logo_musiczine_nl

Trix, Antwerpen - events

Trix, Antwerpen - events - 01 febr: Napalm death, Whiplash, The Vaukers, Dopelard (ism Biebob) - 04 febr: Beyond the black - 04 febr: Machine girl, Kap Bambino - 05 febr: Matt Maeson - 06 febr: Hot milk - 06 febr: Peter Doherty ‘felt better alive’, Charles…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15155 Items)

…And You Know Us By The Trail Of Dead

So Divided

Geschreven door

Deze Texaanse band is al toe aan z’n vijfde plaat, en slaagt er nog steeds in zichzelf uit te vinden met een geheel van compacte gitaarrock, symfo, orkestraties, psychedelica en bombast. ‘So Divided’ is een boeiende plaat van twaalf songs, waarvan het eerste deel avontuurlijk en ingenieus in elkaar zit: de verschillende muzikale ingrediënten zijn aanwezig door de abrupte overgangen en de ritmewisselingen: “Stand in silence”, “Wasted of mind”, “Naked sun” en de titelsong. Het tweede deel bevat catchy popmelodieën en is sfeervoller (“Life” en “Witch’s web”); een tweetal nummers hebben een vleugje freefolk:  “Eight days of hell” en “Sunken dreams”. Eigenwijs herwerkten ze de korte lofi “Gold heart mountain top queen directory” van Guided By Voices.
Globaal gezien liggen de songs goed in het gehoor, wat betekent dat de band een subtiele en fijne inhoud heeft gezocht. ‘So divided’ is een overtuigende plaat van een band die meer respons verdient.

Sonic City Festival 2007: zaterdag 20 oktober

Sonic City Festival is een gloednieuwe tweedaagse happening geïnspireerd op de ‘All Tomorrows Parties’, en heeft de ideale timing plaats te vinden een kleine twee maand na de zomerfestivals. Sonic City zal jaarlijks door een andere artiest worden gecureerd. Voor de eerste editie stelden Tim Vanhamel en Aldo Struyf van Millionaire het programma samen, een combinatie van enkele gevestigde waarden en aanstormend talent binnen de noise underground.
Een 250 personen per dag waren aanwezig.

Op zaterdag 20 oktober traden volgende bands op : I Love Sarah, Silvester Anfang, Todd, Sunburned Hand Of The man, Shit & Shine, Michael Gira (Ex The Swans) en Bordedoms.

Sunburned Hand Of The Man, is een collectief uit Boston, Massachussets. Het gezelschap met wisselende bezetting timmert al meer dan 10 jaar aan de weg en is bijna constant op tour.  Ze worden gezien als één van de grondleggers van de ‘new weird’ America folk-revival scene, de freefolk genaamd,  samen met Devendra Banhart, Joanna Newsom, Six Organs of Admittance en Animal Collective.  Muzikale spontaniteit en avontuur staan centraal in hun eclectische en bonte mix van spacerock/psychedelica, dub, freefolk, electronica en krautrock.  Sommige leden van de band waren vermomd en hadden vreemde attributen bij, wat hun eigenzinnige muziekcocktail versterkte. De aanwezigen konden genieten van dit rariteitenkabinet. Jammer dat het na drie kwartier al afgelopen was.

Shit and Shine is een gelegenheidsproject met leden van de noise/metal/indie-bands Todd (dat al eerder in de namiddag op het podium stond) en Part Chimp.  Op het podium stonden vier drummers (waarvan twee vrouwelijke), drie synths en twee vocalisten. Achteraan waren ook twee drumstellen geplaatst, wat zorgde voor een speciaal geluid.  Shit and Shine hanteerde maar één muzikale regel: er wordt maar één beat gespeeld en daar wordt niet van afgeweken.  Hun 'set' bestond maar uit één nummer, maar wel één van ruim 25 minuten.  Basis van het nummer was één repetitieve drumpartij, versterkt met noise, soundscapes en vervormde, overstuurde vocals.  Muzikaal had het wat weg van Boredoms (het tribal drumwerk), Butthole Surfers (noise en de vocals) en Melvins (zware gitaren/experiment).  Shit and Shine toonde de ware kracht van herhaling en liet vele aanwezigen achter in 'trance'.  Indrukwekkend en allesbehalve mainstream!

Voor muzikaal avontuur en creativiteit kon het publiek aankloppen bij de getalenteerde Mauro Pawlowski. Deze muzikale veelvraat heeft al een pak projecten achter zich en stelde op Sonic City songs voor van o.a. Somnabula, Possessed Factory en Otot. Hij kon rekenen op een ‘all star band’ waaronder Pascal Deweze en Elko Blijweert, die meteen wel in z'n vroegere Grooms konden stappen. Als een duivels ontketende Cave ging Mauro te werk. In de sound waren The Birthday Party, Shellac, Cop Shoot Cop, Barkmarket en het oude Swans te horen, onder de grommende, messcherpe schreeuw- en zegvocals van Mauro. We waren een klein uurtje welkom in Mauro’s hallucinante muzikale wereld: rauwe, ongepolijste, harde als broeierige ‘alternative’ rock, die onverwachtse wendingen ondergingen en een laag distortion en elektronisch vernuft hadden, als op  “Truth & style”, “Fat sinister” en “I can’t stop talking”. Het ging naar een climax met “Blues from planet ?” en “Monkey howl”, gedrenkt in een dosis experiment.

Ex-Swans-frontman Michael Gira, tegenwoordig al bijna tien jaar actief met Angels of Light, betrad daarna het podium: Keurig in maatpak, met hoed en enkel met een akoestische gitaar zorgde hij voor een intieme, intense set.  Met zijn diepe en dreunende stem bracht hij een mooie dwarsdoorsnede uit zijn reeds 25 jaar tellende 'muziekcarrière'.  De nadruk lag op zijn werk onder de naam Angels of Light.  Van het enkele maanden geleden verschenen album 'We are him' bracht hij “The promise of water”, “My brother’s man” en “Sometimes I dream I'm hurting you 4” (over een droom betreffende zijn zwangere vrouw).   Andere Angels of Light-songs waren het sfeervolle “The rose of Los Angeles”, “Destroyer” en “Nations” (opgedragen aan zijn thuisland, de VS).  Van zijn invloedrijke en ondergewaarde noise/post-industrial/no-wave groep Swans bracht hij “New mind”, “I am the sun” en “God damn the sun”.   Het zijn krachtige songs die 15-20 jaar na dato nog altijd overeind staan en niets van hun originele kracht ingeboet hebben.  Spijtig dat hij af en toe werd geconfronteerd met enkele ongelukkige reacties van het publiek. Maar Gira stond zijn mannetje en ving dit mooi op. Kortom, een overtuigende set van een sterk en eigenzinnig songwriter. Prachtige performance!

