logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Jon Spencer
Gary Numan
Festivalreviews

Sinner's Day Festival 2016 - Sinner's Day: overtuigende return van de new-wave Hoogmis

Geschreven door

Sinner's Day was een jaarlijks festival dat startte in 2009, die de crème de la crème van de 'old school' new-wave/postpunk drie jaar in Hasselt verzamelde. Na een pauze van vijf jaar, is de 'donkere' hoogmis terug in de Ethias Arena met een zeer aantrekkelijk lineup. Het concept werd door een nieuwe organisatie, de Limburgse Star Events overgenomen. Meer dan 7.000 fans maakten vastbesloten de trip om te genieten van de nostalgische 'gouden 80 jaren' muziek.

Gordijn-raiser: The Cassandra Complex is het project dat door Rodney Orpheus in Leeds (UK) in 1980 werd opgericht. We slaagden er niet in om hun concert bij te wonen, maar op basis van wat we al op het Rewind Festival in 2012 hebben gezien, zijn we ervan overtuigd dat hun zeer originele new-wave muziek, een mix van punk en electro, de vroeg gekomen fans (het is maar 13u) heeft verleid.

Toen we aankwamen, werden we met professie door de organisatoren verwelkomd, die de journalisten echt in de watten gelegd hebben. Een Press Café was achter de mengtafel, in de Press Room kon je rustig werken en de armband gaf toegang tot de ‘Frontstage’, op voorwaarde dat de artiesten hun toestemming voor foto-shoots gaven. In de line-up was Tricky de enige die de fotografen weigerde, je kon afvragen waarom.

Na The Beat, de Britse ska-band, komt de ‘eerste grote ' van de dag, om 15u : Tuxedomoon. Het project werd in 1977 in San Francisco gevormd en nam een voorname positie in op de muziek scene, eerst als post-punk pioniers. Hun single "No Tears" dateert van 1978. Een klassieker die veel artiesten heeft beïnvloed (waaronder een zekere Brendan Perry van Dead Can Dance). In de jaren '80 kwamen ze in Europa, en verbleven  lange tijd in Brussel. Ze ontwikkelden een unieke stijl van vrij unieke hybride art-rock. Je moet denken aan een jazzy, filmisch sfeer, met postpunk baslijnen en minimalistisch elekktronica sequencers, vocals en betoverende arabesken van saxofoon, trompet en viool. Alsof de Velvet Underground een 'jam' deed met Chet Baker, Roxy Music, Frank Zappa en Death In June (!).
Op het podium zien we de drie oorspronkelijke leden: Blaine L. Reininger, Steven Brown en Peter Principle. Principle richt zich uitsluitend op zijn Epiphone Gibson SG bas ; de twee anderen zijn geweldige multi-instrumentalisten. Steven Brown wisselt tussen stem, piano en saxofoon en Blaine L. Reiniger zingt en speelt viool of gitaar. Het trio wordt vergezeld door een trompettist en een VJ.
De magische muziek creëert een zeer vreemde sfeer in de grote zaal van de Ethias Arena, bijna surrealistisch, Er zijn al minstens 4 of 5.000 mensen, in het zwart gekleed, zoals het moet! Sprekende van kleuren : de gitaar en de saxofoon in "Muchos Colores" lijkt uit een David Lynch film genomen te zijn. Meer ritmisch, "What Use ?" wordt gekenmerkt door prachtige jazzy harmonieën en de Devo-esque stem van Reiniger. "Seven Years", ook uit het sublieme ‘Half-Mute’ album (1980) gehaald, herinnert aan Gary Numan en Talking Heads. Een unieke avant-garde no-wave, gekenmerkt door hypnotiserende ritmes en broeierige vocals. We zagen een zeer goede show, die natuurlijk nog beter tot z’n recht komt in een meer intieme sfeer!

Nu is het de beurt aan Deutsch Amerikanische Freundschaft (DAF) op het enorme podium. Het DAF logo wordt op het gigantische LED-scherm boven het podium geprojecteerd. Nogmaals proficiat aan de organisatie, die ons het beste bood op vlak van geluid, lichtshow en logistiek. DAF is een Duitse minimal EBM duo uit Düsseldorf, die in 1978 werd opgericht en uit Gabriel "Gabi" Delgado-Lopez (zang) en Robert Görl (drums, percussie, elektronische instrumenten) bestaat. Hun meest bekende hit is "Der Mussolini", uit het album ‘Alles ist gut’.
Als je nog nooit DAF live hebt gezien, mis je iets. Het is verbazingswekkend wat (slechts) twee mensen kunnen doen op een podium. Robert Görl speelt akoestische drums in een typische bruto stijl die leven geeft aan de elektronische sequencers. Maar bovenal is Gabi een waar podiumbeest. Tijdens het concert, loopt hij schreeuwend op het podium. Op « Der Mussolini » schiet het publiek in actie en zijn er de eerste moves. Iets verderop brengen "Ich Will", "Muskel" en "Sato Sato" de spanning naar een nog hoger niveau. Zoals gebruikelijk, giet Gabi hele flessen water op zijn kop en is zijn open hemd  volledig doorweekt.
Als je luistert naar nummers als "Liebezimmer" of "Nachtarbeit" voel je de belangvolle waarde van DAF bij de oorsprong van Electro Body Music (EBM), die door Front 242 werd opgericht en door Nitzer Ebb en veel anderen werd verdergezet. Kortom : een zeer punchy concert, maar dat misschien iets te vroeg kwam.

Sommige mensen waren verrast Tricky in de line-up van een new-wave festival te zien. Toch heeft de trip-hop van Adrian Thaws, de zwarte zanger en muzikant uit Bristol, een regelrechte sombere dimensie, die perfect overeenkomt  met de donkere sfeer van de new-wave. Begeleid door drummer Luke Harris en door een gitarist, presenteerde Tricky zijn nieuwste opus, ‘Skilled Mechanics’.
Een betoverend concert op alle vlak. De hypnotische baslijnen en tribale ritmes zijn fascinerend. Gekleed gewoon in jeans en een t-shirt, is Tricky sterk present op het podium. Of hij out-of-the-blue is laten we in het midden , hij  is 200% in zijn 'trip'. In nummers als  "Hero" en "Palestine Girl", wisselt het van rustige passages in felle uitbarstingen. Een sensuele zang die fluistert en spuwt , en   dynamische veranderingen die doen denken aan Nine Inch Nails en Rage Against The Machine.
Toch betreurden we  de playback van de vrouwelijke vocals, de bas en de synths. Tja, groepen die 100% live spelen zijn tegenwoordig zeldzaam geworden. Dit terzijde, was de show indrukwekkend. Met "Sun Down" en "Valentine" bereiken we een intense spanning ; de laatste twee , "Boy" en "Vent", zijn gewoon waanzin. Wat een interpretaties en dramatische kracht.
Op z’n 48ste , is Tricky de jongste (!) act vandaag maar hij zette een knappe ‘boost’ op de 'oude' generatie! Een leuke verrassing!

Na de verplichte zak friet, nemen we onze plaats 'frontstage' om de set van Orchestral Manoeuvres in the Dark (OMD) bij te wonen. Het Engelse combo uit Liverpool had enorm veel succes in de jaren 1978-1984 , dank zij de melodische ,  dansbare elektronische new-wave. In de jaren negentig, werd OMD op het achterplan geduwd door grunge en Britpop. Maar in 2006 kwamen ze terug en er kwamen zelfs twee nieuwe, prachtige albums : ‘History of Modern’ en vooral ‘English Electric’.
Het concert begint sterk met "Enola Gay"; één van hun hun grootste hits. De sfeer is meteen goed . Op het podium herkennen we de zanger Andy McCluskey. Naast hem, op keyboards, Paul Humphreys, grijzend haar , maar nog steeds het gezicht van een baby. Vanavond zijn ze in 'duo-modus', dat is zonder Malcolm Holmes (drums) en Martin Cooper (keyboards / saxofoon).
'Wees niet bang van oude mannen die synths spelen', adviseert Andy McCluskey vóór het nummer "Messages". De kenmerkende Britse humor van McCluskey wordt enorm geapprecieerd. Hij is enthousiast en energiek. Een echte showman! De hits worden in een snel tempo gespeeld. "History of Modern (Part 1)" bewijst dat OMD nog steeds in staat zijn om hits te schrijven, 30 jaar later. De synth riff is eenvoudig maar uiterst effeciënt. Na "Souvenir", door Paul Humphreys gezongen, zegt McCluskey, niet zonder ironie, dat "Joan of Arc" alleen in België niet goed verkocht  'Dus zullen we wraak nemen! Jullie gaan het opnieuw ondergaan want wij gaan het nummer spelen !'
Daarna spelen ze, logisch, "Maid of Orleans" en we worden meegesleept in een hypnotiserende en fascinerende middeleeuwse sfeer.
De set eindigt zoals het begon: krachtig, met een "Sailing On The Seven Seas", die samen met Nik Kershaw werd gecomponeerd, en natuurlijk "Electricity", de eerste single, uit 1979, waarop het ganse publiek danste en zong. In een woord? Een perfect concert. Alles was er: muzikaal genialiteit, kracht, présence, humor en bescheidenheid: bravo, OMD!

Radicale verandering van stijl met Public Image Limited (PIL), de Britse band onder  John « Rotten » Lydon, de grillige zanger van de Sex Pistols. PIL was in 1978 opgericht, na de split van de Pistols. PIL was een van de pioniers van Post-Punk, tot 1994. Na een onderbreking van 15 jaar, kwam het combo in 2009 terug en bracht nog twee nieuwe albums: ‘This is PiL’ en ‘What the World Needs Now...’.
Op het podium zijn de oorspronkelijke leden van de band aanwezig : naast Lydon, Bruce Smith (Pop Group, Slits) op drums, Lu Edmonds (Damned, Shriekback) op gitaar en Scott Firth op bas. Enkel John Mc Geoch, die in 2005 overleed, ontbreekt.
Het begin van de set, wordt meteen gesmaakt: "This Is Not a Love Song" is een puur meesterwerk, en het nummer wordt live bewerkt , verbeterd en  verlengd. Het publiek is in extase en zingt het refrein in koor mee. Een mooi moment, één van de hoogtepunten. Later, is "Death Disco" net zo scherp. Deze dub/disco lof werd door Lydon geschreven na de dood van zijn moeder. Het wordt omgeven door een klassieke, op gitaar gespeelde passage van Tsjaikovski. "Warrior’ komt het sterkst uit de verf qua geluid , de mix is perfect en alle instrumenten krijgen ruimte. "Rise" en "Shoom" besluiten de show op sublieme wijze.
Op het eind introduceerde Lydon zijn muzikanten door ze allemaal 'madame' te noemen. 'Wij hebben onze muziek ‘uit het hart" gespeeld' ! Hij sloot dan af met een spetterende "F*ck de muziek business!". Zoals je ziet, ondanks zijn 60 jaar, is Johnny nog altijd een punk!

Het hoogtepunt van de dag moest normaal door Andrew Eldritch en de Sisters of Mercy gebracht worden. Helaas heeft de Engelse zanger, nu in Hamburg gevestigd, ooit een legende van de gothic rock, al lang geleden opgegeven muziek te maken. Hij teert op de glorie van de SOM verleden, en geeft concerten, waarbij er niets te zien is, gezien de muzikanten continu in tonnen rook ondergedompeld worden. Vanavond geen uitzondering op de regel en wordt het begin van de show door een geluid van rookkanonnen aangekondigd. Op het podium zien we de schaduwen van de twee gitaristen, Chris Catalyst en Ben Christo en, achter hen, een techneut die de elektronica bedient (Dr Avalanche was lang geleden vervangen door twee Apple laptop). In het zwart gekleed en met zijn onafscheidelijke zonnebril, verschijnt Eldritch op "Detonation Boulevard". Het geluid is zwaar, te zwaar, met te lawaaierige gitaren en een nauwelijks hoorbare stem.
Gelukkig voor ons, mogen we frontstage tijdens drie nummers een paar 'rokerige' foto's  nemen. De kleine kralen van "Alice" en "Marian" worden hier gedempt.  "Dominion" daarentegen, klinkt goed, de gitaren zijn beperkt tot meer discrete arpeggio's, waardoor er meer ruimte is voor de vocals.
Het publiek is niet veeleisend  en in volle extase. De fans kennen de hits uit het hoofd en zijn blij om al die onsterfelijk nummers te horen, ook al is het geluid niet ideaal . Het einde van het concert zal echter voor een mooie verrassing zorgen : Tijdens "Flood II" gaat Eldritch naar de rechterkant van het podium voor een sigaret en staat dan aan de rand van het podium, juist vóór het publiek. Plotseling beweegt hij meer, kijkt hij in de ogen van zijn fans en zingt hij indringend scherp. Een mooi moment. Hij zou dat best steeds doen, dan zouden de concerten veel meer interessant en spannend zijn.
Als toegiften kregen we "Something Fast", live katastrofaal door een  slecht gestemde akoestische gitaar en onhoorbaar stem. "Lucretia, My Reflection" was wel goed, door de helse ritmiek en de pogo vooraan. "Temple of Love" en "This Corrosion" sloten een echt teleurstellend concert af. Om écht  van de Sisters live te genieten, is er niets beter dan de video van hun subliem concert in 1985 in de Royal Albert Hall.

