logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
giaa_kavka_zapp...

Pale Waves

Pale Waves - Jonge Leeuwen, met potentieel om in de toekomst inderdaad potten te breken

Geschreven door

'Don't believe the Hype'. Met dit in gedachten, vertrokken we op zaterdagavond naar Botanique , Brussel voor een band die door sommige Engelse media bijna wordt aanzien als het nieuwste wereldwonder. Pale Waves bracht met 'My Mind Makes Noises' een debuut uit dat voor uiteenlopende reacties zorgt. Van 'een zoveelste new wave/postpunk kopie 'tot 'de nieuwste parel' tot 'een band met potentieel, die vooral nog moet groeien'. Het deed ons besluiten om zelf eens te gaan zien naar de nieuwste Hype uit Manchester. We kunnen ons trouwens nog het best vinden in die laatste stelling, zo zou naderhand blijken. De Rotonde was compleet vol gelopen, met een opvallend jong publiek die de teksten ondertussen had vanbuiten geleerd, en Pale Waves in de ganse set warm onthaalt.

Aanstekelijk synthpop om op te warmen
Voorprogramma zijn is doorgaans een ondankbare taak. De band in kwestie moet alles uit de kast halen om een publiek, dat eigenlijk enkel komt voor de hoofdact, over de streep te trekken. Sommige van hen vallen dan ook al te vaak door de mand. Maar je hebt zo artiesten die over voldoende charisma beschikken om die klus met brio tot een goed einde te brengen. Ninety's Story (****) mogen we tot deze laatste categorie rekenen. Dit duo brengt een aanstekelijk potje synthpop dat van begin tot einde aan de ribben kleeft. Een gewonnen thuismatch zou je kunnen stellen, het Franse duo pakte het publiek uiteindelijk met het grootste gemak in, na een toch eerder moeizame start. Dat enthousiasme op het podium, een aangeboren charisma samen met gezapige tot catchy refreinen naar voor brengen waarop stil staan onmogelijk is, zorgt er uiteindelijk voor dat de handen prompt op elkaar gaan, en Ninety's Story een overgroot deel van de zaal uit zijn hand kon doen eten. Missie geslaagd, en een Electro/synthpop duo om in het oog te houden, naar de toekomst gericht.

Geef hen tijd om te groeien...
Pale Waves (****) moest eigenlijk totaal geen inspanning leveren om dat publiek over de streep te trekken. Al vanaf de wat vreemde intro reageert de zaal overenthousiast op ondertussen al bekende songs als “Televison Romance” en “Kiss”. Goed begonnen is half gewonnen dachten de dames en heren. De registers worden verder open getrokken met “Eighteen”, “Black” en “Red”. Twee songs die nog maar eens aantonen dat Pale Waves ook heel snoeihard kan uithalen trouwens. Nog een opvallende vaststelling. Pale Waves brengt new wave/post punk die doet terugdenken aan de jaren '80, maar in een fris en monter kleedje gestoken. Samen met deze band is een nieuwe generatie opgestaan die deze muziekstijl omarmt. Want, zoals we eerder hadden aangegeven, stond de zaal boordevol piepjong en wild enthousiast reageerde fans die elke songs uit volle borst mee zingen. Dat enthousiasme werkt bovendien enorm aanstekelijk. De band was duidelijk diep onder de indruk van zoveel enthousiasme, en legt de lat prompt nog wat hoger. Hoewel de instrumentale omkadering daarbij heel belangrijk is, is het de charismatische en tot de verbeelding sprekende frontvrouw Heather die de meeste aandacht naar zich toetrekt. Stond ze in het begin redelijk bedeesd op dat podium, eens ze aanvoelde dat ze deze wedstrijd gemakkelijk kon winnen, spreekt Heather haar publiek voortdurend aan.
Pale Waves krijgt in sommige media het verwijt steeds uit datzelfde vaatje te tappen? Dat blijkt ook niet helemaal waar te zijn. Zo zijn er intieme momenten zoals bij “She” waar Heather’s breekbare stem je een krop in de keel bezorgt, en worden we prompt weggevoerd in donkere gedachten boordevol weemoed en melancholie. Later in de set worden alle registers dan weer compleet open gegooid in een wervelende finale met “Noises” en “My Obsession”, trouwens wederom uit volle borst meegebruld door dat enthousiast publiek, waaruit blijkt dat Pale Waves een heel veelzijdige band is, die zich niet in een bepaald hokje laat duwen, ook dat siert hen.
Het is dan ook een beetje jammer dat na de regulaire set geen bisnummer meer volgde, waardoor de ultieme kers op de taart ontbreekt. Maar dat is een beetje muggenziften, want de band had er voor gezorgd dat we onze sceptische kijk op de zaak prompt naar de vuilnisbak mochten doorverwijzen.

