logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Stereolab

Wolf Parade

Een heerlijk en hecht klinkend Wolf Parade

Geschreven door

Twee volwaardige bands, Wolf Parade en Madensuyu, stonden op dezelfde avond geprogrammeerd in een goed halfvolle Grand Mix. We zagen twee ontdekkingen, die meer dan verdiend mogen doorbreken. Verbazend toch hoe de belangstelling kan verschillen, nét over de grens.

Het Canadese Wolf Parade wordt ingehaald als één van de beloftevolle bands. Het virtuoze duo van de band, Spencer Krug en Dan Boeckner, zijn in allerlei projecten actief, waaronder Frog Eyes, Sunset Rubdown en Handsome Furs, en in vijf jaar tijd hebben ze onder hun eigen Wolf Parade al twee opmerkelijke platen uit ‘Apologies to the Queens Mary’ (‘05) en ‘At Mount Zoomer’. De groep laveert ergens tussen Arcade Fire, Broken Social Scene, Postal Service, Fiery Furnaces, Spoon en Built to Spill.

Het kwartet uit Montréal nam de plaat in de ‘Petite Eglise’-studio te Quebec op, de kerk waar Arcade Fire terecht kon voor hun ‘Neon bible’. Wolf Parade liet de bombast en het theatrale op het achterplan en koos voor een meer hoekige, directe indierock aanpak.
Live trokken ze de lijn door. Af en toe klonken ze gewaagder, intenser en emotievoller door de grillige en avontuurlijke wendingen, zonder in te boeten aan een sterke melodielijn. De toetsen gaven kleur. Een afwisselende en een goed op elkaar afgestemde zang (wat een overeenkomst in de zangstijl trouwens) zorgde voor een overtuigende set van songs als “Soldier’s gun”, “Grounds for divorce”, “Fine young cannibals” en “I’ll believe in anything”. Bondig en to the point. Ze brachten ons onder de indruk op Llanguage city”, “California dreamer” en “Kissing the beehive”, die op verbluffende wijze de set besloot. Progrock schuilde om de hoek en iemand brabbelde naast mij over Spock’s Beard, wat ik terecht kon beamen …Deze songs werden als een rockopera geïnterpreteerd: mooi uitgesponnen, meeslepend, broeierig, dromerig en rauw.

Wolf Parade creëerde een spannende sound met hun back-to-basics instrumenten en toetsen. Een hecht klinkende band, die heerlijke wendingen bood aan hun materiaal, en zich duidelijk binnen de indiestyle onderscheidde.

Twee volwaardige bands zei ik …Het Gentse Madensuyu kon een klein uur optreden, en liet hun net verschenen tweede cd los aan het Franse (en deels West Vlaamse) publiek. ‘D Is Done’ volgt ‘A field between’ en de EP ‘Adjust We’ op. Het duo kreeg al een eervolle vermelding op de Humo’s Rock Rally van 2004, en intrigeert door hun broeierig, intens, energiek en opwindend spanningsveld tussen  repetitieve gitaarstructuren, bezwerende en opzwepende percussie, elektronicableeps, (schreeuw) zang en opgewonden kreten.
Het nieuwe materiaal heeft een intense, samenhangende opbouw, klinkt breder en beschikt over meer zangpartijen. Muziek die je doet bewegen en door de repetitieve opbouw en de tempowisselingen voor de nodige adrenalinestoten en explosies zorgt. Het duo liet de synthiloops en beats wat meer doorklinken en manifesteerde zich ergens tussen de postrock van 65daysofstatic, de oude Belgenpop van Red Zebra, de industrial van The Young Gods, de gitaarriedels van Sonic Youth en de scherpte van Swans en V.U. De bindteksten van drummer Pieterjan Vervondel waren leuk (al altijd trouwens) meegenomen en ontkrachtten de muzikale spanningsboog. Eén voor één waren de nieuwe songs de moeite, waardoor ik moet besluiten dat dit duo me het meest verbaasde en in beroering bracht. Luister maar eens naar “Fafafxx”,  “Write or wrote”, “Oh frail”, “Ti:me” (de sterkste song van 2008!), “Tread on tread light” en “Little f”. En oh ja, er was ook nog wat ouder materiaal, waarbij het bruisend dynamische “Share of lot” mocht besluiten. Duimen maar dat het duo De Gezelle – Vervondel de verdiende erkenning krijgt voor hun talent, kunde en technische stuff!.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Madensuyu

Wat een muzikale spanningsboog met Madensuyu

Geschreven door

Twee volwaardige bands, Wolf Parade en Madensuyu, stonden op dezelfde avond geprogrammeerd in een goed halfvolle Grand Mix. We zagen twee ontdekkingen, die meer dan verdiend mogen doorbreken. Verbazend toch hoe de belangstelling kan verschillen, nét over de grens.

