logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Steve Earle

Steve Earle: ruwe bolster met blanke pit

Geschreven door

Hoog bezoek afgelopen zaterdagavond in de Gentse Ha’, sinds jaar en dag dé ontmoetingstempel bij uitstek voor singer-songwriters aller windstreken. Lang voor Ryan Adams en Jeff ‘Wilco’ Tweedy tot ongekroonde koningen van de alt.country werden gebombardeerd, effende Steve Earle medio midden jaren ‘80 het americana pad met zijn solo-debuut en new country klassieker ‘Guitar Town’. Sindsdien lopen woelige huwelijksperikelen, pills’n’booze en een persoonlijke kruistocht tegen de politieke hypocrisie van het Witte Huis als een rode draad doorheen Earle’s albums, verhalenbundels en toneelstukken. Ter promotie van het overigens voortreffelijke nieuwe album ‘Washington Square Serenade’ doet de net 53 geworden countryrock troubadour een bescheiden akoestische solo tournee, maar in een Amerikaans verkiezingsjaar kan het publiek zich ongetwijfeld ook verwachten aan een stevige portie politiek gepreek.

Earle’s set in de Ha’ begon echter integer en innemend, en greep met “The Devil’s Right Hand” uit ‘Copperhead Road’ (‘88) en “My Old Friend the Blues” en “Someday” uit ‘Guitar Town’ (‘86) al meteen terug naar diens fabelachtige beginperiode. Door zijn indrukwekkende persoonlijkheid en doorleefde vocals dwong Earle aanvankelijk vooral aandacht en respect af bij het publiek, getuige de ijzige stilte tijdens de death row parabel van “Billy Austin”. Door het inschakelen van typische americana instrumenten zoals dobro, banjo en mandoline bleek nogmaals dat een singer-songwriter enkel gewapend met gitaar en mondharmonica best wel een muzikaal gevarieerde set kan neerzetten. Tot éénieders verrassing, en tot enige ergernis van een aantal stugge countrypuristen, haalde Earle plots zelfs een heuse ritmesectie tevoorschijn toen een DJ onzichtbare Oosterse percussie of hiphop beats uit de boxen deed klinken. Vooral de nummers uit het laatste album zoals “Jericho Road”, “Satellite Radio” en “Way Down in the Hole” klonken hierdoor uiterst eigentijds en catchy, waarmee Earle leek duidelijk te maken dat hij niet als een knorrige oubollige countryrocker wil aanzien worden.
De sfeer werd opnieuw wat gemoedelijker toen Earle een duet bracht met zijn eigen voorprogramma en vrouwlief Allison Moorer, zelf een niet onaardig(e) (ogende) singer-songwriter die een uurtje voordien haar nieuwste album ‘Mockingbird’ had voorgesteld. De combinatie van Earle’s doorleefde stem met de soulvolle uithalen van Moorer deed ons even terugdenken aan wat Gram Parsons en Emmylou Harris ooit aan de wieg van de countryrock toe vertrouwden. Moorer mocht daarna nog even op het podium blijven om, bij wijze van inleiding tot “City of Immigrants”, getuige te zijn van een kleine donderpreek over de rol van Amerika in de wereldwijde globalisering. Earle is niet bepaald wat men noemt een subtiel redenaar, zegt zonder veel omwegen waar het op staat en getuigt van een radicale visie op wereld van nu. Zo gelooft hij rotsvast in de ‘Music Against War’ filosofie, en dat ondervond ook het publiek dat onder zachte dwang werd aangemaand om in koor “One of These Days, I Gonna Lay This Hammer Down” te scanderen.
Zo militant als Earle na ruim anderhalf uur de coulissen was ingedoken, zo melancholisch kwam hij terug op het podium voor een enkele bisronde. Oorlog in het Midden-Oosten stond alweer centraal in “Rich Man’s War” uit ‘The Revolution Starts ... Now’ (‘04), maar het strijdvaardige enfant terrible moest hier plaats ruimen voor de bezorgde vader die zijn zoon naar het front ziet vertrekken. Dit moment van bezinning werd verder gezet door een beklijvende versie van “Little Rock’n’Roller” bij wijze van zelftherapie op te dragen aan zijn pas overleden vader. Het profetische “Copperhead Road” uit het gelijknamige album sloot een bijna twee uur durende set af.

Steve Earle profileerde zich als de working class hero van de countryrock, de ene keer schoppend tegen de schenen van het politiek establishment, de andere keer mijmerend over gemiste kansen en persoonlijk verlies, kortom een ruwe bolster met blanke pit.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Underworld

Underworld trok kaart van de diversiteit en eindigde met een dampend feestje

Geschreven door

Daft Punk, The Chemical Brothers en Underworld zijn drie belangrijke muzikale pijlers van de nineties binnen de dancepop. Zij worden momenteel overspoeld door jonge technowolven als Digitalism, Justice, Simian Mobile Disco, Goose, … Voor wie houdt van geraffineerd opbouwende trancegerichte en forser klinkende beats, lichtvoetige elektronica en een popmelodie, laat het duo van Underworld niet links. Ze gaan hun eigen weg en leunen maar weinig aan de huidige ontwikkelingen binnen de dance, techno, electro en retro acid.

