logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Gavin Friday - ...

Jamie T.

Panic Prevention

Geschreven door

Nog zo een jonge gast uit de UK die met een eigenzinnige plaat komt aanzetten. Met Arctic Monkeys heeft hij het platte taaltje gemeen, met The Streets de arrogante raps, met Billy Bragg de prominent aanwezige vocals en met The Specials de opgehitste ritmes. Een talentrijke kerel dus met een neus voor frisse en originele songs zoals het lekker voortdenderende “Salvador”, het pittige “Brand new bass guitar” en het aanstekelijke en hitgevoelige “Calm down desert”. De band zorgt voor steeds verrassende baslijntjes, leuke synths en frisse orgeldeuntjes, maar de beste song is toch deze waar Jamie T. het helemaal in zijn eentje doet, namelijk het akoestische “Back in the game”. Het fijne “If you got the money” had van The Kooks kunnen zijn, afsluiter “Alicia Quays” neigt naar The Streets, een band waar deze Jamie T. wel vaker mee wordt vergeleken, onterecht menen wij want Jamie T. klinkt veel  meer geïnspireerd, een pak frisser en stuk minder vervelend dan The Streets. Kortom, hier schuilt talent in, daar waar The Streets al na 3 nummers eindeloos op de zenuwen beginnen te werken wegens een chronisch gebrek aan variatie op hun platen.

Dinosaur Jr.

Beyond

Geschreven door

Het Amerikaanse Dinosaur Jr, de gezegende leeftijd van de veertig voorbij, is de laatste jaren te bewonderen in de originele line up van gitarist J. Mascis, bassist Lou Barlow en drummer Murph. In 2005 gaven zij een indrukwekkende comeback op het podium, door hun materiaal van in deze oorspronkelijke bezetting (van vóór ’87) te spelen. Op die manier zijn ze nu toe aan het vierde album, en het achtste onder J. Mascis zelf.
Dinosaur Jr laten de ‘90’s grunge herleven door hun rauwe, broeierige en bezwerende gitaarpoprock: J. Mascis laat z’n gitaar spreken en speelt de ene aardige solo na de andere, er is het martelende basspel van Barlow en er is de strakke drums van Murph. Een sterk samenspel, wat opnieuw een tof plaatje oplevert.
Af en toe is er de typerende, overwaaiende sound van fuzz en noise aan de versterkers en van de pedaaleffects. Het zijn tevens de hoogtepunten van de cd: “Almost ready”, “Been there all the time” en het afsluitende “What if I knew”. Tweemaal klinkt het drietal ingetogener: “We’re not alone” en “I got lost”. Barlow neemt twee songs voor z’n rekening: “Back to your heart” en “Lightning bulb”. Het is steevast een herkenbare formule op de Dinosaur platen.
‘Beyond’ haalt misschien niet het niveau van het ‘oude’ Dinosaur Jr maar ze zijn nog steeds het stichtend voorbeeld voor elk beginnend gitaargroepje.

Baloji

Hotel Impala

Geschreven door

Baloji was één van de vroegere rappers van de hiphopcrew Starflam. De voorbije jaren zagen we hem af en toe aan het werk als gastvocalist en hij scoorde met de mensen van Arsenal zelfs een aardig hitje “Personne ne bouge”. Bajoli heeft hard gewerkt aan z’n solodebuut; er werkten bijna 56 muzikanten aan dit heuse project, waaronder koren, strijkers, beatmakers en enkele gastartiesten als Amp Fiddler (zang/toetsen), Ella Woods (zangeres van The Platters), Gabriel Rios, Marc Moulin en Glimmers Twins.
Zijn teksten zijn aangrijpende verhalen van herinneringen en beelden van z’n kindertijd. Geboren in Lubumbashi (Congo) werd hij op 4 jarige leeftijd meegenomen naar België en groeide op in een pleeggezin waarin hij zich niet thuis voelde. Z’n fascinatie naar Franse rap en hiphop was groot en zette Starflam op de kaart!
De cd titel ‘Hotel Impala’ verwijst naar de naam van zijn vaders hotel, dat vernield werd begin jaren ’90. Een onthutsend moment, zo bleek, want de overwinning van het volk betekende net de ondergang van zijn vader.
Baloji giet al deze elementen in een consistent album, een groovy, aanstekelijke mix van hiphop, pop, jazz, soul, funk, afro en chanson.
Na “Tout ceci ne vous rendra pas le Congo”,  klinkt het eerste deel van de plaat  (17 nummers astemblieft!) uiterst sfeervolle met “Ostend transit” en “Le reste du monde”. “Entre les lignes” en “Où en sommes-nous” zijn intiem pakkend, gedragen door Baloji’s zangrap en akoestische gitaar. Er is een fris en dansbaar midden van de cd, luister maar naar “Repris de justesse” en “Coup de gaz”. Tenslotte laat Baloji de soul en jazz op het voorplan treden: “Un dernier pour la route”, “De l’autre côté de la mère” en de titelsong. “Liège Bruxelles Gand”, in drie stukken onderverdeeld, benadert de diverse stijlen op de cd in één grootse song.
Er is een muzikale ideeënrijkdom te horen op Baloji’s solodedebuut, wat een muzikaal ingenieus werkstuk oplevert. Aan u om het samen met me te waarderen!
CD voorstelling: 16.11.07 Botanique, Brussel (Orangerie) co prod Live Nation

