logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_09
The Wolf Banes ...
Concertreviews

Tycho

Tycho - Drugs bleken niet nodig om in de wolken te zijn

Geschreven door

Met Tycho werd een grote naam uit de stal van Ghostly International geboekt. Tycho aka Scott Hanson werd bekend dankzij zijn foto en designblog ISO50. Deze roots draagt de Amerikaan nog steeds met zich mee want het artwork is telkens een pareltje. Zelf maakt hij Ambient muziek die het best te vergelijken valt met Boards Of Canada.

Voor de gelegenheid mocht label-genoot Christopher Willits de avond openen. Om meteen in de stemming te komen startte Willits met enkele zee geluiden samengebracht in het nummer “Clear”. Om het plaatje compleet te maken werden deze vergezeld met natuurbeelden. De visuele effecten zorgden ervoor dat de muziek echt tot zijn recht kwam. Willits speelde merkbaar met zeer veel passie waardoor het publiek met ontroering meegenoot.

Na een halfuur gespeeld te hebben was het de beurt aan Dream Koala. Yndi Ferreira is een Franse Braziliaan die opereert vanuit Berlijn. Door deze internationale roots krijgt zijn muziek een specifieke stijl. Yndi heeft een geweldige stem die hij dan ook nuttig gebruikt. Zo blijkt ook in “Earth” het hoogtepunt van de set. Dream Koala maakte gebruik van het donker, wat jammer is want zijn gezicht is gedurende het volledige concert niet te zien. Veel van zijn geluidjes waren vooraf ingesteld waardoor hij zich volledig op zijn zang en gitaar kon focussen. De toeschouwers konden het wel appreciëren maar het is duidelijk dat slechts één iemand hier de plak zwaait.

Scott Hanson had een volledige band met zich meegebracht. Vanaf het begin werd duidelijk dat dit een meerwaarde was. Voor de opkomst van de band speelde er een visuele intro af. Hierna deed de band zijn intreden en opende het met een prachtige versie van “Apogee”. Het publiek was meteen mee en iedereen zette het op een dansen. De muziek van Tycho gecombineerd met nog wat extra gitaren, het bleek een gouden combinatie. Doordat alles live werd gespeeld , was er ruimte voor wat gewaagder gitaarspel. Sommige nummers werden zelfs zonder keyboard gespeeld. Deze nummer brachten rust in het concert waarna er weer gedanst werd.
De geprojecteerde beelden maakten van alles een perfect geheel. Eén constante bleek zich voor te doen in de beelden: De Zon. De zon kreeg een centrale rol weggelegd in het concert. Het voelde aan alsof de zomer was teruggekeerd en we genoten van een zwoele zonsondergang. Deze zwoele zomer begon nu ook in de zaal voelbaar te worden. “PBS” deed het publiek nog meer dansen en de zaal begon zich met een aangename zweetgeur te vullen.
De set eindigde met drie nummers van het recente album ‘Awake’ voordat de band even verdween werd “Montana” gespeeld.

Het viel op dat de recentere nummers het meest werden geapprecieerd door het publiek. Als er nog enige energie over bleek werd die nu allemaal gebruikt om te dansen. Toen Scott terugkwam speelde hij even een remix van “Awake” tot de band terug op het podium verscheen. Hierna werd de originele versie van “Awake” ingezet. Deze originele intro deden de toeschouwers alleen maar meer dansen. Eindigen deed Tycho met “Spectre” waarna de band uitvoerig bedankte voor het enthousiasme.

Organisatie: VK, Sint-Jans Molenbeek

Beoordeling

Death From Above 1979

Death From Above 1979 – Elegant Energiek!

