logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kreator - 25/03...
avatar_ab_20
Concertreviews

Paul Collins Beat

Paul Collins Beat - King of power pop

Geschreven door

Paul Collins Beat - King of power pop
Paul Collins

Meestal haal ik mijn neus op voor power pop maar voor the king of power pop maak ik graag een uitzondering en wanneer hij zich dan nog eens laat begeleiden door een vinnig garagerockbandje ga ik helemaal overstag. Bij aankomst voelde ik me een beetje een ramptoerist. Den Trap ligt namelijk net naast de twee gesloten cafés uit de Kortrijkse spiking-affaire.

Maar we waren hier voor Paul Collins die in de jaren '70 enige faam wist te vergaren met groepen als The Nerves en The Beat dat al snel omgedoopt werd tot Paul Collins' Beat omdat er in Engeland een skagroep met dezelfde naam bestond.
Collins mocht hier reeds voor de vierde keer opdraven en had er duidelijk zin in. Zijn begeleiders hadden elk een t-shirt waarop één grote letter geprint stond die samen het woord Beat vormden. Zo kondigde de 69-jarige Paul Collins zichzelf en zijn kompanen ook aan als The Beat maar het betrof hier wel degelijk om Paul Collins en The Manikins, een Zweedse garagerockgroep die tussen 2004 en 2008 wat stof deden opwaaien.
Paul Collins opende zijn set met het kwikzilveren "Rock n roll girl", ook het openingsnummer op de klassieke debuutplaat van ‘The Beat’ uit 1979 die er zo goed als volledig werd doorgedraaid.
Voeg daarbij nog het beste van The Nerves (1974-1978), het eerste groepje van Paul Collins waarin ook Peter Case actief was en je begrijpt dat dit een feest van herkenning werd. De stem van Collins was behoorlijk gehavend maar ze hield wonderwel stand terwijl de twee sprankelende gitaren van The Manikins de songs een frisse opknapbeurt gaven. Dit klonk veel pittiger dan ik vooraf had durven dromen.
Bekendste song was uiteraard "Hanging on the telephone", dat wereldberoemd werd dankzij Blondie maar oorspronkelijk van The Nerves is, weliswaar niet door Paul Collins maar door gitarist Jack Lee geschreven.
Naast het oude werk waren er ook een paar nummers uit zijn soloplaat, ‘King of power pop!’, zijn comeback uit 2010 op Alive Records en zowaar ook eentje uit 2024, “I'm the only one for you”, uit een geruisloos verschenen nieuwe plaat ‘Stand back and take a good look’.
In de obligate bisronde bracht hij eerst twee nummers ("Many roads to follow" van The Nerves en "You and I" van The Beat) solo waarin zijn afgetakelde, breekbare stem plots een troef werd.
Na die twee pareltjes mochten The Manikins hun instrumenten terug inpluggen voor een feestelijk slotakkoord.

Knappe set waarin de aanstekelijke gedrevenheid van The Manikins voor de nodige energie zorgde.

Organisatie: Den Trap , Kortrijk

Beoordeling

IV and The Strange Band

IV and The Strange Band - Spookachtige southern roots en authentieke country

Geschreven door

IV and The Strange Band - Spookachtige southern roots en authentieke country

Veel informatie over de eerste groep, Kit & Caboodle, kon ik niet vinden. De groepsleden zouden uit Gent en het Henegouwse Flobecq (Vloesberg) komen terwijl de zanger, zo te horen, duidelijk ook West-Vlaamse roots had. Enig speurwerk leerde me dat ik die zanger, Steven De Poorter, al eerder in de 4AD gezien moet hebben met Firefang, ooit een veelbelovend Gents garage-grungebandje.
Met Kit & Caboodle heeft hij het roer wel heel drastisch omgegooid. Het elektrisch geweld heeft plaats moeten ruimen voor Appalachian folk en daar kan ik als liefhebber van dit soort stokoude muziek moeilijk rouwig om zijn.
Kit & Caboodle is een viertal met naast de gitaar en banjo van Steven viool, wasbord en contrabas, dat voor de gelegenheid werd aangevuld met een extra gitaar. Samen brachten ze een geweldige set vol stomende, opwindende hillbilly music met als blikvangers de melancholische viool van Florien Vandecasteele en de doorleefde en af en toe van vibrato voorziene stem van De Poorter.
Een charismatische frontman trouwens, die ons tussen de nummers verblijdde met zwartgallige humor. Zo wist hij ons te vertellen dat zijn ouders typische West-Vlamingen waren die gans hun leven ruzie maakten tot er één stierf waarna ze elkaar misten.
De meeste nummers waren eigen werk zoals "Get it all back" dat voortgestuwd werd door het aalvlugge getokkel op de banjo. Daarnaast werden ook enkele traditionals vanonder de mottenballen gehaald: "900 miles" en als afsluiter het sublieme "Shady grove" dat ik ken van Doc Watson.
Schitterend slot van een schitterende set en ik was duidelijk niet alleen met die mening, gezien de stormloop naar de merchandise stand. 

