logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15359 Items)

Trafficjam

Alternative Hardness II

Geschreven door

Trafficjam is afkomstig uit het West-Vlaamse Wingene en doet het plattelandsdorpje duidelijk verbleken met hun strakke, harde rockmetal, gehaald uit bands als Channel Zero, Faith No More, System Of A Down en Therapy?: snedige gitaarlicks, een groovy bas en opzwepende drums, onder diverse tempowisselingen en screamvocals. Een vleugje synthi geeft kleur aan die melodieuze, uptempo gebalde sound.
Het kwartet heeft na jarenlang werken hun eerste EP uit van zes afwisselende songs, die een goede songstructuur hebben, puur en oprecht klinken en de titel ‘Alternative Hardness’ alle eer aandoen!

Info : www.trafficjam.be

Magnum

Princess Alice And The Broken Arrow

Geschreven door

Deze Britse band draait al mee van midden de jaren zeventig en kende in 2001 een heuse comeback. Vele fans van het eerste uur waren toen erg ontgoocheld. Magnum was wel terug maar de band had ook zijn sound grondig gemoderniseerd. Met dit nieuwe album keert de band echter deels terug naar hun oude geluid uit hun meest succesvolste periode. Zo is het artwork van de albumcover opnieuw gecreëerd door fantasie artiest Rodney Matthews. Terwijl ook de albumtitel lijkt te verwijzen naar een song ("Broken Arrow") uit hun meest gewaardeerde plaat  'On A Storyteller's Night'.
De fans zullen blij zijn met dit dertiende studioalbum, dat ook qua stijl meer de richting uitgaat van wat zanger Bob Catley de laatste jaren solo uitbracht. Krachtige melodieuze rockers en een volumineuze dosis ballads sieren 'Princess Alice….'. Alle songs werden geschreven door gitarist Tony Clarkin die met zijn typische gitaarriffs verantwoordelijk is voor de identiteit van de band. Bob Catley's stem is iets heser geworden maar deze ouwe rot zingt nog steeds vol emotie. De beste songs staan in het eerste deel van het album, waarna het album naar het einde toe wat aan kracht verliest.
Los van alle stijltrends zijn deze rockdinosauriërs erin geslaagd een oerdegelijk Melodic rockalbum uit te brengen, dat vooral moet dienen om het trouwe Magnum fanclubje te plezieren. De Limited Edition heeft ook nog een leuke bonus DVD met een 45 minuten durende documentaire over het maken van ‘Princess Alice And The Broken Arrow’.

Mystic Prophecy

Satanic Curses

Geschreven door

Het in 2000 ontstane Mystic Prophecy bestaat uit een combinatie van Griekse en Duitse bandleden. Dat dit de reden is voor de hoge variëteit in dit nieuwe album ‘Satanic Curses’ is niet onwaarschijnlijk. Beide landen kennen schitterende powermetalbands en de Duitsers kunnen Thrashen als geen ander!
De hoes van ‘Satanic Curses’ geeft niet bepaald blijk van een grote originaliteit. Ik verwachtte dan ook een groot aantal clichés wanneer ik de CD in mijn lader stopte. Grotendeels kreeg ik gelijk bij het beluisteren van het album. De clichés worden niet geschuwd. Laat dit echter geen probleem vormen. De variatie waarmee de nummers gebracht worden, zorgen ervoor dat je de kans niet krijgt om je eraan te ergeren. Wie echter niet power-metalminded is, moet er niet aan beginnen. De thrash-invloeden zullen u wellicht niet overtuigen om het album uit te luisteren.
Mystic Prophecy brengt met ‘Satanic Curses’ een krachtig en duister powermetal-album. Muzikaal krijgen we stevige en pompende riffs afgewisseld met snijdende gitaarsolo’s (vb. “Evil of Destruction”). De dubbele bass van Mathias Straub (Sacred Steel), die overigens erg strak drumt, draagt sterk toe aan de kracht van de nummers. Ten gepaste tijde wordt het tempo teruggeschroefd en krijgen we melodieuze midtempo power-metal te horen (vb. “Demons Blood”). De combinatie met de hoge vocals, van de uitstekend zingende Liapakis, klinkt uitstekend, ook al bevat het een hoog clichégehalte.
De nummers lenen zich uitstekend tot een geweldige avond vol vermaak op een live-optreden. Tussen de hevige thrash-riffs, waarop hevig geheadbanged kan worden, zijn heel wat meezingbare refreinen te horen. Ook al geeft de band een duidelijke hint in de aankondiging van “Satanic Curses”, dat ze geen gelijkenissen vertonen met “Hammerfall” (“No falling hammers. This is ass-kicking Metal to the max!”), toch doen een aantal sing-along stukken mij denken aan Hammerfall. Zij het dan in een krachtigere variant (vb.: “We Will Survive”).
Na de reguliere nummers, krijgen we ook nog een cover te horen van het Black Sabbath nummer bij uitstek “Paranoid”. Helaas komt dit nummer niet echt over. De charismatische vocals van Ozzy die dit nummer de gepaste touch geven, worden hier bijlange niet geëvenaard. Technisch wordt er aardig gezongen, maar het gevoel ontbreekt.
Wie zich afvroeg of de band na het vertrek van Gus G. (Firewind) en Dennis Ekdahl (Raise Hell) overeind zou blijven, krijgt hier meteen een muzikaal antwoord. Mystic Prophecy slaat nog steeds in als een bom en brengt met ‘Satanic Curses’ een stevig album met heel wat variatie.

