logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
Hooverphonic

Tijuana Panthers

Semi-sweet

Geschreven door

Tijuana Panthers is een Californisch bandje die het houdt op gruizige , evenzeer aangename  ‘60s garagerock’n’roll . Op hun doorbraak hier, komt het trio af met 12 songs in een kleine dertig minuten . Fris, vaardig klinkende rocksongs die in de buurt hangen van Dead Moon , Thee oh sees , The allah-las en het oude Strokes .
We noteren boeiende variaties in de sound, “Above your means” (zompig , neigend naar een shoewavegeluid) naar “Wall walker” (punky),   tot “Father figure” (Amerikaanse Strokes natuurlijk) en “Pushover” (relaxte ‘60srock’n’roll) . Op de laatste 2 songs , “Sunday” en “Boardwalk” (een reprise van de snellere versie op de cd) komt de klemtoon op een lofisound. Tijuana Panthers - Garagerock’n’roll , niet vies van wat reverb en intussen met een afgerond, onschuldig kantje …

The Antler King

Patterns

Geschreven door

Esther Lybeert en Maarten Flamand zijn de motor achter The Antler King. ‘Patterns’ is de opvolger van hun twee jaar geleden verschenen debuut …Sing/songwriting van dromerige semi-akoestische parels en zware orkestraties hadden we .
De opvolger getuigt opnieuw van vakmanschap en emotie. Hun pop sing/songwriting is een wisselwerking  in intimiteit, sfeervolle dromerige arrangementen , catchy, uptempo materiaal en meerstemmigheid . Ze behouden nog steeds dat ‘roadmovie gevoel’.
Er valt voldoende afwisseling te noteren als je “Gold red circles” , “Chain of memory lane”, “Little shakers & wooden blocks”, “14:48” en “Moonbeams” naast elkaar plaatst, waarbij ze balanceren tussen ingetogenheid  en een voller, rijkelijk geluid , niet vies van wat psychedelica en wavetunes.
Kortom , een boeiende luisterervaring van kwalitatief puike songs . Dit Belgisch tweetal koesteren we !

White Lies

Big TV

Geschreven door

Het nieuwe recept van White Lies : ruimtereiziger op de cover, aanzwellende strijkers, pompeuze synths, Night of The Proms, hoogdravende zang, Pet Shop Boys, plastieken eighties gitaartjes, Susan Boyle, weidse gebaren, kerstlichtjes in de aanslag, meezingbare A-Ha refreintjes,…
Nochtans vonden wij hun debuut ‘To lose my life’ uit 2009 een vrij treffelijke plaat, maar dit hier is om eczema van te krijgen. Mogen ze er mee de ruimte in vliegen om nooit meer terug te komen.
White Lies heeft met deze drol twee keer de AB uitverkocht, op 29 en 30/11. Het wordt het weekend van de wansmaak. Er is toch nog troostend nieuws voor de sukkelaars die geen kaartje konden bemachtigen : The Backstreet Boys komen naar het Sportpaleis.

Nick Cave

Nick Cave & The Bad Seeds - Habemus papem et testes habet …

Geschreven door

Nick Cave & The Bad Seeds - Zoals hij gewoon is en als was het dat hij even een bakkerij binnensprong om een grof brood te scoren, flirtte onze voormalige koorknaap Nicholas Edward Cave met de duivel en speelde zowat iedereen die ook maar een greintje naar concurrentie zou kunnen en durven ruiken naar huis. Jezus met kloten. Met een zekere pose en de nodige theatraliteit kwam onze grottenmens met zijn slecht zaad naast zijn talloze klassiekers zijn nieuwe ‘Push The Sky Away’ voorstellen. Even weg van het stomende en brute Grinderman, even weg van Blixa en Mark die jaren geleden The Seeds voor bekeken hielden. Warren Ellis rules! Dit bebaarde  multitalent vervangt op treffende wijze Micks pianogehamer en Blixa’s explosieve en dissonante gitaargeweld, en dit met pakweg een viooltje en een dwarsfluitje. De nieuwe krijtlijnen zijn duidelijk getrokken. De subtiliteit van het ogenschijnlijk zinloos geweld.

Met het heerlijke en rustig kabbelende “Whe know who U R “ zette Cave en Co de set in en alras kwam onze bijbelman de voorkant van het podium opzoeken. Als een ware profeet en orator ging Nick door een verbazingwekkende set met allen maar kippenvel op het menu. Ondergetekende stond met opengesperde muil als aan de grond genageld te luisteren. Het is aan weinig artiesten gegeven om na meer dan dertig jaar nog strelend en mokerslagsgewijs tegerlijkertijd nog dergelijke uppercuts uit te delen. In “Jubilee street”, pas het tweede nummer, worden meteen ook de kaarten even herschud en word ik er meteen weer aan herinnerd waarom ik zo’n fan ben: Die kerels maken heerlijke teringherrie.
En dan nog even de heerlijke postpunk ode aan een zekere Elvis met “Tupelo Boy”. Alweer een lel van jewelste. Het publiek wordt stilletjes aan klaar om geëxecuteerd te worden. Resultaat: “From her to eternity” De klasse druipt er overal van af.  Zelfs Mephisto dient even gas terug te nemen om zich achter de piano te scharen. Cave kan als geen ander een liefdesbrief schrijven. (Love Letter).
Subtiliteit in het kwadraat met de instant klassieker “Push The Sky Away”. We maken het even stil in ons hart met “God is in The House”.

