logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Epica - 18/01/2...
Stereolab
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 28 november 2013 02:00

Anna Calvi - Een warme gloed

 Anna Calvi is een boeiende Britse madam die zichzelf op de wereldkaart zette met een indrukwekkende debuutplaat en zo de aandacht kreeg van ondermeer Nick Cave die haar prompt meenam op tournee als support act voor zijn duiveluitdrijvende alter ego Grinderman. Een gedroomde leerschool als je ’t ons vraagt.
De nieuwe PJ Harvey, riep iedereen van de daken. Maar wij vonden dat er al wat sleet zat op de oude, zeker na het pathetische ‘Let England Shake’, en we schatten Calvi al meteen een stuk hoger in dan de zwijmelende muze PJ Harvey.
De voortreffelijke nieuwe plaat ‘One breath’, een waardige doch geen overtreffende opvolger van dat heerlijke debuut, was voor ons een meer dan geldige reden om de getalenteerde jonge vrouw te gaan aanschouwen bij onze Zuiderburen.

Le Grand Mix was volledig volgelopen voor deze verrukkelijke dame en haar gevolg. Het zeer respectvolle publiek sloot met graagte Calvi in de armen, er hing een warme gloed in de lucht vanavond. Calvi slaagde er bij momenten in om met haar emotioneel geladen songs de zaal muisstil te krijgen, ondermeer op “Sing to me” die ons wat aan de beginnende Goldfrapp deed denken, en zeker op “Fire” die ze helemaal in haar eentje de hemel inzong. De cover neigde trouwens meer naar Jeff Buckley dan naar diens oorspronkelijke auteur Bruce Springsteen (of dacht u misschien dat die song van The Pointer Sisters was?).
Een bescheiden Calvi was naar ons gedacht toch een ietsje te beleefd. Er mocht gerust wat meer venijn in de songs, het zou geen ramp zijn geweest mocht ze nog wat langer in Grinderman’s hol hebben rondgehangen. Haar puike band speelde immers heel innemend en met voldoende respect voor de gevoelige songs, doch ook een beetje te keurig.
De zeldzame heftige uitspattingen “Carry me over” en “Love won’t be leaving”, waarin de muze haar gitaar duchtig liet scheuren, waren dan ook meteen de hoogtepunten. Ook de opgejaagde gospel “Jezebel” denderde dankzij een donkere dreiging. Wij hadden graag nog net iets meer van dat gezien. Daarom was het ook des te jammer dat ze “Love of my life”, de meest felle en gruizige song van de nieuwe plaat, in de kast liet.
Maar verder was het wel genieten van de innemende pracht, het subtiele gitaarspel en de vaak wondermooie songs van deze talentrijke deerne.

Calvi heeft liters potentieel in zich. De stem, de songs en het gitaartalent heeft ze al. Nu nog een stevige vampierenbeet in haar frêle nek en we zijn er. Misschien is dat al zo bij haar doortocht in de AB op 24/03/2014.

Neem gerust een kijkje naar de pics
I Have A Tribe - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4347
Anna Calvi - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4346

Org: Agauchedelalune, Lille (ikv Ground Zero Festival + ism Grand Mix, Tourcoing)

woensdag 27 november 2013 02:00

Queens of the stone age – Verbluffend

Wie er op voorhand durfde aan twijfelen of Queens Of  The Stone Age een zaal van het kaliber Sportpaleis zouden aankunnen, werd al na één seconde abrupt het zwijgen opgelegd.
The Queens namen een verschroeiende start met een snoeihard “You think I ain’t worth a dollar, but i feel like a Millionaire” dat al meteen overging in het geweldige prijsbeest “No One knows”. Na amper twee songs wist een dol Sportpaleis al dat hier geschiedenis zou worden geschreven en “The lost art of keeping a secret “ en “My God is the sun” deden daarop het boeltje nog wat meer ontploffen. De band reeg de klassiekers aan elkaar, en die werden loeihard en zonder omzien door de zaal gejaagd.