Besluit: Pale Waves vindt de new wave wellicht niet opnieuw uit. Maar geeft daar wel een eigenzinnige draai aan, en beschikt vooral over zeer tot de verbeelding sprekende frontvrouw, die perfect weet hoe ze haar publiek uit haar hand kan doen eten. De overige bandleden stonden er een beetje statisch bij, maar blijken één voor één virtuozen te zijn die klanken boordevol magie uit hun instrumenten toveren.
Kortom, op basis van dit optreden in de Botanique, hopen we vooral dat Pale Waves de kans krijgt om te groeien. Want Pale Waves heeft zeker en vast potentieel om ooit potten te breken. Zoveel is duidelijk.

Setlist: Television Romance – Kiss – Eighteen - New Years Eve – Red – Heavenly – Black – She - Came in Close - The Tide - One More Time – Noises - My Obsession - There’s A Honey

Organisatie: Botanique, Brussel

Julien Clerc

Julien Clerc - zoveel meer dan Hélène

Geschreven door

Recent ontviel ons Charles Aznavour, één van invloedrijkste Franstalige muzikanten uit de tweede helft van de 20ste eeuw. Samen met generatiegenoten zoals Gilbert Bécaud en Yves Montand, inspireerde hij talrijke zangers en muzikanten in Frankrijk en ver daarbuiten. Eén van hen is de Frans-Guadeloupse zanger Julien Clerc, die eind jaren ’60 triomfeert als hij mag aantreden in het voorprogramma van Gilbert Bécaud.

Ondertussen staat ook hij al 50 jaar op de scène en om dit te vieren trekt Julien Clerc door Europa met La tournée des 50 ans. Een greatest hits, zeg maar. Uitverkopen doet de Parijse zanger Vorst Nationaal niet, maar toch lijkt de zaal zaterdagavond tot de nok gevuld.
Clerc geeft de aftrap met “Utile” uit 1992 en de meezinger “Je t’aime etc.”, een single uit het album ‘Á nos amours’ uit 2017, waaruit hij later op de avond ook “À vous jusqu’à la fin du monde” brengt.
Geïnspireerd door de mei ’68-beweging aan de Sorbonne en de hippiegemeenschap in de Verenigde Staten, schrijft Clerc “La Californie”, een uptempo nummer dat hij in Vorst met verve brengt. Uit deze periode dateren ook het luid gescandeerde “La Cavalerie” en “Laissons entrer le soleil” uit de musical Hair. Mijn persoonlijke favoriet “Ce n’est rien” brengt Julien Clerc aan de piano en is een eerste hoogtepunt van de avond.
Julien Clerc wordt altijd in één adem genoemd met zijn tekstschrijvers, die wil hij op deze tournee dan ook in de bloemetjes zetten. “Si on chantait” en “Coeur de Volcan” markeren de vruchtbare samenwerking met Étienne Roda-Gil, die voor hem tal van teksten schreef. In “Quatre heures du matin” herdenkt hij zijn jeugdvriend en tekstschrijver Maurice Vallet (alias ‘Momo’), en met “Si j’étais elle”, uitgebracht op het gelijknamige album uit 2000, viert hij de auteur in Carla Bruni. De tekst van “Partir”, over het leven on the road, is dan weer van de legendarische Jean-Loup Dabadie.
Voor hij de hit “This Melody” inzet, vertelt Julien Clerc een anekdote over de Franse komiek Coluche, die op een feestje van Clerc toekwam verkleed als ‘een bokaal noten’. Hij wilde de zanglijn ‘dans ce pays, dont les fruits sont si beaux, qu'on se contente des noyaux’, uitbeelden. Volgt het wollige “Chanson d'Émilie et du grand oiseau”, een nummer uit de musical ‘Émilie Jolie’ uit 1979, waarvoor het gastzangeresje Chloé wordt ingeschakeld. Het in bossa nova-tempo “La Jupe en Laine” en het ietwat kleffe “Femmes, je vous aime”, geeft dan weer uiting aan zijn meer dan grote bewondering voor het vrouwelijk geslacht. Ook “Mélissa” borduurt verder op hetzelfde thema en wordt luidkeels meegezongen, toch een pittige tekst in deze #Me Too tijden.
Een prachtig moment volgt wanneer Julien Clerc de tonen inzet van “C’est en septembre”, het nummer van Gilbert Bécaud dat het einde van de zomer viert in het door toeristen geteisterde zuiden van Frankrijk (Bécaud groeide op in Toulon). Een hommage aan zijn leermeester die hem op jonge leeftijd al de kans gaf om te schitteren in de mythische Olympia. Ook een nummer van Aznavour kan op deze avond niet ontbreken: “For me Formidable” wordt luidkeels meegezongen.
Julien Clerc is het befaamdst om zijn tijdloze love songs, die hij als geen ander weet te brengen met zijn zachte, unieke stemtimbre. Het bloedmooie “Fais-moi une place”, een romantisch eerbetoon aan zijn geliefde, op de prachtige tekst van Françoise Hardy, doet de zaal een eerste keer verstommen. Met “Ma Préférence”, een nummer dat Julien Clerc schreef voor de Franse actrice Miou-Miou, waarmee hij in 1975 de film ‘D'amour et d'eau fraîche’ draait, beleeft Brussel opnieuw een hoogtepunt. Miou-Miou werd toen immers als een ‘duivelse’ partij beschouwd en in dit nummer legt Julien Clerc alle criticasters op poëtische, subtiele wijze het zwijgen op. Het populaire “Hélène” tenslotte, ook bij ons een grote hit, veroorzaakt een stormloop naar het podium met bloemen en oplichtende smartphones (hadden we dit niet nog al eens meegemaakt bij Adamo?).

