logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15472 Items)

The Frames

The Cost

Geschreven door
The Frames zijn een Ierse band, die een paar jaar terug opvielen met `For the birds'. Onder impuls van Steve Albini klonk de band homogener en was er geen sprake meer van verschillende muziekstijlen en producers.

`The Cost' is een logische vervolg op de voorbije cd's `For the birds' en `Burn the maps'. De band, onder zanger/gitarist en componist Glen Hansard staat garant voor sfeervolle, dromerige songs, waarin een mate van dramatiek is verwerkt. De songs zitten fijn en subtiel in elkaar en worden ondersteund door piano, viool, elektronica en orkestraties. ?Song for someone?, ?People get ready?, ?Sad songs? en ?True? passen in het rijtje. The Frames verloochenen hun folkyroots niet met songs als ?When your mind's made up? en ?The side you never get to see?. Een paar songs benaderen het Duyster `slowcore' concept: ?Bad bone? en de titelsong klinken intens, intiem en sober. ?Rise? en ?Falling slowly? zijn dan de meer krachtige songs van de cd.

The Frames hebben een afwisselend klinkend plaatje uit dat een beklemmend sfeertje verwezenlijkt.

The Good, The Bad & The Queen

The Good, The Bad & The Queen

Geschreven door
The Good, The Bad & The Queen is het nieuwe muzikale project van Damon Albarn, die opnieuw bewijst dat hij van vele muzikale markten thuis is, na het muzikaal avontuur met Blur, Gorillaz , het Mali Music Project en het Honest Jons platenlabel.

Hij deed beroep op een paar voorname artiesten: Tony Allen, afrobeat legende, die uitmunt op de elektronica/dubsounds, Simon Tong (ex The Verve), voorziet af en toe een paar fijne, snedige gitaarloops, en oudste van het gezelschap Paul Simonon, The Clash fenomeen op bas, heeft z'n eigen manier om een paar diepe bastunes te spelen. En tenslotte is er Albarn, die met z'n emotievol pakkende stem haat- en liefdegevoelens van zijn weinig rooskleurige stad Londen weergeeft.

Het is een lome, sfeervolle en rustige plaat die het vooral heeft van de elektronica in songs als ?Northern whale?, ?Nature springs?, ?Three changes? en ?Green fields?; af en toe durft men ietwat forser te klinken zoals op ?Herculean? en de titelsong. Danger Mouse (van Gorillaz en het Gnarls Barkley debuut) stond in voor de productie.

Op The Good, The Bad & The Queen horen we een rijke muzikale wereld van vier artiesten. Mooi toch.

Arno

Jus De Box

Geschreven door
Bijna 60 jaar oud … al 30 jaar bezig… en er in slagen schitterend werk af te leveren, meer zelfs! Arno verbaast en boeit enorm op ‘Jus De Box’. De plaat toont aan dat de ‘jus’ van Arno nog steeds goed trekt! De cd  klinkt aanstekelijk, fris, dynamisch, rauw en biedt ruimte voor intimiteit. Alle talen: Engels, Frans en  in ‘’t Ostends’; besluit: Arno in topvorm.
De plaat klinkt harder dan de voorganger van twee jaar terug ‘French Bazaar’. Arno onderneemt deze maal geen theatertournee om de plaat te ondersteunen, integendeel, naast twee maal AB, speelt hij zelfs voor de eerste maal in Vorst Nationaal, en doet hij een paar ‘try out’ concerten en wordt een heuse tournee in Frankrijk gepland. Wat een drive en energie van deze performer, scherper dan ooit! Deze maal vervoegt de drummer van Triggerfinger, Mario Goossens, de vast vertrouwde band van Arno.
Wat een afwisseling van een dolle en stomende bijna zestiger: een paar stevige rockers als “From Zero to Zero”,  “Les filles de mon quartier” en “Hit the night”, een paar rauwe melodieuze pakkende songs als  “Help me, Mary” en “Mourir a plusieurs”, de funky swing op z’n TC Matics op “Miss Amérique”, “Het boeket met Pisseblommen” als  regelrecht ‘Ostendse’ rocker, vaudeville op z’n Tom Waits op “Jusqu’au bout”, “Red lipstick” en “Reviens Marie”, een vleugje carroussel op “Douce en  “Toute la nuit” en dan is er nog de samenwerking met de Franse rapper Faf Larage op “I’m not into hop”.
Kijk…luister en huiver want Arno is een nachtburgemeester die intrigeert en jonge artiesten en bands doet verbleken! Respect! Tijdloos figuur! Point final.

 

Little Barrie

Stand your ground

Geschreven door
De debuutplaat `We are Little Barrie' van dit Britse trio was al een aangename verrassing en ook nu zijn ze met een sterk staaltje soulrock op de proppen gekomen.

Centraal binnen deze band staat frontman Barrie Cadogan, een begenadigd gitarist die zijn instrument volledig ten dienste stelt van de soulvolle songs die soms bluesy, soms funky en steeds lekker groovy zijn. Cadogan heeft iets van Hendrix, niet dat hij hier uitgebreid begint te soleren, maar die Hendrix touch en feeling is hem aangeboren. Some guys have all the luck.

`Stand your ground' is een rockplaat die soul ademt, of omgekeerd als u wil. Ze klinkt wat ruwer dan de voorganger en dat heeft misschien wel te maken met drummer Russell Simins (van de Jon Spencer Blues Explosion) die op de helft van de plaat op de vellen mag meppen. ?Cash In? is een geweldig rollende rocksong die bovendien nog is voorzien van een bruisende mondharmonica, ?Pretty pictures? bevindt zich in een rockabillystraatje waar ook The Stray Cats ten dans spelen en stelt het daar zeer goed, ?Why don't you do it? is een waarlijk prachtige blues.

Als we al dan al één vorm van kritiek hebben op dit album, dan is het dat het gewoon veel te kort is.

Guillemots

De fantastische muzikale wereld van Guillemots

Geschreven door
Guillemots, de band rond Fyfe Dangerfield, verbaasde midden vorig jaar met het debuut `Through the windowpane', die een paar songs van de eerder verschenen `From the cliffs EP' bevat. Muzikaal plaatje: ergens tussen Paul Simon, Jeff Buckley, Flaming Lips, Badly Drawn Boy en de `upcoming scene' van Arcade Fire en The Decemberists. Een rijkelijk geschakeerd romantisch geluid, die iets `niet van deze wereld' heeft, doet wegdromen en doet genieten van een `fantast' wereld. De roots van de bandleden is geïntegreerd: Dangerfield als Brit, een Schotse drummer, een Braziliaanse gitarist en een Canadese (contra)bassiste. Een bont gezelschap, aangevuld met blazersectie (trompet/klarinet).



