logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Deadletter-2026...

Rye Jehu

EP

Geschreven door

Rye Jehu is een beloftevolle bandje uit het Gentse. Ze behaalden al talrijke prijzen op concours en behaalden vorig jaar een derde plaats op Humo’s Rock Rally. Het viertal laveert ergens tussen The Van Jets en Absynthe Minded, brengen variaties aan binnen hun rock’n’roll sound en voegen er soms een vleugje surf aan toe. Ze spelen snedig, vaardige songs als “Girls with curls” en “Cooper”, of klinken intenser en poppier als op “White streets”  en “3 calls for alcohol”. Het afsluitende “Deflower” ondergaat diverse tempowisselingen, gaat van hard naar zacht en is mooi uitgesponnen. Het onderstreept de vakkundigheid van de jonge band. De warme, gezapige zang van Wannes Eggermont leunt nauw aan Bert Ostyn en geeft zeggingskracht aan het songmateriaal.
Info op www.ryejehu.com

FeestinhetPark 2007: vrijdag 24 augustus

Geschreven door

FeestinhetPark heeft meer dan 20000 bezoekers gehad op hun twaalfde editie aan de Donkvijvers. De formule van muzikale variëteit en het sfeerrijke decor (een flashy autoscooter en een Marokkaanse theetent, naast de talrijke eetstandjes en de paar dranktenten) werden sterk ontvangen. En ze hadden dit jaar de weergoden mee, waardoor het terrein er heel goed bijlag.
Een groots succes, een tevreden organisatie…en handen in eigen boezem, want de bands van eigen bodem haalden het duidelijk qua belangstelling en overtuigingskracht. ‘Iets om rekening mee te houden’ in de programmering…

dag 1: vrijdag 24 augustus: partysfeer aan de Donkvijvers

Baloji (Grand Mix) was één van de vroegere rappers van de hiphopcrew Starflam. De langverwachte soloplaat ‘Hotel Impala’ is uit en hij was al een paar maal te horen op festivals als Boomtownlive om in avant-première de cd voor te stellen. De voorbije jaren was hij te zien als gastvocalist en scoorde zelfs een aardig hitje “Personne ne bouge” met Arsenal.
Bajoli heeft een heuse band achter zich surplus backing vocalistes. Hij speelde een groovy, aanstekelijke mix van hiphop, pop, jazz, soul en funk.. “Coupe de gaz” en “La mere” waren de aanzet om het festival geopend te verklaren. De boomlange zanger probeerde het publiek bij z’n songs te betrekken.

Mintzkov (Bar Bizar) is net als The Van Jets één van de bands die dit jaar praktisch op elk festival te zien zijn. De band liet nog steeds een frisse indruk na en speelde een boeiende afwisselende set, waarin of wel de gitaren ofwel de toetsen op het voorplan kwamen. Puik werk met enkele opmerkelijke songs als “One equals a lot”, “Return & smile” en “Ruby red”.

Daan (Grand Mix), fijn uitgedost met zonnebril, is samen met Mommens/Pynoo van Vive La Fête een festivalbeest. Z’n elektrokitschpop werd ferm gesmaakt, resultaat een nokvolle tent en een uitzinnig publiek. Daan bouwde z’n set zorgvuldig op: “The player” en “Victory” bouwden een finalereeks op van “Sweet designer drugs”, “Promis u” en “Housewife” als verplichte bis.

Chicks On Speed (bar Bizar) waren de meeste weirdo dames die FihP kon programmeren. De drie dames dompelden het publiek onder in hun geschifte ‘80’s electro/freefolk, nodigden een tiental jongeren uit om een wedstrijdje ‘Animal Farm’ geluiden na te bootsen en hadden hun garderobe mee, om na een paar nummers van kledij te wisselen. Op de koop toe zongen ze vals. Een wansmakelijke chaos die z’n charme had en deed terugdenken aan Fuzzbox (We’re gonna use it) van de jaren ’80 Futuramafestival te Deinze. De zwart/wit projecties van dansende naakte vrouwen op het strand namen we er maar al te graag bij op hun synthipop.

Het Amerikaanse bonte gezelschap !!! (Grand Mix) moet live telkens wat op dreef komen. Hun stomende punkfunk was aanstekelijk en werkte in op de dansspieren door songs als “Heart of hearts” , “Must be the moon” en “Pardon my freedom”. Een glansrol was weggelegd voor de soulzangeres, die de gehospitaliseerde tweede zanger verving.

Shameboy maakte er een party van in de Bar Bizar. Het duo Luk Cox en DJ Bobby Ewing wisten met hun trancegerichte techno en pulserende beats het publiek warm te maken om uit hun dak te gaan. “Strobot” en “Rechoque”  waren de verplichte musts.

Coldcut (Grand Mix), onder het Britse duo Jonathan Moore en Matt Black, ontwikkelden midden de jaren ’90 een eigen unieke stijl die omgedoopt werd tot ‘laptopmusic’ (audiovisualsratchvideomusic), knip- en plakwerk van hiphop, ‘80’s dance, funk, triphop, breakbeats, drum’n’bass, poprock en beats. Hun muzikale ideeënrijkdom zetten ze deze maal om in een ietwat ordinaire samplereeks van een ‘Was het nu 80/90 fuif’, vocaal ondersteund door MC Juice Aleen. De projecties van ‘80’s videoclips waren synchroon aan de sound. De liveset en projecties tijdens de clubtournee, toen ze met zes bezig waren op hun laptop en draaitafels, was boeiender en meer oogstrelend.