The Icarus Line

Black lives at the golden coast

Geschreven door

The Icarus Line staan niet meteen garant voor de meest toegankelijke rockmuziek, dat weten we van twee vorige platen ‘Penance Soiree’ en het compleet overstuurde ‘Mono’.
Ook nu zijn ze weer heftig, geschift, uitgelaten en rommelig maar toch zit er wat meer structuur in hun nummers en zijn er zelfs hier en daar wat strijkers en blazers naar binnengeslopen. Op deze ‘Black lives at the golden coast’ gaat de band zo een beetje alle richtingen uit, van psychedelica tot shoegazer-rock tot felle punk, waardoor de eenheid in deze cd soms wel wat ver te zoeken is. Wij meenden achtereenvolgens Pil, Primal Scream, T-Rex, Sonic Youth, The Mars Volta, Jesus and The Mary Chain en The Stooges te horen, tussen dan nog een hele boel andere dingen die we niet meteen kunnen thuisbrengen. “Victory gardens” is zelfs een onvervalste ‘80’s song en afsluiter “Kingdom” is een geflipte jamsessie van acht minuten die bol staat van de experimenteerdrift. Maar die verscheidenheid tussen de songs is ook wel een troef en illustreert de boeiende evolutie die deze band doormaakt, waardoor we kunnen besluiten date deze ‘Black lives at the golden coast’ zeker de moeite waard is.

Les Rita Mitsouko

Variéty

Geschreven door

Les Rita Mitsouko , onder het Franse duo Cathérine Ringer en Frédéric Chichin, zijn al van de beginjaren’80 actief en hebben al een paar interessante singles uitgebracht als “Marcia Baila”, “Andy”, “C’est comme ça” et “Les histoires d’A”. Ze onderscheiden zich als een Dresden Dolls avant la lettre. Hun eigenzinnige composities zijn een bonte mengeling van poprock, wave en dance waarin een vleugje hiphop en jazz zijn verwerkt en een punky attitude uitstraalt.
Het nieuwe album ‘Variéty’ liet vijf jaar op zich wachten en volgt ‘La femme trombone’ op. De plaat verscheen eerst in de Franse moedertaal en onlangs is er een re-issue in het Engels.
‘Variéty’ bevat sfeervolle, broeierige mooi uitgewerkte songs. “L’ami ennemi”, “Communiqueur d’amour”, “She’s a cameleon” en “Ding ding dong ( ringing at you bell)” hebben de meeste hitpotentie, en getuigen nog steeds van de muzikale creativiteit van het duo. Afsluitende song is het cabaresque “Terminal beauty” met medewerking van Serj Tankin van System of A Down..
Het duo wordt terecht geapprecieerd voor hun muzikale prestaties; de concerten zijn keer op keer uitverkocht.

Mark Ronson

Version

Geschreven door

De Britse Amerikaan Mark Ronson maakte al naam als producer van Christina Aguilera, Lily Allen, Amy Winehouse en Robbie Williams.
Ronson heeft zo z’n eigen kijk op bekende nummers van artiesten; hij coverde ze niet, maar doopte elf songs om in eigen versies en zette ze op plaat; een fijn overgang gebeurde door een drietal instrumentals.
De songs hebben een groove en zijn souljazzy gekruid: “Oh My God” (met Lily Allen), “Toxic” feat Tiggers, “Pretty green” (Santo Gold) en “Amy” feat Kenny.
Sommige nummers dompelt hij doodleuk onder in trance: “Just” (met Phantom Planet)en “Apply some preasure” (Paul Smith goes beats) of er is een vleugje swing: de instrumentale opener “God put a smile upon your face” (feat The Daptone Horns). En tenslotte behoudt Ronson de psychedelica in een paar songs die ze net groots heeft gemaakt: “The only one I know” (feat Robbie Williams) en “LSF” (met Kasabian). Hoogtepunt is “Valerie” door Amy Winehouse, de missing song op haar platen!
Om maar te zeggen dat deze befaamde producer een originele kijk en aanpak op zijn ‘versions’ toepaste.

