logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15472 Items)

Dragons

Here are the roses

Geschreven door

De eerste onvermijdelijke reactie is de volgende: Godverdomme, die gasten hebben alles gejat van The Editors en Interpol. ’t Zal wel , maar hebben Editors en Interpol ook niet alles gepikt bij Joy Division en The Sound ? Yep, ook weer waar. Laten we dus gewoon stellen dat we Dragons kunnen bijplaatsen in het rijtje nieuwe bands die de mosterd met een vette pollepel zijn gaan halen in de eighties. De echo gitaren zijn dus van de partij, de donkere en diepe vocals ook, en bij Dragons wordt er ook nog een streep synths toegevoegd waardoor we met momenten wat Simple Minds toestanden krijgen, zoals in “Treasure”. Het is allemaal wel wat voller, harder en strakker dan de Simple Minds en de Messias trekjes blijven gelukkig ook achterwege.
Ze hebben dus geen nieuw geluid ontdekt en doen dingen die allemaal al wel eens eerder door anderen zijn voorgedaan, maar de songs zijn bijzonder sterk en dat is wat ons betreft de reden waarom Dragons niet moet onderdoen voor gasten als Interpol en Editors. De sterke openers van de plaat “Here are the roses” en “Conditions” bevestigen dat alleen maar. De synths en vocals op het heftige “Obedience” neigen wat naar de industrial tonen van Depeche Mode, maar dan beter. De gitaren van “Trust” zijn zomaar weggelopen uit een Cult song ten tijde van ‘Love’ (“Revolution” en consoorten, weet u nog wel).
U ziet het, ‘Here are the roses’ is echte de moeite waarde, maar iemand moet deze band dringend vanuit de schaduw van Interpol en Editors weghalen.

Allen-Lande

The Revenge

Geschreven door

Een vervolg op het schitterende ‘The Battle’ uit 2005 had ik eerlijk gezegd niet meer verwacht. Het debuut van de samenwerking tussen Russell Allen (Symphony X) en Jorn Lande (ex-Masterplan) scoorde toen erg goed in onze jaarlijstjes.
‘The Revenge’, de opvolger, ontstond opnieuw uit het meesterbrein van songschrijver en gitarist Magnus Karlsson. Zowel Allen als Lande waren onmiddellijk bereid om de ideeën van Karlsson in realiteit om te zetten. Het resultaat is opnieuw een erg sterke melodieuze power metalplaat. Wie ‘The Battle’ leuk vond zal ook aan deze nieuwe schijf erg veel plezier beleven. Qua sound is er niet erg veel veranderd. Hoewel het verrassingsaspect verdwenen is slagen de heren er toch terug in om ons gedurende twaalf songs mee te voeren in hun gepassioneerde metal escapades vol stevige gitaarriffs, mooie pianolijnen en vocale powertrips. Qua songwriting waren de songs op het debuut net iets sterker. De songs op ‘The Revenge’ zijn soms wat gecompliceerder en vragen wat meer luistermomenten. Persoonlijk verkies ik het stemgeluid van Lande boven dat van Allen. In de monsterballade ”Master Of Sorrow” laat Jorn nog eens horen dat hij tot de beste rockzangers van het ogenblik behoort. Echt interessant zijn de duetten die de heren aangaan. Deze duels zijn regelrechte vocale metal gevechten. Zo is de titeltrack “The Revenge” één van de vele hoogtepunten van het album. De plaat werd afgewerkt door mixwonder Dennis Ward, waardoor het eindresultaat qua sound de perfectie weet te benaderen. Een van de betere Frontiers releases van het jaar!

Ozark Henry

Ozark Henry: clubtournee als kerstgeleider

Geschreven door

Piet Goddaer is rusteloos. Z’n droom verwezenlijkte hij al door ‘The soft machine’ voor te stellen in Vorst Nationaal en op Pukkelpop. Een uitgebreide clubtournee breide hij in deze ‘donkere’ dagen, die telkens het ticket uitverkocht kreeg. En ons bezig bijtje heeft nav het overzichtsalbum ‘A Decade’ al optredens gepland in de Lotto Arena in april 2008.
Het was een uitgelezen kans met de kerst om de intieme set te beluisteren. Een klein anderhalf uur hoorden we Goddaer in een hoofdrol als zanger/componist, op toetsen en op bas. De klemtoon legde hij met z’n band (opnieuw) op de laatste twee cd’s, waarbij de kaart van een sfeervol, rustige aanpak werd getrokken. Een knus aangename verpozing. Een mooi decor van grote witte bollen en sterretjes zorgde voor de gezelligheid. Intimiteit troef dus, waarbij we enkel nog de openhaard op het podium misten.

