logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Hooverphonic
Festivalreviews

Rock Werchter 2013 – dag 2 - vrijdag 5 juli 2013

Geschreven door

Rock Werchter 2013 – dag 2 - vrijdag 5 juli 2013
Rock Werchter 2013
Festivalterrein
Werchter

Dag twee – Eerbetoon aan artiesten …
Blur kwam na tien jaar terug opduiken om de Britpop op te stoffen en hoe ze is uitgegroeid . Kings Of Leon rockten volgens het boekje . James Brown herleefde op Charles Bradley die op z’n 65 ste één van de ontdekkingen binnen de soul is, en Gary Clark Jr brengt hulde aan  Jimi Hendrickx. Erotiek werd luguber ervaren bij Kesha , maar werd dan even later opgevangen door de hete seks en de lapdance van Major Lazer , die hier een wild stomend feestje boden. Kijk voor elk wat wils dus …

Charles Bradley & Extraordinairies (Klub C) … Moet kunnen , 65 zijn, en nu pas je doorbraak kennen voor het grote publiek. De man heeft een uniek levensverhaal dat je zeker eens moet nagaan . Op pensioengerechtigde leeftijd beleeft hij de ‘time of his life’. De zon brak meteen door op z’n warme soulpop met funky tunes. ‘Afternoon delight’ op vrijdag middag. Z’n doorleefde, hese, rauwe indringende vocals sieren gospel en klieven je simpelweg middendoor; de songs waren soms breed gearrangeerd, en Bradley heeft dit te danken aan een goed op elkaar ingespeeld combo van o.m. blazerssectie en toetsen. En kijk James Brown is ‘back to life’ door z’n sensuele danspasjes, - standjes , de sex machine en de gewaagde tot de verbeelding sprekende moves met z’n microfoonstandaard. Entertainment dus! En de songs ? Ook heb je niet meteen een soulhart, nummers als “Loving you” en “Strictly reserved” raakten en wisten je in te palmen. Bradley was ‘één’ met z’n publiek .Gepassioneerd en overtuigend ging het combo te werk en terecht werden ze sterk onthaald.

Gary Clark Jr (The Barn) - De redactie had me alvast meegegeven dit concert niet te missen. Gary Clark Jr overrompelde ons met een staaltje retro rock/blues in de beste traditie van The Jimi Hendrickx Experience . Hier was Jimi onder ons . Hier spraken de instrumenten en de tekst haalden we op den duur zelf voor de geest. Een stevige sound met krachtige riffs , die soms konden gieren. De gitaarpartijen van Clark Jr werden in de verf gezet . De souluitstapjes op plaat werden tot een minimum beperkt . Wij op luchtgitaar genoten van de spannende, doorleefde retromuziek van een gitaarvirtuoos en een goed op elkaar afgestemde band, die eigentijds klonk, met respect voor de traditie.

Rock Werchter creëert voldoende ruimte voor opkomende talenten . Eéntje die we best in het oog houden binnen de hiphop  is de Amerikaanse rapster  Angel Haze (Klub C), die na twee afgelaste concerten in de AB uiteindelijk toch op het festival te zien was . Een onnavolgbaar salvo van raps vuurde ze in rhymes en flows, geruggensteund door keys en live drums. Verbeten, scherp en overtuigend klonk ze . “Werking girls” , “Gossip folk” ervaarden we wat hyperkinetisch , maar dit ving ze goed op door af en toe wat vaart terug te nemen in haar raps; ze zong dan eerder op soulfulle wijze richting Missy E en Lauryn Hill. En is er ergens die link met ons eigen Coely? “Hell could freeze” was één van haar doorbraak nummers (met Rudimental btw!) , “Crown” verwees naar de Beasties periode van ‘Check your head’ en op het afsluitende “New York” dweepten groovy ritmes . Angel Haze op kruissnelheid dus …

Het jonge , dynamische Two door cinema club (Main Stage) speelde een rits huppelende; sprankelende spring-in-‘t-veld nummers, die erin gingen als zoetenkoek . Onschuldige, licht verteerbare gitaarpop met twinkelende ritmes die aangenaam ontvangen werden door het publiek . Een zorgeloos bestaan in hun muzikale wereld kreeg je meteen met “Sleep alone”, “Undercover martyn”, “Do you want it all” en “This is the life”. De songs van de nieuwe plaat zijn iets gelaagder en zijn deels een dipje binnen hun frisse aanpak , maar met “Something good can work” , “Handshake” en het afsluitende “Eat that up” werd het tempo op vriendelijke wijze opgetrokken  . Fijn concertje dat bubbelt van levenslust en optimisme .

Even de wenkbrauwen fronsen en liefst niet met een wijdopen mond staan gapen als de Amerikaanse Kesha (Klub C) op het podium verschijnt . Haar girl power in de voetsporen van Britney, Lady Gaga kunnen we nog ok beschouwen , want het jonge publiekje houdt er van . De tent zat afgeladen vol , maar verfijnd entertainment was een andere zaak . Haar erotiserende act en uitdrukkingen tartten soms elke verbeelding . Liefde , erotiek en seks krijgen choquerende wendingen die werkte op de lachspieren of de ogen sloot . De pussy likes, de eyeballs , de immense opblaasbenen – en varkens , de Belgische kleurkip, de roller skating uitdagende vrouwen van lichte  zeden , travestie, … Je kreeg het allemaal … met een korreltje zout te nemen … Niet van goede smaak, maar misschien moet het niet meer dan dit soort freakshow en wat fun zijn . En er was muziek die wel eens rockte , danste, en dan kwam je uit op songs als “Warrior” , “Dirty love” en haar doorbraak nummer “Tik tok”.

Ook een uitpuilende tent voor de Amerikaanse The Lumineers (The Barn), al een tijdje bezig, maar door de boost van Mumford & Sons en Of Monsters and Men nu pas toe aan de verdiende erkenning.  Een afwisselende leuke set hoorden we van uitbundige, sprankelende, meeslepende folkpop door een volle, rijkelijke instrumentatie en lichtvoetige, dromerige, lekker in het gehoor liggende pop . Ze zijn dan ook met vijf en naast akoestische , elektrische gitaren, banjo’s , mandoline, vullen cello , bas, drums en tierlantijntjes aan .
Een campfire gevoel hebben we, op handen gedragen met de nodige singalongs in de zin van “Ho hey” , Oohooh”, “Aah aah” , “Eeh eeh” , en door het getokkel, de stampende ritmes , de foot- en drumtics, de handclaps en de meerstemmige zangpartijen altijd wel iets aanstekelijks , luchtig, fris en opbeurends. De muziek van deze neofolkies zit duidelijk in de lift en de tent barn ging dan makkelijk uit zijn dak ; naast de obligate meezinger “Ho hey” hadden zij nog een handvol sterke huppelende en ontroerende songs . Net als Arcade Fire in hun begindagen , waren ook The Lumineers met een paar middenin het publiek te bespeuren.
Teerrechte titel voor de set was het afsluitende “Big parade”. Eenvoud en klasse … The Lumineers hebben alle kansen aangegrepen om groots te kunnen worden . Rock Werchter was duidelijk hun bondgenoot .

We waren al goed onder stoom van Kesha en goed op dreef gekomen op  The Lumineers, maar Major Lazer (Klub C) ging met de hoofdvogel naar huis op Rock Werchter 2013. Een uitzinnig feest in een barstensvolle tent en ver daarbuiten , want Major Lazer is ‘hot today’. Vorig jaar nog klein in de Bota , dan maar groter op Pukkelpop en in de AB, maar letterlijk op handen gedragen op RW . Geen echte songs waren te horen , maar de eigen aanstekelijke nummers werden afgewisseld van samples reggae, rock en dancehall . Alles werd door de hitmachine van Major Lazer gehaald .
En dan spraken we nog niet van de crew: twee wulpse deernes , die naast danspassen hipshakes als professionele bezigheid hebben , een applausmeester , een DJ en Diplo, spil van de band die het publiek opjutte . Een wild stomend feestje , een ‘harlem shake’ door de mashup van hun materiaal, waarbij natuurlijk flarden “Bubble but” , “Get free” en “Watch out for this , bumaye”  uitgroeiden tot hymnes van het weekend .
Maar de belangrijke boost van Major Lazer was de Hot Stuff en het Entertainment ; t-shirts uittrekken en omhoog gooien , handjeszwaaien, opblaasballen op z’n Flaming Lips, champagnedouches, lapdance, en ga zo maar verder . Iemand werd op de schouders genomen en tot buiten de tent gecrowdsurft .
Is Major Lazer het nieuwe alternatief voor jouw seksueel beleven?! Opwindend heet was het wel … Het was van Beasties geleden dat de tent nog zo daverde . Enkele plankenvloeren sneuvelden … De tent ontplofte! Waar was da feestje ook al weer?

Een handvol gegadigden in de Barn kenden Richard Hawley nog van bij Pulp . Intussen heeft hij als sing/songwriter al een handvol soloplaten uit die voor een warme gloed zorgen: Live werd er soms een stevige geluidsmuur opgetrokken . Boeiend materiaal die tussen intieme pracht en broeierige rock’n’roll balanceert . Van een reeks luistersongs “Don’t stare at the sun” , bracht hij ons naar een romantische “Tonight the street are ours”, het psychedelisch rockende “Leave your body behind” behield een optimale stemming, die tot slot uitmondde in enkele forse uithalen op “There’s a storm a comin’” . Het siert wat de man allemaal met z’n band weet uit te voeren . Fijne set!

Een Franse indierockbandje die onze aandacht weet te  trekken is Phoenix (Main Stage) van Thomas Mars . De band had met de vorige cd een handvol hits , “Lasso” , “Lisztomania”, “Run run run” en “Girlfriend” die hier vanavond niet ontbraken en zorgden voor de meeste respons . “If I ever feel better”, “1901”, “Rome”  en nog drie andere nummers van die cd ‘Wolfgang Amadeus Phoenix’ trokken op het eind de set op . Hun uiterst genietbare, gevoelige, gepolijste pop klinkt net iets te weinig strak, vettig en verbeten om iedereen in beroering te brengen , en het nieuwe materiaal van ‘Bankrupt’ moet verder nog wat inwerken. De eerste single “Trying to be cool” werd alvast al goed onthaald. Een publieksjump gaf nog wat animo, maar hun suikerzoete pop kleefde net onvoldoende op een Main Stage . 

We kunnen aankloppen bij John Legend voor een uurtje relaxt zoerse, passionele soulpop. Relaxte zomerse pop , die uitnodigt tot een danspas en gedragen wordt dfoor de romatische stem van legend zelf . eOok is hij niet vies een superbekend nummer als light my fitre van doors en solo bridge over tru-obled water een andere of sobere wending te geven . Hij nodigde ook iemand van het publeik tot een pasje, ging op de knieeen overhandigde haar een roos  en ontpopte zich als een romanticus pir san,g . een pak lovesongs , waarbij het Niet verwodnerlijk dat de man goed in de makkt bij het (jonge) vrowviolk .

