logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kreator - 25/03...
avatar_ab_14

Tilly & The Wall

0

Geschreven door

Tilly & The Wall is een spring- in-t-veld bandje uit Omaha, Nebraska. Ze zijn al aan hun derde cd  toe en zorgen voor vrolijke, broeierige pop. Het kwintet geeft kleur door pianoriedeltjes, trompetten en xylofoons. Voor de productie stond Mike Mogis in (The Faint, Bright Eyes). In de spotlights staat Jamie Presnall, tapdanseres en zangeres van deze leuke bende. Met haar schreeuwerige vocals sluit ze aan bij de dames van de B 52’s Pierson/Wilson. De band beschikt over de dynamiek en de speelsheid van een Los Campesinos.“Pot Kettle Black”, “Chandelier lake”, “Falling without knowing”, “Tall tell grass” en de xtra track single “Beat control” zijn de AntiDepressiva bij uitstek. Opwindende pop! Soms moet dat écht niet meer zijn …

Obscura

Cosmogenesis

Geschreven door

Het promoblaadje bij het gloednieuwe album van het Duitse Obscura klonk erg veelbelovend. Bij het lezen had ik onmiddellijk de indruk dat deze erg hoge beloften misschien wel moeilijk haalbaar leken. ‘Cosmogenesis’ werd hier namelijk aangekondigd als album dat zal meestrijden voor de titel Beste metalalbum van het jaar en als ‘grondlegger voor een mooie toekomst van de extreme metal’.
Om hierin te slagen omringde zanger/gitarist en oprichter van de band Steffen Kummer zich alvast met ervaren meesters in het vak. In 2007 vulden ex-Necrophagist drummer Hannes Grossmann en ex-Pestilence bassist Thesseling de line-up aan. In 2008 volgde ook Christian Muenzner, voormalig gitarist bij Necrophagist.
In hun poging om de toekomst van de extreme metal mee te kleuren, zorgden ze voor een geslaagde symbiose tussen death, thrash en black metal, gekleurd met een progressieve tint. De virtuositeit waarvan men in de promo brief sprak, zorgt ervoor dat het album een aantal luisterbeurten nodig heeft om volledig tot zijn recht te komen. Zo kwam het openingsnummer “Anticosmic Overload” bij mij aanvankelijk erg chaotisch over. De rest van het album schoof iets vlotter naar binnen. De verklaring hiervoor kan volgens mij gezocht worden in de melodieuzere aanpak. De beukende riffs worden naarmate het album vordert meer afgewisseld met technische passages.
Hoewel deze technische passages het niveau van bands als Dream Theater niet halen, komen ze volgens mij sterker over vanwege het gevoel en de kracht die erin weerklinkt. Vocaal sluit Obscura sterk aan bij bands als Cannibal Corpse. Op bepaalde momenten worden deze vocalen afgewisseld met elektronisch klinkende vocalen die sterk doen denken aan de band Cynic. Op muzikaal vlak zijn duidelijk de logische invloeden te horen van Necrophagist en Pestilence, maar doet het werk ook regelmatig denken aan bands als Atheist en Origin.
Mijn verwachtingen rond dit album waren hoog gespannen en na heel wat luisterbeurten moet ik toegeven dat men erin slaagde deze ook in te vullen. Nummers als “Universe Momentum” en het instrumentale “Orbital Elements” kenmerken het album. De afwisseling in deze nummers vormen het perfecte voorbeeld voor de variëteit die geboden wordt op ‘Cosmogenesis’. De poging om het metalalbum van het jaar af te leveren is alvast geslaagd! De lat voor andere bands is hierbij meteen hoog gelegd.

Port O’Brien

All we could do was sing

Geschreven door

Een tof en interessant debuutplaatje komt van Port O’Brien, letterlijk via een overzetboot ons landje binnengevaren, want achter deze uit Bay Area, Californië afkomstige band, schuilt het folkduo Van Pierszalowski en Cambria Goodwin.
Puike indie/folkpop horen we op het ijzersterke debuut ‘All we could do was sing’, die de sober gehouden EP ‘The wind and the swell’ op volgt. Ze brengen een gevarieerde aanpak en een vrolijke ondertoon in elke song, van de kaal gehouden intimiteit van Bon Iver en Bonnie Prince Billy ( “Fisherman’s son”, “Don’t take my advice” en “Will you be there”) naar de bredere opzet: door een steviger rocktune van Pavement (“Pigeonhold”, “The rooftop song”, “In vino veritas” en “Close the lid”) of de sfeervolle groove van Shearwater en Arcade Fire: “I woke up today” en “Stuck on a boat”.
Port O’Brien staat garant voor een instrumentarium van akoestische gitaren, banjo en violen, luidkeels in koorvorm meegezongen stemmenpracht, uitbundige refreinen en meestampers. Het is de muzikale opzet van het duo.
Handig om weten: HIJ vangt in de zomer zalm op de vissersboot van z’n pa in Alaska en ZIJ bakt thuis brood als tijdverdrijf. Aan land leggen ze hun afzonderlijke ideeën en teksten te samen, wat resulteert in deze overtuigende debuutplaat. Aanstekelijk materiaal dus … en het mag dus meer zijn van deze leuke, nieuwe muziek.

