logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Viagra Boys
L7
Concertreviews

Trixie Whitley

Trixie Whitley - De volmaakte leegte

Geschreven door

Trixie Whitley behoort steevast tot de beste vrouwelijke artiesten die België momenteel te bieden heeft en ze liet ons de afgelopen jaren zien dat ze een echt meesterbrein is. Nadat ze enkele jaren muziek maakte en tourde als lid van Black Dub, zag haar solo debuutalbum ‘Fourth Corner’ in 2013 het levenslicht. Het leverde haar internationale erkenning op en maakte haar al snel tot één van de favorieten van de Belgische muziekscene. In 2015 volgde haar tweede album ‘Porta Bohemica’, waarmee ze haar status van rasmuzikante bevestigde. Met een beetje vertraging kwam eind maart dan de derde langspeler ‘Lacuna’ uit, die toonde dat haar nieuwe sound minstens even sterk is als haar vorige twee albums. Verwonderd waren we niet toen we aan de inkom het uitverkocht-bordje zagen hangen.

Muzikaal herbronnen en op zoek gaan naar de kern van de muziek; het is wat Annelies Van Dinter het laatste jaar heeft gedaan met haar project Echo Beatty. Aanvankelijk maakte ook Jochem Baelus deel uit van Echo Beatty, maar tegenwoordig is het een soloproject geworden. En solo werd het ook op het grote podium van de AB, want ze stond er daadwerkelijk alleen voor. De rustige en toch soms wat ruige muziek van Echo Beatty vond voor een redelijk gevulde zaal gehoor en zo luisterde zowat iedereen muisstil naar wat Van Dinter muzikaal te vertellen had. Uitschieters waren afsluiter “Hunger Hunger” en de nieuwe single “High On A Memory”.

Na acht uitverkochte avonden dEUS, was het gisteren aan de Amerikaans-Belgische Trixie Whitley om haar eerste van twee uitverkochte shows in de legendarische Brusselse muziektempel te geven. Netjes op tijd betrad Whitley de scene en het was vooral haar intrigerende bodysuit die vanaf het begin voor open monden zorgde, maar ook muzikaal was het begin meer dan in orde. Opener “Intro” klonk mysterieus, onbereikbaar en beklijvend en vormde een naadloze overgang naar “Heartbeat”. Live klonk het zelfs nog net iets overtuigender dan de al steengoede studioversie.

Terwijl de meeste acts tegenwoordig hun shows doorspekken met hun grootste hits en nu en dan een nieuw nummer, brengt Whitley haar nieuwe plaat zowaar integraal. Een rariteit in het muzieklandschap, maar eentje die zeer goed uitpakte, aangezien ‘Lacuna’ geen zwakke nummers kent. Zo heb je bijvoorbeeld het nu al tijdloze “Time”, dat je tijd en ruimte liet vergeten en het beste uit Trixie’s stem haalde. Het stembereik van de zangeres grijpt nog altijd naar de keel en klonk gisterenavond indrukwekkender dan ooit te voren. De witte wijn tussen de nummers door leek haar stembanden dus goed te smeren.
“Closer”, het enige nummer van haar vorige album ‘Porta Bohemica’ in de setlist, was de uitgelezen kans om het hoge tempo wat te verlagen door zichzelf enkel te laten begeleiden door de piano. In de zeer minimalistische, intieme versie genoot ze werkelijk van het moment en zocht ze het contact met het publiek. Het daaropvolgende “Fishing For Stars”, dat overigens het eerste nummer is dat ze na de geboorte van haar dochter schreef, bleef in diezelfde sfeer hangen. Met haar gitaar onder haar arm zat ze op het randje van het podium voor misschien wel het meest magische moment van de avond.
Na een ietwat rustiger middenstuk, kwam de 31-jarige furieus terug. “The Hotter I Burn” zorgde voor gloed en kreeg ons nog eens helemaal warm. Setafsluiter “Dandy” werd de laatste mokerslag, waarvoor ze zelfs achter haar drums plaatsnam. Het werd een pakkend slot dat de overgang vormde naar de bis-ronde, dat met het sublieme “Breathe You In My Dreams” geopend werd. In de pianoversie kwam het nummer nog harder binnen en ook de meesterlijke uithalen waren niet van de poes. Terwijl haar dochtertje vanuit de coulissen toekeek, sloot ze de set dan uiteindelijk af met de gitaar in handen en het even intieme “Oh The Joy”.

Trixie Whitley’s leven is de laatste jaren enorm veranderd en ook muzikaal klinkt ze wat anders. Samen met een multi-instrumentalist trekt ze nu rond met haar klein gezinnetje en laat ze de wereld kennis maken met het ijzersterke wereldje van ‘Lacuna’. Van furieuze uithalen tot intieme momenten; we kregen het allemaal en in elke discipline blonk de zangeres uit. De soms iets te lange pauzes tussen de nummers door namen misschien lichtjes het tempo uit de show, maar de vrolijkheid waarmee Trixie dan naar het publiek keek en ermee babbelde, was op zijn minst charmant. Trixie Whitley is en blijft een van de beste alternatieve artiesten van België, dat werd gisteren des te duidelijker.

