Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Hooverphonic

The War On Drugs

The War On Drugs: verfrissende indiefolk

Geschreven door

The War On Drugs komt uit Philly, Pennsylvania. Het trio heeft na de interessante EP ‘Barrel of batteries’ de full cd ‘Wagonwheel Blues’ uit. Ze zetten de lijn van verfrissende indiefolk verder op deze volwaardige debuutplaat en trekken op tournee om aan belangstelling te winnen, waarin ze en verve slagen. We horen in de songs de semi-akoestische aanpak van Dylan, de doorleefde countryrock van Green On Red (met Chris Cacavas nog!), de ‘80’s folkrock van The Waterboys en de psychedelica van zZz. Ook live zijn deze invloeden onmiskenbaar! Want het trio, onder gitarist Adam Granduciel, speelde een goed uur bevallig en aanstekelijk materiaal door de riffs en opzwepende drums, onder de warme, bedwelmende en emotievolle zang van Granduciel.
In de set hoorden we voldoende variatie van het snedige “Arms like boulders”, “Taking the farm” en “Buenos Aires beach” naar het sfeervolle “There is no urgency” en “Show me the coast”. De in dope gedrenkte “A needle in the eye”, in het midden van de set, refereerde door de toetsen aan de groove van Green On Red, zZz en Suicide. En tot slot bekoorden ze met het innemende, akoestisch toongezette “Barrel of batteries”.
War On Drugs: een herkenbaar geluid en  een band met gevoel, die durft eigenwijs te zijn. Het is een charismatisch bandje die mag gehoord worden door een breder publiek en het ontdekken waard was …

Organisatie: Botanique, Brussel

AC/DC

Springlevende AC/DC na al die jaren!

Geschreven door

Het mogen dan al rockers op leeftijd zijn, AC/DC is anno 2009 springlevend. Ze zijn op vandaag populairder dan ooit, ook al is hun sound in al die jaren geen zak veranderd. Bij vele bands is verandering een zegen, bij AC/DC zou het een regelrechte zonde zijn. Hun handelsmerk is keiharde rock’n’roll die schittert in al zijn eenvoud en die zich vertaalt in onsterfelijke hard-rock songs. Natuurlijk is een AC/DC concert voorspelbaar, so what, ons hoorde u vanavond zeker niet klagen, samen met die 18.000 andere fans aanwezig in de zaal. Zij kregen wat ze verwachtten: Harde rock’n’roll, decibels, power, snedige gitaarsolo’s en potige riffs. Alles nog even strak en fenomenaal als vroeger, we hadden ook niet minder verwacht.

Klokslag 21.00u werd de “rock’n’roll trein” op het spoor gezet met die verbluffende eerste single uit dat oerdegelijke laatste album ‘Black ICe’, twee uur later werd de aftocht geblazen met de oorverdovende kanonnen van “For those about to rock”. De show werd gedragen door de scherpe strot van Brian Johnson en, uiteraard, het schitterende gitaarspel en de truukjes van Angus Young die in “Let there be rock”, wat ons betreft nog steeds de ultieme AC/CD song, helemaal loos mocht gaan. De man speelde trouwens zoals steeds het hele concert uit met dezelfde gitaar (effectenpedalen zijn hem helemaal vreemd), gewoon vooruit met de geit. De vuile blues van het onmisbare “She’s got the jack” was alweer geweldig, heel eventjes dachten we hoe dit zou moeten geklonken hebben als Bon Scott nog onder ons zou geweest zijn, maar die Brian Johnson is toch ook een schatje. Natuurlijk waren de andere klassiekers ook van de partij, “Highway to hell”, “Whole lotta Rosie”, “Hells Bells”, “Back in black”, “Thunderstruck”, “Dirty deeds” ,heel de reutemeteut, met zijn allen werden ze er briljant doorgeramd. Een vijftal nieuwe songs werd er netjes tussenin geweven en deze moesten niet blozen tussen hun grote broertjes, ze klonken stevig, gebald en gingen er lekker in bij het uitzinnige publiek.
Natuurlijk hadden wij ook nog graag “High Voltage”, “Jailbreak”, “Riff raff”,  “Rocker”, “Rock’n’roll damnation”  of “Problem child “ gehoord, drie uur AC/DC was nog beter geweest, maar ja, een mens kan niet alles krijgen. Nooit content, zeker ? Maar hetgeen we kregen was verbluffend.

AC/DC is een band die zijn gelijke niet kent, oerdegelijke no-nonsens stampende rock’n’roll van een stelletje geroutineerde ouwe kwajongens die doen waar ze het best in zijn : rocken als de beesten. De clichés namen we er dan ook graag bij.

Organisatie: Live Nation

Friendly Fires

Feest met Friendly Fires

Geschreven door

Le Grand Mix had voor een gevarieerde affiche gezorgd vanavond: naast de obligate Franse opener, kregen we een mini-festival op ons bord met Twisted Wheel, Secret Machines en Friendly Fires.

