logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Hooverphonic
Concertreviews

Anna Calvi

Anna Calvi creëert een bijzonder sfeertje!

Geschreven door

Opnieuw grijpt de Britse gitaarvirtuoze Anna Calvi ons bij het nekvel met een adembenemende , bezwerende trip. Niet in een hokje te duwen , scherp , dreigend , onheilspellend, donker, spannend , grimmig en hijgend halen we de eindstreep!

Ze is toe aan haar derde plaat ‘Hunter’, een doorbijtertje ! In een huiverachtig decor en sfeerschepping , een weekje voor Halloween , voelen we een unieke , mystieke , mysterieuze spanning, een soundtrackgevoel van een western noir van Q Tarentino , E Morricone of de paden van A Badalamenti en D Lynch. Stoere songs in een hobbelig parcours, die de instrumentatie ruimte biedt en de klemtoon legt op haar stem- en gitaarvariaties. Met z’n drie zijn ze sterk op elkaar ingespeeld , de toetseniste en de drummer volgen de bewegingen van hun gitaargodin, die als een duivelse zeemeermin haar prooi tegen de klippen aan jaagt. Een ‘femme fatale’ kan je wel zeggen, door het snijdend, splijtend, brandend gitaarspel en die galmende bluesy riffs en slides, apocalyptisch, gevoelig en huiverend.
Een rode gloed schittert over het podium als opener “Rider to the sea” wordt ingezet met het galmend gitaargetokkel . Solo en instrumentaal gaat ze aan de slag in een even rood pakje, de lippen gerood, met zwart lonkende gekrulde haren en in zwarte broek. Alsof het podium plots een rots wordt, waar ze bovenuit steekt en ze ons overspoelt met haar klanken. De nummers palmen ons in en laten een sterke indruk na door de verwevenheid melodieuze intensiteit en chaos. “Indies of paradise” barst open door verbeten gitaarerupties, die gedoseerd sfeer creëren door de keys en het drumspel. En verder krijgt het nummer vorm door haar indringende, demonische blik.
Er is ruimte voor meeslepend, sfeervoller werk op de titelsong van de nieuwe plaat . Cinematografisch, filmisch waar zachtheid en subtiliteit de rusteloosheid verdringen op een “Swimming pool” en het sobere “Away” , die ze goed als opnieuw solo verzorgt . De andere songs zijn nighttime killers , die aan Wovenhand , Cohen , Cave , Soap & Skin ‘(Anja Plaschg), Nico , Patti Smith , Siouxie Sioux of Polly Harvey kunnen gelinkt worden .
In haar gitaarspel, de effects , haar vocals en het samenspel worden ‘Emotie’ en ‘Dramatiek’ uitgedrukt. “As a man” brengt ons in die stemming , op het bevreemdende “I’ll be the man” gaat ze lekker Wagneriaans tekeer , het recente “Alpha” , met z’n tempowissels, raast over ons heen en apocalyptisch gaan we ten onder op “Wish” . Het oudje “Desire” , haar doorbraak btw , is fijn, grillig en doortastend . “Don’t beat the girl out of my boy” onderstreept het kluwen van de genderneutraliteit en het vinden van seksuele vrijheid.
Wat een boeiende afwisseling in het genre. Ze werd telkens sterk onthaald en dat deed haar deugd; de onwennigheid van vroeger is verdwenen , ze is een hongerige wolf(in) die het publiek als prooi heeft . Niet in schaapskleren dus.
De stroomstoten die ze toediende, bieden dynamiek, levendigheid , scherpte en emotionaliteit! In de bis blijft het even pittig, broeierig, huiverend , energiek met terug eentje van haar debuut, “Suzanne & I” . In die onheilspellende sounds gaan we tot slot volledig ten onder op Suicide’s “Ghost rider” , sterk uitgediept door repetitief dreunende, opbouwende, pulserende beats en galmende gitaarklanken . Een katharsis op z’n Alan Vega’s … Even doorspoelen dus!

Anna Calvi - Spektakeltheater waar stem en muziek prachtig samenvloeien . Ze verdient meer airplay , dit muzikaal talent, die een bijzonder sfeertje creëert en bij het nekvel grijpt! Wat een présence.

