Botanique, Brussel - concertenreeks

Botanique, Brussel - concertenreeks 2026Stoned Jesus, Wheel, woensdag 1 april 2026, Orangerie, 20h Oliver Symons, zaterdag 4 april 2026, Witloof Bar, 20h Koma, woensdag 8 april 2026, Rotonde, 20h Son Little, vrijdag 10 april 2026, Orangerie, 20h Chalk,…

logo_musiczine_nl

Cactus Club, Brugge - concerts

Cactus Club, Brugge - concerts 2026 02-04 The Hickey Underworld, Bed rugs 05-04 Breaking waves: Knives, The Rats 09-04 Tom Smith @Sint-Jakobskerk 11-04 Tortoise (ism Kaap) 12-04 The Tool Experience (FKA The Perfect Tool), Carneia (Org: Devil in a box) 13-04…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
dEUS - 19/03/20...

Giant Sand

Recounting The Ballads Of Thin Line Men

Geschreven door

Giant Sand heeft het album ‘Ballad Of A Thin Line Man’ uit 1986 opgegraven en heeft een nieuwe soep gekookt van de beenderen op ‘Recounting The Ballads Of Thin Line Men’. De band deed eerder hetzelfde met ‘Valley Of Rain’ (naar ‘Return To Valley Of Rain’).
Er zijn verschillende redenen om een oud album opnieuw op te nemen. Vaak zijn die van financiële of administratieve aard,  maar er zijn ook artiesten die de tracks helemaal willen herinterpreteren. Dat laatste lijkt aan de hand met ‘Recounting The Ballads Of Thin Line Men’. Met de oorspronkelijke opnames was immers niet zo veel mis. Om een of andere bizarre reden werd het oorspronkelijke album van Giant Sand uit 1986 enkel in Europa uitgebracht (en niet in de VS) waar de band meteen op handen werd gedragen. Sindsdien volgden nog meer dan 20 albums van Giant Sand.
De basisbezetting van het heropgenomen album bestaat behalve uit Howe Gelb nog uit Tommy Larkins (drums) en de Deen Thøger Lund (bas). De gasten zijn Paula Brown, de ex van Gelb en voormalig Giant Sand-bandlid. Andere oud-bandleden Winston Watson (drums) en Annie Dolan (gitaar) doen hun ding op “Desperate Man”. De tracklist is ongeveer dezelfde. “All Along The Watchtower” van Bob Dylan en “Last Legs” zijn er niet meer bij. “You Can’t Put Your Arms Around A Memory” van Johnny Thunders is wel opnieuw present. “Reptilians” is een track die bij al eens opdook bij de heruitgave van het oorspronkelijke album, bij de 25ste verjaardag (nu is het 33,3 jaar oud).
De sound van de nieuwe opnames verschilt weinig van die van het origineel. Wel heeft Gelb nog meer zijn stempel gedrukt. Zijn manier van gitaarspelen en zingen is heel kenmerkend. Een beetje ruw en slordig. Daardoor klinkt het heropgenomen album wat meer als grunge.
De algemene sound heeft deze keer iets van ‘Rust Never Sleeps’ van Neil Young, die andere grunge-godfather. Zelfs vocaal komt Gelb dicht in de buurt van Young. Deze band gaat het gevecht aan met de blote vuisten, de knokkels wit van woede, maar wel met de overtuiging dat het gevecht al op voorhand gewonnen is. Ook draaien ze de versterker al eens terug van 10 naar 5, voor een ballad die je bij de strot grijpt. De backings van Paula Brown op “Graveyard” katapulteren die track naar de achtertuin van David Lynch. De invloeden die Gelb had voor het oorspronkelijke album klinken nu nog minder hard door.
Opener “Reptilian” is licht-psychedelische desertrockblues, terwijl “A Hard Man To Get To Know” echt wel leentje buur heeft gespeeld met Neil Young. Niettemin is dit één van de betere tracks van het album en dan nog wel voor de volle zes minuten. “Desperate Man” klinkt minder wanhopig of urgent dan de titel laat vermoeden, maar de sound is wel vintage-Giant Sand. “Tantamount” is verrassend vrolijk en lo-fi, maar krijgt een herkansing als sappige rock in de bonus-song  “Tantamount Blast”. ”Body of Water”, een track die Gelb reeds in 1983 opnam met toen nog Giant Sandworms, klinkt zo hard als de Pixies dat je denkt dat Joey Santiago meespeelt. Het (opnieuw) door Paula Brown gezongen “The Chill Outside” begint als bubblegum-pop, maar landt na een niet zo loepzuivere gitaarsolo toch in Giant Sand-land. “Thin Line Man” is de perfecte uitsmijter. De band gaat er nog een laatste keer hard tegenaan. Met de ‘oude’ outro in gedachten zit je naar het einde wel nog te wachten tot de windvlaag in een storm verandert, maar aan voorspelbaarheid heeft Gelb een broertje dood.