Babyshambles

Shotters Nation

Geschreven door

Pete Doherty is op zijn zachtst gezegd een veelbesproken figuur omwille van zijn overmatig druggebruik, zijn afwezigheid op de helft van de aangekondigde Baby Shambles optredens, zijn talrijke verblijfjes in de Britse gevangenissen en, last but not least, zijn aan en af relatie met professionele pannenlat Kate Moss. Een mens zou haast vergeten dat diezelfde Doherty  toch vooral een talentvol kereltje is die met The Libertines en met toenmalige copain Carl Barat twee fantastische platen heeft gemaakt. Ook ‘Down in Albion’, het debuut van Baby Shambles, was in al zijn slordigheid een fijne kopstoot van een album. Pete Doherty is in de eerste plaats een geweldig songschrijver, ook al komt ie om geheel andere redenen om de haverklap in de media opduiken, en op deze ‘Shotters Nation’ heeft hij terug een handvol puike songs bijeengeschreven.
Pete is deze keer niet in zee gegaan met Clash goeroe Mick Jones wiens werk er eigenlijk gewoon uit bestond om Doherty volledig zijn gang te laten gaan, wat resulteerde in de sympathieke slordigheid van het Baby Shambles en eerder al het Libertines geluid. De songs op dit nieuwe album klinken iets voller en afgewerkter, maar het blijven natuurlijk typische Doherty kindjes , wat wil zeggen dat de ze alweer even rechtuit als spontaan klinken. Doherty speelt en zingt uit de losse pols een hoop knappe songs alsof hij ze ter plekke heeft uitgevonden, of het nu de gedreven single “Delivery” is of een ingetogen pareltje als “Last art of murder”, het heeft schijnbaar allemaal weinig moeite gekost om het uit zijn mouw te schudden. De onvolmaaktheid is nu net weer de beste troef van dit plaatje. Perfectie is niet aan Doherty besteed, gelukkig maar. Perfectie, dat is iets voor Pink Floyd, dat is verveling en heeft niks met rock’n’roll te maken.
Je mag denken van Doherty wat je wil, voor ons maakt hij welgemeende rock’n’roll plaatjes met een ziel. Zijn turbulente leven en de affaire met visgraat Kate Moss fungeerden alleen maar als de juiste voedingsbodem voor deze verzameling bruisende songs. Laat hem gerust zo verder doen.

Beirut

The flying club cup

Geschreven door

Beirut is de beloftevolle band rondom de talentvolle singer/songwriter Zach Condon, uit Albuquerque, New Mexico. Hij plaatst zich meteen naast een Bright Eyes van Conor Oberst qua songschrijven. Onder z’n even melancholisch  dwarrelende stem, brengt hij verschillende culturen samen van zigeunermuziek uit de Balkan, wereldse ritmes en melodieën, indiefolk, americana en pop.
‘Gulag Orkestar’ was het debuut van eind vorig jaar. Hij heeft dus al snel een opvolgerklaar, ‘The flying club cup’ - de titel verwijst naar een tijdens de opnamesessies opgehangen foto uit 1910 met daarop een naast de Eifeltoren opstijgende luchtballon – die mooi uitgebalanceerd klinkt en iets minder speels, doch behoudt door het divers, minder alledaags instrumentarium als draaiorgel, accordeon, piano, toetsen, viool en blazersectie, een smaakvolle, frisse aanpak. De foto was alvast de muzikale inspiratiebron, want Condon haalde een pak elementen van Franse chansonniers als Aznavour, Hardy en zelfs een Jacques Brel: “Nantes”, “Cliquot”, “Forks & Knives (la fête)”, “Un dernier verre pour la route” en “Cherbourg”.
Elke song van de plaat staat er duidelijk en onderstreept een schitterende carrière voor deze jonge Amerikaan! Intrigerende plaat.
 Concerten op 14.11 Bota en 16.11 GrandMix

Underworld

Oblivion with bells

Geschreven door

De nieuwe cd ‘Oblivion with bells’ van het Britse Underworld maakt de cirkel rond met hun opzienbarend doorbraakalbum ‘DubNoBassWithMyHeadMan’ uit (’94). Dit is niet geheel onverwacht, want de vorige cd ‘A hundred days off’’ ( ook al vijf jaar terug), greep al ten dele terug naar deze plaat.
Karl Hyde en Rick Smith hebben elf songs klaar, waaronder vier instrumentals als aangename ambient soundscapes: “To heal”, “Glam bucket”, “Cuddle bunny” en “Good morning cockerel”.
De acht songs intrigeren door de opbouwende trancegerichte beats, die af en toe forser klinken, een vleugje psychedelica, Indiase invloeden en dubby basses. Boeiend. Per beluistering winnen deze songs aan zeggingskracht: “Crocodile”, “Ring road” en “Boy, boy, boy”.
‘Oblivion with bells’ is een loungy plaat, heeft een sfeervol, dromerig karakter en leunt  weinig aan de huidige ontwikkelingen binnen de dance, pop en retro acid, en wordt ondersteund door de uiterst beheerste vocoder vocals van Karl Hyde.
De cd wordt door verschillende mensen als flauw aanzien; toegegeven, door het uitblijven van verrassingen,  zal ‘Oblivion with bells’ geen nieuwe zielen winnen, toch is en blijft hun sound zalvend uniek!

Handsome Furs

Plague Park

Geschreven door

Handsome Furs is het Canadese duo/koppel Dan Boeckner (maakt ook deel uit van Wolf Parade) en Alexie Perry. ‘Plague Park’, vernoemd naar de slachtoffers van de pestplaag in 1710 die begraven liggen in het Plague Park te Helsinki, is een weemoedige, gevoelige plaat, die rammelende lofi, vervlogen gitaargetokkel en een vleugje wave door rudimentaire, repetitieve beats van keyboards en een drumcomputer bevat. De zweverige zang van Boeckner heeft iets mee van een ‘downe’ Beck.
De sound klinkt broeierig, dromerig, maar evenzeer door de rauwe aanpak grillig. Op die manier is er sprake van een voldoende afwisselend geluid: van de sfeervolle  “Buidings with jaws, clammy..”, The singer will be called outside” naar de grillige opbouw van “I sit outside with the radar” en “Spitting golden seeds: the iron brothers”, of van de ‘80’s wave van “…Swung our arms like satellites” en “…He hates his babies most of  alll” naar de dosis experiment op “ Fresh from the city drifts through the parking lot…” .
Handsome Furs mag zich door z’n muzikale stijl plaatsen naast ‘underground’ duo’s als The Kills, The Fiery Furnaces en Joe Gideon & The Shark.

