van The Jesus And Mary Chain en Suicide op eigentijdse en originele manier recycleren. We kregen een dik halfuur stofzuigernoise van de bovenste plank geserveerd waarin, in tegenstelling tot de set van My Bloody Valentine, de meest moedigen onder het publiek nu wel afgewerkte songs en melodieën konden ontwaren. Gitaren worden door frontman Oliver Ackermann het liefst met zo weinig mogelijk respect behandeld, maar ach, zolang dat resulteert in aanstekelijke indienoise die bij vlagen zelfs deed terugdenken aan de begindagen van Ride kunnen wij daar weinig of niets tegen in brengen.

Toegegeven, de Dance Hall is niet het natuurlijk biotoop van ondergetekende maar hitgevoelig als we zijn (!?) leek de set van PAUL KALKBRENNER (***) ons een absolute must. Deze kale Berliner uit de BPitch Control stal van Ellen Allien (die de volgende dag de Boiler Room op kritische temperatuur zou brengen) permitteerde het zich om het inmiddels grijsgedraaide “Sky and Sand” helemaal voorin zijn set weg te moffelen. Net daarvoor mocht Kalkbrenner voor dit nummer uit de soundtrack van de film ‘Berlin Calling’ zelfs een gouden plaat in ontvangst nemen, maar hij liet zich verder niet van de wijs brengen tijdens zijn strakke set vol heerlijk minimale electro. Als afsluiter deed Kalkbrenner nog iets leuks met “Mad World” van Tears For Fears (een aantal bakvissen rond mij hadden trouwens een geheel ander nummer van ene Gary Jules herkend?!).

Zo nu en dan komt een groep aandraven waarbij je na de eerste kennismaking minuten lang moet bekomen van de onverwachte adrenalinepunch die je net werd verkocht. Een muzikale ontdekking heet zoiets, en het optreden van THE CHAPMAN FAMILY (*****) in de Chateau loopt wat ons betreft met die eer weg. Deze Noordengelse band heeft namelijk alles wat een opwindende indieband moet hebben: een typische sound (New Model Army meets Joy Division), songs die één voor één beklijven, een charismatische frontman die suicidaal worstelt met zijn microfoonsnoer en, last but not least, een attitude alsof elk optreden het laatste zou kunnen zijn in de nog jonge geschiedenis van de groep. Kingsley, Paul, Pop en Phil Chapman hebben vooralsnog geen album uit, maar het feit dat na elk optreden een deel van hun instrumenten naar het hiernamaals worden gecatapulteerd zit hier misschien voor iets tussen...

Op het podium van de Club kon de arty gitaarpop van THE VIRGINS (**) op redelijk wat bijval rekenen. De deuntjes van dit New Yorkse gezelschap refereren niet toevallig naar de kale strakke sound van stadsgenoten The Strokes en de vroege Talking Heads, terwijl de stem van frontman Donald Cumming warempel als twee druppels water leek op deze van Glasvegas strot James Allan. We zagen een jonge band aan het werk wiens geluid ondanks een bescheiden hype nog moet rijpen om een eigen stempel op hun 12-in-een-dozijn gitaarpop te kunnen zetten.

Scotland’s finest GLASVEGAS (***) hangen hun songs graag op aan een wall of sound en lijken als eerste de missing link tussen bombastische croonerpop en shoegaze te hebben gevonden. De Marquee liep aardig vol voor deze sympathieke Scotsmen die het leven graag doorspekt zien van de nodige dramatiek en pathos, getuige hun doorleefde versie van de Korgis klassieker “Everybody’s Got to Learn Sometime”. Een leuk tussendoortje, dat samen met de radiohits “Geraldine” en “Daddy’s Gone” voor het nodige herkenningsapplaus zorgde in een voor de rest gitzwarte set die qua troosteloosheid niet moest onderdoen voor de achterbuurten van thuisstad Glasgow.

