logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Suede 12-03-26
Gavin Friday - ...

Enzo Kreft

Control

Geschreven door

De Mechelse elektronicavirtuoos Enzo Kreft is geen onbekende voor ons. De man liet al in de jaren '80 van zich horen, maar kwam heel recent ook bij ons onder de aandacht. Met ‘Turning Point’ bracht hij in 2016 een plaat uit die bol staat van donkere ambient, pure newwave en soundscapes die je koude rillingen bezorgen. Ook op zijn meest recente werk ‘Wasteland’ bleef Enzo Kreft begane wegen verder bewandelen. We schreven daarover: ''Deze schijf is een doorsnee voorbeeld van hoe kleurrijk zwarte elektronische muziek kan zijn. Als je maar durft buiten die lijntjes te kleuren, met veel zin voor experimenteren en improviseren tot in het oneindige. En dat is dan ook wat Enzo Kreft doorheen de volledige schijf ons aanbiedt. Een veelzijdige kijk op zijn al even veelzijdige wereld. Op ‘Wasteland’ keert Enzo Kreft terug  in de tijd. Met beide voeten stevig in het heden. En het oog naar de toekomst gericht."
Zijn nieuwste schijf kwam nu uit: 'Control'. Een conceptalbum waarop Enzo Kreft zijn bezorgdheid uitdrukt over een maatschappij die ons als mens voortdurend dirigeert en controleert.
“Scanned” is daar al een mooi voorbeeld van, met het beeld hoe lang het nog zal duren eer men bij elke mens een chip inplant om die mens overal te kunnen volgen. Een beeld dat me koude rillingen bezorgt, op een zodanige scherpe en meesterlijke wijze gebracht, alsof Enzo uit de toekomst terugkeert om ons te verwittigen voor wat ons te wachten staat. Zo akelig en koud klinken ook “Cyborg Platoon” en “Biometrics”. Bewust kiest Enzo een weg die je angst moet inboezemen voor de toekomst of toch ervoor zorgen dat de oogkleppen afvallen eer het te laat is. “Connected” is dan weer een song over hoe we steeds worden verbonden met systemen, met onze smartphone en sociale media. Geen plaats meer om tot jezelf te komen in een maatschappij die verwacht dat je steeds 'online' bent. De druk op de schouders van de mens wordt steeds groter, maar niemand doet er echt iets aan. We laten ons leven controleren, en dat is nog wat Enzo Kreft het meest angst inboezemt.
Op de schijf duwt hij die spiegel recht in ons gezicht, op een dansbare wijze dat wel, in de hoop dat we het uiteindelijk zelf ook zien. Harde EBM komt er niet echt in voor, op deze plaat. Duistere elektronica die je verdooft of tot waanzin drijft, dat dan weer wel. Luister maar naar “Book Burning” en voel je wegdrijven naar de meest donkere gedachten in je hoofd. Zoals de veelzeggende titel “In My Head” aangeeft , zitten ook in Enzo’s hoofd zoveel donkere gedachten verborgen dat hij de luisteraar ook een spiegel voorhoudt die er niet altijd even rooskleurig uitziet. Donkere gedachten drijven je eveneens tot een punt waarop je als aanhoorder stopt met nadenken en even stil staat, op “I'm NotA Robot”. Op dit elan blijft Enzo doorgaan tot “Imagen A Boot”, waarmee hij afsluit door u de laatste kans te bieden om na te denken over uw toekomst en deze van uw geliefden.
Op een uiterst genereuze wijze slaagt Enzo Kreft er op 'Control' in ons precies daar te raken waar het nodig is. Subtiel zet hij daarbij uiteraard ook aan tot dansen doorheen zijn wereld, maar doet je eveneens voortdurend nadenken. En dat laatste maakt deze schijf een bijzonder meesterwerk binnen de EBM en donkere elektronica, eentje om te koesteren.
En daardoor heeft Enzo Kreft bovendien ook controle over u en mijn leven en is de cirkel rond.

Electro/Dance
Control
Enzo Kreft
Wool-E Disc/Enzo Kreft Music

Burial Remains

Trinity Of Death

Geschreven door

Je zou kunnen stellen dat het Nederlandse deathmetalcollectief Burial Remains een supergroep is rond muzikanten die in die scene voldoende hun sporen hebben verdiend. Deze vrij jonge band bestaat namelijk uit leden van o.a. Grim Fate, Fleshcrawl en Disintegrate. Wie houdt van die lekkere oldschool deathmetal en liefhebber is van voornoemde bands zal in deze band en debuut dan ook zeker zijn gading vinden.
Snelheid, je murw slaan en bommen energie tot ontploffing brengen waardoor niet enkel trommelvliezen begeven, maar ook geluidsmuren die worden afgebroken, dat is de rode draad in de  songs als “Crucifixion Of The Vanquished”, “They Crawl” tot “Trinity Of Deception”. Allemaal gebracht op een razendsnel tempo, sneller dan het licht. Geen doorkomen is eraan eens Burial Remains als een bulldozer op je hersenpan rijdt. De plaat duurt amper 25 minuten, maar het lijkt allemaal in een paar seconden voorbij te zijn. Zoals een opkomende wervelstorm, na een heldere hemel, een complete ravage achterlaat. Zo gaat Burial Remains op deze schijf ook tewerk. Rustpunten zijn er nauwelijks, maar ondanks de chaotische en verschroeiend snelle aanpak presenteert Burial Remains wel degelijk een technisch hoogstaand meesterwerk, eens je doorheen die oorverdovende en razendsnelle aanpak heen kijkt.
Deze muzikanten zijn geen groentjes in het vak, maar amuseren zich kostelijk in dit project. Dat zorgt voor pure deathmetal waarop stil zitten onmogelijk is. Als klap op de vuurpijl krijg je een meer dan overweldigende cover van Kreator's “Tormentor”. Compleet uitgekleed en in een nog sneller tempo gebracht waardoor het dak er compleet afgaat. Pure klasse deze afsluiter van een topalbum.
Burial Remains zou wel eens een nieuwe klepper kunnen worden in het deathmetalgebeuren. In het verlengde van eerdere projecten waar deze heren aan meewerkten, levert de band met dit debuut 'Trinity of Deception' dan ook de perfecte oldschool deathmetalplaat af die je zowel vocaal als instrumentaal door elkaar schudt en totaal van de kaart zal doen achterblijven in de donkerste hoek van de kamer. Puurder dan dit kan deathmetal namelijk niet zijn.

