logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Kreator - 25/03...

Violent Femmes

We can do anything

Geschreven door

De carrière van deze indie/folky/garagerock’n’roll helden verloopt al dertig jaar hobbelig . Het ene jaar uit elkaar , dan terug bijeen, toeren ze of is er een slaande ruzie . Hun grootste hit “Blister in the sun” werd nog in een rechtszaak besmeurd door de tandem Gordon Gano en Brian Ritchie . Een geschil dat uiteindelijk bijeen werd gelegd .
Na de EP ‘Happy new year’ is er nu na zestien jaar een nieuwe plaat , ‘We can do anything’, die ‘Freak magnet’ opvolgt . De ingrediënten van de twee zijn nagenoeg hetzelfde gebleven, rauw melodieuze excentrieke rootspop , met een folky semi-akoestische inslag , dat vertrouwd, leuk , grappig , speels, luchtig , vitaal klinkt en komisch - tragisch is. We ervaren in de eenvoud en speelsheid een samenhorigheidsgevoel in het materiaal . We hotsen, botsen in de tien nummers , de eerste twee “Memory”, “I could be anything” hebben een Kermit/Muppet show gehalte , de daaropvolgende “Issues”, “Holy ghost” en “What you really means” klinken intens broeierig. Het tweede deel van de cd brengt de verschillende invalshoeken van stampen en ontroering samen , energiek en introspectief, knap in elkaar, maar iets minder scherp dan vroeger , wat de slotsom  maakt van een degelijke comeback! Violent Femmes straalt een eeuwige jeugdigheid uit …

Crammerock 2016 op 2 & 3 september 2016 - Topeditie en topaffiche

Geschreven door

Crammerock 2016 op 2 & 3 september 2016 - Topeditie en topaffiche
Crammerock 2016
Festivalterrein
Stekene
2016-09-02 & 03
Lode Vanassche

In 1991 begon het sympathieke jeugdhuis Cramme met een niet onaardige affiche met onder andere Pitti Polak, ‘Happy doing nothing’. Een kwart eeuw later staat Crammerock op de Belgische festivallandkaart met alweer een editie van jewelste. Een slordige dertig duizend mensen konden met volle teugen genieten met een programmatie van jong tot oud. En dat was ook het publiek.

dag 1 – vrijdag 2 september 2016

De West-Vlamingen Ertebrekers wisten na een wat flauwe Noëmie Wolfs het Stekense publiek danig te begeesteren. Mensen vergeten maar al te vaak dat onze Filip Kowlier een muzikant pur sang is.

Daan
, die enkele jaren geleden met zijn typische metier kwam revanche nemen na een in de pers breed uitgesmeerd stom akkefietje, poogde dit met de nodige vingers in de neus over te doen. Althans, dat zou de bedoeling moeten zijn. Helaas de haring bakte niet en we konden eerder getuigen van een routinematig optreden waarin het vuur en het enthousiasme eerder een theelichtje was.

De immer verlegen Vanlaere van Admiral Freebee was duidelijk in zijn nopjes en bracht een dijk van een concert. Minder kan je niet verwachten als je weet dat we hier te maken hebben met een van dé singer-songwriters én performers van de lage landen en daarbuiten.  Superlatieven en woorden zullen steeds te kort schieten. Hoe moet ik nou in godsnaam een stomende goed opgebouwde set met als climax een weergaloze “Darkness” beschrijven waar we in één klap het beste van Mick Jagger, Neil Young, Bob Dylan en Zappa in één band zien en horen …

Bazart
moet het doen van de hype die ze willens nillens hebben gecreëerd. Zeer begeesterd, maar net niet overtuigend genoeg. Groei maar rustig en zeker verder.

The Black Box Revelation
: Vettige rock nog steeds op zoek naar variatie. Nu met twee heerlijke vocalistes. Al van hun derde brachten ze hun nieuwe “Warhorse”, een veelbelovend lekker nummer waar je voor of tegen bent. “Set Your Head on Fire”, “I Think I Like You”,  “We Never Wondered Why”, “Never Alone / Always Together”:  al hun werk werd  met de nodige drive en discipline door dit duo /quattro gebracht. Beklijvend en om Paternostersgewijs in te kaderen.

Madness -
Reeds dertig jaar geleden richtten Suggs en zijn eeuwige vriend Chas Madness op. Vandaag lijken ze nog geen haar veranderd en hebben ze nog niets van hun pluimen verloren. Het beloofde feest is er gekomen en was letterlijk waanzinnig, zodat we alweer een hoogtepunt kunnen inschrijven in de annalen van Crammerock. Je kan natuurlijk bedenken wat ze uiteindelijk met de jeugd van Stekene  te maken hebben, zoals Suggs zelf opmerkte, maar laat u zich daardoor niet hinderen. Deze verbreding werkt wel degelijk prima. Madness was niet te betrappen op zwakkere momenten en bleef er de pees op leggen, ook met minder bekende en recentere nummers die trouwens waardig naast hun hits konden staan

dag 2 – zaterdag 3 september 2016

Jeroen Camerlynck van De Fanfaar heeft zijn serieus ei gelegd met de zogezegd parodieuze metalband Fleddy Melculy. Er zit meer metal in zijn linkerteen dan alle Larsen van alle Metallica’s samen. Ironie met een serieuze sneer naar hoe het nu echt moet. Volgend jaar later te programmeren.

