AB, Brussel programmatie + infootjes

AB, Brussel programmatie + infootjes Concerten 01-04-26 – Kofi Stone 01-04-26 – Klaas Delrue 50 01-04-26 - Nightlab 03-04 t-m 06-04-26 – BRDCST 2026 – jaarlijkse hoogmis voor muzikale avonturiers (curatoren: Keeley Forsyth, Ichiko Aoba, Stephen O’Malley)…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Suede 12-03-26
Deadletter-2026...
Concertreviews

Ry Cooder

Ry Cooder – Na 50 jaar nog geen gebrek aan zuurstof

Geschreven door

Stipt op tijd startte een klein ‘voorprogramma’ waarbij Joachim Cooder in enkele nummers zijn ding mocht doen. Hij bracht een soort ‘wereldmuziek’ waarbij het moeilijk uit te maken was wat de bron van de klanken was. Dat intrigeerde ons en wat opzoekwerk leverde snel een antwoord: voor de meeste nummers begon Cooder met het creëren van een loop van klanken die hij produceerde met een elektrische mbira (een product van Array Instruments).. Wie zich hiervan een idee wil vormen, vraagt het eens aan Mr. Google. Naast hem tokkelde ene Sam Gendel op de gitaar. Na een drietal nummers (wat voor de meerderheid van het publiek waarschijnlijk volstond) beloofden ze dat ze meteen terug zouden komen…

Enkele minuten later schept Sam Gendel een bevreemdende sfeer met een soundscape op elektronisch versterkte sax. Daar bovenop creëert de slidegitaar ”Nobody's Fault But Mine”, een eerste bluesklassieker van Blind Willie Johnson. Doorheen de avond brengt Ry Cooder op sublieme wijze een mix van eigen werk met parels uit het Great American Songbook. “Everybody Ought to Treat a Stranger Right” stamt ook uit de jaren ‘30 toen de Grote Depressie de VS teisterde. Maar het thema is nog altijd even actueel. Het is fijn voor gitaristen dat hun spel met de jaren alleen maar verbetert zolang ze gespaard blijven van reumatiek. Voor zangers ligt het een stuk moeilijker om hún instrument gaaf te houden want niets is zieliger dan een zanger met stembanden die het aflaten. Ry Cooder prijst zich gelukkig als prille zeventiger met vingers en stem die nog even levenslustig zijn als in de vorige eeuw!
Links op het podium staan de Hamiltones. Met hun donkere brillen lijken het de Blind Boys From Alabama die de backing vocals verzorgen. De hele avond zorgen ze voor een swingende gospelsound die ambiance brengt in het uitverkochte Kursaal dat door Cooder geprezen wordt om zijn akoestiek. En het wordt nog gezelliger als Ry even aan de toog komt zitten met een anekdote over Bob Dylan die hem aanraadde de ‘merch’ te verzorgen want vooral T-shirts doen het goed! “Ik maak alleen muziek, geen kledij”, was het antwoord. En dat doet Ry al meer dan 50 jaar! De Hamiltones waren het geknipte trio voor “Go Home Girl” (Arthur Alexander), één van die klassiekers waarvan je na al die jaren begint te geloven dat die uit de pen van Cooder zelf kwam. De elektronische vervorming van de saxofoon vormden een vreemde combinatie met de klassieke gitaarklanken voor “The Very Thing That Makes You Rich (Makes Me Poor)”. Een applaus van herkenning kwam pas toen het nummer zijn originele ritme vond bij eerste refrein. De solo van de sax leek uit het oeuvre van Ian Dury geplukt. Niet echt ons kopje thee…
We waren reeds halfweg, tijd voor Cooder om -naar eigen zeggen- even aan de zuurstoffles (een cadeau van Emmylou Harris) te gaan liggen en voor de Hamiltones om op het voorplan te treden. Meteen bewijzen ze dat ze heel wat meer aankunnen dan het backingwerk. We krijgen ook het individuele stemgeluid te horen van de drie fantastische zangers met een presence van échte performers! Met “74 Jesus on the Mainline” transformeren ze de Oostendse muziektempel in een kerk uit de Bible Belt. Meteen gaan ze uptempo verder met “Gotta Be Lovin Me” met mister Ry op double neck.
Tot onze spijt ontbrak een instrumental zoals “Paris-Texas” op de setlist. Maar dat werd ruimschoots goedgemaakt met “Vigilante Man” (Woody Guthrie). De slidegitaar doorsneed de stilte van de bomvolle zaal en even scherp waren de nieuwe lyrics in deze oude traditional: “Weak mind in the White House. He is not a clown. He’s controlled by others.” De schietgrage lui van de NRA zijn Cooders vrienden niet: “This song hasn't changed since Woody wrote it in thé 30ies.”
Vervolgens trekt Ry van leer tegen het materialisme in “You must Unload”. “Modegevoelige christenen raken niet in de hemel met hun hoge hakken.” De sax steelt opnieuw de show met alweer een atypische solo waar Ry ten zeerste van geniet. De Hamiltons wiegen mee van de ene voet op de andere. En voor het te prekerig wordt, bedient Cooder de roepers om verzoeknummers in de zaal met een eigen keuze uit zijn oude covers: “How can a poor man stand such times like this?” en “Down in the Boondocks” (Billy Joe Royal). Bij het eerste nummer geeft hij deemoedig de nodige duiding: “Blind Alfred Reed schreef het in de depression. Zoiets zou ik niet kunnen schrijven…. Maar wel spelen. Check dit thuis eens op YouTube voor het origineel.”
Met een bottleneck op de zingende snaren mogen we even mee naar Hawaii. We surfen verder op het aanstekelijke ritme van de titelsong uit de nieuwe plaat ‘The Prodigal Son’ dat ook van John Hiatt kon zijn. The Hamiltones mogen afsluiten met “99 1/2 Won't Do (Dorothy Love Coates)”. Nog een oproep van priester Cooder: “Kijk 's morgen in de spiegel en zeg dat je voor 100 gaat!”
Het trio gaat met een ton charisma James Brown achterna. Een staande ovatie begeleidt de band naar de coulissen en terug.
Als bisnummer wordt nog een verzoekje gegeven: “Little Sister” (Elvis Presley) en The Hamiltones sluiten af met “I Can’t Win”.

