logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gary Numan
Editors
Concertreviews

Hot Snakes

Hot Snakes - Live nog steeds een bom

Geschreven door

Een gebrek aan ambitie kan men opener Onmens moeilijk verwijten. Dit Gentse duo omschrijft zichzelf immers als ‘Belgium’s most explicit electronic music group’. Of dat ook klopt , laat ik in het midden maar op het podium was er alvast voldoende te beleven. De gitaar van de energieke Kasper Van Esbroeck klonk nijdig, dwars en steeds onvoorspelbaar. Naast hem zagen we een erg begeesterende zanger, Bert Minnaerts ofte Siegfried Burroughs, die tevens drummer is bij Kapitan Korsakov en verder nog in talloze andere projecten actief is. Hier liet hij zijn met echo overladen stem alle richtingen uitzwermen. De ene keer klonk hij als een volbloed rapper, een andere keer leek hij te solliciteren bij een death metal band om het volgende nummer als een dronken crooner over het podium te struinen. Vuurwerk genoeg op het podium maar dit was slechts de helft van het plaatje. De twee werden begeleid door een vooraf geprogrammeerde muur van elektronica die je in het beste geval ergens in de industrial hoek kon situeren maar te dikwijls goedkoop en schetterig klonk. Jammer maar misschien ben ik gewoon te oud voor dit soort onzin.

Alles komt terug! Nog maar pas Radio Birdman gezien en daar waren nu de Hot Snakes alweer. Deze band uit San Diego, Californië maakte het mooie weer tussen 1999 en 2005. Hun erfenis bestaat uit drie mooie platen en herinneringen aan een spetterend optreden in de Charlatan net voor de split. Mijn manke geheugen meende ze ook ooit al eens in De Kreun gezien te hebben maar bij navraag bleek ik ze te verwarren met Obits, een ander project van zanger-gitarist Rick Froberg. Diezelfde Froberg heeft verder samen met de andere gitarist, John Reis (ook bekend van Rocket From the Crypt) een verleden bij Drive Like Jehu. Mooi volk genoeg op het podium dus.
Eigenlijk zijn de Hot Snakes al sinds 2011 terug actief maar dit jaar verscheen er een nieuwe plaat, ‘Jericho Sirens’, wat de comeback compleet maakte.
Op de heenreis sloeg de twijfel plots toe. Die laatste plaat, zeker in vergelijking met hun vroeger werk, vind ik eigenlijk verre van geweldig maar toen de vier met een twintigtal minuten vertraging op het podium verschenen, bleek al zeer snel dat Hot Snakes live nog steeds een bom zijn. Misschien nog meer dan vroeger zelfs. Ze hadden er ook opvallend veel zin in. Vooral gitarist John Reis die meteen contact zocht met het publiek: praatjes makend met de mensen vooraan of zijn voet op iemands schouder posterend. Op een gegeven moment liet hij zelfs een fan zijn gitaar met de tanden toucheren.
Hot Snakes stonden nog steeds garant voor bijzonder strakke garagehardcore waarbij de hoge, ietwat benepen stem van Froberg en de kristalhelder hamerende gitaar van Reis de voornaamste kenmerken zijn. Aan een hels tempo werden de nummers, netjes evenredig geplukt uit hun vier platen, erdoor gejaagd.
Slechts een paar keer was er tijd voor een adempauze. Tijdens zo’n moment riep Reis plotseling “Kom dichterbij, we zijn niet gevaarlijk” waarbij hij vergat dat het volk reeds tegen het podium plakte en hij zonet zijn voet op het kale hoofd van een nietsvermoedende fotograaf had geplant.
Wat een genot om oude krakers als “Automatic midnight”, “Suicide invoice” of “I hate the kids” terug te horen. Niets hadden die aan frisheid ingeboet terwijl de nieuwe nummers dan toch niet zo bleek uitvielen als eerst gevreesd. Hoogtepunten zat natuurlijk maar als ik dan toch enkele uitschieters moet kiezen ga ik voor de eerste twee bisnummers die iets minder hard maar toch zo fonkelend klonken: “This mystic decade” en “Plenty for all”.

Zelden een groep gezien waar het spelplezier zo vanaf droop. Hopelijk duurt het dit keer geen dertien jaar eer we hen terugzien.