Slough Fey

Hardworlder

Geschreven door

Mijn verrassing was groot toen ik hoorde dat  ‘The Lord Weird’ Slough Feg nieuw materiaal uithad. De opvolger van het geniale en melodische ‘Atavism’ kreeg de titel ‘Hardworlder’ mee. Een naar mijn mening nogal vreemde naam. Ook het artwork deed mij niet meteen het beste vermoeden. Gelukkig bleek opnieuw dat het uiterlijk vertoon rondom de CD in sommige gevallen alleen maar bijzaak is.
De CD zelf is namelijk net als zijn voorganger ‘Atavism’ van uitstekende kwaliteit. Ondanks de kenmerkende melodieuze gitaarlijnen die gebleven zijn, heeft men met deze nieuwe plaat serieus wat gas teruggenomen. Dit wil echter niet zeggen dat de kwaliteit van de band erop achteruitgegaan is. Integendeel. Naar mijn mening is de band er zelfs nog een serieuze stap mee vooruit gegaan.
Waar ‘Atavism’ bij momenten te druk overkwam voor mij, kan ik ‘Hardworlder’ met gemak in mijn bed beluisteren en er blijven van genieten alvorens in slaap te vallen. Begrijp mij echter niet verkeerd, de snellere stukken zijn nog steeds aanwezig, bijvoorbeeld in “Poisoned Treasures”, maar worden beter afgewisseld met wat meer ‘ingehouden’ melodische stukken.
Ondanks het algemeen ‘tragere’ tempo blijft de CD er vlot ingaan. De ruim 40 minuten klassemetal, die de heren van Slough Feg ons voorschotelen, vliegen werkelijk voorbij. De CD verveelt dan ook geen seconde. Wie niet op de hoogte is van vorige albums van Slough Feg, kan zich aan melodieuze US heavy/power metal, met hier en daar wat aan metal aangepaste invloeden uit het folkgebeuren, verwachten. De ervaring die de groep in de voorbije 17 jaar heeft opgedaan en hun voorliefde voor de underground scene is ook in dit album duidelijk te horen.
Dit laatste door een nummer van het al even geniale Manilla Road in een eigen jasje te stoppen. Hiervoor werd de klassieker “Street Jammer” gekozen. Daarnaast werd ook “Dearg Doom” van de Ierse Folkrockband ‘Horslips’ in een eigen Slough Feg jasje gestopt. Ere wie ere toekomt, het nummer is prachtig geschreven, maar de metalversie komt toch stukken beter uit dan het oorspronkelijke folkrocknummer. Daarnaast dient ook het nummer “Insomnia” een eervolle vermelding te krijgen. Het nummer blijft door de tempowissels meer dan interessant en is dan ook nog eens voorzien van een aangenaam meezingstuk, waardoor het nummer wel eens zou kunnen uitgroeien tot een ware klassieker tijdens de optredens.
Indien mijn woorden u nog niet hebben kunnen overtuigen, dan raad ik u zeker aan om zelf eens na te gaan wat er van klopt, al ben ik er tamelijk zeker van dat heel wat metalheads deze plaat zullen appreciëren.

Tokyo Police Club

A lesson in crime

Geschreven door

Tokyo Police Club is een beloftevolle band uit Toronto, Canada die met de 8 songs op de EP een beloftevol visitekaartje afleveren. 8 songs, 18 minuten, dit betekent ‘to the point’ melodieuze gitaarsongs, die energiek, krachtig, scherp, snel klinken of melodieus onderbouwd zijn. Postpunk op z’n Futureheads waarin een vleugje Bloc Party en Strokes is verwerkt in het gitaarspel en in de zang van bassist David Monks (neigt naar Julian Casablancas).
“Cheer it on”, “Nature of the experiment”, “If it works” en “Cut cut paste” zijn frisse gitaarpopsongs onder een opzwepend ritme. “Be good” en “La ferrassie” (intrigerend orgeltje en gitaarspel) lijken voor Bloc Party de afwezige nummers op hun platen en “Citizens of tomorrow” en “Shoulders and arms” zijn broeierig en hebben een puike opbouw.
‘A lesson in crime’ is een afwisselend kort, kernachtig plaatje; uitkijken wordt het naar de full CD!