Wanneer ik Hank Williams hoor, veer ik nog steeds recht. Het werk van de op 29-jarige leeftijd op nieuwjaarsnacht 1953, in nooit geheel opgehelderde omstandigheden overleden ‘happy rovin' cowboy’ spreekt nog steeds tot de verbeelding. Daarna ontvouwde zich een ware Williams dynastie waar ik me echter nooit mee heb beziggehouden. Tot in 2022 Hank Williams Jr., een ergerlijke redneck trouwens en een levende tegenstelling tot de erfenis van zijn vader, me wist te verrassen met een heuse bluesplaat in Fat Possum stijl, ‘Rich white honky blues’. En nu kwam Coleman Williams mijn pad kruisen: achterkleinkind van Hank Sr. en zoon van de, in tegenstelling tot zijn vader, wel uit het juiste hout gesneden Hank Williams III.
Het laatste wat Coleman Williams wil is teren op de erfenis van zijn overgrootvader. Hij laat zich dan ook gewoon IV (and The Strange Band) noemen en op een Hank Williams cover zal je hem nooit betrappen, hoewel hij al diens songs perfect zou kunnen spelen.
Met wat vertraging (fileleed) verscheen het nonchalant lijkende gezelschap op het podium. Naast het vele haar en de cowboyhoeden viel me meteen op dat de band zonder setlist speelde, altijd een goed teken. Het maakt het er voor mij niet makkelijker op, maar het bewijst  dat de groep toch wat op de teller heeft staan.
Coleman bleek een onstuitbare spraakwaterval die zijn woorden mitraillette gewijs de zaal in vuurde. Soms moeilijk te verstaan, maar het zingen ging hem heel wat beter af. Zijn vreemde, nasale stem die niet zelden versierd werd met een lichte vibrato had een mysterieuze aantrekkingskracht. Getogen en geboren in Nashville vond hij zijn inspiratie in zowel de underground van die stad als in het traditionele Nashville. Enerzijds bracht hij beklijvende en spookachtige southern roots om ons enkele tellen later  een countrysong van de zuiverste soort voor onze voeten te gooien. Een voorbeeld van dat laatste was de schitterende uitvoering van "Why I'm walking" van Loretta Lynn dat vorig jaar op plaat gecoverd werd door Jimmie Dale Gilmore en Dave Alvin. Een andere mooie cover was "Nashville wimmin'" van Waylon Jennings, hoewel er iets vreemds gebeurde tijdens dat nummer. De song was nog maar net begonnen of Coleman verdween na enig overleg met zijn gitarist van het podium waarna de band wat ging jammen. Eerst dacht ik nog dat hij een plasje was gaan maken maar hij bleef maar weg zitten. Net toen de groep in slaap leek te dommelen kwam hij terug en werd de song glorieus hernomen. Dit was ongetwijfeld de langste versie ooit van "Nashville wimmin'". Bleek dat hij gewoon een snaar was gaan vervangen maar waarom dat zo lang moest duren blijft een raadsel. Gelukkig was dit de enige smet op een behoorlijk lang optreden.
Coleman Hawkins staat erom bekend ook een voorliefde voor het steviger werk te hebben. Zo durft hij al eens de Melvins te coveren. Deze avond koos hij voor "Sailin' on" van Bad Brains, waar hij een rasechte countrysong uit toverde. Zelf heeft hij ook enkele hardere nummers geschreven die op zijn eerste plaat ‘Southern circus’ te vinden zijn. Daaruit koos hij onder meer "Son of sin", zonder meer een hoogtepunt en meteen ook het signaal voor de gitarist en de bassist om wat te gaan dollen waarbij ze elkaars snaren probeerden te saboteren.
En het werd nog beter... Zijn beste songs had hij duidelijk opgespaard voor de finale. Eerst "Hang dog", titeltrack van zijn tweede en tevens laatste plaat, waarin hij het had over zijn hond, kort daarna gevolgd door het superieure "If the creek don't rise" waarin hij zijn eigen stempel legde op de erfenis van zijn overgrootvader. Een mooiere afsluiter kon ik me niet wensen, toch breide de overigens uitstekende Strange Band (gitaar, bas, drums en pedal steel) er nog een totaal overbodige instrumental aan. Toch was het mooi geweest, heel mooi.