Dangerfield, een enthousiast type, gezeten op grootvaders avondzit, was live grotendeels verscholen achter een pak elektronica-apparatuur. Hij liet z'n kunstjes krachtiger horen en goochelde met voicesamples en beats. Dangerfield creëerde een ontspannende sfeertje door z'n losse contacten met het publiek.

?Come away with me? was een sfeervolle inleider. De titelsong van de cd `Through the windowpane' was breder omlijst door Dangerfiels onschuldig, dromerige zang, z'n elektronisch vernuft, een opzwepende percussie, een subtiel gitaarspel, diepe bastunes en blazersectie; Het nieuwe ?Go away?, op hetzelfde elan, wordt een klassesong en was een eerste hoogtepunt. Het tempo werd hoog gehouden door het Flaming Lips getinte ?Made up lovesongs?, een heerlijk poppsychedica nummer. Intiem en donker klonk ?The sea out?. Het volgend nieuwe ?Big Dog? had een mix aan stijlen; pop, r&b, jazz en Arabische world ergens The Bee Gees, Tuxedomoon en Natacha Atlas. Prikkelend nieuw songmateriaal, dat halsreikend doet uitkijken wat de man in 2007 in petto zal hebben!

Guillemots zorgde voor een drive en een freakende groove op ?21st of May?, met een vleugje ska, en op ?She's evil?, met `80's wave, een gegoten soundtrack voor een horrorfilm, was er een glansrol weggelegd voor de gitarist. De meeste hitpotentie hadden het melancholische ?Annie, let's not wait?, ?We're here? en ?Last star? (terug een nieuw nummer!), leunend aan Badly Drawn Boy en Jeff Buckley.

?Trains to Brazil? en ?Sao Paulo? besloten de avond in grandeur; het zijn twee klassiekers op plaat en bevatten de versmelting van de nationaliteit van Guillemots: groovy en bedreven, rijkelijk georkestreerd, mooi uitgewerkt en een `world' ondertoon.

Dangerfield kwam solo terug, met een klein synthesizertje; Dangerfield zong en speelde als een herboren Buckley op ?The blue would still be blue?; het tokkelen op de synthesizer en z'n stem gaf ons kippenvel. Huiveringwekkend en pakkend!





Guillemots bood anderhalf uur uiterst genietbare songs, zonder verdere bis, want daar is hij niet echt aan; een afwisselende set, met een pak nieuwe, veelbelovende songs. Van een zogezegde tweede `moeilijke' plaat kan bij Guillemots geen sprake zijn; het is de bevestiging van de creativiteit, de kunde en de speelsheid van Dangerfield en de zijnen.

Organisatie: Cactus Club @ Concertgebouw Brugge - Music In Mind festival -

The Rifles

Beheerste postpunk

Geschreven door
In de Petrol te Antwerpen kregen de twee bands Confuse The Cat en The Rifles evenveel tijd om zichzelf live voor te stellen.

Geert Plessers is al een paar jaar bezig, na het Reiziger avontuur, met Confuse The Cat. De band bood een aanstekelijke, dynamische en vitale set gedurende zo'n 45 minuten. Het vijftal proeft van postrock, Britse postpunk en waverock. Een fris, springerig geluid, dat het vijftal injecteerde op het podium. Ze putten rijkelijk uit hun terechte doorbraakplaat (derde plaat reeds!) `We can do it'. Plessers ontpopte zich op het podium als een Paul Smith van Maximo Park of als een Alex Kapranos van Franz Ferdinand; één van de gitaristen leek als twee druppels water op een Fun Boy Three-er.

Confuse The Cat gaf er een ferme lap op met puike songs als ?The deepest blue?, ?Shockwaves?, ?Principessa? (een Daddy Cool strofe in de outtro) en de opzienbarende single ?Akela?.

The Rifles zijn een jong bandje uit Londen die een mooie toekomst tegemoet kunnen gaan, net als geestesgenoten The Kooks en The Subways. In een kleine 50 minuten speelden ze een twaalftal drie minuten songs. Het viertal, onder zanger /gitarist Joel Stoker, bracht een sprankelende, energieke set, waarin af en toe ruimte was voor sfeervoller materiaal. Melodieus opzwepende `to the point' postpunk, die nauw leunt aan de `70's van The Jam: korte, kernachtige en snedige songs!

Na een Stooges intro, trok het viertal meteen fel van leer met enkele rechttoe-rechtaan songs als ?She's got standards?, ?One night stand? en ?Hometown blues?. Melodieus verfijnder klonken ?She's the only one?, ?New one? en ?Spend a lifetime?; door het semi-akoestische gitaarspel en melodica was dit een aangename en een mooie afwisseling. Een bredere aanpak die werd geapprecieerd. ?Peace & quiet?, het muzikaal uitgangsbord van dit jong bandje, krikte het tempo terug op; ?Robin Hood?, ?Repeated offender? en de titelsong van de cd `No love lost' volgden in sneltempo. ?Narrow minded social club? was dromerig en besloot samen met het punky ?Local boy? het kleine uurtje beheerste postpunk, onder een fijne melodie en een emotievolle zang.

Org: Petrolclub, Antwerpen

Low

Pré `Drums & Guns' voorstelling

Geschreven door
Low, uit Minnesota, brengt pas in maart een nieuwe cd uit, `Drums & Guns', opvolger van het schitterende `The great destroyer', twee jaar terug. Exclusief voor MIM stelden ze in avant-première de nieuwe songs voor.

Ze traden zo'n anderhalf uur op, waarbij ze pas in het tweede deel van de set een handvol herkenbare songs vanaf de cd `Lost in the fire ('01)speelden; eigenaardig genoeg liet het drietal de slowcore songs van het baanbrekende `The curtain hits the cast' terzijde, ook al riepen enkele fans links en rechts nummers van deze plaat.



Low bracht een evenwichtig geheel van innemend, sfeervol en snedig, forser bedreven songmateriaal; rode draad is de spaarzame begeleiding, de repetitief trage, doch spannende opbouw en een slepend ritme.

Alan Sparhawk (gitaar/zang), Mimi Parker (minimale drumset) en bassist Matt Livingstone) hebben net zoals Dead Moon maar een paar vierkante meter nodig op het podium; gevolg: in het Concertgebouw een beperkt instrumentarium op een immens podium?