Wilco

Sky Blue Sky

Geschreven door

We houden Jeff Tweedy’s Wilco altijd in het oog als er nieuw werk verschijnt. Deze Amerikaanse band heeft al een paar schitterende cd’s afgeleverd als ‘Summerteeth’, ‘Yankee Hotel Foxtrot’ en ‘A ghost is born’. De alt.country/americana groep speelt intense, doorleefde retrorock en intieme pop, onder Tweedy’s melancholisch zalvende stem. Het zijn dromerige, sfeervolle meeslepende luistersongs bij valavond, die mooi zijn uitgewerkt, enkele magistrale gitaarsoli bevatten en kleur krijgen door steel pedal, keyboards en piano.
Dit zevende album van Wilco neemt doodleuk de muzikale rol van The Jayhawks en The Black Crowes over. Ze gaan als een jonge volleerde Neil Young & Crazy Horse te werk.
Het is genieten van “Impossible Germany”, “Side with the seeds” en “On and On and On”. “Walken” is een regelrechte kraker om in een donkere kroeg aan of op de toog whisky te drinken. “Hate it here” is de meest poppy song. Het ingetogen “Please be patient with” (enkel akoestische gitaar en stem) is de treffende zelfloutering van Tweedy om te kunnen leren omgaan met z’n migraine en paniekaanvallen.
‘Sky Blue Sky’ klinkt als de titel van de cd, gewoonweg hemels.

FeestinhetPark 2007: zondag 26 augustus

Geschreven door

0vertuigende acts van headliners Kowlier en Mercury Rev.

An Pierlé & White Velvet (Grand Mix) ondernam een intense clubtournee en was op elk festival te zien vorig jaar. Ze speelden een hartverwarmende, sfeervolle en dromerige set, met songs als “How does it feel”, “Jupiter” en “Snakesong”. De band liet zelfs een tweetal nieuwe songs horen: een strakke “Not the end” en een poppy “Anytime you leave”. “C’est comme ça” (van Les Rita Mitsouko) en “Paris s’eveille/I feel love” (traditionele afsluiter) waren de muzikale coversmaakmakers.

Calvin Harris (Bar Bizar) dompelde het publiek onder een ‘80’s popelektronica geluid. De band had er duidelijk zin in en hun vrolijke dansbare pop als “The girls” en “Acceptable in the ‘80’s” gingen erin als zoete koek.

T.O.K. (Grand Mix) een reggae dancehall gezelschap uit Jamaica, waren een soort Spearhead on speed en zorgden voor een partysfeertje met hun spervuur aan raps, pompende beats en popreggaedeuntjes.

Ladytron (Bar Bizar) bood monotone ‘80’s electropop. Het statische karakter van het gezelschap en de weinige variatie in hun koele elektronica, deed de interesse afnemen tijdens de set.

De tent was intussen volgelopen voor Kowlier (Grand Mix), de troubadour van de avond. Z’n sfeervolle en meezingbare moderne kleinkunstpop werd smaakvol ontvangen, want het publiek zong luidkeels “In de fik”, “Ne welgemeende…”, “Bjistje in min uoft” en “Min moaten” mee. Hij stelde ook enkele nieuwe songs voor van de pas verschenen cd ‘Een man van 31’: “Donderdagnacht”, “Idderkji ipniew” en “Niemand”. Sterke songs van de nieuwe veelbelovende plaat. “De grotste lul van ’t stadt” besloot pittig en stevig de overtuigende set van de sympathieke Kowlier.

Het enthousiaste Canadese duo Chromeo (Bar Bizar) liet fraaie deuntjes disco, funk, hiphop horen in hun groovy synthipop. Een fris, aanstekelijk geluid, met “Tenderoni”, “Waiting for U” en “Needy girl” als toppers.

Mercury Rev (Grand Mix)
klonk als een bedreven Hawkwind/Spacemen 3/Spiritualised met een galm van fuzz in hun psychedelicapop. Gitarist Grashopper had z’n versterker op tien geplaatst, en  zanger Donahue was de orkestleider van de muzikale droomwereld van Mercury Rev. “In a funny way” en “You’re my queen” openden krachtig. Het was pas halverwege de set, “Tonite it shows”, dat de band gas terugnam en sfeervoller klonk. Ze stelden een pak nieuwe songs voor, wat ons nieuwsgierig maakt naar de nieuwe cd in 2008. “Opus 40”, “Dark is rising” en de toegift “Holes” waren de enige herkenbare songs, badend in een golf van fuzz en distortion. De sprookjesachtige sound van op plaat ontbonden ze op FihP duivels. Wat een pletwals!

Organisatie: FeestinhetPark, Oudenaarde

Pagina 943 van 963