logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
Suede 12-03-26
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

De Gentse Vooruit was behoorlijk volgelopen voor Zappa Plays Zappa, het gezelschap waarmee Dweezil nu al een paar decennia lang de ronduit fenomenale muziek van vaderlief Frank laat verder leven.
Meer dan de helft van de aanwezigen waren uiteraard de gebruikelijke Zappa freaks (Zappa heeft geen fans, Zappa heeft freaks!), lui die bij elke noot die aangeslagen wordt meteen weten welke song het is, uit welk album dat komt en wie de muzikanten waren die er op meespeelden. Het soort gasten die, tot groot ongenoegen van hun vrouw, thuis een ganse kamer in beslag hebben genomen met hun Zappa collectie en memorabilia (geen idee hoe het komt, maar Zappatitis is in 99 % van de gevallen een mannelijke aandoening, vrouwen die aan het virus lijden zijn even onvindbaar als kleurlingen op een Vlaams Belang congres).

Een mens kan zich afvragen waarom een briljant gitarist als Dweezil nu al een derde van zijn leven de wereld rondtrekt met enkel en alleen het -weliswaar zeer omvangrijke- repertoire van zijn vader. Wij proberen het u uit te leggen. De geniale Frank Zappa (straks in december 20 jaar dood, en sedert kort een robbertje aan het vechten met nieuwkomer Lou Reed die op zijn zachtst gezegd geen ‘freak’ was) was een meesterlijk songschrijver, een begaafd componist, een wonderbaarlijke humorist, een excellente tekstschrijver en een fenomenaal gitarist. Te veel talenten om in één spermalading door te geven aan zijn nageslacht, zo bleek. De fortuinlijke Dweezil heeft het gitaartalent meegekregen, en dat is al heel wat. Aan goede songs schrijven heeft hij een broertje dood. Waarom zou hij ook, als er gewoon een immense berg uitmuntend songmateriaal in zijn erfeniskast ligt. Om de royalty’s hoeft hij zich geen zorgen te maken, hoe meer platen uit de onmetelijke backcatalogue van Frank worden verkocht, hoe beter Dweezil er van wordt.

Voor de laatste tournee had Dweezil zich, samen met zijn uitstekende muzikanten, verdiept in ‘Roxy & Elsewhere’, één van de zovele vijfsterren platen van vader. Bij wijze van opwarming koos men eerst nog voor het instrumentale “The Gumbo Variations” uit het superbe ‘Hot Rats’, dit om snel even aan te tonen welke bedreven muzikanten hier op het podium stonden. Zowaar geen prutsers, zeg ik u. Een glansrol was hier weggelegd voor de geweldige saxofoniste Sheila Gonzalez, en Dweezil toverde al bij wijze van inleiding een eerste indrukwekkende solo uit zijn mouw.
Vervolgens  was de integrale vertolking van ‘Roxy & Elsewhere’ nagenoeg perfect, de muzikanten haalden stuk voor stuk ongekende hoogtes en ook de humor van de plaat werd vakkundig en lichtjes theatraal meegegeven (“Dummy Up” en “Cheepnis”).
‘Roxy & Elsewhere’ bevat wel meerdere moeilijke en ingewikkelde passages (welke Zappa plaat eigenlijk niet ?), de band wist hier knap raad mee en maakte het geheel uiterst vermakelijk en verteerbaar. “Echidna’s Arf of you” en “Don’t you ever was thing” liepen over van muzikale virtuositeit en Dweezil’s gitaarvernuft kwam wondermooi naar boven in het overheerlijke “Son of Orange County” en in het schitterende “More trouble everyday”. Om de plaat op jolige manier af te sluiten mocht in het behoorlijk geschifte “Be-Bop Tango (of the old Jazzman’s church)”  het publiek bij wijze van enkele knotsgekke danspasjes even deelnemen in de zotte Zappa capriolen.