Het duo moest noodgedwongen in november laatstleden op ‘I Love Techno’ forfait geven (keelontsteking Hyde). Ze sloegen in het tweede deel van de set bikkelhard terug. Smith is de knoppenfreak en Hyde, gekleed in een blinkend gouden jasje, maakte lichte danspasjes en armbewegingen, en zong beheerst (al/nt vocodervocals) met halfopen ogen. Aan de apparatuur werden ze af en toe door een derde man bijgestaan. De sound kreeg elan door flashy lights, projecties, opgeblazen verlichte plastic palen en met een filmcamera aan de microfoon.
Underworld startte zalvend door het broeierig, repetitieve “Beautiful burnout”, de huidige single van de cd ‘Oblivion with bells’. Zelfs het tweede “Pearls girls” was op een ‘lower’ tempo. “Best mangu” en “Banstyle” zetten deze lome, sfeervolle richting verder…een droomwereld die Underworld ons niet liet ontgaan.
Na een goed halfuur waren het de oudjes “Spoonman” en “Mmm skyscraper” uit ‘Dubnobasswithmyheadman’ (’94!) die aanzetten tot meer krachtige beats. Het groovy “Jumbo” werkte in op de dansspieren, wat luidkeels en enthousiast werd onthaald. “Two months off”, “Born slippy” en “King of snake” volgden; de dancebeats bonkten door de speakers . De AB werd omgetoverd tot een ‘rave’ dans-ko-theek, waar stevig met handjes en armen werd gezwaaid …een schitterende apotheose!
Het recente “Crocidile” en het prachtige uitgesponnen “Juanito”, uit ‘Second toughest in the infants’ klonken aanstekelijk en besloten na een kleine twee uur de party. Het publiek riep hen luidkeels terug, maar zonder resultaat … de lichten floepten aan. Songs als “Cowgirl”, “Rez” of “Moaner” werden in de koelkast opgeborgen en konden het fijn opgebouwde dansfeestje niet verder zetten.

Underworld trok de kaart van de diversiteit in z’n twee uur durende set : van zalvend ambiente soundscapes-pop tot groovy, strakke dance ‘techno’ pop . Alvast een breder muzikaal spectrum tav de huidige generatie techneut-groupies.

Organisatie: Live Nation

Spoon

Ga Ga Ga Ga Ga

Geschreven door

Het uit Austin, Texas afkomstige Spoon, onder Britt Daniel, bracht in 2006, nav hun tienjarig bestaan, het debuut ‘Telephono’ terug uit, met enkele extra tracks. Spoon heeft een eigen identiteit ontwikkeld en treedt uit de voetsporen van de muzikale avonturen van Pavement en Guided By Voices.
Hun zesde cd ‘ Ga Ga Ga Ga Ga’ bevat broeierige indie/lofi poprock, met uitstapjes naar funk, soul en country. Piano,gitaar en blazers geven kleur aan de sound.
Tien intens bezwerende, aanstekelijke songs die zowel toegankelijk als bevreemdend klinken: van opener “Don’t make me a target”, naar “The ghost of you lingers”, “Don’t you, Evah” tot “Eddie’s raffa” om tenslotte te besluiten met het ingetogen “Black like me”.
Spoon overtuigt en onderstreept het songwriterschap van Daniel.

Sleepingdog

Polar Life

Geschreven door

Chantal Acda is klaar met haar tweede soloplaat ‘Polar Bear’, de opvolger van ‘Naked in a clean bed’. De Brusselse Nederlandse laat momenteel haar band Chacda even in de koelkast en werkt solo op sublieme wijze opnieuw tien intieme emotievolle songs uit ,waaronder de warme cover van Sophia “If only”. De songs zijn puur en oprecht en worden bepaald door piano, gitaar, melodica, banjo, af en toe geruggensteund door soundscapes en strijkers. Ze worden gedragen door haar melancholische, hese fluisterzang.
’Polar Life’ verwijst naar haar onvergetelijke voorliefde aan Ijsland. Een verstilde, broze ingetogen schoonheid is te horen op “Prophets”, “The sun sinks in the sea”, “Alleys” en “Little one”.
Het debuut gaf al een sterke indruk, zonder blozen wordt dit zeker met het tweede album ‘Polar Life’ bereikt

Shellac

Excellent Italian Greyhound

Geschreven door

Een goed bewaard muzikaal geheim is en blijft Shellac , de band rondom de bekende producer Steve Albini. Shellac, al 15 jaar bezig, is nog maar toe aan de vierde cd en heeft zeven jaar op zich laten wachten voor de opvolger van ‘1000 Hurts’. Als producer is Albini man-van-alle-klusjes, want hij stond al in voor werk van Nirvana, Pixies tot Low en Joanna Newsom!.
Het trio Albini (gitaar/zang), Weston (bas) en Trainer (drumkit) is een geniale drie-eenheid: een neurotisch aanstekelijk metaal klinkende gitaar (‘prikkeldraad’gitaarklank), een grommende, dreunende diepe bas, en gortdroge powerdrums. Songs regelrecht vanuit het repetitiekot, die power en oerkracht uitstralen op een ongedwongen wijze: rauw alternatief, een repeterend spannende opbouw, noisy klanken en onverwachtse wendingen. Ze klinken onvoorspelbaar en slaan af en toe de brug naar een beetje toegankelijkheid.
Opener “The end of radio”, ruim acht minuten lang, is er eentje om in te lijsten, “Genuine lullabelle” heeft een aardige experimenteerdrift en zegzang en afsluiter “Spoke” is een korte, pittige hardcore/noisepowersong.
De variëteit maakt van deze plaat een adembenemende, donker, dreigende noisetrip van drie weirdo’s.
’Excellent Italian Greyhound’ is een prachtplaat binnen het noiserocklandschap.

Heavy Trash

Jon Spencer’s Heavy Trash speelt rock’n’roll feestje

Geschreven door

Zullen we de korte set van The Sadies misschien in enkele trefwoorden samenvatten : country, surf, Tarantino, psychedelica, The Byrds, John Wayne, Link Wray, rock’n’roll, Morricone, supercool,  Johnny Cash, Dick Dale.
Misschien kan u zich hier wel iets bij inbeelden. Wij vonden het in ieder geval fantastisch. Even nog dit meegeven, check the Sadies op hun laatste voortreffelijk album ‘New seasons’ en vooral op de vitale live dubbelaar ‘The Sadies in concert’.

