logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
Hooverphonic
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 11 juli 2013 02:00

Sunbather

Als we zien op de website Anydecentmusic dat deze plaat overal de hemel in geprezen wordt en van de betere muziekpers enorm hoge scores krijgt, dan is dit op zijn minst iets wat onze aandacht opeist.
Doch, we merken vooral dat dit geen hapklare brok is, en bij momenten zelfs een regelrechte aanslag op de trommelvliezen. Dit is loeiharde compromisloze shoegaze metal met schreeuwzang en post rock uithalen. Dus helemaal niet voor gevoelige oren bestemd, laat staan de radio. Velen zullen trouwens al snel afhaken bij het horen van zoveel lawaai. Maar voor doorzetters is er goud te bespeuren, al zit dat wel veelal verscholen achter verschroeiende noise en angstaanjagende death metal.
‘Sunbather’ is een interessante en creatieve interactie tussen post rock en de meest extreme metal, maar het vergt wat moeite om achter de razernij en agressie de muzikale rijkdom te bespeuren.
De voltallige pers mag dan al compleet overstag zijn gegaan, wij zijn er nog niet uit en hebben er voorlopig nog wat moeite mee om dit te verteren.
‘Sunbather’ heeft iets mythisch, dat is duidelijk, maar het is zware kost, heel zware kost. Doch oordeelt u vooral zelf.

zondag 14 juli 2013 02:00

Earthless - Gitaren in overvloed

Earthless - Gitaren in overvloed
Earthless, Atomic Bitchwax, Mirror Queen
Centrale
Gent

Wie niet echt bestand is tegen een overvloedige portie gitaren kon vanavond maar beter wegblijven uit De Centrale, want hier hebben we met drie woeste bandjes uit de Teepee Records stal wel erg veel van het goede gekregen.

Om te beginnen was daar de klassieke hardrock van Mirror Queen. Thin Lizzy in een stonerrock badje, 2 gitaren die om beurten soleerden en songs die uit het grote hardrock boek gehaald werden. Verdienstelijk, maar toch een beetje te clichématig om echt te blijven hangen, temeer omdat ook de vocale capaciteiten van een eerder bedenkelijk niveau waren.

Dan liever Atomic Bitchwax die wij niet beter konden samenvatten dan ‘hard rock met een flink stel ballen’. Een powertrio die een elektrische kracht teweegbracht die wij ook gewaarworden bij die steeds legendarische sets van Karma To Burn, met dat verschil dat hier, naast een pak geweldige riffs, wèl duchtig gesoleerd en gezongen werd. Beukende, luide en opwindende stonerrock met een ongebreidelde punkspirit.

We werden echter helemaal omvergeblazen door de vlijmscherpe psychedelische trance rock van het fantastische Earthless, een band die zweert bij songs die eigenlijk oneindige gitaarsolo’s zijn. Geen vocals, wel één lange bedwelmende gitaartrip van meer dan een uur waar wij hoe langer hoe meer van onder de indruk waren (of in trance als u wil). Moeilijk te beschrijven, maar denk aan Hendrix, Kyuss en Hawkwind ondergebracht in één lange gitaarsolo. Enkel in de bisronde mocht de microfoon nog eens dienst doen voor een gloeiende versie van The Groundhogs hun beste song “Cherry Red”.
Fenomenale set !

Nog nooit tevoren hebben wij op één avond zo een overdaad aan gitaren meegemaakt, maar wij vonden het wonderlijk.