De familie Followil, Kings Of Leon (Main Stage), kunnen goede rocksongs spelen , maar zijn nu niet de animators van dienst bij een optreden . Ze zijn aangevuld met een extra lid en geven hun materiaal een vitale punch , wat ons brengt tot een gedegen rockshow . Er werd rijkelijk gegrossierd uit hun catalogue en een nieuwe plaat is onderweg . De onderlinge verschillen en spanningen voelden minder aan dan twee jaar terug . Stevig werd van start gegaan met o.m. “Crawl” en “Four kicks”. Het opbouwende “Be somebody” klonk snedig, zat ergens middenin, en met “Bucket” hadden we nog één van die oude sterkhouders . Stadionrockers “Use somebody” en “Sex on fire” ontbraken niet en deden hier even de wei ontploffen .

Blur (Main Stage) was in de early 90s met Oasis en Suede één van die bepalende bands in de Britpop scene . Een creatieve band btw, die op originele wijze de paden van de pop verkende en het moeiteloos mengde met rock, dance , psychedelica,  gospel en orkestratie. Of zelfs niet vies was een punkstoot toe te dienen .
Albarn is een muzikale duizendpoot en was aanwezig bij talrijke producties waaronder Gorillaz ons nog het meest bijblijft. De jeugdige indierockers konden hier even hun roots checken of lieten zich verleiden tot de dance van Boys Noize .
Ze zagen er wat afgeleefd de 4 heren , maar spelen en rocken kunnen ze als geen ander . Ze hadden hier acht uur op gewacht en vlogen er meteen in met het groovy “Girls & boys” dat sterk werd onthaald . Het punky “Popscene” volgde en blazers vulden aan . Met “There’s no other way” en een rauw melodieus “Beetle bum” hadden we al snel een goed viertal , die voor de nodige sfeer en ambiance zorgden . “Coffee & tv” , iets verderop, zette opnieuw een aangename reeks gekende stekelige nummers in , het sfeervolle “Tender is the night” kreeg een rockjasje aangemeten en de overtuigende  finalereeks “Country house”, “Parklife”, “End of a century” en “This is a low” boden een Blurs ‘Best of’ .
Even leek het erop dat Blur definitief in de coulissen bleef , maar bouwden opnieuw op met “For tomorrow” , het vorig jaar gecomponeerde “Under the Westway”  en het ontroerende “The universal”, die een samenhorigheidsgevoel creëerden . Tot slot werd op meesterlijke wijze afscheid genomen op de ‘woohoo’ van “Song 2”, een springer van formaat , waarbij iedereen zich nog eens kon uitleven. Na tien jaar stilte is ‘Blur Britpop still alive’ …

Organisatie: Live Nation - Rock Werchter

Rock Werchter 2013 – dag 1 - donderdag 4 juli 2013

Geschreven door

Rock Werchter 2013 – dag 1 - donderdag 4 juli 2013
Rock Werchter 2013
Festivalterrein
Werchter

2013 - Editie 39 van Rock Werchter was er terug eentje om van (na) te genieten …
Drie stages … Keuzes moeten worden gemaakt …Festival meer dan ooit …meer groepen, meer mensen, meer terrein, meer mooie momenten …
Rock Werchter 2013 was volledig uitverkocht. Het telde 340.000 bezoekers, een evenaring van het record van vorig jaar. Er waren dagelijks 67.000 mensen van een combiticket en 18.000 losse bezoekers. Dat maakt 139.000 unieke bezoekers over vier dagen.
De styling van het festival ging verder en er was kunst op de wei – de opvallende creaturen tekenden mee de entourage en is dus een blijvertje geworden …
De drank- en een zeer divers aanbod van eetstandjes waren mooi afgebakend. De Shelter, het rustpunt voorbij de tenten en de veilige tournipit (vooraan de Mainstage) deden hun werk … Ook een blijvertje door de jaren …
Rock Werchter is een festival van alle leeftijden, jong en oud houden er hun eigen bands en stijl op na. Duidelijk was met al de bands en acts dat ‘rock’ en ‘dance’ ‘hip’ zijn én blijven …

Om de vier vurige dagen Werchter mee te kunnen maken en het muzikaal vol te houden was een goede conditie opportuun …
Een gevarieerde affiche, een tevreden publiek, een tevreden organisatie ...
Rock Werchter kleurt internationaal , blijft Vlaanderens grootste en is het best georganiseerde festival ter wereld …

Tot op 40ste editie van Rock Werchter in 2014. Cheers!

Summer starts here...
Een overzicht van ons parcours – dag aan dag analyse …

Rock Werchter 2013 – dag 1 - donderdag 4 juli 2013
Parcours dag 1 had al meteen een paar rammelende ontdekkingen , nl. Fidlar en Palma Violets. Biffy Clyro wist hier het grote publiek te bereiken; we zagen een magistrale set van The National , één van de bands van het moment en Bloc Party, waarvan de stekker stiekem nog wat mag ingedrukt blijven; tot slot Netsky die het samenhorigheidsgevoel dansbaar aanwakkerde. En het was vandaag ideaal festivalweer 

Veel tijd om de vervangende Pyramid tent te showen kregen we niet , want één van de opkomende talenten Fidlar (Klub C) hadden hun stekkers stevig ingeplugd . Blik op oneindig en verstand op nul serveerde het Amerikaanse kwartet in een klein half uur een pak short minute rammelrockende nummers op de leest van de Ramones . Vier jonge  gasten met punky bruisend, energiek, compromisloos materiaal. Een heerkijke rockshot dus!
Fidlar staat voor ‘Fuck it, dog, life’s a risk’ s, en dat gevoel kreeg je tussen de oren gespietst met woeste “Cheap beer”, “Stoked & broke”, “Wait fo the man” en “Wake bake skate“, waarbij de zanger het publiek indook . Een punkfeestje bij de start van het festival …

Fidlar bracht ons in de juiste rock’n’roll mood; andere , Britse jonge wolven Palma Violets (The Barn), wringen zich tussen de schouders van The Libertines , Arctic Monkeys en The Vaccines. Een heerlijk potje rauw, ongepolijst melodieus garage rock’n’roll, voldoende afgewisseld met een heerlijk zalvende toets en broeierig, dromerige , sfeervol materiaal. Gitarist Sam Fryer en bassist Chilli Jenson vullen elkaar aan of wisselen elkaar af in de zanglijnen. Fel van leer trokken ze met “Rattle snake highway” , stappen , lopen over naar de  melodieuze rauwheid van “Best friends” en “Last of summer wine”, blazen uit met het sfeervolle “14” en eindigen stevig met “Three stars” .

… In de vroege namiddag werden we dus gauw wakker geschud en kregen we met deze twee opkomende talenten letterlijk een Rockend Werchter …

Airbourne (Main Stage) deed het stof van AC DC opwaaien . Niks beter dan AC DC , bijgevolg zijn zij maar een klein deelverzamelingetje uit datzelfde Australië ; dezelfde ritmes en hooks, gitaarriffs , drumslagen ,  maar met minder kracht en jus. Aan show en huppelgedrag ontbrak het niet maar muzikaal klonk het veilig , inwisselbaar en weinig origineel .

The Black Angels (The Barn) brengen al een handvol langspeelplaten psychedelische retrorock’n’roll, die een bezwerende, hallucinante droomwereld en een hypnotiserende, bedwelmende trip oproepen, met pedaaleffects, distortion, fuzz, elektrodrones en een zweverige dromerige galmende zang. Een band die al  jaren meer van hetzelfde speelt , waarvan je moet houden. In die leefwereld waar het heerlijk vertoeven kan zijn , kan een geestesverruimende injectie toegediend worden, maar is er weinig plaats tot interactie .  Paddenstoelenmuziek en een ideale geleider op de set van BRMC .

Al een kleine vijftien jaar zijn ze bezig , de heren van Black Rebel Motorcycle Club (Main Stage) , zanger/gitarist Peter Hayes en bassist Robert Levon Been . Na een welverdiende rustpauze , o.m. met het onverwachts overlijden van Beens pa twee jaar terug , maken ze hun return met ‘Specter at the feast’ . Ondanks de zwarte leren jekkers dito zonnebrillen zijn ze intussen niet ‘rebels’ meer ; ze worden aangevuld met de drumster van The Raveonettes.  Een gezonde dosis gitaarrock’n roll , bluesy slides, die explosief kan klinken, blijft het handelsmerk. Een afwisselende set hoorden we , waarbij de Main Stage niet iets te hoog was gegrepen om volledig geraakt te worden van hun broeierig , slepend soms scheurend materiaal . “Berlin” , “Six barrel shotgun” , “Whatever happened to my rock’n’roll” en “Spread your love” bouwden op, waren stomende knallers en zorgden voor die onderhuidse spanning , maar samen met de andere , meer broeierige en sfeervolle nummers, gingen ze beter tot hun recht komen in de twee tenten, gezien de respons minder warm was dan de gemiddelde  julitemperatuur …

Na de ronkende, donkere romantiek van BRMC , kwamen de zonnestralen piepen op de  speelse, toegankelijke pop van het amicale NY-se gezelschap Vampire Weekend (Main Stage) , die een zomerse ‘positive’ vibe ademt; afro , exotische tunes zijn geïntegreerd in hun westerse pop . De nieuwe plaat ‘Modern vampires of the city’ klinkt breder en live moeten nummers daaruit ietwat hun plekje vinden . Op de Main Stage nodigen ze minder uit tot een heupwieg of danspas en zijn ze iets minder aanstekelijk. Opgelet , “Diane young” en de single “Step” hebben nog altijd die punch, maar het waren oudjes “Cousins”, “White sky”, “Cckk”, “Holiday”, “A punk” , “Giving the gun” en het stevige “Walcott”, die hier de sfeermakers waren en een stralende zomerzon boden.

Het Schotse Biffy Clyro (The Barn) staan in de UK steeds torenhoog op de affiche . Hier  kreeg Biffy Clyro van de broers Johnston en Simon Neil, aangevuld met twee andere leden, sinds kort de verdiende respons met de nieuwe cd ‘Opposites’ en de single “Black chandelier”, opbouwende , slepende, gedreven en snedige mainstreampop, met een gedoseerde balans bombast en progrock. Puike gitaarriffs , krachtige drums en een heldere zang tekenen voor boeiende power’stadion’rock. De spil van de band ging in ontbloot bovenlijf , rijkelijk van tattoes , stevig tekeer en betrok hun fans bij de songs. “The Captain” en “Many of horror” werden half meegezongen. Een fel gebalde “Bubbles” en een opbouwend “Black chandelier” besloten de set  . Biffy Clyro bracht een ‘wall of sound’, die majestueus, verschroeiend kon klinken . Groots in wording …  

Het verhaal van The National (Main Stage) is zowat gelijklopend met Elbow: Gestadig hebben ze gewerkt aan hun muzikale carrière , die door hun bezield materiaal en hun gedreven livegigs uitgegroeid zijn tot een grootse band . De zoveelste plaat in de rij , ‘Trouble will find me’, is opnieuw overtuigend . Tja , op die manier gaan Matt Berninger en C° met hun donker dreigende , spannende muziek grootmeester Cave achterna .
Meer dan uur houden zij hun publiek in de ban, boeien door de bezwerende opbouw en de aanzwellende , krachtige ritmes, aangevuld met twee blazers , die duidelijk een meerwaarde vormen en voor koude rillingen zorgen . Hier hebben we een gretig spelende band  en een gebrild filosoof/zanger die volledig opgaat in muziek en tekst. Hij laat zich drijven door de fans . Al meteen shooten ze enkele prijsbeesten, “Squalor Victoria”, “Don’t swallow the cap”, “Bloodbuzz Ohio” en “Ghost”. We bleven in hun nationaal web geweven door “Demons” , “Afraid of everyone” en “Abel” . Berninger deed z’n microstatief en – kabels afzien en hij was dan ook dicht bij de fans . De security had hun handen vol om Berninger te ondersteunen. “Graceless” en “England” waren iets verderop weer opnieuw twee knallers. Tijdens “Mr November” was hij het publiek ingedoken , die hem bijna letterlijk opslorpte en intussen speelde de band zich de longen uit het lijf. Schitterend! Dit is een festivalband ‘pur sang’ , die sinds mensenheugenis geen slecht optreden meer heeft gespeeld. Groots dus!

