logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
giaa_kavka_zapp...
Concertreviews

Neil Young

Neil Young + Promise Of The Real - Nog lang geen oude man

Geschreven door

Het was ondertussen al drie jaar geleden dat Neil Young en zijn Promise Of The Real ons land een bezoekje brachten. Na een solocarrière van vijftig jaar (als je zijn jaren met Buffalo Springfield niet meetelt) en rond de veertig studioalbums hoeft de Canadees al lang niet meer te worden geïntroduceerd. Op zijn gezegende leeftijd van 73 tourt hij nog steeds lustig rond, en krijgt sinds enkele jaren hulp (alsof hij die nodig zou hebben) van Promise Of The Real. Frontman van die band? Lukas Nelson, zoon van Willie Nelson.

De eer om de avond te openen was echter weggelegd voor de Britse band Boy Azooga. Met hun energieke melodieën en bij momenten stevige doorhalen probeerden ze het bombastische Sportpaleis te vullen, al ging hun sound in het begin wat verloren. De stress was duidelijk bij de bandleden af te lezen, tot ze na enkele nummertjes hun draai vonden. Toen ze het publiek meedeelden dat ze al jaren fan zijn van Neil Young, konden ze niets meer mis doen en groeide hun vertrouwen elke minuut wat meer. Het zorgde ervoor dat de band hun voorprogramma sterk kon afsluiten.

Neil Young + The Promise Of The Real - Tien minuutjes na aanvang kwam dan de ster van de avond ten tonele, en net als het voorprogramma eerde ook Neil Young zijn helden. Een t-shirt van Howlin' Wolf met daaronder een paar hippe sneakers, Neil Young geeft echt geen moer om zijn dresscode. Het enigste dat bij de man telt, is muziek, en dat was meer dan in orde. Starten deed de man met een strakke versie van "Mansion On The Hill" waarmee hij het publiek direct meetrok in zijn verhaal. Een verhaal dat Neil Young altijd vertelt zonder al te veel woorden, zo sprak hij het publiek maar aan na een uur spelen. Het concert begon pas om negen, wat twijfels opriep over de duur van het concert. Young staat ervoor bekend shows van drie uur te spelen, maar eerder was al aangekondigd dat zijn show ten laatste om elf zou eindigen. Spoiler alert: de show eindigde niet om elf.

De set van de superster was allesbehalve een best of, zo kregen minder bekende nummers een plek in de spotlight. Grote afwezigen waren "Like A Hurricane", "Heart Of Gold" en verrassend genoeg "Down By The River". De bekende versie waarbij de gitaarvirtuoos het nummer tot twintig minuten uitrekt en daarbij verschillende gitaarsolo's op het publiek afvuurt, was dus niet te horen. Jammer, gelukkig bracht de man een wondermooie versie van "Old Man" en bracht hij iedereen aan het dansen met een lange versie van "Rockin' In The Free World". Afsluiten deed hij echter met "Roll Another Number", een iets minder bekend nummer.
Het publiek liet de nummerkeuze weinig aan hun hart komen, zo ging het dak er net niet af bij "Hey Hey, My My (Into the Black)", waarop elke ziel in de zaal het refrein meebrulde. Het publiek bestond zowel uit jongere als oudere fans, maar van die leeftijdsgrens was er meestal niks te merken. Er werd gesprongen, lustig geklapt en vooral luidkeels meegezongen. Dat was allemaal te danken aan Neil Young, maar ook aan de band, iedereen is duidelijk heel erg goed op elkaar ingespeeld. We waren vooral onder de indruk van het drumwerk, heel energiek en altijd correct. Er kon tussen Young en de rest meermaals een glimlach en een schouderklop af, wat aantoont dat iedereen zich gewoon amuseert.
De mix van meezingers, stevige rocknummers en wondermooie ballads zorgde voor een mooie afwisseling waardoor de twee en een half uur durende set als een trein voorbijraasde. Ook de afwisseling van instrumenten hield de vaart erin, zo werd ons "Are You Ready For The Country" voorgeschoteld met Young op piano. Het toonde nog maar eens aan dat Neil Young nog steeds relevant is en dat hij er duidelijk ook zelf van geniet. Na een carrière van jewelste zou je denken dat er al wat slijt op de grootvader van de country rock zou zitten, maar ook op zijn leeftijd blijft de man zijn stem onaangetast. Zelfs zonder zijn backing band hield hij het Sportpaleis in z'n greep. Hoe hij tijdens "Rockin' In The Free World" een meer dan stevige gitaarsolo uit zijn mouw schudde, deed onze mond kwijlend openvallen. Dat Neil Young nog steeds meester is over zijn instrumenten, is nog steeds een understatement.

