logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_10
Epica - 18/01/2...

Bad Breeding

Bad Breeding - Haperende stem

Geschreven door

Normaal gezien hou ik me ver weg van alles wat maar enigszins naar hardcore ruikt maar voor Bad Breeding maak ik graag een uitzondering. Bad Breeding is dan ook veel meer dan zo maar een hardcoreband. Bovendien liet de groep tijdens hun passage op Leffingeleuren vorig jaar zo’n overweldigende indruk op me na dat ik ze absoluut nog eens wou terugzien. Dat kon dus in de bar van De Kreun waar de band gewoon op de vloer mocht aantreden, zonder podium dus, zodat voor de mensen achteraan het wel wat wringen was om iets te zien.

Haemers, een viertal uit Gent, kreeg de eer om ons alvast wat op te warmen. Hun groepsnaam en één van hun songtitels: “L.G.B. (Le Grand Blond) lieten vermoeden dat de groep een gezonde dosis humor in huis heeft maar daar was live niets van te merken. Dit was meedogenloos strak gespeelde hardcore van de puurste soort met een imposante brulboei aan het roer. Goed gedaan maar echt raken deed het me niet. Misschien is het wel die ernst (eigen aan het genre?) die dit een zo moeilijk te verteren brok voor me maakt. Maar ik zag Chris Dodd, zanger van Bad Breeding, de ganse set goedkeurend mee knikken wat als waardemeter toch wel kan tellen.

Al van bij de eerste, bijna tribaal klinkende, tromroffels wisten we dat we hier ander vlees in de kuip hadden. De groep uit het Britse Stevenage begon met een atypisch lang nummer voorzien van een erg uitgebreide instrumentale outro alsof gitarist, bassist en drummer meteen wilden stellen dat zij er ook waren.
Muzikaal leek de band er inderdaad een stuk er op vooruit te zijn gegaan. Nog steeds even compromisloos maar met wat minder noise invloeden wat het punkgehalte ten goede kwam. Vanaf nummer twee koos Bad Breeding voor het vertrouwde gebalde werk: korte, explosieve charges van tussen de vuilnisbakken die hun doel nooit misten. Geregeld liepen gitarist en zanger daarbij als bezetenen door elkaar waarbij het een wonder mocht heten dat ze niet over de kabels struikelden.
Chris Dodd mag men gerust naast Joe Talbot (Idles), Jason Williamson (Sleaford Mods) bij het lijstje kwaaie Britse mannen voegen waarvan hij dan duidelijk de jongste en ook de razendste is. Met een nooit geziene grimmigheid richtte hij zijn aanvallen op de consumptiemaatschappij, de verveling in de voorsteden, de apathie, armoede, discriminatie, racisme, politiebrutaliteit,... Niet dat we in het heetst van de strijd veel van die teksten verstonden wat ook helemaal niet hoeft. Maar hier was jammer genoeg meer aan de hand. Ofwel had Dodd last van een haperende micro ofwel zat hij compleet door zijn stem. Het leek erop dat wanneer zijn razende woordenstroom in overdrive ging zijn micro niet meer kon volgen waardoor we een eind ook geen stem meer hoorden.
Mede daardoor bleef de euforie die ik vorig jaar in Leffinge mocht ervaren hier wat achterwege. Toch blijft Bad Breeding een heerlijke band.

Neem gerust een kijkje naar de pics van hun set in Magasin 4, Brussel
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/magasin-4-brussel/bad-breeding-21-09-2019.html
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/magasin-4-brussel/adolina-21-09-2019.html
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/magasin-4-brussel/crowd-of-chairs-21-09-2019.html
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/magasin-4-brussel/missiles-of-october-21-09-2019.html

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Múm

Múm - Sereniteit aan de oppervlakte, complexe gelaagdheid in de diepte

Geschreven door

Múm - Sereniteit aan de oppervlakte, complexe gelaagdheid in de diepte
Notre Dame de Laeken
Brussel

Ik kom toe in de Notre Dame en ben al meteen onder de indruk van de prachtige locatie. Niet enkel het gebouw en de architectuur op zich, maar ook de belichting maakt alles tot een prachtig kader die meer dan gunstig lijkt voor de 20 jarige viering van Múm’s debuutplaat ‘Yesterday Was Dramatic, Today is OK’

Gyda Valtysdottir ***, frontvrouw van Múm, mocht het voorprogramma verzorgen. Iets na acht stapte ze met een rustige zelfzekerheid en één cello het kleine podium op. Haar eerste nummer start ze rustig op haar cello en laat ze opbouwen door gebruik te maken van loops. Een soort van ‘Keltische’ mystiek zindert doorheen mijn hoofd en daarna hoor ik haar hoge, fijne en o-zo-heldere stem. Het lijkt bijna op engelengezang. Het valt mij op hoe goed ze haar stem beheerst. Alsof haar stemgeluid een blokfluit is waarop ze simpelweg de gaatjes moet dichtduwen om een perfecte toonhoogte te behalen, maar dan uiteraard niet zo eenvoudig als het klinkt. Haar zijdezachte cellospel is een mooie symbiose met haar stemgeluid en zo gunt ze ons een zestal songs die de gegadigden zachtweg leiden in een soort van vredevolle extase. Haar muziek is experimenteel, minimalistisch, eerder down-tempo, maar toch kan ze ook dreigend en onheilspellend klinken. Ze danst sensueel en neemt je in. Je kan niet anders dan mee onder te dompelen in de wereld van Gyda. En alvorens ik het besef, is haar set gedaan. Ik blijf wat voor mij uitstaren en ondertussen speelt (in afwachting voor Múm) een ideale soundtrack doorheen de Notre Dame: ‘Ny Batteri’, van Sigur Rós.

Een kwartiertje later is het zover, Múm**** zal ons een integrale luistersessie van hun debuutplaat ‘Yesterday Was Dramatic, Today is OK’ schenken. Deze plaat werd al snel wereldwijd aangeprezen en zelfs door Pitchfork onthaald met de hoge score van 9,1/10. Múm werd in 1997 als experimentele popgroep opgericht door multi-instrumentisten Gunnar Örn Tynes en Örvar Þóreyjarson Smárason. De band werd al snel vervoegd door tweelingszussen Gyða en Kristín Anna Valtýsdóttir. Nadien wijzigde de band regelmatig van line-up en bestonden ze uit een steeds groter collectief van muzikanten. Tot op heden brachten ze welgeteld zes langspelers uit waarvan ‘Smilewound’ (2013) hun laatste is. De band heeft globaal enorm veel succes, waaronder ook in de Verendigde Staten, Europa en Rusland.
Deze avond spelen ze onder de huidige line-up van Örvar Þóreyjarson Smárason (frontman/keyboards/gitaar/mond-accordeon en electronics), Gunnar Örn Tynes (piano/gitaar), Hildur Gudnadottir (zang/basgitaar), Samuli Kosminen (drums/percussie) en Gyda Valtysdottir (zang/cello/gitaar).