Setlist: Intro - Heartbeat - Long Time Coming - May Cannan - Time - Touch - Closer - Fishing For Stars - Dare To Imagine - Bleak - The Hotter I Burn - Dandy  - Breathe You In My Dream - Oh The Joy

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Organisatie: Live Nation ism Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Los Explosivos

Los Explosivos - Mexicaanse fuifnummers

Geschreven door


Opener van dienst was The Permanentz, een nieuwe groep uit Brussel waar ik weinig over weet. Drie jongens brachten rechttoe rechtaan punk, strak gespeeld en met een zanger die zijn teksten snerend het café in vuurde. Als hij al eens echt zong deed hij dat lekker vals. Eindigen deden ze met een cover - altijd leuk -, “Dancing with myself” van Billy Idol, wat wel wat haaks stond op hetgeen we eerder gehoord hadden.

Los Explosivos komen uit Mexico Stad en toch vonden hun eerste twee platen, na eerst te zijn uitgebracht op plaatselijke labels, hun weg naar ‘Get Hip’ van Cynics voorman Greg Kostelich. Later voegde ook het Londense ‘Dirty Water Records’ een LP van hen toe aan hun catalogus. Totaal onopgemerkt zijn ze dus niet gebleven en in de Pit’s , zijn ze zelfs wereldberoemd.
Het was de derde keer dat ik ze hier zag en veel was er niet veranderd, wel afgeslankt tot een trio. Los Explosivos blijft de ultieme partyband voor wie houdt van rammelende sixties garagepunk. Met een ongezien enthousiasme vlogen ze erin: de voortdurend op en neer wippende “Sabu Avilés” en “Tiba Explosivo” (beide om beurt op gitaar of bas) en de zingende drummer Kasko maar de eerste nummers zorgden niet meteen voor vuurwerk.
Hun Spaanstalige cover van “Louie Louie” klonk ongeïnspireerd en toen ze ons ook nog eens “”Ay, yai, yai, yai canta y no llores” lieten meezingen vreesde ik al een rampscenario. Gelukkig bleek dit slechts een valse start en ik kreeg ik alsnog waarvoor ik gekomen was. Zoals het onstuimige “No eres papa mi” een Spaanse versie van “I can only give you everything”, dat enkele jaren geleden ook al fantastisch gecoverd werd door King Mud en geschreven werd door Van Morrison. Voor de jongeren onder jullie: jawel, Van Morrison had ooit een rock-‘n-roll hart (check Them) maar aan wie hij het verkocht heeft is mij evenwel niet bekend.
De hel was nu definitief losgebroken en de drie maakten hun groepsnaam volledig waar. Songs als splinterbommetjes die elkaar in snel tempo opvolgden, af en toe onderbroken om een pintje te vragen of om ons te beloven dat ze tot hun dood naar de Pit’s zullen blijven komen. Zo lijkt de toekomst van mijn favoriete punkhol dus verzekerd. Plots dook er nog een vierde Explosivo op, Giovanni, die achter het drumstel plaatsnam. Zo mocht ook Kasko zich even op gitaar, duidelijk het favoriete instrument van alle groepsleden, uitleven. Het zorgde voor een spetterende finale. Met eerst hun raison d’être, het nog steeds vlammende “Action woman”(oorspronkelijk van ‘The Litter’), en daarna het op ‘Peter Gunn Theme’ gebaseerde “Barracuda”.
Toen ik daarna buiten even naar adem stond te happen kwam iemand me doodleuk zeggen dat het technisch niet zoveel voorstelde. Meneer was duidelijk vergeten waarvoor de punk destijds werd uitgevonden. Los Explosivos, graag tot een volgende keer!

Organisatie: Pit’s, Kortrijk

Beoordeling

Radio Moscow

Radio Moscow - De ene gitaar is de andere niet

Geschreven door

Het leek erop alsof De Zwerver kort na Cedric Burnside - Legendary Shack Shakers opnieuw een mooie double bill beet had, alleen dacht het publiek daar aanvankelijk anders over.
Want was dat een bedroevend zicht toen de drie meiden uit L.A. de eerste noten uit hun instrumenten knepen. Al het volk (uitgezonderd drie dapperen) achteraan samengetroept op zo’n tien meter van het podium. Vind ik altijd zo pijnlijk maar gelukkig raakte dat gapende gat na een tijdje dan toch gevuld en toen zangeres Sade Sanchez vroeg of we misschien wat dichter konden komen werd uiteindelijk alle schroom overwonnen en werd de barrière tussen publiek en groep volledig opgeheven. Volkomen terecht want L.A. Witch speelde er een delicieuze set waarvan ik achteraf dacht: had ik dit in het café gezien dan hadden de drie me wellicht een delirium bezorgd.
L.A. Witch bracht behoedzame rock-‘n-roll met een zinderende onderhuidse spanning waar ook La Luz en de Allah-Las een patent op hebben hoewel het rockgehalte hier beduidend hoger lag. De ijle, galmende gitaar baande zich omzichtig een weg tussen surf, psychedelica en garagerock, ik kreeg er maar niet genoeg van. Samen met de sensueel zoemende bas van Irita Pai en de kurkdroge drums van Ellie English zorgde ze voor een bedwelmende waas. Naast die sublieme sound, die duidelijk naar de sixties refereerde maar tegelijkertijd erg eigentijds klonk, beschikte het stel ook nog over een rits degelijke songs zodat het plaatje helemaal klopte. Alleen had de stem van Sade Sanchez misschien iets forser gemogen. Ze had soms een wat zeurderig toontje maar waar emmer ik eigenlijk over: Tess Parks klinkt nog een stuk zeurderiger en die vind ik dan weer een geweldige zangeres.