Tracklist: 1. Crucifixion Of The Vanquished; 2. They Crawl; 3. Trinity Of Deception; 4. March Of The Undead; 5. Burn With Me; 6. Days Of Dread; 7. Tormentor

Crackups

Floor-Wet Sheets -single-

Geschreven door

Crackups zijn terug, en hoe. De band ontstond in 2007 en bouwde vrij snel een ijzersterke reputatie op in de Belgische underground. In 2010 haalden ze zowaar de finale van Humo's Rock Rally, maar na het verschijnen van het explosieve debuut 'Animals On Acid' verdwenen ze plots van het toneel. De bandleden hielden zich bezig met al even succesvolle zijprojecten als Double Veterans, Priceduifkes en Psycho 44. Maar goed, het wachten is voorbij. Via Fons Records kwam een 7'' op de markt met twee singles “Floor” en “Wet Sheets”.
Als vanouds deelt de band al een kopstoot uit met “Wet Sheets”. Razendsnel en meedogenloos bonkt de band je hersenpan in en geeft aan klaar te zijn om weer geen spaander geheel te laten van enige zaal, club of festivalterrein. Ondertussen stond de band al op Rock Herk en bewees daar nog steeds uit het goede hout gesneden te zijn. Ook deze single is een visitekaartje waarmee Crackups aangeven hun plaats binnen die undergroundbeweging van punk en verwante met een knal van formaat terug te zullen innemen. Het amper 1m30 durende “Floor” voelt aan als een mokerslag in het gezicht, op een vuile en oorverdovende wijze. Zoals dat bij punk gewoon moet zijn. Er niet te veel woorden aan vuil maken en de luisteraar door middel van een snoeiharde aanpak doorheen schudden en compleet murw slaan. Vanaf de eerste tot de laatste ronde.
Crackups brengt een zeer knappe dubbele single uit die ons al doet uitkijken naar de toekomst. Wie hield van de aanpak van deze jongens in die periode 2007 tot 2012 zal nu ook vallen voor de energieke manier waarop de band een aardbeving doet ontstaan die ervoor zorgt dat geen enkele heilig huisje nog overeind blijft staan.
Kortom, Crackups is terug, en hoe!

Distillery

A Glass of Jack

Geschreven door

De hardrockband Distillery werd, onder invloed van bands als Motörhead en AC/DC, opgericht in 2014. De band werd al vrij snel opgemerkt en kreeg al vanaf het eerste concert in Le Havre zeer lovende recensies. Waardoor Distillery energie vond om op deze weg door te gaan. In 2016 kwam uiteindelijk een eerste plaat op de markt: 'LH Overdrive'. Deze schijf werd eveneens zeer goed ontvangen. Het universum van Distillery is simpel: rock-'n-roll, vrienden, whisky en het bouwen van ijzersterke rockfeestjes. De band bracht zopas zijn tweede album uit: 'A Glass Of Jack'.
Die energieke aanpak, in verlengde van voornoemde bands, vinden we al terug bij “The Time”, en wordt op een gedreven tempo verder gezet met “A Glass Of Jack” en het zeer onstuimige “The Power Of Song”. Dat de band van vele markten thuis is bewijzen ze met het breekbare “Broken Way”, een song die de haren op je armen doet rechtkomen. Je brult de tekst prompt uit volle borst mee, bij voorkeur met de vuist in de lucht. Puurder dan dit kan rockmuziek namelijk niet zijn.
Of Distillery iets origineel brengt? Uiteraard niet, maar het hart van rockmuziek klopt bij deze muzikanten en zanger op een oprechte wijze. Recht naar zijn doel afgaan en nergens voor stoppen, dat is de manier waarop Motörhead ons ook telkens murw wist te slaan. Distillery gaat eveneens op deze wijze tewerk, als een pletwals die geen spaander geheel laat van je hersenpan. Niet dat Distillery de aanhoorder wil pijnigen, nee het is de bedoeling dat hier een wervelend rockfeest wordt gebouwd. Het meest positieve is, dat dat het soort muziek is dat op het podium pas echt tot zijn recht komt, maar je voelt diezelfde adrenaline ook uit de boxen loeien waardoor het, als je de ogen sluit, daadwerkelijk lijkt alsof je circa 47 minuten lang in een moshpit bent terecht gekomen.
De heren van Distillery weten duidelijk zeer goed waar ze mee bezig zijn. Uiteraard is het allemaal wel eens voorgedaan, we kunnen zo direct een tiental bands opsommen die op deze wijze tewerk gaan. Maar net doordat Distellery een hoge dosis spelplezier en spontaniteit uitstraalt, nodig om ook dat figuurlijke dak in uw huiskamer er compleet te laten afgaan. 'A Glass of Jack' is zo een plaat die elk beetje liefhebber van rockmuziek in zijn meest pure en onversneden vorm - en bij voorkeur de fans van bands als Motörhead - zonder daarbij na te denken, in huis kan en moet halen. Want hier wordt rock-'n-roll gebracht vanuit het hart, op een energieke en strakke wijze die je van de eerst tot de laatste noot murw zal slaan. Zeker weten!

