Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Suede 12-03-26

JTOTHEC

Somebody Had To Make This Record

Geschreven door

Via het Kortrijkse label May Way Records verschenen er verleden jaar enkele interessante releases. Zoals het alom bejubelde ‘Belgian Nuggets Vol1’ en Ugly Papas met ‘Atomium Pluto’. Het nieuwe jaar is nog niet helemaal droog en daar kondigden zich alreeds enkele beloftevolle releases aan. Naast de nieuwe Gèsman (ergens rond maart) is er nu ook het album van JTOTHEC (Jay to the C) dat op 16 februari zijn officiële release zal kennen in de Kreun , Kortrijk. Dit project is vooral het geesteskind van Jonas Casier (ook wel Jay Cee genoemd). Maar hij krijgt hier de medewerking van schoon volk zoals o.a. Peter Lesage (o.a. Gabriel Rios, Ertebrekers), Jeffrey Jefferson (Ertebrekers), DJ Sns (Brihang) en Jean Vanesse (eigenaar van de GreenHouse Studio).
Jonas Casier schreef zo goed als alle nummers. Enkel “Burnout Medicine” werd geschreven door Malik Ameer Crumpler. We spreken hier over funk. Jazeker dames en heren en dat in het zuiden van West Vlaanderen! En wat nog beter is,  dat het nog eens goed funkt zonder dat het parodie erop is. Luister maar eens naar de single “You Gotta Believe In You”. Dit is een funk single dat niet moet onder doen voor de beroemde voorbeelden in het genre. Het funkt, is catchy en bevat heerlijke funk gitaartjes en fijne backings. Daar is de nodige aandacht aan besteed maar het resultaat is een dijk van een funky,  poppy single. Van oorsprong komt de funk uit de afro-Amerikaanse cultuur. Het album klinkt dan ook wel wat afro Amerikaans. Nochtans zijn het hier allemaal Belgen die hun steentje hebben bijgedragen aan dit project. Maar songs zoals “Talking Backwards” of “Burnout Medicine” klinken zwart. We krijgen hier een mix van funk,soul en indiepop met synths/organs die de toon van de nummers zetten. “Love Can Do That” heeft wat soulinvloeden en is in een modern jasje gestoken. Heerlijk met die trombones en die prachtige vocals. Een heerlijke song dat zo als single kan dienen. Op “Not Black Nor White” lijkt de geest van Marvin Gaye rond te waren. De song drijft op een heerlijk ouderwetse orgelsound. Zo neemt dit heerlijke funky album ons mee tot aan eindtrack “Notice”
JTOTHEC heeft met ‘Somebody Had To Make This Record’ een dijk van een funkplaat gemaakt. Als ze erin slagen om de sfeer van deze plaat ook live te brengen dan gaan we van een feestje kunnen spreken.

Hookworms

Hookworms - Britse psych-rock met onstuimige synths

Geschreven door

Hookworms - Britse psych-rock met onstuimige synths
Hookworms
N.E.S.T.
Gent
2018-02-06
Sam De Rijcke

Hookworms is een bandje die met de release van het kersverse ‘Microshift’ nu plots overal met lof overladen wordt, maar ze verdienden eigenlijk al veel langer uw aandacht. Al vanaf ‘Pearl Mystic’ uit 2013 hadden wij door dat die gasten voor een krachtig nieuw geluid zorgden dat werd gedistilleerd uit extracten van zowel Spacemen 3, Spiritualized, Primal Scream als Hawkwind. Ook opvolger ‘The Hum’ was daar een sterk staaltje van. Voor de nieuwe ‘Microshift’ zijn ze met die sound het elektronicabos ingetrokken en hebben ze een flinke scheut LCD Soundsystem in hun sound gekieperd. En nu is plots iedereen wakker geschoten.

