logo_musiczine_nl

Wilde Westen, Kortrijk – events

Wilde Westen, Kortrijk – events Concerten 2026 06-02 Ozark Henry (new album ‘August Parker’), Kris Dane 07-02 Dansfeestje: Belgische editie Eppo Janssen & Nadiem Shah 07-02 Soetnik @Hof 08-02 Spectra & Julien Libeer matinée 08-02 Peter Doherty tour ‘felt…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15155 Items)

The Cinematic Orchestra

Ma Fleur

Geschreven door
The Cinematic Orchestra is een Britse band uit Londen onder Jason Swinscoe. Ze staan garant voor een sound van elegante schoonheid en sentimentaliteit. Ze graven een eigen weg binnen de intieme trippop, die af en toe iets krachtiger klinkt.
Het zijn dromerige, sfeervolle soms breekbare songs die in een filmisch decor passen. Trouwens, de kennismaking met deze band gebeurde met de soundtrack ‘Man without the moviecamera’ (een Russische stomme film in 2003).
Vijf jaar na ‘Every day’ heeft  Cinematic Orchestra  met ‘Ma Fleur’ het muzikale script klaar van een nog af te werken film…
Er zijn enkele gastrollen: Patrick Watson (“That home”, “Music box”), die doet denken aan Antony & The Johnsons, Lou Rhodes zingt op “Time & space”,  wat refereert aan het rustige werk van Lamb en haar vorig jaar verschenen soloplaat, en er is de soul van Fontella Bass.
‘Ma Fleur’ is een fijne, heerlijke sfeerplaat.
Te bezien op 9 oktober in een organisatie van Jazztronaut in de AB, Brussel.

10 Days Off 2007: DAY 06: Laurent Garnier

Geschreven door

Laurent Garnier, de Franse housepionier, had aangekondigd de avond op te delen in twee stukken, enerzijds een live, anderzijds een DJ-set. Het eerste anderhalf uur bracht Laurent Garnier een full band mee met gasten op sax,  trompet, trombone en synthesizer. Laurent Garnier, op laptop, zorgde voor een groove zoals bij “The man with the red face”, maar de klemtoon kwam vooral op sfeervolle lounge wat soms te rustige momenten opleverde.
De live set leek ahw een opwarmer voor de DJ set, want dan barste het feest helemaal los. Hij nam plaats achter de draaitafels en in de broeierig hete, uitverkochte Vooruit werd het meer dan drie uur genieten van Garnier-iaans house, techno en drum ’n bass; beats, dance, gefreak en naadloos aan elkaar gemixte songs voor een uitzinnig publiek, maakte de nacht compleet. Moe gedanst keerden we naar huis, met een ‘feel fine’ gevoel. 

Volgende afspraak: de slotavond, DAY 10,  met o.a. Tiga.

Organisatie: 5 voor 12

10 Days Off 2007: DAY 04: Grooverider/Fabio

Geschreven door

Grooverider/Fabio, het onafscheidelijke duo uit de UK, was te gast in De Vooruit op de eerste van de twee drum’n’bass avonden. Sinds midden de jaren ’90 is Grooverider prominent aanwezig in de Britse dancescene. Hij wist door te breken met ‘The prototype years’, een spraakmakend album binnen de jungle/drum’n’bass. Als één van de peetvaders, kreeg hij navolging van Ed Rush & Optical, Adam F en Roni Size’s Reprazent.
Op zijn weg sloeg hij de handen in elkaar met Fabio en ze zijn ondertussen een gevestigde waarde geworden.
Een meer geselecteerde doelgroep (euh voornamelijk mannen) was aanwezig dan bij Martin Solveig en Foxylane.
Grooverider en Fabio boden een nachtje lekker harde, neurotische uptempo  beats, onder diverse tempowisselingen, met een vleugje trance en funk; donker, dreigend , groove-riding en dansbaar, wat aanstekelijk klonk en inwerkte op de dansspieren.

Op DAY 06 wordt het uitkijken naar de set Laurent Garnier ons weet voor te schotelen.

Organisatie: 5 voor 12

Boomtownlive Gent 2007: Herman Dune en Fixkes

Geschreven door
Transformatie van de Oude Beestenmarkt

De weersomstandigheden van gisteren indachtig, keken we toch maar even naar boven toen Herman Dune op het podium verscheen en de 4de dag van Boomtown 07 opende. Gelukkig bleek de zon de regen te kunnen verdringen en was het publiek in de mogelijkheid zich rustig te focussen op de vrolijk klinkende pop folk van Herman Dune, een groep die vooral gevormd wordt rond de half Franse, half Zweeds broers David-Ivar en Andre Herman Dune en sinds 2001 ook door Neman Herman Dune. Deze laatste is dan weer van Zwitserland afkomstig.
Ze hebben behalve diverse zijprojecten ook al een aantal lo-fi albums op hun actief staan (als Herman Düne, let op de minieme naamsverandering) maar het is pas met het vorig jaar, op een Frans label uitgebrachte en van iets ruimere arrangementen voorziene album ‘Giant’, dat ze hier enigszins wat bekendheid beginnen te krijgen. 


Op het podium oogt Herman Dune totaal onhip. David-Ivar heeft een onvaste stem die ons ook wel deed denken aan deze van Jonathan Richman, hij weet zich soms niet goed een houding aan te nemen en sommige songs lijken wat met los zand aan elkaar te hangen. En toch: schijn bedriegt. Wat is het allemaal sympathiek, leuk en vooral goed gedaan. Of het nu de huppelende, door trompet ondersteunde, “I Whish That I Could See You Soon” of “Take Him Back To New York City” betreft, dan wel gekozen wordt voor het meer rustige “When The Water Gets Cold & Freezes On The Lake” (alledrie afkomstig van ‘Giant’), het roept telkens een mooi vakantiegevoel op. Het publiek wiegde dan ook ongedwongen mee op de door Herman Dune gebrachte antifolk.
Er werden ook enkele nieuwe nummers zoals “My Baby’s Afraid Of Sharks” en “My Home Is Nowhere Without You” gebracht maar hét moment was misschien wel toen Neman zijn drumstel verliet en “I’d Rather Walk Tan Run” met kleine cimbaaltjes van het nodige ritme voorzag, daarbij dansend als een ballerina.

De band vond het zelf ook allemaal best gezellig en wou maar blijven spelen, ware het niet dat men vanuit de zijkant van het podium teken deed dat de tijd er op zat. Erg jammer, maar er moest plaats gemaakt worden voor het Vlaamse ‘fenomeen’ Fixkes.

Want inderdaad, het gaat snel, érg snel voor de Stabroekse dialectpoppers. Pas eind november 2005 bezig maar intussen alom op de radio aanwezig met hun van weemoed doordrongen single “Kvraagetaan”, een nummer dat trouwens alle records van de Ultratop heeft gebroken en er toe heeft geleid dat Fixkes de eerste Belgische groep ooit is die getekend wordt door het Nederlandse
Excelsior Recordings.

Het was dan ook niet vreemd dat de Oude Beestenmarkt een grondige transformatie onderging. Het publiek kwam niet alleen in groot aantal naar het festivalterrein afgezakt, ook de samenstelling zag er toch wel helemaal anders uit dan bij het concert van Herman Dune: veel jongeren al dan niet in het gezelschap van familie, scanderende jeugdbewegingen maar vooral verliefde tienermeisjes die zo dicht mogelijk bij het podium wilden postvatten om niks te moeten missen van hun nieuwe idolen.

Toen “de” Sam
Valkenborgh, zanger en liedjesschrijver, op het podium verscheen en akoestisch “(Ik Zen Van) Stabroek” inzette, schoot de lichaamstemperatuur bij velen de hoogte in, zeker ook toen “Liefdesdier” en “Seuzeke” gebracht werden. “Kvraagetaan” werd onmiddellijk daarna op de set geplaatst en of dit een goed idee was, kan betwijfeld worden omdat na afloop diverse mensen weggingen, duidelijk dus gekomen voor dat éne nummer en op zoek naar ander vertier op de Gentse Feesten.
Of de Fixkes nu reggae speelden (“Lepeltje”) of een cover van de Antwerpse hiphopformatie ‘Freestyle Fabrik’ brachten, bij het nog aanwezige publiek – en dat waren er nog heel wat – konden ze niks verkeerd doen.
Natuurlijk konden ze niet anders dan op het einde enkele bissen te spelen en omdat ze zo ‘Kei cheap zijn’, aldus Sam Valkenborgh, werd het enthousiaste publiek ter afsluiting getrakteerd op een ietwat overbodige reggaeversie van – hoe kan het ook anders – “Kvraagetaan”.

Zelf zagen we een gevarieerde set met nadruk op eenvoudige instrumentatie (Peter Deckers voorzag enkele nummers van een meerwaarde via zijn mondharmonica) en we hoorden ook enkele goedgevonden tekstregels. Maar hoewel ongetwijfeld deze mening door het gros van Vlaanderen en omstreken niet gevolgd zal worden (en dat hoeft ook niet), was ondergetekende echter niet onder de indruk. Daarvoor vertoont het huidige songmateriaal nog teveel ongelijke kwaliteiten. Het is echter aan de Fixkes om het tegendeel te bewijzen via hun later dit jaar te verschijnen debuutalbum.

Het zal het aanwezige publiek een zorg zijn. Het kreeg waar het om vroeg, namelijk een concert van Fixkes.

Organisatie: Boomtownlive, Gent


Dourfestival Dour 2007: zondag 15 juli

Geschreven door
The Black Angels (The Last Arena) mocht de afsluitende dag opwarmen met hun meeslepende americana, die af en toe kon aanzwellen door de forser klinkende repeterende gitaarlijnen en opzwepende percussie; The Black Angels pootten een venijnig, pittig concert neer. De zweverige zang had iets mee van Jim James. Velvet Underground, Joy Division en My Morning Jacket waren alvast voorname referenties.

