Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02-02 St. Paul & The Broken Bones 03-02 Simon, Camilo Donoso 05-02 Xink 06-02 Radio Guga 07-02 Dub Unit 10-02 Nicky Du Soleil 11-02 Tom Helsen 12-02 Rauw! 13-02-Ozark Henry 11 + 13 + 16 + 18-02 Documentaire: it’s…

logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Earth, Natasa Grujovic & Steve Moore, Club Wintercircus, Gent op 1 februari 2026 Camilo Donoso & Simon, Minard schouwburg, Gent op 1 februari 2026 Ozark Henry, Marigo Bay, Ha Concerts, Gent op 4 februari 2026 (ism Ha…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15155 Items)

Los Campesinos!

Sticking Fingers into Sockets (EP)

Geschreven door

Los Campesinos is een uit Wales afkomstig zevental en is één van de beloftes van het afgelopen jaar met deze EP, die klinkt als een bruisende cocktail van gitaarpoprock en folk. Dynamische, opwindende, dansbare, aangename en ontspannende songs. Het speelplezier druipt er van af. Dit is ‘feeling good music’, waarbij de vijf songs (en één outtro) gekenmerkt zijn door snedige, soms rauwe gitaarakkoorden, zwierige vioolpartijen en kleurrijke toetsen. Ze ondergaan diverse tempowisselingen, waarbij de vrouwelijke en mannelijke zang op elkaar zijn ingespeeld.
‘Sticking Fingers into Sockets’ bevat charmant, speels songmateriaal. De band nestelt zich ergens tussen Polyphonic Spree, Broken Social Scene, Architecture In Helsinki en Pavement. Trouwens ze coverden op hun eigen manier  “Frontwards” van hen.
Een oorstrelende EP die doet hunkeren naar wat deze ‘vier man – drie vrouw’ band in 2008 in petto zal hebben.

Kamelot

Ghost Opera

Geschreven door

Het uit Florida afkomstige Kamelot is er ook deze keer in geslaagd om een hoogstaand kwaliteitsalbum af te leveren. Dit nieuwe album ‘Ghost Opera’ is voor de verandering eens geen conceptalbum maar de schijf bevat wel de pakkende bombastische power-progressieve metal die we van de band gewoon zijn. De opvolger voor ‘The Black Halo’ uit 2005 werd in Wolfsburg (Duitsland) ingeblikt en voor het eerst mag ook keyboardspeler Oliver Palotai (uit Duitsland afkomstig) zich volwaardig lid noemen van de band. Kamelot is dus nu een vijftal en voor deze nieuwe plaat keerde ook ‘Karma’ drummer Casey Grillo terug naar de Kamelot stal. ‘Ghost Opera’ staat vol bombastische, rijk georchestreerde metalsongs. Het feit dat een song zich kan ontpoppen van een simpele pianoballade tot een stevige metalsong zorgt bij mij nog steeds voor een ‘wauw’-gevoel.
Toch is deze ‘Ghost Opera’ minder verrassend dan vorige albums. Waar het juist aan ligt kan ik je niet vertellen maar misschien komt het omdat we het ondertussen zo gewoon zijn dat de band de ene sterke plaat na de andere uitbrengt. Het album mist een verrassingseffect maar heeft aan kwaliteit geen gebrek. De bombastische klassieke arrangementen, de complexe doch toegankelijke progressieve metalsongs, de superieure stem van Roy Kahn, en de stevige gitaarriffs van Thomas Youngblood zorgen ook nu voor een sterk samenhangend vooruitstrevend metalalbum.
‘Ghost Opera’ is een mooie toevoeging tot de band’s al bijzonder rijke palmares. Alleen jammer dat de band mij live nog geen enkele keer heeft weten te overtuigen van hun grote klasse. Kamelot is op zijn sterkst in de studio en daar is deze nieuwe schijf het mooiste bewijs van.
Op deze ‘limited edition’ die ik in handen kreeg staat één extra song en werd er ook een interessante bonus DVD toegevoegd met de videoclip en ‘the making of Ghost Opera’.

Alestorm

Captain Morgan’s Revenge

Geschreven door

Dat het promotieteam van Napalm Records goed mijn aandacht kan trekken ondervond ik bij het lezen van de term’Scottish Pirate Metal’ op de achterkant van de promo-CD van Alestorm’s laatste wapenfeit genaamd ‘Captain Morgan’s Revenge’. Ik was dan ook erg benieuwd naar wat we deze keer weer te horen zouden krijgen.