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Beoordeling

The Posies

The Posies - Power(pop) to all our friends

Geschreven door

Alle artistieke vernieuwingsoperaties ten spijt, The Posies deden de jongste jaren vooral hun best om net niét als The Posies te klinken. Sterkhouders van het eerste uur Jon Auer en Ken Stringfellow, hét kwajongensduo bij uitstek als het over meerstemmige powerpop gaat, zagen de bui al hangen en lieten dit najaar de kans niet liggen om tijdens hun ‘30th anniversary tour’ enig eerherstel af te dwingen. Wat deze tour redelijk uniek maakt is dat de plooien met de originele ritmesectie Dave Fox (bas) en Mike Musburger (drums) na akkefietjes over fame and fortune eindelijk zijn glad gestreken; in De Kreun stonden dus dezelfde vier heren die 24 jaar geleden hun allereerste optreden op Kortrijkse bodem gaven in café Den Chips ... those were the days!

Dertig jaar on the road, het is uiteraard niet niks, maar zoals de setlist al snel duidelijk maakte hebben The Posies veruit de meeste potten gebroken in de 90ies. Niet meer dan logisch dus dat Auer en Stringfellow hun verjaardagsfeestje vooral hadden gebouwd rond ‘Frosting On The Beater’ (’93) en ‘Amazing Disgrace’ (’96), twee ‘classic’ albums die recent een tweede leven kregen in lijvige reissue versies. De uit die periode daterende symbiose tussen Big Star en Cheap Trick slaat live nog steeds de meeste gensters, zeker nu de The Posies na jarenlange verkenning van het less is more principe eindelijk terug een full electric band geworden zijn. Opvallend ook hoe popgrunge parels als “Dream All Day”, “Daily Mutilation”, “Please Return It” en “Definite Door” in geen tijden zo potig klonken dankzij de hernieuwde samenwerking met de geoliede ritmetandem Fox - Musburger.
Zelfs tijdens een nostalgisch best-of feestje als dit willen Auer en Stringfellow zichzelf blijven uitdagen. Zo doken ze midden in de set plots het publiek in om onversterkt het oudje “You Avoid Parties” op te rakelen. Even knetterde er een weemoedig kampvuurtje in De Kreun, en bleken The Hollies de coolste band ter wereld. Een ander (on)berekend risico die de twee boys from Seattle zowat elke avond nemen is het promoten van lokaal talent. Artist in residence Galine mocht een paar nummertjes komen meekreunen uit de laatste echt goeie Posies schijf, ‘Blood/Candy’ (‘10), maar verkwanselde door haar stuitende desinteresse een uitgelezen kans om haar aantal likes significant de hoogte in te jagen. Het contrast kon niet groter zijn met Auer’s veelbetekend vingertje richting hiernamaals tijdens de slotakkoorden van “So, Caroline”, opgedragen aan ‘s mans beste vriend en voormalig Posies drummer Darius Minwalla die na amper 39 lentes in 2015 onverwacht een ticket richting indie heaven in de bus kreeg.

Eindigen deden The Posies met twee dubbele uppercuts uit hun vetste jaren. Met de okselfrisse gitaarpop singles “Flavor Of The Month” en “Solar Sister” hebben Auer en Stringfellow menig zomerfestival ingepakt, en dat was in De Kreun niet anders.
Harder en donkerder klonken de finale adrenaline shots “Throwaway” en “Ontario”, waarna het verjaardagsfeestje zich verplaatste naar de merchandise stand waar de twee frontmannen als vanouds een potje gaan zwanzen met fans en selfie jagers. Nostalgie was vanavond even geen vies woord of een hol marketing product, maar een zelfrelativerende ode aan oude vriendschappen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
The Posies
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/view-album/99

Grand blue herion
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/view-album/100
Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Beoordeling

Radio Birdman

Radio Birdman - Terug gekatapulteerd naar de seventies

Geschreven door

Lokale helden (ik schreef bijna veteranen maar in vergelijking met de mannen die nog moesten komen zijn dit nog dartele veulens) The F’kk’n’ G’dd’mn Luckies mochten de avond openen en gaven ons precies wat we verwacht hadden, niet veel dus. Dat laatste mag je zelfs als een compliment zien. Met minimale middelen brachten ze geblutste, lofi trashblues waarop het steeds heerlijk meedeinen was. Veel was daar dus niet voor nodig: de knallende drums van Stevie en de rammende, kaduuk klinkende gitaar en de in bier gemarineerde rasp van Saftn’ volstonden ruimschoots. Naar ik meende te horen , gingen de meeste songs over bier, de rest waarschijnlijk ook en daar is niets mis mee. Want wat rest er ons meer dan bier, na een alweer deprimerende verkiezingsuitslag.