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Gang Of Four

Gang Of Four - Oorverdovende maar snedige groove machine

Geschreven door

Whispering Sons heeft een full album uit en stond in het voorprogramma van Gang of Four. Helaas enkele dagen voor het optreden moesten ze wegens familiale omstandigheden het concert afzeggen. Het vrij onbekende West-Vlaamse trio Vaal kwam hen vervangen.
Was het daardoor dat Vaal praktisch geen volk in de zaal had staan toen ze eraan begonnen? In elk geval trokken ze er zich niets van aan. Ze brachten een eigenzinnig mix van elektro met een wave gitaar en gedeclameerde teksten (denk aan een mannelijke versie van Anne Clark). De lange intro’s waren haast soundscapes. Apart was het en wanneer de song goed was dan was het echt geslaagd. Helaas zaten er wat mindere stukken tussen maar de goede tracks doen het beste vermoeden voor de toekomst.

Gang of Four is een Britse band (Leeds) die al bestaat sinds 1977. Ze waren met hun muziek een scharnierpunt tussen de punk en wave. De band kende geen groot commercieel succes maar ze beïnvloedden wel veel andere bands. Deze avond waren ze afgezakt naar Kortrijk voor hun tournee doorheen Europa. Ze kenden verschillende line-ups en een hiatus. Momenteel is enkel gitarist Andy Gill nog als origineel lid aanwezig in de band. De rest zijn drie jonge snaken die nog niet geboren was toen ze hun beste platen maakten. Ze brachten ook dit jaar een nieuwe EP uit .

Andy Gill kwam op en misbruikte zijn gitaar gedurende enkele minuten zodat deze schreeuwde en jankte. Daarna vlogen ze erin. Het geluid stond loeihard. De gitaar kraste en snerpte in de oren. De drum en de bas droegen het optreden. Vooral de bass vond ik indrukwekkend. Telkens werd er zo een snedige en heerlijke groove gelegd. Daarop kwam de zang van John Sterry en de mishandelde gitaarklanken van Gill. Het concept werkte voor een half uur perfect maar gebrek aan melodie en een stereotiepe opbouw van de nummers zorgden ervoor dat het ook wat inzakte. “I Love A Man in a Uniform” kon dit amper veranderen. Het was trouwens geen al te schitterende versie. Ze brachten ander oud materiaal veel beter dan dit.

De setlist zat goed in elkaar met natuurlijk nogal wat nummers uit hun debuut ‘Entertainment’. De nummers die niet mochten ontbreken werden gespeeld tot het recentere “Isle of Dogs”. Het optreden was niet slecht maar heel degelijk en ze brachten een weirde vibe mee. Met de juiste attitude zeg maar.

Neem gerust een kijkje naar de pics
Gang of Four
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/view-album/103

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Beoordeling

Jon Hopkins

Jon Hopkins twijfelt tussen het hoofd en de benen.

Geschreven door

Jon Hopkins, de Britse elektronica-producer kwam zijn nieuwe plaat ‘Singularity’ voorstellen in de AB. De man maakte elektronica die zowel op het hoofd en de benen mikt en dus een intellectueel en ouder publiek aantrekt dat talrijk opgekomen was in de AB, want die was uitverkocht.

Het optreden moest het vooral van de visuele elementen hebben, want Hopkins zelf deed niet veel meer dan van achter zijn decks aan wat knopjes draaien. Die visuals bestonden uit zijn videoclips, en hij had ook danseressen meegebracht die met een soort van ‘Star Wars’ lichtsabels als majorettes hun stokjes draaiden, zodat er visuele patronen ontstonden die de beats ondersteunden.
Hopkins’ techno botst, scheurt en wringt langs alle kanten, en hoewel hij opbouwend werkt, is het toch lastig dansen op de man zijn elektronica. “Emerald rush” liet dat nog het meeste toe, met zijn manga-video die voor de herkenbaarheid zorgde, en een geluid ergens tussen de breakbeats van Moderat en Modeselektor.
“Neon pattern drum” en “Everything connected” klonken kaal en hard, met gescheurde breakbeats zoals Aphex Twin ze pionierde. We konden ons meer vinden in “Open Eye Signal”, onderkoelde, Teutoonse glitch-techno die maar bleef opbouwen en altijd op de rand van ontploffen stond, begeleid door een coole skate-board video. Ook “Collider” deed wat we voor de rest te weinig in de set van Hopkins terugvonden, ons op een trip meenemen. “Luminous beings” daarop, was het soort oscillerende science-fiction sterrenstelsel-exploratie die vanavond veel minder aan bod kwam, omdat Hopkins toch vooral voor de hardere klank ging.
Het was pas in de bis dat Hopkins de handen op elkaar kreeg, met onder meer zijn remix van “Magnets” van Disclosure, dus echt geslaagd konden we dit optreden niet noemen, het was eerder een opvolging van aparte nummers dan een geïntegreerde dj-set, we misten een goede flow die je naar adem deed happen of op een trip stuurde.