Queens Of The Stone Age waren zelf nogal verrast dat ze zo een immense zaal konden inpalmen, Homme stak zijn respect voor het publiek niet onder stoelen of banken en sloofde zich extra uit. Hoe heviger hij er een lap op gaf, hoe uitzinniger de fans werden. Het dak moest en zou er af gaan. “Little Sister”, “Sick Sick Sick” en “Go with the flow” ramden als een stel op hol geslagen bizons op het publiek in.
Tussen al die snerende rocksongs grepen The Queens geregeld naar de variatie van de nieuwe plaat met de hete funk van “If I had a tail” en de sexy grooves van “Smooth Sailing”. Het experimentele “Kalopsia” en het wondermooie “I Appear Missing”, dat prachtig uitdeinde met Homme’s zweverige gitaar, zetten de subtiliteit van die nieuwe plaat nog wat duidelijker in de verf.
Nog meer adembenemende verpozing kwam er met het fraaie “…Like clockwork”, dat zelfs even naar Pink Floyd neigde, en een werkelijk schitterend “The Vampyre of Time and Memory” dat met Homme achter de piano een fenomenale bisronde inzette. Een briesend “Feel good hit of the summer” en een hels “A song for the Dead”, dat ook zonder Mark Lanegan een heuse orkaankracht verspreidde, maaiden als finale krachtstoten genadeloos het hele Sportpaleis omver. Dit was heftig.

Het gevreesde akoestiekspook van het Sportpaleis had geen vat op QOTSA, dit was de legendarische doortocht van een verwoestende rock’n’roll tornado.
Grote band, groots concert.

Support act Band Of Skulls hadden we eerder al in betere omstandigheden (lees kleinere zalen) meegemaakt. Het Sportpaleis is vooralsnog een beetje te groot voor dit trio, maar een viertal puike nieuwe songs en de spetterende bluesy gitaar van Russell Marsden doen ons alweer uitkijken naar het nieuwe album.

Organisatie: Live Nation

 

zondag 24 november 2013 02:00

Vista Chino - Onsterfelijke stonerrock

Om Vista Chino een beetje te situeren is een kleine geschiedenisles op zijn plaats.
In den beginne was er Kyuss, zeg maar gerust de uitvinders van de stonerrock onder impuls van producer Chris Goss, de stoner-godfather. De band had amper vier platen gemaakt (waaronder twee regelrechte klassiekers ‘Blues for the red sun’ en ‘Welcome to Sky Vally’) toen ene Josh Homme het nodig achtte om de stekker er uit te trekken en Queens Of The Stone Age op te richten. Zanger John Garcia bleef trouw aan het originele stonergeluid en maakte met de bands Unida en Hermano een stel potige stonerrock platen die echter nooit veel potten hebben gebroken. Idem dito voor drummer Brant Bjork die een aantal degelijke soloplaten uitbracht maar deze aan de straatstenen niet kwijt geraakte.
Garcia en Bjork vonden circa 2010 dat al die legendarische Kyuss songs het niet verdienden om stof te vergaren en het duo trok met de Belgische gitarist Bruno Fevery de wereld rond om dat stomende geluid te laten herleven onder de naam Kyuss Lives!. In België werden ondermeer de AB en de Lokerse Feesten platgespeeld door dat intact gebleven overweldigende bulldozergeluid, die naar onze bescheiden mening tot op heden nog niet geëvenaard werd, ook niet door QOTSA. Want, QOTSA mag dan op vandaag een succesvolle mega groep zijn, Kyuss zal altijd geboekstaafd blijven als zeer invloedrijke en legendarische pioniers, een cultgroep die verantwoordelijk is voor een bronstig genre.
Josh Homme kwam stokken in de wielen steken, de miljonair vond dat zijn ex collega’s het recht niet hadden om de naam Kyuss te gebruiken en hij dreigde met een proces. Waarop Garcia en co hun naam veranderden in Vista Chino en prompt een plaat opnamen (‘Peace’) met kersverse songs die niet moeten blozen tussen het onsterfelijke Kyuss materiaal. En hop, ermee op tournee natuurlijk.