Het Japanse Boredoms was de headliner. Het concert werd door de hoge technische vereisten verplaatst naar zaal Theater Antigone, waar drie indrukwekkende drums en elektronisch apparatuur waren opgesteld. Opmerkzaam was een houten gitaararm van snaren, waarop kon worden gedrumd.
Als sinds ’86 zijn deze geluidsterroristen bezig, die een overweldigend totaalspektakel afleverden. Deze avantgarde sound onderging je letterlijk: het tribaal drumwerk, de repetitieve ritmes, de elektronica en de schreeuwcapriolen van zanger Yamatsuka Eye.
Dit is waar Battles en ‘90’s bands als Kong en Slagerij Van Kampen de mosterd vandaan haalden. Boredoms zorgde voor anderhalf uur spektakel van experiment en geluidsnoise, dynamiek en subtiliteit.

Organisatie: De Kreun, Kortrijk (ism Hitch)

Crowded House

Crowded House twee en een half uur lang jeugdig enthousiasme en entertainment

Geschreven door

Het Nieuw-Zeelandse Crowded House maakt deel uit van de gezegende reünies in 2007. De band, onder de tandem Neil Finn (zang/gitaar/songwriter)en Nick Seymour (bas), slaagt er nog steeds in om subtiel uitgewerkte, dromerige popsongs te schrijven; het resultaat is te horen op ‘Time on earth’, die veertien jaar na ‘Together alone’ verscheen. Crowded House heeft verder pianist/toetsenist Mark Hart en nieuwe drummer Matt Sherrod, een zalvend geschenk na de tragische zelfmoord van hun vroegere drummer Paul Hester, in 2005, wat alvast de reünie bevorderde.

Twee en een half uur lang lieten ze het publiek genieten van hun sfeervolle en fris sprankelende (Beatlesque) pop, die af en toe krachtiger en avontuurlijker klonk. Er werd gretig geput uit de laatste twee platen, zonder de handvol klassiekers te vergeten. Een enthousiaste band, die het publiek trakteerde op een tof, fijn en romantisch avondje.
Ze openden met “Private Universe”, die de toon zette van de  avond: een broeierige, dromerige sound, soms forser en feller, met enkele gitaarslides, kleurrijke toetsen en een opzwepende percussie, gedragen door de helder, emotievolle zang van Neil. Vervolgens was er ruimte voor een heuse zangstonde en handgeklap op “Four seasons in one day”, die herhaald werd op hun grootste hits “Fall at your feet”, “Don’t dream it’s over”, een lang uitgesponnen “Weather with you” in de bis en “Better be home soon”, die de set besloot. Het waren songs die ten dele hun kampvuurstijl onderstreepten.
Tegenover deze songs stonden ingetogen en intieme songs van het recente ‘Time on earth’: “Don’t stop now”, “Transit lounge”, “Pour le monde” en “Heaven, that I’m making”, bepaald door gevoelige gitaartokkels en piano/toetsen. “Locked out” was de stevige rocker, en een broeierige spanning was te horen op “Silent house”, het oude  “Hole in the river” en “Distant sun” die een eerste maal, na een kleine twee uur, de set beëindigde.
“World, where you live” werd eerst akoestisch toongezet en klonk dan als de ideale gospel op een ochtendzondagsmis! Crowded House trakteerde ons (naast “Weather with you” en “Better be home soon”)  op “Fingers of live”, “Pineapple head”, “Into temptation” - het verzoeknummer van de kok van de avond (de ‘controverse’ openingsdans van z’n trouw) - en  een gedreven gespeelde “Born of the bayou” op toetsen, voor de gelegenheid gezongen door Hart.

Crowded House heeft het tweede luik van hun carrière ingeluid en behield hun jeugdig enthousiasme, positivisme en gehalte entertainment. Dit concert was het overtuigende bewijs dat ze nog niks ingeboet hebben aan subtiliteit en dynamiek.

Als support trad het Britse Cherry Ghost op, een band rond songschrijver Simon Aldred. De groep nestelde zich ergens tussen Wilco, Grant Lee Buffalo, en Coldplay. Melodieus boeiende, vaardige en sfeervolle popsongs en een vleugje americana door steelpedal. Af en toe klonken ze krachtiger. Ze konden alvast rekenen op een sterke respons.

Organisatie : Live Nation

Interpol

Our love to admire

Geschreven door

Het New Yorkse kwartet Interpol levert kwalitatief sterk materiaal af: de twee voorbije cd’s ‘Turn on the bright lights’ en ‘Antics’ bevatten eigentijds en beheerst venijnig gitaarwerk, doorspekt van donker broeierige ‘80’s waverock. ‘Our love to admire’ durft iets meer warm, aanstekelijk en fris te klinken, naast het melancholische, mistroostige karakter. Het scherp gitaargetokkel en de bariton zang van Paul Banks blijven huiveringwekkend in het muzikale landschap van Interpol, maar door de ietwat krachtiger aanpak zijn ze een meerwaarde en zorgen ze voor diversiteit: luister maar de single “The heinrich maneuver”, “Pioneer to the falls”, “Mammoth” en “Who do you think?”.
Interpol vergeet de weemoed van vroeger platenwerk niet op “The Scale”, “Pace is the trick”, “All fired up”, “Wrecking ball” en “The lighthouse” zijn de herfstsongs.
‘Our love to admire’ mag je alvast letterlijk nemen! Heerlijk derde plaat.