Gaat die kloot dan nog even als afsluiter niet  mijn trouwliedje “Into My arms” als een ware middeleeuwse bard brengen? Moet ik er heel aan, Mr Cave?  Wil ik nog andere concerten zien?

Neem gerust een kijkje naar de pics van zijn set tijdens Lowlands 2013
http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=detail&catid=3936&id=39254

Organisatie: Live Nation

Jimmy Eat World

Jimmy Eat World – Stevige band, teleurstellend publiek

Geschreven door

 Ze komen uit Arizona, USA; ze hebben ondertussen al acht studio albums, drie live albums en één compilatie uitgebracht; en toch moet het gezegd worden: de naam Jimmy Eat World zal bij velen geen belletje doen rinkelen tot "The Middle" erbij geneuried wordt.

Jim en z'n bandleden zijn op tour om hun nieuwe album ‘Damage’ te promoten, een plaat die door velen gezien wordt als de terugkeer van ‘Bleed American’-era Jimmy Eat World. Toch kwamen er zondagavond van de 25 liedjes op de setlist, slechts 6 uit de nieuwe plaat. Het ietwat oudere publiek kreeg dus meer dan genoeg ouder materiaal om van te genieten. En mogen we er trouwens even bijzeggen dat het, in deze tijden van alsmaar kortere concerten, een plezier was om nog eens een stevige, lange setlist te mogen horen?

Opener was een band uit New York, genaamd Rival Schools. Met een grunge-achtig sound een goed gekozen voorprogramma, hoewel de band op zich niemand omver blies. Er werd erg de nadruk gelegd op het gitaarwerk (dat bovendien naar het einde van hun set een beetje van z'n pluimen leek te verliezen) en heel wat minder op de vocals. Jammer, want de frontman had best een aangename stem wanneer ze niet verloren ging. Het publiek was niet echt onder de indruk maar luisterde wel aandachtig, en Rival Schools kon het podium verlaten met een behoorlijk applaus.

Op naar de hoofd act dan. Jimmy Eat World kwam stipt op tijd het podium op gewandeld, en vloog er na een vriendelijke begroeting meteen in. Nieuwe en oude songs werden afgewisseld maar toch duurde het tot "A Praise Chorus" dat het publiek echt mee was. Een trend die zich doorheen het concert zal herhalen, de aanwezige fans waren duidelijk meest vertrouwd met de albums ‘Futures’ en ‘Bleed American’.

De gemiddelde leeftijd van het publiek zorgde er natuurlijk ook voor dat de reacties wat meer ingetogen waren: geen hysterisch gegil, wel een zee van schuifelende voeten en knikkende hoofden. De band liet het niet aan hun hart komen en speelde lustig verder. Hoogtepunten waren "Futures" en "Work", "Let It Happen" en "Pain", en de onvermijdelijke explosie tijdens "Sweetness" en "Bleed American" als afsluiters. De tragere momenten mogen ook niet vergeten worden: een akoestische versie van "You Were Good" kwam erg goed over, en de onvermijdelijke klassieker "Hear You Me" nog meer. Ook de encore stelde niet teleur: een beetje trager dan de meeste bands zouden kiezen, misschien, maar dat werd allemaal vergeten tijdens de tijdloze afsluiter: "The Middle". Laten we een nieuwe regel instellen: wie niet danst tijdens "The Middle", hoort niet thuis op een Jimmy Eat World concert.

Samengevat: een stevig concert, zoals we van Jimmy Eat World wel gewoon zijn. Laat het publiek nu de volgende keer wat meer zijn best doen en dan zit het helemaal goed.

Setlist:
I Will Steal You Back - Big Casino - My Best Theory - Appreciation - Your New Aesthetic - Lucky Denver Mint - A Praise Chorus - Hear You Me - Book of Love - Futures - Polaris - Work - You Were Good (solo, akoestisch) - Heart Is Hard to Find - Damage - Let It Happen - Pain - Blister - No, Never - Always Be - Sweetness - Bleed American
Encore:
Chase This Light - 23 - The Middle

Neem gerust een kijkje naar de pics
Rival Schools - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4311
Jimmy Eat World - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4312

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Crossing Border Festival 2013 –– Een festival van uitersten