Met de nieuwe CD op zak haast ik me naar de auto om mijn oren te verwennen. De onderste trede van een marmeren Kursaaltrap gooit roet in het eten en mijn voet moet het ontgelden. Ik laat me nog vallen als een echte judoka om de voet te mijden, maar ‘s anderendaags is het verdict onverbiddelijk: voetbeentje gebroken. Als Ry Cooder mijn gips nu zou komen signeren...

Organisatie: Greenhouse Talent

Beoordeling

Christine & The Queens

Christine & The Queens - Dans , theater en muziek in een sfeerrijk geheel.

Geschreven door

Die Héloïse Letissier heeft het op korte tijd wel gemaakt met haar Christine & The Queens. Op een goede drie jaar tijd gaan haar nummers erin als zoetebroodjes . Twee platen noteren we nu met een handvol singles , die een breed publiek omarmen.
Ook vanavond was het een charmant weerzien en wordt de zangeres/performster/animatrice onthaald als een ‘Queen’ , die het ‘anders zijn’ zo muzikaal ‘normaal’ mogelijk maakt … Op haar vorige passage in Vorst had ze af te rekenen met een fysiek belabberde toestand van hoge koorts en ontoereikend stembereik. Hier zagen we een kwieke verschijning met haar band die de temperatuur deed stijgen …

Sfeervolle , dromerige popliedjes met elektronica/elektrowave/funk/hiphop -motiefjes en beats klinken eenvoudig , aangenaam en lekker in het gehoor. Het Franse chanson krijgt meer finesse en de sound is onschuldig , leuk en goed . Ze omschrijft het graag als freakpop , die wordt omfloerst met wonderlijke synths , roffelende, hitsende drums en een magistrale , doorleefde zang, met heerlijke refreinen, ook al zijn er zanglijnen voorgeprogrammeerd. Het doet er niet toe, iedereen geniet , beweegt en zet danspasjes .
Die muzikale eenvoud wordt omgezet tot in de puntjes uitgewerkte choreografie . Een dansproductie met haar rits dansers (-essen) en een videowall achter de groep . Een fantastisch live spektakel. Een dansmusical die het plaatje compleet maakt; muziek en dans gaan hand in band, de energie wordt gebald in bruisende dynamiek, levendigheid én in emotionaliteit en dramatiek . Een soort West Side story , of wat het Kursaal in de zomermaanden de laatste jaren weet te bieden …
Opener “Comme si on s’aimait” refereerde aan “Beat it” van Michael Jackson. Al gauw horen we die schitterende single “Damn, dis-moi” van de nieuwe plaat ‘Chris’. Synchrone danspassen sieren het nummer. Afgetraind danst, hotst en zwiert onze zangeres. Het combo wordt warm onthaald . “Le G” blikt terug naar die synthpop van Giorgi Moroder .
Haar recyclage stemt iedereen gelukkig. Science-fiction wordt er tegen aan gegooid , met pompende electrobeats . Jawel , het mag harder , feller , energieker . “Radio gaga” leidt “Les paradis perdus” van landgenoot Christophe in , waarin zelfs een flard Kanye West te horen is; ze zingt en voert het solo uit, ondersteund van zachte pastelkleurige keys.
Bijna halverwege de set komen twee interessante singles voorbij , “Christine”, “5 dollars , voorafgegaan door het slepende “Feel so good” . Daarna valt de spanning wat weg , niet alle nummers zijn even-single-waardig , komt de klemtoon op show en de act ; sneeuwvlokken dwarrelen in ‘t rond en geven elan aan de sound.
Een zwoel, dampend sfeertje groeit op “Follarse” , een Janet Jackson/Vanity 6’s “Nasty” wordt er mooi aan gebreid . Intiem moment hebben we op “Nuit 17 à 52” , feeëriek door de smartphonelichtjes ; solo staat ze daar op het grote podium , zingt a capella en wordt door het publiek op handen gedragen. Wat een meezinggehalte . “It doesnt matter” en “La marcheuse” als slotstuk brengen muziek en dans te samen.
Een volleerd gezelschap is aan het werk, die met twee oudere nummers uitwuiven ; het zijn de gekende tunes van “Saint claude” en “Intranquilleté” die een extraverte , dansbare tint krijgen . Ze is hier te zien aan de andere kant van de zaal .