Future Of The Left

Curses

Geschreven door

Future of the Left is ontstaan uit het noisepoptrio uit Wales McLuskey, die twee jaar terug na ‘The difference between me & you is that I’m not on fire’ splitten. Bassist Jon Chapple verliet de band. De twee resterende leden konden het goed vinden met een lid van Jarcrew (eveneens een noiseband). Future of the Left werd een begrip en ‘Curses’ het debuut.
Het trio behoudt deels dezelfde aanpak als McLuskey, met avontuurlijke, broeierige noisepop, die een dreigende spanning uitstralen als een Shellac en Barkmarket: “The lord hates a coward”, “Plague of onces”, “Fingers become thumbs”, “My gymnastic past”, “Wrigley Scott” en “Adeadenemyalwayssmallsgood”. Gevatte, spraakmakende titels voor een song!
Er klinkt een vleugje sfeervolle psychedelica door toetsen en piano in songs als “Manchasm”, Suddenly it’s a folk song” en “Team:seed”. De pianoballad “The contarian” besluit het debuut in alle rust.

Dear Leader

The Alarmist

Geschreven door

Dear Leader, onder zanger/songschrijver/gitarist Aaron Perrino, is toe aan hun tweede album ‘The Alarmist’, die nogal snel volgt op het pas vorig jaar verschenen debuut ‘All I ever wanted was tonight’.
Perrino hief een paar jaar terug het onvolprezen The Sheila Divine op en zette z’n muzikale stijl van intens broeierige en frisse gitaarrock doodleuk verder onder Dear Leader. Het is een politiek geïnspireerde stadionrock band als Perrino mogen geloven. Inderdaad, op bedreven wijze spuugt hij z’n gal op de V.S: sommige nummers zet hij kracht bij door z’n schreeuwzang: luister maar naar de schitterende opener “Nightmare alleys” en “Monuments and shrines”.
Perrino is een getalenteerd songschrijver; de songs hebben een sterke opbouw, ondergaan diverse tempowisselingen en zijn subtiel uitgewerkt. Ze balanceren tussen ballad (“Father Baker”, “Lead the way”) en dynamiek, o.a. “Bleed” en “This is our war” hebben een puike opbouw; hoogtepunt vormt “Labor on”: sfeervolle start om dan na een drietal minuten tot explosie te komen. “Radar”, “Empty chair” en “Get civil” klinken het meest poppy .
De politiek geëngageerde teksten geven kleur aan de gevarieerde rockplaat ‘The Alarmist’!

Mortal Sin

An Absence of Faith

Geschreven door

Het huidige Metallica mag dan al klinisch dood zijn, de ziel van de band leeft gelukkig nog verder in talrijke andere bands. Ook het Australische ‘Mortal Sin’ laat de vergane glorie verder leven in zijn eigen muziek.
Mortal Sin bracht zijn eerste album uit een jaar na het laatste killer-album van Metallica, namelijk het geniale ‘Master of Puppets’. Over het eerdere werk van deze band kan ik niet oordelen, maar afgaand op het nieuwe ‘An Absence of Faith’, kan ik mij voorstellen dat deze heren veel bewondering koesteren voor Metallica. Zowel muzikaal als vocaal moet ik namelijk regelmatig terugdenken aan de klassieker ‘Master of Puppets’. Al brengen de heren van Mortal Sin een modernere variant die bij momenten nog harder en sneller klinkt. De zware bassen, dubbele bass en blast-beats zullen hier ongetwijfeld mee te maken hebben (vb: “Say Your Prayers”). Mortal Sin brengt dus genoeg variatie om niet zomaar als een flauwe kopie van Metallica beschouwd te  worden.
Ook op technisch vlak zit het geheel goed in mekaar! Het geheel loopt als een trein en zelfs het 8.50 minuten durende “Tears of Redemption” verveelt geen seconde. Op gitaartechnisch vlak krijgen we geregeld scherpe solo’s voorgeschoteld, die zich doorheen de nummer snijden. De melodieuze fragmenten waarmee de nummers doorspekt zijn brengen de nodige variatie, waardoor het album al heel snel zijn einde lijkt te vinden. Ik was aardig geschrokken toen ik zag dat het album toch een kleine 50 minuten duurde.
Tekstueel varieert de inhoud van politiek over religie tot zelfs kindermishandeling en relaties. Het krachtige “Eye in the Sky” richt zijn pijlen bijvoorbeeld op de “big-brother”-maatschappij van tegenwoordig, waarin we constant door camera’s in het oog worden gehouden, maar enkel resultaat ervan zien wanneer hoge pieten in nood zijn.. Het nummer eindigt dan ook met de krachtige vraag “What sort of country did we become?”.Het eerdergenoemde er hard tegenaan gaande “Say Your Prayers” weerspiegelt de razernij die iemand moet voelen na misbruikt te zijn geweest. Zoals u merkt zijn dit geen onzinnige onderwerpen.
Waar Metallica tegenwoordig een serieus tekort aan heeft, namelijk een ziel in de muziek, heeft deze band meer dan genoeg van. ‘An Absence Of Faith’ mag dan wel niet het niveau halen van ‘Master of Puppets’, het is een erg goed album dat een goede referentie is voor hoe Metallica heden ten dage beter zou klinken, rekening houdende met de modernisering die men daar graag doorvoert. Wie zich ondanks de gelijkenissen, voornamelijk de vocalen van ‘Maurer’ maken dit moeilijk, kan losmaken van het oude Metallica, zal met dit album zeker een kleine 50 minuten meegesleept worden door de krachtige metal van Mortal Sin.

 

The Smashing Pumpkins

Zeitgeist

Geschreven door

Het is niet omdat de nieuwe Pumpkins hard, gemeen en stevig klinkt, dat het daarom een goede plaat is geworden. Trouwens, in hoeverre kunnen we hier echt spreken van een Smashing Pumpkins reünie ? Op vandaag is de groep immers herleid tot enkel boegbeeld Billy Corgan en drummer Jimmy Chamberlain. Geen spoor van D’Arcy  of James Iha. Mijnheer Corgan vindt zichzelf nogal een ‘ubermensch’ en speelt gewoon alles zelf in. De egocentrische klootzak overschat nog geen klein beetje zijn eigen kunnen en staat hier wat aan te klooien en wat wild om zich heen te roepen, maar goede songs ? nee hoor.
Zoals gezegd, de plaat is wel hard, maar ze blijft niet hangen. Kortom, veel lawaai, weinig inhoud. Corgan heeft als gitarist wel een paar rake en vette riffs uit zijn mouw geschud, maar de songs die erop gebouwd zijn vallen te mager uit, op een drietal uitzonderingen na. Het tien minuten durende “United States” vinden we nog sterk omwille van de als vanouds uitfreakende en scheurende gitaren. Ook “Come on let’s go” en “Tarantula” halen nog een behoorlijk niveau maar voor de rest is het  la grande tristesse. En dit voor een rockgroep die ooit nog baanbrekend geweest is en met ‘Siamese dream’, een absolute vijfsterrenklassieker heeft gemaakt, maar dat is ook alweer heel lang geleden.
Deze reünie, die er eigenlijk geen is, had er nooit mogen komen en ‘Zeitgeist’ is bijgevolg een volkomen overbodige plaat waar we verder niet veel woorden meer aan gaan vuilmaken.