Julien Clerc sluit af met twee bisnummers, waaronder “Travailler c’est trop dur” aan de piano. Voor het aanwezig publiek had hij echter nog wat mogen blijven doorwerken. De avond leek te kort voor onder meer “Nouveau Big Bang, J’ai le coeur trop grand pour moi” en nog zoveel andere nummers van deze productieve muzikant. Ondanks zijn 71 lentes, hopen we toch op een vervolgtournée binnen een aantal jaren.

photo homepag - Sadaka Edmond/SIPA

Organisatie: Next-Step

Beach House

Beach House – Hypnotiserende dreampop met een extravert tintje

Geschreven door

Al sinds de oprichting van Beach House in 2005 betoveren Alex Scally en Vitoria Legrand ons met hun hypnotiserende dreampop . Opnieuw kwamen we terecht in een bedwelmend, meeslepende sfeertje van atmosferische en dromerige klanktapijten , gedrenkt in melancholie. Anderhalf uur hoorden we in een uitverkocht AB een carrière overzicht van traag slepend en (licht) pulserend materiaal, vertederend en extravert .

De doomy indiepoppers staan al voor de vierde maal . “We’re getting old” stamelde Victoria van achter haar keys . Haar verschijning, haar zang en de lang wapperende haren doen ergens Nico van de V.U. opborrelen . In al die jaren horen we die fragiele , breekbare , timide , donkere , grimmige en hartige, openbloeiende sound . De zweverige klanken worden door solide drums sterker ondersteund .
In het voorjaar verscheen ‘7’ , een kleine drie jaar na ‘Depression cherry’ en ‘Thank your lucky stars’ . De productie was in handen van Sonic Boom-er Pete Kember , die de stijl van z’n Spacemen 3 en andere space/psychedelica pop bands toevoegt.
We worden opnieuw meegevoerd in hun geluidskunst ; het kleurenpalet op het grote scherm doet z’n werk en spreekt tot de verbeelding en mooi zijn de schaduwen van de drie , die schakeren op het podium.
“Levitation” zet meteen de toon . De zacht fluwelen en (diep)grauwe vocals zijn verstrengeld in het kenmerkende, voortkabbelende Beach House geluid. “PPP” is forser, krachtiger van aard en op het gekende “lLzuli” twinkelt , fonkelt; de keys en drums nemen het voortouw.
Daarna zitten we in de zweverige , etherische spiraal van stemmige , sfeervolle , dromerige nummers als “Space song” , “Black car” en de nieuwe “Drunk in LA”, “Girl of the year” en “l’Inconnue” . Een soundtrackgevoel ervaren we van weidse landschappen en Air heeft hier een patent .
Het tempo wordt opgedreven , de trage, slepende , repeterende ritmiek is geïnjecteerd van tempoversnellingen en wordt feller, verbetener door de grooves . In de aanzwellende opbouw gaan we in de invloedssferen van hun producer , en postrock krijgt een duw voorwaarts door die verontrustende , donkere onderlaag . De sound davert en stroboscoops doen hun werk op “Dive” , de perfecter afsluiter in dit genre .