Bloc Party mag dan binnenkort op non-actief komen , we zullen van de Britse postpunkrockers een ongelofelijke sterke set onthouden . De band rond Kele Okereke blijft populair; de vaste drummer Matt Tong werd intussen al vervangen door een goed meppende dame Sarah Jones ( van de New Young Pony Club en Hot chip ) , die niet moest onderdoen. Gerust mochten ze op de Main Stage staan , gezien The Barn tot in de nok gevuld was. Toegegeven , op de laatste twee cd’s is Bloc Party ergens blijven hangen en klinkt het materiaal maar zusenzo , maar een ‘Best of’ van hun tienjarige carrière was net als op Pukkelpop meer dan moeite . Songs , die live overeind staan en het publiek triggeren.
We kregen vanavond “Octopus” , ”Hunting for witches” , “Positive tension” die de set openden . Dat een pauze ingelast wordt , is niet vreemd want het nieuwere materiaal beklijft minder . “Banquet” , “One more chance” , “This modern love” ,“Flux “ en “Helicopter” gooiden het op een akkoordje, strakke , levendige songs die de band op dreef houden en een glimlachende Okereke tekenen, die het contact met zijn publiek goed onderhoudt . Hier ging het dak van de tent er bijna af . Een set, die een tijdje in het geheugen zal gegrift staan.

Net als drie jaar terug op Werchter konden we weer twee en half uur weg met de ‘Typical American Show’ van de punkrockers Green Day (Main Stage). Iets minder spektakel dan toen , maar opnieuw een niet bij te houden lijst van songs (hebben ook niet voor niks drie cd’s uitgebracht op een paar maand tijd!) , maar het waren vooral de oudjes die ‘em deden, “Know your enemy”, “Holiday”, “Boulevard of broken dreams” , “Welcome to paradise” , “When I come around”, “Longview” en “Basket case” .
Billy Joe Armstrong staat ook bekend om z’n publiek te entertainen , springt van de ene naar de andere kant , en ook vanavond was dit van ’t zelfde … show ,  meezingmomenten , handjeszwaaien , moshpits, medleys en ga zo maar door . Er wordt dan iemand uit het publiek gehaald, mag dan een nummer trachten mee te zingen en na te spelen .Tja , dat speeltje was er drie jaar terug ook .
Als ze goed op dreef waren , was het dan ook geweldig en krachtig ; doe het hen maar na om continu bij de leest te zijn. De hits gingen er in als zoetenkoek.
Bij een set van een anderhalf uur kan gefocust worden op de (strakke) punkrock van Green Days maar een twee en half uur durende set , zorgt voor overacting en is het show-entertainment gehalte te pas en te onpas storend op wat punkrock nog kan zijn. Desondanks noteren we nog een boeiend slot met “American idiot” , “Jesus of suburbia” en een uitgesponnen “Minorty”, waarbij alles nog eens kan van gekte.

We voelden het al een beetje aankomen na hun set in de AB, een paar maand terug . The Bloody Beetroots (Klub C) kunnen er nog een muzikale gekte van maken door hun harde, furieuze, hitsige , verwoestende beats , maar de ontladingen die hen groots hebben gemaakt knallen nu minder door de orkestratie en pianoloops . Inderdaad , de danspunk, het beukend geweld van deze gemask(e)erde heren , klinkt soms zalvender. Een koerswijziging waarin wat meer kalmte kan heersen …

Netsky live kan niet ontbreken op de dansfeestjes op Werchter .Vorig jaar was hij er al , Pukkelpop besloot hij op één van de avonden , en ook hier mag hij nu de Main Stage afsluiten. Er is geen sprake meer om beroep te doen op DJ’s als Chemical Brothers of Underworld.
Iedereen valt voor de huidige drum’n’bass en dance met poppy invloeden van de bescheiden Boris Daenen. Stond hij vroeger wat op het achterplan met z’n decs , dan treedt hij nu op het voorplan en krijgt hij meer ruimte om zijn ding te doen, met zelfs enkele vocale prestaties op vocoder , zoals op “Anticipate” . MC (Script) rapte de nummers aan elkaar, hitste het publiek op, Michael Shack zorgt voor de nodige adrenaline op de drums , en twee gastzangeressen (Diane Charlemagne en Scarlet(?)) vulden aan en zorgden voor grootse uitvoeringen van “Moving with you”, “Love has gone”,  “Give & take” en “Come alive”.
Een heerlijk leuk , dansbaar en stomend concertje , met special effects , papiersnippers en ga zo maar door . Iedereen shakete er op los! Net als op Pukkelpop haalde hij er z’n ouders bij. Een mooi hartverwarmend gebaar. Respect. Schitterend concert! 

Organisatie: Live Nation - Rock Werchter

Beachland 2013 – zondag 7 juli 2013 - Blankenberge tovert zich om in Ibiza

Geschreven door

Beachland 2013 – zondag 7 juli 2013 - Blankenberge tovert zich om in Ibiza
Beachland 2013
Strand
Blankenberge


Zondagmiddag 15u; het ideale uur om er opnieuw in te vliegen. Eerst lekker uitslapen en nog een beetje bakken in de zon. Het kwik stond weer bovenaan de thermometer, dus het beloofde weer zwoel te worden. De festivalgangers kwamen mondjesmaat toegestroomd, maar we hoefden niet lang te wachten tot de dance vibes het publiek aanwakkerden.

De eerste dj die we vandaag aan het werk zagen was Meliciouz op de Girls Like Dj’s Stage. Dit podium geeft nieuwe talenten de kans om zich te laten horen. Deze blonde meid viel niet alleen op door haar witte koptelefoon, maar ook de pompende beats die ze door de boxen gierde deden onze monden openvallen. Deze meid zal nog van zich laten horen, iedereen is gewaarschuwd!

Dit was niet de enige blondine die ons lokte naar een podium. Bij Nils Van Zandt op de Main Stage luisterden vijf meisjes in bikini het podium op. Nils Van Zandt heeft al mogen samenwerken met grote namen als Pit Bull, Coolio, Will I Am en Snoop Dogg, dus deze man heeft kennis van zaken. Hoewel de meisjes in bikini slechts bescheiden bleven in hun dansen, kreeg Nils het publiek wél mee. Hij sloot af in stijl, en meteen was daar al het volgende duo. Dux & Mr Dum hadden zin in een feestje en meteen gooiden zij alle registers open. Op de tonen van “Watch out for this” van Major Lazer kwamen twee exotische danseressen het podium op, met veel présence, goesting en feeling met de muziek. Dux & Mr Dum lieten geen steken vallen en werkten een foutloze set af. Middenin de set kwamen maar liefst vijf exotische danseressen het podium op én er gingen drie reuzestrandballen het publiek in. It’s entertainment time!

Op de Main Stage was het kwik ondertussen gestegen tot boven 40 graden, maar je kon afkoeling zoeken bij de naburige podia. Housemuziek hoorde je nu op de Level Classix vs Insomnia Stage, en de Skankerz Stage van drum ’n bass had plaatsgemaakt voor het Diepgaan-podium, waar het genre deephouse in de verf werd gezet. Deze podia waren echt gericht op de diehardfans van de muziekstijl, met als gevolg dat massahysterie uitbleef. Veel meer aandacht hebben we aan deze podia dan ook niet gegeven. Klepper Mark with a K stond namelijk al klaar op de Homebase Stage (de Kick da Bass Stage van zaterdag) en die mochten we niet missen.
Als je hardstyle zegt, zeg je in één adem ook Mark with a K. Op dit moment is hij één van de grootste producers die op elk hard dance evenement geprogrammeerd staat. Dat hij populair was, was meteen duidelijk. Het strand was gevuld tot ver achteraan en vele fans zongen de liederen vol overgave mee. Marc with a K ontgoochelde niet. Handjes in de lucht en springen maar!

We rolden van het ene feestje in het andere. Tofke was het Real Retro House podium zeker waardig, maar we waren vooral benieuwd naar hoe de volgende performance zou zijn, namelijk die van niemand minder dan Pat Krimson. Deze naam doet bij velen een belletje rinkelen, dus waren we heel erg benieuwd naar zijn set. Twee keer werd hij in het begin van zijn set genekt door een technisch mankement. Het publiek was vergevingsgezind voor Patje en ze lieten hem zijn ding doen. Ons kon hij echter nooit echt overtuigen om volledig mee te gaan, maar hij is en zal altijd een cultfiguur blijven.

Terug naar de Main Stage, waar ze weten wat feesten is. Een vorige keer dat we Robert Abigail aan het werk zagen, waren we ietwat ontgoocheld van de set die hij had afgeleverd. De setting op Beachland was echter volledig anders, en Abigail heeft bewezen dat hij zijn status als topdj waard is. Waterpistolen en zelfs champagne moesten het publiek afkoelen, om toch maar te voorkomen dat die thermometer niet zou barsten.

Een rode hemel met zonsondergang en een vallende duisternis: het is tijd voor R3hab. Vrouwen in bikini maakten plaats voor special effects van licht en vuur die op dat tijdstip van de dag nóg beter tot hun recht kwamen. R3hab mag dan wel een druk bezette artiest zijn, bekend in alle werelddelen, hij maakte voor het kleine Blankenberge geen uitzondering en zette het publiek naar zijn hand. Guy’do mocht uiteindelijk de avond afsluiten, letterlijk en figuurlijk met vuurwerk.

Dit weekend is ons alvast één ding duidelijk geworden: Beachland kan meedingen met de grote festivals. Hun bekendheid is gegroeid tot ver buiten de provinciegrenzen. Limburgers, Antwerpenaars, … allen komen speciaal naar Blankenberge om de toppers van de dance scene te aanschouwen. Een extra dag heeft het festival zeker goed gedaan, hoewel de zon natuurlijk een grote opsteker was. Toch zullen de fans er altijd zijn, en zullen zij altijd hun weg vinden naar Blankenberge. Op naar volgend jaar!