Met gemengde gevoelens knalde dit schijfje voor de eerste keer door mijn boxen. Langs de ene kant kon ik de instrumentale kant van het album wel appreciëren. De vocale prestaties van zanger Christopher Bowes, bezorgden mij tijdens de eerste luisterbeurt enkele bedenkingen. Bowes zingt namelijk allesbehalve zuiver. Na enkele luisterbeurten, slaagde ik erin om dit toch enigszins te relativeren. Zijn smerige, vuile stem, past eigenlijk wel bij het piratenthema. Zingen met een gepolijste stem over roven, prostituees, wilde feestjes en het zuipen van liters bier, zou nogal vreemd overkomen.
Vooral de sing-along songs, met een hoog Dropkick Murphys-gehalte, als “Nancy The Tavern Wench”, “Of Treasure”, “Wenches and Mead” en “Flower of Scotland” blijken zeer geschikt voor de stem van Bowes. Deze nummers zullen live dan ook gegarandeerd voor heel wat ambiance en lege vaten zorgen. De snellere nummers als “Over the Seas” en “Set Sail and Conquer” doen dan weer denken aan “Turisas”.
Aan de instrumentale kant van het album valt weinig aan te merken. De muziek ondersteunt de teksten en het thema bijzonder goed, maar de liefhebbers van technische hoogstandjes zullen hier echter niet aan hun trekken komen.
Deze technische hoogstandjes zijn volgens mij ook niet nodig om een onderhoudend album af te leveren. Het sterkste punt van Alestorm ligt hem namelijk eerder in het hoge feestgehalte. Beluister ‘Captain Morgan’s Revenge’ met een hoop maten in een rokerig hol waar liters bier en rum beschikbaar zijn en je zult de avond van je leven beleven. Maar om er thuis geboeid door te blijven, ontbreekt dit album nog een tikkeltje aantrekkingskracht.

Sunn O)))

Sunn O))): gitzwarte hoogmis

Geschreven door

Het Amerikaanse gezelschap Sunn 0))), onder Stephen O Mailley en Greg Anderson, hebben de muzikale formule klaar van de apocalyps: een unieke sound van een hallucinante, tranceachtige dronetrip van logge, repeterende, donkere en ronkende ritmes van Moog synthi, gitaar- en bas feedbackgeraas, onder een muur van versterkers en pedaaleffects. De recente cd ‘Black One’ bereikte zelfs een ruimer publiek.

De vijf heren in monnikspij speelden anderhalf uur lang een instrumentale ‘wall of sound’, een hypnotiserend, angstinducerend geluid in een mistig rookgordijn. Enkel was er het gemis van een Gregoriaanse zang. Het leek de soundtrack voor horror suspense, de Stephen King films en Friday the 13ths. Muziek die het daglicht niet kan verdragen …
Er was de schitterende start van een diepe, ‘to the bone’ klinkende trombone, waarin de sound aanzwol naar een waaier van noise en fuzz en een verloren gewaaid pianoriedeltje. Het dreigende ‘drone’ karakter trilde door je lichaam. De band liet een sterke indruk na.
Sunn O))) was Halloween en tekende voor een gitzwarte hoogmis. In het rookgordijn zagen we slechts af en toe een schim van de five people in capes en hun instrument. De typisch monniksgebaren en rituelen betekenden alvast een meerwaarde.

Black Heart Rebellion, een jonge Brugse band, was de perfecte warming up. Hun combinatie van hardcore, postrock, soundscapes en screamo kon rekenen op een sterke respons. Ergens tussen Isis, Amen Ra, 65 daysofstatic en Mogwai. Trouwens, de band stond middenin de zaal, een ‘abandinabox’, in een lichtdecor van zwart-witte sneeuw van een twintigtal dooreen gestapelde (oude) tv toestellen, waarvan de distributie was uitgevallen. Een prachtige vondst die hun sound fijn onderstreepte. De zang had geen microversterking nodig en ging door merg en been.

De twee groepen tekenden voor een niet alledaags concertavondje, en waren een beangstigende, huiveringwekkende nachtmerrie.

Organisatie: 4AD Diksmuide

Tunng

Good Arrows

Geschreven door

Het Britse Tunng onder het duo Mike Lindsay en Sam Genders is aan de derde cd toe en biedt niks verrassend op muzikale inhoud en vorm , maar staat garant voor goede en fijne semi-akoestische gitaarpop (new acoustic movement) , (free)folk, knisperende elektronica en soundscapes. Een toegankelijk emotievolle, warme en relaxte sound , ondersteund door de afwisselende en samenzang van het duo.
Tunng is de ideale cocktail tussen droom en werkelijkheid, ernst en humor. ‘Good Arrows’ bevat boeiende sfeervolle en dromerige muziek met een zekere hitpotentie: “Take”, “Bricks en “Bullets”. “Soup” en “Spoons zijn mooie tussendoortjes.
’Good Arrows’ heeft een heerlijke sound, die niet verveelt, maar spijtig genoeg ook geen nieuwe wendingen biedt.

The Coral

Roots & Echoes

Geschreven door

Het Britse The Coral wist sinds hun debuut op korte tijd nog drie cd’s uit te brengen. Hun beloftevol titelloze debuut konden ze niet meer evenaren …tot deze vijfde cd uitkwam, waarbij het zestal rustig de tijd nam te werken aan hun broeierig, fris sprankelend, sfeervol en intiem songmateriaal, het muzikaal uitgangspunt van de groep. Op de vorige cd’s ontbrak het hen aan diepgang,  sterkte en emotie.
’Roots & Echoes’ plukt minder elementen uit diverse stijlrichtingen, doch staat bol van mooie Britpopsongs met een vleugje psychedelica.
The Coral vond de kracht van het songschrijven terug: van lichtvoetige popsongs als “Put the sun back”, “Cobwebs”, “Rebecca you”, “She’s got a reason en “Music at night” tot meer uptempo als “Who’s gonna find me”, “Remember me” en “In the rain”. Het intiem dromerige “Not so lonely” kaapt de hoofdprijs weg!
Inderdaad, The Coral speelt ongevaarlijke, vaardige popmuziek, maar eentje die intrigeert en beklijft!