Els en Danny van Vive La Fête hebben zichzelf niet gerecycleerd, maar gewoon gedaan wat in hun naam staat. Een feest bouwen. De West-Vlamingen zijn niet alleen in het publiek, maar ook op het podium legio.

De jeugd van tegenwoordig
was ideaal voor de leeghoofdige jongeren in het publiek, vandaar de overvolle tent. Sorry, maar boodschappen tegenover jonge snaken a la ‘ik kom klaar, zie je het niet aan mijn bult in de broek’ enzovoorts , kan me geenszins bekoren.

Sx
heeft een of ander overtuigend charisma en  slaagt daar met de ietwat alternatieve set  uitstekend in. Hun radiohit “Gold” is een verborgen pareltje tussen de andere pareltjes geworden. En zo te zien aan het publiek geen parels voor de zwijnen. Sx zorgde voor een warme beklijvende set waar oud met veel nieuw werd afgewisseld. Stefanie en co slaagde er met verve erin om met hun esoterische-indiepop en trance te brengen en te houden. Ze ontpopte zich met haar elegante ravissante slangenbewegingen andermaal tot een opzwepende, creatieve en vooral lekkere frontvrouw.

Hooverphonic
is wat mij betreft dé revelatie van Crammerock. Als gewoonlijk weet Carlier zich te omringen met de beste muzikanten, terwijl hij zich heel discreet op het podium stelt zonder het centrum van de aandacht te willen zijn. Met twee uitstekende zangeressen, een aantal strijkers en een percussie van jewelste laat Hooverphonic de muziek spreken. Heerlijke reprises en nieuwe versies van hun klassiekers “Mad about you”  en “Jackie Cane”. Om nooit te vergeten.

Over The Kooks kunnen we kort zijn. Deze gerecycleerde boysband was goed voor de jeugd en goed voor wij ouderen. Konden we even pauzeren in de drukke programmatie.

Balthazar
legde op een been en met de vingers in de neus de boel gewoon plat. En dit na uitverkochte concerten in Parijs, Hamburg , Berlijn en in een recordtempo tweemaal verkochte AB ! De klank zat zo goed als perfect en we kregen een set om duimen en vingers van af te likken. Less is more als grootste troef en geen poeha of moeilijkdoenerij. Hopen muziek hebben die gasten mee!  Na opener “Deceny” passeerden onder andere “Leipzig” “Boatman”,  “Oldest”, “Looked” en “Blood” de revue. Definitief neergeknuppeld na de bisronde met “True”, “Sinking” ,”Claim”.
Balthazar weet als geen ander verschillende genres door elkaar te spelen en er heel gelaagd doch fantastisch twee en meer stemmen in harmonie erover te draperen. Intensiteit en speelplezier zoals het hoort. Terwijl ze nu even gaan pauzeren en zich verrijken met allerhande nevenprojecten. En ja, Patricia is de mooiste violiste die er rond loopt. Zou niet misstaan in een of ander Velvet Underground Tribute Band …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/crammerock-2016/
Organisatie: Crammerock, Stekene

Nuria Graham

Bird eyes

Geschreven door

Een opkomend talent uit Barcelona is de sing/songschrijfster Nuria Graham . Net als bands Hinds, Mourn kwam de Catalaanse sterk voor de dag op Eurosonic . Tien songs die een etherisch psychedelisch klanktapijt vormen , omgeven van soundscapes + een vleugje trippop en haar indringende stem .
Het gitaarspel van de negentienjarige is bepalend , en de keys, piano bieden kleur en elan aan het materiaal . Het is alvast een goed plaatje , met een sound die duidelijk in de lift zit , zeker met een Lapsley in het achterhoofd .

Lapsley

Long way home

Geschreven door

De Britse Holly Lapsley Fletcher aka Lapsley was één van de vele UK artiesten die in de shortlist stonden van het toonaangevende ‘BBC Sound of 2015’. Ook al werd ze toen getipt , ze nam na de EP ‘Understudy’ , de tijd te werken aan haar debuut en balanceert tussen sfeervolle, slepende electropop en dreampop . Songs met lichte, forsere beats & grooves , popgevoelig en dansbaar . We krijgen zeemzoete, indringende nummers van een talentrijke jonge dame , die ergens London Grammar , Bat For Lashes , Jessie Ware , Adele en Jamie xx doet opborrelen.
Die droompop wordt vooral verwezenlijkt door haar warme, neuzelende soulstem , en kwetsbaar klinkt ze als ze een paar songs op piano inzet . Haar etherisch materiaal is meer introspectief, voert ons mee en nestelt zich een weg door de zachtmoedige elektrotunes en indringende , kletterende elektronische  percussie .
Het zijn goede songs zondermeer met “Hurt me” en “Love is blind” voorop . Ze brengt voldoende afwisseling  in de sound . Overwegend zijn het sfeervolle tracks , een “Cliff”  scherpt het tempo aan , “Operator” heeft zelfs een disco tune en met “Station” gaat ze freefolky/beatbox toer op van Cocorosie .
Dit debuut zorgt ervoor dat ze definitief doorbreekt naar een breed publiek.