In De Mast, Torhout herleefde die geweldige stonerrock sound van weleer en bleek dat de nieuwe songs absoluut hun plaatsje verdienden tussen al die onvergankelijke klassiekers.
De overtuigende strot van Garcia is intact gebleven, Brant Bjork mepte als een bezetene op zijn vellen en gitarist Fevery bleek nog maar eens een meer dan waardige vervanger te zijn voor Josh Homme. Wij blijven ons luidop afvragen wie het ooit in zijn hoofd heeft gehaald om Fevery in het dance-groepje Arsenal te laten spelen, dit is zo iets als Lionel Messi opstellen bij Cercle Brugge.
Dit klonk 100 % als de allerbeste Kyuss. Voor de nostalgiezoeker was het zweten en genieten van dat brute geweld van ondermeer “Gardenia”, “Thumb”, “Green Machine” en “Freedom Run”. Het publiek, duidelijk overwegend bestaande uit Kyuss fans van het eerste uur, ging volop uit de bol bij die machtige oerrockers, maar had toch ook een hartig onthaal in petto voor krachtige nieuwe songs als “Dargona Dragona”, “Sweet Remain” en “Planets 1 &2”.
Vista Chino bulderde als een denderende stoomtrein en hield gans de tijd een strak tempo en een broeiende atmosfeer aan. Het was een bruisend en roodgloeiend concert van een legendarische band met een onverslijtbare en krachtdadige sound.

Vanavond deed er ons trouwens aan herinneren dat Kyuss albums als ‘Blue For The Red Sun’ en ‘Welcome to Sky Vally’ bij ons altijd hoger zullen aangeschreven blijven dan het beste werk van QOTSA, inclusief ‘Rated R’ en ‘Songs for the Deaf’.
Eigenlijk is het ongehoord dat hier amper een duizendtal mensen aanwezig waren terwijl Queens of The Stone Age nog maar eens het Sportpaleis hebben uitverkocht.

Ook de Canadezen van Monster Truck brachten een volumineuze montersound teweeg met een zanger die met de vingers in de neus de hoogste noten haalde. Dit was klassieke hardrock met één been in de seventies, maar helaas met het andere been in emmer clichés. Maar het was allemaal best naar de zin van de aanwezigen en eigenlijk kwam deze band er nog zo benard niet uit.

Neem gerust een kijkje naar de pics
Cowboys & Aliens - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4361

Monster Truck - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4363
Vista Chino - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4362


Pics van hun set op Speedfest 2013 (NL) Klokgebouw, Eindhoven
http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4323

Organisatie: Vzw Strike , Torhout (ism Rocklive)

 

donderdag 14 november 2013 02:00

I See Seaweed

Omdat om onbegrijpelijke redenen de nieuwe van The Drones in Europa straal genegeerd werd zijn wij nu pas van het bestaan van deze ruwe parel op de hoogte. Schande.
Enig opzoekwerk leert ons dat de plaat al in maart werd gereleased, maar geen spoor ervan bij NME, Pitchfork, Uncut, Oor, Mojo of waar dan ook. Hoe kan zo iets ?
De Australische pers en ook het Amerikaanse toonaangevende Rolling Stone waren blijkbaar wel tijdig bij de pinken, ginder botsen we op alleen maar op lovende recensies. En terecht, godverdomme.

Het was al van 2008 geleden dat de Australiërs met ‘Havilah’ hun laatste wapenfeit leverden. Tussendoor is de kwetsbare frontman Gareth Liddiard nog wat dieper in zijn eigen ziel gaan graven op de akoestische soloplaat ‘Strange Tourist’, een weinig hapklare brok therapie voor getormenteerde zielen.
Vijf jaar zaten we dus al op ‘I See Seaweed’ te wachten, maar deze duistere en geestdriftige hap ongetemde melancholie is verdomme het wachten waard.
‘I See Seewead’ is een typische knarsende en bijtende Drones plaat geworden die even diep kerft en kruisigt en als de ongeslepen diamantjes ‘Wait long by the river and the bodies of your enemies will float by’ en ‘Gala Mill’. De groep huist terug binnen die karakteristieke en ongrijpbare Australische woestijnsound van The Birthday Party, The Scientists, Beasts of Bourbon, Crime and the City Solution en Nick Cave & The Bad Seeds. De plaat snijdt zo diep dat het bloed hardnekkig dagenlang aan de vingers blijft kleven.
Liddiard legt al meteen zijn getekende ziel bloot in de desolate en beklijvende titelsong. De geest van Nick Cave waart rond in het aangrijpende “How to see trough fog” en het emotionele “They’ll kill you” en wordt er overmand door korzelige Crazy Horse gitaren. “A moat you can stand in“ is een ziedende brok razernij waarin Liddiard briest als een opgejaagde hyena en “The Grey Leader” is een ballad die door Pearl Jam kon zijn gemaakt na een aanranding door een stel uitgehongerde alligators. Even beangstigend als indrukwekkend is “Laika”, een homp nakend onheil die zich naar een orkestrale apocalyps toe werkt. De sensitieve en sinistere afsluiter “Wy write a letter that you’ll never sent” is eigenlijk een wondermooie kerstsong, maar dan eentje om af te spelen in Satan’s optrekje, nabij de gezellige warmte van het vagevuur.
Gruwelijk mooie plaat.