Kortom , Sinner's Day was een groot succes op alle  vlak. Het enige wat wij betreuren is dat er in de line-up geen jongere muzikanten waren. Die hadden kunnen bewijzen dat de ‘wave’-scene voorlopig een opmerkelijke vitaliteit kent. De organisator, Chris Vanhoyland, heeft ons waarschijnlijk gehoord want er zal een 2017-editie zijn met naast de klassieke bands (The Residents en Revolting Cocks?) ook meer recente namen als een Goose. We denken ook aan de lokale Whispering Sons, bekroond op de Humo’s Rock Rally en anderen als Luminance, Organic, Charnier, enz. Wordt vervolgd dus !
Proficiat en tot volgend jaar !

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://musiczine.lavenir.net/fr/photos/sinnersday-2016/ 
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/sinnersday-2016/


Tekst Philippe Blackmarquis – vertaling + Johan Meurisse

Organisatie
: Sinner’s Day Festival (Star Events, Houthalen – Dp communications)  http://www.sinnersday.com/

Sonic City 2016 – Savages cureert – Positieve verrassingen en weerbarstige acts

Geschreven door

Sonic City 2016 – Savages cureert – Positieve verrassingen en weerbarstige acts
Sonic City 2016
Kreun
Kortrijk
2016-11-12
Nick Nyffels

Ieder jaar nodigt De Kreun een artiest uit om hun tweedaags festival Sonic City samen te stellen, en dit jaar was het de beurt aan Savages, die zelf ook al op Sonic City uitgenodigd werden door Beak> , het krautrock vehikel van Portishead-man Geoff Barrow. De ene dienst is de andere waard, dus nodigde Savages dit jaar Beak> uit, die zo al drie keer aantraden op dit underground festival. Ook Suuns, Bo Ningen en Demdike Stare hadden een abonnement te pakken, net als ondergetekende.

Sonic City blijft een underground festival, met soms echt wel  lastige, weerbarstige acts, maar ook ieder jaar met heel positieve verrassingen, waar niemand al van gehoord heeft, maar die de zaal weten te verbazen. Ook dit jaar was dit weer het geval.

dag 1 – zaterdag 12 november 2016
We begonnen deze tweedaagse marathon bij Jessy Lanza. Die zagen we al eerder dit jaar in het Dok op Big Next. We wisten dus wat te verwachten: een alternatieve versie van de hedendaagse op r&b gebaseerde pop, met zelfs een vleugje Prince & The Revolution anno 1984. Deze Canadese moest jammer genoeg haar set vroegtijdig afbreken wegens een krakende synthesizer.

Bo Ningen deed eerder dit jaar al het voorprogramma van Savages, dus het was logisch dat ze ook op Sonic City stonden. Deze Japanse band ontstond in London, en heeft nog maar weinig in Japan gespeeld, maar toch is dit een op en top Japanse band omdat ze zo alien aan doen. Het is nooit echt duidelijk of zanger Taigen Kawabe in het Engels of het Japans aan het zingen is, en de muziek van deze band gaat echt alle kanten uit: psychedelische noise die heel grillig is, soms loodzwaar, maar toch vooral bizar. Na 25 minuten kondigde de band al het laatste nummer aan, wat dan 10 minuten duurde en waarin Kawabe zijn bas Sonic Youth-gewijs mismeesterde. Toch vonden we ze net iets scherper dit voorjaar, misschien zat het vroege uur er voor iets tussen.

De eerste verrassing van Sonic City kwam er met Mykki Blanco. Mykki Blanco is de artiestennaam van de Amerikaanse rapper Michael Quattlerbaum. Blanco is transgender, is seropositief en haalt veel invloeden uit punk en performance art. De man is een excentrieke verschijning, hij stond op het podium, geblondeerd en volgetatoeëerd, met niet meer dan een korte witte broek en een witte regenjas, die hij snel zou uitdoen en waarmee hij onder meer het publiek geselde. Blanco sprong over het podium, maakte een circle pit in de zaal, sprong op de DJ-tafel, deed ballerinapassen. Dus qua podiumact zat het goed, de man bouwde een geslaagde party, maar wat nog veel belangrijker was, was dat het muzikaal ook goed was, wat bij rap-acts nogal dikwijls durft tegenvallen: een sterke flow, en op elektronica geïnspireerde beats die door een vrouwelijke DJ gebracht werden. In de afsluiter volgde nog een verrassing toen Blanco zijn blonde haren wegsmeet en het dus een pruik bleek te zijn. Mykki Blanco was de eerste echt spraakmakende artiest op deze editie van Sonic City.

Suuns stonden vorig jaar nog samen met Jerusalem in my heart op Sonic City. Nu begon het ook Oosters, maar de gitaren namen snel de rol over en de elektronica staat blijkbaar op het tweede plan op de nieuwe plaat ‘Hold/Still’. “Translate” was pompende, nerveuze krautrock. Pas in het tweede deel van het concert zat er meer balans tussen de gitaren en de elektronica, wat zo kenmerkend was op de eerste twee platen van Suuns. We moeten zeggen dat we hun passage vorig jaar beter vonden, de Oosterse sferen die ze toen samen met Jerusalem in my heart opriepen, vonden we net dat stukje pakkender. Dit jaar sloten ze hun concert af met een cover van Fugazi, wat nog eens bewees dat de band nu vooral op de gitaar gefocust is.

Een constante op Sonic City, is dat de headliners het altijd waarmaken, ook al zijn die headliners nog niet zo bekend. Kate Tempest hebben we ooit nog eens twintig minuten staan bekijken op Pukkelpop. De rapflow van deze Londense blondine was ook toen al indrukwekkend, maar muzikaal vond ik het toen niet zo interessant. Tempest heeft echter een serieuze stap vooruit gezet met haar nieuwe album ‘Let them eat chaos’. Dat is een concept album, een soort raamvertelling over 7 personages om 4 u 18 ’s morgens. Ze had nu een sterke band meegebracht, muzikaal was het best interessant, en ze vuurde een spervuur van raps op de zaal af, met strategisch geplaatste breaks. Haar verhalen zijn een bittere aanklacht, vol kritiek op de politiek (de piemel van David Cameron en een varkenskop passeerden de revue) en de maatschappij in het algemeen. Dit was de vrouwelijke versie van Mike Skinner, maar dan beter. Best indrukwekkend hoe ze een uur lang raps afvuurt, ze moet een ongelooflijk sterk geheugen hebben, ik heb nog nooit iemand een novelle van buiten zien opzeggen, maar Tempest doet het dus.

Afsluiter van dag 1 was Tortoise. We zagen ze eerder dit jaar in Trix en toen waren ze niet zo overtuigend. Nu stak het beter in elkaar, al moeten we zeggen dat het vooral de oude nummers waren die het hem deden. De band had die wijselijk voor het tweede deel van het concert opgespaard. Het samenspel op de marimba’s of vibrafoon op  het dromerige “The suspension bridge at Iguazu Falls”, “Glass museum” of “Swung from the gutters” uit ‘TNT’ blijft fantastisch, alsook het dubbele drumspel op “In Sarah, Mencken, Christ and Beethoven there were women and men”.  Steve Reich is nooit ver weg bij Tortoise. Absolute hoogtepunt was misschien nog wel “Crest”, omdat dit nummer op een bepaald moment prachtig openbloeide. Ondanks een mindere nieuwe plaat, kunnen ze het nog altijd.

Dag 1 gaf ons veel variatie in muziekstijlen, met twee spraakmakende optredens van Mykki Blanco en Kate Tempest!

dag 2 – zondag 13 november 2016

We pikten op dag twee in bij A Dead Forest Index. Dit zijn twee broers, Adam en Sam Sherry. Opnieuw is er een band met Savages. De gitariste van Savages, Gemma Thompson, speelt mee op “Myth retraced” een nummer uit het laatste album van A Dead Forest Index. Jammer genoeg stond ze niet mee op het podium, maar A Dead Forest Index had wel een violiste meegebracht. Op plaat klinkt A Dead Forest Index best interessant, maar we waren niet zo onder de indruk van hun live-prestatie. De zang van Adam Sherry was best dunnetjes, en de gitaarklanken waren metalig en bars. Het deed mij nog het meest aan The Geraldine Fibbers denken, maar dan zonder de intensiteit van die band. Het was pas in het slotnummer dat er beterschap kwam, in een aan Low refererende samenzang.

Tussen de optredens door staken we ook ons hoofd eens binnen bij de interviewsessies met Savages en Beak>. Kurt Overbergh van AB had zich voor het interview met Savages goed voorbereid, waardoor hij ongewild overkwam als een stalker van Jehnny Beth. Bij Beak> maakte hij de fout te verwijzen naar Portishead, wat door de andere bandleden niet gesmaakt werd. Mij viel het op hoe tijdens die interviews met artiesten er altijd zo weinig over de muziek gepraat wordt, en altijd over de projecten waar iedereen mee bezig is. Niettemin, best interessant hoe op Sonic City artiesten en publiek met gemak kunnen mixen, in de zaal zelf en ook via die interview sessies.

Het meest weerbarstige optreden van het weekend kwam ongetwijfeld van Demdike Stare. Dit is een elektronisch duo uit Manchester, Sean Canty en Miles Whittaker doen dit project al sinds 2009. Donkere (ook letterlijk, want het podium was in duister gehuld), dronende elektronica waar je echt ongemakkelijk van wordt. De bassen maakten het ook een fysieke ervaring, maar als zondagmiddagmuziek na de taart en koffie, was dit toch minder op zijn plaats.

De volgende act was al een stuk toegankelijker, maar had even goed op Sinner’s Day kunnen staan. Wrangler is het project van Stephen Mallinder van Cabaret Voltaire en Phil Winter van Tunng. Het bleef underground, maar was toch toegankelijk genoeg. Dit was een soort proto-elektronica, in de stijl van Kraftwerk, maar niet zo Teutoons proper: het piepte en knarste bij momenten. Best interessant, en veel relevanter dan driekwart van de acts die op Sinner’s Day staan.

De meest poppy act van het festival was ongetwijfeld het Russische Motorama. Denk aan Interpol of White Lies, maar niet zo donker en al zeker zonder enig bombast. We kregen mooi in elkaar wevende gitaarpartijen, en ook wel wat keyboards zodat  het meer de richting van New Order uitging dan van Joy Division. De frontman kon je niet echt op veel charisma betrappen, zodat de muziek voor zichzelf moest spreken. Raakpunten kon je ook vinden bij Diiv. Al bij al een mooie ontdekking, deze Russen.

Beak> stond al de derde keer op Sonic City, en de verrassing was er voor mij een beetje af. De band van Geoff Barrow had tegenover de vorige passage hun toetsenman vervangen, Will Young neemt nu de honneurs waar in plaats van Matt Williams. De band speelt nog altijd krautrock, die op zijn beste momenten hypnotiserend werkte. Geoff Barrow sukkelde wat met zijn rug, maar dat belette hem niet bij het drummen.

De curators mochten Sonic City 2016 afsluiten. Savages speelden dezelfde setlist als in het voorjaar, maar het was nog beter, nu zat er geen enkele dip in het concert. Misschien dat de band een kleine zaal als de Kreun een beetje ontgroeid zijn, de handgebaren en het ophitsen van het publiek door Jehnny Beth smeekten om een grotere zaal. Het concert begon met “A thousand kisses deep” van Leonard Cohen en trapte af met wat ik muzikaal de minste nummers van ‘Silence yourself’ en ‘Adore Life’ vind: “ I am here” en “Sad person”, maar die anderzijds ook onmiddellijk de furieuze muzikale kracht van Savages demonstreerden: het monsterlijke drumwerk van Fay Milton, het splijtende gitaarspel van Gemma Thompson en de pulserende bas van Ayse Hassan. “Husbands” klonk alsof er een zwerm Afrikaanse moordbijen in de Kreun was losgelaten. “Surrender” was een intentieverklaring, en voerde ons terug naar de vroege jaren tachtig, vooral door de gitaarklanken van Gemma Thompson die de speelstijl van The Edge hier kwistig gebruikte. Thompson kan veel stijlen aan, even later martelde ze in  “I need something new” de snaren  zoals Sonic Youth dat ook doet. Eerder op de dag gaf Jehnny Beth aan dat ze de zangstijl van Jacques Brel gebruikte in dat zelfde nummer ,  van onvermoede invloeden gesproken.
Jehnny Beth liet zich door het publiek tot halverwege in de zaal dragen, voor Savages is de participatie van het publiek in de show essentieel. Ze bekijken de zaken ook positiever sinds hun nieuwe album ‘Adore Life’ , ze zijn ze niet alleen meer tegen alles wat fout loopt, maar willen ze ook een positief alternatief bieden onder het motto “Love is the answer”, een nummer dat vanavond dodelijk effectief was op het moment dat de band het geluid plots weg liet vallen. “T.I.W.Y.G.” was furieuze punk, maar gas terugnemen kan Savages ook: Jehnny Beth kan ook een Kung Fu -Torch zangeres zijn in navolging van Billie Holiday, een van haar rolmodellen. “Adore” gaf mij deze keer geen kippenvel, maar het blijft een geweldig nummer, een levensmotto na Bataclan, nu net een jaar geleden, waar de band ook naar verwees. Live muziek is geweldig, zeker als je je optreden en daarmee het festival afsluit met “Fuckers”.

