logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_07
avatar_ab_08

Mariee Sioux

In de voetsporen van haar grote folkdames

Geschreven door

Een heel interessant avondje vormde het duo concert van Mariee Sioux en Syd Matters; ze kregen elk een uur de kans om hun muzikale formule van dromerige, herfstige pop met een folky/psychedelische inslag voor te stellen.

De 23 jarige folky singer/songschrijfster Mariee Sioux uit Nevada City, met de lange zwart krullende haren over haar schouders, was al op het Domino festival te zien als support van Alele Diane. Zij maakt deel uit van de vernieuwende (free)folkscene en onderstreepte haar Sioux’ verbondenheid (van de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika btw) in haar materiaal. De songs van haar debuut ‘Faces in the rock’ werden warm onthaald. Het zijn innemende, ingetogen folky popsongs, tussen droom en nostalgie, bepaald door haar hemels hoge zweverige (praat)zang en een spaarzaam emotievol akoestisch gitaargetokkel. De minimale inkleding zorgde voor een adembenemende, heerlijke live trip. Ze was onder de indruk van het aandachtig luisterende publiek, wat maakte dat ze een gretig setje speelde. Ze koesterde de enthousiaste reacties van het publiek in het zaaltje van de Bota, waar ze een tweede keer optrad. Ze trakteerde ons zelfs op een moeilijk herkenbare Cure cover "Love song". Na dit optreden zijn we het erover eens: Mariee Sioux gaat haar grote folkdames Alele Diane, Jana Hunter en Joanna Newson achterna. Respect!

Het uit Parijs afkomstige Syd Matters, onder songschrijver Jonathan Morali, scoorde al hoge ogen tijdens les Nuits Bota toen ze hun derde cd ‘Ghost days’ voorstelden. Ze bereikten vooral onze Franstalige vrienden. In Vlaanderen heeft het kwintet nog maar weinig armslag. Toch moeten we even over de taal- en landsgrens durven kijken en stilstaan om deze band te (willen) ontdekken. De groep put uit de semi-akoestische scène van Donovan, Belle & Sebastian, Loney, dear, Sufjan Stevens en Elbow: meeslepende songs met een hoog (semi-) akoestisch gehalte, gedragen door een stemmenpracht. Kleurrijke toetsen bieden een psychedelica inslag. Kwalitatieve schoonheid dus! Tja, niet voor niks haalden ze Syd Barrett aan van Pink Floyd in hun groepsnaam!
Op het Dourfestival wist de Franse band me te intrigeren door een goed uur lang het publiek te beklijven met hun subtiel uitgewerkte fijne popsong.
Het ingetogen “Everything else” vatte de set aan: akoestisch toongezet, die dan door de volledige band mooi werd opgebouwd door aanzwellende gitaren, toetsen, drums en de op elkaar afgestemde vocals. De daaropvolgende nummers “Cloudflakes” en “Obstalcles” lagen in het verlengde en waren door toetsen en dwarsfluit een regelrechte ‘70’s retrotrip, met een knipoog naar Devandra Banhart. Op “It’s a nickname” kon de toetsenist loos gaan binnen het muzikaal concept van de band, en het sferische “Louise /my lover” had een Elbow bombast gehalte. Ze beheersten en wisselden moeiteloos van instrument. En ze hielden zich niet in om de pedaaleffects in te drukken; we hoorden een steviger “Anytime now” en het gekende “Me & my horses” werd een retropsychedelische trip, met onverwachtse wendingen, handclapping en een snedig, noisy einde.
Een ontroerende “Untitled”, een ingetogen “To all of you” en een krachtig uitgesponnen “Bones” besloten definitief de overtuigende set.
Syd Matters is een Franse band die zich duidelijk weet te onderscheiden van de doorsnee (armoedige) Franse poprock.

Organisatie: Botanique, Brussel

Syd Matters

Syd Matters: Franse band die de doorsnee Franse rock overtroeft!

Geschreven door

Een heel interessant avondje vormde het duo concert van Mariee Sioux en Syd Matters; ze kregen elk een uur de kans om hun muzikale formule van dromerige, herfstige pop met een folky/psychedelische inslag voor te stellen.