Mijn verwachtingen voor Radio Birdman waren niet bijster hooggespannen. Ik heb nog vage herinneringen van een optreden waarin een verwaande Rob Younger de boel vakkundig om zeep hielp. Bovendien las ik een recensie van een optreden, enkele dagen eerder in Haarlem, waaruit bleek dat Radio Birdman vandaag enkel nog een stel net niet dementerende bejaarden zou zijn. En teert de band nu wel niet erg lang op het oude succes? Ze maakten amper drie studioalbums, de laatste (het verwaarloosbare ‘Zeno Beach’) dateert van 2006, maar eigenlijk draait alles nog altijd om hun debuutplaat, ‘Radios Appear’, waaruit het leeuwendeel van de nummers werden geplukt.
De legende wil dat Deniz Tek (oorspronkelijk van Ann Arbor, Michigan) in 1973 in Detroit toevallig de gitaar van Fred Sonic Smith kocht, MC5 was toen net gesplit. Een jaar later houdt hij in Sydney met Rob Younger Radio Birdman (genoemd naar het verkeerd verstane ‘radio burnin’’, een regel uit de Stooges song “1970”) boven de doopvont. In ‘77 volgt dan dat debuut, het klassiek geworden ‘Radios Appear’, waarop een mix van messcherpe Detroitrock en een snuifje surf resulteert in unieke Australische protopunk. Na de tweede plaat in 1981, ‘Living Eyes’ split de band om vanaf 1996 een sluimerend bestaan te leiden.
In Kortrijk waren er toch drie van de vier mannen van het eerste uur bij: Deniz Tek (gitaar), Pip Hoyle (toetsen) en zanger Rob Younger. Dat alleen al was een prestatie op zich. De groep opende nogal mak met “Do the pop” terwijl de klankbalans verre van optimaal was, de keys waren bijna niet te horen.
Rob Younger, die er eerder uitzag alsof hij zopas bevrijd was uit Auschwitz, leek zijn spastisch snokkende lichaam niet onder controle te hebben. Het was geen gezicht maar de man bleek nog redelijk bij stem en stelde zich dit keer bescheiden op. Maar het heilige vuur miste ik toch in dat begin en waarom ze The Doors’ “Not to touch the earth” (een wat vergeten nummer uit ‘Waiting for the sun’) coverden vraag ik me nog altijd af. Naarmate de set vorderde en de klank wat beter werd , kreeg de band meer grip op de zaak en werd het nog heel mooi. Deniz Tek zorgde geregeld voor vuurwerk op gitaar terwijl songs als “Alone in the endzone”en “Man with golden helmet” (voorzien van een sublieme piano) niet stuk te krijgen zijn. Tijdens “Hand of Law” liet surfliefhebber Deniz Tek zich nog eens gaan door er een flard “Pipeline” (The Chantays) tussen te gooien.
Er werd afgesloten met het razende “New race”, misschien wel hun beste nummer. Het oplapwerk in de kleedkamer had blijkbaar heel wat voeten in de aarde maar uiteindelijk kwamen de zes terug voor een indrukwekkende bisronde. Daarin gingen ze verder op het elan waarmee ze de set gestopt waren en diepten ze drie knallers uit hun prille beginperiode op: “Anglo girl desire”, “Aloha Steve & Danno” en “T.V. Eye” (The Stooges) waarmee ze bewezen dat ze ooit even een punkband waren geweest die er echt wel toe deed.

Overtuigend over de ganse lijn was het zeker niet, toch blij dat ik de heren nog eens aan het werk zag want de afschrijvingstermijn moet nu toch stilaan verlopen zijn.

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Beoordeling

Beach House

Beach House – Hypnotiserende dreampop met een extravert tintje

Geschreven door

Al sinds de oprichting van Beach House in 2005 betoveren Alex Scally en Vitoria Legrand ons met hun hypnotiserende dreampop . Opnieuw kwamen we terecht in een bedwelmend, meeslepende sfeertje van atmosferische en dromerige klanktapijten , gedrenkt in melancholie. Anderhalf uur hoorden we in een uitverkocht AB een carrière overzicht van traag slepend en (licht) pulserend materiaal, vertederend en extravert .