Blootsvoets (om contact met de grond en z’n materiaal te hebben) en nederig (zijn we intussen al gewoon van hem) betrad hij het podium. Ozark Henry was een kwartet, waarbij de instrumentatie uiterst sober werd gehouden. Met z’n vaste toetsenist/pianist Didier Deruytter, opende Goddaer heel ingetogen “Sweet instigator”. In de volledige bezetting klonken “Splinter”, “Grace”, “Le temps qui reste” ingehouden. “Vespertine” was adembenemend, enkel bepaald door piano en stem. “To walk again” (soundtrack van de gelijknamige film over de triatleet Mark Herremans) en “Morpheus” speelden ze iets krachtiger. Het al tien jaar oude “Me & my sister” was ontdaan van z’n  trippopconcept en werd gedragen door een begeesterende pianopartij.
Tijd voor bekender werk: “Word up” (refrein werd zachtjes meegezongen!), “These days” en de huidige single “God speed”, werden gekenmerkt door een sterke opbouw, ingetogen, pittig, soms snedig en mooi uitgebalanceerd.
Goddaer en de zijnen speelden na een goed uur nog een drietal nummers in de bis, waaronder “At sea”, “Indian summer” en een uiterst gevoelig “Give yourself a chance with me”. Een vleugje pianovirtuositeit besloot definitief de avond. Intussentijd waren we al vertrouwd met z’n stokwoordje “Merci” tussen enkele nummers door en bij de voorstelling van de band.

Goddaer was de ideale kerstgeleider. Zijn muzikale kerstkalkoen heeft ons gesmaakt.

Organisatie: Vooruit, Gent

Riverside

Rapid Eye Movement

Geschreven door

Het nieuwe album van Riverside heet ‘Rapid Eye Movement’. Het is het derde en laatste deel van de trilogie die begon met het magistrale melodieuze Prog debuut ‘Out Of Myself’ uit 2003. In 2005 werd de plaat opgevolgd door het wat heavier ‘Second Life Sydrome’. Dit laatste album plaatste de Poolse band wereldwijd op de Prog-kaart en werd de band over de ganse lijn bejubeld als de nieuwe Prog sensatie.
Nu is er ‘R.E.M.’, een derde album voor Inside Out die het drieluik afsluit. Aanvankelijk was ik niet echt onder de indruk van het afgeleverde resultaat. Nu ik plaat vele maanden aan ellenlange luisterbeurten heb onderworpen durf ik te stellen dat dit de minst sterke plaat van Riverside is tot op heden. Waarschijnlijk was er tijdens het maken van dit laatste deel te weinig speelruimte om echt vernieuwend uit de hoek te komen.
Het album is opgedeeld in twee delen. ‘Part One: Fearless’ is het meest samenhangende deel. De single “02 Panic Room” is een erg leuke Prog song die gebaseerd is op een aanstekelijk repetitief gitaarthema. Ook leuk is het progressieve “Parasomnia”. “Rainbow Box” lijkt dan weer gestolen te zijn van Porcupine Tree. Verder is het genieten van de emotionele zang van Maurisz Duda, al moet ik wel eerlijk toegeven dat ik mij ook wel eens heb geërgerd aan de soms klagerige zanglijnen. In het tweede deel ‘Fearland’ bouwde men de songs verder uit op de stevige ritmesectie, de dromerige soundscapes en dito keyboardlaagjes en de sublieme gitaarstructuren van Piotr Grudzinski. In Part 2 is er ook wat meer ruimte voor wat progressief geëxperimenteer zonder dat de band echt grote progressie maakt. Met de thema’s (schizofrenie, paranoia, slapeloosheid,…) zijn we ondertussen erg vertrouwd en deze zijn voor ondergetekende best confronterend. “Ultimate Trip” is het 13 minuten durende slotstuk en het meest complexe deel van de plaat.
Vooral de extra bonus cd die bij de ‘limited edition’ zit heeft mij doen besluiten om ‘R.E.M.’ toch een hoge score te geven. Op die bonus disc staan zowaar de beste songs. Vooral het sterke “Behind The Eyelids” is vernieuwend en ook de remix van “02 Panic Room” is beter dan het origineel. In “Back To The River” eert de band Pink Floyd. Hier pakt gitarist Piotr zelfs uit met de solo uit “Shine On Your Crazy Diamond”. De titeltrack “Rapid Eye Movement is bizar genoeg enkel op deze bonus cd terug te vinden. Hier klinkt Riverside pas echt vernieuwend. Dit lange, (ruim twaalf minuten) opbouwende, instrumentale werkstuk heeft een synthesizerstructuur à la Alan Parsons. De track krijgt een donker tintje door de alom tegenwoordige dreigende gitaar van Grudzinski. Een zeer boeiend einde!
Veel nieuwe fans zal de band met deze release niet aanwerven maar het is wel een mooi slotstuk van een prachtige trilogie. Toch kijk ik nu al uit naar een volgend album en ben ik reuzenbenieuwd of de band erin zal slagen om wat vooruitstrevender uit de hoek te komen.

Reverend & The Makers

The State Of Things

Geschreven door

Beloftevol bandje uit Sheffield zette de Dance Hall op z’n kopte Hasselt-Kiewit tijdens het Pukkelpopfestival, nog vóór de cd verscheen. Inderdaad, het uit Arctic Monkeys stad  afkomstige gezelschap, onder Jon ‘The Reverend’ McClure, heeft een aanstekelijk debuut uit, dat bol staat van groovende danspop, ergens tussen de Britpop van Blur, Oasis en de psychedelica bleeps van Primal Scream.
”Heavyweight champion of the world”, “Open your window”, “He said he loved me” en de titelsong zijn opzwepende songs door de trancy beats. Af en toe wordt McClure’s zang ondersteund door backing vocaliste Laura Manuel.
Maar ook bij Reverend & The Makers slaan de sexuele fantasieën op hol: het voorspel wordt  ingeleid door het sfeervolle “Sex with the ex” en het is postcoïtaal genieten van het afsluitende “Armchair detective”.
’The State Of Things’ is een geslaagde, dansbare, fijne plaat geworden.

