logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
avatar_ab_08

Tokio Hotel

Het hippe, hotte Mega Mindy spel van Tokio Hotel

Geschreven door

Vier jonge gasten uit Magdeburg braken in geen mum van tijd door te Europa en slaagden erin vier TMF Awards binnen te halen: beste nieuwe artiest, beste album ‘Scream' (de Engelstalige versie van ‘Schrei’ uit’05), beste videoclip (“Monsoon”) en beste pop. De tweeling Bill en Tom Kaulitz (zanger en gitarist), Gustav Schäfer (drums) en bassist Georg Listing zijn het ideale muzikale product geworden voor elke ‘rockmindende’ tiener.

Het Duitse viertal is eigenlijk al zo’n zes jaar bezig en werd in een al lang uitverkocht Vorst stormachtig en oorverdovend toegejuicht door duizenden meisjes; het was soms beangstigend om hen te horen gillen, roepen en schreeuwen, alsof de zaal op instorten stond. Dranghekkens beneden verhinderden dat de jongeren zich zouden verpletteren als de vier jongens vooraan op het podium kwamen. En dit was geleden van een paar ‘90’s Boys bands als Take That.
Tokio Hotel zijn de nieuwe ‘hipcultuur’: een jonge blonde drummer met kort haar, een ruigere bassist, een gitarist met dreadlocks en een zanger als knuffelbeertje. En hun Tokio Hotel trad deze avond op, droom werd werkelijkheid: Bill, een jonge ‘Boy George’, met geschminkte oogleden en wapperende ‘ge-gel-de’ haren zien zingen en dansen, en hopen op een mate van oogcontact.
Ze brachten ruim anderhalf uur een afwisselende, uiterst verzorgde en volledig afgewerkte (lees afgelikte) set, waarin alles, wat je maar kon bedenken, aan bod kwam: muzikaal stevig, gebald tot ballad, in de bis een akoestische set die hun ‘Ubersende der welt’ moet promoten, er was de wervelende show, act en dans, en er waren op schermen clips te zien.
Tokio Hotel was een volwassen  megaband en speelde overtuigend een pak songs van 'Zimmer 483' en 'Scream'  in het Duits, met af en toe een mondje Engels: "Uebers Ende der Welt", “Scream”, “Don’t jump”, “Sacred”, “Ready, set, go” en “Monsoon”. Bill had het qua stem soms moeilijk de sound te kunnen overtreffen, maar was een podiumbeest die z’n fans opzweepte en af en toe een woordje Frans en Nederlands sprak. Elke song werd woord per woord meegezongen; Het Duits bleek plots de tweede taal voor de duizenden jongeren.

Tokio Hotel is ‘hip‘en ‘hot’, een Mega Mindy spel; we ondergingen dat zij de band van het jaar zijn geworden. Een ‘traum’ voor het jonge viertal als voor de tienduizend jonge fans…!

Organisatie: Live Nation

Riffs’n’Bips Festival 2007: een aangename en fijne mix van electro en rock

Geschreven door

Voor de eerste keer maakte ik kennis met het Riffs’n’Bips festival, al aan de vierde editie toe, een happening met een mix van electro en rock, in de Lotto Expo te Mons.  In vroegere edities kwamen al Vive la Fête, BRMC, Millionaire, Black Strobe en Magnus langs. Een aangename en fijne ontdekking bij onze Franstalige vrienden!

Als start kon ik van het beloftevolle viertal The dIplomat, die naar Brussel zijn uitgeweken, nog enkele nummers meepikken: snedige gitaarrock’n’roll, een venijnige melodie en gretig spelplezier. Hun pas verschenen debuut lijkt me op die manier meer dan de moeite waard…

Piano Club uit Luik, gegroeid uit leden van Hollywood Porn Stars en Malibu Stacy, is één van de Waalse exponenten die in Vlaanderen van wal kunnen steken met hun grillige en subtiele gitaarpoprock, een vleugje ‘80’s synthi wave en elektronicableeps; het viertal was voor deze happening speciaal in het wit gekleed en speelden enkele aardige nummers als “Love machine”, “Walkin’ bigfoot”, “Girl on tv” en “Shine”. Net als bij The dIplomat is het uitkijken naar hun debuut.

