AB, Brussel programmatie + infootjes

AB, Brussel programmatie + infootjes Concerten 01-04-26 – Kofi Stone 01-04-26 – Klaas Delrue 50 01-04-26 - Nightlab 03-04 t-m 06-04-26 – BRDCST 2026 – jaarlijkse hoogmis voor muzikale avonturiers (curatoren: Keeley Forsyth, Ichiko Aoba, Stephen O’Malley)…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
Stereolab

Bob Wayne

Bob Wayne - Hillbilly troubadour houdt De Zwerver in zijn ban

Geschreven door

Bob Wayne - Hillbilly troubadour houdt De Zwerver in zijn ban
Bob Wayne
café de Zwerver
Leffinge
2016-09-18
Ollie Nollet

Bob Wayne, altijd goed voor een pot onversneden hillbilly music voorzien van smeuïge teksten. En hoewel hij wat door zijn stem zat , ontgoochelde hij ook deze keer niet. In de loop der jaren heeft de man toch een aantal songs geschreven die niet zouden misstaan in het verzamelde werk van een Johnny Cash of een Steve Earle.
Ik bedoel maar dat Bob Wayne veel meer is dan de vuilbekkende countryboy die perfect een stoomfluit kan nabootsen.

Bovendien had de man een uitstekende groep, The Outlaw Carnies, meegebracht waarvan enkel de drummer er twee jaar geleden, toen ik ze in Binic zag, ook bij was. Wayne rekruteert zijn muzikanten in alle uithoeken van de States en de sublieme banjospeler, die de plaats van de violist innam, was hij zelfs helemaal in Brazilië gaan zoeken. Zijn recent verschenen zevende plaat, ‘Hits the hits’, bevat enkel covers (waaronder zelfs songs van Adele en Rihanna) en is zeker niet zijn beste. Gelukkig beperkte hij zich tot twee nummers uit de plaat en die vielen uiteindelijk nog best mee : “Sympathy for the devil” (Rolling Stones) en “Rock and roll” (Led Zeppelin).

Maar naast eigen songs als “There ain’t no diesel trucks in heaven” en “Hillbilly heaven” bleken ze toch verwaarloosbaar. Hij hield zijn publiek in de ban voor een spannende set.


Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge 

Dilly Dally

Dilly Dally – Een ruw bootje in het wilde water

Geschreven door

Dilly Dally is een bandje van twee vrouwen en twee mannen, vanavond in kleurloze kledij op een donker podium . Vunzige gitaren en rauwe vocals tekenen voor een revival van het grunge genre. Dilly Dally komt niet uit Seattle maar uit het Canadese Toronto. De band bracht in 2015 de debuutplaat ‘Sore’ uit en tourt sindsdien de wereld rond. In La Péniche gaf de band een donkere set die perfect bij het onweerachtige weer paste.

Al van bij het eerste nummer is ’t duidelijk geen concert voor watjes. De gitariste jaagt een angstaanjagende hoge klank door haar instrument om het publiek helemaal wakker te krijgen. Niet veel later schreeuwt
Katie Monks alles uit wat ze in haar tengere lijf heeft. Het doet wat denken aan Kim Deal maar nog rauwer. Een spanning wordt opgebouwd en tijdens de refreinen wordt alles gegeven. Het publiek ervaart een explosieve sound die hen omver blaast.
Catchy gitaarmelodieën in een weerbarstig geluid, Dilly Dally zorgt dat het allemaal lukt. De bassist brengt een zwoel, donker geluid terwijl de gitariste altijd hoge noten op de gitaar speelt. De contradictie in klank blijft telkens opnieuw verrassen. Op “Purple Rage” gaat plots alles nog ruiger en sneller. De band tovert de boot om tot een zwart, angstaanjagend schip; Monks gilt to the bone. De snelheid waarmee ze spelen, doet het publiek schuchter dansen.
Een slordige dertig toeschouwers aanschouwen het indrukwekkende optreden , ze geven alles op deze pittige muziek. De nineties invloeden zijn nooit ver weg. Iedereen geniet. De band houdt er de snelheid in. Contact hoort er niet bij, de strakke sound staat voorop. Dilly Dally geeft alles en breit de nummers aan elkaar. De set vliegt voorbij en na 45 minuten zijn alle songs er doorgejaagd. Het meest poppy nummer “Desire” , al is dat slechts relatief, is de afsluitende track.