THE JESUS LIZARD (***) gelden als generatiegenoten van Nirvana, maar bleven bewust uit de schijnwerpers toen hun tegendraadse noise plots grunge werd genoemd. In de Shelter waren we getuige van de reünie van deze legendarische band uit Chicago waarvan verschillende leden intussen vlotjes de kaap van de 40 gepasseerd zijn. Hun beproefde recept, met overstuurde gitaren, dwarse baslijnen, aritmische drums en de maniakale zang van opper-Lizard David Yow als voornaamste ingrediënten, zijn ze alvast nog niet verleerd. Bericht aan de vrouwelijke fans: Yow beperkte zijn traditionele striptease deze keer tot een topless act.

Een propvolle Marquee was op de afspraak voor de doortocht van VAMPIRE WEEKEND (****), het studentikoze New Yorkse viertal dat tot één van de absolute revelaties van vorig jaar dient te worden gerekend. De okselfrisse gitaarpop met Afrikaanse invloeden uit hun titelloos debuut werd afgewisseld met nieuwe nummers uit de opvolger die momenteel in de studio wordt afgewerkt. Op het eerste gehoor lijken deze nieuwe songs de afropopsound van Vampire Weekend nog verder op te schuiven richting Paul Simon’s ‘Graceland’ album, maar voor het publiek leek gewoon elk nummer wel een feest van herkenning. Zanger Ezra Koenig is geen veelprater, maar leek toch heel erg gecharmeerd door zoveel enthousiasme van het Pukkelpop publiek. Hoogtepunten waren er werkelijk teveel om op te noemen, dus laten we het maar houden op de ronduit aanstekelijke afsluiter “One (Blake’s Got a New Face)” waarvan het refrein zich voor de rest van de festivaldag comfortabel in ons hoofd had genesteld.

Waarom THE GET UP KIDS (***) met hun aan Jimmy Eat World, Weezer en The Posies refererende meerstemmige gitaarpop ooit in het emocore hoekje zijn terecht gekomen zal voor ons altijd wel een raadsel blijven. Net als Faith No More en The Jesus Lizard was deze sympathieke bende uit Kansas City naar Pukkelpop afgezakt om hun recente reünie muzikaal luister bij te zetten, en op de prangende vraag “Kunnen ze het nog?” dienen we op grond van hun prestatie in de Shelter volmondig “Ja!” te antwoorden. Kids van het eerste uur Matthew Pryor en Jim Suptic tekenen nog steeds voor doorleefde vocals maar rammen terzelfdertijd stevig door op hun respectievelijke gitaren, en ook op het enthousiasme van keyboardspeler James Dewees lijken de jaren vooralsnog geen vat te hebben. Vers materiaal zou op de plank liggen, maar een wereldnummer als “Action and Action” -live alweer goed voor het nodige animo op de eerste rijen- maken deze Kids waarschijnlijk nooit meer.

In een vlaag van postnatale inspiratie heeft Karin Dreijer Andersson, de helft van de Zweedse broer-zus combinatie die schuil gaat achter The Knife, met FEVER RAY (****) een nieuw soloproject boven de doopvont gehouden. De live-set van Andersson’s nieuwe muzikale vermomming in de Marquee was in vele opzichten uniek te noemen! Vermoedelijk op uitdrukkelijk verzoek van de groep zelf was dit bijvoorbeeld het eerste optreden van de dag waarbij het publiek eindelijk gespaard bleef van Peter Van de Veire’s overbodige feel good introductie. Bovendien lijken de leden van Fever Ray liefst zo onzichtbaar mogelijk te blijven om de aandacht maximaal te concentreren op de sobere, bijna onaardse muziek. De bezwerende opener “If I Had a Heart” zette meteen een erg onheilspellende toon, en dankzij een sobere belichting met lampenkappen en een deken van laserstralen slaagde de groep er in om een spooky sfeertje te creëren. Andersson waagde zich ook aan een extreme makeover van Nick Cave’s “Stranger Than Kindness” dat nagenoeg onherkenbaar verscholen zat midden in de set. Wie zich had verheugd op de opgefokte beats van The Knife was er wel enigszins aan voor de moeite, en naarmate de set vorderde zagen we de Marquee tent dan ook langzaam maar zeker leeglopen. De etherische schoonheid van Fever Ray’s minimale sprookjespop leek wel enkel weggelegd voor een select publiek dat zich heel even op de donkerste planeet uit ons zonnestelsel waande.