De band had een selectie van hun tourfoto’s geprojecteerd onder het afdak van de Kreun, en ook die foto’s toonden de kracht van deze band: je moet al naar U2, de Red Hot Chili Peppers en Metallica gaan voor bands met vier muzikale persoonlijkheden.

Sonic City zat er weer op, zoals gewoonlijk wisten een paar bands te verrassen (Mykki Blanco, Kate Tempest) en stelden de headliners niet teleur. Voor een volgende editie zou ik wel verder kijken dan de pool van artiesten die al dikwijls in de Kreun gepasseerd is, maar dat is een raad die we enkel aan de curerende artiesten kunnen meegeven.

Organisatie: Kreun , Kortrijk

Breaking Barriers 2016 – 40 Y of Punk & Beyond

Geschreven door

Breaking Barriers 2016 – 40 Y of Punk & Beyond
Depot
Leuven
2016-11-11
Didier Becu

40 jaar punk… het moet zo wat het meest besproken item van de week geweest zijn. Vooral toen Studio Brussel via de keuze van de luisteraars een lijst van de beste 40 punksongs aller tijden samenstelde en die na afloop uiteindelijk mijlenver van de oorsprong van de punk bleek te staan.
Er is wel degelijk een verschil tussen ‘punk’ als muziekstijl, en als levensstijl, en het moet zowat het meeste verneukte woord in de popgeschiedenis zijn; zelfs verwende popsterren durven wel eens te beweren dat ze een ‘punkplaat’ hebben opgenomen.

Wat is punk als muziekstijl? De DIY-mentaliteit van Television Personalities, de rock ’n roll van Ramones, de anarchie van Crass, de skateboardfun van The Offspring of de opgestoken middelvinger van Kathleen Hanna? En wat doe je met punk als levensbeschouwing? Een politiecombi in brand steken, linkse pamfletten aan het station uitdelen, in je eigen kots slapen of gewoon eenzaam in je kamertje achter een pc werken aan een betere wereld? Wie van hen is het méést punk? Het woord werd voor het eerst tussen 1604 en 1605 door Shakespeare bedacht, en heeft zelfs in de Van Dale geen zinvolle betekenis. Uiteindelijk is iedereen zijn eigen punk, de ene al wat extremer dan de ander, en vooral de ene met al wat meer inhoud dan de ander…

In het Depot te Leuven werd de verjaardag van punk bedacht met
Breaking Barriers, een tweedaags evenement waarin programmator Malcolm Nix een balans probeerde te vinden tussen bekende bands en groepen die (misschien voorlopig) alleen maar het hart van de hardcorefans hebben bereikt.

Het duurde een tijdje vooraleer de punks de weg naar de Leuvense concertzaal hadden gevonden en dat was erg jammer voor de skarockpunkers van
Overweight die het festival mochten openen. Blazers en opzwepende punkritmes zijn altijd al een gouden combinatie geweest, en deze in 2011 opgerichte band met drie albums onder de arm toonde Leuven (nou ja, althans een klein deel ervan) dat er in België ook skapunkrock van het bovenste niveau wordt gemaakt. Wellicht voor eeuwig verbannen naar de underground, maar in jezelf blijven geloven en lak hebben aan regeltjes die de populariteit voor je uitstippelen is nu ook eenmaal dat wat je punk noemt.

Mooi dat Leuven de legendarische
John Robb niet vergeten is. Hij stond er zelfs tweemaal op één avond: met The Membranes en iets later ook nog eens met Goldblade. Deze 55-jarige veganist bezit nog steeds een lichaam die Schwarzenegger zou doen watertanden, maar wij kijken vooral naar de muziek hoewel we beslist jaloers zijn op hoe strak en energiek deze kerel er nog steeds uitziet. Robb is naast muzikant ook een toonaangevend journalist die reeds diverse boeken schreef (van The Stone Roses tot Three Johns) en na het oprichten van zijn eigen fanzine (voor de wat jongere lezers: een eigen tijdschriftje dat je met een kopieermachine maakt) een toonaangevende journalist werd bij zowel Sounds als Melody Maker. Maar ook als muzikant heeft hij al één en ander op zijn rijkgevulde palmares: zo maakt hij o.a. sinds 1977 met The Membranes erg scherpe punkrock met een Amerikaans noisetintje. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat legende Steve Albini ooit hun producer was. En sinds hun album ‘Dark matter/Dark energy’ vorig jaar op Cherry Records verscheen, is de band er opnieuw. Robb weet als geen ander dat het publiek actie wil op een podium. Hij doet dat bvb. door op een leuke manier in interactie te gaan met zijn publiek, met hen handjes te schudden tijdens het optreden, feedback te geven op de T-shirts die de fans dragen, maar vooral door zichzelf over te geven aan (zoals hij het twee uur later met zijn andere band Goldblade zelf noemde) the power of rock ’n roll. De toon werd in elk geval duidelijk gezet!

Punk uit Heist-Op-Den-Berg… Toegegeven, het klinkt niet echt punk, maar dat wat
Funeral Dress brengt is wel onder deze term samen te vatten. Deze band begon in 1985 en werd daarmee ook één van de Belgische punkbands die al het langst in deze scène meedraait. Funeral Dress is een begrip in zowel binnen- als buitenland en ze brengen een heel andere punk dan de twee vorige bands die we eerder op de avond zagen. Schreeuwen tegen de wereld en je laten meevoeren in een moshpit met een Stella Artois in de hand, waarop nota bene (zo bleek later) ook Captain Sensible zo verlekkerd is. Funeral Dress (het logo spreekt trouwens boekdelen) heeft lak aan alles wat ook maar enige vorm van een regel heeft. Lekker doen waar jezelf in gelooft! En als dat anderen niet zint, so be it! Anarchisme, ook dat is punk.

En dan alweer ‘mijnheer John Robb’ (in zijn geval mogen we écht wel het woord mijnheer gebruiken, ook al is hij een punk pur sang). Na een uurtje verfrissing (in zijn geval lekker kletsten met de fans) was hij er alweer met de perfecte rock ’n rollmachine die
Goldblade is. In deze band herken je alles waar rock ’n roll voor staat: van de heupswingende Elvis tot de waanzin van Iggy Pop. Fijnzinnig kun je de meezingers van Goldblade niet echt noemen, wel ideaal om met gebalde vuisten de droom van de rock ’n roll te skanderen en te blijven geloven dat rock ’n roll de heilige zalf is, zeker als Robb degene is die je daar letterlijk en figuurlijk mee inwrijft.

Veertig jaar een band, en nog nooit eerder in België; dat is
The Ruts of sinds het tragische overlijden van frontman Malcolm Owen in 1980 Ruts DC. Ze zijn o.a. vriendjes van The Damned maar tevens ook één van de lievelingen van John Peel, wat toch op zich ook wel een méér dan eervolle referentie is. Een interessante combinatie vinden tussen reggae en punk, dat is wat het trio doet. Het levert niet alleen muzikaal vuurwerk op, maar is ook qua ideologie een behoorlijk statement. Want ondanks het feit dat reggae al evenveel misbruikt is als punk blijft dit het genre dat de zwarte gemeenschap als muzikaal verzet gebruikt(e). Het duurde een tijdje vooraleer het optreden van Ruts DC echt uit zijn voegen barstte, maar eens de klassiekers als “Babylon’s Burning” en “Jah War” door de Leuvense zaal galmden was het publiek blij om deze smaakmakers van de reggaepunk (dat later door The Clash met nog meer succes werd gebracht) eindelijk op Vlaamse bodem te kunnen zien.

The Damned stond geprogrammeerd als afsluiter. Een act die ondanks een carrière van ups maar vaak ook van downs hoog op het verlanglijstje van de punkliefhebbers stond. Iedereen heeft wel zijn eigen mening over welke rol Dave Vanian in de punkgeschiedenis verdient. De voorloper van de goth? Een figuur die is weggelopen uit de cast van The Rocky Horror Picture Show of gewoon eerlijke punkrocker met de nodige ballen? Een combinatie van veel factoren, maar de excentrieke en extravagante punks (wat moet je anders vertellen als je figuren als Captain Sensible of Monty Oxymoron ziet?) brouwden een bijzonder lekker punkrockfeestje dat Het Depot al snel in een moshpit veranderde; zeker toen hits als “New Rose”, “Smash it up” en “Neat Neat Neat” werden gespeeld. Een heerlijk punkfeestje!

40 jaar punk kun je niet in één boek samenvatten, laat staan op een halve dag. Maar ook al lag de aandacht tijdens de eerste dag van dit fijne evenement vooral op het verleden,
Breaking Barriers toonde toch op een bijzonder aangename manier waar punk voor staat. Of de idee van (actieve) punk nog steeds bij een groot aantal mensen leeft , bleef een beetje de vraag wanneer we die avond Het Depot verlieten. Maar dat er nood is om deze wereld een geweten te schoppen, dàt staat nog steeds buiten kijf! Dus doe er bij de punkmuziek en punkgedachte voor ons part nog maar minstens 40 jaar bij! Of, om het met de woorden van Johnny Lydon te zeggen: ‘Love is 2 minutes and 52 seconds of squelching noises’.

Met dank aan Luminousdah.com

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/breaking-barriers-2016/

Organisatie: Depot, Leuven

Night Of The Proms 2016 – Geslaagde show

Geschreven door

Er waren 4 shows dit jaar met onder andere 1 show in de Ethias Arena in Hasselt. Geen slecht idee want vlot tot in Antwerpen geraken wordt ieder jaar moeilijker. De show die we bezochten startte 15 minuten later door de verkeersproblemen. Ook dit jaar was het Kobe Ilsen die alles vlotje aan elkaar mocht praten.

De Braziliaanse dirigente Alexandra Arrieche was  voor de tweede maal van de partij. Samen met Il Novecento opende  ze de show met nummers van Stravinsky en Katchatourian 
Daarna was het de beurt aan Time for three. Een Amerikaans klassiek geschoold strijktrio. Vervolgens mocht de mooie Natasha Beddingfield tonen wat ze  in haar mars had. Met een diep uitgesneden jurk en zonder BH  trok ze alvast de aandacht naar zich toe. Een symfonische versie van “Unwritten” en “Soulmate” werd gebracht.
Na nog wat klassiek werk mocht Chaka Khan voor een eerste maal het podium op. “Diamonds are forever” kon niet echt overtuigen. Antonio Serrano met mondharmonica die erna kwam kon dat wel. Ook “Summertime” gezongen door John Miles met Antonio  was geslaagd. Publiekslieveling Gabriel  Rios mocht 2 nummers brengen en Tom Chaplin (van het respectabele Keane) mocht nog vóór de pauze 3 waaronder “Is there life on Mars”,  een eerbetoon aan de overleden David Bowie.

Na de pauze zagen we de stralende Laura Tesoro aan het werk met een nummer van Justin Bieber “I’m sorry”. Ook Natasha Beddingfield bracht hulde aan een overleden artiest. Zij bracht “Purple Rain” van Prince. Het onvermijdelijke “Music” van John Miles mocht uiteraard niet ontbreken.
Het was Tom Chaplin  die met “Everybody’s changing” iedereen aan het meezingen en dansen kreeg. Vanaf hier kwam de hitmachine op gang en gingen alle hits zonder onderbreking moeiteloos over in elkaar. ‘These words’ van Natasha Beddingfield, “Ain’t nobody  van Chaka Khan en “Broad daylight” van Gabriel Rios volgden in snel tempo. Ook Laura Tesoro met haar songfestivallied “What’s the pressure” en daarna “I feel for you” en “I’m every woman” van Chaka Khan deden de zaal uit de bol gaan.
Afgesloten werd er zoals steeds met een gezamenlijk gezongen nummer door alle artiesten. Ditmaal “Can’t stop this feeling” van Justin Timberlake. Wat een samenhorigheidsgevoel!

Het was alweer een geslaagde show . Een vakkundige aanpak. Meer van dat volgend jaar!