Radiohead

In Rainbows

Geschreven door

Niet iedereen is even opgetogen met de zet die Radiohead gedaan heeft met hun nieuwste werkje. Inderdaad, een groep als Radiohead kan het zich commercieel immers permitteren om hun nieuwste plaat bij wijze van stunt volledig legaal gratis door het grote publiek te laten downloaden. Ze zullen de mislopen inkomsten wel compenseren met peperdure toegangstickets voor hun shows en met de opbrengst van de onvermijdelijke deluxe-edition met extra songs die begin volgend jaar in de winkels zal liggen. Een gemene en echt wel pretentieuze zet, als je’t ons vraagt, en een kaakslag voor vele bands die met alle moeite van de wereld hun plaatjes verkocht krijgen. Maar goed, wie vandaag een beetje met een computer en met internet overweg kan , weet toch zomaar alles illegaal te downloaden, alleen bij Radiohead mag het ook officieel gratis. Dus we gaan verder niet mopperen en zullen het hier over de plaat zelf hebben.
‘In Rainbows’ is een eerder korte en overwegend rustige plaat geworden, met uitzondering van het grillige en fantastische “Bodysnatchers” die hard tegen alle muren bonkt. Het is een sfeervol album waarop Thom Yorke net niet te veel gaat zeuren en waarop Greenwood alweer allerhande sounds en effecten uit zijn gitaar haalt zonder in overdreven experimenteel gebral te vervallen. Een typische Radiohead plaat, iets minder experimenteel dan ‘Kid A’ en ‘Amnesiac’ en net niet van het niveau van de ongenaakbare topper ‘OK Computer’.
Geen verrassingen dus, wel een handvol prachtige songs die bij elke beluistering blijven groeien, songs met klasse, romantiek en elegantie doch gespaard van elke vorm van overdreven sentiment.  Een hoopje nieuwe klassiekers zijn geboren als “Weird fishes/Arpeggi”, “Bodysnatchers”, “Nude” en “House of cards”.
Radiohead kan voor de komende concerten met toevoeging van deze nieuwe pareltjes dus een pracht van een playlist gaan samenstellen om de fans helemaal te doen smelten. En smelten zullen ze !
Kortom, ‘In Rainbows’ is alweer van een bijna niet te evenaren schoonheid en laat de concurrentie mijlenver achter zich.

The Pigeon Detectives

Wait for me

Geschreven door

The Pigeon Detectives zijn een jong Brits bandje uit Leeds. Ze spelen melodieus ongecompliceerde punkpop en rauwe rock’n’roll, onder zanger Matt Bowman (lijkt een jonge Roger Daltrey wel!) die z’n publiek duidelijk weet op te jutten. Rechtstreeks uit de stal van Kaiser Chiefs verweven ze de sound van Buzzcocks, Libertines, Hot Hot Heat en The Strokes. “I found out”, “Don’t know how to say goodbye” en “I’m not sorry” zijn uptempo klinkende rocksongs. “To know I love you” en de titelsong overtuigen door hun broeierige opbouw.
Kortom, ‘Wait for me’ bevat lekker, gestroomlijnde, springerige rock!

Los Campesinos!

Sticking Fingers into Sockets (EP)

Geschreven door

Los Campesinos is een uit Wales afkomstig zevental en is één van de beloftes van het afgelopen jaar met deze EP, die klinkt als een bruisende cocktail van gitaarpoprock en folk. Dynamische, opwindende, dansbare, aangename en ontspannende songs. Het speelplezier druipt er van af. Dit is ‘feeling good music’, waarbij de vijf songs (en één outtro) gekenmerkt zijn door snedige, soms rauwe gitaarakkoorden, zwierige vioolpartijen en kleurrijke toetsen. Ze ondergaan diverse tempowisselingen, waarbij de vrouwelijke en mannelijke zang op elkaar zijn ingespeeld.
‘Sticking Fingers into Sockets’ bevat charmant, speels songmateriaal. De band nestelt zich ergens tussen Polyphonic Spree, Broken Social Scene, Architecture In Helsinki en Pavement. Trouwens ze coverden op hun eigen manier  “Frontwards” van hen.
Een oorstrelende EP die doet hunkeren naar wat deze ‘vier man – drie vrouw’ band in 2008 in petto zal hebben.