Organisatie: 4ad, Diksmuide

Beoordeling

Masters Of Reality

Masters Of Reality - Een levende legende in het Wintercircus

Geschreven door

Masters Of Reality - Een levende legende in het Wintercircus

Het nieuwe album ‘The Archer’, waarop toch een beetje te veel gezapigheid heerst, was voor ons niet meteen de reden om nog eens Masters Of Reality te gaan bekijken.
Maar andere redenen genoeg, verdomme.
Vooreerst is Chris Goss een legende die destijds het geluid van stoner-pioniers Kyuss mee heeft bepaald en zich daarmee meteen de titel van de godfather van de stoner-rock heeft toegeëigend.
Ten tweede heeft hij in 1988 met ‘The Blue Garden’ een onvervalste hardrock klassieker gemaakt die een must is in elke zichzelf respecterende platencollectie. En ten derde zit er in onze memorie een onvergetelijk en uitermate fantastisch concert vereeuwigd, men zegge en schrijve 14/12/2001 in het SMAK in Gent, met quasi de voltallige Queens Of The Stone Age als begeleidingsband.

Vandaag zag Goss zijn band er uiteraard heel anders uit, met onder meer gitarist Steven Janssens (The Mudgang, Mauro & The Grooms, The Whodads, Daan) in de rangen. Geen idee hoeveel tijd Janssens gekregen heeft om zich in te lijven in het repertoire van Masters Of Reality, maar hij speelde met een geweldige flair en bravoure alsof hij die songs al jaren opvoerde.
Masters Of Reality begonnen een beetje lauw, dit niet toevallig met één van de nieuwe songs “I Had A Dream”. Verder in de set zouden er nog een drietal tracks uit ‘The Archer’ volgen, waarvan enkel “Mr Tap n’ go” zich kon meten met de grote broers.
Voor de rest was dit een concert om van te smullen. Het vuur zat zoals te verwachten vooral in een flinke stapel krakers uit ‘The Blue Garden’ en ‘Sunrise On The Sufferbus’, en daar was het zo goed als volgelopen Wintercircus uitermate tevreden mee.
Al vanaf die typerende keyboard intro van “Doraldina’s Prohecies” zat de groove erin en was de trein vertrokken. “John Brown” was even stevig als briljant, “Third Man On The Moon” presenteerde zich als een waar riff-festijn en rockte de stenen uit de muren. Absoluut hoogtepunt was een uitgesponnen “Rabbit One”, gebouwd op dat bloedgeile basloopje en voorzien van minutenlang heerlijk smeulende gitaren.
Het dak ging er helemaal af met het aan elkaar gebrande stomende tweeluik “Theme For The Scientist Of The Invisible” en “The Blue Garden”, uitermate geweldig. Na zo een zinderend duo moest het uiteraard crescendo gaan, waarop “She Got Me When She Got Her Dress On” uit zijn voegen barste, rollend en bruisend als nooit tevoren.
Als toetje ging Masters Of Reality eruit met de stampende potige bluesrock van “Ants In My Kitchen”, waarin Freddie King’s “Going Down” heerlijk verweven zat.
Een stevig slot van een straf concert met enkele haperingetjes (de oudjes “Why The Fly” en vooral “100 Years of Tears on the Wind” waren wat slapjes en leken de tand des tijds niet te hebben doorstaan).

We onthouden toch vooral een aangenaam weerzien met een onuitwisbaar rock-icoon.

Neem gerust een kijkje naar de pics @Dieter Boone
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/7372-masters-of-reality-2025-04-04?ltemid=0
Organisatie: Democrazy, Gent

Beoordeling

Heather Nova

Heather Nova – Melancho-dreampop té sober, spaarzaam gehouden

Geschreven door

Heather Nova – Melancho-dreampop té sober, spaarzaam gehouden
Heather Nova en Serilina Fisher

De in Bermuda residerende Heather Nova zorgde er mee voor dat de vrouwelijke sing/songwriting op het voorplan kwam in de mid90s, met o.m. Tori Amos en een Alanis Morissette. De lieftallige, bevallige dame is intussen 57 geworden, heeft al heel wat doorworsteld en probeert met de nieuwe plaat ‘Breath & Air’ opnieuw in de belangstelling te geraken. Een handvol cluboptredens moet ervoor zorgen dat haar innemende, warme melancho-dreampop nog niet volledig onder het gras geraakt.
In een uiterst sobere, spaarzame bezetting was haar muzikale missie maar deels geslaagd door de teveel dertien in een dozijn klinkende nummers.