The Sadies speelden hier eigenlijk hun eigen voorprogramma want na een half uurtje kwamen zij gewoon terug als de begeleidingsband van het duo Heavy Trash, meer bepaald de fenomenale Jon Spencer en Matt Verta Rey. Niet verwonderlijk, want The Sadies speelden ook mee op de laatste plaat ‘Going way out with Heavy Trash’. Zo kregen we bij momenten een wel heel stevig gitaargeluid op het podium van deze oude maar best wel aangename en sympathieke concertzaal. Kan ook niet anders met vier gitaristen op het podium.
Het bonte gezelschap bracht een heerlijk vette pot rock’n’roll en rockabilly, enorm aanstekelijk, rollend als een kudde opgejaagde bizons op acid, wervelend als een zandstorm aan 100 km per uur. Ook al is Heavy Trash eigenlijk het kindje van het duo Jon Spencer en Matt Verta Ray, het is live toch vooral  “The Jon Spencer rock’n’roll show”.
Podiumbeest Spencer is nog steeds één van de beste en meest vinnige live performers van dit heelal en kan het dan ook niet nalaten om met zijn typische “Elvis in overdrive” allure de boel op te hitsen. Geen mens die het beter kan dan hem, de rock’n’roll zit hem in het bloed, het hart en de nieren, en vooral ook in de onderbuik en nog een tandje lager. Matt Verta Ray, met passende vetkuif, is een verbluffend gitarist en stond heel cool zijn ding te doen, hij hield het boeltje perfect in een uitmuntend rock’n’roll kleedje terwijl Spencer op zijn eigenste uitzinnige manier loos mocht gaan. En dan waren er ook nog die duivelse Sadies.

Waarlijk een stomend rock’n’roll feestje.

Organisatie: Depot, Leuven

Krati

Krati demo

Geschreven door

Het uit Gent afkomstige Krati verbaasde al op een préselectie van het Oost-Vlaams rockconcours. Zij gooien de postrock van Mogwai en Explosions in the Sky in de ring en vullen dit aan met een ijzig Scandinavisch geluid, verantwoordelijk door twee violistes. De groep komt op die manier aardig in de buurt van Sigur Ros.
Een sfeervolle, filmische sound die af en toe op de vijf songs  wat krachtiger klinkt, zoals op “Last days of light” en “Tuyna”. Mooie songtitels én een mooie sound  van een kwintet dat de postrock origineel heeft weten aan te pakken!

Info op www.myspace.com/kratimusic

Blunt

Where Minds Touch

Geschreven door

Het West-Vlaamse folkpoprockgezelschap Blunt verrast met de cd ‘Where Minds Touch’. Het is een uiterst aangename, gevarieerde cd die de folkroots herbergt (luister maar eens naar “Lucky me”, “And the story goes on” en “Something good”. Soms is hun sound gepeperd met rock, waarvan “No faillure” en “Don’t you care” mooie voorbeelden zijn. Het kwintet klinkt sfeervoller door viool en keyboards op songs als “Free me”, “Wonderful day” en “Silver girl”. De groep gaat totaal loos in hun muzikale creativiteit op de lange instrumental “Juggernaute suite-Russian man-Lost cat”. ’Where Minds Touch’ is een fijn cdtje die op uiterst ingetogen wijze met “Don’t hide yourself” weet te besluiten.

Info op www.bluntfolkrock.be

Strange Death of Liberal England

Forward March EP

Geschreven door

Het Britse vijftal Strange Death Of Liberal England komt net als Los Campesinos aandraven met een overrompelend EP debuut ‘Forward March’.Acht broeierige, bedreven gitaarrocksongs waarin postrock en folk is verwerkt. Zanger/ krullenbol Adam Woolway heeft een hoge, zweverige schreeuwzang en lijkt wel een zoon van Roger Daltrey.
De songs hebben een dosis avontuur, kunnen explosief zijn, en zijn kleurrijk door toetsen, xylofoon en de backing vocals. Luister maar naar de bruisende songs “Modern folk song” en “Oh solitude”. Helemaal ontketend klinkt de band op de afsluitende songs “I saw evil”, “God damn broke and broken hearted” en “Summer gave us sweets but autumn wrought division”. Op “An old fashioned war” en “Mozart on 33” verminderen ze vaart. “A day another day” heeft een aanstekelijk refrein en heeft de grootste hitpotentie.
De pit en de dynamiek in de songs zorgen ervoor dat we met een beloftevol bandje te maken hebben. In het oog te houden!

Spinvis

Goochelaars & Geesten

Geschreven door

Spinvis is het muzikale project van liedjeskunstenaar Erik de Jong, die op 41 jarige leeftijd debuteerde in 2002 met ‘Spinvis’; intiem, sfeervolle, dromerige Nederlandstalige songs zijn het handelsmerk. Moderne kleinkunst van een schrijverstalent, die goochelt met woordjes en zinnetjes in z’n teksten. Die spitsvondigheid siert Spinvis.
Spinvis verwezenlijkt z’n kleinkunstpop door een instrumentarium van akoestische gitaar, cello, viool, melodica, vibrafoon, elektronica-soundscapes en een softe percussie; het gevoelige instrumentarium en z’n melancholische zang maken dat de plaat naast de twee vorige cd’s ‘Spinvis’ (’02) en ‘Dagen van gras, Dagen van stro’ (’05) kan staan.
De liedjes zijn een samenraapsel van verschillende gelegenheden, die nu op één cd werden geplaatst, o.a. is er een song te vinden in opdracht van een Psychiatrisch Centrum (de single “Wespen op de appeltaart”), zijn er songs ter nagedachtenis van Abraham de Winter (“Een nagemaakte gek” en “Aap!”), is ter ere van de eerste tram te A’dam “Op een ochtend in het heelal”, zingt hij met zoontje Gidéon “Alles in de wind”, is er de cover “Was” op “Poupée de cire, poupée de son” van France Gall, en  zijn er tenslotte een handvol tracks voor radiomusicals, film – en tv series: “Dag 1”, “Wat zei Alice ook alweer”, “Ferdinand cheval”, “Het laatste wonder” en “Medea”.
Kortom, ‘ Goochelaars & Geesten’ bevat heerlijke sfeervolle, weemoedige songs, kleurrijk door stem, tekst en instrumentarium.
En als bonus krijgen we er nog de soundtrack van de Belgische tragi-komedie (met Jan Decleir!) ‘Man Zkt Vrouw’ bovenop, die werd gecomponeerd door Spinvis. Een aanrader dus!