Zucchini Drive
( La Petite Maison dans la Prairie) Het West-Vlaamse duo zit ergens vervat tussen ‘80’s elektro en hiphop. Het duo had een moeilijke start door technische problemen, maar vond gaandeweg z’n draai, de juiste beat en groove, met snel op elkaar volgende raps.

Balthazar
(Clubcircuit Marquee) onderscheidde zich al op Humo’s Rock Rally. Het vijftal brengt fijn melodieuze poprocksongs, bepaald door viool, toetsen en een meerstemmige zang. Hun sound roept Absynthe Minded op. Broeierige pop van een jonge beloftevolle band!

Mintzkov
(Clubcircuit Marquee) heeft met de nieuwe cd ‘360 °’ een strakker geluid en hanteert dit op z’n live optredens. De band is op elk festival te zien en speelt op scherp; Op Cactus overtuigden ze, op Dour bevestigden ze! Mintzkov is een goed op elkaar ingespeelde band. Een snedig, bedreven setje met o.a. “One equals a lot” en “Ruby red” als toonbeelden.

Jerboa
(Clubcircuit Marquee), de Vlaamse DJ Shadow, stelde vooral werk voor van het recente ‘Rockit fuel’, een groovende en donkere dreigende trippopplaat, waarbij hij vooral de kaart trok van zwoele beats, ondersteund van toetsen en een opzwepende percussie. Gastvocalisten Trixie Whitley, Krewcial en Van Jets Verschaeve waren ook van de partij. De gezongen nummers boeiden:  “Just another number”, “What if” en “Number one” . Sommige  instrumentale nummers gingen verloren in een poel van beats, sounds en scratches, wat een domper was.

Het jonge 1990’s (The Last Arena) jaagden  in een snelvaart tempo hun melodieus rammelende rocksongs erdoor. Het drietal uit Glasglow, een tweede linie Arctic Monkeys, speelden op het immens grootse podium ietwat verloren. Enkele popsongs als “See you at the light” en “You’re supposed to be my friend” kunnen de band een fijne toekomst voorzien.

Het was alvast een aangename kennismaking met het Franse viertal (twee mannen – twee vrouwen) Les Ogres De Barback (The Red Frequency Stage), die een mix brachten van pop, Balkan, chanson en cabaret. Wat er allemaal te zien was op het podium en wat ze verwezenlijkten was mooi om te zien: de songs zaten avontuurlijk in elkaar en ondergingen diverse tempowisselingen. 
En net zoals bij De Nieuwe Snaar was er actie op het podium: aan een hijskraan op het podium, was een trom gebonden en hing er een trombone. De trombone werd neergehaald om te kunnen spelen en het getrommel gebeurde door een kabel, verbonden aan een fiets. 
Het viertal bracht het publiek in feeststemming met hun plattelandsmuziek, alsof de oogst deze namiddag werd ingehaald…

Black Rebel Motorcycle Club
(The Last Arena) blikt met de nieuwe cd ‘Baby 81’ terug naar hun begindagen, waarin donker dreigende, meeslepende en bedreven gitaarrock, onder een diepe bas en een vleugje fuzz en distortion wordt geserveerd. De rootsrock van de voorbije cd ‘Howl’ is op het achterplan. 
Een bezwerende start met songs als “Love burns”, “Berlin” en “Stop”, vervolgens klonk het drietal stevig en snedig met “Spread your love” en “Took out a loan”. “All you do is talk” was één van de rustige songs en “Ain’t no easy way” refereerde aan hun bluesy roots. Finalereeks: “Whatever happened …”  en “Six barrel shotgun”. Het contact met het publiek was arm , maar in ruil kregen we een potig melodieus setje.

Wilco
(The Last Arena), de band rond Jeff Tweedy, heeft een nieuwe plaat uit ‘Sky blue sky’. Hij trok met een bijna totaal vernieuwde band op tournee. 
Deze alt.country/americana groep speelde doorleefde retrorock en intieme pop, als een Neil Young & Crazy Horse, waaronder enkele magistrale gitaarsoli, zoals op het nieuwe “Impossible Germany” en het afsluitende “Spiders” uit 2004. Na een stevige start hoorden we vooral dromerige, sfeervolle songs als “Side with the seeds”, “You are my face” en “I’m trying to break your heart”, onder Tweedy’s zalvende emotievolle stem. 
Jeff Tweedy en z’n band  Wilco genoten van de respons en de belangstelling op  hun broeierig intense sound. Na enkele moeilijke jaren staat Wilco opnieuw op het voorplan. 

Dr Octagon
(Dance Hall) ontpopte zich de voorbije tien jaar als een statement binnen de underground hiphop: een avontuurlijke sound, huiveringwekkende tapes, neurotische scratches en bleeps en de fascinatie voor lugubere zaken.
Live bakte Dr Octagon er niet veel van: de creativiteit bleef uit en het leek eerder op een ‘gewone’ hiphopset, met een tweetal rappers die voor het nodige entertainment zorgden; Matige set om onze trip te Dour te besluiten…

Organisatie: Dourfestival, Dour


Boomtownlive Gent 2007: Au Revoir Simone en The Frames

Geschreven door
Afgelopen maandagavond besloten hevige regenbuien een bezoekje te brengen aan de Gentse Feesten en lieten ze bijhorend ook de 6de editie van Boomtown Live, het gratis festival dat op de Oude Beestenmarkt wordt georganiseerd, niet ongemoeid.

De timing was slecht gekozen, zeker omdat kon getwijfeld worden aan de weersbestendigheid van de uit Brooklyn (New York) afkomstige groep Au Revoir Simone. Heather D’Angelo (zang/drummachine/keyboard), Erika Forster (zang/keyboard) en Annie Hart (zang/
keyboard) zien er namelijk zo frêle uit dat het lijkt alsof iedere windstoot voldoende is om hen van het podium te blazen en ook hun dromerige elektronische pop doet meer associaties oproepen met sprookjesachtige landschappen dan met een door feestgedruis omgeven terrein dat kreunt onder de aanhoudende regen. Ook het drietal zelf leek er niet gerust in. Ze begonnen een twintigtal minuten later dan voorzien aan hun set, excuseerden zich uitgebreid voor enkele technische problemen waar ze mee af te rekenen hadden en stonden wat onbeholpen en onzeker achter hun inderhaast opgestelde keyboards en retro-drumcomputers, zich daarbij afvragend hoe de reactie zou zijn van het publiek. Toen bleek dat de aanwezigen spontaan elkaars gezelschap opzochten onder de paraplu’s en enthousiast reageerden op de romantische klanken en de meerstemmige, zoetgevooisde stemmetjes op het podium, uitten de meisjes hun grote spontane dankbaarheid en zelfs verwondering door tussen de nummers honderduit over diverse dingen te praten, niet in het minst over het weer en over de lekkere champagne die ze uit plastic bekertjes dronken.

Er werd hoofdzakelijk geput uit hun eerder dit jaar verschenen tweede album, ‘The Bird of Music’ (dat ze in februari ook kwamen voorstellen in de Botanique) maar via de meer ingetogen nummers “Through The Backyards” en “Stay Golden” kwam ook het uit 2005 daterende minialbum ‘Verses Of Comfort’ “Assurance & Salvation” even aan bod. Het klonk allemaal wat directer en minder gepolijst dan op plaat, zonder daarbij het lieflijke effect te verliezen. Na slechts 8 nummers gespeeld te hebben, werd het concert beëindigd.

David Lynch is alvast grote fan en ook liefhebbers van Young Marble Giants, Broadcast, Laika en vooral Stereolab, zouden deze band zeker eens moeten proberen.

Au Revoir Simone had aan The Frames beloofd dat ze de regen zouden ophouden en het leek hen nog eventjes te lukken ook. Maar kort voor de aanvang van hun set, stond vast dat ook de Ieren zouden moeten optornen de felle regen. Desondanks hoefden zij zich qua publieke belangstelling geen zorgen te maken, temeer daar zij kunnen rekenen op een vaste aanhang, mede gebaseerd de goede live-reputatie die The Frames hier intussen opgebouwd hebben.

Dit werd nogmaals bewezen door het feit dat de fans hun paraplu’s deden draaien op de tonen van de muziek en op verzoek van zanger, gitarist Glen Hansard spontaan met de handen wuifden of meezongen. Gezien de erg natte ondergrond breidde Glen wijselijk geen gevolg aan zijn Dourtrucje door het rechtstaande publiek beurtelings te doen zitten of liggen. Maar wie weet hadden sommigen het nog gedaan ook. 
Genietend van dit gebeuren, speelde de groep constant met de glimlach op het gezicht, een niet vlekkeloze doch wel energieke set. Sterkhouders waren opnieuw “Revelate” en “People Get Ready” dat Glen met een ruk aan zijn versterker een erg krachtige en expressief einde toebedeelde.
Zoals gebruikelijk, verweefden The Frames ook enkel covers doorheen hun eigen nummers. “Fake” dat voorzien werd van een opzwepende vioolpartij door Colm Mac Con Iomaire, werd gekoppeld aan “Always On My Mind”, “Star Star” aan “Hotel Lounge” en op het einde kwam ook nog eens een flard “Here Comes The Night” aan bod.

Net zoals de meisjes van
Au Revoir Simone die trouwens vrolijk naast ons aan het rondhuppelen waren, vormde de regen ook voor The Frames een bron van inspiratie door “Pavement Tune” tot anti regenlied te bombarderen. Tegen dan was bijna iedereen in het publiek echter zo nat geregend dat het er niet veel meer toe deed. In ruil voor het doorzettingsvermogen had men echter wel twee hartverwarmende concerten cadeau gekregen.

