logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

garbage_olt_riv...
Guns N Roses
Festivalreviews

Roots & Roses Festival 2014 – 5e editie - Alweer een schot in de roos!

Roots & Roses Festival 2014 – 5e editie - Alweer een schot in de roos!
Roots & Roses Festival 2014
Terrain Ancien Chemin d’Ollignies
Lessines

Het sympathieke Roots & Roses festival in het Henegouwse Lessines is al aan zijn 5e editie toe en slaagt er steeds meer in de grote festivals lik op stuk te geven door de combinatie van betaalbaar en (h)eerlijk. Junkfood en frisdrank zijn er verbannen. Enkel kwaliteitsvolle lokale producten worden aangeboden; fruitsap en water uit de regio, een lokale pils en regionale bieren zoals Cuvée des Trolls, Bush, Moinette, etc ... die je nog per fles kan kopen. Het festival heeft sinds enkele edities ook een eigen bier, La Rose. De catering is verzorgd en verfijnd, een unicum in de festivalwereld, want een vijftigtal koks verzorgen de maaltijden. Verser dan vers, lekker en zeer betaalbaar.

Dit jaar had Roots & Roses een zeer aantrekkelijk programma in elkaar geknutseld en met de peetvaders van de garagerock, The Sonics, een ideale afsluiter in huis gehaald. Het werd dan ook ondanks enkele fikse onweersbuien een geslaagde editie, al zullen onze schoenen daar waarschijnlijk enerzijds anders over denken.

Het festival startte nochtans onder een schitterende zon, toen Little X Monkeys (B) in de Rootstent mocht aftrappen. De band rond Marjorie Piret and Francois Xavier Marciat brengt sinds 2012 uitstekende bluegrass, een genre dat in dit land ondervertegenwoordigd is, gecombineerd met roots, folk en blues. De band bracht heel wat nummers uit het debuutalbum “Black Bird”; “I wanna go”, “Black Bird” en “Let’s burn it down” en vulde dit aan met de B-kant van hun 7 inch vinyl ‘Mystic River’, een schitterende cover van “Come Together” van The Beatles. De band was in een vibe toen aan de zijkant een bordje ‘Last song’ opdook en Marjorie Piret verbaast “Nee?” schudde. Ze eindigden met “Blue Moon Of Kentucky” dat Bill Monroe schreef in 1946. (D)

Het zonnetje scheen en de ligweide was terug voorzien van relax- en ligzetels die gretig ingenomen werden, het zou nog drastisch veranderen. Uit de Rosestent klonk ondertussen rock van Driving Dead Girl (B) met gitaarrifs die het publiek wilden wakker schudden. De band ontstond in 2003 en bracht in 2006 een eerste album ‘50.000 Dead Girls Can Be Wrong’ uit. 10 jaar later brengt de huidige bezetting Dimitri Rondeau (vocals) Ronald Dondez (guitar) Ruggero Catania (bas) en Vincenzo Capizzi (drums) vooral werk van het nieuwe album ‘I Think The Drums Are Good’. Scherpe gitaren die bij tijd doen denken aan Peter Pan Speedrock en Triggerfinger zorgden voor de eerste ambiance op de festivalweide. (D)

In iedere beschrijving over The Henhouse Prowlers uit Chicago, Illinois wordt steevast vermeld dat ze enkele awards gewonnen hebben. Waarop er telkens een rood lichtje bij mij begint te knipperen. Muziek in competitieverband, het doet me huiveren. Temeer daar enkele minder fortuinlijk getalenteerde artiesten tot mijn absolute favorieten behoren. Gelukkig bleef de even gevreesde demonstratie uit en kregen we een set aangename bluegrass met bijwijlen sprankelende samenzang tussen Ben Wright (banjo), Jon Goldfine (staande bas) en Dan Andree (fiddle), samen op een kluitje rond één micro. Alleen gitarist Starr Moss hield zich wat het zingen betreft wat afzijdig alhoewel ook hij één nummer voor zijn rekening nam. Bluegrass zit tegenwoordig wat in de lift en de belangstelling was dan ook meer dan behoorlijk. Dat heeft uiteraard alles te maken met ‘The Broken Circle Breakdown”’. De film heeft intussen de Amerikaanse zalen bereikt en dat was Dan Andree niet ontgaan. “Wat een deprimerende geschiedenis maar de muziek was goed” was zijn oordeel waarop er een nummer uit de soundtrack werd ingezet : “The boy who wouldn’t hoe corn”. (O)

Na de verstilde schoonheid van The Henhouse Prowlers volgde, weliswaar in de andere tent, het brute geweld van White Cowbell Oklahoma, een zootje ongeregeld uit Toronto. Een vaste bezetting heeft deze bende niet. De vaste kern bestaat uit stuntman Chainsaw Charlie wiens instrumentarium zich beperkt tot de cowbell en zanger-gitarist Clem C Clemsen die uiterlijk wat gelijkenissen vertoonde met ene JR Ewing. Samen met nog drie andere cowboys (twee gitaristen en een bassist) produceerden ze iets wat nog het best te omschrijven viel als southern boogie hardrock (te situeren in de hoek waar ook Nashville Pussy zich bevindt) maar veel te rommelig klonk om te blijven boeien.  Aan spektakelwaarde was er anders geen gebrek. Clem C Clemsen sprong al vlug van het podium om het andere einde van de tent te verkennen en vriend Chainsaw Charlie stak geregeld zijn koebel in brand of haalde er vuurwerk uit met behulp van een slijpschijf.  Uiteindelijk sloten ze de set, die met het verstand op nul wel te verteren viel, af met “Speed king” van Deep Purple. (O)

Aan afwisseling geen gebrek op Roots & Roses : Dom Flemons (New York City) vond dan weer zijn inspiratie in stokoude folk-, blues- en hokumsongs. De oprichter van het ook al ferm gesmaakte Carolina Chocolate Drops wist het ook moederziel alleen moeiteloos te redden, daarbij zichzelf begeleidend op gitaar, banjo, mondharmonica of ‘bones’ (stokjes die hij tussen de vingers liet klikken waarvan het geluid een beetje lijkt op castagnetten). “Arkansas” bracht hij zelfs a capella en even later kreeg hij het publiek helemaal op zijn hand toen hij zijn mondharmonica molentjes liet draaien rond zijn lippen terwijl hij er verder bleef op spelen. De entertainer in hem kwam compleet bovendrijven toen hij enkele stemmen imiteerde, waaronder Bob Dylan (“Lay lady lay”) en Dwight Yoakam. Deze aardigheidjes weerhielden Dom Flemons er niet van om een dijk van een set neer te poten die hij finaal afsloot met een song die hij eerder weigerde te spelen : het, van de “O Brother, Where Are Thou?”-soundtrack, gekende “He’s in the jailhouse now”. (O)

Ooit kocht ik de twee eerste platen van het in Toronto ontstane Big Sugar, in ‘92 en ‘93 moet dat geweest zijn. Ik was de groep totaal uit het oog verloren en nu blijkt dat de groep ondertussen een instituut geworden is in Canada terwijl er muzikaal ook een en ander veranderd is. Klonken ze in die beginperiode nog als een seventies bluesrockband dan maken ze nu een onwaarschijnlijke combinatie van harde rootsrock en reggae. Het was een niet alledaags zicht : zanger Gordie Johnson op double neck gitaar met naast hem twee rastamannen : Garry Lowe op bas en DJ Friendlyness, die ook enkele keren als toaster aan de bak kwam, op keys. Verder hadden we nog Stephane ‘Bodean’ Baudin op drums en duivel-doet-al Kelly Mr Chill Hoppe op harmonica, sax, keys en melodica. Tijdens de eerste twee nummers waren er heel wat technische problemen maar de bandleden vingen die zo flegmatiek op dat je haast ging denken dat ze er gewoon bij hoorden. Reggaesongs wisselden vlot af met meer rock georiënteerde  nummers maar beide stijlen werden ook dikwijls in één en dezelfde song aan elkaar gekoppeld. Zo kwam een vettige gitaar regelmatig de wat lichtvoetige reggae meer body geven. Wat Gordie Johnson uit zijn gitaren kneep was trouwens telkens om duimen en vingers bij af te likken. Big Sugar wist me aardig te verrassen hoewel de laatste twee of drie nummers er toch een beetje teveel aan waren. (O)

