logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_14
Gavin Friday - ...

The Residents

The Residents present The Bunny Boy

Geschreven door

Het illustere gezelschap The Residents uit San Francisco slagen er na 35 jaar nog steeds in een unieke combinatie te bieden van avantgarde, experiment, avontuur en theater. Ze blijven anoniem, weerhouden interviews en verschijnen gemaskeerd naar hun fans. De voornaamste bekendheid verwierven ze in de jaren ‘80 met hun ‘grote-oogbol-masker’ met hoed, en met platen als ‘Eskimo’, ‘The Commercial Album’, ‘Mark of the Mole’, ‘13 th Anniversary Show’ en de ‘Kaw Liga’ EP’s.
Vijf jaar terug waren we op de afspraak in de Botanique voor hun ‘Demons dance alone’ performance. ‘The Bunny Boy’ is het nieuwe, prachtige concept van absurd theater en muziek.
Hun muziek wordt gekenmerkt door een snerpende gitaarriff, ontregeld elektronisch vernuft en bleeps, gestoorde en vervormde drumritmes en psychedelische synthiloops, zoekende naar een subtielere melodie.
’The Bunny Boy’ is het verhaal - in twee delen - van een krankzinnige man, de verteller Bunny Boy, die z’n vermiste broer Harvey opspoort. Via emails, videoprojects en You Tube filmpjes krijgen we een beeld van de broer, die in z’n succesvolle carrière en geslaagd privé-leven eensklaps alles kwijt geraakt, faalt en van de aardbol verdwijnt …althans zo denken we via Bunny Boy. Het lijkt wel een Twin Peaks verhaal – van ‘Who killed Amanda Palmer’.
The Residents zelf zijn gekleed in een gekostumeerd gala bunnypak en lichtende oogjes op z’n broertjes Hartnoll van Orbital, die langs één kant staan opgesteld in een soort iglo tent. De verteller is een verstrooide professor/kluizenaar lookalike, ziet er onverzorgd uit, heeft een doek over zich, hinkt over het podium, maakt vreemde bewegingen en danspassen en heeft een huiveringwekkende stem die het concept meer luguber maakt. In het tweede deel zien we hem in een roos konijnenpak en horen we apocalyptische wendingen in z’n verhaal.
We onderstrepen het verwarrende verhaal en de ongrijpbaar dreigende, onheilspellende en bevreemdende sound, gegoten in 2x 45 minuten sterk samenspel van onze Residents leden en Bunny Boy’s krachtige stem en zang.

Organisatie: Het Depot, Leuven

Wovenhand

Woven Hand “Hallelujah”!

Geschreven door

Als voorprogramma kregen de vroege vogels Birch Book geserveerd. Na een ingetogen start waarbij bas, drums en een Spaanse gitaar nauwelijks boven het geroezemoes van de zaal uitstegen, schakelde men tijdens het tweede nummer een klein tandje bij door ook een achtergrondzangeres op het voorplan te laten treden. Vaak hoorden we echo’s van David Bowie, de zanger van Birch Book (B. Eirth) beschikt immers over de stem en de typische frasering waarvan we tot gisteravond meenden dat enkel de Thin White Duke de rechtmatige eigenaar was. Ook muzikaal klonk het alsof we in het tijdperk van Ziggy Stardust vertoefden. De regelmatig opduikende mondharmonica riep dan weer reminiscenties op aan de jonge Dylan en de jonge Young (om het eens met een pleonasme te zeggen).
Birch Book blijkt dus een paar decennia te laat geboren maar daar waren we niet rouwig om want we mochten genieten van een set die ons drie kwartier onderdompelde in de goede oude tijd. Echt ouderwets mag B. Eirth echter niet genoemd worden want enerzijds is hij een volwaardig lid van hetgeen tegenwoordig de ‘free’ neofolk-beweging genoemd wordt en anderzijds is zijn uiterlijk als baardloze Jezus volledig conform de meest moderne afdrukken van de lijkwade van Turijn.