Dr Lektroluv, Discobar Galaxie en de DJ’s in de Charlatan mochten met hun dance de eerste nacht van FihP besluiten.

Organisatie: FeestinhetPark, Oudenaarde

Testament

Testament laat Hof ter Lo op zijn grondvesten daveren

Geschreven door

Leve de gevestigde worden in onze teerbeminde metalscene! Testament is één van die groepen die sinds jaar en dag zijn publiek weet te verwennen met prachtige CD’s en geniale live-optredens. Woensdag 22 Augustus was het weer zover. De band kreeg na 2 jaar afwezigheid de kans om Hof ter Lo te laten ontploffen.

De eer om te mogen openen voor Testament was weggelegd voor het Nederlandse Polluted Inheritance.  De zaal was al aardig gevuld toen de heren de aftrap gaven. Met hun mix van Death en Thrash metal konden ze het volk wel een tijd blijven boeien, maar na de helft van de set zag je toch de aandacht in het publiek verslappen ondanks de bij momenten mooie riffs. Ook mij kon het niet echt blijven boeien. Deze band is zeker niet slecht, maar miste heel wat enthousiasme om de vonk over te brengen naar het publiek. Ik bleef de band tussen het praten door wel wat te volgen maar niets kon mij nog echt verrassen.

Na een relatief korte break was het eindelijk de beurt aan de heren voor wie we deze avond waren gekomen. Met bijna de volledige line-up uit de tijd van hun debuut-CD ‘The Legacy’ uit 1987, kon het bijna niet anders dan een schitterende avond worden. Bij het inzetten van “The Preacher” werden mijn vermoedens dan ook al bevestigd. Wanneer de set daarna zonder tussenpauze werd vervolgd met “The New Order” en “The Haunting”, konden we al meteen zeker zijn van een aantal aardige klassiekers.
Daarna werden een viertal nieuwere nummers voorgeschoteld die nog altijd van uitstekende kwaliteit waren, maar waarvan de meeste mij net iets minder konden boeien dan de rest. Na “Electric Crown”, “Low”, het beukende “D.N.R.” en “Three Days In Darkness”, greep de band terug naar de klassiekers. Met “Practice what you preach” werd voor de eerste keer echt beroep gedaan op het publiek om uit volle borst mee te zingen! Wat dan ook met overtuiging werd gedaan. Na het nummer kondigt de groep aan dat het deze avond een langere setlist zou spelen en er een hoop klassiekers tegenaan zou gooien.
Ze hebben in elk geval niet gelogen. Vanaf dan werden enkel nog klassiekers gespeeld, waarvan de nummers “Into The Pit” en “Over The Wall” er ver boven uitstaken. Tijdens “Into The Pit” ontstond een niet onaardige moshpit die Chuck Billy en de rest van de band aanzetten om nog harder te gaan spelen. Bij het aankondiging van “Over The Wall” kregen de geïnteresseerden de toelating om het podium te betreden. Dit resulteerde in een bomvol podium waarop gemosht, gebangd en gestagedived werd. De sfeer werd er van dan af alleen maar beter op.
Met het al even geniale “Alone In The Dark” werd een eerste einde voorzien in de geniale show van de heren. Tijdens dit nummer lieten de heren en het publiek zich volledig gaan. Vooral Het meezingbare refrein werd uit volle borst meegezongen door het uitzinnige publiek. De band kon niet anders dan nog enkele toegiften doen. Deze kwamen er in de vorm van “Burnt Offerings” en het goede oude “Desciples Of The Watch”. Een schitterend einde van een geniale show.

Anderhalf uur na de start van het optreden konden de heren voldaan het podium verlaten. Iedereen was het er over eens dat Testament er alweer een schitterende Thrash avond van gemaakt had. Ondanks de voortreffelijke prestaties van de volledige band, deed het mij vooral deugd om Alex Skolnick eens aan het werk te zien. Dit optreden behoort met gemak tot één van de betere optredens die ik reeds heb mogen meemaken.

Setlist:
01 The Preacher - 02 The New Order - 03 The Haunting - 04 Electric Crown - 05 Low - 06 D.N.R. - 07 Three Days In Darkness - 08 Practice What You Preach - 09 Souls Of Black
- 10 The Legacy  - 11 Into The Pit - 12 Over The Wall  -13 Alone In The Dark  - 14 Burnt Offerings - 15 Disciples Of The Watch.