Om eerlijk te zijn: ik was hier enkel en alleen voor L.A. Witch. Toen ik Radio Moscow in hun prille begin in 2008 samen met zo’n 25 anderen zag in café De Rots in Antwerpen vond ik ze heus wel charmant. Maar wat ik dan al vreesde werd bewaarheid toen ik ze enkele jaren later terug zag. De groep uit Story City, Iowa verloor zich helemaal in saaie oeverloze solo’s. Intussen is de groep verkast naar San Diego, Californië, blijkt Parker Griggs na talloze personeelswissels de enige constante en heeft Radio Moscow na zes albums ‘Alive Records’ ingeruild voor ‘Century Media Records’, waarop hun laatste plaat ‘New beginnings’ (uit 2017 alweer) verscheen.
Om maar meteen met de deur in huis te vallen: de gitaarsolo’s die me de vorige keer de gordijnen in joegen vielen hier wat beter mee. Ze waren beperkt in duur maar het bleven toch enigszins nutteloze oefeningen in duizelingwekkende notenreeksen. Het contrast tussen dit eclatante gitaargeweld en de subtiele aanpak van Sade Sanchez kon niet groter zijn. Het minste wat je van Radio Moscow kan zeggen is dat ze zich een eigen (daar kan eventueel nog over gediscuteerd worden), herkenbare sound hebben toegeëigend. Dit was pure late sixties, early seventies (hard)rock. Cream of Blue Cheer maar dan zonder de knappe nummers. Samen met de plukkende bassist Anthony Meier en de zich danig in het zweet roffelende Paul Marrone probeerde Parker Griggs die pioniersperiode van de hardrock te reconstrueren, zo leek het toch. L.A. Witch zocht het in een al even ver verleden maar klonk toch nog eigentijds terwijl Radio Moscow daar geen enkele poging toe deed.
Niets op tegen want ik heb bakken vol platen uit die episode van de rockgeschiedenis. Maar je moet er wel iets mee doen. De sound imiteren, al is het tot in de perfectie volstaat niet want dan klink je al gauw gedateerd. Songs, die naam waardig, waren er nauwelijks en de zang van Parker Griggs beperkte zich tot een onbestemd gegrom, James Leg met een kater als het ware. Maar zelfs dan is het nog niet verloren. Stuw het net iets over the top zodat er een grappig aspect aan wordt toegevoegd (ik denk hierbij aan een Rev Brown) en dan kan je weer alle kanten uit. Helaas leek Parker Griggs me eerder een ernstig type die niet direct behoefte had aan die rare kronkels onder mijn hersenpan.
Was Radio Moscow dan zo slecht? Eigenlijk niet maar het deed me niets. Alleen in dat ene instrumentale nummer, kort voor het einde, liet Griggs zijn gitaar wat gevoel uitstralen. Meteen het enige moment waarin ik me enigszins kon terugvinden in die eindeloze vergelijkingen met Jimi Hendrix.

Organisatie: VZW De Zwerver - Leffingeleuren, Leffinge

Beoordeling

ZZ Top

ZZ Top - Een broeierig verjaardagsfeest

Geschreven door

Vijftig jaar geleden zag ZZ Top het levenslicht in Houston, Texas. Sinds 1969 brengen Billy Gibbons, Dusty Hill en Frank Beard – ironisch genoeg het enige lid  zónder een joekel van een baard - southern rock van de bovenste plank. Bewijs hiervan zijn de tot nu toe meer dan 50 miljoen verkochte platen en een plaatsje in de Rock ’n Roll Hall of Fame. 
Nu, Abraham zien doe je niet zomaar, dus besliste de band op tournee te gaan met als toepasselijke titel ‘50 Years with ZZ Top’. Een verjaardagsfeestje in intieme kring vieren is dus niet voor het grotendeels bebaarde trio weggelegd. Op dinsdag 25 juni werd de verjaardagstaart aangesneden in Vorst. Het tropische weertje dat me vergezelde op weg naar onze hoofdstad, was alvast een ideale sfeermaker voor een avondje broeierige Texas bluesrock.