Organisatie: Beachland

Beachland 2013 – zaterdag 6 juli 2013 - Blankenberge tovert zich om in Ibiza

Geschreven door

Beachland 2013 – zaterdag 6 juli 2013 - Blankenberge tovert zich om in Ibiza
Beachland 2013
Strand
Blankenberge


De vijfjarige editie van Beachland, het dancefestival te Blankenberge, werd dit jaar een topeditie. De cocktail van zon, zee en zwoele beats bracht heel wat volk op de been. Zes podia met zes verschillende stijlen lokten de danceliefhebbers naar het strand. Voor de eerste keer duurde het festival twee dagen, en dat was meteen een schot in de roos. Wie nog niet in Ibiza was geweest, kon dit weekend zeker en vast het Ibiza-gevoel gaan opsnuiven te Blankenberge.

Zaterdagmiddag stonden al meteen kleppers geprogrammeerd. Dj X-Tof, bekend van Topradio, hitste zijn fans op, en maakte er een feestje van. Hij kon er zijn nieuwe plaat ‘YOLO’ op het publiek afvuren, en zij konden hem wel smaken, net als de rest van zijn set.

Na X-Tof was het de beurt aan Laurent Wéry. Zijn hit “Hey Hey” maakte hem bekend bij het grote publiek, en sindsdien wordt hij frequent opgevoerd als headliner. Laurent Wéry zette het feestje voort op de Main Stage en werkte een behoorlijke set af.

Nadien was het even tijd voor afkoeling onder één van de hippe tenten. Toekijkend vanaf de zijlijn, werd er ons alvast één ding duidelijk; Beachland gaat over zien en vooral gezien worden. Ontblote lijven legden sierlijke tatoeages bloot. Fluo en mini waren de standaard, textiel werd volledig afgezworen. Niet alleen de zon deed de temperaturen stijgen!

We zetten ons vlakbij de Skankerz-Stage, waar de liefhebbers van drum ’n bass en dubstep hun gading vonden. Dj Alpha stond aan de draaitafel, maar zijn muziek werd naar ons gevoel teveel overstemd door de MC, waardoor zijn beats wat naar de achtergrond werden verwezen. De sfeer onder het publiek was slechts matig.

Diezelfde sfeer vonden we allerminst terug bij de Kick da Bass Stage, waar de fans van hardstyle volledig uit de bol konden gaan. Van ’s middags tot ’s avonds stond het strand hier bomvol, waarmee duidelijk werd dat hardstyle zijn weg naar een groter publiek heeft gevonden. Wij zagen Liberty aan het werk, en later ook Ghost vs Dave-D. Dj Ghost, een vaste waarde in het genre harddance-techno-retro, vormt al enkele jaren een duo met Dave-D, een jong talent dat hardstyle uitademt. Vol overgave en met veel goesting hebben deze twee het strand doen springen. De spektakels van rook en vuur op het juiste moment misten hun effect niet, en het publiek was hen zeer dankbaar.

Terug naar de Main Stage nu, waar we nog een kwartiertje Les Mecs aan het werk zagen. Dit trio hoefde zichzelf niet meer te bewijzen, zij staan altijd garant voor één groot feest. Showtek loste het trio af, en gooide meteen een bommetje los in het publiek. Hoewel zijn hit “Cannonball” één van de meest gedraaide nummers op het festival moet zijn, ging hij na een tijdje toch de mist in. Hij werd overklast door de beats van de Quality House Music Stage, waar die andere topper Vince Nova ook aan een set begonnen was. De set van Showtek bestond uit pieken en dalen, maar echt boeien deed hij niet.

Onderweg van de Main Stage naar de Real Retro House Stage hielden we nog even halt bij de Skankerz Stage, waar Dom & Roland B2B Klute aan de draaitafel stonden. Dom & Roland en Klute, hebben afzonderlijk een indrukwekkend palmares in de wereld van Drum ’n Bass, en ook samen lieten ze het publiek uit de bol gaan. Wij zagen dat het goed was en konden door naar Dj Furax, om een vleugje nostalgie op te snuiven. Naast de Kick da Bass Stage was de Real Retro House Stage het tweede genre-podium waar je een hele dag lang veel volk zag en waar het dansen geblazen was. Dj Furax hoefde daarin zeker niet onder te doen. Zelfs al is dit je stijl van muziek niet, toch was het moeilijk te weerstaan om niet mee gaan op de vibes van de muziek.

Zonsondergang was ondertussen ingezet, maar de temperaturen bleven hoog. D-Block & S-Te-Fan legden de lat hoog. Deze harddance-dj’s toonden waarom zij headliner waren op de affiche en deden het publiek compleet uit zijn dak gaan. Ook Yves Deruyter creëerde hoge verwachtingen als we zijn naam zagen verschijnen. Die loste hij volledig in. Hij was een fantastische afsluiter van een lange, warme dag.

Dag 1 van Beachland was een schot in de roos. De sfeer zat er goed in en iedereen was moe gedanst en gesprongen. De toon was alvast gezet voor zondag. Het weerbericht beloofde alvast goede vooruitzichten!

Organisatie: Beachland

Main Square Festival 2013 - zondag 7 juli 2013 - Familiedag

Main Square Festival 2013 - zondag 7 juli 2013 - Familiedag
Main Square Festival 2013
Citadelle d’Arras
Arras

Ook op de slotdag brandde de zon ongenadig, maar gehard als we zijn, trokken we ons daar niets van aan. Vandaag keken we uit naar Charles Bradley, Puggy, Volbeat en Stereophonics. Zondag is traditioneel een familiedag. Dat was eraan te merken. We zagen veel ouders met hun kroost genieten van de relaxte sfeer op het plein en de weide.

Charles Bradley & His Extraordinaires
's Mans levensverhaal zullen we u hier niet volledig uit de doeken doen. Weet dat hij een man van twaalf stielen en dertien ongelukken is. Als Black Velvet kreeg hij vooral faam als imitator van James Brown. Een paar jaar geleden werd hij zo ontdekt door een talentscout, wat hem een platencontract opleverde. Momenteel tourt hij met zijn tweede album, 'Victim of Love' door Europa. Vorig jaar op Pukkelpop speelde hij zowat iedereen naar huis. Deze man, die soul en funk ademt, verblufte iedereen met zijn aanstekelijke enthousiasme. Na het optreden omhelsde hij de fans op de eerste rij. Hij schreeuwde zijn liefde voor hen uit en hij meende elk woord! Altijd geeft hij het volle pond … behalve op Arras. Was hij vermoeid, ziek? Wie zal het zeggen? The Screaming Eagle of Soul, ondertussen 65 jaar oud, begon behoorlijk mak aan zijn set. Ook zijn typische James Brown moves waren gespeend van overtuigingskracht. Gelukkig leefde hij op naar het einde met een instant classic als “Strictly reserved for you”. Ook al had hij een mindere dag, Bradley is en blijft een rasartiest wiens band zijn naam niet gestolen heeft.

Left Boy
Left Boy zette er meteen de beuk in met dreunende elektro, breakbeats en drum and bass. Hoewel het nog vroeg was en behoorlijk warm, werd op de eerste rijen een feestje en petit comité gebouwd. Met uitzondering van een sporadische climax misten we coherentie en spankracht. Na zijn derde nummer vroeg de dj of we klaar waren voor Left Boy. Luttele ogenblikken later verschenen twee MC's. Meteen werd uit een ander vaatje getapt. Waar het eerste deel perfect paste in een lounge club, waande je je tijdens het tweede deel pas echt op een festival. Nu was die rode draad er wel. Via de nodige tempowissels werd ook het feestje leuker. Left Boy ging evenwel de mist in toen hij zes assistenten het podium opriep. Elk van hen droeg een papieren Mexicaanse reuzenhoed voor het gezicht. De bedoeling ontging ons volledig. Ook de muziek leek wel weggeplukt uit een of andere kermisattractie. Verdict: soms leuke beats, maar er is nog werk aan de winkel. Nice try though!

Volbeat

Dit moest knallen, althans dat hadden we van horen zeggen. Hun banner was alleszins veelbelovend: tegen een desolate prairieachtergrond keek een gemaskerde boef ons dreigend aan. Even later galmde een mondharmonica door de boxen. De toon was gezet en al helemaal toen de heren van Volbeat cool as fuck het podium opstapten. De pistoleros trokken hun gitaar en vuurden een snedig rondje rockkogels af. Als de kazerne al op het appèl moest worden geroepen, dan was dat alvast gelukt.
Volbeat bracht een mix van rock, heavy metal, punk en country. Niet altijd even geslaagd in het begin, maar gaandeweg wisten de mannen van Volbeat het publiek voor zich te winnen met nu eens vettige en zware en dan weer punky riffs. Dat ze ook van country houden, bewezen ze met “Sad Man’s Tongue”, hun eresaluut aan Johnny Cash. De Denen hebben hun maidentrip in Frankrijk achter de rug en afgaande op de reacties van het publiek mogen ze zeker terugkomen.

La Femme

Met snedige en hypnotische elektropop ontvoerde La Femme ons naar de jaren '80, toen we nog  kinderlijk gelukkig waren met een zakje snoep. Zo'n gevoel bekroop ons toen we hen gadesloegen. Leuk om naar te kijken, maar vooralsnog slaat de vonk niet over.

Puggy
Puggy geniet in Wallonië eenzelfde status als dEUS en dat wil wat zeggen. Onze verwachtingen, die hooggespannen waren, loste de groep volledig in tijdens haar tweede doortocht in Arras. In hun songs verkenden de leden met sprekend gemak de diverse wegen die pop op kan gaan. Ze creëerden een warm, rijk, en avontuurlijk geluid dat ze in perfecte popsongs goten. Het publiek gooide de armen meermaals goedkeurend in de lucht en zong en danste mee met hits als “Last day on earth” en “To win the world”. Puggy is niet voor een gat te vangen. Ze speelden complexloos en met veel overgave. Hun melodieën verankerden zich in je oren als kleine weerhaakjes die niet meer loslaten, en geloof me, dat wil je ook niet. Wie hier niet vrolijk van werd, moet dringend aan zelfreflectie doen. Straffe band!

Stereophonics

Bij hun vorige doortocht in Arras viel de PA al snel uit waardoor Stereophonics zich genoodzaakt zag om de rest van de set akoestisch af te werken. Helaas voor het publiek gaf Kelly Jones er na een paar nummers de brui aan. Niettemin beloofde hij om terug te komen.
En hij hield woord. Stereophonics palmde moeiteloos een bijna volgelopen Main Square in. Stereophonics is zo'n groep die al talrijke hits op de teller heeft, maar waarvan weinigen weten wie ze schreef. En vanavond passeerden nogal wat van die hits de revue. Na een simpel “Let’s go” trapten Kelly en de zijnen af. Mocht Stereophonics een devies hebben, dan was 'No bullshit, just play!' zeker een kanshebber. Stereophonics heeft geen special effects of kostuums nodig. Nee, dit zijn vier plain Welsh lads die parels van songs schrijven en die willen delen met ons.
Enkele nieuwe parels waren “We share the same song”, een typische Stereophonics ballad met veel gevoel voor melodie en emotionele zeggingskracht. Vervolgens liet de band een heel ingetogen “Graffiti on the train” lang uitwaaieren waarna “Indian summer” volgde. Bij dat nummer viel ons op hoe goed de drummer de rest van de groep in het gareel houdt door een strak maar tezelfdertijd soepel ritme aan te houden.
De finale werd ingezet met een bloedmooi “Maybe tomorrow” dat uitdraaide op een ontroerende samenzang met het genietende publiek. Hierna volgden “Mr. Writer”, “I'm just waitin” en de spreekwoordelijke kers op de taart, “Dakota”.
Stereophonics kwam, zag en overwon!