Het uit Parijs afkomstige Syd Matters, onder songschrijver Jonathan Morali, scoorde al hoge ogen tijdens les Nuits Bota toen ze hun derde cd ‘Ghost days’ voorstelden. Ze bereikten vooral onze Franstalige vrienden. In Vlaanderen heeft het kwintet nog maar weinig armslag. Toch moeten we even over de taal- en landsgrens durven kijken en stilstaan om deze band te (willen) ontdekken. De groep put uit de semi-akoestische scène van Donovan, Belle & Sebastian, Loney, dear, Sufjan Stevens en Elbow: meeslepende songs met een hoog (semi-) akoestisch gehalte, gedragen door een stemmenpracht. Kleurrijke toetsen bieden een psychedelica inslag. Kwalitatieve schoonheid dus! Tja, niet voor niks haalden ze Syd Barrett aan van Pink Floyd in hun groepsnaam!
Op het Dourfestival wist de Franse band me te intrigeren door een goed uur lang het publiek te beklijven met hun subtiel uitgewerkte fijne popsong.
Het ingetogen “Everything else” vatte de set aan: akoestisch toongezet, die dan door de volledige band mooi werd opgebouwd door aanzwellende gitaren, toetsen, drums en de op elkaar afgestemde vocals. De daaropvolgende nummers “Cloudflakes” en “Obstalcles” lagen in het verlengde en waren door toetsen en dwarsfluit een regelrechte ‘70’s retrotrip, met een knipoog naar Devandra Banhart. Op “It’s a nickname” kon de toetsenist loos gaan binnen het muzikaal concept van de band, en het sferische “Louise /my lover” had een Elbow bombast gehalte. Ze beheersten en wisselden moeiteloos van instrument. En ze hielden zich niet in om de pedaaleffects in te drukken; we hoorden een steviger “Anytime now” en het gekende “Me & my horses” werd een retropsychedelische trip, met onverwachtse wendingen, handclapping en een snedig, noisy einde.
Een ontroerende “Untitled”, een ingetogen “To all of you” en een krachtig uitgesponnen “Bones” besloten definitief de overtuigende set.
Syd Matters is een Franse band die zich duidelijk weet te onderscheiden van de doorsnee (armoedige) Franse poprock.

De 23 jarige folky singer/songschrijfster Mariee Sioux uit Nevada City, met de lange zwart krullende haren over haar schouders, was al op het Domino festival te zien als support van Alele Diane. Zij maakt deel uit van de vernieuwende (free)folkscene en onderstreepte haar Sioux’ verbondenheid (van de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika btw) in haar materiaal. De songs van haar debuut ‘Faces in the rock’ werden warm onthaald. Het zijn innemende, ingetogen folky popsongs, tussen droom en nostalgie, bepaald door haar hemels hoge zweverige (praat)zang en een spaarzaam emotievol akoestisch gitaargetokkel. De minimale inkleding zorgde voor een adembenemende, heerlijke live trip. Ze was onder de indruk van het aandachtig luisterende publiek, wat maakte dat ze een gretig setje speelde. Ze koesterde de enthousiaste reacties van het publiek in het zaaltje van de Bota, waar ze een tweede keer optrad. Ze trakteerde ons zelfs op een moeilijk herkenbare Cure cover "Love song". Na dit optreden zijn we het erover eens: Mariee Sioux gaat haar grote folkdames Alele Diane, Jana Hunter en Joanna Newson achterna. Respect!

Organisatie: Botanique, Brussel

Living Colour

Living Colour, hard en virtuoos

Geschreven door

We herinneren ons nog levendig de twee schitterende passages van Living Colour tijdens hun hoogdagen begin jaren negentig in de Brielpoort te Deinze (toen nog een voorname zaal in Belgisch rockland, nu zo goed als gedegradeerd tot ontmoetingsplaats voor gepensioneerde kaarterclubs). Zelfs  één maal brachten zij als support act Rage Against The Machine mee, een band die nadien veel groter zou worden, maar daarom niet beter, helemaal niet (ook niet mis, wel veel beperkter). Living Colour hun mix van funk en metal was toen helemaal in en zorgde voor onvergetelijke kolkende concerten.