Lucius

Good grief

Geschreven door

Een heel interessant bandje is Lucius , uit Brooklyn, NY afkomstig,  die in hun sound ‘van-alles-wat’ proeven, van folkpop tot popelektronica . De twee blonde zangeressen, Jess Wolfe en Holly Laessig zijn het gezicht en vocaal zijn ze onmiskenbaar verbonden met First Ait Kid, Haim en Tegan & Sara .
Gezwind gaan we door de plaat , innemend , sfeervol of gekenmerkt van catchy, stuwende ritmes door de electrogrooves. “Madness” zet de toon voor een heerlijk genietbare trip , een klankenspectrum in de 11 nummers (+ 6 bonus) .
Toegegeven, het materiaal is zeerzeker inwisselbaar, beetje dromerig , beetje dansbaar , maar het klinkt goed, aangenaam en lekker in het gehoor .

Pukkelpop 2016 thru thee yes & ears of Geert Huys

Geschreven door

Pukkelpop 2016 thru the eyes & ears of Geert Huys
Pukkelpop 2016
Festivalterrein
Hasselt-Kiewit
2016-08-30

DAG 1, donderdag 18 augustus 2016

WARHAUS (Club, ***½)
Net op het moment dat de singles van Balthazar iets te licht verteerbaar begonnen te worden komt één van de frontmannen, Maarten Devoldere, op de proppen met het minder hapklare soloproject Warhaus waar ook zijn muse en Soldier’s Heart gezicht Sylvie Kreusch op de loonlijst staat. Kenners wijzen direct richting Gainsbourg, wij hoorden en zagen minstens evenveel Cave en Cohen die een snelcursus trompet hebben gevolgd.

ROBBING MILLIONS (Wablief?!, **½)
Dit Brusselse psychpop vijftal bulkt van de virtuositeit maar heeft nog wat moeite om een eigen muzikaal smoelwerk te smeden uit de erfenis van haar evidente inspiratiebronnen MGMT en Yeasayer. Oorwormen genre “Electric Feel” of “O.N.E.” liggen misschien wel binnen handbereik, maar zolang  deze sympathieke gasten zich door teveel bochten tegelijk willen wringen blijven ze een goed bewaard vaderlands geheim.

TWIN ATLANTIC (The Shelter, ***)
We lopen doorgaans in een wijde boog omheen stadionrockacts, maar de anthemische highland rock van deze vurige bende Glaswegians konden we wel smaken. Net als stadsgenoten Glasvegas spatten de ongebreidelde passie en het heilig vuur van het podium, maar wordt Het Grote Gebaar wijselijk achterwege gelaten.

FENCE (Wablief?!, ***)
Het Limburgse indiepop combo is alweer terug van even weggeweest, en speelde reeds voor de vierde keer een thuismatch op de weide van Kiewit. Leuke vaststelling is dat hun ongedwongen crossover van Big Star en Pavement nu een funky twist heeft meegekregen, wat perfect pastte bij de zomerse vibe die zich op dat moment van Pukkelpop meester maakte.

CAGE THE ELEPHANT (Club, ***½)
We lieten Wolfmother zonder dralen links liggen ten voordele van dit wilde classic rock gezelschap uit Kentucky, want we hebben nu eenmaal een boontje voor hun frontman Matt Shultz. Met de punch van een jonge Mick Jagger en een bronstige David Johansen loodste hij zijn makkers doorheen een stomende (maar door technische problemen jammerlijk ingekorte) set vol knipogen naar de Stones en 60ies Nuggets garagerock, met “In One Ear” als vetste hoogtepunt.

BLUES PILLS (The Shelter, **)
We hadden wel wat meer verwacht van deze trip met de teletijdsmachine naar 1970 toen zompige bluesrock en psychedelische trips de orde van de dag uitmaakten. Verder dan een belegen en ongeïnspireerd afkooksel van het origineel kwam dit Zweedse gezelschap niet, en het hielp ook al niet dat zangeres Elin Larsson zich drie kwartier lang de zangeres van Heart waande.

THE KILLS (Marquee, ***½)
“Doing It To Death” heet de puike nieuwe Kills single, en warempel, op het podium doen ze hét tegenwoordig zowaar met vier. De snaren van Jamie ‘Hotel’ Hince en de rits van Alison ‘VV’ Mossheart (of was het nu omgekeerd?) staan iets minder strak gespannen dan voorheen, maar de op een kale beat drijvende minimale garagerock van deze Brits-Amerikaanse tandem behoort hoe dan ook tot het fraaiste die de achterbuurten van de liefde te bieden hebben.

THE LAST SHADOW PUPPETS (Main Stage, ****)
Misschien was Pukkelpop 2016 wel de laatste kans ooit om dit uit de hand gelopen hobbyproject van twee Engelse Britpopsterren op een Belgisch podium te zien pronken. Ondanks het feit dat een kwieke Miles Kane, een lichtjes benevelde Alex Turner en hun orchestraal 60ies pop gevolg één lange aaneenschakeling van catchy radiohits uit hun mouw schudden bleef het publiek onbegrijpelijk op de achtergrond. Hét hoogtepunt van de set vloeide zelfs niet eens uit hun eigen pen: Kane nam tijdens The Fall’s indie classic “Totally Wired” het risico om in de huid te kruipen van de onnavolgbaar arrogante Mark E. Smith en kwam er nog mee ruimschoots mee weg ook.