Geschreven door

Tien jaar was het stil rond het excentrieke Canadese duo Death from above 1979, Jesse F. Keeler (bas, synths) en Sebastien Grainger (drum/zang). Zij debuteerden met ‘You’re a woman, I’m a machine’, wat ze omschreven als ‘brutal enough to make your ass explode, fast enough to make your skull vibrate’. Een combinatie van rauw rammelende, gruizige , korrelige gitaarrock, ‘70’s retro, stoner, metal met een portie noise, distortion en dance  . Kortom , een opwindend, ontvlambaar,  zompig, jachtig, krachtig garage rock’n‘roll geluid . Hoog in het vaandel werden ze gedragen, maar ze verdwenen al even snel als dat ze opkwamen .
Jesse maakte furore als DJ/remixer van MSTRKRFT en de zingende drummer had nog wel een rock’n’roll bandje .

Het duo heeft inmiddels de gezamenlijke draad terug opgepakt , wat resulteerde in de sterke opvolger ‘ The physical world’, met een reeks drie minuten songs die  hard maar ook oog hebben voor een poppy gevoel. Dit hoorden we vooral midden het optreden ; het duo klonk minder heftig, explosief, en speelde beheerst toegankelijker werk, dat live duidelijk extravert was .
Het duo overdonderde een klein uur lang in een volgepakt Rotonde , vooral bij aanvang en naar het eind van de set. In de juiste mood kwam je dus meteen met snedige , scheurende , schurende , gedreven uptempo songs als “Turn it out”, “Right on Frankenstein” , “Virgins”, “Cheap talk” en “YAWIAM”. Gezellig ronkend en dreunend door die basstunes , de opzwepende drums en de geile, grauwe  , schreeuwerige zangpartijen .
Ze stonden recht tegenover elkaar , Jesse de benen wijd gespreid op de bas tokkelend, en Sebastien die de parelende zweetdruppels letterlijk van zich afmepte. Een blik naar elkaar was al genoeg om de boel op te zwepen .
De spaarzame belichting en  stroboscoop maakten het completer . Wat een bedrevenheid ! De eerste rijen gingen stevig tekeer op deze songs, er was aangenaam  heen –en weer getrek en een dive  maakte het nog plezieriger.
Na een handvol lekker groovy poppy rockers , werd het tempo terug aangescherpt en trakteerden ze op trashy songs als “Gov’t trash”  en  “Always on” . Tussenin schuwden ze een elektronicariedel en voicesample niet om even op adem te komen …

Ze lieten ons na een 50 tal minuten verweesd achter; in de bis werd de openingssong op verzoek nog eens gespeeld , gezien de micro bij aanvang van het concert het begaf .  Oudjes “Cold war” en “Romantic rites” fristen ze op  , wat nog maar eens  die elegante , ongedwongen energie & dynamiek van het duo onderstreepte …

Ook de support Greys uit Toronto  moest niet onderdoen . We waren snel overtuigd  van hun  explosieve , stevige  rock’n’ roll in de voetsporen van een Fugazi en met een knipoog naar Nirvana . Ze speelden een gretig concertje. Een aanhoudende spanning creëerden ze met noisy tunes. We waren meteen verkocht! Fijne ontdekking dus.  

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Kaiser Chiefs

Kaiser Chiefs - De oorlog met overtuiging gewonnen

Geschreven door

Na twee minder succesvolle platen uit te brengen besloot drummer Nick Hodgson er de brui aan te geven. Hierdoor vonden Kaiser Chiefs hun tweede adem wat resulteerde in het recente ‘Education, Education, Education & War’. Zanger Ricky Wilson besloot om dit album op een uitzonderlijke wijze te promoten. Hij ging namelijk in de jury van het immens populaire ‘The Voice’ zitten. Hierdoor kreeg de band weer de media-aandacht die het verdient. Het conceptalbum over oorlog had geen probleem om een eerste plaats in de Britse hitlijsten te veroveren. Nu het Belgische publiek nog overtuigen.