Hetgeen ons naadloos bij de hoofdact bracht want zoals algemeen geweten speelt de vader van Jezus een belangrijke rol in het leven en de muziek van David Eugene Edwards. “Kicking Bird” betekende de aftrap van een zeer degelijk optreden waarin voornamelijk de songs van het recente “Ten Stones” aan bod kwamen. Voorganger “Mosaic” was met 4 nummers (waaronder “Deerskin Doll” in de bis-ronde) ook ruim vertegenwoordigd. Tot grote vreugde van het uitverkochte Depot bracht Edwards na een half uur reeds solo een 16 Horsepower-nummer (“Splinters” uit ‘Secret South’). Nadien was het weer alle hens aan dek voor nummers als “Thin Finger”, “Dirty Blue” en “Winter Shaker”.
Naast de gebruikelijke bezetenheid die de frontman van Woven Hand aan de dag legde, maakte hij even gewoontegetrouw gebruik van een ruim instrumentarium. Nu en dan werd er naar de banjo gegrepen en in het als bis gebrachte “American Wheeze” (eveneens uit de 16HP-dagen) kwam zelfs de accordeon er aan te pas.
Tussen de reguliere set (die ongeveer 75 minuten in beslag nam) en de bisronde schalden opzwepende zulu-geluiden door de boxen. Voorts klonk Edwards af en toe als een van God vervulde priester terwijl we ook vaak het gevoel kregen alsof we vertoefden in de buurt van een minaret waarin een Allah aanroepende Arabier zijn keel aan het kwellen was.

Het weze duidelijk dat dit alles aanstekelijk werkte waardoor we als luisteraar regelmatig in hogere sferen vertoefden, een genot dat extra bekrachtigd werd door de ontspannen houding die men in de comfortabele zetels van Het Depot kan aannemen. Beschikten alle zalen trouwens maar over zo’n inrichting, het zou het leven van de oud en kreupel wordende concertgangers - wiens spier- en beenderenstelsel al te vaak op de proef gesteld wordt - veel aangenamer maken. Niet dat we complete leeghangers zijn want bijvoorbeeld een optreden van het niveau dat Woven Hand haalde, verdient het om met meer dan één staande ovatie beloond te worden. Ons enthousiasme was zelfs zodanig groot dat we het over een religieuze boeg dierven te gooien bij het kernachtig samenvatten van de avond: “Hallelujah”!

Organisatie: Depot, Leuven

Valgeir Sigurdsson

Valgeir Sigurdsson: letterlijk wegzakken in pluche zetels

Geschreven door

Het water viel met bakken uit de hemel boven Kortrijk. Het was eigenlijk geen weer om buiten te komen, maar toch waren we naar Kortrijk afgezakt. Toen de Kinepolis naar de rand van Kortrijk verhuisde, kwam het voormalige Pentascoop cinemacomplex leeg te staan. Gelukkig heeft men in het kader van de stadsvernieuwing dit complex omgebouwd tot een cultureel centrum. En zo konden we lekker wegzakken in de rode pluche cinema zetels voor Valgeir Sigurđsson, ikv één van de dagen Next International Arts Festival.