FLYING HORSEMAN (Wablief?!, ***)
Muzikale duizendpoot Bert Dockx en zijn vijf makkers lokten verrassend weinig liefhebbers van donkere en innemende doomfolk naar de Belgen tent. Wie zich ooit afvroeg hoe een kruisbestuiving tussen Woven Hand en Mogwai unplugged zou klinken moest hier op de afspraak zijn.

BATTLES (Club, ****)
Volgens Ian Williams, woordvoerder en gitarist/keyboardspeler van dit gezaghebbende Amerikaanse mathrock gezelschap waren hij en zijn twee maats maar wat blij dat ze eindelijk hun noodgedwongen forfait voor de dramatische PP editie van 2011 konden goedmaken. Voortgestuwd door de manische drumkunstjes van ex-Helmet tempobeul John Stanier kreeg het trio de tent langzaam maar zeker onder hypnose, en ook dit keer bleek een epische uitvoering van de postmoderne krautrock evergreen “Atlas” de absolute sterkhouder van de show.

BLOC PARTY (Marquee, ***½)
De bende van een fel aangekomen Kele hinkt tegenwoordig op twee benen. Wanneer uit de eerste twee albums wordt geciteerd sturen de Londenaars, zelfs met een nieuwe ritmesectie in de rangen, de nieuwe generatie Engelse gitaargroepjes zonder pardon huiswaarts met hitsige postpunk projectielen als “Hunting For Witches” en “Helicopter”. Bij het aanboren van recent materiaal bleek de band echter nauwelijks meer dan een schaduw van zichzelf. Vastroesten in het lucratieve golden years circuit of zelfontbranding, we zien momenteel weinig andere opties voor Bloc Party v2.0.

MASTODON (The Shelter, **½)
We kunnen ons niet van de indruk ontdoen dat de Amerikaanse metalveteranen niet echt veel zin hadden om op de eerste festivaldag de luidste tent in Kiewit te sluiten. Qua demonstratie van hun gitaartechnisch vernuft en het aantal duizelingwekkende stemmingswisselingen tussen metal, hardcore en hardrock kon deze show uiteraard wel tellen, alleen leken de zware jongens uit Atlanta deze keer niet te beseffen dat een beetje publieksinteractie nooit kwaad kan.

DAG 2, vrijdag 19 augustus 2016

AMONGSTER (Club, ***½)
Ernstige mensen die op zoek waren naar ernstige muziek konden na een stevige ochtendkoffie al meteen terecht bij deze voormalige laureaten van De Nieuwe Lichting. Hun eigen muzikaal smoelwerk danken ze vooral aan de rauwe doorleefde Americana strot van frontman Thomas Oosterlynck  waarover ijle emotronica is uitgestrooid. Wie nog meer tegengif wil innemen tegen de alomtegenwoordige FFF (‘fake feelgood factor’) kan in het najaar terecht in de AB voor de debuut release show.

BEATY HEART (Lift, ***)
Dit piepjong Zuid-Londens trio haalde de meest poppy momenten van Vampire Weekend en euh... de meest toegankelijke momenten van Animal Collective door de mangel en brouwde er op het nieuwe kleinste podium van PP een zomerse electropop cocktail mee.

CASPIAN (The Shelter, ***½)
Wie de driedubbele gitaarmuur van dit gitzwarte vijftal uit Massachusetts  trotseerde kreeg een stevige portie epische post-rock als beloning. Liefhebbers van Explosions In The Sky en Mogwai hoorden hier op de afspraak te zijn.

HYPOCHRISTMUTREEFUZZ (Wablief?!, ***)
Na de éénmalige reunie van Evil Superstars vorig jaar staan de potentiële troonopvolgers al te trappelen van ongeduld. Meer zelfs, naast ongeschoren blueslicks en knetterende electronica gooien deze vijf tegendraadse Gentenaars ook nog een portie rap en hiphop in de mix. Muzikaal zat alles dus wel lekker averechts in elkaar, een geniaal gestoorde frontman lijkt dan ook het enige wat nog ontbreekt om in de voetsporen van Mauro & co te treden.

SHOW ME THE BODY (Lift, ***½)
Master of ceremony Ayco Duyster had ons een venijnig DIY groepje uit The Big Apple beloofd, en daar bleek geen wood van gelogen. Laverend tussen de primitieve hardcore van Minor Threat en Black Flag en de virtuoze cross-over metal van 24-7 Spyz en Prong verkocht dit trio ons een lekkere  oplawaai die nog lang zal blijven nazinderen. De scheldtirades en agressieve provocaties van frontman Julian Cashwan Pratt, die nota bene de gitaar had ingeruild voor een minstens even luidruchtige banjo, namen we met de glimlach op de lippen en pretoogjes in ontvangst.

GOGO PENGUIN (Club, ****)
Jazz: er is tegenwoordig echt geen ontkomen meer aan en dat hebben Chokri en Eppo maar al te goed begrepen. Temidden een horde hippe jazzcats zagen we dit ronduit virtuoze instrumentale trio uit Manchester alle clichés van het genre wegblazen: dit was tegelijkertijd opwindend, groovy en begeesterend, en kwam bij momenten zelfs aardig in de buurt van wat vooraanstaande labels als Mo’Wax en Ninja Tune tijdens de 90ies in de aanbieding hadden. Laat St. Germain hier een beat onderzetten en je krijgt niets minder dan een wereldgroep.