De zaal was aangenaam volgelopen, hoewel er zeker nog plaats genoeg was voor een band als de Kaiser Chiefs. Om het concept oorlog compleet te maken kwam de band op met “War” van Edwin Starr. De band opende meteen met het eerste nummer van hun laatste album “Factory Gates”. De sfeer was gezet en wat volgde was “Everyday I Love You Less And Less” en “Everything is Average Nowadays”. Het publiek werd vanaf het begin opgehitst waardoor de opgetogenheid van Ricky zich weerspiegelde in het publiek. Door te beginnen met enkele hits waren de toeschouwers meteen mee en werden ook de nieuwe nummers met enthousiasme onthaald.
Bij “Never Miss A Beat” stonden de gitaren iets te stil waardoor het refrein niet echt goed overkwam. Gelukkig ving het publiek dit op door zelf luid mee te zingen waardoor niemand dit echt merkte. De fantastische lichtshow die de Kaiser Chiefs hadden meegebracht n zorgde voor een extra leuk effect. Hoewel het soms beter was om eens niet naar het podium te kijken.
Ricky Wilson stond veel te praten en te lachen met zijn bandleden waaruit af te leiden viel dat ze zich echt amuseerden. “Na Na Na Na Naa” werd goed ingeleid door het publiek eerst verschillende klanken te laten nazeggen om uiteindelijk te eindigen met ‘Na Na Na Na Naa’. Er volgde een korte rustpauze voor het publiek met “My Life” en “Coming Home”.
Daarna volgde snel de apotheose met “Ruby”. Nog steeds de publiekslieveling, de zaal ontplofte. Maar er was een bepaalde charme uit het nummer verdwenen, zonder de achtergrondzang van ex-drummer Nick Hodgson klonk het niet zoals het hoorde. Maar het moet gezegd zijn, de nieuwe drummer deed uitstekend zijn werk. Maar hij was wel iets meer verlegen dan de rest van de band. Hierna kwam “I Predict A Riot” en Ricky had het idee om een klein jongentje de dag van zijn leven te bezorgen. Hij kwam bij het kind staan en liet hem meezingen. Dit was een mooi moment in de set. “The Angry Mob” sloot de set af waar ook de achtergrondzang van Nick ontbrak.
Toen ze terugkwamen met “Misery Company” was dit eigenlijk overbodig, dit nummer paste niet in hun set. Gelukkig volgde met “Oh My God” toch nog eens een laatste uitbarsting van het publiek waarna Ricky zich in het publiek begaf om zo zijn set af te sluiten.

Kaiser Chiefs zijn helemaal terug van weggeweest, een nieuw gezicht, een nieuwe adem maar nog steeds dezelfde enthousiaste bende.

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Sean Nicholas Savage

Sean Nicholas Savage - Canadese excentriekeling ontpopt zich tot ras performer

Geschreven door

De blijde intrede in de Botanique van Sean Nicholas Savage, zullen we niet vlug vergeten.  

Zijn uitgemergelde, bleke lichaam in de gekste bochten wringend, mikten de kreunende, smachtende lyrics van dit excentrieke buitenbeentje uit de Canadese underground popcultuur recht naar het hart van het verbaasde publiek. Bij weinigen miste hij doel. Voor een stuk door zijn nogal ongewone uiterlijk. De combinatie van een gehavend gebit en een onvolgroeide dons snor weekte oprechte compassie los met de jongeman. Maar vooral omdat de songs uit het dit jaar verschenen ‘Bermuda Waterfall’ poëtische pareltjes waren waarmee hij een ganse set lang kwistig bleef rondstrooien.

Slim gezien van de elektronische percussionist en de toetsenist om zich discreet achter de gewelfpilaren van de Witloof Bar te verschansen. Op die manier kon Sean Nicholas Savage alle aandacht naar zich toe zuigen en van het optreden een belevenis voor zichzelf én het publiek maken.  De zoete eighties soulpop op “Naturally”,  “She Looks Like You” en “The Rat” knipoogde in de beste camp traditie naar Boy George. “Darkness” bleek het enige droevige intermezzo dat trouwens allesbehalve zou misstaan in het repertoire van landgenoot Leonard Cohen. 