Editors

Editors kwam, zag en …overwon

Geschreven door

Het zag er aan te komen dat het Britse kwartet uit Birmingham, Editors, in het najaar definitief zouden doorbreken. Een signaal en een prik kreeg het publiek al op Pukkelpop: een korte stevige set, vol overgave, die hun tweede cd ‘An end has a start’ ondersteunde.

Editors kwam , zag en … overwon; ze speelden een verbluffende, overweldigende set. Ze tekenden voor een definitieve doorbraak na Franz Ferdinand, Kaiser Chiefs en The Killers. We zagen hen vorig jaar steeds groter worden, zonder dat ze inboeten aan dynamiek en speelplezier. De muzikale ervaring van het eindeloos touren heeft z’n vruchten afgeleverd in een uitverkochte Hallen. Als een Kim Gevaert wonnen ze de 100m sprint!
Het enthousiaste publiek zag meteen een sterk op elkaar ingespeelde en geoliede band op “Lights”, “Bones”, “Bullets”, “An end has a start” en “Blood”, frisse Britwaverocksongs, met een sprankelend, snedig gitaarspel, een strakke, opzwepende drums en een diepe bas, onder de helder, overtuigende zang van Tom Smith. Hij ontpopte zich als een podiumbeest, liet z’n gitaar afzien, kon bekkentrekken, sprong op z’n piano en zorgde voor een feestje, door aanhoudend het publiek te betrekken bij de songs.
Alles lukte, de sound, de set, de respons … Dit was koekenbak in de Hallen! Wijlen Ian Curtis keek toe en zag dat het goed was. Editors kreeg z’n zegen. De  broeierige “Escape the nest”, “All sparks” en “Banging heads” (nieuwe song) volgden. Na dit helse tempo, waren er enkele sfeervolle songs: “Let your good heart” (tweede nieuw nummer) en “When anger shows” kregen  kleur door het pianospel van Smith en mans krachtige stem.. Ze bouwden de set terug op en gingen naar een climax met bedreven versies  van “Spiders” en “Munich”. Op “The racing rats” sprong Smith op z’n piano, speelde een paar snedige gitaarakkoorden, overzag z’n fans en kreeg een uitgelaten menigte te horen.
Editors stond garant voor een krachtige, stevige en intense set van een uur, waarbij ze ons trakteerden op een drietal songs in de bis: twee oudjes “You are fading” en “Fingers in the factories” (steevast te horen) en niet te vergeten “Smokers outside the hospital doors”; de groep werd letterlijk op handen gedragen.

Het optreden van deze beloftevolle band stond qua sound en uitstraling in het geheugen gegrift.

Support acts: de indiepop van The Boxer Rebellion,  die bands als Radiohead en The Verve verwerkte. Spannende gitaarpoprock met een dreigende opbouw en een zweverige zang. Het Amerikaanse kwartet onderscheidde zich.
Het Deense The Kissaway Trail volgde. Dit vijftal bracht in het voorjaar al een verrassende overtuigende titelloze plaat uit: mooi uitgebouwde dynamische, frisse en bezwerende gitaarpoprock., ergens het onvolprezen The Music, ‘90’s Britse bands The Pale Saints en The Wedding Present door de spanningsopbouw en het vleugje distortion en fuzz, de postrock van Mogwai, en de psychedelica van Mercury Rev. Te onthouden!

Organisatie: Live Nation

Praga Khan

Praga Khan ‘Frame by Frame, where art meet technology Tour

Geschreven door

Na de grensverleggende theatertournees ‘Code Red’ en ‘The next dimension’ heeft Praga Khan, onder Maurice Engelen en Olivier Adams, een jaar in stilte gewerkt aan deze ‘Frame by Frame, where art meets technology’. Ze maken er een vaste gewoonte van, wat hen op die manier een nieuw publiek bezorgt.

Het electropopduo stelde in deze derde vernieuwende show een combinatie van muziek, dans, choreografie en hoogtechnologische snufjes voor. De Praga Khan songs werden in een nieuw jasje gestopt en klonken sfeervoller door een instrumentarium van harp, viool, ambient soundscapes en trancegerichte beats die af en toe krachtiger klonken: van “Visions & Imagination”, “Keep the dream alive”, “Dreamcatcher”, naar “Right or Wrong”, “Lonely”, “Breakfast in Vegas” (in een aparte versie door drum’n bass en elektronicablokjes), “Tausend sterne” en de traditionele handwuivende afsluiter “Power of the flower”.
’Frame by Frame’ is in een regie van Bart Walter en is de realisatie van een futuristisch liefdesverhaal. Het is de combinatie van kunst en technologie, inventiviteit en creativiteit, die hand in hand gaan in een interactief spektakel van muziek en beeld: performers en dansers gaan een duel aan met elkaars projectiebeeld, een drijvende violiste, een playstation game gevecht, de Praga walk, een ballet van twee in fluor gedrenkte lichamen, een dans act met een nieuw soort lichtgevende draden, steltlopers gekleed in een voorhistorisch vispak, 3D- projecties, visuals en een show rond zanger Praga als virtueel personage, die per voorstelling zal worden uitgebreid.
Vóór de aanvang zag je op het plafond naast een paar zwevende bloemen een paar interessante teksten geprojecteerd als: art – technology – design – flexibility – evolution – communication. In de pauze waren teksten als “Imagination is what our furture will be”, “Connecting talents, worlds, media en people” en “Freedom of choice, knowledge & creation” te zien.