Na een korte pauze was het tijd om vooral de virtuositeit van gitarist Dweezil nog wat meer in de verf te zetten. Hij soleerde met de genialiteit van de meester zelve in een betoverend “The torture never stops”, een bewogen “Florentine Pogen” en een prettig gestoord “I come from nowhere”. Als u geen liefhebber bent van virtuoze en lange gitaarsolo’s, dan zat u hier serieus uw tijd te verdoen. Als u zelf gitarist bent, dan ging u met een joekel van een minderwaardigheidscomplex naar huis (zo ook mijn jonge neef die tot voor vanavond nog dacht dat hij een aardig potje gitaar kon spelen).
De ganse band was, volledig overmand door die typische Zappa gekte, bijzonder goed op dreef in “Teen age wind”, “Teenage Prostitute” en “Wonderful Wino” (met een briesende roadie als overtuigende guest vocalist). En dan hebben we het nog niet over het werkelijk memorabele ‘Sheik Yerbouti’-  tweeluik dat de band in petto had met het razend knappe en buitengewoon geestige “Flakes” (waarin Sheila Gonzalez op bijzonder amusante wijze de fijne Dylan persiflage voor zich nam) en het gutsende “Broken hearts are for assholes”.
Omdat Zappa freaks er maar nooit genoeg van krijgen trakteerde Dweezil ons na ruim twee en een half uur hoogstaand amusement op nog twee absolute klassiekers. De band ging een laatste keer voluit op “Cosmik Debris” en de onvermijdelijke eeuwige rocker met die onsterfelijke gitaariff  “Muffin Man” als kers op de taart.

Dit was alweer een volle avond (drie uur, alstublief) puur Zappa vertier. De hemel voor de freaks, maar hier zou eigenlijk iedere muziekliefhebber moeten van snoepen. Onze vierde ontmoeting met Zappa Plays Zappa (the real thing hebben we gelukkig ook twee keer mogen meemaken), maar zeker niet onze laatste.
We kijken al vol verwachting uit naar de volgende ZPZ passage. En naar de setlist, natuurlijk.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4284
Organisatie: Democrazy, Gent

dinsdag 05 november 2013 02:00

Palma Violets - Jong en gretig

Palma Violets
Ancienne Belgique (AB Box)
Brussel

Een verrassende matige opkomst voor wat toch één van de meest energieke nieuwe bands van het moment is, we zitten hier duidelijk niet in de UK.

Support act The Growlers speelden Californische feelgood retro surf pop met een luizig kantje, ergens tussen Allah-Las en The Sadies in. Klonk allemaal best aardig maar hun liedjes waren iets te veel onderling inwisselbaar om te kunnen blijven boeien.

Tijd voor alweer een Britse revelatie. Een goeie deze keer, in het kielzog van Arctic Monkeys en Vaccines.
Ja, Palma Violets bedienden zich van die typische Britse arrogantie, maar hun attitude zat de spontaniteit niet in de weg, integendeel, de band produceerde een intensiteit die we sedert The Libertines niet meer meegemaakt hebben. Jong onstuimig geweld, met kernachtige songs die recht op hun doel afgaan. Een ontketende bassist Chilli Jesson wist van meet af aan het publiek op te hitsen, frontman en gitarist Samuel Fryar ging mee frontaal in de aanval. Peter Mayhew bekeek het van achter zijn keyboard allemaal een beetje van op afstand en liet de wilde uitspattingen volledig aan zijn uitgelaten collega’s over, maar zijn frisse orgeldeuntjes bleken wel degelijk bepalend voor de onbevangen sound van dit dynamische gezelschap. Palma Violets kon terugvallen op een pak splinterbommen van songs die in vol ornaat staan te blinken op hun verfrissende debuutplaat ‘180’.
De live uitvoering van quasi het volledige album bevestigde de stevige live reputatie die Palma Violets tot op heden al hadden verworven, daar is geen jota van overdreven. Het vuur sloeg aan met een jachtig “Rattlesnake Highway” en werd een klein uurtje later gedoofd na de punk opdonder “Invasion of the Tribbles”. Tussendoor een pak knetterende explosies meegemaakt met o.a publiekslieveling “Best of Friends” en “Johnny Bagga’ Donuts”. Met de dartele meezinger “14” ging het even de melodieuze kant op en ook dat was uiterst genietbaar.
De band gaf amper een klein uurtje van jetje op het podium van de AB. Juist daarom was deze set zo geweldig, het deed ons meteen terugdenken aan andere legendarische ultrakorte maar onbegrensd bruisende sets van prille Strokes en (daar zijn ze weer) Libertines. Dergelijke primitieve en onbesuisde sets van jonge bandjes in volle opmars zullen altijd onze meest dierbare concertervaringen blijven, daar kan geen Sportpaleis tegenop.