Organisatie: Boomtownlive, Gent


10 Days Off 2007: DAY 03: Foxylane, Philippe Zdar en Etienne de Crécy

Geschreven door
Foxylane, uit de Leiestad, speelde op maandag een thuismatch in De Vooruit. Gebonden aan het kleine podium van de ‘Mine White Room’, kon het 5-tal zich volledig ontplooien. Het werd één uur lang dansplezier van hun elektronisch sterk gekruide punkfunkset. Het gevoel en passie waarmee ze hun muziek brengen, onderscheidde hen. De gepaste projecties maakte het plaatje geheel. Herkenbaar voor de mensen die Soulwax Nite Versions al aan het werk zagen!

Philippe Zdar
, voor de één zal hij bekend zijn als de helft van Cassius, voor de andere als één van de pijlers van de Franse elektronische muziek.
Hij kwam tonen hoe het eraan toegaat in de wereld van de Franse dance scene en was de ideale warming-up voor zijn collega, Etienne de Crécy. Net zoals Mason en Martin Solveig, zijn Philippe Zdar en Etienne de Crécy twee handen op één buik. Een smaakvolle set.

Etienne de Crécy
is een spraakmakende naam in de Franse elektronische scène. Twee en een half uur kreeg hij een goed gevulde ‘Main Room’ aan het dansen. Het Crécy-menu van de avond: dance doorspekt met vette elektro en een vleugje house. Een set die geproefd en goed bevonden werd door de uitgelaten feestgangers. Opnieuw zorgde de muziek en het gepaste decor voor een ideale dansavond. De apotheose was niet niets, iedereen zong mee toen de Etienne de Crécy “We are friends” door de boxen deed galmen. Overtuigend.

Op naar DAY 04 voor de eerste van de twee drum’n’ bass avonden.

Organisatie: 5 voor 12

 

Dourfestival Dour 2007: zaterdag 14 juli

Geschreven door

Het Franse Dirty Fonzy (The Last Arena) zegt invloeden te hebben van The Clash en Rancid, maar deed eerder denken aan onze eigen Janez Detd met hun melodieus onschuldige snedige punkrock/hardcore. Ze speelden een  pittig verzorgd optreden. 

Smaakmaker op het vroege uur was een ander Frans gezelschap Gomm (The Red Frequency Stage), die al een pak jaren bezig zijn, maar nog maar toe zijn aan een tweede plaat. Het viertal, waaronder een man - vrouw zang (drums - toetsen), verbaasde met hun weirdo postpunk, noiserock en psychedelica; Gomm situeert zich tussen de Yeah Yeah Yeahs,  Sonic Youth en de huidige sliert postpunkbands. Twee cd’s hebben ze tot nu toe uit: ‘Destroyed to perfection’ en ‘4’. Hun songs waren opzwepend, hadden onverwachtse wendingen en ondergingen diverse tempowisselingen, ondersteund door een afwisselende zang of een samenzang. De band verraste aangenaam met hun boeiende, ijzersterke set, en er was de zangeres, die totaal loos ging op haar keyboards en deed beddromen met haar gepassioneerde, sensuele zang. Beloftevolle band of waren ze dit al niet?!

Ben Westbeech (Clubcircuit Marquee) leek een herboren Johnny Hates Jazz figuur, en bracht een aanstekelijke mix van soul, funk en pop. Gaandeweg had hij het publiek in z’n greep door de groovende sound. “So good today”, “Dance with me” en “Beauty” zorgden voor een fijn setje. ‘Welcome to the best years of your life’ is de debuutcd, een titel die hij live onderstreepte. Z’n sympathieke uitstraling was als de nieuwe Mick ‘Red’ Hucknall van Simply Red.

Sioen (The Red Frequency Stage) bracht heel wat Vlamingen vooraan. Ook onze Waalse vrienden, waren te vinden voor de ‘jonge-meisjes-hartenbreker’; vakkundig gearrangeerde, indringende songs, gekenmerkt door een broeierige opbouw en gedragen door z’n warme, melancholische lichthese stem. “Too good to be true” was een muzikaal gevecht tussen violist Jeroen Baert en pianist Sioen. Sioen speelde een erg afwisselende set van emotievolle poprock, die op geen enkel moment verveelde: “Ready for your love” als eerste herkenningspunt, “Ease your mind” en “Who stole my band” de rockers, “Wild wild west” klonk grillig en avontuurlijk en “No conspiracy at all” was het intieme moment.

Joe Lally (
La Petite Maison dans la Prairie) maakte deel uit van de hardcore pioniers Fugazi, momenteel op non actief. Het solowerk van de bassist klinkt rustig. De band refereert nauw aan Morphine door Lally’s bas en een aan Dana Colley denkende sax. Een spannend, broeierige sound, met een dosis experiment en begeesterende saxpartijen.

The Frames (The Red Frequency Stage) komen graag naar ons landje. In het voorjaar speelden ze een drietal clubconcerten en ook op festivals zijn ze er bij (Dour/Boomtownlive). De Ierse band onder zangschrijver Glen Hansard spelen sfeervolle, dromerige songs, waarin een mate van dramatiek is verwerkt; live klonk het af en toe krachtiger. Luistersongs die soms aanzwollen, “Keepsake” en “God bless”, “Finally” klonk snedig en er was de uiterst sfeervolle aanpak, zoals op “Friends + Foe”. A good time gevoel hielden we over aan de broeierige set van de Ierse band.

Part Chimp (
La Petite Maison dans la Prairie) was muzikaal geënt op de stonerrock en grunge. Het drietal in houthakkershemden refereerden aan  Mudhoney, Kyuss en Sonic Youth: een pletwals van sluimerende stevige noisepop, doordrenkt van distortion, fuzz en een onverstaanbare zang. Een fel verbeten sound en noise uitbarstingen door de pedaaleffecten en in de rustige momenten zacht ingetogen.

Nicole Willis and The Soul Investigators (Clubcirquit Marquee) deed de temperatuur nog toenemen met haar warme, groovende soul/jazzypop. De echtgenote van Jimi Tenor deed ons herleven in de Motown sound van eind de jaren ’60. Ze stond garant voor een uiterst aangename, smaakvolle set. Gaandeweg was er meer swing in het optreden, kleur gegeven door een blazersectie, opzwepende percussie, intrigerende ‘70’s toetsen en de prachtig heldere soulstem van Willis. Puike set.

Het Amerikaanse tweetal Two Gallants (The Red Frequency Stage) ging van rauwe garage rock/blues, van gitaar, mondharmonica en drums, tot kippenvelmomenten door slides en soli. ‘What the toll tells’ was een meesterwerk vorig jaar. Live voelde het grootse podium misschien wat onwennig aan, wat niet belemmerde een snedig concert te geven; “Long summer day” en “Las cruces jazy” waren hoogtepunten. De handvol nieuwe nummers maakten ons nieuwsgierig naar de binnenkort te verschijnen nieuwe titelloze cd.

Michael Gira (
La Petite Maison dans la Prairie) lag aan de grondslag van de avantgarde/noise industrial sound die hij met Swans medio de jaren ’80 produceerde; met de jaren klonk Swans toegankelijk en introspectief. In ’97 werd Swans opgeheven en werkte Gira verder aan z’n record label Young God Rec. en z’n project Angels Of Light. Live hoorden we een voorsmaakje van nieuw solowerk; akoestische gitaar en z’n huiveringwekkende bariton stem droegen de intiem, broze songs. Af en toe refereerde hij naar de Swansperiode. Only for fans bleek het, want in de tent waren hoogstens een honderdtal aanwezigen. Emotievolle set.

Griots and Gods feat. The Young Gods & Dälek
(
La Petite Maison de la Prairie) zagen nog net voor hen één van de peetvaders van de industrial scene, Michael Gira.
Hun samenwerking was een avontuurlijke combinatie van donker dreigende (soms traag opbouwend) elektronische soundsapes en hiphop. Een intens, broeierige sound, die qua bezwerende, zwevende zang van Treichler en Däleks spervuur aan raps goed samen paste. Voor herhaling vatbaar!

Het Noorse trio Motorpsycho (The Red Frequency Stage) stonden als een Neil Young & The Crazy Horse opgesteld. Ze kregen ruim de tijd (bijna twee uur) om hun noise/postrock aan een breder publiek voor te stellen. Het drietal ging ervoor, stelde de recente dubbelaar ‘Black Hole/Blank Canvas’ voorop en blikte terug naar hun jaren ’80 muziek. De songs werden lang uitgesponnen, en er waren de begeesterende, bij het nekvel grijpende, gitaar- en drumsoli: zacht ingetogen of fel en scherp met gierende gitaren. Een kunstje beheerste, ontregelde en ontspoorde virtuositeit.

Notwist (
La Petite Maison dans la Prairie) was duidelijk geïnspireerd door de live set van Motorpsycho, want zij  gaven hun anders zo sfeervolle indie (elektronica)rock een stevige, harde tik. Het Duitse vijftal, onder de broers Acher, lieten songs als “Chemicals”, “Pilot” en “Pick up the phone” aanzwellen; Radiohead meets Tool en Pink Floyd? Door de donkere dreigende sound, noise en soundscapes viel dit te herkennen. Na ruim vijf jaar bleek de band er duidelijk zin in te hebben, klonken ze gretig en stonden ze op scherp. Benieuwd hoe hun nieuw materiaal zal klinken…

Girls In Hawaii (The Red Frequency Stage) is de populairste Waalse band. Het zestal uit Nijvel heeft nog maar één plaat ‘From here to there’ uit, en zal in februari klaar zijn met de opvolger. Meeslepende, broeierige en dromerige gitaarpop (soms met drie gitaren), sfeervolle toetsen en een zalvende stem. “Found the ground” en “The fog” gingen er in als zoetenkoek bij onze Franstalige vrienden en het handvol nieuwe nummers waren veelbelovend. De dEUS van Wallonië?!