Al vanaf de eerste song voelde hun muziek aan als een zacht schapenvel die mij verwarmde. Het publiek in de Notre Dame was muisstil, sereen en heel respectvol. Een beter publiek dan hen, die avond… kan ik mij moeilijk voorstellen. Als nieuwkomer binnen hun muziek, ontdekte ik dat Múm’s sound geen ééndagsvlieg is. Múm klinkt voor mij ietwat sereen aan de oppervlakte, maar complex gelaagd in de diepte. Dit maakt hun muziek zo boeiend om bewust te beluisteren, en beter nog… ‘Te beleven’ tijdens dit prachtige concert. Tijdens verschillende songs werd mond-accordeon gebruikt, wat hun muziek op een fragiele manier nog voller deed klinken. Als je het mij vraagt: een grote meerwaarde. De samenzang van Hildur en Gyda klonk ook ronduit hemels. Ik zag zonder twijfel, alleen maar top-muzikanten op het podium. En wat ze samen voortbrengen, is pure magie, zo fijn geslepen als een diamant. En dit blijkbaar al vanaf hun eerste langspeler, wat niet iedere band gegeven is. Hun geluid deed mij in momenten ook denken aan muziekgroepen als Low, Lamb en EF. Wat ik een groot compliment vind. Topnummer van de avond was voor mij “There Is a Number of Small Things”. Het nummer bevat fijngepolijste elektronische effecten, zo’n meeslepende melodielijn, prachtige zang en dwingt je uiteindelijk tot een mentale ‘shutdown’. Waardoor je wegzinkt in diepe rust en dankbaarheid.
Maar niet enkel de muziek stond vanavond als een huis. De integere maar toch humoristische bindteksten, de dankbare houding van de muzikanten en mooie moderne dans van Gyda maakten alles nog persoonlijker. Ook vind ik het belangrijk om de gehele organisatie even in de verf te zetten: zonder de prachtige belichting met mooie effecten/patronen, de unieke locatie en het nagenoeg perfect geregelde geluid was deze avond niet zo compleet als ze was.
Na het laatste nummer van ‘Yesterday Was Dramatic, Today is OK’, kreeg Múm van bijna iedereen en staande ovatie.

Na lang applaudisseren, werden we nog één maal verwend met “We Have a Map Of the Piano” als bonus. Na een laatste staande ovatie en diepe buiging van de muzikanten was het concert tot zijn einde. Ieder van ons keerde volgens mij, met een verzadigd gevoel van dankbaarheid en warmte naar huis.
Wie er niet bij was, mag spijt hebben. Want het was een prachtige avond. Bedankt Múm, en bedankt Botanique, voor de puike organisatie!

Organisatie: Botanique, Brussel

Temple of Nihil

Schadenfreude

Geschreven door

Temple of Nihil is een Russisch blackmetalconcept, ontstaan in 2015. Oorspronkelijk als duo, maar sinds 2017 aangevuld met drummer Nikolai Vykodtsev bracht de band reeds een EP op de markt boordevol grimmige blackmetal.. 'Schadenfreude' is het eigenlijke debuut van een band die grasduint doorheen de donkerste zijde van dat genre, zonder compromissen te maken.
Na de duistere intro (“Descending”) zijn we vertrokken voor een grimmige trip doorheen de donkerste zijde van onze ziel. “Into The Slough” is dan weer een verschroeiende song die je hart doormidden klieft. Door middel van eerder melodieuze gitaarriffs wordt de sfeer steeds intensiever, tot dat kookpunt wordt bereikt. De vocale aankleding is echter het meest opvallend, dankzij de variatie daarin. Eerder blackmetalgerichte screams worden afgewisseld met growls die je eerder terugvindt in deathmetal. Meer nog in sommige songs herkennen we eerder een fluisterende toon tot gesproken inbreng, die je nog meer koude rillingen bezorgt. Wonder bij wonder sluiten die perfect op elkaar aan, waardoor je nog dieper wegzakt in de poel van bederf die Temple of Nihil je aanbiedt.
Nee, lichtjes op het einde van de tunnel moet je niet verwachten bij de daaropvolgende, best lange songs als “Ode”, “Schadenfreude”, “Snakes In My Skull” en “Postbeing”. Die laatste is een duistere klepper boordevol donkere variatie die afklokt op meer dan acht minuten. Dat zowel instrumentaal als vocaal tot in het oneindige variëren is bovendien niet alleen de rode draad op deze volledige schijf. Het zorgt ervoor dat je bij de les blijft en geboeid op het puntje van je stoel zit te luisteren en genieten. Tenminste als je houdt van dit potje intensieve donkere blackmetal met sauzen boordevol death en andere donkere metalen. Een ander opvallend punt is dat de langere songs vaak worden voorafgegaan door een melodieuze soort intro van circa één minuut, zoals “Htrib”, waarbij het bloed je vanonder de nagels wordt gehaald. Wat perfect aansluit op de volgende zwartgeblakerde en intensieve song “Postbeing”. Op dit elan blijft Temple of Nihil gewoon doorgaan tot afsluiter “To Fireburners” Waarna je met het vrij korte “With Flames And Chaos” de doodsteek wordt toegediend.
Elk van de songs op 'Schadenfreude' is meedogenloos en genadeloos in zijn aankleding. De band voelt zich comfortabel in het bezorgen van een intensief pakket dat alle richtingen uitgaat. Vervormde grooves, raspende tot schreeuwende vocalen en songs die vaak van traag en intens overgaan tot krachtig en vol passie. Laten dan ook een band horen die houdt van het extreme donkere binnen het blackmetal gebeuren, en dat door je strot ramt op een zeer gevarieerde wijze. Waardoor je vanaf de eerste tot de laatste noot gekluisterd zit te luisteren en je gewillig laat onderdompelen in die intensieve donkere atmosferen die de band je over de gehele lijn aanbiedt.

The Fifth Alliance

The Depth Of The Darkness

Geschreven door

Iedereen kent het verhaal van Dr. Jekyll and mr. Hyde. We vonden ook de vrouwelijke versie op een Black Metal gerichte plaat. The Fifth Alliance is een Nederlandse band die in 2015 voor het eerst van zich liet horen met dat grensverleggende donker pareltje 'Death Poems'. Nu is er de ondertussen derde schijf 'The Depth Of The Darkness'. Waarbij die stelling over de hele lijn in de verf wordt gezet door de uitstraling en stem van frontvrouw Silvia Saunders
Zonder afbreuk te doen aan de instrumentale omlijsting. Want menig donkere riff, die langzaam naar omhoog kruipt tot de oorschelp is bereikt en de hersenpan uiteen spat door een overdosis intensiviteit, doet ons huiveren van angst. Silvia haar stem gaat echter van kristalhelder, weemoedig en melancholisch over naar verschroeiende screams die zo oorverdovend klinken dat je ziel in gruzelementen op de grond terechtkomt, telkens in een spookachtige en mysterieuze omkadering. De best lange duurtijd van elke song - die klokken af tussen de zeven en tien minuten - zorgen voor een spanningsveld dat traag wordt opgebouwd tot een climax die ervoor zorgt dat apocalyptische wezens iedereen op de aarde vertrappelen. Het geschreeuw van Silvia klinkt als de schreeuw van slachtoffers van menig aardverschuiving die daarop volgt.
“Black” is al een eerste, zeer gevarieerde, uppercut die waarbij langzaam wordt opgebouwd naar een zekere climax, vandaar de 'post' in dat blackmetalgebeuren. Want ook bij “Hekate” - een klepper van tien minuten - gaat het eerst de eerder trage en slome weg op, om daarna in een overdrive alle registers, zowel instrumentaal maar dus vooral vocaal, open te gooien. Demonische wezens sleuren je uiteindelijk mee naar de diepste krochten daarvan. Het gekrijs van Silvia - hoe haar stem dit volhoudt is ons een raadsel - gaat door merg een been. Eens tot waanzin gedreven, doet de band het nog eens fijntjes over met “Hellfire Club”, weer zo een donkere mokerslag in het gezicht van circa acht minuten en zesentwintig seconden lang. In diezelfde lijn gaat het ook uit bij “Into Extinction” en “Aleister”. Zwartgeblakerde duisternis, binnen een spookachtige omkadering is de rode draad op elk van de songs.
De donkere, mystieke sprookjes van Grimm. Dat is wat we ons voor de geest halen bij deze knappe schijf. Binnen dat sprookjesbos huizen geen liefelijke elfjes en kabouters, maar demonische wezens die je op verschroeiende wijze meesleuren in diepe duistere gedachten. Op een eerder melancholische wijze, tot het uitdelen van de ene na de andere mokerslag die je compleet murw slaat. Dat is vooral de verdienste van die bijzonder gevarieerde vocale aankleding, die ons met verstomming slaat. Silvia bedwelmt je eerst op een engelachtige wijze, om daarna haar demonen op jou los te laten waardoor niet alleen de trommelvliezen barsten maar ook je donkere ziel brandt in de Hel die zij u daardoor aanbiedt.
Dat is nu eenmaal het gevoel dat we altijd moeten krijgen bij het beluisteren van een doorsnee post-blackmetalplaat. Dat is wat The Fifth Alliance ons over de gehele lijn ook aanbiedt. Intensief en verschroeiend hard, meedogenloos je hersenpan inslaan en je hart verbrijzelen.

