logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

L7
Viagra Boys

Bess Zuidervaart

Bess Zuidervaart – De reis is vaak veel boeiender dan de aankomst

Geschreven door

Bess Zuidervaart – De reis is vaak veel boeiender dan de aankomst

Een festival hoeft niet noodzakelijk groter te worden om te groeien. Soms zit vooruitgang net in het verfijnen van een eigen identiteit. FinFactor Jazz Damme is er een mooi voorbeeld van. Wat vijf jaar geleden begon als een poging om jazz ook tijdens de zomer een plek te geven in de Brugse regio, groeide uit tot een vaste afspraak aan het einde van de festivalzomer.
Toch blijft de organisatie bewust kiezen voor kwaliteit, intimiteit en muzikale ontdekking. Vooral dat kleine podia … De grote vernieuwing binnen het concept is de toevoeging van de Izzy Jazz Club Stage, een tweede en kleiner podium waar jonge Belgische jazzformaties speelkansen krijgen. Een van de vele ontdekkingen was Bess Zuidervaart. Haar virtuositeit in het sax spelen, deed de harten sneller slaan.
We schreven over haar performance: ‘De amper zestienjarige saxofoniste Bess Zuidervaart bewoog moeiteloos tussen ingetogen, groovy en weerbarstige passages, met de zelfverzekerdheid van een doorgewinterde muzikante. Ook drummer Lowie Pallemaerts sprong in het oog. Met zijn expressieve mimiek en volledige lichamelijke overgave maakte hij het subtiele en doordachte drumwerk ook visueel bijzonder boeien’.
FinFactor Jazz Damme 2026 - Waar jazz geen leeftijd kent
Dit was natuurlijk voldoende voer voor een leuke babbel.

Bess, hoe is jouw muzikale verhaal begonnen? 
Muziek is er eigenlijk altijd geweest. Mijn ouders waren straatmuzikanten en als klein meisje wilde ik niets liever dan met hen meedoen. Vanaf mijn vijfde speelde ik percussie. Elke zomer trokken we met het gezin naar Frankrijk, waar we op allerlei plekken op straat muziek maakten. Zo werd muziek voor mij van jongs af aan iets heel vanzelfsprekends: iets wat je samen beleeft en deelt met anderen.  Door de jaren heen kwamen er steeds meer instrumenten op mijn pad. Eerst ontdekte ik de viool, waarmee ik later ook in onze band meespeelde. Daarna volgde de gitaar en begon ik te zingen. Toen ik acht was, ontdekte ik de saxofoon. Dat instrument greep me meteen en is sindsdien mijn belangrijkste instrument gebleven.   Vandaag speel ik saxofoon en zing ik, en die zomerse traditie bestaat nog altijd: elk jaar trekken we opnieuw met de familie naar Frankrijk om samen op straat muziek te maken. 

Waarom koos je voor de saxofoon en hoe ben je uiteindelijk bij jazz terechtgekomen? 
Ik zat als klein meisje bij mijn mama in de auto toen ik Baker Street hoorde, met die herkenbare saxofoonpartij. Ik vond dat geluid heel cool. En vanaf dat moment wilde ik zelf heel graag saxofoon leren spelen.  Via de academie kwam ik later steeds meer in aanraking met jazz. Ik begon naar jazzsaxofonisten te luisteren en raakte steeds meer gefascineerd door hun manier van spelen. Vooral Paul Desmond was in die eerste jaren een heel grote inspiratiebron voor mij.  

Je bent amper zestien en staat dus nog volop in het schoolleven. Is het moeilijk om je studies, vrienden en vrije tijd te combineren met repeteren en optreden? 
Soms wordt het inderdaad best veel en moet ik keuzes maken. Gelukkig zit ik op de Kunsthumaniora, waardoor muziek niet iets is wat ik alleen na school probeer in te passen, maar ook echt deel uitmaakt van mijn opleiding. Dat maakt de combinatie iets gemakkelijker.  Ook mijn beste vrienden zijn muzikanten. Zij begrijpen dus heel goed hoeveel tijd en energie muziek vraagt. Toch blijft het soms zoeken naar een evenwicht tussen school, repeteren, optreden, vrienden en gewoon vrije tijd hebben. 

Wie waren jouw eerste grote muzikale inspiratiebronnen? Zijn er daarnaast ook hedendaagse muzikanten naar wie je bijzonder opkijkt? 
Als kind keek ik enorm op naar Paul Desmond en Charlie Parker. Hun manier van spelen heeft me sterk geïnspireerd en mijn liefde voor jazz mee gevormd. Vandaag luister ik ook veel naar hedendaagse muzikanten. Melissa Aldana en Ben van Gelder zijn twee saxofonisten naar wie ik bijzonder opkijk. Ze hebben allebei een heel eigen stem op hun instrument, en net dat vind ik inspirerend. 

 Techniek kun je aanleren, maar iedere saxofonist probeert uiteindelijk ook een eigen klank en persoonlijkheid te ontwikkelen. Ben je daar nu al bewust mee bezig?
Ja, daar ben ik heel bewust mee bezig. Ik vind techniek natuurlijk belangrijk, maar uiteindelijk wil ik vooral een klank ontwikkelen die echt als de mijne voelt. Zelf hou ik erg van een warme, zwoele klank, wat op een altsaxofoon best een uitdaging kan zijn.  Ik volg al enkele jaren les in het Mago bij Ben Sluijs. Hij helpt me om te zoeken naar die eigen klank en om stap voor stap dichter te komen bij het geluid dat ik in mijn hoofd hoor. Ik denk dat zoiets ook nooit helemaal af is. Je klank groeit mee met wie je bent en met alles wat je muzikaal ontdekt. 

Jazz wordt helaas nog vaak als ouderwets of moeilijk toegankelijk beschouwd. Tegelijk merk ik dat jonge muzikanten steeds minder in muzikale hokjes denken. Waarom blijft het volgens jou toch zo moeilijk om een jong publiek voor jazz te bereiken? 
Ik denk dat jongeren jazz gewoon veel minder vaak tegenkomen. Via sociale media krijgen ze voortdurend muziek te horen, maar wat daar het meest voorbijkomt, is toch vooral popmuziek. Daardoor krijgen veel jongeren nauwelijks de kans om jazz echt te ontdekken.  Misschien ligt het dus niet zozeer aan de muziek zelf, maar aan hoe weinig ze ermee in contact komen. Ik denk dat daar veel kan veranderen als we jazz vaker laten horen en zien, en jongeren de kans geven om de muziek live te beleven. Soms moet er gewoon ergens een deur opengaan voordat je ontdekt wat er allemaal achter zit.  

Hoe is het Bess Zuidervaart Quartet ontstaan en hoe hebben jullie elkaar muzikaal gevonden? 
Lowie Pallemaerts leerde ik kennen tijdens de jazzstage in Dworp. We zaten samen in een ensemble en raakten daar aan de praat. Wannes Vingerhoets en Anton Poncin ken ik dan weer via de Kunsthumaniora van Antwerpen.  Toen Kobe Gregoir mij vroeg om op te treden op Jazz Damme, leek dat het ideale moment om die verschillende muzikale lijnen samen te brengen. Ik vroeg hen alle drie om samen een kwartet te vormen. Zo is het Bess Zuidervaart Quartet eigenlijk heel natuurlijk ontstaan. 

Op Jazz Damme viel vooral de sterke wisselwerking tussen jou, pianist Wannes Vingerhoets, bassist Anton Poncin en drummer Lowie Pallemaerts op. Hoe ontstaat zo’n muzikale chemie? Gebeurt dat vooral tijdens repetities of groeit die ook spontaan op het podium?
Allebei. Hun spel en muzikale stijl spraken me vanaf het begin aan, en eigenlijk voelde ik tijdens onze eerste repetitie al dat er een klik was. Het zijn muzikanten die ieder hun eigen verhaal kunnen vertellen, maar tegelijk ook heel goed naar elkaar luisteren. We geven elkaar ruimte en daardoor ontstaat er tijdens het spelen een soort muzikaal gesprek. We weten niet vooraf waar het naartoe zal gaan, maar we luisteren naar elkaar en vertellen samen een muzikaal verhaal. Dat gevoel van verbinding vind ik heel belangrijk. Als wij op het podium staan, voelen we nog een extra energie van het publiek erbij en zo worden zij ook voor een stuk deel van ons verhaal op dat moment.

Improvisatie speelt binnen jazz een belangrijke rol. Wat gaat er door je heen wanneer je aan een solo begint? Vertrek je vanuit een bepaald idee of laat je je vooral leiden door wat er op dat moment rondom jou gebeurt? 
Ik laat me vooral leiden door wat er op dat moment gebeurt. Tijdens een solo probeer ik niet te veel na te denken over waar ik precies naartoe wil. Improviseren is voor mij een moment waarop ik alles even kan loslaten. Dan maak ik muziek vanuit mezelf en probeer ik zo diep mogelijk in het gevoel van dat moment te kruipen. Het mooie is, dat je niet precies weet waar je zult uitkomen. Je vertrekt ergens, luistert onderweg en laat de muziek je verder leiden. 

Spelen jullie binnen het kwartet hoofdzakelijk bestaand werk, of schrijf je zelf ook al composities? Is componeren iets waarin je je later verder wilt ontwikkelen? 
Momenteel schrijf ik nog geen eigen composities. Voorlopig ligt mijn focus vooral op spelen, studeren en mezelf verder ontwikkelen als muzikant. Maar componeren is absoluut iets wat ik in de toekomst wil ontdekken. Er borrelen heel wat ideeën vanbinnen.  

Hoe heb je jullie optreden op de Izzy Jazz Club Stage van FinFactor Jazz Damme zelf beleefd? Kon je ondanks de concentratie op het podium ook genieten van de omgeving en de reacties van het publiek? 
Zeker. Ik heb enorm genoten van het optreden en kreeg achteraf heel veel lieve reacties. Daar ben ik ontzettend dankbaar voor. Het is bijzonder om te merken dat iets wat je samen op het podium creëert ook echt bij mensen binnenkomt.  Ik heb er bovendien met Joe Sanders kunnen praten, wat voor mij een heel leuke en bijzondere ervaring was. Zulke ontmoetingen maken een festival extra waardevol: je staat er niet alleen zelf te spelen, maar komt ook in contact met muzikanten naar wie je opkijkt en van wie je veel kunt leren. 

Op dat kleine podium traden nog verschillende jonge Belgische jazzmuzikanten aan. Heb je zelf andere optredens kunnen bekijken of nieuwe artiesten ontdekt? Kunnen jonge muzikanten ook veel van elkaar leren door samen op zulke festivals te spelen? 
Veel van de jonge jazzmuzikanten kende ik al, onder andere via Dragon Jazz, de jazzwedstrijd waaraan ik in 2024 deelnam. Ik won er de eerste prijs in de tweede lichting, mijn leeftijdscategorie. Het was natuurlijk heel fijn om die prijs te winnen, maar minstens even waardevol vond ik de kans om andere jonge jazzmuzikanten te leren kennen. Dat soort ontmoetingen is belangrijk. Je hoort hoe leeftijdsgenoten muziek benaderen, ziet waar zij mee bezig zijn en raakt daardoor zelf weer geïnspireerd. Je leert niet alleen door les te volgen of thuis te oefenen, maar ook door naar elkaar te luisteren, samen te spelen en ideeën uit te wisselen. 

Heeft het optreden op Jazz Damme ondertussen al nieuwe contacten, speelkansen of andere deuren geopend? 
Jazeker, vooral dankzij Dragon Jazz kreeg ik ook de kans om samen met andere muzikanten op Jazz in ’t Park te spelen. Daarnaast mocht ik eerder ook meespelen met het Dylan Marey Kwartet in de Izzy Jazz Club. Dat was eveneens een geweldige en leerrijke ervaring. 

 Sociale media en streaming zijn bijna onvermijdelijk geworden, terwijl er voortdurend nieuwe muziek verschijnt. Voel je erdoor druk om steeds zichtbaar te blijven, of probeer je vooral rustig je eigen muzikale weg te volgen? 
Op dit moment voel ik nog niet echt de druk om daar voortdurend mee bezig te zijn. Ik probeer vooral rustig mijn eigen muzikale weg te volgen en mezelf verder te ontwikkelen. Voor mij is het nu belangrijker om te groeien als muzikant, veel te spelen en nieuwe dingen te ontdekken dan om voortdurend zichtbaar te moeten zijn. 

Droom je ervan om op termijn eigen muziek uit te brengen, digitaal of misschien ook op vinyl of cd? Of is dat voorlopig nog niet aan de orde? 
Absoluut! Er borrelen heel wat ideeën in mij en dat is zeker een van mijn doelen. Voorlopig wil ik me vooral focussen op mijn studies en de muziekprojecten waar ik momenteel mee bezig ben.

Welke stap zou je de komende jaren heel graag willen zetten en welke grotere muzikale droom mag daarachter blijven sluimeren?
Ik zou heel graag jazz gaan studeren aan het conservatorium en mezelf daar verder ontwikkelen. Daarnaast hoop ik vooral dat ik in de toekomst met veel fijne muzikanten mag blijven samenspelen. Mijn grootste muzikale droom is misschien niet één bepaald podium of één concrete prestatie. Ik hoop vooral dat ik geïnspireerd kan blijven. Dat er altijd nieuwe muziek, nieuwe mensen en nieuwe ontdekkingen blijven die ervoor zorgen dat ik mijn instrument opnieuw wil vastnemen en benieuwd blijf naar wat er nog te vinden is. 

Op Jazz Damme stond Philippe Catherine op zijn vierentachtigste nog met zichtbaar plezier op het podium. Als je heel ver vooruitkijkt: wat hoop je dan vooral nooit kwijt te raken als muzikante? 
De verwondering die ontstaat wanneer je samen met andere muzikanten op reis gaat door de muziek. Voor mij voelt samenspelen vaak echt als onderweg zijn: je begint aan een stuk zonder precies te weten waar het je zal brengen. Onderweg kruisen verschillende muzikale paden elkaar, ontstaan er onverwachte afslagen en inspireert de ene muzikant de andere om een richting uit te gaan die je alleen nooit had gekozen.   Juist daarin zit voor mij de magie. De reis is vaak veel boeiender dan de aankomst. Ik hoop dat ik dat gevoel nooit verlies: die nieuwsgierigheid, die verwondering en het plezier om samen met andere muzikanten telkens opnieuw te vertrekken, zonder vooraf helemaal te weten waar de muziek ons zal brengen. 