We moeten besluiten dat de Duitse minimalisten nog altijd strakker draaien dan deze Brit, en ook een Kieran Hebden van Fourtet zagen we op Best Kept Secret een strakkere en vooral leukere set spelen. Misschien is het dat die andere elektronica-artiesten veel meer dj-ervaring hebben en dus beter weten hoe ze een zaal moeten bespelen.
Hopkins viel vanavond tussen twee stoelen, een dansfeestje was het niet, en een langgerekte trip ook al niet.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Lord Huron

Lord Huron - Met de koets op roadtrip

Geschreven door

De Amerikaanse indiegroep Lord Huron stond in de AB. Ambitie was het om de grote zaal te vullen, maar de groep kreeg die niet uitverkocht en moest het dus met de 'Ballroom'-versie doen. Lord Huron stelde in de AB zijn derde album 'Vide Noir' voor en toonde dat ze meer dan "The Night We Met" zijn. Dat nummer vormde de soundtrack van de Netflix hitserie '13 Reasons Why' en zorgde voor hun definiteve doorbraak. In de AB pendelde de groep tussen dromerige indie en furieuze americana & folk, wat door een mooi evenwicht voor afwisseling zorgde.

Lord Huron begon strak aan zijn tweede Belgische zaalshow dit jaar. Het nieuwe “Ancient Names pt 1” beet de spits af en manifesteerde meteen het prachtige samenspel tussen de zes leden van Lord Huron. Het publiek bleef echter verbazingwekkend schuchter en hield het in de beginfase van het concert op een subtiel gewiebel. Uitbundiger ging het er dus op het podium aan toe waarbij het ene nummer na het ander strak door de boxen werd gejaagd. “Dead Man’s Hand” bleek dan ook de defintieve ijsbreker te zijn door een ontzettend strafgespeelde uitspatting die als een openbaring voor je ziel overkwam.
Nadat het er tamelijk strak en dynamisch aan toe ging, kwamen er ook enkele rustigere nummers in de set naar voren. Zo heb je bijvoorbeeld het lichtjes exotisch klinkende “Ends Of Earth” dat ondanks zijn dynamiek een rustpunt in de set was. “Ghost On The Shore” klonk dan weer iets weemoediger terwijl “She Lit A Fire” de herfstsfeer ommarmde. Tijdens “Wait By The River” dobberden we dan weer tussen melancholie en vreugde. Stuk voor stuk fantastische momenten tijdens de set.
Ook de snellere, meer rock-georiënteerde nummers werden subliem gebracht en demonstreerden de kunsten van elk bandlid. “Never Ever”, dat ook op de plaat één van de sterkste nummers is, werd vol overgave gebracht en ook het moody “When The Night Is Over” illustreerde één van de vele veelzijdigheden van de band.
In de bis kregen we dan met “The Night We Met” het emo-moment van de avond, vooraleer “Time To Run” met een mooi gespeelde outro iedereen met hartkloppingen het kille herfstweer in stuurde.

Lord Huron is duidelijk meer dan ‘dat ene nummer van die hitserie’, maar is vooral ook een band die weet dat je door al je facetten te openbaren altijd weet te boeien. Hier en daar kwam een nummer iets te langdradig over, maar voor de rest bleef er een spanning in de set hangen en bleef iedereen er zo met zijn aandacht bij.
De beheersing, maar toch aanwezige overgave in het spel tonen bovendien dat Lord Huron weet hoe ze een show moeten neerzetten.
Een perfect concert voor tijdens grijze herfstdagen.