Christine & The Queens brengen ‘la chaleur humaine’, gelijkwaardigheid van de kleurrijke wereld van de gays en de transgenders. Een boeiende artieste die dans , theater en muziek samen brengt in een sfeerrijk geheel.

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Feist

Feist - Gerijpt als een overheerlijke wijn

Geschreven door

Er is een reden waarom het optreden van Feist in de Ancienne Belgique al maandenlang uitverkocht was. Niet alleen is de immer elusieve Leslie Feist een zeldzaamheid op Belgische podia, met “I Feel It All”, “Mushaboom” of “1234” speelde ze zich al in de harten van het countryrock minnend publiek. Haar nieuwe plaat ‘Pleasure’ vloog wat onterecht onder de radar, maar heeft een jaar na datum nog steeds niets aan kracht ingeboet. Haar korte Europese tour brengt haar slechts naar Parijs, Lissabon, Braga, End of The Road Festival en dus ook Brussel. Dat het een exclusief avondje zou worden, stond dus al vast, dat het ook nog eens meeslepend en adembenemend zou worden, was geheel Feist’s verdienste. Een avondje voor de fijnproevers met een mooie doorsnede van haar hele carrière.

Als opener van de avond kregen we ook al meteen iets exclusiefs. La Force is het soloproject van Ariel Engle, bekend als nieuwe zangeres van Broken Social Scene. Net als Feist zong Engle mee op nieuwste plaat ‘Hug of Thunder’, dus er was meteen al een connectie. Engle bracht gloednieuwe nummers en was zichtbaar nog wat nerveus. Dat deed ze in vloeiend Frans en Engels en enkel bijgestaan door afwisselend een backingtrack, orgeltjes, gitaar en een indringende stem die bij bss ook al doeltreffend bleek. Pas als alle elementen samen kwamen, konden haar nummers echt overtuigen. Met de hulp van Daniella Gesundheid en Leslie Feist zelve zette ze met het op Imarhan en Bombino gestoelde “Riding the Camel” zowaar wat toearegrock in. Toch waren haar nummers  duidelijk een work in progress en er is heel wat werk voor de boeg.

De Canadese Leslie Feist stond dan wel nog vorig jaar op het Brussels Summer Festival, voor een zaalshow in ons land moeten we al terugkeren naar 2011. In de muziekwereld heet dat dan al bijna een eeuwigheid. Ondertussen bracht ze wel het fijne ‘Pleasure’ uit en spendeerde ze haar tijd met meubels bouwen en inspiratie opdoen. Dat ruwe, artisanale gevoel zit diep vervlochten in haar muziek. Je voelt dat er aan elk nummer zorgvuldig gewerkt en geprutst is. Case en point was al meteen opener het plagerige “Pleasure” dat met zijn simpele lichtshow en eenvoudige bezetting wel tekende voor een maximale sound. Het publiek hangt al meteen aan haar lippen en daar wist de Canadese wel raad mee.