Pics homepag @Mochel Dahyot

Dat lijkt me een zeer mooi doel om na te streven, heel veel succes in alles wat je doet, we blijven het op de voet volgen uiteraard

Atmoran

Atmoran – Thrash moet niet alleen hard en snel zijn, het moet ook iets los maken

Geschreven door

Atmoran – Thrash moet niet alleen hard en snel zijn, het moet ook iets los maken


Met We Fight Back levert Atmoran een album af dat niet alleen bol staat van de vlijmscherpe riffs en razendsnelle drums, maar ook een opvallende emotionele lading bevat. Achter de agressie schuilt frustratie, doorzettingsvermogen en vooral een enorme passie voor het genre.
Lees gerust https://www.musiczine.net/index.php/nl/item/103501-we-fight-back
We legden de Nederlandse thrashers enkele vragen voor.

Jullie bestaan ondertussen al enkele jaren. Hoe is Atmoran ontstaan, en waarom werd het uiteindelijk thrash metal?
Atmoran is een vierkoppige metal band uit de regio Dokkum. We delen allemaal dezelfde passie: METAL! Bands als Gojira, Pantera, Lamb of God en Exodus zijn grote inspiratiebronnen voor ons en hebben ons geholpen om ons eigen geluid te ontwikkelen. Dat hoor je bijvoorbeeld terug in debuut album We Fight Back!.
Ik (Wiebe) speel sinds 2022 basgitaar bij Atmoran. De band heeft inmiddels een flinke geschiedenis achter zich. In 2013 begon het allemaal met Sackback. In 2019 besloten Klaas, Max en Frank samen verder te gaan onder de naam Atmoran. Door de jaren heen is de muziek steeds meer een eigen richting opgegaan, met meer ruimte om te experimenteren en muzikaal de grenzen op te zoeken. Natuurlijk spelen de invloeden van onze favoriete bands daarin een grote rol. Denk daarbij aan Gojira, Lamb of God, Exodus, Pantera en Metallica.
Mijn eigen verhaal bij Atmoran begon eigenlijk heel anders. Als vriend en bekende van de band hielp ik in eerste instantie mee als roadie. Ik was dus al betrokken bij de band, maar had toen nog niet de rol die ik nu heb. In 2022 kreeg ik de kans om als bassist aan te sluiten en mee te werken aan het schrijfproces van onze muziek. Zo heb ik ook mijn bijdrage kunnen leveren aan We Fight Back!.
Het is mooi om van iemand die achter de schermen hielp door te groeien naar een vaste plek in de band en samen muziek te maken waar we allemaal volledig achter staan.

Er bestaan vandaag honderden thrashbands. Wat maakt Atmoran volgens jullie anders?
Atmoran is anders door de andere dekking van de muziek. Het is snel, groovy en melodisch. Atmoran schrijft muziek over persoonlijke verhalen en de actualiteit in deze wereld. Atmoran is flexibel inzetbaar en wil graag op het podium staan om hun muziek met de wereld te delen. We hebben een serieuze lading wat we kunnen brengen met veel plezier!

Waar zijn jullie het meest trots op?
Het uitbrengen van een full-length album is voor ons een hoogtepunt van de band. We hebben een tijdje stilgelegen vanwege positiewisselingen in de band. Wanneer de band een stabiele opstelling heeft gekregen is er meer samenspel in gekomen. Dit is het moment dat de nummers die je op We Fight Back kunt horen, worden geschreven. Waar wij het meeste trots op zijn is het feit dat wij onze albumrelease hebben gedaan op het Bevrijdingsfestival Fryslân. We mochten ons album presenteren aan een breed publiek op de NEUSHOORN HEAVY STAGE! Daarnaast hebben wij op het festival Into The Grave 2026 mogen spelen waarbij wij overspoeld werden met positieve feedback!

En zou je iets anders aanpakken met de kennis van vandaag?
Het opnameproces… alles was aan het einde wat overhaast, waardoor er bij mij veel stress en spanning ontstond. Voor het volgende album nemen wij alles tijdig op en nemen wij dus de tijd om alles te perfectioneren.

Jullie bereikten in 2018 de finale van de Wacken Metal Battle. Welke impact heeft dat gehad op de band? Heeft het concrete deuren geopend, of bleek het achteraf toch minder doorslaggevend dan jullie hadden gehoopt?
Op dat moment was het best spannend, omdat we nog jong waren en toch de finale hadden bereikt. Het heeft uiteindelijk niet echt concrete deuren geopend. We hebben bijvoorbeeld niet meer optredens door gekregen. De Metal Battle zelf heeft ons ook niet zoveel gebracht als we vooraf hadden verwacht.

Wat mij opvalt aan de plaat is de combinatie van loodzware riffs met een heldere zang. Dat hoor je niet zo vaak binnen de thrash. Was het een bewuste keuze?
Een bewuste keuze is het niet geweest. We maken en spelen wat we zelf leuk en goed vinden. Uiteindelijk is dit product ontstaan en dat is ons allemaal best goed bevallen! Misschien is dat ook wel een reden dat Atmoran weer anders is dan andere thrash metal bands!

De motor gaat nergens sputteren, de energie die door de boxen loeit zet je aan tot hevig headbangen, alle stoelen opzij en moshen in de woonkamer … dat is mijn aanvoelen. Je voelt die ‘live sfeer’ door de boxen loeien. Een bewuste aanpak?
Onze muziek is opgenomen met een laptop en een interface. De opnames zijn schoon opgenomen waarover een brute sound is geplaatst! Dit hebben wij allemaal te danken aan Mendel bij de Leij. Mendel is een producer uit de regio die precies weet hoe hij onze ideeën kan omzetten in een sterk eindresultaat. Dat was ons al eerder opgevallen, want hij heeft in het verleden ook aan meerdere producties van Atmoran gewerkt. We weten dus wat hij in huis heeft en hoe hij onze muziek naar een hoger niveau kan tillen. Daarom was de keuze voor ons snel gemaakt: ook deze keer wilden we graag weer met Mendel samenwerken om tot deze sfeer te komen!

Ik schreef dat jullie geen nieuw genre uitvinden, maar wel een mooie balans vinden tussen technische precisie en pure agressie. Is het iets wat door de jaren heen gegroeid is?
Dit is zeker een groeimoment geweest voor Atmoran! Voornamelijk haalden wij deze groei door middel van oud gitarist Frank Homma! Daarnaast halen wij veel inspiratie uit de eerder genoemde inspiratiebronnen zoals Gojira en Lamb of God.

Ik lees dat ‘We Fight Back’ ontstond na een moeilijke periode. Hoeveel van die persoonlijke ervaringen zitten in de plaat?
De gehele plaat zit vol met persoonlijke ervaringen en meningen over bepaalde dingen in de wereld. Alles heeft een bepaald verhaal wat voor iedereen weer een andere betekenis heeft of beeld kan schetsen. Penumbra is bijvoorbeeld een adempauze en een moment om even tot jezelf te komen. Daarna kom je weer in de realiteit terecht met het nummer Shadows.

Ik hoor veel woede, maar ook pijn en twijfel. Is het album voor jullie een uitlaatklep geworden?
Zeker weten! Een persoonlijke ervaring met veel diepgang kunnen uiten via deze muziek is een hele mooie uitlaatklep voor ons!

Is er een nummer op de plaat dat volgens jullie ondergewaardeerd zal blijven, terwijl het voor de band zelf net heel belangrijk is?
Ik denk dat dat Parasite zal zijn… ik heb geen idee waarom. Ik denk dat de tekst wel herkenbaar kan zijn voor vele mensen! Het is een snel nummer, het is groovy en heeft deathmetal invloeden… Van alles nog wat dus!

Als jullie ‘We Fight Back’ over tien jaar opnieuw zouden opnemen, wat zouden jullie absoluut hetzelfde houden en wat zouden jullie anders aanpakken?
Ik zou denk ik meer tijd besteden aan sommige elementen in de muziek. De sound is gewoon te gek… daar kom ik niet aan!

Ik heb Atmoran jammer genoeg nog nooit live gezien. Wat mogen mensen verwachten?
Een enorm enthousiaste en energieke band die hun passie voor muziek (en natuurlijk hun eigen muziek) willen delen met het publiek!

Waar kunnen we jullie binnenkort live aan het werk zien, en wat zijn de verdere plannen?
Op dit moment is het even rustig na een aantal dikke shows dit jaar. Momenteel zijn we weer aan het schrijven en plannen voor ons nieuwe album. Elke keer als we de oefenruimte betreden met de band, hebben we weer nieuwe inspiratie voor nieuwe muziek.

Ook Belgische thrashbands vertellen me vaak hoe moeilijk het is om boven het maaiveld uit te steken. Ervaren jullie dat als Nederlandse band ook zo?
Wij komen uit het noorden van Nederland waar de scene wel aanwezig is maar het succes niet vaak door kan groeien. Dit is in het zuiden van Nederland wel een ander verhaal

Jullie hebben al wat bereikt… Welke ambities blijven er nog?
Op grote festivals spelen met de band en als voorprogramma mogen staan voor grotere bekendere bands! Mijn droom zou zijn om als voorprogramma te mogen openen voor een band als Gojira!

Tot slot: stel dat iemand nog nooit van Atmoran heeft gehoord. Hoe zouden jullie die persoon overtuigen om Atmoran een kans te geven?
Ik zou denk ik vertellen dat wij een band hebben met muziek die een persoonlijk verhaal vertelt. Je hoeft het niet te beluisteren, maar zou het wel lief vinden! Onze muziek staat uit van alle andere thrash metal bands die er zijn!

Bedankt voor de fijne babbel, en hopelijk tot binnenkort

Goeie, leuke vragen! Wij hopen jullie te zien bij een van onze shows! Je kunt ons vinden op Facebook en Instagram!
Facebook: https://www.facebook.com/share/14j8DKZ4rkg/?mibextid=wwXIfr
Instagram: https://www.instagram.com/atmoran_official?igsh=MTN0bno3OWI1aHV4ZA%3D%3D&utm_source=qr

Suecide High

Suecide High - Eenvoudige muziek spelen met lef en overtuiging, dat is de echte basis van rock’n’roll

Geschreven door

Suecide High - Eenvoudige muziek spelen met lef en overtuiging, dat is de echte basis van rock’n’roll

Met ‘Chaos Has Its Charm’ vermengt Suecide High stevige rock en blues met gruizige stoner met een donkere ondertoon. De ervaren muzikanten geven vertrouwde ingrediënten een frisse invulling: aanstekelijke riffs en melodieën gaan hand in hand met songs die soms iets filmisch krijgen. Voor zanger en gitarist Renaud Mayeur, eerder actief bij onder meer Hulk en La Muerte, betekent de band bovendien een herontdekking van het plezier in rock-’n-roll. Na jaren filmmuziek en een ingrijpende periode rond zijn gezondheid staat samen muziek maken met vrienden opnieuw centraal.
Tijdens een openhartig gezellig gesprek, waarin ook veel werd gelachen, vertelt hij over die herwonnen goesting, ouder worden en de kracht van eenvoudige muziek met lef en overtuiging.

Renaud, je hebt al een lange muzikale weg afgelegd. Hoe is Suecide High ontstaan en waarom koos je precies voor deze muzikanten?
Ik had ongeveer tien jaar geen rock-’n-roll meer gespeeld en hield me in die periode vooral bezig met het componeren van filmmuziek. Daarvoor had ik ontzettend veel opgetreden, soms bijna aan één stuk door. Dat ging gepaard met drinken, feesten en een levensstijl die je niet eeuwig kunt volhouden. Op een bepaald moment was het vuur wat verdwenen en had ik behoefte aan iets anders. Die tien jaar filmmuziek waren bijzonder interessant, maar toen het beter ging met mijn gezondheid, kreeg ik opnieuw zin om rock-’n-roll te spelen. Ik bracht drie vrienden uit mijn eigen streek samen, rond Bergen en La Louvière. We wilden gewoon samen rockmuziek maken en zien wat eruit zou voortkomen. Het voelde meteen als een broederschap: een groep vrienden die het plezier van samen muziek maken herontdekte.

De bezetting bestaat uit Renaud Mayeur op zang en gitaar, Stéphane Panozzo op gitaar, Fabrice Giacinto op bas en Charly Cornez op drums.

De wortels in klassieke hardrock, punk, blues en stoner zijn duidelijk hoorbaar, maar Suecide High klinkt niet als een kopie van vroegere voorbeelden. Hoe heeft jullie eigen geluid vorm gekregen?
Mijn invloeden zijn in wezen nog dezelfde. Ik blijf een grote fan van Bon Scott en AC/DC, Motörhead, Kyuss en Alice in Chains. Later kwamen daar bands als Queens of the Stone Age, Viagra Boys, The Datsuns en Amyl and the Sniffers bij. De fundamenten zijn dus niet ingrijpend veranderd. Ik ben gewoon ouder geworden en heb onderweg veel meegemaakt: moeilijkheden, teleurstellingen, verraad en ziekte. Daardoor hebben de songs meer diepgang gekregen. Vroeger gingen de teksten vaker over vrouwen, drinken en plezier maken. Vandaag zijn de woorden en emoties persoonlijker en meer doorleefd. Om het met een beeld te zeggen: we zijn geëvolueerd van een motorfiets naar een vrachtwagen. Het blijft rock-’n-roll, maar we dragen een zwaardere lading mee.

Je hebt jarenlang filmmuziek gecomponeerd. Heeft die ervaring ook invloed op de manier waarop je vandaag rocksongs schrijft?
Absoluut. Bij filmmuziek moet je soms met slechts enkele noten heel veel vertellen. Drie goedgekozen noten op precies het juiste moment kunnen volstaan om iets op te bouwen en een emotie over te brengen. Die ervaring neem ik mee naar Suecide High. Ik probeer zorgvuldiger de juiste noten en woorden te kiezen, waardoor de songs hopelijk meer emotionele diepgang krijgen. Zelf houd ik van muziek die beelden oproept. Als ik naar Jimi Hendrix, Cream of The Stranglers luister, kan ik mijn ogen sluiten en allerlei dingen voor me zien. Muziek moet een reis zijn. Ze moet je verbeelding prikkelen en je ergens anders naartoe brengen.