AMBER ARCADES (Lift, ***½)
Door het forfait van Blaue Blume kreeg dit jongste snoepje van de Nederlandse indiescene alsnog een een stekje op een festival onder de Moerdijk. De afwisseling van dromerige gitaarliedjes à la The Sundays en lichtvoetige shoegazepop uit de hoogdagen van Lush goot lekker binnen, ook al lieten we ons soms nodeloos afleiden door de ontwapenende verschijning van het frele frontmeisje Annelotte de Graaf. En ja, naast de juiste looks helpt het natuurlijk wel dat je zonder blozen wegkomt met een remake van Nick Drake’s “Which Will”.

SLEAFORD MODS (Club, ****)
De oerprincipes van punk worden door Sleaford Mods strikt nageleefd: deftig kunnen zingen of spelen zijn geen must, maatschappij kritiek spuien en provoceren zijn dat wel. Qua afspiegeling van de maatschappij kan de muzikale act van de Britten ook wel tellen: terwijl woordvoerder Jason Williamson  met een soort ‘spoken word on speed’  zich in het zweet vloekt staat zijn kornuit Andrew Robert Lindsay Fearn te niksen achter een laptop die repetitieve loops uitbraakt. Punk is 40 jaar jong en, getuige de set van dit onnavolgbare Britse duo, allesbehalve dood!

LOCAL NATIVES (Club, ***½)
Door de plotse stuiptrekking van de hemelsluizen liep de Club tent wel heel erg snel vol voor de zonovergoten close-harmony crossover pop van dit Californische vijftal. Er staan inmiddels drie albums op de teller, waarbij elke nieuwe schijf telkens een beetje minder interessant klinkt dan z’n voorganger. Live is er gelukkig weinig te merken van die muzikale bloedarmoede en klinken Local Natives als de ontstuimige achterneefjes van Fleet Foxes die zich te goed doen aan een batterij percussie instrumenten.

DOUBLE VETERANS (Wablief?!, ****)
Een nieuw jaar, dus een nieuw  groepje voor Lee ‘zoon van Guy’ Swinnen. Het feit dat debuutschijf ‘Spaceage Voyeurism’ zowat gans het voorjaar in onze stereo kampeerde creëerde hoge verwachtingen, en die werden oorverdovend ingelost. Toegegeven, in essentie plundert dit explosieve trio zowat de helft van de Nuggets catalogus, maar daar tegenover staan jeugdige branie en een lichtontvlambare podium presence die van Double Veterans één van de beste (garage)rockbandjes van het moment maken.

NOEL GALLAGHER’S HIGH FLYING BIRDS (Main Stage, ****)
Noel Gallagher had duidelijk z’n dagje niet: de Mancunian was niet arrogant, het aantal keer dat ‘fookin’’ in zijn bindteksten opdook was op één hand te tellen én hij trakteerde op drie Oasis evergreens waarvan het traditionele afsluitende anthem “Don’t Look Back In Anger” ons zowaar kippenvel bezorgde. Alleen dat complimentje aan het adres van de ferm over het paard getilde grootverdiener Kevin De Bruyne was er ver over, maar voor de rest was dit een onverwacht uurtje uiterst genietbare classic rock.

RÓISÍN MURPHY (Marquee, **½)
De doortocht van de Ierse disco diva Murphy was er één van te weinig pieken en te veel dalen. Dat het voormalige uithangbord van Moloko evenveel heeft met muziek als met mode wisten we al, maar een stuk of 20 keer van outfit veranderen op een uur tijd was misschien wel wat teveel van het goede. Die grote verkleedparade haalde onnodig de ‘flow’ uit haar show die soms wat te veel op een aaneenschakeling van half uitgewerkte ideeën leek. La Murphy wil duidelijk op een avontuurlijke manier de toekomst in zonder haar verleden zielloos te herkauwen, getuige de toch wel geniale banjo versie van “Overpowered”.

SOPHIA (Club, ****)
Na 7 jaren zonder enig teken van leven kwam Robin Proper-Sheppard opnieuw bewijzen waarom hij één van onze favoriete treurwilgen is. Hier stond een herboren coryfee uit de 90ies te blinken die naast wat nieuwe nummers ook, zoals hij ze zelf zo treffend omschreef,  een trits oldskool rock & sad songs op de setlist had staan. Met twee extra gitaristen in de rangen moet dit trouwens zowat de meest heavy reïncarnatie van Sophia zijn, waardoor zelfs breekbare Duyster pareltjes als “So Slow” en “Bastards” klonken alsof ze door The God Machine werden gehaald.

WHITNEY (Lift, ****)
Als één van de hipste bands van het moment wordt deze bonte bende uit Chicago nu zowat de helft van de aardkloot rondgevlogen ter promotie van ‘Light Upon The Lake’, een onvervalst breakup album vermomd als een luchtige verzameling zomerse meefluitliedjes dat steeds uitdrukkelijker solliciteert naar de top van de eindejaarslijstjes. De zingende frontman Julien Ehrlich loodste zijn vijf metgezellen doorheen een ongedwongen uurtje jazzy close-harmony pop met de nodige knipogen naar ex-bands van sommige groepsleden (Smith Westerns en Unknown Mortal Orchestra) maar ook naar 60ies helden als The Lovin’ Spoonful en The Zombies. Als deze indiekids zich niet al te rijkelijk gaan laven aan allerhande pills en thrills dan duurt deze triomftocht van het pure popliedje wellicht nog tot Rock Werchter 2017.