’Frame by Frame, where art meet technology’ verweefde de Praga Kahn sound met de nieuwste technologieën, in een verhaallijn en een show, die concert, choreografie en film samenbrengen. Een stap als nieuwe trend in de showbusiness…

Organisatie: Arenbergschouwburg, Antwerpen

Arno

Arno beschikt over voldoende ‘Jus (de Box)’

Geschreven door

Arno is in ons landje een enorm gerespecteerd man, hij is al tot Ridder geslagen en slaagde erin, na reeds twee uitverkochte concerten in de AB, enkele try outs en een intense festivalzomer, Vorst Nationaal uit te verkopen. Samen met z’n band beschikte hij over de juiste hoeveelheid ‘jus (de box)’ om aanstekelijke, frisse en ingetogen funkende rock te spelen en om de kaart van ambiance en meezinggehalte te trekken. Hij is nog maar weinig wilde grijze haren kwijt en speelt met de Franse en Engelse taal.

Als een volwassen of pensioengerechtigd T.C. Matic trok het vijftal fel van leer met pittige, strakke en venijnige songs: “Enleve ta langue” en “From zero to hero” (van de nieuwe cd), “Tomber du ciel”, “Lonesome zorro” en “Mourir à plusieurs”. “Comme à Ostend” liet een kermiscarroussel horen, en na de nachtkamermuziek “Lola”, bepaald door piano en gitaargetokkel, klonk het gezelschap dynamisch en doorleefd op “No Job”, “Meet the freaks” en “I’m not into hop” en “Ratata”. Het was zelfs zo dat Arno na de ingetogen, pakkende songs  “Reviens Marie” en “Les yeux de ma mère” - die kippenvelmomenten opleverden -,   enkele oudjes van T.C. Matic speelde als “l’Union fait la force”, “Que passa”, en “With you”, ruim twintig jaar na datum nog steeds overeind.
Dat was de aanzet naar een grootse finale met een ‘best of’  als “Mon sissoyen”, “Bathroom singer”, “Ooh lala” en uitgesponnen versies van “Putain Putain” en “Les filles du bord de la mer” in de bis…als we nu niet ons volkslied kennen!
”Je veux nager” en een verplichte kus, op z’n Johannes Paulus de II, van Arno besloot definitief de overtuigende set.

Het Gentse duo Madensuyu opende de avond: een muzikaal spanningsveld, diverse tempowisselingen en onverwachtse wendingen van twee instrumenten, oerkreten, schreeuwzang en een melodieuze zang: van rustig, sfeervol, tot stevig, scherp en repetitief opbouwend. Ergens tussen Mogwai, The Pixies, Sonic Youth en Vandal X. “Suck on more to come”, ”Papa bear”, “Sugar on”, “No why no wow”, “Share a lot” en “Fxx fxx”! Hun avontuurlijk spannende en energieke sound verkreeg voldoende respons.

Organisatie : Live Nation

Les Rita Mitsouko

Les Rita Mitsouko: cabaresque Dresden Dolls pop

Geschreven door

Les Rita Mitsouko is het Franse duo Cathérine Ringer en Frédéric Chichin. Ze onderscheiden zich als een Dresden Dolls avant la lettre. Hun composities zijn een bonte mengeling van poprock, wave en dance, waarin een vleugje jazz en hiphop is verwerkt, en een punky attitude en cabaresque sfeer uitademen. Songs als “Marcia Baila” en “Andy” zijn uitermate gekend en kwamen live aan bod in de bis.

Het gezelschap moest het doen zonder medecomponist Chichin, die ziek te bed lag. Doch Cathérine vond in de jonge leadgitarist een goede kompaan. Ze was niet uit haar lood te slaan: ze animeerde het publiek als een ‘routinier’ mimespeelster en cabaretier, sprak ze aan in gebroken Vlaams en bedankte hen hoffelijk.
De set vatte aan met “l’Ami ennemi”, één van de sterkste songs van de huidige plaat ‘Variéty’, die vijf jaar op zich liet wachten. De klemtoon kwam in het eerste deel op de huidige plaat. Cathérine stapte vocaal moeiteloos over van Frans naar Engels, als op “ Communic heart (“Communiqueur d’amour”)” en “Rendez vous avec moi-même” , die kleur kregen door venijnige gitaarlicks en mondharmonica. “Live In Las Vegas” was theatrale kost en “C’est comme ça” een eerste terugblik naar de ‘80’s.
Het vijftal speelde een afwisselende set: een intieme “Terminal beauty” verwees naar Edith Piaf, een swingende “Ding ding dong (ringing at your bell)” (wat een hitpotentie!), een broeierige “Berceuse”, een sfeervolle “Même si” en de pianoballad “Chanson d’A”.
“My love is bad” was de aanzet van een ‘best of’’ met o.a. het rockende “Red sails” en de freakende “Under my thumb” van The Rolling Stones en “Histoire d’A”.

Ze werden sterk ontvangen en trakteerden ons na anderhalf uur in de bis op “Paris” en de dansbaar funkende “Andy” en “Marcia Baila”, waarmee het Franse gezelschap bewees nog springlevend te werk te gaan met hun cabaresque pop! Wat een fijne reünie!

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Sonic City Festival 2007: zondag 21 oktober

Geschreven door

Op zondag 21 oktober traden volgende bands op: Ignatz, De Portables, Gomm, Dirty Projectors, Numbers en Deerhoof.

We vatten deze tweede dag aan met het Franse Gomm, die we eerder dit jaar al een fijne set zagen spelen op het Dourfestival. Hun combinatie van weirdo postpunk, noiserock, electropop en psychedelica klonk boeiend en intrigerend, was opzwepend, en onderging diverse tempowisselingen, ondersteund door de op elkaar afgestemde man – vrouw zang. Een mooie spanningsopbouw en explosies. De vitaliteit en de gepassioneerde, sensuele zang van Marie hadden iets mee van Polly Harvey en Debbie Harry. Er werd rijkelijk geput uit de nieuwe cd ‘4’: “Don’t take a chance”, “Good sides” en “It’s not easy”, overtuigende Engelstalige songs in een typisch Frans accentje.