Voor het alternatieve dansaanbod pendelden we heen en weer tussen Autechre (
La Petite Maison dans la Prairie),  Justice (Eastpak Core Stage) en Venetian Snares (La Petite Maison dans la Prairie).
Met een groot oplichtend kruis achteraan het podium maakte het Franse duo Justice een pompende mix van ‘80’s kitschdisco, breakbeats en drum’n’bass, waarbij tracks van bekende artiesten netjes werden verbouwd; het publiek was te vinden voor dit arty dansconcept
Autechre op z’n beurt bracht abstracte (knisperende) elektronica, bleeps en soundscapes. Een niet toegankelijk geluid, waarbij het Duitse duo binnen de dance nog steeds geen enkele toegeving heeft gedaan.
Venetian Snares, het alter ego van de Canadees Aaron Funk, slaagde erin op twee jaar tijd een vijftal platen uit te brengen van elektronisch vernuft, drum’n’bass, breakbeats, hardcore  en klassiek. Een staaltje experiment voor de ‘die hards’ onder ons!

Organisatie: Dourfestival, Dour

Dourfestival Dour 2007: vrijdag 13 juli

Geschreven door
Voor het eerst in z’n negentienjarig bestaan mocht Dour dit jaar op voorhand het bordje ‘uitverkocht’ plaatsen. De avontuurlijk muzikale formule en de sfeer van het vierdaags ‘alternative music event’ wordt door de festivalganger geapprecieerd. De Vlamingen kennen sinds een paar jaar de weg naar Henegouwen. 
In totaal waren er op Dour 144000 mensen, waarvan dagelijks 32000 bezoekers op de camping, die getrakteerd werden op toffe belevenissen. Dour gaf je de kans een pak nieuwe groepen en alternatieve bands te leren ontdekken. 
Dour plaatste zich meteen als derde groot festival in ons land. Verdiend!
Een woord van lof aan de organisatie, die erin slaagde ruim 200 acts over zes podia op tijd te laten spelen.  Puik werk, gasten. 
Door werkomstandigheden konden we maar een kleine drie dagen het festival bijwonen.

Dag 2: vrijdag 13 juli
Na een helse werkweek konden we pas Dour 2007 ’s avonds aanvatten.
Meteen werden we ondergedompeld in de rammelende garage punk/rock’n’roll sound van het Britse The Horrors (Dance Hall), die invloeden aanhaalden van The Stooges, Killing Joke, The Cramps, Jesus & Mary Chain, Jon Spencer, Misfits en Joy Division. Het vijftal debuteerde in het voorjaar met ‘Strange houses’. De Britpunkers openden met “No love lost” van Joy Division (of was het toen Warsaw). Ze trokken een muur op van noise en fuzz en er was een haast onverstaanbare, onvaste schreeuwzang. The Horrors speelden een luid en potig setje. 

Een hels tempo werd behouden door de NYse hardcore veteranen Sick Of It All (Eastpak Core Stage), live nog niks ingeboet aan dynamiek. “Step down”, doorbraak van de hardcore naar een breder publiek, een kleine vijftien jaar terug, was al vroeg een hoogtepunt; ze putten uit hun rijkelijk gevuld oeuvre en speelden een handvol songs van het recente ‘Death to tyrants’. Opzwepende songs in een snelvaart tempo! Geen band op retour dus. Op ouderdom staat geen sleet. 

Het Nederlandse duo zZz (Dance Hall) biedt op z’n beurt een puike mix van zompige rock’n’roll, psychedelica en donkere jaren ’70 wave/elektronica. Weirdo dope rock’n’roll suicide = de sound van zZz, gelinkt aan het Vega/Rev duo Suicide. Een stomend setje waarbij ze fel tekeer gingen op toetsen en drums onder een rauwe, soms galmende zang. “Ecstasy” en “Sweet sex” klonken hallucinant en “Soul” werd bepaald een dreunend repeterend orgeltje.

Clap Your Hands Say Yeah
(The Last Arena) bracht de psychedelica terug naar popnormen. De band is sterk ontvangen door onze Franstalige vrienden, remember hun optreden in de AB (februari laatstleden). CYHSY kon het opgezette feestje van de AB niet herhalen. De band speelde slordig en rommelig. Het waren “Over & over again”, “Upon this tidal wave of young blood” en “The skin of my yellow country teeth” van hun klasse debuut, die inwerkten op de dansspieren, onder de neuzelende zang van Gunworth. “In this home on ice” klonk strak en stevig. Met “Satan said dance”, de klassieker van hun tweede cd,  konden ze de set nog redden; op het podium bouwden ze een feestje met de leden van The Rapture. Knap amusant, maar CYHSY kon zich nu niet onderscheiden.

Bright Eyes
(The Red Frequency Stage) is het muzikale project van singer/songwriter Conor Oberst uit Nashville. Live is Bright Eyes momenteel een uitgebreid ensemble: twee drums, viool, toetsen, steelpedal en strijkersarrangementen vullen aan. De meeslepende, pakkende americana/ country/folkpop op het recente ‘Casadaga’ kan de doorbraak betekenen naar een breder publiek. Ze speelden, met Oberst als dirigent, een subtiel uitgewerkte en stijlvolle afwisselende set, wat deed denken aan de Devandra Banhart freefolk stijl. We waren onder de indruk van oudere songs als “First day of my life”, die de band fijn aanpaste. Ze putten rijkelijk uit de recente cd met o.a. “Soul singer in a session band” (toepasselijk in deze bezetting!) en “Four winds”. De ‘open mind’ troubadour onderhield een nauw contact met z’n publiek, wat sterk werd geapprecieerd. Uitstekende overtuigende liveset! 

Het Britse duo Simian Mobile Disco (Eastpak Core Stage) maakt met bands als The Klaxons en Shitdisco deel uit van de nu-rave. Het tweetal houdt het op de elektronica van beats, grooves, trance en dance.  De tent barstte bijna uit z’n voegen met “It’s the beat” en “I believe”. 

De oude Britse ‘rave’ ratten Zion Train (La Petite Maison dans la Prairie) intrigeerde vorig jaar nog op Krakrock te Avelgem. Hun dancehall/dubreggae en de op elkaar aanvullende rapzang, zorgde opnieuw voor een dampend feestje. Op plaat soberder, live venijnig en dansbaar. Puik werk van deze veertigers! 

Digitalism
en Blackstrobe konden de nacht besluiten in de Dance Hall en in de Eastpak Core Stage. Het Duitse Digitalism combineert rock, dance en elektro. Een aanstekelijk, opzwepende set, terwijl Blackstrobe het hield op trance en beats, wat inwerkte op de dansspieren.

Organisatie: Dourfestival, Dour

Steely Dan

Steely Dan: perfectie op het podium

Geschreven door
De muziekliefhebber die verlekkerd is op funk, soul en vooral jazz beleeft momenteel ongetwijfeld erg drukke tijden. Zo vindt er niet alleen op het terrein van de Gentse Bijloke voor de 6de maal het Blue Note Records Festival plaats, alwaar tussen 6 en 17 juli nagenoeg elke avond een uitgebreid aanbod aan nieuwe en gevestigde namen in het genre voorgeschoteld wordt, maar bovendien stond op 9 juli in Vorst Nationaal ook nog eens het gereputeerde Steely Dan geprogrammeerd; een groep die uitblinkt in verfijnde jazzy nummers doorspekt met R&B, rock, pop, funk en soul. Gelukkig hield men in Gent net die dag de deuren gesloten zodat er op dat vlak geen moeilijke keuzes gemaakt dienden te worden. Want dat zou erg jammer geweest zijn, temeer daar de mogelijkheden om Steely Dan live aan het werk te zien, niet dik gezaaid zijn.

Als opwarmer van de muzikale avond fungeerde het Sam Yahel Organ Trio. Sam Yahel mag als Hammond B-3 orgelspeler op dat vlak als één van de meest besproken artiesten van de huidige jazz scène beschouwd worden. Sinds hij in 1990 verhuisd is naar New York, heeft hij met een brede waaier aan artiesten gespeeld, zoals onder meer met saxofonisten Maceo Parker en Joshua Redman, gitarist Bill Frisell, alsook met Madeleine Peyroux, Norah Jones en Lizz Wright. Maar ook als componist en muzikant van eigen werk heeft hij intussen de nodige erkenning gekregen, getuige het feit dat hij het voorprogramma van nagenoeg het volledige Amerikaanse en Europese luik van de tour van Steely Dan mag verzorgen. In Vorst stelde hij begeleid door de Amerikaanse drummer Gregory Hutchinson en de Nederlandse gitarist Jesse Van Ruller, in de eerste plaats enkele nummers van zijn zopas verschenen vierde album ‘Truth And Beauty’ voor. Zo kwamen het gelijknamige titelnummer, "Band The Leaves" en als afsluiter het opzwepende "Saba" aan bod. Het aanwezige publiek kon dit wel appreciëren maar was toch vooral aan het wachten op wat komen zou, namelijk het feit dat na 7 jaar afwezigheid Steely Dan nog eens een concert op Belgische bodem zou geven.
En dat is al een bijzonderheid op zich omdat ondanks het feit dat de twee spilfiguren van Steely Dan, Walter Becker (57) en Donald Fagen (59), al 40 jaar ‘partners in crime’ zijn, het debuutalbum van Steely Dan 35 jaar geleden werd uitgebracht en er diverse hits werden geschoord, zij pas voor de 3de maal ons land aandeden. De verwachtingen waren dan ook hoog gespannen vooral ook omdat de Heavy Rollers Tour 2007 aangekondigd werd als zowat het meest prestigieuze wat zij tot nu toe hadden gedaan. De groep had namelijk een 10 koppige begeleidingsband meegebracht en reeds vanaf de instrumentale intro was duidelijk dat dit een belangrijke factor zou worden tijdens het concert.

