Botanique, Brussel - concertenreeks

Botanique, Brussel - concertenreeks 2026Stoned Jesus, Wheel, woensdag 1 april 2026, Orangerie, 20h Oliver Symons, zaterdag 4 april 2026, Witloof Bar, 20h Koma, woensdag 8 april 2026, Rotonde, 20h Son Little, vrijdag 10 april 2026, Orangerie, 20h Chalk,…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Deadletter-2026...

Eagles Of Death Metal

Heart On

Geschreven door

Eagles Of Death Metal is het muzikaal speeltje van Josh Homme (frontman van QOSA) en Jesse ‘the devil’ Hughes. We mochten op de vorige cd’s en op hun optredens alvast grote namen zien als Dave Grohl, Mark Lanegan, Nick Oliveri en ons eigen Tim Vanhamel.
EODM houdt het bij de eenvoud in de rock: een hels stomend rechttoe –rechtaan rock’n’roll potje, dat vrolijk klinkt en met een dosis humor dient gerelativeerd te worden.
De derde plaat klinkt meer van hetzelfde en kan eigenlijk niet meer tippen aan hun onovertroffen debuut ‘Peace Love Death Metal’. De songs zijn snedig,energiek, broeierig en aanstekelijk door scheurende gitaren, opzwepende drums, gebalde gitaarsoli (ook al zijn ze soms wat ontspoord) en de in whisky gedrenkte vocals van Jesse. De rauwe, vunzige en rammelende sound van vroeger is dus wat meer afgelijnd. Op een paar songs wordt het tempo teruggeschroefd, o.a. op “Now I’m a fool”. “Wannabe in LA” en “Cheap trills” zijn de meest maffe, overtuigende songs.
Het is me duidelijk dat de volgende plaat opnieuw zompiger, duivelser en wat meer ontaard mag klinken …

Saxon

Saxon en Iced Earth sturen fans op tijd naar bed!

Geschreven door

Na de schitterende passage van Iced Earth op Graspop verlangden heel wat fans (waaronder ik) naar een volgende ontmoeting voor wat hopelijk een langere set zou worden. Toen begin december werd aangekondigd dat deze ontmoeting er zou komen in de vorm van een dubbele headliningtour met Saxon, was ik dan ook aangenaam verrast. Saxon heeft namelijk in zijn carrière reeds meermaals bewezen een ware live-band te zijn.

Met hoge verwachtingen zakte ik op maandag 2 februari af naar het prachtige zaaltje van De AB te Brussel. Na definitief vernomen te hebben dat de groepen het zonder voorprogramma zouden klaren begon ik al te hopen op een mooie lange set, het uurrooster daarentegen deed hierrond al snel twijfels ontstaan. Iced Earth zou volgens dit schema maar de tijd krijgen om één uur te spelen wat ons onvoorstelbaar leek.
5 minuten voor het voorziene tijdstip betraden Schaffer en co het optreden vergezeld door de intro “In Sacred Flames” om er vervolgens onmiddellijk stevig in te vliegen met “Behold the Wicked Child” van het nieuwe album ‘The Crucible of Man’. Van bij het begin zat de sfeer er goed in bij het eerder selecte publiek. De krachtige powerchords van de band warmden de nekspieren van het aanwezige publiek voorzichtig op in afwisseling met melodische passages die uit volle borst werden meegezongen. Het geluid zat reeds van bij het begin zoals het hoorde, al mocht de leadgitaar aanvankelijk wat luider staan. Iced Earth vervolgde de set met “Settian Massacre” om vervolgens over te gaan tot het oudere werk onder de vorm van “Burning Times”.
Met het melodische “Declaration Day” lasten de heren een melodische passage in om de nekspieren weer wat op krachten te laten komen terwijl de stembanden aan een hevige test werden onderworpen. Veel genade kenden de heren echter niet want men vervolgde de set met drie regelrechte nekbrekers namelijk “Vengeance is Mine”, “Violate” en “Pure Evil”. Het publiek reageerde uitzinnig en schreeuwde de teksten mee. Bij het aankondigen van “Watching Over Me” maakten de haren op mijn lichaam zich reeds klaar voor een waar kippenvelmoment. Iced Earth bracht dit nummer met zoveel overgave en gevoel dat het hele publiek erin opging. Een duidelijk ontroerde Schaffer waardeerde deze respons ongetwijfeld en bedankte met een ingetogen glimlach.
Met “Ten Thousand Strong” bewijst Matt Barlow nogmaals dat Tim Owens absoluut niet de enige is die dergelijke hoge noten constant kan halen. Hoewel we van Barlow gewend zijn dat hij ruiger of dieper zingt, bracht hij het hier opnieuw schitterend vanaf. Om het publiek nogmaals wat rust te brengen alvorens het slotoffensief in te zetten bracht men het geniale “Dracula” ten gehore, wat een tweede hoogtepunt vormde in de set. Na een dikke drie kwartier zette de band het geniale “Melancholy (Holy Martyr)” in. Hierbij begon ik onmiddellijk te vrezen dat het einde van de set dichterbij kwam. Toen men na het geweldige “My Own Savior” een ontbonden publiek verliet en slechts met één bisnummer op de proppen kwam namelijk “Iced Earth” was de ontgoocheling bij het grootste deel van het publiek tamelijk groot ondanks de schitterende set. Fouten waren er niet! Puur enthousiasme en genialiteit zorgden ervoor dat het extra hard aankwam om Iced Earth slechts één uur aan het werk te zien.