Door de jaren wordt het drietal nog steeds sterk onthaald . Beheerst weet Beach House om te gaan met hun dromerige , genietbare , onderkoelde, frisse geluidskunst . We worden meegevoerd in hun bezwerende , grillige dreampop . Die verschillende kenmerken zorgen nog steeds voor een uniek sfeertje . Mooi dus wat het trio verwezenlijkt . Beach House is helemaal terug!

Organisatie: Toutpartout ism Ancienne Belgique, Brussel

Ry Cooder

Ry Cooder – Na 50 jaar nog geen gebrek aan zuurstof

Geschreven door

Stipt op tijd startte een klein ‘voorprogramma’ waarbij Joachim Cooder in enkele nummers zijn ding mocht doen. Hij bracht een soort ‘wereldmuziek’ waarbij het moeilijk uit te maken was wat de bron van de klanken was. Dat intrigeerde ons en wat opzoekwerk leverde snel een antwoord: voor de meeste nummers begon Cooder met het creëren van een loop van klanken die hij produceerde met een elektrische mbira (een product van Array Instruments).. Wie zich hiervan een idee wil vormen, vraagt het eens aan Mr. Google. Naast hem tokkelde ene Sam Gendel op de gitaar. Na een drietal nummers (wat voor de meerderheid van het publiek waarschijnlijk volstond) beloofden ze dat ze meteen terug zouden komen…

Enkele minuten later schept Sam Gendel een bevreemdende sfeer met een soundscape op elektronisch versterkte sax. Daar bovenop creëert de slidegitaar ”Nobody's Fault But Mine”, een eerste bluesklassieker van Blind Willie Johnson. Doorheen de avond brengt Ry Cooder op sublieme wijze een mix van eigen werk met parels uit het Great American Songbook. “Everybody Ought to Treat a Stranger Right” stamt ook uit de jaren ‘30 toen de Grote Depressie de VS teisterde. Maar het thema is nog altijd even actueel. Het is fijn voor gitaristen dat hun spel met de jaren alleen maar verbetert zolang ze gespaard blijven van reumatiek. Voor zangers ligt het een stuk moeilijker om hún instrument gaaf te houden want niets is zieliger dan een zanger met stembanden die het aflaten. Ry Cooder prijst zich gelukkig als prille zeventiger met vingers en stem die nog even levenslustig zijn als in de vorige eeuw!
Links op het podium staan de Hamiltones. Met hun donkere brillen lijken het de Blind Boys From Alabama die de backing vocals verzorgen. De hele avond zorgen ze voor een swingende gospelsound die ambiance brengt in het uitverkochte Kursaal dat door Cooder geprezen wordt om zijn akoestiek. En het wordt nog gezelliger als Ry even aan de toog komt zitten met een anekdote over Bob Dylan die hem aanraadde de ‘merch’ te verzorgen want vooral T-shirts doen het goed! “Ik maak alleen muziek, geen kledij”, was het antwoord. En dat doet Ry al meer dan 50 jaar! De Hamiltones waren het geknipte trio voor “Go Home Girl” (Arthur Alexander), één van die klassiekers waarvan je na al die jaren begint te geloven dat die uit de pen van Cooder zelf kwam. De elektronische vervorming van de saxofoon vormden een vreemde combinatie met de klassieke gitaarklanken voor “The Very Thing That Makes You Rich (Makes Me Poor)”. Een applaus van herkenning kwam pas toen het nummer zijn originele ritme vond bij eerste refrein. De solo van de sax leek uit het oeuvre van Ian Dury geplukt. Niet echt ons kopje thee…
We waren reeds halfweg, tijd voor Cooder om -naar eigen zeggen- even aan de zuurstoffles (een cadeau van Emmylou Harris) te gaan liggen en voor de Hamiltones om op het voorplan te treden. Meteen bewijzen ze dat ze heel wat meer aankunnen dan het backingwerk. We krijgen ook het individuele stemgeluid te horen van de drie fantastische zangers met een presence van échte performers! Met “74 Jesus on the Mainline” transformeren ze de Oostendse muziektempel in een kerk uit de Bible Belt. Meteen gaan ze uptempo verder met “Gotta Be Lovin Me” met mister Ry op double neck.
Tot onze spijt ontbrak een instrumental zoals “Paris-Texas” op de setlist. Maar dat werd ruimschoots goedgemaakt met “Vigilante Man” (Woody Guthrie). De slidegitaar doorsneed de stilte van de bomvolle zaal en even scherp waren de nieuwe lyrics in deze oude traditional: “Weak mind in the White House. He is not a clown. He’s controlled by others.” De schietgrage lui van de NRA zijn Cooders vrienden niet: “This song hasn't changed since Woody wrote it in thé 30ies.”
Vervolgens trekt Ry van leer tegen het materialisme in “You must Unload”. “Modegevoelige christenen raken niet in de hemel met hun hoge hakken.” De sax steelt opnieuw de show met alweer een atypische solo waar Ry ten zeerste van geniet. De Hamiltons wiegen mee van de ene voet op de andere. En voor het te prekerig wordt, bedient Cooder de roepers om verzoeknummers in de zaal met een eigen keuze uit zijn oude covers: “How can a poor man stand such times like this?” en “Down in the Boondocks” (Billy Joe Royal). Bij het eerste nummer geeft hij deemoedig de nodige duiding: “Blind Alfred Reed schreef het in de depression. Zoiets zou ik niet kunnen schrijven…. Maar wel spelen. Check dit thuis eens op YouTube voor het origineel.”
Met een bottleneck op de zingende snaren mogen we even mee naar Hawaii. We surfen verder op het aanstekelijke ritme van de titelsong uit de nieuwe plaat ‘The Prodigal Son’ dat ook van John Hiatt kon zijn. The Hamiltones mogen afsluiten met “99 1/2 Won't Do (Dorothy Love Coates)”. Nog een oproep van priester Cooder: “Kijk 's morgen in de spiegel en zeg dat je voor 100 gaat!”
Het trio gaat met een ton charisma James Brown achterna. Een staande ovatie begeleidt de band naar de coulissen en terug.
Als bisnummer wordt nog een verzoekje gegeven: “Little Sister” (Elvis Presley) en The Hamiltones sluiten af met “I Can’t Win”.