Organisatie: CC Luchtbal/Hof ter Lo, Borgerhout

Exterminator

Slay your kind

Geschreven door

Dat er nog te veel parels van bands verdoken liggen in België wordt met het nieuwe album van Exterminator opnieuw bewezen. De band bestaat ondertussen al 16 jaar en deelde het podium met namen als Entombed, Grave, Immolation, …Toch kon de band tot nog toe bij geen enkel label terecht. Ook het nieuwe ‘Slay Your Kind’ werd in eigen beheer uitgebracht.
Dat deze band afkomstig uit Peer veel over heeft om een goede cd uit te brengen wordt mij al snel duidelijk. Het boekje is mooi uitgewerkt en sluit goed aan bij de duistere en goed uitgewerkte teksten. Hoewel men dit maal niet voor een conceptalbum koos, loopt er toch een duidelijke rode draad doorheen het album, namelijk en protest tegen alle walgelijke wandaden waaraan de mensheid regelmatig zondigt.
Zo klaagt men in “Inside The Pyramid” de slavernij en het machtsmisbruik van mensen aan de macht aan. Dit goed uitgewerkt nummer is meteen ook één van de uitschieters op het album. De krachtige thrash riffs en zware vocalen worden in dit nummer afgewisseld met cleane melancholische zanglijnen en melodieuze gitaarlijnen. Hiermee wordt een “relatief” rustpunt geboden in een rauw en agressief album.
Ook “732 Potiers” liet bij mij een indruk na, met zijn slepend en zware begin en de Franse gesproken tekst doorheen het nummer naar het einde toe. Ook muzikaal steekt dit nummer goed ineen na een trage slepende start raakt het nummer op gang om vervolgens melodisch zijn weg voort te zetten. Wie na twee nummers al besluit dat het te zwaar is voor hem, zou ik toch dit nummer nog aanraden. Wie weet kan de melodieuzere kant van Exterminator hen wel bekoren. Ook het daarop volgende “La Souffrance” wist mij te verrassen. Ook hier worden de zwaardere stukken afgewisseld met rustigere en melodische en zelfs met prachtige cleane vocalen die een ritmisch refrein brengen tussen de slepende zware vocalen door.
De overige nummers op het album moeten zeker niet onderdoen maar vertonen mindere opvallende zaken. Toch zijn de overige nummers er zeker niet minder om. Wie zijn metal al eens graag zwaar en snoeihard heeft, maar er ook wel een melodieus stuk tussen kan appreciëren kan zich zonder twijfel de nieuwe van Exterminator aanschaffen.
En voor wie graag een optreden meepikt, kan ik alvast vertellen dat deze mannen live snoeihard en strak uit de hoek komen! Mijn nekspieren hebben het geweten! Meer van dat beste Belgen!

Gogol Bordello

Super Taranta

Geschreven door

Als u echt eens een spetterende fuifplaat wil horen dan bent u bij Gogol Bordello aan het juiste adres. Gogol Bordello is de band van Eugene Hütz, een Oekrainer die al de hele wereld heeft rondgereisd om uiteindelijk in New York te belanden en daar met de meest rare kwieten een bandje op te richten. De drank en een chronische goesting om te fuiven deden de rest.
Hütz verloochent geenszins zijn afkomst, zijn Engels met veel Oekraiens haar op en de immer aanwezige gypsy invloeden zorgen ervoor dat dit voor New York wel een heel ongewoon groepje is, ook al zijn ze daar veel gewoon. De prettig gestoorde zigeunerpunk van Gogol Bordello heeft net lang genoeg in een marinade van vodka gelegen om zodanig ons humeur op te pompen dat we het tot een stuk in de nacht op een fuiven van jewelste willen zetten. Prop Mano Negra, Arno, The Pogues, Goran Bregovic, The Dropkick Murphys en Bob Marley in een ton buskruit, steek de lont aan en wat je krijgt is ‘Super Taranta’, explosief, geestig, bronstig en pittig. Een bonte mengeling van gypsy, flamenco, reggae, punk en folk, met bovendien een gezonde dosis humor.
Dit is een heerlijke funplaat van een band die u ook vooral live aan het werk moet zien. Op de laatste Pukkelpop editie was dit negenkoppig gezelschap immers briljant. En als u ons nu wil excuseren, we gaan er nog eentje inschenken.

Korpiklaani

Tervaskanto

Geschreven door

Met ‘Tervaskanto’ is de Finse ‘Forest clan’ ofte ‘Korpiklaani’ toe aan zijn vierde langspeler sinds de oprichting van de band in 1999. Afgaand op de CD-hoezen zou je al snel kunnen vrezen voor een sterke achteruitgang in die tijd. Toch blijkt dit absoluut niet te kloppen.
Korpiklaani heeft zich in de loop der jaren opgewerkt tot één van de grootste folkmetalbands. Ook op ‘Tervaskanto’ bewijst de band, dat ze die plaats meer dan verdienen. Gebruik makend van tal van oude volksinstrumenten, die door het grootste deel van de bevolking al lang vergeten zijn, in combinatie met een ruige metalsound, brengt de groep 42 minuten luisterplezier.
Bij de vorige CD’s had ik het vaak wat moeilijk met de vocalen en het tempo van het album. Een nummer of drie vier ging er bij mij vlot in, maar daarna had ik het wel gehad. ‘Tervaskanto’ daarentegen kan mij van begin tot het einde blijven boeien. Dit komt hoogstwaarschijnlijk doordat er meer aandacht werd besteed aan de melodieën dan aan het ruigere aspect. Dit resulteert in een vrolijk klinkend en goed in elkaar gestoken album, waardoor de muziek nog aanstekelijker werkt dan voordien.
Ondanks het vrolijke gevoel dat het album nalaat, blijken de teksten niet altijd even vrolijk te zijn. Zo handelt “Veriset äpärät” (Bloody Bastard Children) over de wenende geesten van bastaardkinderen, die in lang vervlogen tijden in de bossen werden achtergelaten. Natuurlijk zijn er ook weer de pure feestnummers waar Korpiklaani al sinds hun ontstaan voor bekend is. Zo ligt “Let’s Drink” in de lijn van DE Korpiklaani klassiekers “Beer Beer” en “Wooden pints” en sluit het instrumentale “Nordic Feast” het album schitterend af waardoor je onmogelijk kan blijven stilzitten.
Liefhebbers van het eerste uur zullen ‘Tervaskanto’ volgens mij niet altijd met open armen ontvangen door de “wat rustigere” richting die de groep is ingeslagen. Wie de groep echter nog niet kende of vond dat de folkelementen te veel werden verdrongen door de ruwheid, moet dit album zeker een kans geven!