Toch nog een bemerking voor de organisatie, volledig losstaand van de geweldige muzikale prestaties van de avond : gelieve dringend een loodgieter te inviteren om een paar hardnekkige verstoppingen weg te werken, want de stank in De Centrale was bij momenten ondraaglijk. Niet alleen de rokers verlieten de zaal tussen de optredens door, maar het ganse kot liep telkens leeg op zoek naar wat verlossende frisse lucht.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/earthless-12-07-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/mirror-queen-12-07-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/atomic-bitchwax-12-07-2013/

Organisatie: Democrazy, Gent (ism Heartbreaktunes)

Steve Winwood’s setlist was een mooi overzicht van diens lange carrière met verrassend veel aandacht voor het werk van zijn voormalige bands Spencer Davis Group, Blind Faith en Traffic. Minder solo werk dus, en opvallend genoeg al helemaal niets uit zijn bekendste soloplaten uit de jaren tachtig ‘Arc of A Diver’ en ‘Talking Back to the night’.

Geen mens die hierom maalde, want dankzij een goedgeluimde Winwood en een werkelijk schitterende begeleidingsband was dit een optreden om van te smullen. De hits van Spencer Davis Group (“I’m a man”, “Keep on Running” en helemaal op het einde “Gimme Some Lovin’”) gingen er vlotjes in en zorgden voor een uitgelaten sfeertje bij het toch wel ‘oude’ publiek (ondanks onze 47 lentes voelden we ons piepjong wanneer we alle grijze haren rondom ons aanschouwden).
Maar het was vooral met het werk van Blind Faith en Traffic dat Steve Winwood en zijn uitmuntende band schitterden. Met een halve gorilla (Café De Silva) als extra percussionist klonk de band bij momenten zeer soulvol en funky en zat er flink wat groove in de set. Winwood zijn soulvolle stem (weinig blanken kunnen zoveel soul in hun stem leggen) was onaangetast gebleven en uit zijn authentieke sixties orgel wist hij klanken te halen die ons ook al naar vervlogen tijden deden hunkeren. De meest briljante muzikant was echter met voorsprong Paul Booth die fantastische klanken haalde uit saxofoon, fluit en keyboards. Ook al had het gezelschap met José Neto een fenomenale gitarist in de rangen (die een prachtsolo leverde in de Traffic song “Low spark of high heeled boys”), het plezierde ons enorm dat Winwood zelf de gitaar ter hand nam om er een portie heldere seventies rock uit te puren met de Blind Faith klassiekers “Can’t find my way home” en “Had to cry today”. Het typeerde de veelzijdigheid van deze rasartiest, die niet alleen een begenadig songschrijver en dito pianist is, maar ook nog eens een genie op gitaar.

Een paar minpuntjes misschien : “Fly” werd heel netjes en perfect afgewerkt maar klonk helaas ook een beetje vlak en saai,  “Higher Love” mondde ook niet echt uit in het verhoopte feestje en in de Traffic song “Light up or leave me alone” kregen alle muzikanten een beetje te veel tijd en ruimte voor hun obligate solomomentje (vooral die drumsolo was er voor ons te veel aan) waardoor de song wat zoek raakte tussen een overdaad aan virtuoze hoogstandjes.
Een uitmuntend “Dear Mr Fantasy”, waarin Winwood alweer een briljante gitaarsolo uit zijn mouw schudde, maakte alles weer in één klap goed en de Traffic klassieker kroonde zich zo tot het absolute hoogtepunt van de avond.

Het viel ons op dat het gros van de setlist bestond uit heerlijke versies van onsterfelijke songs die inmiddels al ouder zijn dan 40 jaar. Hoegenaamd geen garantie dus voor eventueel splijtend nieuw werk van Meneer Winwood, maar wel goed voor een avondje nostalgie van de bovenste plank.

Ook nog een pluim voor het Belgische beloftevolle bandje Sir Yes Sir, die het halfbejaarde volkje wel even deed opschrikken met een stevig naar rechts gedraaide volumeknop, maar die een handvol puike songs in petto had die werden opgefleurd met een gejaagde saxofoon als aangename stoorzender. Iets om in de gaten te houden.


Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/steve-winwood-09-07-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/sir-yes-sir-09-07-2013/

Organisatie: OLT Rivierenhof, Deurne (ism Arenberg, Antwerpen )

George Thorogood and The Destroyers - Onsterfelijke Boogie rock
George Thorogood and The Destroyers
OLT Rivierenhof
Deurne

Die goeie ouwe George Thorogood en zijn getrouwe Destroyers staan altijd garant voor een lekker rock’n’roll feestje op zijn Amerikaans. ‘t Is te zeggen, George is de baas, de showman en de entertainer, The Destroyers zijn de onmisbare ruggengraat, rock’n’roll is het recept. Simpel, maar uiterst efficiënt, en dat in The Destroyers hun geval nu al meer dan 35 jaar.

Natuurlijk is een gig van deze gasten voor 100 % voorspelbaar, men weet waar men zich kan aan verwachten, tot de setlist toe, maar men wordt toch altijd overstelpt door zoveel klasse.
Met een pak aangename videoprojecties weet George vanavond zijn show nog wat feller in te kleuren, maar natuurlijk is die heerlijke slide gitaar toch weer de ster van de avond. Thorogood laat het ding snijden en duchtig soleren zoals alleen hij dat kan, de vaart blijft er steeds in zitten en de rock’n’roll spat eruit.
Thorogood eert zijn helden Bo Diddley, John Lee Hooker, Willie Dixon, Johnny Cash en Elmore James met splijtende boogie versies van “Who do you love”, “One bourbon one schotch one beer”, “Seventh Son”, “Cocaine Blues” en “Madison Blues”. Het zijn allen onsterfelijke songs die hier van een extra portie vuur voorzien worden.  Dat is de sterkte van Thorogood, hij laat stokoude rock’n’roll en bluessongs steeds spetteren en zet deze met splijtende versies naar zijn hand. 
Naast al die klassiekers heeft Thorogood in die 35 jaren toch ook enkele eigen songs met poten en oren op de wereld gezet. Twee kanjers die in het OLT niet mogen ontbreken zijn uiteraard “I drink Alone” en het altijd opzwepende lijflied  “Bad to the Bone”, de publiekslieveling die op geen enkel van zijn setlisten overgeslagen wordt.

Met zijn simpele rock’n’roll formule weet Thorogood vanavond alweer het publiek volledig in te palmen en daar kan een plensbui weinig aan veranderen. Voor een portie vettige rock’n’roll laten we ons nog altijd graag nat regenen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/george-thorogood-02-06-2013/

Org: OLT Rivierenhof, Deurne (ism Arenberg, Antwerpen)

donderdag 20 juni 2013 02:00

13

Het mag een heus wonder heten dat de heren van Black Sabbath nog zo een vitale plaat weten op de wereld te zetten. Toni Iommi is nog steeds herstellende van kanker en Ozzy zou hervallen zijn in zijn alcoholverslaving, en de man was al een wrak. Maar goed, van de teksten moest hij zich niets aantrekken, want die werden als vanouds geleverd door bassist Geezer Butler, en het muzikale brein achter de groep is nog steeds Tony Iommi die met zijn splijtende en logge riffs het legendarische geluid van Sabbath hier met verve in ere houdt. Enkel originele drummer Bill Ward bedankte voor dit reünie feestje. Hij werd vervangen door Rage Against The Machine’s Brad Wilk, een man die ook wel een aardig potje weet door te meppen.
Het grote geheim achter deze ferme plaat is nog maar eens Rick Rubin, de producer die steevast nieuw leven uit oude fossielen weet te halen. Hij is er immers in geslaagd om Sabbath te doen klinken als in hun beste dagen (lees de eerste zes platen anno 1970-75) en dat is iets wat we nooit hadden durven hopen.
‘13’ is verrassend heavy, nergens banaal, en geeft de meeste volgelingen in het genre het nakijken. De potige metal die Sabbath ons hier voorschotelt in monstersongs van om en bij de 8 minuten, klinkt bijzonder fris en stevig. De ouwe rockers creëren verrassend genoeg een robuuste sound die nergens hun gezegende leeftijd verraadt (zelfs die van Ozzy niet), alle songs (8 stuks, of 12 voor de houders van de deluxe edition zoals dat dan heet) zijn beresterk, er is hier van overbodige vulling geen sprake en dat is op zijn minst erg bewonderenswaardig. Ook het enige rustpuntje “Zeitgeist”, het broertje van “Planet Caravan” zeg maar, staat hier mooi te pronken tussen al dat bronstige geweld.
Heel sterke come back. Hoe ze dit live voor mekaar gaan krijgen is andere koek. Eén ding is zeker, er zullen ettelijke zuurstofpullen aan te pas komen.