Valgeir Sigurđsson, bracht vorig jaar zijn debuut album uit; ‘Ekvilibrium’, waarop onder meer Will Oldham (aka Bonnie Prince Billy) meezong. De man heeft echter al meer sporen verdiend als producer: zo is hij de man achter de sound van Bjork, Sigur Ros & Mum. Valgeir had twee dames meegenomen, en een rist van instrumenten. Daarnaast werd het podium verfraaid met kerstlampen en een oranje paddestoellamp. Het zou duidelijk een sfeervolle avond worden. De set werd ingezet op piano, begeleid door cello en fagot. Toch wel verrassend hoe hier klassieke instrumenten gepaard gingen met de laptop elektronica: zo wisselden desolate soundscapes af met een heel klassieke instrumentatie. Je stond er werkelijk van te kijken hoe streepjes accordeon, kerkbelletjes, paukenslagen en elektronica gesmeed werden tot hele clevere songs: hier zag je de hand van een meesterproducer.
In de nummers die passeerden, herkenden we onder meer “A symmetry”, “Focal point”, “Equilibrium is restored” en “Lungs for Merrilee”.
Het publiek had zich duidelijk laten beïnvloeden door de setting van de cinemazaal; het was dan ook muisstil en enkel tussen de nummers kwam er voorzichtig applaus. Ook Valgeir liet zich van zijn meest Scandinavische kant zien; heel timide, en als er dan al eens een woord uitkwam moest hij er wel heel erg over nadenken. Het werd grappig toen hij bijna over de draden van zijn elektrische piano struikelde en de kerstlampjes vast kwamen te zitten in de kabels van zijn instrumenten. De man kon er gelukkig ook mee lachen.

Conclusie: een hartverwarmende en intrigerende sound van een rasproducer die in deze intieme setting sterk voor de dag kwam.

Ook het voorprogramma, Wixel, wist te overtuigen. Dit Belgisch viertal, twee jongens en twee meisjes, brengen ook elektronische soundscapes aangevuld met instrumenten. De aanpak gaat echter meer in de richting van de postrock en de folktronica; traditionele rock instrumenten werden gepaard aan laptop loops. Bij momenten deed het mij aan een instrumentale versie van The Postal Service denken. Opnieuw een sterk Belgisch debuut. 2008 is echt een grand-cru jaar geweest voor beginnende Belgische bandjes…waaronder we deze Wixel mogen rekenen …

Organisatie: De Kreun, Kortrijk

The Dodos

Band met potentieel, The Dodos

Geschreven door

Het uit San Francisco afkomstige duo The Dodos kregen in de zomer de verdiende respons op hun tweede plaat ‘Visiter’ en hun optreden in de Chateau van Pukkelpop. Deze verdienste had z’n weerslag op een goed gevulde VK voor dit beloftevolle duo Meric Long (zang/gitaar) en Logan Kroeber (zang/drums), live aangevuld met de derde man, Joe Haener op vibrafoon, klokkenspel en ‘vuilbak’percussie.

Het trio kon moeiteloos overstappen van nerveuze, gejaagde, opzwepende ritmes en onverwachtse wendingen naar lieflijke, meeslepende subtiliteit, en gingen van een kaal, rauw, rammelend geluid naar een sfeervolle intimiteit door het gitaargetokkel op akoestische gitaar/dobro en het aanstekelijke en intrigerende drumwerk, kleur gegeven door materiaal van Haener. Ze speelden een avontuurlijk warm geluid in een zompige, freakende oase van bluesrock, americana, folkelektronica en psychedelica, onder de onvaste, zweverige zang van Meric.
Een broeierig, spannend geheel, waarbij het trio en verve in slaagde het publiek in hun greep te houden, mede door hun spelplezier en enthousiasme.
De groep droeg de freefolk van Banhart en Tunng, het songwriterschap van de onvolprezen Elliott Smith, de ingetogen sfeer van Bon Iver/Iron & Wine, de bluesrock’n’roll atttitude van The Black Keys en de Zeppelins Page’s en Lift to Experiences soli in het hart.
De groep speelde bezwerende en gedreven versies van “Red & Purple”, “Fools, “Joe’s Waltz”, “Paint the rust”, “The season” en “Jodi”, die opbouwend en intens klonken, heerlijke wendingen hadden en uiterst genietbaar waren. Of het mocht intiemer zijn als op “Winter”, “Park song” en “Undeclared”.
De songs stonden bol van creativiteit in het gitaarspel, het slagwerk en in de subtiele geluidjes, die op het eind in een prachtige jam en apotheose uitmondden, waarbij de heren van Jennifer Gentle een handje toestaken met voetstampers en percussieslagen van de podiumvloer tot de microfoons.