Organisatie: NOTP + Sportpaleisgroep, Antwerpen

Desertfest 2016 – Voor fans van Stoner-Doom-Sludge

Geschreven door

Desertfest 2016 – Voor fans van Stoner-Doom-Sludge
Desertfest 2016
Trix
Antwerpen
2016-10-14 t/m 2016-10-16
Yentl Stée

In het weekend van 14-16 oktober werd de Trix wederom ondergedompeld in een combinatie van muziek die aankomt als een sloophamer, langharig schorriemorrie en een walm van rook met een wel heel speciale geur. Als grote fan van deze combinatie was ondergetekende natuurlijk ook weer aanwezig. (oja en ook een klein beetje voor de arme stakkers die thuis moesten blijven).

dag 1 - vrijdag 14 oktober 2016

Een tip: als de hostel waarin je verblijft ergens aan de Groenplaats ligt probeer dan niet te voet de Trix te bereiken. Ondergetekende probeerde het, verdwaalde in Borgerhout en kwam uiteindelijk ergens in het midden van de set van Alkerdeel aan. Alhoewel dit nu al de derde keer in 3 maand tijd is dat ik ze mag aanschouwen was dit toch wel een beetje spijtig. De combinatie van Black Metal en Sludge is naast vrij uniek ook dan nog eens van een hoge kwaliteit. Ook dit keer was het een fantastische show, het geluid zat strak en de band nog strakker. Alhoewel de gehele band best wel een dikke pluim verdient krijgt bassist QW zodanig veel pluimen van mij dat hij er een mooi pauwenpak kan van maken. Naar mijn persoonlijke mening is hij toch wel één van de meer indrukwekkende bassisten binnen het genre en dit wordt ook muzikaal benut. Bij veel collega’s is de bassist verdoemd tot een eerder secundaire (lees: onhoorbare) rol waarbij die soms eens wat duidelijker mag spelen. Bij Alkerdeel is de bas echter (terecht) een prominent deel van de muziek. De zaal zelf zat ook goed gevuld en tegen het eind van de set werd het zelfs wat moeilijk om de zaal te verlaten.

Torche mocht de mainstage op vrijdag openen. Ikzelf was zeer nieuwsgierig naar hoe ze live gingen klinken, op album weten ze immers een vrij unieke en interessante sound te produceren die moeilijk met andere bands te vergelijken valt. Op eerste zicht leek het alsof ze live toch wel wat gingen teleur stellen. Bij het binnenkomen van de zaal en het beluisteren van de eerste nummers miste ik iets, ze wisten niet onmiddellijk mijn aandacht te trekken en het werd uiteindelijk zelfs een beetje saai. Ik besloot dan ook maar eerst mijn maag te vullen. Dit ging vlotter dan verwacht dus ik besloot om Torche toch nog een kans te geven. Dit bleek een goeie beslissing te zijn want het leek erop dat ze hun strakkere, hardere en meer interessante nummers voor het einde van hun set bewaard hadden. Dit spoelde de teleurstelling die ik voelde bij de aanvang van de set in één wip weg en ze slaagden er in om zo toch nog een lekkere show neer te zetten.

Na Alkerdeel mocht nog een heerlijke Belgische band zich bewijzen, namelijk Your Highness. Hoge verwachtingen bij deze band zijn vrij standaard aangezien ze gewoon altijd spetterende shows neerzetten. Althans bijna altijd, zo blijkt. Deze werden dit keer jammergenoeg niet ingelost. Muzikaal zat het allemaal best wel ok en indien dit één of ander nieuw bandje was die ik nog nooit aan het werk had gezien had ik het waarschijnlijk vrij goed gevonden. Doorheen de gehele show mistte ik echter de ruwe energie en hardheid die Your Highness normaal kenmerkt live. Om nu te zeggen dat het een slechte show was zou oneerlijk zijn, maar teleurstelling was bij mij wel aanwezig. Spijtig, vooral als je weet dat de band een pak meer in z’n mars heeft dan dat ze hier lieten zien.

Iedere Stoner-fan kent Yob wel en heeft ze hoogstwaarschijnlijk al een stuk of 80 keer live gezien (ze zijn best wel actief). Voor mij was het echter mijn yobmaagding (geloof me, dit is echt nog bijlange na niet mijn slechtste woordgrapje). De verwachtingen waren best wel hoog aangezien ik toch van zowat iedereen hoor dat Yob live de perfectie zelve is. Blijkbaar ben ik niet zo’n grote fan van perfectie aangezien de show niet echt indrukwekkend was. Het was allemaal wel goed, maar echte hoogtepunten waren er niet en tegen het einde van de set werd het naar mijn persoonlijke smaak eigenlijk een beetje ééntonig.

Topper van vandaag was naar mijn mening toch wel Red Fang. Het gebeurt niet vaak dat headliner mijn toppunt van de dag is, maar Red Fang was gewoon zo belachelijk goed dat geen enkel andere band die dag zelfs nog maar tot hun enkels kwam. Aangezien ze één van de gevestigde namen binnen het genre zijn mag je wel al hoge verwachtingen hebben en deze werden dubbel en dik ingelost. Op album mag Red Fang dan misschien wel niet de hardste zijn, op podium zijn ze dat alvast wel. De lekkere riffs walsten als een pletwals over je heen en zorgden voor een best wel unieke ervaring die moeilijk uit te leggen is. Andere keren dat ik Red Fang mocht aanschouwen waren ze best wel goed, maar niet echt speciaal. Dit keer was ik echter zo onder de indruk dat ik op een gegeven moment letterlijk met open mond van verbazing stond te kijken. Zeker voor herhaling vatbaar.

dag 2 - zaterdag 15 oktober 2016

Het is duidelijk dat de organisatie dit jaar voor een meer diverse line-up hebben gekozen waar wat meer Black Metal dan andere jaren in zit (daar ga je me niet over horen klagen). Met Wolvennest hebben ze een toppertje weten binnen te sleuren. De band zelf was eigenlijk onbekend voor mij maar hun combinatie van Black Metal & Doom overgoten met een psychedelisch sausje was vrij indrukwekkend en best wel uniek. Alhoewel ze niet de eerste band zijn die deze combinatie uitprobeert zijn ze wel één van de bands die er in slagen om deze combinatie echt te laten werken en er een eigen unieke draai aan te geven. Als opener van de dag konden ze alvast tellen.

Persoonlijk keek ik toch wel een beetje uit naar de show van Purson. Ik ken de muziek niet echt goed, maar wat ik tot nu toe gehoord heb kon mij wel bekoren. Eerlijk gezegd vielen ze voor mij persoonlijk live wat tegen. Er was weinig aan de set die m’n aandacht wist vast te houden en het bleef doorheen de set eigenlijk vrij middelmatig. De kans zit er echter wel dik in dat dit eerder aan het feit ligt dat ik langzaam aan het verhongeren was ipv dat ze echt niet goed waren aangezien ik toch een hoop rare blikken kreeg toen ik mijn mening over de set gaf aan andere mensen.

Na de ietwat teleurstellende set van Purson was er gelukkig Elder om mij te troosten. Dat deden ze met glans. Elder was nu niet meteen de band waar ik het meest naar uit keek, maar dat was duidelijk een vergissing. Elder wist een equilibrium te vinden tussen zware riffs en psychedelische vibes waardoor het al snel aanvoelde alsof het optreden plaats vond in een ander, leuker universum. 50 minuten was naar mijn mening eigenlijk te kort en ik hoop dat ze een volgende keer toch een hogere positie aangewezen kregen zodat we er langer kunnen van genieten.

Doordat Graveyard besloten had om last minute eventjes te stoppen met muziek te maken moest de organisatie nog snel met een vervanging afkomen. Het was niet helemaal zeker of dit hen ging lukken, maar deze kwam er uiteindelijk toch onder de vorm van Colour Haze. Een tot nu toe voor mij onbekende soort Haze, alsook een band die ik niet kende. Veel mensen leken echter opgetogen te zijn over deze vervanging dus besloot ik het een kans te geven. Jammergenoeg bleek Colour Haze echt mijn ding niet te zijn. Muzikaal zat het allemaal wel in orde en het publiek vond het ook best wel vet, maar de stijl die ze speelden wist me jammergenoeg op geen enkele manier te boeien.

Weedeater was voor mij persoonlijk de band waar ik toch wel het meest naar uit keek deze editie. Bijgevolg stond ik al ruim voor het optreden aan het podium te wachten. En wachten moesten we wel eventjes doen, doordat er om één of andere mysterieuze reden teveel rook in de zaal ging besloot het brandalarm om eventjes hemeltergend te krijsen. Het duurde best wel even vooraleer dit gestopt werd wat er voor zorgde dat Weedeater iets later moest beginnen. Ik was eerlijk gezegd wat ontgoocheld, van het gestoorde optreden die ik een jaar eerder op Hellfest mocht aanschouwen was er niet echt veel te zien op Desertfest. Ook besloten ze om een dik kwartier eerder weg te gaan wat hun set toch wel belachelijk kort maakte.

Band van de dag werd uiteindelijk Ahab. Op album ben ik niet altijd de grootste fan (heeft waarschijnlijk met het feit te maken dat mijn concentratievermogen op hetzelfde niveau is van een peuter op speed), maar live is het één van mijn favorieten. Ook dit keer wisten ze het perfecte evenwicht te vinden tussen muziek die aanvoelde als een rustig dagje op zee om je vervolgens de verpletterende diepzee in te sleuren met belachelijk zware riffs waar menig Slam/Beatdown bandje jaloers op mag zijn. Alhoewel ze een uur speelden voelde hun set veel te kort aan en was er bij mij het verlangen van meer. Wat een show.

Door het cancellen van Graveyard werd Pentagram gepromoveerd tot headliner gepromoveerd wat overigens volledig terecht was. Alhoewel ik persoonlijk wel een Graveyard fan ben komen ze naar mijn mening live nog niet aan de enkels van Pentagram. Alhoewel Pentagram zo goed als bejaard is, zijn ze zowat de meest energieke band die er op de affiche stond (ok, naast Toxic Shock dan). Het voornaamste dat ik altijd fantastisch vind aan Pentagram is dat ze na al die jaren te bestaan nog steeds overduidelijk veel plezier beleven aan het spelen. Je merkt dit niet enkel aan hun blije gezichten, maar ook in de muziek. Deze energie was ook deze keer enorm aanstekelijk wat er voor zorgde dat Pentagram een perfecte afsluiter was voor de avond.

dag 3 - zondag 16 oktober 2016

De zondag begon al onmiddellijk goed met de verrassing van de dag, deze was immers Dorre, een tot nu toe voor mij nobele onbekende. De beschrijving zag er wel goed uit dus ik besloot ze een kans te geven. Dit bleek één van mijn betere beslissingen te zijn in mijn leven aangezien ik ronduit omver geblazen werd. Al vanaf de eerste noot slorpte de muziek me op en zweefde ik weg op de beenharde atmosferische riffs die hier gespeeld werden. Volgens de beschrijving van de band was het origineel plan dat ze slechts één keer per jaar gingen spelen, ik hoop dat het ondertussen al een pak meer geworden is want ik heb eigenlijk niet echt veel zin om een jaar te wachten om deze band nog eens te mogen horen.

Ook met Moaning Cities zaten we met een nobele onbekende. Deze band werd mij echter persoonlijk aangeraden door een vriend als een must-see, voornamelijk omdat ze ook met een sitar speelden. Dit klonk allemaal goed en wel, maar die vriend was wel vergeten te melden dat naast het feit dat er een sitar is de band eigenlijk behoorlijk saai is (althans naar mijn mening dan toch). Ik besloot toch eventjes op mijn tanden te bijten en de eerste nummers te verdragen want het is nu eenmaal wel zo dat sommige bands eventjes moeten opwarmen en hun betere nummers voor later sparen. Toen de sitar erbij kwam leek het eventjes dat het interessant ging worden, maar helaas. Speciale instrumenten gebruiken is wel cool, maar het helpt niet veel als de muziek op zich al niet echt boeiend is.

Volgende band op mijn lijstje was Komatsu, ik was al eventjes onder de indruk van deze Nederlandse jongens op album, maar had tot nu toe nog niet de kans gehad om ze live te zien. Al van de eerste noot was het duidelijk dat ik een goeie beslissing had gemaakt want er werd meteen begonnen met stevige Sludge Rock om u tegen te zeggen. Hun naam hebben ze alvast niet gestolen aangezien het muzikaal wat aankwam als één van die graafmachines die je tegen de grond klopt en vervolgens wat over je gaat rijden.

Om één of andere reden is er op iedere editie van Desertfest altijd één show die zo fantastisch is dat het instant één van de beste optredens van m’n leven wordt. Ook dit jaar brak Desertfest niet met de traditie. My Sleeping Karma is nu niet meteen de band waarvoor ik aanwezig was, maar eerder een band die ik wel vet vond die ik eventjes ging meepikken. Ik had best wel hoge verwachtingen, maar wat er daar tentoongesteld werd tart gewoon alle verbeelding. Je voelde het al zodra de band begon, dit wordt een vette show. De band sleurde je diep hun psychedelische wereld in en als er iemand in de zaal aanwezig was die niet in een trance-achtige staat belandt , was dan vrees ik dat die persoon ernstige neurologische problemen heeft en daar best eens voor naar de dokter gaat. Alles klopte, de nummeropvolging, de visuals,… Ook de band zelf had duidelijk het gevoel dat dit een bom van een show was want ik zag nog maar zelden mensen zoveel plezier beleven op een podium. Alhoewel het leek dat ze duizend jaar aan het spelen waren was het nog te kort en ik hunkerde naar nog meer. Toch wel één van de top 10 beste shows die ik ooit mocht meemaken.

Na wat bekomen te zijn van die ronduit fantastische show begaf ik mij richting Canyon Stage om daar Lonely Kamel te aanschouwen. Hun heerlijke, zware blues-rock kon mij al een tijdje op album bekoren en ook live kon ik ze wel smaken. Echte hoogtepunten waren er echter niet, maar daar tegenover stond dan ook weer dat er geen enkel zwak moment te bespeuren was. Jammer dat ze een stuk samen moesten spelen met Uncle Acid & the Deadbeats wat er voor zorgde dat ik de set van Lonely Kamel voor een stukje moest missen.