Dinsdagavond in de Brusselse Botanique was het dus een aangenaam weerzien met deze sympathieke zwarte rockers en al meteen bleek dat de power immer aanwezig is en dat Living Colour op een podium nog steeds gloeiend heet is. Naarmate de jaren gevorderd zijn moeten we meer en meer constateren dat de heren stuk voor stuk verbluffende muzikanten zijn en dit kwamen ze in Brussel nog eens duidelijk in de verf zetten. De groep kwam in de Botanique verduiveld hard en snedig uit de hoek en er zat een behoorlijke dosis kennis en virtuositeit in de geniale chaos. Er werd geput uit de drie klassiekers ‘Vivid’, ‘Time’s up’ en ‘Stain’. Vooral de hardere songs daaruit werden met klasse en vuur vertolkt. Bassist Doug Wimbish, drummer William Callhoun en de wonderlijke gitarist Vernon Reid hebben er inmiddels allemaal enkele solo cd’s opzitten, platen die zich eerder situeren in jazzmilieus, funkmiddens en world music kringen, geen millionsellers dus, maar wel uitstapjes waar ze uitgebreid hun muzikale genialiteit konden bijschaven. Het was er aan te horen dinsdagavond, de veelal keiharde songs waren voorzien van een ongeziene virtuositeit. Even ging Living Colour toch een beetje te ver, de drumsolo van meer dan tien minuten getuigde inderdaad van pure klasse maar was er toch wel een beetje over, al is dit detailkritiek.
Naast de klasse van Reid, Wimbish en Callhoun was er ook nog eens de soulvolle stem van Cory Glover die er voor zorgde dat dit hier een uitmuntend concert was. Razende versies van “Elvis is dead”, “Type” , “This little pig”, “Pride” en “Time’s up” wisselden af met die zeldzame momenten waarin even wat gas werd teruggenomen als “Glamour boys” en “Bi”. Prijsbeesten als “Cult of personality” en “Love rears its ugly head” deden op het eind de boel helemaal ontploffen samen met een loeiharde interpretatie van The Clash hun “Should I stay or should I go”.
Tussen al die schitterende songs van indertijd heeft de band ons ook laten kennismaken met materiaal van een nieuw album dat er zit aan te komen en, het moet gezegd, dit klonk veelbelovend. De nieuwe songs waren minder snel en hevig maar hadden een welgeplaatste groove en konden ons meer dan bekoren.

Twee volle uren hebben de heren ons weten te overspoelen met hun felle mix van rock, metal, soul en funk. Het was in een flits voorbij, dit heb je dan met geweldige concerten.

Organisatie: Botanique, Brussel

AC/DC

Black Ice

Geschreven door

Na acht jaar heeft AC/DC eindelijk weer eens een nieuwe plaat gemaakt. En wat voor eentje!
Ik ben eigenlijk nooit een grote fan van AC/DC geweest en heb dus ook nauwelijks een volledig album beluisterd. Maar ik heb me toch gewaagd aan dit nieuwe werkje, getiteld ‘Black Ice’.
Black Ice klinkt zoals een album als ‘Back In Black’, wat veel fans wel zullen appreciëren. De heren van AC/DC mogen dan wel een paar jaartjes ouder zijn, ze kunnen nog steeds rocken zoals het hoort!
Luister maar naar nummers als “Rock ’N Roll Train” en “Big Jack”, wat mijn twee favorieten van het album zijn. Veel nummers op het album dringen vreemd genoeg maar door na meerdere luisterbeurten. Dan pas ontdek je hoe goed deze plaat eigenlijk is. Elk nummer heeft wel iets te bieden. Van fillers is er niet echt sprake.
Ik ga er niet veel woorden meer aan vuil maken. Of je nu een fan van AC/DC bent of niet, geef dit album een kans en zet het volume zeker hoog genoeg. Zo horen de buren ook nog eens iets goeds!

Patti Smith & Kevin Shields

The Coral Sea

Geschreven door

Een paar jaar terug vonden Patti Smith en Kevin Shields elkaar voor een merkwaardige samenwerking. Smith leest, declameert en zingt af en toe een poëtische voordracht, terwijl Shields geïmproviseerde gitaarklanken speelt en de pedaaleffects soms indrukt.
’The Coral Sea’ is geen makkelijke kost: de indringende, dwingende gitaarsound van Shields en de beeldenrijke spoken words van Smith.
Het geheel klinkt huiveringwekkend en beklijvend. Sommige lange stukken eindigen apocalyptisch. Het is een dubbele live uitvoering uit 2005 en 2006, die nu op plaat is gezet en een ode vormt aan de aan AIDS bezweken bevriende fotograaf van Patti, Robert Mapplethorne.
Voor Kevin Shields was het de aanzet om terug de draad op te nemen, want hij stond intussen in voor de productie van werk van Dinosaur Jr en ging op tournee met z’n oude indienoise (=‘shoegazer’) band My Bloody Valentine, totnutoe enkel in de UK. We kijken er nog steeds naar uit dat de band de oversteek wil maken om hier als vanouds enkele optredens te spelen.
’The Coral Sea’ is een apart stukje poëtische avantgarde!