Eens aangekomen in Vorst Nationaal viel de hitte als een blok op mij. Het is duidelijk dat men dergelijke temperaturen niet gewoon is in België, want van airco was in de zaal geen sprake. Het merendeel van het publiek, dat grotendeels bestond uit baby boomers, nam dan ook de toevlucht tot de zitjes met een of andere vorm van waaier in de hand.

Om het publiek ‘op te warmen’ - pun intended - mocht Larkin Poe de bluesgitaren betokkelen. Deze Amerikaanse roots rockband die geleid wordt door de zusjes Rebecca en Meghan Lovell, werd in 2014  op Glastonbury uitgeroepen tot ‘best discovery of Glastonbury’ en heeft intussen al vier studioalbums uitgebracht waarvan ‘Venom & Faith’ (2018) de jongste telg is.
De zussen Lovell waren een frisse verschijning en brachten een sterk Zuiderse bluessound die vooral gecreëerd werd door de krachtige zangstem van Rebecca Lovell en het knappe slide gitaarwerk van zus Meghan. Ook de passie en zichtbaar genot waarmee de set gebracht werd, zorgden ervoor dat dit een optreden was dat me zeker zal bijblijven. Even waande ik me op de katoenvelden van Georgia en Alabama om dan te realiseren dat ik nog altijd al zwetend en puffend van een halve liter gerstenat aan het nippen was. Liedjes die me bijgebleven zijn, zijn “Bleach Blonde Bottle Blues”, “Preachin’ Blues” en “Blue Ridge Mountains” (verwijzend naar ‘the Appalachian mountains’, een gebergte dichtbij de woonplaats van de zussen).

Omstreeks kwart na negen was het dan de beurt aan ZZ Top. Onder luid applaus van het publiek betraden Gibbons, Hill en Beard het podium. Goed ingeduffeld in lange broek, jas en hoed werd “Got Me Under Pressure” ingezet. De hit uit het album ‘Eliminator’ (1983) was bij de meesten gekend en zette onmiddellijk de toon voor de rest van het optreden. “I Thank You”, “Waitin For The Bus” en “Jesus Just left Chicago” volgden in sneltempo. Het was duidelijk dat ZZ Top gekomen was om te spelen, zonder te veel aandacht te besteden aan bindteksten. Spijtig, want laat ons eerlijk zijn, na vijftig jaar rocken moet hier en daar toch wel een pittige anekdote te vertellen zijn. Daar waar de stem van Gibbons bij enkele nummers niet meer volledig tot zijn recht kwam, was dit wel zo bij “Gimme All Your Lovin’”, het eerste hoogtepunt van de avond. De song werd loepzuiver gebracht en deed de temperatuur in Vorst stijgen naar héél gevaarlijke hoogtes.
In feite bestond de volledige setlist uit de ene hit na de andere, maar hoe kan dat ook anders als je kan putten uit een repertoire dat een halve eeuw omvat. Toch merkte je dat er stelselmatig naar een climax toegewerkt werd. “Just Got Paid”, “Sharp Dressed Man” en “Legs” effenden het pad voor het welgesmaakte “La Grange” en “Tush”.
Muzikaal-technisch was het smullen voor de fans, maar qua performance merkte je wel dat 50 jaar op de planken zijn tol begon te eisen . Hoewel Gibbons en Hill heel goed op elkaar ingespeeld waren en dus geen enkel probleem hadden om synchroon de gitaren te bespelen, kwam dit soms nogal mak en statisch over. Een vergelijking met robots - rockende robots wel te verstaan – zou hier niet misstaan.

Al bij al beschouwd was het optreden toch een waardig jubileum waar ik van genoten heb. Na 50 jaar zoveel fans op de been brengen én begeesteren, zij het op een iets gezapigere manier dan vroeger, is niet elke band gegeven. Hiep, hiep, hoera, dat ZZ Top nog lang mag rocken!

Organisatie: Gracia Live

Beoordeling

The B-52’s

The B-52’s nemen afscheid in schoonheid

Geschreven door

The B-52’s kwamen hun Belgische fans uitwuiven. Zo heel veel stonden ze hier niet op een podium, maar hun “Love Shack” behoort wel tot ons cultureel erfgoed. Of toch voor wie ergens tussen 45 en 65 jaar oud is. Hun sound is zo uniek dat geen enkele band in hun voetsporen is getreden, zelfs niet nu ze zelf met pensioen gaan.

Trapdoor Social mocht heel kort het publiek opwarmen. Daarvoor zetten ze meteen enkele jokers in, zoals een puike cover van Queen (“Don’t Stop Me Now”) en van “Feelin Good”, een song uit de sixties die bekend werd in versies van Nina Simone en recent nog Muse. Ze hadden ook een vierkoppige blazerssectie mee als aanvulling op de baritonsax van zanger Skylar Funk. Zolang hij alleen sax speelt, heeft het iets van Morphine, maar met de andere blazers erbij klinkt het eerder als Paul Simon op zijn ‘Graceland’. Trapdoor Social is heel hard bezig met het milieu, maar verpakt die boodschap graag in catchy en vrolijke rock. Zelfs al was dit maar een support act, hij smaakte naar meer.