Het eigenzinnige The Dirty Projectors, onder Dave Longstreth, is al een kleine zeven jaar bezig. Longstreth leek een op hol geslagen David Byrne. Het kwartet speelde enerzijds subtiele engelenpop door de samenzang van twee hemelse vrouwenstemmen en de vocale capriolen van Longstreth, anderzijds klonken ze  rauw rammelend (lofi inslag) met tegendraadse ritmes, onverwachtse wendingen en noisy uitbarstingen. Muzikaal een rijkelijk gevarieerde en avontuurlijke dromerige of een grimmige, ongrijpbare sound.

Numbers
, uit San Francisco, klonk binnen het rijtje van het festival het meest toegankelijk. Invloeden uit de ‘70’s  doorleefde gitaarrock, indierock en ‘90’s psychedelica deed het trio denken aan een potige kruisbestuiving van Cheap trick, Yo La Tengo en Spacemen 3. De sound overheerste - door het messcherpe gitaarspel en de Moog synths - de onvaste, hemelse zang van de drumster.

Tenslotte Deerhoof, ook uit San Francisco, die het tweedaags festival besloot, balanceerde tussen breekbare pop en avant garde. De dromerige, sfeervolle songs worden bepaald door repetitief opbouwende gitaarlijnen en strakke drums, waarbij het drietal onverwachts fors en krachtig uithaalde met rauwe noise. Deze contrasten maakten Deerhoof  uniek, ergens tussen Stereolab, Blonde Redhead, Electrelane, Shellac en Pavement.
Duidelijk was dat het sterk op elkaar ingespeelde drietal, onder de frêle vocals van de enthousiaste kleine zangeres Satomi Matsuzaki, live harder en scherper klonk.

Organisatie: De Kreun, Kortrijk (ism met Hitch)

The Young Gods

Super Ready/Fragmenté

Geschreven door

In 2006 verscheen van het Zwitserse trio al een mooi overzicht van hun twintigjarig oeuvre. The Young Gods, onder zanger Franz Treichler, waren samen met Swans en Einstürzende Neubauten de basis van de industrial, door hun elektronicasounds. Trouwens, zonder hen was er geen sprake van de huidige sliert industrial/waverock/gothic bands.
Het Young Gods recept blijft uniek: dwarrelende elektronica, een strakke en opzwepende percussie en een dosis voorgeprogrammeerde metalgitaarloops, bepaald door de Frans/Engelse galmende, declamerende schreeuw/zegzang van Treichler.
De songs hebben een dreigende, onheilspelende spanning, er zijn de slepende ritmes, de onverwachtse wendingen en er is een vleugje psychedelica.
Huiveringwekkend. Luister maar eens naar opener  “I’m the drug”, “C’est quoi c’est ça”, “El magnifico”, “Secret”, “Everywhere”, “Un point c’est tout” en de titelsong, die zomaar eventjes negen minuten duurt! Oosterse sitargeluidjes horen we op “Stay with us”  en het meest ingehouden klinken ze op “About time” en “The color code”. Een fijne afwisseling.
The Young Gods gaan scherp en inventief te werk. Uitgeblust zijn ze dus zeker nog niet! Integendeel, ze bewijzen nogmaals een gevestigde waarde te zijn.

Peeping Tom

Music Swop Shop

Geschreven door

Het Australische Peeping Tom, niet te verwarren met Mike Pattons Peeping Tom!, heeft op hun tweede plaat ‘Music Swop Shop,  acht lange stukken van tracks klaar, die één lange trip vormen van ‘90’s stonerrock, als Kyuss, QOSA, Fu Manchu en The Masters Of Reality; ze geven deze sound elan door de ‘70’s retrorock van Jimi Hendrickx. Af en toe is er een blazerpartij, wat het geheel nog kleurrijker en aantrekkelijker doet klinken. Het kwartet speelt een meeslepende en energieke sound, die eigenlijk nog het nauwst aanleunt op het onvolprezen Mother Tongue. Verbazingwekkend…verbijsterend, met prachtige gitaar- en drumsoli; een goed geoliede band, die perfect op elkaar is afgestemd!
Maar ze hebben een ware slijtageslag geleverd voor dit tweede album door de onderlinge interne strijd over de muzikale koers. De lofbetuigingen ten spijt, is de band in Australië al begonnen aan z’n afscheidstournee.

Monstertux

During Daytime

Geschreven door
Monstertux is een Nederlandse Indie Rock band uit Leeuwarden die wij mochten ontdekken toen ze openden voor progrock-reus Marillion in mei van dit jaar te Rijsel. Deze gozers wisten ons toen erg aangenaam te verrassen met een leuke set vol broeierige gitaarsongs. Vooral de openingssong die de band toen speelde was indrukwekkend maar helaas is deze song niet terug te vinden op deze EP. 'During Daytime' klinkt niet bijster origineel. De band loopt erg hoog op met de Belgische band Deus en als je luistert naar "Am I?" weet je meteen waarom. Deze sympathieke band heeft ook een toetseniste in haar gelederen die op een zeer dynamische wijze zorgt voor een perfect gedoseerd keyboardgeluid dat vooral tot doel heeft de gitaarsongs wat extra in te kleuren. Aan de stem van zanger Sjoerd (ja de mannen komen uit Friesland!) moest ik in eerste instantie toch wat wennen. Sterk tegenvallend is het experimentele "Quiet Clear", maar erg warm klinkt dan weer de afsluiter "Sleep My Love". Een song die overgaat in een Sigur Ros-achtige 'Reprise'. Dit 'During Daytime' is een mooi werkstuk maar net iets te wisselvallig om van begin tot eind te blijven boeien.