De doomy indiepoppers staan al voor de vierde maal . “We’re getting old” stamelde Victoria van achter haar keys . Haar verschijning, haar zang en de lang wapperende haren doen ergens Nico van de V.U. opborrelen . In al die jaren horen we die fragiele , breekbare , timide , donkere , grimmige en hartige, openbloeiende sound . De zweverige klanken worden door solide drums sterker ondersteund .
In het voorjaar verscheen ‘7’ , een kleine drie jaar na ‘Depression cherry’ en ‘Thank your lucky stars’ . De productie was in handen van Sonic Boom-er Pete Kember , die de stijl van z’n Spacemen 3 en andere space/psychedelica pop bands toevoegt.
We worden opnieuw meegevoerd in hun geluidskunst ; het kleurenpalet op het grote scherm doet z’n werk en spreekt tot de verbeelding en mooi zijn de schaduwen van de drie , die schakeren op het podium.
“Levitation” zet meteen de toon . De zacht fluwelen en (diep)grauwe vocals zijn verstrengeld in het kenmerkende, voortkabbelende Beach House geluid. “PPP” is forser, krachtiger van aard en op het gekende “lLzuli” twinkelt , fonkelt; de keys en drums nemen het voortouw.
Daarna zitten we in de zweverige , etherische spiraal van stemmige , sfeervolle , dromerige nummers als “Space song” , “Black car” en de nieuwe “Drunk in LA”, “Girl of the year” en “l’Inconnue” . Een soundtrackgevoel ervaren we van weidse landschappen en Air heeft hier een patent .
Het tempo wordt opgedreven , de trage, slepende , repeterende ritmiek is geïnjecteerd van tempoversnellingen en wordt feller, verbetener door de grooves . In de aanzwellende opbouw gaan we in de invloedssferen van hun producer , en postrock krijgt een duw voorwaarts door die verontrustende , donkere onderlaag . De sound davert en stroboscoops doen hun werk op “Dive” , de perfecter afsluiter in dit genre .

Door de jaren wordt het drietal nog steeds sterk onthaald . Beheerst weet Beach House om te gaan met hun dromerige , genietbare , onderkoelde, frisse geluidskunst . We worden meegevoerd in hun bezwerende , grillige dreampop . Die verschillende kenmerken zorgen nog steeds voor een uniek sfeertje . Mooi dus wat het trio verwezenlijkt . Beach House is helemaal terug!

Organisatie: Toutpartout ism Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Pale Waves

Pale Waves - Jonge Leeuwen, met potentieel om in de toekomst inderdaad potten te breken

Geschreven door

'Don't believe the Hype'. Met dit in gedachten, vertrokken we op zaterdagavond naar Botanique , Brussel voor een band die door sommige Engelse media bijna wordt aanzien als het nieuwste wereldwonder. Pale Waves bracht met 'My Mind Makes Noises' een debuut uit dat voor uiteenlopende reacties zorgt. Van 'een zoveelste new wave/postpunk kopie 'tot 'de nieuwste parel' tot 'een band met potentieel, die vooral nog moet groeien'. Het deed ons besluiten om zelf eens te gaan zien naar de nieuwste Hype uit Manchester. We kunnen ons trouwens nog het best vinden in die laatste stelling, zo zou naderhand blijken. De Rotonde was compleet vol gelopen, met een opvallend jong publiek die de teksten ondertussen had vanbuiten geleerd, en Pale Waves in de ganse set warm onthaalt.

Aanstekelijk synthpop om op te warmen
Voorprogramma zijn is doorgaans een ondankbare taak. De band in kwestie moet alles uit de kast halen om een publiek, dat eigenlijk enkel komt voor de hoofdact, over de streep te trekken. Sommige van hen vallen dan ook al te vaak door de mand. Maar je hebt zo artiesten die over voldoende charisma beschikken om die klus met brio tot een goed einde te brengen. Ninety's Story (****) mogen we tot deze laatste categorie rekenen. Dit duo brengt een aanstekelijk potje synthpop dat van begin tot einde aan de ribben kleeft. Een gewonnen thuismatch zou je kunnen stellen, het Franse duo pakte het publiek uiteindelijk met het grootste gemak in, na een toch eerder moeizame start. Dat enthousiasme op het podium, een aangeboren charisma samen met gezapige tot catchy refreinen naar voor brengen waarop stil staan onmogelijk is, zorgt er uiteindelijk voor dat de handen prompt op elkaar gaan, en Ninety's Story een overgroot deel van de zaal uit zijn hand kon doen eten. Missie geslaagd, en een Electro/synthpop duo om in het oog te houden, naar de toekomst gericht.