Eddie Vedder

Into The Wild (Music For The Motion Picture)

Geschreven door

Er zijn zo van die dagen dat alles fout loopt, en dat slechts weinig dingen het tij kunnen doen keren. Wel, als het je nogmaals overkomt, dan kun je maar beter de nieuwe plaat van Eddie Vedder bij de hand hebben…
Het is niet zijn eerste solowerk (zie o.m. muzikale bijdrage aan de film Dead Man Walking en I am Sam), maar veruit zijn meest beklijvende.
Into the wild is samengesteld uit 11 no nonsense nummers, waarvan 2 covers “Hard Sun” en “Society”. Deze intimistische en ontroerende plaat is zó goed opgebouwd dat ze nooit verveelt. Het is een groeiplaat en zonder de film (in regie van, jawel, Sean Penn) te hebben gezien, geeft de plaat het gevoel dat ook de film de moeite waard is. Op dit vlak doorstaat de plaat moeiteloos klassiekers als ‘Paris, Texas’ van Ry Cooder.
Opnieuw sterk werk van Vedder dus, die het klaarblijkelijk ook zonder zijn sublieme begeleidingsband (Pearl Jam) kan. Slechts begeleid door veelal akoestische gitaar, weet Vedder zich met zijn stem doorlopend te beroeren. Sterker nog, neem alle begeleiding weg, en nog zullen de nummers wellicht overeind blijven. (society – zijn stem draagt als een symfonisch orkest).
Folkwerk dus, al laat Vedder zich een aantal keer ook bijstaan door een goed geoliede groep, met traditionele instrumenten (gitaarbanjo), zoals in “The Wolf”, ”The end of te road” en vooral in “Far behind”.
Bewijs van het feit dat Vedder niet veel nodig heeft om iets magistraals te maken, bewijst hij in “Rise”. Less is more, en dat blijkt opnieuw te kloppen. Deze plaat is echter niet te kloppen! Aanschaffen die boel! CD van de week? Nee, van het jaar!

Tico Verde

Where We Are (EP)

Geschreven door

Tico Verde is de nieuwste ontdekking uit Nederland. De band mocht in hun thuisland openen voor artiesten zoals Keith Caputo, The Sheer, Silverchair en Venice. ‘Where We Are’ is volgens de website van de band reeds hun derde EP. Wij houden het toch liever bij de term CD-single. Want met slechts 3 songs is het bijgevolg ook erg moeilijk om een globaal oordeel te vormen. De band is reeds zes jaar actief, waaronder twee jaar in de huidige bezetting.  Hun muzikale invloeden rijken van Novastar, John Mayer tot singer-songwriter Damien Rice. Het best kan je hun geluid als melodische pop/rock omschrijven. De stem van zanger Lars Kroos is weinig glamourreus maar wel eerlijk en oprecht en vooral stemvast. Het zijn vooral de drie leuke en bovenal sterke composities die dit schijfje zo aantrekkelijk maken. In eigen land kreeg de band lovende kritieken en ook tijdens de liveshows was de stemming nadien uiterst positief. Momenteel probeert de band ook buiten Nederland voet aan wal te zetten, terwijl het ook nog werkt aan nieuw materiaal. Met een eerste volwaardig album zal ik pas een oordeel kunnen villen over deze band maar ‘Where We Are’ klinkt alvast veelbelovend voor de toekomst.

Venice

Garage Demos Part 3 – Other Stuff

Geschreven door

Toen Venice in mei van dit jaar doorheen Nederland trok voor enkele liveshows had het geen nieuw album op zak om mee uit te pakken. Dan maar de ‘Garage Demos’ van stal halen moet men gedacht hebben want ‘Part 3’ werd toen erg gretig gepromoot. Vergis U niet bij het horen van de titel ‘Garage Demos’, want het gaat hier zeker niet om een minderwaardig product. De ‘Garage Demos Part 1 & 2’ werden beiden gereleased in 1995 maar bleven na de vele livehows erg gegeerd.
Onder impuls van Venice webmaster Matt Levitz dook men in het archief en vond men genoeg materiaal voor een nieuwe ‘Garage Demo’. Dat dit echter geen nieuw Venice album is al vlug duidelijk als men de goedkope verpakking in handen krijgt. Over de inhoud (15 songs!) zijn te uitéénlopend (naar Venice normen wel te verstaan) om van een consistent geheel te kunnen spreken. Sommige songs dateren uit de midden jaren negentig, anderen zijn slechts enkele jaren oud. ‘Other Stuff’ is een mix van ‘Slow’ en ‘Fast stuff’. Dit resulteert in een zeer afwisselende collectie songs waarin Venice in verschillende stijlen te horen is. Sommige songs zijn echte pareltjes en het is dan ook zeer te betreuren dat ze nooit op een album terecht kwamen. Deze collectie maakt dit nu ruimschoots goed. De fans zullen er heel blij mee zijn want elke nieuwe song van de Lennons is er voor hen één om te koesteren.

Tokio Hotel

Het hippe, hotte Mega Mindy spel van Tokio Hotel

Geschreven door

Vier jonge gasten uit Magdeburg braken in geen mum van tijd door te Europa en slaagden erin vier TMF Awards binnen te halen: beste nieuwe artiest, beste album ‘Scream' (de Engelstalige versie van ‘Schrei’ uit’05), beste videoclip (“Monsoon”) en beste pop. De tweeling Bill en Tom Kaulitz (zanger en gitarist), Gustav Schäfer (drums) en bassist Georg Listing zijn het ideale muzikale product geworden voor elke ‘rockmindende’ tiener.