Kendrick Lamar
Deze jonge hiphopper uit Compton was voor ons een aangename verrassing. Geruggensteund door een liveband kwam hij met zijn rhymes aanvankelijk stoer, gevaarlijk en dreigend uit de hoek. Maar deze jonge veelbelovende rapper heeft meer in zijn mars. Naast hiphop heeft Lamar ook soul en R&B met de paplepel meegekregen. Dat bleek alvast uit het heel relaxte en soulvolle “Money Trees” en “Bitch, don't kill my vibe”. Een gast om in de gaten te houden!

Archive

Archive was voor ons de ontdekking van de dag. De heren en dame van Archive brachten een fusie van triphop en progrock ... en die sloeg aan! Trancy synths werden gekoppeld aan de bezwerende stemmen van Pen, Martin en Berrier. Deze laatste plooide en wrong zich in allerlei bochten, grimaste, fronste en kneep de ogen dicht waarmee hij de indringende muziek alleen maar kracht bijzette. We willen u graag een idee meegeven van hoe Archive klonk. Neem een powerversie van The XX en voeg er de monotone dreunen van Underworld aan toe. Dit geheel overgiet je ten slotte met de wanhoop die spreekt uit de stem van Robin Proper-Sheppard. Hoewel dit geen vanzelfsprekende muziek is, luisterde het publiek aandachtig en verdwaalde het maar al te graag in de duistere en mysterieuze wereld van Archive. Een aanrader!

Wax Tailor & The Dusty Rainbow Experience
Wat moesten we ons hierbij voorstellen? LED-kabouters die werken in een circus gerund door een groene Chinees? Nee, Tailor heeft zijn naam niet gestolen. Strak in het pak, een rood hemd en een hoed. Verder ontwaarden we een cellist, een dwarsfluit, een gitaar en een viool. Tailor mixte drum and bass, balkan beats en hiphop tot een licht dansbaar geheel. Voor deze muziek werden de termen eclecticisme, cross-over en avant-garde bedacht. Lichtjes bevreemdend, maar wel interessant.

Indochine

New wave in het Frans? In tegenstelling tot het publiek, dat en masse was afgezakt naar Arras voor de pioniers van de Franse new wave, hadden we onze twijfels.
Hier en daar vingen we commentaren op over Indochine, gaande van The Cure in het Frans tot Mylène Farmer, version masculin. Wij mochten onze twijfels al snel opbergen.
Deze band is echt wel populair. Jong en oud wachtte vol ongeduld op zijn helden. Dit verlangen werd aangewakkerd door een fotograaf die het publiek opjutte zodat hij enkele mooie plaatjes kon schieten. Het podium was gehuld in rook en een rode gloed. De spanning was te snijden, een spanning die mede werd gecreëerd door de mysterieuze en dreigende synthesizermuziek op de achtergrond. Hier zou iets groots zich voltrekken.
Toen Nicola Sirkis en de zijnen tevoorschijn kwamen, barstte een oorverdovend applaus los. Zodra elk bandlid zijn plaats had ingenomen, voerde de groep de synthesizermuziek naar een hoogtepunt. Daarna werden honderdduizenden confettisnippers de lucht ingeschoten. De show kon beginnen.
Indochine bracht een mix van oud en nieuw werk. Hun laatste album 'Black City Parade' kenmerkt zich door een warm en vol geluid dat herinnert aan hun begindagen toen ze voluit de kaart van synthpop en new wave trokken. Vanavond kregen we heel wat nummers uit die nieuwe cd te horen en die zijn best wel te pruimen. Hoogtepunten waren “Memoria” en “College Boy”. Hoewel de teksten gaan over liefde, verdriet, eenzaamheid en andere pregnante gevoelens, verpakten ze die boodschap in warme en hoopvolle muziek waarbij het heerlijk wegdromen was. En onze twijfels ... welke twijfels?

Main Square Festival 2013 zit erop. Na de laatste foto's en verslagen namen we afscheid van onze collega's en van enkele medewerkers. Het was fijn en we kijken nu al uit naar de jubileumeditie van volgend jaar.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/main-square-festival-2013/

Organisatie: Main Square Festival+ Live Nation France  

Main Square Festival 2013 – zaterdag 6 juli 2013 - Jonge ontdekking en oude bevestiging

Main Square Festival 2013 – zaterdag 6 juli 2013 - Jonge ontdekking en oude bevestiging
Main Square Festival 2013
Citadelle d’Arras
Arras

Dag twee van het Main Square Festival kondigde zich aan als een heet feestje. Niet enkel omwille van de muzikale stralen, maar het kwik was gestaag aan het stijgen. En omdat de organisatoren niet wilden achterblijven, draaiden ze vanaf het eerste concert de volumeknop open. Het mini-Werchter (ja, er komen nog steeds een pak bands op beide locaties) lokte een (te) groot pak volk naar de statige Kazerne en de Greenroom. En opvallend, veel meer ouder  volk en daar zat Sting ongetwijfeld voor iets tussen.

Klink Clock
Al voor de eerste noot weerklonk, stond een pak meer volk dan op dag 1. Het Franse duo Klink Clock gaf dan ook meteen de ventilator een draai. Ongecompliceerde maar georganiseerde ravage was wat we te horen kregen van de twee voor ons onbekende Fransen. Zij - een pittig fris ding - deed de driedelige battery constant pijn en hij - marcelleke, tattoo en lang haar - liet zijn gitaar meteen janken. De sound stond er, de meeste toeschouwers zaten nog, al gaven de schuddende hoofdjes teken van goedkeuring. Sterke opener, als je het ons vraagt. En de hogere volumeknop moest daar wel ! Ja, we zagen er goed uit met onze zonnebril, bedankt voor het compliment Miss Klink Clock.

Mike And The Mechanics
Mike & The Mechanics, eerlijk,  ook van hen hadden we nog nooit gehoord. Blijkbaar zouden we hier te maken krijgen met enkele 'oude' knarren die succesvol waren in de jaren '80. Deze groep stapte de Main Stage op zonder begeleidingsmuziek en begon gewoon te spelen. Geen franjes, rechttoe rechtaan laid-back songs op een lazy Saturday afternoon.
'I'm just a drifter on a silver sea', klonk het uit de mond van oprichter Mike Rutherford. Een betere omschrijving konden we niet bedenken. Deze band heeft toch een aantal classics geschreven, zoals “Get up”, “All I need is a miracle”, “Word of mouth” en “Over my shoulder”. Het publiek genoot en applaudisseerde spontaan mee. Pure, onversneden pop-rock. Soms moet dat niet meer zijn.

Kodaline
Terug naar de Greenroom. Het viertal uit Dublin dat het vooral van zijn sfeer en stemming moet hebben, kreeg toen ze opkwamen meteen het eerste deel  recht van de wei die verder vol lag, wellicht vooral omdat daar wél gras stond en voor het hoofdpodium niet.
Het decor nodigde uit of deed op zijn minst verlangen naar een ‘verfrissende duik’, want op een groot spandoek hing de cover van hun eerste album ‘Perfect World’, een prachtig zicht van een blauw meer omringd door bergen met drie mensen in badkledij, duidelijk uit op een frisse plons. “Picture taken in France”, legde zanger Steve Garrigan uit. Arras was al meteen content en toen de frontman even later zijn beste Frans bovenhaalde en beloofde dat hij er werk van zou maken, had hij les coeurs des Français helemaal gewonnen.
Zijn muziek deed dat verder maar gedeeltelijk. Het is mooi, fragiel soms en vooral: het lijkt altijd wel ergens op: ‘Perfect World’ refereert duidelijk naar “Mister Jones” van Counting Crows en er zijn altijd noten en harmonieën die de weg wijzen naar Muse, Coldplay en zelfs U2. En als echte Dubliners hangt er met de harmonica en banjo bij momenten ook een touch of folk aan. Maar songs als “All I want” en “High hopes” staan wel op zichzelf en stralen warmte uit. Nu, warmte was niet meteen wat we nodig hadden op de zonovergoten wei. Maar toch : gaat dat zien op 17 augustus in Pukkelpop.

Local Natives
“Local Natives, from Los Angeles, California”! Zo kondigde Taylor Rice zijn band aan. Onwillekeurig moesten we denken aan de intro van “Roadhouse Blues”, die onvervalste rocker van The Doors. En rocken deden deze heren! Al vanaf de eerste noten was het boenk erop. Catchy melodieën, vloeiende meerstemmige zangpartijen en energetisch gitaarwerk kenmerkten de uitgepuurde en zorgvuldig opgebouwde songs. Een waardige vertegenwoordiger van de rijke schare Amerikaanse gitaarbands. Zet ze gerust naast Band of Horses en The National. Van deze groep hebben we het laatste nog niet gehoord! Onthoud deze naam!

Of Monsters and Men
Ja, ze zijn goed. Ja, ze zijn aanstekelijk. En ja, de weide ging goed loos. Was het de warmte, de ongemakkelijkheid door de overrompeling of de voorspelbaarheid, in elk geval bleven wij rustig onder het handjes zwaaien en klappen en het lalala-gehalte van Of Monsters and Men.
De IJslandse Mumford and Sons, ooit met vier begonnen maar  intussen feesten ze al met zes op het podium, trompetblondine incluis die alles doorspekt en de hitsong “Don’t listen to a word I say” ook op de Groene Weide tot een hoogtepunt blies.
De folky pop slaat echt aan, dat bewezen ze met  de song “Little Talks” en het eerste album ‘Into The Woods’, maar ook “My Head Is An Animal” was een succes. Het werd op Arras alweer een triomftocht, maar - zoals al geschreven - wij stonden even aan de kant en bekeken het  vreugdevol.

Er was trouwens intussen een echt ongemakkelijke drukte gegroeid die de organisatie misschien met zijn beperking in capaciteit confronteerde. Het woord ‘doorgang’ tussen de twee vlaktes was bij momenten die naam echt niet meer waardig.