Dilly Dally is een speelse naam die misleidend kan zijn. Ze klinken donker, vuil en zijn vooral beïnvloed door de nineties grunge. Door het vrouwelijk gekrijs en het hoge tempo hebben we een strakke set , zware nummers , boordevol solo’s en diepe bassen …

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Thee Oh Sees

Thee Oh Sees - Onbesuisde energie

Geschreven door

Zelf waren wij dit jaar niet op Pukkelpop aanwezig, maar als we onze betrouwbare bronnen mogen geloven (en dat doen we graag) dan waren Thee Oh Sees één van de absolute hoogtepunten op Chokri’s festivalletje (we hadden bijna geschreven alternatief festival, maar toen viel het ons terug in dat het verwaande wicht Rihanna daar aantrad).

Wij weten trouwens al langer dat het opzwepende bandje van John Dwyer een heuse belevenis is. Thee Oh Sees hebben ons enkele jaren terug al eens compleet omvergeblazen in de Antwerpse Trix en sedertdien verliezen wij dit energieke psych-garagerock-collectief nooit meer uit het oog. Met ‘A Weird Exits’ hebben ze in augustus hun zoveelste schitterende nieuwe album afgeleverd en dat amper een maand nadat ze een overweldigende live plaat ‘Live In San Francisco’ ter wereld hadden gedropt.
Een bloedhete Aeronef in Lille mocht dan niet helemaal zijn volgelopen, het kot zinderde en kolkte als nooit tevoren. De drive en de onbegrensde goesting van de waanzinnig spelende band (met twee drummers, dat kon tellen qua slagkracht!) sloeg al heel snel over op de zaal die menigmaal overkookte, er werd niet bepaald gekeken op een moshpit meer of minder.
Thee Oh Sees brachten een super-energieke set met een opeenvolging van uiterst opwindende motherfuckers van songs (“The Dream”, “Tunnel Time”, “Gelatinous Cube”, “Toe Cutter Tumb Buster”, “Ticklish Warrior”,…) met het tempo en de stootkracht van een kudde op hol geslagen bizons.
Extatische garagerock met een punkspirit van jewelste, meer hadden wij niet nodig om compleet uit de bol te gaan (of ’t was een dikke pint misschien, maar in de l’Aéronef duurde het alweer eeuwen om daar aan te geraken, dan bleven we toch maar wat liever op onze dorst zitten).
Pas met de superbe psychedelische sleper “Sticky Hulks” werd even het oververhitte gaspedaal losgelaten, maar daarna gingen de poppen al snel weer aan het dansen. De twee geestdriftige drummers zaten er zeker voor iets tussen, maar het was toch vooral de fantastische John Dwyer die telkenmale het boeltje deed ontploffen. Getooid in korte broek en met zijn gitaar op borsthoogte (een ander zou er niet mee wegkomen maar Dwyer is gewoon cool) manifesteerde hij zich wederom als een weergaloos gitarist die zijn instrument aan alle kanten liet piepen, scheuren en openbarsten (zelfs Thurston Moore zou zich zorgen mogen maken als er zo een concurrent aan de voordeur belt).
In de fenomenale afsluiter “Contraception”  (15 minuten lang, geen seconde te veel) mochten we Dwyer’s gitaargeseling uitvoerig en in vol ornaat aanschouwen. Een grandioze slotsong van een uitzinnig optreden.
We hebben gezweet als een rund en dorst geleden als een paard, maar genoten als een driftige reu in een kennel vol loopse teven.

Wat een geweldige band, het is geleden van Ty Segall & The Muggers in Le Grand Mix dat we nog zoveel onbesuisde energie op een podium mochten ervaren. Kan geen toeval zijn trouwens, Dwyer en Segall zijn goeie maatjes, ze gaan regelmatig samen op de lappen, trekken al eens dezelfde studio in en halen hun inspiratie uit dezelfde vruchtbare en vettige grond.

Organisatie: Aéronef, Lille

Mothxr

Mothxr – Een sensuele hittegolf!

