logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

L7
L7
Concertreviews

Viet Cong

Viet Cong - Canadese guerrillas overrompelen Kortrijk

Geschreven door

Canada boven in De Kreun, want met Viet Cong en Absolutely Free  stonden er twee Canadese bands op de planken.  Hoewel niet uitverkocht was De Kreun toch aardig volgelopen …

Absolutely Free  uit Toronto mocht openen. Dit drietal is ontstaan uit de as van de band DD/MM/YYYY  (Day Month Year) die er in 2011 mee ophield. Die band had als een van zijn laatste wapenfeiten een split EP uitgebracht met Beak>, de band van Geoff Barrow van Portishead, die twee jaar geleden Sonic City cureerde. Absolutely Free had perfect op de affiche van Sonic City kunnen staan, met zijn mix van electronica en krautrock. Absolutely Free begonnen  instrumentaal, met door Kraftwerk geïnspireerde elektronicalijntjes. De zanger had een ijle stem, ergens tussen Perry Farrell en Ben Gibbard in en dit in combinatie met de Stereolab sound van de keyboards gaf het geheel een psychedelisch tintje. 
Het geluid van de band was voornamelijk opgebouwd rond de twee synthesizers en de elektronische drums, maar een twanggitaar mocht in een aantal nummers een mooie vintage klank aan het geheel toevoegen. Niet slecht dit Absolutely Free.

Viet Cong komt uit Calgary, net als Chad Vangaalen, bij wie ze gitarist Scott Munro recruteerden. De kern van Viet Cong bestaat uit de bassist en de drummer van de band Women, die er in 2010 de brui aangaven na een gevecht op het podium. In 2013 bracht Viet Cong de EP ‘Cassette’ uit, terwijl we begin dit jaar hun 7 nummers tellende debuutalbum kregen, waarvan de single “Silhouettes” veel airplay kreeg. Op basis van die single verwacht je postpunk à la Interpol, maar Viet Cong is voor geen gat te vangen, dat bleek al uit de eerste twee nummers, die ze uit de EP ‘Cassette’ puurden. Rauwe garagerock, beetje Velvet Underground, en de schuurpapieren stem van zanger bassist Matt Flegel was al even ongepolijst en voortvarend als de brulboei die Patrick Stickles is bij Titus Andronicus.
In In “Silhouettes” veranderde Viet Cong volledig van koers, dit was pure post punk, die aanzette als vroege Bloc Party, een heerlijke brok donkere pop, met jengelende gitaren, een stuwende bas ende huiveringwekkende stem van Flegel, Paul Banks waardig.
Na dit nummer was de band opgewarmd, want de blonde drummer deed zijn t-shirt uit. Anders dan Interpol of Savages, die een eenkennig postpunkgeluid neerzetten, is Viet Cong complexer en minder retro new wave: Scott Munro durft zijn gitaar al eens door een keyboard sturen. De timide ster van de band was ongetwijfeld tweede gitarist Daniel Christiansen, die de nummers opsmukte met zijn gitaarmotiefjes in dezelfde stijl als Gemma Thompson bij Savages.  
“March of Progress” ving aan met synths en monotone drums, waarna het nummer nog drie keer van richting veranderde, zo passeerde Johny Marr’s gitaargeluid en culmineerde het nummer met de zinsnede “What is the difference between love and hate”. Als u het weet, stuur een gele briefkaart naar Calgary, Alberta ter attentie van de Viet Cong. “Bunker buster”, een brutale aanval de Russische separatisten waardig, teerde op het uitgebeende geluid van Big Black en toen moest het hoogtepunt nog komen dat er aan kwam met “Continental Shelf”, een wanhopige,  maar verbeten hymne met een machtige break en een refreinaanzet die ze bij “How soon is now” waren gaan stelen. Goed gestolen is altijd beter dan slecht geschreven, vind ik. 
Tweede hoogtepunt was de afsluiter “Death” dat ook weer alle kanten uitschoot, in meer dan 10 minuten ging het  van pure pop naar drones  Swans waardig en terug.  Een bis was echt overbodig, de Viet Cong had ons overrompeld en verslagen, hoog tijd om onze wonden aan de toog te likken.

Pics homepag Xavier Marquis (Indiestyle.be)

Organisatie: Kreun , Kortrijk

Beoordeling

Jamie T.

