logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op 1 april 2026 Dressed like boys, Frans Kalk, Ha Concerts, Gent op 2 april 2026 Luna, Line, Club Wintercircus, Gent op 2 april 2026 Wild style: a night w/ Grandmaster Caz,…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (45 Items)

The Broken

Undone Of All Hope

Geschreven door

De Belgische postpunkband van The Broken kwam nog niet vaak op onze radar, maar met hun debuutalbum ‘Undone Of All Hope’ verdienen ze mijn en uw aandacht.
Over de voorgeschiedenis van The Broken vinden we online weinig terug, maar ze spelen al even concerten in het clubcircuit. Hun inspiratie en delen van hun sound vonden ze bij Joy Division, The Cure en The Sound. Deze band heeft de klassieke rockbandbezetting, aangevuld met synths. Soms zitten die laatste wat verstopt in het geluid. De gitaren primeren heel vaak. De lyrics zijn niet altijd makkelijk te volgen en aan hapklare refreinen doen ze bij The Broken meestal niet. Wel is het meteen duidelijk dat de lyrics dezelfde melancholie en donkerte vertegenwoordigen als de muziek.
Bij het horen van dit album refereer ik graag naar genre- en landgenoten als D:Zine, Der Klinke en Star Industry. Met die bands zijn er alvast meer overeenkomsten dan verschillen. Productioneel wordt er weinig extra aan het bandgeluid toegevoegd. Deze opnames zijn waarschijnlijk een heel eerlijke weergave van hoe The Broken live klinkt, maar in de studio mag er wat ons betreft al eens aan een paar knopjes meer gedraaid worden.
“Into The Abyss” mag het album openen met een punchy intro met wat drama, daarna zakt deze track een beetje in. Het is misschien wat lang wachten op de te verwachten riffs uit de gitaar. “Reflections” heeft een pittig, dansbaar tempo, zoals ze dat ook bij Customs, The Giant Low en Bloc Party doen als ze naar de jaren ’80 kijken. “Pride” is geen cover van U2, maar flirt bij momenten wel met de oer-gitaarsound van The Cure. “To Be The Middle Of The Universe” heeft ook al het gitaargeluid van The Cure, maar dan van een latere periode, aangevuld met vocalen die van The Editors hadden kunnen komen. Op de tragere tracks weten de vocalen niet altijd even vlot te overtuigen, omdat ze dan ‘bloot’ liggen.

Alles samen is ‘Undone Of All Hope’ een prima album. The Broken heeft een mooie basis gelegd om op voort te kunnen bouwen. Uit de lyrics spreekt – eigen aan het genre – weinig hoop en vertrouwen, maar wij zien een interessante toekomst voor The Broken. Voor de liefhebbers is dit debuutalbum ook beschikbaar op vinyl.

https://thebrokenband.bandcamp.com/album/undone-of-all-hope

Declan McKenna

Declan McKenna - Glanzende en gelaagde sympathie

Geschreven door

Declan McKenna - Glanzende en gelaagde sympathie

Een experimentele en psychedelische reis met de rem licht ingedrukt... Dat is in een notendop wat Declan McKenna ons voorschotelt met zijn recente derde album ‘What Happened to the Beach?’ (2024). Hij lijkt muzikale paden te verkennen die ons live wel eens aangenaam kunnen verrassen. Het was aan ons om daarover te oordelen in de Ancienne Belgique.

Omgeven door doeken die ijsschotsen voorstelden, gaf Declan McKenna met zijn vijfkoppige band een spetterende aftrap met het gloednieuwe "Sympathy". De fans zongen luidkeels mee, bewijzend dat ze hun huiswerk gemaakt hadden. Het opgewekte tempo zette zich voort in "Why Do You Feel So Down", dat zelfs de meest ongeïnteresseerde ziel niet onberoerd liet.
Tijdens het geweldige "Mulholland’s Dinner and Wine" en "WOBBLE" verkende McKenna een meer experimentele klank. Een ontspannen en zelfverzekerde frontman imponeerde met "The Kids Don't Wanna Come Home" en liet zijn drummer schitteren met een knetterende drumsolo. Een eerste hoogtepunt van de avond kwam vroeg met het ijzersterke "The Key to Life on Earth", gevolgd door een met een blues-solo ingeleide "I Write The News".
McKenna's diepe bewondering voor David Bowie kwam opvallend naar voren tijdens "Make Me Your Queen" en het excentrieke "Mezzanine". De intensiteit zwol verder aan met het snelle "Isombard" en het heerlijke "Beautiful Faces". Het hele publiek ging pas echt los bij de publiekslieveling "Brazil", waarbij elke letter luidkeels werd meegezongen.
Het nieuwe nummer "Nothing Works" was al even aanstekelijk en liet niemand onberoerd. Met het rustige "You Better Believe!!!" kon het publiek even op adem komen, voordat McKenna de piano besteeg voor "Be An Astronaut". Het deed denken aan David Bowie, Elton John en Rufus Wainwright, met een vleugje Queen. Het zachte landen werd gevolgd door een rake heropleving met "It’s an Act", waarbij ontelbare smartphonelampjes de zaal vulden met een magische gloed.
De encore begon wat aarzelend met "Eventually, Darling", maar McKenna herpakte zich snel en liet de boel nog eens knallen met "The Phantom Buzz (Kick In)". Zoals altijd sloot hij af met het frisse "British Bombs", waarbij hij het publiek trakteerde op enkele sprintjes en een sprong in de lucht.

McKenna sloot een glansrijke avond af met bruisend enthousiasme en overtuiging. Zijn perfect uitgebalanceerde set van oud en nieuw, gecombineerd met zijn volwassen podiumuitstraling en sterke muzikale vaardigheden, maakten zijn optreden in ons land weer onvergetelijk. We kijken nu al uit naar zijn optreden op Rock Werchter op vrijdag 5 juli.

Setlist: Mystery Planet Pt. 2 - Sympathy - Why Do You Feel So Down - Mulholland’s Dinner and Wine - WOBBLE - The Kids Don't Wanna Come Home - Elevator Hum - The Key to Life on Earth - I Write the News - Make Me Your Queen - Mezzanine - Isombard - Beautiful Faces - Nothing Works - Brazil - You Better Believe!!! - Be an Astronaut - It’s an Act — Paracetamol (Tour Debut) - It Takes 4 - The Phantom Buzz (Kick In) - British Bombs

Organisatie: Live Nation ism Ancienne Belgique, Brussel

Ken

1986 -single-

Geschreven door

Ken Weckhuysen kennen we inmiddels als de oprichter van de Belgische powermetalband Dhalya waarvan we al de veelbelovende demotracks mochten horen. Behalve voor powermetal heeft Ken ook een passie voor hardrock en hairmetal uit de jaren ’80 en in dat genre heeft hij een eerste single uitgebracht.
‘1986’ is als songtitel een verwijzing naar de typische pedal note riffs van die tijd. Denk aan een instrumentale versie van Scorpions, Van Halen, Lynch Mob, Dokken en Mötley Crüe en dan zit je al op het goede spoor. In dat tijdvak had je nog echte gitaarhelden die een song konden schrijven zonder lyrics en die hun snaren lieten praten/zingen: Joe Satriani, Carlos Santana, Mike Oldfield, … een ambacht dat vandaag nauwelijks nog beoefend wordt, ook al maakt de hardrock van die periode nu opnieuw opgang. In eigen land hebben we bijvoorbeeld Cardinal en Mr Myst die hier de nieuwe vaandeldragers zijn, maar dan met een volledige band en met vocalen. Internationaal heb je dan onder meer Big Red Fire Truck en dergelijke.
Deze “1986” is een feest voor wie houdt van de hardrock van de eerder aangehaalde bands. Wie kan genieten van een stevige melodielijn en lange agressieve solo’s, is hier aan het juiste adres. Hoe goed de gitaarpartijen ook zijn, Ken kan niet verstoppen dat dit een eenmansprojectje is. De bas- en drumpartijen zijn bijvoorbeeld wel heel basic. Met wat extra variatie daarin, kan hij zichzelf een springplank bieden om op gitaar nog ‘verder’ te springen.
“1986” is een mooi begin en we zijn benieuwd waar dit naartoe kan leiden. Een EP? Een tweede band voor Ken naast Dhalya? Uitgenodigd worden op albums van andere bands en artiesten? Alle pistes liggen nog open.