woensdag 19 juni 2013 02:00

The Killers - De grote karaoke show

Het is nu wel heel duidelijk dat The Killers, ooit een vinnig bandje, al hun pijlen gericht hebben op de stadions en grote festivalpodia. Ze hebben met ‘Battle Born’ een plaat uit die stijf staat van de Las Vegas kitsch en waarop een opgezwollen sound het gebrek aan goede songs moet verdoezelen.

In Vorst pakten ze uit met een bombastisch geluid, een kitscherige show en een jukebox verpakking voor quasi al hun songs. Het moest en zou een feestje worden waarbij gretig (onophoudelijk zelfs) in de handjes werd geklapt worden en volop werd meegezongen. Niets voor ons, want wij gaan doorgaans naar een concert om een lekkere pot rockmuziek te horen, karaoke is nooit echt ons ding geweest. Het gros van het volk had er blijkbaar helemaal geen erg in en vond alles fantastisch, ook al was het geluid, zeker in het begin van de set, van een erbarmelijke kwaliteit.
Wat voor een brompotten zijn wij eigenlijk om een luid meejuichende menigte tegen te spreken. Het volk kreeg immers wat het wou, een goed geoliede hitmachine, een razend tempo en een bedrijvige frontman Brandon Flowers die Regi- gewijs de mensen in de juiste sfeer bracht. We hadden bij momenten het gevoel dat we hier op een Ketnet happening waren.
We moeten The Killers wel toegeven dat ze onmiddellijk in hun opzet slaagden, want het boeltje ontplofte al meteen met als startschot één van hun grootste prijsbeesten “When You were young”, een song die nochtans erg leed onder het gevreesde bunkergeluid van Vorst Nationaal, doch wij waren blijkbaar de enige die daar last van hadden. Een handvol melige songs uit die nieuwe plaat wakkerden ons sceptische gevoel alleen maar aan en toen The Killers een botsauto-versie van “Shadowplay” brachten, compleet met imposante lichtshow, hadden ze het bij ons helemaal verkorven. Als Ian Curtis zou gehoord en gezien hebben wat ze hier met zijn song aanvingen, hij hing zichzelf nog een keer op.
Van dan af hoefde het voor ons niet meer, the Killers speelden nog een resem hits en het publiek werd alsmaar uitbundiger, maar wij gingen de toog opzoeken, kwestie van onze frustratie door te spoelen want wij hadden echt wel hoge verwachtingen van dit concert (hoe onterecht hoopvol een mens soms kan zijn).

The Killers waren vanavond een circusact, geen rockgroep …

Neem gerust een kijkje naar de pics via Universal Music
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-killers-17-06-2013/
Organisatie: Live Nation

Bij de laatste passage van Sonic Youth in de AB hadden we al een beetje het gevoel dat de sleur in de groep zat. Het combo had met ‘The Eternal’ nochtans een schitterend werkstukje gemaakt maar we konden ons niet van de indruk ontdoen dat ze op het podium half op automatische piloot stonden te spelen. Hoe erg we dat ook vonden, het was misschien wel het moment om de stekker er uit te trekken.
Na zijn breuk met Kim Gordon is Thurston Moore niet bij de pakken blijven zitten en heeft hij met Chelsea Light Moving een denderend nieuw plaatje gemaakt die de gruizige sound van zijn voormalige band niet trachtte te ontlopen. Waarom zou hij ? Het is zijn sound!