Jamie T – een geslaagde Valentijnsdate

Geschreven door

De beste platen zijn die platen die de tijdsgeest weten te vatten. Zo staat het debuut van Arctic Monkeys gelijk aan 16 zijn in het Sheffield van 2006, de eerste van Oasis geldt als de ideale soundtrack voor een jonge knaap in het uitzichtloze mid-90’s-post-Thatcher Manchester en de eerste worp van The Clash is het relaas van jong zijn in het grijze Londen aan het eind van het zevende decennium van de vorige eeuw.
‘Panic Prevention’, de eerste van Jamie T, was er ook zo eentje. Acht jaar oud ondertussen beschreef het album het (nacht)leven in dezelfde stad die ook de grote inspiratiebron was voor het eerdergenoemde The Clash: Good Old London Town. Thema’s als Bingedrinking, pub crawls, spiked drinks kwamen allemaal aan bod via een frisse mix van indie, postpunk, UK garage en rap. Hij werd al snel God in eigen land, zo speelde hij op zijn recente tour in dezelfde zalen als The Libertines, op het continent bleef hij eerder Klein Pierke. Dat daar verandering in lijkt te komen bleek uit het feit dat toen hij in de Botanique bijna dag op dag 5 jaar na zijn vorige passage zijn nieuw album, ‘Carry On The Grugde’, kwam voorstellen, het concert hopeloos uitverkocht was. De eerlijkheid gebiedt ons wel te zeggen dat de zaal zodanig vol zat met Britten dat we vaak een “moh, er zijn hier nog Belgen!”-gevoel hadden als we iemand Nederlands of Frans hoorden praten. Engels als voertaal dus. Dat bleek ook uit het geharrewar op de voorste rijen. Op 14 februari hadden wij een Valentijnsdate met een hoop zatte Britten en, liefde maakt gelukkig blind, Jamie Treays himself. En u?

Dat onze date een geslaagde date was, zeg dat wij het gezegd hebben. Met “Limits Lie” en het magistrale “Don’t You Find”, twee nummers van de nieuwe plaat, begon het voorzichtig, maar wel al direct met de juiste vibe. Toen ze hierna een tandje hoger schakelden met “Operation” en “Peter” werd het voor het eerst duidelijk dat een nieuwe backingband optrommelen voor De Moeilijke Derde een goede zet was. Zijn vorige band The Pacemakers mochten na de vier jaar lange sabbat opkrassen en werden, al dan niet met een even riante ontslagpremie als die van Steven Martens bij de voetbalbond, vriendelijk bedankt voor bewezen diensten. Live liep het met The Pacemakers vaak stroef, waardoor ze niet altijd de hoge verwachtingen konden inlossen. Die problemen lijken met de nieuwe begeleidingsband die zowel de hardere als tragere nummers aankan, voorgoed van de baan.
Misschien waren die tragere nummers wel het beste. Eventjes werd het met het wonderschone “Turn on the Light” zelfs bijna té romantisch en dus vroeg ie voor “Salvador” wie er met zijn partner gekomen was om hen vervolgens een ‘fuck off’ toe te sneren. Heerlijk. Knap ook hoe hij in “The Prophet”, ook eentje uit zijn ‘zachter’ repertoire, dat piekerende gevoel op emotionele katerdagen wist te vertalen in een nummer, het was wellicht het mooiste moment. Of was dat “Emily’s Heart”? Voor dat nummer nam hij plaats op een stoel, iets waar wij doorgaans een hekel aan hebben, maar zoals al eerder gezegd, liefde maakt blind.
Ach, een beste moment kiezen is al bij al ook maar een momentopname tijdens het intypen, een product van onze gemoedstoestand. Voor hetzelfde geld kiezen we morgen voor de wat meer uptempo nummers. Kiest u gerust zelf. Want “Sheila”, “Rabbit Hole”, “The Man’s Machine”, “British Intelligence” en “If You Got The Money” waren ook gewoon echt uitermate straf. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de knallende apotheose van een bisronde die bestond uit de anthems “Zombie” en het verschroeiende “Sticks ‘n Stones”, ‘when there’s no one left to fight/boys like us don’t shine so bright’. Wat een toetje. Het muzikale equivalent van seks op de eerste date.

Uit de manier waarop Jamie Treays genoot kon je niks anders dan afleiden dat hij blij was terug op een podium te staan na de 4 jaar lange stilte. De liefde kwam duidelijk van twee kanten en ook dat maakte het een optreden om in te kaderen. Het moet van onze kalverliefdeperiode geleden zijn dat we nog zo’n mooie Valentijn hadden.