Bij het zien van de affiche keek ik uit naar de The Excitements en ik was dan ook wel wat ontgoocheld toen de band door omstandighedenmoest afzeggen. Het Belgische Rusty Roots met
Stefan Kelchtermans (bas), Bob Smets (gitaar), Nico Van Hove (drums) en Jan Bas (zang en gitaar) was echter een goede vervanger, die de tent, onder luid onweer en hevige regen, liet genieten van werk uit hun nieuw album ‘Your Host’. Producer van die plaat is trouwens Mario Goossens, de drummer van Triggerfinger. (D)

Hier en daar had ik gelezen dat The Dream Syndicate, naar aanleiding van haar dertigste verjaardag, hun tweede plaat ‘Medicine show’ integraal gingen spelen naar analogie met hetgeen ze vorig jaar deden met ‘The days of wine and roses’. Maar het werd een gewone (eigenlijk buitengewone) set met nummers geplukt uit al hun platen.
The Dream Syndicate moet zowat de enige band zijn die de erfenis van de ooit zo bloeiende gitaarrock scene uit de jaren ‘80 levendig houdt. En gitaren die hebben we gehoord. Zanger Steve Wynn en Jason Victor geselden hun snaren met een gretigheid die je eerder bij een jonge en pas beginnende groep verwacht. Wilde duels en spetterende solo’s, waarbij ze nooit vergaten om het strak te houden, deden ons en waarschijnlijk ook drummer Dennis Duck en bassist Mark Walton regelmatig naar adem happen.
Ongeveer halverwege de set werd mijn favoriete Dream Syndicate song “John Coltrane Stereo blues” van onder het stof gehaald. Het werd een ellenlange versie maar vervelen deed het geen seconde. Deze heerlijke pot gitaarrock, inclusief enkele stevige punkrocksongs, liet nooit vermoeden dat alles wat we hoorden reeds meer dan een kwarteeuw geleden het levenslicht zag.
Het lijkt erop dat The Dream Syndicate definitief aan een nieuw leven is begonnen want er zouden plannen zijn voor een nieuwe plaat volgend jaar. (O)

Na een break van 10 jaar zijn Fred Lani & The Healers (nieuwe bezetting met
Cédric Cornez op bas en Nicolas Sand op drums) terug met een nieuw album ‘Hammerbeatmatic’ en nieuwe goesting en dat was er aan te horen. Met nummers als “Doyle The Hunter”, “The Best Thing”, “A man for a day”, “Roots and Roses” en “Like a leaf” nemen ze een beetje afstand van het strakke bluesverleden met Rock & Roll van een strak tempo en het mocht al eens luid gaan bij gitaarsolo’s. “Ready for some boogie?” vroeg Fred. Het zette in elk geval de tent op zijn kop, die mannen spelen natuurlijk ook een thuismatch. (D)

Eerst verschenen de acht keurig uitgedoste Shrines met cape op het podium om er eerst een instrumental te spelen vooraleer met veel bombast en in pure Las Vegas stijl de ster aan te kondigen. De nog steeds compleet geschifte King Khan met een indrukwekkende mantel boven de blote bast en een nog indrukwekkender verenbos op het hoofd had iets weg van een Afrikaans stamhoofd. Het was duidelijk tijd voor showtime en The Shrines hadden er ongelooflijk veel zin in (misschien iets te veel) en al na een paar nummers doken er enkele het publiek in. Leuk was het in ieder geval. Allen klonk hun garagesoul me wat te noisy. Vooral de drie blazers (2 saxen en een trompet) metselden de songs, die zo al geen hoogvliegers waren, volledig dicht. Toen die blazers het tijdens “So wild”, een song over de betreurde Jay Reatard, het wat kalmer aan deden kwam dat de sound meteen ten goede.
King Khan maakte er plots voortijdig een eind aan maar dat was enkel een voorwendsel om in een nog exuberantere uitrusting tevoorschijn te komen. Dit keer in een flashy boxershort waarin hij af en toe zijn micro opborg. Verdenk hem vooral niet van een verfijnde smaak! Maar alles bij elkaar genomen maakte deze tweede ronde nog veel goed want Khan had onmiskenbaar zijn beste nummers, zoals het psychedelisch klinkende “Born to die”, opgespaard voor de finale. Toch bleef ik de indruk hebben dat het vet een beetje van de soep is bij King Khan, die ik vroeger veel beter heb bezig gezien.
Later kwam hij nog een paar keer ongevraagd op het podium rondhossen tijdens het optreden van The Sonics. Zijn ego bleek al even gezwollen als zijn imposante buik. (O)

Van de flamboyante King Khan, naar de eerder gedistingeerde Pokey LaFarge (USA). Het verschil was groot, hoewel ook hij een kleurrijke bende, gewapend met trommel, wasbord, klarinet, sax,… op podium verzamelde. “
Close The Door”, “What The Rain Will Bring”, “All Night Long” en “One Town at a Time” werden telkens onthaald op luid applaus en gejuich. Zeker toen ook Dom Flemons met zijn ‘bones’ bijviel op onder andere “The Riverboat Shufle” droop het plezier het podium af. Pokey LaFarge sloot de Rootstent af met “Show Me The Way To Go Home”. Een fantastische belevenis. (D)

Om kwart voor tien brak dan het moment aan waarop velen de hele dag hadden gewacht : rock-‘n-roll uit Tacoma, Washington met The Sonics. Het blijft een onwaarschijnlijk verhaal. Na twee uitstekende platen in de jaren ‘60 en zonder al teveel erkenning, laat staan een Europese tour, houdt de groep het voor bekeken.
In de loop der jaren worden ze door zowat de halve rockwereld op handen gedragen maar een comeback zit er, een paar mislukte pogingen niet te na gesproken, nooit in. Tot in 2007 de heren op pensioen gaan en plots alle tijd van de wereld hebben. Ze pikken de draad terug op en doen nu waar ze altijd van gedroomd hebben.
En of ze het nog kunnen? Het optreden op Roots & Roses was er weer eentje om in te lijsten. Het wonder van Sjock 2008 (één van hun eerste optredens na de comeback) werd niet herhaald maar het scheelde verdomd weinig. Vanaf de eerste noten van “Cinderella” zat het meteen goed, meteen ook de start van een wel heel onstuimige pogo vooraan. Intussen moeten de originele leden – Gerry Roslie (keys), Rob Lind (sax) en Larry Parypa (gitaar) de kaap van 70 gepasseerd zijn maar er zat nog geen spat sleet op. Ook ‘nieuwkomers’, zanger-bassist Freddie Dennis en de uitstekende drummer en oud Dick Dale-gediende Dusty Watson zijn niet meer van de jongsten maar allen blaakten van zelfvertrouwen. Zelfs de traditionele gitaarproblemen van Larry Parypa bleven dit keer uit. Er is een nieuwe plaat op komst en er werden dus veel nieuwe nummers gespeeld. Meestal worden die dan op gegeeuw onthaald, dit keer niet dus. Een nieuwe “Psycho” zat er wellicht niet tussen maar ze mochten beslist gehoord worden en wordt het nog ‘uitkijken’ naar die nieuwe plaat.
Ook hier dezelfde truc als bij King Khan : na “Psycho” wordt er veel te vroeg een einde aangemaakt om dan voor een duizelingwekkende finale terug te keren waarin de klassiekers ons om de oren vlogen. “Boss hoss”,..., “Strychnine” en als allerlaatste “The witch”.
Achteraf bleef een harde kern, tegen beter weten in, huilen om meer maar de vier lieten zich niet meer zien en lagen wellicht al aan de zuurstoffles. Maar het was mooi geweest: rock-‘n-roll op het scherp van de snee! (O)

Roots & Roses bewijst ook in 2014 dat het een vaste stek in de festivalkalender verdient en een pluim voor de organisatie die er telkens weer een topdag van maakt.