Seasick Steve

It’s all good met Seasick Steve

Geschreven door

Seasick Steve, een laatbloeier en bluesman in hart en nieren, geniet nu met volle teugen van het succes dat hem te beurt valt na zijn legendarische passage bij Jools Holland, zo’n kleine twee jaar geleden. De man maakt handig gebruik van de aloude idee dat de blues moet verkondigd worden door lui die met niks op zak het hele land hebben doorgereisd en daarbij een hoop ellende hebben meegemaakt. In Steve zijn geval is dat ook geen beetje overdreven, hij verliet het ouderlijke huis toen hij veertien was, trok de wilde wereld in en verdiende de kost met allerhande vuile jobs en met gitaar spelen. De titel van zijn laatste plaat luidt niet voor niks ‘Started out with nothing and still got most of it left’. Maar het geluk is aan zijn kant komen staan op zijn ouwe dag. Vroeger speelde hij voor twee man en een paardenkop, nu voor uitverkochte concertzalen. Het kan verkeren. Nochtans is zijn sound geen moer veranderd en speelt hij nog steeds op tot op de draad versleten gitaren. Gewoon geluk gehad. We gunnen het hem.

Naar de AB was ook nog een drummer mee afgezakt die de doorleefde blues en boogie van Steve voorzag van een stevige onderbouw. Seasick Steve begon al direct met vuurwerk in “Thunderbird”, prijsbeest van de laatste plaat, en zette zo de toon voor anderhalf uur potige blues, tot hij eindigde in een climax met de absolute kraker “Dog house boogie”, de motherfucker van een song waarmee de hele hype rond zijn persoon in gang werd gestoken. Wat daar tussenin zat was een aaneenschakeling van venijnige en primitieve roots- en bluessongs met een ziel en met de nodige brokken emotie. Seasick Steve ontpopte zich op het podium tot een ware entertainer die zijn publiek wist te vermaken met tragi-komische verhalen over zijn hond en zijn asshole van een vader.
De man is tevens voorzien van een doorleefde bluesstem en zijn sound leunt nog het dichtst aan bij John Lee Hooker, maar dan iets feller en meer verbeten. Steve’s gitaren (de ene was het inmiddels gekende vehikel met amper drie snaren, de ander een omgebouwde sigarenkist) mochten net iets meer huilen en janken. Met een prachtige lovesong “Walking man” wist Seasick Steve tevens de gevoelige snaar te beroeren, een bevallige jonge dame mocht zelfs even het podium op om vlak naast Steve te komen genieten van deze mooie song.

Anderhalf uur was het publiek, dat lang niet alleen uit bluesliefhebbers bestond, in de ban van deze rasperformer. Of hoe simpele, eerlijke en primitieve rootsmuziek zo een kracht kan uitstralen. Thank you, Steve.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

O’Death

O’Death: overtuigende kroegentocht in de Rotonde!

Geschreven door

Het NY se sympathieke kwintet O’Death overrompelde vorig jaar al op hun éénmalig optreden in de MaZ te Brugge, toen ze de doorbraakcd ‘Head Home’ voorstelden. Een crossover van rauw rammelende rock, country, folk, bluegrass en punk. Ze hadden in hun liveset iets mee van de dynamiek van The Pogues, Kaizers Orchestra, Arcade Fire, The Pixies,The Levellers en Cold War Kids.