Twisted Wheel is een piepjong drietal uit Manchester. Ze spelen punkrock; ergens tussen de Jam en de Arctic Monkeys in, en schopten het daarmee al tot in het voorprogramma van Oasis. Hun debuut komt binnen een maand uit over het kanaal, en we hoorden typische Engelse punk rock uit de working class die met volle overgave gebracht werd. Qua podium présence presteerden Twisted Wheel een stuk sterker dan bijvoorbeeld Arctic Monkeys. Het valt echter nog te bezien of deze jongens het even ver zullen schoppen.

Secret Machines hadden een reuze basdrum meegebracht, maar het was ongeveer het enige wat we vanavond duidelijk zouden zien: het rookkanon werd duchtig ingezet. Secret Machines had dan ook een missie: ons terugbrengen naar de seventies ergens tussen Pink Floyd en Black Mountain in. Met een trage, pulserende groove werden we hun universum binnengezogen. Nummers zoals “Dreaming of dreaming”, “Lightning blue eyes” en “Daddy’s in the dolldrums” begonnen rustig en bouwden geduldig naar een climax op.
De respons van het publiek was gemengd, het jonge publiek was duidelijk voor Friendly Fires gekomen. We kregen dan ook geen bisnummers, zodat “Alone, jealous and stoned” in de kast bleef. Jammer.

Friendly Fires mixen alternatieve rock en dance. Referenties: Klaxons, The Rapture en LCD Soundsystem. Waar die bands vooral uit de postpunk en de elektro pikken, haalt Friendly Fires de mosterd bij de Manchester scène en 90’s dance. We kregen dus geprogrammeerde loops, opzwepende percussie, koebellen en sirenes. Enkel de smileys en de fluo armbandjes ontbraken, want de heren hadden in de plaats voor houthakkershemden gekozen. Waarmee dus bewezen werd dat je er niet cool moet uitzien om een feestje te bouwen. En een feestje was het, want het publiek werd volledig meegesleurd door het enthousiasme van de band.
Lang geleden dat we nog zo van de sokken geblazen werden.We gaan er daarom niet veel meer woorden aan vuil maken, en geven u dit mee: gaat dat zien! De heer Germain Schueremans zou stom moeten zijn om deze jongens niet in de Pyramid Marquee te zetten, voor wat nu al een van de hoogtepunten van Werchter 2009 is.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Tom Vanstiphout

‘Working Man’ Tom Vanstiphout stelt nieuw soloalbum voor

Geschreven door
De kans is klein dat U Tom Vanstiphout kent als de voetbalster die schitterde als midden-midden bij de junioren van SK Ekeren-Donk. De kans is nog steeds klein dat U Tom Vanstiphout kent van zijn schitterende eerste soloplaat ‘Motion’ uit 2004.
De kans dat U Tom Vanstiphout al eens als gitarist aan het werk hebt gezien tijdens een concert van Clouseau, Jan Leyers of Milow is des te groter.

Tom Vanstiphout is een bezig baasje, een echte ‘Working Man’ en laat dit nu net de titel zijn van zijn nieuwe, tweede studioalbum die hij solo (en niet met band zoals we verkeerdelijk dachten) kwam voorstellen in de kleine zaal van de Antwerpse Arenbergschouwburg.

De avond begon met de introductie van een nieuwe singer-songwriter uit Leuven: Kid Fear. De jonge Kid die zijn sporen als gitaarroadie verdiende bij Milow (en zo ook Tom Vanstiphout diende) bracht korte luisterliedjes. Vocaal te matig om echt te imponeren, maar het publiek bleef wel erg geïnteresseerd naar Kid Fear luisteren.

Vrijwel onmiddellijk erna was het de beurt aan Tom Vanstiphout om zijn nieuwe plaat aan het publiek voor te stellen. Geen begeleidingsband, enkel een microfoon en enkele gitaren ‘bevolkten’ het podium. Tom, spelende voor een groot projectiescherm, opende met “Better Be Ready”, de openingssong uit ‘Working Man’. Een prachtsong zondermeer. In deze openingsfase was Tom erg zenuwachtig. Zo vergat hij zijn setlist, waarop hij deze vlug even ging halen in de coulissen.
Een setlist was echter niet echt nodig want hij speelde gewoon alle liedjes van de nieuwe plaat. Een zeldzame keer greep hij terug naar zijn eerste plaat. “Greyhound” klonk echter iets te zelfzeker en niet steeds toonvast. Het was voor Tom dan ook een erg emotionele week geweest want naast de nieuwe plaat werd hij ook voor een tweede keer vader van een trotse zoon. De zaal reageerde enthousiast op dit heugelijke nieuws en vergaf hem die kleine vocale foutjes.
Bijzonder sterk waren de vertolkingen van enkele songs waarop hij begeleiding kreeg van strijkers en blazers die tot leven kwamen op het projectiescherm. “Blood On Blood” en de nieuwe single “Slept Too Long” kregen zo toch een rijker arrangement. Geen eenvoudige opdracht om dit allemaal mooi synchroon te laten verlopen. Toch blijft Vanstiphout het sterkst wanneer hij de weemoed bezingt met enkel zijn gitaar als ruggesteun. Iets minder gek zijn we als het te aangekleed wordt zoals tijdens het funky “Pretty Girls”. Tijdens “Not The Only One” stuntte Tom door online contact te leggen (‘not really’!) met DJ Regi die de song voorzag van een zeer enerverende beat. Als gimmick wel leuk maar gelukkig keerde de man al even vlug terug naar zijn eenvoudige, intimistische stijl.
De songs van de nieuwe plaat konden mij in die mate boeien dat ik meteen besloot om “Working Man” aan te kopen. Na enkele luisterbeurten blijkt ‘Working Man’ toch wel een mooie opvolger te zijn voor ‘Motion’. De eenvoud van de eerste plaat is wat jammerlijk verdwenen en terwijl ‘Motion’ mij nog steeds van begin tot einde kan boeien heb ik het met deze nieuwe plaat toch iets moeilijker.