https://music.youtube.com/watch?v=JwKtUs7nVK4

Tiken Jah Fakoly

Tiken Jah Fakoly - Een wervelend dansfeest met een boodschap

Geschreven door

Tiken Jah Fakoly - Een wervelend dansfeest met een boodschap

De beste manier om je grieven aan je medemens kenbaar te maken is erover praten, en de gemeenschap ermee confronteren. Dat is wat Tiken Jah Fakloy (*****)  al vele jaren doet. Toen we de man zagen optreden op Mainsquare festival in 2015 schreven we daarover : '' Tiken Jah Fakoly slaagt er niet alleen in de zon nog feller te doen schijnen, maar schopt ons ook een geweten. Hij laat zich bovendien begeleiden door heel begenadigde muzikanten, die de knepen van het vak voldoende onder de knie blijken te hebben'' . Dat gevoel overheerst acht jaar later nog steeds.
We kregen een stomende set van bijna twee uur , die de AB op zijn grondvesten deed daveren.
Geen te lang gepreek, maar gewoon de muziek voor zich laten spreken werd de rode draad doorheen het concert. Muzikaal opzwepende beats die het midden houden tussen pure reggae en Afrikaanse muziek. Tiken Jah Fakoly zich laat begeleiden door één voor één muzikanten die dezelfde begeestering hebben als de fromtman zelf. Ze zorgen voor een aanstekelijke sound. Twee achtergrond zangeressen die een prachtige stem hebben, zwepen het publiek nog meer op. De muzikanten bewegen even veel als Tiken Jah Fakoly, die zelf elke hoek van het podium gaat opzoeken. Hij laat niet alleen zijn stem horen als protest tegen alles wat mis gaat in de maatschappij, maar confronteert je daar muzikaal mee op een bijzonder feestelijke wijze

“Africa is the Future” stond op een groot scherm te lezen,  achteraan het podium, ook die boodschap wou Tiken Jah Fakoly zeker meegeven aan het uitzinnige publiek. In het begin moest het gaspedaal worden ingedrukt om beweging in het publiek te krijgen. Een maal iedereen op temperatuur kwam, zag je niemand meer stil zitten of staan.
Hij serveerde een stomend setje met een verhaal , een boodschap. Om het echt te laten doordringen, wil hij dat de mensen een spiegel voor zich houden én het leven vieren.
Tiken Jah Fakoly bewijst dat het reggae genre niet enkel beperkt blijft tot Jamaica, maar dat ook de Afrikaanse reggae nazindert! Missie geslaagd bijgevolg.

Als opwarmer trad Jahkasa (****) helemaal in zijn eentje op. Op charismatische wijze weet hij met  opzwepende percussie het publeik te bereiken. De sound klonk energiek  en warm. Hij kreeg de handen op elkaar en tekende voor een aanstekelijk Afrikaans getint reggae feestje. Sjiek hoe hij het deed, puur, oprecht , alleen op dat podium!

Organisatie: Ubu concerts ism Ancienne Belgique, Brussel

Declan McKenna

Declan McKenna - Indrukwekkende Britpop fenomeen demonstreert bakken ambitie

Geschreven door

Declan McKenna - Indrukwekkende Britpop fenomeen demonstreert bakken ambitie

Het Britse fenomeen Declan McKenna werkte na zijn titel als meest beloftevolle artiest volgens Glastonbury Festival gestaag aan zijn muzikale carrière. Na zijn puike debuutplaat ‘What Do You Think About the Car?’ (2017), bracht hij na veel uitstel het ijzersterke vervolg ‘Zeros’ (2020) uit. Fans van het eerste uur en geïnteresseerden moesten naar de Trix afzakken om hem en zijn band live aan het werk te zien.

De Club was al na het voorprogramma goed gevuld met een kleurrijk en jeugdig publiek. Sommigen waren geschminkt met glitters om hun voorbeeld te volgen. Op de tonen van The Beatles’ “With a Little Help from My Friends” kwam eerst de vier koppige band en enkele tellen later onder luid applaus ook McKenna het podium op.
“Beautiful Faces” was meteen de opener waar vele toeschouwers gewillig meezongen en de armen de lucht in wierpen. In “Rapture” merkten we hoe Declan zich in zijn nopjes voelt op een podium. Leuke toevoeging was de effectenknop aan zijn microstatief waarmee hij gitaartonen kon vervormen of aanhouden, vergelijkbaar met Matthew Bellamy van Muse.
Bij “Sagittarius A*” kregen we een sterk David Bowie-gevoel, een ambitie die McKenna maar al te graag duidelijk maakt. Nog meer spacy was “Emily” die met een rustig folkriedeltje begon en naar het einde uiteenspatte. Het publiek was al uitermate enthousiast en werd dat nog meer door de aanmoedigingen van de frontman om nog meer te dansen op “The Key to Life on Earth”. Dit was duidelijk het geval want onder een sterrenhemel door de lichteffecten, sprong het publiek meermaals een gat in de lucht. Deze rake song met catchy outro ging vlot over naar “Twice your Size” waar we even op adem konden komen om vervolgens overrompeld te worden door een te gekke noisy gitaarsolo.
Na een verschroeiend halfuur werd het even minder hevig met het waar covid-nummer “My House”.  We kregen daarmee een inkijk in zijn geïsoleerde ziel en dito huis waar we onderweg even een microgolfbel opmerkten. “Make Me Your Queen” imponeerde met een akoestisch begin waar Declan’s heldere stem goed doorklonk. De vele smartphonelichtjes zorgden voor een het kippenvelmoment. Het rustige maar toch het thematisch zware “Listen to Your Friends” met spoken word passage, klonk als een warme oproep om meer om te kijken naar je vrienden.
Nog heel even duwde de band het gaspedaal in met opzwepende punkachtige “Humongous” dat vlot aansloot op een lekker rockende “Isombard”. De jonge Brit had intussen meermaals indruk gemaakt met zijn geweldige gitaarskills, maar op de piano kon hij er ook heel wat van. “You Better Believe!!!” was met zijn up- en downtempo’s en pianoballad als slot een zeer geslaagd nummer. “Be an Astronaut” klonk als een eigengemaakte moderne versie van Elton John’s “Rocketman” of David Bowie’s “Starman”.
De encore die bestond uit maar liefst vijf bisnummers voelde allesbehalve als een verplichting aan. Als een bezetene ging McKenna namelijk te keer in “Daniel, You’re Still a Child”. De vele fans lieten zich nog eens van hun horen tijdens “Why Do You Feel So Down” dat betrekkelijk swingend klonk ondanks de zwaarmoedige lyrics. Uiteraard kon zijn meest succesvolle nummer “Brazil” niet ontbreken wat verrassend genoeg niet het beste was van de avond. Het laatste beetje energie van Declan, zijn band en het publiek werd volledig ingezet bij afsluiter “British Bombs” dat helemaal plat gespeeld werd.

Declen McKenna heeft met deze verschroeiende passage nogmaals bevestigd dat hij tot grootse dingen in staat is. De vele fans kregen meer dan wat ze hadden verwacht en de zij die hem niet kenden, keerden nu met een geweldige ervaring huiswaarts.