De albumtitel ‘Chaos Has Its Charm’ lijkt haast jullie levenshouding samen te vatten. Wat betekent die titel voor jou?
Het leven bestaat uit vallen en opstaan, verliezen en winnen. Al die chaos heeft ook een zekere charme, omdat het leven zelf zijn charme heeft. Ik ben ernstig ziek geweest en heb een tijdlang gedacht dat ik zou sterven. Wanneer je daarna opnieuw dingen kunt doen, krijgt het leven een andere smaak. Je beseft hoeveel geluk je hebt dat je elke nieuwe dag mag meemaken. Zelfs die moeilijke periode heeft me veel geleerd. Ik wil de dagen die ik nog heb zo ten volle mogelijk beleven.

De artsen brachten je destijds bijzonder alarmerend nieuws dat achteraf niet bleek te kloppen. Heeft die ervaring veranderd hoe je vandaag leeft en muziek maakt?
Het gaat nu goed met mij. De artsen hadden zich vergist en hadden me verteld dat ik zou sterven. Gedurende enkele maanden heb ik echt met die overtuiging geleefd.  Wanneer je vervolgens ontdekt dat de diagnose verkeerd was en dat je nog een leven voor je hebt, ga je anders leven. Ik probeer eerlijker te zijn en de dingen beter te doen: beter te leven en beter lief te hebben. Of ik in dat laatste geslaagd ben, moet mijn vrouw misschien maar beoordelen. (lacht)

Zijn je teksten erdoor ook eerlijker en persoonlijker geworden?
Zeker. Vroeger kon ik tevreden zijn als een eenvoudig rijmpje werkte, maar daar kom ik voor mezelf niet meer mee weg. Ik moet geloven wat ik zing. Daarom wil ik betere teksten schrijven en alleen woorden gebruiken die ik echt meen. Dat is misschien een van de belangrijkste veranderingen: ik probeer steeds meer mezelf te zijn. Ik ben vandaag gelukkiger dan toen ik veertig of vijftig was. Vroeger dronk ik, rookte ik en gebruikte ik drugs, en echt gelukkig was ik niet. Vandaag zijn mijn kinderen, mijn vrouw, enkele goede vrienden en mijn eigen welzijn het belangrijkst. Het draait om respect: voor jezelf en voor de mensen van wie je houdt. Als je jong bent, jaag je vaak de verkeerde dingen na. Ouder worden heeft dus ook voordelen. Je leert luisteren en soms gewoon zwijgen.

Heb je naast Suecide High nog andere muzikale projecten, of wil je je volledig op deze band richten?
Suecide High is mijn enige echte band. Ik kan mijn aandacht niet volledig over drie groepen tegelijk verdelen. Ik ben verliefd op deze band en wil me erop concentreren. Uiteraard doe ik nog studiowerk en geef ik muziekles aan kinderen. De andere muzikanten hebben bijkomende projecten, omdat sommigen van hen van muziek leven, maar ze geven Suecide High voldoende voorrang. Vroeger probeerde ik verschillende bands te combineren, en dat werd uiteindelijk een hel. Voor mij volstaan mijn vrouw, mijn kinderen en één band. Zo kan ik de dingen goed doen.

Tijdens ons gesprek vertelde je een kleurrijke anekdote over Marc du Marais en La Muerte. Wat is je daarvan bijgebleven?
Toen ik in 1997 met La Muerte op het hoofdpodium van Dour Festival speelde, was ik zelf nog een onbekende. Vlak voor het optreden zei ik tegen de zanger, die toen vijfenveertig was: “Pas op met je rug!” Hij voelde zich een beetje aangesproken en kaatste terug: “Komaan, het podium op, ster voor één avond!” Ik moest er eigenlijk om lachen, dat moet ik toegeven. We zaten elkaar wat vriendschappelijk te plagen. Maar ik houd van die gasten. Ze zijn echt, zonder franjes.

Als je naar de plaat luistert, krijg je meteen het gevoel dat deze songs op een podium tot leven moeten komen. Welke plannen hebben jullie voor de komende maanden?
We werken met een Duits promotor  en de plaat wordt daar goed ontvangen. We kregen onder meer een goede recensie in OX en ook aandacht van Visions, Terrorverlag en Inward. We hebben nu een bookingagent en er wordt aan ongeveer tien optredens in Duitsland gewerkt. Ook de mogelijkheden in Nederland worden bekeken. Het bijzondere is dat Suecide High zonder groot carrièreplan is begonnen. Het idee was juist om de zakelijke kant even te vergeten, samen eenvoudige en krachtige rock-’n-roll te maken en desnoods in cafés te spelen. Door terug te keren naar de essentie — samen spelen en plezier maken — begon alles opnieuw te groeien.

Als je het over ‘plezier maken’ hebt, bedoel je dan ook een terugkeer naar de wilde rock-’n-roll levensstijl van vroeger?
Nee, ik bedoel vooral het plezier van het spelen zelf. Ik drink niet meer en zou die vroegere levensstijl ook niet meer kunnen volhouden. Het gaat om eenvoudige muziek spelen met lef en overtuiging, zonder alles onnodig ingewikkeld te maken. Voor mij is dat de echte basis van rock-’n-roll.

Je vertelde dat het voor een Waalse rockband tegenwoordig gemakkelijker kan zijn om in Duitsland of Nederland te spelen dan in België. Wat is er veranderd?
Twintig jaar geleden was het gemakkelijker om optredens in België te vinden. Rock-’n-roll nam toen een centralere plaats in. Vandaag bestaan er veel meer muzikale werelden naast elkaar: elektronische muziek, pop, rap en allerlei andere stijlen. Rock bestaat nog, maar is slechts één mogelijkheid binnen een veel breder aanbod. Tegelijk merk ik dat jongeren minder geneigd zijn om binnen één hokje te blijven. In onze tijd was je bijvoorbeeld een rocker, een newwaver of een punker. Jongeren kunnen vandaag van de ene op de andere dag naar een totaal andere artiest of een heel ander festival gaan. Dat kan ook in ons voordeel werken, want Suecide High past evenmin netjes in één hokje. Onze muziek brengt alles samen waar ik naar luister, van The Stooges, Jimi Hendrix en Johnny Cash tot Kyuss. Thuis luister ik evengoed naar Debussy of Mozart. Goede muziek blijft goede muziek.

Welke ambities heb je na alles wat je al hebt meegemaakt nog met Suecide High?
We willen luisteraars bereiken en onze muziek met mensen delen. Of er uiteindelijk tienduizend of vijfduizend mensen de plaat kopen, is minder belangrijk dan dat er een echte verbinding ontstaat. Tijdens een concert wil ik iets geven en ook iets van het publiek terugkrijgen. Die wisselwerking kan bijzonder intens zijn. Een volle zaal is natuurlijk fijn, maar een klein concert kan even krachtig zijn. We speelden in de Kinky Star in Gent voor ongeveer honderd mensen, en dat was fantastisch: één grote, wilde uitbarsting. Geef mij maar zalen met honderd tot driehonderd mensen die er helemaal in opgaan. Hoe vaker we zulke concerten kunnen spelen, hoe gelukkiger ik ben. Dat is de echte ambitie.

Kan spelen voor een klein publiek soms moeilijker zijn dan voor een grote massa?
Zeker. Als je voor weinig mensen speelt, zie je elk gezicht en merk je meteen wanneer iemand afgeleid raakt of iets te drinken gaat halen. In een grote menigte gaat dat individuele gedrag gemakkelijker op in de massa. Maar het omgekeerde geldt ook: in een kleine zaal zie je heel direct hoe mensen glimlachen, reageren en uit hun dak gaan. Precies dat maakt zulke optredens bijzonder.

Nog een laatste vraag: wanneer hou je ermee op? Wanneer zeg je: “Het is genoeg geweest”?
Ik blijf doorgaan zolang ik in rock-’n-roll geloof en voldoende energie heb om goede shows neer te zetten!

Bedankt voor deze bijzonder fijne babbel. Hopelijk zien we jullie binnenkort ergens op een podium!

Voorlopige Concertagenda

  • 16 oktober 2026: Atelier Rock, Hoei — België
  • 10 december 2026 : Sonic Ballroom, Keulen — Duitsland
  • 11 december 2026 : Lowbrow, Darmstadt — Duitsland
  • 8 januari 2027: Moulin Fantôme — België
  • 5 maart 2027 : Into the Shadows Fest, Little Devil, Tilburg — Nederland
  • 26 juni 2027: Place to Be Fest, Ostbevern — Duitsland
  • 17 september 2027 : Die Brasse, Saarbrücken — Duitsland
  • 8 september 2027: Spitalkeller, Offenburg — Duitsland

Your Eyes

Your Eyes – Een verloren opname krijgt na 36 jaar alsnog een stem

Geschreven door

Your Eyes – Een verloren opname krijgt na 36 jaar alsnog een stem

In 1989 vonden vier muzikanten uit Beveren elkaar in een gedeelde liefde voor donkere, sfeervolle postpunk. Onder de naam Your Eyes bouwden zanger Koen Apers, bassist Kris De Potter, drummer Tom De Dobbelaer en gitarist Bart Verlent in korte tijd een eigen repertoire op.
Na een geslaagd live-debuut als voorprogramma van Enema Joe trok het viertal op 16 april 1990 naar de Etiquette Studio in Zandvliet. De acht nummers die er onder leiding van Nico de Haan werden opgenomen, verdwenen na het uiteenvallen van de groep echter voor ruim drie decennia in de kast. In 2025 werd de originele reel-to-reeltape gerestaureerd. Dankzij het Londense archieflabel Nausea Records verschijnt het materiaal nu eindelijk op vinyl als Etiquette Session: 1990.
Info Your Eyes - Etiquette Session : 1990 | Coming Up | Music Media Corner

Wat aanvankelijk een gesprek over die lang verloren gewaande opnames zou worden, groeide uit tot een warme, levendige en soms emotionele terugblik op muziek, vriendschap, gemiste kansen en het veel te vroege overlijden van Koen Apers.

Wanneer we teruggaan naar Beveren in 1989: hoe hebben jullie elkaar gevonden?
Your Eyes: We kwamen elkaar vooral tegen in dezelfde cafés en jeugdhuizen. In Beveren kende iedereen elkaar wel een beetje. Bart was er niet helemaal vanaf het eerste begin bij: aanvankelijk was er nog sprake van een vrouwelijke gitariste, maar dat is uiteindelijk niet doorgegaan. Via de lokale scene en gemeenschappelijke kennissen is de definitieve bezetting ontstaan. Zoals zoveel jonge groepen zijn we begonnen met enkele covers. Je kiest nummers die je graag hoort en die technisch nog haalbaar zijn. We speelden They Walked in Line van Joy Division, Heartland van The Sisters of Mercy en Lies van Skeletal Family. We hebben ook eens Just Like Heaven van The Cure geprobeerd, maar dat trok op niets. Vanuit die gedeelde smaak zijn we vrij snel eigen nummers beginnen te schrijven. Niemand van ons was op dat moment een geschoolde topmuzikant. We zochten, probeerden en leerden terwijl we samen speelden. Net daardoor ontstond iets eigens.

Joy Division, The Sisters of Mercy en het 4AD-label worden vaak als inspiratiebronnen genoemd. Wat trok jullie zo sterk aan in die muziek?
Your Eyes: Dat was de muziek van ons dagelijkse leven. Ze klonk in de cafés waar we kwamen en paste bij de tijd waarin we jong waren. Natuurlijk hoor je die invloeden terug, maar we probeerden geen kopie te maken. Iedereen bracht zijn eigen smaak en persoonlijkheid mee. Bart was bijvoorbeeld altijd heel avontuurlijk in zijn muzikale keuzes en bleef nieuwe dingen ontdekken. De anderen vonden dan weer houvast in bepaalde klanken of stijlen. Uit die verschillen groeide de muziek van Your Eyes. Het valt ons vandaag trouwens op dat jonge luisteraars opnieuw openstaan voor muziek uit de jaren tachtig. Via internet en streaming kunnen zij zonder grenzen door verschillende periodes en genres zoeken. Vroeger werd je veel sneller in een hokje geplaatst: je hoorde bij de punks, de newwavers of een andere groep. Vandaag lijkt die scheiding minder streng. Misschien verklaart dat mee waarom deze plaat na zoveel jaren toch nog aansluiting vindt.

De nummers ontstonden in amper enkele maanden. Hoe verliep dat schrijfproces?
Your Eyes: Dat gebeurde vooral samen. Iemand bracht een baslijn, gitaaridee of ritme aan en tijdens de repetitie zochten we verder. Niemand kwam met een volledig afgewerkt plan binnen. We waren allemaal nog groen en probeerden vooral uit wat lekker klonk. Soms ontstond iets heel intuïtief. Achteraf lijkt het haast onwaarschijnlijk dat we in zo weinig tijd een volledige set bijeen kregen. Koen schreef de teksten. Hij vertrok soms vanuit persoonlijke ervaringen of dingen uit het dagelijkse leven, maar bezat ook enorm veel fantasie. Hij kon een tekst bijna filmisch maken, zodat je er beelden bij kreeg. Zijn Engels klonk bovendien erg natuurlijk. Wij konden muziek aanbrengen, maar niemand anders in de groep had op die manier teksten kunnen schrijven. Koen was een bijzonder creatieve en artistieke persoonlijkheid; dat kwam later ook terug in zijn belangstelling voor film en video.

Titels als “Mein Untergang”, “As Easy As Hate” en “The Dreamless Sleep” klinken behoorlijk donker en fatalistisch. Was het een weerspiegeling van jullie eigen gemoed?
Your Eyes: Voor een deel wel. Koen haalde inspiratie uit persoonlijke ervaringen en uit wat er rondom ons gebeurde, maar niet iedere zin moet letterlijk worden gelezen. Zijn fantasie speelde een grote rol. De donkere sfeer paste natuurlijk ook bij de muziek waarnaar we luisterden en bij de tijdgeest. De wereld zag er toen evenmin bijzonder rooskleurig uit. Eigenlijk is dat vandaag niet zo anders, wanneer je kijkt naar oorlog, politieke spanningen en maatschappelijke onzekerheid. Muziek kan op zulke omstandigheden op verschillende manieren reageren. Je kunt de donkere kant rechtstreeks benoemen, maar je kunt er ook bewust aan ontsnappen met iets lichts of dansbaars. Wij kozen toen vanzelf voor die meer donkere, zoekende richting. Dat was geen berekende houding; zo klonk ons leven op dat moment.