Centraal horen we sfeervolle, dromerige pop gedragen door haar kristalheldere, hemelse stem. De succesvolste periode was in de 90s met albums ‘Oyster’ en ‘Siren’. Haar materiaal is fraai gearrangeerd, ademt een verstilde sfeer uit en heeft een betoverende indruk door de ingenomen, sprankelende sound. Vanaf het millennium kwam er met regelmaat van de klok nog een album uit, in wisselende sterkte; ze was regelmatig te zien in het clubcircuit en op de festivals. 
Op ‘Breath & Air’ is ze aan een volgend hoofdstuk toe en komt ze optreden in een uiterst sobere bezetting, nl. met een celliste en zijzelf met haar akoestisch gitaarspel; af en toe aangevuld met keys en wat lichte tics op het drumstel. Een ingehouden instrumentatie dus van weinig ritmesectie. Het materiaal klinkt keurig binnen hetzelfde patroon met vaste melodielijntjes zonder al te veel verrassende wendingen en arrangement. In z’n totaliteit overtuigt het live niet volledig door een beetje teveel hetzelfde klinken. Bijgevolg, weinig variatie dus in de 18 nummers, rustigheid troef, waarbij de spanningsboog wel eens durft te zakken in de goed anderhalf uur durende set.
Thema’s: liefde , verlangen, verlies, natuurelementen, yoga, … ideale onderwerpen op dit eiland aan de Bermudadriehoek, met de Atlantische oceaan rondom jou, wat nog onder bewind van de UK staat. Feestelijkheid is niet echt aan Heather besteed, zo te horen aan haar plaatwerk door de dertig jaar heen.
De klemtoon kwam vanavond dus op het nieuwe album, haar twee succesalbums en eentje uit 2019 ‘Pearl’ . We misten hier even een ‘best of’ , die herkenbaarheid bindt in haar pakkende, gevoelige pop.
De schuchterheid, onwennigheid heeft ze overwonnen, ze treedt in interactie met haar publiek over relaties en levenservaringen. Een intense connectie behoudt ze met haar publiek. De bloemetjes rond de microfoon, haar witte kledij en de zomerse uitstraling tekenen een feeërieke sfeer. De songs worden in hun eenvoud gespeeld, schoon, intiem, weemoedig.

Haar eerste optreden was aan de kust in Oostende. Het kwam goed uit, het deed denken aan haar eigen woonplaats, wat wil je nog meer, ‘‘s morgens opstaan, zon, zee, strand, het kabbelende water, joggende mensen, de boten in de verte , …’.
“Rewild me” van het album ‘Pearl’ gaf de toon van deze spaarzaam gehouden set aan. We werden vriendelijk uitgenodigd mee te stappen in haar leefwereld, “Ghost in my room” volgde en was de eerste kennismaking met het recente werk. Herkenbaarheid dan met “Walk this world” uit de succesvolle periode (‘Oyster’). Vooral de cello trok de songs wat meer open; én haar unieke stem bracht het materiaal natuurlijk naar een hoger niveau.
Ze loodste ons doorheen de set met afwisselend nieuw en ouder materiaal. ‘The lights of Sicily’ maakte de link aan Band Of Horses, gekruid van wat dromerige rootspop. “Magnificent” op z’n beurt was een soort heling, een afschrijven van ontgoocheling en tristesse. “The wounds we bled”, terug van dat ‘Pearl’ album was een wegdromen van de harde realiteit. En “All I need werd gedragen door haar vocale pracht. 
Het bracht ons tot de huidige kleurrijke single “Hey poseidon” , met Heather op keys en de voorzichtige, gemoedelijke drums voor de eerste keer.
We laveren doorheen het emotioneel geladen materiaal, die an sich muzikaal maar weinig van elkaar verschilt; o.m. “Butterflies & Moths”,  “Singing you through”, de titelsong “Breath & Air” en “Doubled up”.
De gekende oudjes “Not only human”, “Island”, de meer happy uptempo song “London, rain”, met een vooraanstaande fan uit het publiek als backing vocals en in de closing final “Like lovers do” vallen meer op en verscherpen de aandacht; lekker zweverig, dromerig materiaal met een refrein die blijft hangen en het beeld oproept van rondcirkelende fluitende vogeltjes in de lucht.
Vanuit het publiek was er een request, “Done drifting/Papercup”. Met het opbouwende “I wanna be your light” , ook al ruim 20 jaar oud, werd krachtiger, breder definitief besloten.

Het hemels charmante bleef hoedanook bewaard door de subtiele, fijnzinnige melodie en haar zangtalent pur sang. Een drie-eenheid emotionaliteit - eenstemmigheid - samenhorigheid ervaarden we . Het is en blijft de muzikale hoeksteen van Heather Nova.
Goed zondermeer , maar een iets meer ‘best of’ (met o.a. “Heal” , “Maybe an angel”, “Truth & Bone”, “Heart & Shoulder”) was best aangenaam, meegenomen en kon meer variatie brengen tijdens deze tour , die in A’pen werd uitgewuifd .