Met de nieuwe CD op zak haast ik me naar de auto om mijn oren te verwennen. De onderste trede van een marmeren Kursaaltrap gooit roet in het eten en mijn voet moet het ontgelden. Ik laat me nog vallen als een echte judoka om de voet te mijden, maar ‘s anderendaags is het verdict onverbiddelijk: voetbeentje gebroken. Als Ry Cooder mijn gips nu zou komen signeren...

Organisatie: Greenhouse Talent

Christine & The Queens

Christine & The Queens - Dans , theater en muziek in een sfeerrijk geheel.

Geschreven door

Die Héloïse Letissier heeft het op korte tijd wel gemaakt met haar Christine & The Queens. Op een goede drie jaar tijd gaan haar nummers erin als zoetebroodjes . Twee platen noteren we nu met een handvol singles , die een breed publiek omarmen.
Ook vanavond was het een charmant weerzien en wordt de zangeres/performster/animatrice onthaald als een ‘Queen’ , die het ‘anders zijn’ zo muzikaal ‘normaal’ mogelijk maakt … Op haar vorige passage in Vorst had ze af te rekenen met een fysiek belabberde toestand van hoge koorts en ontoereikend stembereik. Hier zagen we een kwieke verschijning met haar band die de temperatuur deed stijgen …