Neem gerust een kijkje naar de pics
 http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/roots-roses-2014/

Organisatie: Roots & Roses, Lessines
 

 

Red Rock Rally 2014, Astridpark Brugge op 1 mei 2014 – Pics

Geschreven door

Red Rock Rally 2014, Astridpark Brugge op 1 mei 2014 – Pics

Overzicht van de bands
Waxflower - Waxflower zegt geïnspireerd te zijn door Al Green,  Marvin Gaye en Fleetwood  Mac.  Ze brengen een funky rithme gemengde met retrorock. Ontstaan in 2012 en als West-Vlamingen, zoals zovelen, verhuisd naar Gent.

Bird Of Prey - De groep is samengesteld rond 3 broers Clicteur. In de muziek van Bird of Prey  hoor je invloeden van The Doors,  Led Zeppelin,  garage rock en muziek uit de jaren ’70. De band heeft een onstuimigheid van jonge twintiger  die de wereld wil veroveren.

Delta crash - Een viertal uit Oost-Vlaanderen onder de naam van Delta Crash met indie pop.
Ze stonden op het podium van de Gentse Student Kick-Off en ook in de preselecties van Humo’s Rock Rally. En uiteraard als hoogtepunt  stonden ze op Red Rock Rally 2014.

Shuriken II - Shuriken II brengt energetische electropunk met invloeden van drum’n’bass en dubstep. Ze brengen het in een explosieve coctail van electronica, dreunende beats en met een grandiose rock attitude. Ze waren  geselecteerd voor de Demopoll van Studio Brussel en stonden in de selecties van Humo’s Rock Rally en Westtalent.

Trailers - De muziek van Trailers is een mix van garagerock en powerpop. Trailers is bekend voor zijn speciale songstructuren en een aanstekelijke groove. Ze belanden reeds in de preselecties van Humo’s Rock Rally en brachten in 2014 een eerste EP uit.

The Fuckuleles - The Fuckuleles: een cover band met 3 mannen en 3 ukuleles. Een fout  nummer wordt er alleen maar beter van. Arne Vanhaecke,  Andries Boone en Mathias Moors: 3 ukuleles en een dijk aan rock& roll-gehalte met de meest verrassende covers.

Flatcat - Een Brugse punkrockband ontstaan in de mid nineties en wordt vergeleken met Green Day. Flat Cat werd vooral bekend met “Rockstar Fantasy” en stonden dertien weken in De Afrekening. Ze traden al op voor MTV, Jim TV, Pukkelpop, Dour, Thoprock, Rock Herk en Rock Roll Rally.

Kenji Minogue - Kenji Minogue is een West-Vlaamse popgroep. Ze brengen electropop met kitsch, humor en absurde dialect teksten. K M bestaat uit het zangduo Fanny Willen en Conny Komen en drummer  Mista Pig.

Viva La Fête - Vive La Fête heeft een reputatie opgebouwd met shows waarin Mommens en Pynoo hun kinky relatie etaleren à la Française. Pynoo komt vaak op met lekkere outfits en ook de rest van de band heeft een dresscode. Het optreden van Vive la Fête is een prettig gestoord feestje.
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/red-rock-rally-2014/
Neem gerust een kijkje naar de pics

Org: RRR

Volta 2014 – 6e editie - Nacht van de Arbeid Viert!

Volta 2014 – 6e editie - Nacht van de Arbeid Viert!
Volta 2014
Vooruit
Gent

Volta 2014 - Nacht van de Arbeid Viert! met Intergalactic Lovers, The Sore Losers en Mintzkov
…
Op de vooravond van 1 mei , Dag van de Arbeid - Voor al wie links draagt, is dat een dag die het hart doet overslaan. Curieus steekt hier al jaren een handje toe . In 2009 lanceerden ze de Nacht van de Arbeid in de Gentse Vooruit. De vorige vijf edities waren voltreffers met optredens van o.m. Daan, Selah Sue, De Jeugd van Tegenwoordig, The Van Jets, School is Cool, SX, …. En onze vrienden houden dit in ere . De zesde editie rockt graag met een duizelingwekkende affiche van Intergalactic Lovers, Gabriel Rios, The Sore Losers, Mintzkov, Tout va bien en Stoomboot. Terecht een Nacht van de Arbeid dus …

Onze keuze ging naar de Concertzaal , waar achtereenvolgens Mintzkov, Sore Losers en Intergalactic Lovers speelden. De bevallige Lisa Smolders praatte het geheel aan elkaar.

Mintzkov was de eerste band . Ze zijn al aan hun vierde cd toe . De groep wordt gerespecteerd en goed onthaald, maar een doorbraak blijft nog wat uit . Zanger/gitarist Philip Bosschaerts neemt het voortouw, maar het is pas na de felicitaties aan de bassiste Lies Lorquet, pas 22 jaar, dat er meer  reactie kwam uit het nog niet zo talrijk opgekomen publiek. . Hun dromerige pop met weerhaken intrigeert maar vanavond geraakte de groep duidelijk niet op niveau. Het nieuwe material modderde wat aan en het was vooral het oudere bekende werk als “Opening Fire” en “Slow motion, Full ahead” ; die de toeschouwers in vervoering brachten. De rest van de set was wat lauwtjes . Jammer , eist de langdurige clubtour hier zijn tol?!

The Sore Losers – Limburgse band die ons nauw aan het hart ligt. Het gretig spelend kwartet brengt melodieuze rauwe, vettige  rock’n’roll, gekenmerkt van een broeierige opbouw en een snedig rechtoe-rechtaan kantje.
De aandacht werd meteen gescherpt met de nieuwe single “Working overtime”
. Die mannen hebben wat in huis en tekenden voor een potige, vurige, dampende ; smachtende, verschroeiende set , ruim drie kwartier lang . “The girl’s gonna break it” en “Silver seas” deden de temperatuur stijgen in de Vooruit en ze eindigden in schoonheid met hun eerste single “Beyond Repair”.
Een zéér geslaagd optreden dus !
The Sore Losers zijn een straf bandje die met hun tweede plaat ‘Roslyn’ een doorbraak kunnen forceren . We hoorden al veel lof van deze band ,vanavond ondergingen we het zelf en hopelijk gaan ze op dit elan verder!

Veel volk was er zeker voor Intergalactic Lovers uit Aalst. Ze zijn ook toe aan hun tweede plaat en hebben het publiek achter zich . Een paar singles hebben al een sterke respons verkregen. De band wordt uitzinnig onthaald . De zangeres, Lara Chedraoui, ietwat een Kate Bush lookalike , ontroert haar fans met haar gevoelige , indringende stem; ze heeft een overtuigende podiumprésence en haar bewegingen zorgen voor meer glans. Het material werd enorm gesmaakt en ontvangen in een uitverkocht (!)  Vooruit intussen . Songs van het debuut ‘Greetings & Salutations’ (o.a. “She Wolf”) als van de nieuwe cd ‘Little heavy Burdens’ waerden gespeeld. De nieuwe single “Islands” sloeg ongelofelijk goed aan.
Een volwassen band is het geworden en ondanks het feit dat hun materiaal niet steeds voor de hand liggend is en wat tijd nodig heeft , wordt het live extravert en emotievol gebracht.
Onze eigen kweekvijver moeten we koesteren . Dit is evenzeer  een knappe band , een must-see, waaraan we een deze boodschap koppelen ‘Gaan zien – Doen’!
Ze zijn nog o.m. op Grensrock Menen(27/6) , Cactus Brugge(13/7) , Dour (18/7)  en  FihP (23/8).

Organisatie: Curieus ism Vooruit Gent

Backyard Blues 2014 - Three ‘ o clock blues

Geschreven door

Backyard Blues 2014 - Three ‘ o clock blues
Backyard Blues 2014
Kaffee The Other Side
Peer

Er is een plaats in België waar de mensen zich roeren als ze de zomer om het hoekje zien piepen. Voor de mensen van deze plaats betekent de zomer uitkijken naar vele muzikale avonden. Deze plaats heeft door de jaren heen zelfs een eigen leuze gecreëerd : Peer, daar zit muziek in!