Geef hen tijd om te groeien...
Pale Waves (****) moest eigenlijk totaal geen inspanning leveren om dat publiek over de streep te trekken. Al vanaf de wat vreemde intro reageert de zaal overenthousiast op ondertussen al bekende songs als “Televison Romance” en “Kiss”. Goed begonnen is half gewonnen dachten de dames en heren. De registers worden verder open getrokken met “Eighteen”, “Black” en “Red”. Twee songs die nog maar eens aantonen dat Pale Waves ook heel snoeihard kan uithalen trouwens. Nog een opvallende vaststelling. Pale Waves brengt new wave/post punk die doet terugdenken aan de jaren '80, maar in een fris en monter kleedje gestoken. Samen met deze band is een nieuwe generatie opgestaan die deze muziekstijl omarmt. Want, zoals we eerder hadden aangegeven, stond de zaal boordevol piepjong en wild enthousiast reageerde fans die elke songs uit volle borst mee zingen. Dat enthousiasme werkt bovendien enorm aanstekelijk. De band was duidelijk diep onder de indruk van zoveel enthousiasme, en legt de lat prompt nog wat hoger. Hoewel de instrumentale omkadering daarbij heel belangrijk is, is het de charismatische en tot de verbeelding sprekende frontvrouw Heather die de meeste aandacht naar zich toetrekt. Stond ze in het begin redelijk bedeesd op dat podium, eens ze aanvoelde dat ze deze wedstrijd gemakkelijk kon winnen, spreekt Heather haar publiek voortdurend aan.
Pale Waves krijgt in sommige media het verwijt steeds uit datzelfde vaatje te tappen? Dat blijkt ook niet helemaal waar te zijn. Zo zijn er intieme momenten zoals bij “She” waar Heather’s breekbare stem je een krop in de keel bezorgt, en worden we prompt weggevoerd in donkere gedachten boordevol weemoed en melancholie. Later in de set worden alle registers dan weer compleet open gegooid in een wervelende finale met “Noises” en “My Obsession”, trouwens wederom uit volle borst meegebruld door dat enthousiast publiek, waaruit blijkt dat Pale Waves een heel veelzijdige band is, die zich niet in een bepaald hokje laat duwen, ook dat siert hen.
Het is dan ook een beetje jammer dat na de regulaire set geen bisnummer meer volgde, waardoor de ultieme kers op de taart ontbreekt. Maar dat is een beetje muggenziften, want de band had er voor gezorgd dat we onze sceptische kijk op de zaak prompt naar de vuilnisbak mochten doorverwijzen.

Besluit: Pale Waves vindt de new wave wellicht niet opnieuw uit. Maar geeft daar wel een eigenzinnige draai aan, en beschikt vooral over zeer tot de verbeelding sprekende frontvrouw, die perfect weet hoe ze haar publiek uit haar hand kan doen eten. De overige bandleden stonden er een beetje statisch bij, maar blijken één voor één virtuozen te zijn die klanken boordevol magie uit hun instrumenten toveren.
Kortom, op basis van dit optreden in de Botanique, hopen we vooral dat Pale Waves de kans krijgt om te groeien. Want Pale Waves heeft zeker en vast potentieel om ooit potten te breken. Zoveel is duidelijk.

Setlist: Television Romance – Kiss – Eighteen - New Years Eve – Red – Heavenly – Black – She - Came in Close - The Tide - One More Time – Noises - My Obsession - There’s A Honey

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Julien Clerc

Julien Clerc - zoveel meer dan Hélène

Geschreven door

Recent ontviel ons Charles Aznavour, één van invloedrijkste Franstalige muzikanten uit de tweede helft van de 20ste eeuw. Samen met generatiegenoten zoals Gilbert Bécaud en Yves Montand, inspireerde hij talrijke zangers en muzikanten in Frankrijk en ver daarbuiten. Eén van hen is de Frans-Guadeloupse zanger Julien Clerc, die eind jaren ’60 triomfeert als hij mag aantreden in het voorprogramma van Gilbert Bécaud.