Het Franse Punish Yourself (met een opmerkelijke corpulente gitariste!) was totaal andere koek: ze spelen een crossover van industrial, punkmetal en ‘digital’ hardcore (elektronische mitrailleursalvo’s/technopunk) ergens tussen Ministry, het oude NIN, Marilyn Manson en Atari Teenage Riot. Een apocalyptische, bloedstollende sound van een in fluor gebodypainted viertal. In een moordend tempo haalden ze ‘sex, death en destroy’ undergroundverhalen aan, vorm gegeven door zwart/wit projecties, een decor van skeletten, afgehakte hoofden,  en bandages van vrouwenlichamen.  Enkele gitaarrock’n’roll licks op z’n Poison Ivy’s (van The Cramps) en een dubbele percussie zorgden voor variatie. Op het eind kwam J-L Demeyer van Front 242  nog een nummer meezingen; de groep kon rekenen op een sterke respons en had een pak die-hard fans mee…Punish Yourself  is de wildcard voor een nieuwe soundtrack van een David Lynch film…

De menigte kon zomaar moeiteloos overstappen van de oorverdovende sound van Punish Yourself naar de electrokitschpop van Daan, die ferm werd gesmaakt. Hij en z’n band waren alvast mooi uitgedost in kostuums. Op z’n eigen unieke manier en houding is Daan een festivalbeest. Het was een niet te missen optreden, voor wie hem nog niet aan het werk zag. Hij bouwde z’n set zorgvuldig op: “The player” en “Victory” bouwden een finale reeks naar “Sweet designer drugs”, een intieme “1969” (op piano), “Promis U” en de dance klassieker “Housewife”, die de ganse zaal tot dansen bracht.

Het Zwitsere trio The Young Gods, onder zanger Franz Treichler, zijn al ruim twintig jaar bezig. Samen met The Swans en Einstürzende Neubauten gaven ze de elektronica een bepalende push onder de stijl van ‘industrial’.
Hun combinatie van elektronica sounds, en –dwarrels en de dosis voorgeprogrammeerde gitaarexperimenten (en –noise), opgezweept door een begeesterende percussie, en ondersteund door de Frans/Engelse galmende, declamerende schreeuw/zegzang van Treichler, blijft een uniek gegeven. Af en toe integreerden ze ambient en technotrance. Trouwens, The Young Gods gaven twee jaar terug een fijn overzicht van hun muzikale carrière en bewezen dat ze totaal nog niet waren uitgeblust.
Met hun donkere dreigende, broeierige sound, slaagden ze er nog steeds in zich te kunnen meten tegenover de huidige sliert industrial/waverock/gothic bands. Witte spotlights (inclusief een spot op het microstatief!) en stroboscoop gaven kleur; Onlangs verscheen de nieuwe cd ‘Super ready/Fragmente’, waaruit live gretig werd geplukt: op “El magnifico” kwamen de drums op het voorplan,  “C’est quoi c’est ça” leidde de middernachtmis in, “Un point, c’est tout” leek de soundtrack voor een nieuwe ‘The excorcist’ en met ‘Every where’ en ‘I’m the drug’ toonden ze aan hoe inventief en scherp ze kunnen klinken. “Kissing the sun” en “Envoyé” waren alvast twee niet te missen klassiekers, die op een sterke respons konden rekenen. Spijtig genoeg waren ze gelimiteerd qua tijd, wat hen beperkte nog meer muzikaal afwisselend materiaal voor te stellen.

Na deze optredens kwam de klemtoon op enkele DJ sets: Agoria feat. Peter Murphy (van Bauhaus), IamX en Cosy Mozzy: een pak nieuwe geïnteresseerden daagden op, wat me deed terugdenken aan de DJ sets op het Dourfestival.
Het Franse Agoria uit Lion hield met hun aanstekelijke, bruisende en groovende technoclubtrance gedurende een klein uur het dansende publiek in z’n greep; een vleugje psychedelica en electro waren een welgekomen verfrissing, naast de grauwe, donkere vocals van Peter Murphy in twee songs.
IamX en Cosy Mozzy besloten op overtuigende wijze de vierde editie van electro en rock event die op ruim 3000 belangstellenden kon rekenen.