In tegenstelling tot wat we uiteindelijk verwachten bleek ook Saxon niet langer te spelen. De band trapte af rond 21u20 en om 22u30 stonden we reeds aan de uitgang van de zaal. De tijden van ‘Heavy metal in the Night’ zijn blijkbaar ouderwets geworden. € 40 voor twee uur muziek is dan ook een dure aangelegenheid. Bovendien was de keuze om Saxon boven Iced Earth te zetten naar mijn mening wat ongelukkig gekozen. Tijdens de set van Saxon snakte ik meermaals naar tempo en kracht. Hoewel alles voortreffelijk werd gebracht, bleek het ondertussen in leeftijd verdubbelde publiek moeilijk te activeren. Bij nieuwere nummers als “Helcat” en “Battalions of Steel” kwam het publiek licht in beweging, maar erg enthousiast werd men amper.
Toen na ongeveer de helft van de set een aantal mensen uit het publiek genoeg hadden van de tragere nummers en om Iced Earth begonnen te roepen keek heer Biff verontwaardigd in het publiek. Hij reageerde echter professioneel en stak bijgevolg nog een tandje bij om het publiek alsnog te overtuigen. Met klassiekers als “Valley of the Kings”, “Heavy Metal Thunder” en “Crusader” slaagde men hier in beperkte mate in. Men slaagde er echter pas bij de bisnummers in om het publiek volledig op de hand te krijgen en dan voornamelijk met het nummer “Princess of the Night”. Helaas bleek dan het uur reeds voorbij te zijn en mochten we ons reeds richting de uitgang begeven.
Een set met afwisselend ouder en nieuwer werk is zeker geen slechte optie, maar nummers als “Lionheart”, “Denim and Leather”, “Strangers in the Night”, “Wheels of Steel” … mogen naar mijn mening niet ontbreken op een optreden van Saxon, zeker niet in een set waarbij men amper de tijd heeft om het publiek mee te krijgen. Slecht was het zeker niet, maar volgens mij zou ik veel meer genoten hebben van deze avond moesten de groepen op zijn minst gewisseld waren van plaats, los van de carrière waarop beide bands zich baseerden om hun plaats op de bill in te vullen. Beide bands zouden hierdoor volgens mij veel beter tot hun recht gekomen zijn.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Ladyhawke

Stressy Ladyhawke

Geschreven door

We zagen twee ultrakorte, kernachtige concerten afgelopen maandag in een uitverkochte AB Club. De ene, Ladyhawke, staat aan de poort om definitief door te breken met hitsingles als “Back of the van”, “Paris is burning” en “My deliruim”. Het kwartet speelde uiterst geconcentreerd een afgewerkte, gestroomlijnde set en graaide gretig in de platenbak van Tom Tom Club, Stevie Nicks, Kim Wilde, Cyndi Lauper en de rits ‘80’s electrobands. De andere Underground Railroad klonk rauw, verbeten als lieflijk en was meteen een ontdekking waard met hun boeiende noisepoprock.