De nieuwe wending had zo zijn effecten op het podium, heel dikwijls in positieve zin maar ook af en toe in negatieve. Zo waren de heren een beetje te druk bezig met het frunniken aan de knoppen van hun toestellen waardoor de sound bij momenten nogal dicht geplamuurd en chaotisch klonk. Nu, dit had ook veel te maken met het feit dat de klank wel zeer scherp en luid stond afgesteld, Nest is vooralsnog niet de ideale concertzaal.
Hookworms combineerde de wilde uitspattingen van de eerste platen met de elektro-uitstapjes van de nieuwe. Soms leidde dat een beetje tot overkill maar over ’t algemeen kwamen de Britten overtuigend en energiek uit de hoek.
Als het echt spetterde dan klonk het tamelijk fantastisch. Dit was het geval in “On Leaving” en “Radio Tokyo”, niet toevallig twee sterkhouders uit hun vorige plaat ‘The Hum’. Hier was Hookworms fel op dreef en haalden ze hun beste ingrediënten boven, een verslavende groove, een stomend ritme, nerveuze doch efficiënte synths en gitaren die naarstig doorscheurden. De nieuwe songs bleken trouwens sterk genoeg om overeind te blijven, opener “Negative Space” bleek ook live een topper te zijn en “Static Resistance” en “Ullswater” brachten heel wat vaart in het zaakje.
En hoewel het eerste fameuze album ‘Pearl Mystic’ jammerlijk quasi volledig genegeerd werd hing de geest en de wilde sound van die plaat wel degelijk rond in hun set. Het ging er bijwijlen geschift, psychedelisch en wild aan toe.
Som sputterde de motor echter en kwam er te veel ongewenst prul uit. “Each Time We Pass”, ook al geen hoogvlieger op die nieuwe plaat, ging volledig de mist in en dat had veel te maken met de gastzangeres die een beetje zielloos haar part kwam inzingen. Het schuchtere mens bleek geen présence, geen stem en duidelijk ook geen goesting te hebben. Ook het poppy “Shortcomings”, één van de mindere momenten op de nieuwe plaat, weekte weinig beroering los.
“Boxing Day”, opgefleurd met een fijn ontspoorde sax, bleek dan weer een interessant krautrock zijstapje. De gastsaxofonist mocht trouwens op het podium blijven voor een geweldige afsluiter waarin Hookworms nog eens met verve alle registers open trok.

Een beloftevolle band met een bijwijlen geschifte maar intense sound. Er is hier en daar wel nog wat werk aan, een beetje overbodige beats en blieps elimineren zou geen slecht idee zijn.

Organisatie: Democrazy, Gent

:Nodfyr:

In een andere tijd

Geschreven door

:Nodfyr:, met de leestekens als integraal deel van de bandnaam die verwijst naar het eerste Nederlandstalige woord voor ‘Vuur’, wordt misschien wel de nieuwe ster aan de hemel van de folkmetal in de Lage Landen. Hoewel de band reeds sinds 2011 bestaat, is dit hun eerste EP. De amper twee songs op deze EP laten echter het beste verhopen.
Dat kan ook moeilijk anders als je de carrières van de drie bandleden van :Nodfyr: erbij neemt. :Nodfyr:-zanger Joris Van Gelre was in 2002 één van de oprichters van de tot ver buiten Nederland populaire folkmetalband Heidevolk. Hij bleef daar aan boord tot 2013. De twee andere leden van :Nodfyr: zijn Jasper Strik en Mark Kwint van Alvenrad. Met Alvenrad hebben ze ook zopas een album met vlotte folkmetal uitgebracht.
Op deze EP staan twee nummers: “In een andere tijd” en “Ode aan de IJssel”. Beide neigen eerder naar de pagan- dan naar de folkmetal. Deze songs zijn nog een toets minder vrolijk en vrijblijvend dan wat ze bij Heidevolk en Alvenrad brengen. Het is een plezier om de krachtige, dragende stem van Van Gelre hier helemaal tot zijn recht te zien/horen komen. Ook zijn de synths hier veel meer subtiel aanwezig dan bij Alvenrad. Je merkt dat ze met veel geduld en overleg aan deze tracks zitten sleutelen hebben. Hopelijk kunnen ze dit groepsgeluid ook live waarmaken.
Met twee nummers kun je een band soms moeilijk beoordelen, maar hier wijst alles erop dat het volgende studiomateriaal, dat :Nodfyr: inmiddels reeds aan het opnemen is, zeker en vast de moeite zal zijn.

Disturbance

Tox Populi

Geschreven door

De Nederlandse punkers van Disturbance opereren ergens op de grens tussen Oi-, street- en anarcho-punk. Veel (anti)politiek, veel energie en altijd makkelijk mee te brullen. Denk aan de oude Britse oerpunkbands als Sham 69, UK Subs, The Exploited, The Damned en Cockney Rejects, of dichter bij huis: Funeral Dress, The Agitators en Discipline. Ze stonden reeds op Oilst Omploft, een festival waar metal en punk naast elkaar geprogrammeerd worden.