Als support hadden we het Serilina Fisher , opkomend talent vanuit de Heather Nova stal. Zij won een talentenshow ‘Bermuda Idol’. Pas 15 jaar oud, weet ze met haar evenzeer adembenemende stem, soulvoller, doorleefder weliswaar, maar even indringend als Heather, samen met haar elektrisch gitaarspel/-getokkel, het publiek te ontroeren.
We kregen een handvol songs , die net als bij Heather spaarzaam , sober, spannend klonken. Een gedreven , geëngageerde teenager met bezwerend materiaal dito vocals, eentje die doorzet en mettertijd haar publiek kan innemen.

Organisatie: CC De Grote Post, Oostende

Beoordeling

Jef Neve

Jef Neve & Teus Nobel – Hoe klassiek en jazz elkaar ontmoeten en vinden

Geschreven door

Jef Neve & Teus Nobel – Hoe klassiek en jazz elkaar ontmoeten en vinden
Jef Neve & Teus Nobel

Binnen het aanbod van jazz muzikanten zijn de Nederlandse trompettist Teus Nobel en Belgische top pianist Jef Neve geen onbekenden. De twee hebben hun stempel gedrukt op de jazz scene, maar krijgen evenzeer erkenning buiten de scene. Ze werken al vele jaren samen. Tijdens Neves 'Spiritual Control'-tournee groeide hun muzikale interactie uit tot een vanzelfsprekendheid. Wanneer de rest van de band het podium verliet en enkel piano en trompet overbleven, ontstond een vrijheid die ze sindsdien zijn blijven opzoeken. Dat resulteerde dus in het live album 'Esho Funi', dat eens gebracht op een podium nog zoveel krachtiger klinkt.
Ook in een uitverkochte De Roma, onderstreepten ze hun virtuositeit, speelsheid en inventiviteit; Een meer dan geslaagd optreden dus van Jef Neve & Teus Nobel (****1/2).

Er heerst inderdaad een sterke verbondenheid tussen beiden. Ze gaan heel respectvol om met elkaar, maar steken ook graag onder elkaar de loef af.
Beiden worden in de schijnwerpers geplaatst, de piano en de trompet. Muzikaal imponerend als beide instrumenten samenkomen. Een speelse magie hoe klassiek en jazz elkaar ontmoeten en vinden . “Bluesette” was er zo eentje, eentje eigenlijk van mondharmonica virtuoos Toots Thielemans. Een klassieker in het genre, die een mooie, warme versie kent van de twee virtuozen
We worden op los spontane wijze doorheen het optreden geloodst , met allerhande grapjes, kwinkslagen en maatschappijkritische elementen; o.m. de 'problemen bij overheidsbedrijven' vóór dat  “Waiting for a Train” wordt ingezet, of van de compositie “Esho Funi” van Teus, rond het Japanse thema van de eenheid tussen jezelf en je omgeving. 
Die eenheid is er op vele vlakken … Op vlak van emoties, zitten veel diversiteit verborgen in de set. Soms komt een weemoedig kantje naar boven als op het zachtmoedige “Floating”. Ook “Little Sunflower” is een zalvende botsing van pianotunes en trompet geschal. Wat een emotionaliteit en gevoeligheid schuilt hier. De plaat 'Esho Funi' staat centraal. Grenzen worden afgetast en ze improviseren maar al te graag. Heerlijk genietbaar, mede door hun uitstraling en charisma. Het publiek verveelde zich geen seconde. De stemming slaat voortdurend om, van rust en intimiteit, naar een feestelijke stemming. In de bis werden we muzikaal letterlijk hartverwarmend omarmd.

Hun virtuositeit, speelsheid en improvisatie waren tekenend voor hoe klassiek en jazz elkaar ontmoetten en vonden. Een geslaagde avond

Neem gerust een kijkje naar de pics @Wim Heirbaut (van hun optreden in de Casino, Sint-Niklaas op 30 maart 2025 )   
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/7352-jef-neve-teus-nobel-30-03-2025?Itemid=0

Organisatie: De Roma, Antwerpen

Beoordeling

Gavin Friday

Gavin Friday – Tijdloze decadentie

Geschreven door

Gavin Friday – Tijdloze decadentie

Ruim 13 jaar na het degelijke doch weinig opzienbarende ‘Catholic’ album hadden we eerlijk gezegd de hoop laten varen op een muzikale wedergeboorte van Gavin Friday. Eigenzinnigheid is echter altijd al de grootste deugd geweest van de bijna 66-jarige Ier, dus in plaats van een samenwerking met hip en jong producerstalent te overwegen zocht hij inspiratie bij zijn oude maatje en voormalig Soft Cell-brein Dave Ball. Het opmerkelijke verhaal van het vorig jaar verschenen resultaat van die samenwerking, het elektronisch getinte ‘Ecce Homo’, begint reeds bij de album hoes. Met een theatrale knipoog naar de veroordeelde Jezus met doornenkroon laat Friday er de sporen zien die zijn leven als mens én als performer hebben nagelaten, en dan moeten de eigenlijke songs nog binnenkomen.

