logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

L7
Afghan Whigs

Jah Wobble

Jah Wobble – Van Radio Cairo tot Mystic Liverpool: muziek kent geen grenzen

Geschreven door

Jah Wobble – Van Radio Cairo tot Mystic Liverpool: muziek kent geen grenzen

Op Mystic Liverpool: The Beatles’ Psychedelic Psongbook geeft Jah Wobble samen met zijn zonen John en Charlie Wardle, oftewel TIAN QIYI, een nieuwe invulling aan het psychedelische repertoire van The Beatles.
CD review 2026 Mystic Liverpool - The Beatles' Psychedelic Psongbook
Live 2025 Jah Wobble & The Invaders Of The Heart – Een galmende ‘dub’ waas van jammende, bezwerende, dromerige, groovy sounds + Rebuilt van ‘Metal box’
We hadden het over een ‘zengevoel met een groove’, zware bastonen, traditionele Aziatische instrumenten en een muzikale droomwereld die generaties met elkaar verbindt. Het bleek meteen ook de ideale aanleiding voor een gesprek met de voormalige bassist van Public Image Ltd. Een interview met Jah Wobble laat zich echter moeilijk in een strak keurslijf dwingen. Wat begon bij digitalisering en zijn fascinatie voor muziek uit het Midden-Oosten, groeide uit tot een gesprek van ruim een uur over Radio Cairo, wereldmuziek, boeddhisme, George Harrison, zijn familie, havensteden, punk, abstracte schilderkunst en de vraag waar muziek eigenlijk vandaan komt.
Uiteindelijk belandden we zelfs bij vers brood, Franse boter en Belgisch bier. Jah Wobble antwoordt niet in rechte lijnen, maar neemt je mee op reis.
Lees met ons mee het resultaat

Je bent ondertussen al verschillende decennia actief in de muziekwereld. Wat is volgens jou, los van de digitalisering, de grootste verandering geweest in de manier waarop muziek wordt gemaakt en beleefd?
Streaming heeft de grootste invloed gehad. Toen we niet langer duizenden fysieke producten zoals cd’s en vinylplaten konden verkopen, werd het bijzonder moeilijk om financieel te overleven van opgenomen muziek. PledgeMusic verzachtte die klap een tijdje, omdat mensen geld konden toezeggen om een plaat te kopen en het opnameproces te ondersteunen. Uiteindelijk kwam ook dat financiële model in de problemen. Tegelijkertijd is de digitale revolutie fantastisch geweest. Ik kan thuis in mijn eentje goede muziek maken op mijn iPad. Ik hoef niet eens naar mijn kleine muziekkamer te gaan; ik kan gewoon vanuit de zetel werken of zelfs op een bus in Londen muziek opnemen. Digitale technologie — en streaming in het bijzonder — is daarom zowel de duivel als een god geweest. Zelf ontdek ik via streaming ook nieuwe ambientmuziek. Als iemand me plots zou vertellen dat ik voortaan afzonderlijk voor al die platen moet betalen, zou ik daar waarschijnlijk niet gelukkig mee zijn. Je kunt dus niet alles tegelijk hebben. Het is een zegen en een vloek, net zoals ik via mijn iPhone mijn zaken kan regelen terwijl sociale media tegelijkertijd mijn concentratie ondermijnen. Blijkbaar keren nogal wat jongeren zich tegenwoordig van smartphones af. Veel succes ermee.

Doorheen je carrière ontwikkelde je een sterke band met Arabische en Midden-Oosterse muziek. Voor mij is dat nog een vrij onbekende muzikale wereld. Wat trok je aanvankelijk aan in die klanken, en waar zou iemand zoals ik volgens jou het best beginnen luisteren?
Wat wij het Midden-Oosten noemen, omvat een enorme verscheidenheid aan muziek: onder meer Noord-Afrikaanse, Egyptische, Iraanse en Perzische tradities. Trek je verder Afrika in, dan kom je Ethiopische, Somalische en Malinese muziek tegen, naast de hele griottraditie. Zelfs de Chinese provincie Xinjiang alleen al is het bestuderen waard. Door de Zijderoute vind je er Oeigoerse, Tadzjiekse en Perzische invloeden. Mijn zonen hebben een Chinees-Mongoolse achtergrond en beschikken over een grondige kennis van sommige van die toonladders. Mijn eerste kennismaking met muziek uit het Midden-Oosten was vermoedelijk de Egyptische zangeres Umm Kulthum. Ik hoorde haar via de kortegolfradio. Ik luisterde naar die radiogolven om in slaap te vallen; ze klonken dromerig, alsof je de sterren van miljoenen jaren geleden hoorde spreken. Toen mengde Radio Cairo zich plots tussen die geluiden en leek die ongelooflijke muziek uit een ander universum te komen. Umm Kulthum werkte samen met de grote Egyptische componist Mohammed Abdel Wahab. Dat zijn alvast twee namen die het ontdekken waard zijn. Via Radio Teheran hoorde ik ook wat volgens mij soefimuziek was. Ik hield er enorm van. Als ik in een islamitisch land was geboren, was ik vermoedelijk een soefi geworden — en had ik mezelf waarschijnlijk in de problemen gebracht. Ik ben van nature nieuwsgierig. Als iemand mij Armeens brood aanbiedt, wil ik daarvan proeven. Wanneer ik Tottenham ga bekijken — wat altijd een deprimerende ervaring is — eten we misschien Jamaicaans, Turks of Somalisch. Ik hou van fusion in de keuken. Muzikaal voelt het voor mij even natuurlijk om een Midden-Oosterse toonladder te nemen, die een dubgevoel te geven en er iets nieuws mee te creëren.

Toch vind ik het vreemd dat we hier in het Westen zo weinig over Midden-Oosterse muziek weten. Hoe verklaar je dat?
In de jaren negentig bestond er een tijdlang bijzonder veel belangstelling voor wereldmuziek. Ik bracht zelf fusionplaten uit en speelde op festivals zoals WOMAD. Het was een vrij kleine markt, maar de mensen die ermee bezig waren, ondersteunden de muziek echt: ze bezochten festivals, lazen tijdschriften zoals Songlines en Folk Roots en kochten platen. Destijds leek het alsof wereldmuziek en fusion verder zouden blijven groeien, maar volgens mij is die scene uiteindelijk verschrompeld. We hebben nu cultuuroorlogen, alles is versnipperd geraakt en hier in Groot-Brittannië heeft de brexit sommige mensen nationalistischer en meer naar binnen gericht gemaakt. Ze reizen misschien nog naar Spanje om op het strand te liggen, maar dat betekent niet noodzakelijk dat ze belangstelling hebben voor de cultuur van een ander land. De wereldmuziekscene is nooit verdwenen, maar ontwikkelde zich niet verder zoals we ooit hadden verwacht. ;Vandaag bestaat er ook een compleet andere onlinewereld. Sommige muzikanten zijn bij het grote publiek nauwelijks bij naam bekend, maar halen honderdduizenden views op Instagram of YouTube. Mijn zonen zijn eveneens erg actief op Instagram. De muziek en haar publiek zijn een vormeloze, versnipperde massa geworden. Wanneer ik met mijn zonen speel, voelt het vermengen van culturen volkomen natuurlijk aan. Ze luisteren naar jazzmuzikanten zoals John Coltrane, maar voegen net zo spontaan drones en Mongoolse invloeden toe om die vervolgens een dubgevoel te geven. Het behoort tot onze familiecultuur om dub met Mongoolse en Ierse muziek te combineren. Alles begint als fusion. Iets is aanvankelijk nieuw en opwindend, maar krijgt uiteindelijk een vaste vorm en wordt traditie. Neem nu coq au vin: ooit besloot iemand een oudere kip in wijn te bereiden en ontdekte vervolgens dat sjalotten beter werkten dan uien. Een experiment groeide uit tot de vaste manier waarop het gerecht wordt klaargemaakt. Openstaan voor iets nieuws betekent niet dat ik traditie afwijs. Als iemand een traditionele Franse kok wil zijn, jazzstandards wil spelen of zoals Rembrandt wil schilderen, vind ik dat prima. Fusion windt mij persoonlijk gewoon het meest op. Dat was ook de geest van de vroege punk: alles was mogelijk. Je kon doen wat je zelf wilde en er gewoon voor gaan.

Dat brengt ons bij Mystic Liverpool: The Beatles’ Psychedelic Psongbook. Wat trok je aan in de psychedelische kant van The Beatles? Was er ook een spirituele band?
Absoluut. Het voelde natuurlijk aan, omdat zoveel muziek van The Beatles door India werd beïnvloed. George Harrison was oprecht spiritueel. Wanneer hij “My Sweet Lord” zong, meende hij dat werkelijk. Ik werd boeddhist omdat die manier van denken en leven voor mij het meest geschikte pad leek. Tegelijk noem ik mezelf soms een “Atman-smokkelaar”. Het boeddhisme leert anatta, het ontbreken van een permanente ziel, maar toch geloof ik dat er een soort universele goedheid bestaat — en Harrison stond daarmee in verbinding. Op dit familiealbum is de klank niet zozeer Arabisch als wel Mongools. Mijn zonen houden van drones, die je ook in Ierse folkmuziek en Indiase muziek aantreft. Voor mij roept zo’n drone een waarnemende aanwezigheid op: onder al onze individuele identiteiten bevindt zich een universele brom of resonantie. Daardoor wordt de muziek van het persoonlijke naar het onpersoonlijke getild. Ik vergelijk het soms met een golf die de kust nadert. De golf vreest dat hij zal sterven wanneer hij breekt, maar kan niet werkelijk sterven omdat hij deel uitmaakt van de oceaan. Via de drone proberen we iets van dat absolute gevoel te vatten. Cirkelvormige ritmes, baslijnen en soms ook de zang functioneren vervolgens als mantra’s, die de luisteraar hopelijk in een tranceachtige toestand brengen. Er zit eveneens een element van bhakti, of devotie, in. Daardoor nemen we afstand van die egoïstische vraag: “En ik dan?” Wij gaven die oosterse invloed een Mongoolse interpretatie. Charlie bespeelt de erhu, een Chinees strijkinstrument, maar ook de Mongoolse morin khuur. Dat instrument roept de steppen en graslanden op waaruit het afkomstig is.

Wat me tijdens het beluisteren opviel, is dat je nooit louter nummers van The Beatles lijkt te coveren. Songs zoals “Tomorrow Never Knows” en “Strawberry Fields Forever” worden haast composities van Jah Wobble. Hoe belangrijk was het om ze naar jouw hand te zetten zonder de geest van de originelen te verliezen?
Je moet trouw blijven aan de melodie. Soms kwam ik in de verleiding om de baslijnen te veranderen en ze nog meer als mezelf te laten klinken, maar zodra je te slim probeert te zijn, dreig je het nummer kwijt te raken. Ik wilde dat mensen onmiddellijk herkenden dat dit “Strawberry Fields Forever” of “Tomorrow Never Knows” was. De melodieën zijn uitstekend, dus er bestaat geen reden om ze niet te respecteren. We hebben de ritmes opnieuw uitgevonden, zodat ze bij onze Mongoolse benadering en onze dubstijl pasten. Dub was belangrijk omdat The Beatles de psychedelica verkenden en dub zelf eveneens een vorm van psychedelica is. De grootste fout zou zijn geweest om te hard ons best te doen. We moesten ontspannen blijven en zien wat er ontstond.

Het album voelt als een ontmoeting tussen verschillende culturen. Na je verkenningen van dub, postpunk, jazz en muziek uit alle hoeken van de wereld: denk je nog in genres, of is muziek voor jou één enorme taal geworden?
Muziek voelt voor mij grenzeloos aan. We hebben labels en taalkundige omschrijvingen nodig, maar proberen er tegelijk altijd aan voorbij te gaan. Hoeveel ik ook over muziek kan vertellen, de daadwerkelijke scheppingsdaad vindt ongelooflijk snel plaats — misschien zelfs nog vóór het bewuste denken. Dat gevoel heb ik al sinds ik bij Public Image Ltd. begon te spelen. Ik kan bewust beslissen om met de stippen op de hals van mijn basgitaar een bepaalde vorm te maken, maar wanneer de muziek echt ontstaat, kan ze zo uniek aanvoelen dat ik me afvraag: “Waar is dit in godsnaam vandaan gekomen?” Ik beweer niet dat ik een sjamaan of medium ben. Het gaat eenvoudigweg om de verwondering dat je iets aanboort wat al vóór het bewustzijn lijkt te bestaan.

Dit is ook een familieproject, waaraan jezonen John en Charlie en hun moeder Zi Lan Liao meewerken. Is muziek maken met je kinderen anders dan samenwerken met muzikanten met wie je geen familieband hebt?
Het is prachtig en voelt volkomen natuurlijk aan. Ik hou van de muzikale keuzes die ze maken en niets voelt geforceerd. John heeft een eigen stijl, maar zijn benadering doet me denken aan Jaki Liebezeit van Can, die ik altijd bewonderde. Jaki was geen bombastische drummer. Hij kon een droog, ingehouden geluid creëren en speelde met enorm veel nederigheid en concentratie. John bezit diezelfde aandacht. Jaki was als een beoefenaar van krijgskunst: in plaats van honderd slagen te spelen, speelde hij honderd reeksen van telkens één slag. Iedere slag was bewust. John kan soms druk spelen, maar blijft altijd beheerst. Dat maakt het een absoluut plezier om met hem samen te werken. Mijn zonen weten waarvan ik hou, terwijl ze hun eigen smaak en persoonlijkheid behouden. Het generatieverschil vormt nooit een hindernis.

Er schuilt iets moois in verschillende generaties die nummers interpreteren die zelf al meerdere generaties hebben overleefd. Ben je door de samenwerking met je zonen anders naar The Beatles gaan luisteren?
Ze hebben de keuze van de nummers zeker beïnvloed. Songs zoals “Rain” en “Norwegian Wood” waren hun ideeën. John ontdekte zelfs een instrumentaal Beatles-nummer waarvan ik het bestaan niet kende. Ze voelden meteen dat ze die songs in hun eigen stijl konden interpreteren. Iedereen wilde “Tomorrow Never Knows” spelen, terwijl “Within You Without You” zich vanzelf voor de drums leende. De twee nummers die ik er absoluut bij wilde, waren “Strawberry Fields Forever” en “I Am the Walrus”. Gelukkig konden zij zich ook in die keuzes vinden.