Crossing Border Festival 2013
Arenbergschouwburg
Antwerpen
2013-11-17

Afgelopen zondag vormde de Antwerpse Arenbergschouwburg voor de vijfde maal het fraaie decor voor het jaarlijkse Crossing Border festival. 
Het Belgische luik van dit festival dat in 1993 voor de eerste maal georganiseerd werd in het Nederlands Den Haag en intussen uitgegroeid is tot zowat het meest vooraanstaande internationale, interdisciplinaire literatuur- en muziekfestival in zijn soort in Europa, werd – in tegenstelling tot enkele voorbije edities – herleid tot één dag. Maar met zowat 40 muzikanten, schrijvers, dichters, tekenaars en vertellers gespreid over vier zalen, was er opnieuw aan keuzemogelijkheid geen gebrek. Hierbij de bevindingen van de redactie van Musiczine

Het kwintet Lucius (***) afkomstig uit Brooklyn, New York, was niet enkel de opener van de  festivaldag maar mocht meteen ook aantreden in de grote zaal (voor de gelegenheid omgedoopt tot La Zona Rosa). Opvallende kenmerk was dat er vanuit de groep duidelijk gewerkt wordt aan een ingestudeerd imago, niet in het minst via de twee zangeressen
Jess Wolfe en Holly Laessig. Zo stonden zij niet enkel centraal op het podium tegenover elkaar, waren ze getooid in een identiek geruit kostschoolpakje en zwarte kniekousen en voorzien van een zelfde kapsel, maar bovendien pakten ze uit met hun harmonieuze samenzang die vaak deed denken aan sixties groepjes als The Shirelles of The Shangri-Las. Waar op visueel vlak symmetrie troef was, was de diversiteit muzikaal des te groter. Zo ging het van country, blues over soul naar indie-, elektro- en AOR-pop. Qua percussie kon er dan weer gerefereerd worden aan Local Natives. Maar waar hun passage enkele jaren geleden op Crossing Border nog gensters sloeg, kon het speelse en flirtende Lucius – hoe suggestief men ook tracht te zijn (zie maar bijvoorbeeld de hoes van hun zonet verschenen eerste volledige album, ‘Widewoman’)  - niet  verhullen dat globaal het songmateriaal nog wat te licht is om in oor en geheugen lang te blijven hangen.

Dit laatste ging zeker op voor de passage van het Engelse Swim Deep (**1/2). Genietend van enige populariteit in hun thuisland, is dit in alle opzichten jonge bandje uit Birmingham in onze Lage Landen nog een vrij onbekende. Ze kwamen op Crossing Border hun debuutalbum ‘Where The Heaven Are We’ voorstellen. Op plaat klinken ze als een reïncarnatie van Britse 90’s groepjes als Lightning Seeds, Mocking Turtles, Northside of Stone Roses maar live lieten ze de uitgekiende productie voor wat het was en gingen ze meer gaan rocken. En dat bleek hun zomerse melodieën en teksten niet altijd goed te doen. Ook de stem van zanger Austin ‘Ozzy’ Williams kwam er door het extra aan volume niet steeds naar behoren uit. Inzet, potentieel en goede pogingen ten spijt leken alle nummers ook nog eens qua stijl in elkaar over te vloeien. « She Changes The Weather » (fraaie opbouw met piano, synth en gitaar) en vooral het uptempo « King City » konden ons dan wel weer bekoren maar jammer genoeg waren dit niet toevallig de twee laatste nummers zodat er van enig herstel geen sprake meer kon zijn. En ook de eerder gebrachte cover van « Girls Just Want To Have Fun » (Cindy Lauper) verschafte geen meerwaarde.

De tribune in de Red Eyed Fly zat bomvol voor de Welshe singer-songwriter Cate Le Bon (***). Le Bon (een artiestennaam die als flauwe grap refereert naar de zanger van Duran Duran) is dertig, verhuisde dit jaar van Wales naar Los Angeles en brengt deze maand haar derde album ‘Mug Museum’ uit. Niet iedereen is gecharmeerd door haar hoge stem, het eerste folknummer dat ze zong klonk nogal zwaar op de hand en was een beetje gedateerd, maar in de meer uptempo nummers konden wij haar groot zangbereik wel appreciëren. Deze Welshe dame met het pagekopje schakelde soepel over van een lage zangstem (denk aan Nico van The Velvet Underground) naar hogere vocalen (Sinead O’Connor), stond op de tippen van haar schoenen zich uitreikend naar de microfoon en toverde splijtende gitaarmelodieën uit haar vingers waarbij de gebrachte indierock verwantschap toonde met haar grote voorbeeld Pavement. « Fold The Cloth » met zijn farfisa orgelgeluid had dan weer iets weg van Stereolab. Cate zong zondag geen nummers in het Welsh. Alleszins hebben wij toch geen songteksten gehoord met vreemde keelklanken.