‘It’s the only thing that’s cute to be bad at,’ knipoogde ze Feist nadat ze het publiek toesprak in schattig gebroken Frans. Hoewel ze zich zeker uit de slag kon slaan in het Frans, was het voor de Canadese meer dan een gimmick. ‘C’est pas mingon parce que j’ai habité à Paris pour six ans et ça c’est mon Français,’ stamelde ze verder. Zelfrelativering is Feist duidelijk ook niet onbekend. Het Franstalige publiek in de Ancienne Belgique vond het alvast geweldig. En dan hebben we het nog niet over de muziek gehad. “The Bad In Each Other” was een opzwepende brok countryfolk en met “Any Party” leek het feestje helemaal vertrokken. Feist is meer dan het meisje/vrouw met gitaar in een bloemetjesjurk. Haar nummers zijn vaak al even stekelig en avontuurlijk als een avondje uitgaan en met je zatte botten in een haag belanden.
De Canadese doet dan wel beroep op een mannelijke backing band, zij en enkel zij hield de teugels strak in de handen. Haar gitaar en stemgeluid zijn de ruggengraat die je doorheen haar nummers leidden. Voor “How Come You Never Go There” en “The Limit To Your Love” dat dankzij de James Blake cover een langer leven beschoren was, haalde Feist nog eens La Force en Daniella Gesundheid op het podium. Even later bewees ze dan weer dat ze het best ook alleen kon op het intieme “Baby Be Simple”.
Over “Anti-Pioneer” vertelde Feist dat het nummer moest ‘rijpen als een goeie wijn’ om uiteindelijk op Metals op fles te kunnen gegoten worden. Net als dat nummer wordt de Canadese zelf alleen maar beter met de jaren. Op haar unieke stem zit nog lang geen sleet en als performer wisten we haar nog nooit zo ongedwongen en enthousiast het publiek te bespelen.
‘Genoeg trieste liedjes,’ grapte ze tegen het einde van de set. Publiekslieveling “My Moon My Man” betekende ook meteen het begin van een verschroeiende eindsprint. “Sealion” ontaarde in een groovend meezingmoment, terwijl het jarige “Let It Die” zelfs een “In de gloria” kreeg toegezongen. Op “I Feel It All” ging Feist voor een keer harten lijmen in plaats van zelf de trekker over te halen. Het toont maar dat ze niet meer die melancholische twintiger is van vijftien jaar geleden.
Ook al werd er meegezongen op “Any Party”, “A Man Is Not His Song” en “Sealion”, in de bissen deed Feist er nog een schep boven op. “Mushaboom” was zo zacht als een fleece dekentje waar het heerlijk onder schuilen was, terwijl ze zich op het aangrijpende “Intuition” van haar fragielste kant liet zien. Een gematuurde en tragere versie van “1234” zette het publiek eerst nog op verkeerde been, omdat helemaal open te barsten in een gelukzalig meezing momentje. Zowaar drie kersen op een al overheerlijke taart.

‘Probably the last one for a while,’ zo kondigde Feist haar mini-Europese tournee aan. Laat ons hopen dat de Canadese ons niet nog eens zeven jaar op onze honger laat zitten.

Setlist: Pleasure - The Bad In Each Other - Any Party - Get Not High, Get Not Low - How Come You Never Go There - Anti-Pioneer - The Limit To Your Love - Baby Be Simple - A Man Is Not His Song - Lonely Lonely - When I Was A Young Girl - Lost Dreams - My Moon My Man – Sealion - I Feel It All - Let It Die - Mushaboom (solo) - Intuition (solo) – 1234

Met dank aan Dansende Beren www.dansendeberen.be

Pics homepag – concert 2012 - Théâtre Sébastopol, Lille @Xavier Marquis

Organisatie: Live Nation + Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Therapy?

Therapy? - Geloof in nieuw materiaal doet Therapy? herrijzen van Eigenlijk Nooit

Geschreven door

Therapy? heeft een nieuw album 'Cleave' uit, wat altijd een reden is om naar ons land af te zakken voor een optreden. Maar wat nog beter is dat dit album één van hun sterkste van de laatste jaren is. We waren dan ook zeer benieuwd hoe deze songs het live zouden doen.

Eerst kregen we de Noorse band Ondt Blod (wat zoveel betekent als ‘Slecht Bloed’). Zij brachten hardcore mee vanuit het hoge Noorden. Er werd met tribal geluiden geopend. De zanger gekleed in een Noorse traditionele outfit bracht screameo en cleane zang. De songs waren stevig en de leadgitaar bracht nu en dan metal invloeden binnen in de songs. Alles klonk wel vrij catchy en lag goed binnen het gehoor. Twee maal sprong de zanger van het podium en zong verder tussen het publiek dat maar mondjesmaat toestroomde. Alles zat goed in elkaar enkel de zanger moet nog leren dansen op de maat van de muziek.