Tom Barman & co kregen het van Chokri gedaan om twee dagen op rij de Marquee in schoonheid en stijl te mogen afsluiten, met als unieke tegenprestatie dat er voor beide avonden een totaal verschillende setlist zou worden samengesteld. Met het venijnige “Everybody’s Weird” opende een erg gretig klinkend dEUS (****) de eerste van twee sets op vrijdagavond die uiteindelijk zou uitgroeien tot een indrukwekkend feest der herkenning waarop ook enkele gasten waren uitgenodigd. Fever Ray’s Karin Dreijer Andersson bleef haar ijzige zelf tijdens een beklijvend duet met Barman op “Slow”, Snow Patrol frontman en ideale schoonzoon Gary Lightbody zorgde voor een verrassing van formaat door een heel erg fraaie interpretatie van “Hotellounge” neer te zetten, en ook Hickey Underworld strot Younes Faltakh mocht een nummer komen meebrullen. Tussendoor staken ook een aantal nieuwe nummers de kop op die vocaal werden aangekleed door een vierkoppig jazzkoortje in zwarte cocktailjurkjes. dEUS blijft haar artistieke grenzen dus verder aftasten, maar lijkt met elk nieuw album steeds dichter bij de mainstream aan te (willen) leunen. Dat Barman & co al in de jaren ’90 hun beste werk hebben afgeleverd zullen weinigen betwisten, zeker wanneer je na elkaar “Serpentine”, “Theme From Turnpike”, “Fell Off the Floor, Man”, “Instant Street” en “Morticiachair” krijgt geserveerd. De kers op de taart werd bewaard voor het onvermijdelijke “Suds & Soda” dat onverwacht bezoek kreeg van De Jeugd Van Tegenwoordig die er een flard “Hollereer” tussen gooiden. Slotsom: dEUS had tijdens dit eerste van twee optredens zowel voor zichzelf als voor het publiek de lat al heel erg hoog gelegd, en het was dus maar zeer de vraag of dit huzarenstukje 24u later nog kon worden geëvenaard (zie verder).

Hoe krijg je een volstrekt onhippe groep als KRAFTWERK (****) als headliner op de Main stage verkocht aan het jonge Pukkelpopvolkje? Luc Janssen deed eerder op de dag alvast een verdienstelijke poging: “Goeiemorgen Pukkelpop, ik heb goed nieuws en slecht nieuws. Het slechte nieuws is dat de Duitsers komen, het goede nieuws is dat ze maar één avond blijven”. Feit is dat zowat alles en iedereen die tijdens de drie festivaldagen acte de présence gaf in de Dance Hall en de Boiler Room op de één of andere manier schatplichtig is aan het electronische pionierswerk van Ralf Hütter en Florian Schneider, de twee overblijvende leden en feitelijke stichters van Kraftwerk. Wie er bij was op Rock Werchter 2005 wist ongeveer waaraan het publiek zich mocht verwachten: een unieke symbiose tussen beeld en geluid die tot in de kleinste details is geperfectioneerd door vier stokstijve heren op leeftijd, halfverscholen achter hun laptop. De nuchtere vaststelling dat de set op Pukkelpop nagenoeg een blauwdruk bleek van de Werchter show, inclusief de schitterend georkestreerde gedaanteverwisseling van mens tot robot tijdens “The Robots”, was dan ook het enige minpuntje dat we ons kunnen herinneren. Voor een selectie van de hoogtepunten verwijzen we graag naar de betere Kraftwerk compilatie, maar ook meer recente nummers als “Vitamin” en “Aerodynamik” konden zich moeiteloos meten met de echte electroklassiekers van de groep. Op de eindeloze tonen van “Musique Non Stop” werd beleefd afscheid genomen van het publiek dat nu meer dan ooit moet gaan twijfelen of er werkelijk zoiets bestaat als een generatiekloof...