Chickn

Bel Esprit

Geschreven door

Chickn is een Griekse band die heel zomerse, maar toch dwarse popmuziek brengt. Het klinkt als Balthazar op een zonovergoten strand, als Goose met een dikke joint of als Compact Disk Dummies die thuis afgezet worden na een dagje stappen. Behalve dat onversneden zomerse klinkt Chickn echt wel heel Belgisch.
Het gaat echt alle kanten uit bij Chickn en net dat is er zo leuk aan. Elke track op album ‘Bel Esprit’ is een nieuw verhaal. Titeltrack “Bel Esprit” is een slepende synth-blues zoals Arno en Serge Feys die zouden kunnen maken hebben. “Sweet Geneva” is dan weer meer spacy acid pop, terwijl “Infrared Panda Club” klinkt als Balthazar na iets te veel gin-tonic.
“Candle Fly” is een cheesy ballad die herinneringen oproept aan het meest poppy werk van Frank Zappa. “Evening Primrose” en “She’ll Be Apples” klinken als de Beatles ten tijde van hun ‘Sergeant Pepper’. “Moon Underwater” is lekker upbeat en dansbaar zoals de funkpop uit de jaren ’80. “Chickn Tribe” begint met plastic-exotica en bouwt van daar op naar midtempo synthpop. “Die To Make A Living” begint met een retro-synthpop-vibe, en stuitert door naar het hoekige puzzlewerk van Kloot Per W en een gitaareruptie die van Mauro had kunnen komen. Een aantal tracks van deze Grieken hadden best op ‘Insider/Outsider’, het album van Per W en Pawloski kunnen staan.
Chickn is het perfecte antigif voor iedereen met herfstblues en wintertenen. Lekker dwarsliggende, dansbare pop die een glimlach op je gezicht tovert.

Dogs In Trees

Echo

Geschreven door

Dit is het tweede album van het Poolse gezelschap Dogs In Trees. De vocals zijn nu eens in het Engels en dan eens in het Pools gezongen. Dogs In Trees is een trio waarbij Pawel Gozdziewicz (vocals, gitaren en synths) de voornaamste drijfkracht van de band is. Hij is daarnaast ook verantwoordelijk voor de teksten en het artwork op het album.
Opener “As I Burn” zit goed in elkaar. Bas en synths vullen goed de song aan. De vocals van Pawel Gozdziewicz zijn zoals het moet bij een coldwavenummer: eerder afstandelijk met een ondertoon van moedeloosheid. De synths op “Szukam” (wat zoveel wil zeggen als “Ik ben op zoek”) zorgen voor de melodische lijnen. Het zijn net zonnestralen die in het ochtendgloren de boel kleur komen geven. Het nummer heeft daardoor iets hoopvols in zich. Zo laten de meeste songs zich ontdekken aan de luisteraars. Het is een beetje een groeiplaat geworden. Bij een eerste beluistering kan je gemakkelijk je schouders ophalen en ‘Echo’ als ‘de zoveelste postpunk/waveplaat’ afschrijven. Doch bij meerdere beluisteringen kruipen de nummers meer onder je huid en ontdek je de vele details zoals een clevere baslijn, moderne synthsounds of een slim opgebouwde song. Soms verrassen ze ons zoals op “Twarze” waar ze met hun akoestische gitaar eerder de folkwave toer opgaan. Halfweg worden de synthstrijkers ingebracht om het nummer naar een ander niveau te brengen. “Bede” is een meer conventionele postpunktrack die leunt op een heel aanwezige bas. Ook “Zamarza” is eerder een klassieke postpunknummer. Op “Adore None” doet de zang mij bij momenten wat aan Peter Slabbynck van Red Zebra denken. Er wordt afgesloten met het meer dan zes minuten durende “Sands And Oceans”. Een mooi opgebouwde en lange intro is het startsein voor deze song.
Bovenal blijven ze inzetten op sfeervolle en weemoedige songs die eerder in mid-tempo gespeeld worden. Dat doen ze goed. Ze proberen echt wel om het genre te linken aan de moderne middelen van de tijd. Het feit dat de helft van de songs in het Pools gezongen zijn is zeker geen nadeel. Het Pools bekt namelijk goed op de muziek. Als je wat tijd neemt dan ontdek je dat de nummers op dit album eigenlijk heel clever in elkaar steken.