Tom’s debuut maakte vooral indruk vanwege zijn puurheid, eenvoud en zijn Country-feel. Ook mis ik de samenzang met een vrouwenstem (Jodie Pijper) die op ‘Motion’ enkele hartverscheurende songs opleverde. ‘Working Man’ mag dan misschien wel geschikter zijn voor een breder publiek, Tommeke komt zo wel in het vaarwater van een Tom Helsen of ‘Mia’ Milow.
Maar laat dit alles U niet beletten de man eens live te gaan bekijken….hopelijk binnenkort mét band…dicht in uw buurt.

LIVE REPORT VIDEO LINKS ON YOU TUBE
Part 1
http://www.youtube.com/watch?v=zhkFiWtv4Lo
Part 2
http://www.youtube.com/watch?v=GF2E5x8vaoU

Organisatie: Arenbergschouwburg, Antwerpen

 

Bota@AB 2009 - Part I - Papa Dada, Selah Sue, Vismets, Jeronimo

Geschreven door

Actueel en alert. Zo labelde de derde editie van de tijdelijke samensmelting van de Ancienne Belgique en de Botanique zich. Op vrijdag 27 februari opende de AB zijn Box en zijn Club voor een line up van vier muzikale variëteiten. Papa Dada opende, Selah Sue en Vismets vervolgden, Jeronimo sloot: de Vlaams-Waals-Brussels openingsavond van de dubbelaffiche was alvast een succes.

Voor Papa Dada was de Club nog niet nokvol, maar de opwarmer bracht rechttoe rechtaan pretentieloze rock met tempoversnellingen, af en toe melodisch gedragen door de keyboards. Aangekondigd als de verzamelaars van geluiden allerhande, bleven de winnaars van Finale Concours Circuit 2008 toch binnen de heel muzikale lijnen, al zijn ze misschien nog wat op zoek naar maturiteit. Hun composities houden de baan wel, er is een podiumattitude en de muziek doet je bijwijlen glimlachend mee schuifelen. Dat  de Franstalige leadzanger er bij ‘Heb jij mijn kat’ gezien aan toevoegde dat hij dit nummer straks helemaal in het Nederlands zal zingen als zijn taalbeheersing beter is, maakte de interactie alleen nog leuker. All I Want to do is Dance, Art Gallery, and Silverscreen echoden lekker. Te volgen.

Een stap verder, zij het vrijdag letterlijk een etage lager, staat de haast maagdelijk ogende Leuvense Selah Sue (Sanne Putseys)  die onder andere met “Black Part Love” al behoorlijk wat airplay kreeg op StuBru. De ontdekking van Milow – ze kan het niet nalaten naar haar muzikale vader te verwijzen – genoot van haar eerste ‘eigen show’. We zagen ze nog onwezenlijk bedeesd als voorprogramma van Jamie Lidell, maar op het podium van de AB ontpopte ze zich tot een podiumperformance en zelfs niet echt meer in wording !
Ontroerend, grappig, breekbaar (net als haar stem eigenlijk) en zelfs stevig en funky hield ze de Box een drie kwartier ademloos in de ban van haar eigenste expressieve persoontje.
Sterk vocaal en de synergie van haar volwassen stem met haar meisjesuiterlijk verkoopt het hele plaatje nog beter. Iets wat zus aan de ingang van de AB ondervond aan de ‘promostand’ met haar EP-tje. Hopelijk raakte ze haar writer’s Block (‘al zo’n vier maanden’, dixit Sue) snel overschreven.