Setlist: Ancient Names Pt. 1 - Meet Me In The Woods - The World Ender - Dead Man’s Hand
Back From The Edge - Ends Of The Earth - The Ghost On The Shore - She Lit A Fire
Wait By The River – Hurricane - Never Ever - Secret Of Life - Way Out There - When The Night Is Over – Fleur - Fool For Love - Ancient Names Pt 2
The Night We Met - Time To Run

Organisatie : Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Alejandro Escovedo

Alejandro Escovedo - En nu uitkijken naar het boek...

Geschreven door

Don Antonio is het alter ego van Antonio Gramienteri die ik in 2012 al eens aan het werk zag met Sacri Cuori in Den Trap. Toen begeleidde de Italiaan Dan Stuart, dit keer was hij met zijn andere groep, simpelweg Don Antonio geheten, mee met Alejandro Escovedo. Het lijkt een beetje zijn specialiteit om overzeese artiesten doorheen Europa te accompagneren. Eerder waren Richard Buckner, Hugo Race, Terry Lee Hale en JD Foster ook al zijn reisgezellen. Maar eerst mocht hij zijn eigen plaat, ‘Don Antonio’, voorstellen.
Samen met een saxofonist/toetsenist, een bassist en een drummer bracht hij verfijnde, meestal instrumentale rootsmuziek met nogal wat latin en jazz invloeden. Balancerend tussen stijlvol en muzak, wild werd ik er niet van. Toch was Antonio best een aangename peer die sappig kon vertellen en met “Sunset, Adriatico”, een americana getint nummer, dan toch bewees best iets te kunnen. Maar de rock-‘n-roll spaarde hij voor de set met Escovedo, zei hij en gelukkig hield hij woord.

Alejandro Escovedo leerde ik pas echt kennen zo’n twee jaar geleden toen ik zijn uitstekende plaat, ‘Burn something beautiful’ kocht. Bij nader inzien bleek ik reeds in 1982 al eens een LP van hem gekocht te hebben. ‘Sundown’, gemaakt met zijn toenmalige band Rank And File, bevatte country georiënteerde gitaarrock, een beetje in de stijl van Green On Red, dat in datzelfde jaar debuteerde. Nog vroeger maakte hij Los Angeles onveilig met de punkband The Nuns maar nu is hij ondertussen reeds toe aan zijn dertiende plaat onder eigen naam.
De nu 67-jarige Alejandro Escovedo is dus al een tijdje bezig en alom gerespecteerd. Er verscheen zelfs een tributeplaat ter ere van hem. Des te opmerkelijker dus dat hij in een cafeetje als De Zwerver met zoveel gretigheid zijn ding kwam doen.
Hij opende de set met enkele songs uit het nieuwe, ‘The crossing’, een conceptalbum over twee immigranten. Verrassend stevige rootsrock waarin Don Antonio zich inderdaad ontpopte tot een totaal ander gitarist. Na die heftige start volgden dan wat meer ingetogen nummers die stuk voor stuk bleven boeien. Slechts eenmaal liet het fout. Het aan Bill Withers herinnerende “Always a friend”, dat hij ooit nog samen met Bruce Springsteen opnam en hier gekruid werd met flarden “The tracks of my tears” (Smokey Robinson) en “Lively up yourself” (Bob Marley), werd veel te lang uitgemolken. Maar dit slippertje zette hij meteen recht tijdens de bissen met een wat overbodige maar toch leuke cover van Neil Young’s “Like a hurricane” en een ronduit magistrale versie van The Velvet Underground’s “ Rock & Roll”.
Tussen de songs bleek hij tevens een begeesterend causeur die honderduit over zijn leven vertelde. Hoe hij als kind met het gezin, een nest van twaalf, zonder uitleg plots van San Antonio, Texas naar Los Angeles verhuisde. Of over zijn vele muzikale familieleden zoals zijn jongere broer Javier die in de punkband, The Zeros, speelt of zijn nichtje Sheila E. (bekend van Prince en zichzelf).
De man zou naar verluidt van plan zijn een boek te schrijven. Dat wordt echt iets om naar uit te zien, te meer omdat hij zowat iedereen kent. Op zijn laatste plaat alleen al kreeg hij hulp van Wayne Kramer (MC5), James Williamson (Stooges), Peter Perrett en John Perry (The Only Ones) en Joe Ely. Daar hangen ongetwijfeld smeuïge verhalen aan vast.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Beoordeling