Sfeervolle , dromerige popliedjes met elektronica/elektrowave/funk/hiphop -motiefjes en beats klinken eenvoudig , aangenaam en lekker in het gehoor. Het Franse chanson krijgt meer finesse en de sound is onschuldig , leuk en goed . Ze omschrijft het graag als freakpop , die wordt omfloerst met wonderlijke synths , roffelende, hitsende drums en een magistrale , doorleefde zang, met heerlijke refreinen, ook al zijn er zanglijnen voorgeprogrammeerd. Het doet er niet toe, iedereen geniet , beweegt en zet danspasjes .
Die muzikale eenvoud wordt omgezet tot in de puntjes uitgewerkte choreografie . Een dansproductie met haar rits dansers (-essen) en een videowall achter de groep . Een fantastisch live spektakel. Een dansmusical die het plaatje compleet maakt; muziek en dans gaan hand in band, de energie wordt gebald in bruisende dynamiek, levendigheid én in emotionaliteit en dramatiek . Een soort West Side story , of wat het Kursaal in de zomermaanden de laatste jaren weet te bieden …
Opener “Comme si on s’aimait” refereerde aan “Beat it” van Michael Jackson. Al gauw horen we die schitterende single “Damn, dis-moi” van de nieuwe plaat ‘Chris’. Synchrone danspassen sieren het nummer. Afgetraind danst, hotst en zwiert onze zangeres. Het combo wordt warm onthaald . “Le G” blikt terug naar die synthpop van Giorgi Moroder .
Haar recyclage stemt iedereen gelukkig. Science-fiction wordt er tegen aan gegooid , met pompende electrobeats . Jawel , het mag harder , feller , energieker . “Radio gaga” leidt “Les paradis perdus” van landgenoot Christophe in , waarin zelfs een flard Kanye West te horen is; ze zingt en voert het solo uit, ondersteund van zachte pastelkleurige keys.
Bijna halverwege de set komen twee interessante singles voorbij , “Christine”, “5 dollars , voorafgegaan door het slepende “Feel so good” . Daarna valt de spanning wat weg , niet alle nummers zijn even-single-waardig , komt de klemtoon op show en de act ; sneeuwvlokken dwarrelen in ‘t rond en geven elan aan de sound.
Een zwoel, dampend sfeertje groeit op “Follarse” , een Janet Jackson/Vanity 6’s “Nasty” wordt er mooi aan gebreid . Intiem moment hebben we op “Nuit 17 à 52” , feeëriek door de smartphonelichtjes ; solo staat ze daar op het grote podium , zingt a capella en wordt door het publiek op handen gedragen. Wat een meezinggehalte . “It doesnt matter” en “La marcheuse” als slotstuk brengen muziek en dans te samen.
Een volleerd gezelschap is aan het werk, die met twee oudere nummers uitwuiven ; het zijn de gekende tunes van “Saint claude” en “Intranquilleté” die een extraverte , dansbare tint krijgen . Ze is hier te zien aan de andere kant van de zaal .

Christine & The Queens brengen ‘la chaleur humaine’, gelijkwaardigheid van de kleurrijke wereld van de gays en de transgenders. Een boeiende artieste die dans , theater en muziek samen brengt in een sfeerrijk geheel.

Organisatie: Live Nation

Tien Ton Vuist

Tien Ton Vuist: tien ton adrenaline

Geschreven door

Tien Ton Vuist stelde zopas zijn eerste, in eigen beheer uitgebrachte EP voor in zaal Harmonie in Oudenaarde. Het duo speelde zo goed als een thuismatch en had het café-orkestje 't Kliekske aangezocht om het publiek op te warmen. Misschien om het contrast duidelijk te maken tussen het verleden en vandaag of om te koketteren met Oudenaarde als ingedommeld provinciestadje. Behalve die bedenkingen voegde ’t Kliekske weinig toe aan de avond.

De breuk met het verleden werd door Tien Ton Vuist nog eens opgerakeld door als openingssong “I’m On Fire” van Bruce Springsteen door de mangel te halen. Later in de set gaven ze dezelfde weinig respectvolle behandeling aan “American Woman” van de Guess Who. Om maar te zeggen dat het Oudenaardse duo al eens graag tegen de schenen schopt. “Where Is My Mind” van de Pixies werd dan weer wel met veel respect gebracht. Maar het gaat bij een EP-voorstelling natuurlijk in de eerste plaats over de eigen nummers.
De EP werd ‘Bidole’ gedoopt en twee nummers ervan, die de band eerder reeds opname en online plaatste, zaten helemaal vooraan in de set in de Harmonie: “Youvegotagoodfacebutashittyattitude” en “Askinguy” (asking you why). Als visitekaartjes voor Tien Ton Vuist zijn die beter dan de eerder vermelde covers. Ruige rock met weinig compromissen, grungy, overlopend van energie, uptempo en toch plaats voor nuances en details in de intro’s en de rustiger stukken. “High-Low”, “Best Plan Ever” en “Peaks And Valleys” doen wat denken aan SONS, die andere jonge en brutale rockband uit Vlaanderen. Net zo catchy en toch met genoeg weerhaken om het publiek bij de les te houden. Bovendien smokkelen ze bij Tien Ton Vuist al eens een boogie-lick of een disco-beat in hun nummers. Dat helpt ook.
Zanger-gitarist Tijl had in Oudenaarde een paar nummers nodig om helemaal in de flow te komen, maar vanaf dan ging hij er compleet voor: over het podium stuiteren, het publiek opjutten, de rand van het podium opzoeken, tussen het publiek gitaar spelen, al crowdsurfend een nummer beëindigen, … geen rock ’n roll-cliché is hem vreemd. Gelukkig niet zo destructief als Kurt Cobain, want zelfs al gaat hij helemaal op in het moment, dan nog legt Tijl netjes zijn gitaar veilig weg vooraleer er iets stoms kan gebeuren.
Op drummer Nikki kan je veel minder het etiket ‘punk’ of ‘grunge’ kleven. Hij blijft heel subtiel en zelfs wat jazzy in de intro’s en de rustiger passages en haalt hard en strak uit als ook Tijl voluit gaat, maar dan nog zit hij zo stoïcijns als Charlie Watts achter zijn drums. Nikki voegt voorts in kleine dosissen een scheutje waanzin toe aan de energie op het podium. Zo zit er van bij het begin een banaan over de staander van één van zijn bekkens (cimbaal) en ergens voorbij halfweg begint hij die op te eten. Vermoedelijk eerder een ingeving van het moment dan een knipoog naar Red Zebra of de Velvet Underground. Ook heeft de drummer naast de gitaarversterkers een schermpje opgesteld waarop een tekenfilm van Platvoet speelt, ‘voor de mensen die ons niet leuk vinden’.
Over dat laatste hoeft Tien Ton Vuist zich alvast geen zorgen te maken. Naarmate de set vorderde, at het publiek in de Harmonie uit de handen van Tijl en Nikki. In de finale zaten de drie resterende nummers van ‘Bidole’: “Smetterling”, “Todaywedie” en het door het publiek luid meegezongen “Boomlala”. Als toegift wordt “Askinguy” nog eens hernomen omdat de band door zijn nummers heen zit.