 


Svartsot

Ravnenes Saga

Geschreven door

Hoewel ik naast metal ook een voorliefde koester voor heel wat folkriedeltjes, kan de combinatie van beiden mij meestal niet volledig bekoren. Al te vaak worden overdreven hoempapa-stukken gecombineerd met donkere metal. Het contrast brengt mij meestal een geforceerd gevoel. Gelukkig zijn er ook bands die aandacht hebben voor het geheel! Svartsot is hiervan een uitstekend voorbeeld.
Hun debuut-CD ‘Ravnenes Saga’ opent sterk met een krachtige melodische metalriff, die na een halve minuut een extra sfeervolle touch krijgt, door een ingetogen sfeervol fluitlijn. De fluitlijn die Lewis hier op “Gravollet” brengt ondersteund de muziek zeer goed en draagt bij tot een zeer aangename sfeer. Het ingetogen riedeltje klinkt zo aangenaam dat het al snel in mijn hoofd gebrand zat. Het sterke “Gravollet” zet meteen de toon voor de rest van het album. Wie het eerste nummer al bewonderenswaardig vindt, zal met deze CD aangename tijden beleven.
Ondanks de diepe death-grunts van “Gnudtzmann”, klinkt het geheel toch niet overdreven gewelddadig. Zowel de melodieën als de folk-instrumenten zorgen ervoor dat ‘Ravnenes Saga’ een erg aangename CD is om te beluisteren. Op geen enkel moment in de CD kan ik een minpunt opmerken. De folkinvloeden zijn niet voortdurend aanwezig en vormen eerder een ondersteuning voor het geheel, wat ervoor zorgt dat er geen overdaad bereikt wordt.
Aan afwisseling is er zeker ook geen gebrek. Het zwaardere “Nidvisen” klinkt stukken agressiever maar wordt opnieuw vrolijk ondersteunt door de fluit. “Jotunheims Faerden” start dan weer met een aardige combinatie van de mandoline en het fluitje om vervolgens los te barsten in een krachtige riff, waarbij de folkinvloeden weggelaten worden tot in het refrein. Dit nummer kan ongetwijfeld als één van de hoogtepunten van het album worden beschouwd. Het geheel zit erg sterk in elkaar, de folkinvloeden worden op tijd achterwege gelaten en op tijd terug bovengehaald. Bovendien creëert het refrein een gelegenheid om volop mee te brullen.
Ondanks de grote variatie tussen de nummers, wordt ons met ‘Ravneness Saga’ een erg sterke en samenhangende CD aangeboden, waarin enkel hoogtepunten te bekennen zijn. De fluitriedeltjes die ten gepaste tijde de muziek aanvullen zorgen voor een lijn in het album. Verder wordt het folkgedeelte bij momenten aangevuld met een mandoline (het ingetogen “Hedens Dotre”) en een ‘bodhran’ wat een aangename variatie teweegbrengt. Daarnaast brengen enkele toegevoegde elementen zoals het kraaien van raven tussen “Tvende Ravne” en “Nidvisen”. Kortom dit is folkmetal om u tegen te zeggen! Ik ben er zeker van dat deze band heel wat metalheads die niet aan folkmetal zijn toch zal kunnen bekoren.

Tof weetje: Alle teksten zijn gezongen in het Deens en laat dit nu een erg aangename taal zijn om te horen in een krachtige metalsong. Wie toch graag weet over wat er gezongen wordt, moet het niet verder zoeken dan verhalen over bier, stoere vechtpartijen en vrouwen. De titel verwijst dan ook naar ‘Hugin’ en ‘Munin’, de twee raven van Odin.

Manic Street Preachers

Send away the tigers

Geschreven door

Het Welsche trio is terug en hoe! Dit achtste studioalbum zal de band ongetwijfeld weer op de kaart plaatsen nadat het na twee tegenvallende platen wat uit de aandacht verdween. Vooral 'Lifeblood' uit 2004 was een erg glansloze plaat.
Maar laten we vooral niet vergeten dat de Manic Street Preachers eind jaren negentig beschouwd werden als één van de belangrijkste groepen in Engeland. Hun politieke en socialistische gekleurde songs werden erg gesmaakt in hun thuisland. De stevige gitaarsound en hun sterke melodieën, smeltend in de nodige bombast hebben mij altijd enorm kunnen bekoren. Vooral de brede (uit meerdere lagen bestaande) vocalen zijn een lust voor het oor. Ik hou gewoon van deze band terwijl ik echter niet erg hoog van stapel loop met de huidige generatie Britpop bandjes.
'Send Away The Tigers' is de beste plaat sinds 'Everything Must Go' uit 1996. 'Send Away The Tigers' duurt net geen veertig minuten maar kent dan ook geen opvullertjes. Wel staan er op deze plaat tien sterke, hitgevoelige, politieke, provocerende rocksongs. Overtuig uzelf en laat je inpakken door het lugubere "Imperial Bodybags" (is dat geen Stray Cats riffje?) of door het sublieme duet (met Cardigans zangeres Nina Persson) "Your Love Alone Is Not Enough".
Na enkele solo-uitstapjes zijn de messen duidelijk opnieuw geslepen voor wat men gerust een nieuwe start mag noemen. De Manics zijn helemaal terug. Ook leuk, maar wel overbodig, is de John Lennon cover en verborgen bonustrack "Working Class Hero".