Bonde Do Role

With Lasers

Geschreven door

Bonde Do Role is een Braziliaans trio, dat overdondert met een salvo aan oldschool hiphop, disco, poprock, kitsch en dancebeats. Fragmenten van andermans muziek worden leuk geïntegreerd in hun groovy  sound.
Het trio kan fel, opzwepend en feestelijk uit de hoek komen op songs als “Dança de zumbi”, “Soita o frango”, “Tieta”, “Office boy” en “Bondallica”. Maar het zijn vooral “Divine gosa” en “Geremia” die zich onderscheiden. Voor de rest is het een beetje teveel van hetzelfde en wordt het doel van ‘bal populaire’ wat gemist. ‘With Lasers’ laat dus af en toe een steekje vallen…

Stan Bush

In This Life

Geschreven door

Midden dit jaar bracht Stan Bush zijn tiende studioalbum uit. 'In This Life' werd uitgebracht bij Frontiers Records en is tot op heden één van de beste Frontiers releases van het jaar. Stan Bush is voor ons geen onbekende. We volgden Stan's carrière tot na het uitstekende 'Dial 818-888-8638' uit 1993. Daarna haakten we af.
Dit nieuwe album is het strafste wat Bush tot op heden uitbracht. Elf perfecte A.O.R. songs (up-tempo songs en schitterende ballades), allen met een erg hoog hitpotentieel, geven je overweldigend warm gevoel. Stan Bush is een begrip in de wereld van de melodieuze rock en dit vooral vanwege zijn inbreng en samenwerking met de bekendste melodic rockbands. Zo zong Stan o.a. met Jefferson Starship en Alice Cooper en schreef hij talrijke songs samen met o.a. Jonathan Cain (Journey), Jim Vallance (Bryan Adams) en Paul Stanley (Kiss). In Amerika maakte hij ook verschillende TV commercials en werkte hij mee aan enkele 'major movies'.
Als soloartiest is zijn werk slechts gekend door een handvol A.O.R. freaks. Ik hoop dat 'In This Life' daar verandering in kan brengen want deze schijf is een echt pareltje. Vooral de kwaliteit van het afgeleverde songmateriaal is opvallend sterk en constant deze keer. Geen enkel nummer stelt teleur en als melodieuze rockliefhebber val je van de ene verrassing in de andere. Naast de man's overheerlijke rockstem is het ook ten volle genieten van de gitaarcapriolen en keyboarduitspattingen van Holger Fath. Deze laatste tekende ook voor de glasheldere productie van dit album.
In dit toch wel mager A.O.R. jaar is dit album een absolute uitblinker. Een perfecte A.O.R./Melodic Rock mix waarin de up-tempo songs ditmaal de bovenhand halen. Verplichte kost voor elke A.O.R. freak!

Suspyre

A Great Divide

Geschreven door

Ook gehuisd bij Nightmare Records maar duidelijk een van hun betere releases is de nieuwe plaat van Suspyre.
'A Great Divide' is het tweede album (opvolger van 'The Silvery Image' uit 2005) van deze uit New Jersey afkomstige Progrockers. Suspyre is echter veel meer dan louter Progrock.
'A Great Divide' is immers een muzikaal avontuur waarin verschillende muziekstijlen aan bod komen. Jazzy-piano fusionrock, symfonische en progressieve metal, powerrock tot klassiek, het zit allemaal in deze plaat. Ook in dit genre is het bijna onmogelijk geworden om nog origineel uit de hoek te komen. Suspyre probeert dit te doen door ingrediënten te pikken van verschillende collega-bands. Zo hoor je duidelijk invloeden van Dream Theater, Symphony X of Rhapsody in hun volgepakt geluidspallet. 'A Great Divide' is ook een sterk technisch vaardig album. Je komt oren tekort.
Het album bestaat uit twee delen: 'Opus II: The Alignment Of Galaxies’  neemt een goeie 34 minuten voor zijn rekening. Dit eerste deel is hoofdzakelijk instrumentaal en wordt slechts af en toe door enkele vocale passages onderbroken. In 'Opus III: The Origin Of A Curse' mag zanger Clay Barton zich al iets meer manifesteren, maar de band blijft het sterkst tijdens de uitgebreide instrumentale passages. Deze vorm van doorleefde Prog Metal zal niet iedereen weten te verrassen, maar de plaat is in elk geval het 'checken' eens waard!

Icarus Witch

Songs for the Lost

Geschreven door

Cruz del Sur, het label van Icarus Witch, heeft een vruchtbaar jaar achter de rug. Na het schitterende ‘Hardworlder’ van Slough Feg, werden onlangs opnieuw twee pareltjes uitgebracht. Naast het nieuwe album van Ignitor levert men met de nieuwe langspeler van Icarus Witch een lekkere pot  heavy metal.