Geschreven door

Mothxr komt uit Brooklyn en brengt aanstekelijke indiepop. De frontman van de band, Penn Badgley,  heeft z’n strepen verdiend als acteur in de serie ‘Gossip Girl’. Nu die serie ten einde is, was het tijd om een muzikale carrière uit de grond te stampen. Iets minder dan een jaar geleden kwam de debuutplaat ‘Centerfold’ uit. De elf nummers stellen ze nu voor in een kleine tour door Europa. In La Péniche viel meteen op dat de vrouwelijke fans van ‘Gossip Girl’ hun idool Penn Badgley maar al te graag van dichtbij wilden zien.

Al meteen weerklinkt een fel gegil door de kleine zaal. Vooraan staan jonge meisjes, die helemaal gek worden wanneer Mothxr op het podium verschijnt. De band begint rustig met enkele eenvoudige gitaardeuntjes en drums. De temperatuur stijgt in de warme zaal. Op sensuele wijze brengt Badgley iedereen in bezwering. De jonge meisjes zingen luidkeels alles mee waardoor het concert al van in het begin snor zit en erg sfeervol wordt.
Meer dan zijn sexy moves heeft Badgley ook niet nodig. Af en toe neemt hij wel eens een gitaar in de hand ; in het begin was dit schaars. De band bouwt ieder nummer op naar een soort climax, gitarist Simon Oscroft haalt een beste solo boven als op “Centerfold”. Soms neigt het wat naar Prince, qua sound , weliswaar niet direct op het niveau van het spel.
De band is wat vermoeid en probeert hun nummers er snel door te jagen. Meer dan een “merci” krijgt het publiek niet. Badgley tracht indruk te maken door passionele zangpartijen. Erg hoog gaat hij op “Victim” , met een knipoog naar de Bee Gees, maar dan zonder dat funkend dampend karakter .
Mothxr creëert door het gitaarspel een aanstekelijke sfeer, de meeste mensen komen om zich goed te amuseren en eventueel wat te dansen. Live is hun muziek iets steviger dan op plaat. Naar het einde valt dat nog meer op , wanneer de band crescendo’s uitbouwt door volle, gezamenlijke gitaarsolo’s; ook Badgley neemt hier de gitaar vast, vooral op “Easy” en het bisnummer “Touch” . Enkele epische uithalen maken hun indie wel erg stevig. Na iets meer dan drie kwartier zit de set er al op. De band boeide en verveelde niet.

Mothxr brengt aanstekelijke nummers door het gitaarwerk. Live maken ze een goeie indruk. Ze zijn meer dan die acteur uit ‘Gossip Girl’ en kunnen dus echt muziek spelen. Een verhitte zaal laten ze snikheet achter …

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Jean-Marie Aerts

Jean-Marie Aerts - Gitarist en producer met wereldfaam - “Oh la la la, Jean-Marie est magnifique!”

Geschreven door

Jean-Marie Aerts of afgekort JMX is een invloedrijk gitarist en producer. Hij speelde bij Johan Verminnen en Raymond van het Groenewoud maar kreeg vooral bekendheid door zijn rol bij TC Matic en Arno. Als producer scoorde hij internationaal met de debuutplaat van Urban Dance Squad.

Harelbeke ‘84. Na een stomend concert van TC Matic plassen Jean-Marie en ik broederlijk naast elkaar tegen de haag. Plots zie ik het tourbusje richting Frankrijk vertrekken… zonder hun gitarist. Al multitaskend en met open rits loop ik de camionette achterna om dit duidelijk te maken.

Jean-Marie lacht. Hij herinnert zich het voorval niet maar wel het concert. Dat was de ‘Choco’-tournee met Nacht und Nebel als voorprogramma. Tijdens de nachtelijke rit kwam bassist Ferre Baelen met de verzuchting dat hij uit de groep wilde stappen.

Als opwarmer: je bent van Zeebrugge. Kom je er soms?
Ik woon nu in Brabant en ga zelden naar de kust. Toegegeven, ik mis de zeelucht. Ik heb er nog contact met een goede kameraad.