Het concert van The B-52’s in de AB leek een valse start te krijgen. Voorprogramma Trapdoor Social bleef nochtans netjes binnen de voorziene speelduur. Daarna was het nog ruim drie kwartier puffen in een bloedhete AB voor The B-52’s zouden opdagen. Tien minuten voorbij de voorziene start van het optreden werd op het podium nog een extra monitor aangesloten en getest. Daarna duurde het nog vijf lange minuten vooraleer iemand doorhad dat er geen microfoons zaten in de statieven van Cindy, Fred en Kate. Voor een show van dit niveau leek dat allemaal toch wat amateuristisch.

Het ongeduldige publiek moest nog meer geduld hebben. De eerste concerthelft werden, op het vinnige “Private Idaho” na, vooral vullertjes afgevuurd, zoals “52 Girls”, in 1978 het B-kantje van “Rock Lobster”. Ook “Mesopotamia”, “Funplex” en “Legal Tender” werden enkel door de kenners op de eerste rijen enthousiast onthaald. We hadden elk van die nummers graag ingeruild voor het hitsige “Dirty Back Road”, dat schromelijk over het hoofd wordt gezien op deze afscheidstournee. Die lange aanloop was een beetje jammer want de stemmen van Cindy en Kate bleven het beste overeind in die net iets minder interessante eerste helft en zouden tekenen van verval laten optekenen zodra de hits er aan kwamen. Het zou onbetamelijk zijn hun leeftijden te openbaren, maar de jaren zijn gunstiger geweest voor Kate Pierson dan voor Cindy Wilson. Terwijl Cindy heel de show door nauwelijks bewoog, zette Kate het vaak op een enthousiast dansen en rondlopen. Of misschien speelde niet de leeftijd Cindy parten, maar wel haar heel nauw aansluitende pakje en het kapsel dat haar nog steeds een halve meter groter maakt. Fred was zijn olijke zelve en speelde voluit zijn rol als lichte stoorzender. De rest van de band speelde foutloos.
Het echte feest werd voorbij halfweg op gang getrokken met een heerlijke versie van “Roam”. Vanaf dan was het voor de fans dansen, meewuiven en feesten met “Party Out Of Bounds”, “Channel Z”, “Dance This Mess Around” en een lang uitgesponnen, maar ietwat tam gebracht “Love Shack”.
Daarvan werden niet enkel de refreinen maar ook alles daartussen luidkeels meegeschreeuwd door een volle AB. Cindy, Kate en Fred werden toch merkbaar een beetje stil van al dat oorverdovende enthousiasme bij de fans. Meezingen hadden ze verwacht, maar zoveel oprechte liefde voor één song, daar hadden ze niet op durven rekenen.
In de bisronde kregen de Belgische fans nog vurige versies van “Planet Claire” en “Rock Lobster”. De fans dansten en schreeuwden zo hard dat de band er een extra toegift bovenop deed. “Lava” wordt zo het definitieve orgelpunt voor The B-52’s in België.

Ze zullen gemist worden. In de AB toonden ze dat deze band er nog steeds staat. Je kon genieten zonder toegevingen en zonder dat je dingen met de mantel der liefde moest bedekken. Afscheid nemen in schoonheid, noemen ze dat.

Organisatie: Live Nation ism Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Left Lane Cruiser

Left Lane Cruiser - Alle oude krakers overboord

Geschreven door

Dit was mijn eerste keer in La Cave Aux Poètes. Heel mooie naam en best een aangename club, tenminste als je een plaatsje vooraan weet te bemachtigen. Want dit is echt een kelder met het plafond niet hoger dan twee meter zodat er van een podium nauwelijks sprake is. Positieve punten waren het ruim assortiment aan Belgische bieren waaronder, het door mij niet echt gesmaakte Sas Pils, en de meer dan voldoende gratis parkeergelegenheid, wat niet altijd evident is in dergelijke steden.

Mercure, een drietal uit het nabijgelegen Lille, mocht stipt om 20u30 aftrappen en ze deden dat zeker niet slecht. De overigens uitstekende zanger Geoffrey Gosset droeg een shirtje van Queens Of The Stone Age en dat was ook de hoek waarin we Mercure mochten situeren. Vooral het eerste ellenlang nummer met enkele opmerkelijke tempowisselingen en wat prog invloeden kon op een goedkeurend gegrom van mijnentwege rekenen. Maar ook hetgeen volgde, een paar missers niet te na gesproken, mocht gehoord worden. Dat kwam vooral omdat Mercure zich ver weg hield van het leger stereotiepe en meestal oersaaie stonerbands. De gitaar van Gosset, die veelal de lage regionen frequenteerde, klonk steeds inventief en werd daarbij stevig geflankeerd door de bas van Simon Herbaut en de drums van Nicolas Dogadaski (beiden ook actief bij de post-metalband The Lumberjack Feedback). Fijne opwarmer.