Guido Belcanto

Een Zanger Moet Trachten De Pijn Te Verzachten

Geschreven door

Guido Belcanto viert een carrière van 30 jaar met een live-album met zijn grootste hits, aangevuld met een berg vroeg werk en rariteiten. Hij werd in het begin van zijn muzikale leven al eens in de hoek van de kleinkunst of de schlagers geduwd, maar daar hoorde hij nooit thuis. Belcanto is van veel markten thuis en hij noemt zichzelf graag chansonnier, maar op ‘Liefde En Devotie’, zijn vorige album, trok hij het jasje aan van de rootsrock en americana, compleet met mondharmonica, banjo, lapsteel, accordeon en mariachi-trompet. De ‘belgicana’ is ook de versie waarin zijn hits live vertolkt worden, al blijven ze soms toch wel dicht bij het origineel.
Het heeft lang geduurd voor Belcanto de waardering kreeg die hij verdient. De man laat zo vaak schaamteloos in zijn ziel kijken en verkondigt zo openlijk zijn mislukte liefdesleven dat het soms wat grotesk en onbedoeld tragikomisch lijkt, maar deze Vlaming is tegelijk één van de eerlijkste songschrijvers van het land. Breng zijn songs in het Engels en je zit op het niveau van Johnny Cash, Muddy Waters en Roy Orbison. Het heeft overigens niet veel gescheeld of hij had een Engelstalige carrière. Zijn eerste tracks waren skiffle, country en blues in het Engels, zo leert het luik ‘Vergeten Parels, Weeskinderen en Rariteiten’. Daar vind je ook zijn cover van “Honky Tonk Women” van de Rolling Stones, hier uitgevoerd met The Scabs als begeleidingsband.
Het leukste is toch het eerste luik ‘30 Jaar Hits Live Met Het Broederschap’. Wie op dit moment nog steeds denkt dat Belcanto geen rocker is, moet toch eens luisteren naar “Op De Pechstrook Van Het Leven” en “Op Het Zeildoek Van de Botsauto’s”, maar vooral naar “Toverdrank”, zijn vertaling van Nancy Sinatra & Lee Hazelwood’s “Summer Wine”. De originele vertaling in duet met An Pierlé (en met overdadige strijkarrangementen) sloeg al vonken op YouTube, maar de rockende liveversie met Kimberley Claeys rockt een hevig eind weg. Belcanto is een prima vertaler, maar ook als songschrijver kent hij in Vlaanderen zijn gelijke niet. De Amerikaan Matt Watts vertaalde zijn “Ik Weet Niet Waar Mijn Meisje Is” en je zou zweren dat hij de mosterd haalde bij Johnny Cash.