Seratones

Power

Geschreven door

De Amerikaanse formatie Seratones is de band rond gospel zangeres A.J. Hayens. Seratones bracht in 2016 een gesmaakt debuut op de markt 'Get Gone'. De band kreeg hiervoor zeer goede recensies. Nu komt het langverwachte tweede studioalbum 'Power' uit via New West Records.
We citeren even: ''Op ‘Power’ laat ze horen hoe kwetsbaarheid je sterk kan maken. Zo gaan de teksten onder andere over abortusrecht (Haynes werkte jaren in een abortus kliniek), maar ook over rassengelijkheid, persoonlijke obstakels overwinnen en haar liefde voor poëzie.'' Waar proto-punk en garage rock het vorige album Get Gone nog zo typeerde, heeft die sound nu plaatsgemaakt voor meer rauwe soul.Vanaf de eerste song hoor je inderdaad al dat dit een zeer persoonlijke schijf is geworden. Een schijf waarop Seratones de mensen wil confronteren met zijn of haar diepe zielsroersels en dus bewust iedereen, en niet alleen zichzelf, een spiegel voorhoudt.”
Emoties en pijn, angst en vertwijfeling. Het komt al terug op de eerste song  “Fear”. Echter straalt deze schijf eveneens veel hoop  uit. Dat is al het geval bij het zeer aanstekelijke “Power”. Een titel die trouwens perfect aansluit op het ontwerp van deze plaat. Dat voortdurend schipperen tussen vele uitersten is trouwens een gegeven dat we doorheen de hele schijf ontdekken. Opzwepende songs als “Gotta get to know ya” worden afgewisseld met songs die gevoelige snaren raken. Haynes beschikt over een zeer krachtige stem die veel kanten uitgaat. Omringd door muzikanten die perfect meegaan in het verhaal, slaagt ze er dan ook in een boodschap te verkondigen.
Aangezien ik eerder muziek beluister vanuit het buikgevoel ipv het gehoor, is het belangrijkste voor mij, kan Seratones ook bij ons het gevoel opwekken dat kwetsbaarheid je sterker maakt.
Nu, de rode draad blijkt inderdaad het vertellen van een persoonlijk verhaal. Haynes geeft zich volledig bloot op deze knappe schijf. Bij elke song opnieuw. Of dat nu is bij “Lie to my face” - een confronterende song die aanvoelt als een mokerslag in je gezicht. Of door middel van op een intimistische wijze je daar te raken, waardoor tranen opwellen. Telkens slaagt Seratones er inderdaad in het te doen aanvoelen alsof pijn, smart en verlies je hart kunnen verbrijzelen, maar eens je bent opgestaan diezelfde pijn je ook - inderdaad - sterker maakt. Je moet alleen willen je leven terug op rails krijgen, en niet bij de pakken blijven zitten.  
Soul muziek past in ieder geval perfect in dat plaatje, maar Seratones steekt zoveel gevoel in die muziekstijl dat het niet enkel een zeer persoonlijk verhaal wordt, maar ook één over u en mijn leven. Elke song is bewust opgebouwd, rond persoonlijke emoties, waardoor je als aanhoorder van begin tot einde mee bent met het verhaal. Net omdat het dus ook over u persoonlijk gaat.
De bijzonder veelzijdige stem van Haynes is daarbij de belangrijkste kers op die taart. Het is echter dat totaalplaatje van emoties tot het oneindige, dat er moet voor zorgen dat ook u diep ontroert een traan zal wegpinken, met de glimlach op de lippen. In een land waar vreugde, verdriet en geluk verbonden worden tot een magisch geheel. Uit het leven van elke dag gegrepen. Daar vinden we een band als Seratones. En zorgt ervoor dat deze soulvolle schijf niet alleen een pareltje is geworden om te koesteren. Maar ook om uit te leren.

Tracklist: Fear - Power - Heart Attack - Lie to my face - Gotta get to know ya - Over You -  Permission - Sad Boi - Who are you Now - Crossfire

Rammstein

Rammstein

Geschreven door

Even leek het erop dat de nalatenschap van Rammstein zou eindigen met ‘Liebe Ist Für Alle Da” uit 2009. De Duitsers hebben hun fans tien jaar laten wachten, maar het was het waard. De vooruitgeschoven single “Deutschland” liet al het beste verhopen. “Radio” was als tweede single wat braafjes, maar met “Ausländer” als derde single schopt Rammstein opnieuw lekker keet.
Wie het hele album op de weegschaal legt, moet toegeven dat er heel wat vlees aan het been zit. Voor deze comeback had Rammstein de reputatie - al dan niet terecht - dat hun albums een paar sterke singles hadden, maar dat de andere tracks lauwe vullertjes waren. Dat telt alvast niet voor dit nieuwe, titelloze album.  “Sex” en “Tattoo” kunnen zo een volgende single worden. Met een titel als “Sex” hadden we misschien op meer gehoopt, maar het “Tattoo”-refrein ‘zeig mir deins, ich zeich dir meins’ zal rammstein vast wekenlang in De Afrekening van StuBru kamperen. “Puppe” en “Zeig Dich” hebben die allure niet, maar zijn beide om duimen en vingers bij af te likken. Op “Puppe” laat Rammstein zich op zijn hardste en rauwste horen.
De lyrics zijn vintage-Rammstein en toch heel actueel. Nationaliteit en identiteit doken eerder al vaker op, maar zijn opnieuw brandend actueel in Duitsland, Europa en de rest van de wereld. Dat ze die onderwerpen durven bekijken uit een hoek die de goegemeente als politiek niet-correct aanduidt, ook dat is niet vreemd aan de band van Lindemann. Ook (foute) liefde, verlangen en sex komen op zowat elk album van deze Duitsers aan bod. De bitterzoete ballad “Diamant” is Rammstein op zijn meest kwetsbare, breekbare wijze. “Diamant” is zo een typisch traag-groeiende klassieker. Dit jaar zullen velen nog op de fast forward-toets drukken, te traag en te melig, maar als we binnen pakweg 10 of 20 jaar kijken welke tracks van het album gecoverd worden, zal “Diamant” er zeker bij zijn.
Muzikaal is alles heel herkenbaar. ‘Tanz-metal’ is het steeds minder, maar de basis blijft een mix van luide gitaren en barokke EBM. De intro’s en arrangementen zijn heel minutieus uitgewerkt en vaak zit er ergens een knipoog naar wat mogelijk inspiratiebronnen zijn geweest. De intro van “Deutschland” doet postpunkers van boven de veertig meteen denken aan de intro van “Our Darkness” van Anne Clark. “Radio” is zowel in de titel als in de synth-stukken een ode aan Kraftwerk. “Halloman” heeft het theatrale en over-the-top-drama van de oude Alice Cooper en muzikaal en inhoudelijk alles om would be-freaks als Marilyn Manson vervroegd op pensioen te sturen.
Rammstein heeft zijn tijd genomen, maar heeft dan ook wel opnieuw een meesterwerk afgeleverd.