Tracklist: The Time, A Glass Of Jack, The Power Of Song, Broken Way, Anger-Pride, Help Me, Satan’s Joker, Thirsty Of Boobs, La Purge, Take It Over

Elusion

Singularity

Geschreven door

Is er in die grote visvijver van de symfonische metal eigenlijk nog plaats voor nieuwe talenten. Vaak ziet men, wat dat genre betreft, door het bos de bomen niet meer. Echter is Elusion een vrij nieuwe Belgische parel die met zijn debuut 'Singularity' ons compleet omver blaast en bewijst een grote meerwaarde te kunnen vormen in die scene. De band ontstond in 2015 en bracht reeds de zeer gesmaakte EP 'Desert of Enticement' uit, maar zet dus nu een grote stap voorwaarts.
Vanaf “Choices And Changes” krijgen we al een krop in de keel. In grote mate dankzij die bijzondere stem van Evy Verbruggen die je alle kanten van de muur doet zien en horen. Best indrukwekkend, dat bijzonder veelzijdige stembereik van Evy. Geruggesteund door muzikanten die de ene vuurpijl na de andere op de aanhoorder afschieten zijn we vertrokken voor een niets anders dan een verschroeiende hete trip, in gotische valleien. Elusion verlegt een grens en doet je vol bewondering nederig het hoofd buigen om je aan te zetten tot stevig headbangen. Op dat elan wordt verdergegaan op daaropvolgende songs als “The Tales That Trees Tell”, “The Strive” en “My War Within”. Dat de band dus vooral op avontuur trekt doorheen dat gotische landschap? We merken het ook op “Crystal Doubts” en het wondermooie en lang uitgesponnen “Anamnesis”, een epische song die doorheen je ziel klieft. Afsluiten doet de band met een interessante remix van “The Strive”. Maar ondertussen waren we al compleet overtuigd. Dus die remix is een beetje overbodig, maar evengoed ook mooi meegenomen.
Vooral het feit dat Elusion zich niet profileert als een zoveelste 'female fronted metal act' in een lange rij, maar duidelijk ook 'andere wendingen' durft aannemen op deze knappe schijf trekt ons nog het meest over de streep. Dat was al met die EP in 2016 het geval en dat zet Elusion met deze nieuwe parel in de symfonische metal 'Singularity' nog meer in de verf. Een debuut zoals we er maar bitter weinig tegenkomen in het genre trouwens, net doordat er dus duidelijk grenzen worden verlegd en afgetast.

Tracklist: Choices and Chances (5:57), The Tales That Trees Tell (6:00), The Strive (5:36), Lovelorn (5:38), In Eternity (4:37), Reconciliation Of Opposites (5:33), My War Within (4:44), Crystal Doubts (3:56), Anamnesis (8:03), The Strive [Spankraght Remix] (3:46)

Binic Folks Blues Festival 2019 - overzicht van het driedaags festival - Rock’n’roll!

Geschreven door

Binic Folks Blues Festival 2019 - Overzicht van het driedaags festival - Rock’n’roll!
Binic Folks Blues Festival 2019
Côtes d’Armor (Festivalkaai)
Binic (Bretagne)
2019-07-26 t-m 2019-07-28
Ollie Nollet

Er is opnieuw sprake van een recordeditie wat betekent dat er zeker meer dan 60.000 bezoekers waren, misschien zelfs 70.000. Binic Folks Blues Festival (nog steeds gratis) is wellicht het enige festival dat kan blijven groeien zonder de minste commerciële toegeving. Grootste naam dit jaar was Sleaford Mods, voor de rest zagen we enkel groepen die gewoonlijk voor niet meer dan 100 man spelen. Om een voorbeeld te geven: afsluiter vrijdag op het hoofdpodium was Grindhouse, een groep die enkele dagen eerder nog in de Pit’s te gast was.
De meeste artiesten weten dan ook niet goed wat hen overkomt en blijven publiek en organistoren bedanken. Velen konden dan ook aan de verleiding niet weerstaan en gooiden zich in de armen van die mensenzee. Er waren dit jaar opvallend veel crowdsurfers onder de artiesten.
Keerzijde van de medaille waren de ellenlange rijen aan eetstandjes en toiletten. Vooral op zaterdag leek de limiet echt bereikt. En toch kon wie dat echt wou de optredens steeds van heel dichtbij meemaken.

dag 1 - vrijdag 26 juli 2019
Door onvoorziene omstandigheden zag ik slechts het laatste kwartier van Baby Shakes uit New York City. Drie kortgerokte dames en een mannelijke drummer brachten er een mix van bubblegum en rock-‘n-roll. Waren de Ramones een girlgroup geweest dan klonken ze wellicht zo.

Meteen daarna reeds een eerste hoogtepunt op de Scène Cloche, het kleinste maar gezelligste podium van de drie. Daarvoor zorgde een alweer indrukwekkende Margaret Airplaneman. Naast de Duitse Sophie Clemente op drums had ze opnieuw enkele gasten uitgenodigd. Zo mocht gitarist Looch Vibrato (Magnetix) een nummer meedoen op gitaar en zagen we veterane Misty White, die tweede helft jaren ‘80 met The Hellcats furore maakte in Memphis, bezig op tamboerijn. Maar het was toch vooral Margaret zelf die ons, met een hypnotiserende bottleneck gitaar, op de knieën kreeg. In een set waarin alle nummers van haar laatste album ‘Live at the Charles River Museum of Industry’  aan bod kwamen wist ze de blues een geheel eigen draai te geven zoals een Junior Kimbrough dat destijds ook kon. Fenomenaal in al zijn eenvoud. En dan hoorden we niet eens de prijsnummers van haar comebackplaat met Mr. Airplaneman, “Jacaranda blue”, van vorig jaar of de gloednieuwe door Greg Oblivian geproducete dubbelsingle “Smasheville”! Wel viel ons een ingetogen uitvoering van de traditional “Jesus on the mainline” ten deel als slotakkoord.