Palma Violets in de AB is voorgoed bijgezet in onze hall of fame van onvergetelijke concertjes.

Organisatie: Live Nation ism Ancienne Belgique, Brussel

Russian Circles - Chelsea Wolfe – Spannende dubbelaffiche
Russian Circles - Chelsea Wolfe 
Vooruit
Gent


Een aardig volgelopen Vooruit voor deze interessante doch niet voor de hand liggende dubbelaffiche met de etherische doomfolk van Chelsea Wolfe en de viriele post-metal van Russian Circles.

De spookachtige verschijning Chelsea Wolfe zorgde als een volleerde ijskoningin voor een donkere atmosfeer in de Vooruit. Haar voorkomen liet misschien een gothic aanpak vermoeden, maar muzikaal was dit in niets te vergelijken met de plastieken gothic rock van beschamende bands als Nightwish, The Gathering of  -godbetert- Within Temptation.
Chelsea Wolfe deed ons gelukkig meer denken aan de begeesterende aanpak van Anna Calvi of zelfs Dead Can Dance, donker en mistig, soms dreigend en altijd beklijvend. Haar songs ontpopten zich als sluipende adders die soms tergend traag ons bewustzijn binnendrongen, als bedwelmende diertjes die langzaam hun gif in onze aderen spoten. Chelsea Wolfe putte rijkelijk uit het nieuwe album ‘Pain is beauty’, een gracieuze plaat met een sinister kantje en een veelzeggende titel. Haar band wist de mysterieuze en innemende songs met sluimerende elektronica in te kleden en creëerde een aangrijpende wave sound die soms prachtig kon aanzwellen zonder daarbij in bombast te verzuipen. Het resulteerde in zwarte parels als “Feral Love”, “Reins” en “Sick”, stuk voor stuk songs die broeiden door de spannende atmosfeer.
Het gros van het volk, dat toch gekomen was voor het forse gitaargeweld van Russian Circles, stond vol bewondering te genieten van de macabere klanken van deze illustere muze en haar gevolg. Zelfs de meest hartstochtelijke metalfans stonden gewillig mee te knikken (of te headbangen in slowmotion, ook altijd een leuk zicht).
Chelsea Wolfe zorgde met klasse voor een innig mooi einde met het prachtig akoestisch ingezette “Lone” dat uiteindelijk uitmondde in een verdovende geluidsgalm.

De wazige mist die Chelsea Wolfe had opgetrokken moest dan plaatsmaken voor een hevig losbarstend post-metal onweer met Russian Circles, een instrumentaal trio van het zelfde slag als Pelican, And So I watch You From Afar en Isis. Ook zij hadden een nagelnieuw album ‘Memorial’ voor te stellen, een verdomd stevig en ijzersterk werkje die even gretig en verbeten uit zijn spelonk komt gekropen als zijn machtige voorganger ‘Empros’.
Russian Circles ging voluit voor power en volume, zonder echter de melodie uit het oog te verliezen.
Hun vernuftige songs boden zich aan als solide composities met oog voor harmonieuze ademruimtes en kwamen in hun live versie een stuk harder en forser voor de dag. Een brok ferme power als “Deficit” bediende zich van gespierde staccato-metal gitaren die we ook al eens bij Isis aantreffen, een mijmerend “Schiphol” zocht dan weer dromerige vergezichten op en een stevig imponerend “Mladek” deed de Gentse Vooruit openscheuren.
Chelsea Wolfe mocht in de bisronde bij het ingetogen “Memorial” de ijle vocals komen inzingen, maar de song sprak helaas niet zo erg tot de verbeelding als de bijzonder fraaie versie op het album. Zand erover (of beton), het stormachtige combo spoelde die kleine misser door met een moordend “Youngblood” als ultieme krachtstoot en zette daarmee een beestig eindpunt achter een oppermachtig concert.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Russian Circles - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4247

Chelsea Wolfe - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4246

Organisatie: Heartbreaktunes ism Democrazy Gent

Chelsea Wolfe – Russian Circles – Spannende dubbelaffiche
Chelsea Wolfe – Russian Circles
Vooruit
Gent

Een aardig volgelopen Vooruit voor deze interessante doch niet voor de hand liggende dubbelaffiche met de etherische doomfolk van Chelsea Wolfe en de viriele post-metal van Russian Circles.