Als we spreken over een band met potentieel, dan mogen we in 2008 zeker het sympathieke Dodos niet vergeten. De klinkers en medeklinkers van hun groepsnaam zijn zeker op hun plaats. Te onthouden.

Ook het tweetal van Jennifer Gentle leek de moeite waard. Ze legden in het eerste deel van de set de klemtoon op retropsychedelica, terwijl ze in het tweede deel rauwer en noisier klonken en hielden van overstuurde ritmes in hun materiaal. En ook zij kregen op het eind hulp van twee Dodo leden op percussie. Opmerkelijk was de zang van Marco Fasolo, die bij momenten erg hoog kon uithalen. Alvast een mooie kennismaking …

Organisatie: VK, Sint-Jans Molenbeek

The Rascals

The Rascals onderscheidde zich van de doorsnee koele Britse mentaliteit

Geschreven door

Een divers publiek was aanwezig in een bijna volle Trix om de beloftevolle band The Rascals van Miles Kane aan het werk te zien : heel wat jong volk, Oasis’ lookalikes en de doorwinterde concertgangers.
The Rascals worden meteen gelinkt aan het ander, meer populaire Arctic Monkeys (van Alex Turner). Het Britse trio uit Wirral bij Liverpool heeft nog maar een paar maand z’n debuut uit, ‘Rascalize’, en laveert ergens tussen The Beatles, The Walker Brothers, de ‘90’s Oasis/Blur Britpop en de huidige postpunk, waaronder hun dikke vrienden Arctic Monkeys.

De vergelijkingen met het nevenproject van Kane (en Turner),The Last Shadow Puppets, ligt nog het meest voor de hand en na het optreden werd het me overduidelijk dat Kane de drijvende kracht is van het project, dat ons nog in oktober overrompelde, want in de gevarieerde composities van The Rascals hoorden we onderhuids die ‘60’s rock’n’roll, spaghetti western sounds en ‘007’ soundtracks, gedragen door de warme stem van Kane, met een typisch (niet storend) Brits accentje.
Trouwens, bij Kane was er geen sprake van die Britse ‘coole’ en afstandelijke houding; hij kon entertainen en onderhield een nauwe band met z’n publiek. Wat onwennig misschien, maar uiterst aangenaam! En de sympathieke uitstraling, de overgave en het spelplezier van alle drie, anderhalf uur lang, droop er van af! Z’n spitsbroeder Turner kan er zeker iets van leren.
Na de instrumentale westernopener ging het trio er meteen stevig tegenaan met snedige uptempo’s van “Out of dreams” en “Bond girl”. Kane werd in deze nummers geconfronteerd met elektriciteit aan z’n microfoon. Het leek wel op een grap maar het euvel werd deskundig, professioneel en losjesweg aangepakt en verholpen.
We hoorden vervolgens een sterk op elkaar ingespeelde band van hun melodieus aanstekelijke en avontuurlijke gitaarpop, die subtiel, rauw, energiek en fris was: een broeierig, spannend, scherp en intens gitaarspel, een diep dreunende bas en een harde, opzwepende drums. Het trio stak er vaart in en toonde aan dat ze over klasse songs beschikten: bedreven versies van “People watching”, “I’d be lying to you” en “Better in the shadows”, een aan Last Shadow Puppets refererend “freakbeat phantom”, “Does your husband know that you’re on the run” en “Fear invcted into the perfect stranger”, en er waren de sfeervol opbouwende ballads als “How do I end this” en “Stockings into suit”. Binnen hun Brits popgevoel zorgden The Rascals voor elk wat wils.
De groep eindigde heel sterk met “I’ll give you sympathy” en een uitgesponnen freaky, stevig en noisy “Is it too late”, waarin een Joy Division tune sluimerde. Het trio had het duidelijk naar hun zin, genoot van de respons en gooide er als toegift John Lennon’s “Instant karma” tegenaan, met het meezingbare freefolky refrein “We all shine on”.