Setlist
Beautiful Faces - Rapture - Emily - The Key to Life on Earth - The Kids Don't Wanna Come Home - Twice Your Size - My House - Make Me Your Queen - Humongous - Isombard - You Better Believe!!! - Be an Astronaut - Daniel, You're Still a Child - Why Do You Feel So Down - Eventually, Darling - Brazil - British Bombs

Organisatie: Trix, Antwerpen

The Real McKenzies

Beer And Loathing

Geschreven door

Tien albums ver in hun carrière is het duidelijk dat er bij The Real McKenzies maar één echte McKenzie is en dat is zanger Paul McKenzie. Hij is de enige die er reeds sinds 1992 bij is, hoewel de namen van de bezetting en gastmuzikanten van ‘Beer And Loathing’ vast wel bekend in de oren zullen klinken bij de fans. De formule van de Celtic punkrock uit Canada is inmiddels ook duidelijk: ergens tussen punkrock en pubrock in en met af en toe een doedelzak of een folk-viool erbij.
In de lyrics herkennen we een zanger die weigert om volwassen te worden, wat tegelijk een vloek en een zegen is: veel stoere drinkebroersverhalen, heel wat gebroken harten en gevechten tussen macho’s en daarbovenop nog een flinke portie heimwee naar het Keltische homeland van weleer.
Na de instrumentale opener “A Widow’s Watch”, eentje met heel veel doedelzak, gaat het naar het folky “Overtoun Bridge”, een plek waar bovennatuurlijke krachten honden tot zelfmoord zouden drijven. Zowel muzikaal als tekstueel een interessant nummer. Daarna gaat het tempo flink omhoog voor “Big Foot Steps” en titelsong “Beer And Loathing”. Basic punk- en pubrock, maar gebracht met veel authenticiteit. De folk-traditional “Cock Up Your Beaver” klinkt weinig onschuldig, maar in 1792, het jaar waarin het gedicht zou geschreven zijn, betekende het gewoon dat een echte gentleman zijn haar moest bedekken met een hoed gemaakt van knaagdierhuiden. Voor alle andere interpretaties bent u zelf verantwoordelijk. The Real McKenzies brengen ‘m met een puberale knipoog.
“Nary Do Gooder” is een ouderwets dronkemanslied en “Death Of The Winnipeg Scene” verhaalt de teloorgang van de punkrock-scene in die Canadese stad. Dan volgen een paar geschiedenislessen met “36 Barrels” over de mislukte aanslag op koning James I en "The Ballad of Cpl Hornburg” over een Canadese soldaat die het leven liet in Afghanistan. De twee absolute parels op dit album zijn "Whose Child Is This” en “The Cremation Of Sam McGee”, een song die eerder al eens opgenomen werd door Johnny Cash.
Na tien albums weten ze bij The Real McKenzies perfect wat hun publiek verwacht en dat leveren ze op ‘Beer And Loathing’.
Als dit je eerste kennismaking is met deze Keltische punkrockers uit Canada en je vindt het leuk, dan kan je meteen de negen vorige albums in huis halen.

Toon Hosken

Gegen Platte Commerce/Aliens Of The Deep Sea

Geschreven door

Gegen Platte Commerce/Aliens Of The Deep Sea
Toon Hosken
Vintage Underground Label
Elektro/Dance

In een eerder artikel wierpen we ons licht op een heel bijzondere label. Vintage Underground Label. Het artikel hierover kunnen jullie nog eens nalezen op http://www.musiczine.net/nl/news/item/72181-artiesten-in-de-kijker-katteman-vintage-underground-label. Eén van de artiesten op dat label is Toon Hosken. De man experimenteert vooral met ambient, giet daar veel humor bovenop en houdt van tot in het oneindige improviseren met geluiden. We horen bovendien veel trance/triphop en typische chill out in zijn muziek terug. Eind maart kwam via bandcamp een nieuwe schijf op de markt: 'Gegen Platte Commerce'
Door middel van een geluid dat eerder vanuit de oneindige verte lijkt te komen, als een kloppend hart, tussen dreigend tot eerder rustgevend, doet Toon Hosken heel langzaam de doos van Pandora open, om de aanhoorder te hypnotiseren en mee te voeren naar zijn bonte en kleurrijke wereld. Eens aanbeland in deze spookachtige wereld doet Toon het volgende blik open met een track van circa elf minuten: “Full Top Track”. Hoewel het er muzikaal toch ernstig en donker aan toe gaat, wordt binnen de titel de nodige dosis humor en zelfrelatievering naar voor geschoven. Want ondanks de ernst is er altijd toch een beetje plaats om alles in andere perspectieven te zien. Dat heeft Toon binnen zijn project zeer goed begrepen. En dat zet hij voortdurend in de verf.
“Fuck This Show” - weer zo een titel met een knipoog - is eveneens omgeven door walmen van duisternis, bevreemdend aanvoelend, maar ook bedwelmend en je in een diepe trance brengend is dit geen dancesong. Wel eentje waarbij je neergezeten in het malse gras tot een soort gemoedsrust zal komen die onaards aanvoelt. Toon weet perfect hoe hij op een heel subtiele manier de aanhoorder in vervoering kan brengen, zonder daarbij de geluidsmuur af te breken. Eerder op een eenvoudige maar zeer verdovende wijze doet hij je wegdrijven ver van de realiteit rondom je. Hij maakt daarbij gebruik van geluiden die je niet kunt thuisbrengen. Het lijkt zelfs alsof hij ze ter plaatse uitvindt.
Improviseren en experimenteren met stilte en dat tot kunst verheffen, is niet alleen de rode draad in de songs. Het is de rode draad op de schijf , zo blijkt bij de langste track op deze plaat “Wall Disappeared”. Een waar meesterwerk van bijna een half uur! Toon Hosken slaagt er ondanks die lange duurtijd wonderwel in om de aandacht scherp te houden, net door voortdurend die voornoemde ingrediënten tot in het oneindige te gebruiken. En dat zorgt ervoor dat hij een bijzonder artiest is, die je zelden tegenkomt in het wereldje van de ambient. Dat wisten wij ondertussen al, maar dat blijkt uit deze schijf ook weer eens.
Toon Hosken slaagt erin om met 'Gegen Platte Commerce' stilte tot kunst te verheffen, binnen een intensieve omkadering waarbij hij je tot gemoedsrust brengt door middel van lichte dreigingen, soundscapes waarbij geen geluidsmuren worden afgebroken. Eerder wordt de snaar geraakt van hij of zij die  heel bewust wil meegaan in zijn adembenemende trip die zo sterk verbonden is met de oorverdovende stilte van de natuur, want daarmee kan je die intense stilte nog het best vergelijken. De man houdt, getuige de songtitels, eveneens van het uitdelen van knipogen. We moeten het leven niet altijd zo serieus nemen. Maar zijn muziek? Die palmt je letterlijk in, tot je in een soort 'zen' belandt, en één bent geworden met de natuur rondom jou binnen een verdovende omkadering van intense stilte wordt je daardoor dan ook prompt een ander mens.
Toon heeft ondertussen niet stil gezeten. In april kwam weer een nieuw werkje uit: ‘Aliens Of The Deep Sea’. Ook dit is een aanrader! De man keert terug naar de essentie van wat leeft in het water. Het mysterie diep in de oceanen en zeeën spreekt tot op heden nog steeds tot de verbeelding van velen. De vele geheimen van de zee zijn door de mens gelukkig nog steeds niet allemaal ontdekt. De songs op deze schijf kun je vergelijken met wat je voelt als je als diepzeeduiker naar beneden gaat en de schoonheid rondom je aanschouwt, het adembenemende dat op zulke momenten niet onder woorden te brengen is, keert terug in deze vier tracks. Waar ook weer eens 'rust tot kunst wordt verheven' maar deze keer dus niet aan de oppervlakte, maar eerder doorheen de uitgestrekte diepste van zoveel oceanen en zeeën.