Op hun nieuwe album ‘Tox Populi’ krijgen die van Disturbance vocale bijstand van Sparky Philips van psychobilly-punkband Demented Are Go en van onze landgenoot Bart Raats (The Moe Greene Specials) op trompet. Maar de hoofdmoot is toch snelle punk die aanzet om te pogoën en mee te brullen. Enkel op “The Dark” wordt het gaspedaal niet van bij het begin helemaal ingedrukt en is er even wat ruimte voor nuance, wat meteen één van de sterkste nummers oplevert.

Andere instant-klassiekers zijn ongetwijfeld “The Virus”, “For You”, “Anvil Of Hate” en “Spirits”. Heerlijke old-school-punk met meer vuur en overtuiging dan de meeste nog overlevende Britse oerpunkbands. Live zal deze band nog makkelijker weten te overtuigen, maar ook deze studio-opname is absoluut geen aanrader voor wie bv. geduldig in de dagelijkse file naar Brussel moet staan aanschuiven.

 

Dirge

Alma-Baltica (EP)

Geschreven door

De Franse band Dirge onderging een hele metamorfose. Ze begonnen in 1994 met het maken van industrial metal en evolueerden via een meer atmosferisch geluid naar postmetal. Op de EP ‘Alma-Baltica’ gaat die evolutie nog een paar stappen verder.

Deze EP toont in een kleine 40 minuten Dirge in zijn meest uitgesproken ambient-vorm. Openingstrack “Alma” is nog meer atmosferisch en nog meer naar gericht op drone-achtige elementen dan alles wat ze eerder uitbrachten. Ze goochelen met geluiden, loops en andere herhalingen en effectjes en vormen zo een instrumentale, maar poreuze wall of sound op. Er gaat geen dreiging van uit en postmetal-elementen zijn hier niet langer tastbaar aanwezig.

De vijf nummers van deze EP stralen zeker ook geen vrolijkheid uit, eerder melancholie. Op “Red Dawn Tibesti” ontwaar je nog de echo van elektrische gitaren tussen de lagen elektronica, maar daar houden de verwijzingen naar het vroegere werk op.

“Black Shore” en “Baltica” schuren o.m. dankzij een paar heel eenvoudige gitaarakkoorden wel nog voorzichtig tegen de postmetal aan. “Pure” zet het slotakkoord met dan toch een beetje dreiging en bijna een aanzet naar de sludgemetal van de begindagen, maar het nummer verzandt al gauw in luchtige ambient en verstilde noise.

Hypnotiserend, esoterisch en meditatief, soms een beetje in de lijn van het meer experimentele werk van Tangerine Dream. Denk ook aan Treha Sektori, aan het traagste van Russian Circles en aan sommige nummers van onze eigen Turpentine Valley.

 

Maidavale

Madness is Too Pure

Geschreven door

In 2016 was ik wel onder de indruk van hun debuut ‘Tales of The Wicked West’. Ik was dan ook benieuwd wat deze release zou brengen voor deze vierkoppige band bestaande uit allemaal vrouwelijke bandleden. Maidavale is een Zweedse band dat ontstond in 2012.
De hoes straalt ontegensprekelijk een psychedelische vibe uit. Ze doet wat denken aan albumhoezen van bands zoals Love, Beatles, 13th Floor Elevators etc… Muzikaal doet Maidavale vooral denken aan bands zoals Jefferson Airplanes, Soft Moon en andere psychedelische rockbands uit de jaren zeventig. Haast vintage klinken ze. Met al deze elementen maken ze hun eigen versie van wat psychedelische rock inhoudt. En ze doen dat goed en de songs zijn tevens wat coherenter dan op hun debuut. Hoor je hier vernieuwende dingen? Nee dat niet, maar wat ze doen , doen ze goed.
De muziek bevat dus vooral gitaar en orgels naast de drums en bas. De zang lijkt ook weggelopen uit de jaren 70. Op opener “Deadlock” resulteert dat in beklijvende zang en heerlijk gitaargeweld. Maar alles blijft mooi binnen de perken en is samengebald in een song van drie minuten. Op dit album vind je solo’s maar geen oeverloze partijen die de aandacht afleiden. Op “Gold Mind” klinken ze catchy en herinneren ze aan bands zoals The Sweet, T Rex en zo. De song drijft vooral op de klank en de eenvoudige gitaarriff. Ze bevat tevens mooi percussiewerk. Zo komen er negen tracks voorbij waarvan geen enkel ontgoochelt.
‘Madness is Too Pure’ heeft een hoog entertainment gehalte. Het is goed geproduceerd en klinkt goed. De songs zitten goed ineen. Voor liefhebbers van, in jaren 70 gedrenkte, psychedelische rock.