Ignitor

Road of Bones

Geschreven door

Wie het ondertussen al danig op zijn heupen heeft gekregen, dat zowat alle female-fronted metalbands zich binnen het gothic genre begeven, kan ik zeker het Amerikaanse Ignitor aanraden.
Met hun krachtige en bij momenten snelle mix van rasechte heavy metal met snedige powermetal, grijpen de leden van Ignitor mij, na een korte intro, onmiddellijk bij de keel. Wie op voorhand niet weet dat deze band een vrouw op de vocalen heeft, zal al heel wat moeite moeten doen om dit te ontdekken. Erika toont hier namelijk dat er ook vrouwen zijn binnen het genre, die figuurlijke ballen aan hun lijf hebben. De afwisseling van ruwe zanglijnen met hoge uithalen zouden even goed van een mannelijke collega kunnen komen, al valt het zeker aan te moedigen dat vrouwen zich op deze manier in de metalwereld mengen.
Naast Erika laat ook Annah Moore zien dat metal niet alleen een mannenwereld is, samen met Stuart Laurence (Agony Column) verzorgt ze namelijk op schitterende wijze de lead guitars. De snedige solo’s die de krachtige power-riffs afwisselen zijn welgeplaatst en geven een krachtige vlotte touch aan het album.
Door de muzikale capaciteiten van de band, gaat ‘Road of Bones’ geen enkele seconde vervelen. Het is moeilijk om er een topnummer uit te halen, daar elk nummer zijn eigen kwaliteiten bezit. Als het de krachtige riffs niet zijn, dan zijn het de vocale prestaties van Erika of een meezingbaar refrein… Om er toch maar enkele aan te brengen die in aanmerking komen, zijn “March to the Guillotine”, “Hymn of Erin” en “Reinheitsgebot” zeker het vermelden waard.
De titel van het laatstgenoemde nummer laat meteen al vermoeden dat Ignitor een hele horde Duitse fans achter zich heeft, wat volgens mij niet meer dan terecht zou zijn!

Heavy Trash

Going way out

Geschreven door

Kan het jaar beter starten?Er zijn  zo van die artiesten die het hebben. Nick Cave maakt een ommetje met Grinderman en geeft zo een power boost aan zijn Bad Seeds. En zo gaat Jon Spencer ook even zijn Explosion in de koelkast stoppen en met stergitarist Matt Verta-Ray (de naam alleen al!) als Heavy Trash zijn versie van de fifties geven.
Mister ADHD himself serveert ons met zijn tweede Heavy Trash ‘Going Way out’ pure, vettige en right in your face op de 50’s geïnspireerde rockabilly van de bovenste plank. Uiteraard alles in low fi . Het is als hamburgers eten in een drie sterren restaurant.
Vetkuiven aller landen, verenigt u en ga als de bliksem naar deze liveband kijken.
Minder vettigen en kuiflozen zullen zich ook kunnen laven aan dit olijke gezelschap.
Eat your hart out, Brian Setzer.

The Heavy

Great vengeance and furious fire

Geschreven door

Een geslaagde hedendaagse combinatie van soul en rock op het hippe Ninja Tune label. Een stem die leentje buur is gaan spelen bij Curtis Mayfield en een sound die familie is van Gnarls Barkley maar ook al eens in een rokerig stonerrock hol gaat kruipen. Alles zit verpakt in 10 vrij korte songs die nogal vele kanten opgaan, van ‘70’s rock naar triphop tot soul, en die altijd even groovy en dansbaar blijven. Stomend plaatje voorzien van de nodige punch en humor. 2 Many DJ’s zouden hier wel raad mee weten.

Perry Farrell's Satellite City

Ultra Payloaded

Geschreven door

Perry Farrelll gaf ruim twintig jaar geleden de rockmuziek een alternatieve draai met Jane’s Addiction. De comeback in 2003 werd door het publiek grotendeels links gelaten. Zijn andere band Porno For Pyros liet meer Caribische ritmes horen, maar het is nu ook al tien jaar geleden dat we van deze band hebben gehoord.
Misschien kent het nieuwe project een vervolgverhaal. Satellite Party brengt voldoende afwisselend songmateriaal , doch de cd kan in z’n totaliteit onvoldoende beklijven, ondanks enkele snedige gitaarsoli.
”Wish upon a dog star” en “Only love, let’s celebrate” ademen een arty partysfeertje uit. Retro klinkt het op “Hard life easy” en “Kinky”, rauw rockend op “Insanity rains”, Zuiders op “The solutionists” en de titelsong, en tenslotte dromerig op songs “Awesome”, “Mr sunshine” en “Milky ave”. De song “Woman in the window “ is een vocale track met Jim Morrison; 36 jaar na zijn dood mocht Farrell de vocals gebruiken en maakte er een sfeervolle afsluitende track op de cd van .
Ok, de hulp van talrijke vrienden als The Peppers, New Order, Thievery Corporation en Black Eyed Peas bederven de pret niet, maar verder dan dat heeft Satellite Party échter geen rol van betekenis. Een speeltje dus!

Morrissey

Morrissey twintig jaar aan het werk

Geschreven door

Het muzikaal avontuur van het songschrijversduo Johnny Marr en Steven Morrissey,The Smiths, één van de exponenten van de (huidige) Britpop, werd stopgezet in 1987.
Morrissey is momenteel twintig jaar solo actief, wat wordt gevierd met een compilatie cd, een nieuwe cd in het najaar en een (mini)tournee. Deze nobele, die wat nors neigende trekjes heeft van Van Morrison, hield halt te Lille.
In de zomer van 2006 trad hij op in de AB te Brussel; we onthielden een frisse, aanstekelijke set en een aangenaam, vriendelijke man.