Phosphorescent (****) onder leiding van Matthew Houck, bevestigden in de volgelopen La Zona Rosa opnieuw na hun erg sterke passage afgelopen zomer op Pukkelpop. Ook in Antwerpen werd aangetreden met dezelfde ruime bezetting (6 extra muzikanten inclusief twee keyboards). De groep wisselde Alt-Country en Americana af met een vleugje elektronica en bracht sterke songs in de beste traditie van Will Oldham en de onlangs veel te vroeg overleden Jason Molina. Uitschieters waren onder meer « Down To Go » (mede door een fraaie slidegitaar), « Song For Zula » (extra elektronica en opvallende voetdrum zorgden voor een mooie omkadering) en afsluiter « Los Angeles » (samenzang in combinatie met mooie gitaaraccenten en een 70’s klinkende orgel). Ook toen Houck zijn band – die hij overigens meermaals dankte – wegstuurde naar de coulissen, bleef hij uitermate boeien. Met het ontroerende « Muchacho’s Tune » kreeg hij de zaal muisstil en bij « Wolves » uit ‘Pride’ (2007) maakte hij op het einde gebruik van een loop machine om zijn stem- en gitaargeluid te samplen. We zagen het op Crossing Border Ed Harcourt hem al voordoen en ook nu pakte het bijzonder fraai uit. Of hoe Americana ook eigentijds kan klinken.
Het dit jaar uitgebrachte album ‘Muchacho’ is er eentje voor de eindejaarslijstjes en met zijn uitstekend concert onderstreepten Houck en zijn bandleden dat dit volkomen terecht zou zijn.

We hadden mede op basis van hun uitverkochte passage in de Brusselse AB Club vorig jaar, opnieuw heel wat verwacht van de set van Radical Face (***). Zeker nu hun vorige album ‘Family Tree: The Roots’ (2011) zopas een mooi vervolg kreeg in de vorm van ‘Family Tree: The Branches’, het tweede deel uit een trilogie. Maar de groep onder aanvoering van de Amerikaanse zanger-liedjesschrijver Ben Cooper (ook de helft van onder meer Electric President), bezorgde ons niet het verhoopte gevoel. Hun luisterliedjes gingen niet zozeer de mist in (deze was gelukkig de nacht ervoor opgetrokken) maar verdampten nagenoeg volledig in het lawaai van publiek dat binnenkwam of de dorst leste aan de naastgelegen toog. Dat ieder groepslid van Radical Face ook nog eens neerzat, deed het stem- en volumebereik geen goed. Bijgevolg dat de humor van Cooper niet verder reikte dan de eerste rijen. En ook de details (zoals met een drumstick over de cymbalen strijken tijdens het prachtige « Always Gold » of het bij wijze van percussie op de billen klappen tijdens het afsluitende, via het gebruik in een reclamefilm van Nikon bekende « Welcome Home »)  gingen voorbij aan de aandacht van velen. Dat « The Gilded Hand » een uitvoering à la dEUS ten tijde van hun ‘Worst Case Scenario’ meekreeg, werd evenmin in de thuisstad van Barman en co opgemerkt.

Onopgemerkt en ten onder gaande aan het rumoer in de Continental Upstairs was ook de set van RM Hubbert (*) (niet in het minst vanwege de setting). Eveneens hier brachten enkel de voorste rijen van de toeschouwers enige aandacht op voor de akoestische nummers van de uit Glasgow afkomstige zanger-gitarist terwijl er heel wat bestellingen aan de bar werd gedaan of dat fans van John Grant reeds hun opwachting maakten aan de deuren richting grote zaal. Noch de imposante verschijning van Hubbert of een afsluitend duet met Aidan Moffat waren hier tegen opgewassen. Het was wellicht beter geweest om de man in de kleine zaal van de Red Eyed Fly te programmeren omdat die locatie afgesloten was van de vele passanten. Daar zouden zijn mooie – laten we dat niet vergeten - folknummers veel beter tot hun recht gekomen zijn. Een gemiste kans.

Fat Possum was ooit een legendarisch bluesrock label maar de laatste tijd brengen ze ook meer popgetinte releases uit. Een voorbeeld hiervan is het tweede, zelf getitelde album van het New-Yorkse vijftal Caveman (**1/2). Zanger Matthew Iwanusa mepte in de Club De Ville tijdens een aantal nummers stevig op een drum, de band wisselde gitaarmelodieën af met keyboardlijnen en het geheel klonk poppy en optimistisch maar desondanks zinderden niet alle nummers even sterk na.