De organisatoren van Backyard Blues hebben dat goed begrepen, behalve maandelijks de Mojojamsessions te organiseren, verzorgen zij nu de vijfde edite van deze Backyard Blues.  Of deze dag een apotheose is van de jamsessions of een opwarmertje voor het legendarische Blues Peer, laten we aan u over. Wat veel belangrijker is, wij mochten aanwezig zijn. Een kans die we met 2 handen maar al te graag aannemen. Het weer is ideaal, de vibe zit juist en wij vertrekken richting Kaffee The Other Side. Onderweg kunnen we het niet laten een dansje op straat te doen, dat we er zin in hebben is meer als duidelijk.

Vreemd hoe mensen aan de ene kant muziek in verschillende vakjes steken en langs de andere kant muziek ervaren als vrijheid. De mannen van Les Generals Jack delen blijkbaar onze mening, hun motto luidt: A chacun son blues. Voor hun is blues een mix van ska, reggae en rock. Hun outfit doet denken aan Sgt Peppers Lonely Hearts Club band en hun sound gaat wat ons betreft ook terug naar die tijd. Onze interpretatie is die van een jonge Joe Cocker met een hint van Dave Dee, Dozy, Beaky, Mitch & Titch. Deze band heeft, tot ons genot, een portaal gevonden tussen de 60’s en 2014. Op de weide van Woodstock zouden ze wat ons betreft helemaal niet misstaan. Les Generals Jack, we salute you!

Muziek die u raakt tot in het diepst van uw ziel, dat is blues. The Bluesbones weten het als geen ander, dat mag, nee moet gezegd worden! Niet alleen zullen zij u meevoeren op heerlijke soundwaves, zelf gaan ze ook stuk voor stuk op in de muziek. Deze mannen spelen geen blues, zij zijn blues. Wat gitarist Stef Paglia doet is met geen woorden te beschrijven, we kunnen enkel met open mond kijken en genieten. De gitaarsolo’s vliegen ons om de oren en tijdens Voodoo guitar hebben we vanaf de eerste noot letterlijk kippenvel. In tijden van prefab artiesten en digitale muziek is het altijd heerlijk om te zien dat mensen nog echt instrumenten bespelen met de soul waarvoor deze bestemd zijn. Blues to the bone en zeg dat wij het gezegd hebben.

Derde op het lijstje is Saverio Maccne, uit Argentinië. De vergelijking met een jonge Tony Danza is treffend en ik slik net op tijd het woord “Taxi” in. Saverio wordt vandaag begeleid door heel wat talent. Patrick Cuyvers op de Hammond is altijd een streling voor het oor. Organisatoren Walter Cools en Anna Lee doen ook hun bijdrage. Op de drums bepaalt Kurt Van de Wiele het ritme. Kurt, tijdens mijn jeugd nog de snelste maar ook meest opgewekte punkrock drummer die je in Limburg kon vinden, nu een vaste waarde in het blueswereldje. De diepe, rauwe en typische bluesstem hadden we nog niet gehoord, tot nu dan toch. Het ritmische in combinatie met de zang doet ons dromen van jukejoints in het verre Mississippi. Al kunnen we niet ontkennen dat we een beetje de soul missen die de vorige band hier had overgebracht.

In Peer zijn we de Blues-goden al aardig gewend, toch blijft het telkens een hele eer als er zo eentje in je stad neerstrijkt. Vandaag is dat Archie Lee Hooker, neef van de ultieme blueslegende. Samen met Carl Wyatt & The Voodoo Kings zullen zij ons op meest indrukwekkende wijze tonen wat Mississippi-blues precies inhoudt. Lap steel guitar, bas en drum spelen bij elk nummer een belangrijke rol en voor het eerst vandaag wordt er echte blues geademd. De dansvoetjes komen los bij het publiek en ook wij wagen ons aan een shuffle hier en twist daar. Archie Lee Hooker betreedt het podium en voor ons is het nu gewoon kijken hoe de groten het doen. The man is all about soul, we vinden er zelfs geen Nederlandse omschrijving voor. Als we dan toch een poging moeten doen: ga ze eens live bekijken!

Dat het drukker wordt op Backyard Blues is geen toeval, Rusty Roots maakt zich namelijk klaar om hun ding te doen. Voor ze beginnen worden zowel zij als het publiek op taart getrakteerd ter ere van hun tienjarig bestaan.  Dat we ondertussen hun nieuwe album ‘Your host’ van voor tot achter kennen zorgt allerminst voor minder enthousiasme. Zo blijft Bob Smets onze favoriete gitarist en elk nummer  bewijst hij opnieuw waarom.  Het is altijd een genot om de mannen bezig te zien en de energie die ze weten over te brengen op het publiek.  “Smiling face” wordt live onwijs geniaal en mag wat ons betreft nog langer duren. Dat Jan Bas kan zingen weten fans al jaar en dag, als hij “How blue can you get” van B.B King brengt moeten we toch even naar adem happen, dat hij zelfs zonder microfoon de hele zaal kan bereiken, daar zijn we gewoon stil van.  Rusty Roots, een muzikaal plezier als geen ander.

Met nog 1 band te gaan zit deze Backyard Blues er haast op. The Bluesvision mag als laatste het podium betreden.  Deze 3 jonge mensen bewijzen dat blues nog leeft bij alle generaties. Het verschil in tempo sinds de vorige band is wel duidelijk merkbaar en onze energie sluipt niet zo subtiel de zaal uit. Hun cover van “Hey Joe” weet onze aandacht weer te trekken, voor even dan toch. The Bluesvision brengt zonder twijfel schitterende muziek, we zullen nooit anders beweren. Wij hadden enkel liever met een brok energie de avond afgesloten, nu gaan we eigenlijk uitgeput richting huis.

Met lome benen kruipen we ons bed in, Backyard Blues mag dan wel gedaan zijn voor dit jaar wij weten nu meer dan ooit: PEER, DAAR ZIT MUZIEK IN!!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/backyard-blues-2014/

Organisatie: Backyard Blues
 

PPM Fest 2014 - Driedaags Power Prog & Metal Festival in Mons – zondag 20 april 2014

Geschreven door

PPM Fest 2014 - Driedaags Power Prog & Metal Festival in Mons – zondag 20 april 2014
PPM Fest 2014

Lotto Expo
Mons
2013-04-20
Yentl Stée

dag 3 -
zondag 20 april 2014

Openers van de dag en winnaars van de tweede metal battle waren Existance uit Parijs. Piepjonge gastjes ( ik schat ze rond de 18) met paternosters aan hun nek die recht uit de jaren 80 leken te komen en dan ook heavy metal in die stijl speelden. Iets nieuws was het niet en echt een eigen gezicht hadden ze ook nog niet maar wat ze speelden deden ze wel goed en je zag duidelijk dat ze het ook graag deden. Dit belooft dus voor de toekomst. Ook het in kleine getale aanwezige publiek genoot duidelijk van deze band en de kans zit er dus in dat ze wel wat fans gewonnen hebben hier.

Eerste band op het alfa-podium was Amon Sethis. Als ik de uitleg op de site van PPM goed begrepen heb dan vertelt deze band over farao’s en het oude Egypte. Het begon allemaal goed, leuke podiumbekleding, de zanger met één of ander masker en wat goeie riffs maar na een 3-tal nummers had ik het al gehad. Het was teveel van hetzelfde en de goeie stukken werden overstemd door de middelmatige. Jammergenoeg werd dit boeiende onderwerp dus niet echt goed gebracht.

Fireforce is zo één van die bands waarvan je perfect weet wat die spelen, je regelmatig kan zien en horen en die iedereen al honderd keer gezien heeft. Behalve ik natuurlijk. Aangezien deze band een aanzienlijke live-reputatie heeft, was ik toch wel eens nieuwsgierig naar wat het zou zijn. Het zag er alvast al interessant uit bij het begin met de podiumbekleding maar bij de intro liep het al wat mis, die haperde. Of dit de bedoeling was weet ik niet maar zelfs al was het de bedoeling kwam het eerder storend over. De set zelf liep eigenlijk volledig volgens mijn verwachtingen. De band speelde een mix van heavy metal en power metal en bracht dit ook zeer sterk. Niets wereldschokkends maar wel leuk om eens te zien.