I Forward Russia

Life Processes

Geschreven door

Het Britse I Forward Russia trad een paar jaar terug in de voetsporen van Bloc Party met hun arty postpunk: strakke en scherpe gitaren, een groovend pompend (electro)beatje en de hoge vocals van Tom Woodhead. Het kwartet onderstreept een gevarieerde,  avontuurlijke aanpak, brengt onverwachtse wendingen aan en beschikt over een ideeënrijkdom met een poppy ondertoon. Maar de band verkreeg maar een matige respons op hun debuut en live optredens.
De tweede cd ‘Life Processes’ bevat opnieuw die muzikale creativiteit van postpunk, Britpop en synthi. In het eerste deel klinkt de elektronica door met songs als  “Welcome to the moment (the rest of your life)”, “We are grey matter” en “A prospector can dream”. Vervolgens is er sprake van een dynamisch rockend kwartet en zijn ze eerder een opwindende en optimistische versie van I LikeTrains, zoals op “Don’t reinvent what you don’t understand” en “Gravity & heat”. Op het afsluitende “Spanish Triangles” benaderen ze het best deze band en Elbow door de slepende melodie, het gitaarspel en de meerkorige zang. “Some buildings” en “Breaking standing” op hun beurt zijn opbouwend en geven een fris, sprankelende indruk. Op het intieme “Fosbury in discontent” was het net alsof Amanda Palmer van The Dresden Dolls op piano langskwam.
”Life Processes” is een overtuigende plaat en mag hopelijk de weg vrijmaken voor het succes waar I Forward Russia recht op heeft.

White Williams

Smoke

Geschreven door

White Williams is de band rondom Joe Williams uit Cleveland. Als jonge snaak ooit begonnen als drummer, stoeide hij intussen met computer, laptop en toetsen, wat hem uiteindelijk bracht tot de huidige indiepop.
We horen op het debuut frisse en dromerige pop, aanstekelijke melodietjes, sfeervolle, zalvende dansbare beats, dwarrelende geluidjes en experimentjes, met een vleugje nostalgie. Williams brengt bands als Hot Chip, Vampire Weekend, The Rapture en The Klaxons samen met een retro T-Rex. Leuke nostalgie met eigentijdse ritmes dus.
Hij heeft met z’n band een leuk en prettig in het gehoor liggend debuut uit. “Headlines”, “In the club”, “The shadow “en “Route to Palm” zijn veelbelovende poppy songs, die Williams de kans moeten bieden door te breken!

Kampfar

Heimgang

Geschreven door

De Noorse band Mock, opgericht door “Dolk” (zanger) wierp in 1994 de handdoek in de ring. Dolk besloot een nieuw project te starten en nodigde “Thomas” (gitaar) uit in zijn repetitieruimte om de gitaarlijnen van het nummer “Kampfar” in te spelen. Na wat jammen bleek de combinatie tussen de klassieke folkgeïnspireerde achtergrond van “Thomas” en de Black Metal interesses van “Dolk” (zanger) aan te slaan bij de band. Hierdoor besloot men verder te gaan onder de naam Kampfar en het pad van de Pagan Folk Metal te bewandelen. Later vervoegden drummer “II13” en bassist “Jon Bakker” de line-up. Tot op heden is deze ongewijzigd gebleven.

Folk Metal hoor je mij zeggen, waarschijnlijk beginnen een aantal onder jullie nu al te vrezen voor overactieve riedeltjes met violen en fluiten. Vrees niet de folkinvloeden beperken zich enkel tot het gitaarspel van Thomas, die op subtiele wijze zijn achtergrond weet te verwerken in de rauwe melodische Black Metal van Kampfar. Waar de gitaarlijnen toch eens wat vrolijker overkomen, worden ze meteen dichtgesnoerd door de smerige grunts van “Dolk”. Een voorbeeld hiervan vinden we terug in het prachtige “Dodens Vee”, waarmee men volgens mij de topper van dit album leverde.
Maar lang niet alle gitaarlijnen klinken even vrolijk. Op het nummer “Antvort” bijvoorbeeld krijgen we eerder wanhopig klinkende riffs voorgeschoteld, die doen denken aan het betere Doom-nummer maar dan wel op driedubbele snelheid gespeeld. Ook de perfect getimede drumpartijen zorgen voor een extra kracht in het nummer en variëren sterk naarmate het nummer vordert.
Met 4 langspelers en 2 EP’s in 14 jaar tijd is Kampfar absoluut niet de meest productieve band. Maar afgaand op de kwaliteit die het Noorse gezelschap levert, kunnen we vermoeden dat ze zeker niet stilzitten tussen twee albums. Kwaliteit primeert blijkbaar en zo hoort het! De ervaring druipt dan ook van dit album af. De nummers zitten sterk inéén, het album loopt over van de variatie en verfrissende ideeën en de productie staat als een huis. Positieve punten troef dus, terwijl er amper negatieve punten te bemerken zijn.
De echte Black Metal liefhebber zal deze plaat wellicht iets te melodisch vinden, maar de gewone Metal liefhebber die al eens graag het zwaardere genre verkent zonder naar het extreme te grijpen, zal met ‘Heimgang’ mooie tijden beleven.