Ondanks dat het concert niet volledig uitverkocht was, werd er toch reikhalzend uitgekeken naar de passage van Neil Young. Aanvankelijk bleef het publiek nog rustig, maar het strakke spel van de Canadees en zijn band zorgde ervoor dat het enthousiasme bij elk nummer hoger de lucht in ging. Young kon ontroeren, maar ook ouderwets rocken. Het zorgde voor een divers schouwspel, met als kers op de taart het slotstuk. Niemand weet hoe veel kansen we nog zullen krijgen om deze absolute oerlegende aan het werk te zien, maar laat ons hopen dat dit niet de laatste was.

Setlist: Mansion on the Hill - Over and Over - Mr. Soul (Buffalo Springfield cover) - Love to Burn - The Loner - When You Dance, I Can Really Love - On The Beach - Unknown Legend - From Hank to Hendrix - Old Man - Are You Ready for the Country? - Long May You Run - Fuckin' Up - Cortez the Killer - Cinnamon Girl - Danger Bird - Hey Hey, My My (Into the Black) - Throw Your Hatred Down - Rockin' in the Free World - Roll Another Number

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Organisatie: Gracia Live

Beoordeling

!!!

!!! - Stomend feestje liet ons eerder koud

Geschreven door

Winters weer weerhield er ons van om de aftrap van het voorprogramma, The Bewitched Hands, mee te maken. Het weinige dat we ervan konden meepikken, deed denken aan The Magic Numbers gebracht met de snedigheid van Arcade Fire. Veel wijzer worden jullie hier ongetwijfeld niet van, maar bon, zelf stellen we ons eindoordeel eveneens uit tot op het moment dat we die Franse groep ooit eens een volledig concert geproefd hebben.

Over naar de hoofdact van de avond (waar we trouwens ook niet al te veel woorden aan vuil gaan maken, ze doen dit tenslotte zelf ook niet aan hun groepsnaam): !!! kwam zijn laatste plaat, het maandagavond zeer gepast getitelde ‘Strange weather, isn’t it?’, voorstellen aan de blijkbaar ruime Belgische fanbase. Een blik op het publiek maakte duidelijk dat niet enkel jonge danslustigen, maar ook aardig wat dertig- een veertigplussers van de partij waren. Frontman Nic Offer was zijn enthousiaste zelve, in het eerste half uur – dat met o.a. “AM/FM”, “Wannagain wannagain” en “Jamie, my intentions are bass” haast integraal puurde uit hun laatste plaat - verdween hij drie keer in het publiek om enkele twijfelaars alsnog tot dansen te dwingen.
De eigenlijke set nam ongeveer 70 minuten in beslag, gans die tijd werkte Offer zichzelf, alsook een aanzienlijk deel van het publiek, letterlijk in het zweet dus gebrek aan inzet kunnen we !!! alvast niet verwijten. Andere glansrollen waren er voor de te zelden op de voorgrond tredende saxofonist en achtergrondzangeres.
Heel geslaagd vonden we het optreden echter niet, hun muziek vertoont het gebrek aan variatie dat ook het choreografisch repertoire van de zanger kenmerkt. De mix van dance en rock helt naar onze persoonlijke smaak te veel over naar dance om permanent te kunnen boeien.
In het tweede bisnummer kwamen plots enkele in berenpakken verklede dansers het podium inpalmen waardoor de sleur eindelijk toch wat doorbroken werd, het zegt veel indien we moeten toegeven dat dit één van de hoogtepunten van de avond was...
De echte fans zullen ongetwijfeld geen kwaad woord spreken over deze passage maar een twijfelaar, zoals ondergetekende, werd uiteindelijk niet over de streep getrokken. Velen genoten van een best wel stomend feestje, maar enkele jaren terug waren wijzelf veel meer onder de indruk van hun passage op Feest in het Park dan van hetgeen we nu in de uitverkochte Orangerie gepresenteerd kregen.