donderdag 14 november 2013 02:00

How to stop your brain in an accident

Eerder dit jaar had Future of The Left, het eigenzinnige combo dat destijds uit de restanten van het al even dwarse en ongeëvenaarde MC Lusky is opgetrokken, al een aardige teaser uitgestuurd met de pittige EP ‘Love songs for our husbands’.
Nu is daar het nieuwe compromisloze album en dat is nog een stuk straffer, een welgemikt schot in de roos.
Een geïnspireerde en zeer snedige Andrew Falkous staat de ganse tijd op scherp en levert een set gepeperde en roodgloeiende songs af met agressieve gitaren die door de muren harken en loodzware bassen die voor een heftige dreun op uw bakkes zorgen. Zet daarbovenop de frontale vocals van Falkous, een tomeloze punk attitude, een set accurate songs en flarden spitse humor, en je hebt een bom van een plaat die zijn gelijke niet kent.
De sublieme en kurkdroge openingstrack “Bread, chees, bow and arrow” doet ons aan het weergaloze Shellac denken, de song gaat tot op het bot en is de inzet van een even intens als fenomenaal album dat uitblinkt in originaliteit en spitsvondigheid.
Future of The Left lijkt uit dertien hoeken tegelijkertijd te komen, het is punk met weerhaken (“Donny of the decks”), hardcore zonder oogkleppen (“The real meaning of Christmas”, “Things to say to friendly policemen”), indie met een hoek af (“How to spot a record company”, “She gets past around at parties”) of pop met ongekende eindbestemming (“French Lessons”, “Why aren’t I going to hell”).
Formidabele tegendraadse muziek zoals ook Fugazi, At The Drive In, Therapy?, Art Brut, Wire, Pissed Jeans, Big Black en The Jesus Lizard plegen te maken op hun beste momenten.
Een plaat die nog explosiever is dan een legertje zelfmoordterroristen die zich verzameld hebben aan de voet van een op uitbarsten staande vulkaan.

The National lijkt vandaag één van de weinige grote bands in wording die de kleinere zalen noodgedwongen achter zich moeten laten maar toch de eigenheid en de intensiteit van hun muziek weten te behouden. Bands als Kings Of Leon en Editors zijn op dat gebied al veel te ver over de schreef gegaan en zelfs Arctic Monkeys flirtten vorige week in Vorst met enkele onrustwekkende sporen van bombast. Om maar te zeggen, iedereen moet groeien, maar de één verdrinkt al wat sneller in hoogmoed dan de ander.
The National brengt als geen ander de intimiteit van een warme kamer naar de grote zalen. Op de grotere festivalpodia zorgde de band eerder dit jaar met adembenemende sets voor een hartige en intieme sfeer, en dat voor een grote menigte, je moet het maar doen.