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Jessie Ware

Jessie Ware – Diva op de beste manier

Geschreven door

Zou het heiligschennis zijn om Jessie Ware een soul diva te noemen? Zou het? Misschien wel, maar we gaan het toch doen. Want je kan er niet omheen, ze heeft er alle trekken van. Gepaste 'attitude' op het podium? Check. Sensuele moves? Check. Volle, krachtige stem? Check, check en nog eens check. Om maar te zeggen: Jessie Ware, we waren er weg van.

Jessie Ware kwam in 2012 op met de schitterende (en ondertussen vermoedelijk alom bekende) single “Wildest Moments”. Het was een beetje een prelude, maar ook een beetje niet. Want de tekst ("we could be the greatest, we could be the greatest") beloofde grootse dingen en de fantastische stem die zo fonkelde in dat nummer beloofde nog meer dan dat. Ze was dan ook goed op weg om ‘the greatest’ te worden, met een prestigieuze Mercury Prize nominatie op zak en lovende fans en recensenten overal ter wereld.
En toen werd het een beetje stil. Niet ongewoon, uiteraard, want Jessie was druk bezig met het touren en de festivals afschuimen in zowel 2012 als 2013. Maar toch bleef het rustig. Al te meer tijd om een nieuw album te schrijven? Wat de reden ook was, het heeft gewerkt want de Jessie die donderdag avond in de AB op podium verscheen blaakte van zelfvertrouwen en had er duidelijk plezier in. Twee dingen die keer op keer voor een uitstekend concert zorgen, en dat was deze keer ook niet anders.

Het voorprogramma werd verzorgd door Tout Va Bien, een kind van De Nieuwe Lichting van Studio Brussel in 2013. Met de rustige piano en bedaarde vocals was het een goede keuze, al leek de AB er jammer genoeg weinig in geïnteresseerd.

De set van Jessie Ware ging rustig van start met “Running”, overigens haar eerste single, en treinde daarna vol overtuiging verder op een ritme dat verassend veel overeenkomsten had met soul! Goede beats, teksten die je bijblijven maar vooral een loepzuivere, krachtige stem. Er zijn vele soorten stemmen in de muziekwereld; ze verschillen in timbre, ze verschillen in toon, ze verschillen in intensiteit. Jessie Ware's stem steekt er bovenuit. Het is verbazingwekkend hoe ze foutloos van zacht naar helder springt. Het ene moment in falsetto en het andere moment zo fel dat het bijna ondenkbaar is dat ze haar niet tot buiten kunnen horen.

Ook het contact met her publiek was goed. Jessie was zich duidelijk aan het amuseren, dat merkte je in hoe ze zong en hoe ze over het podium danste, maar ze sloeg ook regelmatig een praatje met het publiek en verontschuldigde zich zelfs op een gegeven moment aan een fan op de eerste rij na een misverstand met een smartphone cover. Ze bedankte België ook een paar keer voor de steun door de jaren heen. Dat hoor je natuurlijk wel vaker tijdens concerten maar toch, kunnen we zeggen dat het deze keer oprecht gemeend was? Ik vermoed van wel.
En laten we niet vergeten: de muziek uiteraard. Ook die was er vol op, al leek het publiek naar het einde een beetje slomer, wat rustiger en minder enthousiast. Misschien ligt het aan de songkeuze, want die bracht toch een klein dipje in tempo. Wie weet, en al bij al viel het toch wel mee want toen het slotmoment eraan kwam met “Wildest Moment” en het schitterende “Say You Love Me”, was alle sloomheid vergeten.

Geen encores bij een Jessie Ware concert, maar laat het niet gezegd dat dit het concert slechter maakt. Dat we ze maar snel nog eens kunnen zien. Deze zomer misschien?

Setlist:  Running - Champagne Kisses – Cruel - 110% - Tough Love - Keep On Lying - You & I (Forever) - Sweet Talk - Kind Of... Sometimes... Maybe - The Way We Are – Pieces - No to Love / I Want You (Marvin Gaye cover) - Sweetest Song - Taking in Water - Want Your Feeling - Wildest Moments - Say You Love Me

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Diagrams

Diagrams - Vaart verschillende richtingen uit, maar blijft vrolijk

Geschreven door

De Britten van Diagrams doen slechts vier concerten op het Europese vasteland om hun laatste worp ‘Chromatics’ voorstellen. Sam Genders, zanger van de groep was voorheen lid van de indie folk band Tunng. Deze invloeden zijn nog steeds hoorbaar op zowel het debuut ‘Black Light’ als op hun nieuw album. Door dit bij te spijkeren met enkele elektronische invloeden mixt de band verschillende genres door elkaar. Sommige nummers klinken zoals Elbow, andere dan weer als Alt-J. Zeker is dat dit live een zeer aparte beleving geeft.