Liverpool staat centraal in de albumtitel, hoewel je zelf in Londen bent opgegroeid. Wat betekent Liverpool voor jou, los van het feit dat The Beatles er vandaan kwamen?
Ik kom uit Oost-Londen, dat eveneens een havengebied was. Mijn familie bestond uit watermen en lightermen; mijn grootvader en de generaties vóór hem werkten met binnenvaartschepen en in de dokken. De arbeiders- en havencultuur van Liverpool voelt daardoor vertrouwd aan. Een vergelijkbare sfeer vind je in steden zoals Rotterdam of Oostende. Historisch waren dat ruige plekken vol dokwerkers en dronken zeelui, al werken er door de automatisering tegenwoordig veel minder mensen op schepen en in de havens. Mijn vrouw kwam op dertienjarige leeftijd vanuit China in Liverpool terecht, nadat ze als klein meisje met een rode vlag nog het einde van de Culturele Revolutie had meegemaakt. Stel je voor dat je zonder Engels te spreken op een harde arbeidersschool aankomt en leerlingen hun leerkrachten openlijk ziet tegenspreken. Voor haar betekende dat een enorme cultuuromslag. Liverpool is onderdeel geworden van mijn gezinsleven. Mijn oudste zoon woont er, mijn schoonfamilie is er gevestigd en ik heb er goede vrienden. Wij wonen in de buurt van Manchester, op slechts ongeveer drie kwartier rijden. Het East End waarin ik opgroeide, is grotendeels verdwenen. Mijn uitgebreide familie woonde ooit binnen dezelfde vierkante mijl; vandaag woont niemand van ons daar nog. Londen is, zoals men weleens zegt, binnenstebuiten gekeerd. Veel oorspronkelijke Londenaren verhuisden naar de buitenste zones of nog verder. Steden en bevolkingen veranderen voortdurend, omdat mensen nu eenmaal op zoek gaan naar een beter leven. Het voordeel van ouder worden is dat ik die veranderingen gewoon kan observeren. Wanneer vrienden me vragen wat ik aan een politiek probleem zou doen, antwoord ik: “Ik hoef helemaal niets te doen. Ik ben maar een bassist.”

je komt uit een generatie die met punk en postpunk de muzikale regels verscheurde, maar grijpt nu terug naar muziek van de generatie vlak vóór jou. Heeft het ouder worden je kijk op traditie veranderd — en misschien ook op het idee van rebellie tegen het verleden?
De jaren zeventig vormden een bijzonder hard decennium in Groot-Brittannië, gekenmerkt door armoede en politieke onrust. Ik ben in 1958 geboren, in een periode waarin beter onderwijs en sociale huisvesting arbeiders meer kansen boden. Daardoor ontstond in de jaren zestig een explosie van schrijvers en muzikanten uit de arbeidersklasse. The Beatles kwamen grotendeels uit dat milieu en later gold hetzelfde voor punk. Tegen de jaren zeventig was rock grandioos en pseudovirtuoos geworden. Progressieve rock was technisch complex, maar miste vaak groove. Ik hield meer van zwarte muziek, reggae, bluebeat en ska. Punk vormde een woedende reactie tegen het establishment van de oude rockers. Ironisch genoeg kon de muziek zelf behoorlijk conservatief zijn — vaak niet veel meer dan elementaire rock-’n-roll — maar de houding was kwaad, grappig en oneerbiedig. Malcolm McLaren, John Lydon en de mensen rondom die scene leken soms op de Marx Brothers: ze lachten met het establishment terwijl ze het tegelijkertijd provoceerden. Vóór Public Image Ltd. woonde ik alleen in een kraakpand, met een basgitaar maar zonder versterker. Die had ik verkocht, waarna ik mijn instrument tegen het hoofdeinde van een bed drukte om te kunnen spelen. Zelfs toen dacht ik al aan iets abstracters: baslijnen gecombineerd met synthetische geluiden en geschreeuwde of gesproken vocalen. Nadat ik uit het kraakpand was gezet en tijdelijk opnieuw bij mijn ouders woonde, vroeg John me om bij PiL te komen. Beeldende kunstenaars lijken nieuwe ideeën vaak eerder te bereiken dan muzikanten. Binnen de postpunk stonden wij dichter bij de abstract-expressionisten uit de jaren vijftig. We waren kwaad en nihilistisch, verzetten ons tegen traditie en zochten naar een andere vorm van expressie. Ik kan me perfect voorstellen dat Metal Box bij een schilderij van Rothko wordt afgespeeld: een compromisloze geluidsmassa die zich niet zoals een conventioneel verhaal netjes van links naar rechts ontvouwt. Ze beweegt evenzeer verticaal als horizontaal.

Toen je Metal Box hielp creëren, kon niemand vermoeden dat mensen bijna een halve eeuw later nog altijd over die muziek zouden praten. Vraag je zich soms af welke muziek van vandaag over vijftig jaar nog een vergelijkbare impact zal hebben?
Ik veronderstel dat die muziek er zal zijn, maar ik kan me echt niet voorstellen hoe ze zal klinken. Misschien wordt het iets microtonaals, zoals de muziek van dat Frans-Canadese duo — Angine de Poitrine, geloof ik? Misschien ontstaat er een beweging weg van de diatonische muziek. Ook ritmisch spelen ze bijzonder slim. Hun muziek is gebaseerd op loops in regelmatige maatsoorten, maar door de accenten die ze leggen, suggereren ze allerlei onregelmatige maatsoorten. Ze hebben duidelijk hard en haast obsessief gewerkt aan wat ze doen.

Na meer dan vier decennia vol dub, postpunk, jazz, wereldmuziek en experiment: zoek je nog altijd actief naar klanken die u kunnen verrassen?
Absoluut. Ik wil nog altijd aangenaam verrast worden. Dat kan evengoed met eten als met muziek gebeuren. Onlangs at ik vers brood dat nog een beetje warm was, met heerlijke boter uit Bretagne en enkele goede ansjovissen. Zoiets eenvoudigs kan je doen denken: “Wauw, dit is het beste wat er ooit heeft bestaan.” Muziek kan mij nog altijd op precies dezelfde manier treffen en plots hemels klinken. Ik probeer te bewaren wat zenleraar Shunryu Suzuki de geest van de beginner noemde: “In de geest van de beginner zijn er veel mogelijkheden, maar in die van de expert slechts enkele.” Ik wil de bas benaderen als een beginner, alsof ik het instrument nog nooit eerder heb bespeeld. Dan kan alles opnieuw als nieuw aanvoelen.

Na alles wat je hebt meegemaakt — PiL, Invaders of the Heart, samenwerkingen over culturele grenzen heen en nu muziek maken met je familie — wat kan muziek je nog leren?
Ik beschouw leren niet als het louter opstapelen van intellectuele informatie. Dat kan oppervlakkig en haast materialistisch worden. Muziek brengt ons dichter bij iets wat vóór het bewustzijn bestaat. Net zoals je van die boter proeft en alleen maar “wauw” denkt, kan muziek de denkende geest even stilleggen. Binnen spirituele tradities kan een leerling voortdurend om meer informatie vragen in de hoop de verlichting te bereiken, terwijl precies die zoektocht hem gevangenzet in het gewone denken. Daarom kan een zenmeester een leerling plots met een sandaal slaan: gedurende één ogenblik stopt het denken en blijft alleen het naakte bewustzijn over. We zijn getraind om voortdurend informatie op te nemen en krijgen zelden de tijd om ons te herpakken. Muziek kan die cyclus doorbreken. Ze geeft ons niet noodzakelijk nog een antwoord; soms leert ze ons iets door de vragen en het denken even te laten zwijgen.

Pics homepag @David Guttridge 

Bedankt voor het fijne interview
Jah Wobble is in november 2026 live te zien in de Cactus Club, Brugge (26 november 2026)

Echoes Of A Dying World

Echoes of a Dying World – We moeten opnieuw als een eenheid leren samenleven

Geschreven door

Echoes of a Dying World – We moeten opnieuw als een eenheid leren samenleven

Na de debuut-EP Before the Fall uit 2022 en het album Tribulation uit 2023 rondt Echoes of a Dying World eind augustus de trilogie af met Revelations. De nieuwe EP verschijnt in eigen beheer en vormt allerminst een vrijblijvend sluitstuk. Duisternis en hoop, individuele afzondering en maatschappelijke verbondenheid staan voortdurend tegenover elkaar.
Tijdens Hellbound Fest zagen we hoe die tegenstellingen ook live tot leven komen. De veelzijdige stem en expressieve podiumpresence van Tine Vanmuysen trokken daarbij de aandacht, maar het was vooral de wisselwerking tussen alle muzikanten die het optreden liet uitgroeien tot een duistere, sprookjesachtige totaalbeleving.
Over Revelations, de hechte band tussen de muzikanten, haar jazzachtergrond en de voortdurende zoektocht naar evenwicht hadden we een fijne babbel met Tine.

Ik zag jullie onlangs op Hellbound Fest en schreef dat jullie live meer brengen dan zomaar een concert. Het wordt bijna een duistere, sprookjesachtige totaalbeleving. Herkennen jullie jezelf in die omschrijving?
“Die omschrijving klopt zeker, al zijn het niet altijd mooie sprookjes die daaruit voortkomen. Elk sprookje heeft vaak een mooie, maar ook een duistere kant. Het is precies die tegenstelling die we in onze muziek proberen te verweven. Onze nummers gaan wel degelijk over de realiteit, maar die wordt telkens in een groter verhaal gegoten. Op dat vlak herken ik ons dus zeker in die omschrijving.”

In mijn verslag schreef ik ook dat jullie voortdurend balanceren tussen pure duisternis en sprankelend licht. Is die tegenstelling bewust in jullie muziek aanwezig?
“Absoluut. Je mag problemen benoemen. Eigenlijk moet je dat zelfs doen, maar tegelijkertijd moet je ook de hoop die er nog is durven zien en tonen. Er hangt altijd een duistere walm over onze muziek en teksten, maar daarbinnen proberen we toch steeds een boodschap van hoop uit te dragen. Die tegenstelling is dus heel bewust aanwezig.”

Jullie muziek wordt vaak omschreven als symfonische death- en doommetal, maar klinkt tegelijk bijzonder filmisch en atmosferisch. Hoe belangrijk is sfeer wanneer jullie aan een nieuw nummer beginnen?
“Wanneer we aan een nieuwe song beginnen, staan we eigenlijk niet bewust stil bij dergelijke omschrijvingen. Het begint vaak heel klein, met één enkele riff waaraan we vervolgens elementen beginnen toe te voegen. We kneden het geheel en geven het geleidelijk vorm. Zodra er een soort structuur ontstaat, begin ik met de teksten te spelen en creëren we verschillende lagen. Elke laag wordt afgetoetst. Soms verdwijnt er opnieuw eentje en soms wordt er nog iets toegevoegd. We geven onze nummers de tijd om te groeien en durven er ook kritisch naar te kijken. Er zullen altijd songs of ideeën zijn die nooit de eindstreep halen. Wat die eindstreep wel haalt, zijn de nummers waarover we voor honderd procent tevreden zijn en waarbij we het gevoel hebben dat het verhaal af is en er niets meer aan hoeft te worden toegevoegd.”

De opkomst op Hellbound Fest was niet enorm, maar jullie speelden alsof er een volle zaal voor jullie stond. Maakt het voor jullie uit hoeveel mensen er voor het podium staan?
“Persoonlijk maakt het mij niet uit of we voor één persoon of voor honderd mensen optreden. Ook die ene persoon heeft voor een bepaalde ervaring gekozen en verdient minstens evenveel aandacht als die honderd. Bovendien beleven we zelf veel plezier aan wat we doen. Of er nu veel of weinig volk staat, dat plezier blijft hetzelfde.”

Toch hoorde ik ooit iemand zeggen dat optreden voor vijfentwintig mensen soms moeilijker is dan voor vijfhonderd. Ervaar jij het eveneens zo?
“Dat klopt zeker. Wanneer er weinig mensen staan, voel je je soms extra bekeken. Dat is een heel vreemd gevoel en in het begin had ik het daar behoorlijk moeilijk mee. Wat me daarbij geholpen heeft, is optreden in cafés, waar je op gelijke hoogte met het publiek staat en de mensen letterlijk in de ogen kijkt. Aanvankelijk vond ik dat heel confronterend, maar uiteindelijk moet je je daaroverheen zetten en die knop omdraaien.”

Ook vocaal zit de tegenstelling tussen licht en duisternis diep in de muziek van Echoes of a Dying World verankerd. Op plaat en podium beweeg je tussen breekbare, bijna feeërieke passages en demonische uitbarstingen. Zoek je die verschillende kanten van je stem bewust op?
“Ik probeer elke emotie de kleur te geven die ze verdient en die haar het beste ondersteunt. Soms is dat rauw of agressief, maar op andere momenten klinkt het juist hoopvol en zacht. Ik probeer daarin altijd een goede balans te bewaren. Bij sommige nummers voel je echter dat er nauwelijks plaats is voor lieflijkheid. Dat is bijvoorbeeld het geval bij ‘Anarchia’, zowel muzikaal als tekstueel. Dan blijf je bewust binnen dat rauwe gevoel.”

Zonder de muzikale wisselwerking met de andere bandleden zou die veelzijdigheid echter nooit hetzelfde effect hebben. Hoe belangrijk is die onderlinge band? Zijn jullie een ‘match made in heaven’ — of misschien eerder in hell?
“Ik heb de eer en het genoegen om met ontzettend goede muzikanten te mogen werken. Zij weten waarover mijn teksten gaan, kennen het bereik van mijn stem en spelen daar perfect op in. Meestal beginnen we met de muzikale omlijsting. Vervolgens puzzelen we aan de tekst en bekijken we samen welke richting we ermee kunnen uitgaan. Ik let daarbij ook op hun reacties. Wanneer ze spontaan met hun hoofd beginnen mee te knikken, weet ik dat het goed zit. Ze bouwen de spanning automatisch mee op. Op de een of andere manier komt alles telkens opnieuw mooi samen. Doorheen die drie releases is het niet zozeer de bezetting, maar vooral onze muziek die veranderd en gegroeid is. Ondertussen kunnen we elkaar zonder woorden aanvullen. Eén blik is soms voldoende. We hebben ook moeten leren dat, wanneer een van ons valt, de rest klaarstaat om alles recht te houden. Het is uiteraard de bedoeling dat het publiek daar niets van merkt.”

Die onderlinge wisselwerking viel me inderdaad op. Ik woon veel jazzoptredens bij en herken iets van dat improviserende karakter ook in jullie muziek.
“Ik ben opgeleid als klarinettiste en heb veel jazz gespeeld. Daarnaast ben ik een enorme fan van Nina Simone en Billie Holiday. Zulke invloeden neem je automatisch mee in je eigen muziek. We luisteren als band bovendien niet uitsluitend naar metal, maar volgen allemaal verschillende genres. Daar komt dat improviserende karakter waarschijnlijk gedeeltelijk vandaan.”