De band waar ik het meest nieuwsgierig naar was is toch wel Uncle Acid & the Deadbeats. Naar mijn persoonlijke mening zijn ze toch veruit de band met de meest unieke sound op het festival. Een teleurstelling werd het alvast niet. Alles werd netjes gespeeld en eigenlijk was de show exact zoals ik ze gehoopt had. Het is moeilijk om een Uncle Acid & The Deadbeats show te reviewen aangezien deze eigenlijk een belevenis op zich is. Ik raad iedereen dus aan om dit zeker eens live te checken en je zal wel zien wat ik bedoel.

Hartverscheurende keuzes horen er nu eenmaal bij op een festival, het majestrale Goat moest samenspelen met de lokale Hardcore Punk/Crossover-bulldozer Toxic Shock. Alhoewel ik initieel voor Goat ging en dat allemaal wel fijn leek, ben ik het toch na een paar nummers afgetrapt omdat ik zin had in eens iets totaal anders. Dat was ook wat je kreeg bij Toxic Shock. Muzikaal spelen ze eigenlijk het tegenovergestelde van wat er doorgaans op Desertfest te horen valt. Toxic Shock verspilde geen seconde en ramde zich als een dolle neushoorn door het begin van hun set. Frontman Wally kwam met de rake observatie dat er precies wat opgekropte frustratie aanwezig was en dat het allemaal toch net iets te traag ging qua muziek dit weekend. Deze stelling werd al snel onderbouwd want zodra ze terug begonnen met spelen werd de hippie-achtige vriendelijkheid-en-knuffels-voor- iedereen-mentaliteit die al heel het weekend aanwezig was de deur uit gesmeten en ramde iedereen spontaan z’n vrienden de kop in. Een perfecte afsluiter om eens lekker wat stoom af te blazen en zo voldaan het festival af te sluiten.

Desertfest was terug een geslaagde editie. De vrij hoge prijs voor pintjes (ja ik vind €2,5 nogal veel) was dan misschien niet zo fijn, maar dat werd goed gemaakt door een goed gevuld programma en een strak georganiseerd festival. Ook voedingsgewijs werd er terug goed voor ons gezorgd en qua merch was er ook wel altijd iets beschikbaar. Dat men blij is met hoe Desertfest is,  valt ook op aan de verkoop want Desertfest mocht voor de derde jaar op rij weer mooi het bordje ‘uitverkocht’ bovenhalen voor zowel het gehele weekend als de afzonderlijke dagen.
Desertfest heeft zich terug bewezen als één van de beste Belgische festivals en ik zal alvast zeker terug aanwezig zijn volgend jaar.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/desertfest-2016/
Organisatie: Desertfest, Belgium

Leffingeleuren 2016 – van 9 t/m 11 september 2016 - Overzicht van het driedaags festival - Drie dagen feest voor de muzikale avonturier

Leffingeleuren mocht dit jaar veertig kaarsjes uitblazen, proficiat!, maar misschien nog belangrijker : dit was de tweede editie in de afgeslankte versie en ook dit jaar bleek dit de meest geknipte formule voor het festival. Het was bij momenten echt op de koppen lopen in het centrum van Leffinge voor het gratis gedeelte van het festival met zijn talloze dj’s, foodtrucks, kinder- en straatanimatie en het ‘Buskerstreet’ podium waar jonge artiesten hun ding mochten doen. Binnen (in de zaal, de kapel of het café) was het minder druk. Soms iets te weinig volk maar dat had dan weer het voordeel dat je als bezoeker altijd alles zonder problemen vanuit een comfortabele positie kon beleven.

dag 1 – vrijdag 9 september 2016
Het parcours begon in de zaal met de tongbreker, Hypochristmutreefuzz. Net als hun naam al liet vermoeden is dit Gentse vijftal niet van één markt thuis. Het ene moment kregen we strakke noise te horen waarna ze enkele nummers later zowaar in (best genietbare) progrock verzeild geraakten. Naast de gekke stemmetjes van Ramses Van Den Heede stonden vooral de synths van Thijs Troch centraal en die zorgden toch wel voor wat gemengde gevoelens. Soms spuuglelijk een andere keer voor een aangenaam warme gloed zorgend. Nu nog iets te wisselvallig maar het potentieel is er. (Ollie)

In de Kapel (een houten constructie in de schaduw van de kerk) zag ik vervolgens de uiterst sympathieke Louis Berry uit Liverpool. Ik had nog nooit van deze voormalige kruimeldief, die via zijn gitaar terug op het juiste spoor belandde, gehoord, maar zijn eerste drie songs behoorden tot het beste wat er dit jaar op Leffingeleuren te rapen viel. Dave Edmunds op de thee bij The Streets, zoiets. Daarna spatte de droom jammerlijk uiteen met een afknapper van formaat, een wansmakelijke popsong die ik eerder vond thuishoren in een circus. Na die monumentale misser liet Louis met dat bijzonder smakelijke accent (“verstaan jullie mij? In Engeland niet!”) het tempo zakken en gaf de rock-‘n-rollgitaar van het begin niet thuis. Maar naar het einde toe kwam middels nummers als “Cocaine” en “Rebel” de magie toch nog onverhoopt terug. (Ollie)

De sympathieke Brit Louis Berry bracht een fris mengelpapje van strakke rock’n’roll, folk en britpop. Wij moesten af en toe denken aan Miles Kane en The Strypes. Berry zijn songs waren misschien niet echt onvergetelijk maar zijn enthousiasme en bij wijlen stevig rockende begeleidingsband maakten veel goed. Laat die kerel nog wat harder werken en iets origineler uit de hoek komen en we gaan er in de toekomst nog  van horen. (Sam)

In het café was het stilletjes genieten van de akoestische mijmeringen en de teergevoelige stem van singer/songwriter Christopher Paul Stelling. Geen sentimentele rijstpap maar wel fijne folkrocksongs voor bij het haardvuur. (Sam)

Eagulls uit Leeds zijn begonnen als een post-punk band maar daar bleef zo te horen niet veel van over. Wat was het dan wel? Een indrukwekkende, dicht geplamuurde eighties sound die ik nog enigszins te verteren vond maar de ellendig pathetische zang van George Mitchell die daar bovenop werd gesmeerd , joeg me de gordijnen in. In het beste geval hoorde je een vage echo van The Cure maar meestal riep dit bijzonder nare herinneringen op aan de new romantics, net nu ik dacht dat die verwaarloosbare stroming uit de jaren tachtig definitief uit mijn geheugen was verbannen. (Ollie)

Eagulls
is een bandje die wij twee jaar geleden meteen in de armen sloten dankzij dat driftige debuut en een kwiek live optreden ergens in een bouwvallig zaaltje aan de Gentse dokken. Toen wij de heren een jaartje later op Best Kept Secret aanschouwden was onze euforie meteen een heel stuk gekoeld. De band ontgoochelde er met een stel overwegend nieuwe en deprimerende songs waarin het tempo serieus was afgeremd. De driftige punkrock had plaats moeten ruimen voor lauwe en oppervlakkige post-rock. Dit voorspelde al niet veel goeds voor de nieuwe plaat en helaas kwamen die lauwe verwachtingen met ‘Ullages’ ook uit, het is de weergave van een band die zich verlaagd heeft tot tweederangs Cure klonen die geen treffelijke song meer weten bijeen te schrijven. Die lijn trok zich zoals we al vreesden ook door in hun overwegend slappe act in Leffinge die te vergelijken was met de dooie boel van op Best Kept Secret. Bovendien legde de band weinig of geen enthousiasme aan de dag en gaven ze de indruk er helemaal geen zin in te hebben. Een optreden voor in de vergeetput. Jammer. (Sam)

Thurston Moore, de man waarop iedereen zat te wachten, begon zijn set met een ellenlang, repetitief en minimalistisch stuk dat slechts weerspannig zijn schoonheid prijsgaf. Klassiek opgebouwde songs hoef je bij hem niet te zoeken, wel grillige en immer boeiende gitaarexcursies, hier en daar voorzien van een flard tekst die de eeuwig jong ogende Moore toch moest aflezen van een statief. Rond hem een erg solide band waarin weliswaar geen Steve Shelley, maar een mij onbekende drummer met verder de uitstekende bassiste Debbie Googe en zijn ideale sparringpartner op gitaar, James Sedwards. Samen construeerden ze een epische sound die af en toe gedemonteerd werd voor experimentele reflecties en die momenten waren, wat mij betreft, de mooiste van de set. Daarnaast bleef het nieuwe en stevige “Cease fire” het langst in mijn hersenpan nazinderen.

Thurston Moore heeft met het legendarische gitaarnoise gezelschap Sonic Youth serieus zijn stempel gedrukt op de alternatieve muziekscene. Na zijn scheiding van Kim Gordon werd definitief het doek neergelaten over Sonic Youth, maar de geest van deze invloedrijke band hangt meer dan ooit rond in de sound en de songs van Thurston Moore. Moore stak furieus van wal met “Forevermore” en “Speak To The Wild”, twee ongeslepen pareltjes uit die ruwe diamant ‘The Best Day’. Als vanouds scheurde hij met zijn uitmuntende band de songs middendoor en de gitaren mochten heerlijk uit drie bochten tegelijk vliegen om dan telkens weer op hun poten terecht te komen. Moore trakteerde ons ook op fantastisch nieuw werk, bloedende songs waar de geest van Sonic Youth nog heviger in doordrong. En natuurlijk liet het zinderende combo de gitaren af en toe eens fel uitbarsten in een galm van distortion en feedback, some things never change. Het voelde gewoon aan als een heuse geruststelling dat een zeer levendige Thurston Moore met een stel energieke en weerbarstige songs trouw is gebleven aan de stomende en gruizige sound die hij zelf heeft uitgevonden.
Sorry, Lee Ranaldo en Kim Gordon, maar we hebben jullie vanavond geen seconde gemist.
Sonic Youth is dood, leve Thurston Moore! (Sam)

Met “Solicitor returns” maakte Matthew Logan Vasquez (Austin, Texas) één van dé americana platen van het jaar en die kwam hij in het café voor bedroevend weinig volk voorstellen. Jammer want dit was één van de beste optredens van Leffingeleuren 2016. Nadat ze vooraf met een flinke teug Jack Daniels de kelen spoelden , ging het drietal furieus van start met een trits driftige rock-‘n-rollsongs waartussen ze ook nog eens treiterig een Nirvana nummer inzetten. Even vreesde ik voor een rommelig onderonsje maar mits wat rustiger nummers kwam de onmiskenbare klasse bovendrijven. En met een lang Neil Young-achtig epos en het withete “Everything I do is out” kreeg ik de krop nog helemaal in de keel. Matthew Logan Vasquez, onthoud die naam.

dag 2 – zaterdag 10 september 2016

Ooit al gehoord van Mahler? Vanaf nu mag je deze naam niet meer vergeten, want België heeft er duidelijk een pronkstuk van een band bij.  Ze wonnen eerder dit jaar Verse Vis en stonden dus op het podium van Leffingeleuren. Volledig terecht, deze band heeft hét! Dromerige synths, een melancholie in de stemmen en hier en daar wat psychedelica in hun gitaarspel. Mahler klinkt catchy én strak tegelijkertijd. Onbegrijpelijk dat deze band tijdens Humo’s Rock Rally niet verder is geraakt dan 1 ronde. O.m. “Bout to go down”, “In my Head” en “Sheria” (gekenmerkt van een heel aanstekelijk refrein) zijn nummers van formaat, om nog maar te zwijgen over al de rest. Even kort gezegd: Mahler weet hoe een goed popnummer in elkaar zit, nu is het enkel nog aan jou om die goede popnummers te ontdekken! (Kimberley)

Ontzettend benieuwd waren we dan weer naar de eerste show van Felix Pallas. De finalisten uit De Nieuwe Lichting 2015 besloten al hun oude nummers in de kast te steken en naar buiten te komen met volledig nieuw
materiaal. Eerste twee singles “Rakata” en “Curse” klonken al enorm veelbelovend en we kunnen je verzekeren dat ook de rest van de nummers absoluut niet teleurstellen. Felix Pallas is gegroeid, heeft eindelijk de juiste sound gevonden en staat er meer dan ooit. Elektronica vermengd met melancholie en twee stemmen die perfect op elkaar inspelen. Dansbare muziek waar je tegelijkertijd kan bij wegdromen … (Kimberley)

Mike Krol (Milwaukee, Wisconsin) won vorig jaar de Vera concertpoll en als je de lijst winnaars daarvan (Dead Moon, Jon Spencer Blues Explosion (2x), Godspeed You Black Emperor!,...) bekijkt wil dat toch wat zeggen. De politie-uniformen van dat concert toen in Groningen werd ingeruild voor iets wat nog het meest leek op een gevangenisplunje. En het moet gezegd : Mike Krol gaf zowat alles wat hij in zich had. Hij begaf zich voortdurend in het publiek, zo ver zijn microfoonkabel toeliet. Spurtjes lopend, rollend over de grond, niets was hem teveel en er viel altijd wel wat te beleven. Maar (je voelt het al komen) al die energie stond niet in verhouding met de veel te brave garagepop die we hoorden. Slecht was het niet maar had dit een stuk ruiger geklonken dan kwam ik waarschijnlijk superlatieven tekort terwijl het nu bij een goedkeurend hmm bleef. (Ollie)