Doordat La Péniche zich in een boot bevindt zijn de plaatsen beperkt in de zaal. Hierdoor was de zaal aardig vol. Het podium leek wat te klein voor de vijfkoppige band waardoor de bassist en drummer wat weggestoken werden achteraan het podium. Hoewel de leden van de band eind de twintig zijn is de zanger iets ouder dan de rest van de band. Ondanks dit leeftijdsverschil leek Sam toch de meeste zenuwen te hebben. “Night All Night” werd ingezet met een zware feedback waardoor de intro van het nummer volledig verpest wordt. Het publiek leek hier niet veel last van te hebben want ze bleven voortdurend enthousiast klappen. Dit publiek was verrassend oud voor een band die indiepop speelt die voornamelijk populair is bij de jongeren.
Wanneer “Gentle Morning Song” werd ingezet waren alle technische mankementen van de baan. Het was zelfs zo dat er een zeer opvallende overgang gebeurde naar “Desolation”. Op het einde werden nogal wat ‘oehs’ gezongen en dat was in het begin van het volgende nummer ook zo. Een leuke overgang van twee nummers die iets weg hebben van Two Door Cinema Club. Daarna werd “The Light And The Noise” gespeeld. Een nummer dat dan weer sterk aanleunde bij Real Estate. Met “Hill” werden zelfs even enkele gitaarsolo’s bovengehaald. Het concert ging dus echt alle richtingen uit.
Toen we in het midden van de set waren beland probeerde Sam enkele akoestische nummers te spelen. De wissel van gitaar verliep wat minder vlot waardoor de schwung uit het concert werd gehaald. Toen hij met “You Can Talk To Me” probeerde om een prachtig akoestisch nummer te spelen werd dit verpest doordat hij, tot twee keer toe, zijn tekst vergat. Ook hier werd weer duidelijk  hoe zenuwachtig de zanger was. Door het vergeten van de tekst verloor het nummer alle charme en werd het rommelig.
Wanneer we met “Antelope” bijna op het einde van de set komen, haalt Sam ballonnen boven. Deze worden daarna uitgedeeld in het publiek en die moeten ze dan op een later moment opblazen. Dit allemaal omdat Diagrams een echte lasershow wilde met veel spektakel. Na “Phantom Power” is het zover, de ballonnen worden opgeblazen. Tijdens “Tall Buildings” zorgt dit voor een ballonnenspektakel waarbij de oudere mensen in het publiek zich kunnen uitleven, het lijkt alsof ze hun jeugd hebben teruggevonden.
Diagrams komen nog eens terug voor twee nummers, eindigen doen ze met de titeltrack van hun eerste album.

“Black light” is de perfecte afsluiter van deze set die alle richtingen uitging. In het begin verliep het moeizaam wegens technische problemen maar uiteindelijk ging het steeds beter. Iedereen werd opgevrolijkt door de aanstekelijke indie-electronica van Diagrams waardoor het publiek voldaan de boot verliet.

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Beoordeling

Motorama

Motorama – Wegdromen in de ritmische reflectie

Geschreven door

Motorama, vanuit het riante Rusland afgezakt naar ons pittoreske België, nam een overvolle Rotonde mee in een dromerige, melancholische ervaring. De zaal was warm, het bier koud, en het beard ’n beanie gehalte hoog.

Een Russisch exportproduct om in de gaten te houden, de mannen van Motorama. Bassiste Airin Marchenko was bij deze samenkomst helaas afwezig. Echtgenoot van voorgenoemde, Vladislav Parshin, nam dusdanig de taak op zich de band te dragen door zowel de nodige basslijnen te voorzien als zijn gebruikelijke taak als zanger te beoefenen. Waarbij hij direct deed denken aan Matt Berninger, het genie van the National, zowel op vlak van kledingstijl, uitstraling als diens bariton stem. Daarom is het vreselijk jammer dat het volume van zijn microfoon zo laag stond. Alexander Norets stond op een weinig enthousiaste manier aan de keys, het contrast met drummer Oleg Chernov kon niet groter zijn. Als dit een voetbalwedstrijd was, was hij ongetwijfeld man van de match. Maxim Polivanov voorzag de Botanique van de bands’ kenmerkende warme, melancholische en kristalheldere gitaarriffs.