Het Canadese Wolf Parade wordt ingehaald als één van de beloftevolle bands. Het virtuoze duo van de band, Spencer Krug en Dan Boeckner, zijn in allerlei projecten actief, waaronder Frog Eyes, Sunset Rubdown en Handsome Furs, en in vijf jaar tijd hebben ze onder hun eigen Wolf Parade al twee opmerkelijke platen uit ‘Apologies to the Queens Mary’ (‘05) en ‘At Mount Zoomer’. De groep laveert ergens tussen Arcade Fire, Broken Social Scene, Postal Service, Fiery Furnaces, Spoon en Built to Spill.

Het kwartet uit Montréal nam de plaat in de ‘Petite Eglise’-studio te Quebec op, de kerk waar Arcade Fire terecht kon voor hun ‘Neon bible’. Wolf Parade liet de bombast en het theatrale op het achterplan en koos voor een meer hoekige, directe indierock aanpak.
Live trokken ze de lijn door. Af en toe klonken ze gewaagder, intenser en emotievoller door de grillige en avontuurlijke wendingen, zonder in te boeten aan een sterke melodielijn. De toetsen gaven kleur. Een afwisselende en een goed op elkaar afgestemde zang (wat een overeenkomst in de zangstijl trouwens) zorgde voor een overtuigende set van songs als “Soldier’s gun”, “Grounds for divorce”, “Fine young cannibals” en “I’ll believe in anything”. Bondig en to the point. Ze brachten ons onder de indruk op Llanguage city”, “California dreamer” en “Kissing the beehive”, die op verbluffende wijze de set besloot. Progrock schuilde om de hoek en iemand brabbelde naast mij over Spock’s Beard, wat ik terecht kon beamen …Deze songs werden als een rockopera geïnterpreteerd: mooi uitgesponnen, meeslepend, broeierig, dromerig en rauw.

Wolf Parade creëerde een spannende sound met hun back-to-basics instrumenten en toetsen. Een hecht klinkende band, die heerlijke wendingen bood aan hun materiaal, en zich duidelijk binnen de indiestyle onderscheidde.

Twee volwaardige bands zei ik …Het Gentse Madensuyu kon een klein uur optreden, en liet hun net verschenen tweede cd los aan het Franse (en deels West Vlaamse) publiek. ‘D Is Done’ volgt ‘A field between’ en de EP ‘Adjust We’ op. Het duo kreeg al een eervolle vermelding op de Humo’s Rock Rally van 2004, en intrigeert door hun broeierig, intens, energiek en opwindend spanningsveld tussen  repetitieve gitaarstructuren, bezwerende en opzwepende percussie, elektronicableeps, (schreeuw) zang en opgewonden kreten.
Het nieuwe materiaal heeft een intense, samenhangende opbouw, klinkt breder en beschikt over meer zangpartijen. Muziek die je doet bewegen en door de repetitieve opbouw en de tempowisselingen voor de nodige adrenalinestoten en explosies zorgt. Het duo liet de synthiloops en beats wat meer doorklinken en manifesteerde zich ergens tussen de postrock van 65daysofstatic, de oude Belgenpop van Red Zebra, de industrial van The Young Gods, de gitaarriedels van Sonic Youth en de scherpte van Swans en V.U. De bindteksten van drummer Pieterjan Vervondel waren leuk (al altijd trouwens) meegenomen en ontkrachtten de muzikale spanningsboog. Eén voor één waren de nieuwe songs de moeite, waardoor ik moet besluiten dat dit duo me het meest verbaasde en in beroering bracht. Luister maar eens naar “Fafafxx”,  “Write or wrote”, “Oh frail”, “Ti:me” (de sterkste song van 2008!), “Tread on tread light” en “Little f”. En oh ja, er was ook nog wat ouder materiaal, waarbij het bruisend dynamische “Share of lot” mocht besluiten. Duimen maar dat het duo De Gezelle – Vervondel de verdiende erkenning krijgt voor hun talent, kunde en technische stuff!.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Keane