De spookachtige verschijning Chelsea Wolfe zorgde als een volleerde ijskoningin voor een donkere atmosfeer in de Vooruit. Haar voorkomen liet misschien een gothic aanpak vermoeden, maar muzikaal was dit in niets te vergelijken met de plastieken gothic rock van beschamende bands als Nightwish, The Gathering of  -godbetert- Within Temptation.
Chelsea Wolfe deed ons gelukkig meer denken aan de begeesterende aanpak van Anna Calvi of zelfs Dead Can Dance, donker en mistig, soms dreigend en altijd beklijvend. Haar songs ontpopten zich als sluipende adders die soms tergend traag ons bewustzijn binnendrongen, als bedwelmende diertjes die langzaam hun gif in onze aderen spoten. Chelsea Wolfe putte rijkelijk uit het nieuwe album ‘Pain is beauty’, een gracieuze plaat met een sinister kantje en een veelzeggende titel. Haar band wist de mysterieuze en innemende songs met sluimerende elektronica in te kleden en creëerde een aangrijpende wave sound die soms prachtig kon aanzwellen zonder daarbij in bombast te verzuipen. Het resulteerde in zwarte parels als “Feral Love”, “Reins” en “Sick”, stuk voor stuk songs die broeiden door de spannende atmosfeer.
Het gros van het volk, dat toch gekomen was voor het forse gitaargeweld van Russian Circles, stond vol bewondering te genieten van de macabere klanken van deze illustere muze en haar gevolg. Zelfs de meest hartstochtelijke metalfans stonden gewillig mee te knikken (of te headbangen in slowmotion, ook altijd een leuk zicht).
Chelsea Wolfe zorgde met klasse voor een innig mooi einde met het prachtig akoestisch ingezette “Lone” dat uiteindelijk uitmondde in een verdovende geluidsgalm.

De wazige mist die Chelsea Wolfe had opgetrokken moest dan plaatsmaken voor een hevig losbarstend post-metal onweer met Russian Circles, een instrumentaal trio van het zelfde slag als Pelican, And So I watch You From Afar en Isis. Ook zij hadden een nagelnieuw album ‘Memorial’ voor te stellen, een verdomd stevig en ijzersterk werkje die even gretig en verbeten uit zijn spelonk komt gekropen als zijn machtige voorganger ‘Empros’.
Russian Circles ging voluit voor power en volume, zonder echter de melodie uit het oog te verliezen.
Hun vernuftige songs boden zich aan als solide composities met oog voor harmonieuze ademruimtes en kwamen in hun live versie een stuk harder en forser voor de dag. Een brok ferme power als “Deficit” bediende zich van gespierde staccato-metal gitaren die we ook al eens bij Isis aantreffen, een mijmerend “Schiphol” zocht dan weer dromerige vergezichten op en een stevig imponerend “Mladek” deed de Gentse Vooruit openscheuren.
Chelsea Wolfe mocht in de bisronde bij het ingetogen “Memorial” de ijle vocals komen inzingen, maar de song sprak helaas niet zo erg tot de verbeelding als de bijzonder fraaie versie op het album. Zand erover (of beton), het stormachtige combo spoelde die kleine misser door met een moordend “Youngblood” als ultieme krachtstoot en zette daarmee een beestig eindpunt achter een oppermachtig concert.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Russian Circles - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4247

Chelsea Wolfe - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4246

Organisatie: Heartbreaktunes ism Democrazy Gent

In Memoriam : Lou Reed

 Lou Reed is dood, maar hij had zichzelf al onsterfelijk gemaakt in 1966 met de oprichting van de Velvet Undergound en die fameuze debuutplaat ‘The Velvet Underground & Nico” die destijds straal genegeerd werd maar nadien is uitgegroeid tot de meest invloedrijke rockplaat aller tijden.

Sinds The Velvet Underground mochten gitaren ook fungeren als geniale stoorzender, als bron van onnavolgbare ruis, als feedbackgenerator en als verslavende repetitieve geluidsfactor. Allemaal de verdienste van Lou Reed. Zonder Velvet Underground geen Sonic Youth, Jesus & The Mary Chain, Suicide, Dream Syndicate, Television, Yo La Tengo, Feelies, Nirvana, The Cure, BRMC, Modern Lovers, Mogwai, Nick Cave & The Bad Seeds… en duizenden andere groepen.
Doordat iedereen zich blind staart op die legendarische Andy Warhol banaanplaat, zou een mens haast vergeten dat Reed nog drie andere VU klassiekers inblikte, al dan niet met dat andere geniale brein John Cale aan boord. Ook de platen ‘White light/White heat’, ‘The Velvet Underground’ en ‘Loaded’ zijn onuitputtelijke kweekvijvers voor elk bandje die zichzelf alternatief wil noemen.