Indianizer

Nadir

Geschreven door

‘Nadir’ is het laatste deel van een albumtrilogie. Op ‘Neon Hawaii’ uit 2015 vertelden ze het verhaal van een reis naar een verborgen plek onder de zon. Op ‘Zenith’ uit 2018 volgden ze het licht in de duisternis terwijl ze op ‘Nadir’ onopgeloste mysteries en niet onthulde waarheden behandelen. Er wordt gezongen in het Engels, Spaans en Creools. De Italiaanse band stond dit jaar ook al op het prestigieuze Eurosonic en nog enkele festivals. Tevens speelden ze ook het voorprogramma van The War On Drugs en King Gizzard and the Lizard Wizard. Dan moeten ze toch wel wat in je mars hebben. En dat heeft deze psych-tropical-beatband dan ook.
Opener “New Millenium Labyrinth” drijft op een heerlijke en verslavende baslijn. Daarop worden psychedelische gitaarlijnen gestrooid en bijhorende percussie. Samen met de synths is de song compleet. De vocals zijn spaarzaam en doen eerder dienst als klanktapijt. Op dit album wordt de focus van disco naar eerder Zuid-Amerikaanse vibes en ritmes gelegd. Alles blijft dansbaar en heel ritmisch. Die Zuid-Amerikaanse vibes hoor je duidelijk in “Reyna Querida” waar ze als startpunt en basis gebruikt worden. “Sin Cleopatra” is een vrij catchy nummer met terug een heerlijke dansende baslijn en goed in het gehoor liggende vocals. Wellicht de meest toegankelijkste song van het album. “Horoscopic (Saturn Returns)” is een zwoele en bezwerende rit geworden. “Ka Ou Fe” maakt iets minder indruk op mij en lijkt mij wat te vrijblijvend maar afsluiter “Aya Puma” opent met een heel sterke riff. Die wordt herhaald tot aan het middenstuk van het nummer. Het middenstuk met de bas vind ik heel geslaagd. Daarna wordt de riff hernomen. Dat zorgt ervoor dat de song heel herkenbaar is maar ook dat je snel van de riff verzadigd kan zijn. Het mes snijdt wat aan twee kanten.
‘Nadir’ is, net zoals de hoes, een kleurrijke en swingende plaat geworden. Alles is vrij ruw en live opgenomen waardoor je echt wel een live-vibe krijgt. Een boeiende plaat met een aantal sterke momenten.

Ton Lebbink

Luchtkastelen

Geschreven door

Heruitgaves komen niet zo vaak aan bod op Musiczine, maar voor ‘Luchtkastelen’ van de Nederlandse popdichter Ton Lebbink maken we graag een uitzondering. Dit album wordt algemeen beschouwd als een mijlpaal in de Nederlandstalige alternatieve muziek en postpunk. Voor de originele LP  uit 1981 betaal je inmiddels veel geld, als je hem al kan vinden. Daarom besliste het Belgische label Walhalla Records om ‘Luchtkastelen’ opnieuw uit te brengen op vinyl, met toestemming van Ton’s weduwe Christine Sonntag en de gebroeders Bolten. Met een extra track op het vinyl (“Wat Een Klasse”, een ode aan zijn geliefde voetbalclub Ajax) en een downloadcode voor nog vijf nooit eerder uitgebrachte tracks.
Lebbink (overleden in 2017) was de drummer van het Nederlandse kunstcollectief en newwaveband Mecano. In de vroege jaren ‘80 van de vorige eeuw was hij één van de allereerste Nederlandse popdichters, beïnvloed door o.m. Linton Kwesi Johnson en John Cooper Clarke. Lebbink combineerde zijn absurdistische poëzie met synthwave en experimentele soundscapes. Tijdens opnames van Mecano werd ook ‘Luchtkastelen’ opgenomen, samen met zijn Mecano-collega’s Theo en Cor Bolten en Piet Koopman. “Voetbalknieën” werd in de jaren ’80 een culthit. Na ‘Luchtkastelen’ maakte Lebbink nog het album ‘Hongerwinter’ met een belangrijke rol voor Thé Lau.
Het is bijzonder leuk om dit album nog eens in een maagdelijke versie op je platenspeler te kunnen leggen en ik vermoed dat heel wat van de oorspronkelijke kopers alleen al daarvoor het nieuwe vinyl zullen aanschaffen. Als je dit terughoort , klinken een aantal tracks gedateerd. Dat kan ook moeilijk anders, na bijna 40 jaar. Maar de meeste zijn nog steeds grappig, boeiend en inspirerend. Vooral het driegende “Kom Bij De Machine”, “Vol Gas” en “Voetbalknieën” hebben nog niets van hun kracht verloren.