Het hokjesdenken lijkt de laatste jaren stilaan te verdwijnen. Speelt dat in jullie voordeel? Jullie muziek valt tenslotte moeilijk in één hokje te duwen.
“Toen we met Echoes of a Dying World begonnen, probeerden mensen ons wel degelijk in een bepaald hokje te plaatsen. We hebben onszelf toen ook lange tijd afgevraagd wat voor muziek we nu eigenlijk maakten. Op een bepaald moment zijn we gestopt met ons die vraag te stellen. De laatste twee of drie jaar merk ik bovendien een kentering. Er zijn ondertussen zoveel nieuwe hokjes bijgekomen dat niemand er nog een duidelijk overzicht van heeft. Daarom hebben we die hokjes zelf maar overboord gegooid. We merken dat dit een positieve uitwerking heeft op de band. We houden niet van grenzen en willen uiteindelijk gewoon muziek maken waarbij we onszelf goed voelen.”

Jullie nieuwe EP Revelations vormt het laatste deel van een trilogie. Wanneer wisten jullie dat Before the Fall, Tribulation en Revelations samen één groter verhaal zouden vormen?
“Toen we aan Before the Fall begonnen, wilde ik mijn wereldbeeld beschrijven: hoe de wereld op mij overkomt en hoe beangstigend die soms kan zijn. Ik kan heel blij zijn en vervolgens plots heel verdrietig worden. Dat is een eigenschap van mezelf die ook in mijn teksten naar voren komt. Metalmuziek kan bijzonder duister zijn, maar wij wilden daar altijd een boodschap van hoop tegenover plaatsen. Na het uitbrengen van onze eerste EP merkten we dat we veel meer nummers hadden dan oorspronkelijk voorzien. Uiteindelijk is daar een trilogie uit ontstaan. Het eerste deel gaat over hoe alles begonnen is en wat de aanleiding was. Vervolgens zitten we midden in de gebeurtenissen. Op Revelations stellen we de vraag welke zaken in ons leven ons hebben gebracht tot waar we nu staan en hoe we binnen die context toch een boodschap van hoop kunnen uitdragen. Revelations vormt de afrekening van alles. De voornaamste boodschap is dat we opnieuw als een eenheid en als een hechte groep moeten leren samenleven. Wanneer iedereen in zijn eigen cocon blijft zitten, gaat uiteindelijk degene met het meeste geld en het meeste lawaai met alles lopen. Die eenheid moet terugkeren in onze maatschappij. We proberen mensen aan te sporen om te durven benoemen wat er fout gaat en daar vervolgens samen iets aan te doen.”

Had het feit dat Revelations het sluitstuk van de trilogie zou worden invloed op de manier waarop jullie de nummers schreven? Was er een gevoel dat het verhaal nu afgerond moest worden?
“Eigenlijk niet. Je kunt de trilogie vergelijken met een boek dat in drie delen werd uitgegeven. Nu is het gewoon tijd voor een volgend boek, want het verhaal is nog lang niet verteld. Misschien wordt ook dat volgende boek opnieuw een trilogie. Je weet vooraf nooit hoeveel delen je nodig hebt om een bepaald verhaal te vertellen.”

Ik had tijdens het beluisteren inderdaad het gevoel dat Revelations wel het einde van het drieluik vormt, maar niet het einde van het verhaal. In welke richting kan dat volgende hoofdstuk gaan?
“Volgens mij komen we nu uit bij een soort toestand van evenwicht, of beter gezegd: het streven daarnaar. Er is nog altijd zwart en er is nog altijd wit, maar het leven bestaat vooral uit het voortdurende balanceren tussen die twee uitersten.
Ik vermoed dat onze nieuwe nummers verder in die richting zullen gaan. De vraag wordt dan: hoe vinden we dat evenwicht? We weten ondertussen wat er fout is gelopen en we weten dat we moeten blijven hopen, maar de vraag hoe we dat concreet moeten doen en waar dat evenwicht precies ligt, blijft voorlopig onbeantwoord.”

Hoe proberen jullie het evenwicht muzikaal te vinden?
“Door een nummer voortdurend te veranderen. Onze nummers blijven tijdens de repetities groeien. Soms voelen we dat er nog iets ontbreekt en dan blijven we eraan werken tot we gevonden hebben wat het nummer nodig heeft. Zo was er een song die oorspronkelijk op Revelations had moeten staan. We hadden echter het gevoel dat hij nog niet af was en dat er meer in zat. Soms zijn we maanden met één nummer bezig. We moeten onszelf de tijd gunnen om niet te snel tevreden te zijn en een compositie verder te laten groeien, tot ze het punt bereikt waarop alles klinkt zoals wij het echt willen. Die balans vinden is dus een zoektocht. Het is een lang proces van proberen, uitproberen en opnieuw veranderen.”

Ik heb de EP beluisterd en jullie live gezien. Hoewel de muziek ook op plaat overeind blijft, voelt het verhaal pas helemaal compleet wanneer je de band op het podium ziet. Heeft dat eveneens met dat groeiproces te maken?
“Zeker. Toen ik met Echoes of a Dying World begon, had ik nog nooit gegrunt. Ik kwam uit een classic-rockcoverband en had wel nummers van Iron Maiden en AC/DC gezongen, maar dit was toch iets helemaal anders. Tijdens onze eerste optredens was ik zo intensief met de zangtechniek bezig dat ik de interactie met het publiek soms vergat. Naarmate de screams me meer eigen werden, kwam er ruimte vrij om bewuster met het publiek bezig te zijn. Eigenlijk lukt het me pas sinds ongeveer drie jaar om die interactie echt ten volle op te zoeken. Het livegebeuren maakt dus absoluut deel uit van het groeiproces waarover we het hadden.”

Jullie muziek vertelt verhalen die de luisteraar aan het denken zetten en de fantasie prikkelen. Willen jullie dat iedereen de teksten en concepten op dezelfde manier begrijpt, of vinden jullie het interessant wanneer luisteraars er een eigen verhaal in ontdekken?
“Er zit veel beeldspraak in onze muziek. Daardoor kunnen luisteraars bepaalde passages anders interpreteren. Met mijn bindteksten probeer ik tijdens een optreden een korte inleiding te geven en duidelijk te maken in welke richting het nummer gaat. Het mooie aan muziek blijft echter dat iedereen er het zijne kan uithalen. Veel van onze nummers zijn dualistisch opgebouwd. Er kan bijvoorbeeld Bijbelse beeldspraak in voorkomen, zoals in ‘Iskariot’, terwijl daarachter een heel andere boodschap schuilgaat. Verhalen met een boodschap, daar draait het voor ons om. In het verleden lag dat anders. Toen bracht ik bijvoorbeeld verhalen uit de Noorse traditie, maar nu wil ik verhalen vertellen met een boodschap die binnenkomt en mensen doet nadenken. Het is zeker de bedoeling om hun nieuwsgierigheid te prikkelen en ervoor te zorgen dat ze uiteindelijk hun eigen verhaal in onze muziek kunnen ontdekken.”

Iets helemaal anders: de laatste jaren zien we steeds meer vrouwen hun plaats opeisen binnen de metalwereld. Naast jou zijn er bijvoorbeeld zangeressen actief bij Behind the Veil, Painted Scars en Circle Unbroken. Wat is er veranderd? Metal gold vroeger toch vooral als een mannenbastion
“Ik vind de term ‘female fronted’, zoals dat vaak wordt uitgedrukt, eigenlijk complete zever. Men spreekt toch ook niet over ‘male fronted’ wanneer er een man zingt? Los daarvan is de aanwezigheid van vrouwen in de metalwereld doorheen de jaren gewoon gegroeid. Je had onder anderen Doro en Arch Enemy. Zulke vrouwen hebben gaandeweg hun stempel op de metalwereld gedrukt, waardoor anderen eveneens het heft in handen durfden te nemen. Ik herinner me nog dat het bijna als een vorm van heiligschennis werd beschouwd wanneer ik als vrouw covers van AC/DC zong. Ook daarin is de laatste jaren gelukkig een kentering gekomen. Daarnaast bestaat er tegenwoordig gespecialiseerde vocal coaching waar vrouwen terechtkunnen om grunt- en screamtechnieken te leren. Vroeger was die begeleiding voornamelijk op mannenstemmen gericht en was ze voor vrouwen veel minder toegankelijk. Iris Goessens, die bij Spoil Engine zong, helpt bijvoorbeeld heel wat beginnende zangeressen binnen de metal. Ik heb het destijds allemaal zelf moeten uitzoeken. Het is goed dat dergelijke begeleiding nu bestaat voor een volgende generatie. Er is duidelijk een kentering aan de gang om de weegschaal eindelijk meer in evenwicht te krijgen.”

Tot slot: stel dat ik Echoes of a Dying World nog niet ken. Hoe zou je me dan overtuigen om jullie muziek een kans te geven? Wat maakt de band volgens jou bijzonder?
“Wij willen niet zomaar muziek brengen, maar de luisteraar meenemen op reis door verschillende landschappen en hem aanzetten om daarover na te denken. Niet iedereen vindt alle landen even mooi en daar is niets mis mee, maar je moet ze eerst ervaren om dat te kunnen weten. Voor avonturiers die graag op reis gaan, is er Echoes of a Dying World om al die verschillende landschappen mee te ontdekken.”

Welke ambities koesteren jullie nog? Wat is het hoogste doel dat Echoes of a Dying World als band wil bereiken?
“We willen natuurlijk zoveel mogelijk mensen bereiken met onze muziek en misschien een kleine aanzet geven tot een betere wereld. Muzikaal willen we blijven groeien, experimenteren en vooral veel plezier blijven beleven aan wat we doen. Het zou mooi zijn mochten we ooit op een festival als Alcatraz, Graspop Metal Meeting of Dynamo Metalfest kunnen staan. Dat zou de kers op de taart zijn.”

Jullie muziek is niet meteen de meest toegankelijke, maar daar is uiteraard niets mis mee. Willen jullie koste wat het kost naar zulke grote podia doorgroeien, of zouden jullie er vrede mee hebben om binnen de underground een sterke status uit te bouwen?
“We willen vooral altijd onze eigenheid bewaren en de vrijheid behouden om op muzikaal vlak te doen wat we zelf willen. Als we daardoor in de underground blijven, zullen we proberen daar een zekere status te verwerven. Either way, our echo will be heard!”

Bedankt voor de fijne babbel, heel veel succes in alles wat jullie nog doen, we blijven het op de voet volgen…
Revelations
verscheen eind augustus 2026 in eigen beheer

Ænima - A Tool Experience

Ænima - A Tool Experience - De meest intense momenten zijn er als je ziet hoe de mensen met hun ogen dicht staan te genieten. Dan voel je dat het goed zit. En dan is het publiek gewoon mee

Geschreven door

Ænima - A Tool Experience - De meest intense momenten zijn er als je ziet hoe de mensen met hun ogen dicht staan te genieten. Dan voel je dat het goed zit. En dan is het publiek gewoon mee

Het verschil tussen een 'tribute band' en een 'experience' werd door de formatie Ænima haarfijn uitgewerkt. Waar een tribute band de songs van zijn idolen zo dicht mogelijk probeert te benaderen en er vervolgens een eigen, feestelijke draai aan geeft, is een Tool Experience toch iets helemaal anders. De muziek van Tool is immers geen gemakkelijk stuk muziek. Om die complexe en gelaagde sound overtuigend in klank om te zetten, moet je als muzikant haast over een buitenaardse kracht beschikken.
Voor hun optreden op Fonnefeesten - https://www.musiczine.net/index.php/nl/festivals/item/103583-fonnefeesten-2026-dag-5-wat-een-intensiteit-van-aenima-en-een-afscheid-in-majeur-van-channel-zero  hadden we een fijne babbel met de band over hoe dat in zijn werk gaat? Wat is de drijfveer, de plannen en de ambitie

Ænima bestaat inmiddels al geruime tijd. Hoe is het project oorspronkelijk ontstaan, en wat was de aanleiding om jullie zo intensief op de muziek van Tool te richten?
Mario: Het is heel naturel ontstaan, door enkele mensen die gewoon de muziek van Tool wilden spelen voor mensen die graag live naar de muziek van Tool luisteren. Niets meer en niets minder eigenlijk. In 2015 begonnen Jay en Joris, die net Los Bastardos del Bronco hadden achter zich gelaten, samen te brainstormen over een nieuw project. Dik 10 jaar later ben ik de enige overgebleven van de oorspronkelijke bezetting, door het leven dat nu eenmaal gebeurt.

Tool staat bekend om complexe composities, ongewone maatsoorten en lange, gelaagde nummers. Wat zijn voor jullie de grootste uitdagingen bij het live brengen van die muziek?
Stephan: Zonder afbreuk daaraan te doen, een AC /DC tribute zouden we nooit doen. Wat we doen , doen we gewoonweg uit passie voor de geniale muziek van Tool. Die passie delen we allemaal, en dan gaat dat allemaal een beetje vanzelf.
Timmy: De grootste uitdaging blijft toch om een manier te vinden om het kritische Tool-publiek mee te trekken in de ervaring die we ook voor onszelf creëren op het podium. Aan hen om te oordelen of we daar in slagen.

Ik zag jullie in 2018 live in De Casino en schreef toen dat jullie veel meer brachten dan een gewone tribute-act. Nooit overwegen om dat in nummers te brengen?
Joshua: Dat ligt moeilijk, we hebben allemaal andere projecten waar we ons ei in kwijt kunnen. En in de meeste gevallen zijn dat nummers die moeilijk daarnaast kunnen liggen. Daarom doen we met dit project specifiek Tool nummers.

Het is nu ook niet dat dit een ‘zijproject is dat je er even bij neemt’, jullie nemen dit wel serieus op?

Mario: Zoals daarnet al gezegd weten we voor welk publiek we spelen. We zijn zelf fanatieke Tool fans, en dus zijn we super kritisch als we b.v. een andere Tool tribute bezig zien. De lat ligt heel hoog, we komen er niet mee weg als we maar half werk afleveren.

Hoe bereiden jullie een nieuw Tool-nummer voor? Wordt alles noot voor noot geanalyseerd, of laten jullie ook ruimte voor een eigen interpretatie?
Timmy: De nummers heel goed beluisteren, en keuzes maken, en vooral daarbij elkaar aanvullen en aanvoelen is het belangrijkste. Vroeger was dat een pak moeilijker want toen was er nauwelijks beeldmateriaal waar we op kunnen terugvallen. Nu kunnen we de nummers verbinden aan beelden, dat scheelt in keuzes maken. Soms gebeurt het dat we een nummer instuderen en denken: ‘Hij speelt het zo!’, en dan is het totaal anders (lacht).  En dan moeten we daar weer op in spelen.  Het is een kwestie van voortdurend schakelen en elkaar aanvullen daarin.