Sparhawk nam een hoofdrol in: hij drukte regelmatig de effectpedalen in van z'n gitaar, wat resulteerde in een metaalachtige klank, feedbackgeraas en noise, naast z'n repeterend intieme en spaarzaam gitaargetokkel; de diepe bas en de lome soms krachtige percussie vulden aan en pasten mooi in Lows muzikale landschap. Een gedempt donker lichtdecor ondersteunde de ingetogen, beklemmende of dreigende huiveringwekkende sound. In het eerste deel lag de klemtoon op nieuw materiaal. Het drietal zorgde voor een afwisselende aanpak; opener ?Sandanista? was meteen een schot in de roos: slowly startend, aanzwellen, het tempo opkrikken en forser klinken. Het sfeervolle ?Belarus? had een puike opbouw en een sterke samenzang Sparhawk - Parker. ?Dragonfly? op z'n beurt, klonk traag, intiem en broos.

Zoals bij The House of Love, eerden ze The Beatles & The Stones; Sparhawk liet zelfs de gitaardistortion eens los onder de breekbare zang van Mimi. Het melodieus meeslepende en pakkende ?Take your time?, maakt me extra nieuwsgierig naar de binnen de maand te verschijnen plaat.

Voor de aanvang van bekender materiaal, poogde Sparhawk in dialoog te treden met het publiek, wat niet evident bleek in dit immens concertgebouw. De muziek sprak voor zich: hij zette ?Death of a salesman? in, bepaald door z'n gitaargetokkel en stem. ?Violence? behield de rustige aanpak, maar ?Sunflower? en ?Pissing? kenmerkten een spannende, broeierige opbouw en wisten te beklijven. ?Laser beam? was een laatste herkenningspunt. ?Murderer? besloot de set.

In de bis liet Low het publiek eerst de vrije loop om songs aan te vragen: ?Munkey?, ?California?, ?Amazing grace?, ?Dinosaur act? en ?Over the ocean?. Maar Low koos zelf voor o.m. twee songs uit het `Trust' album ('02) nl. ?In the drugs? en ?Canada? waren mooi uitgewerkt met enig effectbejag à la Sonic Youth, en klonken snedig, fel en krachtig.

Low stond garant voor een afwisselende set: van intiem, traag opbouwend tot meer uptempo. We kijken alvast uit naar dat nieuwe album en hopen dat er een sterkere dialoog kan op gang komen.

Organisatie: Cactus Club @ Concertgebouw, Brugge - Music In Mind festival -

MIN info: tussen 14.02 en 24.02.07 organiseert Cactus Muziekcentrum vzw, ism Concertgebouw de tweede editie van het indoorsfestival 'MUSIC in MIND'.

'MUSIC in MIND' is een eigenzinnige, grensoverschrijdende duik naar de paaiplaatsen van de hedendaagse muziek. Een muziekhappening die letterlijk tot de verbeelding wil spreken, met een focus op acts die beschikken over een grote muzikale zeggingskracht en/of poëtisch gehalte. 'MUSIC in MIND' neemt de bezoeker op sleeptouw voor een atmosferische muzikale trip; van singer-songwriter over post-rock band tot dj of vj? stuk voor stuk acts met als raakpunt dat ze het publiek niet onbewogen laten. Het nieuwe Concertgebouw van Brugge wordt de knappe architectonische biotoop waarin 'MUSIC in MIND' optimaal moet kunnen gedijen, met concerten op de meest diverse locaties in de onderbuik van het gebouw. Programmatorisch spitst 'MUSIC in MIND' zich ten dele toe op acts die zich momenteel nog in de broeierige ondergrond van de muziek bewegen, maar die het verdienen om ook meer aan de oppervlakte te komen. Deze worden gecombineerd met een aantal ondertussen meer gevestigde waarden.



House Of Lords

Like a star

Geschreven door
De Amerikaanse band House Of Lords is momenteel opnieuw op tour doorheen Europa. In oktober vorig jaar waren ze een allereerste keer live te zien op Belgische bodem. Helaas waren we er toen (in Bob's Biebob) niet bij. Ook tijdens het tweede deel van hun Europese tournee stond België op hun lijstje. House Of Lords is een band die vooral furore maakte in de gouden `melodic rock' jaren'90. De band ontstond uit de resten van de band Giuffria. Hun eerste titelloos debuutalbum was erg succesvol en werd toen geproduceerd door niemand minder dan Gene Simmons van Kiss. Na het derde album 'Demons Down' hield de band er mee op. Grunge muziek vierde toen hoogtij en voor een melodieuze rockband als House Of Lords was er toen bijna geen aandacht meer. In 2004 keerde de band terug met het zwaar tegenvallende album: 'The Power Of The Myth'. Gelukkig viste Frontiers Records deze band terug op en met 'World Upside Down' uit 2006 is de band aan een nieuw, tweede leven begonnen. Helaas is er van de originele line-up weinig overgebleven. Enkel zanger James Christian is nog van de partij. Live bestaat House Of Lords nu uit: Jimi Bell (guitars), B.J. Zampa (drums) en Chris McCarnill (bass).



Voor House Of Lords aantrad kregen we eerst nog Midnite Sun uit Italië. Niet zo'n geslaagde zet om op deze doordeweekse dag nog een voorprogramma te programmeren. Bovendien klonken deze Italianen zeer oubollig en sprak hun potige clichéhardrock mij totaal niet aan. Maar goed deze jonge leeuwen moeten zich ook eens kunnen bewijzen en de heren zelf hadden het eigenlijk wel naar hun zin.

Na een vrij korte pauze begon Christian en de zijnen aan hun optreden met "Sahara" uit het gelijknamige album uit 1990. De geluidstechnieker had waarschijnlijk een immense hal voor 'oren', want tijdens de eerste 3 songs stond de volumeknop veel te hard. Gelukkig zag hij zelf zijn eigen fout in waardoor het geluid gedurende het optreden steeds beter werd. Het was evenzeer schrikken toen we de kolos James Christian mochten aanschouwen. De man moet tegenwoordig heel wat extra kilootjes meeslepen. Bovendien hield hij er soms een wat gemaniëreerde podiumperformance op na. Zo was hij met zijn onheavy uiterlijk toch wel het buitenbeentje van de band. Gelukkig bleek zijn stem nog steeds intact. Ik weet dat er na het vorige optreden in de Biebob veel discussie is ontstaan of alles wel live werd gebracht. Velen hadden het vermoeden dat toen nogal wat 'backings' en leadvocalen op band stonden. Wel, ik heb er eerlijk gezegd ook mijn twijfels over. De backingvocalen klonken tijdens dit optreden zo perfect en authentiek waardoor je gaat veronderstellen dat er eventueel wel het één en ander op tape zou kunnen staan. De synthesizer en keyboardbegeleiding stonden zeker op tape. Dit was echter nooit storend (tenzij tijdens de bassolo "Deamon Wheel"). Toch is het jammer dat er live geen gebruik werd gemaakt van een volwaardige keyboardspeler. Dat zou de House Of Lords sound zoveel rijker en voller hebben gemaakt. Nu werden de powervocals van James vooral gesteund door de stevige gitaarriffs van de linkshandige gitarist Jimi Bell. Hierdoor klonk House Of Lords live een stuk steviger en minder melodieus. Maar de songs, die stonden als een huis! Up-tempo melodieuze rocksongs werden afgewisseld met bloedstollende ballades ("Love Don't Lie"!). Veel songmateriaal kwam uit het debuutalbum maar ook de songs uit het nieuwe 'World Upside Down' (met o.a. een waanzinnig mooi "S.O.S. In America") werden zeer hartelijk onthaald. Zowel Jimi Bell als Chris McCarnill mochten zich even in de kijker spelen. James Christian zong de sterren van de hemel. Enkel tijdens de melige ballade 'Your Eyes' liet hij een steekje vallen. Hoogtepunt van de avond was het semi-akoestische "Can't Find My Way Home". Een dolenthousiaste fan wou ook nog "Pleasure Palace" horen, waarna de band prompt dit nummer bracht. Maar natuurlijk zat dit reeds geprogrammeerd in deze afgewerkte, typische Amerikaanse show. Als toegift was er het wat lachwekkende, flauwe "Gone", de Japanse bonustrack van 'World Upside Down'.