In tegenstelling tot toen hadden we maandagavond over het algemeen weinig moeite om onze benen in bedwang te houden. Misschien worden we gewoon oud? Of keerden we te vroeg huiswaarts want terug buiten in de vrieskou weerklonk precies nog een vervolg dat we aan ons lieten passeren omdat we onze tsjoeketsjoeketsjoek (heb je ’m?) wilden halen. We hadden ons trouwens beter de moeite bespaard want door vertragingen hebben we daar in Brussel-Noord nog een uur staan schilderen.
Jezus, hoor ons eens zagen en klagen….we worden echt wel oud, dzju toch!!!

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

The Jon Spencer Blues Explosion

Jon Spencer Blues Explosion - Grinderman: 2-1

Geschreven door

Na zes jaar heeft Jon Spencer zijn Blues Explosion weer samengeroepen. Terwijl Jon Spencer in die zes jaar met zijn rockabilly band Heavy Trash drie platen uitbracht en uitgebreid toerde, speelde Judah Bauer in de Dirty Delta Blues Band van Cat Power en remixte en producete Russell Simins onder meer Duran Duran, Yoko Ono, Fred Schneider en Asian Dub Foundation.

Het Depot was volledig uitverkocht voor het eerste concert van hun Europese tour. Een ouder publiek, met veel Franstaligen, liet de tapkranen van het Depot op volle toeren draaien. De dj van dienst had nog eens Public Enemy opgezet, en het viel op hoe slecht die band uit de tijd van Jon Spencer Blues Explosion verouderd was.
De vele rockers vroegen zich wellicht af waarom de dj het in zijn hoofd haalde om old school hiphop te draaien also opwarmer voor de garageblues van Blues Explosion, maar eigenlijk is dat vrij evident: JSBX heeft altijd geëxperimenteerd met hiphop beats, en werkte samen met onder meer Chuck D, Beck en Dan the Automator. Zo rond halftien betrad de band het podium: Spencer ziet er op zijn vijfenveertigste nog altijd even strak uit, de archetypische leren broek kon natuurlijk niet ontbreken, Judah Bauer had een vuile hangsnor gekweekt, terwijl Simins,  serieus in de breedte uitgezet, achter zijn laag drumstel plaatsnam.
Hoewel een deel van de band nog maar net uit New York City overgevlogen was, en dus met jetlag kampte, was dat er niet aan te merken: Jon Spencer schreeuwde, gromde, beatboxte en huilde als vanouds , zakte door de knieën als een jong veulen, om zijn micro dan van onderuit aan te vallen en de “Yeah”s, “Blues explosion ladies and gentleman” en ‘Ughs” vlogen als mantras om de oren. Misschien dat die constante kreten sommigen irriteren omdat ze als tics overkomen, maar Spencer gebruikt die kreten heel bewust, als een zuiderse predikant die reclameboodschappen tussen de nummers smijt, een beetje in de stijl van de “Come on”s van Flaming Lips voorman Wayne Coyne. Simins mepte er stevig maar rudimentair op los, de afgeleefde muurpanelen van het Depot trilden op het ritme van zijn basdrum terwijl Bauer een maximaal effect bereikte met zijn minimale blues riffs.
“Dang”, met Bauer op harmonica, was een eerste hoogtepunt. In het eerste deel van de set, speelde de band  rauwe bluesrockers, die elkaar in ware Ramonesstyle zonder stops opvolgden,  de bekende singles werden achterwege gelaten. Het viel op hoe veel invloeden er in de minimale sound van JSBX zitten, dit gaat veel verder dan de rauwe garagerock met bluesinvloeden van bands zoals White Stripes en Grinderman: de zanglijnen van Spencer stelen zowel van Elvis, James Brown als David Byrne, als van hiphop MCs, en stokoude blues wordt ongegeneerd vermengd met rauwe punk, soul en rudimentaire beats. De set groeide naar een hoogtepunt in de outro van “Magical Colours”, waar Spencer met de theremin aan de slag ging. Van dan af kregen we een rist oudjes geserveerd zoals “2kindsa love”, “ Afro”en” Bellbottoms”. In “Flavor” verkondigde Spencer: “Blues explosion is number one in Loevain” (iemand had de man moeten zeggen dat het (Luiveun( is) en daar konden we volmondig mee instemmen.