Left Lane Cruiser is actief sinds 2004 maar kreeg pas echt enige bekendheid in 2008, toen ze tekenden bij Alive Records en hun tweede (voordien was er nog ‘Gettin’ down to it’ op het bescheiden Hillgrass Bluebilly Records en nog steeds indrukwekkende plaat, ‘Bring yo’ ass to the table’, verscheen. Ik zag ze toen, nadat ik ze eerst gemist had in het Franse Aulnoye-Aymeries (ze waren er niet geraakt wegens paspoort problemen), twee keer aan het werk (Bar Mondial en The Pit’s) en sindsdien moet ik ze zowat ieder jaar minstens één keer ontmoet hebben.

Van een verrassingseffect kan er dus al lang geen sprake meer zijn en toch wisten ze me te verblijden met een onverwachte songkeuze. Er was nog meer veranderd: drummachine Pete Dio was er niet meer bij. In de States tourt Freddy J IV opnieuw met Brenn Beck, drummer extra-ordinaire van het eerste uur, maar die zag de oversteek naar Europa niet zitten. Zo zat onze Freddie met hetzelfde probleem als James Leg en nu ook Margaret Airplaneman: afhakende drummers. Toch vond hij er één. In zijn eigen Fort Wayne, Indiana dan nog, een echte bluesman die hij al heel lang kent. Dan vroeg ik me af waarom hij hem niet eerder recruteerde maar dat werd wel heel snel duidelijk. Goeie drummer, niets op aan te merken, en een meer dan behoorlijk zanger, tig maal beter dan Freddy zelf en dat geeft die laatste ook grif toe, maar er zijn op zijn minst gezegd wat kosten aan. Hyperkinetisch is waarschijnlijk geen afdoende term voor wat we hier zagen. Johnny Revers, zo heet hij, leek wel een bonobo op speed. Achteraf poogde ik hem iets te vragen maar een zinnig gesprek met hem leek onmogelijk. Dat doet niets af van zijn muzikale kwaliteiten maar met zo iemand touren moet toch bijzonder lastig zijn. Was dit optreden een fiasco geweest dan had ik het Freddy nooit kwalijk genomen. Maar dat werd het allerminst!
Nochtans begon de set wat in mineur met twee nieuwe songs waarvan ik dacht: typisch Left Lane Cruiser maar zo heb ik er al net iets te veel gehoord. Daarna mocht Revers een nummer (van Taj Mahal) zingen en ik werd meteen weer alert. Knap gedaan en later mocht hij het nog twee keer proberen, “Hound Dog Taylor” en “I can’t be satisfied” van Muddy Waters, telkens met succes. Maar ook de eigen nieuwe nummers waarin we al eens een verdwaalde Stones of Led Zeppelin riff konden ontwaren , kwamen nu beter uit de verf. Een stuk steviger en beter ook dan op plaat, Left Lane Cruiser blijft een groep die je vooral live moet meemaken.   
Freddy’s stem bleek totaal aan flarden gereten en klonk eerder als het schurend geluid van versleten remmen maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door zijn fenomenaal gitaarspel. Hij had trouwens een sneer over voor de verzamelaars die hun gitaren aan de muur hangen. Gitaren zijn er om gebruikt te worden, in zijn geval moeten ze zelfs afzien. Overstuurd en bedolven onder tonnen gruis maar altijd met een perfect gevoel voor nuance. Een perfectionist die tussen de nummers zijn gitaar telkens uitgebreid moest stemmen maar dat nam ik er graag bij. Ook werd nog maar eens duidelijk dat Freddy een meester is in het naar zijn hand zetten van andermans nummers. Zo haalde hij “Grand Funk Railroad” moeiteloos door de trash bluesmolen en voegde er haast achteloos nog een indrukwekkende gitaaroutro aan toe.
Het kippenvelmoment van de avond werd “Baby please don’t leave me”, waarin Left Lane Cruiser wel slaagde waar Cedric Burnside enkele weken eerder niet lukte: de geest van Junior Kimbrough laten herleven. Het werd een ijzingwekkend scheurende versie die me een delirium bezorgde.

Dit was zeker niet de allerbeste Left Lane Cruiser (dat blijft tot nader order de editie met Brenn Beck) maar met deze set waarin alle oude krakers overboord gekieperd werden, kwamen ze toch aardig dicht in de buurt. Toen ik achteraf het pand verliet , zag ik een schichtige rat onder een geparkeerde wagen verdwijnen: een passend beeld om een avondje intense trash blues mee af te sluiten.