Shy Child

Noise won't stop

Geschreven door

Het New Yorkse duo Shy Child, Pete Cafarella (vocals/toetsen) en Nate Smith (drums) brengen een avontuurlijk geluid van pop, punkfunk, nu rave en psychedelica. De elf songs worden bepaald door de opzwepende drums van Nate, en de keyboards van Pete, een keytar, ‘80’s synths in de stijl van Suicide en Devo, die ruimte biedt voor psychedelicasynths. Een energiek, fris geluid, groove en beats.
‘Noise won’t stop’ klinkt als dansbare garagerock …zonder gitaren.
De titelsong, “Astronaut” en het afsluitende “Cause & effect” zijn prijsbeestjes, die inwerken op de dansspieren. “Drop the phone”, “Generation Y (we got it)”, “Good and evil” en “Summer” getuigen van muzikale inventiviteit door een aanstekelijk, rauw melodieus geluid van elektronica en drums, ergens tussen The Rapture, Klaxons en zZz. “Volume” en “What’s it feel like” zijn dromerig en sfeervoller, gekenmerkt door een trancegerichte beat.
‘Noise won’t stop’ mag een terechte doorbraak naar Europa betekenen.

Two Gallants

The Scenery Of Farewell (EP)

Geschreven door

Met  ‘What the toll tells’ hadden deze twee heren al voor één van de meest aangename verrassingen gezorgd van 2006. Amper een jaartje later komen ze aanzetten met dit interessant tussendoortje, een EP met 5 overwegend akoestische songs, 5 pareltjes als je ’t ons vraagt. Het zijn stuk voor stuk doorleefde songs die zichzelf zonder blozen een plaatsje mogen geven tussen het betere werk van Bob Dylan, Neil Young, Green On Red en The Drones. Alle nummers zijn van de hand van Adam Fontaine die voorzien is van een snijdende stem en die overigens ook de gitaar, harmonica en piano voor zijn rekening neemt. Hij wordt enkel bijgestaan door zijn buddy Hyde Edneud op drums en percussie. Fontaine’s songs ademen een rauwe schoonheid, het zijn onversneden en scherpe edelstenen die ons tot op het bot raken.  Afsluiter “Linger On” is het mooiste nummer van deze EP, een sublieme mijmerende ballad waarvan het haar op onze armen recht komt te staan.
Deze EP legt de lat wel erg hoog voor de Full CD die er zit aan te komen. We kunnen haast niet wachten.

Pukkelpop 2007: zaterdag 18 augustus

In de Club onderscheidde het Amerikaanse drietal Home Video zich als frisse indie elektronica, ergens tussen The Notwist en Kings Of Convenience, onder een hemelse zang. Live staken ze meer groove, dynamiek en noise in hun sound, wat aanstekelijk werkte op de dansspieren. Een aangename kennismaking.

Sparta (Mainstage), gegroeid uit At The Drive-In, nam een paar jaar geleden de keuze toegankelijke emocore te spelen. Ze hebben een nieuwe cd uit ‘Threes’. Met de muzikale geest van Quiksand speelden ze stevig, gebalde gitaar pop, onder diverse tempowisselingen en een helder emotievolle zang van Jim Ward. De afsluitende songs “Taking back control” en “Air” mochten er duidelijk zijn.

Albert Hammond Jr (Marquee) maakt deel uit van het Amerikaanse The Strokes die al een paar jaar de retrorock doen herleven. De vorige cd ‘First impressions on earth’ had niet de verhoopte respons wat gitarist Hammond Jr ietwat ruimte gaf een soloplaat op te nemen,… in het verlengde van de doorleefde sound van The Strokes. Een herkenbare sound van de ‘krullenbol’ gitarist. Hammond Jr solo was goed, maar had weinig muzikale identiteit.

Het uit Toronto, Canada, afkomstige mathrock-kwintet The End was één van de smaakmakers op de Skatestage op zaterdag.  Bij ons zijn ze voor velen nog een grote onbekende, maar dat kan niet lang meer duren.  Hun combinatie van metal, mathrock en hardcore klonk zeer krachtig en overtuigend.
Het begin dit jaar uitgebrachte 'Elementary' (op Relapse Records) bracht het beste van bands als The Dillinger Escape Plan, Converge, Tool, The Mars Volta en Neurosis samen op 1 album.  Uit die plaat werden “Dangerous”, “Animals”, “Dear martyr”, “The never ever aftermath”, “Throwing stones” en “My abyss” gebracht.  Van de eerste twee albums (‘Transfer trachea’ en ‘Within dividea’) werd niets gespeeld, maar dat vonden de aanwezige fans niet erg. Zanger Aaron Wolff was een goede frontman die moeiteloos overschakelde van een schreeuw- naar een meer melodieuze zangstem.  Bij een 2-tal songs bespeelde hij niet onverdienstelijk een drumtom. Met enkele sferische, ambient-achtige keyboardpartijen, zorgde hij voor een rustpunt.  Het samenspel van de band was hecht en zeer strak.  Kortom, een band om in te gaten te houden!

Soapstarter (Wablief) uit het Gentse, met ex leden van Vive La Fête, Soulwax en dEUS, kunnen een mooie toekomst tegemoet gaan. De groep brengt een zuiders, zomers zwoele midnightsummerdreammusic, met een vleugje funk, country, folk en hiphop. Een diversiteit aan stijlen die refereert aan Manu Chao, Lalalover en Prince. Hun debuut ‘Naked wheelz’ mag je alvast in het oog houden, want deze prikkelende pop heeft me duidelijk nieuwsgierig gemaakt. Een schitterende finale speelden ze met “Bad news”, “Crack” “Nugateen” en “UV lights”.