Trond Kallevåg Hansen

Bedehus & Hawaii

Geschreven door

Trond Kallevåg Hanse is een Noorse gitarist en componist die in 2017 reeds hoge ogen gooide met het album 'Se Meg En Annen Dag'. Samen met medemuzikanten Alexander Hoholm (contrabas) en drummer Ivar Myrset Asheim, waarmee hij ook op die vorige plaat werkte, brengt hij nu een nieuw filmisch meesterwerk uit 'Bedehus & Hawaii'. De titel verwijst volgens onze bronnen naar de zomers die hij Trond doorbracht bij zijn grootouders in Bømlo en zijn interesse voor reizen.
“Flanellograf” is een zeer rustgevende song die aanleunt bij die adembenemende mooie omgeving. Feitelijk is die Hemelse rust zelfs de rode draad op de volledige schijf, zo zal later blijken. Want ook die intensieve rust en chill atmosfeer vind je terug op de daarop volgende songs als “Flukt”, “Slektstreff”,  “Fartein Valen” tot “Kapellet” en afsluiter “Halvvåkne Drømmer Fra Baksetet”. Allemaal songs die zo zijn opgebouwd dat u tot complete zen wordt gebracht, zonder dat je in slaap wordt gewiegd. Geluidsmuren afbreken is er uiteraard ook niet bij. Trond Kallevåg Hanse houdt, net als vele jazzmuzikanten, bovendien van experimenteren en improviseren. Maar hem dat label 'jazz' opkleven is de man tekort doen. Net doordat hij verschillende stijlen zoals jazz, folk en ambient perfect met elkaar verbindt.
We raden aan om het bij het beluisteren van deze schijf het niet te ver te gaan zoeken. Laat de bijzonder intensieve klanken gewoon als een briesje op warme zomeravonden op je afkomen, sluit de ogen en open ze pas als je diezelfde zon in de horizon ziet verschijnen boven het stille water. Het gevoel dat je dan overvalt is vergelijkbaar met wat we voelden bij het beluisteren van deze parel van een rustgevende jazz/ambient/folk-plaat. Een schijf die je koude rillingen zal bezorgen. Niet van angst, maar van puur innerlijk genot. Daarom is het eveneens aan te raden deze plaat van begin tot einde gewoon te ondergaan, zoals het lezen van een boek of het kijken naar een landschap dat verandert bij het vallen van die avond.
De enige bedoeling van Trond is dat jij je als luisteraar compleet ontspant. Geluidsgolven creëren die je tot complete rust brengen dus. Daarvoor laat hij zich omringen door topmuzikanten die dezelfde kant uitkijken als hem. Een opzet waarin hij samen met zijn kompanen over de hele lijn met brio in slaagt. Net door folk en ambientelementen te combineren met jazztechnieken, waardoor je achteroverleunend in je luie zetel geniet van deze ingetogen pracht die je oorschelp binnendringt en rechtstreeks je hart verwarmt.

WUK?!

Nen Demo (EP)

Geschreven door

WUK?! ofwel When Union Kills is een vrij jonge heavy/thrashmetalband die ook knipoogt naar deathmetal. De band stond nog  op Frietrock in Oud-Turnhout en we waren diep onder de indruk van die bommen energie die deze jonge snaken op ons afschoten. Als oude rotten in het vak zijn we ondertussen toch al wat gewoon, maar wat we hier op onze boterham voorgeschoteld kregen sloeg ons met verstomming. Geloof me, dat komt niet meer zo vaak voor tegenwoordig. De band stelt nu zijn eerste demo voor 'WUK?! Nen Demo' - meer informatie:  https://www.facebook.com/events/371684390124725/  Wij maakten van de gelegenheid gebruik om deze EP al eens onder de loep te nemen en waren nogmaals diep onder de indruk van zoveel virtuositeit dat door onze strot werd geramd.
Na een oorverdovende drumintro - ook live blijkt drumster Bieke Van Damme over een kracht te beschikken die we niet zoveel tegenkomen - wordt het tempo verder opgedreven dankzij die duivelse riffs die snijden als scheermesjes door je vege lijf. Als kers op de taart krijg je een vocale inbreng van Nelis die zoveel emoties verstopt in zijn stem dat hij je een ware krop in de keel bezorgt.  “Crushing Skulls” is een song die alvast zorgt voor een uppercut van jewelste. Eens vertrokken, is geen terugweg meer mogelijk. WUK?! legt die lat zo hoog, dat het wel lijkt dat ze al twintig jaar samen muziek spelen. Dat laatste wordt verder in de verf gezet op “The Serpent Queen”, “The Reaper” en “Execution Of Lies”. En daarmee zijn we bij het enige minpunt gekomen aan deze knappe EP. Het plaatje is veel te snel gedaan, het smaakt naar meer.
WUK?! brengt het soort heavy thrash/death waardoor je als liefhebber meerdere adrenalinestoten door je lijf voelt gieren. En dat is niet de verdienste van één element binnen deze klasse band. Nee, dit zijn supergetalenteerde jongeren die verdomd goed weten waar ze mee bezig zijn, maar vooral een feestje willen bouwen in je hoofd en daardoor aanzetten om stevig uit de bol te gaan tot in de vroege uurtjes. Puurder dan dit kan heavy thrash namelijk niet klinken. Met deze EP levert deze West-Vlaamse band een visitekaartje af waarmee ze nu al hun stempel drukken op dat heavy thrashgebeuren in ons land en ver daarbuiten.
Het is gewoon een kwestie van tijd eer we deze gloednieuwe parel zullen zien schitteren aan dat metalfirmament. Geef ze wat tijd om verder te groeien en open te bloeien, maar op basis van dat prachtige optreden en deze EP zijn we er zeker van. We voorspellen deze band een meer dan gouden toekomst. In het oog houden deze shit!

Tracklist: Crushing Skulls, The Serpent Queen, The Reaper, Execution Of Lies

Leffingeleuren 2019 - van 13 t-m 15 september 2019 - Een boeiende driedaagse trip - Een overzicht

Leffingeleuren 2019 - van 13 t-m 15 september 2019 - Een boeiende driedaagse trip - Een overzicht
Leffingeleuren 2019
Festivalterrein
Leffinge
2019-09-13 t-m 2019-09-15
Tijs Delacroix en Ollie Nollet

Leffingeleuren kende dit jaar een van haar beste edities in jaren. Stralend zomerweer, nagenoeg uitverkocht en daarenboven ook heel wat interesse in het gratis programma. De nieuwe formule maakt van Leffingeleuren de ideale kruising tussen stadsfestivals als Gentse Feesten, met de uitdagende kwalitatieve programmaties als die van festivals als Le Guess Who of Sonic City, tamelijk uniek in haar soort dus, als je het ons vraagt.
Dit jaar spande Duyster andermaal de kroon op zaterdag, maar verdronken we over het algemeen wat in gitaargeweld. Wel pikten we opnieuw enkele leuke nieuwe ontdekkingen mee … Lees hieronder meer over de acts die het beste van zichzelf gaven.


dag 1 - vrijdag 13 september 2019
Openen deed Leffingeleuren, traditiegetrouw, met de winnaar van de Jong Muziek-wedstrijd van Theater Aan Zee. Met louter een gitaar en een effecten/loop-plank tot zijn beschikking, betrad Jacobin de Kapel dat in de schaduw van de centrale Kerk was opgebouwd. Een tape waarop kustklanken de basis van zijn set vormde, waar hij vervolgens zweverige elementen aan toevoegde. Helaas waren we niet mee met zijn verhaal, pas na 20’ kregen we een interessante opflakkering te horen. We zullen hem niet afkraken, maar museummuziek leek ons een passende term, een beetje een gekke opener voor deze driedaagse, waarop toch vooral gitaren centraal stonden. Verder kregen we ook niet veel te zien van de artiest zelf, aangezien hij grotendeels ineengekrompen aan zijn knoppen friemelde.

Het was al de derde keer in korte tijd dat we Peuk aan het werk zag en opnieuw wisten ze me midscheeps te raken met een verschroeiende set noiserock waarin de gitaar tegelijkertijd zowel gruizig als helder klonk. Nele Janssen leek als frontvrouw nog te zijn gegroeid en dartelde gracieus over op het podium, vakkundig geruggensteund door gevestigde waarden Jacques Willems (Heisa) op bas en drummer Dave Schroyen (Evil Superstars, Fence, Creature With The Atom Brain, Birds That Change Colour). Nummers als “Magpie” en “Cave person” zouden stilaan tot het collectieve geheugen van de Vlaamse muziekliefhebber mogen horen. Bijzonder mooi en ontroerend ook was het eerbetoon aan de ons onlangs ontvallen Daniel Johnston. Nu wordt het langzamerhand uitkijken naar een opvolger voor hun uitstekende debuutplaat.