Toon Hosken

Gegen Platte Commerce

Geschreven door

In een eerder artikel wierpen we ons licht op een heel bijzondere label: het Vintage Underground Label.
Eén van de artiesten op dat label is Toon Hosken. De man experimenteert vooral met ambient, giet daar veel humor bovenop en houdt van tot in het oneindige improviseren met geluiden. We horen bovendien veel trance/triphop tot typische 'chill out in zijn muziek terug.  Eind maart kwam een nieuwe schijf op de markt: 'Gegen Platte Commerce'. Via bandcamp, want het is namelijk via dat medium dat Vintage Underground Label en alle artiesten daarop, hun werk aan de man brengen.
Link naar  artikel http://www.musiczine.net/nl/news/item/72181-artiesten-in-de-kijker-katteman-vintage-underground-label .
Door middel van een geluid dat eerder vanuit de oneindige verte lijkt te komen, als een kloppend hart, tussen dreigend tot eerder rustgevend, doet Toon Hosken heel langzaam de doos van Pandora open, om de aanhoorder te hypnotiseren en mee te voeren naar zijn bonte en kleurrijke wereld. Eens aanbeland in deze spookachtige wereld opent Toon het volgende blik met een track van circa elf minuten: “Full Top Track”. Hoewel het er muzikaal toch ernstig en donker aantoegaat, wordt binnen de titel de nodige dosis humor en zelfrelatievering naar voor geschoven. Want ondanks de ernst, is er altijd toch een beetje plaats om alles in andere perspectieven te zien. Dat heeft Toon met zijn project zeer goed begrepen. En dat zet hij voortdurend in de verf.
“Fuck This Show” - weer zo een titel boordevol knipogen - is eveneens omgeven door walmen van duisternis, bevreemdend aanvoelend, maar ook bedwelmend en je in een diepe trance brengende is dit geen danssong. Maar wel eentje waarbij je neergezeten in het malse gras tot het soort gemoedsrust zal komen die onaards aanvoelt. Toon weet perfect hoe hij op een heel subtiele manier de aanhoorder in vervoering kan brengen, zonder daarbij de geluidsmuur af te breken. Eerder op een eenvoudige, maar zeer verdovende wijze doet hij je wegdrijven ver van de realiteit rondom u. Hij maakt daarbij gebruik van geluiden die je niet kunt thuisbrengen, het lijkt zelfs alsof hij ze ter plaatse uitvindt. Improviseren en experimenteren met stilte en dat tot kunst verheffen, is niet alleen de rode draad op voornoemde songs. Het is de rode draad op de ganse schijf , zo blijkt bij de langste track op deze plaat: “Wall Disappeared”. Een waar meesterwerk van bijna een half uur! Toon Hosken slaagt er ondanks die lange duurtijd wonderwel in om de aandacht scherp te houden, net door voortdurend die voornoemde ingrediënten tot in het oneindige te gebruiken. En dat zorgt ervoor dat hij een bijzonder artiest is, die je zelden tegenkomt in het wereldje van de ambient. Dat wisten wij ondertussen al, maar blijkt uit deze schijf ook weer eens.
Toon Hosken slaagt erin om met 'Gegen Platte Commerce' stilte tot kunst te verheffen, binnen een intensieve omkadering waarbij hij je tot gemoedsrust brengt. Door middel van lichte dreigingen, soundscapes waarbij geen geluidsmuren worden afgebroken. Maar eerder de snaar wordt geraakt van hij of zij die  heel bewust wil meegaan in zijn adembenemende trip die zo sterk verbonden is met de oorverdovende stilte van de natuur, want daarmee kan je die intense stilte nog het best vergelijken. De man houdt, getuige de song titels, eveneens van het uitdelen van knipogen. We moeten het leven niet altijd zo serieus nemen. Maar zijn muziek? Die palmt je letterlijk in, tot je in een soort 'zen' belandt, en één bent geworden met de natuur rondom jou binnen een verdovende omkadering van intense stilte wordt je daardoor dan ook prompt een ander mens.
Toon heeft ondertussen niet stilgezeten. In april kwam weer een nieuw werkje uit: 'Aliens of The Deep Sea' . Ook dit is een aanrader! De man keert terug naar de essentie van wat leeft in het water. Het mysterie diep in de oceanen en zeeën spreekt tot op heden nog steeds tot de verbeelding van velen. De vele geheimen van de zee, zijn door de mens gelukkig nog steeds niet allemaal ontdekt. De songs op deze schijf kun je vergelijken met wat je voelt als je als diepzeeduiker naar beneden gaat en de schoonheid rondom u aanschouwt, het adembenemende dat op zulke momenten niet onder woorden te brengen is, keert terug in deze vier tracks. Waar ook weer eens 'rust tot kunst worde verheven' maar deze keer dus niet aan de oppervlakte, maar eerder doorheen de uitgestrekte diepste van zoveel oceanen en zeeën.

Elektro/Dance
Gegen Platte Commerce
Toon Hosken
Vintage Underground Label

Check het vooral uit op https://toonhosken.bandcamp.com

Vampire Weekend

Vampire Weekend - Strak en oerdegelijk

Geschreven door

In 2008 liet het piepjonge collectief Vampire Weekend een frisse wind uit New York overwaaien, en België (alsook de rest van de aardkluit) was meteen wild van hun vrolijke gitaardeuntjes en clevere teksten. Verschillende keren trad de band in onze contreien op, maar ondertussen was het toch al weer een dikke zes jaar geleden. Het publiek snakte dus naar een sterke liveshow.

Onder een gigantische wereldbol - de hoes van hun nieuwste plaat ‘Father of the Bride‘ - gingen de heren van start met hun recentste single “This Life”, gevolgd door “Unbelievers”. Het valt op dat de sound nog niet echt goed zit, het lijkt eerder een lo-fi concert in een kroezelig café. Bij “Sympathy” wordt dit hersteld, en enkele nieuwe nummers passeren de revue. Hun laatste worp werd door de gespecialiseerde pers met ietwat gemengde reacties onthaald, maar hier bewijst de groep dat de liedjes live best goed overeind blijven.
Bij “Finger Back” wordt geknipoogd naar het refrein van wereldhit “Harmony Hall”, maar “I don’t wanna live like this” mag pas later volop meegezongen worden. Samplen doen ze blijkbaar graag, want “This feels so unnatural, Peter Gabriel too” komt voor in “Cape Cod Kwassa Kwassa”, en later tijdens de bisnummers ook nog eens in “Ottoman”. De band én het publiek komen helemaal onder stoom tijdens de gouwe ouwe nummers vanop het self-titled ‘Vampire Weekend en Contra’.
Wat volgt is een unieke versie van “Step”, een minutenlange, harde gitaarjam tijdens “Sunflower”, en een uiterst subtiele maar zeer verzorgde overgang naar “White Sky”. VW bewijst hier dat ze één voor één topmuziekanten zijn. Zanger Ezra Koenig, gitarist Chris Baio en de twee percussionisten, ze laten complexe muziek toch zo kinderlijk eenvoudig lijken. “Cousins” en “A Punk” doen iedereen dansen, terwijl het maatschappijkritische “2021” de zaal volledig stil krijgt.
De strakke set wordt afgesloten met “Jokerman”, een Bob Dylan cover, en een David Goffin lookalike naast ons geraakt bijna in trance. Hier valt het pas echt op dat de groep de mosterd voor deze mengeling van pop met Afrikaanse invloeden haalde bij ‘Graceland’. Paul Simon als inspiratiebron, New York als gemeenschappelijke thuishaven. Bij de eerste noten van de encore “Big Blue” vallen vier vlaggen naar beneden, elk staan ze symbool voor de vier singles die de band ter voorbereiding van hun nieuwe cd maandelijks de wijde wereld instuurde.
Als slotakkoord worden nog een paar verzoeknummers gespeeld, en met “M79”, “Diplomat’s Son” en “Mansard Roof” worden enkele klassiekers aangevraagd en maar al te graag te berde gebracht. Singles als “Oxford Comma” en “Holiday” zijn zelfs niet nodig om ons te overtuigen.