Ondertussen staat ook hij al 50 jaar op de scène en om dit te vieren trekt Julien Clerc door Europa met La tournée des 50 ans. Een greatest hits, zeg maar. Uitverkopen doet de Parijse zanger Vorst Nationaal niet, maar toch lijkt de zaal zaterdagavond tot de nok gevuld.
Clerc geeft de aftrap met “Utile” uit 1992 en de meezinger “Je t’aime etc.”, een single uit het album ‘Á nos amours’ uit 2017, waaruit hij later op de avond ook “À vous jusqu’à la fin du monde” brengt.
Geïnspireerd door de mei ’68-beweging aan de Sorbonne en de hippiegemeenschap in de Verenigde Staten, schrijft Clerc “La Californie”, een uptempo nummer dat hij in Vorst met verve brengt. Uit deze periode dateren ook het luid gescandeerde “La Cavalerie” en “Laissons entrer le soleil” uit de musical Hair. Mijn persoonlijke favoriet “Ce n’est rien” brengt Julien Clerc aan de piano en is een eerste hoogtepunt van de avond.
Julien Clerc wordt altijd in één adem genoemd met zijn tekstschrijvers, die wil hij op deze tournee dan ook in de bloemetjes zetten. “Si on chantait” en “Coeur de Volcan” markeren de vruchtbare samenwerking met Étienne Roda-Gil, die voor hem tal van teksten schreef. In “Quatre heures du matin” herdenkt hij zijn jeugdvriend en tekstschrijver Maurice Vallet (alias ‘Momo’), en met “Si j’étais elle”, uitgebracht op het gelijknamige album uit 2000, viert hij de auteur in Carla Bruni. De tekst van “Partir”, over het leven on the road, is dan weer van de legendarische Jean-Loup Dabadie.
Voor hij de hit “This Melody” inzet, vertelt Julien Clerc een anekdote over de Franse komiek Coluche, die op een feestje van Clerc toekwam verkleed als ‘een bokaal noten’. Hij wilde de zanglijn ‘dans ce pays, dont les fruits sont si beaux, qu'on se contente des noyaux’, uitbeelden. Volgt het wollige “Chanson d'Émilie et du grand oiseau”, een nummer uit de musical ‘Émilie Jolie’ uit 1979, waarvoor het gastzangeresje Chloé wordt ingeschakeld. Het in bossa nova-tempo “La Jupe en Laine” en het ietwat kleffe “Femmes, je vous aime”, geeft dan weer uiting aan zijn meer dan grote bewondering voor het vrouwelijk geslacht. Ook “Mélissa” borduurt verder op hetzelfde thema en wordt luidkeels meegezongen, toch een pittige tekst in deze #Me Too tijden.
Een prachtig moment volgt wanneer Julien Clerc de tonen inzet van “C’est en septembre”, het nummer van Gilbert Bécaud dat het einde van de zomer viert in het door toeristen geteisterde zuiden van Frankrijk (Bécaud groeide op in Toulon). Een hommage aan zijn leermeester die hem op jonge leeftijd al de kans gaf om te schitteren in de mythische Olympia. Ook een nummer van Aznavour kan op deze avond niet ontbreken: “For me Formidable” wordt luidkeels meegezongen.
Julien Clerc is het befaamdst om zijn tijdloze love songs, die hij als geen ander weet te brengen met zijn zachte, unieke stemtimbre. Het bloedmooie “Fais-moi une place”, een romantisch eerbetoon aan zijn geliefde, op de prachtige tekst van Françoise Hardy, doet de zaal een eerste keer verstommen. Met “Ma Préférence”, een nummer dat Julien Clerc schreef voor de Franse actrice Miou-Miou, waarmee hij in 1975 de film ‘D'amour et d'eau fraîche’ draait, beleeft Brussel opnieuw een hoogtepunt. Miou-Miou werd toen immers als een ‘duivelse’ partij beschouwd en in dit nummer legt Julien Clerc alle criticasters op poëtische, subtiele wijze het zwijgen op. Het populaire “Hélène” tenslotte, ook bij ons een grote hit, veroorzaakt een stormloop naar het podium met bloemen en oplichtende smartphones (hadden we dit niet nog al eens meegemaakt bij Adamo?).

Julien Clerc sluit af met twee bisnummers, waaronder “Travailler c’est trop dur” aan de piano. Voor het aanwezig publiek had hij echter nog wat mogen blijven doorwerken. De avond leek te kort voor onder meer “Nouveau Big Bang, J’ai le coeur trop grand pour moi” en nog zoveel andere nummers van deze productieve muzikant. Ondanks zijn 71 lentes, hopen we toch op een vervolgtournée binnen een aantal jaren.

photo homepag - Sadaka Edmond/SIPA

Organisatie: Next-Step

Beoordeling

Ry Cooder

Ry Cooder – Na 50 jaar nog geen gebrek aan zuurstof

Geschreven door

Stipt op tijd startte een klein ‘voorprogramma’ waarbij Joachim Cooder in enkele nummers zijn ding mocht doen. Hij bracht een soort ‘wereldmuziek’ waarbij het moeilijk uit te maken was wat de bron van de klanken was. Dat intrigeerde ons en wat opzoekwerk leverde snel een antwoord: voor de meeste nummers begon Cooder met het creëren van een loop van klanken die hij produceerde met een elektrische mbira (een product van Array Instruments).. Wie zich hiervan een idee wil vormen, vraagt het eens aan Mr. Google. Naast hem tokkelde ene Sam Gendel op de gitaar. Na een drietal nummers (wat voor de meerderheid van het publiek waarschijnlijk volstond) beloofden ze dat ze meteen terug zouden komen…