In tegenstelling tot hippe hedendaagse R&B acts als How To Dress Well kleedt Sean Nicholas Savage zijn nummers liever uit tot de essentie. Het was juist het achterlaten van vernuftige, weelderige arrangementen dat dit optreden een vrijwel tijdloos karakter gaf. 

Organisatie: Botanique, Brussel  

Beoordeling

Clap Your Hands Say Yeah

Clap Your Hands Say Yeah - De geslaagde doorstart van Clap Your Hands Say Yeah v2.0

Geschreven door

Een band oprichten volgens het nobele DIY principe en die vervolgens 10 jaar lang op de rails houden zonder noemenswaardig verlies aan artistieke credibiliteit, het vergt een stronteigenwijze frontman met visie om zoiets voor elkaar te krijgen. Het Amerikaanse indie gezelschap Clap Your Hands Say Yeah (CYHSY) heeft in de persoon van Alec Ounsworth een dergelijk iemand in huis.
Van de oorspronkelijke bezetting die in 2004 de heerlijk rammelende debuutschijf inblikte krijgt Ounsworth tegenwoordig enkel nog het gezelschap van drummer Sean Greenhalgh, met wiens hulp hij eerder dit jaar het vierde CYHSY album ‘Only Run’ opnam. Nu Ounsworth het muzikale rijk bijna voor zich alleen heeft , zag de tengere Amerikaan zijn kans schoon om een drastische koerswijziging door te voeren. Averechtse gitaren en een speelse ritmesectie die het veld ruimen voor desolate synths en steriele drumcomputers, het klinkt als het soort muzikale makeover waar Radiohead anno ‘Kid A’ met verve is mee weggekomen.
Na hun doortocht in een overigens matig gevulde Orangerie van de Botanique maken we ons sterk dat ook CYHSY v2.0 op ‘Only Run’ een doorstart eerder dan een valse start heeft gemaakt.

Met het op een stuiterende Warp beat drijvende “Blameless” koos het vier man sterke CYHSY voor een intimistische opener, en ja, wie de oren van meet af aan gespitst hield , kon moeiteloos echo’s van Thom Yorke in Ounsworth’s overslaande stem ontwaren. In zijn thuisstad kan de tengere Amerikaan met het ziekenfondsbrilletje probleemloos doorgaan voor een gelouwerde straathoekwerker die dagelijks met andermans illusie op een beter leven wordt geconfronteerd. Een volksmenner pur sang zal de eerder introverte Ounsworth dus wel nooit worden, maar toch slaagde hij erin om de meeste kreten uit het publiek met een kwinkslag op te vangen.
Het geduld van de fans van het eerste uur, waarvan sommigen de nieuwe muzikale koers misschien maar niks vinden, werd niet lang op de proef gesteld. Met een strak “In This Home On Ice”, het op psychedelische Britpop leest geschoeide “Gimme Some Salt” en het indiecountry anthem “The Skin Of My Yellow Country Teeth” bewees CYHSY dat de meeste songs vanop hun fenomenale debuut een decennium na datum nog geen last ondervinden van enige muzikale aderverkalking.
Het viertal duwde het gaspedaal het verst in het rood tijdens “Satan Said Dance”, een brok wulpse punkfunk die LCD Soundsystem en The Rapture zich destijds ongewild lieten afsnoepen door Ounsworth & co.
Dat CYHSY hier als een goed geoliede machine voor de dag kwam was mede de verdienste van een efficiënt meppende Greenhalgh die het kleinste drumstel uit indieland had opgesteld, de extra gitarist/toetsenist die zijn keyboards van wel heel erg dicht ging besnuffelen, en de goedlachse bassist die zichtbaar genoot van de publieksrespons.
Net als Radiohead lijkt ook CYHSY er moeiteloos in te slagen om live te laveren tussen klassieke indierock en kille electronica zonder dat het geheel al te geforceerd overkomt.
In totaal hadden zes nummers uit het toch wat wisselvallig ontvangen ‘Only Run’ post gevat op de setlist. Dat “Coming Down” onze persoonlijke favoriet van die plaat is moet te wijten zijn aan die heerlijk brutale monsterrif die in Brussel iets weg had van de protopunk van The Stooges. Dat de spoken word bijdrage van The National’s Matt Berninger op dat nummer voor de gelegenheid werd vervangen door een inderhaast samengeraapt gitaarmotiefje was het soort schoonheidsfoutje dat ook zielsgenoten Talking Heads zich in hun begindagen konden permitteren.
Een ander hoogtepunt diende zich aan toen Ounsworth zijn drie makkers eventjes wandelen stuurde en op zijn typische onhandige manier indruk maakte met een uitgeklede versie van “Misspent Youth”.
Na het aan The Feelies schatplichtige “Upon This Tidal Wave Of Young Blood” deelde CYHSY nog twee bissen uit die de breedte van hun muzikale spectrum perfect overspanden. Op de vooruitgesnelde single “As Always” gingen atmosferische New Order synths een huwelijk aan met de springerige postpunkgitaren van Bloc Party. Nee, we kunnen niet wachten tot daar kinderen van komen. Ons lichtgrijzend indiehaar ging vervolgens helemaal rechtop staan toen CYHSY finaal alle remmen losgooide met een smerige garagerockversie van het oudje “Heavy Metal”.