Hun songs ondergaan verrassende wendingen, hebben een krachtig gitaargetokkel door banjo/fiddle, zwierige vioolpartijen, een diepe bas en een opzwepende, strakke drums in combinatie met de zalvende werking van een akoestische gitaar. Het lijken wel zeemansliederen in de prairie, die beheerst en heerlijk klinken binnen de vooropgestelde songstructuur, en geleid worden door ‘kapitein van dienst’/zanger/gitarist Greg Jamie (vocaal refererend aan Fleet Foxes/My Mornig Jacket of Band Of Horses), die eerst de zang inzet, de anderen vocaal laat inhaken om dan luidkeels te zingen en te schreeuwen.
Het weirdo vijftal mag misschien over een overdosis energie beschikken door als een bende gekken in ontbloot bovenlijf te headbangen en heen en weer springen. Je slaat de bal mis als je denkt dat we het hier hebben over een stelletje ongeregeld …want da’s nu net hun formule die op het podium aanstekelijk werkt en het geheel opwindend en feestelijk maakt.
We hoorden 17 songs in een goed uur. Een opbouwende start met “Home” , “On an aching sea” en “Adelita” om beetje in de juiste  stemming te komen. Eénmaal ze op dreef waren, gingen ze als een stoomtrein tekeer op het podium, geselden hun instrumenten en zongen en  schreeuwden de longen uit hun lijf met het weirde walsende “Mountain shift”, “Legs to begin” en “That light does not dim”. De drummer liet zich niet onbetuigd: hij porde het publiek aan en zorgde voor een rauwer en meer opzwepend geluid door de mokerslagen op z’n drums en het ranselen van een ketting op de drums, een ton en cimbalen.
O’Death hield het tempo hoog en strak en liet maar eventjes de teugels los op broeierige songs als “Down to rest”, “Lowtide” en “Angeline”. “Allie Mae Reynolds” en “Nathaniel” in de bis breidden er nog een zwierig eind aan hun rondedans en overtuigende kroegentocht in de Rotonde. Doe het hen maar na in dit razendsnelle tempo.

Ze amuseerden zich alvast te pletter en werden succesvol onthaald in de goed halfgevulde Rotonde. Dit smaakte naar meer … een welverdiende wildcard mag weggelegd worden in een nokvolle biertent op Folkdranouter …

Organisatie: Botanique Brussel

Buzzcocks

Geen sleet op 30 jaar Buzzcocks

Geschreven door

Samen The Ramones en The Undertones vormen de Buzzcocks de heilige drievuldigheid van de pretentieloze poppunk: korte puntige songs gebaseerd op onweerstaanbare hooks en teksten over adolescentie en onbereikbare liefdes. Het absolute gloriemoment van deze ongemeen invloedrijke band valt te situeren eind jaren ’70, toen vier lads uit Manchester in amper twee jaar tijd vier monumentale albums inblikten: het messcherpe rechtoe-rechtaan debuut ‘Another Music in a Different Kitchen’ (’78), de meer gelaagde melodieuze opvolger ‘Love Bites’ (’78), het van teenangst doortrokken ‘A Different Kind of Tension’ (’79) en de indrukwekkende verzameling non-album singles ‘Singles Going Steady’ (’79). Eind vorig jaar werden de eerste drie uit dit rijtje in een opgefriste versie opnieuw uitgebracht, en om de release van deze 30-jarige jubileumedities ook live wat luister bij te zetten doorkruisen onze favoriete punkrockers momenteel verschillende Europese landen in kader van hun toepasselijk getitelde ‘Another Bites’ tour. De Buzzcocks staken afgelopen weekend het kanaal over voor twee clubconcerten te Leuven en Gent, waar volgens het intussen beproefde ‘rewind’ recept de eerste twee albums integraal zouden worden voorgesteld.