Dag 3, 22 augustus 2009

Onder een immer enthousiaste middagzon mocht het Engelse viertal THE RIFLES (***) de derde en laatste festivaldag op gang trappen vanop de Main Stage met hun melodieuze meerstemmige punkrock in de beste traditie van The Jam en The Undertones. Deze sympathieke jongens spelen vooralsnog niet in dezelfde eredivisie als The Kooks en Kaiser Chiefs, maar hebben met “She’s Got Standards” en “Peace and Quiet” toch reeds twee radiohits op hun conto. Nu nog iets doen aan dat wat suffe Britpop imago en de heren kunnen zich gaan opmaken voor de volgende cover van NME.

De Londense hot young lad JACK PEÑATE (***) kreeg moeiteloos de Marquee gevuld voor een zeer gevarieerde set met nummers uit zijn beide albums. Profileerde hij zich op zijn debuut nog als het softe neefje van Billy Bragg dat te veel naar ska en skiffle heeft geluisterd, op de onlangs verschenen opvolger ‘Everything is New’ gaat Peñate op zoek naar De Perfecte Popsong die hij liefst opdient met een Afrikaans sausje. Op het podium beleeft hij de songs alsof ze elke vezel in zijn lijf raken, en tijdens “Let’s All Die” voegt hij bijna de daad bij het woord door een halve dodensprong richting frontstage te maken om even later met een gescheurd shirt terug het podium op te klauteren. Met de zomerse pop van “Tonight’s Today” en “Be the One” speelde Peñate zijn meest commerciële troeven pas helemaal op het einde uit.

Net zoals voor de meeste andere comedy en muzikale acts van eigen bodem die in de Wablief?! tent geprogrammeerd stonden was het buiten aanschuiven geblazen om een glimp op te vangen van TEAM WILLIAM (***). Sinds het behalen van een bronzen plak op Humo’s Rock Rally 2008 en de recente release van hun redelijk bejubelde debuutalbum is deze groep uitgegroeid tot zowat het belangrijkste exportproduct van Ninove en omstreken. Hun aan Weezer, The Rentals en Fountains Of Wayne refererende frisse gitaarpop mag dan niet bijster origineel heten, aanstekelijk is het des te meer. Komt daarbij dat deze piepjonge twintigers, ondanks de ruime media aandacht, zichzelf en hun succes perfect weten te relativeren. Zo werd midden in een nummer de gitaar plots overhandigd aan een fan op de eerste rij die ter plekke een nieuw Team William nummer componeerde, of werd een gigantische kartonnen replica van het groepslogo (de inmiddels gekende driekleurige halve schietschijf ) het publiek ingekelderd met het uitdrukkelijk verzoek om daar geen spaander van heel te laten. Na het nog steeds geweldige “Lord of the Dogs” sloot de groep, naar eigen zeggen tegen de wil van haar management in, hun triomfantelijke doortocht op Limburgse bodem af met het nagelnieuwe “All We Ever Do is Fuck”. Kan tellen als Valentijnslied...

Het optreden van DEERHUNTER (***) in de Marquee omschrijven is allesbehalve een makkie. Dit uit Atlanta afkomstige viertal brouwt een redelijk uniek mengsel van indierock, noise en psychedelica, en beschikt met de aan het syndroom van Marfan lijdende frontman Bradford Cox (boomlange gestalte en extreem lange vingers) over een bijkomende, zij het ietwat zonderlinge troef. De set nam een aarzelende, gedesoriënteerde start, maar toen de veelgelaagde nummers vorm begonnen te krijgen werden we spontaan herinnerd aan het epische werk van Broken Social Scene en Motorpsycho. We durven Deerhunter op basis van deze performance in de categorie ‘ongrijpbaar, onvoorspelbaar en onwaarschijnlijk’ te rangschikken. Als dat maar geen juiste voorspelling van hun succes wordt...