Waar ligt voor jullie de grens tussen zo trouw mogelijk blijven aan Tool en toch een eigen identiteit als band ontwikkelen?
Mario: Wij willen de nummers brengen zoals Tool ze brengt. Ons publiek moet de ogen kunnen sluiten en zich op een Tool optreden wanen. Onmogelijk natuurlijk, maar zo hoog moet de lat liggen. Onze fans en wijzelf zijn niet gek van compromissen hierin (lacht).

Jullie noemen jezelf ‘A Tool Experience’. Wat betekent dat woord ‘experience’ voor jullie, en waarin onderscheiden jullie je van een klassieke tribute- of coverband?
Stephan: Dat is er later bij gekomen, toen we op het podium merkten dat de beleving toch helemaal anders is dan in het repetitiekot. We zitten met een kritisch publiek. In het begin voelden we de energie die we op het podium brachten maar moeilijk terugkomen uit het publiek. Langzaam maar zeker komt dat goed en dat is voor ieder wel iets apart. En dat is dus die ‘experience’.

Wanneer zie je dat zo een experience geslaagd is? Want een Tool publiek zal je niet gauw in een moshpit zien of zo..
Timmy: De meest intense momenten zijn er als je ziet hoe de mensen met hun ogen dicht staan te genieten. Dan voel je dat het goed zit. En dan is het publiek gewoon mee.

Hoe belangrijk zijn de visuals, belichting en de algemene podiumbeleving? Worden die bewust afgestemd op de muziek en de sfeer van elk nummer?
Mario: We zorgen er eerst en vooral voor dat de nummers klinken zoals het hoort. Geen improvisatie wat dat betreft. Jarenlang werkten we met Nico, een visual artist die zelf beelden maakte gebaseerd op wat Tool zoal brengt in zijn shows. Het is een essentieel deel van de experience, om op die manier ons publiek compleet mee te krijgen.  De mensen kennen de muziek, en als het totaalplaatje klopt, dan ontstaat er altijd iets magisch.

Als ik het goed begrijp, spelen jullie de nummers gewoon zoals ze zijn? bij sommige tribute bands zie je dat ze daar iets mee doen …
Joshua: Dat is ook niet de bedoeling. Er is bij Tool nummers niet zoveel ruimte om te improviseren eigenlijk. De muziek is op een manier ook een beetje heilig, en denken dat je er iets beter van kan maken zou misschien ook een tikje arrogant zijn. Alleen in de visuals, daarin hebben we de kans om mee een universum te scheppen.  Zo voelt het aan als een cinema met een band die vooraan staat te spelen, een filmische beleving.

Tool heeft een bijzonder trouwe en kritische fanbasis. Voelen jullie extra druk wanneer er doorgewinterde Tool-fans in de zaal staan?
Stephan: Dat wisten we toen we eraan begonnen. En dat lukt tot op heden best prima.

Op Fonnefeesten was er nog een extra probleem, hoe doen jullie dat dan met een ‘mainstraim publiek’; doen jullie een soort best of (bewust)? Of hoe zit dat?
Mario: Sowieso. Fonnefeesten wordt een ‘Greatest Hits’, als zoiets bij Tool al bestaat. Ook dan breng je dus de essentie van Tool, alleen gaan er meer mensen nummers herkennen.

Jullie brengen soms een volledig Tool-album integraal. Is zo’n albumshow een andere uitdaging dan een set met nummers uit verschillende periodes van Tool?
Mario: Voor de 30-jarige viering van het legendarische ‘Ænima’ album brengen we dit jaar het album integraal van de eerste tot de laatste noot. Daar zijn natuurlijk nummers bij die we niet spelen voor een publiek zoals op Fonnefeesten. Die kun je alleen maar brengen voor doorwinterde fans. Als je een album integraal brengt ligt de spanning helemaal anders.

Past de muziek van Tool niet beter in een club dan op een festivalpodium of is dat ver gezocht?
Timmy: Mensen hechten soms wat te veel belang aan locatie. Het publiek van sommige bands groeit door de jaren sterk aan, denk aan AmenRa. Bovendien, ooit was iedereen muisstil op festivals. Als je naar Tool gaat in een zaal, nemen ze je smartphone af als je staat te filmen. Om die nummers voor te bereiden was het de max om dat op een festival te kunnen doen, om ons daarop voor te bereiden. Dus .. het hangt wat van situatie tot situatie af, maar is niet concertzaal of festival plein gebonden.

Zijn er Tool-nummers die jullie bewust niet spelen omdat ze technisch, vocaal of productioneel te moeilijk zijn om live te reproduceren?
Mario: Ook dat hangt van situatie tot situatie af. Bij onze eerste passage in zaal Casino kwam de stagemanager, ook een Tool fan, nadat we het nummer H en Jimmy van op Ænima hadden gespeeld, ons zeggen: ‘Zalige nummers, maar ik zou dat niet brengen op een festival’.  En inderdaad, je kunt die niet spelen voor een breed publiek. Dan gaan ze pinten halen .. dus ja we houden daar zeker rekening mee, dat we op festivals bewust nummers niet spelen die in een zaal beter tot hun recht komen.

Hebben jullie zelf een favoriet Tool-nummer om te spelen, en is dat ook het nummer waar het publiek doorgaans het sterkst op reageert?
Timmy: The Grudge! Eén van de beste rocksongs aller tijden. Ik content, en het publiek ook (lacht)

Wat hebben jullie door Ænima geleerd als muzikanten en als groep? Naar jullie andere projecten toe bijvoorbeeld?
Joshua: Vooral die sound en dynamiek van Tool, al dan niet door de studies waarin de muziek van Tool altijd wel aanwezig is geweest. We nemen dat op een of andere wijze zeker mee in onze andere projecten. Dus vooral op dat vlak hebben we door Tool nummers te spelen, daaruit iets geleerd om te gebruiken bij wat we los daarvan doen.
Stephan: Ik ben beginnen luisteren naar Tool ongeveer wanneer ik gestart ben met drummen. Doorheen mijn studies is Danny Carey dus altijd aanwezig geweest. Ik heb zelfs mijn eindexamen gespeeld in teken van Tool-nummers. Omdat ik leerde drummen met Tool in de figuurlijke achtergrond, zit dat gebakken in mijn manier van spelen. Ik zou het zelfs niet uit mijn drumstijl kunnen weg krijgen, als ik zou proberen, dus het is onvermijdelijk dat ik het ook hanteer bij andere groepen waar ik in speel.

Welke ambities of plannen hebben jullie nog met Ænima? Zijn er albums, producties, podia of landen die jullie graag nog willen verkennen? Buitenland?
Mario: Zolang het in één weekend kan is alles mogelijk. Maar stel dat een promotor zegt, ‘Jullie kunnen een maand op toer’; wel dat gaat met ons werk en gezin niet lukken. We moeten daar realistisch in zijn. We hebben al meer shows gedaan in Nederland dan in eigen land. Vooral wat tribute bands betreft loopt men hier precies wat achter.
Joshua: Maar zeg nooit “nooit”…

Nochtans hoor ik veel organisatoren net zeggen dat als ze een affiche maken met tribute bands is die zaal uitverkocht , merken jullie dat dan ook? En het verschil met jullie eigen projecten?
Timmy: Zeker een vast, het is een tendens die al een tijdje bezig is. Maar het publiek kiest, en heel veel mensen kiezen voor ‘veilig’. Voor onze andere projecten is dat vaak jammer. Gelukkig kijken niet alle organisatoren alleen maar naar de portemonnee en krijgen eigen projecten met originele muziek toch ook nog kansen. Maar het zou best wat meer mogen zijn (lacht)

Zouden jullie, dit wetende, niet overwegen om nog enkel die Tool experience te doen, en de andere projecten niet meer?
Joshua: Creatief gezien zou dat wel een jammer zijn. En om even terug te komen op wat we daarnet zeiden; als je een AC/DC tribute doet liggen de kaarten anders. Dan kun je bij wijze van spreken op elk stadsfestivalletje, in elke club en menig café gaan spelen. Dat is met een Tool Experience toch even anders, ook dat zorgt ervoor dat we nooit alleen dit zullen doen.
Timmy: Want als wij de experience willen overbrengen hebben we natuurlijk een goede muziekinstallatie nodig maar ook een degelijk projectiescherm-met-beamer of LED-wall… anders kunnen we dit gewoon niet brengen. En dat kost natuurlijk geld.

Jay is er door zijn werk en andere omstandigheden mee gestopt onlangs, wanneer stopt het voor jullie eigenlijk?
Mario: Aangezien ik de enige ben die een organisch instrument bespeelt zal ik wel als eerste de pijp aan Maarten geven zeker! (lacht). Maar dat zal nog een tijdje duren als ’t God belieft.

Tot slot: stel dat iemand Tool nog niet kent en ook nog nooit van Ænima heeft gehoord. Hoe zouden jullie die persoon overtuigen om jullie live te komen ontdekken?
Stephan: hem een pint beloven die hij krijgt na het eerste nummer?
Mario: Als je zegt dat de band zijn nummers baseert op de Fibonacci code, dan ben je toch direct verkocht. Enough said.

Bedankt voor de fijne babbel, veel succes in alles wat jullie doen

Sandra Kim

Sandra Kim - Ik leef vooral volgens het principe ‘carpe diem’

Geschreven door

Sandra Kim - Ik leef vooral volgens het principe ‘carpe diem’

Is het scoren van één onvergetelijke hit voor een artiest een vloek of een zegen? Toen Sandra Kim in 1986 als eerste en voorlopig enige Belgische artieste het Eurovisiesongfestival won met “J’aime la vie”, gingen voor haar heel wat deuren open.
Maar die enorme doorbraak had ook een keerzijde. De piepjonge zangeres werd door een dominante producer in een bepaalde richting gestuurd en kreeg nauwelijks de vrijheid om zelf te ontdekken welke artieste ze werkelijk wilde worden.
Dat Sandra Kim veel meer in haar mars heeft dan het grote publiek soms beseft, bewees ze onder meer met haar overwinning in The Masked Singer.
Ook tijdens haar recente optreden op de Fonnefeesten liet ze horen hoe moeiteloos ze schakelt tussen chanson, pop en soul. In ons verslag schreven we dan ook dat achter die ene wereldberoemde song een bijzonder veelzijdige zangeres en rasentertainer schuilgaat.
Lees gerust Sandra Kim bewijst op de Fonnefeesten veel meer te zijn dan een one-hitwonder

Sandra Kim behoort bovendien tot het selecte gezelschap Belgische artiesten dat zowel in Vlaanderen als in Wallonië een breed publiek weet te bereiken. Veertig jaar na haar historische overwinning praat ze openhartig over de schaduw van “J’aime la vie”, haar gebrek aan artistieke vrijheid tijdens haar jonge jaren, haar hernieuwde succes in Vlaanderen en haar liefde voor het podium. Achteromkijken doet ze zonder verbittering, terwijl ook de toekomst haar niet voortdurend bezighoudt: “Ik leef vooral volgens het principe ‘carpe diem’. Leve het huidige moment!”

Tijdens het optreden op de Fonnefeesten verving je Isabelle A, die haar tournee om gezondheidsredenen moest annuleren. Was het moeilijk om onder die bijzondere omstandigheden het podium op te stappen?
“Nee, dat was niet moeilijk. Wanneer ik het podium opga, voel ik altijd veel adrenaline en zelfvertrouwen. Uiteraard heeft het nieuws over haar gezondheid mij diep geraakt.”

Tijdens het concert sprak je meermaals uw bewondering en steun voor Isabelle A uit. Is die solidariteit tussen artiesten belangrijk voor je?
“Jazeker. Ik moet zeggen dat wij als Belgische zangers elkaar vaak helpen. Enkele maanden geleden had ik bijvoorbeeld problemen met mijn stem. Mijn collega’s en vrienden Garry Hagger en Udo hebben mij toen verschillende keren vervangen.”

Je creëerde meteen een warme en spontane sfeer met het publiek. Voel je na veertig jaar carrière nog altijd dezelfde opwinding wanneer je het podium betreedt?
“Ik sta heel graag samen met mijn muzikanten op het podium. Daar laat ik me volledig gaan. Het is precies die spontaniteit die ik graag met mijn publiek deel.”

Op de Fonnefeesten liet je verschillende kanten van je stem en persoonlijkheid horen. Je  optreden bewoog zich tussen chanson, pop en soul. Heeft die muzikale veelzijdigheid altijd deel uitgemaakt van je artistieke identiteit?
“Ja, ik ben geen zangeres die zich tot één genre beperkt. Mijn muzikale smaak is heel eclectisch. Op het podium geniet ik ervan om mijn eigen nummers te brengen, aangevuld met enkele covers uit uiteenlopende muziekstijlen. Blijkbaar slaat die combinatie goed aan bij het publiek.”

Je staat vooral bekend als popzangeres, maar je stem bezit ook veel kracht en diepgang. Heb je er ooit aan gedacht om soul, blues of andere muziekstijlen verder te verkennen?
“Dat is vriendelijk van u om te zeggen, maar daar heb ik eigenlijk nog nooit over nagedacht. Misschien is het een idee voor de toekomst?”

In mijn concertverslag schreef ik dat je veel meer bent dan ‘de zangeres van J’aime la vie’. Heb je soms het gevoel dat het enorme succes van dat nummer de andere kanten van je carrière heeft overschaduwd?
“Ja, dat zeg ik iedere dag tegen mezelf. Tegelijkertijd kunnen we de media en het publiek dat niet kwalijk nemen. Het Eurovisiesongfestival en die ene overwinning zijn nu eenmaal in het collectieve geheugen gegrift. Toch probeer ik na al die jaren nog steeds te bewijzen dat ik ook iets anders kan zingen dan ‘J’aime la vie’.”

‘J’aime la vie’ heeft enorm veel deuren voor je geopend, maar kan zo’n beroemde song voor een artieste tegelijkertijd een zegen en een last zijn?
“Allebei!”

Welke band heb je na al die jaren met ‘J’aime la vie’? Zing je het nummer nog steeds met hetzelfde plezier en dezelfde emotie?
“Ik heb me met het nummer verzoend. Hoewel het niet de song van mijn hart is, zing ik het voor mijn publiek, voor wie ik bijzonder veel respect heb.”