De show van Spencer en kompanen is misschien niet zo luid en overrompelend als het geweld van Grinderman, maar qua rock ‘n roll gehalte moet JSBX niet onderdoen voor Cave & co. We kunnen ons best voorstellen dat Nick Cave na zijn show de pantoffels aanschiet en voor een boek in de sofa gaat zitten, om maar te zeggen dat dit soort rauwe bluespunk altijd een beetje toneel is, waarbij de artiest op podium een  rol speelt. De tijden dat er moordenaars zoals Robert Johnson op het podium stonden is lang voorbij, moordenaars zitten vandaag meestal ietsje verder op de Leuvense ring, in Leuven-Centraal, noch Cave noch Spencer zijn in het echte leven de podiumpsychopaten van hun shows. Qua podium presence houden Cave en Spencer het dus op een gelijkspel. De kwaliteit van de Blues Explosion songs (buiten “No Pussy Blues” blijven er weinig andere Grinderman songs hangen) en de keuze voor het experiment leveren in de negentigste minuut  de winning goal op voor het New Yorkse trio rond bakkebaard Spencer.

Organisatie: Depot, Leuven

Beoordeling

The Jon Spencer Blues Explosion

Jon Spencer Blues Explosion - Een potje kolkende rock’n’roll

Geschreven door

Na enkele uitstapjes met Heavy Trash en Spencer Dickinson is The Jon Spencer Blues Explosion weer helemaal terug, en daar kunnen wij alleen maar om juichen. De nieuwste plaat ‘Black Mold’ heeft het vuur in zich van Jon Spencer in zijn jonge dagen en ook op het podium heeft dit zijn effect.

Spencer is de verpersoonlijking van rock’n’roll, hij gromt en roept als een bezeten jakhals en ondertussen haalt zij gensters uit zijn gitaar met solo’s die op het eerste zicht verhakkeld klinken maar die bulken van de rock’n’roll. Met ouwe getrouwe Judah Bauer op gitaar en Russel Simins op het meest primitieve drumstelletje dat u ooit heeft gezien (zelfs een beginnend rock rally groepje zou hier zijn neus voor ophalen) is die gruizige, ophitsende en vuile sound van JSBE volledig intact gebleven. De songs volgen elkaar in ijltempo op, een track is nog niet helemaal beëindigd als de drie wildebrassen al een nieuwe gortige riff inzetten. Spencer hitst het zootje op met zijn kenmerkende ‘howl’, hij roept al zijn demonen op om er een gloeiend potje oververhitte rock’n’roll uit te spuwen. Tussen een felle greep (zowat alles eigenlijk) uit die knetterende nieuwe plaat hebben we ook nog agressieve monstertjes herkend als “2 kindsa love” en helemaal op het eind een openbarstend “Bellbottoms”, daartussenin ook een vlammende cover van The Beastie Boys “She’s on it”, zonder enige verdere commentaar Spencer’s eerbetoon aan wijlen Adam Yauch.

Zelden hebben wij een band gezien die zoveel rauwe en primitieve energie op een podium kan neerzetten. We hebben het trio dit al meerder keren zien doen, maar hier kunnen we nooit genoeg van krijgen, net zoals we keer op keer ook overdonderd worden door ons zoveelste Stooges optreden.
Jon Spencer Blues Explosion is heter dan ooit. U krijgt nog een kans om dat te gaan proeven in de AB op 11/12. Er zijn nog tickets, haast u !

Ook support act Joe Gideon & The Shark weet ons te bekoren. Het duo heeft nog maar net een nieuw album uit maar het zijn toch de krakers uit dat fameuze debuut ‘Harum Scarum’ die er uitspringen. En dan hebben we het vooral over een prachtig spitsvondige song als “Kathy Ray”.
Joe Gideon & The Shark blinken uit in originaliteit en dit met songs die zowel naar The Doors, The White Stripes als naar The Fall neigen. Knap.

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://www.musiczine.net/nl/fotos/joe-gideon-the-shark-2-12-2012/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/jon-spencer-blues-explosion-2-12-2012/

Organisatie: Aéronef, Lille

Beoordeling

The Jon Spencer Blues Explosion

Jon Spencer Blues Explosion - Beware for the return of the original bluestrashers

Geschreven door

 

Het is stilletjesaan weer lijstjestijd, dus zijn we alvast zo vrij om in de categorie ‘comeback van het jaar’ The Jon Spencer Blues Explosion met vette stip te nomineren. Ruim acht jaar sinds het ongemeen groovy ‘Damage’ heeft dit New Yorkse powertrio eindelijk nog eens een nieuwe plaat in elkaar gebokst. De jongste jaren sleet opperbrulboei Jon Spencer zijn dagen als de helft van het rockabilly tussendoortje Heavy Trash, maar voor al wie dat toch wat te propertjes vond kan met gerust gemoed ‘Meat + Bone’ in huis halen. Zelfs de titel van JSBE’s jongste worp is wat dat betreft veelzeggend. Spencer en zijn twee maats grossieren net als tijdens hun hoogdagen immers nog steeds in rauwe compromisloze trashblues die brutaal zijn weg zoekt tot diep in de onderbuik.