De sound van Motorama doet denken aan de post-punk uit de jaren ’80. De samenstelling met synthesizers en het eerder genoemde gitaargeluid typeren de band. Hiermee doet Motorama zeker niets nieuws, maar de band ‘een uit een dozijn’ noemen zou een brug te ver zijn.
Openen werd er gedaan met “Practical Advice” van hun nieuwste album ‘Poverty’. Heb ik trouwens al gezegd dat het merendeel van het vroegere materiaal gratis te downloaden is op hun site? Neen? Motorama staat sinds kort onder contract bij het Franse Talitres Records. Toen ze nog een indieband waren – in de zin van independent, niet het muziekgenre dat uit deze term is voortgevloeid – werd hun muziek gratis via het net verspreid, en dit is nog steeds zo.
Doorheen de rest van het optreden nam de band ons mee op reis in het gezelschap van songs geplukt vanuit al hun albums. Op verschillende momenten ontwaakten de artiesten plots vanuit een trance om al springend en swingend de iets stevigere delen van hun muziek te begeleiden. Enkele keren wisselden bassist en gitarist van instrument, de reden waarom blijft giswerk, feit is dat beiden bewezen dat ze goed overweg konden met menig instrument. Wanneer Vladislav Parshin tijdens een van deze wissels het nummer “Dispersed Energy” inleidde op de nieuwverworven Telecaster van zijn Russische kameraad, ontplofte de zaal.
Interactie met het publiek was er nauwelijks. Maar dit was geen slecht feit, aangezien het de trance waarin het publiek verkeerde niet doorbrak. Wegdromen in de ritmische reflectie van het drumstel in het gezelschap van fijne mensen en fijne muziek, zeker voor herhaling vatbaar.

Setlist: Impractival Advice, Corona, To the South, Dispersed Energy, She Is There, Red Drop, Heavy Wave, Lottery, Rose in the Vase, Old, Similar Way, Special Day, Empty Bed, One Moment, Ghost, Alps, During the Years, Write To Me, Encore, Eyes, There’s No Hunters Here

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/motorama-12-02-2015/
Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Milky Chance

Milky Chance – Dansend op beats met net ‘dat’ meer

Geschreven door

Vanavond, in een uitverkochte AB, kunnen we rekenen op het raggae-electro duo Milky Chance. Een band bestaande uit Clement Rehbein als zanger-gitarist en Philipp Dausch achter de draaitafel. Beiden zijn ze afkomstig uit Kassel een stad in Duitsland. De twee kennen elkaar vanuit de les ‘Advanced Music Course’ waar ze elkaar direct herkende als ‘cool guys’. Sindsdien zijn ze onafscheidelijk gaan musiceren met als resultaat het album ‘Sadnecessary’ dat in 2013 verscheen. Nog geen jaar later wordt hun hit “Stolen Dance” één van de velen oorwormen op de radio. Vooral in Duitsland scheren ze de toppen in de hitlijsten terwijl ze in België, Nederland en Oostenrijk een goeie klim maken. Ik ben benieuwd hoe deze twee ‘cool guys’ hun muziek live serveren!

Het voorprogramma wordt verzorgd door de Britse groep Kafka Tamura. Deze opkomende indieband weet aanstekelijke pianobegeleidingen met strakke gitaarriffs te combineren met elektronische beats.  Dat in combinatie met de charismatische stem van Emma Dawkins zorgt voor droomachtige muziek. Zij krijgt dan ook gedurende het hele optreden de spotlight op haar snuit, maar weet nog niet goed hoe ze hiermee moet omgaan. Een verlegen jonge band met veel potentieel!