En kijk, met zijn nieuwe band lijkt het wel alsof Thurston Moore herboren is. Chelsea Light Moving speelde met de spontaniteit en onbezonnenheid van een beginnend groepje. Moore heeft de jonge punk in zichzelf teruggevonden, zijn songs klonken alsof ze ter plaatse werden uitgevonden, vuil, rammelend, snerend en noisy. Er werd gretig buiten de lijntjes gekleurd en naast de pot gesmost, net als Sonic Youth in hun prille beginperiode. Moore’s gitaar kraakte, scheurde en piepte langs alle kanten, de distortion en feedback maakten overuren. De hel voor muziekpuristen die alles netjes en opgekuist willen hebben, de hemel voor Sonic Youth fans van het eerste uur.

Dit was een vlammende live set waar grunge, punk en noise elkaar tegenkwamen en er hevige vonken uitspatten. Na een dik uur hielden ze het al voor bekeken, niet verwonderlijk als je weet dat ze nog maar één plaatje uit hebben, en bovendien sierde het Thurston Moore dat hij zich niet liet verleiden tot het spelen van Sonic Youth songs. Hoedje af.
Hier stond echt een nieuwe band op het podium, met de gedrevenheid en het enthousiasme van jonge punks.
Chelsea Light Moving zal nog eens de gitaren komen geselen op het Cactusfestival deze zomer op 12 juli 2013. Niet te missen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/chelsea-light-moving-13-06-2013/

Organisatie: Trix , Antwerpen

donderdag 06 juni 2013 02:00

Fain

Wolf People is ook weer zo een groepje die de retro politie op bezoek heeft gehad en op geen enkele overtreding betrapt werd. Ze draaien, net als op voorganger ‘Steeple’, de klok maar liefst een veertigtal jaren terug en laten zich hier geregeld op een Jethro Tulleke betrappen. Toch klinkt het alweer fris en dat omwille van de diverse muzikale vernuftige ingrepen, fijne hoogstandjes en welgekomen afwisselingen.
De songs zijn fris en complex tegelijkertijd. U moet al wat hippie voer kunnen verdragen (beetje prog rock, snuifje psychedelica, streepje blues, geutje folk) om dit te appreciëren, maar u zal merken dat er hier hele mooie dingen worden geserveerd. Er wordt nooit over de rooie gegaan en ellenlange songs en solo’s van een kwartier worden wijselijk geweerd. Gebeurlijk worden de gitaren eens wat harder gezet en dan komt Black Sabbath aan de oppervlakte piepen.
Back to the seventies, dat is duidelijk!

donderdag 06 juni 2013 02:00

Discipline + Desire

Er is nogal wat buzz geweest de laatste maanden rondom die geweldige debuutplaat van Savages. Maar u moet weten dat er ginder in de UK nog zo een postpunk meidengroep rondloopt die een straffe door de eighties beïnvloede plaat heeft gemaakt.
Wax Idols is de naam van de band en ‘Discipline + Desire’ is al hun tweede album. Het eerste ‘No Future’ was een plaatje die een pak snerende punksongs in petto had, deze keer gaat het meer richting postpunk met flarden Cure, Slits en nog maar eens Siouxsie & The Banshees. Frontdame Hether Fortune, drijvende kracht achter Wax Idols, neigt zelfs in de meer poppy songs naar Chrissie Hynde (”Dethrone”) en naar het meer gedreven werk van The Bangles (“The Cartoonist”). Bovenal is het een dame met pit die een stel overtuigende songs bijeengeschreven heeft.
Al haalt ‘Discipline + Desire’ net niet het adrenalineniveau van ‘Silence Yourself’, Wax Idols is een stel meiden die veel meer verdienen dan zomaar in de schaduw van Savages te lopen.