Kamelot

Ghost Opera

Geschreven door

Het uit Florida afkomstige Kamelot is er ook deze keer in geslaagd om een hoogstaand kwaliteitsalbum af te leveren. Dit nieuwe album ‘Ghost Opera’ is voor de verandering eens geen conceptalbum maar de schijf bevat wel de pakkende bombastische power-progressieve metal die we van de band gewoon zijn. De opvolger voor ‘The Black Halo’ uit 2005 werd in Wolfsburg (Duitsland) ingeblikt en voor het eerst mag ook keyboardspeler Oliver Palotai (uit Duitsland afkomstig) zich volwaardig lid noemen van de band. Kamelot is dus nu een vijftal en voor deze nieuwe plaat keerde ook ‘Karma’ drummer Casey Grillo terug naar de Kamelot stal. ‘Ghost Opera’ staat vol bombastische, rijk georchestreerde metalsongs. Het feit dat een song zich kan ontpoppen van een simpele pianoballade tot een stevige metalsong zorgt bij mij nog steeds voor een ‘wauw’-gevoel.
Toch is deze ‘Ghost Opera’ minder verrassend dan vorige albums. Waar het juist aan ligt kan ik je niet vertellen maar misschien komt het omdat we het ondertussen zo gewoon zijn dat de band de ene sterke plaat na de andere uitbrengt. Het album mist een verrassingseffect maar heeft aan kwaliteit geen gebrek. De bombastische klassieke arrangementen, de complexe doch toegankelijke progressieve metalsongs, de superieure stem van Roy Kahn, en de stevige gitaarriffs van Thomas Youngblood zorgen ook nu voor een sterk samenhangend vooruitstrevend metalalbum.
‘Ghost Opera’ is een mooie toevoeging tot de band’s al bijzonder rijke palmares. Alleen jammer dat de band mij live nog geen enkele keer heeft weten te overtuigen van hun grote klasse. Kamelot is op zijn sterkst in de studio en daar is deze nieuwe schijf het mooiste bewijs van.
Op deze ‘limited edition’ die ik in handen kreeg staat één extra song en werd er ook een interessante bonus DVD toegevoegd met de videoclip en ‘the making of Ghost Opera’.

Alestorm

Captain Morgan’s Revenge

Geschreven door

Dat het promotieteam van Napalm Records goed mijn aandacht kan trekken ondervond ik bij het lezen van de term’Scottish Pirate Metal’ op de achterkant van de promo-CD van Alestorm’s laatste wapenfeit genaamd ‘Captain Morgan’s Revenge’. Ik was dan ook erg benieuwd naar wat we deze keer weer te horen zouden krijgen.

Met gemengde gevoelens knalde dit schijfje voor de eerste keer door mijn boxen. Langs de ene kant kon ik de instrumentale kant van het album wel appreciëren. De vocale prestaties van zanger Christopher Bowes, bezorgden mij tijdens de eerste luisterbeurt enkele bedenkingen. Bowes zingt namelijk allesbehalve zuiver. Na enkele luisterbeurten, slaagde ik erin om dit toch enigszins te relativeren. Zijn smerige, vuile stem, past eigenlijk wel bij het piratenthema. Zingen met een gepolijste stem over roven, prostituees, wilde feestjes en het zuipen van liters bier, zou nogal vreemd overkomen.
Vooral de sing-along songs, met een hoog Dropkick Murphys-gehalte, als “Nancy The Tavern Wench”, “Of Treasure”, “Wenches and Mead” en “Flower of Scotland” blijken zeer geschikt voor de stem van Bowes. Deze nummers zullen live dan ook gegarandeerd voor heel wat ambiance en lege vaten zorgen. De snellere nummers als “Over the Seas” en “Set Sail and Conquer” doen dan weer denken aan “Turisas”.
Aan de instrumentale kant van het album valt weinig aan te merken. De muziek ondersteunt de teksten en het thema bijzonder goed, maar de liefhebbers van technische hoogstandjes zullen hier echter niet aan hun trekken komen.
Deze technische hoogstandjes zijn volgens mij ook niet nodig om een onderhoudend album af te leveren. Het sterkste punt van Alestorm ligt hem namelijk eerder in het hoge feestgehalte. Beluister ‘Captain Morgan’s Revenge’ met een hoop maten in een rokerig hol waar liters bier en rum beschikbaar zijn en je zult de avond van je leven beleven. Maar om er thuis geboeid door te blijven, ontbreekt dit album nog een tikkeltje aantrekkingskracht.

Sunn O)))

Sunn O))): gitzwarte hoogmis

Geschreven door

Het Amerikaanse gezelschap Sunn 0))), onder Stephen O Mailley en Greg Anderson, hebben de muzikale formule klaar van de apocalyps: een unieke sound van een hallucinante, tranceachtige dronetrip van logge, repeterende, donkere en ronkende ritmes van Moog synthi, gitaar- en bas feedbackgeraas, onder een muur van versterkers en pedaaleffects. De recente cd ‘Black One’ bereikte zelfs een ruimer publiek.

De vijf heren in monnikspij speelden anderhalf uur lang een instrumentale ‘wall of sound’, een hypnotiserend, angstinducerend geluid in een mistig rookgordijn. Enkel was er het gemis van een Gregoriaanse zang. Het leek de soundtrack voor horror suspense, de Stephen King films en Friday the 13ths. Muziek die het daglicht niet kan verdragen …
Er was de schitterende start van een diepe, ‘to the bone’ klinkende trombone, waarin de sound aanzwol naar een waaier van noise en fuzz en een verloren gewaaid pianoriedeltje. Het dreigende ‘drone’ karakter trilde door je lichaam. De band liet een sterke indruk na.
Sunn O))) was Halloween en tekende voor een gitzwarte hoogmis. In het rookgordijn zagen we slechts af en toe een schim van de five people in capes en hun instrument. De typisch monniksgebaren en rituelen betekenden alvast een meerwaarde.

Black Heart Rebellion, een jonge Brugse band, was de perfecte warming up. Hun combinatie van hardcore, postrock, soundscapes en screamo kon rekenen op een sterke respons. Ergens tussen Isis, Amen Ra, 65 daysofstatic en Mogwai. Trouwens, de band stond middenin de zaal, een ‘abandinabox’, in een lichtdecor van zwart-witte sneeuw van een twintigtal dooreen gestapelde (oude) tv toestellen, waarvan de distributie was uitgevallen. Een prachtige vondst die hun sound fijn onderstreepte. De zang had geen microversterking nodig en ging door merg en been.