Organisatie: Riffs’n’Bips, Mons

The Young Gods

The Young Gods: na ruim twintig jaar nog steeds niet uitgeblust

Geschreven door

The Young Gods besloten het Riffs’n’Bips (mix van electro en rock) festival te Mons.
Het Zwitsere trio The Young Gods, onder zanger Franz Treichler, zijn al ruim twintig jaar bezig. Samen met The Swans en Einstürzende Neubauten gaven ze de elektronica een bepalende push onder de stijl van ‘industrial’.
Hun combinatie van elektronica sounds, en –dwarrels en de dosis voorgeprogrammeerde gitaarexperimenten (en –noise), opgezweept door een begeesterende percussie, en ondersteund door de Frans/Engelse galmende, declamerende schreeuw/zegzang van Treichler, blijft een uniek gegeven. Af en toe integreerden ze ambient en technotrance. Trouwens, The Young Gods gaven twee jaar terug een fijn overzicht van hun muzikale carrière en bewezen dat ze totaal nog niet waren uitgeblust.
Met hun donkere dreigende, broeierige sound, slaagden ze er nog steeds in zich te kunnen meten tegenover de huidige sliert industrial/waverock/gothic bands. Witte spotlights (inclusief een spot op het microstatief!) en stroboscoop gaven kleur; Onlangs verscheen de nieuwe cd ‘Super ready/Fragmente’, waaruit live gretig werd geplukt: op “El magnifico” kwamen de drums op het voorplan,  “C’est quoi c’est ça” leidde de middernachtmis in, “Un point, c’est tout” leek de soundtrack voor een nieuwe ‘The excorcist’ en met ‘Every where’ en ‘I’m the drug’ toonden ze aan hoe inventief en scherp ze kunnen klinken. “Kissing the sun” en “Envoyé” waren alvast twee niet te missen klassiekers, die op een sterke respons konden rekenen. Spijtig genoeg waren ze gelimiteerd qua tijd, wat hen beperkte nog meer muzikaal afwisselend materiaal voor te stellen.

Organisatie: Riffs’n’Bips festival, Mons (in het kader van het Riffs'n'Bips festival)

Radar Festival 2007: het jaarlijks initiatief van Le Grand Mix, Tourcoing

Geschreven door

Het Radar Festival is een jaarlijks initiatief van Le Grand Mix Tourcoing, gedurende drie avonden, waarbij per avond een drie à vier bands worden voorgesteld. Op en rond het podium hangen enkele schermen. Tussen de bands kon je rustig verpozen in ‘The village’ voor een drankje, een theetje en een hapje; er was randanimatie in enkele caravans, die in een halve cirkel waren opgesteld. Trouwens, Le Grand Mix is momenteel tien jaar bezig…
We kozen voor het thema van Dag 2: Peace & Love & Flower Power; vier bands traden aan: This Is The Kit, Tender Forever, The Do en I’m From Barcelona

This Is The Kit
is een Britse singer/songschrijfster, die intieme, breekbare pop met een folky, bluesy ondertoon speelde, gedragen door haar overtuigende, pakkende vocals; ergens tussen Michelle Shocked, Suzanne Vega en Joni Mitchell. Haar bloemetjesjurk bekrachtigde het gegeven van Peace & Love & Flower Power. Door ziekte van haar violist, was ze genoodzaakt alleen op te treden; innemende songs op elektrische of akoestische gitaar en op banjo.

De meest opmerkelijke solo artieste was de Française Tender Forever, die een langdurige stage in de VS er op zitten had; haar avontuur en ervaring zette ze om in een opmerkelijk livesetje op elektronica en gitaar. De multi-instrumentaliste startte schuchter, maar palmde gaandeweg het publiek in met haar bricollage van (neurotische ) elektronica soundscapes, gitaargetokkel, handgeklap en stemexperiment. Er was zelfs een vleugje freefolk door allerhande geluidjes. Ze animeerde het publiek ongelofelijk. Op het scherm  waren soms twee artiesten geprojecteerd, die samen met haar speelden, dansten of zongen.  Op het einde maquilleerde ze haar gezicht en trakteerde het publiek op een ‘Tender hardcore’ afsluiter. Een duik in het publiek maakte dat ze letterlijk op handen werd gedragen!