Het Duitse viertal is eigenlijk al zo’n zes jaar bezig en werd in een al lang uitverkocht Vorst stormachtig en oorverdovend toegejuicht door duizenden meisjes; het was soms beangstigend om hen te horen gillen, roepen en schreeuwen, alsof de zaal op instorten stond. Dranghekkens beneden verhinderden dat de jongeren zich zouden verpletteren als de vier jongens vooraan op het podium kwamen. En dit was geleden van een paar ‘90’s Boys bands als Take That.
Tokio Hotel zijn de nieuwe ‘hipcultuur’: een jonge blonde drummer met kort haar, een ruigere bassist, een gitarist met dreadlocks en een zanger als knuffelbeertje. En hun Tokio Hotel trad deze avond op, droom werd werkelijkheid: Bill, een jonge ‘Boy George’, met geschminkte oogleden en wapperende ‘ge-gel-de’ haren zien zingen en dansen, en hopen op een mate van oogcontact.
Ze brachten ruim anderhalf uur een afwisselende, uiterst verzorgde en volledig afgewerkte (lees afgelikte) set, waarin alles, wat je maar kon bedenken, aan bod kwam: muzikaal stevig, gebald tot ballad, in de bis een akoestische set die hun ‘Ubersende der welt’ moet promoten, er was de wervelende show, act en dans, en er waren op schermen clips te zien.
Tokio Hotel was een volwassen  megaband en speelde overtuigend een pak songs van 'Zimmer 483' en 'Scream'  in het Duits, met af en toe een mondje Engels: "Uebers Ende der Welt", “Scream”, “Don’t jump”, “Sacred”, “Ready, set, go” en “Monsoon”. Bill had het qua stem soms moeilijk de sound te kunnen overtreffen, maar was een podiumbeest die z’n fans opzweepte en af en toe een woordje Frans en Nederlands sprak. Elke song werd woord per woord meegezongen; Het Duits bleek plots de tweede taal voor de duizenden jongeren.

Tokio Hotel is ‘hip‘en ‘hot’, een Mega Mindy spel; we ondergingen dat zij de band van het jaar zijn geworden. Een ‘traum’ voor het jonge viertal als voor de tienduizend jonge fans…!

Organisatie: Live Nation

The Young Gods

The Young Gods: na ruim twintig jaar nog steeds niet uitgeblust

Geschreven door

The Young Gods besloten het Riffs’n’Bips (mix van electro en rock) festival te Mons.
Het Zwitsere trio The Young Gods, onder zanger Franz Treichler, zijn al ruim twintig jaar bezig. Samen met The Swans en Einstürzende Neubauten gaven ze de elektronica een bepalende push onder de stijl van ‘industrial’.
Hun combinatie van elektronica sounds, en –dwarrels en de dosis voorgeprogrammeerde gitaarexperimenten (en –noise), opgezweept door een begeesterende percussie, en ondersteund door de Frans/Engelse galmende, declamerende schreeuw/zegzang van Treichler, blijft een uniek gegeven. Af en toe integreerden ze ambient en technotrance. Trouwens, The Young Gods gaven twee jaar terug een fijn overzicht van hun muzikale carrière en bewezen dat ze totaal nog niet waren uitgeblust.
Met hun donkere dreigende, broeierige sound, slaagden ze er nog steeds in zich te kunnen meten tegenover de huidige sliert industrial/waverock/gothic bands. Witte spotlights (inclusief een spot op het microstatief!) en stroboscoop gaven kleur; Onlangs verscheen de nieuwe cd ‘Super ready/Fragmente’, waaruit live gretig werd geplukt: op “El magnifico” kwamen de drums op het voorplan,  “C’est quoi c’est ça” leidde de middernachtmis in, “Un point, c’est tout” leek de soundtrack voor een nieuwe ‘The excorcist’ en met ‘Every where’ en ‘I’m the drug’ toonden ze aan hoe inventief en scherp ze kunnen klinken. “Kissing the sun” en “Envoyé” waren alvast twee niet te missen klassiekers, die op een sterke respons konden rekenen. Spijtig genoeg waren ze gelimiteerd qua tijd, wat hen beperkte nog meer muzikaal afwisselend materiaal voor te stellen.

Organisatie: Riffs’n’Bips festival, Mons (in het kader van het Riffs'n'Bips festival)

Riffs’n’Bips Festival 2007: een aangename en fijne mix van electro en rock

Geschreven door

Voor de eerste keer maakte ik kennis met het Riffs’n’Bips festival, al aan de vierde editie toe, een happening met een mix van electro en rock, in de Lotto Expo te Mons.  In vroegere edities kwamen al Vive la Fête, BRMC, Millionaire, Black Strobe en Magnus langs. Een aangename en fijne ontdekking bij onze Franstalige vrienden!

Als start kon ik van het beloftevolle viertal The dIplomat, die naar Brussel zijn uitgeweken, nog enkele nummers meepikken: snedige gitaarrock’n’roll, een venijnige melodie en gretig spelplezier. Hun pas verschenen debuut lijkt me op die manier meer dan de moeite waard…

Piano Club uit Luik, gegroeid uit leden van Hollywood Porn Stars en Malibu Stacy, is één van de Waalse exponenten die in Vlaanderen van wal kunnen steken met hun grillige en subtiele gitaarpoprock, een vleugje ‘80’s synthi wave en elektronicableeps; het viertal was voor deze happening speciaal in het wit gekleed en speelden enkele aardige nummers als “Love machine”, “Walkin’ bigfoot”, “Girl on tv” en “Shine”. Net als bij The dIplomat is het uitkijken naar hun debuut.