We zaten er niet op te wachten maar gelukkig werd het net tijd om naar de zaal af te zakken voor de semi-legendarische band uit Los Angeles, The Warlocks. Het was precies 16 (!) jaar geleden dat we ze op Metropolis in Rotterdam zagen. Op het eerste zicht leek er niets veranderd. Of toch? Zanger Bobby Hecksher zag er wat verlept uit: een te laag uitgezakte buik of een te krap t-shirt of allebei en zwartgeverfde manen, een mooi zicht kon je het niet noemen. Dat terwijl de rest van het gezelschap leek vastgeroest te zijn in hun pose van nonchalante stoerheid. The Warlocks ( hun naam werd eerder door zowel The Velvet Underground als Grateful Dead gebruikt tijdens hun ontstaan) begonnen eerder aarzelend met “Red camera” en “Isolation”, loom voortstrompelende psychedelica. Uitstekend te genieten om halfeen s’nachts in de zetel met een goed glas binnen handbereik. Maar dit was wel een festival en de honger was groot. Het leek erop alsof ze het weinige volk (de meesten zaten nog bij Squid) het pand wilden uit jagen. Maar na een goed kwartier volgde de kentering, uitgerekend met onze favoriete Warlocks song, “Shake the dope out” uit 2003 ook al weer (zowat alle songs kwamen trouwens uit hun prille beginjaren). Vanaf dan lag het tempo iets hoger en mocht het al eens swingen. En het werd nog beter: “Caveman rock” was de start van een schitterende finale waarin ze plots hun sudderende psychedelica lieten kolken, Bobby Hecksher zich met zijn ongetwijfeld stramme benen aan een dansje waagde en er zelfs echo’s van de vroege Cramps opdoken.
The Warlocks bewezen dan toch veel meer te zijn dan de verweesde neefjes van The Brian Jonestown Massacre. Zonder die makke start was dit beslist één van de hoogtepunten van Leffingeleuren geworden, zonde eigenlijk.

Squid was misschien wel de naam die vrijdag het meest over de tongen ging. De kapel stond dan ook afgeladen vol voor het piepjonge vijftal uit Brighton. De presentator vergeleek de band in zijn aankondiging met LCD Soundsystem maar tijdens de eerste twee nummers was daar weinig van te merken. Ze begonnen zelfverzekerd met een lap atmosferische jazz waarin we warempel twee trompetten konden ontwaren. Knap gezongen ook door een charismatische Ollie Judge die toen nog voor zijn drumstel stond. Tijdens het tweede nummer, nu wel met echte drums, werd nog even dezelfde koers gevaren maar bij nummer drie was het zover en werd er geswitcht naar hoekige dancebeats die inderdaad aan de gewrochten van James Murphy deden denken.

Bij Pile (oorspronkelijk van Boston maar nu in Nashville residerend) in het café stonden een handvol jonge enthousiastelingen zich in het zweet te dansen. Niet echt voor de hand liggend want het viertal bracht hoekige noiserock met slacker gitaren en af en toe wat prog invloeden die alle kanten op stuiterde. Met Rick Maguire, die me aan Scott McCloud van Girls Against Boys deed denken, had de groep wel een gedreven frontman aan boord. Knap maar het ontbrak de band toch aan enkele uitschieters.

The Soft Moon (Oakland, Californië) bestaat eigenlijk enkel en alleen uit Luis Vasquez maar op tournee laat hij zich bijstaan door een drummer en een bassist. Zijn muziek wordt geklasseerd onder de post-punk (die term wordt duidelijk steeds rekbaarder). Andere omschrijvingen zijn darkwave, minimal wave en industrial rock. Dat klonk verdomd veelbelovend alleen hoorden we slechts onopvallende electropunk die me ijskoud liet. Voer voor de liefhebbers die er wel degelijk waren.

Daar Raketkanon alle volk naar zich toe zoog trokken we wat uit medelijden naar de kapel waar op hetzelfde moment Lust For Youth (Kopenhagen) te zien was, terwijl we heel goed wisten dat dit op niets ging uitdraaien. De groep bracht reeds vijf platen uit op Sacred Bones, een label met een zekere reputatie, en dat gaf me toch nog een sprankeltje hoop. Helaas bleek die meteen ijdel bij aankomst in een zo goed als lege kapel. Twee mannen brachten er in een waas van rook en gekleurde lichten het soort electropop waar we in de jaren ‘80 van gruwde. Dan toch maar naar Raketkanon (Gent). We zagen knappe gebrachte oorverdovende noiserock waarvan we al snel dachten: dit is één grote gimmick. Voor wie daar vrede mee heeft is Raketkanon ongetwijfeld een sensatie, we werden er alleen maar moe van.

Ondanks het nachtelijke uur toch maar eens de New Candys (Venetië) in het café gaan zien. De Italianen touren als voorprogramma van The Warlocks en we waren benieuwd waaraan ze dat verdiend hadden. Bekoorlijk deinende psychedelische rock met zwijmelende gitaren en omfloerste zang werd ons deel. Mooi maar het bleef toch vergeefs wachten op dat ene nummer die de aanschaf van een plaat kon rechtvaardigen. Maar als support van The Warlocks zonder meer een terechte keuze.

dag 2 - zaterdag 14 september 2019
14h, slechts enkele zielen vonden toen al de weg naar De Zwever. Daar stond Mirek Coutigny, winnaar van het Verse Vis-concours voor ons klaar. Coutigny bracht een sterke mix van elektronische en esthetisch, zweverige klanken. Het deed ons wat denken aan een minder bombastische uitvoering van wat we bij bands als Sigur Ros soms horen. Door de speelse touch, die de percussie bracht, voelde het geheel fris en vernieuwend aan.  Zo ook “Atlas”, de nieuwe single van de groep die in primeur op ons werd losgelaten. De composities van Coutigny hebben een klassieke opbouw, wat ook deels wordt aangesterkt door de aanwezige pupiters, maar er valt heel wat meer te horen dan louter dat.
Het erg volle geluid dat het drietal neerzet, bevat een aantal ruwere toetsen, maar blijft trouw aan de erg filmische onderlaag. Het intense oogcontact tussen de drie groepsleden, bevorderde de heerlijke sfeer des te meer. Mirek Coutigny zal niet iedereen kunnen bekoren, maar wie van mooie, sterk uitgewerkte composities houdt, zal bij Mirek Coutigny ongetwijfeld aan zijn of haar trekken komen.

The Blinders uit Manchester hadden ons schurende punkrock beloofd en dat kregen we ook, zij het slechts de eerste drie of vier nummers. Daarna schakelde het drietal over naar noeste werkmansrock waar ze even goed weg mee kwamen. Songs als “Brave new world”, “L’état c’est moi” en “Rat in a cage” bleven tot de verbeelding spreken terwijl er op het podium voldoende te zien was. Zanger Thomas Haywood zag er met een uitlopende mascaraband rond de ogen uit als een kruising tussen Robert Smith en Batman terwijl een voortdurend dansende bassist Matt Neale, strak in het pak, menig meisjeshart op hol liet slaan. Naar het einde toe begon de stem van Haywood, vooral tijdens de parlando gedeelten, plots steeds meer op die van Jim Morrison te lijken. The Blinders, een naam om te onthouden.

Valley Maker ofte Austin Crane uit Seattle is een geval apart. Naast de muziek is hij ook doctoraatsstudent sociale geografie en zijn eerste plaat deed vooral dienst als zijn thesis. Maar de man bleek de eenvoudigheid zelve. Zichzelf begeleidend op akoestische gitaar bracht hij met rafelige stem een reeks indringende songs. Tussendoor bleef hij ons uitvoerig bedanken omdat we zo aandachtig naar hem luisterden terwijl er buiten voor de deur onder een stralende zon een party te beleven viel. Er moesten er meer zijn als hij.