Asaf Avidan
En toch wriemelden we ons naar de Groene Weide, waar niemand nog recht stond en ook haast niemand nog bij kon, om Asaf Avidan te zien.  Wij kenden de Israëli enkel van de “Reckoning Song”, de Duitse remix dan nog van Wankelmuth. Nee, we hadden nog geen kans gezien om zijn vierde album (’Different Pulses’) te ontdekken en al zeker niet zijn eerste drie. Kunnen we dat dan open minded naar een concert gaan noemen? Wij tippen op ja.
Ook wij waren trouwens aanvankelijk in de veronderstelling dat Asaf een vrouw was. Zijn androgyne, haast hypnotiserende stem (wij zijn toch niet de enigen die dan denken aan Janis Joplin/Marianne Faithfull?) zette al meer mensen op een verkeerd spoor en is samen met zijn poppy-bluesy-elektro achtergrond zijn troef, of toch zeker zijn herkenbaarheidsfactor.  En on stage doet hij echt wel meer dan een inspanning om de menigte, die vrij rustig maar daarom niet gedisciplineerd luisterde, te overtuigen: liggend op zijn rug, diep zijn stem aftastend, zijn whiskysongs naar voren schuivend. Wij vonden het alvast best genietbaar, maar willen hem de volgende keer liefst in een donker zaaltje. Hij is toch meer dan een One Hit Wonder, wat ‘onze baas’ in maart dit jaar al mocht ervaren. (zie concert reviews)

Saez
De zanger van SAEZ opende a-capella. In een soort 'j'accuse' schopte hij het publiek een geweten. Met een ingetogen verbetenheid zette hij de lakse bourgeoisie te kakken en riep hij op tot 'vigilance', want de vrijheid van meningsuiting is een waardevol verworven recht. Ze laat ons toe om te strijden tegen de donkere krachten van het fascisme, een woord dat hij bijna sissend uitspuwde. Onmiddellijk daarna viel de band in. Met de nodige ritmewisselingen hielden ze het tempo strak wat de eruptie van onderhuidse woede en frustratie van de zanger om zoveel onrecht ten goede kwam. SAEZ wil gehoord worden en slaagde daar moeiteloos in, zeker op het einde toen hij het publiek de boodschap meegaf: “le sourire ne se perd pas.”
En o ja, “le feminisme n’a pas des couilles”.S’il vous plaît !

The Hives
Collega's hadden het al vermeld en nu waren ook wij getuige van dit mooie schouwspel. Stof dwarrelde op van tussen het rood-bruine grind en woei in diffuse lichtbundels op, net voor het podium waar vier ninja's opdoken. Luid applaus volgde, maar later bleken die ninja's roadies te zijn.
The Hives hadden zich voor de gelegenheid in Spaanse toreadors verkleed en gaven van bij het begin stevig van jetje. Hoewel ze van wal staken met hun grootste hit, reikte het enthousiasme niet verder dan de eerste rijen. Aan de band lag het niet, want die speelde retestrak en met een haast kinderlijk enthousiasme. De verzengende hitte eiste zijn tol, maar dat kon allerminst de pret drukken.
De leadzanger speelde met het publiek en hemelde  de band voortdurend op. Eigen lof stinkt, wordt wel eens gezegd. Deze vlieger ging niet helemaal op. Hoewel de interactie met het publiek wat gekunsteld overkwam en vaak fungeerde als een verplicht nummertje naar de volgende song, ontbrak het hen zeker niet aan schwung, energie, lef en showbizzgehalte. Alleen de songs misten wat variatie. Niettemin zullen The Hives op elk festival meer dan verwelkomd worden.

Alt-J
Alt-J kreeg de stempel dé revelatie van 2012. We probeerden het uit op onze pc, maar met Alt-J  gebeurde er niets (maar we moeten blijkbaar een Mac hebben). Op Arras dan maar even het podium checken, maar - sorry - ook daar gebeurde bitter weinig (dat ons kon boeien).  Een amalgaam van soorten - gisteren noemden we dat bij Enter Shikari nog lovend cross-over -  bleef kabbelen over de overvolle weide en kreeg er amper een rimpeling in en al zeker geen ‘An Awesome Wave’, de titel van hun bliksemalbum waarvoor ze de prestigieuze Mercury Prize in de wacht sleepten.
De vier (ex- ?)studenten uit Londen mixen al zes jaar hiphop, folk, electronica en andere melodietjes, maar onze indruk was dat Frankrijk (en Zuid-West-Vlaanderen) het niet kon smaken. Sorry voor de fans, maar ook wij vonden het lauw lauw.

Sting
Wie Sting wou zien, moest zich reppen. In een mum van tijd stond het kazerneplein afgeladen vol. Ooit zagen we hem op Werchter. Toen speelde hij zowat iedereen naar huis. Eén van onze beste vrienden legde toen het verschil uit tussen een groep  met gemiddelde bekendheid en Sting. Waar het podium voor eerstgenoemde veel te groot lijkt, en vaak ook is, verdwijnt het als sneeuw voor de zon wanneer Sting zijn opwachting maakt. Bij het horen van een laaiend enthousiast brullende menigte zagen we zijn hypothese nog maar eens bevestigd.
De voormalige frontman van The Police was goedgeluimd en trapte af met twee instant klassiekers. “If I ever lose my faith in you”, een van onze kippenvel-op-je-ziel liedjes, en “Everything she does is magic” lieten het beste vermoeden voor de rest van het optreden. Jong en oud genoot met volle teugen en zong uit volle borst mee.
Vervolgens kregen we nieuw, meer ingetogen werk te horen. Niet elk nummer was vanzelfsprekend, maar wel melodieus, warm en vol. De scherp ogende Sting wisselde nieuw en ouder werk af en kreeg meermaals de talrijk opgekomen fans op zijn hand met nummers als “Wrapped around your finger” en “Roxanne”. Sting is een klasbak die overal waar hij komt een thuismatch speelt. En na vanavond was ook Arras daarvan overtuigd.

dEUS
Laten we maar meteen met de deur in huis vallen: dEUS was magistraal! Na een ietwat aarzelend en voorzichtig begin met onder meer “The Architect”, gooide de groep alle schroom van zich af tijdens een wervelende outro van “Instant Street”, die abrupt werd ingezet maar uitbarstte in een dissonant distortionfestijn van jewelste. Terwijl het publiek nog naar adem hapte, zetten Barman en co een heerlijk geflipte funky versie van “Fell on the floor man” neer. De bassist, wiens rechterarm in het gips zat, leefde zich geweldig uit.
Maar de hele band had er zin in. Zo speelden ze een geweldige cover van Fleetwood Mac  (dank u ‘bassist’ en weidebuurman Pascal). Vervolgens schonk onze Antwerpse grootheid de fans de ene parel na de ander, telkens heel zuiver en right on key gespeeld.
dEUS mag dan een grillige livereputatie hebben, vanavond snoerde het zijn criticasters de mond dicht. Dit was een strakke set, net als sommige wiegende kontjes die we mochten aanschouwen. Wij genoten met volle teugen en voor we het goed en wel beseften volgde de apotheose. Bij “Suds& Soda” ging het spreekwoordelijke dak eraf. Helemaal op het einde gaf Barman ons advies bij monde van Outkast: “shake itlike a polaroid picture”! Wij volgden maar al te graag zijn advies op, maar we shaketen wel iets anders.

C2C
Je had het meteen door tijdens dEUS, de Greenroom was Vlaams. Al wat niet bewoog, had wellicht een Franse tongval maar was toch even komen curieuzeneuzen. Tot het tijd was voor C2C, toen trokken ze naar de Main Stage. Want C2C, dat is Frans: vier dj’s uit Nantes die bij onze zuiderburen groots zijn. In België niet helemaal onbekend, maar wij hadden na dEUS toch straffere koffie nodig om ondanks de visuals wakker te blijven bij het zien van vier draaitafels.

Madeon
En dan was er nog - voor de niet-Fransen - een verplichte electro-dance act van Monsieur Hugo Leclerc, aka Madeon. Désolé, we deden niet meer mee.

Na een zalige zomerervaring trokken we campingwaarts. Moe maar voldaan met enkele ontdekkingen en andere bevestigingen. ‘Oudjesdag’ was meer  dan dag 1 een luisterdag geworden, met twee goddelijkheden als grote kapstok: Sting en dEUS.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/main-square-festival-2013/
Organisatie: Main Square Festival+ Live Nation France   

Main Square Festival 2013 – vrijdag 5 juli 2013 - Een verschil van dag en nacht

Main Square Festival 2013 – vrijdag 5 juli 2013 - Een verschil van dag en nacht
Main Square Festival 2013
Citadelle d’Arras
Arras

Een dag na de opstart van ‘ons’ Werchterdelirium sloeg ook Main Square  Festival het vat aan.  MSF dat is de Franse  zus van Werchter. De kleine zus, als je het vanuit Vlaanderen bekijkt, de grote als je door Franse ogen naar het festival gluurt. Hoe dan ook, het is duidelijk familie, want Live Nation houdt ook hier de vinger op de pols en zelfs een beetje op de knip. Het is ook een beetje familie van ons geworden, want voor de vijfde keer op rij is Musiczine aanwezig. Voor een uitgebreide review van een gezellig festival waar vooral veel (West-)Vlaams volk op afkomt en waar de dag nacht werd.
Voor 2010 was de Grand Place (de Main Square dus) van Arras, een knus stadje, zo’n 40 km onder Lille, de arena voor het groeiende MSF. Sedert 2010 ontgroeide MSF zijn kinderschoenen in de Citadel van Arras, een verlaten kazerne met een speciale sfeer, trouwens vastgelegd op de lijst van UNESCO World Heritage. In een park van verschillende hectares, heel dicht  bij het stadscentrum, is het een ideale en alternatieve festivalbasis.

Candide
En de zon puurde al even door de wolken, alsof de zomer eindelijk ingezet zou worden. Wat ook gebeurde. Opener in de Green Room was Candide. Hun lijzige poppy deuntjes werkten aanstekelijk. Hier en daar zag je wiegende heupen en trosjes meezingende meisjes. De blondgelokte leadzanger liet zich die aandacht welgevallen. Halverwege de vrolijke set haalde hij zijn banjo boven wat hem een open doekje opleverde. En wij, wij dronken van onze eerste pint, leunden achterover en knikten goedkeurend. Voilà, de kop is eraf.

Twin Forks
De grote bühne opende zowaar met de handen op elkaar. Niet moeilijk , want zanger Chris Carrabba, Suzie Zeldin en hun twee kompanen, alias Twin Forks, serveerden meteen hun folky recept. Het meisje op de schouders met de twee vorkjes  had er meteen een lekkere kluif aan.  De New Yorkers  brachten in de lijn van Mumford and Sons de new folk die al enkele jaren de muziek scene doorspekt en deden dat behoorlijk tot goed. Dat ze daarbij (voor hun tweede nummer) de klassieker “And she was” van  Talking Heads aansneden, deed ook ons meteen meewiebelen.  Een geslaagde opener van het hoofdpodium, toch zeker voor de eerste twintig rijen. Misschien kopen die straks wel hun eerste album dat op het punt staat ter wereld te komen.  Jammer alleen dat de kazernegebouwen bij momenten hun geluid  terugkaatsten.