De twee groepen tekenden voor een niet alledaags concertavondje, en waren een beangstigende, huiveringwekkende nachtmerrie.

Organisatie: 4AD Diksmuide

Tunng

Good Arrows

Geschreven door

Het Britse Tunng onder het duo Mike Lindsay en Sam Genders is aan de derde cd toe en biedt niks verrassend op muzikale inhoud en vorm , maar staat garant voor goede en fijne semi-akoestische gitaarpop (new acoustic movement) , (free)folk, knisperende elektronica en soundscapes. Een toegankelijk emotievolle, warme en relaxte sound , ondersteund door de afwisselende en samenzang van het duo.
Tunng is de ideale cocktail tussen droom en werkelijkheid, ernst en humor. ‘Good Arrows’ bevat boeiende sfeervolle en dromerige muziek met een zekere hitpotentie: “Take”, “Bricks en “Bullets”. “Soup” en “Spoons zijn mooie tussendoortjes.
’Good Arrows’ heeft een heerlijke sound, die niet verveelt, maar spijtig genoeg ook geen nieuwe wendingen biedt.

The Coral

Roots & Echoes

Geschreven door

Het Britse The Coral wist sinds hun debuut op korte tijd nog drie cd’s uit te brengen. Hun beloftevol titelloze debuut konden ze niet meer evenaren …tot deze vijfde cd uitkwam, waarbij het zestal rustig de tijd nam te werken aan hun broeierig, fris sprankelend, sfeervol en intiem songmateriaal, het muzikaal uitgangspunt van de groep. Op de vorige cd’s ontbrak het hen aan diepgang,  sterkte en emotie.
’Roots & Echoes’ plukt minder elementen uit diverse stijlrichtingen, doch staat bol van mooie Britpopsongs met een vleugje psychedelica.
The Coral vond de kracht van het songschrijven terug: van lichtvoetige popsongs als “Put the sun back”, “Cobwebs”, “Rebecca you”, “She’s got a reason en “Music at night” tot meer uptempo als “Who’s gonna find me”, “Remember me” en “In the rain”. Het intiem dromerige “Not so lonely” kaapt de hoofdprijs weg!
Inderdaad, The Coral speelt ongevaarlijke, vaardige popmuziek, maar eentje die intrigeert en beklijft!

Bonde Do Role

With Lasers

Geschreven door

Bonde Do Role is een Braziliaans trio, dat overdondert met een salvo aan oldschool hiphop, disco, poprock, kitsch en dancebeats. Fragmenten van andermans muziek worden leuk geïntegreerd in hun groovy  sound.
Het trio kan fel, opzwepend en feestelijk uit de hoek komen op songs als “Dança de zumbi”, “Soita o frango”, “Tieta”, “Office boy” en “Bondallica”. Maar het zijn vooral “Divine gosa” en “Geremia” die zich onderscheiden. Voor de rest is het een beetje teveel van hetzelfde en wordt het doel van ‘bal populaire’ wat gemist. ‘With Lasers’ laat dus af en toe een steekje vallen…

Stan Bush

In This Life

Geschreven door

Midden dit jaar bracht Stan Bush zijn tiende studioalbum uit. 'In This Life' werd uitgebracht bij Frontiers Records en is tot op heden één van de beste Frontiers releases van het jaar. Stan Bush is voor ons geen onbekende. We volgden Stan's carrière tot na het uitstekende 'Dial 818-888-8638' uit 1993. Daarna haakten we af.
Dit nieuwe album is het strafste wat Bush tot op heden uitbracht. Elf perfecte A.O.R. songs (up-tempo songs en schitterende ballades), allen met een erg hoog hitpotentieel, geven je overweldigend warm gevoel. Stan Bush is een begrip in de wereld van de melodieuze rock en dit vooral vanwege zijn inbreng en samenwerking met de bekendste melodic rockbands. Zo zong Stan o.a. met Jefferson Starship en Alice Cooper en schreef hij talrijke songs samen met o.a. Jonathan Cain (Journey), Jim Vallance (Bryan Adams) en Paul Stanley (Kiss). In Amerika maakte hij ook verschillende TV commercials en werkte hij mee aan enkele 'major movies'.
Als soloartiest is zijn werk slechts gekend door een handvol A.O.R. freaks. Ik hoop dat 'In This Life' daar verandering in kan brengen want deze schijf is een echt pareltje. Vooral de kwaliteit van het afgeleverde songmateriaal is opvallend sterk en constant deze keer. Geen enkel nummer stelt teleur en als melodieuze rockliefhebber val je van de ene verrassing in de andere. Naast de man's overheerlijke rockstem is het ook ten volle genieten van de gitaarcapriolen en keyboarduitspattingen van Holger Fath. Deze laatste tekende ook voor de glasheldere productie van dit album.
In dit toch wel mager A.O.R. jaar is dit album een absolute uitblinker. Een perfecte A.O.R./Melodic Rock mix waarin de up-tempo songs ditmaal de bovenhand halen. Verplichte kost voor elke A.O.R. freak!