In welke muzikale gedaante CYHSY volgende keer verschijnt weet ook Ounsworth misschien nog niet. Eén ding staat wel al vast. Zolang de man dit soort weerbarstige indiepop blijft fabriceren die instant naar de keel grijpt volgen wij graag zijn devies: Clap Your Hands Say Yeah!

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

London Grammar

London Grammar – Moeilijk om genoeg van te krijgen

Geschreven door

Het is ondertussen al een grote zes maanden geleden dat London Grammar laatst in België passeerde buiten het festival seizoen. Het toenmalig concert, in de Orangerie zaal in de Botanique, werd jammer genoeg ingekort wegens ziekte van zangeres Hannah Reid en het was duidelijk op dinsdagavond dat heel wat mensen een nieuwe kans wilden. Nog eerder waren zijn één van de ontdekkingen in de Botanique, toen ze optraden in de Witloof Bar . Zo zie je maar hoe snel het kan gaan op een jaar tijd …

Niet te verwonderen natuurlijk, als je bedenkt wat London Grammar de laatste tijd van singles heeft uitgebracht. “Wasting My Young Years”, “Strong”, “Nightcall”, “Help Me Lose My Mind”, we kunnen er nog opnoemen. Vorst Nationaal was volledig uitverkocht, de grote zaal welteverstaan, met een capaciteit van meer dan 8000 toeschouwers. Dit bleek uiteindelijk meer een vloek dan een zegen, maar kom, laten we alles van de positieve kant bekijken.

Als voorproefje kregen we de Liverpoolse band All We Are voorgeschoteld. Ze werden eerder al beschreven als ‘Bee Gees on diazepam’ en dat is geen slechte vergelijking. Hun muziek is niet echt psychedelisch te noemen, maar neemt toch zeker stappen in die richting. Rustige maar erg mooie melodieën met af en toe duidelijke trippy invloeden. Al bij al waren ze een goede introductie en de perfecte muziek om het publiek in de stemming te brengen. De aanwezigen (al heel wat overigens, Vorst zat bij het aanvangen van de opening act al ¾ vol) leken in elk geval gecharmeerd.