Tegen dat Therapy? eraan moest beginnen stond de zaal overvol (was al een tijdje uitverkocht!). Er werd afgetrapt met twee nieuwe songs: het geweldige “Wreck It Like Beckett” en “Kakistocracy”. Vooral die eerste song klonk stevig en als ene habitue. De set bestond, zoals Andy Cairns aan het begin zei, uit deels nieuw en deels oud werk. Wat viel op tegenover de vorige passages? Dat er heel veel nieuw werk passeerde. Het is te zeggen: alle tien de songs op ‘Cleave’ werden gespeeld. Die songs werden goed onthaald maar natuurlijk waren het de hits en de klassiekers zoals “Teethgrinder”, “Trigger Inside”, “Screamager”… die de boel deden ontploffen. De moshpit was een feit alsook het crowdsurfen.
Verder kwam er ook nog een sneer naar Trump en de Brexit voorbij en toonde Cairns zijn bewondering voor Eden Hazard. “Dumbdown” werd geschreven door drummer Cooper en het was toevallig ook nog zijn verjaardag. Andy Cairns nodigde het publiek uit tot het toezingen van “Neil Cooper plays the drums real hard” (of zoiets). Wat massaal werd gedaan en dan mocht hij van Andy een drumsolo geven.
Ook de bassist kreeg zo’n zangstonde en werd door Cairns als de discoking gehuldigd. Na “Potato Junkie” verdwenen ze in de coulissen om onder luid gezang terug te keren voor een uitgebreid bisronde.
Die bisronde begon met een ingetogen versie van “Diane” (duozang en band). Ditmaal niet de gebruikelijke snelle versie. Dan werd de zaal plat gespeeld met zes songs: “Save Me From The Ordinary”, “Callow”, “Stories”, “Nowhere”, “Knives” en “Success? Success is survival”.
Zoals steeds was Cairns de dankbaarheid zelve tegenover het publiek maar van hem lijken we dat te pikken. We geloven hem graag als hij zegt dat het dankzij ons is dat ze nog steeds deze fantastische job mogen doen.

Therapy? bracht geen best-of concert maar veel nieuw werk waar ze zelf , denk ik, ook hard in geloven. Ze zeiden zelf dat het een heel goed album was. En toch zeker vijf songs staan meer dan hun mannetje tussen het oude materiaal. Ik denk dan aan “Wreck It Like Beckett”, “No Sunshine”, “Success? Success is Survival”, “Expelled” en “Save Me From The Ordinary”. Er waait een nieuwe wind in Therapy? ondanks dat ze als vanouds klinken.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Beoordeling

Tien Ton Vuist

Tien Ton Vuist: tien ton adrenaline

Geschreven door

Tien Ton Vuist stelde zopas zijn eerste, in eigen beheer uitgebrachte EP voor in zaal Harmonie in Oudenaarde. Het duo speelde zo goed als een thuismatch en had het café-orkestje 't Kliekske aangezocht om het publiek op te warmen. Misschien om het contrast duidelijk te maken tussen het verleden en vandaag of om te koketteren met Oudenaarde als ingedommeld provinciestadje. Behalve die bedenkingen voegde ’t Kliekske weinig toe aan de avond.

De breuk met het verleden werd door Tien Ton Vuist nog eens opgerakeld door als openingssong “I’m On Fire” van Bruce Springsteen door de mangel te halen. Later in de set gaven ze dezelfde weinig respectvolle behandeling aan “American Woman” van de Guess Who. Om maar te zeggen dat het Oudenaardse duo al eens graag tegen de schenen schopt. “Where Is My Mind” van de Pixies werd dan weer wel met veel respect gebracht. Maar het gaat bij een EP-voorstelling natuurlijk in de eerste plaats over de eigen nummers.
De EP werd ‘Bidole’ gedoopt en twee nummers ervan, die de band eerder reeds opname en online plaatste, zaten helemaal vooraan in de set in de Harmonie: “Youvegotagoodfacebutashittyattitude” en “Askinguy” (asking you why). Als visitekaartjes voor Tien Ton Vuist zijn die beter dan de eerder vermelde covers. Ruige rock met weinig compromissen, grungy, overlopend van energie, uptempo en toch plaats voor nuances en details in de intro’s en de rustiger stukken. “High-Low”, “Best Plan Ever” en “Peaks And Valleys” doen wat denken aan SONS, die andere jonge en brutale rockband uit Vlaanderen. Net zo catchy en toch met genoeg weerhaken om het publiek bij de les te houden. Bovendien smokkelen ze bij Tien Ton Vuist al eens een boogie-lick of een disco-beat in hun nummers. Dat helpt ook.
Zanger-gitarist Tijl had in Oudenaarde een paar nummers nodig om helemaal in de flow te komen, maar vanaf dan ging hij er compleet voor: over het podium stuiteren, het publiek opjutten, de rand van het podium opzoeken, tussen het publiek gitaar spelen, al crowdsurfend een nummer beëindigen, … geen rock ’n roll-cliché is hem vreemd. Gelukkig niet zo destructief als Kurt Cobain, want zelfs al gaat hij helemaal op in het moment, dan nog legt Tijl netjes zijn gitaar veilig weg vooraleer er iets stoms kan gebeuren.
Op drummer Nikki kan je veel minder het etiket ‘punk’ of ‘grunge’ kleven. Hij blijft heel subtiel en zelfs wat jazzy in de intro’s en de rustiger passages en haalt hard en strak uit als ook Tijl voluit gaat, maar dan nog zit hij zo stoïcijns als Charlie Watts achter zijn drums. Nikki voegt voorts in kleine dosissen een scheutje waanzin toe aan de energie op het podium. Zo zit er van bij het begin een banaan over de staander van één van zijn bekkens (cimbaal) en ergens voorbij halfweg begint hij die op te eten. Vermoedelijk eerder een ingeving van het moment dan een knipoog naar Red Zebra of de Velvet Underground. Ook heeft de drummer naast de gitaarversterkers een schermpje opgesteld waarop een tekenfilm van Platvoet speelt, ‘voor de mensen die ons niet leuk vinden’.
Over dat laatste hoeft Tien Ton Vuist zich alvast geen zorgen te maken. Naarmate de set vorderde, at het publiek in de Harmonie uit de handen van Tijl en Nikki. In de finale zaten de drie resterende nummers van ‘Bidole’: “Smetterling”, “Todaywedie” en het door het publiek luid meegezongen “Boomlala”. Als toegift wordt “Askinguy” nog eens hernomen omdat de band door zijn nummers heen zit.