De niet eerder uitgebrachte tracks wisselen van kwaliteit. Christine Sonntag zingt met vermoedelijk Lebbink als begeleider “Advent”. Dat levert een interessante song op. “De Laatste Dagen Van Het Jaar” drijft op een jazzy synth-tapijt en past in hetzelfde concept als de tracks van ‘Luchtkastelen’. Deze song had gewoon op het originele album moeten staan. “The Eternal Second” is een instrumentale track van liefst twaalf minuten. Het zou mooi zijn mocht het label hiermee aan de slag gegaan zijn om er bv. toch de stem van Lebbink op te plakken, of zou je dat niet durven?  Voorts zijn er nog instrumentale versies van “Voetbalknieën” en “Wat Een Klasse”.

Walhalla Records levert naar goede traditie een prima heruitgave af met vinyl van kwaliteit, een interessant tekstvel en digitale extra’s waar toch wat moeite in gekropen is. Je zou hopen dat ook ‘Hongerwinter’ met dezelfde aanpak eerherstel krijgt.

Matt Watts

I Don’t Know Where My Baby Is -single-

Geschreven door

De Amerikaan Matt Watts geeft Guido Belcanto de erkenning die hij verdient door zijn “Ik Weet Niet Waar Mijn Meisje Is” te vertalen naar het Engels. Zelf hadden we eerder Eels of Calexico in gedachten als Brits/Amerikaans equivalent van onze Vlaamse treurwilg, maar de in België aangespoelde Amerikaan Watts kwijt zich ook prima van zijn opdracht. Ze zitten een beetje in dezelfde kringen en delen behalve hetzelfde platenlabel ook nog eens een groot stuk van hun begeleidingsband. In het Engels klinken de lyrics van Belcanto breekbaar en oprecht, zonder dat je meteen aan smartlappen gaat denken.
Matt Watts is een gedroomde vertaler van Guido Belcanto. Over Watt’s laatste album (‘How Different It Was When You Were Here’) schreven we dat mocht liefdesverdriet een Olympische discipline zijn, Matt Watts voor niet minder dan goud kon gaan. Het ene gebroken hart is het andere niet, maar deze twee treurwilgen bieden dezelfde troostende schouder waarop de luisteraar kan uithuilen. Op deze single pakt Watts meteen de juiste vibe. Hij begint met een minimum aan begeleiding en bouwt van daar op naar een sfeervolle mix van americana en blues. Met als kers op de taart een stukje mondharmonica van Belcanto erbij.
Een prima zet van Starman Records om deze twee te koppelen.