Wél nazinderend was het concert van John Grant (****) in de La Zona Rosa. De gewezen frontman van het in de jaren ’90 opgerichte The Czars die door het uitblijven van succes in de schemerzone belandde, jarenlang vocht tegen zijn alcohol- en drugsverslaving en ook nog diende op te boksen tegen gevoelens van verwarring en vervreemding, kerfde aan de hand van zijn gevoelsmatige, autobiografische teksten meermaals vlijmscherp in het hart en het gemoed van de toeschouwers. Vooral het aangrijpende « Glacier », ontsproten aan het feit dat Grant diende te leren omgaan met zijn homoseksualiteit en geschreven om zichzelf moed in te spreken, liet niemand onberoerd. En dat het Grant ook zelf nog steeds niet onbewogen laat, bleek toen hij bij aanvang van het nummer de setlist gelegen aan zijn microfoonstandaard, als uitlaatklep met een krachtige beweging wegtrapte.     
Grant die het publiek af en toe in het Nederlands toesprak, plukte vooral nummers uit zijn in het voorjaar verschenen, tweede soloalbum, ‘Pale Green Ghosts’. Dat daarop door de input van Birgir Þórarinsson (a.k.a. Biggi Veira) van de IJslandse formatie Gus Gus veel meer elektronica gebruikt werd dan op zijn voorganger, het excellente ‘Queen Of Denmark’ (2010), werd ook in Antwerpen nog eens overvloedig gedemonstreerd. Tijdens « It Doesn’t Matter To Him » was de inbreng van elektronica nog sporadisch en « Pale Green Ghosts » vertoonde gelijkenissen met het vroege werk van The Human League, Fad Gadget of Depeche Mode. Maar het was in de eerste plaats « Black Belt » voorzien van een prachtige opbouw, dat de grote zaal van de Arenberschouwburg injecteerde met een clubsfeer. Daarbij imponeerde Grant telkens met zijn krachtige baritonstem door moeiteloos het volume te kunnen weerstaan.
Het voormelde drieluik verdeelde het publiek – net als in de Botanique eerder dit jaar – in voor- en tegenstanders. De eensgezindheid keerde tegen het einde van de set terug met een schitterend uitgevoerd « Queen Of Denmark », door Grant solo op piano ingezet en uitmondend in een mooie finale.
John Grant en zijn nagenoeg volledig IJslandse begeleidingsgroep (de man woont tegenwoordig in Reykjavik) kregen na afloop een staande ovatie.  

Het was al de vierde keer dat we dit jaar Savages (****) aan het werk zagen. Om maar aan te duiden dat dit voor ons qua nieuwe bands dé live band van 2013 is. Terwijl de productie van hun plaat ‘Silence Yourself” de intensiteit van hun concerten mist, is live de postpunk sound van deze vier Londense meiden een sonische mokerslag. Natuurlijk brengt Savages niets nieuws. Net zoals Interpol zijn Savages gigantisch schatplichtig aan de troosteloze new wave sound van de vroege jaren ‘80, met Joy Division, Magazine en Siouxsie And The Banshees als grote inspiratiebronnen. Maar de power en de dynamiek van de ritmesectie (ook op Crossing Border was het drumwerk van Fay Milton in alle betekenissen van het woord doeltreffend), gecombineerd met de gitaarbeheersing van gitariste Gemma Thompson en de vocale kracht en podiumprésence van zangeres Jehnny Beth Beth (echte naam: Camille Berthomier), is ongeëvenaard. Op het kleine podium van de Club De Ville hadden Savages weinig bewegingsruimte maar toch vonden we ze beter (lees: strakker) dan op Pukkelpop afgelopen zomer of een drietal weken geleden in Le Grand Mix (Tourcoing). Tijdens « Shut Up » kregen we een machtig samenspel tussen de spattende hi-hats en de slappende bas van de jarige bassiste Ayse Hassan en voerde de declamatie van Jehnny Beth de zaal naar een eerste hoogtepunt. Ook « City’s Full » had een machtige drive waarbij Gemma Thompson gretig gitaaruitbarstingen rondstrooide. Savages namen toen een beetje gas terug met « Strife » en « Waiting For A Sign » dat veel mee had van Jeff Buckley’s rauwste nummers in hun legendarische live uitvoeringen (zie ‘Eternal Life’). « She Will » had dan weer evenveel meezinggehalte als de vroege Editors maar het refrein was vlijmscherp als een net uit de verpakking gehaald nieuw scheermesje en Jehnny Beth deelde muzikale karateslagen uit als een vrouwelijke Bruce Lee. Savages ontbonden al hun punkduivels in het  korte « Hit Me » en trakteerden de Arenbergschouwburg nog op een verschroeiende finale met het abrasieve « Husbands » en de aan het Gang of Four schatplichtige disco not disco van « Fuckers ». Savages: Game, set en match.