Je was nog bijzonder jong toen je n 1986 het Eurovisiesongfestival won. Kreeg je destijds voldoende vrijheid om te ontdekken welke artieste je werkelijk wilde worden?
“Nee, ik had geen enkele vrijheid. Dat kwam door een tirannieke producer die alle beslissingen nam. Pas veel later ben ik mezelf die vraag beginnen te stellen.”

Hebt je soms het gevoel gehad dat producers, de media of de muziekindustrie je wilden opsluiten in een imago dat niet volledig bij je persoonlijkheid paste?
“Helaas lijkt dat haast onvermijdelijk te zijn. Gelukkig veranderen de mentaliteiten stilaan.”

Dankzij je deelname aan ‘The Masked Singer’ kon een nieuw publiek de kracht en veelzijdigheid van je stem ontdekken. Heeft die overwinning veranderd hoe het publiek en de muziekwereld naar je kijken?
“Ja, absoluut. Het was een fantastische ervaring en betekende een enorme nieuwe impuls voor mijn carrière in Vlaanderen. Kortom: alleen maar positief!”

Je bent een van de weinige Belgische artiesten die zowel in Wallonië als in Vlaanderen een breed publiek weet te bereiken. Hoe belangrijk is die rol als brug tussen de verschillende gemeenschappen van ons land voor je?
“Het is een enorme kans en een grote eer om zowel in het noorden als in het zuiden van het land bekend te zijn. Hoewel die twee gemeenschappen sterk van elkaar verschillen, passen we ons aan.”

Tijdens het concert zette je je muzikanten geregeld in de schijnwerpers. Hoe belangrijk is de band voor de manier waarop jouw nummers op het podium tot leven komen?
“Ik heb bijzonder veel respect voor hen. Het zijn uitstekende muzikanten en we kunnen het heel goed met elkaar vinden, ondanks het leeftijdsverschil. We vormen een echt team. Hun mening is voor mij dan ook belangrijk wanneer we beslissen welke nummers we op het podium zullen brengen.”

Je optreden combineerde eigen nummers met verschillende covers. Hoe kies je de covers die je wilt brengen? Moet zo’n nummer iets over jezelf vertellen?
“Nee, niet noodzakelijk. De keuze wordt gemaakt door mijn muzikaal directeur en mezelf. Ik wil vooral plezier beleven op het podium en tegelijkertijd mijn publiek een fijne tijd bezorgen.”

Op het podium schakel je moeiteloos tussen emotionele momenten en feestelijke, dansbare passages. Welke kant past het best: de gevoelige zangeres, de krachtige vertolkster of de entertainer die het publiek laat dansen?
“Al die elementen samen vormen de show. Bovendien is geen enkel optreden hetzelfde. Ieder concert is anders.”

Wanneer je terugkijkt op je volledige carrière, is er dan een nummer, album of periode waarop je bijzonder trots bent, maar die volgens u nog te weinig bekend is bij het grote publiek?
“Ja, er is een album waarbij ik heel nauw betrokken was en waarvan de muziekstijl niet meteen door het publiek werd verwacht. Dat is Make Up, een album dat u zeker eens moet beluisteren. Ik had mensen als Ozark Henry, Dani Klein, Adamo en Anthony Sinatra gevraagd om eraan mee te werken.”

Heb je na veertig jaar carrière nog dromen of muzikale projecten die je absoluut zou willen verwezenlijken?
“Ja, die heb ik, maar ik leef vooral volgens het principe ‘carpe diem’. Leve het huidige moment! De toekomst houdt mij minder bezig.”

Als je de echte Sandra Kim vandaag in één zin aan het publiek zou mogen voorstellen, ver weg van alle etiketten en het Eurovisiesongfestival, wat zou je dan zeggen?
“Authentiek!”

Pics homepag @Danny Wagemans Photography

Fijne dank voor de fijne babbel, veel succes in alles wat je doet , we blijven het op de voet volgen

Kobe Gregoir

Kobe Gregoir (FinFactor Jazz Damme) - We willen geen pop-jazzfestival worden, maar vooral een duurzaam jazz festival blijven

Geschreven door

Kobe Gregoir (FinFactor Jazz Damme) - We willen geen pop-jazzfestival worden, maar vooral een duurzaam jazz festival blijven

We citeren: “Midden in het schilderachtige decor van Damme ontpopt FinFactor Jazz Damme zich als een uniek baken voor de jazzliefhebber. Dit tweedaagse festival brengt niet alleen gevestigde namen en internationale grootheden samen, maar biedt ook een podium aan de nieuwe generatie muzikanten die de grenzen van het genre verkennen. In een sfeer die even intiem als meeslepend is, wordt het publiek meegezogen in een muzikale ontdekkingsreis vol onvoorspelbare wendingen en grensverleggende improvisaties.
FinFactor Jazz Damme is een initiatief van vzw22, een organisatie met een passie voor jazz en een missie om muziek van topniveau naar Damme te brengen.
Meer dan een festival, is het een ontmoeting tussen traditie en vernieuwing, tussen musici en publiek, tussen jazz en de tijdloze schoonheid van Damme zelf.”
Vorige zomer waren we één dag aanwezig, en waren we onder de indruk van de intieme sfeer die er heerste.
Ons verslag https://www.musiczine.net/index.php/nl/festivals/item/99843-finfactor-jazz-damme-2025-tussen-vernieuwing-en-traditie
Naar aanleiding van de editie van 2026, de vijfde intussen , hadden we een fijne babbel met bezieler en mede organisator Kobe Gregoir.

Band Kobe Gregoir Group ft. Daniëlle Zawadi - Een confronterende inkijk in woord en klank

Even terug naar het begin. Hoe is FinFactor Jazz Damme ontstaan en wat was vijf jaar geleden de drijfveer om het festival op te starten?
Het begon eigenlijk met kleinschalige jazzconcerten die we in Brugge organiseerden onder de naam Izzy Jazz Club. Jazz kwam daar toen niet zo vaak aan bod, terwijl we merkten dat er wel degelijk een publiek voor was. Die concerten waren succesvol en brachten ons op het idee om een volwaardig jazzfestival op te starten. In Brugge heb je wel een winterfestival in het Concertgebouw, maar we wilden jazz ook een plek geven in de zomer en in openlucht. Zo is FinFactor Jazz Damme ontstaan. We wilden het beperkte aanbod aanvullen, en ik denk dat we daar ondertussen behoorlijk in geslaagd zijn.

Is het beperkte jazzaanbod iets wat je alleen in Brugge ziet, of is dat volgens jou een breder West-Vlaams verhaal?
Er gebeurt eigenlijk heel veel in West-Vlaanderen. Denk maar aan Cactus Festival in Brugge, Campo Solar in Damme of de vele buurtfeesten. Mensen komen dus zeker buiten voor cultuur en muziek. Alleen merk je dat jazz daar nog altijd een kleinere plaats inneemt.

België telt heel wat jazzfestivals. Jazz leeft, en ook bij de jeugd. Heb je er een verklaring voor van die ommekeer?
Dat heeft veel te maken met het onderwijs. Vroeger lag de focus in muziekscholen en academies bijna uitsluitend op klassieke muziek. Vandaag kunnen jongeren er ook jazz en pop studeren. Daardoor maken ze veel vroeger kennis met het genre en groeien ze er als vanzelf in mee. Ook is het genre enorm geëvolueerd en omvat het ondertussen een brede waaier aan stijlen en invloeden. Daardoor is er voor bijna iedereen wel een ingang: van hiphop, soul en R&B tot elektronische muziek, funk, folk of klassieke invloeden. Zodra iemand via zo'n subgenre een eerste klik met jazz voelt, wordt de stap naar andere vormen van jazz veel kleiner. Die eerste kennismaking wekt nieuwsgierigheid, waardoor luisteraars steeds verder op ontdekking gaan. Zo groeit jazz uit tot een muzikaal avontuur waarin je voortdurend nieuwe artiesten, stijlen en geluiden leert kennen.

Merk je dat ook aan jullie publiek? Is het publiek van FinFactor Jazz Damme de voorbije vijf jaar jonger geworden?
Onze focus ligt niet zozeer op het verjongen van ons publiek, maar op het samenbrengen van verschillende generaties. We merken wel dat steeds meer jongeren de weg naar het festival vinden, zonder dat ons trouwe publiek wegblijft. Zo ontstaat er een mooie mix. Met ons jongerentarief proberen we de drempel voor een eerste festivalbezoek te verlagen. Daarnaast geven we via de Dragon Jazz Contest jong talent een podium. Dat trekt niet alleen jonge bezoekers aan, maar inspireert ook andere jonge muzikanten om jazz te ontdekken.

Waar onderscheidt FinFactor Jazz Damme zich volgens jou van andere jazz festivals?
Ik denk dat FinFactor Jazz Damme zich onderscheidt door de combinatie van kwaliteit, intimiteit en talentontwikkeling. We zetten bewust sterk in op Belgische jazz, met een mooie mix van gevestigde namen en jong opkomend talent. Daardoor krijg je een programma waarin verschillende generaties muzikanten elkaar ontmoeten. In de intieme festivalsfeer zitten bezoekers bovendien heel dicht bij de artiesten, wat elk concert een bijzondere beleving maakt.

Wat betekent jazz in 2026 voor jou persoonlijk?
Voor mij is jazz vandaag een levende muziekvorm die voortdurend in beweging is. Jazz is altijd al een veelzijdig genre geweest, maar die diversiteit is vandaag zichtbaarder dan ooit. Jonge muzikanten brengen invloeden mee uit hiphop, elektronica, soul, wereldmuziek en klassieke muziek, waardoor jazz zich niet meer in één hokje laat plaatsen. Improvisatie blijft de rode draad, maar de manier waarop die tot uiting komt, evolueert voortdurend. Net die openheid spreekt ook een nieuw publiek aan. Veel jongeren ontdekken jazz via een bepaald subgenre of een artiest die verschillende stijlen combineert. Van daaruit groeien ze vaak verder en gaan ze ook de rijke geschiedenis van het genre verkennen. Voor mij is dat de kracht van jazz: ze blijft vernieuwen zonder haar identiteit te verliezen.

En is dat niet precies wat jullie festival ook probeert te doen: jonge mensen laten kennismaken met jazz?
Absoluut, al is dat niet ons enige doel. We willen vooral een festival zijn waar verschillende generaties en verschillende vormen van jazz samenkomen. Als iemand voor het eerst naar Jazz Damme komt omdat hij of zij een hedendaagse jazzact ontdekt en daarna ook blijft hangen voor een meer traditionele of avontuurlijke band, dan is dat voor ons een groot succes. We willen nieuwsgierigheid aanwakkeren en laten zien hoe rijk en veelzijdig jazz vandaag is.

Wat me opvalt, is dat Afro-jazz de laatste jaren steeds prominenter aanwezig is op festivals. Zie jij dat ook? Hoe verklaar je die evolutie?
België heeft een bijzonder rijke Afro-jazzscene, zeker ook in Brussel. In welke mate volgen jullie die scene bij het samenstellen van het programma?
We volgen die scene zeker, net zoals we de bredere Belgische jazzscene goed in de gaten houden. Brussel is daarin een heel interessante plek, waar muzikanten met heel verschillende achtergronden en invloeden elkaar tegenkomen. Dat zorgt voor veel nieuwe ideeën en samenwerkingen.
Bij het samenstellen van ons programma vertrekken we niet vanuit één bepaald subgenre, maar kijken we vooral naar artiesten met een eigen verhaal en een sterke muzikale identiteit. Afro-jazz hoort daar zeker bij, en er zijn vandaag heel wat sterke en boeiende projecten binnen dat spectrum. Of en wanneer die een plek krijgen op het festival hangt ook af van de beschikbaarheid en de agenda’s van de muzikanten. Maar als alles past, nemen we die projecten graag op in onze programmatie, omdat ze goed aansluiten bij de diversiteit die we met het festival willen tonen.

Benjamin Herman vertelde me onlangs dat hij een duidelijke heropleving ziet van spirituele jazz. Merk jij die evolutie ook, en spreekt die stroming jou aan? https://www.musiczine.net/index.php/nl/item/103103-benjamin-herman-ik-kan-alleen-adviseren-als-je-naar-japan-gaat-zorg-dat-je-niet-in-die-food-trap-terecht-komt
Die stroming is er zeker, en ik merk ook dat ze opnieuw meer aandacht krijgt. Waarom precies, vind ik moeilijk te verklaren. Wat me vooral opvalt, is dat er vandaag opnieuw veel muzikanten zijn die inspiratie halen uit die traditie en er een eigentijdse invulling aan geven. Dat maakt het een heel interessante ontwikkeling binnen de jazz.

Veel organisatoren geven aan dat festivals organiseren de voorbije jaren moeilijker is geworden, onder meer door stijgende kosten, exclusiviteitscontracten en de impact van corona. Herkennen jullie die evolutie?
Een festival organiseren is altijd een complexe puzzel geweest, en die is de voorbije jaren alleen maar uitdagender geworden. Mensen denken vaak eerst aan de artiesten, maar een groot deel van het budget gaat naar zaken zoals podium, techniek, tenten, sanitair, veiligheid en communicatie. Die kosten zijn de afgelopen jaren ook sterk gestegen. Tegelijk moeten we als organisatie heel bewust omgaan met onze middelen. We hebben het geluk dat ons festival gedragen wordt door een enthousiaste groep vrijwilligers, waardoor we onze middelen maximaal kunnen investeren in de beleving van het publiek en de artiesten. Daarnaast zijn ticketverkoop en de steun van onze sponsors essentieel. We krijgen geen structurele financiële ondersteuning van de Vlaamse overheid, waardoor we voor de realisatie van het festival volledig afhankelijk zijn van onze bezoekers, partners en sponsors. Ze noemen ons soms al lachend dat we de wielerploeg onder de festivals zijn, omdat we zoveel sponsors op de affiche hebben staan. Maar net dankzij die brede groep partners kunnen we elk jaar opnieuw een kwalitatief festival neerzetten.

Op het programma staan enkele opvallende namen. Brussels Jazz Orchestra met Nathalie Loriers is er één van. Wat mogen bezoekers van die samenwerking verwachten?
Brussels Jazz Orchestra met Nathalie Loriers is voor ons een van de absolute hoogtepunten van deze editie. Met Envols staat de piano centraal binnen de bigband, wat een heel bijzondere invalshoek geeft. Nathalie Loriers behoort al jaren tot de absolute top van de Belgische jazz en samen met Brussels Jazz Orchestra levert dat een concert op met enorm veel muzikaliteit, dynamiek en verfijning. Die samenwerking past ook perfect binnen de visie van het festival. We willen de rijkdom van de Belgische jazz tonen, met een programma waarin gevestigde namen en jong talent elkaar versterken. Brussels Jazz Orchestra is daar een prachtig voorbeeld van.