Het Duitse duo Booka Shade (Dance hall) slaagde er ondertussen in de tent op z’n kop te zetten door hun trancegerichte dance, bleeps en opzwepende percussie; het zette iedereen aan tot dansen en handgeklap. Eén van de hoogtepunten was toen het duo met hun neo trance geluid “Oh Superman” van Laurie Anderson sampelde. Het duo refereerde ook aan Underworld.

Het Britse hippop collectief The Streets (Main stage) van Mike Skinner, spelen de laatste jaren evenwichtige sets. Skinner had op Pukkelpop nog iets goed te maken na het débâcle van 2005. Het ging al vorig jaar de goede kant op te Werchter en tijdens de clubtournee. Een geheel van pop, hiphop, r&b (dub)reggae, 2step en orkestraties onder Skinners (neuzelende) spervuur aan raps en de soulfulle stem van de tweede zanger, waren uiterst genietbaar en konden het publiek ophitsen. Skinner liep heen en weer op het podium, ging in op elke prikkel van de eerste rijen, en reeg dit aaneen aan de gespeelde songs. Hij slaagde er zelfs in het publiek op de knieën te krijgen. Het ging er allemaal in als zoetenkoek. “Let’s push the thing forward” linkten ze aan “Outta space” van Prodigy, er waren de 2 step songs “It’s supposed to be easy en “Fit but you know it” en de gospels “Never went to church” en “Weak become heroes”. Ze zorgden voor een fijne afwisselende en opwindende - soms rommelig aandoend - set.

In een goedgevulde Wablief speelde het Antwerpse indierock/noisegezelschap White Circle Crime Club (genoemd naar een New Yorkse misdaadgroep uit begin vorige eeuw) een intense set.  De muziek werd gekenmerkt door hortende gitaren, bizarre breaks, 'vuil' klinkende keyboardstukken, lange instrumentale passages en een samenzang.  Voornaamste referenties zijn Sonic Youth, At the Drive-In, Unwound en het al lang vergeten The Jezus Lizard en Drive Like Jehu.  WCCClub heeft al 3 platen op hun conto staan, waarvan het eind vorig jaar in eigen beheer uitgebrachte 'A present perfect' de sterkste indruk naliet. Vernieuwend of grensverleggend was het niet, en bij momenten was het zoeken naar echte songstructuren, maar al bij al was dit een degelijk optreden.

De Bromheads Jacket (Club) klinken rauw, snel en ze zijn communicatiever dan hun Sheffieldse stadsgenoten Arctic Monkeys. Hun debuut ‘Dits from the commuter belt’ klonk als een sneltrein; live hielden ze hetzelfde tempo aan, met een vleugje fuzz op z’n Mudhoneys. Een stevige, potige set, waarbij zanger/gitarist Tim Hampton op het eind nog gedragen werd door het publiek. Beloftevol groepje.

De Deen Anders Trentemöller (Dance hall) besloot onlangs zich toe te leggen op het live aspect. De remixer/techneut was te zien met een bassist/gitarist en drummer. Aanvankelijk hoorden we een rustige set, als het vroegere Royksopp en Biosphere, waar de klemtoon kwam op trance en subtiele soundscapes: donker, dreigend  en koel. De projecties op het achterplan met zwart/wit ’30’s cabaret gaven elan aan deze bevreemdende elektronica. Gaandeweg klonk Tentemöller forser en krachtiger,en liet hij de beats op het voorplan treden. Een hoogtepunt naar de single “Moan” (evenwel zonder Ane Trolle).

Het Noorse 120 Days werd verplaatst in loop van de namiddag naar de Wablief. We ontbraken niet op de afspraak om dit beloftevolle kwartet aan te werk te zien met hun intrigerende mix van pop, ‘80”s wave, dance, psychedelica, galm, fuzz, en noise ondersteund van stroboscoopeffects . Een filmisch dreigende brij, gekenmerkt door een schitterende opbouw en eindigend in huiveringwekkende distortion en dance in een gepaste groove. De songs werden lang uitgesponnen en ze gingen naar een climax met “Come out, Come down”. Een ontspoorde sound van een band die zich meteen meette met My Bloody Valentine en Archive.

De Newyorkse zusjes Casady van CocoRosie (Marquee) zorgden ervoor dat ze ons deden meestappen in hun wondere sprookjes- en droomwereld. Hun freefolk/elektronicableeps werden verwezenlijkt door piano, akoestische gitaar, harp, allerhande geluidjes en de twee aparte stemmen van de zusjes (operastem en kreunende zegrap), het beatboxen van Tez en verder piano, akoestische gitaar en harp. Een origineel en avontuurlijk geluid dat overeind blijft. En dan spraken we nog niet over de kledij van de zusjes die tot onze verbeelding spraken.
Een wonderlijke klankenwereld op “Houses”, “Animals” , “Promise” en “Werewolf”. “Rainbowwarrior” en “Japan” hadden de sterkste groove en mijmerden naar ‘Wizard of Oz’ of de Familie Trapp. “K Hole”, “Beautiful boyz” en “By your side” werden gedragen door de tegengestelde stemmen van de zusjes.  Een knusse magische droomwereld, die opnieuw kon rekenen op een sterke respons.

Het Limburgse Krakow (Wablief ) waren een aangename verpozing. Slowcore  in de beste traditie van At Close of Every Day, het oude Low en Sophia. Een sfeervolle, traag opbouwende set onder de warme, hemelse stem van een hoogzwangere Niné Cipoletti, aangevuld met haar mannelijke collega.  Een tweetal americana songs  deden denken aan Bonnie Prince Billy en Cowboy Junkies. Fijne muziek van een gevoelige band.