We Lost The Sea

Triumph and Disaster

Geschreven door

Binnen het wereldje van post-rock en aanverwante genres is We Lost The Sea (ook WLTS genoemd) intussen een gerenommeerde naam geworden. Deze Australiërs begonnen in 2007 en vooral sinds hun derde album ‘Departure Songs’ wisten ze naam te maken binnen het genre. Voor mij staan ze qua bekendheid en op hetzelfde niveau als bv. Explosions In The Sky. Dit jaar kwam er een live-album uit (‘Live at Dunk!Fest 2017’) en nu is er een vierde studioplaat die zeven tracks bevat.
De band bestaat uit zes leden: drie gitaristen, een bassist, een piano/keyspeler en een drummer. Het zijn dus allemaal instrumentale stukken muziek (dit sedert de dood van hun vocalist Chris Torpy in 2013) die heel verhalend en gevarieerd kunnen zijn.
Neem nu opener “Towers”. Een nummer dat epische proporties aanneemt. Zo’n vijftien minuten lange trip waarbij ze je meenemen doorheen hun wereld: soms heel melodisch, dan donkerder, afwisselend uptempo en midtempo. Maar bovenal mooi en boeiend luistermateriaal. Het is meteen ook het langste nummer terwijl “Dust” met zijn vier minuten de kortste song is. Een heel melancholisch klinkende song dankzij de alternatieve gitaarstemming. De song drijft op een drone-achtige synthsound waarboven de rest muziek of sfeer aanvoert. Hier is de songstructuur niet klassiek opgebouwd. Ook “Distant Shores” valt hier een beetje onder. Alleen is het meer verhalend en bevat ze meer structuur dan “Dust”. Op “A Beautiful Collapse” drijft de song dan op een gevoelige gitaarlijn. Die wordt verder uitgewerkt in een soort thema totdat de song abrupt verandert van stijl en intensiteit. De drums vallen in en de gitaren worden zwaarder versterkt. Het thema komt nu voorzichtig terug in rockstijl. Knappe song. “Parting Ways” heeft in de eerste helft van het nummer een heel andere feel: eerder wat jazz ritmes en psychedelische invloeden.
In het tweede deel gaan ze terug meer op de ‘old-school’ toer. “The Last Sun” begint met heerlijk klinkend gitaarwerk. Ook deze song bestaat uit verschillende delen die telkens op- en afbouwen. Het begin rockt lekker, maar daarna krijg je een weemoedige en rustig stuk te horen. Wanneer de drums terug invallen voel je de song terug opbouwen naar iets anders. Op afsluiter “Mothers Hymn” horen we piano en een vrouwenstem. Een ferme stem van ene Louise Nutting (ze zingt geregeld bij het jazztrio Wartime Sweethearts) die de gevoelige snaar weet te raken met haar vertolking.
De nieuwste van WLTS is een intense en goed opgebouwde plaat. Hiermee bewijzen waarom ze tot de kopgroep binnen het genre behoren. Samengevat: kwaliteit en emotie.

Black Calavera

Cigarettes -single-

Geschreven door

Het Britse bandje Black Calavera gooit over het Kanaal hoge ogen en wil nog voor de Brexit ook Europa overstag laten gaan. Het klinkt een beetje als de Arctic Monkeys met een dame achter de microfoon. Charlie heeft een lekker Brits accent (ik gok op Londen, maar wie ben ik?) en doet me voorts wat denken aan Shirley Manson van Garbage. De lyrics zijn een klassiek boy-meets-girlverhaal, maar zelfs dat werkt nog altijd. De band weet hoe een radiovriendelijke track in elkaar zit. Het is een beetje een klassiek rockconcept dat je ook bij The Kooks vindt, maar Black Calavera brengt het met zoveel branie dat je ze die radiohit meteen gunt.

https://www.youtube.com/watch?v=qvZUhBt4zaE

Red Gaze

Red Gaze (EP)

Geschreven door

Red Gaze is een kruising tussen The Kids en Red Zebra die uit Oostenrijk komt. Het geluid van de band is puur en onversneden anarchopunk uit de jaren ’80 aangelengd met postpunk uit hetzelfde tijdvak. Deze EP op cassette bevat slechts drie songs, met “Primitive Instinct” als het perfecte huwelijk tussen de twee genres. Op “Hotel Rehab” is het overwicht voor de punk, terwijl op “Blister Blaster” de weegschaal overhelt naar de postpunk.
Het is niet alleen dat ze de tijdsgeest en de sound heel juist weten te vatten, ze doen dat ook nog eens met stevige lyrics en een catchy of toch meezing/meebrulbaar refrein. Zeker “Blister Blaster” is wat dat laatste betreft top. Ze brengen het ook met een sense of urgency die we alleen in de jaren ’80 gekend hebben.
Dit is het soort band dat het W-Fest-publiek zou moeten ontdekken, al vermoed ik dat de eerste stappen in ons land eerder via de Kinky Star zullen verlopen.

Pagina 306 van 964