Neil Young & Crazy Horse - Zot paard nog steeds in bloedvorm
Neil Young & Crazy Horse
Vorst Nationaal
Brussel

Wij hebben onze Neil het liefst als hij Crazy Horse van stal haalt, en dat was al een tijdje geleden. Vorig jaar schrokken wij ons wel een hoedje toen hij met Crazy Horse het onding ‘Americana’ op de wereld losliet, een absoluut te mijden vehikel gevuld met tenenkrullende volksliedjes. Hij maakte zijn miskleun echter onmiddellijk goed met de dubbellaar ‘Psychedelic Pill’ waarop zijn paard terug in bloedvorm verkeert. Veelbelovend dus met het oog op zijn tournee met Crazy Horse, wij moesten er dus wel bij zijn in Vorst, ook al hebben wij daarvoor heel diep in onze beugel moeten tasten. Als den ouwen via peperdure tickets zijn pensioen veilig wou stellen, dan kon hij godverdomme maar zien dat zijn concert onze zuurverdiende centen waard was, de trekzak.

Met het lange “Love and only love” als opener, waarop de gitaren al volledig loos gingen, wisten we al meteen dat deze band moeiteloos aan onze hoge verwachtingen zou tegemoet komen. De klassieker “Powderfinger” en het nieuwe “Psychedelic Pill” stoomden al even driftig door en het bijna twintig minuten durende hoogtepunt “Walk like a giant” was Crazy Horse op zijn best, met huilende, knarsende en gierende gitaren. De song mondde uit in een gitaareruptie met heuse Sonic Youth allures en ging over in een denderend onweer. Geen band die zo overtuigend de donder uit gitaren kan doen knallen als Crazy Horse.
We waren nog maar een kleine drie kwartier ver en we hadden al grootse dingen meegemaakt. Het niemendalletje “Hole in the sky”, een tot op heden onuitgegeven song (houden zo, Neil), kwam onnodig de boel verstoren maar Neil’s akoestische solomomentje deed dat minpuntje snel vergeten. Het pareltje “Comes a Time” en de Dylan cover “Blowin’ in the wind” brachten even met succes de hippie in Neil Young terug naar boven.
Young was bovendien redelijk goed bij stem, een begenadigd zanger is ie nooit geweest, maar vanavond sloeg hij tenminste nooit aan het janken, wat hij op zijn platen wel eens durft te doen. Enkel bij het ook al onuitgegeven en stroperige “Singer without a song” dachten we even van “hij gaat er toch niet aan beginnen, hé”, maar toen de stekker er terug inging voor het fenomenale “Ramada Inn”, weer zo een knoert van ruim boven de 15 minuten, was onze vrees meteen in de kiem gesmoord.
Het onvermijdelijke en niet stuk te krijgen “Cinnamon Girl” was de aanzet voor alweer een hoogtepunt, “Fuckin’ Up”. Crazy Horse scheurde, ramde en barste open met heuse orkaankrachten. Ook met “Welfare Mothers” en “Mr Soul”, de snedige garagerocker uit de Buffalo Springfield periode, waren we aangenaam verrast.
En dan die finale ! Het apocalyptische en brutale anthem “Hey Hey, My My” deed het boeltje hard en ruw openscheuren. Een atoombom van een song die de zaal binnenstebuiten keerde.
De extraatjes “Roll another number” en “Everybody knows this is nowhere” namen we er graag bij, doch echt onvergetelijk waren ze niet. Als bisnummer zorgden ze niet voor de verhoopte climax, maar tegen dan waren we toch al lang overdonderd door zoveel klasse en scheurend gitaargeweld.

Natuurlijk misten we een handvol klassiekers (“Cortez The Killer”, “Like a Hurricane”, “Cowgirl in the Sand”, “Down by the river”,…) maar Neil en zijn fantastische Crazy Horse hadden ons meer dan twee en een half uur splijtende rockmuziek bezorgd, dus gaan we niet morren om hetgeen we niet gehoord hebben.

Organisatie: Gracia Live

Pagina 61 van 111