Na ruim drie decennia mogen originele leden Pete ‘Homosapien’ Shelley en Steve Diggle dan wel flink wat wilde haren zijn kwijtgespeeld, vanaf de onweerstaanbare opener “Fast Cars” lieten de heren er geen twijfel over bestaan dat deze avond meer zou worden dan louter a trip down memory lane. De zaal is halfvol gelopen met dertigers en veertigers die, al dan niet getooid in Ramones, Clash of Vice Squad T-shirts, goedkeurend toezien hoe de groep in ijl tempo de songs uit hun debuut de zaal invuren. Vanaf “Love Battery” zit de vlam er voor het eerst goed in: spontaan worden de eerste pogobewegingen ingezet, een kwak bier vliegt door het luchtruim om vervolgens een zachte landing te maken in de décollete van de verontwaardigde juffrouw naast mij, en tussen de nummers door wordt steeds harder om “Orgasm Addict” verzocht. Yep, that’s the spirit, en de Buzzcocks genieten zichtbaar van dit schouwspel! Frontman Shelley mag dan al ogen als een gezapige grandaddy, toch heeft de tijd weinig vat gehad op zijn neurotische stem. In zijn geest moet punk niet noodzakelijk smerig en slordig klinken, getuige de glasheldere melodieën die menige Buzzcocks classic typeren. Gitarist Diggle lijkt dan weer de tegenpool van Shelley: hij spuwt vrolijk in het rond, lijkt zich meer te concentreren op de eerste rijen van het publiek dan op zijn maats, plukt aan de gitaarsnaren als was hij het jongere broertje van Pete Townshend, en brabbelt zijn ongezouten mening tussen de nummers door. De jachtige Shelley/Diggle composities worden anno 2009 live voortgestuwd door de veel jongere en dus uitstekend geoliede ritmetandem Tony Barker (bas) en Danny Farrant (drums). Op “Moving Away From the Pulsebeat” ontpopte laatstgenoemde zich als een repetitieve drummachine die Animal uit de Muppets zo het nakijken geeft. Het ultrakorte “Boredom”, eigenlijk een verknipte versie van “Fast Cars”, besloot het eerste deel van de set.
Shelley & co deden de geschiedenis alle eer aan door in hun setlist dezelfde volgorde als op de originele platen aan te houden, en dus openden “Real World” en “Ever Fallen in Love” uit ‘Love Bites’ het tweede deel van de set. Dit laatste nummer is inmiddels uitgegroeid tot een punk evergreen, en is tot vervelends toe ook zowat de enige Buzzcocks gem die tot het grote publiek is doorgedrongen. Verschillende andere nummers uit hun tweede album moeten hiervoor echter nauwelijks onderdoen, “Nostalgia” en “Sixteen Again” kun je zelfs radiovriendelijk noemen. Tijdens de afsluitende instrumental “Late for the Train” verlieten de bandleden één voor één het podium en kon de overgebleven Farrant nog eens lekker loos gaan op zijn drumvellen.
Na twee integrale albums in een dik uur kreeg het publiek als toemaatje nog eens de bijna volledige ‘Singles Going Steady’ compilatie geserveerd. Na het obligate en luidkeels meegeschreeuwde “Orgasm Addict” volgde een reeks indrukwekkende non-album singles uit de periode ‘77-‘79: “Whatever Happened To?”, “What Do I Get”, “Love You More”, “Promises”, “Everybody’s Happy Nowadays” en “Oh Shit!”. Diggle besloot met “Harmony In My Head” een set van 32 nummers (!?) in goed anderhalf uur. Net zoals The Stranglers een week terug in de Handelsbeurs bewezen de Buzzcocks hier met overschot van gelijk dat groepen van de eerste punkgeneratie hun vershouddatum bijlange nog niet zijn overschreden. Overjaarse fans en sympathisanten van het genre kunnen dus tegenwoordig zonder schaamte of schroom terug hun “Punk’s not dead” shirt uit de kast te halen...

Ondergetekende arriveerde net in tijd om het tweede voorprogramma nog mee te pikken. In het kielzog van The Van Jets en Black Box Revelation blijken The Curvy Cuties Fanclub verknocht aan stevige rock’n’roll overgoten met een ouderwets doch pittig bluesrock sausje. Niettegenstaande dit piepjonge trio (gemiddelde leeftijd 18 jaar) vorig jaar als overwinnaar van De Beloften uit de bus kwam beschikken deze kerels nog niet over voldoende beklijvende songs om meteen als een grote belofte te worden bestempeld. De groep, onder aanvoering van een zingende drummer, opende nochtans prima met een handvol strakke uppercuts, maar ging daarna stevig de mist in tijdens een aantal onnodig melige tearjerkers. Mijn voorlopige proclamatie luidt dan ook: grote onderscheiding voor speelplezier en podium presence, 2de zit voor inspiratie.

PS Wie nu al (terecht overigens) spijt heeft de ‘Another Bites’ doortocht van de Buzzcocks te hebben gemist ... of gewoonweg de live sfeer vanuit een luie zetel wil opsnuiven zonder het gevaar alcoholische dranken over zich heen te krijgen: de integrale live set van hun optreden in de Amsterdamse Paradiso is te zien via
http://www.fabchannel.com/nl/buzzcocks_concert/2009-02-06

Organisatie: Democrazy, Gent

Woodpigeon

Woodpigeon: Zachtjes kirren aan introductieprijs

Geschreven door

Eind vorig jaar lanceerden de organisatoren van de Botanique een nieuw initiatief onder de noemer ‘New Talents, Cool Prices’. Het doel daarbij was van meet af aan artiesten die aan het begin van hun carrière staan, de kans te geven om in een  professionele omkadering het beste van zichzelf te geven en zich in de kijker te spelen van een nieuwsgierig publiek, mede geruggensteund door het feit dat de toegangsprijs tot een minimum wordt herleid opdat dit geen obstakel mag zijn om de eventuele sterren van morgen aan het werk te zien.