Margaret had daarna het geluk om haar eigen favoriete band te zien op het podium waar ze zelf daarnet nog stond. In thuisland Australië komt men superlatieven tekort voor ‘Crystal cuts’, de laatste plaat van Shifting Sands uit Brisbane maar ook elders bleef de groep niet onopgemerkt. Zelf vond ik er niet zoveel aan maar ik wilde de groep rond zanger Geoff Corbett en Izzy Mellor (zang en keys) live wel een kans geven. Ik zag vooral een zanger worstelen met een barkruk terwijl men gretig gebruik maakte van het beproefde recept: de songs verstild beginnen om ze uiteindelijk in vol ornaat te laten eindigen. Buiten iets dat werd aangekondigd als een country song en het oudere “Unrelenting surf” vond ik er ook hier niet veel aan.
Zondag zag ik ze nog eens terug op de Scène Banche  en nu die donkere songs me wat vertrouwder in de oren klonken moet ik eerlijk toegeven dat ik er me steeds beter in kon vinden. Wat niet wegneemt dat sommige nummers echt wel te melig bleven.

Wat ik miste bij Shifting Sands, daar was bij The Schizophonics uit San Diego, Californië absoluut geen gebrek aan: opwinding! Zanger Pat Beers was er eentje van de wildste soort. Hij stond geen seconde stil, demonstreerde de ene spagaat na de andere terwijl hij bleef zingen en gitaarspelen. Dat laatste meestal met één hand wat wonderwel lukte. Niets kon dit eigenzinnige baasje tegenhouden tenzij die losgerukte gitaarband, tot tweemaal toe. En de muziek? Die mocht er best zijn: Amerikaanse protopunk, een mix van MC5 en The Stooges waarvan de hijgerige zang wat aan Alan Vega deed denken. Op het einde werd het helemaal mooi toen Beers het publiek in trok om “Whole lotta shakin’ goin’ on” (Jerry Lee Lewis) in te zetten terwijl King Khan zijn gitaar overnam. Rock-‘n-roll!!!

Na de, ter hoogte van de knieën, gescheurde broek van Pat Beers (die zal hij heus niet zo gekocht hebben) kon het contrast met de glamoureuze outfit van de dandy’s van Beechwood (New York) niet groter zijn. Dit leek wel Duran Duran maar de drie tapten muzikaal wel uit een totaal ander vaatje. Wat glamrock, dat zeker maar eigenlijk klonk die gitaar behoorlijk vintage rock-‘n-roll wat het duidelijkst te horen was tijdens de opener en de afsluiter, twee schitterende instrumentals. Vooraf vreesde ik even dat ze het niet zouden brengen maar bij song nr 3 werd ik al op mijn wenken bediend: die onwaarschijnlijk mooie cover van “I’m not like everybody else” (The Kinks). Dit alleen al had volstaan maar er volgde nog veel meer moois. De songs van ‘Inside the flesh hotel’ en ‘Songs from the land of nod’ bleken live nog indringender dan op plaat. Enig minpuntje misschien was de zang van Gordon Lawrence: op zijn geschreeuw viel niets aan te merken maar wanneer hij probeerde ‘normaal’ te zingen leek het alsof hij zijn stem kwijt was.

Death Valley Girls braken eerder dit jaar al het kot af in de 4AD en ook hier wisten ze in geen tijd het publiek voor zich te winnen. Daar zorgde vooral zangeres Bonnie Bloomgarden voor, die voortdurend contact zocht met het volk. Had het gekund dan had ze wellicht iedereen persoonlijk een knuffel gegeven. Zo ging ze zelfs even op de toog wandelen om de mensen daar ook eens te groeten. Daardoor bleef het creepy sfeertje die ze in de 4AD wisten te creëren hier achterwege maar de nummers zelf bleven wel pal overeind. Rammelende psychrock bijeen gehouden door de oorsplijtende riffs van de immer als een donderwolk kijkende (hoewel de drie vrouwelijke groepsleden het soms zo bont maakten dat zelfs hij een glimlach niet langer kon onderdrukken) Larry Schemel.
Zaterdag zag ik ze nog terug op de Scène Pommelec voor opnieuw een adembenemende set. Death Valley Girls waren wat mij betreft naast Margaret Airplaneman het beste wat Binic dit jaar te bieden had.

Handsome Jack, drie langharige jongens uit Lockport, New York, begonnen zeer sterk met het zompige “Keep on” dat van Creedence Clearwater Revival had kunnen zijn. Daarna konden ze nog enkele nummers boeien met stevige southern rock. Maar al vlug lieten ze die robuuste sound varen om na een doodsaaie drumsolo alle clichés uit de seventies op een hoopje te vegen. Jammer, hier had meer in gezeten.

dag 2 - zaterdag 27 juli 2019
St. Morris Sinners, een kwartet uit het Australische Adelaide, mochten openen op een zonovergoten Scène Banche. Wellicht niet de ideale biotoop voor deze groep die vage herinneringen aan The Gun Club opriep. De woordenstroom van Stephen (Slippery) Johnson deed op zijn beurt dan weer denken aan Nick Cave. Maar op dat grote podium, zo vroeg in de namiddag, leek de motor nooit echt aan te slaan.
Zondag in de vooravond zag ik ze nog terug op het kleinste podium waar ze wel konden overtuigen. Johnson bleek hier een gedreven frontman die weliswaar telkens in zijn aankondigingen bleef steken maar niet te beroerd was om in het publiek te duiken.

Van Draught Dodgers (uit Melbourne) had ik veel verwacht maar dat kwam slechts ten dele uit. Mooi om te zien, dat zeker. Vooral op gitarist Tim Rogers, een soort elastieken Rod Stewart, raakte je nooit uitgekeken. Maar een nieuwe Eddy Current Suppression Ring zoals door enkelen geopperd werd was dit zeker niet. Daarvoor ontbrak het hun smerige pubrock aan goeie songs. Het duurde tot “Love sick” en de The Damned-cover “New Rose” vooraleer ik iets hoorde wat bleef hangen.