Suspyre

A Great Divide

Geschreven door

Ook gehuisd bij Nightmare Records maar duidelijk een van hun betere releases is de nieuwe plaat van Suspyre.
'A Great Divide' is het tweede album (opvolger van 'The Silvery Image' uit 2005) van deze uit New Jersey afkomstige Progrockers. Suspyre is echter veel meer dan louter Progrock.
'A Great Divide' is immers een muzikaal avontuur waarin verschillende muziekstijlen aan bod komen. Jazzy-piano fusionrock, symfonische en progressieve metal, powerrock tot klassiek, het zit allemaal in deze plaat. Ook in dit genre is het bijna onmogelijk geworden om nog origineel uit de hoek te komen. Suspyre probeert dit te doen door ingrediënten te pikken van verschillende collega-bands. Zo hoor je duidelijk invloeden van Dream Theater, Symphony X of Rhapsody in hun volgepakt geluidspallet. 'A Great Divide' is ook een sterk technisch vaardig album. Je komt oren tekort.
Het album bestaat uit twee delen: 'Opus II: The Alignment Of Galaxies’  neemt een goeie 34 minuten voor zijn rekening. Dit eerste deel is hoofdzakelijk instrumentaal en wordt slechts af en toe door enkele vocale passages onderbroken. In 'Opus III: The Origin Of A Curse' mag zanger Clay Barton zich al iets meer manifesteren, maar de band blijft het sterkst tijdens de uitgebreide instrumentale passages. Deze vorm van doorleefde Prog Metal zal niet iedereen weten te verrassen, maar de plaat is in elk geval het 'checken' eens waard!

Icarus Witch

Songs for the Lost

Geschreven door

Cruz del Sur, het label van Icarus Witch, heeft een vruchtbaar jaar achter de rug. Na het schitterende ‘Hardworlder’ van Slough Feg, werden onlangs opnieuw twee pareltjes uitgebracht. Naast het nieuwe album van Ignitor levert men met de nieuwe langspeler van Icarus Witch een lekkere pot  heavy metal.

Met ‘Songs for the Lost’ bewijst Icarus Witch dat het niet altijd nodig is om vernieuwend uit de hoek te komen. Waarom zou je immers halsbrekende toeren uithalen om aan de trend van vernieuwing te voldoen, wanneer je genoeg capaciteiten in je marge hebt om met een oude succesformule een schitterend album te kunnen afleveren.
De heren van Icarus Witch brengen overtuigende enthousiaste heavy metal. Lekkere riffs, snijdende gitaarsolo’s, enthousiaste en opzwepende teksten, een boeiende zanger, noem maar op. Alle elementen om een geslaagd album te serveren zijn hier aanwezig, inclusief rustpunten (vb:“The Sky is Falling” en “Smoke & Mirrors”) om het album de nodige variatie te bieden.
Wie ondertussen begon te vrezen voor de originaliteit van het album, kan ik gerust stellen. Hoewel ik hier en daar wat invloeden meen te herkennen van grootheden als Queensryche, Rainbow, Judas Priest … , beschikt Icarus Witch voldoende over een eigen identiteit, om ook de oude rotten binnen het metalgebeuren te kunnen boeien.
Hoewel ‘Songs for the Lost’ over het algemeen een erg hoog niveau aanhoudt, schieten Def Leppard cover “Mirror Mirror” en “Queen of Lies” er voor mij nog net iets boven uit. De grootste verdiensten hiervoor vallen te beurt aan respectievelijk, Joe Lynn Turner (ex-Rainbow, Deep Purple and Yngwie), die voor de gelegenheid mocht komen meezingen en de vaste zanger van de band, Matthew Bizilia. Beide heren hanteren hun stem met grote klasse waarvoor ik niets dan bewondering kan uiten.

Liefhebbers van een gevarieerde pot stevige heavy metal kunnen ‘Songs for the Lost’ volgens mij blind aanschaffen. Ze zullen er gegarandeerd geen spijt van hebben.

St. Vincent

St. Vincent: talentrijke singer/songschrijfster Annie Clark heeft het publiek in haar greep

Geschreven door

Annie Clark maakte deel uit van de begeleidingsband van Polyphonic Spree en Sufjan Stevens. Ze nam dan de tijd haar eigen project St.Vincent uit te werken. Een glimp van haar werk hoorden we al toen ze solo optrad in de Vooruit te Gent als support van Stevens.
De frêle jongedame heeft een hemels sferisch debuut uit, ‘Marry me’, dat lieflijk, teder als verbeten, overstuurd klinkt. De dromerige songs hebben soms een vleugje triphop en jazz of kunnen ietwat krachtiger zijn. Kortom, Clark schreef knap in elkaar gestoken eenvoudige, subtiele songs, die een dosis avontuur kunnen bevatten door de onverwachtse wendingen.

Live hoorden we een fijn, relaxt, sfeervol en aangenaam concert, waarbij ze onder de indruk was van de pittoreske Rotonde; ze gaf zelfs de lichtman lovende woorden. Ze had het gevoel als een visje in een aquarium op te treden.
Ze werd begeleid door drie groepsleden, regelrecht onttrokken van een Amerikaans schoolbal. De dromerige songs kregen zeggingskracht door elektronica, toetsen, viool en een bezwerende percussie, waarbij Clark speelde met haar stem en vocoder.
”Jesus saves I spend” was een aardige opener, gevolgd door de titelsong. Ze kregen een zigeunerklank. De single “Now, now” klonk snedig en kon rekenen op een sterke respons. Het was deugddoend voor de band, die na hun tournee in de UK de Belgen een warm en erg vriendelijk publiek vond. St.Vincent speelde een voorbode van de kerst met songs als “All my stars aligned”, “The apocalypse song” en “What me worry?”. Het tempo dreef ze op met triphopbeats op “Landmines” en “Your lips are red”, die een donker, dreigende ondertoon hadden. “Paris is burning” was de finale van de set: van uiterst sfeervol tot een  krachtig eind!
Annie Clark besloot solo terug te keren: “These days” (van Jackson Browne) en een PJ Harvey gerelateerde song, werden bepaald door haar subtiel gitaarspel en heldere stem. Een schitterend eind.