The Sounds (Club) is een Zweedse beloftevolle band met zangeres Maja Ivarsson. Het vijftal speelt melodieus bedreven, potige rock’n’roll met ophitsende toetsenpartijen, binnen de huidige nu-rave, bepaald door de schreeuwende vocals van de knappe blonde zangeres, die wel de nieuwe Debbie Harry lijkt. In een sneltempo volgden de songs elkaar op en kon de band rekenen op een uitgelaten menigte. “7 days a week”, “Night after night”, “Painted by numbers”, “Rock’n’roll” en de single “Tony the beat” waren alvast veelbelovend.

LCD Soundsytem, het New Yorkse dancepunk-kwintet onder leiding van James Murphy, zette de Marquee op zijn kop.  De combinatie van dance, punk, funk, electro,disco en rock werkte aanstekelijk; zelfs tot ver buiten de tent werd er gefeest. Van het gelijknamige debuut uit '05 kwamen het onweerstaanbare “Daft Punk is playing at my house”, het heerlijke “Tribulations” en “Yeah”, in een superlange en opzwepende versie aan bod; stilstaan was niet aan de orde.  Van het begin dit jaar verschenen 'Sound of silver' werden “Time to get away”, het politiek getinte “North American scum”, het groovy en dreunende “Get innocuous”, en het poppy en rustige “New York, I love you” gebracht.
De band was goed op elkaar ingespeeld: drummer Pat Mahoney was zeer strak, en ook gitarist Al Doyle (tevens lid van Hot Chip), keyboardspeelster/vocaliste Nancy Whang en bassist Phil Skarich zorgden voor een vette live sound.
LCD Soundsystem zette een uiterst dansbaar, energiek en knap optreden neer op Pukkelpop.
See you next year!

Eindelijk, na bijna 20 jaar, heeft Chokri Nine Inch Nails (Main stage) op Pukkelpop gekregen!  Voor velen was dit één van de absolute headliners (getuige de 'ontelbare' NIN-t-shirts op de wei).  Frontman/zanger Trent Reznor en zijn invloedrijke industrial-rock band NIN waren naast Ministry, Skinny Puppy (Canada) en KMFDM (Duitsland) één van de belangrijkste en gezichtsbepalende bands van het genre.
Van de debuutplaat 'Pretty hate machine' kwamen het onvermijdelijke “Head like a hole” en “Sin” aan bod.  Doorbraakalbum ‘The downward spiral' werd vertegenwoordigd met het allesverwoestende “March of the pigs”, het mooi opgebouwde “Eraser” en het breekbare, sobere en door Johnny Cash gecoverde “Hurt”, (wat een wereldnummer).  Ook “Burn” (van de 'Natural Born Killers soundtrack'), “Gave up” (van de 'Broken' EP), “The hand that feeds” en het dansbare “Only” (beiden van 'With teeth' ('05)) kwamen aan bod.
Van 'Year zero', het laatste album dat handelt over het mogelijke einde van de wereld,  passeerden “Hyperpower”, “The beginning of the end”, de single “Survivalism” en het noisy-electronische “The great destroyer'” de revue.
Trent werd live bijgestaan door Twiggy Ramirez (ex-Marilyn Manson en A Perfect Circle), gitarist Aaron North (ex-Icarus Line), keyboardspeler Alessandro Cortini en drummer Josh Freese, zeker één van de sterkste line-ups ooit.  NIN verkeerde in bloedvorm en zette een krachtig en explosieve show neer, waarbij het geluid zuiver was.  Ook de lichtshow en het decor waren een lust voor het oog.
Spijtig dat de band maar 70 minuten speeltijd toegewezen kreeg, dus geen “Closer”, “Starfuckers inc.”, “Terrible lie”, “Something I can never have” of “Suck”.  Maar geen nood, het was zeker één van de indrukwekkendste optredens van de drie dagen Pukkelpop!

Sonic Youth (Marquee). Twintig jaar geleden bracht Sonic Youth op vinyl de dubbelaar ‘Daydream Nation’ uit, een baanbrekend album van ‘alternative’ rock, noise, distortion, fuzz en experiment. Het zorgde ervoor dat Sonic Youth, die al een paar jaar bezig waren, gerespecteerd werden voor wat ze deden met hun gitaren, diepe bas en de bezwerende, opzwepende percussie.
Het was de uitgelezen kans om de gierende gitaren, galm en noise aan geluidsversterkers te zien, zoals twintig jaar terug op Futurama.
En net als Dinosaur Jr, verbleekte Sonic Youth vele jonge bandjes met hun rock’n’roll interpretatie.
Ze speelden de plaat integraal. Ik fronste meteen de wenkbrauwen op “Teenage riot” en “Silver rocket” door de strijkstokken op de snaren en de schurende gitaargevechten van Thurston Moore en Lee Renaldo. Een overwaaiende gitaarsound!
Kim, al de vijftig voorbij, nam het voortouw op “The sprawl” en “Cross the breeze” en Lee op “Eric’s trip”. Hun trip ging verder met o.a. “Total trash”, “Hey Joni”, “Rain king” en “Kissability”. “Candle” was mooi om aan te zien door de gitaarsound tegen de versterker te horen.
Bewonderend hoe Sonic Youth dit Magnus Opus speelde, net vóór hun overstap naar een major label. Afsluiter was de trilogie “The wonder”/ Hyperstation/Eliminator”.  Wat een belevenis.
Als bis trakteerden ze ons op “Reena” en “Pink steam” van hun recentste plaat. Mark Ibold van het vroegere Pavement vervoegde het viertal, net als op de optredens in de Hallen Van Schaarbeek, december ll.
Sonic Youth schreef geschiedenis.