Ik zag ook nog een flard van Knuckle Head, een duo uit de Elzas. Net op tijd om een aanvaardbare cover van “Personal Jesus” (Depeche Mode) te horen. Zelf omschrijven ze hun ding als dark country, ik hoorde vooral heavy rock met een stereotiepe gitaar en een geweldenaar op drums.

Daarna wist ik even niet wat eruit te pikken en koos ik lukraak voor Moody Beaches uit Melbourne. Maar wat ben ik blij dat ik deze drie meiden aan het werk zag. Fotomodellen zijn het allerminst maar muzikaal wisten ze me vanaf de eerste seconde bij mijn nekvel te grijpen. Een wel erg gruizig klinkende bas (Jessie Dennis) zorgde telkens voor een onontkoombare drive die dan verder werd opgesmukt met de stevige gitaar van Anna Lienhop en de aanlokkelijke samenzang van die twee. Ik ben er nog steeds niet uit hoe ik het nu precies moet omschrijven. Post punk grunge met een noise injectie? Soms meende ik ook The Breeders of vroege Pixies te horen. In ieder geval waren Moody Beaches een ware revelatie.

De enige verdienste van Saba Lou was dat ze de dochter van King Khan was. Sympathiek meisje dat het ongetwijfeld goed zou doen op het vrij podium van haar school. Maar dit was wel Binic en het grootste podium dan nog.

Nee, geef mij dan maar de carnavaleske bende van Grindhouse uit Melbourne. Vooral zanger-gitarist Mick “Two Fingers” Simpson zag er met zijn zwabberende hangbuik in zijn zwemshort en cape beeldig uit! Eén van hun nummers heet “Mutha fuckin punk rock power” en dat was meteen een perfecte omschrijving van wat we te horen kregen. Strak gebracht, zonder omkijken en met voor de gelegenheid eens een zanger die echt (zeer goed zelfs) kon zingen.

Het kwartet uit Seattle met de vreemde naam Steal Shit Do Drugs wordt wel eens versleten voor een indierockbandje. Dan moet er dan wel eentje van de harde soort zijn. Dit klonk snoeihard en had soms iets van Pere Ubu. Zanger Kennedy Carda, wiens sneer soms aan John Lydon deed denken, liet er geen gras over groeien en dook al bij het tweede nummer in het publiek. Een charismatische frontman van een verrassend sterke groep.

Afsluiter op het grootste podium zaterdag waren The Kill Devil Hills uit het Australische Fremantle, dat vlak naast Perth ligt. Veel volk (met zijn zessen) op het podium en wanneer Alex Archer even zijn viool opborg vielen er maar liefst drie gitaristen te noteren. Rechts herkende ik de broertjes Luke (die hier de vreemdste geluiden uit zijn gitaar toverde) en Ryan (bas) Dux die ik hier vorig jaar met The Floors had gezien. Toch was dit niet echt een gitaarband, daarvoor eiste Timothy Nelson op de keys een te grote rol op. Weidse rock met folk en country invloeden gegoten in knappe songs die af en toe Richard Thompson in gedachten brachten en meestal eindigden in euforische instrumentale finales.

dag 3 - zondag 28 juli 2019
Cannon Fodder is een drietal uit Le Mans rond Chris (zang, gitaar) en Alice Martini (een fluitende bassiste). Eén nummer lang wisten ze de schijn hoog te houden maar dan verzandde hun garagerock in classic rock met een vuil randje. Evenwel aanbevolen bij de jaarlijkse familie barbecue.

Met Civic leek wat schorriemorrie uit Melbourne het podium in te palmen, behalve de bassiste die ik eerder als elegant zou omschrijven. Maar eenmaal begonnen wisten deze kerels, die stuk voor stuk hun sporen reeds verdienden bij talloze andere groepen waarvan ik u de namen ga besparen, verdomd goed waar ze mee bezig waren. Post-punk met de nadruk op punk, met veel gevoel voor melodie en geïnspireerd door de Australische pubrock. Min of meer te vergelijken met Amyl & The Sniffers maar dan zonder hardrock en in de plaats van podiumbeest Amyl  een heerlijke (zowel qua zang als attitude) Jim McCullough die me soms aan een Mark E. Smith (maar dan zonder de arrogantie) deed denken. Geweldige band die me tijdens de bis, waarvan ik zou gezworen hebben dat het een cover was, helemaal murw beukte. Wat een song: “New Vietnam” dat op wonderlijke wijze Black Sabbath met de Oblivians weet te combineren. Civic is binnenkort nog te zien op Leffingeleuren, ik kijk er nu al naar uit!

Na het jonge geweld van Civic zag ik opnieuw een gevestigde waarde uit de garagepunk die nog net niet bij de veteranen gerekend mag worden: Cellophane Suckers uit Keulen. Hun niet eens zo heel smerige rock klonk me dikwijls vrij bekend in de oren. Waren het covers of werden de voorbeelden iets te nadrukkelijk geciteerd? Niet dat ik al helemaal ingedommeld was maar plots was ik klaarwakker. Hoorde ik daar “My pal” niet? Een briljant nummer dat ik vooral ken in de versie van The Systemaddicts van vorig jaar maar origineel in ‘87 al door de tamelijk obscure Australische band GOD (1986-1989) werd uitgebracht. Volgens sommigen de beste song ooit in Melbourne gemaakt. Ik zal het alleszins niet tegenspreken. Blij dat ik dit live mocht horen alleen vond ik het een beetje jammer dat de Suckers hun bronnen niet eens vermeldden.