Traditiegetrouw sluit “Walcott” de gig af, en zo klokt Vampire Weekend af op zevenentwintig (!) nummers, netjes verspreid over hun vier albums, stuk voor stuk pareltjes, elk op hun eigen manier, en live vormt dit alles een erg knap, oerdegelijk geheel.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/vampire-weekend-18-11-2019.html
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/liss-18-11-2019.html

Organisatie: Live Nation

Steven Vrancken

In Between

Geschreven door

Bij de meesten onder jullie zal deze muzikant en componist niet gekend zijn. Toch loont het de moeite om eens de moeite te doen en naar hem te luisteren. Vooral wanneer je van sfeervolle, instrumentale luistermuziek houdt. Die bestaat hoofdzakelijk uit piano en strijkers en heeft synths op de achtergrond. Denk daarbij aan collega’s zoals Wim Mertens, Nils Frahm en Johan Troch. Wanneer je die laatsten kent moet je dit zeker eens checken. Steven Vrancken debuteerde live als solo-pianist in 2008 waarbij hij een concert gaf aan mensen die liggend de muziek ondergingen. Dat had de nodige respons en weerklank gekregen en dat voerde hem naar o.a. Nederland, Frankrijk, Spanje en Mexico. Intussen is dit, naast wat soundtracks, zijn derde album. Hij hield hiervoor in 2017 een crowdfunding waarbij hij 10.000 dollar ophaalde. Ook opvallend is dat hij zo goed als een autodidact is. Hij volgde geen opleiding en startte pas op zijn 22ste met pianospelen.
Op dit dubbel album neemt hij de piano, stem, xaphoon, sansula en synths voor zijn rekening. Ook het schrijven, produceren, mixen en masteren deed hij zelf. Opener “Eloria” bestaat uit knap, rustig pianowerk dat door cello (Wouter Vercruysse) en viool (Edwin Vanvinckenroye) ondersteund wordt. We vinden nog een aantal nummers op ‘In Between’ terug die ongeveer deze opbouw en sfeer hebben zoals o.a. “Sabiduria Sensual”, “Gracewood”, “Himaya” en “Crowned”. “The Passage” is een korte tussensong terwijl “Moulain” minder vrijblijvend is geworden. Deze track is zowel melodieus als ritmisch. Het is bijna als regen die je hoort kletteren op een glazen dak. Het tweede deel van het album gaat verder op de ingeslagen weg maar zijn heel wat langer in tijd (telkens meer dan tien minuten). Het is meer etherisch dan het eerste deel en het is muziek om op weg te dromen of even te ontsnappen uit de hedendaagse ratrace.
Steven Vrancken is voor mij een ontdekking. Zijn album bestaat uit twee verschillende albums die beide interessant en hun kwaliteiten hebben. Heel aangename luistermuziek die je verplicht om even stil te staan en echt je tijd te nemen.

Kendrick Lamar

Kendrick Lamar – Keizerlijke intrede

Geschreven door

Dankzij de grillen van de vakbonden en een eveneens uitverkocht Elbow concert in de Lotto Arena, was het geen sinecure om zich dinsdagavond naar het Sportpaleis te begeven. Maar voor the greatest rapper alive doen we al eens wat extra moeite: enkele files, parkeerproblemen en aanschuifrijen later komen we aan in het Sportpaleis, waar James Blake gelukkig op tijd was om het voorprogramma te verzorgen. Hit “Limit To Your Love” klinkt net door de boxen, maar de Brit nam vooral de gelegenheid aan om te experimenteren met zijn nieuwe, elektronische sound. Een ietwat rare keuze als opwarmer, maar dat James Blake goedgekeurd is door Kendrick en zijn crew was al duidelijk door de recente samenwerking op het ‘Black Panther’ Album.

Het is overigens de eerste keer dat Kendrick Lamar in Antwerpen optreedt. Door de jaren heen heeft de rapper uit Compton heel wat bijnamen verzameld – King Kendrick, K-Dot, Cornrow Kenny, om er enkele uit te pikken – en sinds de release van ‘DAMN.’ mag de grootmeester van de hiphop ook aangesproken worden met Kung Fu Kenny. De Chinese krijgskunst blijkt tevens de visuele rode draad doorheen de show. Clever bedachte animatiefilmpjes, aangepaste kledij en een oosterse danseres zorgen voor het show element. Het podiumkostuum van Lamar, een wit, badjas-achtig gewaad, geeft hem de allure van Chinese gevechtsstrijder, en tevens van oppermachtige paus. We worden al nederig voor hij nog maar een woord heeft uitgesproken.

Dat hij niet gekomen is om geleidelijk aan op te bouwen, bevestigt hij door te starten met een van de hardste platen van zijn meest recente album. “DNA.” is een sterk staaltje rap, maar ook thematisch niet onbelangrijk: het is een ode aan de black culture en een ‘dikke fuck you’ aan iedereen die er ook maar aan denkt om die onrecht aan te doen. Wanneer Lamar zijn gastverzen op “Goosebumps” (Travis Scott) en “Collard Greens” (ScHoolboy Q) brengt, lijkt het even of de setlist een allegaartje van vanalles en nog wat zal worden. Het is echter al snel gedaan met rond de pot te draaien. Wat volgt is `the first test for all the day 1 fans´. “Swimming Pools”, de lead single van het album ‘good kid, m.A.A.d. city’ katapulteerde Lamar zo´n zes jaar geleden van opkomende West Coast rapper naar meest invloedrijke hiphopartiest ter wereld.
De nummers lopen zo vlot in elkaar over dat het lijkt alsof Kendrick zijn hele repertoire op elkaar afgestemd is. De begintonen van “YAH.” die “King Kunta” inleiden bijvoorbeeld of “Untitled 07” dat vlotjes overgaat in “Goosebumps”. Kendrick mixt en matcht dat het een lieve lust is en bij elke nieuwe overgang neemt de ontlading toe. Op het podium staat een man van veel woorden, maar die vervat hij allemaal in zijn muziek. Voor de rest geen poespas: bindteksten, kledingwissels of extra volk op het podium? Het idee alleen al!
Pal in het midden van de set verplaatst Kendrick zich voor wat een letterlijk en figuurlijk hoogtepunt zal worden. Geknield op een platform middenin het publiek kijkt hij met lege ogen de zaal in terwijl de intro van “LUST.” weerklinkt. Krachtig, maar beheerst begint hij aan het nummer. Ondertussen stijgt het platform, omgeven door fonkelende lichtjes, tot Kendrick helemaal boven de mensenzee uitstijgt. Hij ziet er even getroebleerd uit als het nummer klinkt. Rappend over het monotone en never satisfying bestaan van the rich and famous is hij even de ultieme representatie van een leven in een gouden kooi. Hij blijft op zijn hurkje zitten als de gelukzalige eerste tonen van “Money Trees” het publiek uit hun hypnose haalt. ´Money trees is the perfect place for shade, that´s just how I feel!’ schreeuwt het Sportpaleis Lamar toe, die ondertussen opgestaan is en als een keizer de menigte opzweept.
Na een entertainend filmpje waarin Kung Fu Kenny het in een videogame als schildpad opneemt tegen slang – we moeten toch iets te zien krijgen terwijl Lamar zich terug naar het hoofdpodium begeeft – vervolgt hij met het ritmisch sterke nummer “XXX”, een samenwerking met U2. Geen Ieren in het Sportpaleis, wel een indrukwekkende danseres die doorheen het concert meerdere keren een perfect duet aangaat met Kendrick. Rhymes en moves, meer heeft een mens niet nodig. Voorts ontploft de zaal op “M.A.A.D. City”, hult het zoete “LOVE.” het publiek in euforie en op “PRIDE.” besluit de Kung Fu meester om ons met zijn danseres even een mindfuck te bezorgen. Beiden zweven horizontaal boven de vloer; zij leunend met een hand op de grond, hij leunend met een hand op haar. Kendrick heeft ook nog een andere curveball in petto; het refrein van de klassieker “Bitch, Don’t Kill My Vibe” wordt luidkeels meegezongen, maar wij breken vooral ons hoofd over de rest van de de tekst, die compleet verschillend is van het originele nummer. Na navraag bij de superfan in de rij achter ons, blijkt het om de remix met Jay-Z te gaan. Zo leer je nog eens iets van ons dat niet in de Humo vermeld staat.
 “HUMBLE.” krijgt voor de gelegenheid twee versies: de eerste keer stopt Kendrick met zingen, waarna zijn fans het nummer minutenlang zelf aanvullen. Als het nummer niet zo geweldig uitbundig was geweest, hadden we er kippenvel van gekregen. De ironie bereikt zijn toppunt wanneer Kendrick afsluit met de boodschap dat hij niet beter is dan ieder ander in de zaal (lief hoor, maar dat betwijfelen we sterk) en daarna terugkomt om “GOD.” als bisnummer te brengen.