Perfect Symmetry

Geschreven door

Het Britse Keane beet na een troosteloze periode terug van zich af met de derde cd ‘Perfect Symmetry’. De band begon ooit binnen het plaatje van Coldplay, Travis, Semisonic, Snow Patrol en Starsailor. De melodieuze songs draaiden rond het begeesterende pianospel van Tim Rice –Oxley. Hun debuut ‘Hopes en Fears’ werd een doorbraak van formaat, het tweede ‘Under the iron sea’ zat in dezelfde lijn, maar had alvast iets minder potentieel in hun hartverwarmende, ontroerende en dromerige meeslepende poprock. Na de tweede plaat stond de band bijna op springen, want van de frisse, bezielde gigs en het sympathieke imago bleef plots niet veel meer over door de porto- en cocaïneverslaving van zanger Tom Chaplin.
Maar kijk, op ‘Perfect Symmetry’ horen we een herboren band, ook al zijn niet alle songs even geslaagd. Het trio is uitgegroeid tot een kwartet, bieden een breder concept door een krachtiger rocklijn (“Spiralling” en “The lovers are losing”) , en lieten de synths doorklinken door het geflirt met elektronica, psychedelica en bleeps, o.a. op “Better than this”, “You haven’t told me anything” en “Again & again”. De pianoballads horen we dan op “Prentend that you’re alone” en “Love is the end”, als de sfeervolle pop op “You don’t see me” en de titelsong. Voor hen is het alvast een louterende, zalvende plaat.
’Perfect Symmetry’ is een gevarieerde plaat en een geslaagde comeback; nu nog die perfecte popsongs schrijven op een vierde cd. Bemoedigende terugkeer …

Amy Macdonald

This is the life

Geschreven door

”This is the life” floten en neurieden we de ganse zomer… Het werd de grootste solo hit voor een vrouwelijke artieste. De eer kwam de 21 jarige Schotse zangeres Amy Macdonald toe. Al meteen verwierf ze een gouden status met die wereldhit. En op haar debuut overtuigt ze met haar aanstekelijke, frisse en sfeervolle poprockfolk. Dertien-in-een dozijn nummers misschien, maar die zich weten te onderscheiden door haar songschrijftalent, haar gitaarspel en heldere stem. “Mr Rock & Roll”, “Poison prince” en “Burrowland ballroom” klinken meer uptempo, orkestraties zijn te horen op “Let’s start a band”, waarbij Macdonald vocaal hoog uithaalt als een volleerde Sinead of je kan je laten meeslepen door die emotievolle popsongs “Youth of today”, “Run” en “L.A.”. “This is the life” is de hoopvolle song bij uitstek. Beter kunnen we ons niet voorstellen in troosteloze momenten … en als bonus krijgen  we er nog 2 songs bovenop!

Pink

Funhouse

Geschreven door

De Amerikaanse MTV r&b rockstar Pink aka Alicia Moore heeft  met ‘Funhouse’ de opvolger klaar op het ietwat minder succesvolle ‘I’m not dead’. De bijna dertigjarige zangeres, gelouterd na haar breuk met motorcrosser Carey Hart, komt terug op het voorplan met een grootse cd , die in de voetsporen kan treden van ‘Misundaztood’ (’01) en ‘Try this’ (’03). Op deze gevarieerde plaat staan een handvol hits die haar vroegere successen van “Trouble”, “God is a DJ”, “Get the party started”, “Last to know”, “Dear Mr President” en “Stupid girls” kunnen evenaren. “So what” en “Sober” zijn de feestnummers: uptempo, gedreven en opzwepend, met een knipoog naar de huidige Britney sound; “One foot wrong”, “Please, don’t leave me”, “It’s all your fault” en de titelsong zijn vaardige, puntige melodieuze pop/r&b songs, typical Amerikaans en gedragen door haar heldere, rauw aandoende vocals. En natuurlijk mogen de traditionele ballads niet ontbreken: “Crystal ball”en “Glitter in the air. De extra track verraadt haar voorliefde aan de hiphop.
’Funhouse’ is een goed plaatje die de fans van het eerste uur niet zal ontgoochelen en er zelfs een pak tieners zal bijwinnen …