Philip Catherine geldt als één van de absolute grootheden van de Belgische jazz.  Hoe belangrijk was het voor jullie om hem op het programma te krijgen? En ik had hem als afsluiter verwacht.
Sinds vorig jaar werken we samen met Jazz Contest, een wedstrijd voor jonge jazzmuzikanten. We willen hen een mooi podium geven. Vorig jaar was Jef Neve peter van de wedstrijd. We programmeerden hem bewust na de jonge laureaten, zodat het publiek vroeger kwam en die jonge muzikanten ook voor een vol festival konden spelen. Dat werkte uitstekend. Dit jaar neemt Philip Catherine die rol op zich. Hij was meteen enthousiast om jong talent letterlijk in zijn voetsporen te laten treden.

Het is mooi dat jullie dat doen, want veel organisaties spelen op veilig en durven dat risico niet meer te nemen. Jullie wel dus?
Er zit altijd een zeker risico in, maar we hebben de voorbije jaren stap voor stap een vertrouwensband opgebouwd met ons publiek. Mensen weten ondertussen waar FinFactor Jazz Damme voor staat en vertrouwen erop dat we een kwalitatief programma samenstellen, ook als ze niet elke naam op de affiche kennen. Dat vertrouwen is niet vanzelf gekomen. We luisteren ook heel bewust naar de feedback van ons publiek en proberen het festival elk jaar verder te verbeteren. Net daardoor durven we ook jonge of minder bekende artiesten een plek te geven. Vaak zijn dat achteraf net de concerten waar mensen het meest door verrast worden.

Lady Linn spreekt zowel jazzliefhebbers als een breder publiek aan. Hoe zijn jullie bij haar terechtgekomen en wat maakt haar volgens jullie zo'n goede match voor het festival?
Vocale jazz zit duidelijk in de lift en de nieuwste plaat van Lady Linn sluit daar mooi bij aan. Ze spreekt bovendien een breder publiek aan, zonder haar band met jazz te verliezen. Ze is een veelzijdige artieste, een fantastische zangeres en heeft een sterke band rond zich. Voor ons een zeer mooie afsluiter van het weekend.

Het valt me wel op dat jullie de jazz trouw blijven, waar andere jazz festivals er soms compleet van afwijken. Ook een bewuste keuze?
Dat is een heel bewuste keuze. Natuurlijk mogen we af en toe wat buiten de lijntjes kleuren. Kijk bijvoorbeeld naar North Sea Jazz, waar ook funk, soul en andere verwante genres een plaats krijgen. Dat past perfect bij een festival met meerdere podia en een heel brede programmatie.  Wij kiezen er bewust voor om een jazzfestival te blijven. Jazz is en blijft het vertrekpunt van alles wat we programmeren. Binnen dat genre is er vandaag al zoveel diversiteit dat we nog heel veel kunnen ontdekken, zonder onze identiteit te verliezen. We houden het festival bewust kleinschalig en luisteren goed naar ons publiek. Die duidelijke focus is volgens mij net één van onze sterktes.

Zijn er in de programmatie opvallend veel vrouwelijk artiesten, zeker de eerste dag. Is het een bewuste keuze?
Dat is eigenlijk heel spontaan zo gegroeid. We stellen het programma niet samen op basis van gender, maar puur op artistieke kwaliteit. Tegelijk zien we dat er vandaag steeds meer sterke vrouwelijke jazzmuzikanten zijn. Op onze affiche zie je dat terug met artiesten als Elly Brouckmans, Margaux Vranken, Nathalie Loriers, Christie Dashiell en Lady Linn. Dat is een mooie evolutie. Ook bij de Dragon Jazz Contest merken we dat steeds meer vrouwelijke muzikanten doorstromen.

Zijn er nog artiesten die je zou aanprijzen op de affiche ?

Eigenlijk allemaal. Persoonlijk? Ik ben als drummer een groot fan van Gregory Hutchinson die met ‘Joe Sanders Parallels aantreed op zondag, dus daar zie ik persoonlijk wel naar uit. Maar voor de rest is het gewoonweg die mooie combinatie tussen gevestigde waarden en jonge beloftevolle talenten die ik wil aanprijzen. En dat tweede podium, zal zeker velen verrassen.

Als je na vijf edities terugblikt, waar ben je het meest trots op? En zijn er zaken die je vandaag anders zou aanpakken?
Natuurlijk zijn er altijd dingen die beter kunnen. Maar uiteindelijk blijven vooral de mooie momenten hangen: de reacties van het publiek, de enthousiaste gesprekken achteraf en mensen die na een optreden in de rij staan om een artiest te ontmoeten. Dat zijn de momenten waarop je beseft waarom je het doet.

Waar willen jullie met Jazz Damme de komende jaren naartoe? Zijn er nog ambities of groeiplannen?
Onze ambitie is om uit te groeien tot een vaste afspraak aan het einde van de festivalzomer. Als mensen FinFactor Jazz Damme ooit in één adem noemen met festivals als Jazz Middelheim of Gent Jazz, zou dat fantastisch zijn. Grote uitbreidingsplannen hebben we niet. Met het tweede podium zetten we opnieuw een stap vooruit, maar we willen vooral trouw blijven aan het concept dat we de voorbije jaren hebben opgebouwd."

Is er nog iets dat je wenst mee te geven?
Denk dat alles wel gevraagd is. Dankjewel!
Meer informatie: https://jazzdamme.be/

Pics homepag @Stephen Sarre

Bedankt voor dit interview. Veel succes met het event.

Jacqui Hunt

Jacqui Hunt – Doorheen ons verdriet kunnen we nog altijd schoonheid vinden

Geschreven door

Jacqui Hunt – Doorheen ons verdriet kunnen we nog altijd schoonheid vinden

Na achttien jaar radiostilte keert Jacqui Hunt terug met ‘Desiderium’, haar meest persoonlijke en kwetsbare album tot nu toe. De plaat ontstond in een periode van verlies, ziekte en herstel, maar is veel meer dan een muzikale verwerking van verdriet. Met een intrigerende mix van filmische elektronica, warme pianoklanken en dromerige melodieën zoekt Hunt naar licht, innerlijke rust en de kracht om opnieuw vooruit te kijken.
Lees gerust https://www.musiczine.net/index.php/nl/item/103509-desiderium
In dit interview vertelt ze openhartig over het verlies van haar ouders, de helende kracht van muziek, de kwetsbaarheid die haar uiteindelijk sterker maakte en haar verlangen om ‘Desiderium’ ook live tot leven te brengen. Boven alles wil ze met dit album één boodschap meegeven: dat we zelfs in tijden van rouw nog schoonheid kunnen vinden, dat het leven voortduurt en dat er altijd iets blijft om te vieren.

Na achttien jaar stilte keer je terug met ‘Desiderium’, een album dat aanvoelt als een persoonlijke en emotionele wedergeboorte. Wat maakte dit het juiste moment om terug te keren en deze songs met de wereld te delen?
Na het overlijden van mijn vader, en bijna twee jaar later ook van mijn moeder, gevolgd door mijn eigen gezondheidsproblemen, voelde ik de motivatie om eindelijk werk te maken van dingen die ik al lange tijd wilde doen. Ik wilde opnieuw een deel van mezelf terugvinden dat naar de oppervlakte moest worden gebracht om mijn helingsproces te ondersteunen. De energie opnieuw in beweging brengen. Het leven omarmen.

De titel ‘Desiderium’ komt uit het Latijn en verwijst naar een diep verlangen naar iets dat verloren is gegaan of niet langer aanwezig is. Waarom vat dit woord de essentie van het album zo goed samen?
Het woord ‘Desiderium’ kwam pas bijna aan het einde van het maakproces van het album bij me op. Ik voelde er meteen een sterke connectie mee: het klonk prachtig en de betekenis sloot perfect aan. Het dook als een geschenk uit het niets op, want tot dan toe wist ik niet hoe het album zou heten. Het had alles te maken met mijn rouwproces. Tegelijk ging het ook over het verlangen naar innerlijke rust, spirituele groei en vreugde.

Het album voelt als een heel persoonlijke reis door emoties zoals verlies, herinnering, verlangen en hoop. Wist je al toen je aan deze songs begon te schrijven, dat je zo’n intieme plaat aan het creëren was, of werd dat pas duidelijk tijdens het proces?
Ja, het album begon zich als het ware vanzelf te vormen, vertrekkend vanuit mijn emotionele toestand op dat moment. Ik putte uit schetsen en zette enkele ideeën opzij die niet juist aanvoelden. Ik wilde een momentopname maken van die periode en de ruimte die toen ontstond, vastleggen. Dat was het geluid dat naar boven kwam, en ik voelde dat ik daar niet tegen moest vechten.

Hoe ontwikkelde het songwritingproces zich? Kwamen de songs vanzelf tot stand, of werkte je bewust toe naar een bepaalde sfeer of een specifiek verhaal?
Het was een combinatie van beide. Nadat de eerste vijf songs waren afgewerkt, begon ik te zien welke sfeer er zich aan het vormen was. Er loopt een rode draad door het album, als een abstract verhaal. Dat was belangrijk voor mij, omdat het me een plek gaf om naar terug te keren, als een soort observatieplatform.

Is er één song op ‘Desiderium’ die voor jou persoonlijk een bijzondere betekenis heeft? Wat maakt net dat nummer zo speciaal?
Eigenlijk hebben ze allemaal een diepe betekenis voor mij. Ik kan wel zeggen dat het voelde alsof ik ‘This Love’ samen met een geest schreef. De dag waarop ik het nummer schreef, had ik het emotioneel bijzonder moeilijk. Ik voelde me helemaal niet liefdevol, was boos over een aantal zaken en ergerde me bovendien aan mezelf omdat ik dat gevoel niet kon overwinnen. Ik ging aan de piano zitten, begon wat akkoorden aan te slaan en zong precies het tegenovergestelde van wat ik op dat moment voelde. Uiteindelijk hielp dat om mijn stemming te verzachten. Het herinnerde me ook aan de kracht van iets positiefs doen, zelfs wanneer je jezelf daar in het begin toe moet dwingen omdat je er geen zin in hebt. Energie kanaliseren totdat die er daadwerkelijk is. Mijn vader deed dat vaak aan de piano, en die herinneringen hielpen me om de situatie om te buigen.

Veel luisteraars zullen hun eigen ervaringen herkennen in de emoties die op dit album naar voren komen. Was het creëren van een band met mensen via gedeelde gevoelens iets wat je bewust wilde bereiken?
Ik had geen idee hoe het album ontvangen zou worden. Ik ben ontzettend blij dat ik een band met anderen kan creëren; dat betekent heel veel voor mij. Tegelijk is het niet iets waarvan ik weet hoe je het vooraf kunt uitstippelen.

Het album heeft een mysterieuze en bijna droomachtige sfeer. Sommige luisteraars zullen misschien aan artiesten zoals Kate Bush denken, al blijft je eigen identiteit als artieste heel duidelijk aanwezig. Zijn er artiesten of invloeden die het geluid en de sfeer van ‘Desiderium’ hebben gevormd?
Tijdens het maken van Desiderium luisterde ik eigenlijk niet veel naar andere muziek. Ik was volledig opgegaan in mijn eigen creaties en wilde me niet laten afleiden. In de auto luisterde ik wel naar de radio, die ik op een klassieke zender had afgestemd. Dat deed ik voordien meestal niet. Ik wist dat het album zowel akoestische als elektronische elementen zou bevatten. Dat was alles wat ik bij het begin wist. Ook wist ik dat de piano een belangrijke rol zou spelen, als eerbetoon aan mijn vader, die goed piano speelde, en aan het begin van mijn leven, toen mijn ouders nog samen waren.

Je muziek klinkt op dit album erg kwetsbaar en oprecht. Was het moeilijk om je op die manier open te stellen en zulke persoonlijke emoties met de wereld te delen?
Misschien was dat vroeger moeilijker, omdat ik om uiteenlopende redenen releases heb uitgesteld. Deze keer voelde het op dat vlak gemakkelijk. Na verlies, ziekte en pijn is kwetsbaarheid iets wat je moet aanvaarden en erkennen om verder te kunnen gaan en vanuit die positie te kunnen groeien. Een innerlijke waarheid onder ogen zien, vraagt moed, maar kan ook bijzonder verrijkend zijn. Uiteindelijk kan kwetsbaarheid je dus juist sterker maken.

Wanneer je iets zo persoonlijks uitbrengt, kunnen de reacties van luisteraars erg betekenisvol worden. Hoe hebben mensen tot nu toe op ‘Desiderium’ gereageerd?
Ik heb al enkele bijzonder hartverwarmende reacties ontvangen. Ik kan niet ontkennen dat het me enorm opbeurt wanneer dat gebeurt. Dat mensen de tijd nemen om contact met me op te nemen, raakt me diep en maakt me erg nederig. De vriendelijkheid van vreemden is een onverwacht geschenk, een waardevolle rijkdom die we allemaal op onze eigen manier kunnen waarderen.

Als je terugkijkt op je werk met Single Gun Theory, wat is volgens jou het grootste verschil tussen muziek creëren binnen dat project en het maken van dit soloalbum?
Om te beginnen was het volledige proces van het opnemen van de zang heel anders. Voor Single Gun Theory kreeg ik meestal vier dagen om alle zangpartijen in de studio op te nemen. Dat werd bepaald door het opnamebudget en de tijd die nodig was om het album te mixen en af te werken. De muziek van Single Gun Theory was al geschreven vóór de uiteindelijke opnames. Bij Desiderium liepen het schrijf- en opnameproces daarentegen gelijktijdig en door elkaar. Er was geen vast tijdschema, behalve het schema dat ik zelf bepaalde.

Het album voelt als iets dat ook op een podium tot leven zou kunnen komen. Zijn er plannen om deze songs live te spelen of ‘Desiderium’ via concerten naar het publiek te brengen?
Dat zou ik heel graag doen. Terwijl ik deze antwoorden aan jou schrijf, werkt Brian Conolly voor mij aan de technische kant van dat verhaal. We zullen dus zien wat daaruit voortkomt, maar het ziet er alvast veelbelovend uit. Ik sta te popelen om met repeteren te beginnen.

Na het maken van zo’n diep persoonlijk album: heb je al ideeën over waar je muzikale reis je hierna naartoe zal brengen?
Ja, die heb ik. Ik heb al een gevoel bij de zang en er begint iets in mij te groeien. Ik kan niet wachten.