Sunburst is een moeilijke om te reviewen. Enerzijds waren er echt wel goeie riffs en goeie stukken, langs de andere kant pasten ze gewoon niet goed tesamen. Deze band speelde progressieve metal in de trend van Dream Theater zonder als een goedkope kloon te klinken. Jammergenoeg waren er wel wat problemen tijdens de set zoals de band die show stil legde omdat het geluid niet goed genoeg voor hen zat. Ik merkte er niet echt veel van maar ja…

Tijdens de soundcheck klonk en zag Ravenscry er wel interessant uit. Divers en sterk instrumentaal en een mooie frontvrouw om het af te maken. Dit veranderde echter vanaf het moment dat ze begonnen te spelen. Dit lag voornamelijk aan het gekweel van de frontvrouw want het instrumentele gedeelte viel wel goed mee. In feite kon de dame wel goed zingen maar de manier waarop en in combinatie met de instrumenten was het gewoon ergelijk. Tegen het einde van de set was zowat het enige interessante de onderbroek van de frontvrouw die de hele set zichtbaar was en dat wil al iets zeggen…

Persefone werd mij door een collega-journalist enorm hard aangeraden. De naam deed wel een belletje rinkelen maar ik kon me niet echt iets voor de geest halen. Bleek dat de heren de hardste band van deze editie waren met hun progressieve death metal. De band ging er voor en dat deden ze hard maar met plaats voor rustige stukken zodat de gemiddelde bezoeker van dit festival niet te hard in shock ging raken. Er werd een fameuze moshpit gestart en die bleef ook gedurende de hele show in leven, de zanger deed zelf eventjes mee tijdens de circle pit. Jaja dit is een band om in de gaten te houden.

Blijkbaar is het een ongeschreven wet om een goeie band af te wisselen met een band als dit… De review van Dragonland kon ik eigenlijk perfect schrijven zonder ook maar één iets van de band gehoord te hebben. De naam roept bij mij de meest stereotiepe power metal op en dat speelden ze ook. Vrolijke zang, ietwat ingewikkelde maar niet te moeilijk riffs, wat keyboard enz… na enkele nummers ben ik dan ook de zaal buiten gevlucht om te gaan eten want dit kon ik echt niet langer verdragen.

Vandenplas heeft me aangenaam verrast, laten we hier al mee beginnen. Al sinds 1986 staat deze band garant voor best wel goeie progressieve metal maar deze was echter nooit mijn ding geweest. Mijn verwachtingen voor deze show waren dan ook niet bijster hoog dus heb ik mij gewoon wat op mijn gemak aan de kant gezet. Of het aan het feit lag dat ik goed zat of ze gewoon goed zijn live weet ik niet maar de band speelde alsof hun leven er vanaf hing en liet een goeie indruk op me achter. Ik was dus echt positief verrast.

Mayan was ook één van de bands waar ik toch wel naar uit keek om nog eens terug te zien. Ik had ze jaren geleden nog op Graspop aan het werk gezien maar nu zijn we ondertussen al een album verder dus was het tijd om te zien hoe ze het er nu vanaf brachten. Ze voldeden aan de verwachtingen, de hardere en de zachtere stukken vloeiden mooi in elkaar en ook de afwisseling in de zang en zangers/zangeressen verliep vlot. Met vrij diverse muziek als dit loop je het gevaar dat het allemaal een beetje één grote brij wordt maar dit was hier niet zo en het was allemaal één mooi geheel. Ook het publiek genoot overduidelijk en er was heel wat respons.

Over Fates Warning kan ik kort zijn, ik vond saai en echt niet goed. Alhoewel deze heren als één van de grondleggers van de progressieve metal worden aanzien kon het mij echt geen seconde boeien ondanks het feit dat het wel sterk gespeeld was. Uit het publiek kon ik wel wat positieve feedback opvissen dus het zal waarschijnlijk wel aan mijn persoonlijke smaak liggen.

Met Finntroll zijn we beland bij de laatste band waar ik eigenlijk interesse in had. Wie Finntroll ooit al aan het werk zag weet eigenlijk al wat ik hier ga neerschrijven want die hebben nooit een slechte show en zorgen altijd voor een feestje. Van de eerste noot barste er al een fijne pit los die de hele set niet stilgevallen is. Ze brachten divers materiaal en amuseerden zich, net zoals het publiek. Ze mochten van mij eigenlijk nog een beetje hoger staan zodat ze wat langer konden spelen want het was echt goed.

Een band als Therion reviewen is niet gemakkelijk. De opera-metal zoals deze band zich zelf noemt is niet voor ieders oren geschikt. Beter nog, ik heb eigenlijk nog nooit iemand gehoord die Therion niet slecht vond maar ook niet super. Het is een echte love it or hate it band. En zelfs al hou je van de band is er dan blijkbaar ook nog een groot verschil tussen de nieuwe Therion en de oude Therion. Ikzelf hou absoluut niet van de muziek dus dat probleem heb ik al niet. Maar dit maakt het wel moeilijker om te reviewen want ik wist wel dat het goed was wat ze speelden. Ze zetten echt een goeie show neer waar er zowel oud als nieuw materiaal werd gespeeld en alles was eigenlijk in orde. Alleen raakte het mij echt niet. Ik moet wel zeggen dat mijn respect voor deze band gestegen is na het zien van deze show want ze speelden echt sterk.

Afsluiters van vandaag waren Saxon maar net zoals bij de andere headliners was het merendeel van het publiek al vertrokken nog voor ze begonnen. Zelf kon ik wegens logistieke problemen ook maar enkele nummers meepikken van deze show maar van wat ik gezien heb was het een doorsnee-Saxon show zoals we van hen gewend zijn. Het was goed maar niet iets om van achterover te slaan.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/power-prog-and-metal-festival-2014/
Organisatie: PPM Festival

PPM Fest 2014 - Driedaags Power Prog & Metal Festival in Mons – zaterdag 19 april 2014

Geschreven door

PPM Fest 2014 - Driedaags Power Prog & Metal Festival in Mons – zaterdag 19 april 2014
PPM Fest 2014

Lotto Expo
Mons
2013-04-19
Yentl Stée

dag 2 - zaterdag 19 april 2014

De dag kon niet beter beginnen, ik was doodmoe, had geen eetlust en had een vrij grieperig gevoel. Hopelijk was dit geen voorteken voor de bands van vandaag.

Openers van de dag waren de eerste winnaars van de metal-battle Murderset Pieces. Een ietwat vreemde keuze aangezien de band vrij agressieve Thrash/speed metal speelt met death metal invloeden. Los daarvan is de band nu ook niet echt bijster interessant te noemen alhoewel dit deels wel komt doordat het een vrij nieuwe band is. Bij het opkomen op het podium had de zanger wel een fantastisch masker aan maar besloot dat al na één nummer af te doen. Voor de rest was er niet echt iets de moeite om te vermelden.

Burning Circle komt helemaal vanuit Servië naar dit festival om hun progressieve rock en metal te brengen. In feite werd het best wel sterk gebracht en het was duidelijk dat de heren wel konden spelen maar het raakte echter mijn koude kleren niet, letterlijk geen enkele song bleef hangen en ze slaagden er niet in om me voldoende wakker te maken. Jammergenoeg wiegden ze me ook niet in slaap want dan kon ik wel gebruikt hebben voor de volgende band…

Het Russische Grenouer bestaat als sinds 1992 waar ze als death metalband begonnen zijn maar uiteindelijk meer en meer progressieve elementen begonnen toe te voegen aan hun muziek waardoor er nu nog weinig van de oorspronkelijke sound overbleef. Wat ik mij gedurende de volledige set af vroeg was dit. Hoe kan het nu dat je al 22 jaar speelt dat er nog niemand gezegd heeft dat je zo afschuwelijk slecht bent. Sorry maar hoe hebben deze mannen fans? Instrumentaal was het maar middelmatig met wat goeie riffs maar voornamelijk de “zang” was niet om aan te horen en dat werd wel heel pijnlijk duidelijk gemaakt door de 15 man die min of meer enthousiast stond te kijken. Als ik niet zo lekker neer zat was ik weggelopen maar ik had net een goed plekje gevonden. Triestig.