Het Franse Punish Yourself (met een opmerkelijke corpulente gitariste!) was totaal andere koek: ze spelen een crossover van industrial, punkmetal en ‘digital’ hardcore (elektronische mitrailleursalvo’s/technopunk) ergens tussen Ministry, het oude NIN, Marilyn Manson en Atari Teenage Riot. Een apocalyptische, bloedstollende sound van een in fluor gebodypainted viertal. In een moordend tempo haalden ze ‘sex, death en destroy’ undergroundverhalen aan, vorm gegeven door zwart/wit projecties, een decor van skeletten, afgehakte hoofden,  en bandages van vrouwenlichamen.  Enkele gitaarrock’n’roll licks op z’n Poison Ivy’s (van The Cramps) en een dubbele percussie zorgden voor variatie. Op het eind kwam J-L Demeyer van Front 242  nog een nummer meezingen; de groep kon rekenen op een sterke respons en had een pak die-hard fans mee…Punish Yourself  is de wildcard voor een nieuwe soundtrack van een David Lynch film…

De menigte kon zomaar moeiteloos overstappen van de oorverdovende sound van Punish Yourself naar de electrokitschpop van Daan, die ferm werd gesmaakt. Hij en z’n band waren alvast mooi uitgedost in kostuums. Op z’n eigen unieke manier en houding is Daan een festivalbeest. Het was een niet te missen optreden, voor wie hem nog niet aan het werk zag. Hij bouwde z’n set zorgvuldig op: “The player” en “Victory” bouwden een finale reeks naar “Sweet designer drugs”, een intieme “1969” (op piano), “Promis U” en de dance klassieker “Housewife”, die de ganse zaal tot dansen bracht.

Het Zwitsere trio The Young Gods, onder zanger Franz Treichler, zijn al ruim twintig jaar bezig. Samen met The Swans en Einstürzende Neubauten gaven ze de elektronica een bepalende push onder de stijl van ‘industrial’.
Hun combinatie van elektronica sounds, en –dwarrels en de dosis voorgeprogrammeerde gitaarexperimenten (en –noise), opgezweept door een begeesterende percussie, en ondersteund door de Frans/Engelse galmende, declamerende schreeuw/zegzang van Treichler, blijft een uniek gegeven. Af en toe integreerden ze ambient en technotrance. Trouwens, The Young Gods gaven twee jaar terug een fijn overzicht van hun muzikale carrière en bewezen dat ze totaal nog niet waren uitgeblust.
Met hun donkere dreigende, broeierige sound, slaagden ze er nog steeds in zich te kunnen meten tegenover de huidige sliert industrial/waverock/gothic bands. Witte spotlights (inclusief een spot op het microstatief!) en stroboscoop gaven kleur; Onlangs verscheen de nieuwe cd ‘Super ready/Fragmente’, waaruit live gretig werd geplukt: op “El magnifico” kwamen de drums op het voorplan,  “C’est quoi c’est ça” leidde de middernachtmis in, “Un point, c’est tout” leek de soundtrack voor een nieuwe ‘The excorcist’ en met ‘Every where’ en ‘I’m the drug’ toonden ze aan hoe inventief en scherp ze kunnen klinken. “Kissing the sun” en “Envoyé” waren alvast twee niet te missen klassiekers, die op een sterke respons konden rekenen. Spijtig genoeg waren ze gelimiteerd qua tijd, wat hen beperkte nog meer muzikaal afwisselend materiaal voor te stellen.

Na deze optredens kwam de klemtoon op enkele DJ sets: Agoria feat. Peter Murphy (van Bauhaus), IamX en Cosy Mozzy: een pak nieuwe geïnteresseerden daagden op, wat me deed terugdenken aan de DJ sets op het Dourfestival.
Het Franse Agoria uit Lion hield met hun aanstekelijke, bruisende en groovende technoclubtrance gedurende een klein uur het dansende publiek in z’n greep; een vleugje psychedelica en electro waren een welgekomen verfrissing, naast de grauwe, donkere vocals van Peter Murphy in twee songs.
IamX en Cosy Mozzy besloten op overtuigende wijze de vierde editie van electro en rock event die op ruim 3000 belangstellenden kon rekenen.

Organisatie: Riffs’n’Bips, Mons

Radar Festival 2007: het jaarlijks initiatief van Le Grand Mix, Tourcoing

Geschreven door

Het Radar Festival is een jaarlijks initiatief van Le Grand Mix Tourcoing, gedurende drie avonden, waarbij per avond een drie à vier bands worden voorgesteld. Op en rond het podium hangen enkele schermen. Tussen de bands kon je rustig verpozen in ‘The village’ voor een drankje, een theetje en een hapje; er was randanimatie in enkele caravans, die in een halve cirkel waren opgesteld. Trouwens, Le Grand Mix is momenteel tien jaar bezig…
We kozen voor het thema van Dag 2: Peace & Love & Flower Power; vier bands traden aan: This Is The Kit, Tender Forever, The Do en I’m From Barcelona

This Is The Kit
is een Britse singer/songschrijfster, die intieme, breekbare pop met een folky, bluesy ondertoon speelde, gedragen door haar overtuigende, pakkende vocals; ergens tussen Michelle Shocked, Suzanne Vega en Joni Mitchell. Haar bloemetjesjurk bekrachtigde het gegeven van Peace & Love & Flower Power. Door ziekte van haar violist, was ze genoodzaakt alleen op te treden; innemende songs op elektrische of akoestische gitaar en op banjo.

De meest opmerkelijke solo artieste was de Française Tender Forever, die een langdurige stage in de VS er op zitten had; haar avontuur en ervaring zette ze om in een opmerkelijk livesetje op elektronica en gitaar. De multi-instrumentaliste startte schuchter, maar palmde gaandeweg het publiek in met haar bricollage van (neurotische ) elektronica soundscapes, gitaargetokkel, handgeklap en stemexperiment. Er was zelfs een vleugje freefolk door allerhande geluidjes. Ze animeerde het publiek ongelofelijk. Op het scherm  waren soms twee artiesten geprojecteerd, die samen met haar speelden, dansten of zongen.  Op het einde maquilleerde ze haar gezicht en trakteerde het publiek op een ‘Tender hardcore’ afsluiter. Een duik in het publiek maakte dat ze letterlijk op handen werd gedragen!

The Do, een Frans drietal, haalde hun muzikale roots uit Scandinavië: er kleefde een Finse vlag op hun instrumentarium, surplus de  ‘lookalike’ van de zangeres. Ze creëerden een warm melancholisch, dromerig en sfeervol poprockgeluid, ergens tussen The Cardigans, Mum, Blonde Redhead en de rits integere vrouwelijke singer/songwriters, die door de synthi, belletjes en tierlantijntjes rond het drumstel, en de hoge, hemelse en ijle zang zeggingskracht kregen.