Iets over half tien en bij het inzetten van "Time Out Of Mind" verschenen Walter Becker en Donald Fagen elk langs één kant op het podium en kon de bijna twee uur durende tocht door hun klasrijke catalogus aanvangen.  
Tijdens de set werd minimaal een nummer uit nagenoeg alle 9 uitgebrachte studioalbums, gaande van ‘Can’t Buy A Thrill' (1972) tot en met ‘Everything Must Go’ (2003), gebracht. Enkel het meesterwerk ‘Pretzel Logic’ (1974) werd jammer genoeg ongemoeid gelaten, wat betekent dat nummers zoals - het nochtans perfect in de avond passende - "Duke Ellington’s ‘East St. Louis Toodle-oo" of de top tien hit "Rikki Don’t Lose That Number" niet aan bod kwamen.
Maar Steely Dan heeft geen nood aan hits om haar waarde aan te tonen. Het ouder (en tevens meest essentiële) werk werd net als de recentere nummers, zoals "Godwhacker" en "Two Against Nature", op het podium immers steeds perfect klinkend ingekleed. 
Donald Fagen die keyboards en zang voor zijn rekening nam en de subtiele gitaar spelende Walter Becker konden daarvoor rekenen op een uitstekende begeleidingsgroep. Af en toe mochten de muzikanten individueel en ook letterlijk in de schijnwerpers staan zoals tijdens "Peg" (gitarist John Herington), "Dirty Work" (vocaal gebracht door de zangeressen Carolyn Leonhart-Escoffery en Cindy Mizelle) en het uitgesponnen, van tempowisselingen voorziene "Aja" (drummer Keith Carlock). Maar het moet gezegd dat alle tien de muzikanten collectief routineus en op een even hoog niveau stonden te spelen, volledig passend bij de superhoge standaardnorm die Walter Becker en Donald Fagen opleggen voor hun studioalbums. 
Vreemd echter dat Walter Becker voor zichzelf een uitzondering op die regel maakte want hij slaagde er in om het enige door hem gezongen nummer, "Haitian Divorce" door zijn onvaste stem te doen kapseizen. Het vormde dan ook de enige smet op de avond.
Ondertussen werden echter ijzersterke versies van "Babylon Sisters" en "Deacon Blues" gebracht en toen "Kid Charlemagne" het eerste deel van de set afsloot, werd de groep op een staande ovatie getrakteerd.
Er was ruimte voor twee bisnummers: "F.M. (No Static At All)", een bijdrage van Steely Dan aan de gelijknamige bioscoopfilm uit 1978, en afsluiter "My Old School". Intussen hadden diverse fans hun klapstoel al verlaten en zich richting podium begeven. Een tweede staande ovatie viel de groep te beurt. 

“What a night” zei Donald Fagen. Inderdaad. Prachtig concert! 

Setlist Steely Dan : Jeri (Jazz Intro), Time Out Of Mind, Godwhacker, Bad Sneakers, Two Against Nature, Hey Nineteen, Haitian Divorce, Peg, Babylon Sisters, Green Earrings, Dirty Work, Josie, Deacon Blues, Aja, Kid Charlemagne, F.M. (No Static At All), My Old School, Carolyn (Jazz Outro).

Organisatie: Live Nation

Cactusfestival Brugge 2007: zondag 8 juli

Geschreven door
De Spaanse elfkoppige bende van Ojos De Brujo bracht een zeer aanstekelijke cocktail van rap, flamenco en wereldmuziek.  Met een DJ en een rapper in de rangen weten ze ook wat te doen om hip te blijven. Het geheel was zeer ritmisch en dansbaar en de Spaanse bende had er kennelijk wel zin tot grote vreugde van het publiek.  De minpuntjes van hun set zijn de te talrijke solo uitstapjes van de bandleden. Die muzikale hoogstandjes zijn best allemaal wel leuk,  maar het haalde toch enigszins een beetje de vaart uit hun optreden en dat was des te jammer. Maar toch, het eindrapport voor deze broeierige Spaanse act is overwegend positief.

Met de rootsreggae groep  The Congos gingen we terug naar de generatie van Lee Scratch Perry en Bob Marley. The Congos zijn 4 ouwe makkers die in hun leven al tonnen joints moeten gerookt hebben, want ze zagen er toch allemaal niet te normaal meer uit. De vier hielden het bij vocale prestaties terwijl ze ondersteund werden door een veel jongere begeleidingsband die een fris potje reggae en dub speelden zoals die moet klinken, met lekker stekelige gitaren, een loodzware en diepe bas en roffelende drums en percussie. The Congos waren aangenaam vertier voor het zonnige cactus en verveelden geen moment, wat anders wel eens het geval kan zijn met reggae optredens.

Om de verscheidenheid van een festival als Cactus nog wat meer in de verf te zetten kregen we hierna iets heel anders met de gitaarrock van Buffalo Tom, die hier voor het tweede jaar op rij stonden, maar nu met een nieuw album, het eerste in tien jaar tijd. De set van Buffalo Tom was even scherp, potig en fris als die van vorig jaar. Al van bij de openingssong, het bruisende “Velvet roof” wisten we dat het goed zat. Het drietal ging ongestoord door met klassiekers als “Mineral”,”Taillights Fade”, “Summers gone”, “Tangerine”,  en “I’m allowed”  die allen nog even fris klinken als destijds. De nieuwe songs uit het overigens voortreffelijke ‘Three easy pieces’ konden de concurrentie met de oudjes aan.  Opmerkelijk en lekker stevig was de Rolling Stones cover “Stray cat blues” in de bisronde.  Een zinderend optreden van een band die aan een nieuw leven is begonnen.

Met de neerslachtige muziek van Tom Mc Rae ging de temperatuur alvast een stuk naar beneden. Fuiven was er hoegenaamd niet bij, luisteren naar zijn breekbare liedjes wel.  Mc Rae had enkel een pianist en een cellist meegebracht. Doe daarbij zijn hemelse stem en een stel sublieme songs en je hebt voldoende ingrediënten om het festival in vervoering te brengen. Dat deed Tom Mc Rae dan ook. Met dergelijke donkere muziek op een zonnige weide toch de aandacht van een ganse weide vasthouden, je moet het maar doen (in tegenstelling tot wat een getormenteerde zielenpoot als Rufus Wainwright hier vorig jaar stond te doen, had u ons toen een geweer gegeven, wij hadden die janker meteen uit zijn lijden verlost).

Gabriel Rios hebben we aan ons laten voorbijgaan. Je hoort niets anders dan dat dit een hele mooie jongen is (’t zal wel zeker) maar niemand heeft het over zijn muziek. Dus echt onvergetelijk zal het wel niet zijn, ook zijn twee plaatjes zijn bij ons niet blijven hangen.

Absolute hoogtepunt van de avond was natuurlijk The Flaming Lips. Zelden zo iets indrukwekkends gezien. De aanvang van hun set staat in ons geheugen gegrift. Tientallen grote ballonnen het volk in, tonnen confetti en papierslingers die met een kanon de weide werden ingeblazen en halve zot Wayne Coyne die in een reuzengrote ballon in het publiek ging crowdsurfen. Dat allemaal als intro van de eerste song, het prijsbeest “Race for the prize”. Van dan af kon het niet meer kapot, en dat was ook zo. The Flaming Lips bleven ons verrassen met hun energieke en avontuurlijke set met showelementen waar ze bij Pink Floyd stikjaloers van zijn. Die gelijkenissen met Pink Floyd zijn helemaal zo gek niet, want dit is Pink Floyd na een reanimatiekuur van vodka, buskruit  en de meeste vreemde plantenextracten. The Flaming Lips puurden vooral uit hun laatste drie albums, gingen geregeld een geflipte psychedelische toer op, maakten het publiek al even gek als ze zelf zijn en zorgden voor het meest indrukwekkende totaalspektakel dat we de laatste jaren gezien hebben. Je moet er bij geweest zijn om het te geloven. Een fantastische afsluiter voor Cactus 2007. Dit zal ons nog lang bijblijven.

Tracklist: race for the prize – free radicals – yoshimi battles the pink robots I & II – vein of stars – the yeah yeah yeah song – in the morning of the magicians – the wand – cow/duck jam – the spark that bled – she don’t use jelly - do you realize

Rock Zottegem 2007: succes verzekerd

Geschreven door
Voor de 14e maal op rij is er na het week-end van Rock Werchter afspraak in Zottegem voor Rock Zottegem. Wat in 1994 begon als een plaatselijk festivalletje is uitgegroeid tot een begrip in de regio. Met als hoofdact Madness op vrijdag en The Sisters of Mercy op zaterdag was succes terug verzekerd in Zottegem.

The Van Jets
, onder de broers Verschaeve, brachten in februari hun 2e album 'Electric Soldiers' uit. Kort maar krachtig was hun passage in de tent van Rock Zottegem. Snedige gitaar rock’n roll met toch de nodige aandacht voor melodie. Hoogtepunten vonden we terug bij hun hitsingle “Electric Soldiers”, “Ricochet”, “ Our Love = Strong” en “Johny Winter”. Hun 1e volwaardige plaat lijkt een schot in de roos te zijn. Één ding staat als een paal boven water, vervelen doen ze nooit.