Met haar intieme en bedreven dromerige indie freefolk had St.Vincent ons gaandeweg in haar greep …van een onwennig aanvoelen naar een duidelijke overtuigingskracht, wat dit talent in de voetsporen bracht van Feist, My Brightest Diamond, Joan As Police Woman, Tori Amos en Kate Bush.

’Puddle City Racing Lights’ is de eerste worp van het Britse Windmill onder de weirdo zanger/componist/toesenist Matthew Dillon, die deze maal enkel was begeleid door een drummer. Met z’n hoog neurotisch heliumstemmetje overdonderde hij de intieme, sobere songs à l’improviste met lappen tekst.
Een dosis humor, dagdagelijkse leuke ervaringen en zelfrelativering gaven elan aan de korte set. “Fluorescent lights” en “Tokyo moon” waren de absolute hoogtepunten, die door de psychedelica sterk neigden aan Wayne Coyne’s Flaming Lips. 

Organisatie: Botanique,Brussel

Black Rebel Motorcycle Club

Black Rebel Motorcycle Club: B.R.M.C. geeft kritikasters lik op stuk

Geschreven door

Na drie door pers en publiek erg gesmaakte albums en een stilte van twee jaar bracht Black Rebel Music Club (aka B.R.M.C.) dit voorjaar ‘Baby 81’ uit. Deze nieuwe worp werd door musicsites als Allmusic en Pitchfork echter prompt de grond ingeboord vanwege te afgelijnd, de nieuwe nummers kregen nauwelijks radio airplay en de groep leek deze zomer wel verbannen naar kleinere festivals zoals Dour. Het Amerikaanse trio blijkt door de jaren heen echter genoeg trouwe fans te hebben verzameld om moeiteloos zalen zoals de Botanique of, zoals afgelopen donderdagavond, Le Grand Mix te vullen.

De steevast in zwart gehulde heren lieten de mindere respons op ‘Baby 81’ alvast niet aan hun hart komen en stopten stomende versies van nieuwe nummers zoals “Took Out a Loan”, “Berlin” en “666 Conducer” helemaal voorin de set. Op dat laatste album grijpt de groep terug naar haar voorliefde voor de noisy Britpop van Jesus & Mary Chain, Oasis en Ride, maar live werd even goed ruimte gelaten voor het americana geluid ten tijde van ‘Howl’; het titelnummer van dit vorig album uit 2005 werd ingeleid door een krakkemikkig monotoon orgeltje; op “Ain’t no Easy Way” en “Faultline” speelden akoestische gitaar en mondharmonica een hoofdrol terwijl “Promise” werd begeleid door de onwaarschijnlijke combinatie van piano en schuiftrompet.
Live werd een mooi evenwicht behouden tussen intimistische folk en bluesy noiserock door nummers uit ‘Howl’ in de set te integreren tussen klassieke nummers uit de eerste twee albums zoals “Stop”, “Love Burns”, “Spread Your Love” en “Red Eyes and Tears”. Hierdoor profileerde B.R.M.C. zich het ene moment als een gitaargroep met respect voor folktradities en het andere moment als een americana band met een gezonde voorliefde voor breed uitwaaierende gitaarnoise. Uniek aan elk B.R.M.C. optreden is de synergie tussen gitarist Peter Hayes en bassist Robert Turner die afwisselend de bezwerende lead vocals voor hun rekening nemen.
Een onbetwist hoogtepunt van deze wisselwerking was het ruim 10 minuten durende “American X”, een neopsychedelische song uit ‘Baby 81’ die de band oprecht opdroeg aan hun roadies en het eerste deel van het bijna twee uur (!) durende optreden afsloot.
Zowel publiek als groep hadden duidelijk zin in een zinderende bisronde die werd ingezet met twee vergeten klassiekers uit ‘Take Them On, On Your Own’ uit 2003, nl. “In Like the Rose” en “Six Barrel Shotgun”. Na een diepgravend “Salvation” kon slechts één nummer nog de kers op de taart van Sinterklaas zetten. “I fell in love with a sweet sensation, I gave my heart to a simple cause, I gave my soul to a new religion, whatever happened to you?”, een chorus dat tot driemaal toe luidkeels werd meegeschreeuwd door ondergetekende op “Whatever Happened to My Rock’n’Roll”, tot nader order nog steeds hét B.R.M.C. anthem bij uitstek!

Alhoewel minder radiovriendelijk en minder hype-gevoelig dan pakweg The Strokes, Interpol en The White Stripes verdient dit sympathieke drietal nu meer dan ooit een plaats in het rijtje van toonaangevende Amerikaanse revival gitaaracts anno de jaren 2000.