Zondag was er duidelijk wat minder volk in Binic maar bij Sleaford Mods (Nottingham) was daar hoegenaamd niets van te merken. Voor wie niet tijdig de Scène Banche bereikte was er geen doorkomen aan. We zagen het gekende recept: een nijdig rappende Jason Williamson en Andrew Fearn die afwisselend op de knop drukte om de muziek te starten en aan zijn bierflesje lurkte. Minstens even mooi als op plaat maar na een kwartier liet ik Sleaford Mods en vooral de drukte voor wat ze waren.

Toegegeven, muzikaal hadden Prettiest Eyes (Los Angeles) zeker minder te bieden maar hier viel tenminste iets te beleven op het podium. Een zingende drummer die het publiek indook of een swingende cowboy op funky bas. Dat waren de twee Puerto Ricanen en dan was er nog een Mexicaan met extreem lange haren die zorgde voor spooky keys en dark electronics. Geen gitaar (de enige keer op Binic vermoed ik) dus en dat zorgde voor een geheel eigen sound wat ook door het publiek gesmaakt werd.

Binic Folks Blues Festival kende opnieuw een uitstekende editie waarin Bonnie Bloomgarden van Death Valley Girls ons expliciet bedankte om voor de rock-‘n-roll te kiezen. Laat al die onheilsprofeten die al jarenlang verkondigen dat de rock-‘n-roll morsdood is eens naar Binic gaan. Of nee, toch liever niet.

Organisatie: Binic Folks Blues Festival  

Moods 2019 - Uberdope + Ertebrekers - En daar is de zomer weer!

Moods 2019 - Uberdope + Ertebrekers - En daar is de zomer weer!
Moods 2019
Burg
Brugge
2019-07-27
Astrid De Maertelaere en Stan Vanhecke

Op een druilerige Brugse zaterdagavond kon je je afgelopen weekend toch nog amuseren op de Burg. Tijdens het Moods festival kwamen de Ertebrekers langs met voorprogramma Uberdope.

De Gentse makkers van Uberdope waren speciaal van de Gentse Feesten afgezakt om ons, armtierige Bruggelingen, van entertainment te voorzien. Jammer genoeg moesten ze dat doen voor een beperkt publiek, dat de regen wilde trotseren.
De mannen van Uberdope lieten het niet aan hun hart komen en maakten er juist gebruik van. De drie frontmannen rapten er stevig op los, ondersteund door twee backing vocals met klasse. Ook de beats zaten goed. Voor wie ze nog niet kent: luister vooral ook naar de lyrics. Na een paar jaar in de schaduw hebben ze nog steeds die gezellige scherpe randjes. Zelfs Jacob Van Eyck moet eraan geloven in “Goud”, “Er is vast talent, maar waar ik ook kijk, zie ik geen fluit net als Jacob van Eyck”. Moet ook lastig zijn geweest, als blinde fluitspeler uit de 17de eeuw. Bij “Fake” worden de smartphones naar boven & naar voren gehaald voor een ‘Facebook Live’, waarin we uitgenodigd worden om extra enthousiast te doen. Nog een mooie zin om af te sluiten uit “Zure Buren”, van nieuwste plaat ‘Graag Gedaan’: “en dat het regent deze zomer, dat is zonneklaar”. Toepasselijker kon het even niet. Met “Niet te doen”, “Da komt ervan” en “Wow” is Uberdope inderdaad Uberdoper dan ooit. Consider ons opgewarmd.

De Ertebrekers brachten de zomer helemaal terug met hun dansbare strandgangersmuziek. Ze openden hun set met “Amanda”. Daarna hoorden we “Mars”, maar één van de toppers blijft toch “Shimokitazawa”, waarin het gehalte absurditeit redelijk hoog is. Want geef toe, een Japans/West-Vlaams ingezongen meezinger(!), je hoort het toch niet elke dag. De leutigheid waarmee Jeffrey Jefferson en Flip Kowlier het nummer brengen, werkt aanstekelijk en laat het publiek een dansje placeren waarmee ze niet meer zouden stoppen. Ook “Paranoïa” is ondertussen een hitje van formaat. De herhalende keyboardtonen van Peter Lesage blijven nog lang zinderen.
Maar jammer genoeg geen tijd om te zinderen. Jeffrey wil “Ik loate los” inzetten maar is er wat te vroeg mee. Dezelfde ‘geënsceneerde’ misser kregen we al in de Vooruit in Gent te horen. Doet een beetje af van de zogezegd spontane authenticiteit, maar echt malen doen we er niet om. Vlotjes dansend van het ene naar het andere nummer hoorde we plots iets dat stokte. Een paar hortende stoten om ons warm te maken voor het volgende nummer: “Eva Mendes”. En jawel, de meisjes riepen luider dan de jongens. “Da kan toch nie gasten, ’t is wel EVA MENDES e”, was Kowlier verbouwereerd. Maar het echte hoogtepunt zat toch nog helemaal op het eind.
Met “Diepe Waters” hebben de Ertebrekers een topsong beet en ging Jeffrey Jefferson soultraingewijs door het midden van het publiek. Een trein aan discogangers volgde de frontman. “Dief in de Nacht” is ongetwijfeld het duisterste nummer van de band en komt ook effectief op je afgeslopen met een paar dreunende beats van Lesage. Daarna ging het naadloos over in dé zomerhit van een aantal jaar terug. “De Zji” werd steeds sneller en sneller gespeeld tot je het gevoel had dat je benen ervan afvlogen. Bewijs dat deze boysband wel de capaciteit heeft om een oud nummer helemaal opnieuw uit te vinden.

Als afsluiter kregen we nog “Vandoage” en bisnummer “You Party Too Much”. Die laatste was er eentje voor Jeffrey die zich een beetje te veel had laten gaan tijdens de Gentse Feesten. Flip Kowlier haalde even wat Zuid-Afrikaans boven, genoeg om ons feestend terug naar huis te laten gaan.