Je vader was arts en je hebt ooit doktersstudies aangevat.
Aan de univ in Gent. Dat was totaal niks voor mij. Ik ben gestopt en verhuisd naar Brussel. Chance voor de mensen (lacht).

Midden jaren ’70 ging je de baan op met Raymond & Bien Servi. Heb je nog contact met je collega’s?
Mich Verbelen en Stoy Stoffelen kwamen onlangs naar een try-out. In Bien Servi verving Raymond me door Jean Blaute. De cirkel is rond, nietwaar. Jean zie ik geregeld.

Eind jaren ’70 speelde je bij Johan Verminnen. Was de overstap naar TC Matic een sprong in het ongewisse?
Ik had de groep gezien toen Paul Couter er nog bij was met Serge Feys al aan de toetsen. De band pakte me. Couter had er genoeg van. Bij hen voelde ik me als een vis in het water. Ik speelde bij Verminnen tot hij een nieuwe gitarist vond: Eric Melaerts. Voilà, de cirkel is opnieuw rond.
Begin ’80 ging de bal bij TC Matic stilaan aan het rollen met de dubbele single White rhythm opgenomen in Londen. Er was geen enkele platenfirma die ons wilde tekenen wegens oncommercieel. Onze toenmalige manager heeft dan zelf een label opgericht: Parsley (peterselie).

TC Matic heeft meer invloed op mij gehad dan The Beatles. Op welke van de vier TC Matic platen ben je het meest trots?
Het derde album: Choco. We waren uitstekend op elkaar ingespeeld en verlegden grenzen. Mijn favoriete nummer is Being somebody else.
De daaropvolgende cd Yé Yé leverde, afgezien van de single Elle adore le noir, leverde niet het gewenste resultaat op. We waren wat verward de productie door Howard Gray (Apollo 440). Hou er rekening mee dat het digitale tijdperk nog niet bestond. Welke nummers ervan hoor jij graag?
Afgezien van de single ben ik zot van Act like a dog en Get wet.

Choco
is de favoriet van Piet Goddaer (Ozark Henry). Alain Tant, zanger van Luna Twist, is verknocht aan je gitaarpartij op de single Willie.
(Hoorbaar tevreden) Ook Patrick Riguelle is te vinden voor de gitaar op Willie. Patrick en ik hebben later samen die single live gespeeld. Er zitten verschillende lijnen in het gitaarspel.

Waarom brak TC Matic internationaal niet door?
Ik vind dat we wel doorbraken. We toerden veel in Nederland, Frankrijk, Duitsland, Scandinavië… Een ervaren management op dat vlak bestond hier nog niet. Via een Engels agency deden we het voorprogramma van Simple Minds. PIL, de groep rond Johnny Rotten, was geïnteresseerd. Die haakten af omdat ze wellicht bang waren dat we hen naar huis zouden spelen.

Heb je nog contact met je TC Matic buddies?
Het meest met Rudy. We bellen wekelijks om bij te kletsen. Hij drumt nog iedere dag om zijn vorm te behouden. Ik zou begot niet weten waar Ferre uithangt. Met Serge sprak ik onlangs over het gebruik van muziek door Telenet. Met Arno heb ik niet veel contact. Ik kwam hem laatst tegen in 2009 op Theater Aan Zee. Hij was curator en ik mocht er spelen. But, no hard feelings.

Kan je leven van de royalties? Ik denk aan Putain putain, Elle adore le noir, Bathroom singer…
Je krijgt enerzijds royalties op de platenverkoop. Verwaarloosbaar vandaag. Je hebt anderzijds de auteursrechten omdat je iets geschreven hebt. Dat is oké. Daarmee word je niet rijk maar overleef je.