3DFLY

3DFLY (EP)

Geschreven door

3DFLY is de samenwerking tussen Dirk Da Davo (Neon Judgement) en Make Makena (die o.a. productie en podia met The The, Screaming Trees en Bootsy Collins deelde). Ze leerden elkaar enkele jaren terug kennen op het Canarische eiland Fuerteventura. Daaruit ontstond deze samenwerking. Met als resultaat vier tracks. Vier tracks die aantonen dat Dirk Da Davo na The Neon Judgement nog verre van afgeschreven moet worden. Herinner ook de EP (DDDJMX( van 2017 (een samenwerking met Jean Marie Aerts) die best boeiend en scherp mag genoemd worden.
Op deze EP gaat Dirk op hetzelfde elan verder maar dan samen met Makena. Ook ditmaal horen we vier tracks die fris klinken. Opener “Avalanche” bevat heerlijk baswerk. De samenzang klinkt soulvol. Het geheel zorgt voor een zweterig en catchy danstrack. Ook op “How Much More” hebben de vocals een soulvibe. Deze track klinkt dromeriger en warmer. Op “Money Back” klinken de vocals urgent en zijn de lyrics scherp. De gitaren en synths gaan door merg en been. “Madness” is de vierde en laatste song op deze track. Dit is een prettig in het gehoor liggend nummer dat vrij dansbaar is en een tekst bevat dat toch vrij donker is.
3DFLY klinkt fris, modern, dansbaar en bezit de nodige weerhaakjes om de nodige diepgang te hebben. Dirk Da Davo schudt hier samen met Makena een prachtige EP uit zijn mouwen waarmee hij het verleden van zich afschudt en nieuwe wegen inslaat.

Video "AVALANCHE" :  https://www.youtube.com/watch?v=PnMIZ22dOOg

 

The Glorious Sons

Young Beauties and Fools

Geschreven door

Wie graag het Canadese antwoord op The Kooks wil horen moet beslist eens luisteren naar deze band. Dit vijftal, onder leiding van de gebroeders Emmons, maakt het soort muziek dat hieronder kan vallen zonder dat ze een kopie van The Kooks zijn. Hier en daar zitten ook wel wat elementen die naar de jonge Neil Young verwijzen. Het is muziek dat popdeuntjes in een rockverpakking steekt, radiovriendelijk klinkt, enthousiasme uitstraalt en meezingbare refreinen voortbrengt. Ongevaarlijk maar het werkt verdomd verslavend.
We krijgen hier dus tien songs die thema’s aansnijden die typerend zijn voor tieners en jong volwassenen. Over de zoektocht naar hun plaats in de volwassen wereld en natuurlijk de zoektocht naar de ware liefde. Voor wie zich herkent in die thema’s kan ik zeggen dat hetgeen ze doen ze goed doen. De zang is goed en heeft een lichte grain in de stem. De refreinen worden telkens aangevuld met backings wat het wat meer zwier meegeeft. En elke song heeft wel iets, een gitaarlickje of een ander detail, dat het nummer net dat beetje extra geeft.
Draai de The Glorious Sons in de Afrekening of als Hotspot en binnen de kortste keren worden ze groot denk ik. De zanger ziet er iets minder gladjes uit dan die van The Kooks maar als hij wat charisma uitstraalt zou het ook wel een meisjesmagneet kunnen zijn.
Wil je dat checken dan moet je op 1 maart naar de AB waar ze hun album komen voorstellen.

Belle & Sebastian

Belle & Sebastian – 2018 - Tussen hamer en aambeeld

Geschreven door


Een tweetal jaar geleden stond
Belle & Sebastian in het Rivierenhof. De Schotten hebben er blijkbaar mooie herinneringen aan overgehouden, inclusief de muggen. Gisteren stonden ze zo’n tien kilometer verder (we zijn steeds slecht geweest in schatten) in de al even majestueuze Roma. De ideale setting voor onbeschaamde dagdromerij, nu maar afwachten of ze daar ook toe in staat waren, want hoe je het ook draait of keert: dit is een band op retour.