De roots van CREATURE WITH THE ATOM BRAIN (***) liggen verspreid in zowat de helft van alternatieve scene die Vlaanderen het jongste decennium heeft voortgebracht, of wat dacht U van het indrukwekkende rijtje Millionaire, Evil Superstars, Sexmachines, Vandal X en Mauro & The Grooms? De grootste gemene muzikale deler van al dat geweld heeft uiteindelijk geresulteerd in epische stonerrock in de beste traditie van Kyuss, Karma To Burn en de vroege Monster Magnet. En ja, het kan natuurlijk geen kwaad dat zanger/gitarist Aldo Struyf (ex-Millionaire) tijdens het opnemen van platen Chris mag zeggen tegen superproducer en Masters Of Reality brein Chris Goss en al eens een pint gaat pakken met de donkerste aller treurwilgen Mark Lanegan. Op de Wablief?! stage zorgden de strakke riffs, de loodzware ritmesectie en de bezwerende zang van Struyf voor een werkelijk verslavende set die wat ons betrof nog een uur of drie langer had mogen duren. Alleen spijtig dat Dr. Frankenstein dit niet meer heeft mogen meemaken.

Groot was onze euforie toen DINOSAUR JR. (***) in de eerste lijst met namen voor Pukkelpop 2009 opdook, maar even groot was onze ontgoocheling toen bleek dat J. Mascis, Lou Barlow en Murph naar de Main Stage werden verbannen. Ook in werkelijkheid bleek dit een organisatorische flater van formaat, want de melancholische noise van Dinosaur Jr. verdraagt weinig of geen zonlicht en intrigeert enkel op de eerste rijen van een groot podium. Opener “Just Like Heaven” ging bovendien volledig de mist in door een slechte geluidsmix en onhoorbare zang van Mascis, en alhoewel er duchtig aan de knoppen werd gedraaid kon dit euvel nooit meer helemaal worden weggewerkt. In het eerste deel van de set werd vooral geput uit het alweer uitstekende nieuwe album ‘Farm’ waarbij Barlow ook een nummer voor zijn vocale rekening mocht nemen. Maar toegegeven, het adrenalinepeil ging pas echt de hoogte in tijdens het indrukwekkende rijtje “The Wagon”, “Out There”, “Feel the Pain” en “Freakscene”. Aan de songs lag het dus zeker niet dat dit een behoorlijk maar geen memorabel concert van Mascis & co was, we gunnen hen binnenkort een klinkende revanche in de tent van Leffinge.

Bij de release van hun debuut ‘Myths of the Near Future’ werd het Engelse trio KLAXONS (****) twee jaar terug gebombardeerd tot de vaandeldragers van de zogenaamde ‘nu rave’. Ondanks het integreren van electro, house of breakbeats verliest het jonge drietal de popsong echter nooit helemaal uit het oog. In een bomvolle Marquee bewees de groep dat ze alle studiosnufjes ook live aan de man kan brengen, getuige de zeer poppy en strakke set die ook reeds een aantal nummers bevatte uit hun nog te verschijnen tweede album. Op deze nieuwe nummers lijken Klaxons wat afstand te willen nemen van de hapklare ravepop, en hebben een aantal persoonlijke demonen er blijkbaar voor gezorgd dat het nieuwe werk heel wat donkerder en introverter klinkt. Het publiek maalde er niet om en lipte vrolijk mee met de meer luchtige radiohits “Golden Skans”, “Not Over Yet” en  “Gravity’s Rainbow”. “I’ve seen the future of pop, and its name is Klaxons”.

LIFE OF AGONY (****) kreeg de eer om na drie dagen punk, emocore, progrock, noise en ander geweld de Shelter tent definitief te sluiten. Dit New Yorks kwartet mag ondertussen tot de oudjes van de hardcore scene worden gerekend, maar lieten er ondanks het uitblijven van nieuw albumwerk weinig twijfel over bestaan dat ze hun plek als headliner meer dan waard waren. Ondanks een turbulente levenswandel lijkt de gekwelde stem van frontman Keith Caputo steeds beter te worden met de jaren, en bij vlagen benaderde hij zelfs het oerstrot van voormalig Kyuss zanger John Garcia. Met de ultrakorte adrenalinestoot “River Runs Red” uit hun memorabele debuut liet de groep al heel vroeg een eerste bommetje vallen en kon de rest van de set eigenlijk al niet meer stuk. Ook het onnavolgbare “Weeds” blijft een welgemikte uppercut die door het Shelter publiek bijna woord voor woord werd meegebruld. Beste Chokri, graag meer van dat volgend jaar!