Setlist: Amanda - Mars - Shimokitazawa - Paranoïa - Simpelweg - Eva Mendes - In Theorie - Woarom - Diepe Waters - Dief in de Nacht - De Zji - Vandoage
Bis: You Party Too Much

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/festival/moods/uberdope-27-07-2019.html
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/festival/moods/ertebrekers-27-07-19.html
Organisatie: Stad Brugge ism Cactus Club, Brugge

Boomtown 2019 - Rhea, The Kids en De Mens

Geschreven door

Boomtown 2019 - Rhea, The Kids en De Mens
Boomtown 2019
Kouter
Gent
2019-07-26
Jérôme Bertrem

De afgelopen dagen was het warm en we zullen het allemaal geweten hebben! Maar voor wie de nodige Gentse Feesten-energie ontbrak, stond er vrijdag op Boomtown een ideale boost op het menu. De verkwikkers van dienst op de Kouter: HYPER!, Monkey Juice, Rhea, The Kids en De Mens. Vijf Belgische rockbands die trapsgewijs de sfeer en de temperatuur lieten stijgen.

Vergeef het de reviewer van dienst om HYPER! en Monkey Juice niet live te hebben gezien. De jonge rockers in maatpak spelen op 27 juli in JH Impuls in De Pinte en op 31 augustus op Road Rock in Kortrijk.
De sappigaards van Monkey Juice brengen hun stoner grunge rock op 28 december op de Pre Newyear Devilry in Ertvelde.

Rhea - Met een beukende EP (‘Lust for Blood Pt. 1’) onder de arm en na een geslaagde passage op OLT Rivierenhof mét Wolfmother (2 juli) achter de kiezen, betraden de Gentenaren het podium om er een thuismatch te winnen. De intenties van de finalist van de Nieuwe Lichting 2016 waren vanaf het eerste nummer meteen duidelijk: de gezapige zielen opzwepen met no-nonse hardrock volgens het boekje.
Bassist Mathijs Machtelinckx en drummer Dajo Vlaeminckx namen de band op sleeptouw, terwijl Guillaume Lamont en Hannes Cuyvers de snedige gitaarlijnen opwierpen. De stembanden van zanger Jorge Van De Sande hebben de hittegolf duidelijk overleefd, want tijdens “Stuck in the Middle”, “Screaming” en vooral “Silver Lines” kon het niet anders dat we aan Royal Blood of een kwade Miles Kane moesten denken. Het publiek had er naar het einde toe eindelijk goesting in! De lokale temperatuur steeg opnieuw, waardoor ondergoed overbodig was voor enkele fans.

The Kids - De dreigende donderwolken hingen over Boomtown en de sfeer onder het publiek was nog niet genoeg opgezweept. Geen nood want Belgische punk iconen waren daar om er korte metten mee te maken. Wat voor sommige een nostalgische moest zijn - met hanekam incluis - was voor de andere een ideale opwarming voor een nachtje Gentse Feesten.
Als vanouds brulde zanger Ludo Mariman, al kon je hier en daar wat sleet op zijn stem horen: een extra brokkeligheid dat nooit kwaad kan als je punk brengt. Luc Van De Poel, naast Mariman ook een oorspronkelijk bandlid, stompte powerchords uit zijn gitaar alsof hij nooit iets anders heeft gedaan. Ook Yves Vanlommel aan de bas - met juist getimede fluimen -  en Tim Jult op de drums moesten allesbehalve onderdoen. Sommige nummers mogen nog 40 jaar oud zijn, toch blijft de boodschap brandend actueel. Dit was meer dan duidelijk in “Bloody Belgium”, “Fascist Cops” of “Do You Like Nazis?”. Als sommige Boomtowners nog niet goed wakker waren, dan was dat anders tijdens “There Will Be No Next Time”. Frontstage werd er dan ook gretig mee gezongen en gesprongen.
The Kids verenigde iedereen met de afsluitende cover “If The Kids Are United” (oorspronkelijk van Sham 69).
Nu waren de feestgangers pas klaar om de Gentse nacht in te duiken!

De Mens - Maar voordat de Boomtown-massa zich naar een ander feestplein begaf, was het nog de beurt aan De Mens. De Kouter was eindelijk goed gevuld en de menigte had zelfs na de vorige optredens duidelijk nog genoeg energie over. Ook Frank Vander linden en co genoten van het vorige optreden en waren zelf opgewarmd om het beste van zichzelf te geven.
De Mens brengt muziek die puur en onversneden is. Neem nu opener “Ergens Onderweg”, over een langdurige grillige maar opnieuw fleurige relatie of “Alsof We Belangrijk Zijn” over het belang van ons bestaan en zelfs nog de aanklacht op ons consumptiegedrag in “Nooit Genoeg”. Het klinkt misschien zwaar en weemoedig maar het enthousiasme van De Mens-elijke muzikanten is een deugddoende zalf. Tussen de nummers nodigt Vander linden ons met een brede glimlach uit om los te gaan en te genieten van de nacht.
Het plaatje was compleet door Dirk Jans aan de drums, Michel De Coster aan de bas en “een-voudig” (dixit Frank Vander linden) MIA-winnaar David Poltrock.
Je weet het misschien niet, maar het repertoire van De Mens bevat meer meezingers dan dat je zou denken: recente hit “Later of De Dag Daarna”, “Zonder Verlangen” of “Jeroen Brouwers (schrijft een boek)”. De sfeer zat er goed in, want tijdens “Maandag” was er zelf een hurk-en-spring-moment.
Tijdens het lijflied “Irène” liet De Mens de instrumenten voor wat ze waren en dirigeerden het Boomtownkoor dat luidskeels meezong. Alsof we niet genoeg hadden, trakteerde de band ons met een tweede bisronde en stuurde ze ons volgepept de Gentse nacht in.