Op een podium versierd met totempalen en drie grote dromenvangers verschijnen plots drie mannen uit de coulisse. Het derde wiel aan de fiets is Antonio Greger die de band aanvult met zijn gitaar en mondharmonica. Met een serene intro en onverwachte lichtflitsen creëren ze een mysterieuze sfeer die het ongeduld van het publiek alleen maar opwekt. Luid gejuich en getier als oproep voor de eerste beat weet al de aanwezigen in de AB uit de bol te laten gaan. De sfeer zit er in, en dat nog voor het eerste echte nummer is gespeeld!
Na de fameuze intro volgen de leuke beats en catchy songs zoals we deze kennen op de plaat. Het klinkt allemaal perfect! ‘What you hear is what you get’, en dat blijkt een succesformule! Een overenthousiast publiek springt en schreeuwt zodra de beat uit de zak komt. Een waar dansfeest. Maar toch! Milky Chance verrast! Hieruit blijkt dat ze meer willen zijn dan een live dj-performance. Zo haalt Clement twee keer uit met een gesmeerde gitaarsolo die opmerkelijk goed past binnen de strakke beats. Ook blijkt Antonio geen derde wiel aan de fiets te zijn, maar het broodnodige wiel van een driewieler. Hij verstomt het publiek door verrassend uit de hoek te komen tijdens de laatste nummers. Hier blaast hij eindeloze solo’s op de mondharmonica waar heel het AB-publiek nog wilder van wordt.
Dit geeft ten eerste ‘een dikke sfeer’, ten tweede ‘muzikaal genot’ en ten derde ‘eigenheid aan de band’. Wat eerst een feestje op basis van live dj-performance lijkt te zijn, wordt uiteindelijk een band die echt live muziek brengt en meer uit zijn nummers haalt.
Een leuk intermezzo in de set is het nummer “Loveland” dat akoestisch wordt gebracht. De mondharmonica begeleiding van Antonio maakte het nummer veel intenser. Een perfecte uitblazer tussen al die up-beat nummers.
Met “Stolen Dance” als afsluiter van de set is dit duidelijk het hoogtepunt waar de band naartoe streefde. En of! Het publiek tiert het nummer zo hard mee dat Clement spontaan stopt met zingen en het publiek zijn werk laat doen. Je ziet Milky Chance genieten van deze euforie en wanneer het nummer eindigt en ze ‘Thank you!’ roepen laten ze de beat gewoon nog eens los op het publiek! Stilstaan is hier geen optie!
Tijdens de show begon ik me echter af te vragen wat die totems en dromenvangers daar op het podium doen. Na lang denken kom ik tot de conclusie dat het thema geen steek houdt met wat de band wil brengen. Podium vulling en présence lijken mij de enige verklaring.
Het overenthousiaste publiek weet de band te overtuigen om in de plaats van één bisnummer, er twee te spelen. Een nieuw nummer en “Down By The River”. Een mooie afsluiter van de hevige set.

Vanavond leek het tijdperk van de drummer voorbijgestreefd. Elektronische beats overheersen de AB. Ik zou zeggen: wil je Milky Chance gaan kijken,  laat je dan niet leiden door hun oorworm “Stolen Dance”, maar eerder door je zin om te dansen.
Live is dit pure sfeer met vooral beats en een statische performance.

Setlist: intro, Stunner, Fairytale, Sadnecessary, Flashed Junk Mind, Given, Nevermind, Loveland, Sweet Sun, Indigo, Feathery, Running, Stolen Dance
Bis: ”a new song” + Down By The River


Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

The Afghan Whigs

The Afghan Whigs - De heropstanding van gentleman Dulli

Geschreven door

De tijd dat albums van The Afghan Whigs steevast de weg vonden richting eindejaarslijstjes lijkt definitief voorbij. En dat is best wel jammer, want weinig iconische 90ies bands schudden na 16 jaar radiostilte immers nog een plaat uit hun mouw die hun beste werk benadert. Wie het jongste werkstuk ‘Do To The Beast’ voldoende luisterbeurten gunt krijgt vroeg of laat flashbacks naar ‘Black Love’ (‘96) of ‘1965’ (’98) als spontane beloning. Let wel, het ongenaakbare opus magnum ‘Gentlemen’ laten we in dit rijtje even buiten beschouwing. Dé plaat die de groep uit Cincinnati definitief op de kaart zette mocht vorig jaar trouwens 21 kaarsjes uitblazen en kreeg er meteen een wat overbodige deluxe reissue bovenop. Greg Dulli & co vertikken het echter om daar een rewind tour aan te koppelen, en dus staat hun huidige Europese zaaltournee vooral in het teken van de tweede adem die de band heeft gevonden.