Met ‘Songs for the Lost’ bewijst Icarus Witch dat het niet altijd nodig is om vernieuwend uit de hoek te komen. Waarom zou je immers halsbrekende toeren uithalen om aan de trend van vernieuwing te voldoen, wanneer je genoeg capaciteiten in je marge hebt om met een oude succesformule een schitterend album te kunnen afleveren.
De heren van Icarus Witch brengen overtuigende enthousiaste heavy metal. Lekkere riffs, snijdende gitaarsolo’s, enthousiaste en opzwepende teksten, een boeiende zanger, noem maar op. Alle elementen om een geslaagd album te serveren zijn hier aanwezig, inclusief rustpunten (vb:“The Sky is Falling” en “Smoke & Mirrors”) om het album de nodige variatie te bieden.
Wie ondertussen begon te vrezen voor de originaliteit van het album, kan ik gerust stellen. Hoewel ik hier en daar wat invloeden meen te herkennen van grootheden als Queensryche, Rainbow, Judas Priest … , beschikt Icarus Witch voldoende over een eigen identiteit, om ook de oude rotten binnen het metalgebeuren te kunnen boeien.
Hoewel ‘Songs for the Lost’ over het algemeen een erg hoog niveau aanhoudt, schieten Def Leppard cover “Mirror Mirror” en “Queen of Lies” er voor mij nog net iets boven uit. De grootste verdiensten hiervoor vallen te beurt aan respectievelijk, Joe Lynn Turner (ex-Rainbow, Deep Purple and Yngwie), die voor de gelegenheid mocht komen meezingen en de vaste zanger van de band, Matthew Bizilia. Beide heren hanteren hun stem met grote klasse waarvoor ik niets dan bewondering kan uiten.

Liefhebbers van een gevarieerde pot stevige heavy metal kunnen ‘Songs for the Lost’ volgens mij blind aanschaffen. Ze zullen er gegarandeerd geen spijt van hebben.

St. Vincent

St. Vincent: talentrijke singer/songschrijfster Annie Clark heeft het publiek in haar greep

Geschreven door

Annie Clark maakte deel uit van de begeleidingsband van Polyphonic Spree en Sufjan Stevens. Ze nam dan de tijd haar eigen project St.Vincent uit te werken. Een glimp van haar werk hoorden we al toen ze solo optrad in de Vooruit te Gent als support van Stevens.
De frêle jongedame heeft een hemels sferisch debuut uit, ‘Marry me’, dat lieflijk, teder als verbeten, overstuurd klinkt. De dromerige songs hebben soms een vleugje triphop en jazz of kunnen ietwat krachtiger zijn. Kortom, Clark schreef knap in elkaar gestoken eenvoudige, subtiele songs, die een dosis avontuur kunnen bevatten door de onverwachtse wendingen.

Live hoorden we een fijn, relaxt, sfeervol en aangenaam concert, waarbij ze onder de indruk was van de pittoreske Rotonde; ze gaf zelfs de lichtman lovende woorden. Ze had het gevoel als een visje in een aquarium op te treden.
Ze werd begeleid door drie groepsleden, regelrecht onttrokken van een Amerikaans schoolbal. De dromerige songs kregen zeggingskracht door elektronica, toetsen, viool en een bezwerende percussie, waarbij Clark speelde met haar stem en vocoder.
”Jesus saves I spend” was een aardige opener, gevolgd door de titelsong. Ze kregen een zigeunerklank. De single “Now, now” klonk snedig en kon rekenen op een sterke respons. Het was deugddoend voor de band, die na hun tournee in de UK de Belgen een warm en erg vriendelijk publiek vond. St.Vincent speelde een voorbode van de kerst met songs als “All my stars aligned”, “The apocalypse song” en “What me worry?”. Het tempo dreef ze op met triphopbeats op “Landmines” en “Your lips are red”, die een donker, dreigende ondertoon hadden. “Paris is burning” was de finale van de set: van uiterst sfeervol tot een  krachtig eind!
Annie Clark besloot solo terug te keren: “These days” (van Jackson Browne) en een PJ Harvey gerelateerde song, werden bepaald door haar subtiel gitaarspel en heldere stem. Een schitterend eind.

Met haar intieme en bedreven dromerige indie freefolk had St.Vincent ons gaandeweg in haar greep …van een onwennig aanvoelen naar een duidelijke overtuigingskracht, wat dit talent in de voetsporen bracht van Feist, My Brightest Diamond, Joan As Police Woman, Tori Amos en Kate Bush.

’Puddle City Racing Lights’ is de eerste worp van het Britse Windmill onder de weirdo zanger/componist/toesenist Matthew Dillon, die deze maal enkel was begeleid door een drummer. Met z’n hoog neurotisch heliumstemmetje overdonderde hij de intieme, sobere songs à l’improviste met lappen tekst.
Een dosis humor, dagdagelijkse leuke ervaringen en zelfrelativering gaven elan aan de korte set. “Fluorescent lights” en “Tokyo moon” waren de absolute hoogtepunten, die door de psychedelica sterk neigden aan Wayne Coyne’s Flaming Lips. 