Organisatie: Boomtown, Gent

Various Artists

Underground Wave Vol. 6

Geschreven door

Volume 6 alweer van de Undergound Wave-compilatiereeks van het Belgische label Walhalla Records. Enkel op vinyl beschikbaar en alle vorige volumes zijn lang uitverkocht. Het label heeft dan ook een sterke reputatie in het opsporen en uitbrengen van onuitgegeven materiaal, vooral uit België dan, in minimal synth, cold wave en wat we vroeger met ‘new wave’ mochten aanduiden.
Hoe lang hou je zo een compilatiereeks vol, is dan de vraag. Op een keer zal het vat met onuitgegeven of obscuur materiaal leeg zijn en hoe vul je die leegte dan op? Walhalla kiest voor de oplossing waar muziekliefhebbers het meeste aan hebben: de geografische grenzen verruimen. Voor deze compilatiereeks schrapte samensteller Lieven De Ridder reeds bij het derde volume het adjectief ‘Belgian’. Toen werden twee Nederlandse en één Duitse track toegevoegd. Op deze zesde editie krijgen we naast lekkers uit eigen land nog Hades uit Brazilië en SS20 uit Frankrijk te horen. Het vinyl is naar goede traditie voorzien van uitgebreide info over de bands en tracks.
Bij de Belgische bands zijn er een paar Walhalla-bekenden. Tangible Joy stond reeds op het eerste volume van Underground Belgian Wave en Onderbronders kennen we van het voorlopig enige volume van de Walhalla-verzamelaar The Whispering Trees. Nog een constante in deze compilatiereeks: de tijdsgeest is bijna tastbaar. Je hoort het aan de rudimentaire synthesizerklanken, de heel basic technieken voor opnemen en mixen, het niet-accentloze Engels, … Geluid, lyrics en vibe weerspiegelen als geen ander het bijna uitzichtloze van de economische crisis toen in België en de rest van Europa.
Het Franse en doorgaans in het Duits zingende SS20 ontstond uit de asse van Guerre Froide. Hun “Nichts Verstanden” hangt ergens tussen coldwave en pop in, waarbij het niet helemaal perfecte Duits de slinger doet doorslaan naar de coldwave. Met onderwerpen als Lebensraum en Drittes Reich is dit een song over het fascisme. Commercial Term brengt met “We All Fight” een track die neigt naar de EBM van SA42 en Front 242. De track heeft een pittige, heel vervormde zang en een zelfs voor die tijd heel sobere productie.
“Beat Love Affair” van Spleen is een instrumentale track die doet denken aan Poésie Noire en new beat. Dansbaar, maar net een tel te traag om vandaag nog catchy te zijn. “Coolcab” van Sex Bizarre is dan weer wel heel dansbaar en twijfelt tussen EBM en new beat. Een beetje jammer van de lauwe outro, maar er gebeurde zo al niet veel in dit nummer. “Your Screen” van White Houwe White heeft muziek en een productie op internationaal niveau, maar een magere zang. Op “Open Your Eyes” van War Tempo hoor je al een beetje dat Duc Nhan Nguyen (drum en synths) later de drummer van Nitzer Ebb zal worden. Dit is ook één van de tracks die niet gedateerd klinken.
“Sans Titre 2” van Vitor Hublot klinkt gezocht arty en zelfs wat exotisch. Met een betere mix en een zanglijn had dit wel iets kunnen worden. “Carry The Flag” van Onderbronders klinkt rudimentair van instrumenten en productie. De zang doet mij wat denken aan 2Belgen en Nacht Und Nebel (als je de bekende singles even buiten beschouwing laat). “Synchronize” van Tangible Joy is misschien wel de meest poppy track van deze verzamelaar, met bovendien een sterk en catchy refrein. Helaas wordt dat gecombineerd met weinig originele disco-synths en crappy Engelse teksten. “Easy Touch On Silky Skin” van Metal Tought is het andere uiterste. Op dit experimentele nummer blijf je wachten tot de drum invalt. Heel intrigerend, maar er gebeurt te weinig. Laat Maurice Engelen of Enzo Kreft dit sampelen en dan blazen zij ons omver met dit geluid. Hades heeft zijn “Morbid Action” uit de jaren ’80 in 2016 heropgenmen, maar nagelaten om ook de productie en arrangementen naar het heden te vertalen. Een beetje een gemiste kans. “Ilona Marchesi” van Blitzzega is opnieuw een track die tussen new beat en EBM in hangt. Voor vleermuizen is dit heel dansbaar en het is ook één van de meest complete nummers op deze verzamelaar, met een knappe opbouw en puike arrangementen.

Electro/Dance
Underground Wave Vol. 6
Various artists
Walhalla Records/Cluster Park

Amautica

Estos Abismos (I, Nexus remix) -single-

Geschreven door

De Argentijnse gothic rock band Amautica uit Buenos Aires is een trio dat opgericht werd in 2008 door drumster Romina Dusk en gitarist/zanger El Guru. In 2012 kwam bassist Christian Vega het duo versterken. In 2016 kwam een EP uit gevolgd door een full album (met ook de nummer uit de EP) in 2017. Nu heeft men een song van hun laatste album, ‘Rectificando El Sueno’ uit 2017, laten remixen door het Birminghamse project I, Nexus. Het betreft de song “Estos Abismos” dat door de behandeling nog steeds donker maar nu ook iets minder als traditionele gothic klinkt. Een iets andere invalshoek zonder de oorspronkelijke vibe van de song te verliezen. Een mooi tussendoortje of zoethoudertje in afwachting van nieuw werk.
Beluister dit gerust eens op hun Bandcamp pagina (amautica.bandcamp.com) om je te vergewissen van de Zuid-Amerikaanse donkere ziel die in hun muziek ronddwaalt.

Pagina 313 van 964