De set werd ingeleid met zwart/wit fragmenten van artiesten, 40 jaar terug in de tijd: James Dean, Sacha Distel, Claude Brasseur, Brigitte Bardot en New York Dolls. De rock’n’roll twist en de Morrissey ‘lookalikes’ zweepten het publiek op; Morrissey kon rekenen op een horde ‘die hard’ fans, die geen glimp van hun ‘80’s idool wilden missen, en z’n naam scandeerden.
Samen met een jongere begeleidingsband, mooi uitgedost met wit hemd en das - én waarbij we op de drums ‘Some of us is turning nasty’ opmerkten -, vatte Morrissey een twee uur durende set aan, die snedig, bedreven als sfeervol, melancholisch klonk.
Morrissey, half open ogen en het gezicht half gekeerd naar publiek en band, laveerde als een échte nobele Britse gentlemen over het podium; hij was goedgeluimd, schudde handjes met z’n fans op de eerste rij en boog eerbiedig het hoofd na de sterke respons op de songs. Z’n stem heeft nog niks ingeboet aan emotionaliteit: weemoedig, warm en overtuigend.
Morrissey opende ijzersterk met een Smiths klassieker “How soon is now?”: mooi uitgesponnen en een krachtig klinkende opbouw. Trouwens, hij speelde een paar Smiths songs - “You’ve heard this one before”, “Stretch out & wait” en “Death of a disco dancer” -, die aan de set een frisse injectiestoot en een fijne ‘80’s trip gaven.
Morrissey grossierde in z’n uitgebreid oeuvre, doch de klemtoon lag vooral op de recente cd’s ‘You are the quarry’, ‘Ringleaders of the tormentors’ en prijsbeest ‘Vauxhall & I’: “The first of the gang to die”, “I just want to see the boy happy”, “Billy Budd”, “Life is a pigsty” en “Why don’t you find out yourself?”. Hij lichtte dikwijls een tip van de sluier van het nieuwe veelbelovende materiaal: “That’s how people grow up” (nieuwe single!), “All you need is me”, “Something is squeezing my skull”, “I’m throwing my arms around Paris” en “Mama lay softly on the riverbed”; Sfeervolle, dromerige songs met een stevig scherp randje.
Morrissey stevende naar een climax en werd door een paar fanatiekelingen beloond op het podium, die hun ‘80’s icoon omhelsden. Een subtiel opgebouwd ”Irish blood, English heart” sloot de set af.
In de bis hoorden we geen “Everyday is like a sunday”, maar een volledig uitgediepte instant klassieker “The last of the famous international playboys”, wat eervol en overtuigend de avond beëindigde.

Zoals oude kratten wijn, wordt Morrissey er met de jaren beter op. Een weemoedige ondertoon kenmerkt twintig jaar Morrissey, zonder dat de drive verloren gaat.

De uit San Antonio, Texas afkomstige ‘girl’band Girl In A Coma, gehaald van Girlfriend in a coma (?) van The Smiths, wist op z’n  Joan Jett’s en Sleater-Kinney’s rauw, rommelige punky gitaarrock te spelen. De zangeres, met een indringende blik en een felle schreeuwzang, werd geruggensteund door twee corpulente zussen; ze stelden enkele songs van hun debuut ‘Both before I’m gone’ voor.

Organisatie: Agauchedelalune ism Aéronef, Lille

In memoriam Peter Impe

Geschreven door

Peter Impe was één van de voortrekkers van het D.A. op dinsdagavond, het radioprogramma van Johan Meurisse op Tequila Radio Deinze. Ruim 15 jaar lang was hij trouw op post, deelde hij talrijke events en stond hij in voor de coördinatie van de droomlijst van top 20 cd’s. Hij was een dierbaar lid van de D.A.vrienden.
Hij leverde trouwens werk af als één van de redacteurs van de webzine online Musiczine.net. 
Na een moedige, lange strijd, overleed Peter op 15 januari 2008 op 37 jarige leeftijd.
Zijn optimisme, warme genegenheid en dosis relativering, én zijn gebalde vuist, stevige handdruk en glimlach op het gezicht staan allen in het hart en geheugen gegrift.

Babyshambles

Babyshambles: briljant potje rommel

Geschreven door

Het was van 2002 geleden dat we Pete Doherty voor de eerste keer aan het werk zagen in de kelder van de Brusselse Botanique, toen nog met The Libertines. De man zelf was toen zo stoned dat ie nooit heeft geweten dat hij op het podium stond, maar bij ons staat het concert in ons geheugen gegrift bij de afdeling “legendarisch”. Dus nu terug met volle goesting er op af, er ons terdege van bewust zijn dat het concert van Babyshambles op de laatste snik kon afgelast worden, want met Doherty weet je nooit. We hadden geluk, Pete was er, en hoe ?

Er zijn mensen die Doherty een omhooggevallen talentloze junk vinden, maar zij dwalen. Doherty is een begenadigd musicus en songschrijver en vanavond bewees hij daarbovenop ook nog eens een geweldig performer te zijn. Dat hij geregeld van alles spuit, slikt, rookt of opdrinkt weet het kleinste kind maar in l’Aéronef troffen we hem verrassend fris en nuchter aan. Hij raasde met volle overgave en zonder veel commentaar doorheen een korte, uiterst opwindende set. Amper een uurtje heeft het geduurd. Een wervelend uurtje trouwens, gevuld met puntige, rammelende songs en hitsige gitaarlicks. Zijn songs klonken op het podium nog een stuk feller dan op zijn platen en de ingetogen nummers werden thuis gelaten.
Dit optreden baadde volledig in een punksfeer, punk zoals die in 1977 oorspronkelijk bedoeld was : kort, krachtig, energiek, rommelig en altijd rechtdoor. De formidabele kopstoot van een single “Delivery” zat al heel vroeg in de set en bracht de temperatuur in de zaal meteen in het rood. De thermometer zou voor de rest van het optreden niet meer omlaag gaan en dit was ondermeer te wijten aan een hoop overenthousiaste jonge meisjes in het publiek. Sedert dat Doherty de wandelende tak Kate Moss aan de deur heeft gezet, is hij blijkbaar weer fel gegeerd bij de jonge kippetjes. Pete stoorde er zich niet aan en stormde gewoon door via knallers als “Side of the road”, een lel van een punksong die al gedaan was voor ie goed begonnen was, maar wat een kanjer. Andere adrenalinestoten waren een opgehitst “Pipedown” en de spetterende afsluiter “Fuck forever”.

Bisnummers ? Niets van, Babyshambles waren zo gauw weer weg als ze gekomen waren, ze hadden ons tegen dan toch al compleet omver gespeeld en dan, boef, gedaan. Yep, zoals eerder gezegd, very punk : Stomend, wild en uiterst kort. Meer moet dat niet zijn. Eentje om in te lijsten.
Pas de tweede keer dat we Pete Doherty live mochten bewonderen en alweer legendarisch. En deze keer kon hij er zelf ook nog van genieten, wegens tamelijk clean.