Dé verrassing van de avond voor ons was toch Vismets. De Brussels gang of three bestaat sinds oktober 2007 en hoopt tegen oktober 2009 hun eerste album op de markt te hebben. Hun four track title EP klinkt stevig en geolied, maar tipt niet aan hun live-act. ‘Dan Klein’ (Dany Desmet) instrueert als een Romeinse keizer centraal achter zijn keyboards. Een coole group, zo willen ze door het leven zingen en ze plukken graag uit de eighties of dat nu de new wave de disco of de metal-punk is. Het gesmede geheel krijgt dan ook moeilijk een naam, al zou symfonische punkrock niet misstaan. Het gevecht tussen de gloeilampen en de stroboscoop maakte het er alleen maar karakteristieker op.
Even dachten we terug aan de Belgische ontdekkingsavond van de Kaiser Chiefs enkele jaren terug in de Bota: luid, hard, rechtdoor en toch/zelfs dansbaar. Cool dus, vandaar de naamsverwijzing. Niet enkel naar de Brusselse vismarkt (vismet), maar naar de stoere leather jacket boys die indertijd rondhingen in de Brusselse côté. Dat hun sound wat minder was door het late aandienen en korte soundchecken wegens een traffic jam (“Bruxelles c’est la merde pour ça”) kon hun enthousiasme achteraf niet drukken. We hoorden dus al en horen zeker nog van Vismets !

Moeilijker hadden we het met ouderdomsdeken Jeronimo (Jerome Mardaga), nochtans heel populair, zo bleek, bij het overwegend Franstalig overgebleven gedeelte van het publiek. Hun opstart klonk zeurderig, op het randje van het schlager-chanson-achtige. Vervelend zelfs even en voorspelbaar. De songs pikten ook iets te nadrukkelijk riffs en grooves. Uiteindelijk evolueerde het kwartet wel naar een heviger genre, wat ons zijn ‘geheel’ in twijfel deed trekken. Even duwde hij “Putain Putain” van TC Matic nog in een chaotisch einde vooraleer hij biste met een slow over Oostende. Een paar hoogtepunten waren wel “Ma femme me trompe” en “Moi je voudrais”, maar toch leek de routinier van de avond ons te huilerig. Jammer, voor iemand die toch een gedegen verleden in zijn gitaar zitten heeft. Of is het juist dat? Te weinig actueel en alert?

Neem gerust een kijkje naar de live foto’s

Organisatie: Bota@AB, Brussel

The Gaslight Anthem

Geslaagde eigen ‘feel and touch’ van het Amerikaanse The Gaslight Anthem

Geschreven door

The Gaslight Anthem, het kwartet uit New Jersey, onder zanger/gitarist Brian Fallon, heeft z’n folky punkroots op hun tweede volwaardige plaat ‘The ‘59’ sound’ een spannende draai gegeven, want naast de vaardige, puntige punkrock wordt hun sound nog meer doorspekt van americana en classic American poprock van Springsteen. De groep laat eenzelfde groei horen als een Against Me!, die ver buiten de geijkte folkpunkpaden durft te treden. Want we horen zelfs hun erkenning voor soul legendes Cooke, Gaye en jazzvirtuoos Miles Davis (er is trouwens een song aan hem gericht!). Hier kan een band als Dropkick Murphys iets van leren.
Vanuit deze invloedssfeer baant The Gaslight Anthem zich een weg tussen ‘de ‘80’s revival The Clash, This Model Army, The Replacements, Big Country en The Men They Couldn’t Hang.

De groep ging anderhalf uur lang met een eenzelfde oprechte energie, dynamiek en vitaliteit te werk. Melodieus gestroomlijnd materiaal, aanstekelijke refreinen, snedige gitaarpartijen en opzwepende drums. Muziek ‘straight from the heart’! Goed onderbouwde songs en prachtig sentiment, die muzikaal, vocaal als qua uitstraling Bruce ‘the boss’ niet kunnen wegsteken.
Leadzanger Fallon en bassist Alex Levin leken de verpersoonlijking wel van sixtie rock’n’roller James Dean, krachtpatsers met een body vol tatoeages. Ook de twee andere, drummer Benny Horowitz en gitarist Alex Rosamila, moesten niet onderdoen qua tatoeages, maar leken eerder uit een rockende garagescène te zijn ontsnapt.
Het sympathieke kwartet speelde bijna integraal hun recentste cd, de ene nummers wat strakker, openers “Great expectations” en “High lonesome”, de andere wat meer opbouwend en broeierig: “Old white Lincoln” (eerste single van de cd), “Cowgirls get the blues”, “Film noir” en tot slot “Where fore art thou, Elvis”, ingeleid door “It’s a mans mans mans world” van James Brown. Of ze klonken rauwer als op “Boomboxes & dictionairies”, één van de drie oudere songs in de set.
De snedige rockers “We came to dance”, “Drive” en afsluiter “The backseat” behielden het aardige, geestdriftige tempo van de band. Het zat allemaal goed in elkaar! En dat ze ook subtiele, poppy droomsongs kunnen spelen, hoorden we op het bloedmooie “Here’s looking at you, kid”.
The Gaslight Anthem bracht ijzersterk materiaal waarvan ik me kan voorstellen dat de doorsnee hardcore/punkrockliefhebber eerder wat terughoudend kan zijn door de subtiele switchs van de band, maar wetende dat de songs recht vanuit het hart komen, moet hen wel over de streep trekken.
De sterke respons deed het kwartet daadwerkelijk deugd, na hun drie man en een paardenkop optreden in de Frontline, nog vóór de cd midden vorig jaar uitkwam, wat zorgde voor een uitgebreide bis; in de paar sfeervolle songs refereerden ze aan Bruce Cockburn’s “Rocket Launcher” en het filmische ‘Wild at heart’. De rock’n ‘rollers onder ons waren zeker te vinden voor de puike versies van “I’d called you Woody, Joe” en “Cassanova Baby”. Een messcherpe versie van Billy Bragg’s “A new England” tussen bard Frank Turner en Fallon besloot definitief de set van het leuke, zonder enige stoerdoenerij, The Gaslight Anthem.
 