Hoeveel van hun platen je ook in huis hebt, JSBE is bovenal een berucht gezelschap dat je in levende lijve moet zien, voelen en ruiken. In de AB roken we aanvankelijk vooral het stresszweet van de PA man die de rommelige aanzet van het trio niet onmiddellijk onder controle kreeg. Een paar reverb frequency correcties later viel alles uiteindelijk toch in de juiste groove en was er voor de rest van de avond echter geen houden meer aan.
Spencer reeg de rock’n’roll clichés op de gekende manier aan elkaar met de vitaliteit van James Brown, de howl van Jerry Lee Lewis en de brutaliteit van Iggy Pop. Hoezeer de ranke Amerikaan ook de aandacht van de bloedrode spotlights opeiste, anno 2012 valt of staat JSBE’s muzikale formule nog steeds met het extra snarenwerk van Judah Bauer en de strakke backbeat van Russell Simins. Voor de niet-ingewijden, aan een bassist hebben deze Amerikanen al ruim 20 jaar lang geen enkele boodschap. Met z’n drieën bezetten de heren overigens amper één derde van het AB podium, maar dat belette hen niet om de 100 dB limiet met twee vingers in de neus aan hun dirty boots te lappen.
Ook voor de recensenten van dienst werd de doortocht van Spencer & co een ferme kluif. Oude en nieuwe songs werden met de nodige pek en veren overgoten en vervolgens aan een danig hels tempo geserveerd dat het herkennen van individuele nummers geen sinecure bleek. In de diverse trashy bluesmedleys vielen met “Dang” en “Sweat” alvast twee withete klassiekers uit JSBE’s grootste creatieve triomf ‘Orange’ (‘94) te ontwaren. Uit diezelfde plaat werd ook het funky “Bellbottoms” ingezet, maar veel verder dan een intro teaser kwam het trio niet.
Op die manier werden wel meer oude krakers in een verkapte of ingekorte versie naadloos aan nieuwe nummers geplakt. Uit de jongste ‘Meat + Bone’ onthouden we vooral de vuige stamper “Bag of Bones”, vettig ingekleurd door Judah Bauer op bluesharp, en de free download single “Black Mold” die maar wat graag de weg wou wijzen naar de volgende schijf van Iggy & The Stooges.

Nadat het eerste concertuur werd besloten met een verplicht rondje feedback vrije stijl kwamen Spencer & co tijdens de uitgebreide bisronde zo mogelijk nog straffer uit de hoek. Ergens hierboven knikte Adam Yauch aka MCA goedkeurend het hoofd toen een grondig verbouwde interpretatie van de Beastie Boys evergreen “She’s On It” als eerste uit de boxen knalde. Ook bij de funky garageblues van “2 Kindsa Love” was het amper mogelijk om hoofd en ledematen stil te houden. Judah Bauer mocht tijdens “Fuck Shit Up” éénmalig achter de microfoon plaatsnemen waardoor Spencer beide handen vrij had om zijn bluesduivels te ontbinden. Met een weerzinwekkende herkansing voor “Bellbottoms”, dit keer wel in een min of meer volledige versie, liet JSBE het publiek ietwat verweesd achter.
Het duurde dus wel even vooraleer die adrenaline niveaus terug hun normale peil hadden bereikt en het rugzweet langzaam begon op te drogen, maar de conclusie van de avond liet minder snel op zich wachten.
Natuurlijk hebben Jack White, The Black Keys & co bestaansreden te over, maar voor the raw deal moet je tot nader order nog steeds bij de originele bluestrashers van JSBE zijn.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/jon-spencer-blues-explosion-11-12-2012/  
http://www.musiczine.net/nl/fotos/sha-la-lee-s-11-12-2012/

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

The Jon Spencer Blues Explosion

Jon Spencer Blues Explosion - Recht van uit de onderbuik

Geschreven door

De compromisloze platen met de meest energieke garage-trash als ‘Extra Width’, ‘Orange’ en ‘Now I got worry’, waarop Jon Spencer de rock’n’roll uitbeende en terug opfokte, zullen altijd een vooraanstaand plaatsje bekleden in onze collectie, maar met ’Meat + Bone’ (12 gore lappen rock’n’roll aan een vleeshaak) waren we anno 2012 ook meer dan opgetogen. Wij zijn maar wat blij dat de heren elkaar na die sabbatperiode van 8 jaar hebben teruggevonden, hoewel Jon Spencer’s uitstapjes met Heavy Trash en Spencer Dickinson ook niet te versmaden waren.