Balthazar

Tristan Tzara, de dadaïst, zou fan zijn geweest. Wat moet je in godsnaam aanvangen met Balthazar? Hun songs zijn zowel intimistisch als groots. Intimistische grandeur, een contradictio in terminis? Niet zo bij Balthazar die de twee moeiteloos weet te versmelten. Onder grote belangstelling – zelfs Candide stond op de weide mee te luistervinken – openden Maarten Devoldere en co cerebraal.
De groep ging helemaal op in de bijwijlen  mesmerizerende songs. Zelfs een defecte gitaar sloeg de band niet uit zijn lood. Een eerste hoogtepunt kwam er met “The man who owns the place”. De vermoeide, haast lethargische stem van Devoldere beklijfde, evenals de perfecte samenzang met de overige bandleden. Even later liet ook het publiek zich niet onbetuigd tijdens “Raise your glass to the night” dat nu al is uitgegroeid tot een anthem.
Live sleutelt de band aan de structuur van enkele songs. Zo verstilde “Fifteen Floors” naar het einde waarna een atonaal slotfestijn à la Sonic Youth volgt. Vervolgens gaf Devoldere een frivole flamencotoets aan het begin van “Sinking ship” waardoor hij erin slaagde dit uitermate deprimerende nummer hoopvol te doen klinken. Straf! Afsluiten deden ze met een funky “Do not claim them anymore”.
Hoewel Balthazar nog wat aan zijn podiumpresence moet werken, speelden ze hier een strakke, zuivere en bezielde set. Hoewel we hen al verschillende keren aan het werk zagen, weten ze ons elke keer met verstomming te slaan. Wat een band!

Rival Sons
Ze hadden al wat verloren geflaneerd op het terrein, die vele T-shirts van Green Day,  maar ze wisten dat de Main Stage hen hun een eerste hartenklop zou geven. En voorwaar, Rival Sons beukte er meteen tegenaan. De mannen uit Long Beach Californië smeedden pas vijf jaar geleden hun banden, maar het lijkt alsof ze recht uit de vettige seventies-eighties dateren.  Gitaarsolo’s, opbouwende riffs en drums, schijvende intro’s. We waanden ons weer (jaja, zo oud zijn we) in de vinyltijd van Jethro Tull en Led Zeppelin met stevige, harde blues, zeg maar klassieke hardrock met de schreeuwstem van Jay Buchannan, wat ons moeder toen langharig tuig zou ge noemd hebben.
Netzo als de klok van het kazernekerkje op iets na drie is blijven steken, was het alsof Rival Sons hun stopwatch al een jaar of dertig stilgelegd hadden. Het was genieten van de groep die al support act was voor grootheden als AC/DC en Alice Cooper. En ja, naar aloude traditie moeten daar ook wat ballads tussen. Voor ons niet echt eigenlijk.

Haim

Free Hugs. Leuke mensen trakteerden de voorbijgangers op een warme knuffel op onze weg naar de drie meiden van Haim. Een voorbode van een knus Haim-moment? Niet echt, want het aaigehalte van de zusjes Este, Danielle en Alane is niet meteen van die aard dat je rustig je koppetje in hun schoot neervleit. Vrij nieuw in de muziek scene, maar meteen talk of the town, want in ons landje gelastten ze zomaar hun concerten in het Sportpaleis en in de AB af. We waren benieuwd naar hun live performance.
Ewel, die beet en krabde. Stokslagen deelden ze uit, letterlijk en figuurlijk. Leek er aanvankelijk minder gemeend applaus te komen van op de Groene Weide dan voor Balthazar, de drie B.I.T.C.H.E.S. (Babe In Tital Control of Herself) en hun drummer (owee de man) sloegen met harde noten en wilde (en sexy) manieren hun publiek wakker. Hun eerste volle plaat komt eerstdaags uit. Benieuwd, want nu kunnen we nog niet echt een stempel op hun oeuvre drukken.

Biffy Clyro
Biffy Clyro, zegt u? Vanwaar die rare naam? Omdat de band deze vraag op de duur kotsbeu werd, maakten ze er een sport van om de zotste theorieën te bedenken. Zo zou Biffy Clyro een Finse voetballer uit de 17de eeuw geweest zijn. De groepsnaam zou ook een lapsus linguae kunnen zijn van Cliffy Byro, een balpen van Cliff Richard die een van de bandleden ooit cadeau kreeg. Alle gekheid op een stokje, het publiek had er alleszins zin in.
Iedereen, al dan niet verkleed als een banaan of pinguïn met hanenkam, keek goedgeluimd – hoe kan het ook anders met zo'n weer – uit naar deze groep. Luttele ogenblikken later verschenen de bandleden onder luid gejuich en in blote bast op het podium.
Met een muur van furieuze gitaren openden ze majestueus en verschroeiend. De toon was gezet. Biffy Clyro staat voor zorgvuldig gecomponeerde emopowerpopsongs die telkens naar een climax toegaan. Het publiek luste er pap van, zeker tijdens het magistrale “Black Chandelier”.

Starvage

Terwijl de affiche en de weide wachtten op een elektronische dupstep/drum’n’bass-act weerklonken over de Groene Weide plots keiharde gitaren die loeiden tegen alle natuurlijke junglegeluiden in. Het duurde even voor we konden achterhalen dat het om Starvage ging. Was de ontgoocheling te groot of de performance te doorsnee? Feit is, onze beoordeling luidde: 13 (in een dozijn). Al moeten we misschien wat milder zijn voor hun eerste optreden op zo’n festivalpodium. En ja, ze vonden het fijn dat we vonden dat ze ergens wel een beetje als Rage Against The Machine klonken.

Thirty Seconds To Mars
We zijn hier nu al een goede vijf uur en pas nu worden we de pregnante geur van braadworsten en hamburgers gewaar. Hoewel we geen vlees eten, voelde het aan als thuiskomen. Ondertussen maakte het kazerneplein zich op voor 30 seconds to Mars.
Op het podium staarde een man met gasmasker minutenlang wezenloos voor zich uit. Een decoratief element, zo bleek later. Wanneer hij zich in de coulissen terug trok, verschenen vier mannen in strak pak en gekleurde bivakmutsen ten tonele. Gelijktijdig speelden ze percussie en bouwden ze gestaag op naar de eerste climax van het openingsnummer. Helaas verknalde Jared Letho de zorgvuldig georkestreerde spanning door te zingen.
Na de clichébegroeting 'Bonsoir, motherfuckers' nam hij het publiek op sleeptouw, een publiek dat enthousiast meebrulde en klapte. De songs en genres volgden elkaar op, maar boeien deed het ons allerminst. Letho en de zijnen lijken wel een boysband die net de baard in de keel ontgroeid is en het etiket ‘wanna be rockers’ opgekleefd heeft gekregen. Had Luc Steeno een baard, lang haar en tattoos gehad, hij zou hier niet misstaan hebben. Begrijp ons niet verkeerd. Dit is een compliment voor Steeno. Toch moet je het 30 seconds to Mars nageven. Ze weten te entertainen. Zo gaf het publiek maar al te graag gevolg aan Letho's oproep 'Let's jump to the stars!”
It was a motherfucking good show, nu nog de muziek.

Bloc Party
Bloc Party is dead. Dat was het laatste bericht voor Werchter, maar daar bleek – een dag eerder dan MSF - dat ze on stage wel zo springlevend waren als een Bloc Party kan zijn. Ze deden Vlaanderen al enkele keren aan, maar  niet altijd met even veel goesting en succes, twee rechtstreeks van elkaar afhankelijke basiselementen. Maar ze blijven een naam. In Vlaanderen, maar even zeer in Frankrijk zo bleek, want het volk drumde dicht op de Green Room Weide. Om getuige te zijn van hun laatste gig? We keken er ook naar uit.

En het beloofde ook dubbelzinnig. Het podium zag er uitnodigend uit  met  vier uitvergrote fotolichtstudiolampen, maar de band – die met drie bussen, jawel drie, het festival binnen gereden was  -  kwam met meer dan een kwartier vertraging het podium op gewandeld.  Of de wisselvalligheid van Kele Okereke en zijn kompanen nu verschwunden was, konden we moeilijk bevestigen of ontkennen, want ze gingen rechttoe rechtaan en zetten een strakke set neer. Naar onze mening iets te strak, Het had iets van een botoxoperatie : het zat niet lekker,  maar ze bleven glimlachen. Hoewel…

Green Day

Nog voor de heren van Green Day het podium beklommen, was de ambiance verzekerd. Het plein ging helemaal loos op Queens “Bohemian Rhapsody”. Vervolgens voerde een roze reuzenkonijn het publiek naar een delirium op de tonen van “Blitzkrieg Bop”. Dit kon niet meer stuk, dachten we.
Billy Joe Armstrong en de zijnen daagden op terwijl de tune van 'The good, the bad & the ugly' uit de speakers schalde. Was Green Day klaar om het duel aan te gaan? Armstrong zweepte de fans op met het sloganeske 'It's gonna be a revolution tonight' en daar was geen woord van gelogen, want de massa had zijn leider gevonden. Er werd gebruld, geklapt, gestampt en gepogood dat het een lieve lust was, en dan vooral op”'Do you know the enemy”. Armstrong sloot het publiek dankbaar in de armen en drapeerde de Franse vlag om zijn schouders.
Hoewel de groep kan putten uit een rijk arsenaal aan nummers, misten we toch wel wat variatie. Hoogtepunt van de set was een kort stukje “Highway to hell” van AC/DC en daarmee is veel zoniet alles gezegd. Niettemin bracht Green Day pretpunk van het hoogste niveau en laten we eerlijk zijn, ze weten verdomd goed hoe ze een publiek moeten entertainen.

Enter Shikari
Zeiden we vooraf al  lachend: liever ‘Enter Shakira’? Ja. En we gingen met een zeker plichtsbesef omwille van onze baas even loeren naar de Britten uit Saint-Albans. ‘Voor het optreden van de dag’, probeerde mijn collega nog met een optimistische knipoog. En ze waren dn nog te laat ook. Maar mijn God, wat was dat. Zelden, nee nooit zo’n cross-over gig meegemaakt. Probeer dat maar te beschrijven. Ach wat, mijn bewoordingen en superlatieven zullen verschrompelen bij de herinnering.
Vier Britten, cool, met een super lichtshow, jaja, maar wat er uit de boxen galmde, was van het soort post-hardcore stijl dat in enkele seconden van een explosie in een implosie manoeuvreerde. Coldfinger op speed, Queens Of The  Stone Age avant la lettre, Evanescence met een krijsstem, digital  hardcore van Skrillex tot drum ‘n’ bass in zijn zuiverste vorm of een opgefokte Tool. Cross-over dus met Jabbedabbedoes van de Flintstones en “Oh baby I love your way” (Peter Franpton)  ertussen gedraaid in de puurste ironie met sarcastische inslag toen ze vroegen: ‘There is nothing like Green Day, HUH?
Obviously since you are here you had no time to listen to their wining.’ Waarvan akte.

Los van de wall of sound stond een performance die zowaar nog adembenemender was. Ze beklommen alles wat ze konden, doken overal op en in, hadden een roadie nodig om extra drumbeats binnen te halen, sleurden biervaten op de scene om hun krachtslagen bij te zetten en zelfs de container next door moest het ontgelden. En dan stelden ze in een ultieme conversatie: jullie hebben straks de onmogelijke keuze;: Netsky of The Prodigy. Nou, die hadden wij ook. Jammer genoeg.