Triosphere kwam mij wel bekend voor en ze leken uit Noorwegen dus hoopte ik stiekem een beetje op black metal maar helaas, ze speelden naar heavy metal neigende power metal waarbij vooral de sterke prestatie van frontvrouw Ida Haukland in het oog sprong. Muzikaal was het totaal mijn ding niet maar het werd erg sterk gebracht en alhoewel bij power metal een frontman/vrouw met veel bewegingsvrijheid bijna een must is slaagde ze er toch in om het publiek op te zwepen terwijl ze de bas aan het bespelen was. Ook de rest van de band gaf zich volledig en zette instrumentaal een zeer sterke set neer.

Serenity werd als één van DE bands van de dag gezien. Althans dat wisten enkele vrienden van me toch te vertellen. Ikzelf kan geloven dat dit best wel een grote band is en ook verdiend want muzikaal is het heel sterk. Voor mij was het echter allemaal te, het was te symfonisch, te theatraal. Het publiek vond ze fantastisch maar ik moest toch andere oorden opzoeken.

Ter vervanging van Equilibrium ( spijtig want die wou ik toch wel nog eens zien) liet PPM-Fest The Black Tartan Clan opdraven, op het eerste zicht niet zo een vreemde keuze als je ziet dat In Extremo de dag ervoor ook kon spelen maar op muzikaal vlak was het toch een wereld van verschil. Deze band greep namelijk een geheel andere tak in de folk aan, de Celtic folk-punk. Dit was absoluut geen slechte keuze want de band deed het fantastisch. Muzikaal kwamen namen zoals The Real Mckenzies en Dropkick Murphys natuurlijk aan bod maar de band sloeg er toch in om voldoende een eigen gezicht te creëren en zorgde voor een waar feestje op het podium. De songs waren niet echt speciaal maar het was goed en dat is toch al wat telt niet?

Dat de power van PPM niet voor powerviolence stond maar gewoon voor power metal was me ondertussen al duidelijk geworden, Borealis benadrukte dit nog een keer met een jammergenoeg zeer typische set voor het genre. Ik zeg jammer omdat deze band duidelijk wel talent had en met best wel originele riffs kwam aanzetten, deze werden echter verdrongen door de cliché-elementen waardoor het al snel saai begon te worden. Het publiek kon ze echter wel smaken.

Emergency Gate is zo één van de bands waar ik vaagweg eens over gehoord had en wel ok vond. Op album spelen ze vrij clichématige maar melodieuze death metal(core) die echt niets interessants aan brengt maar wel leuk klinkt. Uit ervaring weet ik dat dit soort bandjes wel eens interessant kunnen blijken op het podium. Dit was het dus niet. De muziek klonk even gemiddeld als op het album en daar was er op zich niets mis mee. Het probleem was echter de frontman, die deed zijn uiterste best en er was ook niets mis met zijn stem maar ik heb nog nooit zo een onaanstekelijke frontman in heel mijn leven gezien. De man zag er een beetje uit als een zwaardere versie van Jacoby Shaddix en daar is er op zich niets mis mee maar om één of andere reden slaagde de man er in om bij alles wat hij deed of zei mij met mijn ogen te laten draaien. Ik was overduidelijk niet de enige want er was nauwelijks beweging te bespeuren in het publiek. Dit werd wel extreem pijnlijk duidelijk tijdens het nummer “Moshpit” waar het over, u raad het nooit, een moshpit gaat. Tijdens dit nummer bewoog er niemand, werkelijk niemand. Jammer want muzikaal viel het echt wel goed mee…

Masterplan is een heavy/power metalband met onder andere Uli Kulsch en Roland Grapow (ex-Helloween) in de gelederen. Het was me niet geheel duidelijk wie de vocals juist deed aangezien Jorn Lande graag eens vertrekt, terug komt en weer vertrekt maar tijdens de show werd het dus duidelijk. Op album vind ik Masterplan eerder een hit or miss band met een voorkeur voor misses. Ze hebben een paar sterke nummers maar de meeste drijven rond de middelmaat. Edoch hebben de heren een sterke live-reputatie en was ik dus best wel nieuwsgierig naar hoe ze het er vanaf zouden brengen. Dat was eerder teleurstellend. De band zelf deed erg z’n best maar door een scala van technische problemen en saaie songs werd het echt moeilijk om de aandacht vast te houden. Voornamelijk de technische problemen stoorden het hardst aangezien er regelmatig gigantische luid getsjirp uit de boxen kwam.

Evergrey is zo één van die bands waar ik vroeger een gigantisch grote fan van was maar nu eigenlijk mij echt niet meer kan schelen. Geheel onterecht trouwens want ze slaagden er in om een spetterende show neer te zetten. Muzikaal bevindt deze band zich eerder aan de donkere kant van de progressieve power metal. Daar was tijdens de show eigenlijk niet veel van te merken want de heren zagen er zo vrolijk uit als iets. Ondanks dit alles slaagden ze er toch niet in om echt indruk op mij te maken alhoewel dit zeker ligt aan mijn persoonlijke smaak en niet aan de prestaties van de band.

Om één of andere reden had ik niet echt zin om naar Rage te gaan, ik steek het op het feit dat ik zo ziek als een hond was maar op het laatste moment besloot ik om toch te zien. Al was het om te zien of ze hun show die ik enkele jaren geleden zag konden overtreffen. Dat deden ze. De band mag dan al sinds 1984 bestaan waardoor de heren al een zekere leeftijd hebben slagen ze er toch in om zich te gedragen alsof ze nog steeds de leeftijd van hun beginjaren hadden. De heren hadden er duidelijk zin in en dat straalde ook zo over naar het publiek die compleet uit z’n bol ging. Ook leuk om te zien was de toch wel vreemde drumopstelling. Verder hield Rage het voornamelijk bij heel wat klassiekers wat het publiek hen in dank afnam.

Dat Amorphis één van de bands was die ik absoluut wou zien is eigenlijk een understatement. Ze behoren tot de reden waarom ik naar dit festival kwam. En jawel hoor ze stelden niet teleur, omringd door een rookgordijn van jewelste bracht Amorphis hun progressieve death metal doorspekt met doom invloeden op z’n best. Ik had deze band al eens gezien en alhoewel deze show fantastisch was moet ik zeggen dat ze er dit keer niet in slaagden om dat magische gevoel over te brengen gedurende de gehele show. Naarmate het einde show begon het mij zelfs een beetje tegen te steken alhoewel dit eerder aan de vermoeidheid zal gelegen hebben.

Om één of andere reden had ik mezelf voor dit optreden wijs gemaakt dat ik My Dying Bride eigenlijk niet zo spectaculair goed vond. Na dit optreden vraag ik mij af of er een tijdsmachine bestaat om die vroegere Yentl te martelen vanwege die gedachte want deze band is briljant.
Voor wie onder een rots leeft en geen flauw idee heeft wie of wat deze band speelt, deze Britse band wordt doorgaans omschreven als een Doom/Gothic metal band maar naar mijn persoonlijke mening leunt het zelfs zeer dicht aan bij het zeer depressieve Funeral Doom metal. Ook durft deze band wel eens wat death metal in hun songs mengen.
Terug naar de show zelf want die was gewoon… wow. Het is moeilijk om te omschrijven hoe het was want je moest er gewoon bij geweest zijn om het te weten. In tegenstelling tot Amorphis hing er hier wel magie in de lucht. Alhoewel het merendeel van het publiek vertrok was het voor mij toch eens een welkome afwisseling om wat depressief naar de grond te staren in plaats van de zoveelste blije smurfen metal band.
Dit magisch gevoel werd ook voor een groot deel door de band zelf bepaald, niet dat die veel deden behalve met een doodse, depressieve blik in het publiek staren, maar dat maakte het net zo goed. Met uitzondering van de frontman natuurlijk die de meest meelijwekkende houdingen en gezichtsuitdrukkingen aan nam zonder theatraal te worden.
In tegenstelling tot sommige andere bands in het genre raakten deze dingen wel in plaats van lachwekkend te werken. Dat het publiek voor het grootste deel weg was deerde de band niet echt en alhoewel de sfeer zo zwaarmoedig als iets was konden er zelfs enkele grapjes van af. Veel te vroeg moesten ze jammergenoeg stoppen en het enige waarbij ik teleurgesteld was was het feit dat ze de volgende dag niet ook de headliner waren.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/power-prog-and-metal-festival-2014/
Organisatie: PPM Festival