Hoe omschrijf je een producer?
Hij is verantwoordelijk voor het eindresultaat. Hij let op de performance van de groep. Hij zorgt dat er binnen het budget gebleven wordt. Hij moet plannen en problemen oplossen. George Martin, de vijfde Beatle, was zelfs meer dan een producer. Daarnaast was hij een begenadigd arrangeur.
Mijn belangrijkste productiewerk was ontegensprekelijk de debuut-lp van Urban Dance Squad. Dat was nu eens een superplaat. Er werd een stap gezet in de toekomst. Mental floss for the globe had een impact op de muziekwereld. Het nummer Deeper Shade of Soul werd een hit in Europa en Amerika. Hun crossover was een originele combinatie van rockmuzikanten met een rapper en een dj. Een frisse mix van hip hop, heavy metal, funk en soul. De lp won een Edison Award en werd door muziekblad Oor uitgeroepen tot beste Nederlandse album ooit. Omdat ze het eerst waren, had de plaat en de groep zonder twijfel een belangrijke invloed op Red Hot Chili Peppers en Rage Against The Machine. Ik ben nog altijd apetrots op mijn bijdrage.

In mijn top drie van jouw producties staan Sit On It van Big Bill, Concorde van Jo Lemaire en The Ship van Luc Van Acker.
Ik ben blij dat je Big Bill vermeldt. De plaat werd opgenomen in de befaamde Matrix Studio in Londen. Het titelnummer heeft een opgewekte reggae vibe. In het achtergrondkoortje zaten Liza Strike en Barry St.-John. Niet van de minste want ze verzorgden de background vocals op Dark Side of the Moon van Pink Floyd.
Vandaag is een productie moeilijk geworden. Er zijn geen budgetten meer. Nochtans heb je een goeie opname nodig. Ik erger me dood aan het ineenstorten van de cd-markt. Mensen betalen niet meer voor muziek. Bij de bakker betaal je toch je brood. Spotify is een oneerlijk systeem omdat de rechten belachelijk laag zijn. Gelukkig is de vinylmarkt aan een heropleving toe hoewel dat niet veel voorstelt. De klank is tenminste fantastisch.

Over naar de gitaristen.
Degene die me het meest beïnvloedde, was Jan Akkerman. Simpel, ik kon die man aan het werk zien. Een eigenaardig karakter, tot daar aan toe. In ‘73 werd hij door de lezers van het Engelse muziektijdschrift Melody Maker uitgeroepen tot beste gitarist ter wereld. Nota bene vóór Eric Clapton en Jimmy Page. Hij is niet alleen een technisch hoogstaande gitarist, maar ook eentje die blijft experimenteren met zowel apparatuur als spel.
Eric Clapton ten tijde van Cream vond ik straf. En natuurlijk het natuurwonder Jimi Hendrix. Niet alleen zijn gitaarspel, maar hoe hij een nummer maakte, hoe hij zong, zijn presence… De lp Electric Ladyland, da’s verplichte kost.
Verzamel je gitaren?
Dat is een misvatting. Ik bezit in totaal 13 stuks, waarvan 3 akoestische met nylon snaren, 2 bassen en 8 elektrische gitaren. Vroeger was zo’n instrument betaalbaar.

Naar het schijnt staat je versterker altijd op het maximum.
Dat is een andere miskleun. In mijn beginperiode had ik een kleine Fender versterker. Die moest je wel opengooien. Bij TC Matic stond mijn versterker maximum drie kwart open. Ik had wel extra speakers en veel pedalen. Dat zorgde voor power. Ik kan gerust tegenspreken dat ik last zou hebben van doofheid.

Wat is het grootste compliment dat je kreeg?
Je gelooft me niet: als de mensen ‘dank je’ zeggen na een optreden.

Hoe ben je bij Blaute & Melaerts geraakt?
In 2012 werd ik door Jean en Eric gevraagd bij Jazz Bilzen Tribute. Het klikte meteen. We repeteren in de living van Jean. Het is waarlijk een plezier om samen muziek te maken. Daarvoor doe je het. Het zijn aangename heren. We respecteren elkaar. We hebben een paar try-outs achter de rug. We amuseren ons en we worden beter en beter.

Ah ja, de beste Nederlandstalige song? Terug naar De Kust van Maggie McNeal. Ik word iedere maal week als ik het nummer hoor. Dat zijn mijn roots, zeker?

De topgitaristen Blaute, Melaerts en Aerts spelen in Gistel. Gelukkig staat er geen taxushaag aan de achterkant van de Zomerloos. De tijden gaan erop vooruit want er zijn voldoende toiletten backstage. Geen enkele muzikant zal het busje missen.