De opkomst voor dit avondje robuuste melodieuze rock was behoorlijk en het deed de fans heel veel plezier toen de bandleden na het optreden tijd maakten voor hun aanhang en met hen een Belgisch biertje dronken. Fijne mensen die gasten van het Hogerhuis!



Organisatie: Spirit Of 66, Verviers

My Brightest Diamond

Een diamant met scherpe randjes

Geschreven door
De groep `Devastations' werd eind 2002 in Melbourne opgericht door Conrad Standish (zangs/bass), Tom Carlyon (gitaar/zang) en Hugo Cran (drums), drie ex-leden van de ter ziele gegane Australische underground groep Luxedo Een jaar later werd het gelijknamige debuutalbum uitgebracht, dat mocht rekenen op een algemeen positieve beoordeling in de pers. Karen `O', zangeres van de Yeah Yeah Yeahs, beschreef het album in het muziekmagazine `Mojo' zelfs als het beste dat ze dat jaar gehoord had.

Na het voorprogramma te hebben verzorgd van onder meer The Dirty Tree, Cat Power, The Black Heart Procession en Tindersticks (groepen waarmee Devastations meermaals vergeleken wordt) en volgend op een praktisch ingegeven verhuis richting Berlijn, werd vorig jaar een mooie tweede plaat uitgebracht, `Coal' genaamd, in Australië genomineerd als beste album van het jaar. Hierop wordt terug een mooie mengeling van rustige nummers en ietwat hardere gitaar gebracht en precies dat waren ook de kenmerken die ze live brachten in de AB Club.

Het concert ging van start met `Loene', een nummer uit hun debuutplaat. Daarna volgde `The Night I Couldn't Stop Crying' dat al meteen aangaf dat de groep live graag de snaar nog iets harder wil beroeren dan we van hun op plaat gewoon zijn. Het einde van de song had namelijk wat weg van een gitaargolf waar My Bloody Valentine of Sonic Youth zo goed in zijn. Ook het nieuwe nummer `(O) Rosa' dreed werd strak gespeeld, aangepord door het strakke gedrum van Hugo Cran (wat wel in meer nummers opviel).

Vervolgens werd het tempo teruggeschroefd, maakten de hardere gitaren plaats voor een meer prominent pianogeluid (de groepsleden hadden op het podium versterking van een vrouwelijke pianospeelster) en.bereikte het concert een eerste hoogtepunt met het titelnummer van hun tweede plaat. Andere nummers uit het album `Coal' waren `Mistakes', `Terrified' (akoestisch gebracht en toch wat onzeker gezongen door Tom Carlyon, enkel begeleid door een piano), `Sex & Mayhem' en `Take Your Home'. Vooraleer er werd afgesloten met `What's A Place Like That Doing In A Girl Like You' (wat een titel!), mochten we nog genieten van een tweede hoogtepunt in de vorm van `Previous Crimes' uit het eerste album, dat ook live overeind blijft als een sterk nummer en waarbij men duidelijk kon horen dat naar het einde van het concert toe, de groep de combinatie van rust en hardere gitaar beter onder controle kreeg.

Ondergetekende miste enkel een beetje de begeleidende violen die de songs op de platen mooi inkleuren maar voor het overige een goed optreden, vooral ook door Conrad Standish die zich heupwiegend door het concert bewoog en wiens stem flexibele stem ons ook aan deze van Jarvis Cocker deed denken.

Hoofdmoot van de avond vormde My Brightest Diamond, het alter ego van de Amerikaanse klassiek geschoolde zangeres en multi-instrumentalist Shara Worden, die voor de liefhebbers van Sufjan Stevens wellicht geen onbekende is. Shara deed bijvoorbeeld reeds een paar maal het voorprogramma van zijn concerten (zo ook in 2005 toen Sufjan Stevens in de AB optrad) en maakte deel uit van zijn begeleidingsgroep, de Illinoisemakers.

Deze avond mocht ze het op eigen benen waarmaken en daar slaagde ze zeker ten volle in. Opener van de set waren twee covers waarbij Shara enkel zichzelf begeleidde op gitaar. Vooreerst bracht ze knap `Feeling Good', origineel van het Frank Cunimundo Trio maar beter bekend in de versie van Nina Simone, om vervolgens een stukje te bewerken uit `L'enfant Et Les Sortilèges' van Ravel. Meteen werd duidelijk dat de kleine gestalte van Shara niet in verhouding staat met het indrukwekkende, krachtige doch zuivere stemgeluid dat ze kan produceren. En die stem bleek ze het volledige concert met verve als een te duchten wapen aan te wenden.

Ze bracht live alle nummers van haar vorig jaar verschenen album `Bring Me The Workhorse', waarbij we volgende uitschieters vermelden: `Dragonfly', `Something Of An End' (dat erg strak werd gespeeld), The Robin's Jar' (waarbij het gitaarritme gelijkenissen vertoonde met de muziekstijl van PJ Harvey) en bovenal het rustige en van een mooi arrangement voorziene `We Were Sparkling' dat overigens op haar net verschenen remixalbum `Tear It Down' onderhanden werd genomen door de Belgische Haruki.

Nadien volgde er in de vorm van `No Quarter' nog een cover van led Zeppelin om met `Freak Out' dat overigens zijn titel alle eer aan deed, het eerste gedeelte van de set wervelend af te sluiten.