En dat het concept werkt, getuigt de toch wel aardige opkomst voor het concert van het Canadese Woodpigeon afgelopen zondag in de Rotonde van de Botanique. Het  uit Calgary opererende achtkoppige collectief onder leiding van zanger-liedjesschrijver Mark Hamilton, past dan ook perfect in dit plaatje. Hun melodieuze, vaak integere mix van folk en pop nestelt zich namelijk erg goed in een zaal als de Rotonde en behalve enkele EP’s hebben ze tot nu toe twee volwaardige platen, ‘Songbook’ (2006) en ‘Treasury Library Canada’ (2008), op hun actief staan die pas nu hun verspreiding in Europa kennen zodat de groep op het Europese vasteland nog aan een veroveringstocht moet beginnen.

Dit laatste voor ogen houdende, zou je verwachten dat de groep dan ook bij hun concert in Brussel de setlist in de eerste plaats zou samenstellen op basis van deze twee te promoten platen maar dat is dan buiten de eigengereidheid van Woodpigeon gerekend. Ja, via songs als “Songbook / The Sound Of Us Playing Together” en het afsluitende, akoestisch en solo door Mark Hamilton gespeelde “Feedbags” werd geplukt uit ‘Songbook’ en met “Emma Et Hampus”, “I Live A Lot Of Places” en de  tijdens de eerste bisronde gebrachte “Bad News Brown” en “Knock Knock” werd inderdaad een inzage geboden in het zopas gelegde ei ‘Treasury Library Canada’.
Maar voor het overige was het een en al verrassing. Niet alleen ving het concert meteen heel sober aan toen louter de violiste en celliste op het podium verschenen en een versie van “Salut D’Amour”, een klassieke instrumentale compositie van Edward Elgar, brachten, maar onderweg kregen we ook uitstekende versies van nog twee andere – niet voor de hand liggende - covers te horen, namelijk “Joga” (Björk) en “Lay All Your Love On Me” (Abba).
Dit alles werd afgewisseld met het
bijzonder sterke “Oberkampf” uit de EP ‘Houndstooth Europa’ en met nieuw, nog niet op plaat uitgebracht werk als “The Saddest Music In The World”, “As Read In The Pine Bluff Commercial”, “Edinburgh / L’Appelle D’Vide” en “The Pesky Druthers (Parts 1 & 2)”. En dat het daadwerkelijk om nieuw werk ging, liet de groep duidelijk verstaan via de bindteksten of door erg regelmatig naar de partituren te staren.
Door deze stap in het onbekende kreeg het publiek zijn duifje dus niet op een schoteltje aangeboden en genoot het op een rustige manier. Dit kwam vooral tot uiting toen zanger Mark Hamilton polste naar het volkslied van België. Weinig of geen respons kwam uit de zaal en meteen werd ook Canada met de neus op de hier heersende communautaire, politieke verwarring gedrukt. Gelukkig bleef de humor zowel op als voor het podium onaangetast.


Op plaat maakt Woodpigeon vaak gebruik van een uitgebreid arsenaal aan  instrumenten en wordt daarmee in de pers meermaals vergeleken met gelijkgestemden als Sufjan Stevens, Belle And Sebastian of Camera Obscura om er een paar te noemen. Hun passage in Brussel verliep heel wat soberder. Zo was de bezetting herleid tot zes muzikanten en ondanks gebruik van akoestische (slide)gitaar, glockenspiel, piano/synth, viool en cello bleven een aantal instrumenten in hun thuisland staan, met niet in het minst de blaasinstrumenten (op basis waarvan ze vorig jaar nog een tournee met onder meer Calexico konden versieren) en de drums. Dit werd gecompenseerd met veelvuldig ritmisch handgeklap en de prachtige, bij momenten pakkende harmonische samenzang, maar toch had wat meer omkadering de songs en de zachte stem van Mark Hamilton extra kracht en impact kunnen geven. Nu bleef bij sommige nummers de voor Woodpigeon typerende opbouw tot een muzikale climax enigszins uit.
Het concert dat bol stond van de melodie, was lief en hartverwarmend en vormde dan ook een aangenaam avondje uit om een koude, regenachtige zondag te doen vergeten. Dit smaakt naar veel meer en kan tellen als ‘een introductie tot …’ (ondanks twee bisrondes duurde de set net iets meer dan een uurtje).

Omdat de meeste groepsleden ook nog deel uitmaken van andere formaties luidt de vraag hoe de toekomst van Woodpigeon er verder zal uitzien maar gelet op het aantal nieuwe nummers die in de Botanique gebracht werden, lijkt het einde verre van in zicht. Gelukkig maar, want Woodpigeon vraagt zeker uw aandacht om gespot te worden. U hoeft daarvoor geen gepassioneerd ornitholoog te zijn. De groepsnaam heeft namelijk niet zozeer iets te maken met de gelijknamige vogelsoort.  ‘Woodpigeon’ is gewoon een favoriet woord van Mark Hamilton omdat het schuin geschreven, lijkt op een achtbaan.
Dit verduidelijkt zijnde, houdt ondergetekende voor hun album ‘Treasury Library Canada’ nu alvast een plaatsje vrij in het eindejaarslijstje.