Verwijst “Dulce Et Decorum Est” rechtstreeks naar het anti-oorlogsgedicht van Wilfred Owen?
Your Eyes: Ja, het uitgangspunt was het bekende anti-oorlogsgedicht. Het paste bij Koens belangstelling voor donkere maatschappelijke thema's en bij zijn manier om van woorden beelden te maken. Hoe hij die inspiratie exact heeft verwerkt, kunnen we vandaag natuurlijk niet meer volledig voor hem reconstrueren. Daarom is het belangrijk dat de tekst en de muziek ook voor zichzelf mogen spreken.

Jullie eerste optreden, als voorprogramma van Enema Joe tijdens een Creatures Of The Night-feest in Antwerpen, kreeg meteen een sterke respons. Wat herinneren jullie je ervan?
Your Eyes: Vooral dat de reactie veel positiever was dan we hadden verwacht. We hadden nog maar enkele maanden samen gespeeld en plots bleek dat de nummers ook buiten het repetitielokaal werkten. Die respons gaf ons het vertrouwen om naar de studio te gaan. Tegelijk waren de mogelijkheden toen heel anders dan vandaag. Er was geen sociale media en je kon je muziek niet met één klik verspreiden. Na een optreden of een demo bleef de vraag: wat doe je er nu mee? Je stuurde tapes en brieven rond en hoopte dat iemand reageerde. We hebben wel geprobeerd belangstelling te wekken, maar het was moeilijk om buiten de eigen omgeving door te breken. Zonder de juiste contacten of ondersteuning kon sterk materiaal gemakkelijk verdwijnen.

Met welke verwachtingen trokken jullie op 16 april 1990 naar de Etiquette Studio?
Your Eyes: We wilden in de eerste plaats vastleggen wat we op dat moment als groep hadden opgebouwd. Het ging snel: acht nummers werden tijdens één studiosessie opgenomen. We hadden geen groot budget en konden ons geen weken studiotijd veroorloven. De bedoeling was om over een degelijke opname te beschikken waarmee we verder konden. Die geconcentreerde werkwijze hoor je nog altijd. De plaat is niet perfect en wij horen zelf uiteraard iedere kleine fout. Als je je eigen partij kent, valt vooral op wat je anders had willen spelen. Maar wanneer je bedenkt hoe jong en onervaren we waren en hoeveel materiaal in zo weinig tijd werd opgenomen, mogen we daar trots op zijn. De energie en spanning van die dag zitten nog altijd in de opnames.

Welke rol speelde producer Nico de Haan tijdens die sessie?
Your Eyes: Hij hielp ons om een voller en beter uitgebalanceerd geluid te vinden en gaf praktische aanwijzingen. Bij het drumgeluid en de manier waarop bepaalde partijen werden gespeeld, stuurde hij bijvoorbeeld bij. We speelden een nummer eerst door en kregen vervolgens opmerkingen over passages die te druk waren of anders konden worden aangepakt. Hij probeerde dus niet alleen registrerend te werken, maar dacht mee vanuit zijn ervaring. Toch bleef het duidelijk onze muziek. De opnames klinken niet alsof iemand ons in een totaal andere richting heeft geduwd. Hij hielp vooral om wat wij live deden zo goed mogelijk op tape te krijgen.

Beseften jullie toen dat jullie materiaal zich kon meten met bekendere newwave- en postpunkgroepen?
Your Eyes: Op dat moment stonden we daar waarschijnlijk minder bij stil. We hoorden vooral onze voorbeelden en wisten hoeveel beter of ervarener zij waren. Nu de plaat verschijnt, krijgen we erkenning die we destijds niet hebben gekend. Dat voelt vreemd, maar ook bijzonder. Mensen die er toen niet bij waren — soms veel jongere luisteraars — reageren enthousiast op muziek die 36 jaar in een kast heeft gelegen. We gaan nu niet beweren dat we destijds gegarandeerd groot zouden zijn geworden. Daarvoor spelen veel meer factoren mee dan kwaliteit alleen. Maar wanneer we de plaat vandaag beluisteren, vinden we wel dat ze niet hoeft onder te doen voor heel wat muziek die toen wél werd uitgebracht. Het grootste compliment is misschien dat de nummers niet klinken als een curiositeit die alleen uit nostalgie interessant is.

Bart, waarom besloot je de oorspronkelijke tape in 2025 opnieuw boven te halen?
Your Eyes: Er bestond al een digitale kopie, maar die klonk niet goed genoeg. Door slijtage en ruis was het materiaal moeilijk bruikbaar. Toen Frank Gorissen van Subterra ermee aan de slag ging, bleek dat hij vanuit die kopie onvoldoende kon doen: wanneer hij de ruis probeerde weg te halen, tastte dat ook de instrumenten aan. Daarom moesten we terug naar de originele reel-to-reeltape. Die tape bleek gelukkig nog te bestaan. Via Dutch Tape Transfers werd ze zorgvuldig gedigitaliseerd, waarna Frank opnieuw aan de mastering kon beginnen. Het was geen vooraf uitgestippeld masterplan, maar een opeenvolging van stappen. Telkens wanneer één probleem was opgelost, diende zich een volgende mogelijkheid aan.

Hoe ervaarden jullie het om de muziek na ongeveer 36 jaar opnieuw in goede kwaliteit te horen?
Your Eyes: Je hoort eerst alle dingen die je zelf anders zou hebben gedaan. Dat is waarschijnlijk onvermijdelijk wanneer je naar je jongere zelf luistert. Toch overheerst trots. De klank is nu veel helderder en heeft meer diepte, maar het klinkt nog altijd zoals wij de muziek in ons hoofd herinnerden. Belangrijk was dat de ziel behouden bleef. De opname mocht niet worden gladgestreken tot iets wat Your Eyes nooit is geweest. De mastering heeft de instrumenten duidelijker en krachtiger gemaakt zonder de spanning, de ruwheid en het karakter van de oorspronkelijke sessie weg te nemen. Dat evenwicht is goed gelukt.

Hoe kwam Nausea Records vervolgens in beeld?
Your Eyes: Het contact kwam er via Subterra Studio, dat in opdracht van Nausea Records op zoek ging naar demo's van newwavebands uit de jaren tachtig die nooit officieel waren uitgebracht. Nausea Records is gespecialiseerd in vergeten of nooit verschenen punk- en postpunkopnames uit de jaren zeventig en tachtig. Ons verhaal paste natuurlijk perfect in dat opzet: een kortstondige Belgische band, acht nummers op een oude mastertape en een plaat die destijds in de kast bleef liggen. Dat een Londens label er uiteindelijk belangstelling voor toont, blijft bijzonder. In 1990 raakte onze muziek nauwelijks buiten Beveren en Antwerpen; vandaag verschijnt ze op transparant paars vinyl en bereikt ze luisteraars die we nooit hadden kunnen voorzien. Ook de oorspronkelijke hoesillustratie van Steve Slingeneyer, die voor de nooit verschenen promotape bedoeld was, krijgt eindelijk haar bestemming. Daardoor voelt de uitgave als de voltooiing van iets wat onafgewerkt was gebleven.

De hernieuwde aandacht kwam helaas ook samen met het nieuws dat Koen ernstig ziek was. Heeft hij de afgewerkte opnames nog kunnen horen?
Your Eyes: Ja, en dat betekent heel veel voor ons. Het contact was door de jaren heen verminderd, maar toen duidelijk werd dat de plaat er echt zou komen, hebben we hem de gemasterde opnames nog kunnen bezorgen. Hij was heel blij met het resultaat. Dat is een van de belangrijkste dingen die we uit dit hele verhaal meenemen: Koen heeft nog geweten dat de muziek eindelijk zou verschijnen en heeft kunnen horen hoe ze klonk. Zijn ziekte en overlijden hebben uiteraard een zware schaduw over de uitgave geworpen. Voor sommigen van ons kwam het nieuws samen met de onverwachte boodschap dat er na 36 jaar een plaat zou verschijnen. Dat bracht in één keer heel veel herinneringen terug en maakte het emotioneel bijzonder intens. Je denkt opnieuw aan de jonge mensen die je toen was, aan wat je samen hebt meegemaakt en aan alles wat daarna is gebeurd.

Wat betekende Koen voor Your Eyes, als zanger en als mens?
Your Eyes: Hij was onvervangbaar. Dat zeggen we niet uit sentiment, maar omdat zijn stem, uitstraling en teksten mee bepaalden wat Your Eyes was. Je kunt misschien iemand vinden met een vergelijkbaar stemgeluid, maar daarmee vervang je de persoon niet. Zonder Koen zou het iets anders worden. Hij kon op een podium een sfeer neerzetten die verder ging dan zuiver zingen. Zijn presence maakte een verschil, zoals een sterke frontman dat altijd doet. Daarnaast was hij degene die de woorden en beelden aan de muziek gaf. Zijn stem blijft nu bewaard en bereikt alsnog mensen, maar het blijft pijnlijk dat hij de uiteindelijke plaat niet meer samen met ons kan vasthouden of beleven.

Kort na de opnames viel de groep uiteen. Was het vertrek van Tom werkelijk de oorzaak, of zat het einde er al aan te komen?
Your Eyes: Het zou te eenvoudig zijn om alles aan één persoon of één beslissing toe te schrijven. Wanneer één belangrijk element uit een jonge groep wegvalt, verandert natuurlijk de hele dynamiek. Maar er speelden meerdere zaken mee. We waren vier heel verschillende mensen met sterke karakters en uiteenlopende muzikale interesses. Koen luisterde bijvoorbeeld steeds meer naar extremere muziek, terwijl niet iedereen noodzakelijk dezelfde richting uit wilde. Na Toms vertrek werd nog geprobeerd verder te gaan met Jan Dhooge op drums en volgde een laatste optreden in Beveren. Dat was geen verwijt aan Jan — hij probeerde er het beste van te maken — maar we hadden nauwelijks samen kunnen repeteren. Als je na maanden weinig te spelen plots opnieuw op het podium staat, kun je onmogelijk hetzelfde niveau halen als tijdens de studiosessie. Voor sommigen voelde de groep toen al alsof ze uit elkaar aan het vallen was. Het abrupte einde was dus veeleer het gevolg van een opeenstapeling dan van één ruzie of één schuldige.

Wanneer jullie nu naar ‘Etiquette Session: 1990’ luisteren, overheerst dan trots of het gevoel dat jullie kansen hebben gemist?
Your Eyes: Vooral trots. Natuurlijk kun je achteraf fantaseren over wat er had kunnen gebeuren als de band langer had bestaan, meer optredens had gekregen of vroeger een label had gevonden. Maar we zijn daar de voorbije 36 jaar niet verbitterd op blijven terugkijken. We hebben het geprobeerd en er is toen uit voortgekomen wat mogelijk was. Deze uitgave geeft ons alsnog erkenning, maar belangrijker is dat ze een hoofdstuk op een mooie manier afsluit. De groep is destijds verbrokkeld zonder echt afscheid te nemen. Nu kunnen we dat verhaal eindelijk samen afronden — helaas niet meer letterlijk met zijn vieren, maar Koens stem en teksten maken onlosmakelijk deel uit van de plaat.

Had Your Eyes muzikaal nog sterk kunnen veranderen als de groep was blijven bestaan?
Your Eyes: Waarschijnlijk wel. Onze smaken liepen uiteen en bleven zich ontwikkelen. Sommigen luisterden steeds breder, van metal en hardcore tot heel andere genres; anderen zochten verder binnen de donkere muziek. Misschien waren die verschillen een bron van spanning geworden, maar ze hadden evengoed tot avontuurlijker materiaal kunnen leiden. Het is onmogelijk om daar nu een sluitend antwoord op te geven. We waren nog jong en stonden pas aan het begin. Net zoals de acht nummers in korte tijd waren ontstaan, had de muziek nog onverwachte richtingen kunnen inslaan. Misschien hadden we nog jaren samen gespeeld, misschien waren we ook zonder het vertrek van een bandlid vrij snel uit elkaar gegroeid.

Bestaat er naast deze plaat nog ander bewaard materiaal?
Your Eyes: Er zijn nog foto's, herinneringen en mogelijk enkele oude video- of livebeelden, maar geen verborgen tweede studioalbum. Er zouden nog repetitie- of liveopnames kunnen opduiken, al is de technische kwaliteit daarvan onzeker. De acht nummers op Etiquette Session: 1990 vormen in ieder geval de enige volledige studiosessie en daarmee het belangrijkste bewaard gebleven document van de band.

Moeten we deze release dan als het definitieve slotstuk van Your Eyes beschouwen?
Your Eyes: Ja, in de eerste plaats wel. Een reünie zonder Koen zou voor ons niet hetzelfde zijn, en we willen niet doen alsof je na 36 jaar zomaar opnieuw kunt aanknopen waar je bent gestopt. Als we ooit iets zouden doen, dan zou het bijzonder goed voorbereid en muzikaal verantwoord moeten zijn. Alleen uit nostalgie op een podium gaan staan, past niet bij ons. Dat deze plaat er nu ligt, is op zichzelf al een enorme overwinning. De muziek heeft haar weg naar buiten gevonden, Koen heeft het resultaat nog gehoord en een onafgemaakt verhaal heeft alsnog een waardig einde gekregen. Meer hoeft het misschien niet te zijn.