Organisatie: Botanique,Brussel

Black Rebel Motorcycle Club

Black Rebel Motorcycle Club: B.R.M.C. geeft kritikasters lik op stuk

Geschreven door

Na drie door pers en publiek erg gesmaakte albums en een stilte van twee jaar bracht Black Rebel Music Club (aka B.R.M.C.) dit voorjaar ‘Baby 81’ uit. Deze nieuwe worp werd door musicsites als Allmusic en Pitchfork echter prompt de grond ingeboord vanwege te afgelijnd, de nieuwe nummers kregen nauwelijks radio airplay en de groep leek deze zomer wel verbannen naar kleinere festivals zoals Dour. Het Amerikaanse trio blijkt door de jaren heen echter genoeg trouwe fans te hebben verzameld om moeiteloos zalen zoals de Botanique of, zoals afgelopen donderdagavond, Le Grand Mix te vullen.

De steevast in zwart gehulde heren lieten de mindere respons op ‘Baby 81’ alvast niet aan hun hart komen en stopten stomende versies van nieuwe nummers zoals “Took Out a Loan”, “Berlin” en “666 Conducer” helemaal voorin de set. Op dat laatste album grijpt de groep terug naar haar voorliefde voor de noisy Britpop van Jesus & Mary Chain, Oasis en Ride, maar live werd even goed ruimte gelaten voor het americana geluid ten tijde van ‘Howl’; het titelnummer van dit vorig album uit 2005 werd ingeleid door een krakkemikkig monotoon orgeltje; op “Ain’t no Easy Way” en “Faultline” speelden akoestische gitaar en mondharmonica een hoofdrol terwijl “Promise” werd begeleid door de onwaarschijnlijke combinatie van piano en schuiftrompet.
Live werd een mooi evenwicht behouden tussen intimistische folk en bluesy noiserock door nummers uit ‘Howl’ in de set te integreren tussen klassieke nummers uit de eerste twee albums zoals “Stop”, “Love Burns”, “Spread Your Love” en “Red Eyes and Tears”. Hierdoor profileerde B.R.M.C. zich het ene moment als een gitaargroep met respect voor folktradities en het andere moment als een americana band met een gezonde voorliefde voor breed uitwaaierende gitaarnoise. Uniek aan elk B.R.M.C. optreden is de synergie tussen gitarist Peter Hayes en bassist Robert Turner die afwisselend de bezwerende lead vocals voor hun rekening nemen.
Een onbetwist hoogtepunt van deze wisselwerking was het ruim 10 minuten durende “American X”, een neopsychedelische song uit ‘Baby 81’ die de band oprecht opdroeg aan hun roadies en het eerste deel van het bijna twee uur (!) durende optreden afsloot.
Zowel publiek als groep hadden duidelijk zin in een zinderende bisronde die werd ingezet met twee vergeten klassiekers uit ‘Take Them On, On Your Own’ uit 2003, nl. “In Like the Rose” en “Six Barrel Shotgun”. Na een diepgravend “Salvation” kon slechts één nummer nog de kers op de taart van Sinterklaas zetten. “I fell in love with a sweet sensation, I gave my heart to a simple cause, I gave my soul to a new religion, whatever happened to you?”, een chorus dat tot driemaal toe luidkeels werd meegeschreeuwd door ondergetekende op “Whatever Happened to My Rock’n’Roll”, tot nader order nog steeds hét B.R.M.C. anthem bij uitstek!

Alhoewel minder radiovriendelijk en minder hype-gevoelig dan pakweg The Strokes, Interpol en The White Stripes verdient dit sympathieke drietal nu meer dan ooit een plaats in het rijtje van toonaangevende Amerikaanse revival gitaaracts anno de jaren 2000.

Normaal gezien zijn vooroordelen niet besteed aan ondergetekende, maar voor een voorprogramma dat luistert naar de naam Skweeze Me Pleeze Me wil ik wel graag een uitzondering maken. Getooid in oversized sunglasses en zanikend in een soort Frans Engels (ook wel Franglais genoemd) kon je dit lokaal talent moeilijk verdenken van enige podiumpresence. Een goed half uur en anderhalf beklijvend nummer verder bleek de slotconclusie dan ook: ander en beter, goed geprobeerd, close but no cigar ... kortom een zonde van onze kostbare tijd en een hemelsbreed verschil met wat nog komen zou...

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

The Tellers

The Tellers: aanstekelijk charmante eenvoud

Geschreven door

The Tellers waren nog maar pas terug van een succesvolle - en naar eigen zeggen: erg vermoeiende - tournee doorheen België, Nederland, Duitsland, Frankrijk en Scandinavië. De band zag deze tournee finaal beloond met een tweeluik uitverkochte concerten in de immer gezellige Rotonde van de Botanique en in de AB Club daags nadien. De piepjonge snaken van The Tellers, uit het Waalse Bousval, speelden een verrassend pittige en aanstekelijke set! De talrijk opgekomen jonge bakvissen volgden gedwee in hun kielzog.
Zanger Bailleux-Beynon en gitarist Blistin vormen de kern van het officieel tweekoppige The Tellers maar worden live aangevuld met een (over)enthousiaste bassist en een drummer waar het speelplezier van afdruipt. Deze aanvulling is broodnodig want wanneer drummer en bassist even plaats maakten voor een solomoment van het stichtende duo kon de muziek heel wat minder beklijven. Met zijn vieren rockt het geheel, met extra aanvulling voor akoestische gitaar en de minimale begeleiding, veel meer en krijgen de songs een heel andere en merkbaar sterkere dimensie.