Lightning Bolt

Lightning Bolt breekt nieuw record

Geschreven door

Daniel Higgs uit Baltimore is als solo artiest een ouwe rot in het vak die reeds 25 jaar op zijn actief staan heeft, en hij ziet er ook zo uit. Higgs is vooral gekend als zanger van de post-punk band Lungfish, dat onder hetzelfde Dischord label van o.a. Fugazi, Joe Lally en Jawbox, sedert de jaren ’80 de wereld onveilig maakt. Sologewijs gooit Higgs het over een rustigere boeg.
Gewapend met zijn 5-snarige banjo en mondharp bracht Higgs in de living van het knusse én met open haard verwarmde Scheld’Apen, op een sterk verhalend wijze zijn psychedelisch klinkende folksongs, die met een weinige fantasie zo uit de Ierse grond konden getrokken worden. Qua uiterlijk heeft Higgs wat weg van Steve Wold alias Seasick Steve, en trok hij al zingend een zodanig expressieve muil dat het leek alsof hij van op de ‘Brug des Doods uit Monthy Python and the Holy Grail’ gezellig naar het podium geschoten werd. Drinkend van zijn tasje thee voelde Higgs zich duidelijk op zijn gemak, en het publiek luisterde dan ook aandachtig naar wat deze lyrische bard te vertellen had. Higgs speelde folk met zijn ziel, en stond qua stijl in schel contrast met de noise van Lightning Bolt, wat hem misschien des te meer geschikt maakte als opwarmer van wat ons straks te wachten stond.

Lightning Bolt uit Providance, Rhode Island bestaat uit Brian Chippendale op drum/zang en Brian Gibson op bas. Met zo’n familienamen kan men in het leven toch moeilijk mislukken nietwaar? Lightning Bolt speelt uiterst agressieve experimentele noise rock op z’n rauwst, groeide in een kleine tien jaar uit tot een ware cultband en is in het underground leven een ware rage, mede door de memorabele stijl die het duo hanteert bij hun live acts. De Brian’s weigeren steevast om op een podium te pronken, maar verkiezen om tussen het publiek te spelen. Het publiek staat hierbij in guerrillastijl rondom de band opeengepakt en zodoende onderging men in Antwerpen een nieuw Belgisch noise-bombardementen record.
Na het solo optreden van Higgs liep het café van het Scheld’Apen leeg, en het opstellen van de gear van Lightning Bolt bleef maar op zich wachten. Enkele trappisten later konden we niet anders dan de menigte volgen en liepen we, verrast en vol verstomming, langs het modderpad door de achtertuin naar het schurencomplex dat het Scheld’Apen van De Petrol afscheidt. Eén voor één werd het publiek binnen gelaten in een grote schuur, waar in het midden van het steengruis het materiaal van de band op enkele planken opgesteld stond. Een indrukwekkende muur van zowel bas- als gitaarkasten stond als een fort achter het duo, dat met hun fluorescerende stickers ingepakte bas en krammiekelig drumstel een pokkeluid, hyperagressief en dynamisch opzwepende set gaf.
Brian Gibson zijn bass sound werd vnl. getypeerd door het (ver boven de concertnorm) hoge aantal decibels, waarbij hij fel experimenteerde met het snel aan en uitslaan van diverse voetpedalen (distortions, octaver, delay, whammy) die in diverse combinaties de gewenste sound bracht. Experimenteren was duidelijk wat de groep dreef, en naast een ongewone bas stemming én besnaring (met 2 banjosnaren!), speelde drummer Chippendale met een stoffen hoofdmasker dat zijn microfoonelement tussen zijn lippen hielp fixeren. In chronologie met het hypersnelle drumritme schreeuwde en krijste Chippendale onverstaanbare kreten die klonken als messteken doorheen hun enorme wall of sound. Het was dan ook niet verwonderlijk dat de menigte, althans degenen die vòòr de kastenmuur stonden, volledig uit zijn dak ging, rond zich heen stampte, trok en stagedivede alsof er nooit iets anders bestaan had. Gibson bespeelde zijn instrument en sound op een meesterlijke wijze, en had te allen tijde de controle over de feedback en noise die hij als een golf over zijn Van Halen-achtig virtuoos basspel liet waaien. Ook Chippendale speelde de pannen van het dak en drumde niet enkel met zijn stokken en armen, maar met zijn hele lijf, dat daverde alsof hij in een snelgroeiend nest van dodelijke poskok slangen aan het hakken was.
Na een set van anderhalf uur excessief hard en wild motten kon zijn lichaam zelfs niet meer registreren wat te voelen en vroeg hij de menigte of het nu warm of koud was in de schuur, en besloot dan maar om zonder aarzelen een pilletje dat iemand uit het publiek hem aanbood, naar binnen te slikken.