Stuck Mojo

The Great Revival

Geschreven door

Na het ontgoochelende ‘Southern Born Killers’ plande Stuck Mojo volgens mij een grote heropleving. De naam van het nieuwe album namelijk ‘The Great Revival’, doet niets anders vermoeden.. ‘Southern Born Killers’ werd over het algemeen te slap bevonden. De met rap en R ‘n’ B doorspekte ‘Metal’ kon mij absoluut niet bekoren. Of men er ditmaal wel in slaagde, komt u verder te weten.

Na het slappe ‘Southern Born Killers’ opent dit nieuwe album sterk met “15 Minutes of Fame” na de intro “Worshipping a False God”. Een krachtige opening van het nummer trekt meteen de aandacht. De raps van Lord Nelson klinken eindelijk weer wat steviger en stoerder, terwijl de gezongen delen een meer emotionele kant aanraken. Ook in het sterke “Friends” vallen de gerapte stukken op, maar vooral de intrede van zangeres Christine Cook trekt hier de aandacht, waardoor een schitterend duet wordt aangeboden. Zo goed als het volledige album blijft behoorlijk toegankelijk voor het grote publiek, maar ditmaal zonder de kwaliteit van het album in de weg te staan.
Het minder toegankelijke “The Flood” blijkt echter één van de sterkere nummers op het album te zijn. Hier krijgen we voornamelijk stevige metalriffs voorgeschoteld ondersteund met stevige raps en epische sfeerelementen. Het geheel klinkt behoorlijk dreigend, waardoor het eigenlijk nogal vreemd overkomt tussen de andere nummers. Ook het erop volgende “Now That You’re All Alone” tapt namelijk uit een compleet ander vaatje. De commerciëler klinkende zanglijnen die de raps afwisselen, staan in fel contrast ten opzichte van de dreigende sfeer op “The Flood”. Niettemin heeft ook dit nummer zijn sterktes.
Het enige minpunt op dit album blijft echter het oeverloos gezeik tussen sommige nummers. Het beste voorbeeld kunnen we geven met het ‘nummer’ “There’s a Doctor in Town” en ‘There’s a Miracle Coming”. Deze delen van het album bevatten oeverloos gezeik van één of andere Goeroe die een aankomend mirakel predikt en hierbij geleidelijk aan ondersteund wordt door muzikale elementen die hun oorsprong kennen binnen the Southern Rock. Gelukkig zijn deze passages beperkter dan op ‘Southern Born Killers’.
Opmerkelijk nog op dit album is de eigenzinnige cover die men voorschotelt van de country klassieker “Country Road”. Origineel is het zeker wel, al blijft het echter bij een leukigheid op dit album. Na deze cover volgen nog enkele nummers die naar mijn bescheiden mening enkel als opvullertjes dienen. Hieronder valt onder andere het tweedelige “Superstar”. De R’n’B invloeden zijn op deze nummers duidelijker en laten daardoor een slappe indruk na. Op een melodische solo na, zal je niet veel missen bij het overslaan van deze nummers!

Al bij al kregen we een mooi afwisselend album voorgeschoteld voor liefhebbers van Cross-over Metal. Ook al blijkt er meer Rap dan Metal aanwezig te zijn in het album. Ook qua productie kon Stuck Mojo op kwaliteit rekenen. Het geheel ligt vlot in het gehoor! Hopelijk overtreft men ook dit album weer!