Pics homepag - Is er eentje uit de oude doos

Bedankt voor de fijne babbel

Ever present

Ever Present – Muziek maken uit alledaagse gedachten

Geschreven door

Ever Present – Muziek maken uit alledaagse gedachten

Met ‘alledaagse gedachten’ stelt saxofonist en componist Tobias Volckaert het debuutalbum van Ever Present voor. De muziek ontstond uit kleine observaties onderweg en uit gedachten die tijdens het wandelen, fietsen of reizen met de trein naar boven kwamen. Samen met gitarist Nicolas Van Belle, contrabassist Emanuel Van Mieghem en drummer Robbe Broeckx geeft hij die persoonlijke indrukken een open, woordeloze vorm waarin compositie en improvisatie voortdurend met elkaar in dialoog gaan.
Naar aanleiding van de albumvoorstelling in Rataplan spraken we met Tobias over het ontstaan van de groep, de kracht van instrumentale muziek, zijn liefde voor het album als geheel en de toekomst van Ever Present

Cd review 2026 Alledaagse gedachten
Live review 2026 Ever Present - Tijl Piryns - Het dagelijkse leven als verbindende draad

De muziek van Ever Present is heel persoonlijk, maar je koos er bewust voor om ze met een groep te brengen. Wanneer voelde je dat deze composities een band nodig hadden?
Dat was een lang traject en zeker geen beslissing die ik van de ene dag op de andere nam. Ik begon deze muziek te schrijven nadat ik afgestudeerd was. In het begin had ik nog geen concreet doel voor ogen: ik dacht niet meteen aan een band, optredens of een plaat. Het was vooral een persoonlijk proces waarvoor ik veel tijd heb genomen. Toen er een paar nummers lagen, ben ik ze voorzichtig met enkele mensen beginnen te spelen. Zo ontdekte ik geleidelijk welke richting de muziek uit kon gaan. Ik had wel altijd een bepaald beeld van hoe ze moest klinken. Solo spelen is nooit echt mijn ambitie geweest: ik schrijf veel baslijnen en harmonieën die je als saxofonist moeilijk in je eentje kunt uitvoeren, tenzij je sterk op elektronica zou leunen. Daarom begon ik vrij snel na te denken over de muzikanten die ik erbij wilde betrekken en over hoe de band eruit moest zien.

Hoe kwam de huidige bezetting tot stand?
Robbe was de eerste van wie ik vrij zeker wist dat ik hem erbij wilde. Ik ken hem het langst en tijdens onze studies speelden we al vaak samen in duo. Dat voelde altijd heel goed, zowel muzikaal als persoonlijk. Niet veel later kwam Emanuel erbij. Ook hem ken ik uit mijn studietijd en met hem had ik eveneens al in duo gespeeld. Daarnaast wilde ik graag een modernere, elektronische en avontuurlijke klank toevoegen. Ik kende Nicolas toen nog niet persoonlijk, maar ik was geïntrigeerd door zijn project Suura en vond zijn sound heel boeiend. Ik heb hem gewoon een bericht gestuurd met de vraag of hij eens wilde samenzitten om de muziek door te nemen. Dat hebben we bij hem thuis gedaan en het klikte meteen. Niet veel later zijn we met zijn vieren samengekomen. Ongeveer twee jaar geleden speelden we de stukken voor het eerst samen. Ik voelde al snel dat de gezamenlijke klank heel goed bij deze muziek aansloot.

Ook tijdens het concert kwam Ever Present sterk als een hechte groep over, niet als een saxofonist met een begeleidingsband. Is het belangrijk voor jou?
Absoluut. Ik sta eigenlijk het liefst dicht bij iedereen, desnoods in een halve cirkel. Puur qua speelcomfort voelt dat voor mij heel aangenaam. Maar nog belangrijker is dat we als groep overkomen en niet als een begeleidingsband rond een saxofonist. Ik wil vooral dat het geheel en onze gemeenschappelijke klank naar voren komen.

Toch vertrekken de composities van jouw persoonlijke ervaringen. Waarom koos je als groepsnaam voor Ever Present en niet voor Tobias Volckaert Quartet?
De ideeën zijn inderdaad ontstaan vanuit mijn persoonlijke beleving en mijn directe leefwereld. Veel titels verwijzen naar dingen die ik zag of gedachten die bij me opkwamen terwijl ik op straat liep, in de trein zat of een wandeling maakte. Dat zijn de vertrekpunten van de nummers. Maar de interpretaties van de andere muzikanten zijn minstens even belangrijk en welkom. Ik koos hen om wie ze zijn als muzikant en om wat ze zelf aan de muziek kunnen toevoegen. Met mijn composities geef ik een kader en een bepaalde richting, maar het is niet mijn bedoeling alles tot in het kleinste detail vast te leggen. Zij hebben mee beslissingen genomen over de vorm en de uiteindelijke klank. In de praktijk zijn ze dus gelijkwaardig. Daarom stel ik ons liever als één geheel voor dan het project mijn eigen naam te geven.

De titel ‘alledaagse gedachten’ klinkt persoonlijk, maar tegelijk ook heel herkenbaar. Hoop je dat luisteraars er hun eigen ervaringen in terugvinden?
Zeker. Ik wil niet voor anderen bepalen wat ze precies moeten voelen, maar de muziek vertrekt wel heel sterk vanuit gevoel. Mijn ambitie was ook om muziek te maken die niet alleen voor muzikanten bestemd is, maar een veel breder publiek kan raken. Het is mijn kijk op mijn omgeving en op wat ik ervaar, maar ik hoop uiteraard dat ik daar niet alleen in sta. Er zijn geen teksten, maar bij elk nummer hoort voor mij wel een bepaald gevoel of een associatie met de titel. Als andere mensen zich daarin herkennen of er iets van zichzelf in terugvinden, maakt me dat heel blij. Dan ontstaat er een gedeelde ervaring, ook al beleeft iedereen de muziek op zijn eigen manier.

Geeft instrumentale muziek de luisteraar meer vrijheid dan muziek met teksten?
Dat hangt ervan af, maar deze muziek had voor mij nooit teksten nodig; het was dus geen negatieve keuze. Ik wilde open, melodische muziek maken die veel ruimte laat voor de interpretatie van de luisteraar. Een tekst kan, afhankelijk van hoe hij geschreven is, de betekenis soms sterk afbakenen. Hier zit het verhaal net in de muziek zelf.
Toch is Ever Present muzikaal wel beïnvloed door singer-songwriters. Toen ik deze muziek schreef, luisterde ik minder naar jazz en experimentele jazz en veel meer naar folk en singer-songwriting. Ik raakte erg geïnteresseerd in de manier waarop een melodie vanuit een tekst kan ontstaan. Zelf zou ik ooit graag teksten schrijven, maar ik heb me daar voorlopig nog niet echt aan gewaagd.

Veel ideeën ontstaan wanneer je onderweg bent. Hoe verloopt zo’n schrijfproces concreet?
De eerste ideeën komen meestal wanneer ik in beweging ben: tijdens het wandelen of fietsen, of wanneer ik op de trein zit. Door zo’n doorgaande, repetitieve beweging komen mijn gedachten blijkbaar goed op gang. Als er een muzikaal idee ontstaat, fluit of zing ik het in op mijn telefoon om het te bewaren. Thuis werk ik dat basisidee verder uit aan de piano of op de saxofoon. Het echte componeren gebeurt dus eerder in mijn studeerkamer, maar de eerste vonk is vaak heel nauw verbonden met onderweg zijn. Daarom verwijzen veel stukken ook naar dingen die ik onderweg heb gezien.

Waar eindigt jouw compositie en waar begint de vrijheid van de groep?
Voor mij begint die vrijheid al meteen, al geeft een compositie natuurlijk wel een kader en een richting. Het is geen volledig vrije improvisatie waarin letterlijk alles kan. Vanaf het eerste moment kunnen de muzikanten echter aangeven wat zij in de muziek horen, hoe ze haar interpreteren en wat ze willen toevoegen of veranderen. Mijn composities zijn niet onaantastbaar. Er is voortdurend een wisselwerking tussen geschreven muziek en improvisatie. Soms improviseren we binnen een harmonisch kader, zonder dat vooraf vaststaat hoelang een passage zal duren. Op andere momenten zijn er heel open stukken met weinig of zelfs geen richtlijnen. We kunnen dan beginnen vanuit een vrije improvisatie en langzaam naar een vooraf bepaald muzikaal idee toewerken. Eén muzikant introduceert dat idee, de anderen haken aan en zo bouwen we het nummer opnieuw op.

Een mooi voorbeeld daarvan is “Teruggeven, wat je nooit had”. Waarom staat deel twee vóór deel één op het album?
Het eerste deel is grotendeels gecomponeerd. Het tweede deel begint daarentegen heel open. Geleidelijk verschijnt er meer structuur: eerst komt een vaste lijn naar voren vanuit de gitaar, vervolgens sluit de contrabas aan, daarna ikzelf en ten slotte de drums. Aan het einde spelen we opnieuw allemaal samen. Het stuk bouwt zich dus vanuit een open improvisatie weer op. Op de plaat hebben we alleen Teruggeven, wat je nooit had 2 opgenomen in de eigenlijke albumboog. Deel één staat later als extra stuk. Die volgorde werkte beter voor het verloop van de plaat. De baslijn uit het eerste deel keert bovendien terug in deel twee. Daardoor bevat het tweede deel iets meer van de volledige compositie en vormt het een sterkere verbinding met de rest van het album.

De volgorde van de nummers was voor jou dus heel belangrijk?
Ja. Ik hecht er veel waarde aan dat een artiest een album maakt en niet alleen zes losse nummers bijeenbrengt. Ik vind het krachtig wanneer goed is nagedacht over hoe de nummers samenhangen en welke boog er van begin tot einde ontstaat. Dat heeft ook te maken met de manier waarop ik zelf naar muziek luister. Ik zet meestal een volledig album op en beluister het van het begin tot het einde. Natuurlijk luister ik af en toe ook naar playlists of losse nummers, maar de kracht van een goed gecureerd album blijft voor mij bijzonder groot. Ik hoop dat we met alledaagse gedachten ook zo’n geheel hebben gemaakt.

De muziek is toegankelijk en melodieus, maar klinkt nooit alsof ze met commerciële bedoelingen werd geschreven. Dacht je tijdens het componeren aan een bepaald publiek?
Nee, ik heb de muziek nooit geschreven met de vraag hoe ze zo catchy mogelijk kon worden of hoe ik er een zo groot mogelijk publiek mee kon bereiken. Ik heb geprobeerd zo eerlijk mogelijk de muziek te maken die ik wilde maken, zonder commerciële overwegingen. Dat betekent niet dat ik alleen een gespecialiseerd jazzpubliek wil aanspreken. Integendeel, het publiek mag voor mij veel breder zijn. Ik hoop dat mensen zich niet laten afschrikken doordat deze muziek onder de noemer jazz terechtkomt en daardoor vooraf al een bepaald klankbeeld verwachten. Ik wilde in de eerste plaats gewoon muziek maken, niet doelbewust een jazzalbum.

In Rataplan deelden jullie de avond met Tijl Piryns. Hoewel jullie heel verschillende middelen gebruiken, leek er een duidelijke thematische band tussen beide voorstellingen te bestaan. Ervaarde jij dat ook zo?
Ik heb zijn voorstelling van aan de zijkant bekeken en beluisterd en vond ze heel mooi. Ik voelde veel gemeenschappelijke bezorgdheden en interesses. Het medium is anders, maar dat maakt het juist interessant: je kunt gelijkaardige onderwerpen op heel verschillende manieren benaderen en daardoor andere inzichten bieden. Bij de ene luisteraar zal Tijls manier van vertellen misschien sterker binnenkomen, bij een andere onze instrumentale aanpak. Het is waardevol dat een verwant verhaal op verschillende manieren wordt verteld. Ik was dan ook heel blij met de thematische verbinding tussen beide delen van de avond.

Je speelt ook in de band van Abel Ghekiere. Is het moeilijk om binnen die verschillende projecten telkens een andere rol aan te nemen?
Ik voel me door geen van beide rollen beperkt. Abels project vertrekt uiteraard vanuit hem en wij spelen als groep met hem mee. Ook dat project is echter uit vriendschap ontstaan en die vriendschap is altijd gebleven. We spelen vandaag vaker en professioneler samen dan vroeger, maar de manier waarop we met elkaar omgaan is niet wezenlijk veranderd. Muzikaal begrijpen we elkaar goed; we hoeven daar vaak niet eens veel woorden aan vuil te maken.

Wat zijn de verdere plannen voor Ever Present?
Het waren heel fijne en intensieve jaren met de groep, tot aan de albumrelease. Ik heb absoluut de ambitie om verder te gaan. Na de releaseconcerten hoop ik richting de zomer nog enkele mooie optredens met deze muziek te kunnen spelen. De stukken zijn sinds de opnames verder gegroeid en het zou fijn zijn om die ontwikkeling nog vaker op een podium te kunnen laten horen. Tegelijk kijk ik al vooruit naar een nieuwe reeks composities voor Ever Present, al zal die er niet meteen volgend jaar komen. De komende anderhalf jaar werk ik ook aan We, Lovebirds, een nieuw project met andere muziek en muzikanten. Zodra dat wat meer vorm heeft gekregen en er opnieuw voldoende ademruimte is om te componeren, wil ik zeker nieuw materiaal voor Ever Present schrijven. Ik wil niets overhaasten, maar dit project is voor mij beslist nog niet afgelopen.

We zijn er erg blij om. We blijven alle projecten en activiteiten op de voet volgen. Veel succes nog!

Gwen Sainte-Rose

Gwen Sainte-Rose – Geluid vormt voor mij een grote, bewegende sculptuur

Geschreven door

Gwen Sainte-Rose – Geluid vormt voor mij een grote, bewegende sculptuur

De in Brussel gevestigde muzikant, componist en klankkunstenaar Gwen Sainte-Rose benadert geluid als een levende, ruimtelijke ervaring. Tijdens AB’s Housewarming presenteerde ze in de AB Salon Floe and Scoria, een performance waarin cello, loopstation, omgevingsopnames en videobeelden samenvloeiden. Voortbouwend op Collines en Racines verkende ze deze keer water en vuur. Het resultaat was een zinnenprikkelende set die ons drie kwartier lang volledig in haar greep hield en ook nadien bleef nazinderen.
Live 2026 Gwen Sainte-Rose – Een zinnenprikkelende set in klank en beeld
Naar aanleiding van het optreden spraken we met Gwen over de vier elementen, de lichamelijke ervaring van geluid, haar uiteenlopende projecten en haar liefde voor Brussel.

Toen ik op die zondagochtend naar je concert in de AB kwam, had mijn trein vertraging. Ik arriveerde behoorlijk nerveus, maar aan het einde voelde ik me rustig en licht, alsof de buitenwereld even geen vat meer op me had. Hoe beleefde jij die ochtend?
Het vergde veel concentratie. Terwijl ik speelde, zag ik een landschap in mezelf, met iets wat zich daar doorheen bewoog. Ik probeerde dat innerlijke landschap met het publiek te delen.