Zonder in te boeten aan die unieke punkrock/hardcore sloeg het kwartet aan met hun flirt naar andere stijlen; een gepaste, gevatte en geslaagde eigen ‘feel’ om uit diverse vaatjes te tappen!

Ook de supports mochten er duidelijk zijn. The Polar Bear Club, uit NY, hield het bij de strakke en krachtige melodieuze hardcore, die richting punkrock durfde in te slaan , onder een fantastisch brullende, charismatische zanger.

Maar het was vooral de tweede act, singer/songwriter Frank Turner, die iedereen met verstomming sloeg. Hij beschikte over een heldere, angry gouden stem, geselde z’n gitaarsnaren en plaatste de power in een song centraal. Deze jonge bard uit Z-Londen palmde solo probleemloos het publiek in en onderscheidde zich binnen de twee krachtige bands van de avond.
Een ‘man van de barricaden’ stond hier enthousiast, bezield en overtuigend te spelen. Een jonge Billy Bragg zonder veel gezeur (!) vormde met z’n publiek één team. Solidariteit en samenhorigheid, zoals we het in jaren niet meer gehoord hadden op een podium. En hij hield het leuk en plezierig en brabbelde zelfs à l’improviste een kort nummer in ‘t Frans. Hij bezorgde ons kippenvel door enkel met z’n indringende stem een song te brengen. We kijken er alvast naar uit als hij in november terug langskomt …

Organisatie: Botanique, Brussel

Frank Turner

Een nieuwe Engelse bard is opgestaan onder Frank Turner

Geschreven door

The Gaslight Anthem, het kwartet uit New Jersey, onder zanger/gitarist Brian Fallon, heeft z’n folky punkroots op hun tweede volwaardige plaat ‘The ‘59’ sound’ een spannende draai gegeven, want naast de vaardige, puntige punkrock wordt hun sound nog meer doorspekt van americana en classic American poprock van Springsteen. De groep laat eenzelfde groei horen als een Against Me!, die ver buiten de geijkte folkpunkpaden durft te treden. Want we horen zelfs hun erkenning voor soul legendes Cooke, Gaye en jazzvirtuoos Miles Davis (er is trouwens een song aan hem gericht!). Hier kan een band als Dropkick Murphys iets van leren.
Vanuit deze invloedssfeer baant The Gaslight Anthem zich een weg tussen ‘de ‘80’s revival The Clash, This Model Army, The Replacements, Big Country en The Men They Couldn’t Hang.

De groep ging anderhalf uur lang met een eenzelfde oprechte energie, dynamiek en vitaliteit te werk. Melodieus gestroomlijnd materiaal, aanstekelijke refreinen, snedige gitaarpartijen en opzwepende drums. Muziek ‘straight from the heart’! Goed onderbouwde songs en prachtig sentiment, die muzikaal, vocaal als qua uitstraling Bruce ‘the boss’ niet kunnen wegsteken.
Leadzanger Fallon en bassist Alex Levin leken de verpersoonlijking wel van sixtie rock’n’roller James Dean, krachtpatsers met een body vol tatoeages. Ook de twee andere, drummer Benny Horowitz en gitarist Alex Rosamila, moesten niet onderdoen qua tatoeages, maar leken eerder uit een rockende garagescène te zijn ontsnapt.
Het sympathieke kwartet speelde bijna integraal hun recentste cd, de ene nummers wat strakker, openers “Great expectations” en “High lonesome”, de andere wat meer opbouwend en broeierig: “Old white Lincoln” (eerste single van de cd), “Cowgirls get the blues”, “Film noir” en tot slot “Where fore art thou, Elvis”, ingeleid door “It’s a mans mans mans world” van James Brown. Of ze klonken rauwer als op “Boomboxes & dictionairies”, één van de drie oudere songs in de set.
De snedige rockers “We came to dance”, “Drive” en afsluiter “The backseat” behielden het aardige, geestdriftige tempo van de band. Het zat allemaal goed in elkaar! En dat ze ook subtiele, poppy droomsongs kunnen spelen, hoorden we op het bloedmooie “Here’s looking at you, kid”.
The Gaslight Anthem bracht ijzersterk materiaal waarvan ik me kan voorstellen dat de doorsnee hardcore/punkrockliefhebber eerder wat terughoudend kan zijn door de subtiele switchs van de band, maar wetende dat de songs recht vanuit het hart komen, moet hen wel over de streep trekken.
De sterke respons deed het kwartet daadwerkelijk deugd, na hun drie man en een paardenkop optreden in de Frontline, nog vóór de cd midden vorig jaar uitkwam, wat zorgde voor een uitgebreide bis; in de paar sfeervolle songs refereerden ze aan Bruce Cockburn’s “Rocket Launcher” en het filmische ‘Wild at heart’. De rock’n ‘rollers onder ons waren zeker te vinden voor de puike versies van “I’d called you Woody, Joe” en “Cassanova Baby”. Een messcherpe versie van Billy Bragg’s “A new England” tussen bard Frank Turner en Fallon besloot definitief de set van het leuke, zonder enige stoerdoenerij, The Gaslight Anthem.
 