Organisatie: Agauchedelalune/ Aéronef, Lille

Prong

De mokerslagen van Tommy Victor’s Prong

Geschreven door

Net als generatiegenoten en trendsetters Life of Agony en Type O Negative kende het New Yorkse Prong zijn gloriejaren in de nineties. Wie toen grunge te commercieel vond en niet behoorde tot de klassieke metalheads kon in de strakke hardcoremetal van Prong een waardig alternatief vinden. Na jaren van radiostilte knalde vorig jaar terug heuglijk nieuws uit de Prong speakers; voorman en bezieler Tommy Victor bleek na een kortstondig live avontuur met nonkel Al Jourgensen bij Ministry een nieuwe ritmesectie rond zich te hebben verzameld voor de opnames van ‘Power Of The Damager’, met voorsprong het hardste, kwaadste en meest intense Prong album ooit.

Afgelopen vrijdag kwamen oude en nieuwe fans checken of er na ruim 20 (!) jaar al enige sleet zat op de live reputatie van Victor & co. Deze vraag bleek al vlug overbodig na de knallende openers “Bad Fall” en “No Justice”: Prong zou gaan voor een gespierde set vol adrenaline uppercuts met een minimum aan ademruimte. Massaal herkenningsapplaus was er een eerste keer voor “Rude Awakening”, het titelnummer van hun onterecht neergesabelde album uit 1996. Victor kon de publieksrespons zichtbaar appreciëren, en gooide met de overigens overbodige vraag “Do you wanna hear the old ones?” prompt nog wat meer olie op het vuur. Afgewisseld met nieuwe nummers werden klassieke Prong salvo’s zoals “Another Worldly Device” en “Broken Peace” uit het ‘Cleansing’ album (1994) en “For Dear Life” en “Beg To Differ” uit het gelijknamige doorbraakalbum (1990) meedogenloos de zaal ingevuurd.
In tegenstelling tot vele van hun soortgenoten in het metalhokje verstaat Prong de kunst om dreigende boodschappen over politieke hypocrisie en sociale vervreemding met het nodige spelplezier over te brengen. Victor’s kijk op de wereld blijft na al die jaren nog steeds doorspekt van onmacht en woede, getuige het meedogenloze “Looking For Them” en het gretige “The Banishment”. Prong snoerde met deze nieuwe nummers de mond van alle twijfelaars die de groep al hadden opgegeven, en trakteerde de al iets oudere fans op het einde van het eerste deel met onze persoonlijke favoriet “Who’s Fist Is This Anyway” en het ophitsende “Snap Your Fingers, Snap Your Neck”.

Het publiek was ondertussen nabij het kookpunt en schreeuwde de groep tot tweemaal terug. Euforisch en zichtbaar genietend van dit welgemeend respect slingerden Victor en zijn bijzonder goed geoliede ritmesectie (Monte Pittman op bas en Aaron Rossi op drums) als ultiem slotakkoord “Unconditional” en “Prove You Wrong” de zaal in. Dit laatste nummer leek wel symbolisch gekozen voor de afwezigen die alweer ongelijk hadden: zolang Tommy Victor zich blijft ergeren aan deze klotewereld zal Prong immers garant blijven staan voor de meest opwindende riffs in het metal landschap!

Het Prong publiek werd langzaam maar zeker opgewarmd door een drietal uiteenlopende heavy acts van eigen bodem. Wij herinneren ons uit dit rijtje vooral Mans Ruin (toeval of niet tevens een songtitel van Prong!?), die een niet onaardige mix van strakke Thin Lizzy-achtige hardrock en melodieuze stoner brachten. De zanger blijkt te beschikken over een vrij indrukwekkend strot en nam bovendien alle gitaarsolo’s voor zijn rekening. Met weinig beklijvende teksten over herenverdriet en vrouwelijk schoon scoorde de groep dan weer stukken minder op de schaal van de originaliteit.

Het publiek had zich tot dan toe vrij passief opgesteld, maar daar bleek snel verandering in te komen toen Spoil Engine eerst het podium en nadien ook de zaal bestormde. De groep versierde vorig jaar een plaats op de affiche van Graspop, en kwam hun reputatie van vaderlandse trashmetalurgen hier nog eens dik in de verf zetten. Geen spek voor de bek van ondergetekende echter, we hebben dit Slipknot namelijk ooit beter en gevarieerder zien doen. Volgende keer misschien eens denken aan een verkleedpartij met enge maskers en een batterij olievaten het podium opzeulen?

Organisatie: CC Luchtbal/Hof ter Lo, Borgerhout

El Tattoo del Tigre

El Tattoo Del Tigre zorgde voor een omgetoverde Balzaal in de Ha’

Geschreven door

Het werd aangekondigd als een heropleving van de destijds zo beruchte balavonden met een reusachtige bigband. Voor de mensen die de muziek wel aanstekelijk vinden maar niet verder geraken dan op en neer gaande bewegingen van de voeten, was er eerst een heuse dansinitiatie. Voor de ene een hels beleven en uitdaging, voor de andere een leuke opwarmer voor wat een broeierig hete avond werd. Cuba, Brazilië, Puerto Rico, … het lag allemaal voor drie dagen in het pittoreske landschap van de Ha’ te Gent.