Altijd fijn om te zien en te horen dat er nog steeds jonge bands luide gitaarrock omarmen en daarmee zelfs nieuwe generaties publiek warm kunnen maken. Het wordt tijd dat de Belgische of buitenlandse labels wakker worden, want Tien Ton Vuist is een band met toekomst.

Organisatie: Harmonie Oudenaarde.

Therapy?

Therapy? - Geloof in nieuw materiaal doet Therapy? herrijzen van Eigenlijk Nooit

Geschreven door

Therapy? heeft een nieuw album 'Cleave' uit, wat altijd een reden is om naar ons land af te zakken voor een optreden. Maar wat nog beter is dat dit album één van hun sterkste van de laatste jaren is. We waren dan ook zeer benieuwd hoe deze songs het live zouden doen.

Eerst kregen we de Noorse band Ondt Blod (wat zoveel betekent als ‘Slecht Bloed’). Zij brachten hardcore mee vanuit het hoge Noorden. Er werd met tribal geluiden geopend. De zanger gekleed in een Noorse traditionele outfit bracht screameo en cleane zang. De songs waren stevig en de leadgitaar bracht nu en dan metal invloeden binnen in de songs. Alles klonk wel vrij catchy en lag goed binnen het gehoor. Twee maal sprong de zanger van het podium en zong verder tussen het publiek dat maar mondjesmaat toestroomde. Alles zat goed in elkaar enkel de zanger moet nog leren dansen op de maat van de muziek.

Tegen dat Therapy? eraan moest beginnen stond de zaal overvol (was al een tijdje uitverkocht!). Er werd afgetrapt met twee nieuwe songs: het geweldige “Wreck It Like Beckett” en “Kakistocracy”. Vooral die eerste song klonk stevig en als ene habitue. De set bestond, zoals Andy Cairns aan het begin zei, uit deels nieuw en deels oud werk. Wat viel op tegenover de vorige passages? Dat er heel veel nieuw werk passeerde. Het is te zeggen: alle tien de songs op ‘Cleave’ werden gespeeld. Die songs werden goed onthaald maar natuurlijk waren het de hits en de klassiekers zoals “Teethgrinder”, “Trigger Inside”, “Screamager”… die de boel deden ontploffen. De moshpit was een feit alsook het crowdsurfen.
Verder kwam er ook nog een sneer naar Trump en de Brexit voorbij en toonde Cairns zijn bewondering voor Eden Hazard. “Dumbdown” werd geschreven door drummer Cooper en het was toevallig ook nog zijn verjaardag. Andy Cairns nodigde het publiek uit tot het toezingen van “Neil Cooper plays the drums real hard” (of zoiets). Wat massaal werd gedaan en dan mocht hij van Andy een drumsolo geven.
Ook de bassist kreeg zo’n zangstonde en werd door Cairns als de discoking gehuldigd. Na “Potato Junkie” verdwenen ze in de coulissen om onder luid gezang terug te keren voor een uitgebreid bisronde.
Die bisronde begon met een ingetogen versie van “Diane” (duozang en band). Ditmaal niet de gebruikelijke snelle versie. Dan werd de zaal plat gespeeld met zes songs: “Save Me From The Ordinary”, “Callow”, “Stories”, “Nowhere”, “Knives” en “Success? Success is survival”.
Zoals steeds was Cairns de dankbaarheid zelve tegenover het publiek maar van hem lijken we dat te pikken. We geloven hem graag als hij zegt dat het dankzij ons is dat ze nog steeds deze fantastische job mogen doen.