Met het verlies van zowel zijn moeder, zijn trouwe hond én boezemvriendin Sinéad O’Connor kreeg de Ierse songwriter afgelopen jaren genoeg emotionele munitie in handen om dé ultieme afscheidsplaat te maken. Niet voor niets dus koos Friday als intro voor Allegri’s boetepsalm “Miserere” om een matig gevulde VIERNULVIER collectief onder te dompelen in een intiem begrafenissfeertje. Dramatiek en catharsis moesten echter al snel baan ruimen voor extravagantie en decadentie. Met extatische beats, opgezwollen synths en zwoele vrouwelijke backing vocals flitsten openers “Lovesubzero” en “Ecce Homo” ons prompt terug naar de 90ies rave cultuur die door Underworld en The Prodigy in de grote massa werden gedropt. De ijle downtempo elektropop van “The Church Of Love” en “Stations Of The Cross” trok het publiek vervolgens nog een decennium verder in de tijd met echo’s van Friday’s generatiegenoten Soft Cell, Depeche Mode en John Foxx. Opgejaagd door een van Gary Glitter geleende glamrock beat landden we met “Lady Esquire” tenslotte in 1972, het jaar waarin Friday naar eigen zeggen voor het eerst kennis maakte met de androgyne David Bowie en het eerste zaadje van de latere Virgin Prunes werd geplant.

De elektronische inslag van het nieuwe album vertaalde zich live in een sobere muzikale omlijsting met veel voorgeprogrammeerde beats, en dat was best wel even wennen. Gavin Friday is echter het soort ras performer die op z’n dooie eentje het gewicht van een show kan dragen zonder dat er een imposante band aan te pas hoeft te komen. Neem nu “Apologia” vanop diens solo debuut uit ’89, een even majestueuze als theatrale synthese van Brel, Piaff en Weil waarop de Ier zijn rol als dramaticus ten volle wist uit te spelen enkel begeleid door de klarinet van de Parijse multi-instrumentalist en trouwe huurling Renaud Pion. De meest opvallende figuur op het podium was wellicht een als non verklede zangeres, die Friday midden in de set ook nog eens assisteerde met zijn vestimentaire transformatie van maatpak crooner tot losgeslagen performance artiest in rafelige vodden. Als een verraderlijk schattig duo zetten ze vervolgens “Sandpaper Lullabye” in, een deep cut uit de legendarische ‘A New Form Of Beauty’ EP reeks waarmee The Virgin Prunes zich als één van de meest avant-gardistische post-punk bands van de prille 80ies profileerden. Een bijna onherkenbaar “Caucasian Walk” uit het opus magnum van de Prunes ‘…If I Die, I Die’ sloot daarbij naadloos aan, gevolgd door alweer een nieuwe stijlbreuk met de luchtige 90ies pop van “King Of Trash” en de mijmerende flashback naar vroeger en beter in “When The World Was Young”.
Tijdens de encores moest Friday één en ander kwijt over hoe artistieke vrijheid steeds dieper wegzinkt in de maatschappelijke draaikolk waarin we ons momenteel bevinden. Met een kort citaat uit “London Bridge Is Falling Down” moest duidelijk worden dat de Engelse hoofdstad niet langer de attractiepool van weleer is voor kunstenaars, en dus rest er weinig anders dan persoonlijke herinneringen aan de metropool te koesteren in “Cabarotica”. De permanente onrust op sociale media kreeg er van langs op “Daze”, waarbij Friday zijn publiek laconiek bedankte om hun schermtijd tot een minimum te beperken en op de tonen van het zwoele “Angel” definitief achter de coulissen verdween.

In tegenstelling tot zijn jeugdvrienden van U2 weet Gavin Friday keer op keer zijn reputatie hoog te houden zonder te vervallen in pathetische poenschepperij. Meer nog, vanavond bewees de muzikale kameleon dat hij niet eens hoeft te teren op zijn muzikale erfenis. Dertien jaar wachten bleek meer dan de moeite waard, maar Mr. Friday, laat het vervolg op ‘Ecce homo’ gerust wat sneller komen.

Organisatie: Democrazy, Gent

Beoordeling

Sylvie Kreusch

Sylvie Kreusch – Groots, klaar om iedereen te veroveren

Geschreven door

Sylvie Kreusch – Groots, klaar om iedereen te veroveren
Sylvie Kreusch en Elias

Sylvie Kreusch is een grootse dame geworden in ons landje, op een goede vijf jaar tijd, met twee albums, een rits optredens in de clubs en op de festivals. De buitenlandse tournee werd sterk ontvangen, en ook hier net over de grens, een uitverkochte Grand Mix , die ons wist te begeesteren en te ontroeren. De ideale geleider naar de clubtour in België, dit voorjaar en voor de festivals.