Pure kracht en subtiele verfijning lagen op Crossing Border maar enkele traptreden van elkaar verwijderd. Onze gehoororganen moesten zich dan ook even aanpassen toen we de grote zaal betraden waar de afsluitende band van deze festivaldag, These New Puritains (****), reeds aan hun set begonnen waren. Terwijl Savages nog volop de kaart van de postpunk trekken, hebben These New Puritains dit genre intussen al geruime tijd nagenoeg volledig achter zich gelaten. De weg die ingeslagen werd met hun vorige album, het fel bejubelde ‘Hidden’ (2010) wordt met hun nieuwe, derde album ‘Field of Reeds’ verder gevolgd en geplaveid met een extra aan speciale instrumenten en klanken. Het leidt hun artrock nog meer richting uitgekristalliseerde klassieke muziek, elektronica en jazz. Bij momenten deden ze ons in de Arenbergschouwburg denken aan The Cinematic Orchestra of in mindere mate Bonobo maar dan met minder soulinvloeden. Wel hadden ze een jazzzangeres meegebracht die haar stempel op enkele nummers kon drukken.
« Organ Eternal »
wist te verleiden door zijn combinatie van een repetitief keyboard thema (zoals vaak te horen bij minimalistische klassieke muziek) met vibrafoon en blazers. De havik die ze in de studio zouden losgelaten hebben om het gekrijs te kunnen opnemen en verwerken in het nummer, hadden ze gelukkig voor de toeschouwers en het welzijn van het beschermde diertje niet mee. De freejazz in « Field of Reeds » werd zo beheerst gespeeld dat het net niet alle kanten op stuiterde mede door een erg mooi refrein, mijmerende blazers, verzorgde gitaarstukjes en de samenzang tussen Jack Barnett en de gastzangeres.
In het Nederlandse luik van Crossing Border zou Barnett naar verluidt de toeschouwers uitgeput hebben waarbij slechts een handvol toeschouwers achterbleven. Maar zo’n vaart liep het in de Arenbergschouwburg zeker niet. Ondanks de niet hapklare brok muziek, bleef de zaal toch vrij goed gevuld tot op het einde.
Enige minpunt was dat er soms een zo hevige geluidslaag werd aangebracht dat de stem van Barnett bij momenten veel moeite had om er bovenuit te geraken en te weinig op het voorplan kwam.
Wat These New Puritains brachten, deed ons denken aan de passage van The Kyteman Orchestra vorig jaar. Een mengelmoes van stijlen en tempo’s zonder de eenheid daarbij te verliezen maar synchroniserend tot een perfecte cross-over. Volledig passend dus in de sfeer van het Crossing Border festival. Of om maar aan te duiden dat het festival niet enkel symbool staat voor het samensmelten van literatuur en muziek maar dat ook binnen één culturele tak nog uit verschillende vaten getapt kan en mag worden.

Editie 2013 van Crossing Border had op muzikaal vlak dan wel niet de grote kleppers en de affiche oogde commercieel misschien minder aantrekkelijk als vorige edities (de publiekstrekkers stonden ook al eerder dit jaar op een Belgisch podium) maar haalde toch voldoende kwaliteit in huis om iedereen te kunnen boeien.

Organisatie: Crossing Border ism Arenbergschouwburg, Antwerpen

Ghostpoet

Ghostpoet – Boeiend muzikaal web!

Geschreven door

Anderhalf uur hield Ghostpoet, het alterego van de Londense Obaro Ejinive, ons in zijn greep. Onze jonge zwarte poëet met levensgrote bril balanceert behendig tussen mellow hiphop, elektronica, dubstep, trippop en sing/songwriting . In een nogal donker decor dat werd gecreëerd , zorgde het kwartet voor een beklijvend setje en avondje; niet zomaar wat ‘hipeletronica’ maar een boeiende reeks aantrekkelijke,  aanstekelijke als duistere, melancholische nummers , die hier door een goed op elkaar afgestemd kwartet gespeeld werden !

Als leadfiguur loodste hij ons doorheen een broeierige, spannende, adembenemende set . Tja, zelfs eerder een bedwelmende , hypnotiserende trip van sfeervolle , creatieve en experimentele nummers , bepaald door z’n getormenteerde , gepassioneerde , mompelende lyrische rap en zegzang , die door een apparaat bij zich nog wat effects meekregen.
Er werd gretig geput uit de twee cd’s die totnutoe zijn verschenen , ‘Peanut butter blues & melancholy jam’ en ‘Some say I so I say light’. Een goed opgebouwde set hoorden we met sterke songs als “Gaaasp” , “Cold win”,  “Plastic bag brain”, “Survive it” en “Run run run”, die elan hadden door de subtiel toegevoegde geluidjes van keys en die ‘neverending’ zegzang. Ook de slepende , gruizige tunes van “Meltdown” en “Sloth troth” intrigeerden. De invloed van Gangstarr, Roots Manuva , Bobby Sichran en MC 900 ft Jesus is onmiskenbaar.
Ook de dame aan de keys die soms dienst deed als zangeres met de vocale dialogen overtuigde . Hier kwam  Tricky met Martina Topley-Bird om de hoek kijken .
Kijk, het toont de speelsheid en de veelzijdigheid aan waarmee Ghostpoet switch in stijl . “Comateuse” ,“Dim sun” en “Us against whatever” , met opnieuw die samenzang , waren dansbare outfreaks en besloten een zalige avond.

Ghostpoet is muzikaal toch iets apart en unieks binnen het genre, die het moet hebben van het Woord; onnavolgbare rhymes zijn in een boeiend muzikaal web geweven en alles viel mooi op z’n plaats!

Ook de support Hiatus Kaiyote verraste aangenaam. Het is een Australisch gezelschap rond de bevallige Nai Palm. Een warme, slepende, bezwerende sound van jazzy trippop hoorden we van deze band . De dame benadert ergens de Joodse traditie in haar kledij en muzikaal kreeg de sound diepgang en sterkte door de diepe basstunes , de kleurrijke synths , de percussieve ritmes en haar heldere, indringende, zwoele vocals. Een fijne ontdekking!