In Vorst deden ze het nog eens met verve over. Dat is, de reputatie van die galmende betonbunker in acht genomen, toch een opmerkelijke prestatie voor een band die eerder sombere en integere songs smeedt in plaats van meezingbare rock anthems.
The National nam Vorst in een wurggreep met voornamelijk een hoop pareltjes uit hun laatste twee platen ‘High Violet’ en ‘Trouble will find me’, die omzeggens allebei even schitterend zijn. De passionele frontman Matt Berninger legde als gewoonlijk met behulp van een paar flessen wijn zijn volledige ziel in de songs. In diens stem herkenden we de begeestering van Nick Cave, de devotie van Ian Curtis en de vervoering van Stuart Staples. De broertjes Aaron en Bryce Dessner zorgden de ganse avond voor een onblusbaar knetterend gitaarvuur en een paar blazers stuwden de temperatuur naar eenzame hoogtes.
Live bleek nog maar eens hoe knap al die songs waren, wij konden omwille van de aanhoudende opeenvolging van hoogstandjes hier dan ook geen hoogtepunten van eventuele dieptepunten (die er sowieso niet waren) onderscheiden. Bloedmooie en innemende songs als “I need my girl”, “This is the last time”, “Sorrow” en ”Pink Rabbits” pakten met glans Vorst Nationaal in en deden al onze haartjes rechtstaan. “Bloodbuzz Ohio”, “Anyone’s Ghost”, “Afraid Of Everyone” en “Graceless” bereikten een ongekende intensiteit. Met “Abel” liet The National zich van hun meest loeiende kant bewonderen, Berninger sneerde en brieste alsof hij in een volbloed punkband was verzeild geraakt.
Naarmate de set vorderde werd de sfeer uitbundiger, de zaal heter en Berninger nog gekker. De bevlogen zanger kwam steeds gretiger uit zijn pijp. Dat hij in al zijn ijverigheid tijdens het extatische ‘Mr November’ er flink naast zong, vergeven we hem. Het was al verwonderlijk dat hij vanuit die enthousiaste menigte (de zot was ondertussen al in de tribunes geklommen) überhaupt nog zijn micro kon vasthouden. Berninger had tegen dan toch al lang Vorst Nationaal voor zich gewonnen, een beetje onstuimig vertier was hier nu wel op zijn plaats.

Dit was nu al bijna twee uur lang een memorabele en gepassioneerde avond die met een ultieme trap op het gaspedaal nog een keer explodeerde in het orgelpunt “Terrible Love.
Het akoestische “Vanderlyle Crybaby Geeks” bracht tot slot nog wat extra kippenvel teweeg, het was een innig mooi einde van een bijzonder sterk en uiterst bezield prachtconcert.

Organisatie: Live Nation

Een mens houdt het niet voor mogelijk, maar Kadavar komt uit Duitsland, een land dat even rock’n’roll is als een stuk schuimrubber. Er zijn gelukkig uitzonderingen die de regel bevestigen.

Het even baardige als opwindende trio Kadavar heeft al twee platen uit waarmee ze zichzelf terug in de tijd gekatapulteerd hebben naar een wereld van bronstige neanderthaler rock met gierende solo’s, loeiende drums en stampende riffs. Had je enkele duizenden jaren geleden een stelletje gespierde holbewoners een gitaar in hun harige poten geduwd, dan hadden ze er gegarandeerd een potige sound als die van Kadavar mee gesmeed.
Black Sabbath en Pentagram zijn de hoofdingrediënten die live op een hoogst energieke wijze worden herbereid tot een gloeiende hardrock stoofpot die tegelijkertijd zeer retro als verduiveld energiek is.
Er gaat splijtend vuurwerk van uit en de lange haren en dito baarden wapperen terdege in het rond. Stomende riffs, striemende solo’s en robuuste drums zorgen voor een woelige brandhaard van knetterende oerrock. Een uitbundig Kadavar houdt het strak en opwindend en kiest voor efficiënte elektriciteit in plaats van ellenlange uitweidingen. Bloedstollende tracks als “Doomsday Machine” (wat een riff!) en “Come back to life” zetten het kot in vuur en vlam en in de het spacy psychedelische “Purple Sage” wordt er Hawkwind-gewijs heerlijk uit de bol gegaan.
Kadavar bedient zich meer dan een uur lang van een kloek en heftig geluid die ze hoegenaamd niet zelf uitgevonden hebben maar waar ze wel een paar ferme kloten aan toegevoegd hebben. Belegen seventies rock is dit in geen geval, wel forse en snedige hardrock die aan een serieuze heropleving bezig is met bands als Graveyard, Radio Moscow en Rival Sons. En dat kunnen wij alleen maar toejuichen, onze luchtgitaren draaien weer overuren.