Het zag er in het najaar van 2008 al deels aan te komen, dat Ladyhawke onder de Nieuw-Zeelandse schone Pip Aka Brown (uitgeweken naar Londen ondertussen!) meer airplay zou verkrijgen: ze veroverden de jongeren met hun compromisloze catchy poprock, die een ‘80’s electro gehalte had; goed verteerbare bubblegumpop, vol zoete meezingbare refreinen onder de zwoele, sensuele, warme, soms lichtschreeuwerige vocals van Brown. En ook haar verschijning in baseball t-shirt, bandana en de ogen mooi zwart geschminkt straalden onschuld uit.
We hoorden 40 minuten werk uit haar titelloos debuut; de set was globaal goed, eenvoudig (praktisch altijd dezelfde drumpartijen!), zuiver en doeltreffend, daar niet van, maar ging wat de mist in door het gemis aan spontaniteit, speelsheid en emotie, in tegenstelling tot het optreden op het Leffingeleurenfestival van september ll. De ‘gezonde dosis’ spanning en stress was haar aan te zien en uitte zich eerst in een opmerkelijke schuchterheid, die pas in het midden van de set verdween.
Toegankelijkheid was de rode draad: een broeierige start met “Professional suicide” (op plaat het zwakste nummer, mar live snedig en intens), naar de vermakelijke groovy songs “Manipulating woman”, “Dusk til dawn”, “Magic” en “Another runaway”. Heerlijk stukjes muziek om je met gesloten ogen helemaal aan over te geven …De Giorgi Moroder/Human League elektronica (soms vooraf opgenomen) nam een prominente rol in, want deze songs klonken kleurrijker door een steviger beatje en pompende bas. Na het sfeervolle “Love don’t live here” palmde ze gaandeweg de eerste rijen in met “Better than sunday” en de onstuimig gebalde b-side “Danny + Jenny”. Ze sloot ‘en verve’ af met een schitterende finalereeks van de eerder vernoemde singles.

Het opkomend rockbandje Ladyhawke serveerde hapklare songs, die live snel op elkaar volgden en een foutloos parcours aflegden. Maar ze ontpopte zich op het podium nog niet als het jonge zusje van Avril Lavigne of Katie White van de Ting Tings. Daarvoor was ze net iets te nerveus. Trouwens, we bleven wat op onze honger zitten: geen bis en de paar afwezige nummers van het debuut, waaronder “Oh my”, “Crazy world” en “Morning dreams” mochten toegevoegd worden!

We waren alvast onder de indruk van de Franse support Underground Railroad, die al vijf jaar lang bezig is en twee cd’s uithebben. Rauwe noisepoprock in de lijn van The Breeders, Pavement en Sonic Youth. Het trio speelde een gevarieerde set van sfeervolle als verbeten songs. Soms trokken ze fel van leer, wat zich verder ook uitte in de girl – boy zang. Een aangenaam, fijn overtuigend setje van dit trio!

Fotoshoots: zie live foto's

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Nashville Pussy

Rock’n’roll over lay dawn met Nashville Pussy

Geschreven door

De Gentse band The Stiffs opende de avond met een mix van rockabilly, hard rock en garagerock. De ervaren rotten die hun sporen verdiend hebben in de Gentse rockscene van ondermeer The Mudgang en Soapstone wisten nog aardig te rocken, getuige enkele ferme covers waaronder een schitterend “Evacuation” van Evan Johns and The H-Bombs en een vet “She got me when she got her dress on” van de machtige Masters Of Reality. Fijne start.

Nashville Pussy heeft niet bepaald de eerste prijs gewonnen voor subtiliteit, hun muziek en sound refereren meer naar tieten en bier dan naar doordachte levenswijsheden. Maar dat weten ze zelf beter als geen ander, want het is hun handelsmerk. Ook in Minnemeers te Gent speelde de band luid en snoeihard hun mix van potige southern rock, punk en hard rock. Simpel en rechtdoor ramden ze er ook enkele songs door van de nieuwe plaat die er zit aan te komen. Moet het nog gezegd dat deze songs geen haar anders klinken dan diegene op hun andere platen, maar wel even lekker en stevig de zaal in rolden. Gitariste Ruyter Suys speelde alweer al haar troeven uit, zijnde haar splijtende gitaarsolo’s en een koppel ferme tieten. Frontman Blaine Cartwright zijn bierpens paste volkomen bij de gemene cockrock die hij uit zijn scherpe strot deed loeien. Kortom, Nashville Pussy was hier volledig zichzelf, en dat was waar wij voor gekomen waren.