In een uitverkocht Koninklijk Circus nam de groep een ongemeen verschroeiende start met “Parked Outside” en “Matamoros”, niet toevallig twee van de beste songs vanop ‘Do To The Beast’ die de heropstanding van The Afghan Whigs v2.0 onomstootbaar en definitief inluiden. Verschroeiend én loepzuiver, het zijn jammer genoeg echter zelden synoniemen in een live set. Het geluid dat Dulli en zijn kompanen aanvankelijk de speakers lieten uitknallen was niet enkel snoeihard maar vloog bij momenten ook een paar keer slordig uit de bocht of verzandde in een geluidsbrij. Eén en ander had misschien wel wat te maken met de bombastische allure van de nieuwe songs. Fans van het eerste uur zijn het immers niet meteen gewend om Greg Dulli geflankeerd te zien door instrumenten met een bescheiden rock’n’roll gehalte zoals viool en cello, maar naarmate de set vorderde leek dit niet meer dan koudwatervrees.

Uit de oorspronkelijk bezetting heeft naast Dulli enkel boezemvriend en de immer cool ogende bassist John Curley de volledige trip uitgezeten. Logisch dus dat deze laatste meer dan eens pretoogjes opzette toen snedige oudjes als “Fountain And Fairfax”, “Conjure Me”, “Gentlemen” of “My Enemy” aan een rotvaart naar alle uithoeken van het KC werden gekatapulteerd. De vier nieuwkomers in het gezelschap, her en der weggeplukt ten huize
Dulli’s eigen Twilight Singers en The Polyphonic Spree, leken er vooral op gebrand om de erfenis van de groep alle eer aan te doen maar een echt hecht collectief vormen deden ze niet. De drummer ging hierbij niet altijd even vrijuit, zeker niet toen hij een onfortuinlijke misser maakte te midden het iconische “Debonair” en prompt met een blik vol doodsverachting werd neergebliksemd door Dulli. Stress of groeipijnen, het publiek maalde er niet om en schreeuwde lustig mee: “Tonight I go to hell, For what I've done to you, This ain't about regret”
Op zijn vijftigste heeft het grofkorrelige strot van Greg Dulli inmiddels genoeg eelt gekweekt om zijn kwaliteiten als hedonistische soulzanger optimaal te laten renderen. Zeker toen de groep wat gas terug nam leverde dat een paar van de meest intense momenten van de avond op. Het samen met spitsbroeder Mark Lanegan als The Gutter Twins ingeblikte “God’s Children” liet zich het best vergelijken met een grungy gospel die langzaam uitgroeide tot een meeslepende climax. Het ingetogen “Step Into The Light” klonk door de fraaie cello begeleiding dan weer zelden zo melodramatisch, het bleek een ideaal moment om de ogen even te sluiten en lijf en leden te laten doordringen van zoveel heerlijke somberheid. Tijdens de atypische maar erg knappe vooruitgeschoven single “Algiers” had Dulli zijn falset uit de studioversie ingeruild voor een rauwere crooner variant. Het nummer klonk hierdoor meteen een pak potiger, maar paste nog steeds in de imaginaire soundtrack van de betere spaghetti western.

The Afghan Whigs mogen dan al een back-catalogue hebben verzameld om U tegen te zeggen, om een paar covers meer of minder zitten ze live doorgaans nooit verlegen. Uniek hierbij is dat Dulli geregeld op frappante gelijkenissen stuit tussen eigen en andermans nummers, en de flarden van die songs vervolgens aan elkaar rijgt alsof het niets is. Zo bleek Jeff Buckley’s “Morning Theft” de ideale inleider tot “It Kills”, werd de broeierige sfeer in “Algiers” perfect gegangmaakt door de eerste tekstregels uit “The House Of The Rising Sun”, en mondde het op een strakke r&b beat drijvende “It Kills” ongemerkt uit in Fleetwood Mac’s “Tusk”. Uit de eerste volwaardige Whigs plaat ‘Up In It’ (’90) haalde Dulli voor het eerst sinds lang nog eens “Son Of The South” vanonder het stof, een averechtse bluesrocker die uiteindelijk naadloos over ging in een flard “Roadhouse Blues” van The Doors.

Ook tijdens de uitgebreide encores griste Dulli met veel enthousiasme andermaal in zijn persoonlijke platencollectie. Vanuit de coulissen dook hij bijna onopgemerkt op in het publiek met een biertje in de hand en schudde er en passant een weergaloze interpretatie van “Every Little Thing She Does Is Magic” uit de mouw. De finale triomftocht werd verder gezet met “Summer’s Kiss”, “Teenage Wristband” (van Dulli’s Twilight Singers) en “Somethin’ Hot”. Doorheen de set had de praatjesmaker in Dulli maar weinig van zich laten horen, tot de man helemaal op ’t eind bekende dat hij wat onzeker was over de goede afloop van de avond. Had de man een beginnend griepje te pakken of was ie de avond ervoor iets te lang blijven plakken in Brugge in het gezelschap van een paar Straffe Hendrikken of Dulle Teven, we hebben er het raden naar. Of misschien was dit wel een hedonistische pose ter inleiding van de epische afsluiter “Faded” waarin wijlen Bobby Womack met een citaat uit zijn “Across 110th Street” een passend eerbetoon kreeg.