Het publiek was erg enthousiast over het amalgaam aan stijlen (onder meer pop, rock, chanson, cabaret en opera gingen hand in hand) en werd op twee bisnummers getrakteerd. Op het verzoek van een toeschouwer werd `The Good And The Bad Guy' (tot dan toe het enige nummer van haar album dat nog niet aan bod was gekomen) akoestisch met verve gebracht en het in Frans gezongen `Youkali', geschreven door Kurt Weill, maakte waardig een einde aan deze interessante muzikale avond.

Eerder tijdens de set had Sarah zich nog namens de groep geëxcuseerd voor het feit dat ze de avond voordien waren opgetreden in Manchester en nog vermoeid waren van de busrit naar Brussel maar daar was op het podium niks van te merken. Integendeel, My Brightest Diamond etaleerde zich op het podium een diamant met scherpe randjes.

Org: Ancienne Belgique, Brussel

PJ Harvey

The Peel sessions

Geschreven door
Wat was dat toch met die John Peel ? Alle artiesten die bij hem langskwamen om een BBC sessie op te nemen bleken zichzelf te overstijgen, dit uit dankbaarheid of uit respect voor de invloedrijke radio DJ, de ontdekker van vele bands dewelke zonder hem waarschijnlijk ergens in de goot zouden blijven hangen zijn.

Ook PJ Harvey is tussen 1991 en 2004 meerdere keren in de studio van Peel langs geweest om er enkele van haar meest intense opnames te maken. Harvey wil met deze CD de grote Meneer Peel eren en heeft zorgvuldig de meest intense momenten uit alle sessies geselecteerd. Zij voegt er meteen een dankwoord aan toe op de binnenhoes van deze sterke compilatie waarin ze benadrukt dat ze het allemaal voor hem heeft gedaan. PJ Harvey is op haar best wanneer ze haar songs intens en met veel vuur en overgave brengt. En dat is hier zeker het geval. Harvey haalt het beste uit zichzelf, haar band klinkt rauw en frontaal. Essentiële tracks als ?Sheela-na-gig?, ?Oh my lover?, ?Naked cousin? en ?Water? staan hier op in ongekuiste versie alsook een verrassende oude blueskraker als ?Wang dang doodle? waarin Harvey haar stem tot Janis Joplin hoogtes verheft. Op ?Snake? gaat ze helemaal loos, ze krijst alsof ze in de kont wordt genaaid, en de daaropvolgende song ?That was my veil? is dan weer een zalvende akoestische mijmering. Beide songs zijn opgenomen tijdens dezelfde sessie in `96, nota bene. ?This wicked tongue?, opgenomen in november 2000 drijft op nerveuze distortion gitaren en contrasteert op zijn beurt met de ingehouden pracht van ?Beautiful feeling?, die andere song uit dezelfde sessie.

Dit is PJ Harvey op haar best. Met dank aan wijlen John Peel.

The Frames

Boeiende band

Geschreven door
The Frames zijn een Ierse band onder zanger/gitarist en componist Glenn Hansard, een gevoelig man die fantasierijke, soms gruwel aandoende verhalen en eigen indrukken over dagdagelijkse zaken, aan het publiek wist te vertellen. The Frames balanceren tussen indierock, folk, postrock en slowcore.

Ze bieden sfeervolle, dromerige songs, waarin een mate van dramatiek is verwerkt, live mooi uitgediept, en directer, krachtiger en noisier konden klinken. Een eerste kennismaking gebeurde al op het Cactusfestival; de band kon openlucht onvoldoende de aandacht trekken; in zaal bleek duidelijk dat ze tot hun volle recht kwamen.

The Frames speelden ruim twee uur een uiterst afwisselende, boeiende set en onderstreepten een sterk samenspel van gitaar, bas, viool en drums. Zelfs een vermanende houding naar één van de fans deed Hansard niet van z'n voetstuk brengen; een assertief man die z'n mening weergeeft.

Het vijftal bracht met de jaarwisseling een nieuwe cd `The Cost' uit; in de lange set stelde de band z'n vijftienjarige carrière voor, en putten regelmatig uit hun recente plaat.

Een instrumentale postrockopener leidde de titelsong in van het recentste album, wat muzikaal garant stond voor de ganse avond: intens, meeslepend materiaal, dat een sterke opbouw en diverse tempowisselingen had, mooi kon aanzwellen en fijnzinnig, subtiel én forser, vitaler kon klinken?Candlelight music met een forse windbries! De groep deed denken aan de live reputatie van Greg Dulli's Afghan Whigs of Twilight Singers.

?Keepsake?, ?Rise?, ?God bless? en ?What happens? lagen in dezelfde lijn, waarbij Hansard voor elke songs een verhaal of indruk klaar had. ?Stars are underground? , ?Finally? en ?Revelate? waren de meer felle, krachtige songs;

Er waren intieme songs, maar het vijftal gaf ze een snedige tint. Het was enkel bij ?Hard way out? en ?Friends en foe?, en in de bisronde, dat de band spaarzamer en soberder speelde en zelfs z'n voorliefde aan Will Oldham prees.

Naar het eind toe werd het tempo terug aangescherpt: meeslepende, bedreven songs die mooi werden uitgesponnen: ?Fake? werd gekoppeld aan Johnny Cashs ?Ring of fire? en onder een donkere rode Valentijngloed speelden ze ?Sante Maria?.

In de lange bis was er eerst ruimte voor de virtuositeit van violist Colm Mac An Iomaire. De klemtoon kwam op ingetogen songs waaronder ?Lay me down? en ?Sad songs?, bepaald door het gitaargetokkel, het vioolspel en de pakkende stem van Hansard. Hij liet het publiek het refrein en talrijke `oohoohs' meezingen. In ?Mighty sword? was de ganse band opnieuw present en met een Will Oldham song (hoe kon het anders) besloten ze de twee uur durende set.

Het sympathieke The Frames speelde een afwisselende set, hield het publiek in z'n greep had en balancerende tussen een beklemmend, pakkend sfeertje en extravertie.

Als support act trad Bell x 1 aan, die ik al aan het werk zag met Starsailor, een paar jaar geleden. De groep, die maar geen armslag kent, verzorgde met z'n drieën een semi-akoestische, intieme, emotievolle set: een subtiel, fijn gitaarspel en drie sterke stemmen. Een `Lazy Sunday' evening gevoel. Ze klonken op het eind feller en speelden als een ontketende Luka Bloom op hun gitaren. Depeche Mode's ?Enjoy the silence? pakten ze uiterst origineel aan. En nu maar hopen dat de groep niet steeds aan het publiek voorbijgaat?

Organisatie: Botanique Brussel

Cold War Kids

Robbers & Cowards

Geschreven door
Cold War Kids is een beloftevolle band uit LA. Het smaakte naar meer toen een tweetal maand geleden de EP `We used to vacatio verscheen, een handvol songs van de getalenteerde zanger/songschrijver Nathan Willet. Het waren melodieus broeierige songs die de aandacht trokken door diverse tempowisselingen, een opzwepende percussie, sfeervolle en bedreven piano- en gitaarpartijen en een overtuigende zang.