Bestaat toeval? Toen ik een paar dagen geleden een bericht op Facebook postte dat ik Jean-Marie Aerts geïnterviewd had, gebruikte ik het Oh La La La hoesje. Ik kreeg onverwacht volgend bericht: “De single hoes van Oh La La La heb ik in Berlijn gebricoleerd. Ik woonde er toen in met mijn ex. We waren naar een 3D-film gaan kijken, vandaar het idee. Achteraan staat een zwart-wit zelfportret van ons tweeën met brilletje op. Letters uit de Berliner Zeitung geknipt, logo getekend in Chinese inkt en klaar, 1981.” Danny Willems (fotograaf en Arno’s beste vriend)

Interview Dirk Ghys

Wat                concert Jean Blaute, Eric Melaerts & Jean-Marie Aerts
Wanneer        zaterdag 5 november – 20u
Locatie           cc Zomerloos Gistel
Info                059 27 98 71, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Toegang         € 15 – caféstijl

Vicious Rumors

Concussion Protocol

Geschreven door

Vicious Rumors, een oudgediende in de wereld van de powermetal, heeft met ‘Concussion Protocol’ een nieuw album uit. Het is het eerste studio-album met Nederlander Nick Holleman achter de microfoon en de Sloveen Tilen Hudrap op bas. Die twee waren ook al te horen op de live-registratie ‘Live You To Death 2’, de neerslag van de tour die ze met de band deden in 2013, en die twee hebben de band duidelijk een nieuwe adem gegeven. Meer dan hun andere recente albums is ‘Concussion Protocol’ voor Vicious Rumors de terugkeer naar de hoogste regionen van de powermetal en laten ze veel jongere bands een poepje ruiken.

De jongste jaren is deze Amerikaanse powermetalband uitermate productief. Vicous Rumours startte reeds in 1979 in Los Angeles. Hoewel hun debuut ‘Soldiers of the Night’ en opvolger ‘Digital Dictator’ hen indertijd wereldwijd heel wat bijval opleverden, was het toch vooral in Europa dat hun optredens aansloegen, omdat hier meer fans zijn van het genre. De band kende heel wat bezettingswissels, zodat vandaag enkel nog gitarist Geoff Thorpe overblijft als lid van de originele line-up. Daarnaast is drummer Larry Howe er al bij van 1985. Ondanks het wisselen van de bezetting en van label, geven Thorpe en Howe niet op en blijven ze albums uitbrengen en optreden.

De eerste single van het nieuwe album is “Chasing The Priest” en gaat over hoe iedereen naar religie teruggrijpt als het einde van de wereld nabij is. Het is een catchy song die meer verwant heeft met het oudere werk van Vicious Rumors van hun meesterwerk ‘Digital Dictator’ dan met het recentere.

Titeltrack en opener “Concussion Protocol” is een welgemikte slag in het gezicht die meer aanleunt bij albums als “Razorback Killers” en “Electric Punishment”, terwijl Holleman op andere nummers dicht in de buurt komt van Carl Albert als zanger. Het toont hoe veelzijdig de nieuwe zanger is en ook dat Vicious Rumors niet voor één gat te vangen is.

Met “Chemical Slaves” wordt het tempo de hoogte ingetrokken zonder aan subtiliteit in te boeten. Hier toont Vicious Rumors dat ze nog steeds bij de beste powermetalbands ter wereld horen. Het drammerige “Victims Of A Digital World” haalt jammer genoeg een beetje de vaart uit de plaat, maar het blijft leuk om de gitaristen Geoff Thorpe en Thaen Rasmussen die knappe solo’s en rifjes te horen brengen. Het “Chasing the Priest” en “Last Of Our Kind”, met opnieuw Thorpe als uitblinker, gaat het tempo daarna opnieuw de hoogte in. Het hoge tempo wordt aangehouden op “1000 years”, met deze keer Holleman die zijn hele stembereik mag showen.

“Circle Of Secrets” is een powerballad die opnieuw de vaart wat uit het album lijkt te gaan halen, maar met een spetterende finale wordt nog heel wat goedgemaakt. “Take It Or Leave It”, de tweede single, schakelt opnieuw een versnelling hoger en heeft bovendien een goede meezingfactor. Dit nummer zal het zeker en vast goed doen op de festivals en op de zaalshows. Het nummer levert, net als “Every Blessing Is A Curse”, ook weer een mooi muzikaal duel op tussen Thorpe en Holleman. “Bastards” en afsluiter “Life For A Life” zijn dan weer meer heavy en thrashy, met zelfs een lichte grunt erbij.