Zonder in te boeten aan die unieke punkrock/hardcore sloeg het kwartet aan met hun flirt naar andere stijlen; een gepaste, gevatte en geslaagde eigen ‘feel’ om uit diverse vaatjes te tappen!

Ook de supports mochten er duidelijk zijn. The Polar Bear Club, uit NY, hield het bij de strakke en krachtige melodieuze hardcore, die richting punkrock durfde in te slaan , onder een fantastisch brullende, charismatische zanger.

Maar het was vooral de tweede act, singer/songwriter Frank Turner, die iedereen met verstomming sloeg. Hij beschikte over een heldere, angry gouden stem, geselde z’n gitaarsnaren en plaatste de power in een song centraal. Deze jonge bard uit Z-Londen palmde solo probleemloos het publiek in en onderscheidde zich binnen de twee krachtige bands van de avond.
Een ‘man van de barricaden’ stond hier enthousiast, bezield en overtuigend te spelen. Een jonge Billy Bragg zonder veel gezeur (!) vormde met z’n publiek één team. Solidariteit en samenhorigheid, zoals we het in jaren niet meer gehoord hadden op een podium. En hij hield het leuk en plezierig en brabbelde zelfs à l’improviste een kort nummer in ‘t Frans. Hij bezorgde ons kippenvel door enkel met z’n indringende stem een song te brengen. We kijken er alvast naar uit als hij in november terug langskomt …

Organisatie: Botanique, Brussel

Black Diamond Heavies

Black Diamond Heavies: De hemel bevond zich even in Wattrelos

Geschreven door
Precies 14 dagen na hun verpletterende doortocht in de 4AD zag ik de Black Diamond Heavies terug in Wattrelos (voorstad van Lille). La Boîte à Musiques is best een leuke zaal maar er zijn toch een paar serieuze mankementen. Zo is het podium wat aan de lage kant maar vooral het ontbreken van een bar, een oud Frans zeer, was een bron van ergernis. Er was wel iets geïmproviseerd in de kelder maar het vooraf uitgeschonken bier bleek nogal aan de lauwe kant.


Uit beleefdheid toch een paar woorden over de twee eerste bands, hoewel hun prestatie in het niets verdwijnt na het zien van de Black Diamond Heavies.
Boogie Balagan combineerde Arabisch geïnspireerde zanglijnen met stevig gitaarwerk maar behalve de juiste line-up (2 gitaren en drums) valt hier niet veel positiefs over te vertellen.
Het Belgisch-Franse Stinky Lou & The Goon Mat is eigenlijk een one-man band met twee extra leden (zelfgemaakte éénsnarige bas en mondharmonica) die blues brengt in pure Fat Possum-stijl. Ze begonnen heel sterk maar na een tijdje begon het wel erg overstuurde geluid in hun nadeel te werken. Aan enthousiasme hadden ze evenwel geen gebrek.