De viking metal van de Zweedse support act Year Of The Goat is niet veel soeps, beetje Iron Maiden, beetje Mercyful Fate en heel veel cliché’s. Met maar liefst drie gitaren fabriceren ze nog geen derde van het voltage dat door Kadavar wordt voortgebracht.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4313
Organisatie: Heartbreaktunes (ism Trix, Antwerpen)

 

dinsdag 12 november 2013 02:00

Bob Dylan - Tamme Dylan

Omdat wij tonnen respect hebben voor het fenomeen Dylan, omdat de meester een heuse shitload aan schitterende songs en briljante albums heeft gemaakt tijdens zijn indrukwekkende carrière, omdat het (Lou Reed in gedachten) omwille van zijn gezegende leeftijd van 72 wel eens de laatste keer zou kunnen zijn dat we de legende live aan het werk konden zien. Daarom, beste mensen, zijn wij zondag naar Vorst getrokken. Wisten wij veel dat we van een kale reis zouden terugkeren.

Na vanavond vinden wij het toch een beetje eigenaardig dat Dylan steeds verkondigt dat optreden zijn leven is en dat hij er mee zal doorgaan tot op het bittere eind, gewoon omdat dat hetgeen is wat hij het best kan en het liefst doet. Enige vorm van speelplezier viel alleszins niet af te leiden uit zijn apathische houding op het podium, hij gaf een verveelde indruk en werkte zich routinematig doorheen zijn songs, alsof het een verplicht nummertje was.

Bovendien was hij al stipt om 20.00 hr aan de klus begonnen terwijl het publiek nog volop aan het binnenstromen was. Hoe sneller hij er van af was hoe vroeger hij zijn bed in kon, zo leek het wel. Er waren weinig tekenen van emotie of bezieling te bespeuren bij de eens zo bevlogen rasartiest. De gitaar liet hij volledig links liggen en maar sporadisch haalde hij de mondharmonica boven.
Hij nam vrijwel de ganse set plaats achter zijn keyboard en ging af en toe stokstijf voor de microfoon staan.
Ook vocaal zat hij met een hardnekkige kikker in de keel, zijn stem bleek geëvolueerd van die typische nasale en begeesterde reutel naar een eentonige baritongrom waarin nog weinig animo weerklonk. Onsterfelijke songs als “Blowin’ in the Wind” en “Simple twist of Fate” werden ondermeer door die rochelstem de nek omgewrongen. Op de koop toe had hij kennelijk ook nog zijn groep aan banden gelegd, de ongetwijfeld zeer bedreven muzikanten speelden de ganse avond met de handrem op.
Door de sobere opzet van het podium en een zeer povere verlichting viel er visueel weinig te beleven, Dylan was ook letterlijk een schim. Nu, een heuse lichtshow hadden we niet verwacht of gehoopt bij Dylan, hier zou de muziek op zich overtuigend genoeg moeten zijn. Let wel, soms was dit ook zo, maar de begeesterde momenten waren te schaars, toch zeker voor een artiest van dit kaliber. Aangename opflakkeringen in deel één waren het lekker rollende “Duquesne Whistle”, een zinderend “Pay in Blood” en een boeiend “Love Sick” waarmee de ouwe eindelijk op dreef leek te komen. Dan toch, dachten we, maar onze vernieuwde hoop werd algauw terug in de kiem gesmoord toen Bob doodleuk een pauze aankondigde. Pauzes worden wel vaker ingelast bij dergelijke oudjes, maar het blijven dooddoeners voor ieder concert.
Na de koffie (bij dergelijke concerten lijkt een koffiepauze ons meer toepasselijk dan een stormloop op de biertoog, Dylan is al lang geen rock’n’roll meer) waren er enkele bekoorlijke momenten met “Forgetful Heart” en “Scarlet Town”, mooie ballads waarin plots wel een krop emotie kwam bovendrijven. Ook de onvervalste blues “Early Roman Kings” was nog een hartverwarmend hoogtepunt, maar dat was het dan zo een beetje. Het viel ons trouwens op dat Dylan op zijn scherpst klonk in zijn meest recente songs uit ‘Tempest’, een album dat wij nochtans geen hoogvlieger vonden. Het waren dan ook de enige songs die er live beter uitkwamen dan hun studioversie. Over de rest konden we kort zijn : de plaat is beter.