Toen VU definitief onder de mat geschoven was, begon Reed aan een indrukwekkend solo repertoire waarop hij altijd halsstarrig zijn eigen ingevingen heeft gevolgd. Geen artiest die zo koppig zijn eigen ding deed als Reed. Het wondermooie maar pikdonkere ‘Berlin’ werd destijds verguisd en werd door de zogenaamde betere rockcritici de grond ingeboord. Nu wordt dit kunstwerk aanzien als Reed’s het absolute meesterwerk.

Met ‘Metal Machine Music’ onderwierp hij zijn verstomde fans en een compleet verbaasde rockwereld aan een schrikwekkende walm van feedback, distortion en geruis. De plaat is tot op vandaag een niet te beluisteren vehikel, maar heeft net omwille van die dwarsheid ook een cultstatus verworven. Nog zo eentje: Reeds laatste studio wapenfeit ‘Lulu’, de door niemand verwachte en door quasi iedereen afgekraakte samenwerking met de metalgiganten van Metallica, kreeg de volle laag van de pers maar is alweer een perfect staaltje van de koppigheid van de meester. Bovendien is ‘Lulu’ helemaal niet zo slecht als iedereen beweert en zou ook dit werk wel eens kunnen uitgroeien tot een klassieker, zeker nu de patroon dood is.


Lou Reed had het imago van de eeuwige brompot, de norse intellectueel, de weerbarstige rockmuzikant, hij was de nachtmerrie van elke rockjournalist. Velen beklagen het zich nu nog dat ze die dwarse stijfkop niet met rust hebben gelaten, maar wie zijn werk aanvoelde en begreep mocht altijd een poging ondernemen om door dat verstokte harnas door te dringen. Het is enkelen gelukt.
Reed liet vooral zijn muziek spreken, zijn songs en zijn gitaar. Wij zouden hier zomaar een honderdtal geweldige songs kunnen opsommen die Reed in zijn indrukwekkende loopbaan heeft neergepend, maar we laten het aan u over om u volledig te laten inpalmen door diens grootse oeuvre. Platen waar u alleszins niet omheen kan zijn -naast het volledige VU naslagwerk- ‘Transformer’, ‘Berlin’, ‘Rock’n’roll Animal’, ‘Coney Island Baby’, ‘Street Hassle’, ‘The Blue Mask’, ‘Live in Italy’, ‘New Sensations’, ‘New York’, ‘Songs for Drella’, ‘Magic and loss’ en ‘American Poet’. Neem er uw tijd voor.


Wij hebben Lou Reed voor het laatst aan het werk gezien vorig jaar in juni (ons verslag vindt u terug op deze site) en werden toen al geconfronteerd met de erbarmelijke gezondheidstoestand van dit rockmonument. Wij waren maar al te blij dat wij er toen bij waren, de songs die hij opvoerde waren nog maar eens grandioos en het genie van de man was onbezoedeld. Bovendien had hij de bokkigheid volledig van zich afgegooid en stond er een gemoedelijke en dankbare ouwe knul op dat podium. Maar aan diens fysieke toestand te merken vreesden wij al een beetje dat dit concert wel eens ons afscheid zou kunnen zijn van één van de allergrootsten. Wij hadden het helaas bij het rechte eind.


Een groot rockmonument, een absoluut icoon, een onvergankelijke legende is naar de eeuwige jachtvelden getrokken. Het wordt stilaan dringen daar in het hiernamaals van de rockgrootheden, maar Lou Reed mag er van ons de grootste troon opeisen, naast Jimi Hendrix (nadat hij snel even onderweg Kurt Cobain de hand heeft geschud).