THEE OH SEES (Club, *****)
Ze zijn uiterst dun gezaaid, zo van die gigs waarvoor je achteraf wierook en superlatieven te kort komt om de adrenaline kick van het moment in woorden te vatten. Wie even na 1u ’s nachts de Club tent binnen strompelde gets the picture. Het vanuit San Francisco opererende psychedelische garagerock gezelschap Thee Oh Sees grijpt terug naar de primaire essentie van rock’n’roll: snoeihard, rauw en vol overgave raasden de heren als een ontspoorde pletwals over alles en iedereen heen. De motor achter die pletwals bestond uit twee synchroon meppende drummers die op aangeven van de manische frontman John Dwyer zich de ziel uit het lijf speelden. Hoezo, rock = dood & begraven? Koop of steel een plaat van Thee Oh Sees en u wordt met sprekend gemak van het tegendeel overtuigd.

DAG 3, zaterdag 20 augustus 2016

ANDRÉ BRASSEUR & BAND (Marquee, ***½)
Met dank aan Belpop kenner Jan ‘De Dikke’ Delvaux is onze vaderlandse Hammond maestro terug hip en mocht de veteraan met 76 lentes op de teller eindelijk debuteren op Pukkelpop. Vergezeld van een vijfkoppige begeleidingsband, met o.a. Mens drummer Dirk Jans in de rangen, kwam de man bewijzen dat hij naast veredelde kermisdeuntjes genre “Early Bird” ook een flinke brok acid jazz avant la lettre uit zijn orgel heeft geschud. Brasseur zelf genoot met volle teugen: ‘Vous êtes for-mi-da-ble!’. Van ons krijgt ie een 10 voor sfeer en gezelligheid.

VANT (Main Stage, ***)
Je bent als Engels groepje niet slecht bezig wanneer het tweede optreden op Belgische bodem al meteen op het hoofdpodium van PP blijkt door te gaan. We hoorden een flard sympathieke punkpop uit de back catalogue van Ash afgewisseld met rammelige indie uit dezelfde goot waar The Libertines ooit zijn aangespoeld, maar echt vonken deed het nooit.

WARHOLA (Castello, ***)
Sinds hun gouden plak op de Rock Rally editie ’14 heeft dit hippe vijftal in alle stilte de intussen alom beproefde dubstep formule van James Blake flink bijgeschaafd door nog meer ruimte te geven aan pathos en melodrama. Het voorlopige eindresultaat begint wel steeds meer naar Oscar & The Wolf te ruiken: een commercieel gunstig vooruitzicht heet zoiets.

ARBEID ADELT! (Wablief?!, ****)
Wie twijfelt aan de houdbaarheidsdatum van de avant-garde electro die het kolderieke trio sinds de prille 80ies uit haar mouw schudt kunnen we meteen gerust stellen: Ze Staan (nog steeds) Scherp! De gevatte woordspelletjes van de immer kwieke Marcel Vanthilt (‘Het systeem werkt op mijn systeem’, iemand?), de verschroeiende industrial noise injecties van enfant-terrible-op-leeftijd Luc Van Acker en de wulpse sax van Jan Vanroelen: het blijven beproefde ingrediënten van één van de weinig nog actieve eerste generatie Belpop bands. We starten nu al een nieuwe petitie voor hun generatie- en geestesgenoten: graag Aroma di Amore op PP ’17!

KING GIZZARD & THE LIZARD WIZARD (Club, ****)
Wie Tame Impala’s transitie van beloftevol psychedelisch rockbandje tot discopop supersterren met lede ogen heeft aanzien kan voortaan terecht bij deze landgenoten die vooralsnog geen ambitie hebben om radiovriendelijke 3’ popsongs uit te braken. Wel integendeel, de set van deze 7 virtuoze Aussies -inclusief twee drummers naar het voorbeeld van hun geestesgenoten Thee Oh Sees- leek meer op één lange jamsessie volgestouwd met geschifte tempoversnellingen en dito stemvervormingen. Tiens, de platen van Jethro Tull lijken plotsklaps niet meer zo oubollig.

GRANDADDY (Marquee, ****)
Onze Californische antihelden herhaalden hun truukje van PP editie 2012: zonder nieuwe plaat op zak toch maar weer lekker de Marquee doen vollopen voor een uurtje indiegeschiedenis. Wel nieuw leken ons de visuals waarin de groeipijnen van onze aardkloot zoals overconsumptie en overbevolking met de nodige ironie werden aangekaart. Geen enkele andere groep heeft zich met succes gewaagd aan de onwaarschijnlijke crossover tussen ELO en Neil Young, wat meteen ook de blijvende populariteit van Jason Lytle & diens mannen met baarden en/of baseball petten verklaard.