A Brand
: Drie jaar terug maakten we kennis met het Antwerpse vijftal A Brand. “Riding your ghost” en “I do as I please” waren de smaakmakers van hun debuutalbum '45RPM' (2005). Ze bleven gestadig groeien en lang was het niet wachten op de opvolger van '45RPM'. 'Hammerhead' bleek een voltreffer te zijn, wat de band nog steeds doet touren. Door hun combinatie van zang, drum en gitaar gemengd tot altijd boeiende pop-rocksongs werd hun halte ten zeerste geaprecieerd in Zottegem. "Beauty Booty”, “ A perfect habitat for foxes” en als afsluiter “Hammerhead”. Opmerkelijk hoe deze band zich heeft weten handhaven tussen, laat ons zeggen, Blur en Queens of the Stone Age.

Gorki
: Gorki lijkt een vast klant te zijn op Rock Zottegem. Dit jaar was het immers de 4e maal dat Luc De Vos en co te gast waren in Zottegem. En het werd al snel duidelijk dat het niet de laatste keer zal worden. Gorki met ‘troetelbeer’ Luc De Vos heeft duidelijk ook in Zottegem een trouwe aanhang. Het leek alsof Luc De Vos blindelings zijn playlist had gekozen. Het werd een mengeling van meer dan vijftien jaar Gorki(y). Een rustig begin met “Schaduw in de schemering” gevolgd door “Molly” en “Joeri” om ons uiteindelijk bij “Anja” te brengen. En dan weet je dat het gaat komen maar de vraag is wanneer. Het was wachten tot het einde om af te sluiten met de meezingers: “Lieve kleine Piranha” en “Mia”. Melodieuze gitaar pop-rock zoals we die gewoon zijn van Gorki.

The Datsuns
: Het viertal uit Niew-Zeeland lijkt wel van België te houden. Met al een optreden achter de kiezen vroeger op de middag in Luik (Les Ardentes Festival) en met Rock Herk in het verschiet zullen de woordjes “Dank u wel” nog van pas komen. Een mengeling werd het uit hun debuutalbum 'The Datsuns' en hun 3e album 'Smoke and Mirrors'. “Girls best friend” was zowat het enige uit hun iets mindere 2e album 'Outta Site/ Outta Mind'. Verder is het verwonderlijk dat de tent er na het optreden nog stond. Het concept is gekend, rechttoe rechtaan, gedreven soms noisy gitaarwerk en een krachtige zang. De superhit van weleer “MF From Hell” leek een beetje te verkommeren tussen de andere songs. Een bevestiging voor wat we zagen bij hun debuut in 2003 maar daar bleef het bij.

Admiral Freebee
na een heuse theatertournee is den Admiraal terug klaar voor het groene gras van de festivalwei. In 2005 was Tom van Laere al onverwachts te gast in Zottegem toen hoofdact Möterhead cancelde. Twee jaar later en een nieuw album ('Wild dreams of new beginnings') verder is den Admiraal er terug bij. Het was weliswaar lang wachten om iets te horen van zijn 3e langspeler: “All True the Night”, “Living For the Weekend” allebei accapella, en
“Perfect Town”.  Verder hoorden we “ Lucky One”, "Recipe for Disaster”, "Einstein Brain” en “Oh Darkness”. Een uitgelaten Admiraal op het podium en het opjutten van het publiek hoort bij deze Brasschatenaar. Tot 5 maal toe wist hij ons te vertellen dat het concert begonnen was, maar na ruim 75 minuten werd hem in de oren gefluisterd dat er nog een band aankwam.

Sisters of Mercy: ruim 25 jaar nu hun debuut staan ze nog eens op een Belgisch festival. Het trio uit Leeds mag je uniek noemen in hun genre. Als eerste slaagden ze erin de drumcomputer te beheersen en stonden ze aan de wieg van de new wave muziek. Met “Alice” en “Temple of love” brachten de Sisters ons terug naar hun glorietijd toen ze nog de hitlijst konden domineren. De tent van Rock Zottegem domineren was een koud kunstje. Nadat de gemiddelde leeftijd was opgetrokken kregen we regelmatig een klassieker. Bij het 2e nummer was het al raak met “First & Last & Always”, even later  “FLOOD 1”, “Alice”, “Temple of Love” en als laatste “Vision things”. The Sisters of Murcy vallen en staan met de lage, donkere stem van Andrew Eldritch, die de aandacht van het publeik behield.

Organisatie: Rock Zottegem

Cactusfestival Brugge 2007: zaterdag 7 juli

Geschreven door
Archie Bronson Outfit is een graag geziene band in de Cactus Club. Het Londens drietal kwam al twee keer langs in een goed jaar tijd. Geen ‘Britse lookalike, maar mannen met baarden, lijkend op Grandaddy. Jon Spencer, The Kills en 16 Horsepower zijn referenties. Hun rauw, rammelende opzwepende rock’n’roll werd sterk ontvangen op het vroege middaguur. "Cherry lips", "Dead funny" en "Dart for my sweetheart" klonken stomend, pittig, bedreven en messcherp. Archie Bronson Outfit liet de muziek voor zich spreken. En meteen goed voor een bis! 

iLiKETRAINS verwerkt de ‘80’s wave van Joy Division en The Chameleons, en verbinden dit aan het netwerk van Interpol en de postrock van Explosions in the Sky en Mogwai. Ze debuteerden vorig jaar met ‘Progress-Reform’:  repetitief opbouwende songs, die aanzwellen door feedbackgeraas, bepaald door de bariton zang van David Martin.
“We bring dark music for happy people”. Ze startten als een traag op gang komende locomotief (trouwens de heren hadden oude spoorweghemdjes aan), maar kwamen op dreef met het herkenbare “A rook house from Bobby”.  Nieuwe songs als “We go hunting” en “Death of an idealist” en het afsluitende, lang uitgesponnen - met effectbejag - “Spencer Perceval”  maakten ons nieuwsgierig naar de binnenkort te verschijnen tweede cd. 

The Rakes, ook uit Londen trouwens, vat post in de tweede linie postpunkbands. Het recente ‘Ten New Messages’ klinkt geraffineerder en kan onvoldoende tippen aan het strakke debuut ‘Capture/Release’. Live zat de band verveeld met hetzelfde probleem. Een stevige start was er met “Terror”, “Retreat” en het herkenbare  “We danced together”. Na een matig middendeel klonken The Rakes strakker en krachtiger op  “22 grand job”, “Violent” en “Strasbourg”.  “Work work work” en “The world was a mess” hielden de band op dreef en gaven een fijne finale. 
De hoekige armbewegingen en de (veel te) grote zonnebril van de zanger deden denken aan Jarvis Cocker van Pulp. 

Horace Andy  & The Dub Asante Band: Horace Andy kennen we van z'n vocale bijdrages bij Massive Attack. Mans eigen werk is te situeren binnen een zomerse, relaxte sound van dub, reggae en pop; alvast een aangename verfrissing binnen het alternatief rockaanbod van de dag.

Mogwai
zijn één van de voornaamste exponenten van de postrock. Eerst werd Explosions in the Sky geopteerd, maar de band moest z'n tournee noodgedwongen tijdens de zomer afzeggen door familiale omstandigheden. Met Mogwai had de Cactus Club de peetvader kunnen strikken. Hun instrumentale, filmische sound wordt bepaald door een repetitief opbouwend ritme en opzwepende percussie: van lieflijke, beheerste tot fel uithalende, overwaaiende gitaarpartijen, met feedbackgeraas. Na enkele sfeervolle platen klinkt het recente 'Mr Beast' iets krachtiger. 
De band koos live voor een evenwichtige aanpak: sfeer en  intimiteit zoals op "Friends of the night" en "I know UR" met pianodeuntje en vocodervocals. Gaandeweg dreef Mogwai het tempo op, maar op "Hunted by a freak" liep het vroegtijdig mis; de band had wat tijd nodig om te herstellen, wat pas kon gebeuren met " 2 rights make 1 wrong". "Glasglow mega-snake" en "We're no here" waren een schitterende apotheose met een dosis fuzz, noise en distortion, waarbij de pedaaleffecten stevig waren ingedrukt. Mogwai begon langzaam, klonk wat moeizaam, doch eindigde pakkend en huiveringwekkend!

Het Franse Gotan Project zorgt voor een uniek geluid van Argentijse tango - elektronica. Twee cd's intrigeerden al: 'La revancha del tango' en 'Lunatico'. Deze muzikale formule klinkt loungy, zwoel, warm, aanstekelijk en dansbaar. De band speelde een overtuigende herhalingsoefening van hun twee sets in de AB, vorig jaar. Voor wie hen nog niet aan het werk zag, was dit alvast de moeite waard: tien personen op het podium (bandoneon, piano, strijkerkwartet, gitaar, een DJ en een elektronicatechneut), mooi uitgedost in witte avondkledij of in kostuum. De meeste songs werden door Cristina Villalonga gezongen, die met haar Zuiderse stem de warme partysfeer elan gaf. Op het achterplan waren talrijke projecties te zien en op de koop toe zagen we de leden van Calexico ("Amor Porteno")en de rappers van Koxmoz ("Mi confesion") op het scherm. Gotan Project kon rekenen op een sterke respons, wat hen alvast deugd deed. Gaandeweg klonk de elektronica forser en waren er meer beats: "Santa Maria", "Criminal" en het afsluitende "Triptico". op "El Norte" was er zelfs een vleugje afro, door de dubbele percussie.
Gotan Project speelde een groovy en innemende stijlvolle set. 