Enkele minuten later schept Sam Gendel een bevreemdende sfeer met een soundscape op elektronisch versterkte sax. Daar bovenop creëert de slidegitaar ”Nobody's Fault But Mine”, een eerste bluesklassieker van Blind Willie Johnson. Doorheen de avond brengt Ry Cooder op sublieme wijze een mix van eigen werk met parels uit het Great American Songbook. “Everybody Ought to Treat a Stranger Right” stamt ook uit de jaren ‘30 toen de Grote Depressie de VS teisterde. Maar het thema is nog altijd even actueel. Het is fijn voor gitaristen dat hun spel met de jaren alleen maar verbetert zolang ze gespaard blijven van reumatiek. Voor zangers ligt het een stuk moeilijker om hún instrument gaaf te houden want niets is zieliger dan een zanger met stembanden die het aflaten. Ry Cooder prijst zich gelukkig als prille zeventiger met vingers en stem die nog even levenslustig zijn als in de vorige eeuw!
Links op het podium staan de Hamiltones. Met hun donkere brillen lijken het de Blind Boys From Alabama die de backing vocals verzorgen. De hele avond zorgen ze voor een swingende gospelsound die ambiance brengt in het uitverkochte Kursaal dat door Cooder geprezen wordt om zijn akoestiek. En het wordt nog gezelliger als Ry even aan de toog komt zitten met een anekdote over Bob Dylan die hem aanraadde de ‘merch’ te verzorgen want vooral T-shirts doen het goed! “Ik maak alleen muziek, geen kledij”, was het antwoord. En dat doet Ry al meer dan 50 jaar! De Hamiltones waren het geknipte trio voor “Go Home Girl” (Arthur Alexander), één van die klassiekers waarvan je na al die jaren begint te geloven dat die uit de pen van Cooder zelf kwam. De elektronische vervorming van de saxofoon vormden een vreemde combinatie met de klassieke gitaarklanken voor “The Very Thing That Makes You Rich (Makes Me Poor)”. Een applaus van herkenning kwam pas toen het nummer zijn originele ritme vond bij eerste refrein. De solo van de sax leek uit het oeuvre van Ian Dury geplukt. Niet echt ons kopje thee…
We waren reeds halfweg, tijd voor Cooder om -naar eigen zeggen- even aan de zuurstoffles (een cadeau van Emmylou Harris) te gaan liggen en voor de Hamiltones om op het voorplan te treden. Meteen bewijzen ze dat ze heel wat meer aankunnen dan het backingwerk. We krijgen ook het individuele stemgeluid te horen van de drie fantastische zangers met een presence van échte performers! Met “74 Jesus on the Mainline” transformeren ze de Oostendse muziektempel in een kerk uit de Bible Belt. Meteen gaan ze uptempo verder met “Gotta Be Lovin Me” met mister Ry op double neck.
Tot onze spijt ontbrak een instrumental zoals “Paris-Texas” op de setlist. Maar dat werd ruimschoots goedgemaakt met “Vigilante Man” (Woody Guthrie). De slidegitaar doorsneed de stilte van de bomvolle zaal en even scherp waren de nieuwe lyrics in deze oude traditional: “Weak mind in the White House. He is not a clown. He’s controlled by others.” De schietgrage lui van de NRA zijn Cooders vrienden niet: “This song hasn't changed since Woody wrote it in thé 30ies.”
Vervolgens trekt Ry van leer tegen het materialisme in “You must Unload”. “Modegevoelige christenen raken niet in de hemel met hun hoge hakken.” De sax steelt opnieuw de show met alweer een atypische solo waar Ry ten zeerste van geniet. De Hamiltons wiegen mee van de ene voet op de andere. En voor het te prekerig wordt, bedient Cooder de roepers om verzoeknummers in de zaal met een eigen keuze uit zijn oude covers: “How can a poor man stand such times like this?” en “Down in the Boondocks” (Billy Joe Royal). Bij het eerste nummer geeft hij deemoedig de nodige duiding: “Blind Alfred Reed schreef het in de depression. Zoiets zou ik niet kunnen schrijven…. Maar wel spelen. Check dit thuis eens op YouTube voor het origineel.”
Met een bottleneck op de zingende snaren mogen we even mee naar Hawaii. We surfen verder op het aanstekelijke ritme van de titelsong uit de nieuwe plaat ‘The Prodigal Son’ dat ook van John Hiatt kon zijn. The Hamiltones mogen afsluiten met “99 1/2 Won't Do (Dorothy Love Coates)”. Nog een oproep van priester Cooder: “Kijk 's morgen in de spiegel en zeg dat je voor 100 gaat!”
Het trio gaat met een ton charisma James Brown achterna. Een staande ovatie begeleidt de band naar de coulissen en terug.
Als bisnummer wordt nog een verzoekje gegeven: “Little Sister” (Elvis Presley) en The Hamiltones sluiten af met “I Can’t Win”.