Kocani Orkestar

The ravished bride

Geschreven door

Kocani Orkestar uit Macedonië is één van de prominente bands van de Balkan. Ze combineren traditionele volksmuziek met invloeden uit de pop; ze geven zwier aan hun songs, die gekenmerkt zijn door aanstekelijke, opzwepende, groovy ritmes; gypsy muziek omschrijft men dit. Kocani Orkestar is een Balkan Brass band die een feest garandeert: de mensen plezieren en afleiding brengen. Af en toe remmen ze hun instrumenten af en klinkt het ensemble sfeervoller.
Zoals het echte zigeuners beaamt, zweert de groep trouw aan de gypsy roots: gewoon een instrument ter hand nemen en spelen met hart en ziel tot je niet meer op je benen kunt staan. Of hoe Oost-Europese traditionele muziek in de voetsporen van Goran Bregovic, Turkse world, latin en westerse pop elkaar vinden. Artiesten als Beirut, Balkan Beat Box en ons eigen Buscemi haalden de mosterd bij deze Kocani Orkestar. Wervelend, zinderend plaatje met enkele sfeervolle rustpauzes.
Info op http://www.myspace.com/kocaniorkestar

Amour Fou

Perdu FM

Geschreven door

Het West-Vlaamse Amour Fou onderscheidde zich een paar jaar terug in Westtalent. Ze moeten voor hun sound niet onderdoen aan de doornsnee Balkan band. Ze goochelen met aanstekelijke, exotische ritmes en brengen elementen van een Kocani Orkestar en Balkan Beat Box samen in een meeslepende gypsy beat. Amour Fou brengt een verfrissende cocktail van Balkanpop, folk, polka, world en salsa. Een kleurrijk geluid! De songs zijn feestelijk, spannend en broeierig en ondergaan soms onverwachtse wendingen. Het ensemble heeft ook oog voor melancholisch ingetogen stukken. Met een knipoog naar Think Of One. De groep zingt zowel in het Engels als in het Frans.
Ze beschikken over een ijzersterke live reputatie. Ontdek hun afwisselend broeierig en feestelijk plaatje!
Info op http://www.amourfou.be

Death Cab For Cutie

DCFC balanceert tussen virtuositeit en bezieling

Geschreven door

Het Amerikaanse viertal Death Cab For Cutie tekent voor één van de meest onwaarschijnlijke succesverhalen uit de kroniek van de indierock. Na drie puike maar in Europa verder weinig opgemerkte albums treedt de groep in 2003 via de grote poort binnen in de emopop arena met het intussen klassieke ‘Transatlanticism’. Bij het verschijnen van opvolger ‘Plans’ wordt de groep massaal omhelsd door een breed poppubliek, maar verliest tegelijkertijd wat aan street credibility bij de fans van het eerste uur wegens een te gladde afwerking van hun integere popsongs. Dit voorjaar revancheerde DCFC zich na een lange rustperiode met het intrigerende ‘Narrow Stairs’, zonder meer het meest gevarieerde album van de groep en een ernstige kandidaat voor de top 10 van diverse eindejaarslijstjes. Na een geslaagde doortocht langs het Openluchttheater deze zomer ging DCFC afgelopen weekend de uitdaging aan om hun breekbare pop ook in de Hallen van Schaarbeek te laten weerklinken.