Altijd fijn om te zien en te horen dat er nog steeds jonge bands luide gitaarrock omarmen en daarmee zelfs nieuwe generaties publiek warm kunnen maken. Het wordt tijd dat de Belgische of buitenlandse labels wakker worden, want Tien Ton Vuist is een band met toekomst.

Organisatie: Harmonie Oudenaarde.

Beoordeling

Viagra Boys

Viagra Boys - Met een onontkoombare drive geïnfecteerde punk

Geschreven door

Vaal, een drietal West-Vlamingen uit Gent die reeds actief waren in bands als Maze of Movoco, mocht de avond openen maar wel nadat het café eerst in een dikke rookwalm werd gehuld. Dat paste immers bij hun moeilijk grijpbare muziek: minimalistische maar ook intrigerende soundscapes met veel elektronica en afwisselend gitaar of sax  met daar bovenop de declamerende, naar postrock neigende zang van Arjen Verswijvelt. De sax klonk geregeld als een bevreemde misthoorn in de verte en van de gitaar kan ik eigenlijk net hetzelfde zeggen wat een fascinerend effect had. Hoewel van een totaal andere wereld, deed dit me een paar keer aan Broeder Dieleman denken en dat niet alleen door het soms onverstaanbare Nederlands. Geen hapklare brok, dat was duidelijk maar hoeft de verwende concertganger altijd alles zomaar in de bek gesmeten te worden?

Van een totaal andere orde waren de Viagra Boys, een zestal uit Stockholm. Meteen de beuk erin en zonder omkijken doorstomen tot het einde. Ze serveerden ons een mix van punk, new wave en een vleugje glamrock voorzien van een onontkoombare drive. Telkens nam de bassist, onmiddellijk op de hielen gezeten door de drummer, het voortouw waarna het plaatje verder werd ingekleurd door gitaar, toetsen en sax.
Maar het uithangbord van de groep was uiteraard zanger, Sebastian Murphy. Niet meteen een Zweedse naam, de man is dan ook oorspronkelijk van Californië en zoon van een Amerikaanse vader en een Zweedse moeder. Een indrukwekkende verschijning, in zijn bloot bovenlichaam dat compleet en chaotisch vol getatoeëerd was en ik vermoed dat het met de bedekte lichaamsdelen niet anders is. Naast zijn job bij de Viagra Boys runt hij trouwens een tattoo shop. Aan testosteron leek hij niet meteen een gebrek te hebben en met een gebroken stem die het midden hield tussen Mark E. Smith en Nick Cave ploegde hij zich door de niet altijd even rooskleurige teksten. De groepsnaam zou een commentaar zijn op het falende mannelijke rolmodel in onze huidige maatschappij. Ook de single “Sports” waarvoor Murphy zowaar op zijn rug ging liggen, is in feite een surrealistische parodie op de mannelijkheid. In dat nummer, niet veel meer dan een briljante, stevige  baslijn, wordt een ogenschijnlijke lijst van sporten opgedreund waarin na een tijdje toch wat minder gekende disciplines opduiken: “...baseball, basketball, weiner dogs, shorty shorts, cigarettes,...”
Er volgde nog één geweldige song, het absurdistische “ Shrimp shack”, waarna de storm definitief ging liggen.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Beoordeling

Low

Low - Radicale plaat krijgt live de vertrouwde Low-sound.