De debuutcd ligt alvast in het verlengde. De nummers klinken subtiel, voelen fris en hyperkinetisch aan en balanceren tussen intimiteit en dynamiek. Rode draad blijft de sterke opbouw. Cold War Kids ligt ergens tussen Cave, Starsailor, Ben Folds en Gomez.

?We used to vacation?, ?Hang me up to dry? en ?Hair down? zijn de meest krachtige songs. Intiem en sfeervoller en intiem klinken ?Passing the hat?, ?Saint John?, ?Pregnant?, ?Red wine, succes!? en ?Rubidoux?. ?God, make up your mind? ruikt het sterkst naar Nick Cave. ?Tell me in the morning? en Hospital beds? lijken me de sterkste songs.

Op `Robbers & Cowards' toont het gezelschap z'n kunde. De cd bevat mooi afwisselend materiaal.

Deftones

Saturday Night Wrist

Geschreven door
Deftones uit Sacramento, Californuië is al zo'n goede tien jaar bezig en bracht vorig jaar hun rockumentary `School of briljant things' uit. Deftones kunnen nu de volgende tien jaar aanpakken en doen dit overtuigend met de nieuwe cd `Saturday Night Wrist'. De band, onder die (schreeuwende ) kreunzang van zanger /componist Chino Moreno behoudt die unieke sound, die de nu-metal bepaalde. Ze laten een pak grootse groepen nu al achter zich (remember Limp Bizkit, Korn, Offspring, ?). Puike platen als `Around the fur' en `White pony' hebben er een alvast een beklijvend cdbroertje erbij. De eerste songs ?Hole in the earth? en ?Rapture cherry waves? vergen een paar luisterbeurten, maar winnen aan zeggingskracht. Het is vooral het tweede deel van de cd na het sfeervolle ?U, U, U?Select, Start?, met ?Xerces? die Deftones op z'n best en sterkst laat horen met intense bedreven rockmetal songs als ?Rats!rats!rats? en ?Combat?, die een spannende, broeierige opbouw hebben.

Chino en de zijnen, Welcome back na ruim drie jaar?

Radio 4

Enemies like this

Geschreven door
Deze laatste van Radio 4 is al een tijdje uit maar was een beetje uit het oog verloren in het overaanbod van lekkere plaatjes van de jongste maanden. Het kan ook komen doordat `Stealing all nations', de vorige Radio 4 cd, echt wel ontgoochelde en er alzo voor zorgde dat de wereld meer aandacht had voor geestesgenoten als The Rapture, LCD Soundsystem of The Killers. Maar kijk, als je ziet dat de nieuwe van The Killers meer naar belegen Springsteen ruikt dan naar de frisse punk-funk van weleer, dan mag je best wel je toevlucht nemen tot deze `Enemies like this', want hier is weer reden om te juichen. De frisse, springerige sound van het wervelende debuut `Gotham' is immers terug. De gitaren zijn springlevend en de songs zijn een geslaagde mengeling van funk en rock en verzeilen niet zoals op `Stealing all nations' in een versmachtende poel van te opdringerige en ongeïnspireerde dance-beats.

Radio 4 is met name terug op het rechte spoor en mag weer meedoen met de jongens van The Rapture en LCD Soundsystem.

Juliette & The Licks

Four on the floor

Geschreven door
Wat aanvankelijk een zijstapje was voor een Amerikaanse actrice, mondde uit in een heuse tournee en nu ook in een tweede album.

Juliette Lewis is een vrouw met ballen, om daar zeker van te zijn hoef je maar even de zeer gewelddadige maar bovenal schitterende Oliver Stone film Natural Born Killers te herbekijken, op filmgebied de sterkste prestatie ooit van deze madam. Het soort muziek dat ze brengt met haar band The Licks is evenmin soft. Het is ongecompliceerde gespierde Amerikaanse rock met wilde gitaren, een poprandje en de nodige vuilbekkerij. Soms klinkt het allemaal nogal clichématig en een wereldsong vinden we op deze `Four on the floor' niet echt terug. Toch krijgen we bij momenten opwindende rock, ook al heeft deze band het warm water niet uitgevonden en hebben we alles al wel eens eerder en ook wel beter gehoord. Eventjes moeten we aan AC/DC denken op ?Get up?, elders houden we het bij gebalde powerrock, een beetje punk, een vleugje rock'n'roll, doch voor ons part had het allemaal nog wat smeriger gemogen.

Laat ons dit gewoon een verdienstelijke poging noemen van een gemene actrice die eens lekker wil rocken en in die zin is ze in haar opzet geslaagd.

Evanescence

The Open Door

Geschreven door
Een goede drie jaar geleden debuteerde Evanescence uit Arkansas met `Fallen', onder songwriter/gitarist Ben Moody en zangeres/pianiste Amy Lee. Hun bombastische popgothicmetal met orkestraties, barok en koorzang, leverde een paar schitterende songs als ?Bring me to life?, ?My immortal? en ?Tourniquet?, gedragen door het de helder overtuigende, fluwelen stem van Amy Lee.

`The Open Door' is een vervolgverhaal van hun groots debuut, maar er zijn een pak minder overrompelende songs te vinden met een hitpotentie. De stijl is dezelfde en de nadruk blijft op Amy Lee's zang, maar de songs beklijven minder.

`The Open Door' is kasteelromantiek, een dreigende sprookjessound met Amy Lee als Roodkapje met haar `boze wolven' als bandleden. Het is een degelijke plaat, die ?Call me when you're sober? als sterkste song heeft. ?Lacrymosa?, ?Like you? en ?Your star? stralen een gothicsfeertje uit met een pak orkestraties.

De band klinkt krachtiger op de opener ?Sweet sacrifice?,? Weight of the world?, ?Cloud nine? en ?All that I'm living for?. ?Good enough?, piano, strijkers en stem, besluit op intieme wijze de cd.

Ik las een fijne omschrijving van Evanescence: Tori Amos goes metal. Mooi!

`The Open Door' is een goed album, maar verrast niet echt.

The Decemberists

Van alle markten thuis

Geschreven door
Lavender Diamond, een viertal uit LA, nestelt zich ergens tussen Bjork, Joanna Newsom, Cat Power en CocoRosie. Zangeres Becky Stark, in een onschuldig kleedje en bloemetjes in het haar, bewoog zich als een ballerina of als een nymf over het water. Het viertal bracht sfeervol dromerige freefolk/elektronica popsongs, af en toe forser en feller, gedragen door de hemels, hoge, breekbare stem van Becky. Het deed me denken aan XTC's ?Grass??looking at the blue sky. De onschuldige flowerpop verraste en werd sterk onthaald.