Sylvie Kreusch is die sensuele Vlaamse zangeres, componiste , een dame met pit, die een tiental jaar terug de Nieuwe Lichting won met A soldier’s heart. Toen al voelden we aan dat hier een talentvolle jonge dame bezig was, die stekelige pop heerlijk charmant en genietbaar kon doen klinken.
Als backing van Balthazar en Warhaus, was ze de muze van de muzikale ego’s van ex Maarten Devoldere. Ze profileerde zich als die verbluffende, verleidelijke zangeres en femme fatale op de achtergrond.
Tijd dan om de eigen paden in te slaan, wat ze deed met reeds twee mooi overtuigende platen, ‘Montbray’ en het vorig jaar verschenen ‘Comic trip’. Zij weet haar theatrale, mysterieuze, innemende muziek en teksten in heerlijk dromerige popsongs te verwerken.
Hier waren we vanavond getuige van. Ze is een podiumbeest, speels , stijlvol, die haar publiek hypnotiseert in die intrinsieke, bezwerende , gemoedelijke, onderkoelde-warme sound. Ergens borrelt hier Mazzy star, Lana Del Rey, Roisin Murphy en Fever Ray op (The Knife) op. Ze is de spil van de band, intrigeert, bedwelmt haar publiek met haar doortastende, lichthese , weemoedige vocals. Ze dartelt, maakt danspasjes in haar felrode kledij op het podium, de armen soms wijdopen, wat ervoor zorgt dat de songs naar een hoger niveau worden getild. Een goed uur werden we netjes uitgenodigd en gedropt in haar muzikale leefwereld.
Met vier staan ze op het podium tijdens deze clubtour, een meer sobere begeleiding dan voorheen, waarbij anders backing vocalistes en bijhorende keys een breder, voller geluid brachten. Het kwartet putte afwisselend uit de twee platen, en ook enkele oudjes van haar EPs haalden de setlist.
Gevoelig, dromerig, stekelig, weerbarstig klinkt het allemaal als je nummers van de set naast elkaar plaatst. Recht evenredig wordt Kreusch-Publiek met open armen ontvangen.
De bekende single “Ding dong” van haar huidig album was meteen een sterke, overtuigende opener, het prikkelt de dansspieren en is hemels bezwerende, sprookjesachtige groovepop, net als “Hocus pocus” en het iets verderop volgende “Sweet love coconut”, ook al zo’n puike single, door die pianoloops. Inderdaad, de piano/keys nemen een prominente rol, naast de diepe bas, sprankelende gitaarpartijen en drums. En zij laveert tussen alles in op het podium. We worden meegezogen in haar muzikale leefwereld.
Gas wordt terug genomen met een handvol oudere nummers van haar debuut, het sfeervolle “Shangri la”, het spannend broeierige “All of me”, het ingenomen, dromerige oudje “Belle” en het cabaresk getinte “Wild love”. Donkerte overheerst in een rode gloed. Het diepe, grimmige basspel klinkt door. Sober, elegant, intens, boeiend klinkt deze reeks . En dan is Warhaus niet veraf in dit muzikaal concept.
En de songs past ze live wel eens aan , “Let it all burn” wordt in een slower tempo gespeeld en “Walk walk”, doorbraak van haar debuut, heeft naast die licht dansgroove een mooie outtro.
De instrumentatie krijgt voldoende ademruimte en haar bewegingen , danspasjes geven kleur aan het geheel. Popelektronica en grimmigheid vinden elkaar in “Ride away” en oudje “Just a touch away”, door de tempowissels en onverwachtse wendingen. Indiase/world elementen vinden doorgang, de ritmes klinken broeierig en gaan crescendo naar een climax. Het wordt/is een wilde trip en hier is de link naar Fever Ray/Roisin Murphy het grootst We worden tot slot losgelaten in haar trip op de titelsong, “Comic trip”.
Met oudje “Seedy tricks” behouden we die aparte wereldlijke sfeer; met het ingetogen, gevoelige autobiografische “Daddy’s selling wine in a burning hous”, de huidige single, besluit ze definitief.

We kregen hier een speels, stijlvol, bedwelmend, bezwerend optreden die theatraliteit in melodieuze pop verbindt. Terecht behoort ze tot de grootse zangeressen in ons landje, klaar om iedereen te veroveren in de clubs en op de festivals.