The Melvins

The Melvins + Jon Spencer + ShitKid - Jon Spencer! haalt het van Melvins

Geschreven door

Op basis van haar debuut, 'Fish' uit 2017, waren mijn verwachtingen voor ShitKid, een one woman band uit Stockholm, niet al te hooggespannen. Maar het is toch niet iedereen gegeven te mogen touren met de Melvins dus moest dit wel iets meer voorstellen dan het broze slaapkamerproject dat ik in gedachten had.
ShitKid bleek intussen uitgegroeid tot een duo en klonk op de planken gelukkig een stuk potiger. Daar zal de inbreng van de sensuele bassiste, die de spektakelwaarde een stuk de hoogte in dreef, niet vreemd aan geweest zijn. Asa Söderqvist laveerde behendig tussen meezingbare punk, slaapliedjes en lofi pop met weerhaakjes terwijl de Melvins de ganse set vanop de zijlijn goedkeurend mee knikten.
Een simpele gitaar, elektronische drumbeats, een geil swingende bas en een wendbare stem die soms iets had van een embryonale Courtney Barnett waren de bouwstenen. Beiden hadden ook een tweede micro die op halve hoogte geïnstalleerd was waar ze dan af en toe gehurkt of geknield door zongen. En dan was er nog eentje bijna tegen de grond opgesteld waar de bassiste tijdens de slotsong niet zonder enige moeite onder ging liggen. Rock-‘n-roll?

De eeuwig tourende Jon Spencer vindt altijd wel een reden om de baan op te gaan: is het niet met de Blues Explosion dan maar met Heavy Trash of Boss Hog. Totaal onverwacht werd hij nu plots solo aangekondigd en bleek hij een nieuwe plaat, ‘Spencer sings the hits!’, onder eigen naam te hebben opgenomen. Op die plaat kreeg hij assistentie van drummer M. Sord en bassist, toetsenist Sam Coomes (Quasi) die beiden ook in Kortrijk het podium deelden. The Hitmakers, zo heette Spencer zijn nieuwe groep, bestond verder nog uit een derde man en dat was absoluut geen van de minsten: Bob Bert, de legendarische drummer die naam maakte bij Sonic Youth, Chrome Cranks en in iets mindere mate Bewitched, Action Swingers, Knoxville Girls, Chicken Snake, Lydia Lunch’s Retrovirus en Pussy Galore, het allereerste vehikel van Jon Spencer.
Het mag een klein wonder heten dat hij de 63-jarige Bert bereid vond mee te gaan touren en dan nog met die vuilnisbakkendrums. Dat laatste mag je letterlijk nemen want het enige conventionele onderdeel van zijn stel was de basdrum. De rest bestond uit onder meer een authentieke metalen vuilnisbak, een benzinetank en een enorme ijzeren veer waarop hij dan met hamers of metalen buizen tekeer ging. Dit alleen al -of het nu veel bijbracht of niet- maakte mijn avond al goed.
Maar er was meer. Jon Spencer zelf bleek in goede doen, zeer goede doen zelfs. Verlost van het keurslijf, dat de Jon Spencer Blues Explosion heet, greep hij terug naar de dagen van Pussy Galore en kregen we verfrissende sixties punkstijl garagerock te horen. Veel feedback en een fuzzy gitaar, dat nog steeds, maar geen eindeloze collages of oeverloos gekrijs als ‘The Blues Explosion is number one’ meer. In plaats daarvan degelijke songs waarvan het merendeel geplukt was uit het nieuwe album aangevuld met enkele nummers van Pussy Galore, de Blues Explosion (waaronder een heerlijk “Dang”), Heavy Trash (“The loveless”) en zelfs een flard “Roadrunner” (Jonathan Richman).
Veel wezenlijk verschil met de sound van de Blues Explosion, buiten de bass synthesiser en toetsen van Sam Coomes, was er niet. Die Coomes mocht zelfs een nummer voor eigen rekening brengen waarbij zijn orgelpartij me zowaar aan Iron Butterfly deed denken en het was nog knap gedaan ook. Jon Spencer is bijlange nog niet afgeschreven, iets wat bij de Melvins wat minder duidelijk was.