Eerst werden we opgewarmd door
Pictish Trail. Wie een druk concertleven heeft en al eens een support act wil meepikken (doen!) heeft ze zeker al eens gezien als voorprogramma van British Sea Power, KT Tunstall of Malcolm Middleton.  Het is die laatste, en inderdaad de boy from Arab Strap, die de muziek van Johnny Lynch ontdekte. Onschuldige indiepop, maar meer niet, en voor vele Roma-gangers de ideale achtergrondmuziek om drankbonnen in te slaan. Meer zal Pictish Trail ook nooit betekenen.

Belle & Sebastian, opgericht in 1996, en de band bij uitstek voor liefhebbers van de jaren 60 die dit tijdperk nooit hebben meegemaakt. Dagdromers, of muziekmakers voor mensen die ook wel eens in een kamertje wegkwijnen om het gaan dan van de daken te schreeuwen dat The Smiths de beste groep aller tijden is.

Een concept dat gouden platen opleverde. ‘The Life Pursuit’, ‘If You’re Feeling Sinister’ of ‘Tigermilk’. We zeggen maar wat. Maar sinds ze acht jaar geleden ‘Belle and Sebastian Write About Love’ hebben uitgebracht, scheelt er iets. Misschien is het toch dat dagje ouder worden.? Nu ja, de charismatische en altijd goed gemutste Stuart Murdoch geeft het zelf toe: je bent op tour en je mist de kinderen. De hypocrisie van een rock’n’roll-ster zoals hij het zelf grappig omschrijft.
Het optreden begon positief met “Nobody’s Empire” uit ‘Girls in Peacetime Want To Dance’. Videootjes uit vervlogen tijden gaven meteen de sfeer weer waar Belle & Sebastian al decennia voor staat. Ging dit een optreden worden om in te kaderen? Dat hoopten we voor een paar minuten, maar meteen bij het spelen van “I’m A Cuckoo” uit hun succesalbum ‘Dear Catastrophe Waitress’ kwam de slordigheid en de veel te grote nonchalance bovendrijven. Kan best ontwapenend zijn, maar bij deze Schotten verwacht je perfectie, een term die ze zichzelf hebben opgelegd. Eigen schuld, dikke bult.
De subtiliteit was bij momenten ver te zoeken. OK, we hoorden wel “We Rule The School”. Ook dat Stuart zich af en toe een Fred Astaire waande, kon nog net door de beugel, zelfs de electro van “Sweet Dew Lee”, maar niet de Schotse schlager die “I’ll Be Your Pilot” is. Tien Om Te Zien was nooit veraf, en het zou ons geen seconde verbaasd hebben om plots Willy Sommers achter de coulissen te zien opduiken.
Sarah Martin is misschien wel een gezellige tante (toon dat wel niet op een podium zeg!), maar af en toe hoorde je wel eens een valse noot van haar, wat niet eens te wijten was aan de enkeling in de zaal die het nodig vond om bijna de hele set ongevraagd te staan mee klappen en de liedjes luidop absoluut mee wilde neuriën.
Ook Stuart ging net iets te vaak over de lijn. Zelfs “The Boy From The Arab Strap” ging compleet de mist in. Niet zo zeer omdat de zes het nodig vonden om een paar mensen uit het publiek op het podium uit te nodigen (als je geen kwaliteit meer kan leveren, doe je inderdaad misschien maar beter beroep op de feelgoodfactor), wel omdat hij het nodig vond om oeverloos met deze gegadigden te zitten kletsen. Leuk voor hun, slaapwekkend voor de rest.