DCFC’s nieuwe single “No Sunlight” wordt momenteel grijs gedraaid op StuBru en Radio 1, maar dat bleek niet voldoende om de Hallen volledig te laten vollopen voor het Amerikaanse viertal. De set werd op gang getrokken door een aantal oudere songs, waarbij vooral “The New Year” uit ‘Transatlanticism’ op herkenningsapplaus werd onthaald. Met de ogen dicht verschilden de virtuoze live uitvoeringen nauwelijks van de studioversies, waardoor de groep aanvankelijk toch wat bezieling miste. Bovendien beschikt het viertal in de persoon van de studentikoze Ben Gibbard niet echt over een podiumbeest als frontman, maar het moet gezegd zijn, wat een prachtige stem heeft die kerel! Bij sommige nummers zoals hun grootste radiohit “Soul Meets Body” deden Gibbard’s vocals zelfs heel even denken aan de virtuoze stembanden van Yes icoon Jon Anderson.
Het duurde even vooraleer het nieuwe werk aan bod kwam, maar met “No Sunlight” en “Grapevine Fires” werden meteen twee prijsnummers uit ‘Narrow Stairs’ geserveerd. Gibbard schakelde over op akoestische gitaar voor de zeemzoete meezinger “I Will Follow You in the Dark” uit ‘Plans’, meteen goed voor het kampvuurmoment van de avond. De groep gunde de tienerhartjes op de eerste rij echter geen tweede pleziertje en vervolgde onmiddellijk met de single “I Will Possess Your Heart”, met voorsprong het meest monumentale nummer uit de DCFC catalogus. Op gang getrokken door de strakke ritmesectie Nickolas Harmer (bas) en Michael Schorr (drums) en vervolgens ingekleurd door gitaarecho’s en een spaarzaam pianoriedeltje werd de dreigende sfeer in de schijnbaar eindeloze intro van het nummer meesterlijk opgebouwd. Het nummer leek bevrijdend te werken voor de tot dan toe wat te perfect klinkende groep, want nummers zoals “Cath”, “Long Division” en het oudje “The Sound of Settling” kreeg nu wel het live gevoel mee en getuigden van zichtbaar spelplezier. De remmen werden zowaar volledig los gegooid tijdens “Bixby Canyon Bridge”, de epische opener van ‘Narrow Stairs’ en een waardige afsluiter van de set.
Gibbard & co plezierden tijdens de bisronde vooreerst de die-hard fans van het eerste uur met “Champagne From a Paper Cup” uit hun debuut ‘Something About Airplanes’ (’98). Na een bloedmooie versie van “Title and Registration” gokte ondergetekende op het titelnummer uit ‘Transatlanticism’ als finale encore. De gebeden werden verhoord, alleen spijtig dat ik geen geld had ingezet…

DCFC maakte afgelopen zaterdag een moeilijke evenwichtsoefening tussen virtuositeit en spontaniteit. Toegegeven, de Hallen van Schaarbeek kunnen onvoldoende instaan voor de intieme sfeer waarin Death Cab’s breekbare emopop het best tot zijn recht komt, maar uiteindelijk slaagde de groep er toch in om de juiste harmonie te vinden tussen perfectie en bezieling.

Fotoshoots: zie live foto's

Organisatie: Live Nation

Wovenhand

Een stevig spanningsveld met Woven Hand

Geschreven door

Er is een tijd geweest dat Dave Eugene Edwards er twee bands op nahield, maar nu is het toch wel duidelijk dat hij Sixteen Horsepower definitief de rug heeft toegekeerd om met WovenHand verder door het leven te gaan. Niet dat er zoveel verschil is in de sound en zeker in de spirit van deze twee bands, want het waren of zijn allebei overduidelijk de kindjes van Dave Eugene Edwards in al hun aspecten, donker, onheilspellend, bezwerend en doordrenkt van Amerikaanse zuiderse religie en gospel.

In de Kortrijkse schouwburg - met zijn perfecte klank - speelde WovenHand stevig, met steeds een dreigende onderhuidse spanning niet zelden refererend naar primitieve Indiaanse klanken. Alsof Nick Cave vanuit een Indianenreservaat zijn duivels kwam ontbinden. Edwards, zoals steeds gezeten op een barkruk, bespeelde zijn gitaar met overgave en deed zijn stem, al dan niet door de vibrafoon, meermaals preken en bloeden zoals alleen hij en Nick Cave dat kunnen. De band volgde sober en efficiënt en de songs ontaardden veelal in krachtige uitspattingen van emotie en spanning. De folky en rootsy geluiden van op Edwards zijn platen werden wat achterwege gelaten, in de plaats kwam een sterk en solide brouwsel van gloeiende en bezwerende gitaren die vochten met de hypnotiserende stem van Edwards.
Toch werd enkele keren met branie de gitaar door een mandoline vervangen en de man heeft ook één keer zijn trekzak bovengehaald, dan nog voor het enige Sixteen Horsepower nummer van de avond, de klassieker “American wheeze”.
Het zittend publiek bleef er in het begin van de avond aanvankelijk wat apathisch bij maar naar het einde van de set kwam de uitbundigheid meter wel eens in het rood te staan en Edwards bedankte dan ook  met een vlammend extra bis nummer nadat de lichten al helemaal aangefloept waren en iedereen al aanstalten had gemaakt om de zaal te verlaten. Eén van de betere concerten die we dit jaar mochten meemaken.

Organisatie: CultuurCentrum Kortrijk ism de Kreun, Kortrijk

Pagina 896 van 963