In tegenstelling tot de opzwepende set op vrijdagavond zou het laatste deel van de dEUS (**) tweedaagse volgens Tom Barman meer opbouwend zijn, en zouden een aantal nieuwe nummers worden uitgeprobeerd. In de praktijk kon het contrast met de avond ervoor echter niet groter zijn, en even vroegen we ons zelfs af of dit wel dezelfde groep was die we pakweg 24u terug op hetzelfde podium hadden zien schitteren! Gedurende het eerste saaie concertuur noteerden we op “Nothing Really Ends” na geen enkele muzikale vonk, en moest het publiek het stellen met het vierkoppig jazzkoortje in plaats van de trits zingende gasten die de avond ervoor zo uniek hadden gemaakt. Toen uiteindelijk dan toch voorzichtig een blik klassiekers werd opengetrokken bleken dit met “Instant Street” en “Fell Off the Floor, Man” nummers te zijn die daags voordien ook al in de set staken, terwijl wereldnummers als “Via”, “Little Arithmetics” en “Sister Dew” spijtig maar helaas in de kast bleven. Uiteindelijk werd het optreden maar ternauwernood van de vergetelheid gered door bruisende versies van “The Architect” en “Roses”, maar toch kunnen we niet anders dan besluiten dat één keer dEUS per festival ruimschoots volstaat.

ARCTIC MONKEYS (***) mogen dan al over een indrukwekkend arsenaal songs beschikken, de vraag die velen bezig hield was of ze hiermee de rol van festival afsluiter op de Main Stage konden waarmaken. Een podiumbeest heeft de groep immers nog steeds niet in haar rangen, en ook met lang haar profileert Alex Turner zich zoals gewoonlijk als een ijzige, weinig communicatieve frontman. Wie echter minder gesteld is op imago en zich enkel laat meevoeren door de muziek kreeg misschien wel het beste Monkeys concert ooit op een Belgisch zomerfestival te horen. De groep is sinds haar debuut duidelijk geëvolueerd van springerige en compacte songs naar een breder geluid waarbij naast tempowisselingen en keyboards ook een aantal tragere nummers plaats hebben gekregen. Deze laatste zijn te horen op de kersverse schijf ‘Humbug’ die de vier rotgetalenteerde snotters uit Sheffield onder de productionele leiding van grote broer Josh Homme opnamen in Los Angeles. Naast nieuwe songs zoals de vooruitgeschoven single “Crying Lightning” en een fraaie cover van Nick Cave’s “Red Right Hand” serveerden Turner & co een best of uit hun eerste twee albums. Met o.a. “Fake Tales of San Francisco”, “I Bet You Look Good on the Dancefloor”, “Brianstorm”, “Fluorescent Adolescent” en “505” hebben Arctic Monkeys op geen tijd een oeuvre van instant classics verzameld die ook live nog fris van de lever klinken. Enkel “When the Sun Goes Down” bleef uit, net als bisnummers trouwens, maar na drie dagen van overdadige decibels en hoge temperaturen leek dit eigenlijk niet eens zo erg...