Met “Concussion Protocol” toont Vicious Rumors dat ze nog een tijdje meekunnen met jongere powermetalbands als pakweg Sabaton, Powerwolf of Dyscordia. De band mag dan ‘oud’ zijn, hij is nog lang niet oud genoeg voor het rusthuis, en daar kunnen de fans alleen maar blij mee zijn.

Cocaine Piss

The Dancer

Geschreven door

In januari werd Cocaine Piss reeds getipt als één van de bands die dit jaar zouden doorbreken. Live is dat alvast gelukt, met passages in bv. de Charlatan en op Ieperfest, Rock Herk en Dour. Ook in het buitenland en met name Nederland kijken ze uit naar dit viertal uit Luik. In het najaar volgt een Europese tournee.
Fans kijken dan ook reikhalzend uit naar het debuutalbum ‘The Dancer’ dat eind deze maand verschijnt. Zij kunnen alvast met een gerust hart het album aankopen: dankzij producer Steve Albini klinkt Cocaine Piss op ‘The Dancer’ net zoals ze live spelen: goor, snel, met veel energie en grofkorrelig.
De band is sterk verwant met de crust punk-scene uit Luik en speelt een soort vuile old-skool punk zoals de Dead Kennedys, Fugazi en The Damned, met een prominente rol voor de bas, met daarover het hoge stemmetje van zangeres Aurélie Poppins. Sterke stellingnames over gelijkheid tussen de geslachten zitten vaak verborgen onder een laagje malle humor. Zo zijn nummers als “Cosmic Bullshit”, “Shiny Pants of Black Speedo” veel maar dan enkel een gekke titel.
In de paar rustigere nummers, zoals titeltrack “The Dancer” of “Average Romance”, komen ze in de buurt van The Pixies (met Kim Deal op zang dan) of Equal Idiots.
‘The Dancer’ is als album een perfecte weerspiegeling van wat Cocaine Piss live brengt.  

Chris Isaak

First Comes The Night

Geschreven door

‘First Comes the Night’ is het eerste album van Chris Isaak sinds hij in 2011 enkele klassiekers opgenomen in de Sun Studio’s verzamelde op zijn Beyond The Sun. Het was toen voor het eerst toen dat hij op plaat voluit de kaart trok van de sixties-iconen die hij altijd al een beetje in zich had en zijn favoriete nummers coverde van o.m. Elvis, Johnny Cash, Roy Orbison en Jerry Lee Lewis.

Tot dan kenden we Isaak vooral als een ietwat mysterieuze misantroop met de looks van James Dean en een stem als een klok. Geen andere artiest kon eind jaren ’80, begin jaren ’90 met een knik in de stem en met zoveel pathos het Gebroken Hart verkondigen zonder dat het camp werd. Het typische geluid van gitarist James Calvin Wilsey had daarin een groot aandeel, net als de bijhorende muziekclips op MTV. Het leverde de Amerikaan met de (nog steeds aanwezige) vetkuif wereldbekendheid op met de singles “Blue Hotel”, “Wicked Game”, “Dancin’” en “Lie To Me”.

Dat wereldwijde succes duurde tot het album ‘Wicked Game’. Daarna kwam onverwacht het frivolere album ‘San Francisco Days’, waarna gitarist Wilsey vertrok en vervangen werd door Hershel Yatovitz. Isaak veranderde Isaak het geweer van schouder. De volgende platen stonden vol van weinigzeggende countryriedels, fletse rootsrock en hapklare popdeuntjes. Alvast in Europa deemsterde het succes van Chris Isaak langzaam weg, hoewel hij in Amerika nog steeds volle zalen trok.