Ozark Henry mocht de tweede avond besluiten. De in het zwart geklede heren onder zanger/songschrijver en elektronicawonder Piet Goddaer brak definitief door in 2001 met de cd 'Birthmarks'. Vorig jaar verscheen de derde cd 'The soft machine' in deze rij, die de brug sloeg tussen pop, soul, elektro, triphop en soundscapes in een dromerig jasje.
De band deed de statische sets van vroeger vergeten en was deze avond in topvorm; we hoorden een meer swingende aanpak van beats en elektronica op de instrumentale opener "Echo as metaphor" en van het sfeervolle "Sun dance" op plaat. "Rescue me" liet elektronica en opzwepende percussie voor zich spreken! Goddaer maakte een pak dansbewegingen. Ze speelden een sfeervol middenstuk met gekende songs als "Sweet instigator", "Vespertine" en "Weekenders". "These days" en "Indian summer" dreven het tempo op, en ze dompelden "Intersexual" en "At sea" onder in dansbare grooves. Goddaer gaf de aanzet voor de after party met "La donna é mobile", wat een regelrechte Underworld stamper werd door z'n trancegeichte technobeats,  en "Word up", die de band uitwuifde. Ozark Henry koos na al die jaren uiteindelijk eens voor een verfrissende festivalaanpak.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Hippoman

Reunite

Geschreven door

Hippoman is een vierkoppige band, die frisse, sprankelende en sfeervolle pop speelt, bepaald door de helder emotievolle stem van Didier Steenhout. De groep kreeg al een eervolle vermelding in de Provincieprijs van Oost-Vlaanderen 2006. 
De twee songs “Reunite” en “Live your life” zijn melodieuze broeierige gitaarpopsongs, ondersteund door piano en toetsen. ‘Spread happiness, build a better world’ is alvast het motto van een band, die leunt aan de sound van Joost Zweegers, Keane, The Fray en Sioen. Beloftevol kwartet!
Info op  www.hippoman.be

Noisettes

What's the time Mr Wolf?

Geschreven door

“ London’s answer to the Yeah Yeah Yeahs” lettert de NME, en ze zitten er recht op. Niet dat dit zomaar een imitatiegroepje is, maar de gelijkenissen zijn er wel. Een zangeres met ballen, de bevallige zwarte dame Shingai Shoniwa, achternagezeten door een mannenduo die de gitaren en drums geselen en hierbij welgemikte stoten van songs afvuren. We denken ook een beetje aan Be your own pet, maar dan iets minder gestoord, of zelfs aan The Dresden Dolls, met onthouding van het theatrale. Er staan hier verduiveld goeie nummers op om te kunnen spreken van een beloftevolle band met een sterke eigen sound. Noisettes zijn niet vies van een flinke streep punkrock (“Sister Rosetta” en “Nothing to dread”) en evenmin van een welgeplaatste vuile gitaarsolo. In “Mind the gap” gaan ze alle richtingen uit, het klinkt als The Dresden Dolls met wilde gitaren of The Fiery Furnaces na een atoomontploffing. Die diversiteit merken we in meerdere songs, Noisettes pompen verschillende ideeën in één song en toch blijft alles mooi aan elkaar hangen en spatten er geregeld vonken uit. De bij momenten soulvolle stem van de wilde Shingain Shoniwa jaagt de songs op en doet soms denken aan het beste van Skunk Anansie (met het beste van Skunk Anansie bedoelen we dan die enkele goede songs die op hun debuutplaat stonden, want voor de rest was deze band volledig te verwaarlozen). Ook aan Lisa Kekaula en haar The Bellrays denken we wel eens, garage-rock met soul. Alleen dit, Noisettes bieden meer verscheidenheid en zijn niet in één hokje te steken.
Dit is gevarieerde, wilde en strakke rock van een trio die vol verrassingen zit.
Een verdomd fijn plaatje, als je ’t ons vraagt.

The Decemberists

The Crane Wife

Geschreven door

The Decemberists uit Portland, Oregon, onder zanger/songschrijver Colin Meloy, hangt muzikaal ergens tussen Belle & Sebastian, Arcade Fire en Sons & Daughters. Dwz broeierige, fijne pop! 
De vorige cd ‘Picaresque’ betekende de doorbraak in Europa. Al snel was de opvolger klaar. ‘The Crane Wife’ is de vertolking van een oude Japanse volksvertelling over een gewonde kraanvogel, die verandert in een bloedmooie vrouw. Meloys verhaal van ‘The Crane Wife’ wordt verteld in een muzikaal popfolk drieluik (ongeveer 15 minuten). Tweede drieluik is “The island - come and see - the landlord’s daughter” (twaalf minuten lang), een combinatie van pop, freefolk en progrock. De twee avontuurlijke nummers lijken het fundament voor een kortfilmpje. 
Meloy heeft een zwak om songs te schrijven over tragische figuren, ondersteund door een breed instrumentarium.
The Decemberists hebben een overtuigende, uiterst genietbare nieuwe cd uit van  knap gearrangeerd songmateriaal met een intense opbouw.

Tinariwen

Aman Iman

Geschreven door

Aan het nomadengezelschap Tinariwen (wat staat voor lege plekken) gaat een stukje geschiedenis vooraf: ze zijn ontstaan in de rebellenkampen van Khadaffi, leiden een nomadenbestaan en vanuit de onderdrukking speelden ze ‘de tishoumaren’ (= muziek van de werklozen), een soort worldpop, die militant werd ervaren. Daardoor kon het uitgebreide gezelschap zich, na talrijke cassettes te hebben uitgebracht, pas vanaf 2000 naar Europa oriënteren.
Een traditioneel instrumentarium werd ingeruild voor een rockend concept, waarbij we opzwepende Afrikaanse ritmes, reggae, dub en blues in een typisch Arabische zang horen. Het is een verademing binnen de worldpop, na Amadou & Mariam en Toumani Diabeté.
“Cler achel”, “Toumast”, “Imidiwan winakalin” en “Tamatant tilay” zijn frisse songs van hun nieuwe plaat ‘Aman Iman’, die een Europese doorbraak kan betekenen.

Björk

Volta

Geschreven door

Björk mengt sfeervolle, toegankelijke pop met geluidskunst onder haar frêle, ijle en hemelse zang, die een dosis experiment en avontuur bevat.  Het is de richting die sinds ‘Vespertine’ definitief is ingeslagen. ‘Medulla’ van drie jaar terug, liet een minimum aan instrumentatie horen en een maximum aan stemmen.
Björk deed beroep op vaste waarde en elektronicaspecialist Mark Bell (ex LFO). Op ‘Volta’ zijn er talrijke samenwerkingen: Timbaland (o.a. de single “Earth intruders”), Antony (van The Johnsons ) op “The dull flame of desire”, één van de hoogtepunten van de cd,  koraspeler Toumani Diabeté (“Hope”) en de Afrikaanse groep Konono n°1.
’red is the color’ van de hoes, en binnenin staat Björk kleurrijk afgebeeld. Ze effent een pad van een avontuurlijk, intrigerend geluid en sfeervolle pop, met slepende beats, bevreemdende elektronica en een blaasorkest.
Ze staat op eenzame hoogte tav andere vrouwelijke songwriters. Een aparte dame!

Cactusfestival Brugge 2007: vrijdag 6 juli

Geschreven door
Het Cactusfestival te Brugge was aan z'n 26ste editie toe. Het blijft één van de gezelligste festivals in één van de mooiste parken. Eén podium, diverse stijlen van muziek, heerlijk spijzen, animatie en ...sfeer, gemoedelijkheid.  Hear, See, Feel the world' luidt hun credo: een kleurrijk en multicultureel volksfeest en de versmelting tussen jonge en oudere bands.
Op vrijdag  kwam het festival maar echt op gang met de afsluitende band The Waterboys. Op zaterdag kwam de alternative rockliefhebber aan bod door Mogwai, was er het muzikaal tango-dans avontuur van het Franse Gotan Project en zette Ozark Henry de party doodleuk verder. Tenslotte was er op zondag nog het meest kleur in de affiche met het swingende Ojos De Brujo, het rockende Buffalo Tom, de zwoele meisjescocktail van Gabriel Rios en van de psychedelica weirdos The Flaming Lips. Wat een variëteit.

Dag 1: vrijdag 6 juli 2007

Mintzkov: traditiegetrouw opent een Belgische band het Cactusfestival te Brugge. De eer was dit jaar voor Mintzkov, die met de nieuwe cd 360° een strakker geluid biedt en op die manier nauw leunt aan de dEUSsound van broeierig bedreven gitaarpop. De band liet een goede en frisse indruk na. De winnaar van HRR, een paar jaar terug, was goed op elkaar ingespeeld en viel op met songs als  “Return & smile”, “One equals a lot” en de puike afsluiter “Hitman”.

José Gonzalez is een Zweedse singer/songwriter die met "Heartbeats” van The Knife z’n debuut plaat ‘Veneer’ glans gaf. Breekbare melancholische pop, bepaald door mans gitaarspel/-getokkel en stem. “Crosses” , “Heartbeats”, “Lovestain” en een uitmuntende versie van Joy Divisions “Love will tear us apart” waren de sfeermakers als Minnewaterdecor. In september verschijnt de nieuwe plaat ‘In our nature', en de paar nieuwe songs maakten ons nieuwsgierig. 

Soulsavers feat. Mark Lanegan
was één van de opvallendste samenwerkingsprojecten van het voorjaar: een combinatie van rock, soul, triphop en gospel. Het elektronicacollectief Soulsavers (Machin/Glover) deed beroep op Mark Lanegan die met z’n donker, grauwe stem kippenvelmuziek bezorgde. Lanegan verroerde geen vin op het podium, hij was a.h.w. vastgeroest aan z’n microstatief en keek schichtig om zich heen. Voor wie de man nog niet aan het werk zag met z’n eigen band of bij de projecten met Isobel Campbell en QOSA was het even schrikken. “Ghost of you & me” en “Revival” waren hoogtepunten. Ze dompelden ons onder in een leefwereld van een treurmis en zetten ons met één been aan de hellepoort! Maar na Lanegans vertrek op het podium na een goed half uur, was de kous ook af, wat een koude douche betekende. Een instrumental van het collectief besloot de set voortijdig. Een onverwachtse domper!