Tool (Mainstage) liet wat op zich wachten …tot Sonic Youth had gedaan. Respect!
Voor wie hen afgelopen november zag, was dit praktisch dezelfde set en visuals (vier schermen achter de bandleden). Respect wat Tool presteerde om perfect de donkere, spannende sound onder diverse tempowisselingen en onverwachtse wendingen te spelen. Muziek en visuals van de waanachtige onderwereld van Tool. Maynard James Keenan stond zoals gewoonlijk midden achteraan en gaf met z’n vocale zegzang en voordracht zeggingskracht aan de songs.
Als één concept stelden ze de songs voor, waarvan de klemtoon kwam op het recente ‘10000 days’, naast ouder bekender werk “Stinkfist”, “Schism”, “Lateralus” en “Aenima”. Tool stond garant voor een adembenemende sound en show. Unieke band!

Het vuurwerk mocht het intens driedaags festival besluiten. Moe, voldaan en verzadigd van zo’n pak bands konden we huiswaarts keren!

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Pukkelpop 2007: vrijdag 17 augustus

Geschreven door

Devotchka (Club) ligt muzikaal in de lijn van Arcade Fire en Dresden Dolls. Een tof instrumentarium van akoestische gitaar, accordeon, viool en bastuba zorgden voor een Oost-Europees aandoend geluid. Hun cabaresque poprock intrigeerde.

The Van Jets (Mainstage) is één van de meest geboekte Belgische bands op de festivals. Vorig jaar was de eer weggelegd voor An Pierlé & White Velvet. 2007 is dus het jaar van de winnaar van Humo’s Rock Rally 2004. Hun retrogitaarrock’n’roll werd smaakvol onthaald. Een uitgekiende afwisselende set, met een paar stevige rockers en sfeervolle songs door toetsen. David Bowie’s “Fashion” pakten ze uiterst origineel aan. Puik werk van het viertal onder de broers Verschaeve.

Reverend & The Makers (Dance hall) is een Brits gezelschap dat we in de gaten mogen houden met hun groovende en aanstekelijke popelektronica. Ergens te situren tussen de Britpop van Blur, Oasis en de psychedelica bleeps van Primal Scream. Er was ruime belangstelling om deze nieuwe danspopsensatie aan het werk te zien. “Heavyweight champion of the world”, “Miss Brown”, “Bandits”, “Open your window” en “He said he loved me” maken ons nieuwsgierig naar het debuut dat in september zal verschijnen.

The Rifles (Marquee) zijn een jong bandje uit Londen, die met “Peace & quiet” een aardig rock’n’roll hitje scoorden. Muzikaal uitgangspunt van de band: melodieus sprankelende en energieke korte rocksongs. Live miste het kwartet pit en dynamiek, wat een lauwe set opleverde. De soundcheck tussen de nummers verslapte de vaart en de aandacht. Net zoals The Kooks op Werchter zal het eventjes wachten zijn op een definitieve doorbraak. De band speelde dit voorjaar sterker in de Petrolclub.

Het Britse Fujiya & Miyagi (Chateau), wat een groepsnaam, was één van de ontdekkingen van de dag. Ze verrasten met hun indie elektronica tussen The Notwist, Kraftwerk, Blonde Redhead en Spiritualised. De songs waren repetitief opbouwend; beats en een vleugje experiment werden niet geschuwd. Avontuurlijke band.

Blackstrobe (Dance hall) verbaasde vorig jaar met de instant clubhit “Italian fireflies”. Het duo is ondertussen een full band geworden en speelde voor een  talrijk opgekomen publiek een combinatie van rock, dance, trance  en electro. Een aanstekelijke, opzwepende set, wat de band plaatste naast een Simian Mobile Disco, Justice en Digitalism. Spil Arnaud Rebotini zag eruit als een jonge Lemmy van Motörhead. Blackstrobe slaagde erin als groep te boeien.

Een andere ontdekking was het Schotse The View (Marquee) onder Kyle Falconer en Kieren Webster. Het gezelschap speelde rauw rammelende, melodieuze gitaarrock in het verlengde van Babyshambles, doch mooier, verfijnder en evenwichtiger. De samenzang  gaf elan aan de uptempo gitaarsongs. “Comin’ down”, “Don’t tell me”, “Street lights” en “Same jeans” zijn maar een paar voorbeelden van hun getalenteerd songschrijverschap. En ze zijn niet vies om hun rock’n’roll sound 360 ° te draaien zoals op het intieme “Face for the radio”. De band kon rekenen op een sterke respons. Met stip genoteerd binnen onze ontdekkingstocht op Pukkelpop.

Badly Drawn Boy (Marquee) Damon Gough uit Manchester onderneemt een even uitgebreide tournee met de nieuwe cd ‘Born in the UK’ als ten tijde van het debuut ‘The hour of the bewilderbeast’. Hij grossierde in z’n oeuvre met sfeervolle, dromerige en fris sprankelende popsongs. Fijnzinnige pop onder Dough’s emotievolle weemoedige stem: “Everybody’s stalking”, “Born in the UK” (ingeleid door het Britse volkslied) en “Journeys from A to B”. Waarschijnlijk door het lange touren liet Gough een vermoeide indruk na, waardoor Badly Drawn Boy pas écht op dreef kwam halverwege de (ietwat te korte) set. Hoogtepunt was “Silent Sigh”, na enkele sfeervolle songs op piano “Further I slide” en “All possibilities”.