The Supersuckers noemden zichzelf in alle bescheidenheid ‘The best rock’n’roll band in the world’ maar dat waren ze niet bepaald. Ze begonnen sterk en eindigden ook zeer gedreven, maar hetgeen daar tussenin zat deed de zaal voor de helft leeglopen. Er zat wel meer variatie in The Supersuckers dan in het dichtgeplamuurde geweld van Nashville Pussy daarvoor, maar wat bezielde hen in hemelsnaam om voor meer dan een half uur country songs te gaan spelen. Eentje vonden we wel een leuke afwisseling, maar een half uur ? Een puntig en hard slotkwartier , met ondermeer een sterk “Jailbreak” van Thin Lizzy, kon het optreden niet meer redden maar overtuigde ons wel van het feit dat deze jongens wel degelijk konden rocken. Ze hebben het zelf een beetje om zeep geholpen en zullen daar wel een goede reden voor gehad hebben, hopen we althans voor hen.

Organisatie: Democrazy, Gent

Supersuckers

Supersuckers nog niet de beste rock’n’roll band …

Geschreven door

De Gentse band The Stiffs opende de avond met een mix van rockabilly, hard rock en garagerock. De ervaren rotten die hun sporen verdiend hebben in de Gentse rockscene van ondermeer The Mudgang en Soapstone wisten nog aardig te rocken, getuige enkele ferme covers waaronder een schitterend “Evacuation” van Evan Johns and The H-Bombs en een vet “She got me when she got her dress on” van de machtige Masters Of Reality. Fijne start.

Nashville Pussy heeft niet bepaald de eerste prijs gewonnen voor subtiliteit, hun muziek en sound refereren meer naar tieten en bier dan naar doordachte levenswijsheden. Maar dat weten ze zelf beter als geen ander, want het is hun handelsmerk. Ook in Minnemeers te Gent speelde de band luid en snoeihard hun mix van potige southern rock, punk en hard rock. Simpel en rechtdoor ramden ze er ook enkele songs door van de nieuwe plaat die er zit aan te komen. Moet het nog gezegd dat deze songs geen haar anders klinken dan diegene op hun andere platen, maar wel even lekker en stevig de zaal in rolden. Gitariste Ruyter Suys speelde alweer al haar troeven uit, zijnde haar splijtende gitaarsolo’s en een koppel ferme tieten. Frontman Blaine Cartwright zijn bierpens paste volkomen bij de gemene cockrock die hij uit zijn scherpe strot deed loeien. Kortom, Nashville Pussy was hier volledig zichzelf, en dat was waar wij voor gekomen waren.

The Supersuckers noemden zichzelf in alle bescheidenheid ‘The best rock’n’roll band in the world’ maar dat waren ze niet bepaald. Ze begonnen sterk en eindigden ook zeer gedreven, maar hetgeen daar tussenin zat deed de zaal voor de helft leeglopen. Er zat wel meer variatie in The Supersuckers dan in het dichtgeplamuurde geweld van Nashville Pussy daarvoor, maar wat bezielde hen in hemelsnaam om voor meer dan een half uur country songs te gaan spelen. Eentje vonden we wel een leuke afwisseling, maar een half uur ? Een puntig en hard slotkwartier , met ondermeer een sterk “Jailbreak” van Thin Lizzy, kon het optreden niet meer redden maar overtuigde ons wel van het feit dat deze jongens wel degelijk konden rocken. Ze hebben het zelf een beetje om zeep geholpen en zullen daar wel een goede reden voor gehad hebben, hopen we althans voor hen.