Geschreven door

De Botanique mocht de loketten sluiten voor het Amerikaanse trio Low, dat altijd immens populair geweest is in België in de 25 jaar dat ze al bezig zijn. Voor hun twaalfde album, 'Double Negative' trokken ze naar de studio van Bon Iver, en werkten ze samen met BJ Burton, de producer van Bon Iver’s overambitieuze en grotendeels (mislukte) plaat ‘22, a million’, dat onterecht met ‘Kid A’ van Radiohead vergeleken wordt, maar zich compleet verliest in vocoder effecten en verre van baanbrekende elektronica. Je kan dus stellen dat Low met deze producer het risico niet uit de weg gaat: ‘Double Negative’ is een radicale plaat die de gemiddelde fan zwaar op de proef zal stellen: overstuurde elektronica en verknipte stemmen bepalen volledig de sound, die wel nog altijd de slowcore-filosofie aanhoudt: de nummers ontwikkelen zich traag maar gestadig. Vele critici bejubelen de nieuwe plaat, maar menig gitaarliefhebber zal afhaken. Wij hebben nog geen verdict klaar, daarom gingen we ook naar de Botanique.

Low speelde vanavond hoofdzakelijk nummers uit de nieuwe plaat, maar verrassend genoeg bleef de elektronica volledig afwezig: we kregen dus de bekende Low-sound: de brokkelige gitaar van Alan Sparhawk, het zachte geroffel van Mimi Parker en de functionele bas van Steve Garrington en vooral de hemelse samenzang van Sparhawk en Parker.
Op deze manier bewees Low dat hun nieuwe nummers uitgekleed overeind blijven, en kon je ook beter de teksten verstaan. Die zijn zoals altijd uiterst minimaal, maar trefzeker, met Bijbelse referenties met een donkere twist. De gitaarfreaks werden getrakteerd op een minutenlange drone en een mantra “One more reason to forget” in “Do you know how to waltz?”, waar ze Sonic Youth-gewijs uiteindelijk uit het bos van geluid opdoken en je een catharsis door het publiek voelde gaan.
Opvolgen deden ze met “Lazy” uit hun debuut, en we kregen zelf een heuse gitaarsolo in “Always trying to work it out”. Kippenvel kregen we bij het uitgebeende “Nothing but heart” waarin de stemmen van Sparhawk en Parker snikkend samensmolten. “Holy Ghost” openbaarde zich als een moderne countryklassieker.
Low nam uitgebreid de tijd , in totaal klokten we af op een uur en drie kwartier, de band speelt graag in de Botanique, dat vertelden ze ons. De gitaaruitbarstingen van “Dinosaur act” of “Monkey” moesten we ditmaal missen, maar gelukkig biste de band met het magistrale “Murderer”.

Low speelde een sterk concert. Sparhawk en Parker beheersen hun minimalisme tot in de puntjes, ze durven het aan nummers in te zetten puur op zang, en weten hoe ze het publiek muisstil krijgen door net stiller te gaan spelen. De gitaarliefhebbers keerden gerustgesteld en tevreden huiswaarts, de moeilijke elektronica van de plaat bleef achterwege.

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Aenima

Ænima - A Tool Experience

Geschreven door

Toen ik medio 2002 Tool zag aantreden op Ozzfest in Sportpaleis, en in 2006 op Pinkpop, was dat niet zomaar een live ervaring. Dat was een mokerslag in het gezicht die ik anno 2018 nog steeds voel. Zowel de lichtshow als de muzikale omlijstingen waren zo overweldigend dat ik dacht dat Maynard James Keenan en de zijnen buitenaardse wezens waren die de Aarde elk moment ging overnemen. Op Pukkelpop 2007 deden ze dat trucje nog eens fijntjes over, al was ik toen wel iets meer onder de indruk van Nine Inch Nails - dit geheel terzijde. Om maar te zeggen.
Ik stond buitengewoon sceptisch tegenover dit optreden van Ænima – A Tool Experience in De Casino op zaterdagavond 6 oktober. Dit ambitieus project bestaat echter uit één voor één topmuzikanten. Joris Rombout, Jay Van den Berghe, Mario Van De Velde en Peter Baart stralen enorm veel ervaring in het vak uit. En dat is wel nodig om de perfectie te overschrijden die nodig is om ons over de streep te trekken. Bij Tool is namelijk elke schakel even belangrijk, anders valt de ketting gewoon uit elkaar en missen we de draad.