We zagen tevreden gezicht, maar minstens even veel twijfelachtige. Als je als band ooit het warm water uitvond en jaren nadien er alles moet uitpersen om alsnog de term middelmatig te verdienen, dan weet je eigenlijk dat je maar beter de witte vlag bovenhaalt …

Met dank aan Luminousdash.com www.luminousdash.com

Organisatie: De Roma, Antwerpen

David Nance

David Nance - Pretentieloos en meeslepend

Geschreven door


De eerste band, Topanga (Brugge/Gent) had een hele schare supporters, inclusief gillende meiden (dat was lang geleden!), weten te mobiliseren. En één ding moet je ze nageven, Topanga had een frontman bij die naam waardig. Een wonderbaarlijke kerel, strak in het pak, zo strak zelfs dat een broekspijp volledig openscheurde toen hij zich aan een dansje waagde in het ledige (het publiek had zich weer knus rond de toog teruggetrokken) halfrond voor het podium. Er viel dus wel wat te beleven. De vier brachten dansbare synthpop waarin je met een beetje goede wil krautrockinvloeden of een enkele keer een Sonic Youth gitaartje kon horen. Maar de meeste tijd hoorde ik niets dan opdringerige synths, iets waar de jeugdiger medemens ongetwijfeld vrolijk van wordt maar bij mij dus niet werkte. Toch benieuwd wat de jongens ervan zullen bakken in de Rock Rally.

David Nance maakte, wat mij betreft, met “Negative boogie” één van de beste platen van 2017. Nooit eerder had ik iets van deze kerel uit Omaha, Nebraska gehoord. Toch bleek dat hij reeds jaren aanmodderde met als resultaat een kluwen van cassettes, cd-r’s en enkele vinylplaten. Zo nam hij ook een paar dingen op met Simon Joyner, die in 2016 ook al de 4AD bezocht, waaronder een complete herneming van de Stones LP ‘Goat’s head soup’. Dat opnieuw opnemen van een volledig album blijkt een hobby van hem te zijn. Zo nam hij ook ‘Berlin’ van Lou Reed, ‘Beatles for sale’ en ‘Doug Sahm and Band’ onder handen. Een ander aanknopingspunt is dan weer Brimstone Howl (nog in de Pit’s gezien) met wie hij uitgebreid de hort op ging. Toch is ‘Negative boogie’ zijn eerste ‘serieuze’ plaat, hoewel... Het hele zootje werd in amper één dag opgenomen.
De verwachtingen waren hoog maar vanaf het eerste nummer wist je dat dit goed zat. Die opener “Poison”, een homp bloeddoorlopen rock, klonk me zo bekend in de oren dat het wel een cover moest zijn. Ik heb me suf gepiekerd zonder resultaat en ook op zijn onoverzichtelijke discografie is het nergens terug te vinden. Na die knaller bleef het mooi, zij het wat anders dan verwacht. Zo duurde het ontzettend lang eer hij een nummer uit zijn laatste plaat speelde. Het enige manco van de avond was dan ook dat hij prijsbeesten als “More than enough (reprise)”, “5,2 and 4” en “River with no colour” op stal liet. Jammer maar hetgeen we in de plaats kregen was ook niet mis. Verre van. Weidse songs met heimwee naar de seventies (niet alles was toen slecht) en meestal voorzien van meanderende gitaar outro’s. Wat klonken die gitaren immer warm en beklijvend, nooit opdringerig, eerder achteloos en geen seconde vervelend. Ik heb het over gitaren, want naast David Nance was er ook nog ene Jim Schroeder die het al even goed in de vingers had. De man had blijkbaar vooraf reeds met een deel van het volk verbroederd want zijn naam werd af en toe gescandeerd. Verder bestond de groep uit de wonderlijke drummer, Kevin Donahue, en de al even doeltreffende Tom May op bas. Met de stompende “hit”, “Negative boogie”, werd het tempo plots gevoelig opgetrokken. Meteen de start van een lange spetterende finale met als definitieve uitsmijter “Coming home”, een verschroeiend epos waarin alle remmen werden losgegooid. We waren nog naar adem aan het happen toen David Nance zich verontschuldigde omdat hij verder geen nummers meer kende. Uiteraard moest hij nog eens terugkomen en ze speelden dan maar twee covers. Eerst de ontwrichtende tearjerker, “Silver wings”, van Merle Haggard, nadat een verdwaalde country liefhebber erom geroepen had, gevolgd door ”Don’t cry no tears” van de onvermijdelijke Neil Young. Want als er één naam was die tijdens dit optreden geregeld door mijn hoofd spookte was het wel de zijne.

Een erg bescheiden David Nance, die er met zijn beslijkte broek eerder uitzag als een grondwerker (wat een contrast met die dandy van Topanga), bleek wat conventioneler dan wat op basis van ‘Negative boogie’ verwacht kon worden. Dat was evenwel geen bezwaar om hem stevig in de armen te sluiten.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Pagina 402 van 964