Jon Spencer is en blijft onze favoriete garagist en het doet deugd om na al die jaren te mogen vaststellen dat hij trouw is gebleven aan zijn rauwe, primitieve en uiterst intense garage rock.
Er is even een tijd geweest dat de band wat meer media aandacht kreeg en voor grotere zalen en zelfs op festivalpodia speelde. Maar hoe groot die podia ook waren, de drie primitieve rockers bleven steeds koppig op een ruimte van pakweg 3 vierkante meter de rock’n’roll uit hun tenen spelen. Die attitude is op vandaag ongeschonden gebleven. Fuck lichtshow, fuck videoprojecties, fuck bombast, just play rock’n’roll.
De Kreun is de gedroomde locatie voor dit potje vunzige en energieke herrie. Enige vorm van aankondiging of opgezwollen intromuziek is uit den boze, de heren komen droogweg het sober verlichte podium opgewandeld, pluggen de gitaren in en geven er een lap op.
Vanaf de eerste noot is het vuurwerk. Dit trio heeft immers iets magisch, alle drie zijn ze met het rock’n’roll virus besmet en als ze samen op een podium staan dan spettert en vonkt het langs alle kanten. Er huist nog steeds een vurige showman en entertainer in Jon Spencer, een licht ontvlambare bastaardzoon van Lux Interior, Keith Richards, Iggy Pop en Elvis. Maar hij overdrijft niet meer zo als vroeger, het Vegas gehalte is wat teruggeschroefd en Spencer spitst zich toe op de energieke en vettige muziek.
De schijnbaar argeloos spelende Judah Bauer voegt vette funklagen toe aan de meer trashy gitaarpartijen van Jon Spencer, met zijn tweetjes vormen ze een unieke gitaartandem waar magisch vuur uitspat.
Het lijkt slordig, maar het is subliem, en vooral spontaan, zoals bij Thurston Moore en Lee Ranaldo, ook twee iconen die meer schitteren in chemische reactie dan in technisch gitaarvernuft.
En dan is er nog Russell Simmins, die weergaloze drummer die zijn drumstel misschien wel in den Aldi heeft gekocht, maar er verrukkelijke rock’n’roll uit roffelt. De heren voelen elkaar perfect aan, één knik van Spencer volstaat om de anderen in brand te steken, alsof alles vanzelf gaat.
En dat is ook zo, nog maar zelden hebben wij een trio bezig gezien die zo hecht en onbezonnen de rock’n’roll bedrijft. Rock’n’roll is gewoon seks bij Jon Spencer Blues Explosion.
Een playlist trachten te volgen is onbegonnen werk, een JSBE concert is eigenlijk één lange medley uit hun repertoire, een aaneenschakeling van rudimentaire songs en splijtende riffs.  Terwijl u zich zit af te vragen welke track ze aan ’t spelen zijn , hebben ze al lang weer de smerige riff van een andere ingezet …
…Dat is nu net Jon Spencer Blues Explosion, het gaat supersnel, het knalt, het knettert en het briest, en geen mens die de score kan bijhouden, inclusief de heren zelf. Als je hen achteraf om een setlist zou vragen, dan weten ze ’t wellicht zelf niet. Het doet er ook niet toe, dit is rock’n’roll die recht van uit de onderbuik komt.