PPM Fest 2014 - Driedaags Power Prog & Metal Festival in Mons – vrijdag 18 april 2014

Geschreven door

PPM Fest 2014 - Driedaags Power Prog & Metal Festival in Mons – vrijdag 18 april 2014
PPM Fest 2014

Lotto Expo
Mons
2013-04-18
Yentl Stée

Het driedaags PPM-fest 2014 ging opnieuw van start. Na een meer dan geslaagde editie vorig jaar was ondergetekende zeker van de partij. De vraag was wel of ze er in zouden slagen om de editie van vorig jaar te overtreffen die toch wel met een heel sterke affiche kon uitpakken. Bij het bekijken van de affiche was ik toch wel een beetje teleurgesteld maar niet getreurd. Ik ben al eerder verrast geweest.

dag 1 - vrijdag 18 april 2014

Vanwege wat hinder op de weg en het feit dat we een afslag gemist hadden (het stond belachelijk slecht aangeduid) kwamen we net te laat aan om Monument nog te zien. Alhoewel dat uit het laatste nummer dat ik hoorde dit niet echt een groot verlies was. Alhoewel de band onder andere Peter Ellis ( ex- White Wizzard) onder de gelederen had klonk het absoluut niet indrukwekkend.

Op naar het alfa-podium dan maar om Kells te aanschouwen. De naam zei mij iets maar ik wist niet precies van waar. Toen de heren en dame op het podium kwamen kwam het mij allemaal zeer bekend voor maar ik kon mij echt niet herinneren van waar. Toen de muziek begon wist ik plots wel weer waarom ik ze niet had onthouden. Het was niet echt de moeite. Deze Franse band speelt een mix van symfonische metal en female fronted metalcore zoals In This Moment, Butcher Babies,… waarbij een knappe frontvrouw natuurlijk een grote rol speelt. Muzikaal was het immers niet zo boeiend, het was niet slecht maar na 2 nummers had je eigenlijk het al wat gehoord, ook vond ik persoonlijk dat de zang bij de eerder symfonische stukken echt niet paste bij de grunts en screams die ze uit haar keel perste. Instrumentaal vloeide het allemaal wel in elkaar maar vocaal kwam het toch nog wat tekort.

Ook bij Furyon primeerde het meh-gevoel. Deze band combineerde eerder traditionele heavy metal met progressieve rock en slaagde erin om hier toch wel wat interessante composities uit te halen. Zowel instrumentaal als vocaal klopte het plaatje maar om één of andere reden bleef er niet echt iets hangen. Het weinig aanwezige publiek kon ze wel smaken maar echt enthousiast kon je die nu ook niet noemen.

Tijd voor de teleurstelling van de avond, Epysode. Alhoewel deze band progressieve power metal speelt wat doorgaans echt mijn ding niet is stonden de verwachtingen wel hoog gespannen. Ze zijn namelijk één van de weinige bands in het genre waarvan ik vrijwillig eens een plaatje durf te draaien en ze hebben een vrij uniek geluid waarbij tot wel 5 verschillende zangers en zangeressen gebruikt worden. Ja, u hoort het goed ook live hadden ze die bij wat enorm cool zou geweest zijn moesten de micro’s werken. Slechts 2 van de 5 micro’s bleken te werken en in plaats van af en toe eens af te wisselen ( er stonden zelden meer dan 2 zangers/zangeressen op het podium) bleef iedereen met de eigen micro zingen. Dit had als pijnlijk gevolg dat een solo van één van de zangeressen gewoon enkele minuten stilte opleverde terwijl je vooraan iemands lippen zag bewegen. Erg jammer. Voeg daar nog een melige ballad bij en je slaagt er in om mij weg te jagen.

Tijd voor Pagan’s Mind. Alhoewel ik voornamelijk vroeger een grote fan was van deze band vond ik het toch niet erg om ze nog eens te aanschouwen. Een tijdje geleden had ik ze nog op Graspop gezien en dat was best wel leuk. Ook hier kan de term best wel leuk geplakt worden alhoewel het ook niet meer dan dat was. Het liep allemaal goed, de instrumenten werden goed gehanteerd, het geluid zat goed en ook frontman Nils K. Rue zong de sterren van de hemel. Er werden wat publieksfavorieten gespeeld en dat was het. Niet iets bijzonders dus maar zeker niet slecht en een welkome afwisseling tussen al de bands die het wat minder deden.

In Extremo werd bij mij altijd in het vakje ‘bands die enkel in Duitsland populair kunnen zijn’ gestoken en dat komt niet enkel door het feit dat het in de landstaal gezongen is. Ik ga eerlijk zijn, op album vind ik dit echt een belachelijk saaie band. Voor diegene die deze band niet kennen, ze brengen vrij middelmatige folk metal in het verlengde van Subway To Sally. Op het podium komt deze band echter veel beter tot zijn recht. Ook leuk om te zien dat ze de doedelzakken die prominent aanwezig zijn op het album ook wel degelijk mee hebben op het podium en die vrij foutloos kunnen bespelen tijdens het optreden ( iets waar heel wat bands met “aparte” instrumenten toch wel in falen”). Die doedelzakken zagen er trouwens enorm vet uit maar daar kan u meer van zien bij de foto’s. Ook de frontman was een geboren podiumbeest en zette met gemak het publiek naar zijn hand. Er werd met hartenlust gedanst en meegezongen op nog steeds vrij saaie muziek maar dat boeide niet meer want het was een feestje.

Pain was ooit gekend als het industrial metal hobby projectje van Peter Tägtren maar is ondertussen uitgegroeid naar een volwaardige band met een ietwat gemengde reputatie. Op album durven ze al eens teleur stellen maar op podium scheen het een fantastische band te zijn waar wel vaker eens wat attributen worden gebruikt. Vandaag was het een eerder sobere show op vlak van podiumbekleding maar dat maakten ze meer dan goed met een schitterende performance. Ik ben niet echt een Pain-kenner dus ik kan u niet vertellen of de gehele catalogus voldoende tot z’n recht kwam maar de setlist klonk wel zeer divers. Het enige jammere was wel dat het publiek die al niet echt talrijk was ( iets wat elke dag eigenlijk een probleem was) gedurende het optreden voor het grootste deel vertrok. Dit lieten ze echter niet aan hun hart komen en ze sloegen er in om een fantastische show neer te zetten die de ietwat bittere smaak van de ronduit zwakke show van Hypocrisy op graspop kon wegspoelen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/power-prog-and-metal-festival-2014/
Organisatie:
Organisatie: PPM Festival

Dunk!festival 2014 – zondag 20 april 2014 - Postrock, postrock en nog eens postrock

Geschreven door

 

Dunk!festival 2014 – zondag 20 april 2014 - Postrock, postrock en nog eens postrock
Dunk!festival 2014
Jeugdheem De Populier
Zottegem (Velzeke)

Zo zijn we alweer aan de laatste dag toegekomen van Dunkfestival. Het besef dat het bijna alweer voorbij is doet pijn, maar de vermoeidheid komt ook al een beetje om de hoek piepen. Maar geen geklaag want daar begint de muziek alweer te spelen.

Start van de dag is voor mij Indignu, een Portugees vijftal. Het is de eerste band die een viool heeft meegenomen. De muziek van Indignu roept bij mij een kabbelende beekje op. Maar wel één dat door een prachtig landschap zich een weg snijdt. Af en toe kom je een stroomversnelling tegen, maar nooit treed ze buiten haar oevers. Naast de viool hebben ze een heel arsenaal instrumenten mee: guitaren, drums, keyboard, piano, xylofoon. Allemaal om die perfecte volle sound te creëren die ze nodig hebben en die ook nodig is. De nummers vloeien mooi in elkaar over, zonder dat de band gaat smeken om handgeklap. Indignu neemt ons mee op een prachtige tocht langs de rivier, van bron tot monding. Enig mooi.