De set schoot met het catchy “If I say” en “More” meteen stevig uit de startblokken. Gedreven op enthousiasme en spontaniteit volgden zowat alle nummers van op hun debuutplaat ‘Hands Full Of Ink’ en hun eerder uitgebrachte EP ‘More’. “Second Category”, ook gebruikt als begeleidende muziek voor een reclamespot van Canon, en “Hugo” konden op heel wat bijval rekenen bij het opgekomen, vooral Franstalige, publiek. Beide songs zijn hits in Wallonië maar ook bij ons op o.a. Studio Brussel - terecht - niet over het hoofd gezien. De herkenbare, bijna banale, riedeltjes waren alvast ook bij ons tussen de oren blijven hangen en typeren het ietwat naïeve, maar daarom niet minder briljante, geluid van The Tellers. Passeerden ook nog de revue: het atypische en tamelijk duistere “Holiness”, het ingetogen “The Darkest Door”, de bescheiden rocksong “Confess”, het heerlijke reggae-aandoende “Prince Charly” en, als één van de hoogtepunten “He gets High” waarbij de overijverige bassist een kwart van de zaal op het podium toeliet (inclusief enkele look-a-likes).

The Tellers zijn dan misschien nog tamelijk groen achter de oren en geven dan nog wel blijk van weinig podiumervaring, toch kan je in alles zien en voelen dat er zich nog behoorlijk veel potentieel in deze band schuilhoudt. Iets zegt ons dat het Welsh accent, dat zorgt voor een wel heel herkenbaar melancholisch stemgeluid, van Bailleux-Beynon er voor kan zorgen dat de band doorbreekt over de taal- en landgrenzen heen. Aangevuld met het muzikale brein van Blistin (tijdens de set kan je perfect aanvoelen dat hij het muzikaal voor het zeggen heeft) doen The Tellers ons enorm denken aan bands als The Kooks en een wel heel brave (en semi-akoestische) versie van The Libertines. Het klinkt allemaal bijzonder veelbelovend en prikkelt zeker niet minder onze nieuwsgierigheid van wat deze band in de toekomst nog voor ons in petto heeft.

Talking To Teapots uit Kristianstad - Zweden, 2 jaar terug al te gast in de Gentse Kinky Star, verzorgde een eigenzinnige support met duidelijke invloeden van Pavement en Captain Beefheart. Sterke, afwisselende nummers die soms ‘Zappaiaans’ aandeden. Debuutalbum van deze Zweden: ‘The Re-Creation Of All Things’.

Organisatie: Botanique, Brussel

The Fiery Furnaces

Widow City

Geschreven door

The Fiery Furnaces hebben er zo een beetje hun handelsmerk van gemaakt om de luisteraar telkenmale op het verkeerde been te zetten. Elke song verandert evenveel van tempo als van melodie, een fijne pianoriedel wordt zonder omkijken plotsklaps omgezet in luide gitaren en het ritme wordt om de haverklap gewijzigd. Op de duur weet je niet meer in welke song je zit. Er staan er zestien op ‘Widow city’ maar het zijn er precies wel 56. Maar let wel, de formule die zij toepassen is uniek en geslaagd en met geen enkele andere band te vergelijken.
Het is een avontuurlijke klotsende cocktail ontsproten uit het creatieve brein van twee boeiende figuren,  broer en zus Matthew en Eleanor Friedberger. Ongetwijfeld moet hun kop overlopen van zotte ideeën  en geschifte gedachten. Wat er uit komt is van een ongeëvenaarde muzikale genialiteit en spitsvondigheid. U zal misschien compleet gek worden van al die tempowisselingen en plotwendingen, wij daarentegen vinden dit bijzonder knap en geestig.

Scorpions

Humanity – Hour 1

Geschreven door

Deze sympathieke Duitsers uit Hannover komen drie jaar na 'Unbreakable' (2004) op de proppen met een nieuw album. Wie voorheen niet van de Scorpions hield zal ook nu weer niet gecharmeerd worden door 'Humanity - Hour 1'. De periode dat de Scorps het grote publiek nog konden bereiken ligt immers al een tijdje achter ons. Na het uitbrengen van enkele vrij zwakke albums eind vorige eeuw ('Pure Instinct' (1996) en 'Eye II Eye (1999) keerden zelfs vele die-hard fans de band definitief de rug toe. Na wat symfonische en akoestische uitstapjes sloeg de band keihard terug met het uitstekende 'Unbreakable' uit 2004.
Het uitbrengen van 'Humanity  Hour 1' gaat gelukkig niet gepaard met een drastische muzikale koersverandering. Er werd immers gevreesd dat de band hun sound opnieuw wou moderniseren. Gelukkig niet en daarom klinkt dit nieuwe album lekker vertrouwd en typisch Scorpions. Het titelnummer vormde de 'leading song' in Brussel, eind maart, tijdens de Europese feestelijkheden. 'Hour 1' is ook een beetje een conceptplaat geworden over de neergang van onze aardkloot. De songs zitten prima in elkaar. Heel wat leuke riffs en gitaarsolo's verblijden onze oren en de zang van Klaus Meine is nooit beter geweest. Ballads en Up-tempo rockers wisselen ook nu weer traditioneel elkaar af. Mede door de ijzersterke productie van Desmond Child (die ook backingsvocals leverde en meeschreef aan enkele songs) is dit één van de allerbeste Scorpions platen van de voorbije 15 jaar! Qua stijl en sound doet dit album me vooral denken aan het uitstekende 'Savage Amusement' uit 1988 en dat is een erg groot compliment. Deze Duitse veteranenploeg doet het nog steeds prima en blijkt nog steeds in staat om een stevig potje te rocken.