We get the message, Kendrick. Je kwam, rapte en overwon en deed dat met zo´n schijnbaar gemak dat het leek alsof de show vijf minuten duurde in plaats van een dikke zeventig minuten. Het Sportpaleis had zijn naam niet gestolen gisterenavond. Kendrick Lamar – koning van de hiphop – heerste er van de eerste tot de laatste minuut en had zijn 20,000 onderdanen volledig in de greep.
Wie geen tickets kon bemachtigen voor het concert, krijgt nog een herkansing: op zaterdag 18 augustus staat Kendrick Lamar op de main stage van Pukkelpop.

Met dank aan Dansede Beren http://www.dansendeberen.be

Organisatie: Live Nation

The Hackensaw Boys

The Hackensaw Boys - Wervelende bluegrass-hillbilly

Geschreven door

Kolfskop, een bont uitgedost trio uit Gent (veel kleren hadden ze eigenlijk niet aan), mocht er met een nieuwe EP, ‘Cambozola Superster’, onder de arm, de avond openen. Het begon veelbelovend met “De strooptocht van de legermieren”, een potige rocksong waarvan de gitaar geleend leek bij Captain Beefheart’s Magic Band. De drie zweren bij een mix van rock en cabaret maar wanneer de balans overhelde naar dat laatste werd het toch iets minder. Vooral die geforceerde stemoefeningen schoten hun doel wat voorbij. Gelukkig bleven er genoeg momenten over waarin het gepingel achterwege bleef en de groep voluit mocht gaan want dan bleek dat Kolfskop tot grootse dingen in staat was. Die stevige onconventionele rock met absurde teksten, zowel in het Nederlands als het Engels, kwam zelfs een verdwaalde keer in de buurt van Zappa en ook het van een nieuwe tekst voorziene “Kaap’ren varen” liet me goedkeurend knikken. En wie er niet van hield kon nog altijd kijken naar ‘Zardoz’, een campy sf film van John Boorman met Sean Connery en Charlotte Rampling, die de ganse set meeliep.

Ik zag The Hackensaw Boys uit Charlottesville, Virginia tweemaal eerder en was daar telkens danig van onder de indruk: in 2004, het jaar dat ze in de Vera Poll de prijs voor beste concert wonnen (wat toch iets wil zeggen) en in 2007. Sindsdien is er veel veranderd en kende de groep nogal wat personeelswisselingen. De groep kan bogen op een lijst van maar liefst 17 ex-leden waarvan de bekendste wellicht Pokey LaFarge, die in 2006 eventjes hun mandolinespeler was. Intussen is de groep, die oorspronkelijk zes leden telde, herleid tot drie, op deze tour aangevuld met een extra vierde man op staande bas en een enkele keer op banjo. Ook muzikaal vond er een lichte koerswijziging plaats. Zanger-gitarist David Sickmen, die de groep na een afwezigheid van zeven jaar, in 2012 opnieuw vervoegde drukt meer dan ooit zijn stempel op The Hackensaw Boys. De punkspirit en de duizelingwekkend snel gespeelde nummers bleven grotendeels achterwege. Zo komt de focus meer te liggen bij de songs zelf, die nog steeds met een intense gretigheid voor het voetlicht worden gebracht, zo bleek in Diksmuide.
Het was even wennen maar na een tijdje was er geen ontkomen aan en kwam de pure klasse bovendrijven. Traditionele Appalachenmuziek, bluegrass, hillbilly, American folk of hoe je het ook noemen wilt, The Hackensaw Boys gaven er hun in eigen draai aan in simpele, maar telkens van mooie melodieën voorziene, songs.
Knap gezongen met die bruine stem van David Sickmen maar de blikvanger van de groep was toch Ferd Moyse. Voortdurend dansend en jonglerend met zijn hoedje bleef hij imponeren op de fiddle terwijl ook hij enkele nummers mocht zingen. Al even bepalend voor hun unieke geluid was Brian Gorby op basdrum en charismo. Die charismo, tevens titel van hun vorig jaar verschenen plaat, is een zelf in elkaar geknutseld percussie-instrument dat hoofdzakelijk bestond uit gerecycleerde conservenblikken. Terwijl David Sickmen de ene snaar na de andere brak – iemand hield zich zelfs continu bezig met het vervangen ervan – bleven de pareltjes elkaar opvolgen in een set die zowat twee uur duurde.
Op het einde werd het nog helemaal mooi en hartverwarmend toen de vier het podium lieten voor wat het was om onversterkt tussen het volk te gaan spelen. In die intieme setting kregen we nog vier songs en dat waren zeker niet van de minste : “Alabama shamrock”!, “Smilin’ must mean something”!, ...

Het werd een lange rit maar vervelen deed het geen seconde. The Hackensaw Boys blijven absolute top.

Organisatie: 4ad, Diksmuide

Waar Is Ken?

Waar Is Ken? – Trukendoos in Klank en Woord

Geschreven door

De zoetgevooisde , melancholiche electropop van het uit Izegem afkomstige Waar Is Ken? wordt sterk ontvangen .In een goedgevulde AB Club kwam het kwintet z’n tweede cd ‘Rafelrand’ voorstellen, die het twee jaar eerder verschenen ‘Dwaaltuin’ opvolgt  . Een pak elektronische apparatuur , keys , een diepe bas , een verdwaalde blazer bepalen een pastelachtig klankenspectrum , dat warm , teder klinkt .Toon Bosschaert is de man achter de knoppen die het raamwerk aflevert  . De dromerige , breekbare zang van Marlies Dorme en de grommende fluister/zegzang van Geerwin Vandekerckhove geven zeggingskracht .

Een impressionistisch kader trekken ze op, een speciale, mysterieuze droomwereld creëren ze door subtiele , spaarzame geluidjes , grooves en vibes . Fris en zacht klinkt het. Het zijn schone liedjes die een relaxte , aangename , chillende aanpak induceren en verdwalen in een roes. 
Waar Is Ken? heeft ergens een link met andere Nederlandstalige woordenkunstenaars en -wonders als Madou , Wim De Creane, Boerenzonen Op Speed, De Mens , Bart Peeters, Luc De Vos als Neerlands Hoop, MAM, Spinvis en de muzikale elektronica moves van Air en de semi-akoestische inslag van Lemon .
De band krijgt een sterke airplay op Radio 1 , maar verdient dat ietsje meer . Ook al straalt de groepsnaam een ‘je cherche donc je suis’-attitude uit, ook de visuals doen dit door  hun Pacman doolhof . De single “Woordenstroom” toont dit aan, ondersteunt de sobere als brede aanpak en wordt gedragen door de afwisselende zangpartijen. Het nummer krijgt nog wat meer elan door de  vocoderzang van Geerwin , die op z’n beurt Peter Frampton oproept. Net ervoor opende “Stadstuin” , reikte ons de hand met hun sfeervolle , aangename electropop.
In de vijfenveertig minuten durende set , ervaarden we een  verbondenheid en bleven de songs  tussen de oren hangen. . Het nieuwe album heeft een paar wonderbare singles als het dansbare “Chique” dat ‘fantastique’ klinkt door de aanstekelijke, dansbare ritmes en het intiem ingetogen “Hemelwater” dat door Marlies op piano/keys zo goed als alleen werd gezongen en gespeeld.
Waar Is Ken? flirt met stijlen , “Banksky” is eentje met de poëtische raps van Brihang; en op het opbouwende , variërende “Atlas” hoor je world/afro reggae met Eduard Buadee , die dit jaar met (het terug opgehoeste) Skyblasters hun 30 jaar jubileum viert. Schitterend ! Letterlijk had je een ontluikend lente gevoel , verwondering waar de donkere dagen uitgewuifd worden;  je geniet van de kleine dingen , de natuur die stilaan wakker wordt. Een soort onthaasting met sobere , elegante songs die zich een weg banen en dwarrelen als blaadjes rond, over ons heen , “Wonderling” , “Wimperzoen” , “Mirakelmaker” en “Sluimerdans”  klonken als een trukendoos in klank en woord! Oudjes “Komaf met Kafka” en  ‘Badpak zijn die andere twinkelende , extraverte songs, die de dansspieren aanspreken .
Tot slot kregen we met “Grasgewijs” een erg mooie afsluiter die de ingehouden als groovy kant van de band verbond .