Wij zijn absoluut geen leek meer wat betreft concerten van JSBE en hebben ook niet de tel bijgehouden, maar een mens kan hier nooit genoeg van krijgen. Ook al is het verrassingseffect weg, dit bruisende trio blijft ons gewoon verbluffen. Volgende keer weer van de partij ? ’t Zal wel zijn!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/jon-spencer-blues-explosion-08-05-2014/
Organisatie: Kreun , Kortrijk

Beoordeling

Trixie Whitley

Trixie Whitley - De volmaakte leegte

Geschreven door

Trixie Whitley behoort steevast tot de beste vrouwelijke artiesten die België momenteel te bieden heeft en ze liet ons de afgelopen jaren zien dat ze een echt meesterbrein is. Nadat ze enkele jaren muziek maakte en tourde als lid van Black Dub, zag haar solo debuutalbum ‘Fourth Corner’ in 2013 het levenslicht. Het leverde haar internationale erkenning op en maakte haar al snel tot één van de favorieten van de Belgische muziekscene. In 2015 volgde haar tweede album ‘Porta Bohemica’, waarmee ze haar status van rasmuzikante bevestigde. Met een beetje vertraging kwam eind maart dan de derde langspeler ‘Lacuna’ uit, die toonde dat haar nieuwe sound minstens even sterk is als haar vorige twee albums. Verwonderd waren we niet toen we aan de inkom het uitverkocht-bordje zagen hangen.

Muzikaal herbronnen en op zoek gaan naar de kern van de muziek; het is wat Annelies Van Dinter het laatste jaar heeft gedaan met haar project Echo Beatty. Aanvankelijk maakte ook Jochem Baelus deel uit van Echo Beatty, maar tegenwoordig is het een soloproject geworden. En solo werd het ook op het grote podium van de AB, want ze stond er daadwerkelijk alleen voor. De rustige en toch soms wat ruige muziek van Echo Beatty vond voor een redelijk gevulde zaal gehoor en zo luisterde zowat iedereen muisstil naar wat Van Dinter muzikaal te vertellen had. Uitschieters waren afsluiter “Hunger Hunger” en de nieuwe single “High On A Memory”.

Na acht uitverkochte avonden dEUS, was het gisteren aan de Amerikaans-Belgische Trixie Whitley om haar eerste van twee uitverkochte shows in de legendarische Brusselse muziektempel te geven. Netjes op tijd betrad Whitley de scene en het was vooral haar intrigerende bodysuit die vanaf het begin voor open monden zorgde, maar ook muzikaal was het begin meer dan in orde. Opener “Intro” klonk mysterieus, onbereikbaar en beklijvend en vormde een naadloze overgang naar “Heartbeat”. Live klonk het zelfs nog net iets overtuigender dan de al steengoede studioversie.

Terwijl de meeste acts tegenwoordig hun shows doorspekken met hun grootste hits en nu en dan een nieuw nummer, brengt Whitley haar nieuwe plaat zowaar integraal. Een rariteit in het muzieklandschap, maar eentje die zeer goed uitpakte, aangezien ‘Lacuna’ geen zwakke nummers kent. Zo heb je bijvoorbeeld het nu al tijdloze “Time”, dat je tijd en ruimte liet vergeten en het beste uit Trixie’s stem haalde. Het stembereik van de zangeres grijpt nog altijd naar de keel en klonk gisterenavond indrukwekkender dan ooit te voren. De witte wijn tussen de nummers door leek haar stembanden dus goed te smeren.
“Closer”, het enige nummer van haar vorige album ‘Porta Bohemica’ in de setlist, was de uitgelezen kans om het hoge tempo wat te verlagen door zichzelf enkel te laten begeleiden door de piano. In de zeer minimalistische, intieme versie genoot ze werkelijk van het moment en zocht ze het contact met het publiek. Het daaropvolgende “Fishing For Stars”, dat overigens het eerste nummer is dat ze na de geboorte van haar dochter schreef, bleef in diezelfde sfeer hangen. Met haar gitaar onder haar arm zat ze op het randje van het podium voor misschien wel het meest magische moment van de avond.
Na een ietwat rustiger middenstuk, kwam de 31-jarige furieus terug. “The Hotter I Burn” zorgde voor gloed en kreeg ons nog eens helemaal warm. Setafsluiter “Dandy” werd de laatste mokerslag, waarvoor ze zelfs achter haar drums plaatsnam. Het werd een pakkend slot dat de overgang vormde naar de bis-ronde, dat met het sublieme “Breathe You In My Dreams” geopend werd. In de pianoversie kwam het nummer nog harder binnen en ook de meesterlijke uithalen waren niet van de poes. Terwijl haar dochtertje vanuit de coulissen toekeek, sloot ze de set dan uiteindelijk af met de gitaar in handen en het even intieme “Oh The Joy”.