Lightning Bolt speelde een memorabele show en degenen die erbij waren zullen dit niet al te gauw vergeten. Ze klonken als een losgeslagen duo uit een psychiatrische instelling en sleepten het publiek mee in de dynamiek van hun sound. Discussiëren over de kwaliteit leek bij deze show overbodig. Enkel het al dan niet kunnen genieten van deze guerrilla noise en de vraag of er nog een grens te overschrijden viel waren bedenkingen die Lightning Bolt ons met een glimlachende mond vol tanden en met verstomming achterliet. Deze show was er eentje om op te hangen in de kelders van onze hersenen.

Organisatie: Scheld’Apen, Antwerpen

Swell

Heerlijk wegdromen op de tunes van Swell

Geschreven door

Het uit San Francisco afkomstige Swell onder David Freel is al bijna 20 jaar bezig en is een goed bewaard geheim binnen het indie circuit, samen met American Music Club, Red House Painters, en zoals iemand terecht zei Arab Strap (dankjewel dus).
De groep zweert trouw bij sfeerschepping, melancholie en sfeerschepping. Een boeiend broeierig en dromerig geluid.
Onlangs verscheen ‘South of the rain and snow’, dat klinkt als de oude plaatjes ‘41’ en ‘Too many days without thinking’. Maar eigenlijk brengen ze al jaren dezelfde plaat uit. Het zijn sober gehouden songs door het akoestische gitaargetokkel, niet al te dwingende ritmes, een krachtiger klinkende (slide)gitaar, die daar doorheen snijdt, en een bezwerende drums, omfloerst door synth/soundscapes. Songs met een repetitieve slepende en hypnotiserende opbouw, die zich langzaam van je meester maakt, onder die zachte, grauwe zanglijn van Freel.

Het trio speelde een onderkoelde set en liet zich leiden door de rustig, voortkabbelende soms zwoele songmelodie. De nieuwe songs “Trouble loves you” en “Good, good, good” openden de set. En op die manier ging het rustig verder, zonder echte ups & downs, maar waar vervaarlijk verveling kon toeslaan. Middenin de set waren het vooral het sfeervolle “What I always wanted” en het opbouwende “Sunshine everyday”, toevallig beiden uit ’97, die het meeste respons verkregen. Het intieme nieuwe “Saved by summer” mocht na een goed uur de set besluiten. Ze speelden nog twee overtuigende songs in de bis, een lang uitgesponnen “Bridgette, you love me” en titelsong van de nieuwe cd ‘South of the rain & snow’. Freel en de zijnen bedankten voorzichtig hun publiek. Tot een volgende keer dan maar, binnen een paar jaar!

Ook het uit Los Angeles afkomstige Radar Bros kreeg ruim de tijd om hun sfeervolle ingetogen indie americanasongs voor te stellen. ‘Auditorium’ is hun recentste plaat, waaruit ze rijkelijk putten: een sferisch klanktapijt, voortsjokkende ritmes en de warme stem van zanger/componist/gitarist Putnam. Fijngevoelige en heerlijk wegdromende muziek, die af en toe iets forser klonk, maar net als bij Swell schuilt de factor voorspelbaarheid en verveling om de hoek.

De Cactus Club kon op geen beter tijdstip als de zondagavond deze twee bands programmeren. Goed gevonden.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Pagina 899 van 963