Het duurde niet lang of we mochten Hannah Reid, Dan Rothman and Dominic 'Dot' Major, oftewel London Grammar, op het podium verwelkomen. Ze brachten een kleine (maar mooie) intro die naadloos overliep in het fantastische “Hey Now”. En toen waren we vertrokken voor een groot uur van schitterend zangtalent. Want laten we eerlijk zijn: de muziek van London Grammar is goed, maar het is de stem van Hannah Reid die de songs uitzonderlijk maakt.
De setlist bracht niet veel verrassingen, maar dat deerde het publiek weinig. Al vanaf de eerste noot werd er luid geklapt en geroepen tussenin de liedjes, terwijl het tijdens de songs stil werd. Iets wat overigens tijdens het voorprogramma niet het geval was, maar dat is misschien ook wel te verwachten. De band leek erg dankbaar voor het enthousiaste onthaal maar zocht toch weinig contact met het publiek tussen de liedjes door. Vooral Hannah bleef stil, met slecht één kwinkslag wanneer ze tijdens "Stay Awake" plots een kleine lachaanval kreeg. Dan en Dot probeerden wel, met herhaaldelijke bedankingen (vnl. in uitstekend Frans) en een poging tot anekdotes, maar een echte connectie met het publiek bleef uit.
En het moet gezegd worden: Vorst Nationaal is te groot voor een band als London Grammar. Hun songs zijn te intiem voor een zaal met 8000 man en een mini-arena gevoel. Zet ze in de AB en ze blazen iedereen omver. In Vorst was de intimiteit jammer genoeg verloren.

Niet dat de band het aan hun hart liet komen, want de muziek was on point als altijd, en mogen we nog eens herhalen: wat een schitterende stem heeft Hannah Reid toch. Moeilijk om daar genoeg van te krijgen. Het eerste echte toppunt van de show was te vinden tijdens “Wasting My Young Years” maar laten we eerlijk zijn: het hoogtepunt van de avond was ongetwijfeld “Nightcall” en “Strong” back to back.

Het smaakt naar meer, zouden we zeggen! Maar de volgende keer toch liever in een kleiner zaaltje als de Ancienne Belgique.

Setlist: Hey Now – Darling Are You Gonna Leave Me – Interlude – Shyer – Wasting My Young Years – Flicker (Help Me Lose My Mind) – Sights – Stay Awake – Nightcall – Strong
Encore: If You Wait – Metal & Dust

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/all-we-are-07-10-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/london-grammar-07-10-2014/
Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Strand of Oaks

Strand Of Oaks - Potig en intiem

Geschreven door

Met ‘Heal’ heeft Timothy Showalter, alias Strand Of Oaks, al één van de betere platen van dit jaar uitgebracht, een album waarop losjes overgeschakeld wordt van eighties pop naar felle rock.

Een tiental dagen geleden stond hij al in de Trix, nu kwam hij langs in de 4AD en was hij vol lof over dit sympathieke clubzaaltje.
Een enthousiaste, gedreven en bijzonder dankbare Showalter gaf meteen het beste van zichzelf en dropte al een eerste hoogtepunt heel vroeg in de set met een bevlogen “Heal”, een schitterende song die op plaat flink in de synthesizers is gemarineerd, maar die er op het podium als een bijzonder felle rocksong (met uitmuntende gitaarsolo) uitkwam.  In “Goshen ’97” ging Strand Of Oaks vlotjes op dat elan verder, de gitaarpartij van J. Mascis van op het album mistten we niet, Showalter wist daar vakkundig raad mee. We hadden algauw door dat we hier niet alleen met een talentrijk songschrijver maar ook met een voortreffelijke gitarist te maken hadden.
Het volgende en absolute hoogtepunt was “JM” , een briljante song met al even sublieme gitaren. Bij momenten kwam “JM” wel heel dicht in de buurt van Neil Young’s “Cortez The Killer”, maar dit zagen we als een onvoorwaardelijk pluspunt, als wij ergens Crazy Horse menen in te herkennen gaan onze oren immers altijd flapperen.
Na zoveel fraaie krachtpatserij stuurde Showalter zijn band even achter de coulissen om ons in vervoering te brengen met een trio songs waarin hij zich van zijn meest intieme kant liet bewonderen. Het was niet minder dan prachtig, “Woke up To The Light” bezorgde ons trouwens een pak meer kippenvel dan de albumversie, minder stroop, meer gevoel.
De knappe songs van Strand Of Oaks deden ons wel eens denken in de richting van Bob Dylan en Tom Petty, bijgevolg dus ook aan Showalter’s al even bevlogen generatiegenoten van the War On Drugs (een uiterst knap “Shut In” kon gemakkelijk door Adam Granduciel zijn geschreven). 