Organisatie: La Cave Aux Poètes (ism Les Bains de Minuit)

Beoordeling

Foxwarren

Foxwarren - Ode aan de vriendschap

Geschreven door

Als de naam Foxwarren ergens in uw bovenkamer een belletje doet rinkelen dan bent u (i) indrukwekkend sterk in aardrijkskunde om dit onooglijk klein stadje meteen correct te situeren in Manitoba, Canada en/of (ii) een liefhebber van melancholische treurwilgen zoals Elliott Smith en Sufjan Stevens en bijgevolg ook fan van de gelijknamige band die de Canadese singer-songwriter Andy Shauf ruim tien jaar terug heeft opgericht met drie jeugdvrienden. Het aantal platen in de discografie van Foxwarren is totnogtoe niet bepaald indrukwekkend; door de solo exploten van Shauf bleven demo’s en onafgewerkte nummers bedoeld voor het tweede Foxwarren album jaren lang op de plank liggen tot ze op de valreep van 2018 alsnog het levenslicht zagen. De 10 vakkundig in elkaar gekunstelde softrock miniatuurtjes op die titeloze schijf laten zich beluisteren als één lange dream sequence waarin Shauf zich opnieuw etaleert als één van de meest miskende talenten van zijn generatie.

Andy Shauf lijkt aan zijn vorige triomftocht in DOK Gent, nu drie jaar geleden tijdens de voorstelling van diens magistrale solo plaat ‘The Party’, niets dan goede herinneringen te hebben overgehouden. Afgelopen maandagavond stond de timide Canadees daar immers opnieuw, deze keer geflankeerd door zijn oude makkers van Foxwarren aangevuld met een huurling op keyboards. Tijdens de schuchtere starter “To Be” leek het nog wat zoeken naar de juiste melancholische toets en sputterde de elektrische gitaar van Dallas Bryson nog wat tegen, maar laat dat meteen de enige smet zijn op wat we voor de rest gerust een grand cru optreden mogen noemen. Niet dat we er bijzonder veel gespot hebben, maar liefhebbers van vakkundig gepolijste 70ies intellectuelen als Steely Dan en Randy Newman konden vanavond nergens beter af zijn dan in DOK Gent.
Foxwarren afschilderen als een typische retroband die zich louter beperkt tot het recycleren van het verleden is, zo bleek, een grondige misvatting. In elk nummer van de Canadezen zit er immers wel één of ander subtiel muzikaal experimentje verborgen, gaande van start-stop ritmes, ambient tussenstukjes tot tegendraadse baslijntjes. Bijna als vanzelf ontstaan er dus raakvlakken met bands uit de recentere muziekgeschiedenis. Neem nu de combinatie van in reverb gedompelde close harmony, een kurkdroge piano en een minimale drumbeat tijdens het eerste hoogtepunt “Lost In A Dream”, een succesformule waarmee de New Yorkse collega’s van Grizzly Bear een heuse carrière hebben uitgebouwd. Nog straffer was “Fall Into A Dream”, dat uit te startblokken schoot als een wulps alt.country deuntje zoals Wilco er ooit een paar dozijn uit hun mouw hebben geschud om vervolgens in de lange outro radicaal van koers te veranderen richting Air’s psychedelische loungepop. Dat de doorwinterde Canadezen hun hand niet omdraaien voor een tempowisseling meer of minder bewezen ze door de subtiele spacepop van “Lost On You” naadloos te laten overlopen in het door een motorik krautrock beat opgejaagde “Everything Apart”.
Met songs over vertwijfeling, verlies en onbereikbaar verlangen kan je de ondertoon in het Foxwarren universum bezwaarlijk uplifting noemen. Helemaal haaks daarop stond het ontwapenend enthousiasme van de breedlachende Canadezen die écht leken te genieten van hun avond. Shauf is te mensenschuw om zich te profileren als volbloed frontman, maar vanonder zijn guitige rode pet zocht hij toch met mondjesmaat contact met het publiek: “Do you have any questions for the band”? vroeg hij zich een paar keer af. Wie de kurkdroge humor van Filip Geubels kan smaken , werd vanavond op zijn wenken bediend.
Ook de uitdaging om een concertuur te vullen met een album dat reeds afklokt na 35 minuten ging Foxwarren met verve aan. De Canadezen hadden een stuk of drie nieuwe nummers in de aanbieding, waarvan eentje met de vermoedelijke titel "I Wanna Hear Your Voice Call” amper zou misstaan op de volgende plaat van Midlake. Als enige encore deed ook Shauf in zijn dooie eentje een duit in het zakje met de Belgische première van het ontwapenende liefdesliedje “Judy”.

Foxwarren etaleerde zich vanavond als een vriendenclubje dat erg spaarzaam omsprong met muziek en woord: elke noot raakte een zenuw, elke quote was meteen raak. “This place is nice, just a couple of old pals playing some tunes” liet Shauf zich ergens ontvallen. Geen loze woorden, maar een treffende ode aan vriendschap in moeilijke tijden.