De Melvins, opgericht in 1983 in Montesano, Washington, mag je stilaan als een monument beschouwen in de alternatieve rockwereld. Hoewel Buzz Osborne, ook gekend als King Buzzo, het ene resterende originele lid is blijft de groep immens populair.
Melvins, dat staat voor beuken, beuken en nog eens beuken tot het bloed je oren uitsijpelt. En omdat voor elkaar te krijgen werd voor alle zekerheid nog een extra bassist (Butthole Surfer Jeff Pinkus) gerekruteerd. Vroeger probeerde de warrigste krullenbol uit de rock het al eens met twee drummers, dit keer met twee bassen dus. Ik herinner me een vorig optreden van hen waarbij ik helemaal in extase raakte maar ik kan je meteen vertellen dat het dit keer bijlange niet zo ver kwam. Daarvoor zat er teveel sleet op de formule.
Het schouwspel mocht er nog steeds zijn: een neurotisch rondstruinende King Buzzo, in een stemmige jurk, de immer rondspringende bassist Steven Shane McDonald (Red Kross, Off!), in een blits kostuum, en de spectaculaire drummer, Dale Crover, die ooit een blauwe maandag bij Nirvana speelde. Enkel Jeff Pinkus bleef er wat onopvallend bij.
Aanvankelijk ging hun laaggestemde sludge metal er nog vlotjes in maar na een tijdje trad er een vorm van metaalmoeheid op. Of het nu eigen nummers of covers (“Saviour machine”van David Bowie, “Sway” van de Stones) waren, alles werd steeds door dezelfde mangel gehaald.
Nummers als “The kicking machine” die er wat uit sprongen kwamen veel te weinig voor in het stuk. Ik vond ze eigenlijk nog het best te genieten tijdens de lange intro’s en de instrumentale passages.
Tijdens de afsluiter, “Rebel Girl” (van Bikini Kill) mochten de twee meiden van ShitKid mee opdraven en werd het plots toch nog spannend. En dat NIET omdat Asa Söderqvist het nodig achtte haar borsten te tonen. Daarna bleef drummer Dale Crover alleen over om al “So long, farewell” zingend uiteindelijk ook in de coulissen te verdwijnen en daar was ik dit keer niet echt rouwig om.

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Beoordeling

The Vaccines

The Vaccines - Meebrullen op verschillende snelheden

Geschreven door

“Oh Brussels, we meet again”. Het was de twaalfde keer dat The Vaccines op Belgische bodem speelde, en dat de groep er zin in had, was al van voor de show duidelijk. Op hun Instagram was te lezen dat de AB één van hun favoriete zalen is, en we zagen op hun gezichten dat ze genoten van een wild publiek. Na een passage op Werchter deze zomer stelden Justin Young en co in een uitverkochte zaal hun laatste langspeler ‘Combat Sports’ voor. Na het vertrek van drummer Pete Robertson in 2016 werden touring-leden Timothy Lanham en Yoann Intoni gepromoveerd tot officiële bandleden en wij zagen in Brussel een goed op elkaar ingespeelde band die zo het publiek perfect weet te bespelen.