En tenslotte trad een Scandinavische band aan,  uit Zweden I’m From Barcelona, die door hun feestmuziek de naam van het festival alle eer aandeden. Ze zorgden voor een Flaming Lips sfeertje door de talrijke ballonnen, confetti en snippers; “We’re From Barcelona” werd een instant (one hit?) klassieker, wat een heuse succesvolle tournee op de been bracht.  Net als bij The Polyphonic Spree was er sprake van een band van 14 man op het podium, die speelden, dansten en zongen, de ene wat meer geflipt dan de andere…Een zondagsmis kon niet beter worden geanimeerd. Na de Pavarotti/Freddie Mercury’s bombastische “Barcelona” opener, vatte het feestgedruis aan: de groepsleden sprongen als gekken in het rond en er was meteen een dansende massa op “Treehouse”. De zanger dook meteen het publiek in. Het was ons duidelijk: het geflipt allegaartje I’m From Barcelona trakteerde ons op een klein uurtje party time. De nummers logen er niet om: “Rec & Play”, een praktisch onherkenbare “Like a prayer” van Madonna, “Chicken pox” en “We’re From Barcelona”. Een hoogstaand tempo van feestvieren die snel voorbij was. “Jenny” en “Barcelona loves you” wakkerde in de bis een polonaise aan, waarbij iedereen op het podium werd uitgenodigd om te jumpen op een hard/breakcore remix van hun hit.

I’m From Barcelona is een prettig gestoord collectief die het publiek in goede stemming bracht en een fijn weekendje inzette…en ze waren geslaagd in hun opdracht!

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

I’m From Barcelona

I’m From Barcelona: een prettig gestoord collectief brengt het publiek in feeststemming

Geschreven door

De Scandinavische band, uit Zweden I’m From Barcelona, besloot het Radar festival te Tourcoing; door hun feestmuziek deden ze de naam van het festival alle eer aan. Ze zorgden voor een Flaming Lips sfeertje door de talrijke ballonnen, confetti en snippers; “We’re From Barcelona” werd een instant (one hit?) klassieker, wat een heuse succesvolle tournee op de been bracht.  Net als bij The Polyphonic Spree was er sprake van een band van 14 man op het podium, die speelden, dansten en zongen, de ene wat meer geflipt dan de andere…Een zondagsmis kon niet beter worden geanimeerd. Na de Pavarotti/Freddie Mercury’s bombastische “Barcelona” opener, vatte het feestgedruis aan: de groepsleden sprongen als gekken in het rond en er was meteen een dansende massa op “Treehouse”. De zanger dook meteen het publiek in. Het was ons duidelijk: het geflipt allegaartje I’m From Barcelona trakteerde ons op een klein uurtje party time. De nummers logen er niet om: “Rec & Play”, een praktisch onherkenbare “Like a prayer” van Madonna, “Chicken pox” en “We’re From Barcelona”. Een hoogstaand tempo van feestvieren die snel voorbij was. “Jenny” en “Barcelona loves you” wakkerde in de bis een polonaise aan, waarbij iedereen op het podium werd uitgenodigd om te jumpen op een hard/breakcore remix van hun hit.

I’m From Barcelona is een prettig gestoord collectief die het publiek in goede stemming bracht en een fijn weekendje inzette…en ze waren geslaagd in hun opdracht!

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing (in het kader van het Radar Festival)

St. Vincent

Marry Me

Geschreven door

St.Vincent, of singer/songwriter Annie Clark uit Chicago, maakte deel uit van de begeleidingsband van Polyphonic Spree en Sufjan Stevens en nam de tijd te werken aan haar eigen project St. Vincent.
De hemels sferische songs op haar debuut ‘Marry me’ hebben een jazzy ondertoon en klinken zowel lieflijk, teder als overstuurd en verbeten. Het zijn knap in elkaar gestoken songs, die eenvoudig en subtiel kunnen klinken (“The apocalypse song”, “Landmines”, “What me worry” en de titelsong) of die een dosis avontuur bevatten door de onverwachtse wendingen, zoals “Now now”, “Jesus saves, I spend”, “Your lips are red” en “Paris is burning”. “Human racing” is een puik nummer in een trippop kleedje en met “All my stars are aligned”, met koor, heeft zij de ideale nachtsong klaar.
De dame treedt in de voetsporen van Feist, My Brightest Diamond, Regina Spektor, Joan As Police Woman en Cocorosie; Kate Bush klinkt zelfs door. De dame verbaast met haar dromerige indie freefolk. En wat nog meer respect afdwingt, ze heeft op haar debuut elk instrument zelf gespeeld: gitaar, basgitaar, cello, viool en toetsen.

Passionworks

Blue Play

Geschreven door

Uit het hoge noorden komt mijn nieuwste ontdekking Passionworks. Deze Finnen zijn aan hun tweede album toe. ‘Blue Play’ is de opvolger van het debuut ‘Passion Play’ uit 2003. Dit viertal (de band heeft blijkbaar nog geen vaste drummer) mag best gezien worden. Vooral de blonde zangeres Harriet Hägglund is een lust voor het oog maar gelukkig kan deze dame ook bijzonder aardig zingen.
Passionworks brengt geïnspireerde gitaargerichte pop/rock met een bombastisch Gothic synthesizersausje er overheen. Het radiovriendelijke karakter van de songs maakt dat alles lichtverteerbaar blijft. De band vergelijkt zich maar al te graag met bands zoals The Rasmus, HIM, Within Temptation of Evanescence. Maar eigenlijk doet het zichzelf te weinig eer aan, want Passionworks zet best wel een eigen geluid neer. De meeste songs worden beter als je ze enkele malen hoort. Al kan er op vlak van ‘songwriting’ best nog wat bijgeschaafd worden. Wat meer variatie in de songs was leuk geweest. Nu lijken sommige up-tempo songs wat op elkaar. Betere songs zoals “Falling” (de eerste single die de top haalde in de Finse Charts), ” Flying”(de tweede single), de ballade “Angels Crossing” en het door U2-gitaren gedreven “Sad” doen het albumniveau duidelijk stijgen.
Deze band heeft dus zeker voldoende potentieel om internationaal door te breken; al is de concurrentie ook in dit genre vrij moordend. ‘Blue Play’ is echter een zeer aangename, eerste kennismaking met Passionworks.