Martha Da’ro wordt her en der als ‘groot talent’ aangehaald. Op podium is daar in ieder geval letterlijk weinig van aan te merken. Een klein meisje dat wel overtuigd op podium staat. Of we haar figuurlijk een groot talent mogen noemen, ook daar zijn we het niet meteen mee eens. Het hoge kinderstemmetje gecombineerd met een a capella track, voelde in ieder geval een beetje ongemakkelijk aan. Wanneer er wat beats aan haar show worden toegevoegd, dan kruipt er wel al wat meer soul in haar performance die neigt naar Amy Winehouse zaliger. Maar honderd procent overtuigd, zijn we niet. De erg hoge stemtonen zorgden voor een overkill die neigde naar Selah Sue wiens strot dichtgeknepen wordt, niet onze meug. Haar podiumpresence en coole stijl maken veel goed, maar haar stem achtervolgt ons ‘s nachts nog.

Bill Ryder Jones moet je de knepen van het artiestenvak niet meer leren kennen. De man speelde destijds bij The Coral, waarvan hij tot op de dag van vandaag nog steeds zijn gitaarstrap gebruikt. Daarnaast beschikte BRJ in Leffinge over een grote dosis zelfvertrouwen, die soms naar een vermakelijke hoeveelheid arrogantie neigde. “Billy” klonk vocaal niet opperbest, maar bracht wel erg mooie, muzikale verhalende tracks.
Aan kracht geen gebrek in deze performance, want Bill koos - uit zijn grote catalogus - voor dit optreden voluit voor de gitaar. Een geslaagde zet.

Satanique Samba Trio is een vijftal, gehuld in zwarte hoodies en bloemenkransen, uit Brasilia, hoofdstad van Brazilië. Wie zich aan een dansfeestje verwacht had kwam enigszins bedrogen uit. De vijf gebruikten wel samba en andere Braziliaanse muziekstijlen als uitgangspunt maar dan wel om ze eerst vakkundig te fileren en daarna de stukken schijnbaar willekeurig terug in elkaar te flansen. Zo hoorden we een haast onherkenbare versie van de Lambada met een melodica in de hoofdrol. Andere instrumenten waren drums, bas, akoestische gitaar, cavaco gitaar en sax (soms enkel het bovenstuk, zonder toetsen dus). Het leverde intrigerende muziek op die qua tegendraadsheid kon wedijveren met Beefheart’s ‘Trout mask replica’. En toch wisten enkele moedige jonkvrouwen hierop te dansen!

Joe Talbot (Idles) tekende ze voor zijn label Balley Records en dan waren wij uiteraard geïnteresseerd wie deze Crows uit Londen wel mochten zijn. Post hardcore punk heet hun ding en dan moeten we eens diep zuchten van ‘daar gaan we weer’. Maar het bleek meteen dat Crows niet het zoveelste groepje waren die een alles overweldigende sound wist neer te zetten en er voor de rest niets mee aan te vangen. Deze vier jongens hadden toch iets meer in huis.
Toegegeven: ook hier klonk de zang van James Cox, die hiervoor twee microfoons gebruikte waarvan één zo’n ouderwetse die je niet onmiddellijk bij dit soort muziek verwacht, monotoon maar toch wist hij me te begeesteren en dat niet alleen omdat hij een middagwandelingetje tussen het publiek maakte.
De grootste troef van Crows lag evenwel bij gitarist Steve Goddard en bassist Jith Amarasinghe die ondanks de brute aanval op onze trommelvliezen telkens fijne melodieuze patronen wisten te creëren. Of was het die vervaarlijk uitziende waakhond, links op het podium, die me ertoe dreef deze positieve woorden te schrijven? ‘Silver tongues’ heet hun debuut, voor wie het wil checken.

Niet veel volk in de Kapel voor Peaking Lights, en we begrijpen wel waarom. Peaking Lights was een vreemde eend in de bijt op het nogal post-punk gerichte Leffingeleuren. Daarnaast zijn een met kabels gevulde tafel, en verder beperkte zichtbaarheid, niet echt oogstrelende prikkels. Muzikaal schipperde Peaking Lights ook wat tussen vervelend langdradig en genietend cruisend. Psychedelische beats die wat weg hebben van HVOB werden rustig aan vermengd met wat elektronische klanken en zachte zang. Een rustige trip, die veelal te eentonig en risicoloos was.

En dan was er ook nog het veelbesproken Duyster. live waarin het legendarische radio programma nog eens vanonder het stof werd gehaald. Dit jaar wisten ze Marissa Nadler (Boston) te strikken. Het voordeel van de kerk is dat je er kunt zitten (weliswaar zonder pintje) maar voor de rest zien we weinig redenen om hier concerten te organiseren. Er zal wel een sacrale sfeer hangen maar de klank, en daar gaat het toch om, was ronduit abominabel. De mezzosopraan en de twee elektrische gitaren verdronken in een zee van galm. Of maakte dit gewoon deel uit van deze gothic folk die me anders ook al wat te gekunsteld klonk.

Van de kerk terug naar de vertrouwde kapel voor Mystic Braves uit Los Angeles. Dit leek wel de snorrenclub, alle vijf een gezonde knevel onder de neus, de ene al imposanter dan de andere. Mystic Braves verkochten ons fraaie, psychedelische sixties pop/rock in de stijl van de Allah-Las en The Babe Rainbow. Mooie stem van Julian Ducatenzeiler, een verfrissende Farfisa van Ignacio Gonzalez en best wel knappe songs maar o zo braaf en totaal ongevaarlijk. Hoewel dit bij momenten behoorlijk swingend klonk bleven deze jongens erbij staan alsof ze wortel hadden geschoten.

De tijd dat we onvoorwaardelijk fan waren van Steve Gunn lijkt definitief voorbij alhoewel we blijven hopen dat hij bij een volgende plaat het roer opnieuw zal omgooien. Zijn set op Leffingeleuren was nagenoeg identiek als die in De Kreun eerder dit jaar. Zo goed als alle nummers kwamen uit zijn laatste, ‘The unseen in between’, waarop Gunn danig richting The War On Drugs is opgeschoven. Een logische evolutie of een poging om alsnog een wat breder publiek aan te spreken? In ieder geval was het kabbelgehalte weer hoog en bleef de lawaaiuitbarsting aan het eind van “Paranoid” even zinloos. Eén keer liet hij zich nog wegglijden in een avontuurlijke gitaarexcursie en kwamen de herinneringen aan die memorabele concerten van vroeger weer bovendrijven. Slecht was het absoluut niet maar dit was niet de Steve Gunn zoals we hem graag wouden horen.

The Germans kwamen in Leffinge hun nieuwe langspeler ‘Sexuality’ voorstellen. Deze plaat roept live (gelukkig) dezelfde sferen op als via de oordoppen. Tracks met sterk aanwezige synths met daarover Disney-achtig gezang, die stelselmatig met meer exotische twisten te maken krijgen. Een dansbare vibe die vooral te danken is aan de venijnige, speelse drums van Jacobs tijdens hun optreden.
Geheel overbodig, trokken The Germans tijdens “William” Charlotte Adigéry op het podium. Wat haar meerwaarde was, naast wat heen en weer springen, hebben we nog steeds het raden naar.
Gelukkig onthouden we naast dit voorval vooral veel goeie dingen over de doortocht van The Germans op Leffingeleuren. De sterke maar bevreemdende opbouw op kop. De lont kregen ze ontvlamd, maar helaas was de set te kort om geheel tot ontploffing te komen.

Brutus zagen we reeds verschillende malen, en ook nu hadden we er alle vertrouwen in een stevige, goede set voorgeschoteld te krijgen. En zo geschiedde. Mannaerts en haar broeders hadden in Leffinge weliswaar moeite om het publiek helemaal overstag te doen gaan. Het blijft geen gemakkelijk publiek om te paaien. Daarnaast leek ook voor haar het einde van de zomer welgekomen, want al dat spelen en touren heeft haar krachtige stem duidelijk een hoop inspanningen gekost. Doordat we ons geen zorgen hoefden te maken over crowdsurfers in onze nek of moshpits in onze rug, konden we ditmaal ook meer op de andere facetten van hun show letten. Brutus is een geoliede machine met ook oog voor detail. De maagdelijk witte backdrop die soms met slim ingekleurd werd, de blazer die Stefanie afkoelde en haar lange haren ook deed fotovriendelijk deed rondwapperen, de uitgekiende overgangen tussen de nummers,... Brutus staat er, en het verbaast ons al lang niet meer dat deze band de Europese grenzen aan het aftasten is. Ze zijn buiten categorie wat Belgische gitaarbands betreft, en dat werd in Leffinge eens te meer duidelijk.