Het optreden van The Rascals beklijfde. Ze speelden een uiterst onderhouden set, gaspelden hun songs niet af en klonken op geen enkel moment rommelig; kortom op diverse vlakken onderscheidden ze zich van doorsnee koele Britse mentaliteit …op hun accent na, wat we er maar bijnamen.

Een bizarre combinatie vormden the Rascals met de support act Something Sally. Freakende soulpop die deed denken aan het ‘80’s Nederlandse Time Bandits en Spargo, een opgefokt hyperkinetisch Delavega en het enthousiasme had van een Alphabeat. Wat een ‘positieve vibe’! De zangeres Sally beschikte net als Joss Stone over een helder pakkende soulstem. Vorig jaar zaten ze nog in het voorprogramma van Stone. De gasten speelden een bruisende party, maar zouden het er beter vanaf gebracht hebben met andere artiesten. Ondanks alles, werden ze warm onthaald.

Organisatie: Trix, Antwerpen

Secret Machines

Secret Machines

Geschreven door

Het Texaanse trio Secret Machines uit Dallas heeft alweer een behoorlijke indruk gemaakt met de nieuwe titelloze cd, die een bezwerende trip bevat van indierock, progrock en ‘70’s psychedelica. De plaat telt acht songs van meeslepende, fijnzinnige en hypnotiserende ritmes, massieve orkestraties en een meer directe, strakkere aanpak. De spannende dreiging, de onverwachtse wendingen en een gevatte dosis avontuur behouden ze. De space trip van “Have I run out” en het afsluitende “The fire is waiting” zinderen na; “The walls are starting to crack” zetten je even op het verkeerde been, want na een ingetogen eerste deel horen we een compleet bizar geschift experimenteel tussenstuk. Of je hoort de aangename bezwerende songs “Atomic heels” en “Last believer, drop dead”. Tenslotte zijn ze niet vies van een luchtiger ”Underneath the concrete”.
Secret Machines is een band die de kaart trekt van Emotie en van een subtiele, verbeten, avontuurlijke en gewaagde sound; elementjes Bowie/Tin Machine/Butthole Surfers worden aangehaald en ze onderscheiden zich van geestesgenoten Aereogramme en Oceansize.

Bonnie Prince Billy

Is it the sea?

Geschreven door

De getalenteeerde bebaarde bard Will Oldham, Bonnie ‘Prince’ Billy, uit Louisville, Kentucky bracht met de Schotse drummer Alex Neilson en de Keltische musici van Harem Scarem de americana en (Keltische) folk samen onder één dak. Inderdaad, wat ze samen brengen van materiaal van Oldham en enkele traditionals als “Molly Bawn”, is indrukwekkend mooi. De songs hebben een broeierige opbouw en klinken sfeervol door een melancholische ondertoon; de violen, melodica en backgroundvocals van de vrouwen van Harem Scarem geven een warme kleur. De songs zijn live opgenomen te Edinburgh. Het is momenteel de derde live plaat, na de eerder verschenen ‘Summer in the southeast’ (05 ) en ‘Wilding in the West’, in het voorjaar verschenen. In het eerste deel van de cd zit er alvast meer vaart in met songs als “Minor place”, “Arise therefore”, “Birch ballard” en “Molly Bawn”. Het tweede deel benadert de intieme, ingetogen schoonheid van Oldham’s materiaal als “Ain’t you wealthy, ain’t you wise?”, “My home is the sea” en de titelsong van de cd.
’Is it the sea?’ is een opmerkelijk samenwerkingsverband en is een overtuigende liveplaat; een sterk staaltje in het uitgebreide oeuvre van onze intimistische excentrieke singer/songwriter.