Maar we waren hier voor de Black Diamond Heavies en we wilden zo graag eens weten of ze die glansprestatie van in Diksmuide nog eens konden overdoen. Want was dat geen toevalstreffer of hadden ze die avond misschien een verdachte banaan gegeten? Blijkbaar niet want dit optreden was weer een fameuze mokerslag waarvan ik na een paar dagen nog niet bekomen was. Wat dit duo aan intensiteit op een podium etaleert grenst aan het onwaarschijnlijke. Zanger John Wesley Myers, die zich tegenwoordig als Reverend James Leg laat aanspreken, is naast het podium een ietwat verlegen man die zelf nooit iemand zal aanspreken maar eenmaal erop verandert hij in een bezeten performer van een soort waarvan er op deze wereld niet veel rondlopen. Naast zijn indrukwekkende schorre strot die zich met die van Tom Waits kan meten beschikt hij ook over twee gouden handen waarmee hij zijn Fender Rhodes martelt en tegelijk met de bastoetsen hun sound een ongelooflijke drive geeft. Daarbij wordt hij geholpen door de superbe drummer Van Campbell, die de ene stick na de andere aan flarden mepte. Het optreden begon net als in Diksmuide met "Nutbush city limits" (Ike &Tina) maar daarna was de volgorde kompleet anders en doken er ook een paar andere nummers op. Een setlist hebben ze trouwens niet. Absoluut hoogtepunt vond ik het hypnotiserende "Baby please don't leave me", oorspronkelijk van Junior Kimbrough, dat ze opdiepten uit hun prille beginperiode toen gitarist Mark ‘Porkchop’ Holder nog de zanger was. Maar die werd afgevoerd toen bleek dat hij niet wou toeren en gingen ze noodgedwongen met zijn tweeën door. Zijn vertrek bleek achteraf een zegen.
De heren spelen nogal wat covers : Nina Simone, T-Model Ford, Van Halen en AC/DC (het onvermijdelijke "It's a long way to the top if you wanna rock ’n roll” en hoe uiteenlopend die nummers ook zijn, eenmaal in de Black Diamond Heavies-blender worden het allemaal pareltjes die perfect passen in het geheel.

Black Diamond Heavies zijn dan ook veel meer dan zomaar een garagebandje: soul, blues, gospel, ze hebben het allemaal in de vingers. Dit is -ik wik mijn woorden- één van de beste live-bands, zoniet dé beste, van de laatste tien jaar. Pompend en zuigend sleuren ze je, op een nog ambachtelijke wijze, onverbiddelijk mee naar een muzikaal universum, ver weg van deze sombere wereld, waar ik eeuwig zou willen toeven. Ik heb nu al heimwee maar gelukkig komen ze in juni al terug naar Europa. Of ze België aandoen is nog niet geweten maar er zijn al een drietal optredens in Nederland gepland.
Een nog steeds duizelige Ollie

Paramount Styles

Paramount Styles: een ‘Unplugged’ G vs B

Geschreven door

Het is de prangende vraag of Girls vs Boys nog bij elkaar zullen komen, want Scott McCloud voelt zich goed, heel goed met z’n soloproject Paramount Styles; hij wordt onder meer begeleid door z’n vaste drummer Alexis Fleisig en hij beschikt opnieuw over een goed op elkaar ingespeelde band (gitarist, bassist en celliste). Volmondig kunnen we spreken we van een unplugged G vs B, want McCloud weet hetzelfde sfeertje te behouden op het nieuwe materiaal als vroeger: een sfeervol indringend geluid, een intens broeierige, donkere spanning creëren en een intens opbouw, onder z’n rauw hese en zacht ingehouden, warme vocals. De songs worden eerst akoestisch toongezet, zwellen aan naar een zinderende finale om tot slot te exploderen. Tja, zo’n muzikaal verhaal kennen we ook bij Robin Proper-Sheppard van Sophia vs The God Machine.

McCloud weefde een gans verhaal van z’n ervaringen met de politie en het kortverblijf in de gevangenis, tussenin hoorden we leuke opmerkingen van z’n drummer om de story luchtiger te maken. Het draaide vanavond rond de soloplaat ‘Failure american style’. De set vatte gemoedelijk aan met het ingetogen “Paradise happens” en “Race ya till tomorrow”, maar klonk scherper, krachtiger, zelfs beangstigend en beklemmend op ”Hollywood tales 2”, “Come to NY” en “Losing you”, door een sfeervolle cello, de drumslagen, het intrigerende soms dreigende gitaarspel en mans krakende stem. “One last surprise” klonk op z’n beurt broos, intiem, breekbaar en pakkend!
In ons landje beschikt McCloud over een trouwe fanbase en doet verschillende clubs aan. Een hart onder de riem alvast, waarbij z’n verslavende, beklijvende aanpak een mooie apotheose kreeg met “More than alive” en het nieuwe “Come the way you are”, opbouwende gitaarsongs in de beste leest van G vs B.

Contrasten, daar houdt McCloud van: een rustig, voortkabbelende en aangrijpende sound en dan op het gepaste moment, als een slang op z’n prooi, meedogenloos toeslaan!