Normaal gezien zijn vooroordelen niet besteed aan ondergetekende, maar voor een voorprogramma dat luistert naar de naam Skweeze Me Pleeze Me wil ik wel graag een uitzondering maken. Getooid in oversized sunglasses en zanikend in een soort Frans Engels (ook wel Franglais genoemd) kon je dit lokaal talent moeilijk verdenken van enige podiumpresence. Een goed half uur en anderhalf beklijvend nummer verder bleek de slotconclusie dan ook: ander en beter, goed geprobeerd, close but no cigar ... kortom een zonde van onze kostbare tijd en een hemelsbreed verschil met wat nog komen zou...

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

The Tellers

The Tellers: aanstekelijk charmante eenvoud

Geschreven door

The Tellers waren nog maar pas terug van een succesvolle - en naar eigen zeggen: erg vermoeiende - tournee doorheen België, Nederland, Duitsland, Frankrijk en Scandinavië. De band zag deze tournee finaal beloond met een tweeluik uitverkochte concerten in de immer gezellige Rotonde van de Botanique en in de AB Club daags nadien. De piepjonge snaken van The Tellers, uit het Waalse Bousval, speelden een verrassend pittige en aanstekelijke set! De talrijk opgekomen jonge bakvissen volgden gedwee in hun kielzog.
Zanger Bailleux-Beynon en gitarist Blistin vormen de kern van het officieel tweekoppige The Tellers maar worden live aangevuld met een (over)enthousiaste bassist en een drummer waar het speelplezier van afdruipt. Deze aanvulling is broodnodig want wanneer drummer en bassist even plaats maakten voor een solomoment van het stichtende duo kon de muziek heel wat minder beklijven. Met zijn vieren rockt het geheel, met extra aanvulling voor akoestische gitaar en de minimale begeleiding, veel meer en krijgen de songs een heel andere en merkbaar sterkere dimensie.

De set schoot met het catchy “If I say” en “More” meteen stevig uit de startblokken. Gedreven op enthousiasme en spontaniteit volgden zowat alle nummers van op hun debuutplaat ‘Hands Full Of Ink’ en hun eerder uitgebrachte EP ‘More’. “Second Category”, ook gebruikt als begeleidende muziek voor een reclamespot van Canon, en “Hugo” konden op heel wat bijval rekenen bij het opgekomen, vooral Franstalige, publiek. Beide songs zijn hits in Wallonië maar ook bij ons op o.a. Studio Brussel - terecht - niet over het hoofd gezien. De herkenbare, bijna banale, riedeltjes waren alvast ook bij ons tussen de oren blijven hangen en typeren het ietwat naïeve, maar daarom niet minder briljante, geluid van The Tellers. Passeerden ook nog de revue: het atypische en tamelijk duistere “Holiness”, het ingetogen “The Darkest Door”, de bescheiden rocksong “Confess”, het heerlijke reggae-aandoende “Prince Charly” en, als één van de hoogtepunten “He gets High” waarbij de overijverige bassist een kwart van de zaal op het podium toeliet (inclusief enkele look-a-likes).

The Tellers zijn dan misschien nog tamelijk groen achter de oren en geven dan nog wel blijk van weinig podiumervaring, toch kan je in alles zien en voelen dat er zich nog behoorlijk veel potentieel in deze band schuilhoudt. Iets zegt ons dat het Welsh accent, dat zorgt voor een wel heel herkenbaar melancholisch stemgeluid, van Bailleux-Beynon er voor kan zorgen dat de band doorbreekt over de taal- en landgrenzen heen. Aangevuld met het muzikale brein van Blistin (tijdens de set kan je perfect aanvoelen dat hij het muzikaal voor het zeggen heeft) doen The Tellers ons enorm denken aan bands als The Kooks en een wel heel brave (en semi-akoestische) versie van The Libertines. Het klinkt allemaal bijzonder veelbelovend en prikkelt zeker niet minder onze nieuwsgierigheid van wat deze band in de toekomst nog voor ons in petto heeft.

Talking To Teapots uit Kristianstad - Zweden, 2 jaar terug al te gast in de Gentse Kinky Star, verzorgde een eigenzinnige support met duidelijke invloeden van Pavement en Captain Beefheart. Sterke, afwisselende nummers die soms ‘Zappaiaans’ aandeden. Debuutalbum van deze Zweden: ‘The Re-Creation Of All Things’.

Organisatie: Botanique, Brussel

The Fiery Furnaces

Widow City

Geschreven door

The Fiery Furnaces hebben er zo een beetje hun handelsmerk van gemaakt om de luisteraar telkenmale op het verkeerde been te zetten. Elke song verandert evenveel van tempo als van melodie, een fijne pianoriedel wordt zonder omkijken plotsklaps omgezet in luide gitaren en het ritme wordt om de haverklap gewijzigd. Op de duur weet je niet meer in welke song je zit. Er staan er zestien op ‘Widow city’ maar het zijn er precies wel 56. Maar let wel, de formule die zij toepassen is uniek en geslaagd en met geen enkele andere band te vergelijken.
Het is een avontuurlijke klotsende cocktail ontsproten uit het creatieve brein van twee boeiende figuren,  broer en zus Matthew en Eleanor Friedberger. Ongetwijfeld moet hun kop overlopen van zotte ideeën  en geschifte gedachten. Wat er uit komt is van een ongeëvenaarde muzikale genialiteit en spitsvondigheid. U zal misschien compleet gek worden van al die tempowisselingen en plotwendingen, wij daarentegen vinden dit bijzonder knap en geestig.

Pagina 486 van 500