Maskesmachine

Ge kun et

Geschreven door

Het Antwerpse Maskesachine, drie dames (Barbara, Eva en Liesbet) en ene gast (Dajo), spelen zich al een paar jaar in de kijker met hun charmante, speelse, bruisende en frisse folkpop en hun duivelse engelenzang. ‘Folkhop a la capella’ omschrijven ze het zelf, waarbij ze op een uiterst gewaagd pad stappen voorbij Laïs en Värttina. Maskesmachine bewandelt zelfs de psychedelica/freefolk stijl van CocoRosie en Animal Collective. Een dosis avontuur. Om dan nog niet te spreken van hun teksten of …flarden teksten, waarbij zinnen, woorden, neologismen en klankassociaties aan elkaar worden verweven.
Muzikale gekte en een gevatte, absurde en onnozele tekstinhoud zorgen ervoor dat de opvolger van de EP ‘Plaktang’ (productie Tom Pintens) de full cd ‘Ge kun et’ (productie Pascal Deweze, met hulp van Mauro!) een intrigerende, boeiende plaat is geworden met onverwachtse  wendingen, donkere synths en bleeps, bevreemdende percussie, en een al of niet verloren gespeelde noot van  gitaargetokkel, harp, piano of blazer. Luister maar eens naar de opener “Yes nog 6”,  “T-shirt” of “Maskesmachine”; ze halen een worldsound aan op “Attack atab”, er is de swing op “Ons danske” en “Sorry, dan moogde nog is” of ze komen vervaarlijk in de buurt van CocoRosie met “Dancing deer”, “Lalala” en het lieflijke, sprookjesachtige “Nooit de moed opgeven”. “Nostalgie” en “The sky is blue and I love you” zijn de meeste poppy songs van de cd.
Prettig gestoord bandje, die weet met wat ze bezig zijn…

Heavy Trash

Going way out heavy with Heavy Trash

Geschreven door

Jon Spencer heeft voor onbepaalde tijd zijn Blues Explosion op non actief gezet om zich met enkele interessante nevenstapjes bezig te houden. Vorig jaar kwam daar de bruisende cd ‘The man who lives for love’ uit onder de naam Spencer Dickinson, nu komt hij aanzetten met de al even boeiende tweede cd van Heavy Trash, het bandje die hij in 2005 opgestart heeft met Matt Verta-Ray van Speedball Baby (ze werkten eerder ook al samen op ‘The Black Godfather’ van Andre Williams). Verder worden ze onder andere begeleid door The Sadies, een country trash groepje met hart en ziel op de juiste plaats.
“Zullen we nog een keertje een ‘Elviske’ doen”  moet Jon Spencer gedacht hebben bij het inzetten van deze vette klomp rock’n’roll en hij schudt meteen de geschifte Elvis-pastiche “Pure gold” uit zijn mouw. Een opener van formaat en men gaat op dat elan door. Spencer swingt zijn eigen ballen er af in “Kissy baby”, zet een overstuurde Johnny Cash neer in “That ain’t right”, blaast de speakers er door in de garage punker “I want oblivion” en toont zich een volleerde crooner in de plakker “Crying tramp”. En het stopt niet, “Way out” bruist als The Cramps in hun hoogdagen, “They were kings” is een geweldig voortdenderende rock’n’roll sneltrein, “Crazy pritty baby” is een hete lap opgefokte gekheid en afsluiter ”You can’t win” is een heerlijke talking blues.
Dit is, mocht u het nog niet begrepen hebben, een meer dan fantastisch en knotsgek plaatje waar een mens maar niet genoeg kan van krijgen. Als Spencer dergelijke geniale zotte dingen blijft doen, hoeft hij van ons zelfs niet eens meer de Blues Explosion terug bijeen te roepen.

Gotthard

Domino Effect

Geschreven door
Met de precisie van een Zwitserse klok brengt de melodieuze rockband Gotthard kwalitatief sterke rockalbums uit. ‘Lipservce’ uit 2005 was een waanzinnige schijf, maar dit album schat ik nog wat hoger in. Meer zelfs…dit is de allerbeste Gotthard plaat tot op heden! Maanden voor het uitbrengen van ‘Domino Effect’ had de pers het over een ernstige muzikale koerswijziging en een terugkeer naar de hardere, minder toegankelijke sound van de beginjaren.
Niets is echter minder waar! Het nieuwe album klinkt inderdaad wel een stuk minder commercieel dan zijn voorganger. De gepolijste sound van ‘Lipservice’ heeft plaats moeten ruimen voor een wat ruwere, donkere soundkleur (vooral aan de gitaarsound is duidelijk gesleuteld). Doch, het schrijven van supermelodieuze rocksongs hebben ze nog niet verleerd en dat komt tot uiting in 15 sterke rocksongs (14 + 1 bonustrack) die één voor één dik de moeite waard zijn. Dit is absoluut een monsteralbum! ‘Domino Effect’ is een erg gevarieerde schijf en staat voor alles wat Gotthard doorheen de jaren uitbracht. Het album opent met trio van sublieme rocksongs. In “Master Of Illusion” laat Steve Lee meteen horen dat hij één van de allerbeste rockzangers is van het moment. Wat een strot! Wat een song! De dominosteentjes vallen perfect verder met het beukende “Gone Too Far” en de donkere titelsong “Domino Effect”.
Gotthard zal ook altijd een ballade band blijven. Perfecte, nooit zeemzoete, ballades vormen ook nu weer de nodige rustpunten die de band inbouwt. Ook aan de oudere fans werd gedacht want “The Cruiser (Judgement Day)” is een vrij stevige song met een gedreven AC/DC riff die best op één van de eerste Gotthard albums had kunnen staan. Kortom het album is een aaneenschakeling van hoogtepunten. Vanwege het perfecte evenwicht (en plaatsing) tussen up-tempo songs en ballades ben je in één wip door het album heen. Waarna je zin hebt om het opnieuw te beluisteren.
Ondertussen heeft Gotthard negen schitterende klasse schijven afgeleverd. Met “Domino Effect” is er ook eindelijk een release voorzien op de Amerikaanse markt. De doorbraak kan nu absoluut niet meer uitblijven. Grote klasse!

 

Pagina 479 van 489