Organisatie: Vk* , Sint-Jans Molenbeek

Fai Baba

Fai Baba - Worstelend met een kater

Geschreven door

Fai Baba is niet meteen een grote naam maar wel een groep die het verdient om ontdekt te worden en de 4AD wou hen hierbij een handje helpen door er een gratis (althans voor de leden) concert van te maken. Mooi gebaar maar daar had duidelijk niet iedereen een boodschap aan want de opkomst was bedroevend laag. Bijzonder jammer want het aloude cliché werd hier nog maar eens bevestigd : de afwezigen hadden ongelijk.

Opener van de avond was het Antwerpse gezelschap Lightning Vishwa Experience. Veel volk op het podium (met zijn zessen) dat desondanks zorgde voor eenvoudige, dromerige pop met een hoog lo fi gehalte. Bij momenten best wel intrigerend waarbij de harmonieuze samenzang tussen zanger Vishwa (Gerrit Van Dyck) en de hemels klinkende zangeres Sarita opviel. Zelden een tweede stem gehoord die zo bepalend was voor het groepsgeluid. Niet alles klonk even sprankelend, een paar keer gleden ze af richting wat te gladde en iets te veel naar de radio lonkende pop (o.a. de single "Milky sea", die dan wel door enkelen in de zaal herkend werd).

Fai Baba uit Zurich was reeds een tiental dagen aan het touren en ze hadden er blijkbaar elke avond een uitbundig feestje met de nodige drank van gemaakt. In die mate zelfs dat de bassist gewoon op zijn bed bleef liggen en de groep er dan maar met zijn drieën aan begon. Echt problematisch was dat niet : twee gitaren en drums volstonden om hun eerste songs, die zich ergens situeerden in de psychedelische garagerockhoek, appetijtelijk te laten klinken.
Na het tweede nummer verscheen plots de bassist dan toch, "back from the grave" zoals zanger Fabian Sigmund zei, om in kleermakerszit mee te spelen. Met hem klonk de sound wat voller maar na een vijftal songs hield hij het zonder een woord uitleg voor bekeken. Een hardnekkige kater blijkbaar. Gelukkig konden de overige drie, die er ook niet allen even fris uitzagen, het wel uitzingen.
Fai Baba bleek vooral de groep van Fabian Sigmund, een buitenissige kerel met een stem die soms deed denken aan een jonge Thom Yorke (Radiohead) maar vooral aan Ryan Sambol (zanger van The Strange Boys). Fai Baba werkte in het verleden ooit samen met Viva L'American Death Ray Music en het zoeken naar minder voor de hand liggende songstructuren hebben ze wel met die Amerikaanse band gemeen. Halverwege dreigden ze toch even weg te zakken in het moeras der middelmatigheid en net toen ik een enorme behoefte voelde opkomen om luidkeels "rock-'n-roll" te schreeuwen zetten ze een sublieme cover van The Gories in. Hiermee bewezen Sigmund en de zijnen nog maar eens dat ze niet voor één gat te vangen zijn. Het werd het startsein voor een spetterende rush naar de eindmeet.
Fai Baba is een groep die zoekt, probeert en durft, niet altijd met evenveel succes maar toch steeds blijft fascineren. Eigenlijk een beetje zoals de club die hen uitnodigde.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

The National

The National - Vorst Nationaal in een passionele wurggreep

Geschreven door

The National lijkt vandaag één van de weinige grote bands in wording die de kleinere zalen noodgedwongen achter zich moeten laten maar toch de eigenheid en de intensiteit van hun muziek weten te behouden. Bands als Kings Of Leon en Editors zijn op dat gebied al veel te ver over de schreef gegaan en zelfs Arctic Monkeys flirtten vorige week in Vorst met enkele onrustwekkende sporen van bombast. Om maar te zeggen, iedereen moet groeien, maar de één verdrinkt al wat sneller in hoogmoed dan de ander.
The National brengt als geen ander de intimiteit van een warme kamer naar de grote zalen. Op de grotere festivalpodia zorgde de band eerder dit jaar met adembenemende sets voor een hartige en intieme sfeer, en dat voor een grote menigte, je moet het maar doen.