Organisatie: Democrazy, Gent

Kocani Orkestar

Kocani Orkestar tekent als de fanfare in elk dorp

Geschreven door

De Macedonische Brass Balkan band Kocani Orkestar stond grootser dan ooit op het podium. In geen mum van tijd slaagden ze erin hun publiek te laten meeslepen in hun zwierige Oost-Europese traditioneel muziek, Turkse world, latin en westerse pop. Ze zorgden voor een zorgeloos avondje, want we hoorden een wervelende sound van aanstekelijke groove ritmes van accordeon en hobo, de blazersectie van tuba’s en trompetten en tenslotte een opzwepende trom, wat niemand onberoerd liet en inwerkte op de dansspieren. De uitnodigende armbewegingen van de zanger wakkerde de dans nog aan.
Gepassioneerd en vol overgave liet de tienkoppige band hun instrumenten spreken; met hart en ziel speelden ze, tot er geen noot meer kon uitkomen Een groots feest dus…zoals het échte zigeuners betaamt. En ze hadden respect voor elkaar op het podium, want elk bandlid kwam in de schijnwerpers te staan, wat warmte en respect uitstraalde.
Er was een ideaal evenwicht in instrumentals en gezongen nummers, waarbij in de zang duidelijk de Turkse invloeden te horen waren. Ze remden af en toe even af, wat de variatie onderstreepte en het geheel sfeervoller maakte. Naar het eind werd het tempo verhoogd en klonk het ensemble dynamisch en opwindend …als een fanfare ‘on speed’ tijdens een dorpsfeest.
Die zinderende hoempapa zetten ze na hun anderhalf uur durend concert, nog een kwartier verder in de foyer. Ze speelden in de massa, maakte enkele rondjes en hitsten het publiek op. Versterkers waren er niet meer nodig om hun gypsy muziek kracht bij te zetten en elan te geven. Kortom, een ‘night of the gypsies’ het onthouden waard.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

zZz

Running with the beast

Geschreven door

Het Amsterdamse duo Björn Ottenheim (drums) en Daan Schinkel (toetsen) debuteerden drie jaar terug met ‘The sound of zZz’, een intrigerende mix van zompige rock’n’roll, psychedelica en donkere eind ‘70’s wave:elektronica. Een repetitief psychedelisch klinkend orgeltje met een dosis geluidseffecten en een begeesterend bedreven drumspel, ondersteund door een dreigend kreunende, krijsende en galmende zegzang.
De opvolger ‘Running with the beast’, gelinkt aan Van Halens “Running with the …”, klinkt duivels, opwindend, broeierig en opbouwend.
De plaat is breder van opzet en klinkt gevarieerder: hitsige uptempo rock’n’roll, langgerekte zweverige psychedelica, wave, trash/noise en sfeervolle partijen. In Nederland spreekt men van een soort kermisrock’n’roll. Ottenheim slaat kreten of dreunt, kreunt, gilt en bromt z’n teksten af. En Schinkel zorgt voor warm swingende wave/psychedelica: van de snedige titelsong en “Sign of love” naar de rockwave van “Lover”, “Grip”, “Majeur” tot de psychedelische pop  van “Spoil the party” en “The movies”. Of het duo weet je te verleiden op de dansvloer met “Loverboy” of zoekt je op met een intieme slow als “Amanda” en het afsluitende “Islands”.
Deze plaat gaat meer richting Black Mountain, Hawkwind en het oude Monster Magnet; het invloedrijke Suicide van Rev/Vega komt ietwat in de verdrukking te staan.
’Running with the beast’ klinkt minder overdonderend dan hun debuut, maar laat de meter nog steeds overhellen naar een lekker beestig plaatje!

The Cranes

The Cranes

Geschreven door

Voor wie wil weten waar de huidige Nightwish-ers en Within Temptations de mosterd vandaan haalden, moeten we even aankloppen bij dit Brits gezelschap. Het Britse The Cranes, uit Portsmouth, onder Alison en Jim Shaw, debuteerde twintig jaar terug met de EP ‘Inescapable’ en de daaropvolgende cd ‘Wings of joy’. In de beginjaren ‘90 scoorden ze hoog met hun pakkende, melancholische en ontroerende, hartverwarmende zweverige wave gothicpop die een plaatsje kreeg binnen The Cocteau Twins en The Swans (onder de Gira -Jarboe periode). Bepalend in hun geluid zijn de piano/synthi toets, het semi-akoestische gitaargetokkel, de diepe bas en de bezwerende percussie, gedragen door de broze, ijle, hemelse stem van Alison.
Medio de jaren ’90 was hun sound iets breder van opzet maar behielden ze die donker spannende dreiging, nét door het karakteristieke samenspel van akoestische gitaar/piano en stem. Door de jaren klonk hun sprookjesachtige sound minder beklijvend en meer van hetzelfde.
Op deze laatst verschenen titelloze plaat bundelt de groep pop, wave en eherische sounds in innemende, sfeervolle semi-akoestische gitaar- en pianosongs als “Feathers”, “Wires”, “Collecting stones”, “Invisible” en “High & low”. Af en toe klinken ze iets forser en krachtiger door gitaarloops, elektronica en percussie (“Worlds”, “Panorama” en “Move along”); de rode draad van hun lieflijke, dromerige onschuldige sound blijft behouden.
Evenwichtig plaatje van deze broer-zus band, die met de regelmaat van de klok cd’s uitbrengt en gegeerd blijft binnen de gothic/wave/pop.