Het gezicht van El Tattoo Del Tigre blijft Vlaanderens duizendpoot, Adriaan Van den Hoof. Een meester in de comedy-wereld en een geslaagd acteur, om dan nog te zwijgen van zijn uitspattingen met Discobar Galaxie. Maar dat hij ook de openingssong op zich nam vonden we maar al te loofwaardig. Onder leiding van een meer dan 20-koppige mambo-band met stuk voor stuk topmuzikanten, kon het bal losbarsten.
Tine Embrechts, Nele Bauwens en Freddy Kretschmer vervoegden de band al in het eerste stuk van een concert, dat in drie delen was opgesplitst. Er was de gewaagde en geslaagde cover van “Marcia Baila” van Les Rita Mitsouko, gezongen door Tine.
De vergelijken tussen Marilyn Monroe en Nele Bauwens zijn voortreffelijk. Ze had er dan ook geen enkele moeite mee om “My heart belongs to daddy” op haar manier naar voren te brengen.
In het tweede deel maakten we kennis met Pieter Embrechts, (broer van…). Netjes uitgedost en voorzien van zijn warme zang wist hij zijn stempel te drukken op een dan al prachtige avond. “Eye of the tiger” passeerde ons bijna onherkenbaar, maar tenminste even goed als het originele van Survivor.
Vóór het concert had Adriaan het over een buitenlandse gast, welja, het bleek een halve Belg te zijn. De man die een thuismatch speelde in het derde en laatste deel was Gabriel Rios. Puerto Rico was opeens heel dichtbij. Dat hij er goed uitzag, moesten we aan geen enkele vrouw vertellen en dat hij kan zingen wisten we ook al. Gabriel Rios met een bigband. Subliem! De parket daverde die avond ritmisch in de voor de gelegenheid omgetoverde Balzaal van de Ha'.

El Tattoo Del Tigre verzorgde drie maal veertig minuten uitbundig dansplezier, wat hen één van de meest tot de verbeelding sprekende bigbands van ons landje maakte. Graag halen we de loftrompet ( al was het maar één van hun instrumenten die een dansfeest waarmaakten) boven voor de durf, het enthousiasme en de dynamiek waarop deze mensen het beste van zichzelf gaven om hun muziek te delen met hun publiek.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Helloween

Helloween, Gamma Ray en Axxis: een avond om vrolijk van te worden

Geschreven door

Op een doordeweekse donderdagavond, in een periode waar heel wat studenten achter de boeken horen te zitten, slaagde deze line-up er nog steeds in om Hof ter Lo uitverkocht te krijgen. Het was even schrikken toen ik de zaal binnenkwam bij aanvang van het optreden van Axxis. Dat de zaal toen al vol zou staan had ik namelijk helemaal niet verwacht.
Toen mijn blik op het podium viel, schrok ik echter nog meer. In eerste instantie niet onmiddellijk van het, nog half verborgen decor van Helloween, maar eerder van de onnozele danspasjes van Axxis-zanger Bernhard Weiss. Het leek namelijk alsof hij als een gek in zijn eigen kruis aan het kloppen was, geen wonder dat de man zo hoog kan zingen. De sympathieke Duitser bleek er zin in te hebben en gaf zich dan ook volledig. Voor één keer bleek het voorprogramma ook nog het geluk te hebben om met het beste geluid van de avond weg te lopen. Helaas betekende dit ook dat Ana van de band Magica ook zeer goed te horen was. Een echt slechte zangeres is het niet, maar op één of andere manier probeert ze zo hoog te zingen dat het niet meer aanhoorbaar is. Ondanks de sterke prestaties van de rest van de groep, overwoog ik toch even of ik mij niet nog even aan de bar zou nestelen. Uiteindelijk ben ik toch gebleven en zag ik hoe Bernie zijn best deed om het publiek al serieus op te zwepen, wat uiteindelijk voor een voorprogramma ook behoorlijk goed lukte. Zijn brief die hij in het Nederlands voorlas kwam wel grappig over, maar haalde wel wat de vaart uit het optreden. De heren van Axxis eindigden hun deel van het verhaal met het vrolijke, waarbij Ana aan de kant bleef. Mooie opwarming voor Gamma Ray en Helloween, maar door Ana bleef het hier ook bij.

Gamma Ray vloog er van bij het begin goed in. Openen met “Gardens of the Sinner” is volgens mij een uitstekende keuze. Onmiddellijk werd het publiek opgezweept en werd er uit volle borst meegezongen. Al snel werd het duidelijk, dat de heren er zin in hadden en dat we heel wat mochten verwachten deze avond. Helaas bleek de man aan de PA daar bij momenten anders over te beslissen. Gamma Ray zette ondanks de geluidsproblemen een feilloze set neer, waarbij heel wat nummers aan bod kwamen, van diverse CD’s uit de periode na Ralf Scheepers (Primal Fear). Van het nieuwe album kregen we “From the Ashes” en “Empress” voorgeschoteld. Beide nummers halen wel een hoog niveau, maar kunnen toch nog altijd niet tippen aan pakweg “Rebellion In Dreamland” van het eerste ‘Land Of The Free’ album. Dit nummer werd dan ook schitterend en vol overgave gebracht door Kai Hansen en de zijnen. Dat de man als entertainer geboren is, staat buiten discussie! Zoals hij het publiek kan opzwepen, kunnen weinig anderen het. Hij hoeft zelfs nog zijn mond niet te openen, door vol overgave zijn gitaar te laten zinderen straalt hij een grote hoeveelheid energie uit. Het publiek reageerde hierop ook uitbundig. Met “Rebellion in Dreamland” was de toon gezet voor de slotfase.
Met krakers als “Heavy Metal Universe”, “Ride the Sky” en “Somewhere out in space” werd de setlist enthousiast afgerond. Na een klein uur verliet Gamma Ray het podium. Tevreden kan je daar als fan echter niet mee zijn, waardoor de band door een groot deel van het publiek luidruchtig teruggeroepen werd. Als toegift kregen we nog “Send me a Sign” van het ‘Power plant’ album. Zowel Gamma Ray als het publiek leken tevreden te zijn over de prestatie, al had ik ze toch al beter aan het werk gezien. De man achter de PA had hierin echter een behoorlijk aandeel.