Heb je, na al die jaren nog bepaalde ambities of dromen als artieste die je graag zou willen verwezenlijken?
Met dit album ben ik opnieuw bezig mijn dromen waar te maken. Ik wil geweldige concerten spelen, mijn beste song ooit schrijven, nog een album maken, een nummer produceren voor een andere artiest en een abstract, theatraal werk creëren. En dat is nog maar het begin.

Wat hoop je dat luisteraars meenemen nadat ze ‘Desiderium ‘hebben beluisterd?
Dat we zelfs doorheen ons verdriet nog schoonheid kunnen vinden. Dat het leven voortduurt en dat dat iets is wat we mogen vieren.

Hartelijk dank dat je de tijd wilde nemen voor dit interview, en proficiat met het maken van zo’n prachtig en emotioneel album
Met plezier, Erik. Bedankt voor je interesse in en steun voor mijn muziek, en voor je doordachte vragen.

Nocturnal empire

Nocturnal empire – Onze drijfveer is dat we na dertig jaar nog steeds die diepe vriendschapsband hebben onder elkaar, en nog met evenveel plezier ons ding kunnen doen, waar we ook spelen

Geschreven door

Nocturnal empire – Onze drijfveer is dat we na dertig jaar nog steeds die diepe vriendschapsband hebben onder elkaar, en nog met evenveel plezier ons ding kunnen doen, waar we ook spelen
 
Nocturnal Empire is al sinds 1996 bezig, en  laat zich dertig jaar later moeilijk nog in één hokje onderbrengen. De band vertrekt vanuit extreme metal, maar verweeft die met melodieuze, atmosferische en progressieve invloeden. De wortels in black metal blijven hoorbaar, zonder dat ze nog het volledige muzikale plaatje bepalen.
Live vertaalt zich dat in een dynamische set waarin verschroeiende mokerslagen worden afgewisseld met meer gelaagde en sfeervolle passages. Na hun optreden op Hellbound Fest  in Hell (Diest) , op zondag 26 juli, hadden we een fijne babbel met de band. Over dertig jaar in de underground scene, de plannen en de ambities.

Nocturnal Empire bestaat ondertussen bijna dertig jaar. Als jullie terugkijken naar 1996, wat is vandaag nog hetzelfde gebleven en wat is compleet veranderd?
Een andere line up in de eerste plaats, maar ook de muziek is veranderd. in het begin was het meer black en death, en nu kun je onze muziek gewoonweg niet in een hokje duwen. Dat is zo een beetje de grootste verandering in die dertig jaar. We richten ons niet meer op een genre, en doen gewoonweg wat we graag doen.

Jullie hebben enkele bezettingswissels gekend. Heeft elke nieuwe muzikant ook iets aan het geluid van Nocturnal Empire toegevoegd?
De muziek en de nummers ontstaan organisch tijdens de repetities. Het zijn de drummer en de gitarist die uitproberen tot een nummer zich begint te vormen. De baslijnen zijn meestal een ondersteuning van het nummer omdat we maar met één gitaar spelen. Nick schrijft de teksten en zoekt tijdens het jammen naar verschillende zanglijnen;

Wat ook opvalt, ondanks die dertig jaar zijn jullie altijd wat blijven ‘hangen’ in die ‘underground’? is het bewust zo gegroeid, of hoe moet ik dat zien …
In het begin hadden we enkele succes, heel goede reviews in Aardschock  gevolgen? Niets. We hadden enkele mooie concerten, o.a. in Oostende, reactie daarop? Niets. Hoe komt dat? Geen idee. Het is ook nooit onze grote ambitie geweest om grote podia te doen.  We blijven de underground bewust heel trouw, dat is een vaststaand feit. Maar laat ons eerlijk zijn in België zijn er weinig groepen die de ‘top’ bereiken. Mantah heeft nu wel wat succes naar grotere podia toe, er zijn er nog wel. Maar één van de weinige die wel is doorgebroken is Evil Invaders. Voor ons hoeft dit niet. Nocturnal Empire is onze hobby, onze passie maar daarnaast gaan we werken, hebben een gezin of nog zaken ernaast. Het is nooit de ambitie geweest om de underground te ontgroeien, integendeel...we voelen ons hier goed en op onze plaats.

De ambitie om vanuit het buitenland – zoals Evil Invaders heeft gedaan – eventueel op een festival als Alcatraz of Graspop te geraken is er dus niet?
het is voor ons allemaal een hobby dat we combineren met werk en een druk gezinsleven. Om zomaar naar het buitenland te vertrekken om een tour te gaan doen? Dat zat en zit er nog steeds niet  er niet in. andere bands, zoals Evil Invaders, hebben daar heel wat offers voor gedaan. En dat is een keuze, maar bij ons gaat dat dus gewoonweg niet om ons valies te pakken en snel eens naar het buitenland te gaan enkele weken. We zijn blij met elk optreden dat we krijgen, zoals in Hell Diest nu.  Dat we al dertig jaar doen wat we graag doen is een luxe, ook al komen we meestal dezelfde mensen tegen, dat nemen we er graag bij.

België heeft een sterke underground metalscene, maar krijgt internationaal soms minder aandacht dan bijvoorbeeld Zweden of Duitsland. Hoe kijken jullie daar zelf naar?
Het is wat het is. Er zijn in het thrashgenre wel wat bands uit België die het goed doen. Ook in de black en death metalscene zijn er toch wat bands die mooie optredens doen zoals Acient Rites of Slaughter Messiah . Muziek en bands zijn soms wat onderhevig aan trends of op wat op dat moment aanslaat. Kijk naar het succes van AmenRa nu.  Eigenlijk zijn wij daar als band niet zo hard mee bezig. Wij zijn al tevreden als we eens ons ding kunnen doen in Nederland. Voor ons is echt het belangrijkste om waar we ook zijn er een plezierige tijd te beleven. .zowel op de repetitie, de voorbereiding voor een optreden, setlist samenstellen, het spelen, interactie met publiek, de babbels achteraf, de andere bands  De vijver is wel heel klein geworden voor bands zoals ons, er zijn ook minder plaatsen om op te treden. En voor bands als ons, die sowieso diep in die underground zitten is het nog moeilijker als bands met wat ‘naambekendheid’ . maar je hoort ons niet klagen, zoals we aangaven.

Het is nu dus eigenlijk nog moeilijker geworden als ik het goed begrijp?
Het is zeker anders dan 30 jaar geleden. Toen waren er niet zo heel erg veel bands en waren er ook meer jeugdhuizen of andere zaaltjes om te spelen. Moeilijker is dat daarom niet, wel anders...wel moet je als band met eigen muziek hard op zoek naar speelplaatsen. Men maakt nu vaker de veiliger keuzes...coverbands, tributebands, de grotere veilige namen en bands...minder speelplaatsen, minder cafeetjes.

Wat ook nu speelt, de hokjes zijn weggevallen, is het een vloek of een zegen voor jullie?
de muzieksmaak is – zeker bij de jeugd – veel breder geworden. Daardoor kan dat gebeuren dat we voor amper 50 man of minder spelen, omdat de mensen hun smaken nu eenmaal breder zijn en als er iets anders te doen valt op diezelfde dag, heb je pech. Is dat erg? Nee, want we spelen met even veel energie voor die 25 man als dat we voor 200 zouden staan. Wat ons sterk houdt is de vriendschap onder elkaar, en dat we het allemaal nog doodgraag doen. en meer is er niet nodig. Het is dus wel ergens een vloek, maar ook weer niet… Bovendien. De evolutie is ook wat ze is. De mensen zijn ruimdenkender qua muzieksmaak en dat is wel goed denk ik. Zelf vind ik het ook wel leuk om op een avond te kijken naar een gotic metal band en daarna naar een death metalband… en wij daartussen als het kan

Wat maakt een optreden voor jullie geslaagd? Een wild publiek, een perfecte set of eerder de sfeer?
Het is geen ‘of, of’ verhaal. Als je voelt dat de mensen mee zijn , dat er applaus en beweging is , dat zijn de meest geslaagde concerten. Dat moeten er zelfs geen twintig zijn, als je er twee mee in een mini mosh kunt krijgen, is dat doel al bereikt. Ook nu in Hell was iedereen enthousiast, ook het geluid zat goed – dat is toch ook wel belangrijk. het belangrijkst is gewoonweg, als je ziet dat de mensen zich amuseren is voor ons voldoende.

Het viel me op dat jullie na dertig jaar nog steeds als jonge hongerige wolven stonden te spelen, waar andere bands met zovele jaren op hun teller vaak grijpen naar routine. Ik veronderstel dat het aansluit bij alles waar jullie het over hadden? Vriendschap en zo? Of wat speelt er dan?
De drijfveer is gewoon blijven gaan, blijven draaien. En inderdaad onze vriendschap, de dag dat we op het podium staan en ieder alleen maar bezig is met zijn eigen partij spelen? Dan is het voorbij, de magie onder elkaar is er na dertig jaar nog steeds, Ook op repetities hebben we even veel plezier. dat is dus de voornaamste drijfveer. En dat is echt het belangrijkste. Wij amuseren ons nog altijd. Soms lukt het gemakkelijk om een nummer te schrijven, soms gaat het moeilijk. Maar nog iedere keer is het zo fantastisch ergens heen te rijden, niet weten of er veel volk of, in ons geval, of er volk zal zijn, maar wij gaan er altijd voor. Zelfs al spelen we maar voor een handvol mensen (wat echt al voorgekomen is hoor)

Wanneer stopt het dan voor jullie? Je bent nog jong, maar niet meer piepjong. Wanneer zeg je ‘nu trekken we de stekker eruit’?
Dat is voor ieder van ons persoonlijk. Als onze kinderen beginnen te zeggen ‘papa nu begint het toch wat gênant te worden’ en je ook merkt dat dit daadwerkelijk zo is.. dan wordt het tijd om ermee te stoppen. Maar zolang dat niet zo is, en we ons nog amuseren en plezier beleven aan wat we doen? zonder onszelf belachelijk te maken? Blijven we gewoon doorgaan.

Zijn er optredens die jullie nooit zullen vergeten? Misschien een of een ander concert dat een kantelpunt betekende?
We hebben zo veel mooie momenten gehad. Maar echt een fijne ervaring was de dag toen we s middags mochten openen op een festival...ons materiaal werd uitgeladen, een backstage met koffie en taartjes, prachtig geluid… We mochten nog blijven om te eten, de kok vroeg of we pasta of aardappelen wilden, maar we moesten s avonds nog ergens anders gaan spelen. Daar aangekomen bleek dat we in een oud cafeetje moesten spelen waar er de ganse avond 10 mensen naar ons hadden gekeken. Er was door niemand inkom betaald. Dat zijn toch heerlijke momenten die zo mooi aangeven wat Nocturnal Empire is...soms zit het echt mee, soms valt het eens tegen….een allegorie op het leven! Dat past bij ons;

Hoe ontstaan jullie nummers? Vertrekt alles vanuit een gitaarriff of brengt iedereen ideeën aan tijdens de repetities?
Een nummer ontstaat door de interactie tussen gitaar en drum, van daaruit vertrekkende – op basis van de teksten die de zanger aangeeft. Dat is de basis van alles. Ideeën brengt iedereen aan, we doen alles samen. Maar de basis is daar… maar we vullen elkaar perfect aan.

Stel dat iemand Nocturnal Empire nog nooit gehoord heeft. Welk nummer zouden jullie aanraden als perfecte kennismaking, en waarom net dat nummer?
FACELESS
dat is ook een nummer waardoor een connectie is ontstaan met sommige van ons, waardoor die bij de band zijn gekomen. Het is ook een nummer dat eigenlijk nog het best aangeeft waar Nocturnal Empire echt voor staat. Het was ook het nummer waarbij de zanger en de bassist kwamen solliciteren bij de band in 2019; We spelen geen bepaald genre. We passen niet in een hokje, waardoor we een breed scala aan metal liefhebbers kunnen aanspreken.

Wordt er nog iets meer gedaan rond jullie dertigjarig bestaan, een exclusief ‘dertig jaar Nocturnal concert’ of zo?
Nee niet echt.  er zijn geen specifiek optredens daarrond gepland nee. We zijn gewoon blijven doorgaan met optredens zoeken en plannen en spelen overal waar we gevraagd worden. We hebben dat altijd zo gedaan en gaan dat ook blijven doen.

Werken jullie momenteel aan nieuw materiaal? Kunnen de fans de komende maanden iets nieuws verwachten?
We zijn nu bezig in onze repetitieruimte met zelf wat opnames te maken. We houden jullie op de hoogte als we iets uitbrengen. Wel hebben we geen plannen om een plaat of cd uit te brengen. We hebben niet de indruk dat daar nog veel vraag naar is.

Zijn er elementen wat je nu weet, die je anders had aangepakt?
Er zijn altijd wel dingen waarover je denkt ‘dat hadden we anders kunnen doen’, binnen een andere tijdsgeest misschien?  We hebben wel enkele legendarische slechte optredens gehad, en kansen niet kunnen grijpen door onverwachte omstandigheden. We hebben daar echter geen trauma’s aan over gehouden.   We hebben ons altijd goed geamuseerd en, nog steeds. Dus nee…

Na al die jaren: waar zijn jullie als band het meest trots op?
Dat we nog steeds overeenkomen met elkaar. Dat we nog steeds die diepe vriendschapsband hebben onder elkaar. En nog met even veel plezier ons ding staan te doen, waar we ook spelen. Het is namelijk geen evidentie, om met werk en gezin een band zo  lang bij elkaar te houden. En daarin zijn we heel goed geslaagd, en dat lukt na dertig jaar nog steeds heel goed. Daar zijn we het meest trots op. Met beide voetjes op de grond!

Tot slot: als jullie één misverstand over Nocturnal Empire mochten rechtzetten, wat zou dat zijn?
Een mooie vraag, inderdaad, maar moeilijk om een antwoord op te formuleren. Als we mogen zouden we zeggen dat het een misverstand is dat we niet overal willen spelen...want dat willen we wel!!! Stuur een berichtje, mail, telefoontje naar de band of bandleden en vraag ons of we willen komen...in een huis, een tent, jeugdhuis, café, kraakpand….we komen en hopen je binnenkort te zien!

Pics homepag @Peter Vangelder (Musika)

Ik zal het doorgeven aan de organisaties … Bedankt voor de fijne babbel. Hopelijk tot binnenkort

Bedankt Erik voor dit fijne interview!