The Do, een Frans drietal, haalde hun muzikale roots uit Scandinavië: er kleefde een Finse vlag op hun instrumentarium, surplus de  ‘lookalike’ van de zangeres. Ze creëerden een warm melancholisch, dromerig en sfeervol poprockgeluid, ergens tussen The Cardigans, Mum, Blonde Redhead en de rits integere vrouwelijke singer/songwriters, die door de synthi, belletjes en tierlantijntjes rond het drumstel, en de hoge, hemelse en ijle zang zeggingskracht kregen.

En tenslotte trad een Scandinavische band aan,  uit Zweden I’m From Barcelona, die door hun feestmuziek de naam van het festival alle eer aandeden. Ze zorgden voor een Flaming Lips sfeertje door de talrijke ballonnen, confetti en snippers; “We’re From Barcelona” werd een instant (one hit?) klassieker, wat een heuse succesvolle tournee op de been bracht.  Net als bij The Polyphonic Spree was er sprake van een band van 14 man op het podium, die speelden, dansten en zongen, de ene wat meer geflipt dan de andere…Een zondagsmis kon niet beter worden geanimeerd. Na de Pavarotti/Freddie Mercury’s bombastische “Barcelona” opener, vatte het feestgedruis aan: de groepsleden sprongen als gekken in het rond en er was meteen een dansende massa op “Treehouse”. De zanger dook meteen het publiek in. Het was ons duidelijk: het geflipt allegaartje I’m From Barcelona trakteerde ons op een klein uurtje party time. De nummers logen er niet om: “Rec & Play”, een praktisch onherkenbare “Like a prayer” van Madonna, “Chicken pox” en “We’re From Barcelona”. Een hoogstaand tempo van feestvieren die snel voorbij was. “Jenny” en “Barcelona loves you” wakkerde in de bis een polonaise aan, waarbij iedereen op het podium werd uitgenodigd om te jumpen op een hard/breakcore remix van hun hit.

I’m From Barcelona is een prettig gestoord collectief die het publiek in goede stemming bracht en een fijn weekendje inzette…en ze waren geslaagd in hun opdracht!

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

I’m From Barcelona

I’m From Barcelona: een prettig gestoord collectief brengt het publiek in feeststemming

Geschreven door

De Scandinavische band, uit Zweden I’m From Barcelona, besloot het Radar festival te Tourcoing; door hun feestmuziek deden ze de naam van het festival alle eer aan. Ze zorgden voor een Flaming Lips sfeertje door de talrijke ballonnen, confetti en snippers; “We’re From Barcelona” werd een instant (one hit?) klassieker, wat een heuse succesvolle tournee op de been bracht.  Net als bij The Polyphonic Spree was er sprake van een band van 14 man op het podium, die speelden, dansten en zongen, de ene wat meer geflipt dan de andere…Een zondagsmis kon niet beter worden geanimeerd. Na de Pavarotti/Freddie Mercury’s bombastische “Barcelona” opener, vatte het feestgedruis aan: de groepsleden sprongen als gekken in het rond en er was meteen een dansende massa op “Treehouse”. De zanger dook meteen het publiek in. Het was ons duidelijk: het geflipt allegaartje I’m From Barcelona trakteerde ons op een klein uurtje party time. De nummers logen er niet om: “Rec & Play”, een praktisch onherkenbare “Like a prayer” van Madonna, “Chicken pox” en “We’re From Barcelona”. Een hoogstaand tempo van feestvieren die snel voorbij was. “Jenny” en “Barcelona loves you” wakkerde in de bis een polonaise aan, waarbij iedereen op het podium werd uitgenodigd om te jumpen op een hard/breakcore remix van hun hit.

I’m From Barcelona is een prettig gestoord collectief die het publiek in goede stemming bracht en een fijn weekendje inzette…en ze waren geslaagd in hun opdracht!