Een handvol concerten zijn voorzien . De zoektocht naar Ken omarmt gelijkgestemden in de AB Club en is ‘Fantastisch’ op z’n Eva De Roovere . Een must-see!

Organisatie: Ancienne Belgique , Brussel

Kendrick Lamar

Untitled unmastered

Geschreven door

Kendrick Lamar heeft met ‘Untitled unmastered’ een late echo uit op het enorm gerespecteerde en bejubelde ‘To pimp a butterfly’ , bepaald door sterkhouders als “King kunta”, “The blacker the berry” en “I”. Hij had van dit album een rits remixen en dubs kunnen maken en uitbrengen, maar doet het met een mapje restmateriaal dat interessant is , zeker “Untitled 01”, “02”, “03”, “06” en het afsluitende “08”. Er zitten samenwerkingen in met een CeeLo Green, Thundercat, Anna Wise en Bilal .
De nummers zien we als een concept , met sterke momenten en ingevingen . Vinnige en zalvende  raps wisselen elkaar af of vullen elkaar aan . Soms noteren we zelfs een spervuur aan raps binnen onvervalste souljazzy hiphop/p-funk .

Kentucky Dare Devils

Another Shit Day In Suck City

Geschreven door

Beetje lullige titel misschien, en ook van die hoesfoto zien wij de humor niet in. Laat ons er van uitgaan dat dit waarschijnlijk een inside joke of een soort statement is. De heren komen dan ook uit het West-Vlaamse Tielt, een gemeente die zo rock’n’roll is als een misdienaar met buitensporige acne. Hetgeen ons wel enorm kan bekoren is een bandje die zich niet in alle hoeken wringt om trendy of hip te zijn maar daarentegen wel de stenen uit de muur rockt, en dat is Kentucky Dare Devils. Ontegensprekelijke raakpunten zijn Queens Of The Stone Age, AC/DC, Blue Cheer, White Cowbell Oklahoma en ook wel onze Triggerfinger, maar de kerels beperken zich niet tot het klakkeloos kopiëren van een stel powerriffs. Ze halen immers een pak licht ontvlambare invloeden uit het grote rockgeschiedenisboek en stoken er hun eigen knetterende vuurtje mee. Dit zootje ongeregeld heeft de gitaren volgegoten met gasoline en een flinke geut dirty-ass-bluesrock in de kolkende stoofpot gekwakt, en er komt verdomme gloeiend hete stoom uit.
Het plaatje staat bol van gemene riff-rock met snedig soleerwerk. “Another Shit Day In Suck City” klinkt gortig en smerig als Nashville Pussy, “People Always Talk About…” sluipt zichzelf een verraderlijke weg doorheen een moeras vol sluikse gevaren en “Drop Your Bomb” is vet als een barrel smeerolie in een Harley Davidson garage.
Hadden we bij hun vorige Ep’tje ‘Yes But No’ niet gezegd dat het gerust iets vettiger mocht klinken? Deze driftige West-Vlamingen hebben onze wijze raad opgevolgd, waarvoor dank.

Kendrick Lamar

To pimp a butterfly

Geschreven door

Die Kendrick Lamar is een grote meneer geworden . Dr Dré was bepalend voor zijn debuut in 2012 met enkele opmerkelijke singles als “Good kit, maad city” . Hij komt nu drie jaar later met onvervalste souljazzy hiphop en p-funk .
Het album duurt bijna 80 minuten over 16 nummers heen . We krijgen tussenin wat outtro’s met een rits mooie geformuleerde (maatschappijkritische) verhalen . Hij weet een breed publiek te bereiken en daar zit de groovy, opzwepende single “King kunta” wel voor iets tussen ; ook “The blacker the berry” en “i” zijn meer dan de moeite in die uptempo’s . Maar overwegend noteren we sfeervoller ,  zelfs rustiger werk.
Zoals elk gerespecteerde rapper komen hier anderen aankloppen als George Clinton en Thundercat op de opener “Wesley’s theory” , “Institutionalized” en “These walls” met Snoop Dogg , Bilal en Anna Wise ; verderop de cd “Complexcion” met Rapsody en ga zo maar door. Vinnige en zalvende  raps wisselen elkaar af of vullen elkaar aan . Soms noteren we een spervuur aan raps .
Het niveau is in het genre alvast meer dan geslaagd …

 

 

 

The Real McKenzies

Rats In The Burlap

Geschreven door

Wie het graag over legendarische punkbands heeft: The Real McKenzies uit het Canadese Vancouver is er zo eentje.  De formatie telt 23 levensjaren  en serveert ons met 'Rats In The Burlap' haar elfde full album.
Opvallend is alvast de cover van de plaat die gelijkt op het etiket van een lekkere fles Single Malt Whiskey.  Net als wij liefhebber zijn van deze sterke drank kunnen we ook de nieuwe composities van deze Canadezen smaken.
Net als grote bekende namen Dropkick Murphy's en Flogging Molley brengt ook  deze groep  een lekkere mix van folk en punk . Terwijl de eerste twee bands het culturele  Ierse erfgoed omarmen,  hebben de McKenzies middels de figuur van frontman Paul McKenzie Schots bloed door de aderen lopen.  Ondanks de vertrouwde muzikale formule  doet de band op  'Rats In The Burlap' duidelijk  zijn best om variatie te brengen: zo zijn er zowel  traditionele folkballads als snelle punksongs, er wordt voor zowel elektrische als akoestische gitaren gekozen en niet iedere track is vergezeld van de obligate doedelzakken.   Terwijl "Wha Shaw The 42nd" een onvervalste  voetenstamper blijkt, is "Midnight Train To Moscow" bijvoorbeeld een melodieuze punkrocksong in het verlengde van Bad Religion.  "Bootsy The Haggis-Eating-Cat" is misschien wel de meest opvallende, atypische song waarbij The Real Mckenzies een jazzy zijsprong maken. De plaat wordt dan weer afgesloten met de authentieke  punkrockballad "Dead Or Alive" waar een hoofdrol is weggelegd voor de rauwe vocalen van Paul Mc Kenzie.  Ook de andere acht tracks zijn meer dan de moeite en tonen dat er absoluut nog geen sleet zit op The Real McKenzies!

St Paul & The Broken Bones

St. Paul and The Broken Bones - Wooh, my soul!

Geschreven door

SPATB ontstond ergens in 2012 in Burmingham Alabama, hebben dezelfde smaak en roots als Alabama Shakes en openen straks de heilige grond in Werchter. Zanger Paul Janeway en bassist Jesse Philips zijn soulmates van het eerste uur en weten hun muzikanten heel verzorgd uit te pikken. Twee jaar laten brengen ze hun eerste ‘Half The City’ uit en sedert gaat het enkel maar voorwaarts, uitverkochte concerten, ook Botanique inbegrepen. Nu kwamen ze even generaal repeteren voor hun passage op ’s werelds beste festival.