Adios, Lou, en bedankt voor uw immense muzikale erfenis, wij zullen er nog eeuwen zoet mee zijn.

donderdag 17 oktober 2013 03:00

Wild Light

65Daysofstatic is altijd al een buitenbeentje geweest in de wereld van de postrock omdat de groepsleden steeds een fikse dosis elektronica in hun sound hebben verwerkt en zo een milde vorm van dansbaarheid hebben geïntroduceerd in een op zich eerder eng genre. Op ‘Wild Light’ heeft de band die benadering nog wat gepreciseerd en is het perfecte evenwicht gevonden tussen bezielde post rock en vloeiende elektronica. Nergens klinkt dit gekunsteld, integendeel, dit resulteert in een geïnspireerde vorm van postrock waartoe nog maar weinig collega’s gekomen zijn. Het geluid ontspoort niet in dichtgemetselde geluidsbrijen en er zitten verrassende wendingen en spitsvondigheden in de gevarieerde tracks.
Dit is een avontuurlijke en begeesterende plaat waarop 65Daysofstatic als het ware het genre en zichzelf heeft heruitgevonden.

donderdag 17 oktober 2013 03:00

Aftershock

Omwille van hartproblemen moest de legendarische Lemmy eerder dit jaar rust nemen en een reeks concerten noodgedwongen afzeggen, waaronder ook dat op de Lokerse Feesten. Maar onkruid vergaat niet, en Lemmy al zeker niet.
Motörhead slaat terug met een nieuwe plaat die klinkt als quasi al hun andere, en dat is in hun geval goed nieuws. Er zit geen sleet op de simpele en onwrikbare formule van straight-in-your-face hard rock waarvan de iconische band zich al jaren bedient.
Motörhead geeft volle gas en ‘Aftershock’ bulkt van de vuile temporockers die voortgestuwd worden door de rauwe strot van Lemmy. Koplopers zijn het razendsnelle “End of Time”, de beestige rocker “Do you believe”, de ranzige sleper “Silence when you speak to me”, de loeiharde opdonder “Queen of the Damned” en de verpletterende kruisraket “Paralyzed” die hoogst explosief de plaat afsluit.
Toch ook een paar rustpuntjes opgemerkt, de knappe en vettige blues “Lost Woman Blues” en “Dust and glass”, zowaar een ballad.
Voor de rest is dit Motörhead zoals ze moeten klinken. Rauw, hard, goor, vet en rechtdoor.
Op 11/11 in de Brielpoort te Deinze. Uitgerekend op Wapenstilstand zal Motörhead de Brielpoort omver knallen.

donderdag 17 oktober 2013 03:00

Snapshot

The Strypes, een kwartet Engelse snotneuzen, worden de laatste maanden nogal sterk gehyped, ondermeer via lieve woordjes van Arctic Monkeys, Dave Grohl, Roger Daltrey, Noel Gallagher en Paul Weller. In hun modieuze retro pakjes zien ze er een beetje uit als een alternatieve boysband. Er is duidelijk vanuit marketingkringen aan een look gewerkt, imagebuilding stond in het businessplan.
Maar gelukkig hebben de kereltjes zich op muzikaal valk niet laten doen, want ondanks hun piepjonge leeftijd grijpen ze terug naar de rechttoe-rechtaan rock’n’roll van Chuck Berry, The Yardbirds en Dr Feelgood, muziek die ze vermoedelijk hebben ontvreemd uit hun grootouders’ platencollectie.
Nummers van Bo Diddley (“I can tell”) en Willie Dixon (“You can’t judge a book by the cover”) mogen dan al een miljoen keer gecoverd zijn, The Strypes weten ze zo overtuigend en energiek te brengen dat wij helemaal weg van zijn van dit groepje. Ook de Nick Lowe klassieker “Heart of the City” krijgt hier een gehaaide adrenaline injectie. Maar laat ons niet vergeten dat The Strypes vooral schitteren met eigen composities waarop ze de Britse blues en pub rock meenemen richting vinnige hedendaagse rock à la Arctic Monkeys, Fratellis en Black Keys.
De kwieke openers “Mystery Man” en “Blue Collar Jane” steken het vuur aan de lont met sprankelende Dr Feelgood gitaartjes en een pittig gekruide mondharmonica. “Angel Eyes” is een smeuïge blues, “Perfect Storm” en “Hometown girls” zijn retestrakke rockertjes en “What a shame” is gewiekste britpop met peper in het gat.
Deze felle jongelui trekken momenteel de wereld rond als support act van Arctic Monkeys, een tournee die hen op 09/11 naar Vorst Nationaal brengt. Wij zouden ze eerlijk gezegd het liefst ergens in een klein zaaltje zien van jetje geven, zo een bruin kot waar het bier aan de vloer plakt en de rock’n’roll uit de muren spat.