De geprojecteerde beelden voelden als een wezenlijk onderdeel van die ervaring. Hoe benader je de verhouding tussen muziek en beeld?
Het visuele komt meestal eerst. Wanneer ik iets componeer, begint dat vaak bij iets wat ik in de wereld heb gezien, maar ook bij lichamelijke en zintuiglijke indrukken. Mijn vorige stukken, Collines en Racines, ontstonden eveneens vanuit plekken en ervaringen. Collines werd geïnspireerd door de Gaumestreek, Racines door het Zoniënwoud. Voor Floe and Scoria kwam de inspiratie van verschillende plaatsen die met water en vuur verbonden zijn. Voor de wateropnames trok ik onder meer naar de bron van de Cron in Montauban, in de Belgische provincie Luxemburg, de Atlantische Oceaan en de Noordzee. Wanneer ik componeer, maak ik ook een grote tekening. Het werk moet een verhaal hebben, en tekenen helpt me om dat verhaal vorm te geven.

Water en vuur lijken tegenpolen. Waarom wilde je die twee elementen samenbrengen?
Collines vertegenwoordigde lucht en Racines aarde. Water en vuur vormden dus het tweede deel van die verkenning van de elementen. Beide bewegen en veranderen hun omgeving. Ze kunnen zich verspreiden, heel subtiel aanwezig zijn of bijzonder krachtig worden. Ook qua temperatuur zijn er grote verschillen: vuur kan ontzettend heet zijn, terwijl water in ijs kan veranderen en extreem koud kan worden. In bepaalde opzichten lijken ze op elkaar, maar ze bestaan uit heel verschillende materie.

Aan het einde zagen we mensen rond een vuur samenkomen en dansen. Welke rol spelen collectieve rituelen in de voorstelling?
In het gedeelte rond water speel ik een melodie die is afgeleid van een traditioneel wasvrouwenlied. Tijdens het ontwikkelen van het stuk zocht ik naar een verbinding tussen water en iets collectiefs. Dat lied bracht een rituele en gemeenschappelijke dimensie binnen. Het vuur dat je in de beelden ziet, is dat van het Brusselse Carnaval Sauvage. Het gaat om een ritueel waarbij de Bureaucratie en de Projectontwikkelaar symbolisch worden verbrand.

De voorstelling toont niet alleen de vernietigende kracht van water en vuur. Water kan ook rust brengen en vuur kan warmte bieden. Was het belangrijk om die dubbele betekenis te tonen?
Ja, want water en vuur zijn zoals wij: ze kunnen leven ondersteunen, maar ook vernietigen. We hebben water nodig en gebruiken vuur om te koken en bij rituelen. Vlammen en kaarsen dragen bovendien allerlei betekenissen. Wanneer iemand sterft, steken we bijvoorbeeld soms kaarsen aan. Die elementen maken op heel verschillende manieren deel uit van ons leven.

Zijn water en vuur ook metaforen voor menselijke emoties?
Ze zijn verbonden met emoties, maar het werk gaat niet alleen over wat we denken of over de verhalen die we onszelf vertellen. Het gaat ook over wat we lichamelijk voelen. Die fysieke en zintuiglijke ervaring is voor mij heel belangrijk.

Met Collines, Racines, Floe en Scoria heb je lucht, aarde, water en vuur verkend. Is er ook een vijfde element?
Voor mij bestaat er een vijfde element, al is het niet echt een element: de geest, of ‘spirit’. Bijna tien jaar geleden had ik een heel krachtige ervaring tijdens een weekend met Starhawk, de ecofeministische schrijfster en activiste. Ze begeleidde ons bij een ritueel rond water, een spiraaldans en een meditatie over de vier elementen. Dat raakte mijn lichaam, mijn hart en mijn ziel. Binnen Wicca is ‘spirit’ het vijfde element. Het kan alles zijn, omdat alles ook in al het andere aanwezig is. Ik hoop dat die geest in mijn muziek zit. Ik wil niet prediken of iemand een overtuiging opleggen, maar het is wel iets wat ik in mijn werk probeer mee te dragen.

Je gebruikt de cello op manieren die veel verder gaan dan de traditionele speeltechnieken. Wanneer ben je het instrument zo beginnen te verkennen?
Ik heb ongeveer tien jaar lang heel veel geïmproviseerd. Floe and Scoria steunt niet uitsluitend op improvisatie: ik volg ook een gecomponeerde structuur. Toch blijf ik de cello als een object onderzoeken en vraag ik me af welke geluiden ik ermee kan voortbrengen. Wat je nu hoort, is gegroeid uit die tien jaar experimenteren. En ik ontdek nog altijd nieuwe mogelijkheden.

Aandachtig luisteren lijkt centraal te staan in je werk. Welke artiesten hebben jouw manier van luisteren en componeren beïnvloed?
Pauline Oliveros, Éliane Radigue en Steve Reich zijn enkele namen die bij me opkomen. Maar ik denk niet uitsluitend in muzikale termen over compositie. Als ik beeldend kunstenaar was, zou ik misschien zeggen dat ik een sculptuur maak. Geluid vormt voor mij een grote, bewegende sculptuur waarin het publiek en ik samen worden ondergedompeld. Daarom vind ik het betekenisvol om de voorstelling samen te beginnen en te beëindigen. Iemand die later aankomt, wordt natuurlijk niet geweigerd, maar het is wel fijner om de volledige beweging van het werk vanaf het begin te ervaren.

Je gebruikt omgevingsopnames van water en andere plekken. Heb je die zelf gemaakt?
Ja, die geluiden heb ik zelf opgenomen.

Moet de luisteraar weten waar iedere opname is gemaakt om het werk te kunnen begrijpen?
Niet noodzakelijk. Voor mij is de oorspronkelijke plek belangrijk, omdat ik er lichamelijk aanwezig was toen ik het geluid opnam. Daardoor kan ik iets van wat daar bestond meenemen in het werk: de sfeer en de lucht eromheen. Maar de luisteraar heeft niet al die achtergrondinformatie nodig om een eigen ervaring te hebben.

Zou je Floe and Scoria ook als opname willen uitbrengen?
Dat hoop ik. Het is een nieuw stuk en door het gebruik van video en omgevingsopnames is het een multidisciplinair werk. Ik zou het graag opnemen, maar ik blijf vinden dat je deze muziek het best live ervaart. Een opname kan waardevol zijn, maar wanneer je lichamelijk aanwezig bent, voel je de muziek anders.

In je installatie Extraordinaire quotidien zocht je naar het bijzondere in het dagelijkse leven. Hoe ontstond dat project?
Dat begon tijdens de coronaperiode, toen Le BRASS in Vorst kunstenaars uitnodigde om bij gezinnen in residentie te gaan. Ik stelde voor om te onderzoeken wat er wonderlijk of buitengewoon kan zijn aan de dingen die een gezin iedere dag doet en ziet. Ik bezocht in die periode twee gezinnen. Zij behoorden toen tot de weinige mensen die ik zag. Samen met de kinderen en hun ouders maakte ik muziek en geluiden. Daarnaast maakten zij tekeningen. In de uiteindelijke tentoonstelling werden de opnames gecombineerd met hun tekeningen, die op doorschijnend papier waren gedrukt en werden verlicht. De hele installatie draaide om wat zij in hun dagelijkse leven meemaakten.

Bij Cinéma Nova ontwikkelde je ook een collectief klankproject. Wat hield dat in?
Mijn idee was om de cinema zelf als instrument te gebruiken. De zetels maken geluid wanneer mensen bewegen, maar ook de armleuningen, de muren en de vloer hebben hun eigen klanken. Ik werkte met een groep van ongeveer twintig volwassenen en kinderen. Samen maakten we muziek met de zetels en de architectuur van de zaal.

Je combineert muziek, video, omgevingsopnames, installaties en samenwerkingen. Waar vind je zelf rust?
Geluiden opnemen in de natuur geeft me die rust en ruimte.

Veel mensen hebben een haat-liefdeverhouding met Brussel. Wat betekent de stad voor jou en welke plekken inspireren je op het vlak van geluid?
Ik ben heel erg verliefd op Brussel. Het is een bijzondere stad. Ik hou van de parken en het kanaal. De skateplek bij het station Brussel-Kapellekerk is vanuit klankperspectief fascinerend: je hoort er skateboarders, treinen, pratende mensen, fietsen en auto's. Al die geluiden komen op één plek samen. Er is ook een rustigere plek waar ik naartoe ga wanneer ik gestrest ben: het voorplein aan het Congresplein. Daar zijn weinig mensen of gebouwen om me heen, zodat ik omhoog kan kijken en een groot stuk hemel zie. Brussel heeft veel bijzondere plekken waar je gemakkelijk aan voorbijgaat. En ik hou ook van de mensen die hier wonen.

Wat wil je hierna onderzoeken? Zijn er naast een mogelijke opname van Floe and Scoria nog andere plannen of dromen?
Ik zou graag een manier onderzoeken om geluid lichamelijk zichtbaar te maken, misschien met de hulp van een wetenschapper. Geluid bestaat uit bewegende lucht en heel kleine bewegende moleculen. Het creëert patronen, bijna geometrische tekeningen, in de lucht, maar normaal kunnen onze ogen die niet zien. Een van mijn dromen is om een manier te vinden waarop het publiek en ik die bewegingen kunnen zien, in water, lucht of misschien zelfs vuur.

Bedankt voor dit fijne gesprek, Gwen. Veel succes met alles wat nog op je pad komt. We blijven je uiteraard volgen!

Hunter Omega

Hunter Omega - Een goede band verandert en evolueert door de jaren heen. Daar is niets mis mee, zolang iedereen gelooft in wat hij doet

Geschreven door

Hunter Omega - Een goede band verandert en evolueert door de jaren heen. Daar is niets mis mee, zolang iedereen gelooft in wat hij doet

Een naamsverandering luidt wellicht een nieuwe bladzijde in voor een band, maar daarom verandert een band het wapen niet volledig van schouder. Neem nu Hunter Omega die na tien jaar hun naam verandert, van gewoon Hunter naar Hunter Omega dus. Met hun nieuwste EP ‘Lake of Death’ lijkt nog niet volledig nieuwe wegen ingeslagen, maar toch voel je bij sommige songs al een andere ‘vibe’ tevoorschijn komen.
Benieuwd als we zijn stelden we Joost enkele vragen erover, polsten naar de toekomstplannen en of de ambities nog steeds dezelfde zijn als op onze vorige babbel in 2021.

We spraken elkaar al enkele keren en ik heb jullie onder de naam Hunter
ook live gezien. Waarom besloten jullie na tien jaar de naam te veranderen in Hunter Omega? Waar staat die ‘Omega’ precies voor?
Joost:
Daar zijn eigenlijk twee redenen voor. De eerste reden heeft te maken met de nieuwe leden. De klank is onderweg veranderd en we hadden allemaal het gevoel dat het misschien geen volledig nieuwe band is, maar toch wel versie 2.0 van de band. ‘Omega’ komt grotendeels door David. Zijn teksten gingen altijd al over de dood en het einde, maar dat wordt steeds meer uitgesproken. Het wordt steeds meer apocalyptisch en grootser. Omega is de laatste letter van het Griekse alfabet en wordt gebruikt als symbool voor het einde van de dingen. In mijn hoofd staat het ook een beetje voor de ultieme versie van Hunter. Daarnaast is er een praktische reden. ‘Hunter’ is heel moeilijk te googelen en bijna niet terug te vinden op streamingdiensten. Mensen kwamen ons geregeld zeggen: “Ik zoek naar jullie, maar ik vind jullie niet.” Je komt terecht bij allerlei andere artiesten: een rapper, een techno dj of nog iemand anders—iedereen behalve ons. Tien jaar geleden hadden we er niet bij stilgestaan hoe belangrijk het is dat je online gemakkelijk vindbaar bent. Zonder de bezettingswissel hadden we de naam waarschijnlijk niet veranderd. Op dat moment voelden we echter allemaal dat de tijd rijp was: er kwam een nieuwe injectie en daarom hebben we de wijziging doorgevoerd.

Welke impulsen hebben de nieuwe bandleden gegeven? Muzikaal, maar ook op andere vlakken?
Joost:
Dat zijn in ieder geval nieuwe invloeden. Onze drummer is een jonge gast van twintig jaar. Hij luistert naar volledig andere dingen dan wij en brengt een massa ideeën en invloeden mee die wij niet kennen. Ik denk dat je die input op de EP al een beetje hoort. Manu komt meer uit de thrashhoek. Thomas was eerder de hardrocker van de groep; Manu zit veel meer in heavy metal en thrash. Op deze EP is dat allemaal nog niet zo
duidelijk, omdat de nummers al geschreven waren. Het zal duidelijker worden in het nieuwe materiaal waaraan we nu werken.

Ik merk die verandering op deze EP nog niet heel sterk. De plaat ligt nog altijd in het verlengde van het vroegere Hunter, al hoor ik subtiel iets meer thrash. Bij de jongeren die erbij gekomen zijn, voel je wel al dat er iets nieuws in zit
Joost:
Die invloed is er nu al, maar het is nog een beetje vroeg. Het zal een evolutie zijn. Het is niet onze bedoeling om te breken met wat Hunter was. We zijn altijd een heavymetalband geweest en dat zullen we blijven. Er komen gewoon nieuwe kleuren bij op het palet. Het wordt geen drastische ommekeer waarbij we plots een deathmetalband worden. Het zal allemaal wat intenser en wat zwaarder worden. Een goede band verandert en
evolueert door de jaren heen. Daar is niets mis mee, zolang iedereen gelooft in wat hij doet.

Met Hunter legden jullie al een mooi parcours af. Jullie stonden onder meer op Alcatraz in 2023. Heeft dat optreden werkelijk nieuwe deuren geopend?
Joost:
Daar zijn eigenlijk heel weinig concrete gevolgen uit voortgekomen. We hebben in 2024 wel nog stevig wat optredens gehad, maar we kunnen moeilijk zeggen dat Alcatraz en de promotie eromheen een wereld van verschil hebben gemaakt. Ik ben wel heel blij dat we er gespeeld hebben. Dat op zich is beloning genoeg. Het is een droomoptreden: een perfecte organisatie en een massa publiek. Maar echte contacten of concrete gevolgen zijn er niet uit voortgekomen. Met Hunter Omega hopen we dat het misschien iets beter lukt, maar dat zal de komende tijd moeten blijken. Er komt nog een promotiecampagne aan, dus we zullen zien. Voor mij mag dit alvast nog zeker tien jaar verdergaan, al voel je zoiets soms wel in je hoofd of in je lichaam.