En tot slot nog dit, wij hebben het nooit gehad voor de opgezwollen pathos van Bruce Springsteen, maar wat Showalter helemaal in zijn eentje op het einde deed met The Boss zijn “Used Cars” was van een adembenemende schoonheid. “Used Cars” staat trouwens op ‘Nebraska’, niet toevallig de meest naakte plaat van Springsteen.

Op voorhand had het duo Scrappy Tapes de zaal op een alleraardigste manier opgewarmd met hun ranzige bluesrock in de trend van .. tja hoe kan het ook anders, The White Stripes, The Black Keys en de minder bekende maar even wonderlijke Soledad Brothers. Hoewel de invloeden niet weg te denken waren, overtuigde dit duo met een eigen smoel dankzij een set verbluffende songs en een resem verdomd fraaie en vunzige gitaaruithalen. Hun kersverse album heet ‘Pickin’ Marmelade’ en u mag het wat ons betreft blind kopen.

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/scrappy-tapes-07-10-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/strand-of-oaks-07-10-2014/

Organisatie: 4AD, Diksluide

Beoordeling

Vance Joy

Vance Joy – Dream your life away!

Geschreven door

Het Australische Vance Joy , rond de sing/songwriter James Keogh , heeft met de single “Riptide” een veel gedraaid nummer op de radio. Meteen de doorbraak , en een jong publiek valt voor deze bezwerende, licht dromerige semi- akoestische folky/americanapop.

Een uitverkocht Orangerie droeg Keogh en zijn band een warm hart toe . Het pas verschenen debuut ‘Dream your life away’ is de noemer van het uur durend concert . De songs graven zich een weg in onze geest en lichaam; het zijn  subtiel uitgewerkte, emotionele nummers die boeien door een aanzwellende opbouw , o.m. een “From afar” en “Snaggletooth”, die middenin de set zaten, en de finesse en sterkte van Vance Joy weergaven. Elk instrument komt tot z’n recht en vindt hier zijn plaatje, gedragen door de licht weemoedige soms hoog uithalende vocals van Keogh.
In de sfeer kwamen we met openers “Emmylou” en “Red eye” , sober ingezet , die dan breder en  intenser klinken . Op “Play with fire”, meer doordrongen van rootspop, was hij even de concentratie kwijt, maar kon mooi met de glimlach worden opgevangen . Het is naast “Riptide” – natuurlijk gehouden op het einde van de set - één van die nummers die wat meer swing en zwier krijgen door de ukulele .
Op die manier laveerden we op relaxte , onbevangen wijze door de set . “Wings of chance” was een oudje in de reeks , die hij in z’n eentje al vijf jaar klaar had . Solo werkt hij eigenlijk z’n materiaal uit . Het kon dan ook niet uitblijven dat er enkele solo gespeeld werden als “My kind of man” en Bruce’s “Dancing in the dark” , die innemend, gevoelig waren . Observaties en relationele omgang nemen een prominente plaats in.
Opnieuw intrigeert de intense opbouw en duikt, borrelt ergens Cold War Kids op in de bredere gemoedelijke instrumentatie , als op een “Wasted time” , “Best that I can” en het afsluitende “Mess is mine”.

Vance Joy wist probleemloos z’n (jong) publiek in te palmen en heeft een mooie toekomst voor zich; 1 plaat uit en een volle Orangerie , het is niet iedereen gegeven . Hou hen maar in de gaten!

Als support kwam een andere Australische sing/songwriter mee, Ezra Vine ; zijn tonnen charisma  en looks  deed het jonge volkje lekker wegdromen op z’n gevoelig , extravert semi-akoestische folky songs . Hij kan zich al meteen meten met anderen in de reeks, Sheeran en Passenger voorop. Een interessante ontdekking!

Organisatie: Botanique, Brussel 

Beoordeling

Pagina 213 van 386