Organisatie: Botanique, Brussel.

Helmet

Strakke en afgemeten set van Helmet

Geschreven door

Het gezellige decor van de Gentse Minnemeers fungeerde afgelopen zaterdag als voorlaatste halte van de Europese tournee van Helmet. Deze invloedrijke band werd 20 jaar geleden opgericht in New York door zanger/gitarist Page Hamilton (inmiddels 48), nadat hij uit de noise-rock formatie Band of Susans was gestapt om jazz te studeren. Hij vond zijn inspiratie in bands en artiesten als Sonic Youth, Glenn Branca, Big Black en Killing Joke. Deze sound wilde hij combineren met jazz-achtige invloeden, resultaat hiervan was Helmet. Page werd in de uitverkochte club bijgestaan door dezelfde muzikanten die vorig jaar op Graspop voor één van de hoogtepunten zorgden: Dan Beeman op ritmegitaar, bassist Jon Fuller en drummer Kyle Stevenson.

Het concert werd afgetrapt met het sterke openingstrio “Role model”, “FBLA II” en ”Smart”. Meteen werd duidelijk dat de stop 'n go riffs en hypnotiserende staccatoritmes nog altijd hun effect niet misten. Het felle “Ironhead” en pompende “Unwound” volgden in sneltempo. De gitaarsolo's van deze meester bleken nog altijd uit duizenden herkenbaar, zeer straf! Met knappe vertolkingen van “Exactly what you wanted”, “It's easy to get bored with”, “Birth defect” en “Driving nowhere” werd hun vergeten meesterwerk 'Aftertaste' in de schijnwerpers geplaatst.
Page gaf een ontspannen indruk en sloeg sporadisch een praatje met het publiek. Hij was zichtbaar onder de indruk van de respons. Het rauwe “Swallowing everything” en het energieke ”Street crab” passeerden daarna de revue. Publieksfavorieten “Unsung”, “Wilma’s rainbow”, “Milquetoaste” en ”In the meantime” blijven moordsongs en deden de temperatuur nog wat stijgen. Standaardalbums als 'Meantime' en 'Betty' mogen dan ook niet ontbreken bij elke zichzelf respecterende rockliefhebber. Ook de classic “Just another vicitim” van de Judgement Night-soundtrack ontbrak niet. Dit is een song waar iedere dertiger wel eens uit de bol is op gegaan, onverslijtbaar spul!
Hekkensluiters van deze overtuigende set waren het monolitische “Tic” en het gortdroge “On your way down”. Enig minpunt was dat de vocals van Page Hamilton niet meer zo boos en krachtig klonken als tijdens hun hoogdagen in de '90's, maar dat was vonden de aanwezigen een kleine domper op de feestvreugde!
Sterke performance van deze alternatieve metalhelden. Much respect!!! Voor de diehard fans: dit jaar zou er nog nieuw werk verschijnen, ik kijk er alvast naar uit.

Supportact Totimoshi (gekke naam trouwens) uit Oakland, USA is een totaal onbekende voor de meesten van ons. Het trio, opgericht in '97, heeft reeds 4 albums op hun naam staan. Ze brachten een mix van alternatieve rock, grunge, punk en metal. Invloeden van Nirvana, Dinosaur Jr, Melvins, Mudhoney en Black Sabbath drongen door in hun sound. Spijtig genoeg was hun songmateriaal kwalitatief niet bijzonder hoogstaand en vrij inwisselbaar en sloeg de verveling nogal snel toe.  Ook het monotone en trage tempo en irritante, schreeuwerige zanggeluid kon ons maar matig overtuigen. De muzikale kwaliteiten werden ons niet duidelijk. Hier was nog werk aan de winkel!

Opener van de avond was het Leuvense kwartet The Sedan Vault die hun tweede album 'Vanguard' kwamen promoten. Ook zij werden maar lauw ontvangen. Toch was dit een prima mengeling van indierock, emo, punk, progrock en electronica. Referenties naar The Mars Volta en At the Drive-in waren hoorbaar, maar ook echo's van The Blood Brothers, Sparta en Thrice klonken door. Dit was duidelijk geen hapklare brok muziek. De hoge vocalen, complexe songstructuren, onverwachte wendingen en elektronische effecten vergden een grote inspanning van de concertganger. Dit was geen spek voor ieders bek! Toch zijn we overtuigd van hun muzikale kwaliteiten en vonden we dit beslist de moeite waard!