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Tomàn

Where wolves wear wolf wear

Geschreven door

De West-Vlaamse Gentenaars Toman hebben een muzikale gedaantewisseling ondergaan. Postrock, avantgarde, psychedelica, sfeervolle toetsen en allerhande geluidjes horen we op hun recentste cd. Ze hebben hun postrock van vroeger een handige alternatieve draai gegeven en vermijden zo een doodlopend straatje met hun sound! Toman houdt van het avontuur en de creativiteit en baseert zich op Slint, Tortoise, Battles, 65daysofstatic en niet te vergeten ons eigen Belgische de Portables.
We spreken over amper zes songs op deze nieuwe plaat, waarvan sommige over de grens van de tien minuten gaan. Ze zijn met elkaar verbonden en vormen op die manier één verhaallijn, een concept. De songs hebben een broeierige intensiteit en ondergaan diverse tempowisselingen en onverwachtse wendingen; er is plaats voor melodie, ritme en subtiliteit. Frontman Wouter zingt meer dan hij op alle vorige platen heeft gedaan; z’n zang kan hevig en schreeuwend zijn. ‘Where wolves wear wolf wear’ lijkt wel een soundtrack.
De heren houden van beesten en spelen met woorden in hun cd titels. Opnieuw hebben ze een prachttitel gevonden, en we krijgen er een fraai geïllustreerd boekwerk met beeldverhalen vol dieren bij. Ze creëren een eigen wereld rond hun muziek. Kan het nog genialer? Puik werk van deze mannen. Uiterst origineel en gewaagd!

Akron / Family

Set ‘em wild, set ‘em free

Geschreven door

Een artistiek indierockend bandje lijkt Akron/Family wel. Ze gaan een paar fikse stappen verder dan Port o’Brien, Fleet Foxes, Arcade Fire en Band Of Horses die binnen het Akron/Family concept uiterst toegankelijk klinken.
Het kwartet uit Brooklyn NY komt pas nu in de picture met ‘Set ‘em wild, set ‘em free’, ondanks het feit dat ze al een paar platen uithebben. Ze putten uit de ‘60’s psychedelica en pop van Beach Boys, Captain Beefheart en zorgen voor een opmerkelijke groove van pop, americana, freejazz en elektronica. De band heeft zin voor avontuur en experiment, geven aan hun evenwichtige dromerige, broeierige composities breed uitwaaierende, onverwachtse wendingen, bepaald door een bezwerende soms ietwat hoog uithalende zang en een goed op elkaar afgestemde stemmenpracht. Grillige songs als “Everyone is guilty”, “River”, “Gravelly mountains of the moon”, “Many ghosts” en het noisy schreeuwende “MBF” staan tegenover het sfeervolle “Creatures”, “The alps & their orange evergreen”, “They will appear” en “Sun will shine”, wat het geheel uiterst boeiend, spannend en adembenemend maakt.

The Horrors

Primary Colours

Geschreven door

Het Britse The Horrors werd twee jaar geleden al gehypetet met hun debuut ‘Strange house’. Een doorbraak bleef uit, aangezien de plaat nét niet voldoende kon overtuigen en beklijven door de rommelige en rauw rammelende aanpak.
Deze vijf in zwart geklede (graatmagere) heren grijpen terug naar de ‘80’s waverock en halen er de muzikale stijlen garagerock’n’roll, punk, galmende shoegaze en glamrock bij. Op de opvolger ‘Primary Colours’ gingen ze doordacht en bezield te werk. Het geheel klinkt beheerst, toegankelijk en melodieus wat de song op zich ten goede komt; ze raken dieper en  vormen een gestroomlijnd, opwindend en boeiend geheel.
The Horrors situeren zich ergens tussen The Cramps, Joy Division, The Cure, Psychedelic Furs, Jesus & Mary Chain en My Bloody Valentine.
Binnen dit concept brengt het vijftal voldoende variaties aan in gitaren, pedaaleffects, synths en vocals. De eerste songs “Mirror’s image” en “Three decades” rocken stevig met shoegaze en galm; het gaat dan over in poppier songs, “Who can say” en “Do you remember”. Vervolgens horen we sfeervoller materiaal, “Scariet fields” en “I only think of you”. De groep zweert alvast trouw aan de ‘80’s waverock/shoegaze en overtuigt hierin met “I can’t control myself” en de titelsong van de cd. De vijf Londenaars besluiten en verve met het acht minuten durende, de in fuzz gedrenkte electrowave –er “Sea within a sea”, waarin alle stijlen eens overhoop worden gehaald.
The Horrors bijten van zich af als vaandeldragers van deze onder het stof gehaalde stijl …

Pagina 864 van 963