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing (in het kader van het Radar Festival)

Cowboy Junkies

At the end of paths taken

Geschreven door

De Canadese muzikale familie Timmins, Cowboy Junkies, klinkt op ‘At the end of paths taken’ terug wat weerbarstiger, zoals op de platen ‘Open’ (’01) en ‘One soul now’ (’04), zonder in te boeten van hun sfeervolle, dromerige en broeierige aanpak. Traditiegetrouw stond gitarist Michael in voor de teksten en worden de songs gedragen door de ‘kippenvel’stem van Margo.
The Cowboy Junkies verrassen natuurlijk niet echt meer zoals in de beginjaren ’90, maar ze staan nog steeds garant voor boeiende americana/countrypop.  De strijkersarrangementen, de piano en zelfs het vleugje triphop geven kleur aan het subtiele geluid.
‘At the end of paths taken’ is het muzikaal bilan van deze veertigers van adolescent tot volwassene, en van ouder tot kind: “Brand new world” zet de toon, vervolgens klinken ze liefdevol op “Still lost”, “Spiral down”, “Someday soon”, “It doesn’t really matter anyway”, en “My only garantee”, die de cd besluit. “Cutting board lost” en “Mountain” zijn de uptempo nummers van de plaat.
’At the end of paths taken’ is al de twaalfde cd van deze Canadezen, wat nog steeds respect oproept.

The Fall

Reformation Post TLC

Geschreven door

The Fall: Voer voor oude punkers.
The Fall, tijdsgenoten van Joy Division is een punkrockband uit Manchester, waarvan de persoonlijke vriend van Nick Cave  Mark.E Smith de onbetwiste leider is. De groep bestaat sinds 1976 in wisselende bezetting en heeft inmiddels tientallen albums uitgebracht.
Ze gebruiken nog steeds het oeroude concept: niet kunnen spelen, dus maximaal twee akkoorden per nummer – er staat zelfs eentje op met één akkoord -, lofi-sound en een zanger die eerder declameert dan zingt. Hij meet zich ook hier een pseudo-intellectueel cachet aan door teksten en woorden te debiteren waarvan wij niet eens meer wisten dat ze nog bestonden. Dit alles vervaagt in een achtergrond van een strak en repetitief rockgeluid.
Van The Fall zijn ongeveer een 80 ongeveer dezelfde albums uitgebracht (met uitzondering van electronica-invloeden tijdens de ‘Madchester scene’).
Met ‘Reformation post TLC’ is dat ook niet anders. Eigenlijk hoor je een dertien tal varianten op het alom gekende Roadrunner van Jonathan Richman & The Modern Lovers, een song die iedere punker nog altijd benijdt omdat er slechts twee akkoorden zijn en de song inhoudsloos is, doch een grote openbaring meent te zijn van wat de juiste punkattitude is.
Mijn verlangen is groot om deze knarren eens live aan het werk te zien, maar ook op dat vlak geniet de immer wispelturige Smith een slechte reputatie. Misschien word deze prille vijftiger wat milder,alhoewel dit niet te horen is op Reformation.
Reformation Post TLC
Over! Over! / Reformation! / Fall Sound / White Line Fever / Insult Song / My Door Is Never / Coach And Horses / The Usher / The Wright Stuff / Scenario / Das Boat / The Bad Stuff / Systematic Abuse / Outro.


Feist

The Reminder

Geschreven door

Leslie Feist uit Canada was de voormalige huisgenote van Peaches; ze tapt muzikaal uit een totaal ander vaatje. In 2004 debuteerde zij met ‘Let it die’, wat een staalkaart betekende van haar getalenteerd singer/songwriterschap. In de VS werd zij succesvol onthaald, in Europa kreeg zij lovende recensies, doch een doorbraak bleef uit.
Op de vervolgplaat ‘The Reminder’ horen we mooie, intieme en breekbare songs, vooral bepaald door akoestische gitaar, piano, elektronica soundscapes, een softe percussie en haar gevoelige stem. Een beetje Joan As Police Woman. Af en toe komt ze aandraven met een koortje zoals op de opener “So sorry”, of met blazers op “1234” of klinkt ze iets forser en krachtiger: “My moon my man” en “Past in present”; “Sealion” is een clapping/ a capella song. Op het eind klinkt de sobere aanpak door: “Brandy Alexander”, “Intuition”, “Honey honey” en “How my heart behaves”, waar ze vocaal wordt ondersteund door Eirik Glambek Boe van Kings Of Convenience.
‘The Reminder’ is een duidelijk groeiplaatje die per luisterbeurt ons bij het nekvel grijpt. Loon naar werk?