De Zweedse garagerockers The Hives (Mainstage) zijn vaste klant op Pukkelpop. Ze stonden garant voor veertig minuten energieke en springerige gitaarrock’n’roll onder de excentrieke zanger Howlin’ Pelle Almqvist.
‘The black & white album’ verschijnt binnenkort, waarvan we een paar song te horen kregen, maar het waren vooral de strakke en felle instant klassiekers “Walk idiot walk” en “Main offender” die entertainment ondersteepten.

Het Londense  garagetrio The Noisettes (Club) trad in de voetsporen van The Bellrays en The Yeah Yeah Yeahs, en speelden rauwe rock’n’roll blues. Een glansrol was weggelegd voor de zwarte zangeres, een hyperkinetische dame met een helder overtuigende verbeten soulstem, die op haar hoofd een soort Cleoapatra hoofddeksel droeg. Als een black panther bewoog ze op het podium op zoek naar haar prooi. “
Monte christo”, “Don’t give up”, “Break free”, “Mind the gap” en “Sister Rosetta” waren scherpe, venijnige songs, met een dans- en meezinggehalte. Wat een muzikale wervelwind!

Het was van De Nachten te Antwerpen geleden (zes jaar terug in de tijd!) dat Sophia (Marquee) van Robin Proper-Sheppard zich lieten omringen met een heus strijkerensemble en blazersectie, naast de gebruikelijke opstelling van een (contra) bassist (Malcolm Middleton (vroegere Arab Strap)), toetsenist en drummer. Er was wel achttien man op het podium.
De songs van Sophia werden in een intiem pakkend klassiek kleedje gestopt, waaraan we gewend moesten worden, want het duurde een paar songs vooraleer iedereen op elkaar was afgestemd. “Lost”, “Where are you now” en “Oh my love” werden sober gehouden in deze muzikale garderobe en spijtig genoeg kwamen de backing vocals van het Brusselse zangeresje Melanie niet door.  Pas vanaf “Desert song” kwam alles op z’n plooi, waarbij Proper-Sheppard er nog een lap kon aan geven met z’n pedaaleffects. “Bastards”, “The sea” en “Directionless” waren een prachtige finale.

Het Canadese gezelschap Arcade Fire (Mainstage) geraakte maar moeilijk op gang en had te maken met een slechte geluidsafstemming, en op de koop toe had de zanger Win Butler  stemproblemen. Songs als “Black mirror”, “Intervention” en “Keep the car running” gingen de mist in. Een rommelige set! Zelfs het contact met het publiek bleef uit.  Het was een gemiste kans voor het bonte gezelschap om definitief een breed publiek aan te spreken.
Enkel vocaliste/multi-instrumentaliste en Butlers partner Régine Chassagne kaapte de hoofdprijs weg.  Het was pas op het eind met “Neighborhood” en “Rebellion lies” dat Arcade Fire kon overtuigen, maar dan was het kalf al half verdronken. Spijtig. Hun memorabel optreden van twee jaar terug in het Koninklijk Circus, tijdens de Nuits Bota, waar ze speels, gezellig, ingetogen en wild waren, lijken ze niet meer te herhalen. Pluspunt: het mooie decor van het kerkorgel, de nachtlampen en het grote doek van de cd ‘Neon bible’.

Het Amerikaanse Dinosaur Jr (Marquee) is de laatste jaren te bewonderen in de originele line up van gitarist J. Mascis, bassist Lou Barlow en drummer Murph. Het trio is de gezegende leeftijd van de veertig voorbij, maar gold nog steeds als stichtend voorbeeld voor elk beginnend gitaargroepje. Ze lieten de ‘90’s grunge herleven. Het was genieten van  een stevige brok gitaargeweld van J.Mascis, het martelende basspel van Barlow en de strakke drums van Murph. J. Mascis liet z’n gitaar spreken en speelde de ene aardige solo na de andere, aangevuld met een overwaaiende sound van fuzz en noise aan de versterkers en op de pedaaleffecten.
Ze groeven in hun roemrijke verleden met nummers als “Out there”, “Feel the pain”, “The wagon” en “Sludge”. Nieuw werk van ‘Beyond’ werd niet vergeten met volgende songs “Almost ready”, “Back to your heart” en “Been there all the time”.

Smashing Pumkins (Mainstage), bepalende gitaarband in de ‘90’s,  zijn na een kleine tien terug bij elkaar met twee van de vier oorspronkelijke leden (zanger/gitarist Corgan en drummer Chamberlain). Ze brachten in het voorjaar een nieuwe plaat uit ‘Zeitgeist’ , die enkele stevige nummers bevat, maar ook een handvol niemandalletjes. In het begin trok het viertal de aandacht met “United States”, “Bleed the orchid” en oudjes “Cherub rock” en “Zero”. Maar dan verslapte de aandacht, doordat Corgan de vaart uit het optreden nam met enkele uitgesponnen nummers. Na “Bullet with butterfly wings” verloor hij zichzelf in oeverloos (vervelende) soli. Na “To Sheila” en “Tonight tonight” herstelde het viertal zich met een pittig gekruid laatste half uur van nieuwe songs: “Tarantula”, “Doomsday clock” en “Heavy metal machine”.
Smashing Pumpkins als headliner kon duidelijk beter en aangenamer…

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Pagina 944 van 962