Iron Fire

To the Grave

Geschreven door

Wie enigszins op de hoogte is van het reilen en zeilen van de Deense band Iron Fire, weet dat de band al 13 jaar garant staat voor enthousiaste Power Metal. De heren zijn niet bang om menige clichés te bevestigen, zo bleek uit de vorige release ‘Blade of Triumph’.
Ook bij deze nieuwe release lijkt men op het eerste zicht de Power Metal clichés niet te onderdrukken. Heldhaftige taferelen sieren de hoes van mijn cd. Bebloede zwaarden worden door één held als overwinningsgebaar omhoog gehouden. Ook bij de eerste luisterbeurt werd het mij al snel duidelijk dat de Denen nog niet van concept veranderd zijn. Openingsnummer “The Beast from the Blackness” raast met een hoge snelheid voorbij, terwijl de heldhaftigheid ervan af druipt.
Op het eerste gehoor lijkt er weinig verschil met ‘Blade of Triumph’, muzikaal worden een aantal mooie passages geserveerd en het enthousiasme van de band zorgt er ondanks alle clichés voor dat het geheel aantrekkelijk blijft om te beluisteren. Critici denken nu wellicht: “Als er dan toch niet veel verschil is met het vorige album, waarom zouden we het dan kopen?”. Terechte opmerking, ook ik had deze gedachten in mijn hoofd bij de eerste luisterbeurt. Na het plaatje echter enkele keren door mijn installatie gejaagd te hebben, begon ik er echter anders over te denken. Iron Fire boekt namelijk nog steeds vooruitgang. De nummers zijn nog beter uitgewerkt, vooral qua sfeer dan. De epische elementen in het album brengen de gewenste sfeer namelijk nog beter over dan bij vorige releases. Het binnenhalen van een tweede gitarist, heeft hier bijgevolg ongetwijfeld zijn nut bewezen. Bovendien varieert dit album meermaals van tempo en worden op onverwachte momenten solo’s naar voor getoverd.
Fans van het genre zullen ongetwijfeld ook het hoge meezinggehalte weten te appreciëren. “Kill for Metal” blijkt hierin een absoluut hoogtepunt te zijn, die live ongetwijfeld zeer enthousiast zal worden onthaald. Op de band en de productie valt absoluut niets aan te merken! De harten van Powermetal liefhebbers zullen smelten bij het horen van de variërende stem van Martin Steene en gitaarliefhebbers zullen ongetwijfeld genieten van het flitsende gitaarwerk.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik mij tegenwoordig steeds minder concentreer op de power metalscene, bands als Iron Fire kunnen mij echter overtuigen om af en toe toch nog eens het genre te verkennen! Wie het genre een warm hart toedraagt kan bijgevolg overgaan tot een blinde aankoop, genot gegarandeerd!

Antony & The Johnsons

Another World EP

Geschreven door

In 2005 brak Antony Hegarty en z’n Johnsons definitief door met ‘I am a bird now’. Een aparte meneer toch (een vrouw in een corpulent mannenlichaam), een aparte zang (zacht – hoog ) en een apart popgeluid (een soort kamerorkest van paino, viool, strijkers en blazers).
Hij werkte al samen met Lou Reed, Rufus Wainwright, Boy George, Devandra Banhart en onlangs nog met Hercules & The Love Affair (remember de dancepop single “Blind”). Hij lijkt wel van alle markten thuis te zijn.
Net vóór het verschijnen van de nieuwe cd ‘The crying light’ verschijnt de ‘Another world’ EP, 5 songs waarvan enkel de titelsong zal terug te vinden zijn op de forthcoming full cd.
Als ‘Atlas’ draagt Antony het leed van de wereld in z’n innemende, emotioneel pakkende songs. Een sober minimale begeleiding en mans bijzondere vocals dragen de songs “Crackagan”, “Sing for me”, “Hope mountain” en de titelsong. Enkel “Shake that devil” klinkt waarlijk duivels door middenin de song een helse tempowisseling te brengen en meer swing in te steken van jazzy loops wat doet denken aan de Shangri-La’s.
Kortom, we horen een tedere, speciale sound van een wonderbaarlijk singer/songschrijver.

Pagina 890 van 963