Al vanaf die eerste song “The Grudge” worden we meegezogen in een wereld waar klank en beeld één worden met elkaar. Waardoor je, eens onder hypnose gebracht, in een onaards landschap vertoeft, waar oorverdovende riffs en drumgeroffel je hersenpan doormidden slaan en uiteindelijk je hart diep raken. Telkens opnieuw. Bovendien is er de beweeglijke zanger van dienst, die tijdens de eerste song gehuld in een donkere pij, met een kap op het hoofd, zijn demonen op de aanwezige los laat. Vanaf het begin je publiek murw slaan en niet meer los laten tot geen spaander geheel blijft van de zaal. Dat is hoe we onzen boterham Tool het liefst eten. Nu, Ænima verlegt een grens waar we dachten dat er geen grenzen waren. Het originele benaderen is in ieder geval al onmogelijk, maar toch slaagt Ænima erin ons dat onbeschrijfelijk gevoel te geven dat Tool ons gaf die keer in het Sportpaleis. Waardoor onze sceptische kijk op de zaak prompt was verdwenen.
Naast instrumentale en vocale perfectie, zit er ook enorm veel variatie in de verkleedpartijen van de imposante frontman. Zo staat hij later in de set getooid met een masker op het podium met priemende rode ogen die als laserstralen in het publiek schijnen. Bovendien waren we onder de indruk van de adembenemende lichtshow die perfect aansluit bij het aanbod. Zoals bij de door duisternis en bevreemdend aanvoelende song “Sober” - een absolute top song van Tool trouwens. Of neem nu die ene song waarop, wat ons betreft, dat label 'afblijven' kleeft, “Vicarious”. Deze wordt met zoveel intensiviteit gebracht dat je er gewoon geen speld kunt tussen krijgen. Net door de samensmelting van beeld en klank. Waardoor we, met de ogen gesloten, het gevoel krijgen Tool zelf op dat podium te zien staan. Best indrukwekkend, omdat we dachten die totaalbeleving nooit meer te zullen meemaken. Het deed ons naderhand op de sociale media zelfs de opmerking plaatsen ''Moest Tool ooit stoppen met op te treden, er is altijd Ænima".

Een ander opvallende vaststelling. Ondanks de perfectie die telkens opnieuw werd overstegen, kregen we geen routineklus voorgeschoteld. Hoewel je bij muziek van Tool de muziek zelf moet doen spreken, sprak de frontman zijn publiek al dan niet met een kwinkslag, regelmatig aan. Daardoor stijgt de band nog meer in onze achting. Naarmate de set vorderde, werd hij zelfs meer spraakzaam. Maar vooral liet ook Ænima de verschroeiende muziek voor zich spreken. Met een set van twee uur die geen seconde verveelde. Ofwel stonden we in een trance gewoon te genieten. Of bewogen we op de golvende klanken die de heren uit hun instrumenten toveren tot we, compleet waanzinnig geworden, ook onze eigen demonen strak in de ogen keken. Om uiteindelijk diep onder de indruk van die magische kruisbestuiving tussen klank en beeld, compleet verdoofd en verweesd achter te blijven.
Songs als “Fortysix & 2”, “Eon + Lateralus” - dat op veel herkenning applaus kon rekenen - staan sowieso als een huis. Ænima voegt daar extra peper aan toe, waardoor die songs plots een eigen leven beginnen te leiden. En eigenlijk had het daarmee mogen stoppen, want na twee uur te zijn ondergedompeld in een wereld boordevol waanzin - keken we rondom ons en stelden vast dat we niet de enige waren die in diepe trance stonden te dansen, bewegen en genieten ; en was dat bisnummer “Hooker with a Penis” wellicht een extra lekkere kers op de taart.
De intense, onvergetelijke tot onaardse trip die elke snaar diep raakt, hadden we ondertussen echter al gehad. Maar altijd leuk meegenomen zo een extra toetje, uiteraard.

Besluit: Men had me gewaarschuwd, zeg niet zomaar 'cover' of 'tribute' band tegen Ænima. Deze band brengt de songs van Tool namelijk op zodanige wijze alsof Ænima die songs zelf heeft geschreven en gecomponeerd. En dat is best indrukwekkend te noemen, wetende dat deze parels van songs één voor één zijn uitgegroeid tot klassiekers binnen hun genre. Deze band bestaat dus niet alleen uit top muzikanten. Ook de entourage rondom, klankman en bedenker van die prachtige beelden op het scherm, verdienen een extra pluim op de hoed. Bovendien tuimelt de band niet in de val om die perfectie te doen uitmonden in een routineklus, het spelplezier loeit eveneens voortdurend uit de boxen. We vragen ons dan ook af waarom Ænima zich eigenlijk beperkt tot covers en niet gewoon eigen nummers zou schrijven en componeren? Want deze talentvolle muzikanten zijn in staat om ook zonder expliciet Tool nummers naar voor te brengen geluidsmuren af te breken, harten diep te raken en zielen te doen bloeden.

Setlist - The Grudge//Sober//Jimmy//H.//The Pot//Vicarious//Eulogy// Schism//Parabol(A)//Prison Sex//Stinkfist//Ænema//Opiate//Fortysix & 2//Eon + Lateralus///ENCORE:///Hooker with a Penis

Pics homepag - Johan Van Landeghem (Baldisbeautiful)

Organisatie: De Casino, Sint-Niklaas

Beoordeling

Pagina 129 van 386