Na een korte pauze was het de beurt aan Helloween die er de boel mochten afsluiten. De verwachtingen rond het optreden waren bij velen hoog gespannen. Voor het eerst tourde Gamma Ray met Helloween. Redenen genoeg om te kunnen verwachten dat Kai Hansen nog eens met zijn oude band op het podium zou klimmen. Toen het AC/DC luid door de boksen knalde en de lichten stilletjes aan begonnen te doven, ontwaakte het publiek opnieuw. De gezangen van enkele “happy happy Helloween” fans weerklonken in de zaal. Helloween beantwoordde het warme onthaal met een eerste hoogtepunt van de avond. Hoe kan je namelijk beter starten dan met een topper als “Halloween”. Van bij de eerste tonen wapperden heel wat haren door de lucht. De lyrics werden door het uitzinnige publiek uit volle borst meegezongen.
Na een korte verwelkoming werd de set vervolgd met het van de ‘Master of the Rings’ CD afkomstige “Sole Survivor” en “March of Time” van ‘Keeper of the Seven Keys part II’. Dat de nieuwe nummers bij het publiek nog niet volledig doorgedrongen waren, was duidelijk te merken aan de reacties. Het poppy “As Long As I Fall” werd nogal tam onthaald, maar is nu ook niet bepaald een hoogvlieger. Vervolgens kreeg de band ook nog eens te kampen met wat geluidsproblemen waardoor “We burn” en “A Tale that wasn’t Right” nogal mak overkwamen. Het kostte Dani Löble dan ook heel wat moeite om het publiek terug op te zwepen met zijn vermakelijke drumsolo. Na de intro van “King for a 1000 Years” betrad de rest van de band opnieuw het podium, om vervolgens een verkorte versie van het nummer te spelen. Dit had voor mij een tweede hoogtepunt kunnen worden, maar draaide uit tot een dieptepunt in de set. Opnieuw lag de man achter de PA waarschijnlijk half te slapen, want pas bij de gitaarsolo in de helft van het nummer ontdekte hij dat die eigenlijk veel te stil stond terwijl de helft van het publiek al een hele tijd vragend naar elkaar stond te kijken.
Gelukkig werd het dieptepunt al snel afgewisseld met een tweede hoogtepunt, waardoor de balans terug in evenwicht was. Andi Deris bewees met “Eagle Fly Free” hoe goed hij kan zingen. Het publiek werd opnieuw razend enthousiast en zong terug uit volle borst mee. Ikzelf stond echter verbaasd aan de grond genageld te luisteren naar de schitterende vocalen van Andi. Bij deze prestatie klonk het erop, en volgde “The Bells of the Seven Hells” maar mak en had ik alweer even moeite om mij te blijven focussen op het optreden (al zal de vermoeidheid hier ook wel parten hebben gespeeld). Ik werd echter al snel weer wakker geschud, toen “If I Could Fly” door de boksen klonk, gevolgd door het vrolijke “Dr. Stein”. Onder luid applaus verliet Helloween het podium om even later terug te komen in een nieuwe outfit. Hierbij werd ons een Medley geserveerd waarin “I Can”, “Where the Rain Grows”, “Perfect Gentlemen”, “Power” en “Keeper of the Seven Keys” aan bod kwamen. Tijdens deze medley werd ook een interactief deel voorzien, waarop het reeds uitgedunde publiek vrolijk inging.
Na opnieuw een korte pauze kwam het ultieme hoogtepunt van de avond eindelijk aan bod. Zowel Helloween als Gamma Ray vulden het podium om een wervelend slot te breien aan een afwisselende set. “Future World” en “I want Out” werden afwisselend door Kai en Andi gezongen, ondersteund door het volledige publiek. Het is dan ook niet verwonderlijk dat iedereen na het optreden vrolijk de zaal verliet.

Door de ervaring en het enthousiasme van Helloween en Gamma Ray vergat ik al snel de, bij momenten erbarmelijke, geluidskwaliteit en verliet ook ik de zaal met een goed gevoel. Maar lang zal het optreden mij waarschijnlijk niet bij blijven.

Org: Biebob, Vosselaar

Robyn

Beloftevolle Zweedse Robyn heeft meer dan een ‘heartbeat’ in haar mars

Geschreven door

1997: Jonge Zweedse blonde deerne van 18 jaar scoort een monsterhit “Show me love”, een freaky danspopdisco nummer. Tien jaar later: vóór 2007 leek Robin Miriam Carllson wel van de aardbodem verdwenen; ze kon maar geen vervolg breien aan haar debuut. Dankzij de keuze in alle vrijheid muziek te willen  maken op haar Konichiwa label, kwam ze opnieuw op het voorplan met haar vierde plaat, simpelweg ‘Robyn’ genaamd en de single “With every heartbeat”.

Er was alvast heel wat belangstelling om deze beloftevolle artieste aan het werk te zien, want de Bota was bijna uitverkocht. Ze trok de kaart van een groovy dansbare, strakke set met haar band (elektronica en drums) , af en toe was een meer sfeervolle noot te horen. De songs kregen elan door haar sympathieke uitstraling, enthousiasme, pose met gekruiste armen in de lenden en haar sensuele ‘saturday night fever’ danspasjes.
Een klein uur konden we genieten van het songmateriaal van de laatste cd, af en toe aangevuld met enkele oudjes. Robyn profileerde zich ergens tussen Madonna, Roisin Murphy en de zangeressen Catherall/Sulley van The Human league . Niet verwonderlijk , want haar sound biedt ‘80’s popdance, waarin electro, soul, funk en hiphop zijn verwerkt.
De dansspieren werden onmiddellijk geprikkeld met het freakende “Cobrastyle”, het electro neigende “Crash & burn girl”, en een aanstekelijke “Who’s that girl”. Ze was onder de indruk van de respons en populariteit. De soulgetinte “Bum like you” en “Handle me” klonken sfeervol. Het tempo werd opnieuw opgekrikt door het elektronicageflirt op “Konichiwa bitches”, het oudje “Keep this fire burning” en “Be mine”. De doorbraak single “With every heartbeat” (bepaald door het typisch Scandinavisch toetsenwerk en haar dromerige stem) mocht de korte, doch puike set besluiten.
Onder luid applaus kwam ze telkens terug. waarbij “Show me love” eigentijds klonk door acapella/gospel. “Dream on” werd omgetoverd tot een ingetogen pianoballad, wat haar stem een tweede maal onder hoogspanning bracht.

Robyn: Popmuziek, popplaat, popartieste die intrigeerde; de dame mogen we in 2008 in het oog houden!

Organisatie: Botanique,Brussel

Pagina 483 van 498