Therapy? bracht geen best-of concert maar veel nieuw werk waar ze zelf , denk ik, ook hard in geloven. Ze zeiden zelf dat het een heel goed album was. En toch zeker vijf songs staan meer dan hun mannetje tussen het oude materiaal. Ik denk dan aan “Wreck It Like Beckett”, “No Sunshine”, “Success? Success is Survival”, “Expelled” en “Save Me From The Ordinary”. Er waait een nieuwe wind in Therapy? ondanks dat ze als vanouds klinken.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Low

Low - Radicale plaat krijgt live de vertrouwde Low-sound.

Geschreven door

De Botanique mocht de loketten sluiten voor het Amerikaanse trio Low, dat altijd immens populair geweest is in België in de 25 jaar dat ze al bezig zijn. Voor hun twaalfde album, 'Double Negative' trokken ze naar de studio van Bon Iver, en werkten ze samen met BJ Burton, de producer van Bon Iver’s overambitieuze en grotendeels (mislukte) plaat ‘22, a million’, dat onterecht met ‘Kid A’ van Radiohead vergeleken wordt, maar zich compleet verliest in vocoder effecten en verre van baanbrekende elektronica. Je kan dus stellen dat Low met deze producer het risico niet uit de weg gaat: ‘Double Negative’ is een radicale plaat die de gemiddelde fan zwaar op de proef zal stellen: overstuurde elektronica en verknipte stemmen bepalen volledig de sound, die wel nog altijd de slowcore-filosofie aanhoudt: de nummers ontwikkelen zich traag maar gestadig. Vele critici bejubelen de nieuwe plaat, maar menig gitaarliefhebber zal afhaken. Wij hebben nog geen verdict klaar, daarom gingen we ook naar de Botanique.

Low speelde vanavond hoofdzakelijk nummers uit de nieuwe plaat, maar verrassend genoeg bleef de elektronica volledig afwezig: we kregen dus de bekende Low-sound: de brokkelige gitaar van Alan Sparhawk, het zachte geroffel van Mimi Parker en de functionele bas van Steve Garrington en vooral de hemelse samenzang van Sparhawk en Parker.
Op deze manier bewees Low dat hun nieuwe nummers uitgekleed overeind blijven, en kon je ook beter de teksten verstaan. Die zijn zoals altijd uiterst minimaal, maar trefzeker, met Bijbelse referenties met een donkere twist. De gitaarfreaks werden getrakteerd op een minutenlange drone en een mantra “One more reason to forget” in “Do you know how to waltz?”, waar ze Sonic Youth-gewijs uiteindelijk uit het bos van geluid opdoken en je een catharsis door het publiek voelde gaan.
Opvolgen deden ze met “Lazy” uit hun debuut, en we kregen zelf een heuse gitaarsolo in “Always trying to work it out”. Kippenvel kregen we bij het uitgebeende “Nothing but heart” waarin de stemmen van Sparhawk en Parker snikkend samensmolten. “Holy Ghost” openbaarde zich als een moderne countryklassieker.
Low nam uitgebreid de tijd , in totaal klokten we af op een uur en drie kwartier, de band speelt graag in de Botanique, dat vertelden ze ons. De gitaaruitbarstingen van “Dinosaur act” of “Monkey” moesten we ditmaal missen, maar gelukkig biste de band met het magistrale “Murderer”.

Low speelde een sterk concert. Sparhawk en Parker beheersen hun minimalisme tot in de puntjes, ze durven het aan nummers in te zetten puur op zang, en weten hoe ze het publiek muisstil krijgen door net stiller te gaan spelen. De gitaarliefhebbers keerden gerustgesteld en tevreden huiswaarts, de moeilijke elektronica van de plaat bleef achterwege.

Organisatie: Botanique, Brussel

Pagina 127 van 386