De lange dag eindigde in het café met GravelRoad uit Seattle, een groep die reeds eerder in café De Zwerver speelde. Gemakshalve zou je hun muziek kunnen omschrijven als bluesrock maar intussen is die term zo bezoedeld dat het eerder een scheldwoord lijkt. Stevige blues georiënteerde rock-‘n-roll dan maar? De groep is ooit begonnen na het beluisteren van “A ass pocket of whiskey” van R.L. Burnside en Jon Spencer, begeleidde ooit T-Model Ford en trekt Jack Endino (Nirvana, Soundgarden, Mudhoney) aan als producer voor hun platen. Het zijn referenties die kunnen tellen.
De vier trapten af met één van die paar punknummers die ze ooit op plaat kwakten waarna drummer en spraakwaterval Marty Reinsel verklaarde dat het Jack Daniels time was en het feestje definitief losbarstte.  Met een zelden gezien enthousiasme (de heren van The Warlocks kunnen hier een punt aan zuigen) ploegden ze zich door een dwarsdoorsnede van hun oeuvre. Eén van de hoogtepunten was ongetwijfeld een bijzonder sterke cover van Junior Kimbrough’s “Sad days lonely nights” die ze op verzoek speelden.  
Op hun best zijn ze tijdens die lang uitgesponnen licht psychedelische bluesnummers zoals die te vinden zijn op ‘Capitol Hill Country Blues’ uit 2016. Kommaneukers zullen wellicht opwerpen dat de stem van Stefan Zillioux eerder aan de vlakke kant is of dat die kleine opdonder achter zijn drumstel te veel emmert tussen de nummers maar dat zal niet kunnen wegnemen dat GravelRoad hier opnieuw een dijk van een set neerpootte. “Niemand is perfect maar we doen allen ons best om dat te zijn” merkte diezelfde drummer trouwens ergens op. En of ze dat deden. De groep eindigde met een drietal songs uit hun nieuwe plaat ‘Crooked nation’, waarin de belabberde situatie van de US aan de kaak wordt gesteld, en dat belooft een robuust werkstuk te worden (de vinylversie verschijnt pas begin volgend jaar).

dag 3 - zondag 15 september 2019
Mirek Coutigny bewees gisteren dat vroeg aanwezig zijn, een must is in Leffinge. Mooneye legde de vinger nog eens extra op die wond. De band rond Michiel Libberecht heeft er een immens drukke festivalzomer opzitten, met Leffinge als eindstation.
De Nieuwe Lichting winnen, legt je dus hoegenaamd geen windeieren, maar het is ook extra fijn om te zien en te horen dat een band door al die nieuwe speelkansen ook steeds beter gaat klinken en spelen. Met hun warme, volle sound zijn ze al een tijd de kampvuurstatus ontgroeid, maar de volgende stap, die zetten ze ondertussen ook moeiteloos. Alsof Libberecht op zichzelf nog niet over een immens aangename stem beschikt, wordt hij door de andere bandleden live ook bijgestaan als backing vocals, wat een power brengt dit teweeg. De gecombineerde vocale kracht, stuwt de nummers als een krachtige motor voorwaarts. Ook instrumentaal blaakt het gezelschap van zelfvertrouwen, want in een nieuw nummer durven ze ook instrumentaal furieus uit de hoek te komen. Mooneye positioneert zich live zo stilaan netjes tussenin Het Zesde Metaal en Balthazar, het applaus in De Zwerver sprak boekdelen. Mooneye is een blijver, zoveel werd duidelijk.

De zondag werd vervolgens in De Kapel feestelijk ingezet door vier mannen in smetteloos wit pak, waarvan de zanger en de gitarist op zijn zachtst gezegd nogal vrouwelijk geschminkt waren. Auditief hielden ze het bij onvervalste seventies glamrock.
Dat Scott Yoder (Seattle) een fascinatie voor David Bowie heeft viel niet te ontkennen. Zelfs de pose met zijn gitarist helemaal op het eind leek wel een snapshot van Bowie en Mick Ronson destijds. Maar de man had nog meer te bieden. Goede songs bijvoorbeeld waarmee hij het publiek uit zijn hand liet eten. In die mate zelfs, toen hij voor het podium op het tarmac ging zitten en vroeg om iedereen rondom hem hetzelfde te doen, dat ook gebeurde.

Trash Kit, een vrouwelijk trio uit Londen, mocht in een volgepakt café het beste van zichzelf geven. En dat was aanstekelijke afropop gekruid met wat punkinvloeden (The Slits). Een erg enthousiaste Rachel Aggs bleef het volk, waaronder de bassist van Garrett T. Capps op de eerste rij, opjutten met haar helder klaterende gitaar. Jammer misschien dat de bassiste en de drumster zich zo bescheiden opstelden. Mocht er een prijs zijn voor de meest grijze begeleiders dan hadden ze die ongetwijfeld gewonnen.

Voor een portie vuige rock-‘n-roll of punk moet men tegenwoordig in Austalië zijn. Eén van de talloze nieuwe groepjes daar en zeker één van de betere is Civic uit Melbourne. Razende punk, slordig en smerig en met een knipoog naar Cosmic Psychos en The Dead Boys. Tussen het geraas en de tonnen feedback door lieten de twee gitaristen geen kans onbenut om er een fijn gitaarriedeltje tussen te smokkelen. En dan was er nog die geweldige zanger, Jim McCullough, sloom over het podium struinend en om de haverklap aan een flesje bier lurkend. Een groep naar ons hart, vooral ook omdat ze voortreffelijke nummers weten te brouwen zoals “New Vietnam”.

En dan brak het moment aan waarnaar we misschien wel het meest had uitgekeken: Garrett T. Capps! Eerst zorgde zijn band, Nasa Country, voor een spacey intro waarna Garrett in vol ornaat met knalgeel Las Vegas kostuum ten tonele verscheen om “Born in a ballroom” in te zetten en vervolgens zijn tot op heden bekendste nummer, “In the shadows (again)”, prijs te geven. Toen wist je al dat dit niet meer stuk kon. Garrett T. Capps brengt naar eigen zeggen ‘space country’ en die vlag dekt wel degelijk de lading. In wezen waren het vrij traditionele countrysongs die we hoorden maar die werden telkens onderbouwd met een subtiele soundscape, in elkaar geknutseld op de modulaire synthesizer van Justin Boyd. Zoiets kan behoorlijk tegenvallen, hier tilde het de muziek naar een hoger plan. Nu waren de songs zelf ook alle van een uitzonderlijke kwaliteit. Inclusief de perfect gekozen cover, “Goodbye San Francisco (hier San Antonio), Hello Amsterdam”, van Doug Sahm die net als Capps in San Antonio, Texas woonde. In feite had Garrett T. Capps alles: charisma, gortdroge humor, perfecte timing, de songs en niet in het minst een geweldige vijfkoppige band (drums, bas, synths, gitaar/lap steel en trompet). Dit was zonder twijfel het absolute hoogtepunt van Leffingeleuren 2019!