Het tweede volwaardig concert kwam van The Sedan Vault, het kwartet onder de drie broers Meeuwis en Johan Buyle (drums), die vorig jaar verschroeiend uit de hoek kwamen met de tweede cd ‘Vanguard’, die ze (bijna) integraal loslieten op het publiek. Ze situeren zich ergens tussen Mars Volta, Don Cabellero, Battles en de donkere synths van Suicide.
Een helse infernosound van verschillende gitaarlagen (hard - zacht), avontuurlijke en toegankelijke ‘70’s retrogitaarriffs, distortion, bezwerende drums en dreigende en psychedelische synths. Het geheel onderging talrijke ritmewisselingen en onverwachtse wendingen, bepaald door een aan Bixler leunende heldere, huilende en krijsende zang. De band bood als het ware een soundtrack van een post-apocalyptisch landschap. Ze speelden hun spannend bevreemdende songs op overtuigende wijze: van “Communism by the gallon”, “Autochtonic” naar “130 through the borough” tot de single “Unidentified flying subjects”, de meest toegankelijke song van de plaat. Op het oudje “Read demonologies” (uit het debuut ‘The mardi gras of the sisypha’, wat een mooie titel!) kregen we beelden te zien van een autorit door een mistroostige, druilerige stad in Oost-Europa. Het nummer klonk venijnig, grillig, sober en explosief en de stroboscoop effects gaven elan. Donkere soundscapes besloten een verbluffende staaltje hectische hallucinante muziek en kunde. Woorden als ingewikkeld, eigenwijs, intens en vurig schoten ons te binnen bij deze band uit Sterrebeek!

Organisatie: De Kreun, Kortrijk

The Sedan Vault

Verbluffend staaltje muziek en kunde

Geschreven door

Het is de prangende vraag of Girls vs Boys nog bij elkaar zullen komen, want Scott McCloud voelt zich goed, heel goed met z’n soloproject Paramount Styles; hij wordt onder meer begeleid door z’n vaste drummer Alexis Fleisig en hij beschikt opnieuw over een goed op elkaar ingespeelde band (gitarist, bassist en celliste). Volmondig kunnen we spreken we van een unplugged G vs B, want McCloud weet hetzelfde sfeertje te behouden op het nieuwe materiaal als vroeger: een sfeervol indringend geluid, een intens broeierige, donkere spanning creëren en een intens opbouw, onder z’n rauw hese en zacht ingehouden, warme vocals. De songs worden eerst akoestisch toongezet, zwellen aan naar een zinderende finale om tot slot te exploderen. Tja, zo’n muzikaal verhaal kennen we ook bij Robin Proper-Sheppard van Sophia vs The God Machine.

McCloud weefde een gans verhaal van z’n ervaringen met de politie en het kortverblijf in de gevangenis, tussenin hoorden we leuke opmerkingen van z’n drummer om de story luchtiger te maken. Het draaide vanavond rond de soloplaat ‘Failure american style’. De set vatte gemoedelijk aan met het ingetogen “Paradise happens” en “Race ya till tomorrow”, maar klonk scherper, krachtiger, zelfs beangstigend en beklemmend op ”Hollywood tales 2”, “Come to NY” en “Losing you”, door een sfeervolle cello, de drumslagen, het intrigerende soms dreigende gitaarspel en mans krakende stem. “One last surprise” klonk op z’n beurt broos, intiem, breekbaar en pakkend!
In ons landje beschikt McCloud over een trouwe fanbase en doet verschillende clubs aan. Een hart onder de riem alvast, waarbij z’n verslavende, beklijvende aanpak een mooie apotheose kreeg met “More than alive” en het nieuwe “Come the way you are”, opbouwende gitaarsongs in de beste leest van G vs B.

Contrasten, daar houdt McCloud van: een rustig, voortkabbelende en aangrijpende sound en dan op het gepaste moment, als een slang op z’n prooi, meedogenloos toeslaan!

Het tweede volwaardig concert kwam van The Sedan Vault, het kwartet onder de drie broers Meeuwis en Johan Buyle (drums), die vorig jaar verschroeiend uit de hoek kwamen met de tweede cd ‘Vanguard’, die ze (bijna) integraal loslieten op het publiek. Ze situeren zich ergens tussen Mars Volta, Don Cabellero, Battles en de donkere synths van Suicide.
Een helse infernosound van verschillende gitaarlagen (hard - zacht), avontuurlijke en toegankelijke ‘70’s retrogitaarriffs, distortion, bezwerende drums en dreigende en psychedelische synths. Het geheel onderging talrijke ritmewisselingen en onverwachtse wendingen, bepaald door een aan Bixler leunende heldere, huilende en krijsende zang. De band bood als het ware een soundtrack van een post-apocalyptisch landschap. Ze speelden hun spannend bevreemdende songs op overtuigende wijze: van “Communism by the gallon”, “Autochtonic” naar “130 through the borough” tot de single “Unidentified flying subjects”, de meest toegankelijke song van de plaat. Op het oudje “Read demonologies” (uit het debuut ‘The mardi gras of the sisypha’, wat een mooie titel!) kregen we beelden te zien van een autorit door een mistroostige, druilerige stad in Oost-Europa. Het nummer klonk venijnig, grillig, sober en explosief en de stroboscoop effects gaven elan. Donkere soundscapes besloten een verbluffende staaltje hectische hallucinante muziek en kunde. Woorden als ingewikkeld, eigenwijs, intens en vurig schoten ons te binnen bij deze band uit Sterrebeek!

Organisatie: De Kreun, Kortrijk

Pagina 886 van 963