Organisatie: Democrazy, Gent

Spinvis

Respect voor de vindingrijkheid van Spinvis (solo)

Geschreven door

Spinvis is het muzikale project van de liedjes- en woordenkunstenaar Erik de Jong, die op 41 jarige leeftijd debuteerde in 2002 met ‘Spinvis’: herfstige, melancholische, sfeervolle, dromerige en intieme Neder(pop)landstalige songs. Moderne kleinkunst van een spitsvondig schrijverstalent, die goochelt met klanken en met woordjes en zinnetjes in z’n teksten. Al drie cd’s heeft hij ondertussen uit, want naast ‘Spinvis’ verschenen ‘Dagen van gras en dagen van stro’ en in 2007 ‘Goochelaars en Geesten’.

De Jong wil met deze -solo-clubtournee aan z’n fans tonen hoe hij z’n songs helemaal thuis alleen in elkaar steekt, knutselt en componeert. We waren alvast onder de indruk van de man als multi-instrumentalist en samplekunstenaar. Een arsenaal aan instrumenten op het podium, alsof hij met een heuse begeleidingsband voor de dag zou komen, vooraf opgenomen lofi geluidjes en ingespeelde stukjes, en op het moment zelf laag per laag gearrangeerde sounds, liet hij door z’n laptop afspelen.
Achter hem stonden drie kleine videoschermen, waarop getekende figuren, alledaagse gebeurtenissen en de ingespeelde stukken van z’n begeleidingsband of van hemzelf te zien en te horen waren. Deze aanpak kwam ideaal tot z’n recht in de Kleine Zaal van de Arenberg. Een broeierig , intiem sfeertje waar componist, kleinkunstenaar en z’n publiek met elkaar verbonden zijn.
De in maatpak en met das geklede veertiger toonde z’n geluidskunst in telkens een set van een vijftigtal minuten. Z’n akoestisch en elektrisch gitaarspel stond voorop, maar probleemloos stapte hij over naar minimale drums, een pocket vibrafoon, toetsen en harmonica of liet die versmelten met z’n voorgeprogrammeerde sounds op PC.
Hij ontpopte zich als een gesofistikeerde Boudewijn De Groot. Het ingetogen, innemende “Kindje van God” opende, “Ik wil alleen maar zwemmen” en het nieuwe “De grote zon” waren sober, net als de bekendste single “Voor ik vergeet”, dat gedragen werd door een snaarinstrument. “Wespen op de appeltaart”, die ergens middenin de set zat, was de meeste directe popsong. “Op het voordeel van Video” toonde hij z’n eerste ware gelaat in die samplekunst, wat in het eerste deel verder aan bod kwam met de radiohitjes “Aan de oevers van de tijd” en “Bagagedrager”, die een forsere beat meekregen.
De klemtoon kwam op een beeldrijk, dromerig en filmisch sfeertje in het tweede deel, wat tevens ook donkerder, gevoeliger en persoonlijker van aard was: de fijne gitaarloop op “De ogen van de bruid”, een minimaal geluid op het eerbetoon aan een overleden vriend die zelfmoord pleegde, het poppareltje “Ronnie gaat naar huis” en tenslotte de bevreemdende muziekkunst (diverse geluidjes en soundscapes) met grote K op o.a “Kus me dan, en bijt m’n tong af”: een repeterende sound, lekker groovende, soms neurotische, knisperende elektronica en beats of een rockende Spinvis.
Hij was onder de indruk van het warme onthaal en na lang aandringen speelde hij heel intiem, sober en kwetsbaar de titelsong van z’n laatste plaat.

Spinvis solo: een heerlijk overtuigende, weemoedige trip van mans spectrum en breikunst van geluid en woord.

De 16 jarige Jasper Erkens is telkens mee op de clubtournee van de Jong. Een leeftijdsverschil van dertig jaar, waarbij hij wel de zoon kon wezen van deze Nederlandse samplekunstenaar. Vorig jaar nog behaalde hij terecht een tweede plaats op de Humo’s Rock Rally. Een talentrijk singer/songwriter die attent, gevat en sympathiek uit de hoek kwam en boordevol verhaal was over z’n tot stand gekomen sfeervolle , dromerige ‘on the road’ akoestische gitaarsongs over verliefdheden, doordrongen van z’n heldere, doorleefde vocals (op die leeftijd!).
Binnenkort verschijnt z’n debuut. Gretig enthousiast stelde hij een handvol songs voor, waaronder de huidige single “Waiting like a dog”. De obligate Gnarls Barkley cover “Crazy” liet hij terzijde, maar geen nood, hij beschikte over voldoende puik materiaal, wat ons halsreikend doet uitkijken naar het debuut.