De EP
Lake of Death is de aanleiding voor dit interview. Waarom kozen jullie specifiek voor een EP? Is dat omdat de band nog niet helemaal op punt staat?
Joost:
Het was eigenlijk gewoon een teken van leven. Rebel Angels Rise is ondertussen drie jaar oud en mensen vergeten snel tegenwoordig. We wilden iets op de markt brengen onder de
nieuwe naam, om ons opnieuw te presenteren en te zeggen: “Mensen, vergeet niet dat we er nog zijn.” We hadden vier nummers klaar en hebben die opgenomen. We
wilden er niet snel nog enkele nummers bij schrijven die misschien minder goed zouden zijn. Ik heb liever een EP zonder fillers dan een album waarvan je na een tijdje de helft overslaat.

De herkenbare muzikale basis blijft overeind, maar ik hoor een iets hardere aanpak, soms meer gericht op Amerikaanse heavy metal. Hoe kijken jullie zelf naar die ontwikkeling?
Joost:
De bedoeling was inderdaad dat het wat harder zou worden. Deze keer heb ik een groter deel van de muziek geschreven, uiteraard met de inbreng van de anderen. De reden waarom wij altijd vrij traag nummers schrijven, is dat iedere song het werk van de volledige groep is. Iemand komt met een basisidee, een strofe of een refrein. Daar werken we dan gezamenlijk op verder en iedereen voegt zijn bijdrage toe. Zo wordt het
een Hunter-nummer. We hadden vier nummers klaar en hebben die vier opgenomen. Ik heb bewust geprobeerd meer tempo in de songs te steken en te bekijken hoe het heviger kon en hoe ik betere riffs kon schrijven. Eigenlijk ben ik pas songs beginnen schrijven toen we met Hunter begonnen. Ik ben dus nog altijd volop aan het ontdekken hoe dat werkt, maar het lijkt mij steeds gemakkelijker af te gaan. Ook voor de volgende plaat ligt er al een steviger riffnummer klaar. Vroeger stond ik daar minder voor open. Vijftien jaar geleden was het voor mij bij wijze van spreken: “Heavy metal or get the fuck out.” Dat is breder geworden. Negentig procent van wat ik beluister, is nog altijd metal of daaraan verwant, maar je wordt nieuwsgieriger naar andere dingen. Dat kan bijna niet anders; je groeit als mens en als muziekliefhebber. De hokjesmentaliteit valt stilaan weg. Vroeger was je ofwel rockfan, ofwel hardrocker, ofwel iets anders. Onze drummer en zijn generatie denken niet meer op die manier in genres. Of iets nu populair is of niet, is voor hen niet belangrijk. Dat is een verrijking, want die gasten sluiten niets bij voorbaat uit. Wij deden dat vroeger wel sneller: “Dat is disco, dus daar luister ik niet naar.” Nu luister ik naar alles als ik het goed vind.

“Ghost of Anarchy”
sluit misschien het nauwst aan bij het vroegere Hunter. Was het een bewuste keuze om daarmee te openen en zo een brug tussen  verleden en heden te slaan, of is dat te ver gezocht?
Joost:
We hebben dat niet bewust zo gedaan. Als ik het mij goed herinner, was dit het eerste nummer waarmee ik afkwam. Daardoor is het misschien nog het meest in de geest van het vroegere Hunter geschreven. Ik kwam met een riff, we bouwden daarop verder en iedereen vond het goed. Je moet van ons geen schokkende verrassingen verwachten in de zin dat we ons plots 180 graden keren. Hopelijk blijft er wel een stijgende lijn en een duidelijke evolutie zichtbaar, maar in de kern zal het altijd goede heavy metal blijven. Ik ben dus niet bewust met het idee gekomen: dit moet de link met het verleden worden. We waren het er wel allemaal over eens dat het met die riff de perfecte opener was. Het is fijn als het ook het effect heeft dat jij beschrijft.

De titeltrack
“Lake of Death” lijkt onder zijn donkere heavymetal verpakking over verlies en rouw te gaan. Is dat een heel persoonlijk verhaal? Willen jullie met dat nummer een bepaald hoofdstuk van een rouwproces afsluiten?
Joost:
Het is veel abstracter. De teksten zijn natuurlijk Davids domein. Ik wil niet voor hem spreken, want dat is gevaarlijk. Voor mij is Lake of Death niet de bestemming, maar de weg die je moet passeren om op je bestemming te raken. Je moet over dat meer; aan de overkant wacht iets. Zo interpreteer ik het. David heeft er zijn eigen invulling aan gegeven, maar ik weet zelf niet precies welke.

Mijn ouders zijn op vrij korte tijd overleden. Ik voel me erdoor persoonlijk met het nummer verbonden
Joost:
Dat is geen probleem. Iedereen kan op zijn eigen manier invulling geven aan dat rouwproces. Voor jou betekent het iets anders dan voor David en misschien is zijn betekenis nog persoonlijker. Ik denk dat een van Davids sterke eigenschappen, en ook een evolutie in zijn werk, is dat zijn teksten steeds minder specifiek worden en steeds meer symboliek en diepte krijgen. Het zijn metaforen en parabels. Op het debuut stond bijvoorbeeld No Man’s Land. Dat nummer ging heel concreet over de Eerste Wereldoorlog en de loopgraven. Ondertussen zijn de teksten veel breder. Ze zijn nog altijd verpakt als een verhaal met een thema, maar er zit veel meer achter.

“F.A.F.O.
” behoort tot het snelste en venijnigste materiaal dat jullie hebben uitgebracht. Is dat een richting die Hunter Omega verder wil verkennen?
Joost:
Het lijkt voor iedereen het nummer te zijn dat eruit springt. Het is een knaller en valt met die drumintro meteen met de deur in huis. Het basisidee kwam van onze bassist. Ik begon daarop te spelen en vond snel wat ik met zijn baslijn moest doen. Daarna viel alles op zijn plaats. Het is het krachtigste nummer van de plaat. Ik ben er dan ook voorstander van om de EP ermee af te sluiten. Je moet met een knal eindigen en het niet laten wegzakken. Je moet blijven opbouwen naar een climax. Volgens mij is dat zeker gelukt. Je kunt natuurlijk geen nummers op commando schrijven. Ik ga er dus niet van uit dat er op de volgende plaat automatisch een F.A.F.O. 2 komt. We zullen wel proberen songs te maken die dezelfde reactie bij de mensen losmaken. Die energie willen we behouden; ze moet in onze muziek zitten.

Met
“Knight of the Black Rose Part 3” zetten jullie een verhaal voort dat op het debuut begon. Is dit de afsluiting van de saga?
Joost:
Dit is inderdaad het laatste luik van de trilogie. Met dit nummer is het verhaal verteld. Het is gebaseerd op een personage uit de Dragonlance boeken. Ik wilde het derde deel echt afwerken. Toen David voor Rebel Angels Rise deel twee had geschreven, zei hij dat zijn tekst nog niet afgerond was. Ik antwoordde: “Dan zal er nog een derde deel komen waarin je het verhaal op een goede manier kunt afronden.”
Dat heb ik bewust proberen te doen. Het nummer verschilt qua sfeer van de eerste twee delen. Het past bij het verhaal en sluit aan bij de tekst, maar het klinkt misschien ook wat anders dan mensen van ons verwachten.

Was het volledige verhaal vooraf uitgetekend, of is het drieluik gaandeweg gegroeid?
Joost:
Het is gegroeid. Bij het begin was een drieluik nooit de bedoeling. Toen deel twee er was, merkte ik dat David zijn verhaal nog niet volledig had kunnen vertellen. Ik wilde dat het een duidelijk begin en einde kreeg. Anders bleef het voor mij als een cliffhanger aanvoelen, zonder dat er ooit een einde kwam. Daarom vond ik dat we nog een derde deel moesten maken en het op deze EP moesten zetten. Nu is het verhaal
rond. We hebben nog even gespeeld met het idee om deel één en deel twee opnieuw op te nemen en het volledige drieluik samen uit te brengen. Misschien doen we dat ooit nog, maar nu was het belangrijk om nieuw materiaal te presenteren.

De verhalende aanpak en de samenhang zouden zich uitstekend lenen voor een conceptalbum. Is dat iets wat jullie ooit zouden overwegen?
Joost:
Ik ben niet tegen conceptalbums. Er bestaan goede en slechte conceptalbums. Als het te vergezocht is, werkt het niet; als het goed gedaan is, kan het heel goed zijn. Ik vind Operation: Mindcrime van Queensrÿche bijvoorbeeld een van de beste platen die ooit gemaakt zijn. Een conceptalbum zou mij dus niet storen, maar het is enorm veel werk. Ik zie mezelf dat als songwriter voorlopig nog niet doen. Je moet dan werken met muzikale thema’s die terugkeren en dat lijkt mij nog wat hoog gegrepen. Maar zeg nooit , nooit. Onze songs hebben wel een overkoepelend thema: het einde en de dood, in verschillende vormen. Ze zijn alleen niet bewust als één samenhangend geheel geschreven. In die zin lijkt het misschien een beetje op een concept, maar eigenlijk is het dat niet.

Ook het artwork verbindt verschillende nummers. De ridder, het meer en het kasteel verwijzen elk naar een verhaal op de EP. Hoe nauw waren jullie bij het ontwerp betrokken?
Joost:
We werkten opnieuw met dezelfde artiest die de hoes van Rebel Angels Rise heeft gemaakt, Pedro Sena die onder de naam Lordigan werkt. Hij levert fantastisch werk. David reikte een aantal concepten aan. We geven de artiest enkele richtlijnen, ideeën en informatie over de onderwerpen van de songs. Vervolgens stuurt hij een paar schetsen, wij kiezen de richting en daarna krijgen we een afgewerkt product waar iedereen heel tevreden over is. De elementen uit de nummers zitten inderdaad in de hoes. Het meer uit Lake of Death wilden we er expliciet op, bijvoorbeeld op de achtergrond. De ruïne of het bouwvallige kasteel was een toevoeging van de artiest die er perfect bij paste. Hoe langer je naar de hoes kijkt, hoe meer details je ontdekt. Dat gaat in deze tijd van streaming en digitale muziek soms verloren. Mensen die de vinylversie kopen, kunnen de hoes echt in handen nemen en ernaar blijven kijken, zoals wij vroeger met een nieuwe plaat of cd deden: de teksten volgen en alle details bestuderen.

In ons vorige interview omschreef je de band als een hechte vriendenkring. Is die dynamiek door de bezettingswissel veranderd?
Joost:
Dat is onvermijdelijk. Er komen nieuwe mensen bij die hun eigen persoonlijkheid en ideeën meebrengen. Het belangrijkste was voor mij in beide gevallen—zowel bij de nieuwe drummer als bij de nieuwe gitarist—dat we iemand vonden die als persoon bij de groep paste. Ik wil niet met een vervelende kerel in een band zitten. Ik wil iemand met wie je kunt omgaan en met wie je vrienden kunt worden. Dat is gelukt. De vader van onze drummer ken ik al ongeveer vijfentwintig jaar. Met de nieuwe gitarist heb ik vroeger lange tijd in een andere groep gespeeld. Hij moest toen stoppen omdat hij voor zijn werk naar het buitenland vertrok. Hij is letterlijk teruggekomen in de maand waarin wij een nieuwe gitarist nodig hadden. Dat kon niet beter uitkomen: we kenden hem al, hij is een uitstekende muzikant en een fijne mens. Het was voor ons een evidente keuze. Hij kon meteen in de groep stappen. Iedereen wint daarbij.

In 2021 zei je dat jullie het zo ver mogelijk wilden brengen, maar tegelijk evenveel plezier wilden blijven beleven. Is dat nog altijd zo, of heeft Hunter Omega andere ambities gekregen?
Joost:
Dat is nog altijd hetzelfde. We willen zoveel mogelijk mensen bereiken, maar niet ten koste van alles. Het is in de eerste plaats voor onszelf: wij moeten tevreden zijn en wij moeten het plezierig vinden. Ons doel is de best mogelijke muziek maken die wij kunnen maken. Als je dan op Alcatraz mag spelen, is dat mooi meegenomen. Dat was een heel mooie ervaring en hopelijk lukt het ons nog eens. We slaan geen optredens
af en willen overal spelen zolang we dat op onze eigen manier kunnen doen.

Hadden jullie iets bijzonders gepland voor het tienjarige bestaan?
Joost:
Het tienjarige jubileum is door de naamsverandering een beetje in het water gevallen. Je kunt moeilijk tien jaar bestaan vieren onder een nieuwe groepsnaam. Eerst bestond het idee om terug te rekenen naar ons eerste optreden en daar later nog iets mee te doen, maar met de overgang naar Hunter Omega voelde dat wat verkeerd aan.

Zijn er beslissingen die je met de kennis van vandaag anders zou nemen?
Joost:
Het enige wat ik achteraf anders zou doen, is meteen een andere groepsnaam kiezen—een naam die gemakkelijk te googelen en te vinden is. Voor de rest niet. We hebben voor niemand een knieval gemaakt en ons nooit aangepast tegen onze principes in. We doen wat we willen  doen en dat zullen we blijven doen. Alleen hadden we beter meteen een gemakkelijker vindbare naam gekozen.

Het is al even geleden dat ik jullie live zag. Komen er nieuwe optredens aan?
Joost:
Dit jaar was het redelijk rustig op het vlak van optredens. We hebben tijd besteed aan het inwerken van de nieuwe mensen en legden de focus vooral op de opnames. Ondertussen zijn er drie optredens geboekt en zijn we volop aan het zoeken en plannen voor volgend jaar.
16 oktober in B52
16 januari in Asgaard
9 april Gullegem Metal Fest

Is er ook ambitie om meer in het buitenland te spelen?
Joost:
Ja, graag. Overal. Je moet daarvoor de juiste contacten hebben en het is aan ons om die te leggen. Een goede promotor kan daarin een belangrijke rol spelen en de juiste deuren openen.