Gotthard

Domino Effect

Geschreven door
Met de precisie van een Zwitserse klok brengt de melodieuze rockband Gotthard kwalitatief sterke rockalbums uit. ‘Lipservce’ uit 2005 was een waanzinnige schijf, maar dit album schat ik nog wat hoger in. Meer zelfs…dit is de allerbeste Gotthard plaat tot op heden! Maanden voor het uitbrengen van ‘Domino Effect’ had de pers het over een ernstige muzikale koerswijziging en een terugkeer naar de hardere, minder toegankelijke sound van de beginjaren.
Niets is echter minder waar! Het nieuwe album klinkt inderdaad wel een stuk minder commercieel dan zijn voorganger. De gepolijste sound van ‘Lipservice’ heeft plaats moeten ruimen voor een wat ruwere, donkere soundkleur (vooral aan de gitaarsound is duidelijk gesleuteld). Doch, het schrijven van supermelodieuze rocksongs hebben ze nog niet verleerd en dat komt tot uiting in 15 sterke rocksongs (14 + 1 bonustrack) die één voor één dik de moeite waard zijn. Dit is absoluut een monsteralbum! ‘Domino Effect’ is een erg gevarieerde schijf en staat voor alles wat Gotthard doorheen de jaren uitbracht. Het album opent met trio van sublieme rocksongs. In “Master Of Illusion” laat Steve Lee meteen horen dat hij één van de allerbeste rockzangers is van het moment. Wat een strot! Wat een song! De dominosteentjes vallen perfect verder met het beukende “Gone Too Far” en de donkere titelsong “Domino Effect”.
Gotthard zal ook altijd een ballade band blijven. Perfecte, nooit zeemzoete, ballades vormen ook nu weer de nodige rustpunten die de band inbouwt. Ook aan de oudere fans werd gedacht want “The Cruiser (Judgement Day)” is een vrij stevige song met een gedreven AC/DC riff die best op één van de eerste Gotthard albums had kunnen staan. Kortom het album is een aaneenschakeling van hoogtepunten. Vanwege het perfecte evenwicht (en plaatsing) tussen up-tempo songs en ballades ben je in één wip door het album heen. Waarna je zin hebt om het opnieuw te beluisteren.
Ondertussen heeft Gotthard negen schitterende klasse schijven afgeleverd. Met “Domino Effect” is er ook eindelijk een release voorzien op de Amerikaanse markt. De doorbraak kan nu absoluut niet meer uitblijven. Grote klasse!

 

Heavy Trash

Going way out heavy with Heavy Trash

Geschreven door

Jon Spencer heeft voor onbepaalde tijd zijn Blues Explosion op non actief gezet om zich met enkele interessante nevenstapjes bezig te houden. Vorig jaar kwam daar de bruisende cd ‘The man who lives for love’ uit onder de naam Spencer Dickinson, nu komt hij aanzetten met de al even boeiende tweede cd van Heavy Trash, het bandje die hij in 2005 opgestart heeft met Matt Verta-Ray van Speedball Baby (ze werkten eerder ook al samen op ‘The Black Godfather’ van Andre Williams). Verder worden ze onder andere begeleid door The Sadies, een country trash groepje met hart en ziel op de juiste plaats.
“Zullen we nog een keertje een ‘Elviske’ doen”  moet Jon Spencer gedacht hebben bij het inzetten van deze vette klomp rock’n’roll en hij schudt meteen de geschifte Elvis-pastiche “Pure gold” uit zijn mouw. Een opener van formaat en men gaat op dat elan door. Spencer swingt zijn eigen ballen er af in “Kissy baby”, zet een overstuurde Johnny Cash neer in “That ain’t right”, blaast de speakers er door in de garage punker “I want oblivion” en toont zich een volleerde crooner in de plakker “Crying tramp”. En het stopt niet, “Way out” bruist als The Cramps in hun hoogdagen, “They were kings” is een geweldig voortdenderende rock’n’roll sneltrein, “Crazy pritty baby” is een hete lap opgefokte gekheid en afsluiter ”You can’t win” is een heerlijke talking blues.
Dit is, mocht u het nog niet begrepen hebben, een meer dan fantastisch en knotsgek plaatje waar een mens maar niet genoeg kan van krijgen. Als Spencer dergelijke geniale zotte dingen blijft doen, hoeft hij van ons zelfs niet eens meer de Blues Explosion terug bijeen te roepen.

Pagina 939 van 962