Zanger en Meuris lookalike heeft meer soul in zijn linker teen dan alle Tina’s samen. Met de nodige zelfrelativatie en humor weet hij ‘Browns’ - gewijs zijn ziel op het podium uit te schreeuwen  en met de spreekwoordelijke vingerknip het publiek in brand te steken. Deze soulvolle rockband of rockvolle soulband is het gewoon om de lat heel hoog te leggen en voor deze passage doen ze verre van onder.
Een kort gesprek met de drummer leert mij dat ze bij god weet waar niet eens wisten waar ze terecht gekomen waren : een locatie aan de Gentse dokken, no nonsense die deed denken aan de betere alternatieve decors in pakweg Berlijn.
Ze beginnen redelijk klassiek met een funky soul groove van ons aller The Meters waarbij de zanger met het nodige-net-niet-erover-vertoon het podium op komt.  Denk aan de legandarische film The Commitlments. Nostalgie met perfectie, het kan. Ze gaan ervoor en de interactie met het publiek is met de perfecte humor gekruid. “Shake your ass”. Met All Gamble krijgen we coolness als was het dat Charlie Watts even de toetsen bediende. 
Eigen nummers als “Like a Mighty River”, “It’s Midnight”, “Call me” en “Grass is Greener” worden afgewisseld met kanjers van Sam Cooke en Otis Redding.

Pure professionaliteit, vakmanschap en performance van soul classics. Zelfs de man in een rolstoel bleef niet zitten. Dit belooft voor Werchter.

Organisatie: Democrazy, Gent

Broken Bells

After the disco

Geschreven door

Broken Bells brengt twee werelden samen … de wereld van James Mercer van de sterk onderschatte melancholische, dromerige Amerikaanse indieband The Shins én multi-instrumentalist en groots producer Brian Burton aka Danger Mouse, geluidsbepalend instrumentalist van o.m. Gnarls Barkley en van het productiewerk met Beck – Gorillaz - The Good, The Bad & The Queen - The Black Keys - MF Doom en Cee-Lo Green.
Al die invloeden zijn eigenlijk wel te horen in de hartverwarmende sound van de twee . Hun ‘kamer/bedroom’ elektronica verraadt Giorgi Moroder , New Order in de sound, Damon Albarn in stem en raar maar waar ook ergens borrelt Godley & Creme op in de naturelle houding en opstelling. Referenties btw die meer dan de moeite waard zijn! Tja, een muzikale leefwereld , die eerder nostalgisch aandoet.
Dit is fluister ‘kamer/bedroom’ elektronicapop met een extraverte push! En dan kom je vooral uit bij de reeks “Perfect world” , “Holding on for life” en de titelsong , inderdaad broeierige indietronica, gedragen door die  zalvende , dromerige , indringende zang.
Ruimte wordt gecreëerd  om het nog sfeervoller , subtieler  en semi-akoestisch aan te pakken; “Leave it alone”, “Medicine”  en “Lazy wonderland” overtuigen hier het meest .
Hun materiaal intrigeert door die fascinerende sound en die finesse aanpak . We zijn meer dan ooit te vinden voor die reeks lekker wegdromende , rustig voortkabbelende en vrolijke kamer/indietronica die met prachtsfeerlichtjes nog meer elan kan krijgen!

Broken Bells

Broken Bells –Fluister ‘kamer/bedroom’ elektronicapop met een extraverte push!

Geschreven door

Broken Bells – hier staat niet zomaar een bandje , nee Broken Bells brengt twee werelden samen … de wereld van James Mercer van de sterk onderschatte melancholische, dromerige Amerikaanse indieband The Shins én multi-instrumentalist en groots producer Brian Burton aka Danger Mouse, geluidsbepalend instrumentalist van o.m. Gnarls Barkley en van het productiewerk met Beck – Gorillaz - The Good, The Bad & The Queen - The Black Keys - MF Doom en Cee-Lo Green.
Al die invloeden zijn eigenlijk wel deels te horen in de hartverwarmende sound van de twee , die op hun tour worden bijgestaan door een drummer en gitarist . Hun ‘kamer/bedroom’ elektronica verraadt Giorgi Moroder , New Order in de sound, Damon Albarn in stem en raar maar waar ook ergens borrelt Godley & Creme op in de naturelle houding en opstelling. Referenties btw die meer dan de moeite waard zijn!

Hun sound en live gig kreeg elan door de visuals die net als de platenhoes in een halve cirkel te zien zijn . Op het podium nog wat futuristisch materieel en tuig , die ons wat doet denken aan de V-serie op tv. Verder wensen ze ons onder te dompelen in een muzikale leefwereld , die eerder nostalgisch aandoet . En een webcammetje op z’n Flaming Lips , die het publiek wat nauwer wenst te betrekken.
De songs van de twee platen ‘After the disco’ en het titelloos debuut , waar vier jaar tussen zat, kregen een diepere , extraverte groove door de elektronica, de drums , de basstunes en de gitaarriedels of ze nu elektrisch of akoestisch waren . Ohja, om bij Broken Bells te mogen spelen, moet je nog menig instrument kunnen bespelen en beheersen .
De twee protagonisten met hun aanvullende leden, wisten een technisch perfect  staaltje te verwezenlijken . Alles zat mooi op zijn plaats , sound en visuals , kleurschakeringen , wat het concert uitermate boeiend maakte .
“Perfect world” was de ideale geleider van die broeierige , sfeervolle  indietronica, gedragen door die  zalvende , dromerige , indringende zang. De respons was er meteen toen het mooie, subtiele “The ghost inside” werd ingezet. De forsere tunes  gaven dat iets extra’s. En op die manier laveerden we op gemoedelijke wijze door het concert , met o.m  het oudere “Mogril heart”, dat prikkelde door de variaties , “The mall & misery”, gekenmerkt van een weemoedig laagje en een electrorockende groove, die het nauwst aan het oude New Order beantwoordde , de electrowave van “Vaporize” of die sterke popsingle “holding on for life”. Tja , al die kleine melodieuze wendingen, die het kwartet bracht  , maakte het hoogst interessant.
Danger Mouse was diegene die het sterkst geconcentreerd was op z’n instrument en het geluid, terwijl de anderen onder Mercer alvast meer enthousiasme uitstraalden .
Een prachtig samenspel noteerden we , dat verder in nummers te horen was als het snedige “Meyrin field” ; het avontuurlijke “Sailing to nowhere” ,  de sprookjespop van “Changing lights” of “Leave it alone” en het directe “Medicine” . Elke song valt op door die fascinerende sound en die finesse aanpak . De puntige “The high road” en “October” , met een knipoog naar Mark Linkous, die ze in het hart dragen, besloten de set.
Toen de twee Danger Mouse – Mercer in de bis eens alleen on stage stonden met het nummer “Citizen”, kwam de link van het solowerk van Albarn naar boven.

Broken Bells zorgde voor een verrassend evenwichtig, overtuigend concert , die een reeks lekker wegdromende , rustig voortkabbelende en vrolijke kamer/indietronica met  prachtsfeerlichtjes omvatte.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Vampire Weekend

Modern vampires of the city

Geschreven door

Het NYse Vampire Weekend valt op door schone popliedjes te brengen, die rijkelijk geschakeerd zijn door Afrikaanse popritmes en exotische tunes  . Aangenaam luistervoer , gezien het materiaal sfeervol, fris, sprankelend, leuk en toegankelijk is. Een zomerse positive vibe dus.
Ze integreerden de speelsheid en ritmiek van afropop in hun Westers geluid op de eerste twee platen ‘Vampire weekend’ en ‘Contra’. Op de derde klinkt het kwartet breder , sfeervoller, en naast de aanstekelijke “Unbelievers”, “Diane young”, “Finger back”, “Worship you” en “Ya hey” is er meer dan ruimte voor weemoedig , donkerder werk , die kaler is als “Step”, “Hannah hunt” en “Hudson”.  Deze songs nodigen minder uit tot een heupwieg of een danspas , maar ze behouden alvast de warme sfeer.
Vampire weekend zijn niet meer het onschuldige bandje van vroeger , maar het zijn volwassen en ervaren gasten geworden, een veelzijdige band die hun songs mooi hebben uitgewerkt.

Pagina 1 van 2