Het nieuwe ‘First Comes the Night’ eet van twee walletjes. Zowat de helft van het album is retro-pop die zo lijkt weggelopen uit de sixties en bouwt dus voort op de periode van ‘San Francisco Days’ tot ‘Beyond The Sun’, terwijl de andere helft tot op zekere hoogte weer aansluit op de ‘Wicked Game’-albums. Het is eigenlijk alleen nog de twang van de gitaar van Wilsey die deze songs net dat tikje meer zou kunnen geven, al komt Yatovitz soms aardig in de buurt op o.m. titeltrack “First Comes The Night” en vooral op “Please Don’t Call”, waarin ook Isaak zijn stem mooi laat vibreren. Nog in het ‘Wicked Game’-kamp zitten het weemoedige “Reverie” en het zo mogelijk nog weemoedigere “Kiss Me Like A Stranger” en de swingende preek “Insects”. De andere helft, het ‘Sun’-kamp, wordt aangevoerd door o.m. de Johnny Cash-rip-off “Down In Flames” (Isaak’s versie van “Ring Of Fine”, zo u wil), het Orbison-achtige “Perfect Lover”, “Running Down The Road” (de jonge Elvis?) en voorts “Don’t Break My Heart” en de slappe ballad “The Way Things Really Are”. Twijfelgevallen zijn “Baby What You Want Me To Do” en “Dry Your Eyes”. Maar ook als het camp dreigt te worden, blijft er een zweem van kwaliteit over de nummers hangen. Die knik in Isaak’s stem maakt nog altijd veel goed.

Wie de versie met de bonus tracks koopt of downloadt krijgt er nog het mysterieuze “Some Days Are Harder Than The Rest”, het redelijke “The Girl That Broke My Heart” en drie overbodige liedjes uit het ‘Sun’-kamp bovenop.

Samengevat kan je ‘First Comes The Night’ nog het makkelijkst aanbevelen aan de oude fans, die er zeker hun gading in zullen vinden, en tegelijk als inleiding laten dienen voor wie deze crooner uit Californië nog moet of wil ontdekken. Meer voor ieder wat wils dan de terugkeer door de grote poort.

Damien Jurado

Visions of us on the land

Geschreven door

Was de vorige cd ‘Brothers & Sisters of the Eternal Son’ (2014) kort , krachtig , goed , dan is deze hier met zijn ruim 50 minuten even goed , intens spannend . De uit Seattle afkomstige sing/songwriter is al vele jaren bezig , maar wist pas door te breken hier met ‘Maroqopa’ (2012), melancholiedjes ergens te situeren tussen Bonnie Prince Billy en de zacht aanpak van My Morning Jacket en Neil Young.
Hij ging opnieuw in zee met producer Richard Swift . We horen een sterke plaat , een afwisselende combinatie van sing/songwriting, rootscountry en 70s neopsychedelica . De songs zijn warm , sfeervol , ontroerend , intiem, lief, levendig en extravert . De songs raken door de mooie arrangementen en opbouw . We houden van de sing/songwriterpop van het kaliber Damien Jurado …

Explosions In The Sky

The wilderness

Geschreven door

Explosions In The Sky uit Texas zijn één van de belangrijkste pijlers van de postrock. Zichzelf uitvinden in het genre is geen evidentie , maar ze wisten hun sound te verbreden een paar jaar terug met akoestische instrumenten en elektronica , wat nog meer een filmisch concept en een soundtrack gevoel ademde.
Explosions In The Sky brengt op ‘The wilderness’ een toegankelijk, avontuurlijk geluid, filmisch , broeierig, dat het experiment niet schuwt , maar zich blijft richten op atmosferische klanken die de luisteraar langzaam in trance brengen.
De songs zijn wel een stuk korter dan we van de band gewoon zijn. De elektronica ,  piano , cello sluipen naar binnen, en de Texanen weten ons naar hogere oorden te doen wegdromen.
We noteren sfeerschepping in een nevelig decor , opbouwende, dwarrelende klanken door de glooiende, aanwakkerende gitaren  en de andere instrumentatie , een aanhoudende spanning, intensiteit te creëren, zonder echt effectief te exploderen .
Rustpunten zijn “Logic of a dream” , “Losing the light” en het afsluitende “Landing cliffs”.
Een gloed in atmosfeer, schoonheid en melodie. Explosions in the sky staat weer definitief aan de top van het genre!

Pagina 477 van 964