De
Chileense Föllakzoid tapte vervolgens in de zaal uit een totaal ander vaatje. Soundscapes, vakkundig en geduldig met diverse lagen loops opgebouwd door gitarist Domingo Garcia-Huidobro en van aanstekelijke ritmes voorzien door bassist Juan Pablo Rodriguez en de wonderlijke drummer Diego Lorca. Bleef het eerste nummer nog wat teveel hangen in gepingel, tijdens nummers twee en drie steeg Föllakzoid boven zichzelf uit en werden we meegezogen in een hallucinante trip vol psychedelische gitaren, hypnotiserende en soms etnisch klinkende drums en een stuwende bas. Adembenemend! (Ollie)

De Chileense krautrockband Föllakzoid‘s laatste album “II
I” dateert van 2015 en werd enorm goed onthaald. Ook live staat deze band er , en is elke show een hele sensatie om naar te kijken. Zowel nummers uit hun gelijknamig album ‘Föllakzoid’ als uit hun album “II” en “III” werden gespeeld. Ingrediënten voor hun muziek zijn hedendaagse elektronische muziek, de kraut en industrial-nalatenschap van Neu!, Kraftwerk en Can met daarbij antieke ritmes vermengd. Terwijl deze band op plaat niet altijd overtuigt, waren wij nu wel razend enthousiast. Dikke bal! (Kimberley)

Vervolgens kon Night Beats (Seattle) in de Kapel niet over de gans lijn overtuigen. Nochtans weet niemand beter dan D. Lee Blackwell sixties garagerock te combineren met de recente psychedelicagolf. Zwetend als een rund maar halsstarrig weigerend zijn hoed af te zetten toverde hij als vanouds de meest wonderlijke klanken uit zijn gitaar. Alleen hadden sommige nummers iets te weinig om het lijf of bleven ze steken in de tonnen gruis die kwistig werd uitgestrooid. Maar wie hield van uit de bocht scheurende psych gitaren, die ondanks alle distortion stijlvol bleven klinken, kwam hier ruimschoots aan zijn trekken. (Ollie)

Soldier’s Heart is nog een artiest uit De Nieuwe Lichting die hier vanavond stond op Leffingeleuren. Ze brachten dit jaar hun debuutplaat ‘Night by Night’ uit, waarmee ze enorm overtuigden . Vrolijke dansbare popsongs die je een gelukkig gevoel geven. En ze hebben een sterke uitstraling. Sylvie Kreusch is een frontvrouw met veel charisma en een schattigheidsfactor. Nummers tijdens de set waren o.a. “New Housie”, eerste single “African Fire” en de onlangs uitgebrachte single “Savage”. Opnieuw werd duidelijk dat Soldier’s Heart een vrij ondergewaardeerde band is in België , ondanks ze deze zomer niet van de festivalweides weg te slaan waren. Hoog tijd om daar verandering in te brengen! (Kimberley)

Na Terakaft vorig jaar stond er opnieuw een Touareg bluesband op het programma in de Kapel. Imarhan komt uit Tamanrassee, een stad uit het zuiden van Algerije en met zijn vijven op één lijn geposteerd , brachten ze aanvankelijk erg gedreven desert blues met de gebruikelijke hypnotiserende gitaren en een opjuttende kalebas. Naarmate de set vorderde probeerden ze wat afwisseling in hun sound te smokkelen door er elementen uit de funk en zelfs hardrock aan toe te voegen. Nobele bedoelingen, helaas met minder gelukkige gevolgen. Gelukkig trok het overwegend vrouwelijk, dansende publiek zich niets aan van mijn randbemerkingen maar (voorlopig) kan Imarhan toch niet tippen aan een Terakaft, laat staan Tinariwen, bij wie ze familieleden in de rangen zouden hebben. (Ollie)

Deze mooie zaterdag eindigde voor mij  in het café met een waar splinterbommetje, genaamd Wooden Indian Burial Ground, een drietal uit Portland, Oregon. Waar ik eerder dit jaar hun motor nog hoorde sputteren op het Stellar Swamp Festival werd ik hier totaal van de sokken geblazen. Wat een heerlijke razernij was dit. De gitaar hoog op de borst gedragen vond Justin Fowler zijn inspiratie in zowel surf, psychedelica als garage- en punkrock terwijl hij zong als een Jello Biafra in acute ademnood. En dat aan een moordend tempo, opgejaagd door een onwaarschijnlijke drummer, Dan Galucki, die niet voor niets in de frontpositie had postgevat, en bassist Sam Farell, die zich ook al niet aan de snelheidsregels hield. Opgefokte rock-‘n-roll waar toch even het gaspedaal werd gelost voor een magistrale cover van “Dead moon night”, een eerbetoon aan stadsgenoten Dead Moon.
Toen alle nummers erdoor gejaagd waren en het publiek nog meer wou speelden ze dan maar “Fight for your right” van de Beastie Boys om het feestje compleet te maken. Na afloop diende de drummer even plat op de grond te gaan liggen wat zeker niet onbegrijpelijk was na zo’n inspanning. (Ollie)


dag 3 – zondag 11 september 2016 (Ollie)

Fysiek verval verhinderde me zondag om van het ene naar het andere podium te spurten. Toch miste ik de belangrijkste afspraken niet zoals Aidan Knight (Victoria, British Columbia, Canada) in de zaal. Goed voor intieme, herfstige indiepop, spaarzaam maar mooi ingekleurd door twee bandleden (drums en keys) en zijn eigen melancholisch klinkende gitaar. Na een poosje besloot hij om alleen verder te gaan wat me een stuk minder beviel. De man mag dan al vergeleken worden met Bill Callahan, zijn bijna fluisterende stem raakte nooit in diens buurt. Toen zijn twee begeleiders terugkwamen en het meisje een trompet bovenhaalde werd het opnieuw bijzonder mooi.

Op basis van hun laatste plaat die geproduced werd door tUnE-yArDs’ baas Merill Garbus waren mijn verwachtingen voor Sonny & The Sunsets niet bijster hoog. Wat research achteraf leerde me dat dit reeds zijn zesde LP was en vooral dat hij bij de vorige hand- en spandiensten had gekregen van onder meer John Dwyer (Thee Oh Sees) en San Francisco music scene veteraan Kelley Stoltz.
Het eerste nummer bleek een fausse queue maar daarna werd steeds meer duidelijk dat Sonny Smith verdomd goed wist een song in elkaar te knutselen. Meestal vond hij zijn inspiratie in een ver verleden (doowop bijvoorbeeld) maar wist daar dan telkens boeiende dingen mee te creëren. Meestal klonk hij als Jonathan Richman op valium, waar niets mis mee is. Jammer genoeg waren het niet alleen zijn songs die loom klonken, zelf bleek hij ook enorm traag en zelfs slaperig. Na ieder nummer moest hij telkens ontzettend lang zijn gitaar stemmen wat één keer zelfs totaal niet lukte en hij dan maar een andere pakte. Het haalde de vaart, als die er al was, totaal uit de set. Jammer!


De laatste plaat van Daniel Romano, ‘Mosey’, vond ik een stuk minder dan zijn vorige twee maar na zijn passage in Leffinge klinkt die plots veel beter. Is dit nu net niet de kracht van de allergrootsten om een plaat via optredens aan importantie te laten winnen? En dat Romano een grote is, laat niemand daaraan twijfelen. Weg is het countrykostuum, tegenwoordig houdt hij het bij een leren jekker. Hij opende de set, net als op de plaat, met het Mexicaans klinkende “Valerie Leon” om dan resoluut, met een stem die steeds verder richting Bob Dylan opschuift, de forse rock-‘n-rolltoer op te gaan. Het paste hem uitstekend. Ongeveer halverwege de set wisselde elk van de vijf groepsleden Oblivians-gewijs van instrument en klauterde Daniel Romano net als Greg Cartwright achter het drumstel. Na precies één noot nam iedereen zijn vertrouwde stek terug in zonder dat iemand ook maar een krimp gaf. Hilarisch en toen iemand even later riep “Tell us a story” antwoordde hij kurkdroog “I don’t speak English”.
Ja, het draait hem om de muziek bij Romano en voor de tweede helft betekende dat vooral een geheel eigen interpretatie van wat country zou kunnen zijn. Deze schitterende band zorgde voor het absolute hoogtepunt van Leffingeleuren!


Na Aidan Knight en Daniel Romano probeerde ik nog een derde Canadese groep : July Talk uit Toronto. Maar dat bleek een verkeerde keuze. Terwijl de Australische singer-songwriter, Julia Jacklin, het café muisstil hield, zag ik een band proberen belegen seventiesrock nieuw leven in te blazen via een paringsdans tussen Peter Dreimanis en Leah Fay wat niet meteen lukte.

Daarna was het uitkijken naar The Tubs op het Buskerstreet podium. Wat is deze band de laatste jaren toch gegroeid! Van een sympathiek rommelig garagebandje naar een volwassen eigentijdse countryrockgroep. De groep tourde onlangs in de USA en dat heeft hen blijkbaar deugd gedaan. De band speelde strakker dan ooit en zanger Simon lijkt zich nu helemaal onttrokken te hebben aan zijn Daniel Johnston-status. Opvallend ook hoeveel prachtige songs, die zich stuk voor stuk kunnen meten met hun ‘Byrds’-cover “You ain’t going nowhere”, deze band heeft. En die werden erg aanstekelijk en opgesmukt met een lapsteel voor het voetlicht gegooid terwijl er naar het einde toe al eens een scheurende Neil Young gitaar tussen gemoffeld werd. Schitterende groep!

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge  

Crammerock 2016 op 2 & 3 september 2016 - Topeditie en topaffiche

Geschreven door

Crammerock 2016 op 2 & 3 september 2016 - Topeditie en topaffiche
Crammerock 2016
Festivalterrein
Stekene
2016-09-02 & 03
Lode Vanassche

In 1991 begon het sympathieke jeugdhuis Cramme met een niet onaardige affiche met onder andere Pitti Polak, ‘Happy doing nothing’. Een kwart eeuw later staat Crammerock op de Belgische festivallandkaart met alweer een editie van jewelste. Een slordige dertig duizend mensen konden met volle teugen genieten met een programmatie van jong tot oud. En dat was ook het publiek.

dag 1 – vrijdag 2 september 2016

De West-Vlamingen Ertebrekers wisten na een wat flauwe Noëmie Wolfs het Stekense publiek danig te begeesteren. Mensen vergeten maar al te vaak dat onze Filip Kowlier een muzikant pur sang is.

Daan
, die enkele jaren geleden met zijn typische metier kwam revanche nemen na een in de pers breed uitgesmeerd stom akkefietje, poogde dit met de nodige vingers in de neus over te doen. Althans, dat zou de bedoeling moeten zijn. Helaas de haring bakte niet en we konden eerder getuigen van een routinematig optreden waarin het vuur en het enthousiasme eerder een theelichtje was.

De immer verlegen Vanlaere van Admiral Freebee was duidelijk in zijn nopjes en bracht een dijk van een concert. Minder kan je niet verwachten als je weet dat we hier te maken hebben met een van dé singer-songwriters én performers van de lage landen en daarbuiten.  Superlatieven en woorden zullen steeds te kort schieten. Hoe moet ik nou in godsnaam een stomende goed opgebouwde set met als climax een weergaloze “Darkness” beschrijven waar we in één klap het beste van Mick Jagger, Neil Young, Bob Dylan en Zappa in één band zien en horen …

Bazart
moet het doen van de hype die ze willens nillens hebben gecreëerd. Zeer begeesterd, maar net niet overtuigend genoeg. Groei maar rustig en zeker verder.

The Black Box Revelation
: Vettige rock nog steeds op zoek naar variatie. Nu met twee heerlijke vocalistes. Al van hun derde brachten ze hun nieuwe “Warhorse”, een veelbelovend lekker nummer waar je voor of tegen bent. “Set Your Head on Fire”, “I Think I Like You”,  “We Never Wondered Why”, “Never Alone / Always Together”:  al hun werk werd  met de nodige drive en discipline door dit duo /quattro gebracht. Beklijvend en om Paternostersgewijs in te kaderen.

Madness -
Reeds dertig jaar geleden richtten Suggs en zijn eeuwige vriend Chas Madness op. Vandaag lijken ze nog geen haar veranderd en hebben ze nog niets van hun pluimen verloren. Het beloofde feest is er gekomen en was letterlijk waanzinnig, zodat we alweer een hoogtepunt kunnen inschrijven in de annalen van Crammerock. Je kan natuurlijk bedenken wat ze uiteindelijk met de jeugd van Stekene  te maken hebben, zoals Suggs zelf opmerkte, maar laat u zich daardoor niet hinderen. Deze verbreding werkt wel degelijk prima. Madness was niet te betrappen op zwakkere momenten en bleef er de pees op leggen, ook met minder bekende en recentere nummers die trouwens waardig naast hun hits konden staan

dag 2 – zaterdag 3 september 2016

Jeroen Camerlynck van De Fanfaar heeft zijn serieus ei gelegd met de zogezegd parodieuze metalband Fleddy Melculy. Er zit meer metal in zijn linkerteen dan alle Larsen van alle Metallica’s samen. Ironie met een serieuze sneer naar hoe het nu echt moet. Volgend jaar later te programmeren.