Dylan liet zijn publiek achter met een zweem van vertwijfeling en we merkten in de wandelgangen dan ook weinig enthousiaste reacties op. Doch niemand durfde het echt aan om zich helemaal negatief uit te drukken. De verbouwereerde fans hadden het hier immers over de ontzagwekkende Bob Dylan, en die zou wel eens vanachter hun schouder kunnen meeluisteren om hen vervolgens een genadeloos nekschot toe te dienen. Sommigen vonden het jammer dat Dylan zijn bekendste songs in de kast liet. Daar hadden wij dan weer geen probleem mee, het maakte ons niet uit wat hij speelde (excellente songs genoeg), als hij er maar genoeg geestdrift en passie in zou leggen. Maar daar wrong nu juist het schoentje vanavond, er zat te weinig ziel of begeestering in, het was allemaal een beetje vlak, we zouden zelfs voorzichtig het woord saai in de mond durven nemen.

Geen goed rapport dus, en zeker niet voor iemand die de naam Dylan draagt. Pensioen is een optie.

Organisatie: Gracia Live

vrijdag 01 november 2013 02:00

Lightning Bolt

Na al die jaren komt Pearl Jam al lang niet meer verrassend uit de hoek, maar dat is ook hun betrachting niet. De band heeft altijd al garant gestaan voor solide rock en heeft steevast degelijke tot ijzersterke albums afgeleverd waarop stevige rockers worden afgewisseld met behaaglijke ballads die telkens gespaard bleven van overdreven sentiment.
Pearl Jam maakt het soort muziek waarvoor de term ‘tijdloos’ werd uitgevonden, het is een band die stadions vult zonder stadionrock te maken, een rockband pur sang die geen explosies, gigantische videowalls of overstelpende lichtshows nodig heeft om een publiek voor zich te winnen. Eenvoud, efficiëntie en een rock’n’roll hart op de juiste plaats, dat vat de groep kernachtig samen. ‘Lightning Bolt’ is daar alweer een mooie weerslag van.
We mogen dan ook spreken van een coherente Pearl Jam plaat waarbij we de term Pearl Jam als een kwaliteitslabel mogen aanschouwen. Klassiekers van het kaliber ‘Alive’ of ‘Black’ vinden we misschien niet terug, maar opvulling evenmin. Er zit flink wat vaart achter gevatte rockers als “Getaway”, “My father’s son” en vooral het furieuze “Mind your manners”, dat een prompte en nog steeds kwade Eddie Vedder verraadt.
De gloeiende rocksongs hebben duidelijk postgevat in de voorste gelederen, daarachter wordt plaatsgemaakt voor meer mijmerende tracks. Vedder legt zijn zieltje bloot in fluwelen songs als “Sirens” en “Yellow Moon”, rockballads waar Pearl Jam altijd mee wegkomt zonder liters stroop te moeten aanvoeren.   
Het enige waar we wat moeite mee hebben is de hoes. Daar waar Pearl Jam op de voorganger ‘Backspacer’ nog uitpakte met bijzonder fijn artwork, komen ze nu aanzetten met een spuuglelijk bliksemlogo. Maar goed, naar een hoes luister je niet.

vrijdag 01 november 2013 02:00

Forever Becoming

Het voordeel van instrumentale post-metal is dat je geen schreeuwerige zanger hebt die de zware gitaren, de forse riffs en de gelaagde songstructuren komt verstoren met ergerlijke grunts of misplaatst metal gegrom. Natuurlijk moet de muziek op zich dan wel sterk en potig genoeg zijn om er een ganse plaat de spanning en de drive te kunnen inhouden. Een opgave waar Pelican wederom met verve in geslaagd is.
Tussen de loden riffs in wordt er voldoende ademruimte gehouden voor fijngevoelige soundscapes. ‘Forever Becoming’ is een plaat die tegelijkertijd heavy en sensitief is, gitaren schakelen moeiteloos over van geraffineerd naar heftig en weer terug.
Het is al door meerdere bands gedaan, maar Pelican lijkt toch één van de meest behendige beoefenaars van het genre. Hun songs, 8 doorwinterde lappen post-metal in dit geval, staan als een huis.

Pagina 56 van 112