Baroness

The Red Album

Geschreven door

Wie al eens achtereenvolgens een plaatje opzet van Mastodon, Isis en Mogwai mag gerust dit hier eens proberen. Baroness begeeft zich ergens tussen postrock en metal en wisselt bonkig metalgeweld af met bedachte melodieuze instrumentale stukken. Een formule die ze zelf niet uitgevonden hebben maar die ze als geen ander beheersen.
Baroness raast de ene keer door als een bende bezeten bizons om de andere keer te gaan verpozen bij een sfeervol klanktapijt, en soms gebeurt dit in één en dezelfde song zoals in “Wanderlust”. De metal die ze spelen is hoegenaamd niet hersenloos en is voorzien van doordachte felle gitaarpartijen, hierin onderscheiden ze zich van de cliché metal van vele geestesgenoten. De finesse zit hem niet echt in de stem van John Baizley, want dat is meer een echte metal bruller, maar eerder in de fijne en verrassende songstructuren die dikwijls een postrock karakter hebben. Dergelijke combinatie herkennen we ook bij Isis, nog zo’n interessante band,  waar het geluid van deze Baroness nog het dichtst bij aanleunt.  Een vleug psychedelica is hen echter ook niet vreemd in “Wailing wintry wind” en met het korte maar sfeervolle “Cockroach en fleur” levert de band een mooie akoestische adempauze. Kleppers van dit album zijn opener “Rays on pinion”, hun visitekaartje waarin alle troeven van deze band in één song zijn samengebald, en de zwaar slepende instrumental “Grad”.
Als er iets bestaat als veelzijdige metal, dan is het dit wel. Knappe plaat.

…And You Know Us By The Trail Of Dead

So Divided

Geschreven door

Deze Texaanse band is al toe aan z’n vijfde plaat, en slaagt er nog steeds in zichzelf uit te vinden met een geheel van compacte gitaarrock, symfo, orkestraties, psychedelica en bombast. ‘So Divided’ is een boeiende plaat van twaalf songs, waarvan het eerste deel avontuurlijk en ingenieus in elkaar zit: de verschillende muzikale ingrediënten zijn aanwezig door de abrupte overgangen en de ritmewisselingen: “Stand in silence”, “Wasted of mind”, “Naked sun” en de titelsong. Het tweede deel bevat catchy popmelodieën en is sfeervoller (“Life” en “Witch’s web”); een tweetal nummers hebben een vleugje freefolk:  “Eight days of hell” en “Sunken dreams”. Eigenwijs herwerkten ze de korte lofi “Gold heart mountain top queen directory” van Guided By Voices.
Globaal gezien liggen de songs goed in het gehoor, wat betekent dat de band een subtiele en fijne inhoud heeft gezocht. ‘So divided’ is een overtuigende plaat van een band die meer respons verdient.

Sonic City Festival 2007: zaterdag 20 oktober

Sonic City Festival is een gloednieuwe tweedaagse happening geïnspireerd op de ‘All Tomorrows Parties’, en heeft de ideale timing plaats te vinden een kleine twee maand na de zomerfestivals. Sonic City zal jaarlijks door een andere artiest worden gecureerd. Voor de eerste editie stelden Tim Vanhamel en Aldo Struyf van Millionaire het programma samen, een combinatie van enkele gevestigde waarden en aanstormend talent binnen de noise underground.
Een 250 personen per dag waren aanwezig.

Op zaterdag 20 oktober traden volgende bands op : I Love Sarah, Silvester Anfang, Todd, Sunburned Hand Of The man, Shit & Shine, Michael Gira (Ex The Swans) en Bordedoms.

Sunburned Hand Of The Man, is een collectief uit Boston, Massachussets. Het gezelschap met wisselende bezetting timmert al meer dan 10 jaar aan de weg en is bijna constant op tour.  Ze worden gezien als één van de grondleggers van de ‘new weird’ America folk-revival scene, de freefolk genaamd,  samen met Devendra Banhart, Joanna Newsom, Six Organs of Admittance en Animal Collective.  Muzikale spontaniteit en avontuur staan centraal in hun eclectische en bonte mix van spacerock/psychedelica, dub, freefolk, electronica en krautrock.  Sommige leden van de band waren vermomd en hadden vreemde attributen bij, wat hun eigenzinnige muziekcocktail versterkte. De aanwezigen konden genieten van dit rariteitenkabinet. Jammer dat het na drie kwartier al afgelopen was.

Shit and Shine is een gelegenheidsproject met leden van de noise/metal/indie-bands Todd (dat al eerder in de namiddag op het podium stond) en Part Chimp.  Op het podium stonden vier drummers (waarvan twee vrouwelijke), drie synths en twee vocalisten. Achteraan waren ook twee drumstellen geplaatst, wat zorgde voor een speciaal geluid.  Shit and Shine hanteerde maar één muzikale regel: er wordt maar één beat gespeeld en daar wordt niet van afgeweken.  Hun 'set' bestond maar uit één nummer, maar wel één van ruim 25 minuten.  Basis van het nummer was één repetitieve drumpartij, versterkt met noise, soundscapes en vervormde, overstuurde vocals.  Muzikaal had het wat weg van Boredoms (het tribal drumwerk), Butthole Surfers (noise en de vocals) en Melvins (zware gitaren/experiment).  Shit and Shine toonde de ware kracht van herhaling en liet vele aanwezigen achter in 'trance'.  Indrukwekkend en allesbehalve mainstream!

Voor muzikaal avontuur en creativiteit kon het publiek aankloppen bij de getalenteerde Mauro Pawlowski. Deze muzikale veelvraat heeft al een pak projecten achter zich en stelde op Sonic City songs voor van o.a. Somnabula, Possessed Factory en Otot. Hij kon rekenen op een ‘all star band’ waaronder Pascal Deweze en Elko Blijweert, die meteen wel in z'n vroegere Grooms konden stappen. Als een duivels ontketende Cave ging Mauro te werk. In de sound waren The Birthday Party, Shellac, Cop Shoot Cop, Barkmarket en het oude Swans te horen, onder de grommende, messcherpe schreeuw- en zegvocals van Mauro. We waren een klein uurtje welkom in Mauro’s hallucinante muzikale wereld: rauwe, ongepolijste, harde als broeierige ‘alternative’ rock, die onverwachtse wendingen ondergingen en een laag distortion en elektronisch vernuft hadden, als op  “Truth & style”, “Fat sinister” en “I can’t stop talking”. Het ging naar een climax met “Blues from planet ?” en “Monkey howl”, gedrenkt in een dosis experiment.