Twee avonden op rij hebben Greg Dulli en zijn vijf kompanen de Belgische Whigs fans alweer een onvergetelijke trip kado gedaan. Muzikale herrijzenis, artistieke wederopstanding, geslaagde comeback, ... het zijn allemaal mogelijke titels voor de gazetten van morgen, en voor één keer hebben alle gazetten overschot van gelijk.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/the-afghan-whigs-07-02-2015/
Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Adrian Crowley

Adrian Crowley - Als een goede wijn

Geschreven door

Al 8 platen heeft Adrian Crowley uit, maar toch had op het vasteland nog niemand gehoord van deze Ierse singer/songwriter. Tot hij eind 2014 met het prachtige album ‘Some Blue Morning’ op de proppen kwam, lovende reacties alom waren zijn deel en vergelijkingen met grootheden als Leonard Cohen, Bill Callahan en Nick Cave waren plots overal aan de orde. Twaalf jaar na de eerste plaat was er dan eindelijk die welverdiende erkenning. Of toch niet? Blijkbaar waren in België al die lofbetuigingen nog niet zo goed doorgesijpeld want de op zich al bescheiden AB Club was niet eens volgelopen. Maar goed, wij waren er wel, en het is nu eenmaal onze taak om er bij u eens goed in te wrijven wat u nu weeral gemist heeft.

Op ‘Some Blue Morning’ hebben de fraaie songs een intieme omkadering meegekregen met hier en daar wat cello, keyboards en strijkers, maar op het podium deed Crowley het helemaal in zijn muzikale blootje. Enkel Katie Kim, die ook voor het voorprogramma had gezorgd, kwam sporadisch wat voorzichtige vocale steun leveren. Dat Crowley zijn songs zo nog meer uitkleedde, kwam de intimiteit alleen maar ten goede. Hij begeleidde zichzelf op elektrische gitaar en haalde daar wonderlijke mijmerende echo’s uit die wel eens naar David Lynch achtige taferelen refereerden. Samen met die zalvende bariton van hem zorgde dit voor heuse kippenvelmomenten.
U mocht gerust in katzwijm vallen bij de weidse sound van het onooglijk prachtige “The Hatchet Song” of het betoverende “The Hungry Grass”.
Adrian Crowley manifesteerde zich ook als een entertainende storyteller. Met een anekdote over een vervelende ekster die zijn vakantie in de Pyreneeën vergalde,  leidde hij het schitterende “The Magpie” in. Ook zijn verhaal  ter introductie van “Trouble”, over breeddenkende Nederlanders die het al vreemd vonden dat  hij te voet met zijn gitaar op de rug naar een optreden peddelde, wekte bij het  publiek een glimlach los. Zo nam Crowley met zijn verhalen zijn publiek mee binnenin zijn songs waar het aangenaam vertoeven was. Wij zaten tevergeefs nog te wachten op dat fabelachtige relaas over een wild zwijn in de prachtsong “The Wild Boar”, maar het mocht niet zijn, Crowley liet de song vanavond helaas in zijn valies zitten.
Als bis kregen we enkel de folksong “Golden Paleminos” waarvoor Crowley achter de piano ging zitten. Dat hoefde hij nu niet echt te doen, wij prefereren immers met voorsprong de albumversie van “Golden Paleminos” met dat zacht tokkelende akoestische gitaartje. Maar goed, wij waren al lang tevreden met wat deze fijne songteller vanavond gebracht had. Buiten was het ijzig koud, maar binnen was het hartverwarmend.

Met het oog op ons huiswerk hebben we ons nog eens verdiept in ‘Some Blue Morning’ en de plaat klinkt bij iedere beluistering mooier, eentje om te koesteren. Na acht platen is Adrian Crowley hiermee tot zijn voorlopige artistieke hoogtepunt gekomen, als een lekker wijntje die jaren heeft liggen rijpen.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Pagina 214 van 395