Openen deed het vijftal met “Nightclub”, één van de singles op hun nieuwste plaat. De drie volgende nummers, respectievelijk “Wreckin’ Bar”, ‘”Teenage Icon” en “Dream Lover” kwamen elk van een verschillend album. De eerste drie werden heel snel gespeeld, op de vierde ging het tempo merkbaar omlaag zonder daarbij aan stevigheid te verliezen. De gitaarnoten werden lang uitgesponnen en zanger Justin Young bespeelde het publiek heel doeltreffend. “Wetsuit” werd ingezet na een kleine pauze en het publiek werd helemaal gek.
Als een band een nieuw album voorstelt, is dat meestal duidelijk te merken. The Vaccines speelden echter meer nummers van op hun debuutalbum dan van op hun nieuwste, wat toch opmerkelijk is. Als er dan toch nummers uit ‘Combat Sports’ werden gespeeld, was er van verveling geen sprake. ‘English Graffiti’, hun minst goed onthaalde album werd echter bijna volledig genegeerd.
Normaal gezien is er in de AB op het geluid niks aan te merken, maar bij The Vaccines ging het soms wel eens mis. Op “Your Love Is My Favourite Band” viel het geluid net niet uit en op “Handsome” hoorden wij te weinig gitaar, waardoor het nummer de stevigheid van op de plaat miste. Op andere momenten was het geluid dan weer wel vol, op “If You Wanna” speelde de band héél erg snel en kwam dit ook heel goed over.
Na een heel goede performance van “Family Friend”, waar Young in uitblonk, verliet de band het podium. Deze keer was het echter puur functioneel, want de frontman kwam terug in gloednieuwe merchandise. Daarna volgde, uiteraard, met een erg vette knipoog “Put It On A T-Shirt”.
Afsluiten deed de band met het nieuwe “Let’s Jump Off The Top”, een nummer zonder weinig woorden dat het live goed doet, en “All In White”, waar de kelen nog een laatste keer werden opengezet. Na een luid applaus verdween het gezelschap in de coulissen en liet het publiek meer dan voldaan achter.

Op ‘Combat Sports’ greep de band terug naar de succesformule van de eerste albums en dit vertaalde zich ook naar het optreden. Elk nummer was meezingbaar en sloeg aan bij het publiek. Wij twijfelen er niet aan dat fans die het nieuwste album nog niet hoorden, daar zeker eens naar zullen luisteren. The Vaccines is een band die nooit zal vervelen, en ook in de AB was de band op missie om er een gigantisch zangfeest van te maken. Ze speelden dan niet altijd even snel, soms werden nummers traag gespeeld, maar bleef de band meer dan overeind. Hoe ze ook speelden, het materiaal dat de band ter beschikking heeft, leende zich perfect om het Brusselse publiek om te toveren tot een gigantisch zangkoor. De AB stond stampvol, en wij zijn benieuwd in welke zaal we het vijftal de volgende keer te zien zullen krijgen. Dat er ook dan weer sfeer zal zijn, staat echter al vast

Setlist: Nightclub - Wreckin’ Bar (Ra Ra Ra) - Teenage Icon - Dream Lover – Wetsuit - Out on the Street - Your Love Is My Favourite Band - Post Break-Up Sex – Norgaard - All My Friends - Take It Easy – Handsome - No Hope - I Always Knew - If You Wanna - I Can’t Quit - Family Friend - Put It On A T-Shirt - Let’s Jump Off The Top - All in White

Neem gerust een kijkje naar de pics
The Vaccines - http://www.musiczine.net/nl/foto-s/view-album/142
Whenyoung - http://www.musiczine.net/nl/foto-s/view-album/143

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Bloc Party

Bloc Party - Een geslaagde throwback naar 2005

Geschreven door

Bloc Party zette gisteren nog eens een stapje op Belgische bodem in Vorst Nationaal. Ze speelden er hun debuutplaat 'Silent Alarm' in haar volledigheid, en gelukkig maar ook. Waarom? De groep bestond in 2005 nog uit frontman Kele Okereke, gitarist Russell Lissack, bassist Gordon Moakes en drummer Matt Tong. Het viertal bracht met 'Silent Alarm' volgens velen één van de beste indie albums van de 21ste eeuw. Hits als “Banquet”, “Helicopter” en “This Modern Love” behoorden tot de soundtrack van zowat elke Britse tiener. Opvolger ‘A Weekend in the City’ was eens iets anders, maar de nieuwe sound werd nog op veel gejuich onthaald bij fans en critici. De albums die later kwamen, bereikten echter nooit het niveau van het eerste album. Daarnaast verlieten Gordon en Matt de groep, en hun afwezigheid was duidelijk voelbaar op ‘Hymns’, dat in 2016 uitkwam met vervangers Justin Harris op de bas en Louise Bartle op de drum. De elektronische sound werd niet door iedereen gesmaakt en steeds meer werd er met weemoed teruggedacht aan de gloriedagen van hun debuutalbum.