donderdag 17 oktober 2013 03:00

Soma

Black Sabbath heeft de funderingen gelegd, bands als Sleep, Om, Ufomammut, Electric Wizard en deze Windhand hebben er een kolos op gebouwd. Noem het drone- of sludgemetal, wij houden het op mammoetmetal. Die van Windhand hebben hun gitaren nog een tandje lager gestemd dan Kyuss en brengen tergend traag een spoor van vernieling aan. ‘Soma’ is een sloophamer in slowmotion, een bulldozer die langzaam maar meedogenloos alles wat hij op zijn pad tegenkomt aan gruizelementen maalt. Bijtende lappen zwavelzuur als “Orchard” en “Woodbine” bedienen zich van snijdende gitaren en loodzware riffs met daarover ijle vocals gedropt. De sound is donker, heeft iets ritueels en blijft hard aan de ribben kleven.
In het midden worden voor “Evergreen” de logge motoren even stilgelegd en komt er als welgekomen rustpunt een mijmerende akoestische song tevoorschijn. Daarna gaat het sloopwerk ongehinderd verder met het vermorzelende “Cassock” en het oneindige “Boleskine”, een slepend monster van een half uur met gitaren die scheuren en daveren om uiteindelijk in de dichte mist en de gure wind een lijzige dood te sterven.
Een dreun van een plaat.

De temperamentvolle Britse meidengroep Savages mag gerust dé sensatie van het jaar genoemd worden. Hun debuut ‘Silence Yourself’ is nog steeds in de running voor de titel plaat van het jaar (deze van debuut van het jaar is quasi zo goed als binnen) en hun live sets behoren tot de categorie legendarisch. Eerder dit jaar waren wij danig overweldigd door hun wervelend optreden op Les Nuits Botanique dat wij er nu alleszins terug moesten bij zijn.

Het is wonderbaarlijk dat zo een jonge band zo een live performance kan neerzetten, alsof ze hier al jaren mee bezig zijn. De overtuiging en de passie druipen er af. Alles heeft te maken met de krachtige verschijning Jehnny Beth (echte naam Camille Berthomier), een vurige madam met pit, présence en een fameus vocaal bereik. Zij is de stem en hét gezicht van de band, maar de ruggengraat is al even belangrijk. Gemma Thompson beheerst met de nodige cool haar gitaar en haalt er de meest snedige akkoorden en echo’s uit, de eighties toets die de songs in zich hebben is dan ook voornamelijk haar verdienste. Met de frontale aanpak van drumster Fay Milton en de diepe bassen van Ayse Hassan krijgt de post punk van Savages een volledig eigen en zeer intens karakter.
De band vlamt er in met drie van hun sterkste tracks “I am here”, “City’s full” en “Shut up”, drie gloeiende songs die de Grand Mix bij het nekvel nemen om voor de rest van de avond niet meer te lossen. Met de slepende en zinderende postpunk van “Strife” en het wondermooie en innemende “Waiting for a sign” komt er een pakkende dreiging boven de Grand Mix hangen, de gepassioneerde inleving van de sensationele Jehnny Beth laat diepe sporen na.
De band komt nadien zowaar nog een stuk feller tevoorschijn met de ziedende punk van “She Will”, “No Face” en “Hit me”, drie striemende songs die ultragemeen, briesend en messcherp richting zaal worden afgeschoten. Als apotheose heeft Savages nog het brandende “Husbands” in petto, waar de hartstochtelijke Beth er een tijdje de spanning inhoudt om de song in een bijtende explosie te laten eindigen. Een doordringend “Fuckers” (niet op de plaat, wel al voorgoed in onze kop gegrift) zet er met een ware noise eruptie een kanjer van een punt achter.
“Don’t let the fuckers get you down”, sneert Jehnny Beth. Dit pittig meidencombo is door niemand te stoppen.

Wij zijn nu nog meer overtuigd, dit is met voorsprong de revelatie van het jaar.

By the way, support act van dienst was net als in de Botanique de Franse elektro-rocker Johnny Hostile. De man denkt nog steeds dat hij de reïncarnatie van Alan Vega is. En dat terwijl de echte nog leeft.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4250
Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

 

Pagina 57 van 112