The Decemberists uit Portland, Oregon, onder de charismatische zanger/gitarist Colin Meloy en Jenny Conlee op toetsen/accordeon, is een uitgebreid gezelschap, dat al voor de twee maal halt hield in de Botanique. Vorig jaar kwamen ze langs voor de doorbraakcd `Picaresque', en onlangs verscheen `The crane wife'.

Deze Amerikaanse tegenhanger van Belle & Sebastian en Arcade Fire leveren de ideale soundtrack bij bizarre verhalen, legendes en dichtbundels; in hun knap gearrangeerde, sfeervolle en broeierige pop zit een Keltische folky ondertoon. Ze verwerken zelfs `70's psychedelica van Pink Floyd en Focus. Het songmateriaal is boeiend door de avontuurlijke aanpak, heeft een opzwepend ritme en krijgt kleur door een uitgebreid instrumentarium als staande bas, accordeon, draailier, viool en steel pedal.



The Decemberists boden een fijne, subtiele afwisselende set, betrokken en animeerden het publiek door leuke interventies, verhalen en anekdotes. Een knus en gezellige show van een goed anderhalf uur, waar de klemtoon lag op de recente twee cd's. In een musicalsfeertje vatte het zestal de set aan. Eén van de drie ?The crane wifes?, mooi uitgesponnen, opende de set, gekenmerkt door een spannende opbouw, een intrigerend psychedelisch klinkend orgeltje en een folky inslag. ?The island? en ?Billy? klonken innemender. Een ELO refererende ?We both go down together? klonk broeierig. ?The engine driver? (wat een psychedelica intro!) speelden ze uiterst sfeervol bepaald door fijne gitaargetokkel en toetsen. ?Shankill? werd spaarzaam begeleid, gedragen door accordeon, gitaarspel en Meloys overtuigende stem. Een niet terug te vinden track ?Culling?, was freaky, met de zanger als podiumbeest in een hoofdrol. Na het poppy ?Oh Valencia? jamden ze, op verzoek, ?Breakfast in America? van Supertramp. Plezierig! ?16 military wives? vormde alvast de apotheose: Meloy verdeelde de Bota in vier en liet het publiek in kano `meeoohhen'. Het meeslepende ?Sons & Daughters?, samen met de leden van Lavender Diamond, kreeg een tof tintje: folky/gospel door draailier, accordeon, een meezinggehalte en handgeklap.

De bis werd aanvankelijk sfeervol ingezet met ?Angels & Angels? en ?Eli, the barrow boy?. ?July July?, een snedige poprocksong van hun debuut uit 2002, werd aardig gekruid door een dosis fuzz en distortion; drummer Holbrook waagde een weirdo danspas en Meloy jamde een drumpartijtje, wat het einde van de set betekende.

We beleefden met het sympathieke zestal een fijn avondje speelplezier en animatie. De ideale aanzet voor een zware zaterdagnacht?

Organisatie: Botanique, Brussel

John Cale

Eigenwijze John Cale wisselt solide rock af met gedurfd experiment

Geschreven door
Met zijn live set paste John Cale zowat dezelfde formule toe als op zijn laatste voortreffelijke album `Black Acetate', een mix van solide rocksongs en lekker tegendraadse experimentele uitstapjes.

Om het weinig talrijke publiek warm te krijgen liet Cale geheel eigenwijs een kwartier drone en distortion door de zaal galmen om daarna in te zetten met een compleet vervormd en bijna onherkenbaar ?Heartbreak Hotel?. Van een gedurfde opener gesproken. Cale gordde daarna algauw de gitaar om en gooide een paar felle en smaakvolle rockers in de zaal, waaronder een indrukwekkend ?Helen of Troy? en de betere stevige nummers van zijn laatste plaat ?Turn the lights on? en ?Perfect?. Af en toe waagde John Cale zich vanachter zijn keyboard aan wat meer experimentele songs en soundscapes, maar in tegenstelling tot het zootje dat hij er soms van maakte te Tourcoing (Grand Mix) vorig jaar, haalde hij deze keer niet de vaart uit zijn eigen optreden. De experimentele partijen waren iets minder nadrukkelijk aanwezig en kwamen nu wel op de juiste momenten.

Géén Velvet songs deze keer, beetje jammer misschien, maar Cale's solo repertoire is op zich al indrukwekkend genoeg om vijf live sets te vullen. Cale weet dat zelf ook wel en wist de wensen van zijn fans in te willigen via enkele niet kapot te krijgen klassiekers als daar waren een kolkend ?Dirty ass rock'n'roll?, een prachtig ?Cable hogue? en de ingehouden parels als ?Chinese Envoy? en uiteraard ?Close watch?. Absoluut hoogtepunt was nog maar eens het neurotische ?Fear?, hier zeer kort maar bijzonder fel, intens en krachtig.

John Cale mag dan al zestig zijn, hij heeft nog niet aan drive, kracht en credibility ingeboet en verrast de wereld nog altijd met zijn steeds originele albums en live sets. Alleen maar jammer dat weinig dat doorhebben, voortgaande op de magere publieke opkomst van de avond. De fans van weleer mogen allicht het huis niet meer uit (behalve wij dan) en voor nieuwe fans is de eigenwijze muziek van Cale niet hip genoeg. Dat zal ons een zorg wezen, kwaliteit overleeft altijd de hypes.

Organisatie: Aéronef, Lille

Clap Your Hands Say Yeah

Band doet naam alle eer aan

Geschreven door
Clap your hands say yeah is een New Yorks vijftal dat op geen mum van tijd een cultstatus ontwikkelde. Ze waren aangenaam verrast dat hun begin vorig jaar verschenen debuut op zoveel respons kon rekenen. CYHSY brengt een aanstekelijke en broeierige mix van `70's retrorock, psychedelica en americana (ergens tussen The Feelies, Grandaddy, Mercury Rev en Arcade Fire), op een losse en speelse wijze gespeeld, onder die zeurderige, melancholische zang van Alec Gunworth, die op het podium verzonken is in z'n eigen leuke leefwereld.



Live gaven ze de songs een freakend en steviger karakter, soms uitgesponnen door de repetitieve opbouw en subtiele ritmes, wat vooraan een party sfeer creëerde. CYHSY bouwde z'n set zorgvuldig op. De titelsong van de tweede cd ?Some loud thunder? opende. Meteen kwam band en publiek op dreef met het uiterst groovy en dansbare ?Satan said dance?, één van de sterkste songs, fijn uitgewerkt, die de dansspieren prikkelde; snedige gitaarlicks, psychedelische elektronicatunes, een diepe bas en een opzwepende percussie, onder die bezwerende vocals.