ERTEBREKERS (Wablief?!, ***½)
Als oangespoelde West-Vloaming móestn wulder vaneigens efkes passeern voorbie de veur de geleegenteid tot ‘Otel’ ommegebouwde Belgentente. En die zot hjèlehans vul, want da nie groepke va die drie giestiggoards mee Fluppe Kowlier es redelijk populeir ant komn. Uuk al waster in geel den omtrek gien Zjei of Oallkarre te bekenn, we vonden wieder die Westvloamse nummerkes geweunweg skitterend. Tot 'n noaste kji!

LCD SOUNDSYSTEM (Main Stage, ****½)
James Murphy & co verklaarden zichzelf in 2011 nog dood en begraven, maar tekenden toch maar lekker voor de meest welgekomen muzikale verrijzenis van PP16. Een pak jaren zijn intussen verstreken, maar toch doen de New Yorkers hun naam nog steeds alle eer aan door te zweren bij analoge apparatuur. Verscholen tussen een indrukwekkend aantal vierkante meter vintage synths leek de groep zich dan ook eerder in een opnamestudio dan op een festivalpodium te bevinden. Anderhalf uur lang regeerde een onweerstaanbare punkfunk groove over Kiewit, maar omwille van een te lage aai- en herkenbaarheidsfactor resulteerde dat jammer genoeg niet in een massaal dansfeestje.

TAXIWARS (Wablief?!, ***½)
Tom Barman heeft al menige tent mogen sluiten op PP, dit keer kreeg hij het gezelschap van drie jazz cats met wie hij onlangs een tweede schijf inblikte als TaxiWars. De hyperkinetische zegzang van de Antwerpse veteraan en de bijwijlen funky late nite groove van zijn virtuoze maats vormden een geslaagde blend, alleen een cocktail bar uit één van de Tarentino prenten ontbrak om het broeierige sfeertje compleet te maken. Wel jammer dat een groot deel van het publiek de Wablief?! tent had uitgekozen om tijdens deze acoustische set wel erg luidruchtig bij te praten. Een terechte reactie van de lichtontvlambare Barman bleef niet uit, maar de jeugd bleef hardleers.

MARKY RAMONE’S BLITZKRIEG (Shelter, ****)
In het jaar dat punk 40 veiligheidsspelden door lijf en leden mag prikken was PP het aan zichzelf verplicht om een dinosaurus uit het genre op te trommelen. ‘This set is dedicated to Joey, Johnny, Dee Dee, Tommy … and Lemmy’ orakelde ex-drummer Marky Ramone vooraleer hij en zijn drie maats de eerste van vele ‘1234’s op de meute afvuurden. Eén van die maats was trouwens een oude bekende in de persoon van Ken Stringfellow, voor eeuwig en altijd het halve brein van The Posies. Als een dolle veertiger verkende hij alle uithoeken van het podium met slechts één doel: een geloofwaardige tribute brengen aan de wat tragische figuur van Joey Ramone. Eén uur en 27 punk evergreens later leek die missie ruimschoots geslaagd. Leuk overigens dat Sinatra het laatste woord kreeg met “My Way”: weinig verjaardagsfeestjes worden beter dan dit.

Neem gerust een kijkje naar de pics van Lowlands 2016
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/lowlands-2016/
Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Massive Attack

Massive Attack – Overschot aan Talent, Gebrek aan Bier!

Geschreven door

Massive Attack – Overschot aan Talent, Gebrek aan Bier!
Massive Attack
Sint-Pietersplein
Gent
2016-08-28
Didier Becu

De term trip hop is ondertussen morsdood, de band daarentegen die het genre uitvond is populairder dan ooit. Een paar maanden geleden stond deze band uit Bristol nog in het gigantische complex van Paleis 12, en nu op het al even grote Sint-Pietersplein in Gent. Op de sociale media ging dit concert wel de geschiedenis in als het moment waarop het bier opraakte, maar het zou zonde zijn, mocht dit de enige reden zijn waarom de concertgangers zich dit optreden herinnerden. Massive Attack deed niks nieuws, was zelfs wat routineus, maar ze behoren tot de grootste bands van dit moment en dat hoor je iedere seconde.

Meer dan vijftienduizend fans zakten af naar hartje Gent. Terwijl we ellenlange rijen aan de kassa zagen, probeerde Adrian Sherwood het publiek in de juiste stemming te brengen door een Dj-set vol songs die alleen maar de fervente kenners van het genre zullen kennen. De man is uiterst bescheiden, alleen maar zijn T-shirt verraadt het feit dat hij de peetvader is van een muziekstijl (On-U Sound) die de danswereld eeuwig zou veranderen en bands als Massive Attack zou inspireren.
Laat ons eerlijk wezen, het respect voor deze man kan alleen maar eindeloos zijn, maar een kille plek (ook al scheen de zon) als het Sint-Pietersplein is niet meteen de geschikte plaats om te genieten van zijn dubreggae-mix. Zeker niet, als de helft van dat plein allerlei verwoede pogingen onderneemt om aan drankbonnetjes te komen.