Het Amerikaanse collectief Cake, onder de charismatische songwriter John McCrea, brak midden de jaren ’90 door met de plaat ‘Fashion Nugget’: aanstekelijke groovy grungepop, door trompet en toetsen kleur gegeven. De laatste jaren dobberde de band muzikaal wat rond. 
“We are here to serve U” leidde entertainer McCrea de set in, maar was het nu door z’n gebroken rib of door de jetlag, ze speelden grotendeels een rustige, voortkabbelende, sfeervolle set, waarbij swing en dynamiek uitbleef! Grootse songs als "The distance", "Perhaps perhaps" en "I will survive" lieten ze links. De songs vielen live zwak uit, wat resulteerde in een (f)lauwe set, dito onthaal. Soms leken ze een loungy boombal band. Het waren “Never there “en de covers “Excuse Me”en “War pigs” die het vroegere venijn in de band naar boven haalden! 

The Waterboys,
onder Mike Scott, zijn in ons landje een geliefde band. Ze staan garant voor warm aandoende, sfeervolle en broeierige folkpoprock, bepaald door viool, dwarsfluit en Scotts fijne gitaarspel en z’n hese overtuigende stem. Onlangs verscheen ‘The book of lightning’, waarbij ze voorzichtig enkele nummers voorstelden waaronder “The crash of angel wings”. Het klikte alvast tussen Scott en het publiek; het was genieten van prachtsongs als "Glastonbury song", "When will we be married" en "The whole of the moon";  een snedige "Medicine bow" en "Fisherman’s blues" ontbraken niet! Deze jaren ’80 band slaagde er nog steeds in een bedreven emotievolle set te spelen.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Arctic Monkeys

Favoriete nachtmerrie: Arctic Monkeys

Geschreven door

De wereldberoemde jonge melkmuilen van Arctic Monkeys uit Sheffield behoeven eigenlijk geen introductie meer. Tenzij u vorig jaar onder de grond heeft doorgebracht weet u dat deze band ‘de’ hype was van 2006. Hun debuutalbum ‘Whatever people say I am, That’s what I’m not’ dat uitkwam in januari 2006 staat genoteerd als het best verkopende debuutalbum ooit in het Verenigd Koninkrijk. 
De songs op hun nieuwe album ‘Favourite Worst Nightmare’ klinken niet zo rauw als hun debuut maar de harde nummers rocken als geen ander en zijn doorspekt met leuke effecten. Arctic Monkeys doorstaan met verve de ‘second album fever’ met een overdonderende tweede klasseplaat die toch iets complexer en rommeliger klinkt dan dun debuut.

Vier dagen na hun doortocht op Rock Werchter hielden de Arctic Monkeys met hun post-punk halt in de Zénith te Lille. Stilstaan was echter absoluut geen optie, zanger Alex Turner maande aan: Get on your dancing shoes, you sexy little swine’. Het ene na het andere dansbare punkpopnummer werd geserveerd, waaronder de alom gekende prachtnummers als “Brianstorm” en “When The Sun Goes Down”, “I Bet You Look Good on the Dancefloor”, “View from the Afternoon”, “Florescent Adolescent”, “D is for dangerous” (waaruit de albumtitel is ontsproten) en “Teddy Picker”.
Snedige riffs en scherp gespeelde gitaarlijnen in combinatie met soepel doorlopende teksten zorgen voor een hoge rock-‘n’-rollwaarde in het bloed van deze jonge band. We moeten eerlijk blijven: alle lof is meer dan terecht want de muziek die deze groep nu al brengt - ook al zijn de termen leuk, speels, vrolijk en snel meer dan op hun plaats - verklapt allesbehalve hun jeugdbrand!

Arctic Monkeys hebben op een jaar tijd duidelijk progressie en een sprong naar volwassenheid gemaakt. Ook de teksten van Alex Turner zitten stilistisch puik in elkaar. De tomeloze energie, de podiumattitude en de rauwe gitaren die jonge snaken produceerden was wel meer dan overweldigend! De Arctic Monkeys denderen werkelijk over je heen: wat een mooie ‘nachtmerrie’ is dit geworden! Briljant!

The Coral opende de avond maar kon ondanks de bescheiden oorwormpjes “Pass it On” en “Dreaming Of You” maar enkele momenten boeien. We hadden meer verwacht van een groep die nooit het niveau haalde die te horen is op hun debuutplaat ‘Coral’ uit 2002. 

Organisatie: France Leduc Production

Porcupine Tree

Porcupine Tree: hallucinerende trip voor metalheads!

Geschreven door
Nog voor het nieuwe album:‘Fear Of A Blank Planet’ verscheen ging Porcupine Tree al uitgebreid op tournee om het nieuwe materiaal aan de fans voor te stellen. Nu de nieuwe schijf enkele maanden uit is, heeft dit negende studioalbum voor de fans nog weinig geheimen. Opnieuw is het nieuwe Porcupine Tree album een sublieme schijf en verplichte kost voor elke Progressieve Rocker en liefhebber van New Prog en Neo-Psychedelia. Ditmaal mocht ik Porcupine Tree aanschouwen samen met enkele honderden Franse fans in de Rijselse club Le Splendid.  Deze gezellige oude theaterzaal was niet uitverkocht maar zat wel voldoende volgepakt (zo’n 80%) om zoals vanouds de binnenhuistemperatuur er tot verschrikkelijk hoge temperaturen te brengen. 

Opgewarmd (alsof dat nog nodig was) werden we door de Britse band Pure Reason Revolution. Deze jonge Britse band die gevormd werd aan de universiteit van Westminster (Londen) bracht begin dit jaar een erg sterk Prog rock album uit onder de titel ‘The Dark Third’. Live brachten ze een mengeling van Prog Rock, Grunge, Folk & Alternative Rock. Vooral de samenzang tussen de vrouwenstem van bassiste Chloe Alper en die van bandoprichter en multi-instrumentalist James Dobson was bij momenten erg indrukwekkend. Het Franse publiek stuurde de band onder een daverend applaus naar de coulissen. 

Na een vrij korte ‘break’ was het de beurt aan hoofdact Porcupine Tree. De show startte met beklijvende projecties van de Deense filmmaker en grafisch artiest Lasse Hoile waarna de band de titeltrack van het nieuwe album inzette. Het geluid was opnieuw perfect afgeregeld wat nog meer glans gaf aan deze vertoning. Na het nieuwe “Fear Of A Blank Planet” greep de band even terug naar het machtige “Lightbulb Sun” om erna terug uit te pakken met een nieuwe song “My Ashes”. 
Mastermind Steve Wilson liet ons weten dat ook nu het nieuwe album volledig zou gebracht worden, samen met songs uit de backcatalogue die nooit eerder live werden gespeeld. De blootsvoetse Wilson had er erg veel zin in, al hield hij ook u weer de communicatie tot het publiek uiterst beperkt. De energie die deze band live echter uitstraalt is fenomenaal. Sinds 1993 heeft de band een zeer solide bezetting. Naast Wilson vinden we de sterk ondergewaardeerde keyboardist Richard Barbieri (ex-Japan) in de line-up terug, die de Porcupine Tree sound aanvult met subtiele soundscapes en ambient geluiden. De ijzersterke ritmesectie van bassist Colin Edwin en drummer Gavin Harrison (die er pas in 2002 bijkwam) vormt zowat de basis van deze band. En dan is er nog John Wesley die ook pas in 2002 bij de band kwam om Wilson te versterken als tweede gitarist. Op het nieuwe album neemt Wesley trouwens ook heel wat vocale stukken voor zijn rekening, een taak die hij trouwens uitstekend vervult. Het is dan ook een beetje vreemd dat Wesley in ‘de credits’ nog niet als volwaardig bandlid wordt aanzien. 
Terug naar het concert zelf dan waar het 20 minuten durende “Anesthetize” een van de vele hoogtepunten was. Pakkende melodielijnen, stevig gitaarriffs, goed doordachte teksten en hallucinerende visuals. Dit was Porcupine Tree ten top!! “Open Car” uit voorganger ‘Deadwing’ is nog steeds de volmaakte PT song. Al zou deze prijs ook kunnen uitgereikt worden voor het gevoelige, sferische “Sentimental”. Met “Drown With Me” haalde men een song uit de gelimiteerde versie van ‘In Absentia’. Mooi, maar toch een van de mindere songs. Met “Sever” uit ‘Signify’ van 1996 bracht de band voer voor de wat oudere PT fans. “Kenden jullie deze song?, vroeg Wilson”. Menige handen gingen de lucht in. Af en toe vloog de band er behoorlijk stevig in. 
Ik had zo de indruk dat het Franse publiek wel erg genoot van die Trashy Metal avonturen. Tot slot kregen we nog twee songs over “Escape” (zoals Steve de songs aankondigde). “Way Out Of Here” en “Sleep Together” vormden de finale van dit briljante optreden. Of toch niet, want de band kwam terug om nogmaals hard toe te slaan met het wondermooie “Even Less”, de Rush geïnspireerde instrumentale metaltrip “Mother & Child Divided” en het immer fascinerende “Halo”.
 
Porcupine Tree is momenteel één van de allerbeste live groepen. Dit optreden versterkte deze status nogmaals. Niets dan respect voor Wilson & co die mijn metalhead gedurende bijna twee uur onderdompelden in een hallucinerende trip van progressieve rock en stevige metal.

Pictures op http://www.pixagogo.be/6927534110

Organisatie: Agauchedelalune, Lille
Pagina 483 van 489