In Vorst deden ze het nog eens met verve over. Dat is, de reputatie van die galmende betonbunker in acht genomen, toch een opmerkelijke prestatie voor een band die eerder sombere en integere songs smeedt in plaats van meezingbare rock anthems.
The National nam Vorst in een wurggreep met voornamelijk een hoop pareltjes uit hun laatste twee platen ‘High Violet’ en ‘Trouble will find me’, die omzeggens allebei even schitterend zijn. De passionele frontman Matt Berninger legde als gewoonlijk met behulp van een paar flessen wijn zijn volledige ziel in de songs. In diens stem herkenden we de begeestering van Nick Cave, de devotie van Ian Curtis en de vervoering van Stuart Staples. De broertjes Aaron en Bryce Dessner zorgden de ganse avond voor een onblusbaar knetterend gitaarvuur en een paar blazers stuwden de temperatuur naar eenzame hoogtes.
Live bleek nog maar eens hoe knap al die songs waren, wij konden omwille van de aanhoudende opeenvolging van hoogstandjes hier dan ook geen hoogtepunten van eventuele dieptepunten (die er sowieso niet waren) onderscheiden. Bloedmooie en innemende songs als “I need my girl”, “This is the last time”, “Sorrow” en ”Pink Rabbits” pakten met glans Vorst Nationaal in en deden al onze haartjes rechtstaan. “Bloodbuzz Ohio”, “Anyone’s Ghost”, “Afraid Of Everyone” en “Graceless” bereikten een ongekende intensiteit. Met “Abel” liet The National zich van hun meest loeiende kant bewonderen, Berninger sneerde en brieste alsof hij in een volbloed punkband was verzeild geraakt.
Naarmate de set vorderde werd de sfeer uitbundiger, de zaal heter en Berninger nog gekker. De bevlogen zanger kwam steeds gretiger uit zijn pijp. Dat hij in al zijn ijverigheid tijdens het extatische ‘Mr November’ er flink naast zong, vergeven we hem. Het was al verwonderlijk dat hij vanuit die enthousiaste menigte (de zot was ondertussen al in de tribunes geklommen) überhaupt nog zijn micro kon vasthouden. Berninger had tegen dan toch al lang Vorst Nationaal voor zich gewonnen, een beetje onstuimig vertier was hier nu wel op zijn plaats.

Dit was nu al bijna twee uur lang een memorabele en gepassioneerde avond die met een ultieme trap op het gaspedaal nog een keer explodeerde in het orgelpunt “Terrible Love.
Het akoestische “Vanderlyle Crybaby Geeks” bracht tot slot nog wat extra kippenvel teweeg, het was een innig mooi einde van een bijzonder sterk en uiterst bezield prachtconcert.

Organisatie: Live Nation

Valerie June

Valerie June – Kwalitatief hoogstaand van een levenslustige dame!

Geschreven door

De Amerikaanse Valerie June uit Memphis, Tennessee is naast een mooie verschijning met haar lief gezichtje en lange opgekrulde dreadlocks,  een enthousiaste,  optimistische, zelfverzekerde, praatlustige ‘young lady’ met wie je probleemloos de nacht aan de bar kan doorbrengen . Ze kan alvast haar plaats van herkomst niet verraden. Een beetje lekker dagdromen dus , en eerlijk gezegd, dat kan je ook op haar muziek .  Zuiderse rootspop waarin blues , soul, gospel, folk , country en bluegrass is verweven. Ze heeft al een paar platen uit , maar breekt hier nu pas definitief door met ‘Pushin’ again a stone’ , met de hulp van Dan Auerbach van de Black Keys.
 
Ze plaatst het akoestisch en elektrisch gitaarspel voorop in haar broeierige sound , ondersteund van contrabas , viool en drums ; of je bent helemaal ontroerd als ze solo op banjo en ukelele enkele nummers speelt . Ze charmeert verder door haar innemende, heldere, indringende, gevoelige soms doorleefde vocals .
Deze dame kan perfect op elk festival terecht, en zeer zeker mag Couleur Café of Festival Dranouter om de hoek kijken .
Meteen werden we aan de grond genageld toen ze solo een traditional inzette . De twee leden schuifelden bij en bouwden het rauw dampende “Shakedown” op . Het hier gekende “Workin’ woman blues” klonk bezwerend, aanstekelijk  en had ergens die woestijnblues- ritmiek  van Tinariwen en Tamikrest . De respons was groot en daar speelde June gretig op in. Ze heeft overal wel een verhaal en staat al van jonge leeftijd op eigen benen om haar weg in de muziekbusiness te zoeken. En ze doet ons mannenhart sneller slaan . Goedlachs vertelde ze dat er bij de merchandise , naast de promo, misschien ook wel een bh kon bemachtigd worden …
Haar sing/songschrijverstalent en de muzikale stijlvarianten werden vanavond onderstreept. Intieme songs krijgen een extraverte push . Je kwam verder uit op uitstekende nummers als “This world is not my home”, “Somebody to love”, “Keep the bar open” en de titelsong. ‘Saloonbarmusic’, waarbij het materiaal de nodige zeggingskracht kreeg  … In een mum van tijd was de uitermate boeiende set voorbijgesneld.
Naar het eind op “You can’t be told”  en “Raindance” kregen de instrumenten nog meer ruimte en vrij spel . Tussenin werd  een aangrijpend en pakkend “Twined & Twisted”  geweven . In de vrij korte set misten we als toetje een song als “Wanna be on your mind” , maar niet getreurd, wat we te horen kregen was kwalitatief hoogstaand van deze getalenteerde, levenslustige , dynamische 30 jarige sing/songschrijfster en multi-instrumentaliste …

Ze was in België voor een paar optredens in de kleine clubs en haar tweede optreden in de Bota ging opnieuw niet onopgemerkt voorbij . Ohja, aan de merchandise was ze duidelijk in voor een babbel , maar bleef de bh’s wel opgeborgen … Volgende keer beter!

Neem gerust een kijkje naar de pics
Ben Miller Band - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4309

Valerie June - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4310
Organisatie: Botanique, Brussel

Pagina 608 van 964