Ex-Swans-frontman Michael Gira, tegenwoordig al bijna tien jaar actief met Angels of Light, betrad daarna het podium: Keurig in maatpak, met hoed en enkel met een akoestische gitaar zorgde hij voor een intieme, intense set.  Met zijn diepe en dreunende stem bracht hij een mooie dwarsdoorsnede uit zijn reeds 25 jaar tellende 'muziekcarrière'.  De nadruk lag op zijn werk onder de naam Angels of Light.  Van het enkele maanden geleden verschenen album 'We are him' bracht hij “The promise of water”, “My brother’s man” en “Sometimes I dream I'm hurting you 4” (over een droom betreffende zijn zwangere vrouw).   Andere Angels of Light-songs waren het sfeervolle “The rose of Los Angeles”, “Destroyer” en “Nations” (opgedragen aan zijn thuisland, de VS).  Van zijn invloedrijke en ondergewaarde noise/post-industrial/no-wave groep Swans bracht hij “New mind”, “I am the sun” en “God damn the sun”.   Het zijn krachtige songs die 15-20 jaar na dato nog altijd overeind staan en niets van hun originele kracht ingeboet hebben.  Spijtig dat hij af en toe werd geconfronteerd met enkele ongelukkige reacties van het publiek. Maar Gira stond zijn mannetje en ving dit mooi op. Kortom, een overtuigende set van een sterk en eigenzinnig songwriter. Prachtige performance!

Het Japanse Boredoms was de headliner. Het concert werd door de hoge technische vereisten verplaatst naar zaal Theater Antigone, waar drie indrukwekkende drums en elektronisch apparatuur waren opgesteld. Opmerkzaam was een houten gitaararm van snaren, waarop kon worden gedrumd.
Als sinds ’86 zijn deze geluidsterroristen bezig, die een overweldigend totaalspektakel afleverden. Deze avantgarde sound onderging je letterlijk: het tribaal drumwerk, de repetitieve ritmes, de elektronica en de schreeuwcapriolen van zanger Yamatsuka Eye.
Dit is waar Battles en ‘90’s bands als Kong en Slagerij Van Kampen de mosterd vandaan haalden. Boredoms zorgde voor anderhalf uur spektakel van experiment en geluidsnoise, dynamiek en subtiliteit.

Organisatie: De Kreun, Kortrijk (ism Hitch)

Crowded House

Crowded House twee en een half uur lang jeugdig enthousiasme en entertainment

Geschreven door

Het Nieuw-Zeelandse Crowded House maakt deel uit van de gezegende reünies in 2007. De band, onder de tandem Neil Finn (zang/gitaar/songwriter)en Nick Seymour (bas), slaagt er nog steeds in om subtiel uitgewerkte, dromerige popsongs te schrijven; het resultaat is te horen op ‘Time on earth’, die veertien jaar na ‘Together alone’ verscheen. Crowded House heeft verder pianist/toetsenist Mark Hart en nieuwe drummer Matt Sherrod, een zalvend geschenk na de tragische zelfmoord van hun vroegere drummer Paul Hester, in 2005, wat alvast de reünie bevorderde.

Twee en een half uur lang lieten ze het publiek genieten van hun sfeervolle en fris sprankelende (Beatlesque) pop, die af en toe krachtiger en avontuurlijker klonk. Er werd gretig geput uit de laatste twee platen, zonder de handvol klassiekers te vergeten. Een enthousiaste band, die het publiek trakteerde op een tof, fijn en romantisch avondje.
Ze openden met “Private Universe”, die de toon zette van de  avond: een broeierige, dromerige sound, soms forser en feller, met enkele gitaarslides, kleurrijke toetsen en een opzwepende percussie, gedragen door de helder, emotievolle zang van Neil. Vervolgens was er ruimte voor een heuse zangstonde en handgeklap op “Four seasons in one day”, die herhaald werd op hun grootste hits “Fall at your feet”, “Don’t dream it’s over”, een lang uitgesponnen “Weather with you” in de bis en “Better be home soon”, die de set besloot. Het waren songs die ten dele hun kampvuurstijl onderstreepten.
Tegenover deze songs stonden ingetogen en intieme songs van het recente ‘Time on earth’: “Don’t stop now”, “Transit lounge”, “Pour le monde” en “Heaven, that I’m making”, bepaald door gevoelige gitaartokkels en piano/toetsen. “Locked out” was de stevige rocker, en een broeierige spanning was te horen op “Silent house”, het oude  “Hole in the river” en “Distant sun” die een eerste maal, na een kleine twee uur, de set beëindigde.
“World, where you live” werd eerst akoestisch toongezet en klonk dan als de ideale gospel op een ochtendzondagsmis! Crowded House trakteerde ons (naast “Weather with you” en “Better be home soon”)  op “Fingers of live”, “Pineapple head”, “Into temptation” - het verzoeknummer van de kok van de avond (de ‘controverse’ openingsdans van z’n trouw) - en  een gedreven gespeelde “Born of the bayou” op toetsen, voor de gelegenheid gezongen door Hart.

Crowded House heeft het tweede luik van hun carrière ingeluid en behield hun jeugdig enthousiasme, positivisme en gehalte entertainment. Dit concert was het overtuigende bewijs dat ze nog niks ingeboet hebben aan subtiliteit en dynamiek.

Als support trad het Britse Cherry Ghost op, een band rond songschrijver Simon Aldred. De groep nestelde zich ergens tussen Wilco, Grant Lee Buffalo, en Coldplay. Melodieus boeiende, vaardige en sfeervolle popsongs en een vleugje americana door steelpedal. Af en toe klonken ze krachtiger. Ze konden alvast rekenen op een sterke respons.

Organisatie : Live Nation

Pagina 485 van 496