Jullie zeiden vroeger al: “We zijn geen achttien meer.” Hoe zorgen jullie ervoor dat Hunter Omega ambitieus blijft zonder dat de band ten koste gaat van werk, gezin, plezier en gezondheid? Ik geef toe dat ik zelf ook geregeld met mijn gezondheid wordt geconfronteerd.
Joost:
Het gaat altijd om de vraag hoeveel tijd je ervoor wilt vrijmaken. In de jaren negentig speelde ik in een ban waarin we drie keer per week moesten repeteren, anders was het niet goed. Tijdens een van die drie repetities zat iedereen dan toch maar met zijn duimen te draaien. Nu repeteren we één keer per week. Dat volstaat om de set te onderhouden en aan nieuwe nummers te werken. Gezondheid heeft altijd voor een
deel met geluk te maken. In de jaren tachtig dacht ik dat iemand van vijfentwintig te oud was om nog in een groep te spelen. Ondertussen zien we iemand als Biff [Byford] op zijn vijfenzeventigste nog op het podium staan als
een jonge gast. Zolang het fysiek gaat, zie ik mezelf niets anders doen. Ik speel al zesendertig jaar in bands en ik weet niet wat ik anders met mijn vrije
tijd zou moeten aanvangen. Soms speel ik zelfs nog liever gitaar dan vroeger. Ook nu we weer actiever zijn, is er een nieuwe dimensie opengegaan. Zolang ik er niet tegenop begin te zien om mijn materiaal mee te sleuren en naar een optreden te gaan, blijf ik doorgaan. Ik geef wel toe dat ik mijn installatie behoorlijk heb ingekrompen. De tijd van gigantische luidsprekerkasten en zware
versterkers meesleuren, heb ik achter mij gelaten. Tegenwoordig bestaat er zoveel compact materiaal van topkwaliteit. Dat maakt het een stuk gemakkelijker voor mijn rug.

Laat ons hopen dat we hier samen nog minstens tien jaar mee kunnen doorgaan, Joost. Hopelijk komen we elkaar binnenkort opnieuw tegen op een concert. Veel succes met dit nieuwe verhaal.

Carnation

Carnation – Onze doelen worden telkens opnieuw verlegd

Geschreven door

Carnation – Onze doelen worden telkens opnieuw verlegd

We volgen Carnation al sinds hun jonge jaren. In 2016 zagen we hen aan het werk op Antwerp Metal Fest; een jaar later maakten ze ook op Alcatraz indruk. Hun debuut ‘Chapel of Abhorrence’ bevestigde wat we op die podia al vermoedden.
Ondertussen heeft de band zich tot ver buiten België bewezen. Met ‘Symphony in Flesh’, dat nu in oktober verschijnt, klinkt Carnation nog altijd even gedreven.
We hadden een fijne babbel met Jonathan Verstrepen over de nieuwe plaat, blikten terug op het verleden en de evolutie van Carnation, en keken vooruit naar de toekomst en de ambities van de band.

Carnation bestaat inmiddels al meer dan tien jaar. Als je terugkijkt op dat parcours, zijn er zaken die je vandaag anders zou aanpakken?
Ik denk niet dat we fundamenteel andere keuzes zouden maken. We zijn blij met hoe alles gelopen is en hebben van bij het begin veel zelf in handen genomen. Dat heeft ons als band sterk vooruitgeholpen. We brachten drie albums uit via Season of Mist. Als we dat contract vandaag opnieuw zouden onderhandelen, zouden we misschien proberen om er minder albums aan te koppelen. In die periode hadden we soms minder controle over zaken als promotie en online advertenties. Achteraf denk je dan weleens dat je bepaalde dingen zelf beter had kunnen aanpakken. Toch hebben we daar geen spijt van: het was vooral een belangrijk leerproces.

Wanneer jullie in 2013 begonnen, waren de ambities vermoedelijk heel anders. Hoe hebben die doelen zich door de jaren heen ontwikkeld?
In het prille begin leek het ons al geweldig om ooit samen te spelen met bands waarnaar we zelf opkeken en waaruit we inspiratie haalden, zoals Entombed of Obituary. Vrij snel kregen we zulke kansen en merkten we dat er meer mogelijk was. Sindsdien worden de doelen telkens wat verlegd. We proberen ze haalbaar te houden, zodat we niet voortdurend teleurgesteld raken, maar tegelijk blijven we vooruitkijken. We zijn vooral heel blij met en dankbaar voor wat we al hebben kunnen doen.

Death metal is geen vanzelfsprekend genre om een groot publiek mee te bereiken. Waarom is Carnation er volgens jou toch in geslaagd om door te groeien?
Onze muziek is binnen death metal misschien nog vrij muzikaal en herkenbaar. Onze invloeden komen niet uitsluitend uit death metal. We luisteren bijvoorbeeld ook naar Iron Maiden, Motörhead en progressieve muziek. Als een nummer van een andere band sterk in elkaar zit, analyseer ik graag waarom het werkt. Die manier van denken nemen we mee in onze eigen songwriting. We proberen goede deathmetalnummers te schrijven die tegelijk blijven hangen. Iemand omschreef ons ooit als een deathmetalband die hits kan schrijven. Dat vond ik eigenlijk een mooie beschrijving.

Met ‘Symphony in Flesh’ lijken jullie opnieuw dichter bij de kern van Carnation te komen dan op ‘Cursed Mortality’. Was het de bedoeling om terug te grijpen naar de brutaliteit van de eerste platen?
Cursed Mortality was experimenteler, trager en op bepaalde momenten ook zwarter. Voor de nieuwe plaat wilden we opnieuw iets van de rauwheid en brutaliteit van de eerste twee albums naar boven halen. Tegelijk wilden we alles toepassen wat we onderweg geleerd hebben. Het mocht geen herhaling van ons debuut worden: we wilden een nieuw album met een eigen geluid maken. In sommige nummers komt die brutale kant sterker naar voren dan in andere.

Wat is volgens jou het grootste muzikale verschil met de vroegere albums?
We werken nu veel meer met melodie en sfeer. Ook onze manier van nummers schrijven is geëvolueerd. De typische Carnation-sound blijft aanwezig, maar daarnaast durven we andere elementen toe te voegen. Het laatste nummer van de plaat is daarvan waarschijnlijk het duidelijkste voorbeeld.

De afsluiter, ‘Legacy of the Forefathers’, duurt ongeveer elf minuten en voelt bijna als een verhaal op zich. Hoe is dat nummer ontstaan, en toont het mogelijk een richting voor de toekomst?
Dat is voorlopig moeilijk te zeggen, omdat we nog maar aan het begin van het schrijfproces voor de volgende plaat staan. Mijn broer en ik houden wel van lange, progressief opgebouwde nummers waarin echt een verhaal wordt verteld en de muziek een belevenis op zich wordt. Er mogen onverwachte passages in zitten. Uit de eerste recensies blijkt bovendien dat dit nummer bij veel mensen blijft hangen. Ik zou het dus zeker niet erg vinden om in de toekomst vaker zoiets te doen, maar we zullen zien waar het schrijfproces ons brengt.

De muziek en de teksten roepen vaak beelden van psychologische horror en folklore op. Hebben jullie ooit aan een volwaardig conceptalbum gedacht?
Ik heb daar al verschillende keren over nagedacht, omdat het volgens mij goed bij de band zou passen. Het is er tot nu toe nog niet van gekomen, maar misschien is het wel een idee voor een volgende plaat. Het is in ieder geval iets waarover we al gesproken hebben.

Ook op plaat heeft Carnation een sterk livegevoel. Proberen jullie die podiumenergie bewust in de studio te behouden?
In het begin kregen we vaak te horen dat onze livesound erg sterk was. Daardoor zijn we gaan nadenken over hoe we die energie ook in de studio konden vastleggen. We proberen de muziek niet te veel te bewerken en alles zo puur mogelijk te houden. Dat draagt er waarschijnlijk toe bij dat de plaat live en direct klinkt.

Is Carnation volgens jou een band die je echt live moet zien?
Ik denk het wel. Dat horen we ook vaak van mensen. We houden zelf van een theatrale show en vinden het belangrijk dat het publiek niet alleen iets te horen, maar ook iets te zien krijgt. Momenteel werken we aan een volledig nieuw podiumontwerp. Het hele podium zal meer aangekleed worden, zodat de volgende shows een andere sfeer krijgen. We willen live nog sterker en theatraler worden.

De productie werd opnieuw binnen de vertrouwde kring aangepakt. Wat zijn de voordelen daarvan?
Het grootste voordeel is de vrijheid en de tijd die we krijgen. Wanneer je een externe studio voor twee weken boekt, moet alles binnen die periode klaar zijn. Nu kunnen we opnemen, later opnieuw luisteren en terugkeren wanneer we nog ideeën krijgen of iets willen verbeteren. Bovendien kent Yarne  de band en weet hij hoe we live klinken. Daardoor kunnen we samen veel gerichter naar het juiste geluid zoeken.

Hebben de buitenlandse optredens ook nieuwe deuren geopend in België?
Dat helpt zeker. Helemaal in het begin zijn we met onze eerste EP zelfs naar Japan gevlogen, terwijl bijna niemand ons daar kende. Door zulke avonturen kregen we ook in België meer bereik. Hetzelfde geldt voor Europese tournees: tijdens shows ontmoet je organisatoren van andere zalen en festivals, en zo leidt het ene vaak tot het andere.

Jullie speelden inmiddels drie keer op Graspop. Welke komende optredens springen er voor jou uit?
We kijken vooral uit naar onze eigen releaseshow, op 7 november in Kavka.  https://kavka.be/event/carnation-symphony-in-flesh-release-show/ omdat dit de eerste keer wordt dat we de nieuwe nummers live brengen. Daar voelen we wellicht ook de meeste gezonde stress voor, want we willen alles zo goed mogelijk voorbereiden. Daarnaast volgen nog andere optredens en festivals. Zoals Pluto Fest in Deinze op 21 november.  https://www.facebook.com/events/brielpoort-deinze/pluto-fest-2026/2428360317616272/

Is optreden voor een klein publiek moeilijker dan voor een grote festivalmassa?
Een kleine, goed gevulde zaal kan heel aangenaam zijn. Wanneer er echter maar tien mensen staan, zie je ieder gezicht afzonderlijk en voel je hun reactie veel directer. Voor een grote menigte zie je eerder één zee van mensen. In die zin kan een heel klein publiek soms inderdaad moeilijker zijn.

Wat beschouw je persoonlijk als een van de grootste hoogtepunten uit de carrière van Carnation?
De 70,000 Tons of Metal-cruise is zonder twijfel een van de grootste hoogtepunten. We hadden nooit gedacht dat we dat zouden meemaken, en inmiddels hebben we het al twee keer mogen doen. Veel mensen dromen ervan om daar ooit als bezoeker naartoe te gaan. Dat wij er met de band een hele week konden verblijven en optreden, was echt bijzonder.

Welke grote ambitie staat er nog op de lijst?
Een tournee door Amerika. We speelden er al op de cruise, maar dat is niet hetzelfde als echt door het land touren. We krijgen die vraag vaak en weten dat onze platen er goed verkopen. Toch is het tegenwoordig niet eenvoudig. Werkvisa vragen maanden voorbereiding, kosten veel geld en vormen voor veel bands een struikelblok. Ook touren zelf verloopt er anders dan in Europa en je moet veel meer zelf organiseren. Toch blijft het iets wat we graag willen doen.

Waar hoop je dat Carnation over twintig jaar staat?
Daar heb ik nog nooit heel concreet over nagedacht. Ik hoop vooral dat we dan nog altijd kunnen doen wat we nu doen en dat we er evenveel plezier aan beleven. Of de band tegen dan groter of kleiner is, vind ik minder belangrijk, zolang we het nog graag doen.

Kunnen jullie tijdens het schrijven al voorspellen welke nummers erbovenuit zullen steken?
Soms denken we dat te weten. Onze nummers worden eerst instrumentaal geschreven en af en toe voel je in die fase al dat een bepaald nummer bijzonder kan worden. Maar zodra er tekst en zang bij komen, kan je mening volledig omslaan. In het verleden hebben we meermaals gemerkt dat een nummer pas echt zijn identiteit krijgt wanneer de zang erop staat.

Hoe belangrijk is de vriendschap binnen de band?
Heel belangrijk. We maken onderweg ook minder aangename dingen mee: shows waar alles slecht geregeld is, problemen met vervoer en allerlei andere tegenslagen. Omdat we zo’n hechte groep zijn, kunnen we daar achteraf meestal nog mee lachen. Iedereen doet bovendien iets voor de band. De taken achter de schermen worden verdeeld volgens ieders sterke punten. Ik denk dat die dynamiek ons sterker maakt.

Wanneer zou Carnation voor jullie niet langer hoeven door te gaan?
Wanneer we zouden voelen dat het niet meer vooruitgaat, dat de muziek niet meer is wat we willen maken of dat we ons niet langer kunnen verbeteren. Vooral het idee dat we geen beter album meer zouden kunnen schrijven dan het vorige, zou moeilijk zijn. Maar zover zijn we gelukkig nog lang niet.

In de popwereld ligt de nadruk steeds meer op losse singles. Waarom blijft een volledig album voor Carnation belangrijk?
Mensen die naar metal luisteren, kopen en beluisteren volgens mij nog graag volledige albums. In onze wereld wordt het albumformaat nog altijd gewaardeerd en begrepen. We hebben onze strategie wel aangepast: vroeger brachten we misschien twee singles vooraf uit, nu kunnen dat er vijf zijn, verspreid over een langere periode. Zo bereik je via streaming meer mensen. Maar die singles moeten voor ons nog altijd deel uitmaken van een volledig album; we willen niet uitsluitend losse nummers uitbrengen.

Tussen de albums zit doorgaans behoorlijk wat tijd. Willen jullie het tempo in de toekomst verhogen?
Na de release van een plaat willen we er zoveel mogelijk mee optreden. Daardoor blijft er aanvankelijk weinig tijd over om nieuw materiaal te schrijven. Pas later ontstaat opnieuw ruimte voor een volgende plaat. Nu proberen we iets sneller te werken, omdat alles tegenwoordig veel vlugger voorbijgaat en een nieuw album na enkele weken alweer uit de aandacht kan verdwijnen. We zijn daarom al aan het schrijven voor de volgende plaat. Toch mag snelheid nooit belangrijker worden dan kwaliteit. We schrijven graag muziek en willen onszelf niet zo onder druk zetten dat we later spijt krijgen van keuze.

CD review 2026 Symphony In Flesh

Dank voor de fijne babbel. Veel succes met de nieuwe plaat en hopelijk zien we jullie binnenkort opnieuw live aan het werk

Pagina 1 van 48