Aeveris

Aeveris – Ik denk dat we binnen de metalwereld wel overal aan de bak kunnen. Of we met onze band op Radio 2 kunnen, dat is iets anders. Dat is ook niet onze bedoeling. Wij maken muziek voor onszelf, muziek die we zelf graag horen

Geschreven door

Aeveris – Ik denk dat we binnen de metalwereld wel overal aan de bak kunnen. Of we met onze band op Radio 2 kunnen, dat is iets anders. Dat is ook niet onze bedoeling. Wij maken muziek voor onszelf, muziek die we zelf graag horen

Aeveris is een vijfkoppige Belgische metalband die in 2021 het levenslicht zag. Vijf muzikanten bundelden hun krachten om een eclectische mix van melodieuze riffs, technische drumbeats en diverse zangtechnieken te combineren tot een geluid dat beukend en zwaar is, maar tegelijk vanaf de eerste luisterbeurt meteen in het gehoor ligt.
‘White Elephant’ is de titel van hun veelgeprezen debuutalbum. Dankzij die plaat veroverde de band een plek op het op één na grootste metalfestival van België, Alcatraz Festival, en mochten ze het voorprogramma verzorgen van niemand minder dan Fleddy Melculy.
Eind 2023 besloten zanger Louis Soenens en gitarist Dennis Wyffels Aeveris te verlaten. Na een intensieve zoektocht sloten Wouter van Kerschaver (The Voice 2024 – zang) en Dempsey Derous (Guilty as Charged – gitaar) zich aan bij de band. Dankzij hun motivatie en ambitie zorgen deze twee gedreven muzikanten voor een frisse, energieke impuls die duidelijk hoorbaar is in de nieuwe muziek van Aeveris: sneller, technischer en intenser, maar tegelijk ook melodieuzer en intiemer.
Met ‘Imminence’ wil Aeveris een volgende grote stap zetten. Het nieuwe album bevat tien explosieve nummers: een krachtige mix van rauwe emotie en meeslepende energie.
Naar aanleiding van deze nieuwe plaat hadden we een fijne babbel met Jeffrey en Wouter.

Ik volg de band al vanaf het prille begin. Heeft COVID jullie verdere doorbraak niet wat afgeremd
JEFFREY:
Ik denk dat COVID voor ons, op z'n minst, niet zo'n groot probleem was. Wij zijn pas echt naar buiten getreden na de pandemie. In die periode is de eerste line-up ontstaan. Veel van de nummers waren toen al geschreven en eigenlijk klaar voor de vocals. We hebben dus rustig onze tijd kunnen nemen.

Met ‘White Elephant’ (2022) konden jullie optreden op Alcatraz Festival en zo alsnog die doorbraak forceren. Daarna vertrokken plots twee belangrijke bandleden. Hoe vang je zoiets op en waar vind je de kracht om toch door te gaan
JEFFREY:
Wat Dennis betreft, kwam zijn vertrek ergens niet helemaal onverwacht, omdat hij ook bij Mantah speelt, een band die het bijzonder goed doet. Voor het schrijven van de nummers was dat op zich geen groot probleem, omdat ik het grootste deel van de composities zelf maak. Het is nooit een kwestie geweest van óf we zouden doorgaan, maar eerder van wanneer. Pieter had al snel Dempsey in gedachten. Hij was een tijdje gestopt met optreden, maar bleek enorm gemotiveerd om opnieuw aan de slag te gaan. Toen Louis ermee stopte, lag dat uiteraard anders. Als band is het een ingrijpende verandering wanneer je je zanger verliest. Zeker omdat we behoorlijk wat eisen stellen: iemand moet screams, cleans en ruwe zang kunnen afwisselen én liefst ook nog over de nodige présence beschikken. Dat is allesbehalve evident. Gelukkig kwamen we na een korte maar intensieve zoektocht uit bij Wouter, die die rol met glans op zich neemt.

‘Imminence’ is jullie tweede langspeler, maar jullie hebben het album opgesplitst in twee acts die zowel muzikaal als thematisch met elkaar verbonden zijn. Act I – Roots verscheen in februari 2026, Act II – Revelations volgde op 23 mei.
Kun je wat meer vertellen over het hoe en waarom van die aanpak?
WOUTER:
Het idee om het album in twee acts op te delen ontstond vooral vanuit de wens om een verhaal te vertellen. In Act I behandelen we vijf algemene problemen of situaties, waarna we in Act II de gevolgen tonen van het aangaan of proberen oplossen van die problemen. Elk nummer uit Act I krijgt als het ware een vervolg in Act II. Zo gaat Gravity over de druk van het leven en de wereld rondom je, die je tegenhoudt om je persoonlijke ambities na te jagen. Het gekoppelde nummer And Then There Were None gaat dan over het moment waarop je die zogenoemde zwaartekracht eindelijk hebt overwonnen. Je bent door de atmosfeer gebroken en ontsnapt, maar beseft pas dan wie en wat je allemaal hebt moeten achterlaten om dat doel te bereiken en hoe eenzaam die overwinning soms kan zijn.

Ik las dat het album een zoektocht is naar zingeving in een wereld die vaak leeg aanvoelt. Sluit dat aan bij de moeilijke weg die jullie als band hebben afgelegd, of moet ik dat anders zien?
WOUTER:
Dat idee is eigenlijk vooral van mij afkomstig en heeft niet zo veel met de geschiedenis van de band zelf te maken. Dit is het eerste album waarop ik de nummers thematisch heb uitgewerkt. Daarbij heb ik vooral inspiratie gehaald uit mijn eigen levenservaringen. Ik wilde een oprechte boodschap brengen, en volgens mij bereik je dat het best door uit echte ervaringen te putten. Uiteraard zijn sommige zaken uitvergroot of wat algemener gemaakt, zodat zoveel mogelijk mensen zich kunnen herkennen in de gevoelens of problemen waarover de nummers gaan.

Wat mij meteen opviel, is de veelzijdigheid van Wouters stem. Hij benadert de ogenschijnlijk onvervangbare Louis moeiteloos en overtreft hem op sommige vlakken zelfs lichtjes. Klopt de stelling een beetje, of is dat te kort door de bocht?
JEFFREY:
Louis is en blijft een klasbak van een zanger, met een heel herkenbare stem. Dat gezegd zijnde, denk ik dat Wouter er absoluut staat.
WOUTER: Ik heb mij daar eerlijk gezegd nooit echt mee beziggehouden. Louis heeft het eerste album volledig in zijn eigen unieke stijl gebracht en die zal ik, naar mijn mening, nooit kunnen of willen evenaren. Ik probeer vooral verder te bouwen op wat hij is begonnen: de boodschap en het gevoel van de nummers vocaal ondersteunen en daar al mijn energie in leggen. Of ik hem daarin overtref of niet, maakt mij eigenlijk niet uit. Dat zal uiteindelijk door verschillende mensen anders beoordeeld worden.

Ook het voortdurend schakelen tussen harde, ruwe mokerslagen en een meer melodieuze aanpak siert de band. Was dat een bewuste keuze?
JEFFREY:
Absoluut. Dat ligt helemaal in de lijn van bands als Trivium, As I Lay Dying en Machine Head. Met die muziek ben ik opgegroeid. Die invloeden zijn zo'n groot deel van mij geworden dat ze vanzelf hun weg vinden naar de nummers die we schrijven. Daarnaast ben ik een grote liefhebber van contrasten en dynamiek. Ik hou ervan om verschillende sferen en emoties binnen één nummer samen te brengen.

Ik heb altijd het gevoel gehad dat de muziek van Aeveris zich moeilijk in een hokje laat stoppen. Op deze plaat blijkt dat misschien nog meer dan ooit. Als je de band in 2026 toch een label zou moeten geven, welk zou dat dan zijn?
JEFFREY:
We worden wel eens omschreven als moderne metal, maar daar ben ik het niet helemaal mee eens. Moderne metal doet mij eerder denken aan bands als Architects en Bleed From Within. Hoewel die invloeden er zeker zijn, zou ik Aeveris eerder omschrijven als metalcore, en dan vooral de metalcore van de jaren 2000. Ik denk dat je ons op zowat elke affiche kunt zetten, omdat er voor iedereen wel iets herkenbaars of aantrekkelijks in onze muziek zit.

De muziek is behoorlijk gelaagd. Sommigen zullen misschien zeggen dat ze niet meteen toegankelijk is voor een breed publiek. Klopt de stelling, of zijn jullie daar helemaal niet mee bezig?
JEFFREY:
Ik vat dat eigenlijk op als een compliment. Qua toegankelijkheid denk ik dat het best meevalt. Elk nummer heeft op zijn eigen manier wel een sterke hook. Zoals ik al zei, hou ik van tegenstellingen en verschillende sferen binnen één song. Bovendien hangt het er natuurlijk vanaf hoe je een 'breed publiek' definieert. Ik denk dat we binnen de metalwereld zowat overal aan de bak kunnen. Of we met Aeveris ooit op Radio 2 terechtkomen, is een ander verhaal. Maar dat is ook nooit onze bedoeling geweest. Wij maken in de eerste plaats muziek die we zelf graag horen.

Het is zeker een compliment. De grootste verandering ten opzichte van ‘White Elephant’ lijkt mij de nog veelzijdigere aanpak, mede dankzij de diverse vocale inbreng. Ben je het daarmee eens, of zie jij zelf een ander groot verschil met het vorige album?
JEFFREY:
Ik denk dat het vooral een natuurlijke evolutie is. Het grootste verschil met White Elephant is dat de andere bandleden nu veel meer inspraak hebben gehad. White Elephant was grotendeels geschreven voordat de rest van de band erbij kwam. Voor Imminence heb ik bewust meer input gevraagd, waardoor sommige nummers veel verder zijn uitgewerkt. Zo hebben we bijvoorbeeld elf versies gemaakt van The Mask voordat we bij de definitieve versie uitkwamen. Ook Theft of Time heeft verschillende gedaantes gekend. Het einde van Tendrils of Regret werd geschreven door Louis Van Der Linden, onze drummer, en dat is persoonlijk één van mijn favoriete stukken van het album. Daarnaast heeft Wouter een absoluut fenomenale inhaalbeweging gemaakt. Toen Louis Soenens vertrok, lag de vooruitgang volledig stil. Veel nummers waren instrumentaal al afgewerkt, maar zonder zang konden we niet verder. Wouter heeft op een recordtempo voor al die nummers de vocalen geschreven en samen met mij opgenomen.

Voor mij persoonlijk voelt deze plaat als een terugkeer langs de grote poort. Ik was vanaf de eerste seconde fan en na meerdere luisterbeurten alleen maar meer. Hoe zijn de reacties tot nu toe?
JEFFREY:
Dat is fijn om te horen, bedankt daarvoor! De reacties en reviews zijn tot nu toe erg positief. Zo kregen we van Rock Tribune een mooie score van 85 op 100 én een uitgelichte recensie. Het doet plezier dat mensen niet alleen de technische kant van het album oppikken, maar zich ook weten te verbinden met de emoties die erin zitten. Dat was precies onze bedoeling, en voorlopig lijkt dat goed te lu

Heeft deze nieuwe start ook andere deuren geopend, of hoop je dat er de komende tijd nog meer deuren opengaan? Zo ja, welke?
JEFFREY:
We mogen Alcatraz openen op de Helldorado Stage, iets waar ik enorm naar uitkijk. Eind juli openen we ook voor Unearth. Elke deur die opengaat, nemen we met beide handen aan.

Wat zijn de plannen voor de rest van dit jaar en de nabije toekomst?
JEFFREY:
Hoofdzakelijk zoveel mogelijk shows spelen om onze fanbase verder uit te bouwen. Daarnaast willen we rustig beginnen aan het schrijven van nummers voor een derde plaat. We willen blijven groeien en hopelijk steeds grotere podia veroveren.

Hebben jullie door deze nieuwe start ook jullie ambities moeten bijstellen? Met andere woorden: wat zijn de ambities van Aeveris anno 2026?
JEFFREY:
Door de line-upwissel is het album uiteindelijk een jaar later afgewerkt en uitgebracht dan oorspronkelijk gepland. Op zich is dat geen ramp, maar het zorgt er natuurlijk wel voor dat we als band misschien al iets verder hadden kunnen staan. We blijven echter een ambitieuze band. We willen niet alleen in eigen streek spelen, maar ook zoveel mogelijk daarbuiten. Uiteraard dromen we ervan om ooit op Graspop Metal Meeting te staan, zoals zoveel metalbands. Tegelijk zijn we ook heel tevreden met hoe alles momenteel verloopt.

Zijn er ook ambities om in het buitenland door te breken?
JEFFREY:
Voorlopig hebben we nog geen shows in het buitenland gespeeld, maar dat is zeker de bedoeling. Een Europese tour met een interessante package zou fantastisch zijn. We beseffen echter ook dat zoiets een grote investering vraagt, zowel financieel als qua tijd. De puzzelstukjes moeten op het juiste moment in elkaar vallen. Intussen blijven we regelmatig nieuwe muziek uitbrengen en zien we wel waar het schip strandt.

Persoonlijk vind ik ‘Imminence ‘een meesterwerk. De keuze om het album in twee delen uit te brengen werkt bijzonder goed. Ik zou het een score van 95 op 100 geven. Hoe zie jij de band de komende jaren evolueren?
WOUTER:
Allereerst: wauw, bedankt! Een score van 95 op 100 krijg je natuurlijk niet elke dag. Voor mijn gevoel zijn we nog maar net begonnen. Ik heb persoonlijk nog een eindeloze bron aan goesting en inspiratie. Hoe ik de toekomst van Aeveris zie? Hopelijk richting die 100 op 100. (lacht)

Waar zie je jezelf, zowel als muzikant als met Aeveris, binnen pakweg tien jaar? Of ben je daar niet echt mee bezig?
WOUTER:
Ik denk dat het heel moeilijk is om zo ver vooruit te kijken. Ik hou van muziek maken, optreden en nummers schrijven. Ik hoop vooral dat ik binnen tien jaar kan terugblikken op tien jaar vol fantastische ervaringen, mooie shows en onvergetelijke momenten. En dat ik dan nog altijd het gevoel heb dat er opnieuw tien geweldige jaren voor me liggen. Welke kansen of hoeveel succes er in die periode op mijn pad komen, valt onmogelijk te voorspellen. Daar probeer ik mij ook niet te veel mee bezig te houden. Ik blijf gewoon doen wat ik het liefste doe, en de rest zal vanzelf volgen.

Bedankt voor de fijne babbel. We wensen jullie heel veel succes met ‘Imminence’ en met alles wat er nog op jullie pad komt.
Uiteraard blijven we Aeveris met veel belangstelling volgen

Pagina 2 van 48