Landsgrenzen, ze mogen dan wel artificieel zijn, binnen de muzieksector lijken ze van beton te zijn. De Staat speelde deze zomer als headliner op Lowlands, maar in Leffinge treffen we de Nederlanders gezellig om half zeven aan in De Zwerver. Al lijken de adelbrieven ook hier te zijn aanbeland, want de zaal stond even voor het begin van de show al erg goed gevuld.
In ieder geval, geen publiek te groot of te klein voor frontman Torre Florim, die de zaal helemaal inpalmde met fotografen-pleasing, danspasjes... Door de beperkte setduur, moest De Staat wel fel knippen in hun setlist, wat ten koste ging aan de natuurlijke flow van een normale, volwaardige show. Gelukkig kregen de toeschouwers wel het gros van hun kwaliteiten te zien. Hoogtepunten waren “Peptalk” die misschien net ietwat harder kon, en het altijd pittige “On Screen” en “Witch Doctor”, maar ook nieuwer werk als “Kitty Kitty” en “Pikachu” wist meer dan te overtuigen.

De sympathieke Duitser Niklas Paschburg is niet meteen een klinkende naam voor de doorsnee festivalganger, maar brengt overal waar hij speelt wel héél welklinkende klanken met zich mee. In de Kapel was het gedurende deze man zijn show beklijvend stil. Nils Frahm is bij Paschburg nergens ver weg, maar in plaats van zich louter tot synths te beperken, verwerkt hij diverse instrumenten, zelfs accordeon, in zijn sferen. Paschburg houdt het daarnaast ook interessant door naast de instrumentale escapades ook een gedurfde beat niet te schuwen, zelfs in een herwerking van een klassieke compositie van Bach. Deze erg vriendelijk ogende man heeft ons in zijn eentje overtuigd, zonder een overdaad aan gitaren zoals we talloze keren hoorden dit weekend. Bewonderenswaardig.

Meteen daarna was het opnieuw prijs in de zaal met The Mystery Lights (oorspronkelijk van Salinas, Californië maar verkast naar Brooklyn, New York). Onder leiding van een erg charismatische Mike Brandon, die voortdurend rondhoste of gaten in de lucht sprong, brachten de vijf een set zweterige sixties garagerock, voortgestuwd door immer sprankelende gitaren en de jengelende Farfisa van nieuw lid, Lily Rogers. Songs als “Follow me home” en “Flowers in my hair, demons in my head”, die nu al klinken als klassiekers, zat de groep meteen op kruissnelheid. Sommige nummers van de nieuwe plaat, ‘Too much tension!’ waren misschien net iets minder onweerstaanbaar dan die van hun debuut, het bleef een moedige poging om hun muzikale horizon wat te verruimen en het kon evenmin verhinderen dat dit opnieuw een passioneel concertje werd die nog een tijdje zal nazinderen.

Frankie & The Witch Fingers (Los Angeles) is een nogal vreemde naam vooral als je weet dat de frontman gewoon Dylan Sizemore heet. Frankie is de naam van zijn kat en de Witch Fingers vond hij tijdens het spelen van een schaduwspelletje. Dat klinkt allemaal wat teder, hun optreden was dat allerminst. Hun psychrock bleek redelijk explosief en klonk een beetje als Thee Oh Sees van zo’n vijf jaar geleden. Het zal wel toevallig zijn maar er waren nog andere overeenkomsten tussen Dylan Sizemore en Oh Sees frontman John Dwyer. Zo verscheen Sizemore ook in korte broek en klemde hij zijn gitaar al even hoog tegen zijn borst, best wel grappig. Echt veel goed uitgewerkte nummers zaten er niet tussen. De groep moest het meer hebben van een bedwelmende drive en schroeiende gitaaruithalen en daar waren ze dan weer meesters in.

Opnieuw een heel sterke editie met een ietwat teleurstellende vrijdag, een degelijke zaterdag en een onwaarschijnlijk sterke zondag. Bedankt Leffingeleuren!

Organisatie: VZW De Zwerver - Leffingeleuren, Leffinge 

Bjørn Berge

Bjørn Berge - Het perfecte huwelijk tussen Blues en rock-'n-roll

Geschreven door

Bjørn Berge is een Noorse Blues/rock artiest die van enorm vele markten thuis is. Persoonlijk leerden we Bjorn kennen via de band Vamp. Ondertussen heeft Bjørn echter al aan vele projecten deelgenomen, en bracht recent een knappe solo plaat uit 'Who Else?'.

Bjørn Berge stond helemaal alleen op het podium van N9 in Eeklo. Deze zeer gezellige zaal is perfect gelegen, en bij het binnenkomen voelde het aan als thuiskomen. Voor ondertekende was het, tot mijn schaamte, de eerste maal dat ik deze zaal heb bezocht. Het zal op basis van die bijzonder magische sfeer, binnen een intieme omgeving, niet de laatste keer zijn.
Bjørn Berge liet niet alleen zien wat voor een getalenteerd gitarist hij wel is. Eveneens viel het uitzonderlijk spelplezier dat hij uitstraalt en de dosis humor ons enorm op, wat trouwens aanstekelijke werkte op het publiek.
Bjørn liet ons in een interview vooraf weten dat hij vooral muziek is beginnen spelen omdat hij beïnvloed is door gitaar muzikanten, en dus gitaar wilde spelen. Ook live draait het dus geheel rond dat instrument. Echter krijgen we geen gezapig en relax concert aangeboden, nee het resulteert eerder in het perfecte huwelijk tussen rock en Blues. De man durft experimenteren, slaat aan het improviseren en plaagt zijn publiek voortdurend. Hij ontpopt zich dus eveneens tot een klasse entertainer, die als een clown of illusionist in het circus zijn publiek een aangename avond wil bezorgen.
Ook al klinkt in zijn muziek veel verdriet, dat laatste trok ons bij dit concert eveneens enorm over de streep. Op zijn eentje voelt hij zich bovendien als een vis in het water, zijn enthousiasme en de natuurlijke wijze waarop hij als gitarist klanken uit dat instrument tovert, waarbij vele virtuozen verbleken, is daar niet alleen het levend bewijs van. Dat liet ons eveneens met verstomming achter.
De man houdt bovendien van aangename verrassingen breien aan zijn optredens. Naast eigen werk zwiert hij daar soms stukjes “Burn/Ramblin My Mind” of “Locomotive Breath” tussen van Jethro Tull. En daarbij vertelt dat hij dat hij in zijn jeugd een uitzondering was die luisterde naar oudere muziek, beïnvloed door zijn 7 jaar oudere broer. Terwijl zijn klasgenoten luisteren naar bijvoorbeeld Bon Jovi ging hij o.a. dus voor Jethro Tull en dergelijke meer. In de bisronde doet Bjørn er nog wat scheppen bovenop door een verschroeiende versie, met toch ook een sausje Blues overgoten, te brengen van “Black Jesus” (Everlast) en “Ace of Spade” (Motorhead). Wat nog maar eens de veelzijdigheid van deze snaren plukker bewijst.

Besluit: Dat Bjørn Berge een uitzonderlijk getalenteerde gitaar virtuoos is, die zoveel emoties in zijn songs verstopt dat hij een snaar raakt van zowel de rock als Blues liefhebber, dit wisten we al dankzij zijn recente schijf. Ook live verbindt hij beide muziekstijlen alsof dat de normaalste zaak van de wereld is. Hij gooit daar tonnen charisma bovenop, waardoor je de perfecte show krijgt voorgeschoteld die je enerzijds doet headbangen en, in zoverre dat dit lukt met zitplaatsen, compleet uit de bol doet gaan. Anderzijds zit je achterover leunend te genieten van de warme blues sound die de haren op je armen doen rechtkomen van innerlijk genot. De man speelt dus niet alleen op plaat, maar ook op het podium met de emoties van de aanhoorder en bezorgt je daardoor een perfecte avond die zowel je Blues als rock hart raakt. Dit allemaal op een gevarieerde wijze.
Als klap op de vuurpijl zet hij bovendien het instrument gitaar in een zodanig daglicht dat ook daar grenzen worden afgetast en verlegd. En ook dat getuigt van pure klasse.

Knappe soloplaat ‘Who else?’ - Wij hebben de nodige aandacht besteed aan de plaat
http://www.musiczine.net/fr/chroniques/item/74740-who-else.html  
http://www.musiczine.net/nl/cd-reviews/item/75178-who-else.html

Organisatie: N9, Eeklo

Pagina 307 van 964