Organisatie: Democrazy, Gent

Beoordeling

Andrew Bird

Andrew Bird - Een muzikaal staaltje magie

Geschreven door

Een aangename en zachte lenteavond mocht -op eigen vraag- plaats maken voor muzikaal vertier in de Handelsbeurs. Een jongedame van slechts 22 jaar, zou het voorprogramma verzorgen. Singer-songwriter Madison Cunningham kwam alleen, maar toch rustig en zelfverzekerd het podium op. Haar vrij zachte, doch volle sopraanstem kon mijn oren meteen bekoren. Haar gitaarwerk klinkt helder en vrij stoer tegelijkertijd, met een knipoogje naar Nick Drake. Het gevoel voor ritme waarmee ze complex gelaagde songs brengt, daagt mij als luisteraar uit en doet mij verlangen naar meer. Maar lang zal ik niet lang op mijn honger moeten zitten, want 16 augustus komt haar nieuwe album ‘Who are you now’ (Verve Rec.) uit. Madison Cunningham, een belangrijke tip voor iedere luisteraar die graag wat uitdaging te horen krijgt.

Even soundchecken… En iets later stapte de grote man van de avond -letterlijk met een ironische glimlach- doorheen een scheef geknutselde deur van het decor naar voren. Het duidelijk enthousiaste publiek onthaalde Andrew Bird met een royaal applaus. Nu stond ook ieder bandlid op het podium en een korte, ietwat mysterieuze, intro stak van wal. En toen werd het stil… En begon Andrew B-i-r-d na enkele akkoorden te fluiten. Bijna iedereen begon optimistisch te bewegen, want publiekslieveling “Sisyphus” was opener van het optreden! …

Ook na deze prachtige opener bleef diezelfde vibe van positiviteit aanwezig. Dat Andrew Bird al sedert jonge leeftijd klassiek geschoold is, maar zijn muziek toch een geheel eigen stempel geeft valt bij het volgende nummer, “Bloodless” heel duidelijk te horen. Het nummer start met een jazzy deuntje maar krijgt dankzij Andrew zelf of zijn band steeds bijkomende of vervangende muzikale elementen. Heel kenmerkend voor Andrew Bird is het opnemen van live loops en hier steeds meer live loops aan toevoegen tot hij ook zonder zijn band klinkt als een prachtig één mans orkest. Verschillende keren, in vele verscheidene songs, was ik hier vol bewondering getuige van. Meneer Bird is duidelijk een immens straffe muzikant.
Nu volgden verschillende nummers van Andrew’s nieuwe plaat ‘My finest work yet’ (Loma Vista Rec.) elkaar op. Ieder nummer mocht rekenen op een aandachtig publiek dat nadien altijd een stevig applaus gaf. Zijn dit weldegelijk Andrew’s fijnste werken? Ik denk dat ze meer dan een beetje in aanmerking komen…
Toch werd de voorstelling van ‘My finest work yet’ even onderbroken. Na een vijftal nummers kondigde Andrew aan dat het nu tijd was voor enkele oldies. De gekleurde lichten verdwenen uit beeld en de gewone, gele verlichting ging aan. De band stond nu letterlijk in zijn nakie, maar dit kon hen duidelijk niet deren. Meer zelfs… Andrew vertelde in een persoonlijke anekdote dat zijn laatste verblijf in ons land een intens miserabel gevoel veroorzaakte. Door die ellende, stond hij stil bij alles wat er niet om deed, in plaats van wat er wel toe deed. Bijvoorbeeld… bij de vraag waarom er geen bergen in België zijn. Op dit laatste is het nummer “Danse Carribe” gebaseerd. Zogezegd zo gedaan bracht Andrew samen met z’n voltallige band die song, maar dan akoestisch. Het nummer nam ons mee op pad en deed mij af en toe denken aan de wereldse sound van Beirut. Nadien reageerde de zaal met een applaus om U tegen te zeggen. En we zaten nog niet eens halverwege de set!
In diezelfde kwalitatieve lijn, speelde Andrew met zijn ‘camaraderie’ alle nummers van zijn laatste plaat, stuk voor stuk verder. Er heerste een gevoel van verbondenheid, dankbaarheid en contentement in de zaal.

Om af te sluiten in stijl, bracht Andrew nog verschillende topsongs vanuit zijn gevarieerde oeuvre. De song van de avond werd voor mij zonder twijfel “Three white horses”: de emotie waarmee Andrew dit nummer zong, de warme dynamiek tussen de verschillende muzikanten, de wisselwerking tussen Andrew en het publiek… Ik kreeg er gewoon kippenvel van.

Het was een fantastisch geslaagde avond. Zeker voor herhaling vatbaar.

Setlist: Aminor - intro-Sisyphus-Bloodless-Olympians - Cracking codes-Fallorun - Danse caribe - Give it away-Archipelago - Proxy war-Manifest - Don the struggle - Bellevue bridge club - Why? - Truth lies - Roma Fade - 3 white horses-Capsized - Anything but love - Orpheo looks back -  Pulaski

Organisatie; Democrazy (ism Handelsbeurs), Gent

Andrew Bird - Een muzikaal staaltje magie
Andrew Bird & Madison Cunningham
Handelsbeurs
Gent
 

Beoordeling

Pagina 117 van 395