Organisatie: Arenbergschouwburg, Antwerpen

Jasper Erkens

Veelbelovend artiest

Geschreven door

De 16 jarige Jasper Erkens is telkens mee op de clubtournee van de Jong. Een leeftijdsverschil van dertig jaar, waarbij hij wel de zoon kon wezen van deze Nederlandse samplekunstenaar. Vorig jaar nog behaalde hij terecht een tweede plaats op de Humo’s Rock Rally. Een talentrijk singer/songwriter die attent, gevat en sympathiek uit de hoek kwam en boordevol verhaal was over z’n tot stand gekomen sfeervolle , dromerige ‘on the road’ akoestische gitaarsongs over verliefdheden, doordrongen van z’n heldere, doorleefde vocals (op die leeftijd!).
Binnenkort verschijnt z’n debuut. Gretig enthousiast stelde hij een handvol songs voor, waaronder de huidige single “Waiting like a dog”. De obligate Gnarls Barkley cover “Crazy” liet hij terzijde, maar geen nood, hij beschikte over voldoende puik materiaal, wat ons halsreikend doet uitkijken naar het debuut.

Spinvis is het muzikale project van de liedjes- en woordenkunstenaar Erik de Jong, die op 41 jarige leeftijd debuteerde in 2002 met ‘Spinvis’: herfstige, melancholische, sfeervolle, dromerige en intieme Neder(pop)landstalige songs. Moderne kleinkunst van een spitsvondig schrijverstalent, die goochelt met klanken en met woordjes en zinnetjes in z’n teksten. Al drie cd’s heeft hij ondertussen uit, want naast ‘Spinvis’ verschenen ‘Dagen van gras en dagen van stro’ en in 2007 ‘Goochelaars en Geesten’.

De Jong wil met deze -solo-clubtournee aan z’n fans tonen hoe hij z’n songs helemaal thuis alleen in elkaar steekt, knutselt en componeert. We waren alvast onder de indruk van de man als multi-instrumentalist en samplekunstenaar. Een arsenaal aan instrumenten op het podium, alsof hij met een heuse begeleidingsband voor de dag zou komen, vooraf opgenomen lofi geluidjes en ingespeelde stukjes, en op het moment zelf laag per laag gearrangeerde sounds, liet hij door z’n laptop afspelen.
Achter hem stonden drie kleine videoschermen, waarop getekende figuren, alledaagse gebeurtenissen en de ingespeelde stukken van z’n begeleidingsband of van hemzelf te zien en te horen waren. Deze aanpak kwam ideaal tot z’n recht in de Kleine Zaal van de Arenberg. Een broeierig , intiem sfeertje waar componist, kleinkunstenaar en z’n publiek met elkaar verbonden zijn.
De in maatpak en met das geklede veertiger toonde z’n geluidskunst in telkens een set van een vijftigtal minuten. Z’n akoestisch en elektrisch gitaarspel stond voorop, maar probleemloos stapte hij over naar minimale drums, een pocket vibrafoon, toetsen en harmonica of liet die versmelten met z’n voorgeprogrammeerde sounds op PC.
Hij ontpopte zich als een gesofistikeerde Boudewijn De Groot. Het ingetogen, innemende “Kindje van God” opende, “Ik wil alleen maar zwemmen” en het nieuwe “De grote zon” waren sober, net als de bekendste single “Voor ik vergeet”, dat gedragen werd door een snaarinstrument. “Wespen op de appeltaart”, die ergens middenin de set zat, was de meeste directe popsong. “Op het voordeel van Video” toonde hij z’n eerste ware gelaat in die samplekunst, wat in het eerste deel verder aan bod kwam met de radiohitjes “Aan de oevers van de tijd” en “Bagagedrager”, die een forsere beat meekregen.
De klemtoon kwam op een beeldrijk, dromerig en filmisch sfeertje in het tweede deel, wat tevens ook donkerder, gevoeliger en persoonlijker van aard was: de fijne gitaarloop op “De ogen van de bruid”, een minimaal geluid op het eerbetoon aan een overleden vriend die zelfmoord pleegde, het poppareltje “Ronnie gaat naar huis” en tenslotte de bevreemdende muziekkunst (diverse geluidjes en soundscapes) met grote K op o.a “Kus me dan, en bijt m’n tong af”: een repeterende sound, lekker groovende, soms neurotische, knisperende elektronica en beats of een rockende Spinvis.
Hij was onder de indruk van het warme onthaal en na lang aandringen speelde hij heel intiem, sober en kwetsbaar de titelsong van z’n laatste plaat.

Spinvis solo: een heerlijk overtuigende, weemoedige trip van mans spectrum en breikunst van geluid en woord.

Organisatie: Arenbergschouwburg, Antwerpen

Pagina 888 van 963