Els en Danny van Vive La Fête hebben zichzelf niet gerecycleerd, maar gewoon gedaan wat in hun naam staat. Een feest bouwen. De West-Vlamingen zijn niet alleen in het publiek, maar ook op het podium legio.

De jeugd van tegenwoordig
was ideaal voor de leeghoofdige jongeren in het publiek, vandaar de overvolle tent. Sorry, maar boodschappen tegenover jonge snaken a la ‘ik kom klaar, zie je het niet aan mijn bult in de broek’ enzovoorts , kan me geenszins bekoren.

Sx
heeft een of ander overtuigend charisma en  slaagt daar met de ietwat alternatieve set  uitstekend in. Hun radiohit “Gold” is een verborgen pareltje tussen de andere pareltjes geworden. En zo te zien aan het publiek geen parels voor de zwijnen. Sx zorgde voor een warme beklijvende set waar oud met veel nieuw werd afgewisseld. Stefanie en co slaagde er met verve erin om met hun esoterische-indiepop en trance te brengen en te houden. Ze ontpopte zich met haar elegante ravissante slangenbewegingen andermaal tot een opzwepende, creatieve en vooral lekkere frontvrouw.

Hooverphonic
is wat mij betreft dé revelatie van Crammerock. Als gewoonlijk weet Carlier zich te omringen met de beste muzikanten, terwijl hij zich heel discreet op het podium stelt zonder het centrum van de aandacht te willen zijn. Met twee uitstekende zangeressen, een aantal strijkers en een percussie van jewelste laat Hooverphonic de muziek spreken. Heerlijke reprises en nieuwe versies van hun klassiekers “Mad about you”  en “Jackie Cane”. Om nooit te vergeten.

Over The Kooks kunnen we kort zijn. Deze gerecycleerde boysband was goed voor de jeugd en goed voor wij ouderen. Konden we even pauzeren in de drukke programmatie.

Balthazar
legde op een been en met de vingers in de neus de boel gewoon plat. En dit na uitverkochte concerten in Parijs, Hamburg , Berlijn en in een recordtempo tweemaal verkochte AB ! De klank zat zo goed als perfect en we kregen een set om duimen en vingers van af te likken. Less is more als grootste troef en geen poeha of moeilijkdoenerij. Hopen muziek hebben die gasten mee!  Na opener “Deceny” passeerden onder andere “Leipzig” “Boatman”,  “Oldest”, “Looked” en “Blood” de revue. Definitief neergeknuppeld na de bisronde met “True”, “Sinking” ,”Claim”.
Balthazar weet als geen ander verschillende genres door elkaar te spelen en er heel gelaagd doch fantastisch twee en meer stemmen in harmonie erover te draperen. Intensiteit en speelplezier zoals het hoort. Terwijl ze nu even gaan pauzeren en zich verrijken met allerhande nevenprojecten. En ja, Patricia is de mooiste violiste die er rond loopt. Zou niet misstaan in een of ander Velvet Underground Tribute Band …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/crammerock-2016/
Organisatie: Crammerock, Stekene

Pukkelpop 2016 thru thee yes & ears of Geert Huys

Geschreven door

Pukkelpop 2016 thru the eyes & ears of Geert Huys
Pukkelpop 2016
Festivalterrein
Hasselt-Kiewit
2016-08-30

DAG 1, donderdag 18 augustus 2016

WARHAUS (Club, ***½)
Net op het moment dat de singles van Balthazar iets te licht verteerbaar begonnen te worden komt één van de frontmannen, Maarten Devoldere, op de proppen met het minder hapklare soloproject Warhaus waar ook zijn muse en Soldier’s Heart gezicht Sylvie Kreusch op de loonlijst staat. Kenners wijzen direct richting Gainsbourg, wij hoorden en zagen minstens evenveel Cave en Cohen die een snelcursus trompet hebben gevolgd.

ROBBING MILLIONS (Wablief?!, **½)
Dit Brusselse psychpop vijftal bulkt van de virtuositeit maar heeft nog wat moeite om een eigen muzikaal smoelwerk te smeden uit de erfenis van haar evidente inspiratiebronnen MGMT en Yeasayer. Oorwormen genre “Electric Feel” of “O.N.E.” liggen misschien wel binnen handbereik, maar zolang  deze sympathieke gasten zich door teveel bochten tegelijk willen wringen blijven ze een goed bewaard vaderlands geheim.

TWIN ATLANTIC (The Shelter, ***)
We lopen doorgaans in een wijde boog omheen stadionrockacts, maar de anthemische highland rock van deze vurige bende Glaswegians konden we wel smaken. Net als stadsgenoten Glasvegas spatten de ongebreidelde passie en het heilig vuur van het podium, maar wordt Het Grote Gebaar wijselijk achterwege gelaten.

FENCE (Wablief?!, ***)
Het Limburgse indiepop combo is alweer terug van even weggeweest, en speelde reeds voor de vierde keer een thuismatch op de weide van Kiewit. Leuke vaststelling is dat hun ongedwongen crossover van Big Star en Pavement nu een funky twist heeft meegekregen, wat perfect pastte bij de zomerse vibe die zich op dat moment van Pukkelpop meester maakte.

CAGE THE ELEPHANT (Club, ***½)
We lieten Wolfmother zonder dralen links liggen ten voordele van dit wilde classic rock gezelschap uit Kentucky, want we hebben nu eenmaal een boontje voor hun frontman Matt Shultz. Met de punch van een jonge Mick Jagger en een bronstige David Johansen loodste hij zijn makkers doorheen een stomende (maar door technische problemen jammerlijk ingekorte) set vol knipogen naar de Stones en 60ies Nuggets garagerock, met “In One Ear” als vetste hoogtepunt.

BLUES PILLS (The Shelter, **)
We hadden wel wat meer verwacht van deze trip met de teletijdsmachine naar 1970 toen zompige bluesrock en psychedelische trips de orde van de dag uitmaakten. Verder dan een belegen en ongeïnspireerd afkooksel van het origineel kwam dit Zweedse gezelschap niet, en het hielp ook al niet dat zangeres Elin Larsson zich drie kwartier lang de zangeres van Heart waande.

THE KILLS (Marquee, ***½)
“Doing It To Death” heet de puike nieuwe Kills single, en warempel, op het podium doen ze hét tegenwoordig zowaar met vier. De snaren van Jamie ‘Hotel’ Hince en de rits van Alison ‘VV’ Mossheart (of was het nu omgekeerd?) staan iets minder strak gespannen dan voorheen, maar de op een kale beat drijvende minimale garagerock van deze Brits-Amerikaanse tandem behoort hoe dan ook tot het fraaiste die de achterbuurten van de liefde te bieden hebben.

THE LAST SHADOW PUPPETS (Main Stage, ****)
Misschien was Pukkelpop 2016 wel de laatste kans ooit om dit uit de hand gelopen hobbyproject van twee Engelse Britpopsterren op een Belgisch podium te zien pronken. Ondanks het feit dat een kwieke Miles Kane, een lichtjes benevelde Alex Turner en hun orchestraal 60ies pop gevolg één lange aaneenschakeling van catchy radiohits uit hun mouw schudden bleef het publiek onbegrijpelijk op de achtergrond. Hét hoogtepunt van de set vloeide zelfs niet eens uit hun eigen pen: Kane nam tijdens The Fall’s indie classic “Totally Wired” het risico om in de huid te kruipen van de onnavolgbaar arrogante Mark E. Smith en kwam er nog mee ruimschoots mee weg ook.

FLYING HORSEMAN (Wablief?!, ***)
Muzikale duizendpoot Bert Dockx en zijn vijf makkers lokten verrassend weinig liefhebbers van donkere en innemende doomfolk naar de Belgen tent. Wie zich ooit afvroeg hoe een kruisbestuiving tussen Woven Hand en Mogwai unplugged zou klinken moest hier op de afspraak zijn.

BATTLES (Club, ****)
Volgens Ian Williams, woordvoerder en gitarist/keyboardspeler van dit gezaghebbende Amerikaanse mathrock gezelschap waren hij en zijn twee maats maar wat blij dat ze eindelijk hun noodgedwongen forfait voor de dramatische PP editie van 2011 konden goedmaken. Voortgestuwd door de manische drumkunstjes van ex-Helmet tempobeul John Stanier kreeg het trio de tent langzaam maar zeker onder hypnose, en ook dit keer bleek een epische uitvoering van de postmoderne krautrock evergreen “Atlas” de absolute sterkhouder van de show.

BLOC PARTY (Marquee, ***½)
De bende van een fel aangekomen Kele hinkt tegenwoordig op twee benen. Wanneer uit de eerste twee albums wordt geciteerd sturen de Londenaars, zelfs met een nieuwe ritmesectie in de rangen, de nieuwe generatie Engelse gitaargroepjes zonder pardon huiswaarts met hitsige postpunk projectielen als “Hunting For Witches” en “Helicopter”. Bij het aanboren van recent materiaal bleek de band echter nauwelijks meer dan een schaduw van zichzelf. Vastroesten in het lucratieve golden years circuit of zelfontbranding, we zien momenteel weinig andere opties voor Bloc Party v2.0.

MASTODON (The Shelter, **½)
We kunnen ons niet van de indruk ontdoen dat de Amerikaanse metalveteranen niet echt veel zin hadden om op de eerste festivaldag de luidste tent in Kiewit te sluiten. Qua demonstratie van hun gitaartechnisch vernuft en het aantal duizelingwekkende stemmingswisselingen tussen metal, hardcore en hardrock kon deze show uiteraard wel tellen, alleen leken de zware jongens uit Atlanta deze keer niet te beseffen dat een beetje publieksinteractie nooit kwaad kan.

DAG 2, vrijdag 19 augustus 2016

AMONGSTER (Club, ***½)
Ernstige mensen die op zoek waren naar ernstige muziek konden na een stevige ochtendkoffie al meteen terecht bij deze voormalige laureaten van De Nieuwe Lichting. Hun eigen muzikaal smoelwerk danken ze vooral aan de rauwe doorleefde Americana strot van frontman Thomas Oosterlynck  waarover ijle emotronica is uitgestrooid. Wie nog meer tegengif wil innemen tegen de alomtegenwoordige FFF (‘fake feelgood factor’) kan in het najaar terecht in de AB voor de debuut release show.

BEATY HEART (Lift, ***)
Dit piepjong Zuid-Londens trio haalde de meest poppy momenten van Vampire Weekend en euh... de meest toegankelijke momenten van Animal Collective door de mangel en brouwde er op het nieuwe kleinste podium van PP een zomerse electropop cocktail mee.

CASPIAN (The Shelter, ***½)
Wie de driedubbele gitaarmuur van dit gitzwarte vijftal uit Massachusetts  trotseerde kreeg een stevige portie epische post-rock als beloning. Liefhebbers van Explosions In The Sky en Mogwai hoorden hier op de afspraak te zijn.

HYPOCHRISTMUTREEFUZZ (Wablief?!, ***)
Na de éénmalige reunie van Evil Superstars vorig jaar staan de potentiële troonopvolgers al te trappelen van ongeduld. Meer zelfs, naast ongeschoren blueslicks en knetterende electronica gooien deze vijf tegendraadse Gentenaars ook nog een portie rap en hiphop in de mix. Muzikaal zat alles dus wel lekker averechts in elkaar, een geniaal gestoorde frontman lijkt dan ook het enige wat nog ontbreekt om in de voetsporen van Mauro & co te treden.

SHOW ME THE BODY (Lift, ***½)
Master of ceremony Ayco Duyster had ons een venijnig DIY groepje uit The Big Apple beloofd, en daar bleek geen wood van gelogen. Laverend tussen de primitieve hardcore van Minor Threat en Black Flag en de virtuoze cross-over metal van 24-7 Spyz en Prong verkocht dit trio ons een lekkere  oplawaai die nog lang zal blijven nazinderen. De scheldtirades en agressieve provocaties van frontman Julian Cashwan Pratt, die nota bene de gitaar had ingeruild voor een minstens even luidruchtige banjo, namen we met de glimlach op de lippen en pretoogjes in ontvangst.

GOGO PENGUIN (Club, ****)
Jazz: er is tegenwoordig echt geen ontkomen meer aan en dat hebben Chokri en Eppo maar al te goed begrepen. Temidden een horde hippe jazzcats zagen we dit ronduit virtuoze instrumentale trio uit Manchester alle clichés van het genre wegblazen: dit was tegelijkertijd opwindend, groovy en begeesterend, en kwam bij momenten zelfs aardig in de buurt van wat vooraanstaande labels als Mo’Wax en Ninja Tune tijdens de 90ies in de aanbieding hadden. Laat St. Germain hier een beat onderzetten en je krijgt niets minder dan een wereldgroep.