Trixie Whitley’s leven is de laatste jaren enorm veranderd en ook muzikaal klinkt ze wat anders. Samen met een multi-instrumentalist trekt ze nu rond met haar klein gezinnetje en laat ze de wereld kennis maken met het ijzersterke wereldje van ‘Lacuna’. Van furieuze uithalen tot intieme momenten; we kregen het allemaal en in elke discipline blonk de zangeres uit. De soms iets te lange pauzes tussen de nummers door namen misschien lichtjes het tempo uit de show, maar de vrolijkheid waarmee Trixie dan naar het publiek keek en ermee babbelde, was op zijn minst charmant. Trixie Whitley is en blijft een van de beste alternatieve artiesten van België, dat werd gisteren des te duidelijker.

Setlist: Intro - Heartbeat - Long Time Coming - May Cannan - Time - Touch - Closer - Fishing For Stars - Dare To Imagine - Bleak - The Hotter I Burn - Dandy  - Breathe You In My Dream - Oh The Joy

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Organisatie: Live Nation ism Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Los Explosivos

Los Explosivos - Mexicaanse fuifnummers

Geschreven door


Opener van dienst was The Permanentz, een nieuwe groep uit Brussel waar ik weinig over weet. Drie jongens brachten rechttoe rechtaan punk, strak gespeeld en met een zanger die zijn teksten snerend het café in vuurde. Als hij al eens echt zong deed hij dat lekker vals. Eindigen deden ze met een cover - altijd leuk -, “Dancing with myself” van Billy Idol, wat wel wat haaks stond op hetgeen we eerder gehoord hadden.

Los Explosivos komen uit Mexico Stad en toch vonden hun eerste twee platen, na eerst te zijn uitgebracht op plaatselijke labels, hun weg naar ‘Get Hip’ van Cynics voorman Greg Kostelich. Later voegde ook het Londense ‘Dirty Water Records’ een LP van hen toe aan hun catalogus. Totaal onopgemerkt zijn ze dus niet gebleven en in de Pit’s , zijn ze zelfs wereldberoemd.
Het was de derde keer dat ik ze hier zag en veel was er niet veranderd, wel afgeslankt tot een trio. Los Explosivos blijft de ultieme partyband voor wie houdt van rammelende sixties garagepunk. Met een ongezien enthousiasme vlogen ze erin: de voortdurend op en neer wippende “Sabu Avilés” en “Tiba Explosivo” (beide om beurt op gitaar of bas) en de zingende drummer Kasko maar de eerste nummers zorgden niet meteen voor vuurwerk.
Hun Spaanstalige cover van “Louie Louie” klonk ongeïnspireerd en toen ze ons ook nog eens “”Ay, yai, yai, yai canta y no llores” lieten meezingen vreesde ik al een rampscenario. Gelukkig bleek dit slechts een valse start en ik kreeg ik alsnog waarvoor ik gekomen was. Zoals het onstuimige “No eres papa mi” een Spaanse versie van “I can only give you everything”, dat enkele jaren geleden ook al fantastisch gecoverd werd door King Mud en geschreven werd door Van Morrison. Voor de jongeren onder jullie: jawel, Van Morrison had ooit een rock-‘n-roll hart (check Them) maar aan wie hij het verkocht heeft is mij evenwel niet bekend.
De hel was nu definitief losgebroken en de drie maakten hun groepsnaam volledig waar. Songs als splinterbommetjes die elkaar in snel tempo opvolgden, af en toe onderbroken om een pintje te vragen of om ons te beloven dat ze tot hun dood naar de Pit’s zullen blijven komen. Zo lijkt de toekomst van mijn favoriete punkhol dus verzekerd. Plots dook er nog een vierde Explosivo op, Giovanni, die achter het drumstel plaatsnam. Zo mocht ook Kasko zich even op gitaar, duidelijk het favoriete instrument van alle groepsleden, uitleven. Het zorgde voor een spetterende finale. Met eerst hun raison d’être, het nog steeds vlammende “Action woman”(oorspronkelijk van ‘The Litter’), en daarna het op ‘Peter Gunn Theme’ gebaseerde “Barracuda”.
Toen ik daarna buiten even naar adem stond te happen kwam iemand me doodleuk zeggen dat het technisch niet zoveel voorstelde. Meneer was duidelijk vergeten waarvoor de punk destijds werd uitgevonden. Los Explosivos, graag tot een volgende keer!

Organisatie: Pit’s, Kortrijk

Beoordeling

Pagina 108 van 386