The Prodigy
Het werd dus The Prodigy. Ondergetekende keek  vol verwachting uit naar wat het orgelpunt van de avond moest worden. Ooit hadden we de kans om The Prodigy aan het werk te zien op Pukkelpop, maar elektriciteitsproblemen gooiden roet in het eten. Een tweede kans diende zich aan en die wilden we onder geen beding missen. Vroeger ademde The Prodigy gevaar en dreiging uit, een imago dat de band cultiveerde en vooral te danken had aan Keith Flint, een psychopathische Krusty the Clown From Hell die niet misstaan zou hebben in Stephen King's creepy 'It'. Ze zeggen wel dat een vos zijn haren verliest, maar niet zijn streken. We waren getriggerd!
Het begin was veelbelovend. Onder een vuurrode gloed galmden de eerste noten van het bezwerende  “Voodoo People” uit de boxen. Let the rave begin! De massa golfde en beukte erop los. De Franse meteorologische dienst moet ongetwijfeld een verhoogde seismische activiteit hebben vastgesteld met epicentrum Arras. De breakbeats gierden ons door het lijf. Keith Flint, de oude krijger, en zijn jonge kompaan vuurden het gewillige en enthousiaste publiek constant aan.
The Prodigy mag dan al wat kilometers op de teller hebben staan, toch slaagden ze erin onze ingesluimerde rebellie opnieuw aan te wakkeren. Was hun doortocht dan een onverdeeld succes? Neen, daarvoor misten we wat coherentie in de set. Ook de overgangen konden vlotter, maar klassiekers zoals “Breathe” en “Poison” compenseerden ruimschoots.

Op onze aftocht richting camping ging ons koppeke nog op en neer, minder van vermoeidheid dan van de beats die onze Antwerpse DJ-primus inter pares Netsky over Arras stuurde.  Voorwaar een leuk thuiskom gevoel voor we helemaal horizontaal gingen na een volle dag 1 van Main Square Festival anno 2013. Het was een dag en nacht verschil:  rustig wakker worden overdag om daarna the night away  te dancen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/main-square-festival-2013/
Organisatie: Main Square Festival+ Live Nation France    

 

Graspop Metal Meeting 2013 – zondag 30 juni 2013

Geschreven door

Graspop Metal Meeting 2013 – zondag 30 juni 2013
Graspop Metal Meeting 2013
Festivalterrein
Dessel

De laatste dag was aangebroken, en toen ik op mijn programmalijst keek, zag ik niet direct iets dat mij in het begin van de dag aansprak om te zien, of een band dat ik kende…dus een beetje de verschillende podia afschuimen was het resultaat…

Ik begon met Pretty Maids uit Denemarken, de melodische heavy metal band die opgericht werd in mijn geboortejaar 1981 en ondertussen al 13 studioalbums heeft uitgebracht. Live vond ik er niet zoveel aan hebben, omdat er weinig schwung te bespeuren werd…mss ook dat 2 slopende dagen reeds op menig mensen vat hadden gekregen of dat deze muziek niet zoveel om het lijf had.

In Marquee I kleurden de lichten donker, want het was de beurt aan de duistere en meeslepende gothic/doom metal van Moonspell. Met krakers als Wolfheart en Under Satanae vond ik het de moeite waard om deze Portugezen eens aan het werk te zien tijdens daglicht. Het publiek ging rap mee in de donkere sfeer en het werd nog zwarter in de tent toen klassiekers als “Opium”, “Vampiria” en “Alma Mater” ten gehore werden gebracht! Leuk optreden, al denk ik dat het nog leuker zou zijn mocht je de wolven buiten horen huilen onder het maanlicht.

In de Metal Dome was niet zoveel volk samengetroept om de stoner metal/rock van Red Fang te beluisteren. Gelukkig hebben ze daar een bar, zodat ik ook rustig vanop de zijlijn kon toekijken wat voor mij een totaal onbekende band was. Leuk, maar meer ook niet deze zware stoner rock.

Navolgend ging ik eens piepen in Marquee II waar de duistere black metal van God Seed uit de boxen kwam. Deze band werd opgericht omdat blijkbaar de bandnaamrechten van Gorgoroth niet meer gebruikt mocht worden. Je kunt ze inderdaad ongeveer vergelijken met Gorgoroth en de karakteristieke kop van Ghaal blijft er demonisch uitzien, ook al probeert hij hem te camoufleren met schmink. Black metal terwijl de zon er begint door te komen, de wereld op zijn kop, maar ik kon hun optreden wel smaken.

Om 17u15 begon Corey Taylor aan zijn tweede opwachting in éénzelfde weekend op éénzelfde festival, want de zanger van Slipknot heeft uiteraard nog een andere band waar hij veel tijd insteekt namelijk Stone Sour die gecatalogiseerd wordt onder de ‘alternatieve’ metal. Nummers als “Absolute Zero”, “Made of Scars” en “30/30 – 150” werden onder luid applaus onthaald, maar voor mij was de uitschieter toch wel de cover van Black Sabbath genaamd “Children of the Grave”. Eerlijk gezegd is dit ook niet mijn genre van muziek, dus ik vond het een beetje flauwtjes, en ik dacht af en toe toch dat Taylor stemproblemen had. Misschien het nadeel van in twee bands te zingen…

Terug in galop naar Marquee II want niemand minder dan Unearth stond hun fans op te wachten. De metalcore van deze Amerikanen sloeg voor mij vorig jaar in als een bom, en hopelijk konden ze dit ook vandaag evenaren. En ja hoor, opnieuw sloegen de breaks je om de oren en werden de mensen in de tent wakker geschud. En idem als vorig jaar vond ik dat volgende nummers er bovenuit staken: “Endless”, “The Great Dividers” en “Black Hearts Now Reign”. Deze mannen staan nu definitief in mijn geheugen gegrift als een killer live-band! Horns up!

Toen ik terugkwam waren de Zweden van In Flames al hun muziek gestart. Melodische death metal gecombineerd met grunts, hoge uithalen en synthesizers…voor elk wat wils dus, en dat was er klaarblijkelijk ook aan te zien want de weide stond vol. Zanger Anders Fridén wou een recordpoging crowdsurfen neerzetten, en vanop een afstand gezien zal hij niet ver in de buurt gezeten hebben. De muziek van deze mannen werkt aanstekelijk en nummers als “Trigger”, “Fear is the Weakness”, “Deliver Us” en afsluiter “Take This Life” deden het gejoel alleen maar stijgen! Mooi werk van deze Zweden.

Er stond al een hoopje volk om de nieuwe band van Jason Newsted op te wachten. Aangezien het debuutalbum pas op 6 augustus 2013 het licht zal zien, zullen velen enkel de nummers van de EP ‘Metal’ kennen. Ook ondergetekende heeft enkel nog maar de EP beluisterd, dus was ook ik benieuwd wat we voorgeschoteld zullen krijgen. De opener was een nieuw liedje, maar klonk wel redelijk aanstekelijk, maar opvolger “Soldierhead” deed menig hoofden headbangen. Een lekkere riff zit hier toch wel in verwerkt hoor! Bij “Godsneak”, “King of the Underdogs” en “Skyscraper” gingen de handjes nog spontaan in de lucht, maar bij de andere nummers bleef het helaas wat koel met als oorzaak dat er redelijk wat volk het voor bekeken hield. De aanhouders winnen altijd, want wie tot de laatste noot in Marguee II bleef staan, kreeg onverwachts nog “Whiplash” achter de kiezen gepropt. Spijtig voor Newsted, maar had zijn debuutalbum reeds beschikbaar geweest, hij had meer lof gekregen denk ik! Uiteraard ga ik ook akkoord met de mensen die hun plekje wilden bemachtigen om de Goden van Iron Maiden aan het werk te zien.

Inderdaad, Iron Maiden met mascotte Eddie altijd in de buurt, was na 5 jaar afwezigheid terug afgezakt naar Dessel om te tonen dat ze ons nog niet vergeten zijn. Zoals iedere Maiden adept weet, begint hun show altijd op de tonen van “Doctor Doctor” van de band UFO, ditmaal samen met een beeldfragment over wolken en natuurbeelden…waarna “Moonchild” de massa hysterisch maakt. Ikzelf had wel wat bedenkingen, want Bruce was er niet bij vanaf het begin met zijn stem. Gelukkig was dit maar voor enkele tellen, want hij herpakte zich en toonde dat hij “Moonchild” nog steeds aankan. “Can I Play With Madness” schalde uit de boxen en ja, dat is gewoon een meezinger van formaat. Bijna een ganse wei dat alle teksten van een set vanbuiten kent…chapeau!
Iron Maiden is gekend en geliefd ongeacht welk metal genre je graag hoort, dus nummers als “The Prisoner”, “2 Minutes to Midnight”, “Wasted Years” en “The Clairvoyant” die nog niet zo van de bekendste zijn werden warm onthaald. Uiteraard geen Iron Maiden zonder hits als “The Trooper”, “The Number of the Beast” en “Iron Maiden” uit de oude doos waarop iedereen headbangt! Steve Harris, Bruce Dickinson, Nicko McBrain, Dave Murray, Adrian Smith en Janick Gers zetten de weide van Graspop in vuur en vlam en ondergetekende ging op zijn knieën tijdens “Afraid to Shoot Strangers” waarbij de solo in het midden van het nummer door merg een been gaat. Een bis-ronde is vaste kost voor Iron Maiden en zodus werden volgende nummers nog op het publiek afgevuurd: “Aces High”, “The Evil That Men Do” en “Running Free” die nogmaals over ganse de weide werd meegezongen. Schitterend optreden, een decor om u tegen te zeggen, gewoon, Iron Maiden op zijn best! Dit optreden zal nog lang nazinderen!

Wie dacht dat het erop zat kwam van een kale reis thuis, want er waren nog 2 headliners te bezichtigen nl. King Diamond en Testament. Opnieuw een verschrikkelijke keuze voor ondergetekende want King Diamond is een bron van spektakel, terwijl de Bay Area thrashers van Testament mijn thrash hart sneller doet kloppen. Zoals het spreekwoord zegt: volg altijd je hart, stond ik dus enkele minuten later al te moshen op kleppers als “More Than Meets the Eye”, “The Preacher”, “Dark Roots of Earth” van hun recentste schijf, het moddervette “Into the Pit”, “Over the Wall”, “Disciples of the Watch” en “Alone in the Dark”.
Testament maakte voor iedere toeschouwer nogmaals het beest in zich wakker om eindelijk te besluiten dat graspop 2013 er bijna opzat. Gelukkig is er voor velen nog steeds de Metal Dome After Party om de laatste streepjes energie op je batterij  (lees: drankbonnen) op te souperen! Graspop, tot volgend jaar en stay metal!

Beste bands voor mij op zondag 30 juni waren ongetwijfeld Iron Maiden en Testament!

Organisatie: GMM, Dessel  

Pagina 87 van 143