Support was Elias (Devoldere), sing/songwriter uit het Gentse die reeds z’n sporen heeft verdiend bij een Nordmann. We hoorden een diverse aanpak in z’n solo optreden, een beetje als Loverman en Bert Dockx , die vooraf opgenomen sounds, elektronica en beats toevoegt aan z’n elektrisch gitaarspel – gepingel. Sing/songwriting krautpop dus. In z’n wisselend gitaarspel en in z’n variërende vocals, sijpelen verschillende stijlen door, met ruimte voor allerhande experimentjes.
Terechte aandacht voor deze multi-instrumentalist met z’n sferisch songmateriaal.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Beoordeling

Guido Belcanto

Guido Belcanto - De Vlaamse Troubadour die met een lach en een traan iedereen verbindt

Geschreven door

Guido Belcanto - De Vlaamse Troubadour die met een lach en een traan iedereen verbindt Guido Belcanto
 

Meer dan veertig jaar is Guido Belcanto (*****) een begrip binnen de Nederlandstalige muziek. Hij ontpopte zich, zowel op plaat als live, tot een ware verhalenverteller, pur sang.  Hij kreeg niet steeds de erkenning, maar toch,  een ruim publiek is hem steeds trouw gebleven, waardoor hij na al die jaren zalen en clubs moeiteloos uitverkoopt.
In De Roma speelde hij zelfs twee avonden voor een uitverkochte zaal; hij gaat de Nederlandstalige grootheden binnen de scene achterna. Met 'Tedere Baldadigheden' bracht hij songs vol kwinkslagen, met een dosis humor en bittere ernst, verpakt in zelfrelativering. Live ontpopt Guido Belcanto zich tot een Vlaamse troubadour die met een lach en een traan iedereen verbindt. Lees gerust al eens het verslag van december vorig jaar  https://www.musiczine.net/index.php/nl/item/97113-guido-belcanto-tedere-baldadigheden-op-z-n-best .
Ook in De Roma, het eind van deze club tour, was het niet anders!

De recente plaat stond voorop. Meeslepende songs als “De vrouwen die ik nooit heb gekend” of het grappige “Broekjes aan de Lijn” en “IJsjes met Chocola” klinken herkenbaar voor iedereen. De accordeon biedt kleur. Ze staan naast z’n gekend materiaal. Het brengt ons bij het sterke kantje van deze charismatische verteller, die Belcanto wel is. Hij laat zich verdomd goed omringen door  zijn band, 'Het Broederschap', die hij veelvuldig bedankt en terecht in de schijnwerpers plaatst. Het is één familie, en één van zijn zonen maakt letterlijk deel uit van de band. ''Elke zanger krijgt het orkest dat hij verdient'', merkt hij op. Een lach en een traan is dus nooit veraf bij Guido Belcanto.
“Meneer de Generaal”, doet beetje denken aan de protestsong “Meneer De President” van Boudewijn De Groot, hoewel het tekstueel als muzikaal een andere kant uitgaat. Met songs als “Vaginale Vakantie” en “Sex op vreemde plaatsen” laat Guido zich van zijn meest ondeugende kantje zien. Guido Belcanto bracht ook een vertaling van Eels’ "The look you give that guy', hij stak zijn lof voor Eels niet onder stoelen of banken en beweerde drie weken bezig te zijn geweest om dit in een eigen (muzikaal) kleedje te stoppen. Het resulteerde in het prachtige “De Blik die je die gast geeft”, weer zo’n song die bol staat van zwarte humor, kenmerkend aan een topper als Guido Belcanto.
Ook met Little Kim brengt hij enkele knappe songs, zoals het prachtige “Toverdrank”, ooit gebracht met An Pierlé. Little Kim treedt op sublieme wijze in haar voetsporen. Vaak worden deze pakkende songs gedragen door een groovy klinkende trompet. De trompet zorgt op “Rome bij nacht” voor een ware apotheose; het werd even stil …
Het optreden kabbelde rustig verder, nergens verveelden we ons. Het sterke materiaal intrigeerde, zowel de recente als de oudere nummers. De charismatische Guido Belcanto palmt moeiteloos zijn publiek in. Hij spreekt iedereen aan in z’n bindteksten en de songs ,die je persoonlijk weten te raken.
In de bisnummers bedankt hij de hele entourage, band en uiteraard zijn publiek; in het bijzonder één iemand … waarop “Ik wil mezelf bedanken” wordt ingezet, bol van zelfrelativering. Little Kim komt er nog eens bij op "Ik vind je mooi zoals je bent”; ze heeft een bijzondere stem en uitstraling; beiden zijn een grote meerwaarde.
Op het einde stond iedereen recht; een wervelende finale kregen we, een waar folklorefeest. Ultieme kleppers als “Plastic rozen verwelken niet” ontbrak niet. Prachtig om af te sluiten!  

Guido Belcanto wist als prille zeventiger, twee uur lang zijn publiek te boeien, hij is zondermeer een klasse verteller pur sang van het Levenslied.

Organisatie: De Roma, Antwerpen

Beoordeling

Pagina 24 van 389