Als bij toeval heeft ook Aesethesys een viool meegebracht. Maar waar bij Indignu de violiste zowel op het podium als in de sound wat meer op de achtergrond bleef, staat deze nu heel centraal op het podium. Ook in de nummers is te horen dat de viool meer prominenter aanwezig is. En hoewel het intrumentarium van beide bands vrij gelijk is, is de sound toch volledig anders. De band wisselt af tussen nummers met en zonder viool. Wanneer de viool er niet bij is, nemen de huilende gitaren perfect over. De afwisseling zorgt dat de band heel gevarieerd klinkt. Toch kan ik mij niet van de indruk ontdoen dat het allemaal soms iets te geknutseld gaat klinken. En voor mij is de beleving iets minder.

Tijd om het rustigere werk wat achter ons te laten. Want Kerretta uit Nieuw-Zeeland doet hier niet aan mee. Ze schotelen ons een blend voor van post-rock en post-metal. Beide vakgebieden hebben de 3 heren onder de knie. Het switchen tussen de beide genres verloopt bijzonder gesmeerd en voor slecht met 3 te zijn klinken ze zeer vol, vooral bij de hardere stukken. Wanneer het tempo wat terug loopt mis ik echter wat diepgang. Na een tijdje beginnen de nummers ook allemaal wat op elkaar te lijken en heb je hun trucje dat ze steeds opnieuw gebruiken door. Nog wat nieuwe nummers maken en iets meer verrassing erin en ze zijn klaar voor het grotere werk.

Vanaf nu loopt het tempo alleen maar op en krijgen we de ene topper na de andere voorgeschoteld. We beginnen met het Franse Year Of No Light. Ze brengen voor ons de wonderbaarlijke mix van shoegaze met post-metal, alhoewel de nadruk vooral op het laatste ligt. De combinatie kan misschien wat raar klinken, maar als Year Of No Light het brengt, dan klinkt het fenomenaal. De muziek is krachtig en gebald. Geen vrolijkheid in dit jaar zonder licht, zoals de naam al doet vermoeden. Een zware, loden bas en drum  waarop de nummers traag worden opgebouwd. Mokerslagen alom, maar niet één maal snel een klap uitdelen, maar minuten lang je murw laten slaan zodat je lange tijd KO ligt. Een ware aanslag op het gestel. De 2 drums bereiden je voor op de hel die onherroepelijk uitbreekt. Een religieuze, spirituele, tribale ervaring. Een belevenis die naar de keel grijpt en die de rest van de nacht bij blijft (als het al niet langer is). Op deze manier zou ik maar wat graag een jaar zonder licht doorbrengen. Na het optreden blijven er maar twee woorden door mijn hoofd spoken: godverdomme goed!!!

Eén man alleen, die zal misschien de hemel doen opklaren. Dan ben je aan het verkeerde adres. Want bij Thisquietarmy wordt de donkerte gewoon doorgetrokken. Stevige post-metal/drone, daar gaat het om. De Canadees Eric Quach laat zich niet rap vangen voor één gat. Hij heeft op zijn alleen heel de wereld rond gereisd om zijn muziek hoorbaar te maken. En dat hij geapprecieerd wordt is duidelijk als je kijkt met wie hij allemaal heeft samengewerkt, waaronder Aidan Baker, Syndrome, Labyrinto,… Waarom al deze mensen voor hem vallen wordt snel duidelijk. Thisquietarmy is een belevenis. Met zijn gitaar en een batterij aan samples bouwt hij perfect zijn gehele, bezwerende sound op. Hij laat je niet ongemoeid en doet je verlangen naar meer.

EF is geen klein bier meer in Europa en al zeker niet meer in hun geboorteland Zweden. De band lijkt wel non stop aan het toeren en hebben ondertussen ook al enkele albums achter hun naam gezet. Het is voor de derde maal dat ze op Dunkfestival mogen slepen, en dat kan geen toeval zijn. Met hun nieuwe cd onder de arm lijken de verwachtingen hoog gespannen. EF is post-rock, maar dan met heel wat meer zang dan we gewoon zijn van bands in dit genre. EF klinkt zoals het moet: de muziek gaat op en naar, snel en traag. Breaks waarbij de muziek soms volledig stil valt, om er dan weer hard tegenaan te gaan. EF is een kwalitatief heel hoogstaande band, met stuk voor stuk rasmuzikanten. Ze brengen een hoge dosis emotionaliteit in hun muziek. Ikzelf mis iets in hun muziek, maar ik kan er mijn vinger niet op leggen wat het juist is. Voor mij klinkt het misschien allemaal te clean. Maar ik denk dat de overgrote meerderheid aan de mainstage mij zal tegenspreken. Des goûts et des couleurs, on ne discute pas.

Voorlaatste band al, maar zeker niet de minste: Nadja. Nadja komt uit Canada en bestaat uit 2 personen: Leah Buckareff op bas en Aidan Baker op al de rest (=gitaar en laptop). Aidan Baker doet veel, heel veel. Naast deze band is hij ook vaak alleen op stap of met andere muzikanten. Een ware multi-instrumentalist die open staat voor veel. Nadja is niet zo eenvoudig te benoemen. Iedere show die ze spelen kan anders zijn. Nadja zwerft altijd tussen doom, ambient, drone en post-metal. Vanavond spelen ze 1 lang nummer dat heel traag wordt opgebouwd en waar laag voor laag nieuwe geluiden aan worden toegevoegd. Muziek om in stilte van te genieten. Een meanderende sound. Muziek waar je tijd voor moet nemen om zich te ontwikkelen en je te laten verrassen. Geen hapklare brokken voor de snelle luisteraar, maar muziek die tijd nodig heeft. De locatie voor dit optreden (in de open lucht) blijkt ook niet de ideale omgeving om deze muziek te beleven en na 3 dagen muziek is bij enkele toeschouwers de luisterbereidheid niet meer volledig aanwezig. Het in stilte luisteren is een probleem. Jammer, maar het is niet anders.

We zijn al toegekomen aan de laatste etappe van deze Dunk. In de zoektocht naar een waardige afsluiter voor het festival zijn ze bij Dunk gelukkig gearriveerd bij de heren van God Is An Astronaut. Het is al hun vierde passage op het festival en de reden waarom wordt al heel snel duidelijk: Langharig Iers tuig dat perfect weet hoe je post-rock brengt, speelt, verpakt. Ze staan voor alles wat post-rock in mijn ogen zo goed maakt. Ze bundelen alles in hun songs: cleane zang, vervormd stemgeluid, eens weer hard, dan weer traag, af en toe electro. Maar wat vooral primeert is hele goede rock die de tent volledig in vervoering brengt en die zorgt voor het hoogtepunt, de gigantische kers op de verschrikkelijk lekkere taart.
De nodige showelementen voegen ze met plezier toe aan de show en zonder omkijken springen ze naar voor, richten ze hun gitaren ten hemel, bedanken ze hun publiek.
Een rollercoaster aan emoties en sounds die vragen om gehoord te worden. En daarvoor lenen wij zeer graag onze oren. God Is An Astronaut is de perfecte post-rockband die al een hele tijd aan de absolute top staat en die nog lang niet van plan zijn daar weg te gaan. De eersten zullen de laatste zijn, maar de laatste was misschien wel de beste.

Zo zit het driedaags feest er alweer op. Rest mij alleen nog maar iedereen die meehelpt om Dunk te maken tot wat het is. Het publiek, dat enkel en alleen voor de muziek komt. De vrijwilligers die zonder problemen 3 dagen lang de benen van onder hun lijf lopen. De organisatie die er jaar in, jaar uit in slaagt om een uitdagend en aantrekkelijk programma samen te stellen en ervoor zorgen dat dit het meest gemoedelijke, meest vriendelijke, meest muziekgeoriënteerde festival is in de wijde omgeving.
Dunkfestival is niet alleen het beste post-rock festival van Europa, het is één van de beste festival van Europa tout court. Hopelijk doen ze er nog minstens 10 jaar bij. Ik zal er zeker zijn.


Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/dunkfestival-2014/
Organisatie: Dunk!festival, Zottegem
 

 

 

Pagina 83 van 147