Zaphayael

Zaphayael

Geschreven door

Zaphayael is een éénmansproject, die naar eigen zeggen ‘Blazing Melodic Metal’ brengt. Een term die naar mijn bescheiden mening de lading zeker denkt. Viktor Walschaerts, het brein achter deze band, scharrelde voor de opnames twee gastmuzikanten bijéén, die hun instrumenten aardig weten te hanteren, namelijk Jonas Messiaen (Angor Pectoris, Ex-Dusk en Ex-Head-on) en Koen Torremans (Vinternatt).

Naast de muzikale prestaties, die deze drie heren brengen, is ook de productie die in eigen handen genomen werd, bijzonder goed. Helaas maakte men gebruik van een drumcomputer om de kosten te drukken. Net als bij andere groepen die hiervan gebruik maken, kreeg ik een onnatuurlijk gevoel, wat ook niet onlogisch is.
Toch is dit enige minpunt niets in vergelijking tot de rest van de muziek. Zaphayael brengt met deze demo donkere melodische ‘black metal’, van hoge kwaliteit. De 23 minuten durende demo, vloeit door de boksen als één goed doordacht geheel. De melodielijnen overheersen dit geheel, waarbij vooral de synthesizer-elementen een meerwaarde bieden.
De demo telt slechts drie nummers, maar elk nummer toont op een andere manier de pracht van het album aan. Dit zorgt voor heel wat variatie. “As the Day Fades Into Night” opent het album op een rustige melodieuze manier het album, om vervolgens voort te vloeien in overwegend razendsnelle “Zoerselbos”. Beide nummers zijn grotendeels instrumentaal, al komt in de opener van het album een mysterieus klinkende verhalende stem naar boven, gevolgd door occasionele screams. “My Paragon”, daarentegen, wordt de eerste twee minuten ondersteund door grunts. Doordat de muziek ervoor gemaakt lijkt en het grunten wordt beperkt tot een minimum, brengt het een mooie aanvullende variatie, zonder te gaan vervelen.

Gelukkig liet Viktor zijn plannen niet langer in de kast liggen en waren beide gastmuzikanten bereid hun bijdrage te leveren aan het geheel. Zaphayael levert hier namelijk een meer dan behoorlijk debuut af. Laat ons hopen dat er al gauw een vervolg wordt afgeleverd, van deze band wil ik zeker meer horen!

Oi Va Voi

Oi Va Voi

Geschreven door

Het Londense Oi Va Voi verraste in 2004 met de cd ‘Laughter through tears’. Een exotische cocktail van pop, wereldmuziek, hoempapa en Balkan, wat smaakvol werd ontvangen. De band beschikte toen over zangeres KT Tunstall en violiste Sophie Solomon.
De band heeft voor deze opvolger de twee verliezen voldoende kunnen opvangen en heeft een tweede sterke plaat klaar, die per beluistering z’n subtiliteit prijsgeeft. Met hulp van zangeres Alice McLaughlin, is de muzikale aanpak breder en sfeervoller; af en toe klinkt het Londens gezelschap zwierig, fleurig en fris, door zigeunerklanken, folklore en Balkanpop. “Yuri”, “Balkanit”, “Dry your eyes” en het korte “Spirit of Bulgaria” geven een kleurrijke sound. Een volstrekt unieke band die live duidelijk extraverter klinkt.

Night Ranger

Hole In The Sun

Geschreven door

Negen jaar na ‘Seven’ is er eindelijk een nieuw Night Ranger album. Na maanden beluisteren blijf ik dit een lastig album vinden om te bespreken. Mijn verwachtingen waren immers erg hoog gespannen. Ik verwachtte een bom à la ‘7 Wishes’ (’85) of ‘Big Life’ (’87), zeker nu de band ook tekende bij Frontiers Records. Aanvankelijk bleek deze nieuweling een erg teleurstellende plaat maar na ettelijke luisterbeurten werd ik toch wat enthousiaster. Doch ‘Hole In The Sun’ verbleekt bij de klassieke Night Ranger albums maar los van elke vergelijking is dit toch een vrij aardig Melodic rockalbum. Net zoals Toto & Journey maakte de band voor Frontiers een vernieuwend, modern rockalbum, zonder dat de plaat echt als ‘killer’ kan gecatalogiseerd worden. De line-up voor dit album is deze van de reünie line-up van 1996 (Jack Blades, Brad Gillis, Jeff Watson & Kelly Keagy). Enkel keyboardspeler Alan Fitzgerald werd vervangen door Michael Lardie, die eerder bij Great White aan het werk was. Ondertussen werd ook deze vervangen door Pride Of Lions keyboardist Christian Cullen.
Op ‘Hole In The Sun’ staan 12 goede tot uitstekende melodic rocksongs die zeker het beluisteren waard zijn! Dat de band zich heeft vernieuwd is meteen duidelijk als je de heavy openingstrack: “Tell Your Vision” hoort. Enkel de ballade: “There Is Life” (dat opvallend veel gelijkenissen heeft met “Sister Christian”) doet nog aan het oude Night Ranger denken. De gitaartandem Watson/Gillis haalt af en toe enkele stevige riffs uit de kast. Dit is dan ook een echte gitaarplaat want er zijn erg weinig keyboards te horen. De meeste songs werden ingezongen door bassist Jack Blades maar ook drummer Kelly Keagy mag hier en daar een song zingen.
Conclusie: zeker geen slecht rockalbum, al is het wel even wennen aan de gemoderniseerde Night Ranger sound. Als je een grote fan was van het klassieke Night Ranger is het toch wel even wennen en daarom kan ik dan ook iedereen aanraden de plaat voor aanschaf toch even aan een luisterbeurt te onderwerpen. Vernieuwend klinkt Night Ranger in elk geval. Of alle fans de band hierin zullen volgen durf ik sterk te betwijfelen.