?Is this love? klonk iets gematigd en leidde enkele sfeervolle nummers in ?Love song 7? en ?Details of the war?, wat de vaart in de set afnam, maar een aangename afwisseling en variëteit betekende.

In het tweede deel hield de band het publiek in z'n greep met een prachtkeuze: ?In this home on ice?, klonk strak en emotievol, ?Yankee go home? speelden ze krachtiger, ?Over & over again? en ?Upon this tidal wave of young blood? (dit leek de reünie van The Feelies wel!) waren alvast de ambiance/smaakmakers. De nieuwe ?She smiles? begon intiem, bouwde op en werkte naar een climax door blazersectie en Gunworth op megafoon. Spannend!

Tweemaal kwamen ze terug, waarbij het dansbare tempo eerst werd aangehouden met ?The skin of my yellow country teeth?, dan pakten ze Neil Youngs ?Helpless? origineel aan en ?Heavy metal? mocht fors en een krachtig de set besluiten.

CYHSY zorgde voor een afwisselende, genietbare set, die opvallend het Franstalig landsgedeelte optrommelde. Het was heupwiegen en dansen op de meeslepende, broeierige groovy sound. Ze waren zelf onder de indruk en beleefden een tof avondje speelplezier met een uitgelaten menigte. CYHSY deed z'n naam alle eer aan.

Cold War Kids is een beloftevolle band uit L.A., die we al aan het werk zagen met Two Gallants te Tourcoing. Het viertal heeft invloeden van Starsailor, Ben Folds, Nick Cave en Gomez. Hun songs zitten melodieus en subtiel in elkaar, zijn soms hyperkinetisch en balanceren tussen intimiteit en dynamiek. Na hun EP, vorig jaar, verscheen onlangs het debuut `Robbers & Cowards'. ?Hang me up to dry? en ?We used to vacation? injecteerde de band tot ups & downs op het podium. ?God, make up your mind? en ?Hospital beds? hadden een goede drive. Cold War Kids was een fijn bandje; ze gaan een mooie toekomst tegemoet.

Organisatie: Live Nation

Ozark Henry

Uitgebalanceerde set

Geschreven door
In Oudenaarde (FeestinhetPark, eind augustus vorig jaar) bracht de band rond de Kortrijkse Piet Goddaer al een voorproefje van `The soft machine', die verscheen op 11 september ll. Het vijftal, zonder background/soulzangeressen, speelde sommige van hun sfeervolle, dromerige songs in een groovy, dansbaar of in een intiemer kleedje.

Ozark Henry heeft het met een perfect op elkaar ingespeelde band ver gebracht: medio de jaren `90 stelden ze nog hun debuut voor in de Kreunzaal te Bissegem, thuishaven van Goddaer; de band groeide vanaf 2001 met `Birthmarks'. Hij sloeg de brug tussen pop, soul, elektro, triphop en soundscapes. Een doorbraak van formaat! De in het zwart geklede heren ondernamen in 2004 een heuse clubtournee van `The sailor not the sea' en waren op elk zomerfestival te zien, wat de respons deed toenemen. `The soft machine', derde in de reeks, bevestigde.

Als een Stef Camil Carlens bewoog Goddaer over het podium; zijn lichaamstaal (de (spastische) danspassen/armbewegingen en z'n glimlach) was enkel het contactmoment met het publiek, want meer dan een (welgemeende) `Merci' kregen we niet, maar elke doorwinterde Ozark fan weet dat dit eigenlijk meer dan genoeg is.

Alles was perfect op elkaar afgestemd: de sound, de stem en de spotlights, wat de intieme sfeer in deze grootse zaal ondersteunde, en met Goddaer in een hoofdrol als performer, zanger en op toetsen.

Live kwam de klemtoon op de voorbije twee cd's. Hij zweepte meteen het publiek op met een stevig instrumentale opener ?Echo as metaphor?. Kurkdroge drumslagen gaven dynamiek. Sfeervolle nummers volgden: ?Sweet instigator?, ?Christine?, ?Morpheus?, ?Vespertine?, ?Weekenders? en ?Play Politics?. Ozark Henry creëerde ruimte voor enkele diepe bastunes, snedige gitaarslides en fantastische drums.

?Talk to me? en ?These days? klonken krachtig en forser, en gaven vaart in de set. ?Indian summer? ging al kanten op: ingeleid door de fijne zinsnede ?Tsjak?, Tsjak?, en muzikaal afwisselend van rustig, ingetogen tot pittig, gedreven. ?Intersexual? en ?At sea? hadden een sterke opbouw en een dansbare groove. Een mooie aanpak, wat kon rekenen op een sterke bijval.

Na ruim een uur werd de set beëindigd; Ozark Henry verzorgde een ruime bis met een intieme ?Give yourself a chance with me?, bepaald door piano en Goddaers heldere melancholische stem, ?La donna é mobile? werd een regelrechte Underworld stamper en ?Word up?, luidkeels meegezongen, was de soulpopdanssong bij uitstek, waarbij Goddaer definitief werd uitgezwaaid.

`The soft machine' realiseerde Goddaers droom: een groots optreden te Vorst, wat meteen de platentrilogie besluit. Ze hebben alle troeven op dit optreden gezet, dat mooi uitgebalanceerd was, maar geen vonken kende.

Organisatie: Live Nation

The Van Jets

Electric Soldiers

Geschreven door
The Van Jets wonnen in 2004 de Humo's Rock Rally. Een EP verscheen een jaartje later: Melodieuze retrogitaarrock'n'roll met vette, snedige gitaarlicks en

-soli, een opzwepende percussie en een overtuigende zang. ?Ricochet? was het uitgangsbord. Ze pakten zelfs ?Honey white? van Morphine avontuurlijk aan. The Van Jets refereerden aan The Datsuns en Iggy & The Stooges.

De debuutcd `Electric Soldiers' laat een viertal horen dat duidelijk is gegroeid. De sound is verfijnd, breder en rijker, luister maar naar songs als ?What's going on? , ?My love is dead? en de titelsong: doorleefd, broeierig, spannend en emotievol. ?I don't know why? en ?You!? openen de cd als ware rock'n'roll songs.

The Van Jets houden van een puur oprechte rocksound: dynamisch, subtiel en intens. Ze laten hun instrumenten spreken. Een vleugje QOSA en Millionaire stoort niet in hun melodieuze snedige sound. Smaakmaker is ?Run'n hide?, gekenmerkt door een schitterende opbouw, en die mooi is uitgewerkt met piano- en gitaarpartijen.

De plaat werd co-geproduced door Pascal Deweze en Aaron Prellwitz. `Electric Soldiers' wint per beluistering aan zeggingskracht. We hebben er een tof bandje band bij.

Pagina 499 van 500