AMBER ARCADES (Lift, ***½)
Door het forfait van Blaue Blume kreeg dit jongste snoepje van de Nederlandse indiescene alsnog een een stekje op een festival onder de Moerdijk. De afwisseling van dromerige gitaarliedjes à la The Sundays en lichtvoetige shoegazepop uit de hoogdagen van Lush goot lekker binnen, ook al lieten we ons soms nodeloos afleiden door de ontwapenende verschijning van het frele frontmeisje Annelotte de Graaf. En ja, naast de juiste looks helpt het natuurlijk wel dat je zonder blozen wegkomt met een remake van Nick Drake’s “Which Will”.

SLEAFORD MODS (Club, ****)
De oerprincipes van punk worden door Sleaford Mods strikt nageleefd: deftig kunnen zingen of spelen zijn geen must, maatschappij kritiek spuien en provoceren zijn dat wel. Qua afspiegeling van de maatschappij kan de muzikale act van de Britten ook wel tellen: terwijl woordvoerder Jason Williamson  met een soort ‘spoken word on speed’  zich in het zweet vloekt staat zijn kornuit Andrew Robert Lindsay Fearn te niksen achter een laptop die repetitieve loops uitbraakt. Punk is 40 jaar jong en, getuige de set van dit onnavolgbare Britse duo, allesbehalve dood!

LOCAL NATIVES (Club, ***½)
Door de plotse stuiptrekking van de hemelsluizen liep de Club tent wel heel erg snel vol voor de zonovergoten close-harmony crossover pop van dit Californische vijftal. Er staan inmiddels drie albums op de teller, waarbij elke nieuwe schijf telkens een beetje minder interessant klinkt dan z’n voorganger. Live is er gelukkig weinig te merken van die muzikale bloedarmoede en klinken Local Natives als de ontstuimige achterneefjes van Fleet Foxes die zich te goed doen aan een batterij percussie instrumenten.

DOUBLE VETERANS (Wablief?!, ****)
Een nieuw jaar, dus een nieuw  groepje voor Lee ‘zoon van Guy’ Swinnen. Het feit dat debuutschijf ‘Spaceage Voyeurism’ zowat gans het voorjaar in onze stereo kampeerde creëerde hoge verwachtingen, en die werden oorverdovend ingelost. Toegegeven, in essentie plundert dit explosieve trio zowat de helft van de Nuggets catalogus, maar daar tegenover staan jeugdige branie en een lichtontvlambare podium presence die van Double Veterans één van de beste (garage)rockbandjes van het moment maken.

NOEL GALLAGHER’S HIGH FLYING BIRDS (Main Stage, ****)
Noel Gallagher had duidelijk z’n dagje niet: de Mancunian was niet arrogant, het aantal keer dat ‘fookin’’ in zijn bindteksten opdook was op één hand te tellen én hij trakteerde op drie Oasis evergreens waarvan het traditionele afsluitende anthem “Don’t Look Back In Anger” ons zowaar kippenvel bezorgde. Alleen dat complimentje aan het adres van de ferm over het paard getilde grootverdiener Kevin De Bruyne was er ver over, maar voor de rest was dit een onverwacht uurtje uiterst genietbare classic rock.

RÓISÍN MURPHY (Marquee, **½)
De doortocht van de Ierse disco diva Murphy was er één van te weinig pieken en te veel dalen. Dat het voormalige uithangbord van Moloko evenveel heeft met muziek als met mode wisten we al, maar een stuk of 20 keer van outfit veranderen op een uur tijd was misschien wel wat teveel van het goede. Die grote verkleedparade haalde onnodig de ‘flow’ uit haar show die soms wat te veel op een aaneenschakeling van half uitgewerkte ideeën leek. La Murphy wil duidelijk op een avontuurlijke manier de toekomst in zonder haar verleden zielloos te herkauwen, getuige de toch wel geniale banjo versie van “Overpowered”.

SOPHIA (Club, ****)
Na 7 jaren zonder enig teken van leven kwam Robin Proper-Sheppard opnieuw bewijzen waarom hij één van onze favoriete treurwilgen is. Hier stond een herboren coryfee uit de 90ies te blinken die naast wat nieuwe nummers ook, zoals hij ze zelf zo treffend omschreef,  een trits oldskool rock & sad songs op de setlist had staan. Met twee extra gitaristen in de rangen moet dit trouwens zowat de meest heavy reïncarnatie van Sophia zijn, waardoor zelfs breekbare Duyster pareltjes als “So Slow” en “Bastards” klonken alsof ze door The God Machine werden gehaald.

WHITNEY (Lift, ****)
Als één van de hipste bands van het moment wordt deze bonte bende uit Chicago nu zowat de helft van de aardkloot rondgevlogen ter promotie van ‘Light Upon The Lake’, een onvervalst breakup album vermomd als een luchtige verzameling zomerse meefluitliedjes dat steeds uitdrukkelijker solliciteert naar de top van de eindejaarslijstjes. De zingende frontman Julien Ehrlich loodste zijn vijf metgezellen doorheen een ongedwongen uurtje jazzy close-harmony pop met de nodige knipogen naar ex-bands van sommige groepsleden (Smith Westerns en Unknown Mortal Orchestra) maar ook naar 60ies helden als The Lovin’ Spoonful en The Zombies. Als deze indiekids zich niet al te rijkelijk gaan laven aan allerhande pills en thrills dan duurt deze triomftocht van het pure popliedje wellicht nog tot Rock Werchter 2017.

THEE OH SEES (Club, *****)
Ze zijn uiterst dun gezaaid, zo van die gigs waarvoor je achteraf wierook en superlatieven te kort komt om de adrenaline kick van het moment in woorden te vatten. Wie even na 1u ’s nachts de Club tent binnen strompelde gets the picture. Het vanuit San Francisco opererende psychedelische garagerock gezelschap Thee Oh Sees grijpt terug naar de primaire essentie van rock’n’roll: snoeihard, rauw en vol overgave raasden de heren als een ontspoorde pletwals over alles en iedereen heen. De motor achter die pletwals bestond uit twee synchroon meppende drummers die op aangeven van de manische frontman John Dwyer zich de ziel uit het lijf speelden. Hoezo, rock = dood & begraven? Koop of steel een plaat van Thee Oh Sees en u wordt met sprekend gemak van het tegendeel overtuigd.

DAG 3, zaterdag 20 augustus 2016

ANDRÉ BRASSEUR & BAND (Marquee, ***½)
Met dank aan Belpop kenner Jan ‘De Dikke’ Delvaux is onze vaderlandse Hammond maestro terug hip en mocht de veteraan met 76 lentes op de teller eindelijk debuteren op Pukkelpop. Vergezeld van een vijfkoppige begeleidingsband, met o.a. Mens drummer Dirk Jans in de rangen, kwam de man bewijzen dat hij naast veredelde kermisdeuntjes genre “Early Bird” ook een flinke brok acid jazz avant la lettre uit zijn orgel heeft geschud. Brasseur zelf genoot met volle teugen: ‘Vous êtes for-mi-da-ble!’. Van ons krijgt ie een 10 voor sfeer en gezelligheid.

VANT (Main Stage, ***)
Je bent als Engels groepje niet slecht bezig wanneer het tweede optreden op Belgische bodem al meteen op het hoofdpodium van PP blijkt door te gaan. We hoorden een flard sympathieke punkpop uit de back catalogue van Ash afgewisseld met rammelige indie uit dezelfde goot waar The Libertines ooit zijn aangespoeld, maar echt vonken deed het nooit.

WARHOLA (Castello, ***)
Sinds hun gouden plak op de Rock Rally editie ’14 heeft dit hippe vijftal in alle stilte de intussen alom beproefde dubstep formule van James Blake flink bijgeschaafd door nog meer ruimte te geven aan pathos en melodrama. Het voorlopige eindresultaat begint wel steeds meer naar Oscar & The Wolf te ruiken: een commercieel gunstig vooruitzicht heet zoiets.

ARBEID ADELT! (Wablief?!, ****)
Wie twijfelt aan de houdbaarheidsdatum van de avant-garde electro die het kolderieke trio sinds de prille 80ies uit haar mouw schudt kunnen we meteen gerust stellen: Ze Staan (nog steeds) Scherp! De gevatte woordspelletjes van de immer kwieke Marcel Vanthilt (‘Het systeem werkt op mijn systeem’, iemand?), de verschroeiende industrial noise injecties van enfant-terrible-op-leeftijd Luc Van Acker en de wulpse sax van Jan Vanroelen: het blijven beproefde ingrediënten van één van de weinig nog actieve eerste generatie Belpop bands. We starten nu al een nieuwe petitie voor hun generatie- en geestesgenoten: graag Aroma di Amore op PP ’17!

KING GIZZARD & THE LIZARD WIZARD (Club, ****)
Wie Tame Impala’s transitie van beloftevol psychedelisch rockbandje tot discopop supersterren met lede ogen heeft aanzien kan voortaan terecht bij deze landgenoten die vooralsnog geen ambitie hebben om radiovriendelijke 3’ popsongs uit te braken. Wel integendeel, de set van deze 7 virtuoze Aussies -inclusief twee drummers naar het voorbeeld van hun geestesgenoten Thee Oh Sees- leek meer op één lange jamsessie volgestouwd met geschifte tempoversnellingen en dito stemvervormingen. Tiens, de platen van Jethro Tull lijken plotsklaps niet meer zo oubollig.

GRANDADDY (Marquee, ****)
Onze Californische antihelden herhaalden hun truukje van PP editie 2012: zonder nieuwe plaat op zak toch maar weer lekker de Marquee doen vollopen voor een uurtje indiegeschiedenis. Wel nieuw leken ons de visuals waarin de groeipijnen van onze aardkloot zoals overconsumptie en overbevolking met de nodige ironie werden aangekaart. Geen enkele andere groep heeft zich met succes gewaagd aan de onwaarschijnlijke crossover tussen ELO en Neil Young, wat meteen ook de blijvende populariteit van Jason Lytle & diens mannen met baarden en/of baseball petten verklaard.

ERTEBREKERS (Wablief?!, ***½)
Als oangespoelde West-Vloaming móestn wulder vaneigens efkes passeern voorbie de veur de geleegenteid tot ‘Otel’ ommegebouwde Belgentente. En die zot hjèlehans vul, want da nie groepke va die drie giestiggoards mee Fluppe Kowlier es redelijk populeir ant komn. Uuk al waster in geel den omtrek gien Zjei of Oallkarre te bekenn, we vonden wieder die Westvloamse nummerkes geweunweg skitterend. Tot 'n noaste kji!

LCD SOUNDSYSTEM (Main Stage, ****½)
James Murphy & co verklaarden zichzelf in 2011 nog dood en begraven, maar tekenden toch maar lekker voor de meest welgekomen muzikale verrijzenis van PP16. Een pak jaren zijn intussen verstreken, maar toch doen de New Yorkers hun naam nog steeds alle eer aan door te zweren bij analoge apparatuur. Verscholen tussen een indrukwekkend aantal vierkante meter vintage synths leek de groep zich dan ook eerder in een opnamestudio dan op een festivalpodium te bevinden. Anderhalf uur lang regeerde een onweerstaanbare punkfunk groove over Kiewit, maar omwille van een te lage aai- en herkenbaarheidsfactor resulteerde dat jammer genoeg niet in een massaal dansfeestje.

TAXIWARS (Wablief?!, ***½)
Tom Barman heeft al menige tent mogen sluiten op PP, dit keer kreeg hij het gezelschap van drie jazz cats met wie hij onlangs een tweede schijf inblikte als TaxiWars. De hyperkinetische zegzang van de Antwerpse veteraan en de bijwijlen funky late nite groove van zijn virtuoze maats vormden een geslaagde blend, alleen een cocktail bar uit één van de Tarentino prenten ontbrak om het broeierige sfeertje compleet te maken. Wel jammer dat een groot deel van het publiek de Wablief?! tent had uitgekozen om tijdens deze acoustische set wel erg luidruchtig bij te praten. Een terechte reactie van de lichtontvlambare Barman bleef niet uit, maar de jeugd bleef hardleers.

MARKY RAMONE’S BLITZKRIEG (Shelter, ****)
In het jaar dat punk 40 veiligheidsspelden door lijf en leden mag prikken was PP het aan zichzelf verplicht om een dinosaurus uit het genre op te trommelen. ‘This set is dedicated to Joey, Johnny, Dee Dee, Tommy … and Lemmy’ orakelde ex-drummer Marky Ramone vooraleer hij en zijn drie maats de eerste van vele ‘1234’s op de meute afvuurden. Eén van die maats was trouwens een oude bekende in de persoon van Ken Stringfellow, voor eeuwig en altijd het halve brein van The Posies. Als een dolle veertiger verkende hij alle uithoeken van het podium met slechts één doel: een geloofwaardige tribute brengen aan de wat tragische figuur van Joey Ramone. Eén uur en 27 punk evergreens later leek die missie ruimschoots geslaagd. Leuk overigens dat Sinatra het laatste woord kreeg met “My Way”: weinig verjaardagsfeestjes worden beter dan dit.

Neem gerust een kijkje naar de pics van Lowlands 2016
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/lowlands-2016/
Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Pagina 58 van 147