MGMT

Oracular Spectacular

Geschreven door

Eén van de meest hippe bands van het afgelopen jaar zijn MGMT geworden. Het gezelschap rond het Amerikaanse duo Ben Goldwasser/Andrew Vanwyngaerden heeft als muzikale driehoek geestesverruimende pop, rock’n’roll en dancepsychedelica. Hun kleurrijke pop klinkt melig, dromerig, zweverig, lieflijk en onschuldig. Hun muzikale visie is er eentje van peace, love and …, samenhorigheid, jong zijn, dartelende veulens en de bloemetjes en de bijtjes. ‘Oracular Spectacular biedt enkele stomende songs als “Time to pretend”, “The electric feel” en het dansbare “Kids”, die samen met de broeierige en sfeervolle “Weekend wars, “Of moons, birds & monsters” en “The youth” sterk overtuigen. Maar daarmee is het vat dan ook af van het beloftevolle Management. “4th Dimensial transition”, “Pieces of what”, “The handshake” en “Future reflections” klinken nagenoeg flets en stuurloos.
’Oracular Spectacular’ biedt Muzikale Grootsheid, samengevat in een handvol kwalitatief spannende, pittige, gedreven originele ‘70’s retropsychedelica nummers, die de band ergens brengen tussen oudjes Pink Floyd, Pavlov’s Dog, Hawkwind, Bowie, The Doors en jongere bands als Flaming Lips, Mercury Rev en Ozric Tentacles.

Bible Of The Devil

Freedom Metal

Geschreven door

In oktober leverde het schitterende underground label een nieuw werkje af. Dit onder de vorm van Bible of the Devil ’s vijfde langspeler. Het werkje van deze voor mij compleet onbekende groep, kreeg bij z’n geboorte de titel ‘Freedom Metal’ mee.
Bij aanvang van het album weerklinkt reeds in het openingsnummer “Hijack the Night” het bevrijdende gevoel… Het up-tempo muzikale spel van de lang-baardige figuren, die Bible of the Devil vertegenwoordigen, klinkt namelijk erg enthousiast en opzwepend. Hierbij houdt de band het midden tussen stevige hardrock (voornamelijk vocaal) en een goede pot  80’s Heavy Metal, waarbij ik meermaals moet denken aan de collega’s van Slough Feg bij hetzelfde label.
Ook bij “Night Oath” en “Womanize” tapt uit hetzelfde vaatje waarbij tussen de power-riffs door, enkele frivole gitaarriffs en solo’s passeren. Aanvankelijk is het nog wat aanpassen aan de wat ongewoon klinkende stem van zanger/gitarist Mark Hoffman, maar na enkele luisterbeurten begon ik hier anders over te denken. Eindelijk nog eens een band met een zanger waarvan je na een tijdje niet denkt: “Hmm dit moet ik ondertussen al 1000 keer gehoord hebben”. Al bij al komen de zanglijnen van Hoffman bijgevolg het album ten goede!
Met “Heat Feeler” biedt de band iets over de helft een rustpunt aan op het album. Of de heren van Bible of the Devil fan zijn van het magistrale The Rolling Stones weet ik niet, maar bij dit nummer moet ik meermaals denken aan de geniale eenvoud van “Paint it Black”. Al klinkt “Heat Feeler” een stuk opgewekter. De distortion wordt in dit nummer voor een groot deel achterwege gelaten. Pas naar het einde toe vliegt men er weer stevig in, om vervolgens uit te monden in een melodieuze solo. Hiermee bereikt het album naar mijn mening één van zijn hoogtepunten.
Met “Ol’ Girl” en “Greek Fire” bewandelt men wat meer het pad van de melodieuze hardrock, waarbij men zich hoogstwaarschijnlijk liet beïnvloeden door Thin Lizzy. Het opzwepende geluid van Bible of the Devil doet vermoeden dat men live heel wat volk actief krijgt. De live-reputatie spreekt dit ook niet tegen. Men heeft maar liefst 500 optredens achter de rug in 10 jaar tijd. Dat ze er nog steeds in hebben, laten ze blijken met het nummer “500 More”.