Als er iets te betreuren valt aan Massive Attack dan is dit het feit dat de band net iets te populair is geworden. Van deze muziek zou je optimaal kunnen genieten in een intieme concertzaal, maar als je op amper een half jaar tijd de twee grootste locaties in België kan uitverkopen, weet je dat zoiets onmogelijk is. En nu we toch bezig zijn met woorden van kritiek: hoe geniaal hun show ook is, wordt het toch tijd dat Massive Attack iets anders verzint. Niet dat je er op kwalitatief vlak ook maar iets aan te merken valt, we hebben het gewoon al (te) vaak gezien.
Dus ja, net zoals ze nu al een hele poos doen, zagen we ook in Gent de lichtkrant met daarop de recente headliners van het journaal. Massive Attack is niet tevreden met de manier waarop deze wereld draait (wie is dat wel?), maar je krijgt hun misnoegen op een aangename manier de strot ingeramd. Niemand heeft zin in een nieuwe wereldverbeteraar die zich de nieuwe Bono waant, gewoon op een ludieke manier het publiek een geweten schoppen volstaat.

De set begon met “Hymn Of The Big Wheel”, en meteen toonde de band zijn gouden wapen: de heerlijke stem van reggaester Horace Andy die onderwijl een vast Massive Attack-onderdeel is geworden. Het was de 65-jarige Jamaicaanse ster die keer op keer voor een hoogtepunt zorgde (“Girl I Love You” en het hartbrekende “Angel”). Natuurlijk hadden we Andy verwacht, maar niet Tricky die een nummertje kwam meerappen (“Take It There”). Eentje maar, de rest werd door Azekel ingezongen (“Ritual Spirit”).
De band deed alles op uiterst professionele wijze, maar het was net iets te kil gebracht. Ook het publiek had er maar weinig zin in. Er volgde wel een beleefd applaus, maar dat is niet genoeg voor Massive Attack. Is dit de reden waarom de band slechts één keer terugkwam (“Unfinished Sympathy” met Deborah Miller achter de microfoon)?

Massive Attack is nog niet uitgeteld, en kan nog jaren mee, maar nu al besmet met het gevaar dat ze een routineuze (meesterlijke) jukebox kan worden.

Organisatie: Greenhouse Talent

Alkerdeel

Lede

Geschreven door

Heel wat van de releases die we de voorbije maanden van het alternatieve Consouling Sounds bestonden uit donkere, rauwe, atmosferische en bijwijlen geschifte muziek.  Ook bij de nieuwe plaat van het Oost-Vlaamse Alkerdeel is dit het geval.  Deze alternatieve band bestond in 2007 en is met ‘Lede’ naast een resem split cd’s al aan het derde full album toe. 
Het werkstuk van de heren telt vijf composities waarvan de eerste drie “Regarded Ses Yeux”, “Regardez Ses yeux II” en “Regardez Ses Yeux III” eigenlijk een achttien minuten durend geheel vormen.  Zowel dit drieluik als “Lede” en afsluiter “Grat Deleenaf” bestaan uit duistere, gevarieerde en vooral ruige black metal met hier en daar  wat slugdge, doom en noise.
 De repetitieve sound neemt de   luisteraar letterlijk bij het nekvel en als toemaatje krijg je er de krijsende, helse vocalen van frontman Pede bij. 
Wie zelf dit extreme werkstuk wil ondergaan of gewoon wil genieten van het prachtige artwork kan dat via http://www.alkerdeel.be/ .

Steffie Van Cauter

Honger

Geschreven door

Toen we dit plaatje via het Gentse Consouling Sounds binnenkregen en het in onze cd-lader stopten, fronsten we toch even de wenkbrauwen.   De alternatieve sound van Steffie Van Cauter was op het eerste zicht niet meteen spek voor onze bek. Toch beten we door en beluisterden we de  tien songs een aantal keer na elkaar. En we moeten toegeven, de aanhouder wint!  De combinatie van accordeon, percussie en de uitmuntende  stem van Van Cauter brengen een aantal pareltjes voort. De artieste weet op een zeer opvallende, amusante manier  haar absurde teksten, woordspelingen en taalspelletjes (die ze zowel in het Frans, Duits als Oost-Vlaams brengt) te combineren met een melancholische, gevoelige sound.  Vooral “Honger”, “Vis” en “Bustjes” springen er bovenuit en tonen een eigenzinnige maar talentvolle muzikante.  Benieuwd?  Zelf luisteren kan via https://steffievancauter.bandcamp.com/releases .

The Falcon

Gather Up The Chaps

Geschreven door

Brendan Kelly en Neil Hennesy van The Lawrence Arms, Dan Andriano van Alkaline Trio en niemand minder dan Dave Hausse... er zijn al bands die voor minder het predikaat van supergroep kregen.  Het mooie viertal  van The Falcon uit Chicago brengt tien jaar na de release van het iconische debuut  ‘Unicornography’ eindelijk een nieuw full album uit.  De punksound is in die tien jaar niet ingrijpend veranderd maar er zijn toch enkele opvallende wijzigingen. Zo staan zowel  Kelly, Hausse als Andriano in voor de vocalen waarbij  vooral de rauwe, raspende stem van die eerste voor een absolute meerwaarde zorgt.  Een tweede  verschil is dat de composities iets complexer zijn, de invloed van Dave Hausse zal daar niet vreemd aan zijn.  Wat dan weer niet veranderd is zijn de hilarische teksten die variëren van drugs tot masturbatie.  Lekkere punksongs als “If Dave Did It”, “Glue Factory”, “Dead Rose” en “Black Teeth”  waren duidelijk het lange wachten waard!

Pagina 478 van 964