Tijdens deze tour staat ‘Silent Alarm’ echter centraal en kunnen fans rekenen op indierock met stevige gitaren. Het viertal was zo beleefd om stipt op tijd te komen en begon met “Compliments”. Niet erg vanzelfsprekend om je show daarmee te openen. Voor de echte fans wordt het snel duidelijk dat de setlist eigenlijk de omgekeerde volgorde van ‘Silent Alarm’ is. De minder catchy nummers die op het einde van het album verschijnen, kwamen dus eerst aan bod. Bloc Party kwam zo wel traag op gang, maar het was net daarom uitkijken naar al het explosievere materiaal. Met “So Here We Are” kregen we al meer stemwerk te horen vanuit het publiek. Bij “The Price of Gasoline” ontwaakten al heel wat headbangers, al waren er onder hen wel veel toegewijde (en dronken) Britten die naar Brussel kwamen, en “The Pioneers” hield Vorst in zijn greep met de profetische woorden ‘We will not be the last’.
Het concert ging in stijgende lijn naar boven, want daar kwam “This Modern Love”, dat na al die jaren nog steeds een pracht van een liefdesnummer blijkt te zijn. Dat het publiek nog altijd zo in zwijm valt wanneer Kele ‘This modern love breaks me’ zingt, is daar het ultieme bewijs van. Kele en co namen het publiek mee op een nostalgische trip naar 2005. ‘Do you want to come over and kill some time? Throw your arms around me.’ En zo geschiedde, Vorst omarmde ons viertal.
Kele straalde zelfzekerheid uit en kwam ook eens af met geestige quotes als ‘Shit’s about to get cray cray’. De nogal verlegen Russell Lissack bewoog ook af en toe, na twaalf jaar podiumervaring mag dat eigenlijk ook wel. Nieuwkomer Justin Harris doet het aardig goed op de bas en andere nieuwkomer Louise Bartle bleek een fenomenale drumster te zijn. Het gemis van Gordon Moakes en Matt Tong blijft groot en zal nog altijd voelbaar zijn. Op grote hits als “Helicopter” en “Banquet” bewees Louise echter dat ze een steengoede drumster is en wel haar mannetje kan staan tussen al dat mannelijk geweld. Ook Russell steelt hier de show met zijn solo’s. Zelf beweert hij dat ‘Silent Alarm’ volledig spelen voor hem eigenlijk één grote gitaarsolo is van een uur, een terechte opmerking zo blijkt. Dat is wel altijd de sterkte geweest van deze groep: Kele is overduidelijk de frontman, maar iedereen krijgt de kans om de aandacht op te eisen.
Wanneer Kele en kompanen na “Like Eating Glass” het podium verlieten, vroegen we ons af wat er nog in de bisronde gespeeld zou worden. Geen ‘Silent Alarm’-materiaal alvast. Dit blijkt toch een jammere zaak te zijn, want nummers als “Two More Years” en “The Prayer” konden het publiek niet volledig bekoren. Spijtig, want eindigen met ‘Silent Alarm’ zou zoveel effectiever geweest zijn. Ergens is het ook wel begrijpelijk dat ze een langere show met ander materiaal willen spelen. Met “Flux” kregen we wel nog een hit voorgeschoteld en een dijk van een afsluiter. Een confettibom maakte het helemaal af en deed het publiek voor een laatste keer losgaan. Bij het verlaten van het podium probeerde Kele nog wat confetti te vangen met zijn petje en Vorst ging al dansend de nacht in.

De groep heeft het nog altijd in zich. Indie rock à la Bloc Party trekt misschien niet meer hetzelfde publiek aan als tien jaar geleden, dat was te zien aan de lege plaatsen op het balkon. Een andere zaal had ongetwijfeld ook wel beter geweest. De geluidskwaliteit in Vorst was op sommige momenten ondermaats en de zaal mist echt de gezellige sfeer van een AB, een zaal die ze misschien wel hadden kunnen uitverkopen. Hoe dan ook werd het een memorabele nacht, en werd Bloc Party bedankt voor een nostalgische reis terug naar 2005.

Setlist: Compliments – Plans – Luno - So Here We Are - The Price of Gasoline - The Pioneers - This Modern Love - She’s Hearing Voices - Blue Light – Banquet - Positive Tension – Helicopter - Like Eating Glass - Two More Years - The Marshalls Are Dead - Little Thoughts - The Prayer - The Love Within – Octopus – Flux

met dank aan Dansende Beren www.dansendeberen.be

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Pagina 128 van 386