Mooi zo! Nu maar hopen dat één van deze 500 optredens ook in onze buurt mag vallen! Het duurde even voor ik overtuigd was van dit album. Ondertussen ben ik er al zeker van! Cruz del Sur heeft een oog en vooral oor voor talenten uit de underground scene. Dit heeft men met de release van ‘Freedom Metal’ nogmaals bewezen. Het grote publiek zal men waarschijnlijk niet trekken, maar voor wie een eigenzinnige mengeling van Slough Feg met Thin Lizzy aantrekkelijk klinkt kan ik enkel aanraden deze plaat een aantal toeren te gunnen in de platenspeler!

Squarepusher

De Atari attitude van Squarepusher

Geschreven door

Een uitverkochte Vooruit mocht de aanwezigheid verwelkomen van het eerste Belgische concert van Squarepusher en deze man heeft blijkbaar een niet te onderschatten fanbase in België. Afgaande op het publiek van tech-heads, rastafarians en alternatieve rockers spreekt Squarepusher een breed palet muziekliefhebbers met een zin voor avontuur aan. Het gaf een wel apart sfeertje, met zware dubmuziek tijdens de pauzes en een overal merkbare wietgeur.

Nathan Fake werd toch alweer enkele jaren geleden binnengehaald als het nieuwe godenkind in de progressive, dankzij een aantal singles op het Border Community label van James Holden. Zijn etherische nummers werden erg goed onthaald door de progressive-gemeenschap, wat op Ten Days Off 2005 resulteerde in een op zijn kop staand café van de Vooruit bij “The Sky Was Pink”. Zijn eerste full-LP was een verrassend rustig album, enkel bruikbaar voor de huiskamer en niet zo echt voor de meeste dansvloeren. Ondertussen is de nog altijd maar 24-jarige Fake blijkbaar beginnen experimenteren met verstoorde beats bovenop zijn al gekende sound. Dit heet tegenwoordig een live, hoewel dit bij een DJ visueel nu ook niet zoveel voorstelt. In ieder geval moet gezegd dat het in het begin niet echt werkte. Je hoorde verschillende beats die hij uit zijn computer tevoorschijn wist te halen, maar een begin van songstructuur viel er toch niet in te ontwaren. Tegen het einde van zijn uurtje was er wel beterschap, toen hij koos voor dromerige geluidslandschappen, die nu stilaan de gelegenheid kregen auditief volledig tot hun recht te komen. Fake is een nog jonge artiest met potentieel, maar voorlopig komt het er nog niet volledig uit.

Daarna was het voor de eerste keer op Belgische bodem de beurt aan Squarepusher, de schuilnaam voor Tom Jenkinson, iemand die ondertussen al een respectabele biografie bijeen geschreven en geproducet heeft. Zijn mix van jungle-ritmes en ontspoorde, door de mangel gehaalde jazz-invloeden geven een resultaat dat, laten we het nu maar eerlijk toegeven, niet altijd licht verteerbaar is. Hij wordt altijd een beetje in de hoek van de experimentele elektronica gestopt, met gasten als Autechre en Aphex Twin, maar hij kiest de laatste tijd voluit voor een zeker live erg agressieve sound, die dichter bij de experimenten van pakweg Atari Teenage Riot liggen. Songstructuren zijn er niet in te herkennen en het gaat dan ook eerder om de live-ervaring, die nog eens benadrukt werd door vrij gestoorde visuals in de beste Pacman-traditie. Het heeft absoluut punk-attitude en dat vond het in trance mee knikkende publiek blijkbaar ook, getuige het enthousiaste applaus. En zelfs ik kon daar zo rond twaalven, na een zwaar weekend en met een werkweek voor de boeg mee instemmen.

Organisatie: Democrazy, Gent


Pagina 895 van 963