Crystall Ball

Secrets

Geschreven door

Het Zwitserse Crystal Ball is met ‘Secrets’ toe aan zijn zesde album. In de lijn van hun grote voorhangers, Krokus brengen ze zoete hardrock, met wat powermetal-invloeden, die door velen gesmaakt zal worden.

Als we de platenmaatschappij mogen geloven, is er niet veel nood om de visie van deze band te veranderen. Het succesverhaal duurt volgens hen al zes albums lang en de formule die de band hanteert, bleek volgens hen ook deze maal tot een topalbum te leiden.
Dat er met ‘Secrets’ een zeer aangenaam album wordt afgeleverd, zal ik zeker niet ontkennen. Maar om nu te zeggen dat we hier een topalbum voorgeschoteld krijgen, zou ik erg overdreven vinden. Daarvoor blijft het allemaal net iets te braaf naar mijn mening. Openingsnummer “Moondance” slaagt erin mijn aandacht op een zeer positieve wijze te trekken, waarbij voornamelijk de hese charismatische stem van Mark Sweeney mij kan bekoren. Ook “I Will Drag You Down” blijft hierdoor een interessant nummer.
Toch slaagt Sweeney er niet in, om mij met mijn gedachten bij het album te kunnen houden. Het derde nummer, “Minor Key”, is net als de erop volgende nummers zeker niet slecht te noemen. Eigenlijk valt er bijzonder weinig op te merken aan de kwaliteit van de nummers of de productie. Doordat het echter allemaal zo braafjes blijft, zou ik de CD niet aanraden aan wie er met volle teugen wil van genieten. Als achtergrondmuziek tijdens het werk of om rustig mee in slaap te vallen (niet slecht bedoeld) blijkt ‘Secrets’ echter wel een uitstekende keuze te zijn.

Liefhebbers van wat rustigere, maar technisch goed uitgewerkte hardrock, zullen dit album wellicht met open armen ontvangen. Voor mij klinkt het, ondanks de muzikale prestaties, toch bijlange niet interessant genoeg om mij te kunnen blijven boeien.

Architecture In Helsinki

Places like this

Geschreven door

Dit uitgebreid gezelschap uit Australië kreeg voet aan grond te Europa met de tweede cd ‘In case we die’: speels, ontspannende en aanstekelijke sprookjesachtige popsongs. Door het succes brachten ze in het voorjaar zelfs een remixplaat.
’Places like this’ is de nogal snelle opvolger en klinkt éénvormiger, maar bijgevolg ook minder gevarieerd, fris en plezierig. De spanning, de speelse ritmes, de diverse tempowisselingen en de onverwachtse wendingen zijn minder aanwezig. Een handvol nummers intrigeren op die manier, waaronder “Heart it races”, “Hold music”, “Like it or not” en “Debbie”, wat me doet teruggrijpen naar hun vroeger werk. Of  waren we misschien al te veel gewend van deze band …

KT Tunstall

Drastic Fantastic

Geschreven door

KT Tunstall, een lieftallige,  mooi ogende, jonge Schotse dame van Chinese origine, maakte een paar jaar terug deel uit van het Londens worldfolkpopgezelschap Oi Va Voi. Ze verliet de band om een solocarrière uit te bouwen, wat al aardig lukte met het debuut ‘Eye to the telescope’, anderhalf jaar geleden: sfeervolle, melancholische en aanstekelijke gitaarpoprock, waarin folk- en countryinvloeden zijn te horen.
De opvolger ‘Drastic Fantastic’ laat een zelfverzekerde dame horen; lekker in het gehoor liggende poprock van een talentvolle singer/songschrijfster, die zich meteen naast een Melissa Etheridge of een Liz Phair weet te plaatsen.
De songs worden bepaald door een subtiel en snedig melodieus gitaarspel, kleurrijke toetsen en een bezwerende percussie, gedragen door haar heldere vocals.
”Hold on” en “I don’t want you now” zijn soepele popsongs. “Saving my face” kon zo op de plaat van Damien Rice staan en “Beauty of uncertainty” is spannend opgebouwd. “Paper aeroplane” besluit op een uiterst sfeervolle wijze.
Kortom, KT Tunstall heeft hapklare, fijn uitgebouwde popsongs klaar!

Pagina 476 van 489