Met de nieuwe CD op zak haast ik me naar de auto om mijn oren te verwennen. De onderste trede van een marmeren Kursaaltrap gooit roet in het eten en mijn voet moet het ontgelden. Ik laat me nog vallen als een echte judoka om de voet te mijden, maar ‘s anderendaags is het verdict onverbiddelijk: voetbeentje gebroken. Als Ry Cooder mijn gips nu zou komen signeren...

Organisatie: Greenhouse Talent

Beoordeling

Christine & The Queens

Christine & The Queens - Dans , theater en muziek in een sfeerrijk geheel.

Geschreven door

Die Héloïse Letissier heeft het op korte tijd wel gemaakt met haar Christine & The Queens. Op een goede drie jaar tijd gaan haar nummers erin als zoetebroodjes . Twee platen noteren we nu met een handvol singles , die een breed publiek omarmen.
Ook vanavond was het een charmant weerzien en wordt de zangeres/performster/animatrice onthaald als een ‘Queen’ , die het ‘anders zijn’ zo muzikaal ‘normaal’ mogelijk maakt … Op haar vorige passage in Vorst had ze af te rekenen met een fysiek belabberde toestand van hoge koorts en ontoereikend stembereik. Hier zagen we een kwieke verschijning met haar band die de temperatuur deed stijgen …

Sfeervolle , dromerige popliedjes met elektronica/elektrowave/funk/hiphop -motiefjes en beats klinken eenvoudig , aangenaam en lekker in het gehoor. Het Franse chanson krijgt meer finesse en de sound is onschuldig , leuk en goed . Ze omschrijft het graag als freakpop , die wordt omfloerst met wonderlijke synths , roffelende, hitsende drums en een magistrale , doorleefde zang, met heerlijke refreinen, ook al zijn er zanglijnen voorgeprogrammeerd. Het doet er niet toe, iedereen geniet , beweegt en zet danspasjes .
Die muzikale eenvoud wordt omgezet tot in de puntjes uitgewerkte choreografie . Een dansproductie met haar rits dansers (-essen) en een videowall achter de groep . Een fantastisch live spektakel. Een dansmusical die het plaatje compleet maakt; muziek en dans gaan hand in band, de energie wordt gebald in bruisende dynamiek, levendigheid én in emotionaliteit en dramatiek . Een soort West Side story , of wat het Kursaal in de zomermaanden de laatste jaren weet te bieden …
Opener “Comme si on s’aimait” refereerde aan “Beat it” van Michael Jackson. Al gauw horen we die schitterende single “Damn, dis-moi” van de nieuwe plaat ‘Chris’. Synchrone danspassen sieren het nummer. Afgetraind danst, hotst en zwiert onze zangeres. Het combo wordt warm onthaald . “Le G” blikt terug naar die synthpop van Giorgi Moroder .
Haar recyclage stemt iedereen gelukkig. Science-fiction wordt er tegen aan gegooid , met pompende electrobeats . Jawel , het mag harder , feller , energieker . “Radio gaga” leidt “Les paradis perdus” van landgenoot Christophe in , waarin zelfs een flard Kanye West te horen is; ze zingt en voert het solo uit, ondersteund van zachte pastelkleurige keys.
Bijna halverwege de set komen twee interessante singles voorbij , “Christine”, “5 dollars , voorafgegaan door het slepende “Feel so good” . Daarna valt de spanning wat weg , niet alle nummers zijn even-single-waardig , komt de klemtoon op show en de act ; sneeuwvlokken dwarrelen in ‘t rond en geven elan aan de sound.
Een zwoel, dampend sfeertje groeit op “Follarse” , een Janet Jackson/Vanity 6’s “Nasty” wordt er mooi aan gebreid . Intiem moment hebben we op “Nuit 17 à 52” , feeëriek door de smartphonelichtjes ; solo staat ze daar op het grote podium , zingt a capella en wordt door het publiek op handen gedragen. Wat een meezinggehalte . “It doesnt matter” en “La marcheuse” als slotstuk brengen muziek en dans te samen.
Een volleerd gezelschap is aan het werk, die met twee oudere nummers uitwuiven ; het zijn de gekende tunes van “Saint claude” en “Intranquilleté” die een extraverte , dansbare tint krijgen . Ze is hier te zien aan de andere kant van de zaal .

Christine & The Queens brengen ‘la chaleur humaine’, gelijkwaardigheid van de kleurrijke wereld van de gays en de transgenders. Een boeiende artieste die dans , theater en muziek samen brengt in een sfeerrijk geheel.

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Pagina 137 van 395